BIJBELBOEK EERSTE BOEK SAMUEL VIERDE HOOFDSTUK -- 1 S 4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 4 -- 1 S 4,1-22 -- http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt08a04.htm -

Overzicht van 1 S : - 1 S 1 - 1 S 2 - 1 S 3 - 1 S 4 - 1 S 5 - 1 S 6 - 1 S 7 - 1 S 8 - 1 S 9 - 1 S 10 - 1 S 11 - 1 S 12 - 1 S 13 - 1 S 14 - 1 S 15 - 1 S 16 - 1 S 17 - 1 S 18 - 1 S 19 - 1 S 20 - 1 S 21 - 1 S 22 - 1 S 23 - 1 S 24 - 1 S 25 - 1 S 26 - 1 S 27 - 1 S 28 - 1 S 29 - 1 S 30 - 1 S 31 -
Tekstuitleg per pericope :
Overzicht vers per vers : - 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Overzicht N.T.: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3 Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm      
bijbelvertalingen Lexilogos De Griekse bijbel bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata     4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. http://naardensebijbel.nl/zoek.php
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen - Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

De Filistijnen maken de ark buit : 1 S 4,1-22 - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -

1 S 4,1 - 1 S 4,1 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [1] Het woord van Samuël drong door tot heel Israël. [1] De Israëlieten trokken ten strijde tegen de Filistijnen; zij sloegen hun kamp op bij Eben-Haëzer, terwijl de Filistijnen bij Afek gelegerd waren.      1. et la parole de Samuel fut pour tout Israël comme la parole de Yahvé. Éli était très âgé et ses fils persévéraient dans leur mauvaise conduite à l'égard de Yahvé. Il advint en ce temps-là que les Philistins se rassemblèrent pour combattre Israël, et les Israélites sortirent à leur rencontre pour le combat. Ils campèrent près d'Ében-ha-Ézer, tandis que les Philistins étaient campés à Apheq.

King James Bible . [1] And the word of Samuel came to all Israel. Now Israel went out against the Philistines to battle, and pitched beside Eben-ezer: and the Philistines pitched in Aphek.
Luther-Bibel . 41Und es begab sich zu der Zeit, dass die Philister sich sammelten zum Kampf gegen Israel. Israel aber zog aus, den Philistern entgegen, in den Kampf und lagerte sich bei Eben-Eser. Die Philister aber hatten sich gelagert bei Afek

Tekstuitleg van

1. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalwaarde van wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalwaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . Joz (59) . Re (47) . 1 S (58) . 2 S (43) . 1 K (78) . 2 K (54) . 1 S (58) . 1 S 4 (3) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 4,5 . (3) 1 S 4,18 . Bij het begin van een hoofdstuk in 1 S (7) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 6,1 . (3) 1 S 8,1 . (3) 1 S 9,1 . (4) 1 S 14,1 . (5) 1 S 18,1 . (6) 1 S 28,1 . (7) 1 S 30,1 .
ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . OT (1120) . Pentateuch (329) .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens .
Elk boek van de Eerdere Profeten begint met wajëhî (en hij was / en het was) : (1) Joz 1,1 . (2) Re 1,1 . (3) 1 S 1,1 . (4) 2 S 1,1 . (5) 1 K 1,1 . (6) 2 K 1,1 .

1 S 4,2 - 1 S 4,2 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
       
[2] De Filistijnen stelden zich in slagorde op tegenover de Israëlieten. Het kwam tot een gevecht over de hele linie. De Israëlieten werden verslagen en de Filistijnen doodden langs het front in het open veld ongeveer vierduizend man.  
    2. Les Philistins s'étant mis en ligne contre Israël, il y eut un rude combat et Israël fut battu devant les Philistins : environ quatre mille hommes furent tués dans les lignes, en rase campagne. 

King James Bible . [2] And the Philistines put themselves in array against Israel: and when they joined battle, Israel was smitten before the Philistines: and they slew of the army in the field about four thousand men.
Luther-Bibel . 2und stellten sich Israel gegenüber auf. Und der Kampf breitete sich aus und Israel wurde von den Philistern geschlagen. Sie erschlugen in der Feldschlacht etwa viertausend Mann.

Tekstuitleg van

1 S 4,3 - 1 S 4,3 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [3] Toen het volk in het kamp terugkeerde, zeiden de oudsten van Israël: ‘Waarom heeft de heer ons vandaag door de Filistijnen een nederlaag laten lijden? Wij gaan uit Silo de ark van het verbond van de heer halen. Zij moet in ons midden komen om ons uit de handen van onze vijanden te redden.’     3. L'armée revint au camp et les anciens d'Israël dirent : « Pourquoi Yahvé nous a-t-il fait battre aujourd'hui par les Philistins ? Allons chercher à Silo l'arche de notre Dieu, qu'elle vienne au milieu de nous et qu'elle nous sauve de l'emprise de nos ennemis. » 

King James Bible . [3] And when the people were come into the camp, the elders of Israel said, Wherefore hath the LORD smitten us to day before the Philistines? Let us fetch the ark of the covenant of the LORD out of Shiloh unto us, that, when it cometh among us, it may save us out of the hand of our enemies.
Luther-Bibel . 3Und als das Volk ins Lager kam, sprachen die Ältesten Israels: Warum hat uns der HERR heute vor den Philistern geschlagen? Lasst uns die Lade des Bundes des HERRN zu uns holen von Silo und lasst sie mit uns ziehen, damit er uns errette aus der Hand unserer Feinde.

Tekstuitleg van 1 S 4,3 .

6. mann. mv. stat. constr. זִקְנֵי = ziqëne(j) (ouderen) van het zelfst. naamw. זָקֵן = zâqen (oud, voornaam) . Taalgebruik in Tenakh : zâqen (oud, voornaam) . Getalwaarde : zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 ; totaal : 40 of 157 . Structuur : 7 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (61) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (24) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (8) . 1 S (5) : (1) 1 S 4,3 . (2) 1 S 8,4 . (3) 1 S 11,3 . (4) 1 S 15,30 . (5) 1 S 16,4 .

7. יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (2044) . Pentateuch (502) . Eerdere Profeten (765) . Latere Profeten (350) . 12 Kleine Profeten (89) . Geschriften (337) . 1 S (113) .
- Grieks . ισραηλ = israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) .

6. - 7. זִקְנֵי יִשְׂרָאֵל = ziqëne(j) jishërâ´el (oudsten van Israël) . Tenakh (18) : (1) Ex 3,16 . (2) Ex 12,21 . (3) Ex 17,6 . (4) Ex 18,12 . (5) Nu 16,25 . (6) Dt 31,9 . (7) 1 S 4,3 . (8) 1 S 8,4 . (9) 2 S 3,17 . (10) 2 S 5,3 . (11) 2 S 17,4 . (12) 2 S 17,15 . (13) 1 K 8,1 . (14) 1 K 8,3 . (15) 1 Kr 11,3 . (16) 2 Kr 5,2 . (17) 2 Kr 5,4 . (18) Ez 20,3 .

23. וְיֹשִׁעֵנוּ = wëjosji`enû (en dat hij ons zal redden) < prefix verbindingswoord wë + act. hifil jussief 3de pers. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mv. . Zie het werkw. יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . De getalwaarde van de elementen is telkens 2 . Tenakh (2) : (1) 1 S 4,3 . (2) 1 S 7,8 .

1 S 4,4 - 1 S 4,4 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -

Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [4] Het volk liet de ark* van het verbond uit Silo halen, de ark van het verbond van de heer van de machten die op de kerubs troont. De twee zonen van Eli, Chofni en Pinechas, begeleidden de ark van het verbond van God.     4. L'armée envoya à Silo et on enleva de là l'arche de Yahvé Sabaot, qui siège sur les chérubins; les deux fils d'Éli, Hophni et Pinhas, accompagnaient l'arche. 

King James Bible . [4] So the people sent to Shiloh, that they might bring from thence the ark of the covenant of the LORD of hosts, which dwelleth between the cherubims: and the two sons of Eli, Hophni and Phinehas, were there with the ark of the covenant of God.
Luther-Bibel . 4Da sandte das Volk nach Silo und ließ von dort holen die Lade des Bundes des HERRN Zebaoth, der über den Cherubim thront. Es waren aber die beiden Söhne Elis bei der Lade des Bundes Gottes, Hofni und Pinhas.

Tekstuitleg van

1. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalwaarde van wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalwaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . Joz (59) . Re (47) . 1 S (58) . 2 S (43) . 1 K (78) . 2 K (54) . 1 S (58) . 1 S 4 (3) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 4,5 . (3) 1 S 4,18 . Bij het begin van een hoofdstuk in 1 S (7) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 6,1 . (3) 1 S 8,1 . (3) 1 S 9,1 . (4) 1 S 14,1 . (5) 1 S 18,1 . (6) 1 S 28,1 . (7) 1 S 30,1 .
ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . OT (1120) . Pentateuch (329) .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens .
Elk boek van de Eerdere Profeten begint met wajëhî (en hij was / en het was) : (1) Joz 1,1 . (2) Re 1,1 . (3) 1 S 1,1 . (4) 2 S 1,1 . (5) 1 K 1,1 . (6) 2 K 1,1 .

15. - 16. bëne(j) Eli (zonen van Eli) . Tenakh (3) : (1) 1 S 1,3 . (19) 1 S 4,4 . (20) 1 S 4,11 . ûbhëne(j) Eli (en zonen van Eli) . Tenakh (1) : 1 S 2,12 .

1 S 4,5 - 1 S 4,5 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [5] Zodra de ark van het verbond van de heer in het kamp was aangekomen, juichten de Israëlieten zo luid dat de grond ervan dreunde.       5. Quand l'arche de Yahvé arriva au camp, tous les Israélites poussèrent une grande acclamation, qui fit résonner la terre. 

King James Bible . [5] And when the ark of the covenant of the LORD came into the camp, all Israel shouted with a great shout, so that the earth rang again.
Luther-Bibel . 5Und als die Lade des Bundes des HERRN in das Lager kam, jauchzte ganz Israel mit gewaltigem Jauchzen, sodass die Erde erdröhnte.

Tekstuitleg van

1 S 4,6 - 1 S 4,6 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [6] De Filistijnen hoorden dat gejuich en vroegen: ‘Wat moet toch dat luide gejuich in het kamp van de Hebreeën?’ Toen zij hoorden dat de ark van de heer in het kamp was gekomen, werden ze bang.     6. Les Philistins entendirent le bruit de l'acclamation et dirent : « Que signifie cette grande acclamation au camp des Hébreux ? », et ils connurent que l'arche de Yahvé était arrivée au camp.

King James Bible . [6] And when the Philistines heard the noise of the shout, they said, What meaneth the noise of this great shout in the camp of the Hebrews? And they understood that the ark of the LORD was come into the camp.
Luther-Bibel . 6Als aber die Philister das Jauchzen hörten, sprachen sie: Was ist das für ein gewaltiges Jauchzen im Lager der Hebräer? Und als sie erfuhren, dass die Lade des HERRN ins Lager gekommen sei,

Tekstuitleg van

1 S 4,7 - 1 S 4,7 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [7] Ze zeiden: ‘God is in het kamp gekomen! Wee ons, dat is nog nooit gebeurd.      7. Alors les Philistins eurent peur, car ils se disaient : « Dieu est venu au camp! » Ils dirent : « Malheur à nous! Car une chose pareille n'est pas arrivée auparavant. 

King James Bible . [7] And the Philistines were afraid, for they said, God is come into the camp. And they said, Woe unto us! for there hath not been such a thing heretofore.
Luther-Bibel . 7fürchteten sie sich und sprachen: Gott ist ins Lager gekommen, und riefen: Wehe uns, denn solches ist bisher noch nicht geschehen!

Tekstuitleg van

1 S 4,8 - 1 S 4,8 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [8] Wee ons, wie redt ons uit de handen van die geweldige God? Dit is immers dezelfde God die de Egyptenaren in de woestijn met allerlei plagen getroffen heeft?       8. Malheur à nous! Qui nous délivrera de la main de ce Dieu puissant ? C'est lui qui a frappé l'Égypte de toutes sortes de plaies au désert.  

King James Bible . [8] Woe unto us! who shall deliver us out of the hand of these mighty Gods? these are the Gods that smote the Egyptians with all the plagues in the wilderness.
Luther-Bibel . 8Wehe uns! Wer will uns erretten aus der Hand dieser mächtigen Götter? Das sind die Götter, die Ägypten schlugen mit allerlei Plage in der Wüste.

Tekstuitleg van

1 S 4,9 - 1 S 4,9 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [9] Wees moedig, Filistijnen, en gedraag u als mannen. Anders wordt u de slaven van de Hebreeën, zoals zij het van u zijn geweest. Wees mannen en verdedig u.’       9. Prenez courage et soyez virils, Philistins, pour n'être pas asservis aux Hébreux comme ils vous ont été asservis; soyez virils et combattez! »

King James Bible . [9] Be strong, and quit yourselves like men, O ye Philistines, that ye be not servants unto the Hebrews, as they have been to you: quit yourselves like men, and fight.
Luther-Bibel . 9So seid nun stark und seid Männer, ihr Philister, damit ihr nicht dienen müsst den Hebräern, wie sie euch gedient haben! Seid Männer und kämpft!

Tekstuitleg van

8. ka´äsjèr (zoals) < kë + ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (488) . Pentateuch (202) . Eerdere Profeten (68) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (56) . Dt (54) . 1 S (19) : (1) 1 S 1,24 . (2) 1 S 2,16 . (3) 1 S 2,35 . (4) 1 S 4,9 . (5) 1 S 6,6 . (6) 1 S 8,1 . (7) 1 S 8,6 . (8) 1 S 12,8 . (9) 1 S 15,33 . (10) 1 S 17,20 . (11) 1 S 20,13 . (12) 1 S 23,11 . (13) 1 S 24,2 . (14) 1 S 24,5 . (15) 1 S 24,14 . (16) 1 S 26,20 . (17) 1 S 26,24 . (18) 1 S 28,17 . (19) 1 S 28,18 .

1 S 4,10 - 1 S 4,10 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [10] De Filistijnen zetten de aanval in. De Israëlieten werden verslagen en vluchtten, ieder naar zijn eigen tent. Het was een zware nederlaag: dertigduizend man voetvolk van Israël sneuvelde;       10. Les Philistins livrèrent bataille, les Israélites furent battus et chacun s'enfuit à ses tentes; ce fut un très grand massacre et trente mille hommes de pied tombèrent du côté d'Israël.  

King James Bible . [10] And the Philistines fought, and Israel was smitten, and they fled every man into his tent: and there was a very great slaughter; for there fell of Israel thirty thousand footmen.
Luther-Bibel . 10Da zogen die Philister in den Kampf und Israel wurde geschlagen und ein jeder floh in sein Zelt. Und die Niederlage war sehr groß und es fielen aus Israel dreißigtausend Mann Fußvolk.

Tekstuitleg van

1 S 4,11 - 1 S 4,11 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [11] de ark van God werd buitgemaakt en de twee zonen van Eli, Chofni en Pinechas, vonden de dood.       11. L'arche de Dieu fut prise et les deux fils d'Éli moururent, Hophni et Pinhas.  

King James Bible . [11] And the ark of God was taken; and the two sons of Eli, Hophni and Phinehas, were slain.
Luther-Bibel . 11Und die Lade Gottes wurde weggenommen und die beiden Söhne Elis, Hofni und Pinhas, kamen um. Elis Tod

Tekstuitleg van

4. - 5. sjëne(j) bëne(j) (twee zonen van) . Tenakh (5) : (1) Gn 34,25 . (2) Lv 5,7 . (3) 1 S 1,3 . (4) 1 S 4,4 . (5) Zach 4,14 .

5. - 6. bëne(j) Eli (zonen van Eli) . Tenakh (3) : (1) 1 S 1,3 . (19) 1 S 4,4 . (20) 1 S 4,11 . ûbhëne(j) Eli (en zonen van Eli) . Tenakh (1) : 1 S 2,12 .

1 S 4,12 - 1 S 4,12 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [12] Een Benjaminiet snelde weg van het front en kwam nog diezelfde dag in Silo aan; zijn kleren waren gescheurd en zijn hoofd was met aarde bedekt.     12. Un homme de Benjamin courut hors des lignes et atteignit Silo le même jour, les vêtements déchirés et la tête couverte de poussière.

King James Bible . [12] And there ran a man of Benjamin out of the army, and came to Shiloh the same day with his clothes rent, and with earth upon his head.
Luther-Bibel . 12Da lief einer von Benjamin aus dem Heerlager und kam am selben Tage nach Silo und hatte seine Kleider zerrissen und Erde auf sein Haupt gestreut.

Tekstuitleg van

1 S 4,13 - 1 S 4,13 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [13] Bij zijn aankomst zat Eli op een stoel aan de kant van de weg, wachtend op bericht, want hij was ongerust over de ark van God. Toen de Benjaminiet in de stad aankwam en het nieuws vertelde, ging er een gejammer door de hele stad.     13. Lorsqu'il arriva, Éli était assis sur son siège, à côté de la porte, surveillant la route, car son cœur tremblait pour l'arche de Dieu. Cet homme donc vint apporter la nouvelle à la ville, et ce furent des cris dans toute la ville.  

King James Bible . [13] And when he came, lo, Eli sat upon a seat by the wayside watching: for his heart trembled for the ark of God. And when the man came into the city, and told it, all the city cried out.
Luther-Bibel . 13Und siehe, als er hinkam, saß Eli auf seinem Stuhl und gab Acht nach der Straße hin; denn sein Herz bangte um die Lade Gottes. Und als der Mann in die Stadt kam, tat er's kund und die ganze Stadt schrie auf.

Tekstuitleg van

1 S 4,14 - 1 S 4,14 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [14] Eli hoorde het en vroeg: ‘Wat is dat voor een gejammer?’ De man ging haastig naar Eli en vertelde hem het nieuws.       14. Éli entendit les cris et demanda : « Quelle est cette grande rumeur ? » L'homme se hâta et vint avertir Éli. -

King James Bible . [14] And when Eli heard the noise of the crying, he said, What meaneth the noise of this tumult? And the man came in hastily, and told Eli.
Luther-Bibel . 14Und als Eli das laute Schreien hörte, fragte er: Was ist das für ein großer Lärm? Da kam der Mann eilends und sagte es Eli.

Tekstuitleg van

1 S 4,15 - 1 S 4,15 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] Eli was achtennegentig jaar; zijn ogen stonden star en hij kon niet meer zien.       15. Celui-ci avait quatre-vingt-dix-huit ans, il avait le regard fixe et ne pouvait plus voir. - 

King James Bible . [15] Now Eli was ninety and eight years old; and his eyes were dim, that he could not see.
Luther-Bibel . 15Eli aber war achtundneunzig Jahre alt und seine Augen waren so schwach, dass er nicht mehr sehen konnte.

Tekstuitleg van

1 S 4,16 - 1 S 4,16 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -

Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [16] De man zei tegen Eli: ‘Ik kom van het front; ik ben vandaag van het front weggevlucht.’ Toen vroeg Eli: ‘Wat is er dan gebeurd, mijn zoon?’       16. L'homme dit à Éli : « J'arrive du camp, je me suis enfui des lignes aujourd'hui », et celui-ci demanda : « Que s'est-il passé, mon fils ? »  

King James Bible . [16] And the man said unto Eli, I am he that came out of the army, and I fled to day out of the army. And he said, What is there done, my son?
Luther-Bibel . 16Der Mann aber sprach zu Eli: Ich komme vom Heerlager und bin heute aus der Schlacht geflohen. Er aber sprach: Wie ist's gegangen, mein Sohn?

Tekstuitleg van

1 S 4,17 - 1 S 4,17 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [17] De boodschapper antwoordde: ‘De Israëlieten zijn voor de Filistijnen op de vlucht geslagen; het volk heeft een zware nederlaag geleden; ook uw twee zonen, Chofni en Pinechas, zijn gesneuveld, en de ark van God is buitgemaakt.’     17. Le messager répondit : « Israël a fui devant les Philistins, ce fut même une grande défaite pour l'armée, et encore tes deux fils sont morts, et l'arche de Dieu a été prise! »

King James Bible . [17] And the messenger answered and said, Israel is fled before the Philistines, and there hath been also a great slaughter among the people, and thy two sons also, Hophni and Phinehas, are dead, and the ark of God is taken.
Luther-Bibel . 17Da antwortete der Bote: Israel ist geflohen vor den Philistern und das Volk ist hart geschlagen und deine beiden Söhne, Hofni und Pinhas, sind tot; und die Lade Gottes ist weggenommen.

Tekstuitleg van

1 S 4,18 - 1 S 4,18 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [18] Nauwelijks had hij de ark van God genoemd of Eli viel achterover van zijn stoel bij de poort; oud en zwaar als hij was, brak hij zijn nek en stierf. Veertig jaar was hij rechter over Israël geweest.      18. A cette mention de l'arche de Dieu, Éli tomba de son siège à la renverse, en travers de la porte, sa nuque se brisa et il mourut, car l'homme était âgé et pesant. Il avait jugé Israël pendant quarante ans.  

King James Bible . [18] And it came to pass, when he made mention of the ark of God, that he fell from off the seat backward by the side of the gate, and his neck brake, and he died: for he was an old man, and heavy. And he had judged Israel forty years.
Luther-Bibel . 18Als er aber von der Lade Gottes sprach, fiel Eli rücklings vom Stuhl an der Tür und brach seinen Hals und starb, denn er war alt und ein schwerer Mann. Er richtete aber Israel vierzig Jahre.

Tekstuitleg van

1. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalwaarde van wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalwaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . Joz (59) . Re (47) . 1 S (58) . 2 S (43) . 1 K (78) . 2 K (54) . 1 S (58) . 1 S 4 (3) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 4,5 . (3) 1 S 4,18 . Bij het begin van een hoofdstuk in 1 S (7) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 6,1 . (3) 1 S 8,1 . (3) 1 S 9,1 . (4) 1 S 14,1 . (5) 1 S 18,1 . (6) 1 S 28,1 . (7) 1 S 30,1 .
ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . OT (1120) . Pentateuch (329) .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens .
Elk boek van de Eerdere Profeten begint met wajëhî (en hij was / en het was) : (1) Joz 1,1 . (2) Re 1,1 . (3) 1 S 1,1 . (4) 2 S 1,1 . (5) 1 K 1,1 . (6) 2 K 1,1 .

18. zâqen (oud, voornaam) . Taalgebruik in Tenakh : zâqen (oud, voornaam) . Tenakh (40) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (16) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (6) . Getalwaarde : zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 ; totaal : 40 of 157 . Structuur : 7 - 1 - 5 . 1 S (7) : (1) 1 S 2,22 . (2) 1 S 2,31 . (3) 1 S 2,32 . (4) 1 S 4,18 . (5) 1 S 8,1 . (6) 1 S 17,12 . (7) 1 S 28,14 .

1 S 4,19 - 1 S 4,19 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [19] Zijn schoondochter, de vrouw van Pinechas, was zwanger en kon elk ogenblik bevallen. Toen zij hoorde dat de ark van God was buitgemaakt en dat haar schoonvader en haar man waren gestorven, zetten de weeën in; zij kromp ineen en bracht haar kind ter wereld.       19. Or sa bru, la femme de Pinhas, était enceinte et sur le point d'accoucher. Dès qu'elle eut appris la nouvelle relative à la prise de l'arche de Dieu et à la mort de son beau-père et de son mari, elle s'accroupit et elle accoucha, car ses douleurs l'avaient assaillie. 

King James Bible . [19] And his daughter in law, Phinehas' wife, was with child, near to be delivered: and when she heard the tidings that the ark of God was taken, and that her father in law and her husband were dead, she bowed herself and travailed; for her pains came upon her.
Luther-Bibel . 19Seine Schwiegertochter aber, des Pinhas Frau, war schwanger und sollte bald gebären. Als sie davon hörte, dass die Lade Gottes weggenommen und ihr Schwiegervater und ihr Mann tot waren, kauerte sie sich nieder und gebar; denn ihre Wehen überfielen sie.

Tekstuitleg van

1 S 4,20 - 1 S 4,20 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [20] Toen zij stervende was, zeiden de vrouwen die om haar heen stonden: ‘Wees gerust, want je hebt het leven geschonken aan een zoon.’ Maar zij antwoordde niet en sloeg er zelfs geen acht op.      20. Comme elle était à la mort, celles qui l'assistaient lui dirent : « Aie confiance, c'est un fils que tu as enfanté! » mais elle ne répondit pas et n'y fit pas attention.  

King James Bible . [20] And about the time of her death the women that stood by her said unto her, Fear not; for thou hast born a son. But she answered not, neither did she regard it.
Luther-Bibel . 20Und als sie im Sterben lag, sprachen die Frauen, die um sie standen: Fürchte dich nicht, du hast einen Sohn geboren! Aber sie antwortete nicht und nahm's auch nicht mehr zu Herzen.

Tekstuitleg van

1 S 4,21 - 1 S 4,21 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [21] Zij noemde het kind Ikabod*. ‘Want’, zei ze, ‘de heerlijkheid is weg uit Israël.’ Ze bedoelde de ark van God die buitgemaakt was, en haar schoonvader en haar man.      21. Elle appela l'enfant Ikabod, disant : « La gloire a été bannie d'Israël », par allusion à la prise de l'arche de Dieu, et à son beau-père et son mari.  

King James Bible . [21] And she named the child I-chabod, saying, The glory is departed from Israel: because the ark of God was taken, and because of her father in law and her husband.
Luther-Bibel . 21Und sie nannte den Knaben Ikabod, das ist »Die Herrlichkeit ist hinweg aus Israel!« – weil die Lade Gottes weggenommen war, und wegen ihres Schwiegervaters und ihres Mannes.

Tekstuitleg van

1 S 4,22 - 1 S 4,22 : De Filistijnen maken de ark buit - 1 S 4 - 1 S 4,1-22 -- 1 S 4,1 - 1 S 4,2 - 1 S 4,3 - 1 S 4,4 - 1 S 4,5 - 1 S 4,6 - 1 S 4,7 - 1 S 4,8 - 1 S 4,9 - 1 S 4,10 - 1 S 4,11 - 1 S 4,12 - 1 S 4,13 - 1 S 4,14 - 1 S 4,15 - 1 S 4,16 - 1 S 4,17 - 1 S 4,18 - 1 S 4,19 - 1 S 4,20 - 1 S 4,21 - 1 S 4,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [22] Ze zei: ‘De heerlijkheid is weg uit Israël, want de ark van God is buitgemaakt.’      22. Elle dit : « La gloire a été bannie d'Israël, parce que l'arche de Dieu a été prise. »  

King James Bible . [22] And she said, The glory is departed from Israel: for the ark of God is taken.
Luther-Bibel . 22Darum sprach sie: Die Herrlichkeit ist hinweg aus Israel; denn die Lade Gottes ist weggenommen.

Tekstuitleg van