BIJBELBOEK EERSTE BOEK SAMUEL ZEVENDE HOOFDSTUK -- 1 S 7 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt08a07.htm -- http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=9&page=7 -

Overzicht van 1 S : - 1 S 1 - 1 S 2 - 1 S 3 - 1 S 4 - 1 S 5 - 1 S 6 - 1 S 7 - 1 S 8 - 1 S 9 - 1 S 10 - 1 S 11 - 1 S 12 - 1 S 13 - 1 S 14 - 1 S 15 - 1 S 16 - 1 S 17 - 1 S 18 - 1 S 19 - 1 S 20 - 1 S 21 - 1 S 22 - 1 S 23 - 1 S 24 - 1 S 25 - 1 S 26 - 1 S 27 - 1 S 28 - 1 S 29 - 1 S 30 - 1 S 31 -
Tekstuitleg per pericope :
Overzicht vers per vers : - 1 S 7,1 - 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 - 1 S 7,1 . 1 S 7,2 . 1 S 7,3 . 1 S 7,4 . 1 S 7,5 . 1 S 7,6 . 1 S 7,7 . 1 S 7,8 . 1 S 7,9 . 1 S 7,10 . 1 S 7,11 . 1 S 7,12 . 1 S 7,13 . 1 S 7,14 . 1 S 7,15 . 1 S 7,16 . 1 S 7,17 .

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht NT
: NT : overzicht , NT : taalgebruik - NT A - NT B - NT C - NT D - NT E - NT F - NT G - NT H - NT I - NT J - NT K - NT L - NT M - NT N - NT O - NT P - NT Q - NT R - NT S - NT T - NT U - NT V - NT W - NT X - NT Y - NT Z - NT : commentaar .


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
bijbelvertalingen Lexilogos   bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm    4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. http://naardensebijbel.nl/zoek.php .
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing  

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik


ALGEMEEN OVERZICHT
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken- bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën) -
1 S 7,1 - 1 S 7,1 : De terugkeer van de ark -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 6 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 6,1 - 1 S 6,2 - 1 S 6,3 - 1 S 6,4 - 1 S 6,5 - 1 S 6,6 - 1 S 6,7 - 1 S 6,8 - 1 S 6,9 - 1 S 6,10 - 1 S 6,11 - 1 S 6,12 - 1 S 6,13 - 1 S 6,14 - 1 S 6,15 - 1 S 6,16 - 1 S 6,17 - 1 S 6,18 - 1 S 6,19 - 1 S 6,20 - 1 S 6,21 -- 1 S 7,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7 1kai erchontai oi andres kariathiarim kai anagousin tèn kibôton diathèkès kuriou kai eisagousin autèn eis oikon aminadab ton en tô bounô kai ton eleazar uion autou ègiasan fulassein tèn kibôton diathèkès kuriou 1 venerunt ergo viri Cariathiarim et duxerunt arcam Domini et intulerunt eam in domum Abinadab in Gabaa Eleazarum autem filium eius sanctificaverunt ut custodiret arcam Domini   1 Toen kwamen de mannen van Kirjath-jearim, en haalden de ark des HEEREN op, en zij brachten ze in het huis van Abinadab, op den heuvel; en zij heiligden zijn zoon Eleazar, dat hij de ark des HEEREN bewaarde. 1] Toen kwamen de mannen van Kirjat-Jearim de ark halen en plaatsten haar in het huis van Abinadab, op de heuvel. Zijn zoon Elazar stelden ze aan om zorg te dragen voor de ark van de heer. Samuël als rechter [1] Er kwamen mensen uit Kirjat-Jearim om de ark op te halen. Ze brachten hem naar het huis van Abinadab, op de heuvel, en wijdden zijn zoon Elazar om zorg te dragen voor de ark van de HEER. Samuël spreekt het volk toe 7:1 Dan komen de mannen van Kirjat Jeariem en laten de ark van de Ene opklimmen en binnenkomen in het huis van Avinadav, op de heuvel; zijn zoon Elazar hebben ze geheiligd om de ark van de Ene te bewaken. • 1. Les gens de Qiryat-Yéarim vinrent et firent monter l'arche de Yahvé. Ils la conduisirent dans la maison d'Abinadab, sur la hauteur, et ils consacrèrent son fils Éléazar pour garder l'arche de Yahvé.

King James Bible . [1] And the men of Kirjath-jearim came, and fetched up the ark of the LORD, and brought it into the house of Abinadab in the hill, and sanctified Eleazar his son to keep the ark of the LORD.
Luther-Bibel . 71Da kamen die Leute von Kirjat-Jearim und holten die Lade des HERRN herauf und brachten sie ins Haus Abinadabs auf dem Hügel, und seinen Sohn Eleasar weihten sie, dass er über die Lade des HERRN wache. Samuels Richteramt

Tekstuitleg van 1 S 7,1 .

- 1 S 7,2-17 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -

1 S 7,2 - 1 S 7,2 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2kai egenèthè af' ès èmeras èn è kibôtos en kariathiarim eplèthunan ai èmerai kai egenonto eikosi etè kai epeblepsen pas oikos israèl opisô kuriou 2 et factum est ex qua die mansit arca in Cariathiarim multiplicati sunt dies erat quippe iam annus vicesimus et requievit omnis domus Israhel post Dominum   2 En het geschiedde, van dien dag af, dat de ark des Heeren te Kirjath-jearim bleef, en de dagen werden twintig jaren; en het ganse huis van Israël klaagde den HEERE achterna [2] Sinds de ark in Kirjat-Jearim een standplaats had gekregen, was er geruime tijd verlopen, wel twintig jaar. Toen heel het huis van Israël klagend om de heer riep, [2] Er verstreek geruime tijd vanaf de dag dat de ark naar Kirjat-Jearim was overgebracht, wel twintig jaar. Steeds meer Israëlieten klaagden hun nood bij de HEER. 1 Samuël 7:2 Het geschiedt: vanaf de dag dat de ark mag blijven in Kirjat Jeariem vermenigvuldigen zich de dagen: het worden er wel twintig jaar; dan achtervolgen allen van het huis van Israël de Ene met hun klachten. •• 2. Depuis le jour où l'arche fut installée à Qiryat-Yéarim un long temps s'écoula - vingt ans - et toute la maison d'Israël soupira après Yahvé.

King James Bible . [2] And it came to pass, while the ark abode in Kirjath-jearim, that the time was long; for it was twenty years: and all the house of Israel lamented after the LORD.
Luther-Bibel . 2Aber von dem Tage an, da die Lade des HERRN zu Kirjat-Jearim blieb, verging eine lange Zeit; es wurden zwanzig Jahre. Dann wandte sich das ganze Haus Israel zum HERRN.

Tekstuitleg van 1 S 7,2 .

1 S 7,3 - 1 S 7,3 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3kai eipen samouèl pros panta oikon israèl legôn ei en olè kardia umôn umeis epistrefete pros kurion perielete tous theous tous allotrious ek mesou umôn kai ta alsè kai etoimasate tas kardias umôn pros kurion kai douleusate autô monô kai exeleitai umas ek cheiros allofulôn 3 ait autem Samuhel ad universam domum Israhel dicens si in toto corde vestro revertimini ad Dominum auferte deos alienos de medio vestrum et Astharoth et praeparate corda vestra Domino et servite ei soli et eruet vos de manu Philisthim   .3 Toen sprak Samuël tot het ganse huis van Israël, zeggende: Indien gijlieden u met uw ganse hart tot den HEERE bekeert, zo doet de vreemde goden uit het midden van u weg, ook de Astharoths; en richt uw hart tot den HEERE, en dient Hem alleen, zo zal Hij u uit de hand der Filistijnen rukken [3] sprak Samuël: 'Als u met heel uw hart bij de heer terugkomt, als u de vreemde goden en de astarten wegdoet, als u zich met een oprecht hart tot de heer richt en Hem alleen dient, dan zal Hij u bevrijden uit de macht van de Filistijnen.' [3] Ten slotte sprak Samuël het volk als volgt toe: 'Als het u werkelijk ernst is terug te keren naar de HEER, doe dan de vreemde goden zoals Astarte weg en richt u met heel uw hart naar de HEER. Dien hem alleen, dan zal hij u bevrijden uit de greep van de Filistijnen.' 7:3 Samuël zegt,- tot heel het huis van Israël zegt hij: als ge met heel uw hart, gij allen, terugkeert tot de Ene, verwijdert dan de vreemde goden uit uw midden en de asjtartes; vestigt uw hart op de Ene en dient hem alleen, en hij zal u redden uit de hand van de Filistijnen! 3. Alors Samuel parla ainsi à toute la maison d'Israël : « Si c'est de tout votre cœur que vous revenez à Yahvé, écartez les dieux étrangers du milieu de vous, et les Astartés, fixez votre cœur en Yahvé et ne servez que lui : alors il vous délivrera de la main des Philistins. »

King James Bible . [3] And Samuel spake unto all the house of Israel, saying, If ye do return unto the LORD with all your hearts, then put away the strange gods and Ashtaroth from among you, and prepare your hearts unto the LORD, and serve him only: and he will deliver you out of the hand of the Philistines.
Luther-Bibel . 3Samuel aber sprach zum ganzen Hause Israel: Wenn ihr euch von ganzem Herzen zu dem HERRN bekehren wollt, so tut von euch die fremden Götter und die Astarten und richtet euer Herz zu dem HERRN und dient ihm allein, so wird er euch erretten aus der Hand der Philister.

Tekstuitleg van 1 S 7,3 .

1 S 7,4 - 1 S 7,4 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4kai perieilon oi uioi israèl tas baalim kai ta alsè astarôth kai edouleusan kuriô monô 4 abstulerunt ergo filii Israhel Baalim et Astharoth et servierunt Domino soli   .4 De kinderen Israëls nu deden de Baäls en de Astharoths weg, en zij dienden den HEERE alleen. [4] De Israëlieten deden daarop de baäls* en astarten weg en dienden uitsluitend de heer. [4] Dus deden de Israëlieten de Baäls en Astartes weg en dienden alleen nog de HEER. 7:4 Dan verwijderen de zonen van Israël de baäls en de asjtartes,- en dienen alleen de ENE. • 4. Les Israélites écartèrent donc les Baals et les Astartés et ne servirent que Yahvé.

King James Bible . [4] Then the children of Israel did put away Baalim and Ashtaroth, and served the LORD only.
Luther-Bibel . 4Da taten die Israeliten von sich die Baale und Astarten und dienten dem HERRN allein.

Tekstuitleg van 1 S 7,4 .

1 S 7,5 - 1 S 7,5 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5kai eipen samouèl athroisate panta israèl eis massèfath kai proseuxomai peri umôn pros kurion 5 dixit autem Samuhel congregate universum Israhel in Masphat ut orem pro vobis Dominum   5 Verder zeide Samuël: Vergadert het ganse Israël naar Mizpa, en ik zal den HEERE voor u bidden. [5] Toen zei Samuël: 'Laat heel Israël in Mispa bijeenkomen; dan zal ik voor u bidden tot de heer.' [5] Toen zei Samuël: 'Laat iedereen naar Mispa komen, dan zal ik voor u tot de HEER bidden.' 7:5 Samuël zegt: verzamelt heel Israël in Mitspa,- en ik zal voor u bidden tot de Ene! 5. Samuel dit : « Rassemblez tout Israël à Miçpa et je supplierai Yahvé pour vous. »

King James Bible . [5] And Samuel said, Gather all Israel to Mizpeh, and I will pray for you unto the LORD.
Luther-Bibel . 5Samuel aber sprach: Versammelt ganz Israel in Mizpa, dass ich für euch zum HERRN bete.

Tekstuitleg van 1 S 7,5 .

1 S 7,6 - 1 S 7,6 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6kai sunèchthèsan eis massèfath kai udreuontai udôr kai exechean enôpion kuriou epi tèn gèn kai enèsteusan en tè èmera ekeinè kai eipan èmartèkamen enôpion kuriou kai edikazen samouèl tous uious israèl eis massèfath 6 et convenerunt in Masphat hauseruntque aquam et effuderunt in conspectu Domini et ieiunaverunt in die illa et dixerunt ibi peccavimus Domino iudicavitque Samuhel filios Israhel in Masphat   6 En zij werden vergaderd te Mizpa, en zij schepten water, en goten het uit voor het aangezicht des HEEREN; en zij vastten te dien dage, en zeiden aldaar: Wij hebben tegen den HEERE gezondigd. Alzo richtte Samuël de kinderen Israëls te Mizpa. [6] Zij kwamen in Mispa bijeen, putten water, goten* het uit voor de heer en hielden een vastendag. Ze zeiden: 'Wij hebben tegen de heer gezondigd.' Zo trad Samuël in Mispa als rechter over Israël op. [6] Het hele volk kwam in Mispa bij elkaar. Ze putten water dat ze voor de HEER uitgoten, en vastten de hele dag. Ze erkenden: 'We hebben tegen de HEER gezondigd.' Zo gaf Samuël in Mispa richtlijnen aan de Israëlieten. 7:6 Ze verzamelen zich te Mitspa, scheppen water en vergieten dat voor het aanschijn van de Ene; ze vasten op die dag en zeggen daar: gezondigd hebben wij tegen de Ene! Zo houdt Samuël gericht over de zonen Israël in Mitspa. 6. Ils se rassemblèrent donc à Miçpa, ils puisèrent de l'eau qu'ils répandirent devant Yahvé, ils jeûnèrent ce jour-là et ils dirent : « Nous avons péché contre Yahvé. » Et Samuel jugea les Israélites à Miçpa.

King James Bible . [6] And they gathered together to Mizpeh, and drew water, and poured it out before the LORD, and fasted on that day, and said there, We have sinned against the LORD. And Samuel judged the children of Israel in Mizpeh.
Luther-Bibel . 6Und sie kamen zusammen in Mizpa und schöpften Wasser und gossen es aus vor dem HERRN und fasteten an demselben Tage und sprachen dort: Wir haben an dem HERRN gesündigt. So richtete Samuel die Israeliten zu Mizpa.

Tekstuitleg van 1 S 7,6 .

15. wajjisjëpot (en hij richtte) < verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. sjâphat (richten, rechtspreken, beslissen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâphat (richten, rechtspreken, beslissen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 , tet = 9 ; totaal : 47 OF 389 (priemgetal) . Tenakh (14) : (1) Gn 19,9 . (2) Ex 5,21 . (3) Re 3,10 (Otniël) . (4) Re 10,2 (Tola) . (5) Re 10,3 (Jaïer) . (6) Re 12,7 (Jefta) . (7) Re 12,8 (1ste maal Ivtsan) . (8) Re 12,9 (2de maal Ivtsan) . (9) Re 12,11 (2X Elon) . (10) Re 12,13 (1ste maal Avdon) . (11) Re 12,14 (2de maal Avdon) . (12) Re 15,20 (1ste maal Simson) . (13) 1 S 7,6 (1ste maal Samuël) . (14) 1 S 7,15 (2de maal Samuël) . In 10 verzen in Re . In 7 verzen staat wajjisjëpot (hij richtte) op de 1ste plaats in het vers : (1) Re 10,2 . (2) Re 12,7 . (3) Re 12,8 . (4) Re 12,11 . (5) Re 12,13 . (6) Re 15,20 . (7) 1 S 7,15 .
Een vorm van sjâphat (richten, rechtspreken, beslissen) in Re in 13 verzen (14X) . (1) Re 4,4 : sjophëtâh (zij is richtende) ´èth jishërâ´el (Israël) nl. Debora . (2) Re 11,27 : jisjëpot JHWH (JHWH richtte) . (3) Re 16,31 : sjâphat ´èth jishërâ´el (hij richtte Israël) ; een eerste vermelding van Simson die richtte staat in Re 15,20 . Van de 13 verzen (14X) in Re gaat het in 12 verzen (13X) over een 'richter' .
In Re 12,11 wordt 2X gezegd dat Elon Israël richtte . 2X Avdon in Re 12,13 en Re 12,14 . Ook 2X Simson in Re 15,20 en Re 16,31 . In totaal wordt in Re over 9 personen gezegd dat zij richtten . In 1 S wordt wajjisjëpot (en hij richtte) 2X vermeld , maar het gaat telkens om Samuël . In Re en 1 S worden 10 personen genoemd die richtten . Over Ehud , Samgar , Gideon , ( Abimelek) wordt niet gezegd dat zij richtten .

1 S 7,7 - 1 S 7,7 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7kai èkousan oi allofuloi oti sunèthroisthèsan pantes oi uioi israèl eis massèfath kai anebèsan satrapai allofulôn epi israèl kai akouousin oi uioi israèl kai efobèthèsan apo prosôpou allofulôn 7 et audierunt Philisthim quod congregati essent filii Israhel in Masphat et ascenderunt satrapae Philisthinorum ad Israhel quod cum audissent filii Israhel timuerunt a facie Philisthinorum   7 Toen de Filistijnen hoorden, dat de kinderen Israëls zich vergaderd hadden te Mizpa, zo kwamen de oversten der Filistijnen op tegen Israël. Als de kinderen Israëls dat hoorden, zo vreesden zij voor het aangezicht der Filistijnen. [7] De stadsvorsten van de Filistijnen hoorden dat de Israëlieten in Mispa bijeengekomen waren en trokken tegen hen op. Toen de Israëlieten dit hoorden, werden ze bang voor de Filistijnen [7] Toen de Filistijnse stadsvorsten vernamen dat de Israëlieten in Mispa bijeen waren gekomen, trokken ze op naar Israël. De Israëlieten hoorden hiervan en werden bang. 7:7 Als de Filistijnen horen dat de zonen Israël zich verzameld hebben in Mitspa, klimmen de tirannen der Filistijnen op naar Israël; de zonen Israël horen dat en worden bevreesd voor het aanschijn van de Filistijnen. 7. Lorsque les Philistins surent que les Israélites s'étaient rassemblés à Miçpa, les princes des Philistins montèrent à l'attaque d'Israël. Les Israélites l'apprirent et ils eurent peur des Philistins.

King James Bible . [7] And when the Philistines heard that the children of Israel were gathered together to Mizpeh, the lords of the Philistines went up against Israel. And when the children of Israel heard it, they were afraid of the Philistines.
Luther-Bibel . 7Als aber die Philister hörten, dass die Israeliten zusammengekommen waren in Mizpa, zogen die Fürsten der Philister hinauf gegen Israel. Und die Israeliten hörten es und fürchteten sich vor den Philistern.

Tekstuitleg van 1 S 7,7 .

1 S 7,8 - 1 S 7,8 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8kai eipan oi uioi israèl pros samouèl mè parasiôpèsès af' èmôn tou mè boan pros kurion theon sou kai sôsei èmas ek cheiros allofulôn 8 dixeruntque ad Samuhel ne cesses pro nobis clamare ad Dominum Deum nostrum ut salvet nos de manu Philisthinorum   8 En de kinderen Israëls zeiden tot Samuël: Zwijg niet van onzentwege, dat gij niet zoudt roepen tot den HEERE, onzen God, opdat Hij ons verlosse uit de hand der Filistijnen. [8] en zeiden tegen Samuël: 'Laat ons niet in de steek en roep tot de heer onze God, dat Hij ons uit de macht van de Filistijnen redt.' [8] Ze zeiden tegen Samuël: 'Laat ons niet in de steek en roep voor ons de HEER, onze God, te hulp, opdat hij ons redt uit de greep van de Filistijnen.' 7:8 De zonen Israël zeggen tot Samuël: zwijg niet als je voor ons schreeuwt tot de Ene, onze God, dat hij ons zal bevrijden uit de hand van de Filistijnen! 8. Ils dirent à Samuel : « Ne cesse pas d'invoquer Yahvé notre Dieu, pour qu'il nous délivre de la main des Philistins. »

King James Bible . [8] And the children of Israel said to Samuel, Cease not to cry unto the LORD our God for us, that he will save us out of the hand of the Philistines.
Luther-Bibel . 8Und sie sprachen zu Samuel: Lass nicht ab, für uns zu schreien zu dem HERRN, unserm Gott, dass er uns helfe aus der Hand der Philister.

Tekstuitleg van 1 S 7,8 .

1 S 7,9 - 1 S 7,9 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9kai elaben samouèl arna galathènon ena kai anènegken auton olokautôsin sun panti tô laô tô kuriô kai eboèsen samouèl pros kurion peri israèl kai epèkousen autou kurios 9 tulit autem Samuhel agnum lactantem unum et obtulit illum holocaustum integrum Domino et clamavit Samuhel ad Dominum pro Israhel et exaudivit eum Dominus   9 Toen nam Samuël een melklam, en hij offerde het geheel den HEERE ten brandoffer; en Samuël riep tot den HEERE voor Israël; en de HEERE verhoorde hem. [9] Samuël nam toen een jong lammetje en offerde het helemaal als brandoffer aan de heer. Samuël riep voor Israël tot de heer. En de heer verhoorde hem. [9] Samuël nam een lammetje en droeg het in zijn geheel als brandoffer aan de HEER op. Hij riep de HEER om hulp voor Israël, en de HEER verhoorde hem. 7:9 Dan neemt Samuël één melklam en laat dat in rook opgaan als een algehele opgangsgave aan de Ene; Samuël schreeuwt tot de Ene voor Israël en de Ene geeft hem antwoord. 9. Samuel prit un agneau de lait et l'offrit en holocauste complet à Yahvé, il invoqua Yahvé pour Israël et Yahvé l'exauça.

King James Bible . [9] And Samuel took a sucking lamb, and offered it for a burnt offering wholly unto the LORD: and Samuel cried unto the LORD for Israel; and the LORD heard him.
Luther-Bibel . 9Samuel nahm ein Milchlamm und opferte dem HERRN ein Brandopfer – als Ganzopfer – und schrie zum HERRN für Israel und der HERR erhörte ihn.

Tekstuitleg van 1 S 7,9 .

1 S 7,10 - 1 S 7,10 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10kai èn samouèl anaferôn tèn olokautôsin kai allofuloi prosègon eis polemon epi israèl kai ebrontèsen kurios en fônè megalè en tè èmera ekeinè epi tous allofulous kai sunechuthèsan kai eptaisan enôpion israèl 10 factum est ergo cum Samuhel offerret holocaustum Philistheos inire proelium contra Israhel intonuit autem Dominus fragore magno in die illa super Philisthim et exterruit eos et caesi sunt a filiis Israhel   10 En het geschiedde, toen Samuël dat brandoffer offerde, zo kwamen de Filistijnen aan ten strijde tegen Israël; en de HEERE donderde te dien dage met een groten donder over de Filistijnen, en Hij verschrikte hen, zodat zij verslagen werden voor het aangezicht van Israël. [10] Terwijl Samuël het brandoffer opdroeg, naderden de Filistijnen om de Israëlieten aan te vallen. Maar de heer liet die dag met machtig geluid de donder rollen over de Filistijnen en Hij bracht hen zo in paniek dat zij tegen de Israëlieten de nederlaag leden. [10] Terwijl Samuël nog met het offer bezig was, kwamen de Filistijnen er al aan om Israël aan te vallen. Maar toen donderde de HEER met luide stem tegen de Filistijnen en zaaide zo veel verwarring dat ze tegen Israël wel het onderspit moesten delven. 7:10 Het geschiedt terwijl Samuël de opgangsgave doet opgaan dat de Filistijnen nadergetreden zijn voor de strijd met Israël; maar de Ene laat het op die dag met groot geluid boven de Filistijnen donderen en brengt ze in verwarring; ze worden voor Israëls aanschijn neergestoten. 10. Pendant que Samuel offrait l'holocauste, les Philistins engagèrent le combat contre Israël, mais Yahvé, ce jour-là, tonna à grand fracas sur les Philistins, il les frappa de panique et ils furent battus devant Israël.

King James Bible . [10] And as Samuel was offering up the burnt offering, the Philistines drew near to battle against Israel: but the LORD thundered with a great thunder on that day upon the Philistines, and discomfited them; and they were smitten before Israel.
Luther-Bibel . 10Und während Samuel das Brandopfer opferte, kamen die Philister heran zum Kampf gegen Israel. Aber der HERR ließ donnern mit großem Schall über die Philister am selben Tage und schreckte sie, dass sie vor Israel geschlagen wurden.

Tekstuitleg van 1 S 7,10 .

1 S 7,11 - 1 S 7,11 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11kai exèlthan andres israèl ek massèfath kai katediôxan tous allofulous kai epataxan autous eôs upokatô tou baithchor 11 egressique viri Israhel de Masphat persecuti sunt Philistheos et percusserunt eos usque ad locum qui erat subter Bethchar   11 En de mannen van Israël togen uit van Mizpa, en vervolgden de Filistijnen, en zij sloegen hen tot onder Beth-kar. [11] De Israëlieten trokken vanuit Mispa de Filistijnen achterna en dreven hen onder zware verliezen tot beneden Bet-Kar terug. [11] De Israëlieten zetten vanuit Mispa de achtervolging in en dreven hen terug tot onder Bet-Kar. 7:11 Dan trekken de mannen van Israël uit Mitspa naar buiten en achtervolgen de Filistijnen; ze slaan op hen in tot onder Bet Kar. 11. Les gens d'Israël sortirent de Miçpa et poursuivirent les Philistins, et ils les battirent jusqu'en dessous de Bet-Kar.

King James Bible . [11] And the men of Israel went out of Mizpeh, and pursued the Philistines, and smote them, until they came under Beth-car.
Luther-Bibel . 11Da zogen die Männer Israels aus von Mizpa und jagten den Philistern nach und schlugen sie bis unterhalb von Bet-Kar.

Tekstuitleg van 1 S 7,11 .

1 S 7,12 - 1 S 7,12 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12kai elaben samouèl lithon ena kai estèsen auton ana meson massèfath kai ana meson tès palaias kai ekalesen to onoma autou abenezer lithos tou boèthou kai eipen eôs entautha eboèthèsen èmin kurios 12 tulit autem Samuhel lapidem unum et posuit eum inter Masphat et inter Sen et vocavit nomen eius lapis Adiutorii dixitque hucusque auxiliatus est nobis Dominus   12 Samuël nu nam een steen, en stelde dien tussen Mizpa en tussen Sen, en hij noemde diens naam Eben-haezer; en hij zeide: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen. [12] Toen richtte Samuël tussen Mispa en Sen een steen op, gaf die de naam Eben-Haëzer en verklaarde: 'Tot hier heeft de heer ons geholpen.' [12] Na afloop plaatste Samuël tussen Mispa en Sen een steen en noemde die Eben-Haëzer. 'Want,' verklaarde hij, 'tot hier toe heeft de HEER ons geholpen.' 7:12 Samuël neemt een steen uit één stuk, zet die neer tussen Mitspa en Hasjeen,- de tand, en roept als naam voor haar uit Even Haëzer,- Steen der Hulpe; hij zegt: tot hiertoe heeft de Ene ons geholpen! 12. Alors Samuel prit une pierre et la dressa entre Miçpa et La Dent, et il lui donna le nom d'Ében-ha-Ézèr, en disant : « C'est jusqu'ici que Yahvé nous a secourus. »

King James Bible . [12] Then Samuel took a stone, and set it between Mizpeh and Shen, and called the name of it Eben-ezer, saying, Hitherto hath the LORD helped us.
Luther-Bibel . 12Da nahm Samuel einen Stein und stellte ihn auf zwischen Mizpa und Schen und nannte ihn »Eben-Eser«A und sprach: Bis hierher hat uns der HERR geholfen.

Tekstuitleg van 1 S 7,12 .

1 S 7,13 - 1 S 7,13 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13kai etapeinôsen kurios tous allofulous kai ou prosethento eti proselthein eis orion israèl kai egenèthè cheir kuriou epi tous allofulous pasas tas èmeras tou samouèl 13 et humiliati sunt Philisthim nec adposuerunt ultra ut venirent in terminos Israhel facta est itaque manus Domini super Philistheos cunctis diebus Samuhel   13 Alzo werden de Filistijnen vernederd, en kwamen niet meer in de landpalen van Israël; want de hand des HEEREN was tegen de Filistijnen al de dagen van Samuël. [13] Zo werden de Filistijnen vernederd; zij vielen het grondgebied van Israël niet meer aan. En zo lang Samuël leefde, bleef de hand van de heer op de Filistijnen drukken. [13] De Filistijnen moesten zich gewonnen geven en waagden het niet nog eens op het grondgebied van Israël te komen. Zo lang Samuël leefde, hield de HEER de Filistijnen in bedwang. 7:13 Zo worden de Filistijnen vernederd en zijn ze niet meer doorgegaan om in het gebied van Israël te komen; de hand van de Ene drukt op de Filistijnen al Samuëls dagen. 13. Les Philistins furent abaissés. Ils ne revinrent plus sur le territoire d'Israël et la main de Yahvé pesa sur les Philistins pendant toute la vie de Samuel.

King James Bible . [13] So the Philistines were subdued, and they came no more into the coast of Israel: and the hand of the LORD was against the Philistines all the days of Samuel.
Luther-Bibel . 13So wurden die Philister gedemütigt und kamen nicht mehr in das Gebiet Israels. Und die Hand des HERRN lag schwer auf den Philistern, solange Samuel lebte.

Tekstuitleg van 1 S 7,13 .

1 S 7,14 - 1 S 7,14 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14kai apedothèsan ai poleis as elabon oi allofuloi para tôn uiôn israèl kai apedôkan autas tô israèl apo askalônos eôs azob kai to orion israèl afeilanto ek cheiros allofulôn kai èn eirènè ana meson israèl kai ana meson tou amorraiou 14 et redditae sunt urbes quas tulerant Philisthim ab Israhel Israheli ab Accaron usque Geth et terminos suos liberavit Israhel de manu Philisthinorum eratque pax inter Israhel et Amorreum   14 En de steden, welke de Filistijnen van Israël genomen hadden kwamen weder aan Israël, van Ekron tot Gath toe; ook rukte Israël derzelver landpale uit de hand der Filistijnen; en er was vrede tussen Israël en tussen de Amorieten. [14] Van Ekron tot Gat kwamen alle steden die de Filistijnen op Israël veroverd hadden, bij Israël terug, en de Israëlieten bevrijdden het gebied van die steden uit de macht van de Filistijnen. Er was ook vrede tussen de Israëlieten en de Amorieten. [14] Het hele gebied van Ekron tot Gat werd door Israël op de Filistijnen heroverd, en ook met de Amorieten was er vrede. 7:14 De steden die de Filistijnen van Israël hebben weggenomen keren naar Israël terug, van Ekron tot Gat,- en het gebied dat bij hen hoort heeft Israël ontrukt aan de hand der Filistijnen; ook wordt het vrede tussen Israël en de Amoriet. 14. Les villes que les Philistins avaient prises à Israël lui firent retour depuis Éqrôn jusqu'à Gat, et Israël délivra leur territoire de la main des Philistins. Il y eut paix entre Israël et les Amorites.

King James Bible . [14] And the cities which the Philistines had taken from Israel were restored to Israel, from Ekron even unto Gath; and the coasts thereof did Israel deliver out of the hands of the Philistines. And there was peace between Israel and the Amorites.
Luther-Bibel . 14Auch eroberte Israel die Städte zurück, die die Philister ihnen genommen hatten, von Ekron bis Gat samt ihrem Gebiet; die errettete Israel aus der Hand der Philister. Und Israel hatte Frieden mit den Amoritern.

Tekstuitleg van 1 S 7,14 .

1 S 7,15 - 1 S 7,15 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15kai edikazen samouèl ton israèl pasas tas èmeras tès zôès autou 15 iudicabat quoque Samuhel Israhel cunctis diebus vitae suae   15 Samuël nu richtte Israël al de dagen zijns levens. [15] Samuël bleef rechter over Israël zo lang hij leefde. [15] Tot het einde van zijn leven bleef Samuël rechter over Israël. 7:15 Zo richt Samuël Israël al de dagen van zijn leven. 15. Samuel jugea Israël pendant toute sa vie.

King James Bible . [15] And Samuel judged Israel all the days of his life.
Luther-Bibel . 15Samuel aber richtete Israel sein Leben lang

Tekstuitleg van 1 S 7,15 .

1. wajjisjëpot (en hij richtte) < verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. sjâphat (richten, rechtspreken, beslissen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâphat (richten, rechtspreken, beslissen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 , tet = 9 ; totaal : 47 OF 389 (priemgetal) . Tenakh (14) : (1) Gn 19,9 . (2) Ex 5,21 . (3) Re 3,10 (Otniël) . (4) Re 10,2 (Tola) . (5) Re 10,3 (Jaïer) . (6) Re 12,7 (Jefta) . (7) Re 12,8 (1ste maal Ivtsan) . (8) Re 12,9 (2de maal Ivtsan) . (9) Re 12,11 (2X Elon) . (10) Re 12,13 (1ste maal Avdon) . (11) Re 12,14 (2de maal Avdon) . (12) Re 15,20 (1ste maal Simson) . (13) 1 S 7,6 (1ste maal Samuël) . (14) 1 S 7,15 (2de maal Samuël) . In 10 verzen in Re . In 7 verzen staat wajjisjëpot (hij richtte) op de 1ste plaats in het vers : (1) Re 10,2 . (2) Re 12,7 . (3) Re 12,8 . (4) Re 12,11 . (5) Re 12,13 . (6) Re 15,20 . (7) 1 S 7,15 .
Een vorm van sjâphat (richten, rechtspreken, beslissen) in Re in 13 verzen (14X) . (1) Re 4,4 : sjophëtâh (zij is richtende) ´èth jishërâ´el (Israël) nl. Debora . (2) Re 11,27 : jisjëpot JHWH (JHWH richtte) . (3) Re 16,31 : sjâphat ´èth jishërâ´el (hij richtte Israël) ; een eerste vermelding van Simson die richtte staat in Re 15,20 . Van de 13 verzen (14X) in Re gaat het in 12 verzen (13X) over een 'richter' .
In Re 12,11 wordt 2X gezegd dat Elon Israël richtte . 2X Avdon in Re 12,13 en Re 12,14 . Ook 2X Simson in Re 15,20 en Re 16,31 . In totaal wordt in Re over 9 personen gezegd dat zij richtten . In 1 S wordt wajjisjëpot (en hij richtte) 2X vermeld , maar het gaat telkens om Samuël . In Re en 1 S worden 10 personen genoemd die richtten . Over Ehud , Samgar , Gideon , ( Abimelek) wordt niet gezegd dat zij richtten .

1 S 7,16 - 1 S 7,16 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16kai eporeueto kat' eniauton eniauton kai ekuklou baithèl kai tèn galgala kai tèn massèfath kai edikazen ton israèl en pasi tois ègiasmenois toutois 16 et ibat per singulos annos circumiens Bethel et Galgal et Masphat et iudicabat Israhelem in supradictis locis   16 En hij toog van jaar tot jaar, en ging rondom naar Beth-el, en Gilgal, en Mizpa; en hij richtte Israël in al die plaatsen. [16] Elk jaar maakte hij een rondreis langs Betel, Gilgal en Mispa en trad in al deze plaatsen op als rechter over Israël. [16] Hij maakte jaarlijks een rondreis langs Betel, Gilgal en Mispa en gaf daar zijn richtlijnen aan het volk. 7:16 Hij ging telkens van jaar tot jaar rond langs Bet El, Gilgal en Mitspa,- en richtte Israël in al deze plaatsen. 16. Il allait chaque année faire une tournée par Béthel, Gilgal, Miçpa, et il jugeait Israël en tous ces endroits.

King James Bible . [16] And he went from year to year in circuit to Bethel, and Gilgal, and Mizpeh, and judged Israel in all those places.
Luther-Bibel . 16und zog Jahr für Jahr umher und kam nach Bethel und Gilgal und Mizpa. Und wenn er Israel an allen diesen Orten gerichtet hatte,

Tekstuitleg van 1 S 7,16 .

1 S 7,17 - 1 S 7,17 : Samuël als rechter - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 7 -- 1 S 6,1-7,1 -- 1 S 7,2-17 -- 1 S 7,2 - 1 S 7,3 - 1 S 7,4 - 1 S 7,5 - 1 S 7,6 - 1 S 7,7 - 1 S 7,8 - 1 S 7,9 - 1 S 7,10 - 1 S 7,11 - 1 S 7,12 - 1 S 7,13 - 1 S 7,14 - 1 S 7,15 - 1 S 7,16 - 1 S 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17è de apostrofè autou eis armathaim oti ekei èn o oikos autou kai edikazen ekei ton israèl kai ôkodomèsen ekei thusiastèrion tô kuriô 17 revertebaturque in Ramatha ibi enim erat domus eius et ibi iudicabat Israhelem aedificavit etiam ibi altare Domino   17 Doch hij keerde weder naar Rama; want daar was zijn huis, en daar richtte hij Israël; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar. [17] Dan keerde hij terug naar Rama, waar zijn huis stond. Ook daar trad hij op als rechter over Israël en hij bouwde daar een altaar voor de heer. [17] Dan keerde hij weer terug naar zijn woonplaats Rama, van waaruit hij Israël bestuurde en waar hij een altaar had gebouwd voor de HEER. 7:17 Maar zijn terugkeer was dan naar Rama, want daar was zijn huis, en daar richtte hij Israël gewoonlijk; daar heeft hij voor de Ene een altaar gebouwd. • 17. Puis il revenait à Rama, car c'est là qu'il avait sa maison et qu'il jugeait Israël. Il y construisit un autel à Yahvé.

King James Bible . [17] And his return was to Ramah; for there was his house; and there he judged Israel; and there he built an altar unto the LORD.
Luther-Bibel . 17kam er wieder nach Rama – denn da war sein Haus – und dort richtete er Israel. Auch baute er dort dem HERRN einen Altar.

Tekstuitleg van 1 S 7,17 .

10. - 12. וַיִּבֶן שָׁם מִזְבֵחַ = wajjibhèn sjâm mizëbeach (en hij bouwde daar een altaar) . Tenakh (6) : (1) Gn 12,7 (Abram te Sichem) . (2) Gn 12,8 (Abram tussen Betel en Ai) . (3) Gn 13,18 (Abram te Hebron) . (4) Gn 26,25 (Isaak te Berseba) . (5) Gn 35,7 (Jakob te Betel) . (6) 1 S 7,17 (Samuël te Rama) .

10. - 13. וַיִּבֶן שָׁם מִזְבֵחַ לַיהוה = wajjibhèn sjâm mizëbeach laJHWH (en hij bouwde daar een altaar voor de Heer) . Tenakh (4) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 12,8 . (3) Gn 13,18 . (4) 1 S 7,17 .


SEPTUAGINTA

7 1kai erchontai oi andres kariathiarim kai anagousin tèn kibôton diathèkès kuriou kai eisagousin autèn eis oikon aminadab ton en tô bounô kai ton eleazar uion autou ègiasan fulassein tèn kibôton diathèkès kuriou2kai egenèthè af' ès èmeras èn è kibôtos en kariathiarim eplèthunan ai èmerai kai egenonto eikosi etè kai epeblepsen pas oikos israèl opisô kuriou3kai eipen samouèl pros panta oikon israèl legôn ei en olè kardia umôn umeis epistrefete pros kurion perielete tous theous tous allotrious ek mesou umôn kai ta alsè kai etoimasate tas kardias umôn pros kurion kai douleusate autô monô kai exeleitai umas ek cheiros allofulôn4kai perieilon oi uioi israèl tas baalim kai ta alsè astarôth kai edouleusan kuriô monô5kai eipen samouèl athroisate panta israèl eis massèfath kai proseuxomai peri umôn pros kurion6kai sunèchthèsan eis massèfath kai udreuontai udôr kai exechean enôpion kuriou epi tèn gèn kai enèsteusan en tè èmera ekeinè kai eipan èmartèkamen enôpion kuriou kai edikazen samouèl tous uious israèl eis massèfath7kai èkousan oi allofuloi oti sunèthroisthèsan pantes oi uioi israèl eis massèfath kai anebèsan satrapai allofulôn epi israèl kai akouousin oi uioi israèl kai efobèthèsan apo prosôpou allofulôn8kai eipan oi uioi israèl pros samouèl mè parasiôpèsès af' èmôn tou mè boan pros kurion theon sou kai sôsei èmas ek cheiros allofulôn9kai elaben samouèl arna galathènon ena kai anènegken auton olokautôsin sun panti tô laô tô kuriô kai eboèsen samouèl pros kurion peri israèl kai epèkousen autou kurios10kai èn samouèl anaferôn tèn olokautôsin kai allofuloi prosègon eis polemon epi israèl kai ebrontèsen kurios en fônè megalè en tè èmera ekeinè epi tous allofulous kai sunechuthèsan kai eptaisan enôpion israèl11kai exèlthan andres israèl ek massèfath kai katediôxan tous allofulous kai epataxan autous eôs upokatô tou baithchor12kai elaben samouèl lithon ena kai estèsen auton ana meson massèfath kai ana meson tès palaias kai ekalesen to onoma autou abenezer lithos tou boèthou kai eipen eôs entautha eboèthèsen èmin kurios13kai etapeinôsen kurios tous allofulous kai ou prosethento eti proselthein eis orion israèl kai egenèthè cheir kuriou epi tous allofulous pasas tas èmeras tou samouèl14kai apedothèsan ai poleis as elabon oi allofuloi para tôn uiôn israèl kai apedôkan autas tô israèl apo askalônos eôs azob kai to orion israèl afeilanto ek cheiros allofulôn kai èn eirènè ana meson israèl kai ana meson tou amorraiou15kai edikazen samouèl ton israèl pasas tas èmeras tès zôès autou16kai eporeueto kat' eniauton eniauton kai ekuklou baithèl kai tèn galgala kai tèn massèfath kai edikazen ton israèl en pasi tois ègiasmenois toutois17è de apostrofè autou eis armathaim oti ekei èn o oikos autou kai edikazen ekei ton israèl kai ôkodomèsen ekei thusiastèrion tô kuriô

- http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=9&page=7

ΚΑΙ ἔρχονται οἱ ἄνδρες Καριαθιαρὶμ καὶ ἀνάγουσι τὴν κιβωτὸν διαθήκης Κυρίου καὶ εἰσάγουσιν αὐτὴν εἰς οἶκον ᾿Αμιναδὰβ τὸν ἐν τῷ βουνῷ· καὶ τὸν ᾿Ελεάζαρ τὸν υἱὸν αὐτοῦ ἡγίασαν φυλάσσειν τὴν κιβωτὸν διαθήκης Κυρίου. 2 Καὶ ἐγενήθη ἀφ᾿ ἦς ἡμέρας ἧν ἡ κιβωτὸς ἐν Καριαθιαρίμ, ἐπλήθυναν αἱ ἡμέραι καὶ ἐγένετο εἴκοσι ἔτη, καὶ ἐπέβλεψε πᾶς οἶκος ᾿Ισραὴλ ὀπίσω Κυρίου. 3 καὶ εἶπε Σαμουὴλ πρὸς πάντα οἶκον ᾿Ισραὴλ λέγων· εἰ ἐν ὅλῃ καρδίᾳ ὑμῶν ὑμεῖς ἐπιστρέφετε πρὸς Κύριον, περιέλετε θεοὺς ἀλλοτρίους ἐκ μέσου ὑμῶν καὶ τὰ ἄλση καὶ ἑτοιμάσατε τὰς καρδίας ὑμῶν πρὸς Κύριον καὶ δουλεύσατε αὐτῷ μόνῳ, καὶ ἐξελεῖται ὑμᾶς ἐκ χειρὸς ἀλλοφύλων. 4 καὶ περιεῖλον οἱ υἱοὶ ᾿Ισραὴλ τὰς Βααλὶμ καὶ τὰ ἄλση ᾿Ασταρὼθ καὶ ἐδούλευσαν Κυρίῳ μόνῳ. 5 καὶ εἶπε Σαμουήλ· ἀθροίσατε πάντα ᾿Ισραὴλ εἰς Μασσηφάθ, καὶ προσεύξομαι περὶ ὑμῶν πρὸς Κύριον. 6 καὶ συνήχθησαν εἰς Μασσηφὰθ καὶ ὑδρεύονται ὕδωρ καὶ ἐξέχεαν ἐνώπιον Κυρίου ἐπὶ τὴν γῆν. καὶ ἐνήστευσαν ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ καὶ εἶπαν· ἡμαρτήκαμεν ἐνώπιον Κυρίου· καὶ ἐδίκαζε Σαμουὴλ τοὺς υἱοὺς ᾿Ισραὴλ εἰς Μασσηφάθ. 7 καὶ ἤκουσαν οἱ ἀλλόφυλοι ὅτι συνηθροίσθησαν πάντες οἱ υἱοὶ ᾿Ισραὴλ εἰς Μασσηφάθ, καὶ ἀνέβησαν σατράπαι ἀλλοφύλων ἐπὶ ᾿Ισραήλ· καὶ ἀκούουσιν οἱ υἱοὶ ᾿Ισραὴλ καὶ ἐφοβήθησαν ἀπὸ προσώπου ἀλλοφύλων. 8 καὶ εἶπαν οἱ υἱοὶ ᾿Ισραὴλ πρὸς Σαμουήλ· μὴ παρασιωπήσῃς ἀφ᾿ ἡμῶν τοῦ μὴ βοᾶν πρὸς Κύριον Θεόν σου, καὶ σώσει ἡμᾶς ἐκ χειρὸς ἀλλοφύλων. 9 καὶ ἔλαβε Σαμουὴλ ἄρνα γαλαθηνὸν ἕνα, καὶ ἀνήνεγκεν αὐτὸν ὁλοκαύτωσιν σὺν παντὶ τῷ λαῷ τῷ Κυρίῳ. καὶ ἐβόησε Σαμουὴλ πρὸς Κύριον περὶ ᾿Ισραήλ, καὶ ἐπήκουσεν αὐτοῦ Κύριος. 10 καὶ ἦν Σαμουὴλ ἀναφέρων τὴν ὁλοκαύτωσιν, καὶ ἀλλόφυλοι προσῆγον εἰς πόλεμον ἐπὶ ᾿Ισραήλ. καὶ ἐβρόντησε Κύριος ἐν φωνῇ μεγάλῃ ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ ἐπὶ τοὺς ἀλλοφύλους, καὶ συνεχύθησαν καὶ ἔπταισαν ἐνώπιον ᾿Ισραήλ. 11 καὶ ἐξῆλθαν ἄνδρες ᾿Ισραὴλ ἐκ Μασσηφὰθ καὶ κατεδίωξαν τοὺς ἀλλοφύλους καὶ ἐπάταξαν αὐτοὺς ἕως ὑποκάτω τοῦ Βαιθχόρ. 12 καὶ ἔλαβε Σαμουὴλ λίθον ἕνα καὶ ἔστησεν αὐτὸν ἀνὰ μέσον Μασσηφὰθ καὶ ἀνὰ μέσον τῆς παλαιᾶς καὶ ἐκάλεσε τὸ ὄνομα αὐτοῦ ᾿Αβενέζερ, Λίθος τοῦ βοηθοῦ, καὶ εἶπεν· ἕως ἐνταῦθα ἐβοήθησεν ἡμῖν Κύριος. 13 καὶ ἐταπείνωσε Κύριος τοὺς ἀλλοφύλους, καὶ οὐ προσέθεντο ἔτι προσελθεῖν εἰς ὅριον ᾿Ισραήλ· καὶ ἐγενήθη χεὶρ Κυρίου ἐπὶ τοὺς ἀλλοφύλους πάσας τὰς ἡμέρας τοῦ Σαμουήλ. 14 καὶ ἀπεδόθησαν αἱ πόλεις, ἃς ἔλαβον οἱ ἀλλόφυλοι παρὰ τῶν υἱῶν ᾿Ισραήλ, καὶ ἀπέδωκαν αὐτὰς τῷ ᾿Ισραὴλ ἀπὸ ᾿Ασκάλωνος ἕως ᾿Αζόβ, καὶ τὸ ὅριον ᾿Ισραὴλ ἀφείλοντο ἐκ χειρὸς ἀλλοφύλων. καὶ ἦν εἰρήνη ἀνὰ μέσον ᾿Ισραὴλ καὶ ἀνὰ μέσον τοῦ ᾿Αμορραίου. 15 καὶ ἐδίκαζε Σαμουὴλ τὸν ᾿Ισραὴλ πάσας τὰς ἡμέρας τῆς ζωῆς αὐτοῦ. 16 καὶ ἐπορεύετο κατ᾿ ἐνιαυτὸν καὶ ἐκύκλου Βαιθὴλ καὶ τὴν Γαλγαλὰ καὶ τὴν Μασσηφὰθ καὶ ἐδίκαζε τὸν ᾿Ισραὴλ ἐν πᾶσι τοῖς ἡγιασμένοις τούτοις· 17 ἡ δὲ ἀποστροφὴ αὐτοῦ εἰς ᾿Αρμαθαὶμ ὅτι ἐκεῖ ἦν ὁ οἶκος αὐτοῦ, καὶ ἐδίκαζεν ἐκεῖ τὸν ᾿Ισραὴλ καὶ ᾠκοδόμησεν ἐκεῖ θυσιαστήριον τῷ Κυρίῳ.


VULGATA

1 venerunt ergo viri Cariathiarim et duxerunt arcam Domini et intulerunt eam in domum Abinadab in Gabaa Eleazarum autem filium eius sanctificaverunt ut custodiret arcam Domini 2 et factum est ex qua die mansit arca in Cariathiarim multiplicati sunt dies erat quippe iam annus vicesimus et requievit omnis domus Israhel post Dominum 3 ait autem Samuhel ad universam domum Israhel dicens si in toto corde vestro revertimini ad Dominum auferte deos alienos de medio vestrum et Astharoth et praeparate corda vestra Domino et servite ei soli et eruet vos de manu Philisthim 4 abstulerunt ergo filii Israhel Baalim et Astharoth et servierunt Domino soli 5 dixit autem Samuhel congregate universum Israhel in Masphat ut orem pro vobis Dominum 6 et convenerunt in Masphat hauseruntque aquam et effuderunt in conspectu Domini et ieiunaverunt in die illa et dixerunt ibi peccavimus Domino iudicavitque Samuhel filios Israhel in Masphat 7 et audierunt Philisthim quod congregati essent filii Israhel in Masphat et ascenderunt satrapae Philisthinorum ad Israhel quod cum audissent filii Israhel timuerunt a facie Philisthinorum 8 dixeruntque ad Samuhel ne cesses pro nobis clamare ad Dominum Deum nostrum ut salvet nos de manu Philisthinorum 9 tulit autem Samuhel agnum lactantem unum et obtulit illum holocaustum integrum Domino et clamavit Samuhel ad Dominum pro Israhel et exaudivit eum Dominus 10 factum est ergo cum Samuhel offerret holocaustum Philistheos inire proelium contra Israhel intonuit autem Dominus fragore magno in die illa super Philisthim et exterruit eos et caesi sunt a filiis Israhel 11 egressique viri Israhel de Masphat persecuti sunt Philistheos et percusserunt eos usque ad locum qui erat subter Bethchar 12 tulit autem Samuhel lapidem unum et posuit eum inter Masphat et inter Sen et vocavit nomen eius lapis Adiutorii dixitque hucusque auxiliatus est nobis Dominus 13 et humiliati sunt Philisthim nec adposuerunt ultra ut venirent in terminos Israhel facta est itaque manus Domini super Philistheos cunctis diebus Samuhel 14 et redditae sunt urbes quas tulerant Philisthim ab Israhel Israheli ab Accaron usque Geth et terminos suos liberavit Israhel de manu Philisthinorum eratque pax inter Israhel et Amorreum 15 iudicabat quoque Samuhel Israhel cunctis diebus vitae suae 16 et ibat per singulos annos circumiens Bethel et Galgal et Masphat et iudicabat Israhelem in supradictis locis 17 revertebaturque in Ramatha ibi enim erat domus eius et ibi iudicabat Israhelem aedificavit etiam ibi altare Domino


- http://kodesh.snunit.k12.il/i/t/t08a07.htm .

א וַיָּבֹאוּ אַנְשֵׁי קִרְיַת יְעָרִים, וַיַּעֲלוּ אֶת-אֲרוֹן יְהוָה, וַיָּבִאוּ אֹתוֹ, אֶל-בֵּית אֲבִינָדָב בַּגִּבְעָה; וְאֶת-אֶלְעָזָר בְּנוֹ קִדְּשׁוּ, לִשְׁמֹר אֶת-אֲרוֹן יְהוָה. {פ} ב וַיְהִי, מִיּוֹם שֶׁבֶת הָאָרוֹן בְּקִרְיַת יְעָרִים, וַיִּרְבּוּ הַיָּמִים, וַיִּהְיוּ עֶשְׂרִים שָׁנָה; וַיִּנָּהוּ כָּל-בֵּית יִשְׂרָאֵל, אַחֲרֵי יְהוָה. {ס} ג וַיֹּאמֶר שְׁמוּאֵל, אֶל-כָּל-בֵּית יִשְׂרָאֵל לֵאמֹר, אִם-בְּכָל-לְבַבְכֶם אַתֶּם שָׁבִים אֶל-יְהוָה, הָסִירוּ אֶת-אֱלֹהֵי הַנֵּכָר מִתּוֹכְכֶם וְהָעַשְׁתָּרוֹת; וְהָכִינוּ לְבַבְכֶם אֶל-יְהוָה וְעִבְדֻהוּ לְבַדּוֹ, וְיַצֵּל אֶתְכֶם מִיַּד פְּלִשְׁתִּים. ד וַיָּסִירוּ בְּנֵי יִשְׂרָאֵל, אֶת-הַבְּעָלִים וְאֶת-הָעַשְׁתָּרֹת; וַיַּעַבְדוּ אֶת-יְהוָה, לְבַדּוֹ. {פ} ה וַיֹּאמֶר שְׁמוּאֵל, קִבְצוּ אֶת-כָּל-יִשְׂרָאֵל הַמִּצְפָּתָה; וְאֶתְפַּלֵּל בַּעַדְכֶם, אֶל-יְהוָה. ו וַיִּקָּבְצוּ הַמִּצְפָּתָה וַיִּשְׁאֲבוּ-מַיִם וַיִּשְׁפְּכוּ לִפְנֵי יְהוָה, וַיָּצוּמוּ בַּיּוֹם הַהוּא, וַיֹּאמְרוּ שָׁם, חָטָאנוּ לַיהוָה; וַיִּשְׁפֹּט שְׁמוּאֵל אֶת-בְּנֵי יִשְׂרָאֵל, בַּמִּצְפָּה. ז וַיִּשְׁמְעוּ פְלִשְׁתִּים, כִּי-הִתְקַבְּצוּ בְנֵי-יִשְׂרָאֵל הַמִּצְפָּתָה, וַיַּעֲלוּ סַרְנֵי-פְלִשְׁתִּים, אֶל-יִשְׂרָאֵל; וַיִּשְׁמְעוּ בְּנֵי יִשְׂרָאֵל, וַיִּרְאוּ מִפְּנֵי פְלִשְׁתִּים. ח וַיֹּאמְרוּ בְנֵי-יִשְׂרָאֵל, אֶל-שְׁמוּאֵל, אַל-תַּחֲרֵשׁ מִמֶּנּוּ, מִזְּעֹק אֶל-יְהוָה אֱלֹהֵינוּ; וְיֹשִׁעֵנוּ, מִיַּד פְּלִשְׁתִּים. ט וַיִּקַּח שְׁמוּאֵל, טְלֵה חָלָב אֶחָד, ויעלה (וַיַּעֲלֵהוּ) עוֹלָה כָּלִיל, לַיהוָה; וַיִּזְעַק שְׁמוּאֵל אֶל-יְהוָה בְּעַד יִשְׂרָאֵל, וַיַּעֲנֵהוּ יְהוָה. י וַיְהִי שְׁמוּאֵל, מַעֲלֶה הָעוֹלָה, וּפְלִשְׁתִּים נִגְּשׁוּ, לַמִּלְחָמָה בְּיִשְׂרָאֵל; וַיַּרְעֵם יְהוָה בְּקוֹל-גָּדוֹל בַּיּוֹם הַהוּא עַל-פְּלִשְׁתִּים, וַיְהֻמֵּם, וַיִּנָּגְפוּ, לִפְנֵי יִשְׂרָאֵל. יא וַיֵּצְאוּ אַנְשֵׁי יִשְׂרָאֵל, מִן-הַמִּצְפָּה, וַיִּרְדְּפוּ, אֶת-פְּלִשְׁתִּים; וַיַּכּוּם, עַד-מִתַּחַת לְבֵית כָּר. יב וַיִּקַּח שְׁמוּאֵל אֶבֶן אַחַת, וַיָּשֶׂם בֵּין-הַמִּצְפָּה וּבֵין הַשֵּׁן, וַיִּקְרָא אֶת-שְׁמָהּ, אֶבֶן הָעָזֶר; וַיֹּאמַר, עַד-הֵנָּה עֲזָרָנוּ יְהוָה. יג וַיִּכָּנְעוּ, הַפְּלִשְׁתִּים, וְלֹא-יָסְפוּ עוֹד, לָבוֹא בִּגְבוּל יִשְׂרָאֵל; וַתְּהִי יַד-יְהוָה בַּפְּלִשְׁתִּים, כֹּל יְמֵי שְׁמוּאֵל. יד וַתָּשֹׁבְנָה הֶעָרִים אֲשֶׁר לָקְחוּ-פְלִשְׁתִּים מֵאֵת יִשְׂרָאֵל לְיִשְׂרָאֵל, מֵעֶקְרוֹן וְעַד-גַּת, וְאֶת-גְּבוּלָן, הִצִּיל יִשְׂרָאֵל מִיַּד פְּלִשְׁתִּים; וַיְהִי שָׁלוֹם, בֵּין יִשְׂרָאֵל וּבֵין הָאֱמֹרִי. טו וַיִּשְׁפֹּט שְׁמוּאֵל אֶת-יִשְׂרָאֵל, כֹּל יְמֵי חַיָּיו. טז וְהָלַךְ, מִדֵּי שָׁנָה בְּשָׁנָה, וְסָבַב בֵּית-אֵל, וְהַגִּלְגָּל וְהַמִּצְפָּה; וְשָׁפַט, אֶת-יִשְׂרָאֵל--אֵת כָּל-הַמְּקוֹמוֹת, הָאֵלֶּה. יז וּתְשֻׁבָתוֹ הָרָמָתָה כִּי-שָׁם בֵּיתוֹ, וְשָׁם שָׁפָט אֶת-יִשְׂרָאֵל; וַיִּבֶן-שָׁם


מִזְבֵּחַ, לַיהוָה. {פ}