BIJBELBOEK EERSTE BOEK SAMUEL NEGENDE HOOFDSTUK -- 1 S 9 -- http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt08a09.htm -- http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=9&page=9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -

Overzicht van 1 S : - 1 S 1 - 1 S 2 - 1 S 3 - 1 S 4 - 1 S 5 - 1 S 6 - 1 S 7 - 1 S 8 - 1 S 9 - 1 S 10 - 1 S 11 - 1 S 12 - 1 S 13 - 1 S 14 - 1 S 15 - 1 S 16 - 1 S 17 - 1 S 18 - 1 S 19 - 1 S 20 - 1 S 21 - 1 S 22 - 1 S 23 - 1 S 24 - 1 S 25 - 1 S 26 - 1 S 27 - 1 S 28 - 1 S 29 - 1 S 30 - 1 S 31 -
Tekstuitleg per pericope :
Overzicht vers per vers : - 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T.
: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm    4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. http://naardensebijbel.nl/zoek.php .
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing  

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken: - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


1 S 9,1-10,16 . Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -

1 S 9,1 - 1 S 9,1 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
ΚΑΙ ἀνὴρ ἐξ υἱῶν Βενιαμίν, καὶ ὄνομα αὐτῷ Κίς, υἱὸς ᾿Αβιήλ, υἱοῦ ᾿Ιαρέδ, υἱοῦ Βαχίρ, υἱοῦ ᾿Αφέκ, υἱοῦ ἀνδρὸς ᾿Ιεμιναίου, ἀνὴρ δυνατός. 9. 1 et erat vir de Beniamin nomine Cis filius Abihel filii Seror filii Bechoreth filii Afia filii viri Iemini fortis robore   1. Er was nu een man van Benjamin, wiens naam was Kis, een zoon van Abiël, den zoon van Zeror, den zoon van Bechorath, den zoon van Afiah, den zoon eens mans van Jemini, een dapper held. [1] In Benjamin leefde een man: zijn naam was Kis, de zoon van Abiël, de zoon van Seror, de zoon van Bekorat, de zoon van Afiach, een Benjaminiet; hij was een welgesteld man. [1] In Benjamin woonde een man die Kis heette. Hij was een zoon van Abiël, die een zoon was van Seror, de zoon van Bechorat, de zoon van Afiach. Hij behoorde tot de stam Benjamin en was een vermogend man. 9:1 Er is een man uit Benjamin en zijn naam is Kiesj,- zoon van Aviël zoon van Tseror zoon van Bechorat zoon van Afiach zoon van een Benjaminiet,- een held van vermogen. 1. Il y avait, parmi les Benjaminites, un homme qui s'appelait Qish, fils d'Abiel, fils de Çeror, fils de Bekorat, fils d'Aphiah; c'était un Benjaminite, homme de condition.

King James Bible . 1Sam.9 [1] Now there was a man of Benjamin, whose name was Kish, the son of Abiel, the son of Zeror, the son of Bechorath, the son of Aphiah, a Benjamite, a mighty man of power.
Luther-Bibel . 9.1Es war ein Mann von Benjamin, mit Namen Kisch, ein Sohn Abiëls, des Sohnes Zerors, des Sohnes Bechorats, des Sohnes Afiachs, des Sohnes eines Benjaminiters, ein angesehener Mann.

Tekstuitleg van 1 S 9,1 .

1. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalwaarde van wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalwaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . Joz (59) . Re (47) . 1 S (58) . 2 S (43) . 1 K (78) . 2 K (54) . 1 S (58) . 1 S 9 (2) : (1) 1 S 9,1 . (2) 1 S 9,26 . Bij het begin van een hoofdstuk in 1 S (7) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 6,1 . (3) 1 S 8,1 . (3) 1 S 9,1 . (4) 1 S 14,1 . (5) 1 S 18,1 . (6) 1 S 28,1 . (7) 1 S 30,1 .
ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . OT (1120) . Pentateuch (329) .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens .
Elk boek van de Eerdere Profeten begint met wajëhî (en hij was / en het was) : (1) Joz 1,1 . (2) Re 1,1 . (3) 1 S 1,1 . (4) 2 S 1,1 . (5) 1 K 1,1 . (6) 2 K 1,1 .

1. - 2. wajëhî (en hij was) ´îsj (man) (er was een man) . Tenach (8) : (1) Gn 39,2 . (2) Re 13,2 . (3) Re 17,1 . (4) Re 19,1 . (5) 1 S 1,1 . (6) 1 S 9,1 . (7) 2 S 21,20 . (8) 1 Kr 20,6 .

1 S 9,2 - 1 S 9,2 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2 καὶ τούτῳ υἱός, καὶ ὄνομα αὐτῷ Σαούλ, εὐμεγέθης, ἀνὴρ ἀγαθός, καὶ οὐκ ἦν ἐν υἱοῖς ᾿Ισραὴλ ἀγαθὸς ὑπὲρ αὐτόν, ὑπερωμίαν καὶ ἐπάνω ὑψηλὸς ὑπὲρ πᾶσαν τὴν γῆν. 2 et erat ei filius vocabulo Saul electus et bonus et non erat vir de filiis Israhel melior illo ab umero et sursum eminebat super omnem populum   2 Die had een zoon, wiens naam was Saul, een jongeling, en schoon, ja, er was geen schoner man dan hij onder de kinderen Israëls; van zijn schouderen en opwaarts was hij hoger dan al het volk. [2] Die man had een zoon, Saul geheten, jong en mooi; geen Israëliet was zo mooi als hij en hij stak met kop en schouders boven iedereen uit. [2] Hij had een zoon die Saul heette, een lange, goedgebouwde jongeman die met kop en schouders boven iedereen in Israël uitstak. 1 Samuël 9:2 Hem is een zoon geworden en diens naam is Saul,- gewenst, jong en schoon, niemand uit de zonen Israël is schoner dan hij; met kop en schouders reikt hij hoger dan heel de gemeente. 2. Il avait un fils nommé Saül, qui était dans la fleur de l'âge et beau. Nul parmi les Israélites n'était plus beau que lui : de l'épaule et au-dessus, il dépassait tout le monde.

King James Bible . [2] And he had a son, whose name was Saul, a choice young man, and a goodly: and there was not among the children of Israel a goodlier person than he: from his shoulders and upward he was higher than any of the people.
Luther-Bibel . 2Der hatte einen Sohn mit Namen Saul; der war ein junger, schöner Mann und es war niemand unter den Israeliten so schön wie er, eines Hauptes länger als alles Volk.

Tekstuitleg van 1 S 9,2 .

1 S 9,3 - 1 S 9,3 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3 καὶ ἀπώλοντο αἱ ὄνοι Κὶς πατρὸς Σαούλ, καὶ εἶπε Κὶς πρὸς Σαοὺλ τὸν υἱὸν αὐτοῦ· λαβὲ μετὰ σεαυτοῦ ἓν τῶν παιδαρίων καὶ ἀνάστητε καὶ πορεύθητε καὶ ζητήσατε τὰς ὄνους. 3 perierant autem asinae Cis patris Saul et dixit Cis ad Saul filium suum tolle tecum unum de pueris et consurgens vade et quaere asinas qui cum transissent per montem Ephraim   3 De ezelinnen nu van Kis, den vader van Saul, waren verloren; daarom zeide Kis tot zijn zoon Saul: Neem nu een van de jongens met u, en maak u op, ga heen, zoek de ezelinnen. [3] Op een dag, toen de ezelinnen van Kis, de vader van Saul, waren weggelopen, zei Kis tegen zijn zoon Saul: 'Ga met een knecht de ezelinnen zoeken.' [3] Op een keer, toen zijn ezelinnen waren zoekgeraakt, zei Kis tegen zijn zoon: 'Vooruit, ga jij met een van de knechten de ezelinnen zoeken.' 9:3 Verloren raken de ezelinnen van Kiesj, de vader van Saul; dan zegt Kiesj tot zijn zoon Saul: neem toch één van de jongens met je mee en sta op en ga heen, zoek de ezelinnen! 3. Les ânesses appartenant à Qish, père de Saül, s'étant égarées, Qish dit à son fils Saül : « Prends avec toi l'un des serviteurs et va, pars à la recherche des ânesses. »

King James Bible . [3] And the asses of Kish Saul's father were lost. And Kish said to Saul his son, Take now one of the servants with thee, and arise, go seek the asses.
Luther-Bibel . 3Es hatte aber Kisch, der Vater Sauls, die Eselinnen verloren. Und er sprach zu seinem Sohn Saul: Nimm einen der Knechte mit dir, mach dich auf, geh hin und suche die Eselinnen.

Tekstuitleg van 1 S 9,3 .

1 S 9,4 - 1 S 9,4 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4 καὶ διῆλθον δι᾿ ὄρους ᾿Εφραὶμ καὶ διῆλθον διὰ τῆς γῆς Σελχὰ καὶ οὐχ εὗρον· καὶ διῆλθον διὰ τῆς γῆς Σεγαλείμ, καὶ οὐκ ἦν· καὶ διῆλθον διὰ τῆς γῆς ᾿Ιαμὶν καὶ οὐχ εὗρον. 4 et per terram Salisa et non invenissent transierunt etiam per terram Salim et non erant sed et per terram Iemini et minime reppererunt   4 Hij dan ging door het gebergte van Efraïm, en hij ging door het land van Salisa, maar zij vonden ze niet; daarna gingen zij door het land van Sahalim, maar zij waren er niet; verder ging hij door het land van Jemini, doch zij vonden ze niet. [4] Saul trok door het bergland van Efraïm en door het land van Salisa zonder de ezelinnen te vinden. Vervolgens trokken zij door het land van Saälim, waar ze ook niet waren en door dat van Benjamin, maar ook daar vonden zij de dieren niet. [4] Saul doorkruiste het bergland van Efraïm: Hij zocht in de streek Salisa, maar ze vonden ze niet. Hij zocht in de streek Saälim, maar van de ezelinnen geen spoor. Zo doorzochten ze het hele gebied van Benjamin zonder ze te vinden. 9:4 Hij doorkruist het bergland van Efraïm en doorkruist de landstreek Sjaliesja, maar ze hebben niets gevonden; ze doorkruisen de landstreek Sjaäliem, maar niets,- hij doorkruist het land van de Benjaminiet, maar ze hebben niets gevonden. 4. Ils traversèrent la montagne d'Éphraïm, ils traversèrent le pays de Shalisha sans rien trouver; ils traversèrent le pays de Shaalim : elles n'y étaient pas; ils traversèrent le pays de Benjamin sans rien trouver.

King James Bible . [4] And he passed through mount Ephraim, and passed through the land of Shalisha, but they found them not: then they passed through the land of Shalim, and there they were not: and he passed through the land of the Benjamites, but they found them not.
Luther-Bibel . 4Und sie gingen durch das Gebirge Ephraim und durch das Gebiet von Schalischa und fanden sie nicht; sie gingen durch das Gebiet von Schaalim und sie waren nicht da; sie gingen durchs Gebiet von Benjamin und fanden sie nicht.

Tekstuitleg van 1 S 9,4 .

1 S 9,5 - 1 S 9,5 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5 αὐτῶν δὲ ἐλθόντων εἰς τὴν Σίφ, καὶ Σαοὺλ εἶπε τῷ παιδαρίῳ αὐτοῦ τῷ μετ᾿ αὐτοῦ· δεῦρο καὶ ἀποστρέψωμεν, μὴ ἀνεὶς ὁ πατήρ μου τὰς ὄνους φροντίζῃ τὰ περὶ ἡμῶν· 5 cum autem venissent in terram Suph dixit Saul ad puerum suum qui erat cum eo veni et revertamur ne forte dimiserit pater meus asinas et sollicitus sit pro nobis   5 Toen zij in het land van Zuf kwamen, zeide Saul tot zijn jongen, die bij hem was: Kom en laat ons wederkeren; dat niet misschien mijn vader van de ezelinnen aflate, en voor ons bekommerd zij. [5] Toen zij ten slotte in het land van Suf gekomen waren, zei Saul tegen de knecht die hem vergezelde: 'Laten we maar teruggaan, anders maakt mijn vader zich meer zorgen over ons dan over de ezelinnen.' [5] Toen ze ten slotte in Suf waren beland, zei Saul tegen zijn knecht: 'Kom, laten we maar teruggaan, anders maakt mijn vader zich nog ongeruster over ons dan over zijn ezelinnen.' 9:5 Als zij zijn aangekomen in het land van Tsoef en Saul tot zijn hulpjongen die bij hem is gezegd heeft: ga mee, we keren terug!- anders houdt mijn vader op over de ezelinnen en maakt hij zich zorgen over óns!, 5. Lorsqu'ils furent arrivés au pays de Çuph, Saül dit au serviteur qui l'accompagnait : « Allons! Retournons, de peur que mon père ne laisse les ânesses pour s'inquiéter de nous. »

King James Bible . [5] And when they were come to the land of Zuph, Saul said to his servant that was with him, Come, and let us return; lest my father leave caring for the asses, and take thought for us.
Luther-Bibel . 5Als sie aber ins Gebiet von Zuf kamen, sprach Saul zu dem Knecht, der bei ihm war: Komm, lass uns wieder heimgehen; mein Vater könnte sich sonst statt um die Eselinnen um uns sorgen.

Tekstuitleg van 1 S 9,5 .

1 S 9,6 - 1 S 9,6 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6 καὶ εἶπεν αὐτῷ τὸ παιδάριον· ἰδοὺ δὴ ἄνθρωπος τοῦ Θεοῦ ἐν τῇ πόλει ταύτῃ, καὶ ὁ ἄνθρωπος ἔνδοξος, πᾶν, ὃ ἐὰν λαλήσῃ, παραγινόμενον παρέσται· καὶ νῦν πορευθῶμεν, ὅπως ἀπαγγείλῃ ἡμῖν τὴν ὁδὸν ἡμῶν, ἐφ᾿ ἣν ἐπορεύθημεν ἐπ᾿ αὐτήν. 6 qui ait ei ecce est vir Dei in civitate hac vir nobilis omne quod loquitur absque ambiguitate venit nunc ergo eamus illuc si forte indicet nobis de via nostra propter quam venimus   6 Hij daarentegen zeide tot hem: Zie toch, er is een man Gods in deze stad, en hij is een geëerd man; al wat hij spreekt, dat komt zekerlijk; laat ons nu derwaarts gaan, misschien zal hij ons onzen weg aanwijzen, op denwelken wij gaan zullen. [6] Maar de knecht zei tegen Saul: 'Daar in die stad is een man van God: hij staat hoog in aanzien; alles wat hij zegt komt precies uit. Laten we er meteen naartoe gaan; misschien kan hij ons inlichtingen geven over de weg die wij moeten volgen.' [6] Maar de knecht antwoordde: 'We zijn nu juist bij een stad waar een godsman woont. Hij staat hoog aangeschreven, wat hij zegt komt altijd uit. Laten we naar hem toe gaan. Misschien kan hij ons vertellen waar we heen moeten.' 9:6 zegt hij tot hem: zie toch, er is een man Gods in deze stad en dit is een geëerd man: al wat hij uitspreekt als komend komt uit!- welnu, laten we daarheen gaan, misschien meldt hij ons de weg die we moeten gaan! 6. Mais celui-ci lui répondit : « Voici qu'un homme de Dieu habite cette ville-là. C'est un homme réputé : tout ce qu'il dit arrive sûrement. Allons-y donc, peut-être nous éclairera-t-il sur le voyage que nous avons entrepris. »

King James Bible . [6] And he said unto him, Behold now, there is in this city a man of God, and he is an honourable man; all that he saith cometh surely to pass: now let us go thither; peradventure he can shew us our way that we should go.
Luther-Bibel . 6Der aber sprach: Siehe, es ist ein berühmter Mann Gottes in dieser Stadt; alles, was er sagt, das trifft ein. Nun lass uns dahin gehen; vielleicht sagt er uns unsern Weg, den wir gehen sollen.

Tekstuitleg van 1 S 9,6 .

1 S 9,7 - 1 S 9,7 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7 καὶ εἶπε Σαοὺλ τῷ παιδαρίῳ αὐτοῦ τῷ μετ᾿ αὐτοῦ· καὶ ἰδοὺ πορευσόμεθα, καὶ τὶ οἴσομεν τῷ ἀνθρώπῳ τοῦ Θεοῦ; ὅτι οἱ ἄρτοι ἐκλελοίπασιν ἐκ τῶν ἀγγείων ἡμῶν, καὶ πλεῖον οὐκ ἔστι μεθ᾿ ἡμῶν εἰσενεγκεῖν τῷ ἀνθρώπῳ τοῦ Θεοῦ τὸ ὑπάρχον ἡμῖν. 7 dixitque Saul ad puerum suum ecce ibimus quid feremus ad virum panis defecit in sitarciis nostris et sportulam non habemus ut demus homini Dei nec quicquam aliud   7 Toen zeide Saul tot zijn jongen: Maar zie, zo wij gaan, wat zullen wij toch dien man brengen? Want het brood is weg uit onze vaten, en wij hebben geen gaven, om den man Gods te brengen; wat hebben wij? [7] Saul zei tegen de knecht: 'Wat kunnen wij die man aanbieden als wij erheen gaan? Het brood in onze reiszakken is op en wij hebben niets anders bij ons dat wij de man van God kunnen aanbieden.' [7] 'Als we dat doen,' vroeg Saul, 'wat kunnen we die man dan geven? Onze mondvoorraad is op, dus we kunnen hem niets te eten aanbieden. En verder hebben we toch niets bij ons?' 9:7 Saul zegt tot zijn hulpjongen: ziedaar, we gáán, maar waarmee moeten we aankomen bij die man?, want het brood in onze spullen is op en een pakzadel om daarmee bij die man Gods aan te komen hebben we niet; wat hebben we wél? 7. Saül dit à son serviteur : « A supposer que nous y allions, qu'offrirons-nous à l'homme ? Le pain a disparu de nos sacs et nous n'avons pas de rétribution à offrir à l'homme de Dieu. Qu'avons-nous d'autre ? »

King James Bible . [7] Then said Saul to his servant, But, behold, if we go, what shall we bring the man? for the bread is spent in our vessels, and there is not a present to bring to the man of God: what have we?
Luther-Bibel . 7Saul aber sprach zu seinem Knecht: Wenn wir schon hingehen, was bringen wir dem Mann? Denn das Brot in unserm Sack ist verzehrt und wir haben keine Gabe, die wir dem Mann Gottes bringen könnten. Was haben wir sonst?

Tekstuitleg van 1 S 9,7 .

1 S 9,8 - 1 S 9,8 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8 καὶ προσέθετο τὸ παιδάριον ἀποκριθῆναι τῷ Σαοὺλ καὶ εἶπεν· ἰδοὺ εὕρηται ἐν τῇ χειρί μου τέταρτον σίκλου ἀργυρίου, καὶ δώσεις τῷ ἀνθρώπῳ τοῦ Θεοῦ, καὶ ἀπαγγελεῖ ἡμῖν τὴν ὁδὸν ἡμῶν. 8 rursum puer respondit Sauli et ait ecce inventa est in manu mea quarta pars stateris argenti demus homini Dei ut indicet nobis viam nostram   8 En de jongen antwoordde Saul verder en zeide: Zie, er vindt zich in mijn hand het vierendeel eens zilveren sikkels; dat zal ik den man Gods geven, opdat hij ons onzen weg wijze. [8] Maar de knecht drong nog eens bij Saul aan en zei: 'Ik heb nog een kwart sikkel zilver bij me; als ik die de man van God aanbied, zal hij ons wel inlichtingen geven over de weg die we moeten volgen.' [8] 'Hier heb ik nog een zilverstukje,' zei de knecht. 'Dat geef ik aan de godsman, dan zal hij zeggen waar we heen moeten.' 9:8 De jongen gaat door met Saul te antwoorden en zegt: zie, in mijn hand bevindt zich een kwart sikkel zilver; geven zal ik die aan de man Gods en melden zal hij ons onze weg! 8. Le serviteur reprit la parole et dit à Saül : « Il se trouve que j'ai en main un quart de sicle d'argent, je le donnerai à l'homme de Dieu et il nous éclairera sur notre voyage. »

King James Bible . [8] And the servant answered Saul again, and said, Behold, I have here at hand the fourth part of a shekel of silver: that will I give to the man of God, to tell us our way.
Luther-Bibel . 8Der Knecht antwortete Saul abermals und sprach: Siehe, ich hab einen Viertel-Silbertaler bei mir; den wollen wir dem Mann Gottes geben, dass er uns unsern Weg sage.

Tekstuitleg van1 S 9,8 .

1 S 9,9 - 1 S 9,9 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9 καὶ ἔμπροσθεν ἐν ᾿Ισραὴλ τάδε ἔλεγεν ἕκαστος ἐν τῷ πορεύεσθαι ἐπερωτᾶν τὸν Θεόν· δεῦρο καὶ πορευθῶμεν πρὸς τὸν βλέποντα· ὅτι τὸν προφήτην ἐκάλει ὁ λαὸς ἔμπροσθεν ῾Ο βλέπων. 9 olim in Israhel sic loquebatur unusquisque vadens consulere Deum venite et eamus ad videntem qui enim propheta dicitur hodie vocabatur olim videns   9 (Eertijds zeide een ieder aldus in Israël, als hij ging om God te vragen: Komt en laat ons gaan tot den ziener; want die heden een profeet genoemd wordt, die werd eertijds een ziener genoemd.) [9] – Vroeger zei men in Israël, als men God ging raadplegen: 'Kom, laten wij naar de ziener gaan;' de profeet van tegenwoordig werd vroeger namelijk ziener genoemd. [9] (Vroeger zei men in Israël wanneer men God om raad wilde vragen: 'Kom, laten we naar de ziener gaan,' want wat nu een profeet heet, werd vroeger een ziener genoemd.) 9:9 Vroeger zei in Israël de gewone man het zó als hij op weg ging om God te bevragen: gaat mee, we gaan tot de ziener! Want de profeet van vandaag werd voorheen 'de ziener' genoemd. 9. Autrefois en Israël, voici ce qu'on disait en allant consulter Dieu : « Allons donc chez le voyant », car au lieu de » prophète » comme aujourd'hui on disait autrefois » voyant ». -

King James Bible . [9] (Beforetime in Israel, when a man went to inquire of God, thus he spake, Come, and let us go to the seer: for he that is now called a Prophet was beforetime called a Seer.)
Luther-Bibel . 9AVorzeiten sagte man in Israel, wenn man ging, Gott zu befragen: Kommt, lasst uns zu dem Seher gehen! Denn die man jetzt Propheten nennt, die nannte man vorzeiten Seher. –

Tekstuitleg van 1 S 9,9 .

10. wënelëkhâh / wënelekhâh (en laten we gaan) : wë + werkwoordvorm qal actief cohortativus eerste persoon meervoud van het werkw. hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Tenach (9) : (1) Gn 33,12 . (2) Gn 43,8 . (3) Re 19,28 . (4) lekhû (ga) + . 1 S 9,9 . (5) lekhû (ga) + . 1 S 11,14 . (6) 1 S 26,11 . (7) Js 2,3 . (8) lekhû (ga) + . Js 2,5 . (9) Mi 4,2 .

1 S 9,10 - 1 S 9,10 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10 καὶ εἶπε Σαοὺλ πρὸς τὸ παιδάριον αὐτοῦ· ἀγαθόν τὸ ρῆμα, δεῦρο καὶ πορευθῶμεν. καὶ ἐπορεύθησαν εἰς τὴν πόλιν, οὗ ἦν ἐκεῖ ὁ ἄνθρωπος ὁ τοῦ Θεοῦ. 10 et dixit Saul ad puerum suum optimus sermo tuus veni eamus et ierunt in civitatem in qua erat vir Dei   10 Toen zeide Saul tot zijn jongen: Uw woord is goed, kom, laat ons gaan. En zij gingen naar de stad, waar de man Gods was. [10] Toen zei Saul tegen de knecht: 'Goed dan! Vooruit, laten we naar de ziener gaan.' Zij gingen dus naar de stad waar de man van God was. [10] 'Dat is een goed voorstel,' zei Saul tegen zijn knecht. 'Kom, we gaan.' En ze begaven zich naar de stad waar de godsman woonde. 9:10 Saul zegt tot zijn hulpjongen: góed is je woord, ga mee, we gaan! Dan gaan ze naar de stad waar de man Gods is. 10. Saül dit à son serviteur : « Tu as bien parlé, allons donc! » Et ils allèrent à la ville où se trouvait l'homme de Dieu.

King James Bible . [10] Then said Saul to his servant, Well said; come, let us go. So they went unto the city where the man of God was.
Luther-Bibel . 10ASaul sprach zu seinem Knecht: Du hast recht geredet; komm, lass uns gehen! Und als sie hingingen nach der Stadt, wo der Mann Gottes war,

Tekstuitleg van 1 S 9,10 .

1 S 9,11 - 1 S 9,11 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11 αὐτῶν ἀναβαινόντων τὴν ἀνάβασιν τῆς πόλεως καὶ αὐτοὶ εὑρίσκουσι τὰ κοράσια ἐξεληλυθότα ὑδρεύεσθαι ὕδωρ καὶ λέγουσιν αὐταῖς· εἰ ἔστιν ἐνταῦθα ῾Ο βλέπων; 11 cumque ascenderent clivum civitatis invenerunt puellas egredientes ad hauriendam aquam et dixerunt eis num hic est videns   11 Als zij opklommen door den opgang der stad, zo vonden zij maagden, die uitgingen om water te putten; en zij zeiden tot haar: Is de ziener hier? [11] Toen zij de oplopende weg naar de stad insloegen, kwamen zij meisjes tegen die water gingen putten en vroegen hun: 'Is de ziener hier?' [11] Toen ze de helling naar de stad op gingen, kwamen ze een paar meisjes tegen die op weg waren om water te putten. 'Is de ziener in de stad?' vroegen ze. 9:11 Als zij de opgang naar de stad opklimmen en zij meisjes hebben aangetroffen die uittrekken om water te putten,- zeggen ze tot haar: waar is hier ergens de ziener? 11. Comme ils gravissaient la montée de la ville, ils rencontrèrent des jeunes filles qui sortaient pour puiser l'eau et ils leur demandèrent : « Le voyant est-il là ? » -

King James Bible . [11] And as they went up the hill to the city, they found young maidens going out to draw water, and said unto them, Is the seer here?
Luther-Bibel . 11und den Aufgang zur Stadt hinaufstiegen, trafen sie Mädchen, die herausgingen, um Wasser zu schöpfen. Zu ihnen sprachen sie: Ist der Seher hier? –

Tekstuitleg van 1 S 9,11 .

1 S 9,12 - 1 S 9,12 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12 καὶ ἀπεκρίθη τὰ κοράσια αὐτοῖς καὶ λέγουσιν αὐτοῖς· ἔστιν, ἰδοὺ κατὰ πρόσωπον ὑμῶν· νῦν διὰ τὴν ἡμέραν ἥκει εἰς τὴν πόλιν, ὅτι θυσία σήμερον τῷ λαῷ ἐν Βαμᾷ· 12 quae respondentes dixerunt illis hic est ecce ante te festina nunc hodie enim venit in civitate quia sacrificium est hodie populo in excelso   12 Toen antwoordden zij hun, en zeiden: Ziet, hij is voor uw aangezicht; haast u nu, want hij is heden in de stad gekomen, dewijl het volk heden een offerande heeft op de hoogte. [12] De meisjes antwoordden: 'Ja, recht voor u; als u zich haast, ontmoet u hem nog; hij is zojuist in de stad gekomen, omdat het volk vandaag op de hoogte een offermaal houdt. [12] 'Jazeker,' antwoordden de meisjes. 'Als u snel bent, treft u hem nog. Hij is juist vandaag naar de stad gekomen ter gelegenheid van het offerfeest. 9:12 Zij antwoorden hun en zeggen: dat is hierheen, voor je aanschijn uit!- maar haast je nu, want hij is vandaag naar de stad gekomen omdat er vandaag voor de gemeente een offermaal is, op de hoogte; 12. Elles leur répondirent en ces termes : « Il est là, il t'a juste précédé. Hâte-toi maintenant : il est venu aujourd'hui en ville, car il y a aujourd'hui un sacrifice pour le peuple sur le haut lieu.

King James Bible . [12] And they answered them, and said, He is; behold, he is before you: make haste now, for he came to day to the city; for there is a sacrifice of the people to day in the high place:
Luther-Bibel . 12Sie antworteten ihnen: Ja, er war gerade vor dir da; eile, denn er ist heute in die Stadt gekommen, weil das Volk heute ein Opferfest hat auf der Höhe.

Tekstuitleg van 1 S 9,12 .

1 S 9,13 - 1 S 9,13 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13 ὡς ἂν εἰσέλθητε εἰς τὴν πόλιν, οὕτως εὑρήσετε αὐτὸν ἐν τῇ πόλει πρὶν ἀναβῆναι αὐτὸν εἰς Βαμᾶ τοῦ φαγεῖν· ὅτι οὐ μὴ φάγῃ ὁ λαὸς ἕως τοῦ εἰσελθεῖν αὐτόν, ὅτι οὗτος εὐλογεῖ τὴν θυσίαν, καὶ μετὰ ταῦτα ἐσθίουσιν οἱ ξένοι· καὶ νῦν ἀνάβητε, ὅτι διὰ τὴν ἡμέραν εὑρήσετε αὐτόν. 13 ingredientes urbem statim invenietis eum antequam ascendat excelsum ad vescendum neque enim comesurus est populus donec ille veniat quia ipse benedicit hostiae et deinceps comedunt qui vocati sunt nunc ergo conscendite quia hodie repperietis eum   13 Wanneer gijlieden in de stad komt, zo zult gij hem vinden, eer hij opgaat op de hoogte om te eten; want het volk zal niet eten, totdat hij komt, want hij zegent het offer, daarna eten de genodigden; daarom gaat nu op, want hem, als heden zult gij hem vinden. [13] Als u de stad binnengaat, ontmoet u hem nog voordat hij de hoogte op gaat om te eten, want het volk eet niet voordat hij gekomen is. Hij moet het offer zegenen en daarna eten de genodigden. Ga dus maar verder, dan zult u hem zo vinden.' [13] Als u nu de stad binnengaat, treft u hem nog aan voordat hij naar de offerhoogte gaat voor het offermaal. De genodigden wachten namelijk met eten op hem, omdat hij het offer moet zegenen voor ze aan de maaltijd beginnen. Maak voort, dan kunt u hem niet mislopen.' 9:13 als ge de stad inkomt vindt ge hem zeker eer hij de hoogte beklimt om te eten, want de gemeente eet niet vóór zijn aankomst, want hij moet het offermaal zegenen,- daarna pas eten de genodigden; nu dan, klimt óp, want nú, vandaag, zult ge hem vinden! 13. Dès que vous entrerez en ville, vous le trouverez avant qu'il ne monte au haut lieu pour le repas. Le peuple ne mangera pas avant son arrivée, car c'est lui qui doit bénir le sacrifice; après quoi, les invités mangeront. Maintenant, montez : vous le trouverez sur l'heure. »

King James Bible . [13] As soon as ye be come into the city, ye shall straightway find him, before he go up to the high place to eat: for the people will not eat until he come, because he doth bless the sacrifice; and afterwards they eat that be bidden. Now therefore get you up; for about this time ye shall find him.
Luther-Bibel . 13Wenn ihr in die Stadt kommt, so werdet ihr ihn finden, ehe er hinaufgeht auf die Höhe, um zu essen. Denn das Volk wird nicht essen, bis er kommt; er segnet erst das Opfer, danach essen die, die geladen sind. Darum geht hinauf, denn jetzt werdet ihr ihn treffen.

Tekstuitleg van 1 S 9,13 .

1 S 9,14 - 1 S 9,14 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14 καὶ ἀναβαίνουσι τὴν πόλιν. αὐτῶν εἰσπορευομένων εἰς μέσον τῆς πόλεως καὶ ἰδοὺ Σαμουὴλ ἐξῆλθεν εἰς τὴν ἀπάντησιν αὐτῶν τοῦ ἀναβῆναι εἰς Βαμᾶ. 14 et ascenderunt in civitatem cumque illi ambularent in medio urbis apparuit Samuhel egrediens obviam eis ut ascenderet in excelsum   14 Alzo gingen zij op in de stad. Toen zij in het midden der stad kwamen, ziet, zo ging Samuël uit hun tegemoet, om op te gaan naar de hoogte. [14] Zij gingen dus naar de stad en toen zij de stad binnengingen kwam Samuël juist naar buiten, hun tegemoet, om zich naar de hoogte te begeven. [14] Ze liepen door naar de stad, en juist toen ze de poort binnen wilden gaan kwamen ze Samuël tegen, die op weg was naar buiten, naar de offerhoogte. 9:14 Zij klimmen de stad in; als zij aankomen onder in de stad, ziedaar Samuël die uittrekt hun tegemoet om op te klimmen naar de hoogte. •• 14. Ils montèrent donc à la ville. Comme ils entraient dans la porte, Samuel sortait à leur rencontre pour monter au haut lieu.

King James Bible . [14] And they went up into the city: and when they were come into the city, behold, Samuel came out against them, for to go up to the high place.
Luther-Bibel . 14Und als sie hinauf zur Stadt kamen und in die Stadt eintraten, siehe, da kam Samuel heraus ihnen entgegen und wollte auf die Höhe gehen. Samuel salbt Saul zum König

Tekstuitleg van 1 S 9,14 .

1 S 9,15 - 1 S 9,15 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15 καὶ Κύριος ἀπεκάλυψε τὸ ὠτίον Σαμουὴλ ἡμέρᾳ μιᾷ ἔμπροσθεν τοῦ ἐλθεῖν πρὸς αὐτὸν Σαοὺλ λέγων· 15 Dominus autem revelaverat auriculam Samuhel ante unam diem quam veniret Saul dicens   15 Want de HEERE had het voor Samuëls oor geopenbaard, een dag eer Saul kwam, zeggende: [15] Nu had de heer Samuël een dag voor de komst van Saul meegedeeld: [15] Een dag voor de komst van Saul had de HEER aan Samuël bekendgemaakt: 9:15 De Ene heeft het oor van Samuël ontbloot,- één dag voor de verschijning van Sauls aankomst, en gezegd: 15. Or, un jour avant que Saül ne vînt, Yahvé avait fait cette révélation à Samuel :

King James Bible . [15] Now the LORD had told Samuel in his ear a day before Saul came, saying,
Luther-Bibel . 15Aber der HERR hatte Samuel das Ohr aufgetan einen Tag, bevor Saul kam, und gesagt:

Tekstuitleg van 1 S 9,15 .

1 S 9,16 - 1 S 9,16 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16 ὡς ὁ καιρός, αὔριον ἀποστελῶ πρός σε ἄνδρα ἐκ γῆς Βενιαμίν, καὶ χρίσεις αὐτὸν εἰς ἄρχοντα ἐπὶ τὸν λαόν μου ᾿Ισραήλ, καὶ σώσει τὸν λαόν μου ἐκ χειρὸς ἀλλοφύλων· ὅτι ἐπέβλεψα ἐπὶ τὴν ταπείνωσιν τοῦ λαοῦ μου, ὅτι ἦλθε βοὴ αὐτῶν πρός με. 16 hac ipsa quae nunc est hora cras mittam ad te virum de terra Beniamin et ungues eum ducem super populum meum Israhel et salvabit populum meum de manu Philisthinorum quia respexi populum meum venit enim clamor eorum ad me   16 Morgen omtrent dezen tijd zal Ik tot u zenden een man uit het land van Benjamin, dien zult gij ten voorganger zalven over Mijn volk Israël; en hij zal Mijn volk verlossen uit der Filistijnen hand, want Ik heb Mijn volk aangezien, dewijl deszelfs geroep tot Mij gekomen is. [16] 'Morgen om deze tijd stuur Ik een man uit Benjamin naar u toe; die u moet zalven tot vorst van mijn volk Israël. Hij zal mijn volk verlossen uit de macht van de Filistijnen, want Ik heb op mijn volk neergezien omdat zijn hulpgeroep tot Mij is doorgedrongen.' [16] 'Morgen om deze tijd stuur ik je een man uit Benjamin. Hem zul je zalven tot vorst over mijn volk Israël. Hij zal mijn volk bevrijden uit de greep van de Filistijnen, want ik heb me hun lot aangetrokken en hun roep om hulp gehoord.' 9:16 morgen ongeveer om deze tijd zend ik tot jou een man uit het land van Benjamin: zalven zul je hem tot leidsman over mijn gemeente Israël, en bevrijden zal hij mijn gemeente uit de hand van de Filistijnen; want ik heb mijn gemeente aangezien, omdat zijn schreeuwen tot mij is gekomen! 16. « Demain à pareille heure, avait-il dit, je t'enverrai un homme du pays de Benjamin, tu lui donneras l'onction comme chef de mon peuple Israël, et il délivrera mon peuple de la main des Philistins, car j'ai vu la misère de mon peuple et son cri est venu jusqu'à moi. »

King James Bible . [16] To morrow about this time I will send thee a man out of the land of Benjamin, and thou shalt anoint him to be captain over my people Israel, that he may save my people out of the hand of the Philistines: for I have looked upon my people, because their cry is come unto me.
Luther-Bibel . 16Morgen um diese Zeit will ich einen Mann zu dir senden aus dem Lande Benjamin, den sollst du zum Fürsten salben über mein Volk Israel, dass er mein Volk errette aus der Philister Hand. Denn ich habe das Elend meines Volks angesehen, und sein Schreien ist vor mich gekommen.

Tekstuitleg van 1 S 9,16 .

19. act. qal perf. 1ste pers. enk. רָאִיתִי = râ´îthî (ik zag, ik heb gezien) van het werkw. רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 26 of 206 . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (86) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (15) . Latere Profeten (22) . 12 Kleine Profeten (8) . Geschriften (31) . Pentateuch (10) : (1) Gn 7,1 . (2) Gn 16,13 . (3) Gn 31,12 . (4) Gn 32,31 . (5) Gn 33,10 . (6) Gn 41,19 . (7) Ex 3,7 . (8) Ex 3,9 . (9) Ex 32,9 . (10) Dt 9,13 . 1 S (7) : (1) 1 S 9,16 . (2) 1 S 13,11 . (3) 1 S 16,1 . (4) 1 S 16,18 . (5) 1 S 22,9 . (6) 1 S 25,25 . (7) 1 S 28,13 .

1 S 9,17 - 1 S 9,17 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17 καὶ Σαμουὴλ εἶδε τὸν Σαούλ· καὶ Κύριος ἀπεκρίθη αὐτῷ· ἰδοὺ ὁ ἄνθρωπος, ὃν εἶπά σοι, οὗτος ἄρξει ἐν τῷ λαῷ μου. 17 cumque aspexisset Samuhel Saulem Dominus ait ei ecce vir quem dixeram tibi iste dominabitur populo meo   17 Toen Samuël Saul aanzag, zo antwoordde hem de HEERE: Zie, dit is de man, van welken Ik u gezegd heb: Deze zal over Mijn volk heersen. [17] Toen Samuël Saul zag, gaf de heer hem te kennen: 'Dit is de man over wie Ik u gesproken heb. Hij zal heersen over mijn volk.' [17] Zodra Samuël Saul zag, liet de HEER hem weten: 'Dit is nu de man over wie ik je gezegd heb: "Hij zal mijn volk beteugelen."' 9:17 Samuël heeft Saul al gezien,- en de Ene heeft hem geantwoord: ziedaar de man van wie ik tot jou heb gezegd 'deze zal mijn gemeente in bedwang houden!' 17. Et quand Samuel aperçut Saül, Yahvé lui signifia : « Voilà l'homme dont je t'ai dit : C'est lui qui jugera mon peuple. ».

King James Bible . [17] And when Samuel saw Saul, the LORD said unto him, Behold the man whom I spake to thee of! this same shall reign over my people.
Luther-Bibel . 17Als nun Samuel Saul sah, tat ihm der HERR kund: Siehe, das ist der Mann, von dem ich dir gesagt habe, dass er über mein Volk herrschen soll.

Tekstuitleg van 1 S 9,17 .

1 S 9,18 - 1 S 9,18 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18 καὶ προσήγαγε Σαοὺλ πρὸς Σαμουὴλ εἰς μέσον τῆς πόλεως καὶ εἶπεν· ἀπάγγειλον δὴ ποῖος ὁ οἶκος τοῦ βλέποντος. 18 accessit autem Saul ad Samuhelem in medio portae et ait indica oro mihi ubi est domus videntis   18 En Saul naderde tot Samuël in het midden der poort, en zeide: Wijs mij toch, waar is hier het huis des zieners? [18] In de poort trad Saul op Samuël toe en zei: 'Wilt u zo vriendelijk zijn mij het huis van de ziener te wijzen?' [18] In de stadspoort sprak Saul Samuël aan en vroeg hem: 'Kunt u mij zeggen waar de ziener woont?' 9:18 Dan treedt Saul nader tot Samuël, onder de poort,- en zegt: meld mij toch, waar is hier het huis van de ziener?! 18. Saül aborda Samuel au milieu de la porte et dit : « Indique-moi, je te prie, où est la maison du voyant. »

King James Bible . [18] Then Saul drew near to Samuel in the gate, and said, Tell me, I pray thee, where the seer's house is.
Luther-Bibel . 18Da trat Saul auf Samuel zu im Tor und sprach: Sage mir, wo ist hier das Haus des Sehers?

Tekstuitleg van 1 S 9,18 .

1 S 9,19 - 1 S 9,19 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19 καὶ ἀπεκρίθη Σαμουὴλ τῷ Σαοὺλ καὶ εἶπεν· ἐγώ εἰμι αὐτός· ἀνάβηθι ἔμπροσθέν μου εἰς Βαμᾶ καὶ φάγε μετ᾿ ἐμοῦ σήμερον, καὶ ἐξαποστελῶ σε πρωΐ καὶ πάντα τὰ ἐν τῇ καρδίᾳ σου ἀπαγγελῶ σοι· 19 et respondit Samuhel Sauli dicens ego sum videns ascende ante me in excelsum ut comedatis mecum hodie et dimittam te mane et omnia quae sunt in corde tuo indicabo tibi   19 En Samuël antwoordde Saul en zeide: Ik ben de ziener; ga op voor mijn aangezicht op de hoogte, dat gijlieden heden met mij eet; zo zal ik u morgen vroeg laten gaan, en alles, wat in uw hart is, zal ik u te kennen geven. [19] Samuël gaf Saul ten antwoord: 'Ik ben de ziener. Ga voor mij uit naar de hoogte; vandaag zult u met mij eten en morgen vroeg zal ik u uitgeleide doen en u alles verklaren wat u op het hart ligt. [19] 'Ik ben de ziener,' antwoordde Samuël. 'Wees mijn gast en ga mee naar de offerhoogte. Vandaag zult u met mij eten en morgenvroeg zal ik u uitgeleide doen. Ik zal u vertellen wat er in u schuilt. 9:19 Samuël antwoordt Saul en zegt: ík ben de ziener, beklim de hoogte voor mijn aanschijn uit, eten zult gij vandaag met mij,- en morgenochtend zend ik je weer heen; en al wat je ter harte gaat zal ik je melden!- 19. Samuel répondit à Saül : « Je suis le voyant. Monte devant moi au haut lieu. Vous mangerez aujourd'hui avec moi. Je te dirai adieu demain matin et je t'expliquerai tout ce qui occupe ton cœur.

King James Bible . [19] And Samuel answered Saul, and said, I am the seer: go up before me unto the high place; for ye shall eat with me to day, and to morrow I will let thee go, and will tell thee all that is in thine heart.
Luther-Bibel . 19Samuel antwortete Saul: Ich bin der Seher. Geh vor mir hinauf auf die Höhe, denn ihr sollt heute mit mir essen; morgen früh will ich dir das Geleit geben und auf alles, was du auf dem Herzen hast, will ich dir Antwort geben.

Tekstuitleg van 1 S 9,19 .

1 S 9,20 - 1 S 9,20 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20 καὶ περὶ τῶν ὄνων σου τῶν ἀπολωλυιῶν σήμερον τριταίων μὴ θῇς τὴνκαρδίαν σου αὐταῖς, ὅτι εὕρηνται· καὶ τίνι τὰ ὡραῖα τοῦ ᾿Ισραήλ; οὐ σοὶ καὶ τῷ οἴκῳ τοῦ πατρός σου; 20 et de asinis quas perdidisti nudius tertius ne sollicitus sis quia inventae sunt et cuius erunt optima quaeque Israhel nonne tibi et omni domui patris tui   20 Want de ezelinnen aangaande, die gij heden den derden dag verloren hebt, zet uw hart daarop niet, want zij zijn gevonden; en wiens zal zijn al het gewenste, dat in Israël is? Is het niet van u, en van het ganse huis uws vaders? [20] Over de ezelinnen die al drie dagen zoek zijn, hoeft u niet bezorgd te zijn; die zijn terecht. Maar wat* Israël zich wenst, aan wie valt dat ten deel? Aan niemand anders dan aan u en uw hele familie.' [20] En wat betreft die ezelinnen die nu al drie dagen zoek zijn: maakt u zich geen zorgen, die zijn terecht. Maar naar wie is heel Israël verlangend op zoek? Naar u en uw familie!' 9:20 over de ezelinnen die jou verloren zijn vandaag voor drie dagen: zet je hart daar niet op, want ze zijn al gevonden; maar naar wie gaat heel Israëls begeren uit?- is het niet naar jou en naar heel het huis van je vader? •• 20. Quant aux ânesses que tu as perdues il y a trois jours, ne t'en inquiète pas : elles sont retrouvées. D'ailleurs, à qui revient toute la richesse d'Israël ? N'est-ce pas à toi et à toute la maison de ton père ? »

King James Bible . [20] And as for thine asses that were lost three days ago, set not thy mind on them; for they are found. And on whom is all the desire of Israel? Is it not on thee, and on all thy father's house?
Luther-Bibel . 20Und um die Eselinnen, die du vor drei Tagen verloren hast, sorge dich jetzt nicht; sie sind gefunden. Wem gehört denn alles, was wertvoll ist in Israel? Gehört es nicht dir und dem ganzen Hause deines Vaters?

Tekstuitleg van 1 S 9,20 .

1 S 9,21 - 1 S 9,21 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21 καὶ ἀπεκρίθη Σαοὺλ καὶ εἶπεν· οὐχὶ ἀνδρὸς υἱὸς ᾿Ιεμιναίου ἐγώ εἰμι τοῦ μικροῦ σκήπτρου φυλῆς ᾿Ισραὴλ καὶ τῆς φυλῆς τῆς ἐλαχίστης ἐξ ὅλους σκήπτρου Βενιαμίν; καὶ ἱνατί ἐλάλησας πρὸς ἐμὲ κατὰ τὸ ρῆμα τοῦτο; 21 respondens autem Saul ait numquid non filius Iemini ego sum de minima tribu Israhel et cognatio mea novissima inter omnes familias de tribu Beniamin quare ergo locutus es mihi sermonem istum   21 Toen antwoordde Saul, en zeide: Ben ik niet een zoon van Jemini, van den kleinsten der stammen van Israël? en mijn geslacht is het niet het kleinste van al de geslachten van den stam van Benjamin? Waarom spreekt gij mij dan aan met zulke woorden? [21] Saul antwoordde: 'Ik ben maar een Benjaminiet en kom dus uit een van de kleinste stammen van Israël; mijn geslacht is het onbeduidendste* van alle geslachten van de stam Benjamin. Hoe kunt u dan zoiets tegen mij zeggen?' [21] 'Maar ik hoor bij Benjamin, een van de kleinste stammen van Israël,' wierp Saul tegen. 'En in die stam is mijn familie weer de onbelangrijkste. Hoe kunt u dan zoiets zeggen?' 9:21 Saul antwoordt en zegt: ben ik niet meer een Benjaminiet uit de kleinste stammen van Israël?, en is mijn familie niet de geringste uit alle families uit de stammen van Benjamin?- waarom heb je dan tot mij gesproken in een spreken als dit? •• 21. Saül répondit ainsi : « Ne suis-je pas un Benjaminite, la plus petite des tribus d'Israël, et ma famille n'est-elle pas la moindre de toutes celles de la tribu de Benjamin ? Pourquoi me dire de telles paroles ? »

King James Bible . [21] And Saul answered and said, Am not I a Benjamite, of the smallest of the tribes of Israel? and my family the least of all the families of the tribe of Benjamin? wherefore then speakest thou so to me?
Luther-Bibel . 21Saul antwortete: Bin ich nicht ein Benjaminiter und aus einem der kleinsten Stämme Israels, und ist nicht mein Geschlecht das geringste unter allen Geschlechtern des Stammes Benjamin? Warum sagst du mir solches?

Tekstuitleg van 1 S 9,21 .

1 S 9,22 - 1 S 9,22 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22 καὶ ἔλαβε Σαμουὴλ τὸν Σαοὺλ καὶ τὸ παιδάριον αὐτοῦ καὶ εἰσήγαγεν αὐτοὺς εἰς τὸ κατάλυμα καὶ ἔθετο αὐτοῖς ἐκεῖ τόπον ἐν πρώτοις τῶν κεκλημένων ὡσεὶ ἑβδομήκοντα ἀνδρῶν. 22 adsumens itaque Samuhel Saulem et puerum eius introduxit eos in triclinium et dedit eis locum in capite eorum qui fuerant invitati erant enim quasi triginta viri   22 Samuël dan nam Saul en zijn jongen, en hij bracht ze in de kamer; en hij gaf hun plaats aan het opperste der genodigden; die nu waren omtrent dertig man. [22] Toen nam Samuël Saul en zijn knecht met zich mee. Hij leidde hen de zaal* binnen, gaf hun een plaats aan het hoofd van de genodigden, ongeveer dertig man, [22] Samuël nam Saul en zijn knecht mee naar de eetzaal en gaf hun daar een plaats aan het hoofd van de tafel. Er waren dertig genodigden. 9:22 Samuël neemt Saul en zijn hulpjongen mee en laat hen een eetzaal binnenkomen; hij geeft hun een plaats aan het hoofd van de genodigden; zij zijn met zo'n dertig man. 22. Samuel emmena Saül et son serviteur. Il les introduisit dans la salle et leur donna une place en tête des invités, qui étaient une trentaine.

King James Bible . [22] And Samuel took Saul and his servant, and brought them into the parlour, and made them sit in the chiefest place among them that were bidden, which were about thirty persons.
Luther-Bibel . 22Samuel aber nahm Saul und seinen Knecht und führte sie in die Halle und setzte sie obenan unter die Geladenen; und das waren etwa dreißig Mann.

Tekstuitleg van 1 S 9,22 .

1 S 9,23 - 1 S 9,23 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23 καὶ εἶπε Σαμουὴλ τῷ μαγείρῳ· δός μοι τὴν μερίδα, ἣν ἔδωκά σοι, ἣν εἶπά σοι θεῖναι αὐτὴν παρά σοι. 23 dixitque Samuhel coco da partem quam dedi tibi et praecepi ut reponeres seorsum apud te   23 Toen zeide Samuël tot den kok: Lang dat stuk, hetwelk Ik u gegeven heb, waarvan ik tot u zeide: Zet het bij u weg. [23] en zei tegen de kok: 'Dien het stuk op dat ik je gegeven heb met de opdracht het apart te houden.' [23] Tegen de offerbereider zei Samuël: 'Dien nu het stuk vlees op dat ik u gegeven heb met het verzoek het apart te houden.' 9:23 Samuël zegt tot de slachter: geef nu het deel dat ik aan jou gegeven heb,- waarvan ik tot je zei: leg dat bij jou neer! 23. Puis Samuel dit au cuisinier : « Sers la part que je t'ai donnée en te disant de la mettre de côté. »

King James Bible . [23] And Samuel said unto the cook, Bring the portion which I gave thee, of which I said unto thee, Set it by thee.
Luther-Bibel . 23Und Samuel sprach zu dem Koch: Gib das Stück her, das ich dir gab und dabei befahl, du solltest es bei dir zurückbehalten.

Tekstuitleg van 1 S 9,23 .

1 S 9,24 - 1 S 9,24 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24 καὶ ἥψησεν ὁ μάγειρος τὴν κωλέαν, καὶ παρέθηκεν αὐτὴν ἐνώπιον Σαούλ· καὶ εἶπε Σαμουὴλ τῷ Σαούλ· ἰδοὺ ὑπόλειμμα, παράθες αὐτὸ ἐνώπιόν σου καὶ φάγε, ὅτι μαρτύριον τέθειταί σοι παρὰ τοὺς ἄλλους· ἀπόκνιζε. καὶ ἔφαγε Σαοὺλ μετὰ Σαμουὴλ ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ. 24 levavit autem cocus armum et posuit ante Saul dixitque Samuhel ecce quod remansit pone ante te et comede quia de industria servatum est tibi quando populum vocavi et comedit Saul cum Samuhel in die illa   24 De kok nu bracht een schouder op, met wat daaraan was, en zette het voor Saul; en hij zeide: Zie, dit is het overgeblevene; zet het voor u, eet, want het is ter bestemder tijd voor u bewaard, als ik zeide: Ik heb het volk genodigd. Alzo at Saul met Samuël op dien dag. [24] Toen diende de kok het schenkelstuk* op en zette dat voor aan Saul. Samuël zei: 'Wat men u heeft voorgezet is het uitgelezen stuk; eet ervan, want voor u werd het bewaard en dat was al mijn bedoeling toen ik het volk uitnodigde voor dit feest.' Zo at Saul die dag met Samuël. [24] De offerbereider nam de rechterachterbout en diende die aan Saul op met de woorden: 'Alstublieft. Dit stuk is speciaal voor u apart gehouden ter gelegenheid van deze bijeenkomst, die door Samuël is belegd. Laat het u smaken.' Toen at Saul met Samuël. 9:24 De slachter heft het schenkelstuk en wat erbij hoort óp, en legt het neer voor het aanschijn van Saul; hij zegt: ziehier wat is overgebleven!- leg het voor je aanschijn neer en eet want voor deze samenkomst is het voor jou bewaard toen ik zei: ik heb de gemeente bijeengeroepen! Zo eet Saul met Samuël, op die dag. 24. Le cuisinier préleva le gigot et la queue, qu'il mit devant Saül, et il dit : « Voilà posé devant toi ce qu'on a laissé. Mange! ... » Ce jour-là, Saül mangea avec Samuel.

King James Bible . [24] And the cook took up the shoulder, and that which was upon it, and set it before Saul. And Samuel said, Behold that which is left! set it before thee, and eat: for unto this time hath it been kept for thee since I said, I have invited the people. So Saul did eat with Samuel that day.
Luther-Bibel . 24Da trug der Koch eine Keule auf und den Fettschwanz. Und er legte sie Saul vor und sprach: Siehe, hier ist das Übriggebliebene, lege es vor dich hin und iss; denn als ich das Volk einlud, ist es für dich aufbewahrt worden für diese Stunde. So aß Saul an jenem Tage mit Samuel.

Tekstuitleg van 1 S 9,24 .

1 S 9,25 - 1 S 9,25 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25 καὶ κατέβη ἐκ τῆς Βαμᾶ εἰς τὴν πόλιν· καὶ διέστρωσαν τῷ Σαοὺλ ἐπὶ τῷ δώματι, καὶ ἐκοιμήθη. 25 et descenderunt de excelso in oppidum et locutus est cum Saul in solario   25 Daarna gingen zij af van de hoogte in de stad; en hij sprak met Saul op het dak. [25] Daarna daalden zij van de hoogte af naar de stad, en Samuël onderhield zich met Saul op het dakterras. [25] Daarna gingen ze van de offerhoogte terug naar de stad, waar Samuël op het dak van zijn huis met Saul een vertrouwelijk gesprek had. 9:25 Dan dalen ze af van de hoogte van de stad; hij spreekt met Saul op het dak. 25. Ils descendirent du haut lieu à la ville. On prépara un lit sur la terrasse pour Saül

King James Bible . [25] And when they were come down from the high place into the city, Samuel communed with Saul upon the top of the house.
Luther-Bibel . 25Und als sie hinabgegangen waren von der Höhe der Stadt, machten sie Saul ein Lager auf dem Dach

Tekstuitleg van 1 S 9,25 .

1 S 9,26 - 1 S 9,26 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26 καὶ ἐγένετο ὡς ἀνέβαινεν ὁ ὄρθρος, καὶ ἐκάλεσε Σαμουὴλ τὸν Σαοὺλ ἐπὶ τῷ δώματι λέγων· ἀνάστα, καὶ ἐξαποστελῶ σε· καὶ ἀνέστη Σαούλ, καὶ ἐξῆλθεν αὐτὸς καὶ Σαμουὴλ ἕως ἔξω. 26 cumque mane surrexissent et iam dilucesceret vocavit Samuhel Saul in solarium dicens surge ut dimittam te et surrexit Saul egressique sunt ambo ipse videlicet et Samuhel   26 En zij stonden vroeg op; en het geschiedde, omtrent den opgang des dageraads, zo riep Samuël Saul op het dak, zeggende: Sta op, dat ik u gaan late. Toen stond Saul op, en zij beiden gingen uit, hij en Samuël, naar buiten. [26] Zij stonden vroeg op, en zodra de dag aangebroken was riep Samuël tegen Saul op het dakterras: 'Kom, dan zal ik u uitgeleide doen.' Saul kwam en samen gingen zij naar buiten, hij en Samuël. [26] De volgende morgen, bij het krieken van de dag, riep Samuël naar Saul op het dak: 'Sta op, ik zal u uitgeleide doen.' Samen met Samuël ging Saul naar buiten. 9:26 Zij rechten hun schouders, en het geschiedt: met dat de dageraad opklimt roept Samuël naar Saul op het dak en zegt: sta op, ik zal je heenzenden! Dan staat Saul op en trekken ze naar buiten, zij tweeën, hijzelf en Samuël. 26. et il se coucha. Dès que parut l'aurore, Samuel appela Saül sur la terrasse : « Lève-toi, dit-il, je vais te dire adieu. » Saül se leva, et Samuel et lui sortirent tous deux au-dehors.

King James Bible . [26] And they arose early: and it came to pass about the spring of the day, that Samuel called Saul to the top of the house, saying, Up, that I may send thee away. And Saul arose, and they went out both of them, he and Samuel, abroad.
Luther-Bibel . 26und er legte sich schlafen. Und als die Morgenröte aufging, rief Samuel zum Dach hinauf und sprach zu Saul: Steh auf, dass ich dich geleite! Und Saul stand auf und die beiden gingen miteinander hinaus, er und Samuel.

Tekstuitleg van 1 S 9,26 .

2. wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . De getalwaarde van wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalwaarde van ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 . Totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . Joz (59) . Re (47) . 1 S (58) . 2 S (43) . 1 K (78) . 2 K (54) . 1 S (58) . 1 S 9 (2) : (1) 1 S 9,1 . (2) 1 S 9,26 . Bij het begin van een hoofdstuk in 1 S (7) : (1) 1 S 4,1 . (2) 1 S 6,1 . (3) 1 S 8,1 . (3) 1 S 9,1 . (4) 1 S 14,1 . (5) 1 S 18,1 . (6) 1 S 28,1 . (7) 1 S 30,1 .
ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . OT (1120) . Pentateuch (329) .
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd . We zouden kunnen vertalen : vervolgens .
Elk boek van de Eerdere Profeten begint met wajëhî (en hij was / en het was) : (1) Joz 1,1 . (2) Re 1,1 . (3) 1 S 1,1 . (4) 2 S 1,1 . (5) 1 K 1,1 . (6) 2 K 1,1 .

1 S 9,27 - 1 S 9,27 : Saul tot koning gezalfd - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) - 1 S 9 -- 1 S 10 -- 1 S 9,1-10,16 -- 1 S 9,1 - 1 S 9,2 - 1 S 9,3 - 1 S 9,4 - 1 S 9,5 - 1 S 9,6 - 1 S 9,7 - 1 S 9,8 - 1 S 9,9 - 1 S 9,10 - 1 S 9,11 - 1 S 9,12 - 1 S 9,13 - 1 S 9,14 - 1 S 9,15 - 1 S 9,16 - 1 S 9,17 - 1 S 9,18 - 1 S 9,19 - 1 S 9,20 - 1 S 9,21 - 1 S 9,22 - 1 S 9,23 - 1 S 9,24 - 1 S 9,25 - 1 S 9,26 - 1 S 9,27 -- 1 S 10,1 - 1 S 10,2 - 1 S 10,3 - 1 S 10,4 - 1 S 10,5 - 1 S 10,6 - 1 S 10,7 - 1 S 10,8 - 1 S 10,9 - 1 S 10,10 - 1 S 10,11 - 1 S 10,12 - 1 S 10,13 - 1 S 10,14 - 1 S 10,15 - 1 S 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27 αὐτῶν καταβαινόντων εἰς μέρος τῆς πόλεως καὶ Σαμουὴλ εἶπε τῷ Σαούλ· εἰπὸν τῷ νεανίσκῳ καὶ διελθέτω ἔμπροσθεν ἡμῶν, καὶ σὺ στῆθι ὡς σήμερον καὶ ἄκουσον ρῆμα Θεοῦ. 27 cumque descenderent in extrema parte civitatis Samuhel dixit ad Saul dic puero ut antecedat nos et transeat tu autem subsiste paulisper ut indicem tibi verbum Domini   27 Toen zij afgegaan waren aan het einde der stad, zo zeide Samuël tot Saul: Zeg den jongen, dat hij voor onze aangezichten heenga; toen ging hij heen; maar sta gij als nu stil, en ik zal u Gods woord doen horen. [27] Toen ze aan het einde van de stad waren gekomen, zei Samuël tegen Saul: 'Zeg tegen de knecht dat hij vooruit moet gaan – de knecht deed dat – en blijf zelf een ogenblik staan: dan zal ik u meedelen wat God gezegd heeft.' [27] Toen ze vanaf de stad naar beneden liepen, zei Samuël tegen Saul: 'Zeg tegen uw knecht dat hij vast vooruitgaat.' Toen de knecht hen een eind vooruit was, zei Samuël: 'Blijft u nog even staan, dan zal ik u vertellen wat God met u voorheeft.' 9:27 Toen zij waren afgedaald tot aan de rand van de stad heeft Samuël tot Saul gezegd: zeg tot de jongen dat hij alvast voor ons aanschijn uit oversteekt!- en hij steekt over,- en jij, blijf aanstonds staan, dan zal ik je het woord van God doen horen! • 27. Ils étaient descendus à la limite de la ville quand Samuel dit à Saül : « Ordonne au serviteur qu'il passe devant nous, mais toi, reste maintenant, que je te fasse entendre la parole de Dieu.

King James Bible . [27] And as they were going down to the end of the city, Samuel said to Saul, Bid the servant pass on before us, (and he passed on,) but stand thou still a while, that I may shew thee the word of God.
Luther-Bibel . 27Und als sie hinabkamen an das Ende der Stadt, sprach Samuel zu Saul: Sage dem Knecht, dass er uns vorangehe – und er ging voran –, du aber steh jetzt still, dass ich dir kundtue, was Gott gesagt hat.

Tekstuitleg van 1 S 9,27 .


SEPTUAGINTA

ΚΑΙ ἀνὴρ ἐξ υἱῶν Βενιαμίν, καὶ ὄνομα αὐτῷ Κίς, υἱὸς ᾿Αβιήλ, υἱοῦ ᾿Ιαρέδ, υἱοῦ Βαχίρ, υἱοῦ ᾿Αφέκ, υἱοῦ ἀνδρὸς ᾿Ιεμιναίου, ἀνὴρ δυνατός. 2 καὶ τούτῳ υἱός, καὶ ὄνομα αὐτῷ Σαούλ, εὐμεγέθης, ἀνὴρ ἀγαθός, καὶ οὐκ ἦν ἐν υἱοῖς ᾿Ισραὴλ ἀγαθὸς ὑπὲρ αὐτόν, ὑπερωμίαν καὶ ἐπάνω ὑψηλὸς ὑπὲρ πᾶσαν τὴν γῆν. 3 καὶ ἀπώλοντο αἱ ὄνοι Κὶς πατρὸς Σαούλ, καὶ εἶπε Κὶς πρὸς Σαοὺλ τὸν υἱὸν αὐτοῦ· λαβὲ μετὰ σεαυτοῦ ἓν τῶν παιδαρίων καὶ ἀνάστητε καὶ πορεύθητε καὶ ζητήσατε τὰς ὄνους. 4 καὶ διῆλθον δι᾿ ὄρους ᾿Εφραὶμ καὶ διῆλθον διὰ τῆς γῆς Σελχὰ καὶ οὐχ εὗρον· καὶ διῆλθον διὰ τῆς γῆς Σεγαλείμ, καὶ οὐκ ἦν· καὶ διῆλθον διὰ τῆς γῆς ᾿Ιαμὶν καὶ οὐχ εὗρον. 5 αὐτῶν δὲ ἐλθόντων εἰς τὴν Σίφ, καὶ Σαοὺλ εἶπε τῷ παιδαρίῳ αὐτοῦ τῷ μετ᾿ αὐτοῦ· δεῦρο καὶ ἀποστρέψωμεν, μὴ ἀνεὶς ὁ πατήρ μου τὰς ὄνους φροντίζῃ τὰ περὶ ἡμῶν· 6 καὶ εἶπεν αὐτῷ τὸ παιδάριον· ἰδοὺ δὴ ἄνθρωπος τοῦ Θεοῦ ἐν τῇ πόλει ταύτῃ, καὶ ὁ ἄνθρωπος ἔνδοξος, πᾶν, ὃ ἐὰν λαλήσῃ, παραγινόμενον παρέσται· καὶ νῦν πορευθῶμεν, ὅπως ἀπαγγείλῃ ἡμῖν τὴν ὁδὸν ἡμῶν, ἐφ᾿ ἣν ἐπορεύθημεν ἐπ᾿ αὐτήν. 7 καὶ εἶπε Σαοὺλ τῷ παιδαρίῳ αὐτοῦ τῷ μετ᾿ αὐτοῦ· καὶ ἰδοὺ πορευσόμεθα, καὶ τὶ οἴσομεν τῷ ἀνθρώπῳ τοῦ Θεοῦ; ὅτι οἱ ἄρτοι ἐκλελοίπασιν ἐκ τῶν ἀγγείων ἡμῶν, καὶ πλεῖον οὐκ ἔστι μεθ᾿ ἡμῶν εἰσενεγκεῖν τῷ ἀνθρώπῳ τοῦ Θεοῦ τὸ ὑπάρχον ἡμῖν. 8 καὶ προσέθετο τὸ παιδάριον ἀποκριθῆναι τῷ Σαοὺλ καὶ εἶπεν· ἰδοὺ εὕρηται ἐν τῇ χειρί μου τέταρτον σίκλου ἀργυρίου, καὶ δώσεις τῷ ἀνθρώπῳ τοῦ Θεοῦ, καὶ ἀπαγγελεῖ ἡμῖν τὴν ὁδὸν ἡμῶν. 9 καὶ ἔμπροσθεν ἐν ᾿Ισραὴλ τάδε ἔλεγεν ἕκαστος ἐν τῷ πορεύεσθαι ἐπερωτᾶν τὸν Θεόν· δεῦρο καὶ πορευθῶμεν πρὸς τὸν βλέποντα· ὅτι τὸν προφήτην ἐκάλει ὁ λαὸς ἔμπροσθεν ῾Ο βλέπων. 10 καὶ εἶπε Σαοὺλ πρὸς τὸ παιδάριον αὐτοῦ· ἀγαθόν τὸ ρῆμα, δεῦρο καὶ πορευθῶμεν. καὶ ἐπορεύθησαν εἰς τὴν πόλιν, οὗ ἦν ἐκεῖ ὁ ἄνθρωπος ὁ τοῦ Θεοῦ. 11 αὐτῶν ἀναβαινόντων τὴν ἀνάβασιν τῆς πόλεως καὶ αὐτοὶ εὑρίσκουσι τὰ κοράσια ἐξεληλυθότα ὑδρεύεσθαι ὕδωρ καὶ λέγουσιν αὐταῖς· εἰ ἔστιν ἐνταῦθα ῾Ο βλέπων; 12 καὶ ἀπεκρίθη τὰ κοράσια αὐτοῖς καὶ λέγουσιν αὐτοῖς· ἔστιν, ἰδοὺ κατὰ πρόσωπον ὑμῶν· νῦν διὰ τὴν ἡμέραν ἥκει εἰς τὴν πόλιν, ὅτι θυσία σήμερον τῷ λαῷ ἐν Βαμᾷ· 13 ὡς ἂν εἰσέλθητε εἰς τὴν πόλιν, οὕτως εὑρήσετε αὐτὸν ἐν τῇ πόλει πρὶν ἀναβῆναι αὐτὸν εἰς Βαμᾶ τοῦ φαγεῖν· ὅτι οὐ μὴ φάγῃ ὁ λαὸς ἕως τοῦ εἰσελθεῖν αὐτόν, ὅτι οὗτος εὐλογεῖ τὴν θυσίαν, καὶ μετὰ ταῦτα ἐσθίουσιν οἱ ξένοι· καὶ νῦν ἀνάβητε, ὅτι διὰ τὴν ἡμέραν εὑρήσετε αὐτόν. 14 καὶ ἀναβαίνουσι τὴν πόλιν. αὐτῶν εἰσπορευομένων εἰς μέσον τῆς πόλεως καὶ ἰδοὺ Σαμουὴλ ἐξῆλθεν εἰς τὴν ἀπάντησιν αὐτῶν τοῦ ἀναβῆναι εἰς Βαμᾶ. 15 καὶ Κύριος ἀπεκάλυψε τὸ ὠτίον Σαμουὴλ ἡμέρᾳ μιᾷ ἔμπροσθεν τοῦ ἐλθεῖν πρὸς αὐτὸν Σαοὺλ λέγων· 16 ὡς ὁ καιρός, αὔριον ἀποστελῶ πρός σε ἄνδρα ἐκ γῆς Βενιαμίν, καὶ χρίσεις αὐτὸν εἰς ἄρχοντα ἐπὶ τὸν λαόν μου ᾿Ισραήλ, καὶ σώσει τὸν λαόν μου ἐκ χειρὸς ἀλλοφύλων· ὅτι ἐπέβλεψα ἐπὶ τὴν ταπείνωσιν τοῦ λαοῦ μου, ὅτι ἦλθε βοὴ αὐτῶν πρός με. 17 καὶ Σαμουὴλ εἶδε τὸν Σαούλ· καὶ Κύριος ἀπεκρίθη αὐτῷ· ἰδοὺ ὁ ἄνθρωπος, ὃν εἶπά σοι, οὗτος ἄρξει ἐν τῷ λαῷ μου. 18 καὶ προσήγαγε Σαοὺλ πρὸς Σαμουὴλ εἰς μέσον τῆς πόλεως καὶ εἶπεν· ἀπάγγειλον δὴ ποῖος ὁ οἶκος τοῦ βλέποντος. 19 καὶ ἀπεκρίθη Σαμουὴλ τῷ Σαοὺλ καὶ εἶπεν· ἐγώ εἰμι αὐτός· ἀνάβηθι ἔμπροσθέν μου εἰς Βαμᾶ καὶ φάγε μετ᾿ ἐμοῦ σήμερον, καὶ ἐξαποστελῶ σε πρωΐ καὶ πάντα τὰ ἐν τῇ καρδίᾳ σου ἀπαγγελῶ σοι· 20 καὶ περὶ τῶν ὄνων σου τῶν ἀπολωλυιῶν σήμερον τριταίων μὴ θῇς τὴνκαρδίαν σου αὐταῖς, ὅτι εὕρηνται· καὶ τίνι τὰ ὡραῖα τοῦ ᾿Ισραήλ; οὐ σοὶ καὶ τῷ οἴκῳ τοῦ πατρός σου; 21 καὶ ἀπεκρίθη Σαοὺλ καὶ εἶπεν· οὐχὶ ἀνδρὸς υἱὸς ᾿Ιεμιναίου ἐγώ εἰμι τοῦ μικροῦ σκήπτρου φυλῆς ᾿Ισραὴλ καὶ τῆς φυλῆς τῆς ἐλαχίστης ἐξ ὅλους σκήπτρου Βενιαμίν; καὶ ἱνατί ἐλάλησας πρὸς ἐμὲ κατὰ τὸ ρῆμα τοῦτο; 22 καὶ ἔλαβε Σαμουὴλ τὸν Σαοὺλ καὶ τὸ παιδάριον αὐτοῦ καὶ εἰσήγαγεν αὐτοὺς εἰς τὸ κατάλυμα καὶ ἔθετο αὐτοῖς ἐκεῖ τόπον ἐν πρώτοις τῶν κεκλημένων ὡσεὶ ἑβδομήκοντα ἀνδρῶν. 23 καὶ εἶπε Σαμουὴλ τῷ μαγείρῳ· δός μοι τὴν μερίδα, ἣν ἔδωκά σοι, ἣν εἶπά σοι θεῖναι αὐτὴν παρά σοι. 24 καὶ ἥψησεν ὁ μάγειρος τὴν κωλέαν, καὶ παρέθηκεν αὐτὴν ἐνώπιον Σαούλ· καὶ εἶπε Σαμουὴλ τῷ Σαούλ· ἰδοὺ ὑπόλειμμα, παράθες αὐτὸ ἐνώπιόν σου καὶ φάγε, ὅτι μαρτύριον τέθειταί σοι παρὰ τοὺς ἄλλους· ἀπόκνιζε. καὶ ἔφαγε Σαοὺλ μετὰ Σαμουὴλ ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ. 25 καὶ κατέβη ἐκ τῆς Βαμᾶ εἰς τὴν πόλιν· καὶ διέστρωσαν τῷ Σαοὺλ ἐπὶ τῷ δώματι, καὶ ἐκοιμήθη. 26 καὶ ἐγένετο ὡς ἀνέβαινεν ὁ ὄρθρος, καὶ ἐκάλεσε Σαμουὴλ τὸν Σαοὺλ ἐπὶ τῷ δώματι λέγων· ἀνάστα, καὶ ἐξαποστελῶ σε· καὶ ἀνέστη Σαούλ, καὶ ἐξῆλθεν αὐτὸς καὶ Σαμουὴλ ἕως ἔξω. 27 αὐτῶν καταβαινόντων εἰς μέρος τῆς πόλεως καὶ Σαμουὴλ εἶπε τῷ Σαούλ· εἰπὸν τῷ νεανίσκῳ καὶ διελθέτω ἔμπροσθεν ἡμῶν, καὶ σὺ στῆθι ὡς σήμερον καὶ ἄκουσον ρῆμα Θεοῦ.


VULGAAT

9. 1 et erat vir de Beniamin nomine Cis filius Abihel filii Seror filii Bechoreth filii Afia filii viri Iemini fortis robore 2 et erat ei filius vocabulo Saul electus et bonus et non erat vir de filiis Israhel melior illo ab umero et sursum eminebat super omnem populum 3 perierant autem asinae Cis patris Saul et dixit Cis ad Saul filium suum tolle tecum unum de pueris et consurgens vade et quaere asinas qui cum transissent per montem Ephraim 4 et per terram Salisa et non invenissent transierunt etiam per terram Salim et non erant sed et per terram Iemini et minime reppererunt 5 cum autem venissent in terram Suph dixit Saul ad puerum suum qui erat cum eo veni et revertamur ne forte dimiserit pater meus asinas et sollicitus sit pro nobis 6 qui ait ei ecce est vir Dei in civitate hac vir nobilis omne quod loquitur absque ambiguitate venit nunc ergo eamus illuc si forte indicet nobis de via nostra propter quam venimus 7 dixitque Saul ad puerum suum ecce ibimus quid feremus ad virum panis defecit in sitarciis nostris et sportulam non habemus ut demus homini Dei nec quicquam aliud 8 rursum puer respondit Sauli et ait ecce inventa est in manu mea quarta pars stateris argenti demus homini Dei ut indicet nobis viam nostram 9 olim in Israhel sic loquebatur unusquisque vadens consulere Deum venite et eamus ad videntem qui enim propheta dicitur hodie vocabatur olim videns 10 et dixit Saul ad puerum suum optimus sermo tuus veni eamus et ierunt in civitatem in qua erat vir Dei 11 cumque ascenderent clivum civitatis invenerunt puellas egredientes ad hauriendam aquam et dixerunt eis num hic est videns 12 quae respondentes dixerunt illis hic est ecce ante te festina nunc hodie enim venit in civitate quia sacrificium est hodie populo in excelso 13 ingredientes urbem statim invenietis eum antequam ascendat excelsum ad vescendum neque enim comesurus est populus donec ille veniat quia ipse benedicit hostiae et deinceps comedunt qui vocati sunt nunc ergo conscendite quia hodie repperietis eum 14 et ascenderunt in civitatem cumque illi ambularent in medio urbis apparuit Samuhel egrediens obviam eis ut ascenderet in excelsum 15 Dominus autem revelaverat auriculam Samuhel ante unam diem quam veniret Saul dicens 16 hac ipsa quae nunc est hora cras mittam ad te virum de terra Beniamin et ungues eum ducem super populum meum Israhel et salvabit populum meum de manu Philisthinorum quia respexi populum meum venit enim clamor eorum ad me 17 cumque aspexisset Samuhel Saulem Dominus ait ei ecce vir quem dixeram tibi iste dominabitur populo meo 18 accessit autem Saul ad Samuhelem in medio portae et ait indica oro mihi ubi est domus videntis 19 et respondit Samuhel Sauli dicens ego sum videns ascende ante me in excelsum ut comedatis mecum hodie et dimittam te mane et omnia quae sunt in corde tuo indicabo tibi 20 et de asinis quas perdidisti nudius tertius ne sollicitus sis quia inventae sunt et cuius erunt optima quaeque Israhel nonne tibi et omni domui patris tui 21 respondens autem Saul ait numquid non filius Iemini ego sum de minima tribu Israhel et cognatio mea novissima inter omnes familias de tribu Beniamin quare ergo locutus es mihi sermonem istum 22 adsumens itaque Samuhel Saulem et puerum eius introduxit eos in triclinium et dedit eis locum in capite eorum qui fuerant invitati erant enim quasi triginta viri 23 dixitque Samuhel coco da partem quam dedi tibi et praecepi ut reponeres seorsum apud te 24 levavit autem cocus armum et posuit ante Saul dixitque Samuhel ecce quod remansit pone ante te et comede quia de industria servatum est tibi quando populum vocavi et comedit Saul cum Samuhel in die illa 25 et descenderunt de excelso in oppidum et locutus est cum Saul in solario 26 cumque mane surrexissent et iam dilucesceret vocavit Samuhel Saul in solarium dicens surge ut dimittam te et surrexit Saul egressique sunt ambo ipse videlicet et Samuhel 27 cumque descenderent in extrema parte civitatis Samuhel dixit ad Saul dic puero ut antecedat nos et transeat tu autem subsiste paulisper ut indicem tibi verbum Domini