BIJBELBOEK EERSTE BOEK SAMUEL VIJFTIENDE HOOFDSTUK -- 1 S 15 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 15 -- 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van 1 S : - 1 S 1 - 1 S 2 - 1 S 3 - 1 S 4 - 1 S 5 - 1 S 6 - 1 S 7 - 1 S 8 - 1 S 9 - 1 S 10 - 1 S 11 - 1 S 12 - 1 S 13 - 1 S 14 - 1 S 15 - 1 S 16 - 1 S 17 - 1 S 18 - 1 S 19 - 1 S 20 - 1 S 21 - 1 S 22 - 1 S 23 - 1 S 24 - 1 S 25 - 1 S 26 - 1 S 27 - 1 S 28 - 1 S 29 - 1 S 30 - 1 S 31 -
Tekstuitleg per pericope :
Overzicht vers per vers : - 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T.
: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van 1 Samuël : 1 Samuël : overzicht , 1 Samuël : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , 1 Samuël : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   - King James Bible 11. Luther-Bibel    

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


1 S 15,1-35 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -

1 S 15,1 - 1 S 15,1 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1kai eipen samouèl pros saoul eme apesteilen kurios chrisai se eis basilea epi israèl kai nun akoue tès fônès kuriou  1 et dixit Samuhel ad Saul me misit Dominus ut unguerem te in regem super populum eius Israhel nunc ergo audi vocem Domini     1 Toen zeide Samuël tot Saul: de HEERE heeft mij gezonden, dat ik u ten koning zalfde over Zijn volk, over Israël; hoor dan nu de stem van de woorden des HEEREN.  [1] Samuël sprak tot Saul: ‘De heer heeft mij gezonden om u te zalven tot koning over zijn volk, over Israël; luister dus naar het woord van de heer.   [1] Op een keer zei Samuël tegen Saul: ‘De HEER heeft mij destijds gezonden om u te zalven tot koning over zijn volk, over Israël. Luister dus nu naar wat de HEER te zeggen heeft.   1 ¶ Samuël zegt tot Saul: mij heeft de ENE gezonden om jou te zalven tot koning over zijn gemeente, over Israël; nu dan, hoor naar de stem van de woorden van de ENE – ••   1. Samuel dit ŕ Saül : « C'est moi que Yahvé a envoyé pour te sacrer roi sur son peuple Israël. Écoute donc les paroles de Yahvé : 

King James Bible . [1] Samuel also said unto Saul, The LORD sent me to anoint thee to be king over his people, over Israel: now therefore hearken thou unto the voice of the words of the LORD.
Luther-Bibel . 15 1 Samuel sprach zu Saul: Der HERR hat mich gesandt, dass ich dich zum König salben sollte über sein Volk Israel; so höre nun auf die Worte des HERRN!

Tekstuitleg van 1 S 15,1 .

17. - 18. dibhëre(j) JHWH (woorden van JHWH) . Tenach (16) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) Nu 11,24 . (5) Joz 3,9 . (6) 1 S 8,10 . (7) 1 S 15,1 . (8) 2 Kr 11,4. (9) Jr 36,4 . (10) Jr 36,6 . (11) Jr 36,8 . (12) Jr 36,11 . (13) Jr 37,2 . (14) Jr 43,1 . (15) Ez 11,25 . (16) Am 8,11 .

1 S 15,2 - 1 S 15,2 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2tade eipen kurios sabaôth nun ekdikèsô a epoièsen amalèk tô israèl ôs apèntèsen autô en tè odô anabainontos autou ex aiguptou  2 haec dicit Dominus exercituum recensui quaecumque fecit Amalech Israheli quomodo restitit ei in via cum ascenderet de Aegypto    2 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb bezocht, hetgeen Amalek aan Israël gedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gesteld heeft op den weg, toen hij uit Egypte opkwam.   [2] Dit zegt de heer van de machten: “Ik ga de Amalekieten straffen, want zij hebben Israël de weg versperd toen het optrok uit Egypte.”   [2] Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik ben niet vergeten wat Amalek Israël heeft aangedaan: het heeft Israël de weg versperd bij zijn uittocht uit Egypte.   2 zó heeft gezegd de ENE, de Omschaarde: vergelden zal ik wat Amalek Israël heeft gedaan,– toen het hem in de weg trad bij zijn opklimmen uit Egypte;   2. Ainsi parle Yahvé Sabaot : J'ai résolu de punir ce qu'Amaleq a fait ŕ Israël, en lui coupant la route quand il montait d'Égypte. 

King James Bible . [2] Thus saith the LORD of hosts, I remember that which Amalek did to Israel, how he laid wait for him in the way, when he came up from Egypt.
Luther-Bibel . 2 So spricht der HERR Zebaoth: Ich habe bedacht, was Amalek Israel angetan und wie es ihm den Weg verlegt hat, als Israel aus Ägypten zog.

Tekstuitleg van 1 S 15,2 .

9. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

1 S 15,3 - 1 S 15,3 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai nun poreuou kai pataxeis ton amalèk kai ierim kai panta ta autou kai ou peripoièsè ex autou kai exolethreuseis auton kai anathematieis auton kai panta ta autou kai ou feisè ap' autou kai apokteneis apo andros kai eôs gunaikos kai apo nèpiou eôs thèlazontos kai apo moschou eôs probatou kai apo kamèlou eôs onou  3 nunc igitur vade et percute Amalech et demolire universa eius non parcas ei sed interfice a viro usque ad mulierem et parvulum atque lactantem bovem et ovem camelum et asinum     3 Ga nu heen, en sla Amalek, en verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem niet; maar dood van den man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kemelen tot de ezelen toe.   [3] Ruk dus uit en sla de Amalekieten neer en wijd* alles wat hun toebehoort aan de vernietiging; spaar hen niet, maar dood iedereen, mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen en schapen, kamelen en ezels.’  [3] Trek daarom op tegen de Amalekieten en versla ze. Wijd al hun bezittingen onvoorwaardelijk aan de HEER. Spaar ze niet, maar dood alles en iedereen: mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen en schapen, kamelen en ezels.’  3 nu dan, ga heen en versla Amalek, en doe al wat van hem is in de ban, en spaar hem niet; doden moet je van man tot vrouw, van kleuter tot zuigeling, van os tot schaap, en van kameel tot ezel! ••  3. Maintenant, va, frappe Amaleq, voue-le ŕ l'anathčme avec tout ce qu'il possčde, sois sans pitié pour lui, tue hommes et femmes, enfants et nourrissons, bśufs et brebis, chameaux et ânes. »  

King James Bible . [3] Now go and smite Amalek, and utterly destroy all that they have, and spare them not; but slay both man and woman, infant and suckling, ox and sheep, camel and ass.
Luther-Bibel . 3 So zieh nun hin und schlag Amalek und vollstrecke den Bann an ihm und an allem, was es hat; verschone sie nicht, sondern töte Mann und Frau, Kinder und Säuglinge, Rinder und Schafe, Kamele und Esel.

Tekstuitleg van 1 S 15,3 .

5. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

1 S 15,4 - 1 S 15,4 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai parèggeilen saoul tô laô kai episkeptetai autous en galgalois tetrakosias chiliadas tagmatôn kai ton ioudan triakonta chiliadas tagmatôn  4 praecepit itaque Saul populo et recensuit eos quasi agnos ducenta milia peditum et decem milia virorum Iuda     4 Dit verkondigde Saul het volk, en hij telde hen te Telaim, tweehonderd duizend voetvolks, en tien duizend mannen van Juda.   [4] Saul riep het volk op om naar Telam te gaan en telde het: tweehonderdduizend man voetvolk en tienduizend Judeeërs.   [4] Saul liet het leger oproepen en hield wapenschouw in Telaďm. Er waren tweehonderdduizend man voetvolk en nog eens tienduizend man uit Juda.   4 Nadat Saul de manschap dit heeft laten horen, monstert hij hen bij Telaďem: tweehonderdduizend man voetvolk, tien duizendtallen van het manvolk van Juda.  4. Saül convoqua le peuple et le passa en revue ŕ Télam : deux cent mille fantassins et dix mille hommes de Juda . 

King James Bible . [4] And Saul gathered the people together, and numbered them in Telaim, two hundred thousand footmen, and ten thousand men of Judah.
Luther-Bibel . 4 Da bot Saul das Volk auf und er musterte sie zu Telem: zweihunderttausend Mann Fußvolk und zehntausend Mann aus Juda.

Tekstuitleg van 1 S 15,4 .

1 S 15,5 - 1 S 15,5 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai èlthen saoul eôs tôn poleôn amalèk kai enèdreusen en tô cheimarrô 5 cumque venisset Saul usque ad civitatem Amalech tetendit insidias in torrente    5 Als Saul tot aan de stad Amalek kwam, zo leide hij een achterlage in het dal.   [5] Toen Saul de stad van de Amalekieten* bereikt had, legde hij troepen in hinderlaag in de bedding van een beek.   [5] Toen hij bij de stad van de Amalekieten kwam, legde hij een hinderlaag in de rivierbedding.   5 Saul komt aan bij dé stad van Amalek,– en legt zich in hinderlaag in het beekdal.   5. Saül s'avança jusqu'ŕ la ville d'Amaleq et se mit en embuscade dans le ravin.  

King James Bible . [5] And Saul came to a city of Amalek, and laid wait in the valley.
Luther-Bibel . 5 Und als Saul zu der Stadt der Amalekiter kam, legte er einen Hinterhalt im Tal.

Tekstuitleg van 1 S 15,5 .

5. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

1 S 15,6 - 1 S 15,6 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6kai eipen saoul pros ton kinaion apelthe kai ekklinon ek mesou tou amalèkitou mè prosthô se met' autou kai su epoièsas eleos meta tôn uiôn israèl en tô anabainein autous ex aiguptou kai exeklinen o kinaios ek mesou amalèk  6 dixitque Saul Cineo abite recedite atque descendite ab Amalech ne forte involvam te cum eo tu enim fecisti misericordiam cum omnibus filiis Israhel cum ascenderent de Aegypto et recessit Cineus de medio Amalech     6 En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israëls, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten.   [6] Saul zei tegen de Kenieten: ‘Ga weg, trek u terug, en verwijder u van de Amalekieten; anders zou ik u samen met hen vernietigen, terwijl u Israël toch trouw was toen het optrok uit Egypte.’ Daarop trokken de Kenieten zich uit Amalek terug.   [6] Intussen waarschuwde hij de Kenieten: ‘Maak dat u wegkomt! Blijf niet bij de Amalekieten, want dan moet ik u samen met hen uitroeien, terwijl u de Israëlieten tijdens hun uittocht uit Egypte juist goed behandeld hebt.’ De Kenieten gingen dus weg bij de Amalekieten.   6 Tot de Keniet zegt Saul: gaat heen, wijkt uit en daalt af van tussen de Amalekiet, anders zal ik je samen met hen moeten verzamelen,– ook al heb jij vriendschap bewezen aan alle zonen van Israël toen zij opklommen uit Egypte,– en de Keniet zich verwijderde van tussen Amalek!   6. Saül dit aux Qénites : « Partez, séparez-vous des Amalécites, de peur que je ne vous fasse disparaître avec eux, car vous avez été bienveillants ŕ tous les Israélites quand ils montaient d'Égypte. » Et les Qénites se séparčrent des Amalécites.  

King James Bible . [6] And Saul said unto the Kenites, Go, depart, get you down from among the Amalekites, lest I destroy you with them: for ye shewed kindness to all the children of Israel, when they came up out of Egypt. So the Kenites departed from among the Amalekites.
Luther-Bibel . 6 Und Saul ließ den Kenitern sagen: Geht, weicht und zieht weg von den Amalekitern, dass ich euch nicht mit ihnen aufreibe; denn ihr tatet Barmherzigkeit an allen Israeliten, als sie aus Ägypten zogen. Da zogen die Keniter fort von den Amalekitern.

Tekstuitleg van 1 S 15,6 .

25. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

1 S 15,7 - 1 S 15,7 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7kai epataxen saoul ton amalèk apo euilat eôs sour epi prosôpou aiguptou  7 percussitque Saul Amalech ab Evila donec venias Sur quae est e regione Aegypti     7 Toen sloeg Saul de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is.  [7] En Saul versloeg de Amalekieten in het gebied tussen Chawila en Sur, dat ten oosten van Egypte ligt.   [7] Saul sloeg de Amalekieten terug van Chawila tot aan Sur, op de grens met Egypte.   7 Dan slaat Saul op Amalek in,– van Chavila tot waar je komt in Sjoer dat in het zicht van Egypte ligt.   7. Saül battit les Amalécites ŕ partir de Havila en direction de Shur, qui est ŕ l'orient de l'Égypte. 

King James Bible . [7] And Saul smote the Amalekites from Havilah until thou comest to Shur, that is over against Egypt.
Luther-Bibel . 7 Da schlug Saul die Amalekiter von Hawila bis nach Schur, das vor Ägypten liegt,

Tekstuitleg van 1 S 15,7 .

4. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

1 S 15,8 - 1 S 15,8 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai sunelaben ton agag basilea amalèk zônta kai panta ton laon ierim apekteinen en stomati romfaias  8 et adprehendit Agag regem Amalech vivum omne autem vulgus interfecit in ore gladii     8 En hij ving Agag, den koning der Amalekieten, levend; maar al het volk verbande hij door de scherpte des zwaards.   [8] Agag, de koning van de Amalekieten, kreeg hij levend in handen. Het volk werd door Saul gewijd aan de vernietiging met het zwaard,   [8] Hun koning Agag nam hij levend gevangen, maar de rest van het volk doodde hij.   8 Hij grijpt Agag, Amaleks koning, levend; heel die gemeente doet hij in de ban met de bek van het zwaard.  8. Il prit vivant Agag, roi des Amalécites, et il passa tout le peuple au fil de l'épée, en exécution de l'anathčme. 

King James Bible . [8] And he took Agag the king of the Amalekites alive, and utterly destroyed all the people with the edge of the sword.
Luther-Bibel . 8 und nahm Agag, den König von Amalek, lebendig gefangen, und an allem Volk vollstreckte er den Bann mit der Schärfe des Schwerts.

Tekstuitleg van 1 S 15,8 .

5. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

1 S 15,9 - 1 S 15,9 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai periepoièsato saoul kai pas o laos ton agag zônta kai ta agatha tôn poimniôn kai tôn boukoliôn kai tôn edesmatôn kai tôn ampelônôn kai pantôn tôn agathôn kai ouk ebouleto auta exolethreusai kai pan ergon ètimômenon kai exoudenômenon exôlethreusan  9 et pepercit Saul et populus Agag et optimis gregibus ovium et armentorum et vestibus et arietibus et universis quae pulchra erant nec voluerunt disperdere ea quicquid vero vile fuit et reprobum hoc demoliti sunt     9 Doch Saul en het ganse volk verschoonde Agag, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar alle ding, dat verachtzaam, en dat verdwijnende was, verbanden zij.   [9] maar hij en zijn mannen spaarden Agag en de beste en vetste schapen, runderen en lammeren, alles wat waardevol was. Dat wilden zij niet aan de vernietiging wijden, maar het ondeugdelijke of waardeloze wel.   [9] Agag werd door Saul en zijn manschappen gespaard, samen met de beste schapen, geiten en runderen en de sterkste jonge stieren en rammen, kortom, alles wat van waarde was. Die wilden ze niet vernietigen, maar alles wat geen of weinig waarde had, maakten ze af.   9 Maar Saul spaart, met de manschap, Agag, en het beste van het wolvee en het rundvee,– het naast–beste en al het goede en ze hebben hen niet in de ban willen doen; alleen alles wat veracht werd en verworpen, dat hebben ze in de ban gedaan. •   9. Mais Saül et l'armée épargnčrent Agag et le meilleur du petit et du gros bétail, les bętes grasses et les agneaux, bref tout ce qu'il y avait de bon; il ne voulurent pas le vouer ŕ l'anathčme. Mais tout le troupeau vil et sans valeur, ils le voučrent ŕ l'anathčme.  

King James Bible . [9] But Saul and the people spared Agag, and the best of the sheep, and of the oxen, and of the fatlings, and the lambs, and all that was good, and would not utterly destroy them: but every thing that was vile and refuse, that they destroyed utterly.
Luther-Bibel . 9 Aber Saul und das Volk verschonten Agag und die besten Schafe und Rinder und das Mastvieh und die Lämmer und alles, was von Wert war, und sie wollten den Bann daran nicht vollstrecken; was aber nichts taugte und gering war, daran vollstreckten sie den Bann.

Tekstuitleg van 1 S 15,9 .

1 S 15,10 - 1 S 15,10 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai egenèthè rèma kuriou pros samouèl legôn  10 factum est autem verbum Domini ad Samuhel dicens     10 Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Samuël, zeggende:   [10] Toen werd het woord van de heer tot Samuël gericht:   [10] Toen richtte de HEER zich tot Samuël en zei:   10 ¶ Dan geschiedt het woord van de ENE tot Samuël; het zegt:   10. La parole de Yahvé fut adressée ŕ Samuel en ces termes :  

King James Bible . [10] Then came the word of the LORD unto Samuel, saying,
Luther-Bibel . 10 Da geschah des HERRN Wort zu Samuel:

Tekstuitleg van 1 S 15,10 .

1 S 15,11 - 1 S 15,11 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11parakeklèmai oti ebasileusa ton saoul eis basilea oti apestrepsen apo opisthen mou kai tous logous mou ouk etèrèsen kai èthumèsen samouèl kai eboèsen pros kurion olèn tèn nukta  11 paenitet me quod constituerim Saul regem quia dereliquit me et verba mea opere non implevit contristatusque est Samuhel et clamavit ad Dominum tota nocte     11 Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, dewijl hij zich van achter Mij afgekeerd heeft, en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen ontstak Samuël, en hij riep tot den HEERE den gansen nacht.   [11] ‘Ik heb spijt dat Ik Saul tot koning heb aangesteld, want hij heeft zich van Mij afgekeerd en mijn bevelen niet uitgevoerd.’ Samuël was daar diep bedroefd om en riep heel de nacht de heer aan.   [11] ‘Ik betreur het dat ik Saul koning heb gemaakt, want hij heeft mij de rug toegekeerd en doet niet wat ik hem heb opgedragen.’ Samuël werd boos en schreeuwde het de hele nacht uit tegen de HEER.   11 ik heb berouw gekregen dat ik Saul gekroond heb tot koning, want hij is omgekeerd van achter mij: mijn woorden doet hij niet gestand! Dat schrijnt bij Samuël en hij schreeuwt het uit tot de ENE, heel de nacht.   11. « Je me repens d'avoir donné la royauté ŕ Saül, car il s'est détourné de moi et n'a pas exécuté mes ordres. » Samuel s'enflamma et cria vers Yahvé pendant toute la nuit.  

King James Bible . [11] It repenteth me that I have set up Saul to be king: for he is turned back from following me, and hath not performed my commandments. And it grieved Samuel; and he cried unto the LORD all night.
Luther-Bibel . 11 Es reut mich, dass ich Saul zum König gemacht habe; denn er hat sich von mir abgewandt und meine Befehle nicht erfüllt. Darüber wurde Samuel zornig und schrie zu dem HERRN die ganze Nacht.

Tekstuitleg van 1 S 15,11 .

1 S 15,12 - 1 S 15,12 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai ôrthrisen samouèl kai eporeuthè eis apantèsin israèl prôi kai apèggelè tô samouèl legontes èkei saoul eis karmèlon kai anestaken autô cheira kai epestrepsen to arma kai katebè eis galgala pros saoul kai idou autos aneferen olokautôsin tô kuriô ta prôta tôn skulôn ôn ènegken ex amalèk  12 cumque de nocte surrexisset Samuhel ut iret ad Saul mane nuntiatum est Samuheli eo quod venisset Saul in Carmelum et erexisset sibi fornicem triumphalem et reversus transisset descendissetque in Galgala venit ergo Samuhel ad Saul et     12 Daarna maakte zich Samuël des morgens vroeg op, Saul tegemoet; en het werd Samuël geboodschapt, zeggende: Saul is te Karmel gekomen, en zie, hij heeft zich een pilaar gesteld; daarna is hij omgetogen, en doorgetrokken, en naar Gilgal afgekomen.   [12] ’s Ochtends vroeg probeerde Samuël om Saul te ontmoeten, maar men vertelde hem: ‘Saul is naar Karmel gegaan en heeft daar een gedenkteken opgericht; toen is hij verder getrokken en afgedaald naar Gilgal.’   [12] De volgende morgen vroeg wilde hij Saul tegemoet gaan. Men vertelde hem dat Saul in Karmel was geweest en daar voor zichzelf een gedenkteken had opgericht, en toen was doorgereisd naar Gilgal.   12 In de ochtend recht Samuël zijn schouders,– Saul tegemoet; gemeld wordt aan Samuël en gezegd: Saul is bij de Karmel aangekomen, en zie, hij posteert een gedenkteken! Dan draait hij om, steekt hij over en daalt hij af naar de Gilgal.   12. Le matin, Samuel partit ŕ la rencontre de Saül. On lui donna cette information : « Saül est allé ŕ Karmel pour s'y dresser un trophée, puis il est reparti plus loin et il est descendu ŕ Gilgal. »  

King James Bible . [12] And when Samuel rose early to meet Saul in the morning, it was told Samuel, saying, Saul came to Carmel, and, behold, he set him up a place, and is gone about, and passed on, and gone down to Gilgal.
Luther-Bibel . 12 Und Samuel machte sich früh auf, um Saul am Morgen zu begegnen. Und ihm wurde angesagt, dass Saul nach Karmel gekommen sei und sich ein Siegeszeichen aufgerichtet habe und weitergezogen und nach Gilgal hinabgekommen sei.

Tekstuitleg van 1 S 15,12 .

1 S 15,13 - 1 S 15,13 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13kai paregeneto samouèl pros saoul kai eipen autô saoul eulogètos su tô kuriô estèsa panta osa elalèsen kurios  13 dixit ei Saul benedictus tu Domino implevi verbum Domini     13 Samuël nu kwam tot Saul, en Saul zeide tot hem: Gezegend zijt gij den HEERE! Ik heb des HEEREN woord bevestigd.   [13] Samuël ging naar Saul toe en Saul zei tegen hem: ‘Wees gezegend door de heer; ik heb het bevel van de heer uitgevoerd.’   [13] Toen Samuël bij Saul aankwam, begroette deze hem met de woorden: ‘Wees gezegend door de HEER. Ik heb gedaan wat de HEER mij heeft opgedragen.’   13 Samuël komt aan bij Saul; Saul zegt tot hem: gezegend jij door de ENE – ik heb het woord van de ENE gestand gedaan!   13. Samuel arriva auprčs de Saül et Saül lui dit : « Béni sois-tu de Yahvé! J'ai exécuté l'ordre de Yahvé. »  

King James Bible . [13] And Samuel came to Saul: and Saul said unto him, Blessed be thou of the LORD: I have performed the commandment of the LORD.
Luther-Bibel . 13 Als nun Samuel zu Saul kam, sprach Saul zu ihm: Gesegnet seist du vom HERRN! Ich habe des HERRN Wort erfüllt.

Tekstuitleg van 1 S 15,13 .

1 S 15,14 - 1 S 15,14 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai eipen samouèl kai tis è fônè tou poimniou toutou en tois ôsin mou kai fônè tôn boôn ôn egô akouô  14 dixitque Samuhel et quae est haec vox gregum quae resonat in auribus meis et armentorum quam ego audio     14 Toen zeide Samuël: Wat is dan dit voor een stem der schapen in mijn oren, en een stem der runderen, die ik hoor?   [14] Maar Samuël vroeg: ‘Wat betekent dan dat geblaat van schapen en dat geloei van koeien dat ik hoor?’   [14] Maar Samuël vroeg: ‘Hoe komt het dan dat ik schapen hoor blaten en runderen hoor loeien?’   14 Maar Samuël zegt: en wat moet dan dit stemgeluid van wolvee voor mijn oren?– en het stemgeluid van rundvee dat ik hoor?   14. Mais Samuel demanda : « Et qu'est-ce que c'est que ces bęlements qui viennent ŕ mes oreilles et ces meuglements que j'entends ? » -  

King James Bible . [14] And Samuel said, What meaneth then this bleating of the sheep in mine ears, and the lowing of the oxen which I hear?
Luther-Bibel . 14 Samuel antwortete: Und was ist das für ein Blöken von Schafen, das zu meinen Ohren kommt, und ein Brüllen von Rindern, das ich höre?

Tekstuitleg van 1 S 15,14 .

1 S 15,15 - 1 S 15,15 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15kai eipen saoul ex amalèk ènegka auta a periepoièsato o laos ta kratista tou poimniou kai tôn boôn opôs tuthè tô kuriô theô sou kai ta loipa exôlethreusa 15 et ait Saul de Amalech adduxerunt ea pepercit enim populus melioribus ovibus et armentis ut immolarentur Domino Deo tuo reliqua vero occidimus     15 Saul nu zeide: Zij hebben ze van de Amalekieten gebracht, want het volk heeft de beste schapen en runderen verschoond, om den HEERE, uw God, te offeren; maar het overige hebben wij verbannen.   [15] Saul antwoordde: ‘Die heeft men van Amalek meegebracht. Het volk heeft de beste schapen en runderen gespaard om offers te brengen, om de heer uw God te eren. De rest hebben wij aan de vernietiging gewijd.’   [15] ‘Die hebben ze meegenomen van de Amalekieten,’ antwoordde Saul. ‘De soldaten wilden de beste schapen, geiten en runderen sparen om ze te offeren aan de HEER, uw God. De rest hebben we afgemaakt.’   15 Saul zegt: uit Amalek hebben ze die laten meekomen: de manschap heeft ze gespaard als het beste van het wolvee en het rundvee teneinde dat te offeren aan de ENE, je God; de rest hebben we in de ban gedaan! ••   15. « On les a amenés d'Amaleq, répondit Saül, car le peuple a épargné le meilleur du petit et du gros bétail en vue de l'offrir en sacrifice ŕ Yahvé ton Dieu. Quant au reste, nous l'avons voué ŕ l'anathčme.  

King James Bible . [15] And Saul said, They have brought them from the Amalekites: for the people spared the best of the sheep and of the oxen, to sacrifice unto the LORD thy God; and the rest we have utterly destroyed.
Luther-Bibel . 15 Saul sprach: Von den Amalekitern hat man sie gebracht; denn das Volk verschonte die besten Schafe und Rinder, um sie zu opfern dem HERRN, deinem Gott; an dem andern haben wir den Bann vollstreckt.

Tekstuitleg van 1 S 15,15 .

1 S 15,16 - 1 S 15,16 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16kai eipen samouèl pros saoul anes kai apaggelô soi a elalèsen kurios pros me tèn nukta kai eipen autô lalèson  16 dixit autem Samuhel ad Saul sine me et indicabo tibi quae locutus sit Dominus ad me nocte dixitque ei loquere     16 Toen zeide Samuël tot Saul: Houd op, zo zal ik u te kennen geven, wat de HEERE vannacht tot mij gesproken heeft. Hij dan zeide tot hem: Spreek.   [16] Samuël zei tegen Saul: ‘Houd maar op; ik zal u vertellen wat de heer mij deze nacht heeft gezegd.’ Saul antwoordde: ‘Spreek.’   [16] ‘Geen woord meer!’ zei Samuël tegen Saul. ‘Laat me u vertellen wat de HEER mij vannacht gezegd heeft.’ ‘Zoals u wilt,’ zei Saul,   16 Samuël zegt tot Saul: láát toch!, ik zal je melden wat de ENE vannacht tot mij heeft gesproken! Hij zegt tot hem: spreek! ••  16. Mais Samuel dit ŕ Saül : « Cesse donc, et laisse-moi t'annoncer ce que Yahvé m'a révélé cette nuit. » Il lui dit : « Parle. »  

King James Bible . [16] Then Samuel said unto Saul, Stay, and I will tell thee what the LORD hath said to me this night. And he said unto him, Say on.
Luther-Bibel . 16 Samuel aber antwortete Saul: Halt ein, ich will dir sagen, was der HERR mit mir diese Nacht geredet hat. Er sprach: Sag an!

Tekstuitleg van 1 S 15,16 .

1 S 15,17 - 1 S 15,17 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai eipen samouèl pros saoul ouchi mikros su ei enôpion autou ègoumenos skèptrou fulès israèl kai echrisen se kurios eis basilea epi israèl  17 et ait Samuhel nonne cum parvulus esses in oculis tuis caput in tribubus Israhel factus es unxitque te Dominus regem super Israhel     17 En Samuël zeide: Is het niet alzo, toen ge klein waart in uw ogen, dat gij het hoofd der stammen van Israël geworden zijt, en dat u de HEERE tot koning over Israël gezalfd heeft?   [17] Samuël zei: ‘U kunt uzelf wel onbelangrijk achten, maar toch bent u het hoofd van de stammen van Israël, want de heer heeft u tot koning over Israël gezalfd.   [17] en Samuël zei: ‘U mag dan in uw eigen ogen onbelangrijk zijn, toch staat u aan het hoofd van de stammen van Israël, nietwaar? De HEER heeft u gezalfd tot koning van Israël,   17 Samuël zegt: is het niet zo,– al ben je klein in eigen ogen, toch ben jij hoofd van de stammen van Israël,– en de ENE heeft je gezalfd tot koning over Israël;   17. Alors Samuel dit : « Si petit que tu sois ŕ tes propres yeux, n'es-tu pas le chef des tribus d'Israël ? Yahvé t'a sacré roi sur Israël.  

King James Bible . [17] And Samuel said, When thou wast little in thine own sight, wast thou not made the head of the tribes of Israel, and the LORD anointed thee king over Israel?
Luther-Bibel . 17 Samuel sprach: Ist's nicht so: Obschon du vor dir selbst gering warst, so bist du doch das Haupt der Stämme Israels; denn der HERR hat dich zum König über Israel gesalbt.

Tekstuitleg van 1 S 15,17 .

1 S 15,18 - 1 S 15,18 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai apesteilen se kurios en odô kai eipen soi poreuthèti kai exolethreuson tous amartanontas eis eme ton amalèk kai polemèseis autous eôs suntelesès autous  18 et misit te Dominus in via et ait vade et interfice peccatores Amalech et pugnabis contra eos usque ad internicionem eorum     18 En de HEERE heeft u op den weg gezonden, en gezegd: Ga heen en verban de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat gij dezelve te niet doet.   [18] De heer heeft u uitgezonden met de opdracht: Trek op tegen de Amalekieten, wijd die zondaars aan de vernietiging en strijd tegen hen tot u ze hebt uitgeroeid.   [18] en de HEER heeft u erop uitgestuurd met de opdracht om de Amalekieten, die zondaars, te vernietigen en ze te bestrijden tot ze volledig waren uitgeroeid.   18 en de ENE zond je op weg,– en zei: ga, en doe in de ban wie zonde begaan: Amalek, en voer oorlog met hen totdat het uit is met hen!–   18. Il t'a envoyé en expédition et il t'a dit : «Pars, voue ŕ l'anathčme ces pécheurs, les Amalécites, fais-leur la guerre jusqu'ŕ l'extermination. »  

King James Bible . [18] And the LORD sent thee on a journey, and said, Go and utterly destroy the sinners the Amalekites, and fight against them until they be consumed.
Luther-Bibel . 18 Und der HERR sandte dich auf den Weg und sprach: Zieh hin und vollstrecke den Bann an den Frevlern, den Amalekitern, und kämpfe mit ihnen, bis du sie vertilgt hast!

Tekstuitleg van 1 S 15,18 .

10. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

1 S 15,19 - 1 S 15,19 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai ina ti ouk èkousas tès fônès kuriou all' ôrmèsas tou thesthai epi ta skula kai epoièsas to ponèron enôpion kuriou  19 quare ergo non audisti vocem Domini sed versus ad praedam es et fecisti malum in oculis Domini     19 Waarom toch hebt gij naar de stem des HEEREN niet gehoord, maar zijt tot den roof gevlogen, en hebt gedaan dat kwaad was in de ogen des HEEREN?   [19] Waarom hebt u dan niet naar de heer geluisterd, maar u op de buit geworpen en gedaan wat de heer mishaagt?’   [19] Waarom hebt u niet geluisterd naar wat de HEER u heeft gezegd? Waarom hebt u zich op de buit gestort en iets gedaan dat slecht is in de ogen van de HEER?’   19 waarom heb je niet gehoord naar de stem van de ENE?– je bent op het roofgoed aangevallen en hebt gedaan wat kwaad is in de ogen van de ENE ••   19. Pourquoi n'as-tu pas obéi ŕ Yahvé ? Pourquoi t'es-tu rué sur le butin et as-tu fait ce qui déplaît ŕ Yahvé ? »  

King James Bible . [19] Wherefore then didst thou not obey the voice of the LORD, but didst fly upon the spoil, and didst evil in the sight of the LORD?
Luther-Bibel . 19 Warum hast du der Stimme des HERRN nicht gehorcht, sondern hast dich an die Beute gemacht und getan, was dem HERRN missfiel?

Tekstuitleg van 1 S 15,19 .

1 S 15,20 - 1 S 15,20 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20kai eipen saoul pros samouèl dia to akousai me tès fônès tou laou kai eporeuthèn en tè odô è apesteilen me kurios kai ègagon ton agag basilea amalèk kai ton amalèk exôlethreusa  20 et ait Saul ad Samuhelem immo audivi vocem Domini et ambulavi in via per quam misit me Dominus et adduxi Agag regem Amalech et Amalech interfeci     20 Toen zeide Saul tot Samuël: Ik heb immers naar de stem des HEEREN gehoord, en heb gewandeld op den weg, op denwelken mij de HEERE gezonden heeft; en ik heb Agag, den koning der Amalekieten, mede gebracht, maar de Amalekieten heb ik verbannen.   [20] Toen zei Saul tegen Samuël: ‘Maar ik heb toch naar de heer geluisterd en ik ben toch gegaan waar de heer mij stuurde; ik heb Agag, de koning van Amalek, meegebracht en de Amalekieten aan de vernietiging gewijd.   [20] ‘Maar ik heb toch geluisterd naar wat de HEER gezegd heeft!’ wierp Saul tegen. ‘Ik ben er toch op uitgetrokken zoals de HEER me heeft opgedragen! Koning Agag heb ik gevangengenomen en de rest van de Amalekieten heb ik gedood.   20 Saul zegt tot Samuël: ik heb wél gehoord naar de stem van de ENE en ben de weg gegaan waarop de ENE mij heeft gezonden; en ik heb mee doen komen: Agag, koning van Amalek, en Amalek zelf heb ik gebannen!–  20. Saül répondit ŕ Samuel : « J'ai obéi ŕ Yahvé! J'ai fait l'expédition oů il m'envoyait, j'ai ramené Agag, roi d'Amaleq, et j'ai voué Amaleq ŕ l'anathčme.  

King James Bible . [20] And Saul said unto Samuel, Yea, I have obeyed the voice of the LORD, and have gone the way which the LORD sent me, and have brought Agag the king of Amalek, and have utterly destroyed the Amalekites.
Luther-Bibel . 20 Saul antwortete Samuel: Ich habe doch der Stimme des HERRN gehorcht und bin den Weg gezogen, den mich der HERR sandte, und habe Agag, den König von Amalek, hergebracht und an den Amalekitern den Bann vollstreckt.

Tekstuitleg van 1 S 15,20 .

18. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

20. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

1 S 15,21 - 1 S 15,21 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai elaben o laos tôn skulôn poimnia kai boukolia ta prôta tou exolethreumatos thusai enôpion kuriou theou èmôn en galgalois  21 tulit autem populus de praeda oves et boves primitias eorum quae caesa sunt ut immolet Domino Deo suo in Galgalis     21 Het volk nu heeft genomen van den roof, schapen en runderen, het voornaamste van het verbannene, om den HEERE, uw God, op te offeren te Gilgal.   [21] Het volk heeft uit de buit schapen en runderen genomen, het beste van wat aan de vernietiging gewijd moest worden, om in Gilgal te offeren aan de heer uw God.’   [21] En de soldaten hebben de beste van de buitgemaakte schapen, geiten en runderen voor vernietiging gespaard om ze in Gilgal te offeren aan de HEER, uw God.’   21 de manschap nam uit het roofgoed wolvee en rundvee mee als eerstelingsgave van het gebannene,– om te offeren aan de ENE, je God, in de Gilgal!  21. Dans le butin, le peuple a pris, en petit et en gros bétail, le meilleur de ce que frappait l'anathčme pour le sacrifier ŕ Yahvé ton Dieu ŕ Gilgal. » 

King James Bible . [21] But the people took of the spoil, sheep and oxen, the chief of the things which should have been utterly destroyed, to sacrifice unto the LORD thy God in Gilgal.
Luther-Bibel . 21 Aber das Volk hat von der Beute genommen Schafe und Rinder, das Beste vom Gebannten, um es dem HERRN, deinem Gott, zu opfern in Gilgal.

Tekstuitleg van 1 S 15,21 .

1 S 15,22 - 1 S 15,22 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22kai eipen samouèl ei thelèton tô kuriô olokautômata kai thusiai ôs to akousai fônès kuriou idou akoè uper thusian agathè kai è epakroasis uper stear kriôn 22 et ait Samuhel numquid vult Dominus holocausta aut victimas et non potius ut oboediatur voci Domini melior est enim oboedientia quam victimae et auscultare magis quam offerre adipem arietum     22 Doch Samuël zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.   [22] Maar Samuël sprak: ‘Zouden brand- en slachtoffers de heer even* lief zijn als gehoorzaamheid aan zijn woord? Nee, gehoorzamen is beter dan offeren, volgzaamheid is meer waard dan het vet van bokken.   [22] Daarop zei Samuël: ‘Schept de HEER meer behagen in offers dan in gehoorzaamheid? Nee! Gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen.  22 Dan zegt Samuël: heeft de ENE evenveel behagen in opgangsgaven en slachtoffers als in het horen naar de stem van de ENE?– zie, horen is beter dan een offerande, opmerken beter dan het vet van rammen;  22. Mais Samuel dit : « Yahvé se plaît-il aux holocaustes et aux sacrifices comme dans l'obéissance ŕ la parole de Yahvé ? Oui, l'obéissance vaut mieux que le sacrifice, la docilité, plus que la graisse des béliers.  

King James Bible . [22] And Samuel said, Hath the LORD as great delight in burnt offerings and sacrifices, as in obeying the voice of the LORD? Behold, to obey is better than sacrifice, and to hearken than the fat of rams.
Luther-Bibel . 22 Samuel aber sprach: Meinst du, dass der HERR Gefallen habe am Brandopfer und Schlachtopfer gleichwie am Gehorsam gegen die Stimme des HERRN? Siehe, Gehorsam ist besser als Opfer und Aufmerken besser als das Fett von Widdern.

Tekstuitleg van 1 S 15,22 . Het vers telt 16 (2² X 2²) woorden en 70 (2 X 5 X 7) letters . De getalwaarde van 1 S 15,22 is 3210 (2 X 3 X 5 X 107) . Vergelijken we 1 S 15,22 en Js 1,11 met elkaar . In beide verzen wordt een kritische vraag over de offerpraktijken gesteld . In beide is het een woord van JHWH . In beide is er sprake van brand- en slachtoffers , van vet en van rammen .

1 S 15,22.3. hachephèts (verlangen?) < prefix vragend vooornaamw. of bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. chephètz (verlangen, wil, belang, wens) . Zie het werkw. châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Taalgebruik in Tenach : châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Getalwaarde : chet = 8 , pe = 17 of 80 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 43 OF 178 (2 X 89) . Structuur : 8 - 8 - 9 . Tenach (3) : (1) 1 S 15,22 . (2) Job 22,3 . (3) Pr 5,7 .

1 S 15,22.4. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in 1 Samuël : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 .
- JHWH . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 1 S (204) . 1 S 15 (16) : (1) 1 S 15,1 . (2) 1 S 15,2 . (3) 1 S 15,10 . (4) 1 S 15,11 . (5) 1 S 15,13 . (6) 1 S 15,16 . (7) 1 S 15,17 . (8) 1 S 15,18 . (9) 1 S 15,19 . (10) 1 S 15,20 . (11) 1 S 15,22 . (12) 1 S 15,23 . (13) 1 S 15,24 . (14) 1 S 15,26 . (15) 1 S 15,28 . (16) 1 S 15,33 .
- lJHWH . Tenach (538) . Pentateuch (240) . 1 S (30) . 1 S 15 (7) : (1) 1 S 15,13 . (2) 1 S 15,15 . (3) 1 S 15,21 . (4) 1 S 15,22 . (5) 1 S 15,25 . (6) 1 S 15,30 . (7) 1 S 15,31 .

1 S 15,22.5. bë`olôth (in brandoffers) < prefix voorzetsel bë + vr.mv. van het zelfst. naamw. `olâh (brandoffer, opgang) . Taalgebruik in Tenach : `olâh (brandoffer, opgang) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . Tenach (1) : 1 S 15,22 .

1 S 15,22.6. ûzëbhâchîm (en slachtoffers) < prefix verbindingswoord wë + mann. mv. van het zelfst. naamw. zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Taalgebruik in Tenach : zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Getalwaarde : zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 17 . Structuur : 7 - 2 - 8 . Tenach (3) : (1) Ex 18,12 . (2) 1 S 15,22 . (3) 1 Kr 29,21 .

1 S 15,22.9. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in 1 Samuël : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 .
- JHWH . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 1 S (204) . 1 S 15 (16) : (1) 1 S 15,1 . (2) 1 S 15,2 . (3) 1 S 15,10 . (4) 1 S 15,11 . (5) 1 S 15,13 . (6) 1 S 15,16 . (7) 1 S 15,17 . (8) 1 S 15,18 . (9) 1 S 15,19 . (10) 1 S 15,20 . (11) 1 S 15,22 . (12) 1 S 15,23 . (13) 1 S 15,24 . (14) 1 S 15,26 . (15) 1 S 15,28 . (16) 1 S 15,33 .
- lJHWH . Tenach (538) . Pentateuch (240) . 1 S (30) . 1 S 15 (7) : (1) 1 S 15,13 . (2) 1 S 15,15 . (3) 1 S 15,21 . (4) 1 S 15,22 . (5) 1 S 15,25 . (6) 1 S 15,30 . (7) 1 S 15,31 .

1 S 15,22.12. m-z-b-ch . Tenach (111) . mizzèbhach (dan slachtoffer) < prefix voorzetsel min + mann. enk. van het zelfst. naamw. zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Taalgebruik in Tenach : zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Getalwaarde : zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 17 . Structuur : 7 - 2 - 8 . () 1 S 15,22 .

1 S 15,22.15. m-ch-l-b . Tenach (9) . mechelèbh (van / dan vet) < prefix voorzetsel min + mann. enk. van het zelfst. naamw. chelèbh (vet, het beste) . Taalgebruik in Tenach : chelèbh (vet, het beste) . Getalwaarde : chet = 8 , lamed = 13 of 40 , beth = 2 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 8 - 4 - 2 . Tenach (6) : (1) 1 S 15,22 . (2) 2 S 1,22 . (3) Js 34,6 . (4) Js 34,7 . (5) Ps 73,7 . (6) Ps 81,17 .

1 S 15,22.16. mann. mv. ´e(j)lîm (rammen) van het zelfst. naamw. ´ajil (ram, post, boog, zuil , vlakte) . Taalgebruik in Tenach : ´ajil (ram, post, boog, zuil , vlakte) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 24 (2³ X 3) OF 51 . Structuur : 1 - 1 - 4 . Tenach (18) . 1 S (1) : 1 S 15,22 .

1 S 15,23 - 1 S 15,23 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23oti amartia oiônisma estin odunèn kai ponous therafin epagousin oti exoudenôsas to rèma kuriou kai exoudenôsei se kurios mè einai basilea epi israèl  23 quoniam quasi peccatum ariolandi est repugnare et quasi scelus idolatriae nolle adquiescere pro eo ergo quod abiecisti sermonem Domini abiecit te ne sis rex     23 Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn.   [23] Opstandigheid staat gelijk met de zonde van toverij, ongehoorzaamheid met afgodendienst. Omdat u het woord van de heer verworpen hebt, heeft de heer u verworpen en zult u geen koning meer zijn.’   [23] Weerspannigheid is even erg als toverij, en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst. U hebt de opdracht van de HEER verworpen; daarom verwerpt hij u als koning!’   23 want als de zonde van waarzeggerij is rebellie en als het euvel van terafiem is tegenstreven; omdat je het spreken van de ENE hebt verworpen verwerpt hij jou als koning! ••  23. Un péché de sorcellerie, voilŕ la rébellion, un crime de téraphim, voilŕ la présomption! Parce que tu as rejeté la parole de Yahvé, il t'a rejeté pour que tu ne sois plus roi! » 

King James Bible . [23] For rebellion is as the sin of witchcraft, and stubbornness is as iniquity and idolatry. Because thou hast rejected the word of the LORD, he hath also rejected thee from being king.
Luther-Bibel . 23 Denn Ungehorsam ist Sünde wie Zauberei, und Widerstreben ist wie Abgötterei und Götzendienst. Weil du des HERRN Wort verworfen hast, hat er dich auch verworfen, dass du nicht mehr König seist.

Tekstuitleg van 1 S 15,23 .

1 S 15,24 - 1 S 15,24 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24kai eipen saoul pros samouèl èmartèka oti parebèn ton logon kuriou kai to rèma sou oti efobèthèn ton laon kai èkousa tès fônès autôn  24 dixitque Saul ad Samuhel peccavi quia praevaricatus sum sermonem Domini et verba tua timens populum et oboediens voci eorum     24 Toen zeide Saul tot Samuël: Ik heb gezondigd, omdat ik des HEEREN bevel en uw woorden overtreden heb; want ik heb het volk gevreesd en naar hun stem gehoord.   [24] Toen zei Saul tegen Samuël: ‘Ik heb gezondigd, want ik heb het woord van de heer, uw opdracht, overtreden; ik was bang voor het volk en heb naar hen geluisterd.   [24] Toen zei Saul tegen Samuël: ‘Ik heb gezondigd! Ik ben voorbijgegaan aan wat de HEER gezegd heeft, aan wat u gezegd hebt. Ik was bang voor de soldaten en daarom deed ik wat zij wilden.   24 ¶ Dan zegt Saul tot Samuël: gezondigd heb ik!, want overschreden heb ik de mond van de ENE en jouw woorden; want ik vreesde de manschap en hoorde naar hun stem!–   24. Saül dit ŕ Samuel : « J'ai péché en transgressant l'ordre de Yahvé et tes commandements, parce que j'ai eu peur du peuple et je lui ai obéi. 

King James Bible . [24] And Saul said unto Samuel, I have sinned: for I have transgressed the commandment of the LORD, and thy words: because I feared the people, and obeyed their voice.
Luther-Bibel . 24 Da sprach Saul zu Samuel: Ich habe gesündigt, dass ich des HERRN Befehl und deine Worte übertreten habe; denn ich fürchtete das Volk und gehorchte seiner Stimme.

Tekstuitleg van 1 S 15,24 .

1 S 15,25 - 1 S 15,25 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25kai nun aron dè to amartèma mou kai anastrepson met' emou kai proskunèsô kuriô tô theô sou 25 sed nunc porta quaeso peccatum meum et revertere mecum ut adorem Dominum     25 Nu dan, vergeef mij toch mijn zonde, en keer met mij wederom, dat ik den HEERE aanbidde.   [25] Vergeef mij mijn zonde en ga met mij mee; dan zal ik mij voor de heer neerbuigen.’   [25] Alstublieft, vergeef me en laat me niet alleen; ik wil neerknielen voor de HEER.’   25 maar nu, draag toch mijn zonde weg,– en keer met mij om, dat ik mij kan buigen voor de ENE   25. Maintenant, je t'en prie, pardonne ma faute, reviens avec moi, que j'adore Yahvé. » 

King James Bible . [25] Now therefore, I pray thee, pardon my sin, and turn again with me, that I may worship the LORD.
Luther-Bibel . 25 Und nun, vergib mir die Sünde und kehre mit mir um, dass ich den HERRN anbete.

Tekstuitleg van 1 S 15,25 .

1 S 15,26 - 1 S 15,26 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26kai eipen samouèl pros saoul ouk anastrefô meta sou oti exoudenôsas to rèma kuriou kai exoudenôsei se kurios tou mè einai basilea epi ton israèl  26 et ait Samuhel ad Saul non revertar tecum quia proiecisti sermonem Domini et proiecit te Dominus ne sis rex super Israhel     26 Doch Samuël zeide tot Saul: Ik zal met u niet wederkeren; omdat gij het woord des HEEREN verworpen hebt, zo heeft u de HEERE verworpen, dat gij geen koning over Israël zult zijn.   [26] Maar Samuël zei tegen Saul: ‘Ik ga niet met u mee, want u hebt het woord van de heer verworpen en nu heeft Hij u verworpen; u zult geen koning meer zijn over Israël.’   [26] ‘Nee,’ antwoordde Samuël. ‘U hebt de opdracht van de HEER verworpen, daarom verwerpt de HEER u als koning van Israël.’  26 Maar Samuël zegt tot Saul: ik zal niet met jou omkeren,– want verworpen heb jij het spreken van de ENE en verwerpen zal jou de ENE om koning te wezen over Israël! ••   26. Mais Samuel répondit ŕ Saül : « Je ne reviendrai pas avec toi : puisque tu as rejeté la parole de Yahvé, Yahvé t'a rejeté pour que tu ne sois plus roi sur Israël. »  

King James Bible . [26] And Samuel said unto Saul, I will not return with thee: for thou hast rejected the word of the LORD, and the LORD hath rejected thee from being king over Israel.
Luther-Bibel . 26 Samuel sprach zu Saul: Ich will nicht mit dir umkehren; denn du hast des HERRN Wort verworfen, und der HERR hat dich auch verworfen, dass du nicht mehr König über Israel seist.

Tekstuitleg van 1 S 15,26 .

1 S 15,27 - 1 S 15,27 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27kai apestrepsen samouèl to prosôpon autou tou apelthein kai ekratèsen saoul tou pterugiou tès diploi+dos autou kai dierrèxen auto  27 et conversus est Samuhel ut abiret ille autem adprehendit summitatem pallii eius quae et scissa est     27 Als zich Samuël omkeerde om weg te gaan, zo greep hij een slip van zijn mantel en zij scheurde.   [27] Toen Samuël zich omdraaide om weg te gaan, greep Saul hem vast aan een slip van zijn mantel, maar die scheurde af.   [27] Toen Samuël zich omdraaide om weg te gaan, greep Saul de slip van zijn mantel beet, maar die scheurde af.   27 Dan draait Samuël zich om om te gaan; maar hij grijpt de ‘vleugel’ van zijn overkleed vast en scheurt die af.  27. Comme Samuel se détournait pour partir, Saül saisit le pan de son manteau, qui fut arraché, 

King James Bible . [27] And as Samuel turned about to go away, he laid hold upon the skirt of his mantle, and it rent.
Luther-Bibel . 27 Und als sich Samuel umwandte, um wegzugehen, ergriff ihn Saul bei einem Zipfel seines Rocks; aber der riss ab.

Tekstuitleg van 1 S 15,27 .

1 S 15,28 - 1 S 15,28 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28kai eipen pros auton samouèl dierrèxen kurios tèn basileian israèl ek cheiros sou sèmeron kai dôsei autèn tô plèsion sou tô agathô uper se  28 et ait ad eum Samuhel scidit Dominus regnum Israhel a te hodie et tradidit illud proximo tuo meliori te     28 Toen zeide Samuël tot hem: De HEERE heeft heden het koninkrijk van Israël van u afgescheurd, en heeft het aan uw naaste gegeven, die beter is dan gij.   [28] Samuël zei tegen hem: ‘Heden heeft de heer het koningschap van u losgescheurd en Hij geeft het aan een ander, die beter is dan u.   [28] En Samuël zei: ‘Hierbij scheurt de HEER het koningschap over Israël van u los en geeft hij het aan iemand anders, iemand die waardiger is dan u.   28 Dan zegt Samuël tot hem: afgescheurd heeft de ENE van jou Israëls koningschap, heden; geven zal hij het aan je metgezel die beter is dan jij;  28. et Samuel lui dit : « Aujourd'hui, Yahvé t'a arraché la royauté sur Israël et l'a donnée ŕ ton voisin, qui est meilleur que toi. »  

King James Bible . [28] And Samuel said unto him, The LORD hath rent the kingdom of Israel from thee this day, and hath given it to a neighbour of thine, that is better than thou.
Luther-Bibel . 28 Da sprach Samuel zu ihm: Der HERR hat das Königtum Israels heute von dir gerissen und einem andern gegeben, der besser ist als du.

Tekstuitleg van 1 S 15,28 .

1 S 15,29 - 1 S 15,29 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29kai diairethèsetai israèl eis duo kai ouk apostrepsei oude metanoèsei oti ouch ôs anthrôpos estin tou metanoèsai autos  29 porro Triumphator in Israhel non parcet et paenitudine non flectetur neque enim homo est ut agat paenitentiam     29 En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israël is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.  [29] En bedenk wel: de Heerlijkheid van Israël liegt niet en kent geen berouw; Hij is immers geen mens, dat Hij terug zou komen op een besluit!’   [29] En u weet dat de Glorie van Israël nooit zijn woord breekt en nimmer van zijn besluiten terugkomt. Hij is immers geen mens, dat hij van zijn besluiten terug zou komen.’   29 nee, hij die Israëls glans is liegt niet en krijgt geen berouw; want hij is geen mens, die berouw krijgt!   29. Pourtant, la Gloire d'Israël ne ment pas et ne se repent pas, car il n'est pas un homme pour se repentir.  

King James Bible . [29] And also the Strength of Israel will not lie nor repent: for he is not a man, that he should repent.
Luther-Bibel . 29 Auch lügt der nicht, der Israels Ruhm ist, und es gereut ihn nicht; denn er ist nicht ein Mensch, dass ihn etwas gereuen könnte.

Tekstuitleg van 1 S 15,29 .

1 S 15,30 - 1 S 15,30 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
30kai eipen saoul èmartèka alla doxason me dè enôpion presbuterôn israèl kai enôpion laou mou kai anastrepson met' emou kai proskunèsô tô kuriô theô sou  30 at ille ait peccavi sed nunc honora me coram senibus populi mei et coram Israhel et revertere mecum ut adorem Dominum Deum tuum     30 Hij dan zeide: Ik heb gezondigd; eer mij toch nu voor de oudsten mijns volks, en voor Israël; en keer wederom met mij, dat ik den HEERE, uw God, aanbidde.   [30] Toen zei Saul: ‘Ik heb gezondigd, maar bewijs mij niettemin de eer met mij mee te komen wanneer ik mij ga neerbuigen voor de heer uw God, voor de ogen van de oudsten van mijn volk en van Israël.’   [30] Weer zei Saul: ‘Ik heb gezondigd! Maar val me alstublieft niet af waar de oudsten van mijn volk en heel Israël bij zijn en laat me niet alleen; ik wil neerknielen voor de HEER, uw God.’   30 Dan zegt hij: gezondigd heb ik,– maar nu: bewijs mij toch eer tegenover de oudsten van mijn manschap en tegenover Israël; keer dan met mij om ik zal mij buigen voor de ENE, je God!   30. Saül dit : « J'ai péché, cependant, je t'en prie, honore-moi devant les anciens de mon peuple et devant Israël, et reviens avec moi pour que j'adore Yahvé ton Dieu. » 

King James Bible . [30] Then he said, I have sinned: yet honour me now, I pray thee, before the elders of my people, and before Israel, and turn again with me, that I may worship the LORD thy God.
Luther-Bibel . 30 Saul aber sprach: Ich habe gesündigt; aber ehre mich doch jetzt vor den Ältesten meines Volks und vor Israel und kehre mit mir um, dass ich den HERRN, deinen Gott, anbete.

Tekstuitleg van 1 S 15,30 .

1 S 15,31 - 1 S 15,31 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
31kai anestrepsen samouèl opisô saoul kai prosekunèsen tô kuriô  31 reversus ergo Samuhel secutus est Saulem et adoravit Saul Dominum     31 Toen keerde Samuël wederom Saul na; en Saul aanbad den HEERE.   [31] Daarom begeleidde Samuël Saul, toen hij zich voor de heer ging neerbuigen.   [31] Toen ging Samuël met Saul mee en Saul knielde neer voor de HEER.   31 Dan keert Samuël om, Saul achterna,– en zij hebben zich gebogen voor de ENE. ••   31. Samuel revint en compagnie de Saül et celui-ci adora Yahvé. 

King James Bible . [31] So Samuel turned again after Saul; and Saul worshipped the LORD.
Luther-Bibel . 31 Da kehrte Samuel um und folgte Saul und Saul betete den HERRN an.

Tekstuitleg van 1 S 15,31 .

1 S 15,32 - 1 S 15,32 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
32kai eipen samouèl prosagagete moi ton agag basilea amalèk kai prosèlthen pros auton agag tremôn kai eipen agag ei outôs pikros o thanatos  32 dixitque Samuhel adducite ad me Agag regem Amalech et oblatus est ei Agag pinguissimus et dixit Agag sicine separat amara mors     32 Toen zeide Samuël: Breng Agag, den koning der Amalekieten, hier tot mij; Agag nu ging tot hem weeldelijk; en Agag zeide: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken!   [32] Vervolgens zei Samuël: ‘Breng Agag, de koning van Amalek, bij me.’ Welgemoed kwam Agag op hem af en zei: ‘De bittere dood is dus geweken!’   [32] Daarna zei Samuël: ‘Laat koning Agag van Amalek hier komen.’ Agag kwam naar hem toe, nog steeds geboeid. ‘De bittere dreiging van de dood is zeker wel geweken?’ vroeg hij.   32 ¶ Samuël zegt: laat tot mij nadertreden Agag, Amaleks koning! en hij gaat mee naar hem toe, Agag, in boeien; Agag zegt: voorwaar, geweken is de bitterheid van de dood! ••   32. Puis Samuel dit : « Amenez-moi Agag, le roi des Amalécites », et Agag vint vers lui en chancelant et dit : « Vraiment, la mort est amčre! »  

King James Bible . [32] Then said Samuel, Bring ye hither to me Agag the king of the Amalekites. And Agag came unto him delicately. And Agag said, Surely the bitterness of death is past.
Luther-Bibel . 32 Und Samuel sprach: Bringt Agag, den König von Amalek, zu mir! Und Agag ging hin zu ihm zitternd und sprach: Fürwahr, bitter ist der Tod!

Tekstuitleg van 1 S 15,32 .

8. `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 . Tenach (21) : (1) Gn 36,12 . (2) Gn 36,16 . (3) Ex 17,8 . (4) Ex 17,11 . (5) Ex 17,13 . (6) Ex 17,14 . (7) Nu 13,29 . (8) Nu 24,20 . (9) Dt 25,17 . (10) Dt 25,19 . (11) 1 S 14,48 . (12) 1 S 15,2 . (13) 1 S 15,3 . (14) 1 S 15,5 . (15) 1 S 15,6 . (16) 1 S 15,7 . (17) 1 S 15,8 . (18) 1 S 15,18 . (19) 1 S 15,20 . (20) 1 S 15,32 . (21) 1 S 30,18 . ba`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 17,10 . (3) Ex 17,16 . (4) Re 5,14 . (5) 1 S 28,18 . la`ämâleq (tegen Amalek) . Tenach (1) 1 Kr 4,43 .

1 S 15,33 - 1 S 15,33 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
33kai eipen samouèl pros agag kathoti èteknôsen gunaikas è romfaia sou outôs ateknôthèsetai ek gunaikôn è mètèr sou kai esfaxen samouèl ton agag enôpion kuriou en galgal  33 et ait Samuhel sicut fecit absque liberis mulieres gladius tuus sic absque liberis erit inter mulieres mater tua et in frusta concidit Samuhel Agag coram Domino in Galgalis     33 Maar Samuël zeide: Gelijk als uw zwaard de vrouwen van haar kinderen beroofd heeft, alzo zal uw moeder van haar kinderen beroofd worden onder de vrouwen. Toen hieuw Samuël Agag in stukken, voor het aangezicht des HEEREN te Gilgal.   [33] Maar Samuël zei: ‘Uw zwaard heeft vrouwen hun kinderen ontnomen. Nu wordt ook uw moeder een vrouw zonder zoon.’ En Samuël hakte Agag in stukken, voor het aangezicht van de heer in Gilgal.   [33] Maar Samuël antwoordde: ‘Zoals uw zwaard vrouwen van hun kinderen heeft beroofd, zo wordt nu uw moeder van haar kind beroofd.’ En hij hakte Agags hoofd af ten overstaan van de HEER in Gilgal.   33 Samuël zegt: zoals jouw zwaard vrouwen kinderloos heeft gemaakt, zó wordt nu van alle vrouwen je moeder kinderloos! En Samuël hakt Agag in stukken, voor het aanschijn van de ENE in de Gilgal. ••   33. Samuel dit : « Comme ton épée a privé des femmes de leurs enfants, entre les femmes, ta mčre sera privée de son enfant! » Et Samuel égorgea Agag devant Yahvé ŕ Gilgal.  

King James Bible . [33] And Samuel said, As thy sword hath made women childless, so shall thy mother be childless among women. And Samuel hewed Agag in pieces before the LORD in Gilgal.
Luther-Bibel . 33 Samuel aber sprach: Wie dein Schwert Frauen ihrer Kinder beraubt hat, so soll auch deine Mutter der Kinder beraubt sein unter den Frauen. Und Samuel hieb den Agag in Stücke vor dem HERRN in Gilgal.

Tekstuitleg van 1 S 15,33 .

3. ka´äsjèr (zoals) < kë + ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (488) . Pentateuch (202) . Eerdere Profeten (68) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (56) . Dt (54) . 1 S (19) : (1) 1 S 1,24 . (2) 1 S 2,16 . (3) 1 S 2,35 . (4) 1 S 4,9 . (5) 1 S 6,6 . (6) 1 S 8,1 . (7) 1 S 8,6 . (8) 1 S 12,8 . (9) 1 S 15,33 . (10) 1 S 17,20 . (11) 1 S 20,13 . (12) 1 S 23,11 . (13) 1 S 24,2 . (14) 1 S 24,5 . (15) 1 S 24,14 . (16) 1 S 26,20 . (17) 1 S 26,24 . (18) 1 S 28,17 . (19) 1 S 28,18 .

1 S 15,34 - 1 S 15,34 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
34kai apèlthen samouèl eis armathaim kai saoul anebè eis ton oikon autou eis gabaa  34 abiit autem Samuhel in Ramatha Saul vero ascendit in domum suam in Gabaath     34 Daarna ging Samuël naar Rama; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea-sauls.   [34] Daarna ging Samuël naar Rama en Saul keerde terug naar zijn huis in Gibea van Saul.   [34] Samuël ging terug naar Rama en Saul keerde terug naar zijn woonplaats Gibea.   34 Samuël gaat terug naar Rama, en Saul is opgeklommen naar zijn huis te Gibea van Saul.   34. Samuel partit pour Rama et Saül remonta chez lui ŕ Gibéa de Saül.  

King James Bible . [34] Then Samuel went to Ramah; and Saul went up to his house to Gibeah of Saul.
Luther-Bibel . 34 Und Samuel ging hin nach Rama; Saul aber zog hinauf in sein Haus zu Gibea Sauls.

Tekstuitleg van 1 S 15,34 .

1 S 15,35 - 1 S 15,35 . Saul wordt verworpen - 1 S 15 -- 1 S 15,1-35 -- 1 S 15,1 - 1 S 15,2 - 1 S 15,3 - 1 S 15,4 - 1 S 15,5 - 1 S 15,6 - 1 S 15,7 - 1 S 15,8 - 1 S 15,9 - 1 S 15,10 - 1 S 15,11 - 1 S 15,12 - 1 S 15,13 - 1 S 15,14 - 1 S 15,15 - 1 S 15,16 - 1 S 15,17 - 1 S 15,18 - 1 S 15,19 - 1 S 15,20 - 1 S 15,21 - 1 S 15,22 - 1 S 15,23 - 1 S 15,24 - 1 S 15,25 - 1 S 15,26 - 1 S 15,27 - 1 S 15,28 - 1 S 15,29 - 1 S 15,30 - 1 S 15,31 - 1 S 15,32 - 1 S 15,33 - 1 S 15,34 - 1 S 15,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
35kai ou prosetheto samouèl eti idein ton saoul eôs èmeras thanatou autou oti epenthei samouèl epi saoul kai kurios metemelèthè oti ebasileusen ton saoul epi israèl 35 et non vidit Samuhel ultra Saul usque ad diem mortis suae verumtamen lugebat Samuhel Saul quoniam Dominum paenitebat quod constituisset regem Saul super Israhel     35 En Samuël zag Saul niet meer tot den dag zijns doods toe; evenwel droeg Samuël leed om Saul; en het berouwde den HEERE, dat Hij Saul tot koning over Israël gemaakt had.   [35] Samuël zag Saul niet meer terug voor de dag van zijn dood. Samuël bleef om Saul treuren, omdat het de heer berouwd had dat Hij Saul tot koning over Israël had aangesteld.  [35] Samuël heeft Saul nooit meer terug willen zien, maar hij treurde wel om hem. En de HEER betreurde het dat hij Saul als koning van Israël had aangesteld.  35 Samuël heeft Saul nooit meer gezien, tot op de dag van zijn dood; want Samuël rouwde om Saul: de ENE had berouw gekregen dat hij Saul koning over Israël had gemaakt. •   35. Samuel ne revit plus Saül jusqu'ŕ sa mort. En effet Samuel pleurait Saül, mais Yahvé s'était repenti de l'avoir fait roi sur Israël. 

King James Bible . [35] And Samuel came no more to see Saul until the day of his death: nevertheless Samuel mourned for Saul: and the LORD repented that he had made Saul king over Israel.
Luther-Bibel . 35 Und Samuel sah Saul fortan nicht mehr bis an den Tag seines Todes. Aber doch trug Samuel Leid um Saul, weil es den HERRN gereut hatte, dass er Saul zum König über Israel gemacht hatte.

Tekstuitleg van 1 S 15,35 .


LXX

1kai eipen samouèl pros saoul eme apesteilen kurios chrisai se eis basilea epi israèl kai nun akoue tès fônès kuriou2tade eipen kurios sabaôth nun ekdikèsô a epoièsen amalèk tô israèl ôs apèntèsen autô en tè odô anabainontos autou ex aiguptou3kai nun poreuou kai pataxeis ton amalèk kai ierim kai panta ta autou kai ou peripoièsè ex autou kai exolethreuseis auton kai anathematieis auton kai panta ta autou kai ou feisè ap' autou kai apokteneis apo andros kai eôs gunaikos kai apo nèpiou eôs thèlazontos kai apo moschou eôs probatou kai apo kamèlou eôs onou4kai parèggeilen saoul tô laô kai episkeptetai autous en galgalois tetrakosias chiliadas tagmatôn kai ton ioudan triakonta chiliadas tagmatôn5kai èlthen saoul eôs tôn poleôn amalèk kai enèdreusen en tô cheimarrô6kai eipen saoul pros ton kinaion apelthe kai ekklinon ek mesou tou amalèkitou mè prosthô se met' autou kai su epoièsas eleos meta tôn uiôn israèl en tô anabainein autous ex aiguptou kai exeklinen o kinaios ek mesou amalèk7kai epataxen saoul ton amalèk apo euilat eôs sour epi prosôpou aiguptou8kai sunelaben ton agag basilea amalèk zônta kai panta ton laon ierim apekteinen en stomati romfaias9kai periepoièsato saoul kai pas o laos ton agag zônta kai ta agatha tôn poimniôn kai tôn boukoliôn kai tôn edesmatôn kai tôn ampelônôn kai pantôn tôn agathôn kai ouk ebouleto auta exolethreusai kai pan ergon ètimômenon kai exoudenômenon exôlethreusan10kai egenèthè rèma kuriou pros samouèl legôn11parakeklèmai oti ebasileusa ton saoul eis basilea oti apestrepsen apo opisthen mou kai tous logous mou ouk etèrèsen kai èthumèsen samouèl kai eboèsen pros kurion olèn tèn nukta12kai ôrthrisen samouèl kai eporeuthè eis apantèsin israèl prôi kai apèggelè tô samouèl legontes èkei saoul eis karmèlon kai anestaken autô cheira kai epestrepsen to arma kai katebè eis galgala pros saoul kai idou autos aneferen olokautôsin tô kuriô ta prôta tôn skulôn ôn ènegken ex amalèk13kai paregeneto samouèl pros saoul kai eipen autô saoul eulogètos su tô kuriô estèsa panta osa elalèsen kurios14kai eipen samouèl kai tis è fônè tou poimniou toutou en tois ôsin mou kai fônè tôn boôn ôn egô akouô15kai eipen saoul ex amalèk ènegka auta a periepoièsato o laos ta kratista tou poimniou kai tôn boôn opôs tuthè tô kuriô theô sou kai ta loipa exôlethreusa16kai eipen samouèl pros saoul anes kai apaggelô soi a elalèsen kurios pros me tèn nukta kai eipen autô lalèson17kai eipen samouèl pros saoul ouchi mikros su ei enôpion autou ègoumenos skèptrou fulès israèl kai echrisen se kurios eis basilea epi israèl18kai apesteilen se kurios en odô kai eipen soi poreuthèti kai exolethreuson tous amartanontas eis eme ton amalèk kai polemèseis autous eôs suntelesès autous19kai ina ti ouk èkousas tès fônès kuriou all' ôrmèsas tou thesthai epi ta skula kai epoièsas to ponèron enôpion kuriou20kai eipen saoul pros samouèl dia to akousai me tès fônès tou laou kai eporeuthèn en tè odô è apesteilen me kurios kai ègagon ton agag basilea amalèk kai ton amalèk exôlethreusa21kai elaben o laos tôn skulôn poimnia kai boukolia ta prôta tou exolethreumatos thusai enôpion kuriou theou èmôn en galgalois22kai eipen samouèl ei thelèton tô kuriô olokautômata kai thusiai ôs to akousai fônès kuriou idou akoè uper thusian agathè kai è epakroasis uper stear kriôn23oti amartia oiônisma estin odunèn kai ponous therafin epagousin oti exoudenôsas to rèma kuriou kai exoudenôsei se kurios mè einai basilea epi israèl24kai eipen saoul pros samouèl èmartèka oti parebèn ton logon kuriou kai to rèma sou oti efobèthèn ton laon kai èkousa tès fônès autôn25kai nun aron dè to amartèma mou kai anastrepson met' emou kai proskunèsô kuriô tô theô sou26kai eipen samouèl pros saoul ouk anastrefô meta sou oti exoudenôsas to rèma kuriou kai exoudenôsei se kurios tou mè einai basilea epi ton israèl27kai apestrepsen samouèl to prosôpon autou tou apelthein kai ekratèsen saoul tou pterugiou tès diploi+dos autou kai dierrèxen auto28kai eipen pros auton samouèl dierrèxen kurios tèn basileian israèl ek cheiros sou sèmeron kai dôsei autèn tô plèsion sou tô agathô uper se29kai diairethèsetai israèl eis duo kai ouk apostrepsei oude metanoèsei oti ouch ôs anthrôpos estin tou metanoèsai autos30kai eipen saoul èmartèka alla doxason me dè enôpion presbuterôn israèl kai enôpion laou mou kai anastrepson met' emou kai proskunèsô tô kuriô theô sou31kai anestrepsen samouèl opisô saoul kai prosekunèsen tô kuriô32kai eipen samouèl prosagagete moi ton agag basilea amalèk kai prosèlthen pros auton agag tremôn kai eipen agag ei outôs pikros o thanatos33kai eipen samouèl pros agag kathoti èteknôsen gunaikas è romfaia sou outôs ateknôthèsetai ek gunaikôn è mètèr sou kai esfaxen samouèl ton agag enôpion kuriou en galgal34kai apèlthen samouèl eis armathaim kai saoul anebè eis ton oikon autou eis gabaa35kai ou prosetheto samouèl eti idein ton saoul eôs èmeras thanatou autou oti epenthei samouèl epi saoul kai kurios metemelèthè oti ebasileusen ton saoul epi israèl


VULGAAT

1 et dixit Samuhel ad Saul me misit Dominus ut unguerem te in regem super populum eius Israhel nunc ergo audi vocem Domini 2 haec dicit Dominus exercituum recensui quaecumque fecit Amalech Israheli quomodo restitit ei in via cum ascenderet de Aegypto 3 nunc igitur vade et percute Amalech et demolire universa eius non parcas ei sed interfice a viro usque ad mulierem et parvulum atque lactantem bovem et ovem camelum et asinum 4 praecepit itaque Saul populo et recensuit eos quasi agnos ducenta milia peditum et decem milia virorum Iuda 5 cumque venisset Saul usque ad civitatem Amalech tetendit insidias in torrente 6 dixitque Saul Cineo abite recedite atque descendite ab Amalech ne forte involvam te cum eo tu enim fecisti misericordiam cum omnibus filiis Israhel cum ascenderent de Aegypto et recessit Cineus de medio Amalech 7 percussitque Saul Amalech ab Evila donec venias Sur quae est e regione Aegypti 8 et adprehendit Agag regem Amalech vivum omne autem vulgus interfecit in ore gladii 9 et pepercit Saul et populus Agag et optimis gregibus ovium et armentorum et vestibus et arietibus et universis quae pulchra erant nec voluerunt disperdere ea quicquid vero vile fuit et reprobum hoc demoliti sunt 10 factum est autem verbum Domini ad Samuhel dicens 11 paenitet me quod constituerim Saul regem quia dereliquit me et verba mea opere non implevit contristatusque est Samuhel et clamavit ad Dominum tota nocte 12 cumque de nocte surrexisset Samuhel ut iret ad Saul mane nuntiatum est Samuheli eo quod venisset Saul in Carmelum et erexisset sibi fornicem triumphalem et reversus transisset descendissetque in Galgala venit ergo Samuhel ad Saul et 13 dixit ei Saul benedictus tu Domino implevi verbum Domini 14 dixitque Samuhel et quae est haec vox gregum quae resonat in auribus meis et armentorum quam ego audio 15 et ait Saul de Amalech adduxerunt ea pepercit enim populus melioribus ovibus et armentis ut immolarentur Domino Deo tuo reliqua vero occidimus 16 dixit autem Samuhel ad Saul sine me et indicabo tibi quae locutus sit Dominus ad me nocte dixitque ei loquere 17 et ait Samuhel nonne cum parvulus esses in oculis tuis caput in tribubus Israhel factus es unxitque te Dominus regem super Israhel 18 et misit te Dominus in via et ait vade et interfice peccatores Amalech et pugnabis contra eos usque ad internicionem eorum 19 quare ergo non audisti vocem Domini sed versus ad praedam es et fecisti malum in oculis Domini 20 et ait Saul ad Samuhelem immo audivi vocem Domini et ambulavi in via per quam misit me Dominus et adduxi Agag regem Amalech et Amalech interfeci 21 tulit autem populus de praeda oves et boves primitias eorum quae caesa sunt ut immolet Domino Deo suo in Galgalis 22 et ait Samuhel numquid vult Dominus holocausta aut victimas et non potius ut oboediatur voci Domini melior est enim oboedientia quam victimae et auscultare magis quam offerre adipem arietum 23 quoniam quasi peccatum ariolandi est repugnare et quasi scelus idolatriae nolle adquiescere pro eo ergo quod abiecisti sermonem Domini abiecit te ne sis rex 24 dixitque Saul ad Samuhel peccavi quia praevaricatus sum sermonem Domini et verba tua timens populum et oboediens voci eorum 25 sed nunc porta quaeso peccatum meum et revertere mecum ut adorem Dominum 26 et ait Samuhel ad Saul non revertar tecum quia proiecisti sermonem Domini et proiecit te Dominus ne sis rex super Israhel 27 et conversus est Samuhel ut abiret ille autem adprehendit summitatem pallii eius quae et scissa est 28 et ait ad eum Samuhel scidit Dominus regnum Israhel a te hodie et tradidit illud proximo tuo meliori te 29 porro Triumphator in Israhel non parcet et paenitudine non flectetur neque enim homo est ut agat paenitentiam 30 at ille ait peccavi sed nunc honora me coram senibus populi mei et coram Israhel et revertere mecum ut adorem Dominum Deum tuum 31 reversus ergo Samuhel secutus est Saulem et adoravit Saul Dominum 32 dixitque Samuhel adducite ad me Agag regem Amalech et oblatus est ei Agag pinguissimus et dixit Agag sicine separat amara mors 33 et ait Samuhel sicut fecit absque liberis mulieres gladius tuus sic absque liberis erit inter mulieres mater tua et in frusta concidit Samuhel Agag coram Domino in Galgalis 34 abiit autem Samuhel in Ramatha Saul vero ascendit in domum suam in Gabaath 35 et non vidit Samuhel ultra Saul usque ad diem mortis suae verumtamen lugebat Samuhel Saul quoniam Dominum paenitebat quod constituisset regem Saul super Israhel