- WEBSITEWEGWIJZER - BIJBELBOEK EERSTE BOEK SAMUEL -- Structuur -- Taalgebruik -- Commentaar -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 1 S (1 Samuël) -- 1 S 22 -

Overzicht van 1 S : - 1 S 1 - 1 S 2 - 1 S 3 - 1 S 4 - 1 S 5 - 1 S 6 - 1 S 7 - 1 S 8 - 1 S 9 - 1 S 10 - 1 S 11 - 1 S 12 - 1 S 13 - 1 S 14 - 1 S 15 - 1 S 16 - 1 S 17 - 1 S 18 - 1 S 19 - 1 S 20 - 1 S 21 - 1 S 22 - 1 S 23 - 1 S 24 - 1 S 25 - 1 S 26 - 1 S 27 - 1 S 28 - 1 S 29 - 1 S 30 - 1 S 31 -
Tekstuitleg per pericope :
Overzicht vers per vers : - 1 S 22,1 - 1 S 22,2 - 1 S 22,3 - 1 S 22,4 - 1 S 22,5 - 1 S 22,6 - 1 S 22,7 - 1 S 22,8 - 1 S 22,9 - 1 S 22,10 - 1 S 22,11 - 1 S 22,12 - 1 S 22,13 - 1 S 22,14 - 1 S 22,15 - 1 S 22,16 - 1 S 22,17 - 1 S 22,18 - 1 S 22,19 - 1 S 22,20 - 1 S 22,21 - 1 S 22,22 - 1 S 22,23 -

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 

- Hebreeuwse tekst : http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt08a22.htm . http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT) .
- Targum Onkelos : http://www.mechon-mamre.org/i/t/t08a21.htm . Targum Onkelos .
- Griekse tekst - Septuaginta : http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=9&page=21 . Griekse tekst - Septuaginta .
- Vulgata : http://www.intratext.com/IXT/LAT0001/_P72.HTM . Vulgata .
- Statenvertaling : http://www.statenvertaling.net/bijbel/1sam/22.html . Statenvertaling .
- Willibrordvertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=7822,7839 . Willibrordvertaling .
- De Nieuwe Vertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=7822,7839 . De Nieuwe Vertaling .
- De Naardense bijbel : http://naardensebijbel.nl/zoek.php . De Naardense bijbel .
- Bible de Jérusalem : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Bible de Jérusalem .
- King James Bible : http://quod.lib.umich.edu/cgi/k/kjv/kjv-idx?type=DIV1&byte=407964 . King James Bible .
- Luther Bibel : http://www.die-bibel.de/online-bibeln/luther-bibel-1984/bibeltext/bibelstelle/Leviticus%2025/bibel/text/lesen/ch/b11a29d89e9117496ee0e4c6b9d5a24d/ . Luther Bibel .
- Arabisch : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Arabisch .


1 S 22,1 - 1 S 22,1 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [1] David ging daar weg en vond een veilige schuilplaats in de grot van Adullam. Toen zijn broers en andere familieleden dit hoorden, kwamen zij naar hem toe.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. pass. nifal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיִּמָּלֵט = wajjimmalet (en hij redde zich) van het werkw. מָלַט = mâlat (ontkomen, redden) . Taalgebruik in Tenakh : mâlat (ontkomen, redden) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , tet = 9 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 79 (priemgetal) . Structuur : 4 - 3 - 9 . De som van de elementen is telkens 7 .

1 S 22,2 - 1 S 22,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [2] Ook sloten zich allerlei mensen bij hem aan die in het nauw zaten of schulden hadden of verbitterd waren. David werd hun aanvoerder. Zo kwamen er ongeveer vierhonderd man bij hem.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

5. מַצוֹק = matsôq (angst, nood, benauwenis) . Zie het werkw. צוּק = tsûq (vernauwen, in het nauw brengen) . Taalgebruik in Tenakh : tsûq (vernauwen, in het nauw brengen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 43 OF 196 (2² X 7²) . Structuur : 9 - 6 - 1 . De som van de elementen is telkens 7 .

9. act. qal part. mann. enk. נֹשֶׁא = nosjè´ (lenende) van het werkw. נָשַׁא = nâsja´ (lenen, woekeren) . Taalgebruik in Tenakh : nâsja´ (lenen, woekeren) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , sjin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 351 (3³ X 13) . Structuur : 5 - 3 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 .

1 S 22,3 - 1 S 22,3 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [3] Vanuit daar ging David naar Mispe in Moab* en hij vroeg de koning van Moab: 'Kunnen mijn vader en moeder een schuilplaats bij u krijgen totdat ik weet welk plan God met mij heeft?'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,4 - 1 S 22,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [4] Zo bracht hij ze onder bij de koning van Moab en zij bleven bij hem zo lang David zich in zijn schuilplaats verschanst hield.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. וַיַּנְחֵם = wajjanëchem (en hij liet troosten) < prefiw waw consecut. + act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. נָחַם = nâcham (berouw, verdriet, medelijden hebben, zich troosten) . Taalgebruik in Tenakh : nâcham (berouw, verdriet, medelijden hebben, zich troosten) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , chet = 8 , mem = 13 of 40 : totaal : 35 (5 X 7) OF 98 (2 X 7²) . Structuur : 5 - 8 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 .

12. מְצוּדָה = mëtsûdâh (net, burcht, bergvesting) . Zie het werkw. צוּד = tsûd (jagen, vangen, jacht maken op) . Taalgebruik in Tenakh : tsûd (jagen, vangen, jacht maken op) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , daled = 4 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 100 (2² X 5) . Structuur : 9 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 1 .

1 S 22,5 - 1 S 22,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [5] Maar de profeet Gad zei tegen David: 'Blijf niet in die schuilplaats, maar ga naar Juda.' Toen vertrok David naar het bos van Cheret.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,6 - 1 S 22,6 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [6] Saul hoorde dat David en zijn mannen ontdekt waren. Saul zat toen onder de tamarisk op de heuvel in Rama met zijn speer in de hand, en al zijn hovelingen stonden bij hem.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

15. חֲנִית = chänîth (speer) . Taalgebruik in Tenakh : chänîth (speer) . Getalwaarde : chet = 8 , nun = 14 of 50 , taw = 22 of 400 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 458 (2 X 229) . Structuur : 8 - 5 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 .

1 S 22,7 - 1 S 22,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [7] Saul sprak tot hen: 'Luister eens, Benjaminieten! Zal de zoon van Isaï jullie soms ook landerijen en wijngaarden geven en gaat hij jullie ook aanstellen tot bevelhebbers over duizend en over honderd,      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,8 - 1 S 22,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [8] dat jullie met zijn allen tegen mij samenzweren? Niemand heeft mij gewaarschuwd dat mijn zoon een verbond sloot met de zoon van Isaï; niemand van jullie heeft aan mij gedacht en mij gewaarschuwd dat mijn zoon mijn knecht opstookte om mij te belagen, zoals nu wel duidelijk is.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. קָשַׁר = qâsjar (verbonden zijn aan, samenzweren) . Taalgebruik in Tenakh : qâsjar (verbonden zijn aan, samenzweren) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 60 (6 X 10 OF 2² X 3 X 5) OF 600 (2² X 2² X 3 X 5³) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 .

5. וְאֵין = wë´e(j)n (en er is niet) < wë + עַיִן = ´ajin (er is niet) . Stat. constr. עיֵן = ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 7 . De getalwaarde van de letter ajin is 16 of 70 . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Eerdere Profeten (25) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (18) . Alle Profet. boeken (111) . Geschriften (80) .

6. גָלַה = gâlah (openen, ontbloten, openbaren, in ballingschap weggevoerd worden) . Taalgebruik in Tenakh : gâlâh (openen, ontbloten, openbaren) . Getalwaarde : gimel = 3 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 20 (2² X 5) of 38 (2 X 19) . Structuur : 3 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 .

15. חָלַה = châlah (ziek zijn, smart voelen, zich bekommeren om) . Taalgebruik in Tenakh : châlah (ziek zijn, smart voelen, zich bekommeren om) . Getalwaarde : chet = 8 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 25 (5²) OF 43 (priemgetal) . Structuur : 8 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 7 .

27 אָרַב = ´ârabh (loeren, beloeren, zich in hinderlaag leggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´ârabh (loeren, beloeren, zich in hinderlaag leggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 23 OF 203 (7 X 29) . Structuur : 1 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 .

1 S 22,9 - 1 S 22,9 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [9] Toen nam Doëg, de Edomiet die bij de hovelingen van Saul stond, het woord en zei: 'Ik heb gezien dat de zoon van Isaï in Nob kwam, bij Achimelek, de zoon van Achitub.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,10 - 1 S 22,10 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [10] Die heeft de heer voor hem geraadpleegd; die heeft hem proviand gegeven en die heeft hem ook het zwaard van Goliat, de Filistijn, gegeven.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,11 - 1 S 22,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [11] De koning liet toen de priester Achimelek, de zoon van Achitub, bij zich komen, met al zijn familieleden die priester waren in Nob; gezamenlijk kwamen zij bij de koning.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,12 - 1 S 22,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [12] Saul zei: 'Zoon van Achitub, luister!' Deze antwoordde: 'Spreek, heer!'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,13 - 1 S 22,13 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [13] Toen zei Saul: 'Waarom hebt u met de zoon van Isaï tegen mij samengespannen? U hebt hem brood gegeven en een zwaard, en u hebt God voor hem geraadpleegd. Daardoor kon hij tegen mij in opstand komen, zoals nu wel duidelijk is.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,14 - 1 S 22,14 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [14] Achimelek antwoordde: 'Als iemand van uw hovelingen betrouwbaar is, dan is het toch David, de schoonzoon van de koning, het hoofd van uw lijfwacht, die geëerd wordt in uw huis!      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,15 - 1 S 22,15 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] En het was toch niet de eerste keer dat ik God voor hem raadpleegde? Integendeel! Daarom moet de koning zijn dienaar niet beschuldigen, en mijn familie evenmin, want uw dienaar wist daar niet het minste of geringste van.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,16 - 1 S 22,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [16] Maar de koning zei: 'U zult sterven, Achimelek, u en uw hele familie!'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,17 - 1 S 22,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [17] En de koning beval de soldaten van de lijfwacht die bij hem stonden: 'Vooruit, dood de priesters van de heer, want zij spannen ook al samen met David; zij wisten dat hij op de vlucht was en ze hebben mij niet gewaarschuwd.' Maar de dienaren van de koning weigerden een hand uit te steken om de priesters van de heer neer te slaan.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,18 - 1 S 22,18 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [18] Daarom zei de koning tegen Doëg, de Edomiet: 'Vooruit, dan jij; sla de priesters neer.' En Doëg, de Edomiet ging naar voren en sloeg de priesters neer; hij doodde die dag vijfentachtig mannen, dragers van de linnen efod*.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,19 - 1 S 22,19 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [19] Ook keerde hij zijn zwaard tegen Nob, de stad van de priesters; mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen, ezels en schapen doodde hij met het zwaard.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,20 - 1 S 22,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [20] Eén zoon van Achimelek, de zoon van Achitub, wist echter te ontsnappen en vluchtte naar David. Hij heette Abjatar.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,21 - 1 S 22,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [21] Toen Abjatar David vertelde dat Saul de priesters van Nob vermoord had,      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,22 - 1 S 22,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [22] zei David tegen hem: 'Toen ik merkte dat Doëg, de Edomiet, daar in Nob was, wist ik al dat hij het bij Saul zou melden. Ik ben dus aansprakelijk voor de dood van uw hele familie.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 22,23 - 1 S 22,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [23] Blijf* bij mij en wees niet bang, want dezelfde persoon die u naar het leven staat, staat ook mij naar het leven. U staat onder mijn bescherming.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


- Hebreeuwse tekst OF modern Hebreeuws NT


- Targum Onkelos


- Griekse tekst - Septuaginta

ΚΑΙ ἀπῆλθεν ἐκεῖθεν Δαυὶδ καὶ διεσώθη καὶ ἔρχεται εἰς τὸ σπήλαιον τὸ ᾿Οδολλάμ. καὶ ἀκούουσιν οἱ ἀδελφοὶ αὐτοῦ καὶ ὁ οἶκος τοῦ πατρὸς αὐτοῦ καὶ καταβαίνουσι πρὸς αὐτὸν ἐκεῖ. 2 καὶ συνήγοντο πρὸς αὐτὸν πᾶς ἐν ἀνάγκῃ καὶ πᾶς ὑπόχρεως καὶ πᾶς κατώδυνος ψυχῇ, καὶ ἦν ἐπ᾿ αὐτῶν ἡγούμενος· καὶ ἦσαν μετ᾿ αὐτοῦ ὡς τετρακόσιοι ἄνδρες. 3 καὶ ἀπῆλθε Δαυὶδ ἐκεῖθεν εἰς Μασσηφὰθ τῆς Μωὰβ καὶ εἶπε πρὸς βασιλέα Μωάβ· γινέσθωσαν δὴ ὁ πατὴρ μου καὶ ἡ μήτηρ μου παρὰ σοί, ἕως ὅτου γνῶ τί ποιήσει μοι ὁ Θεός. 4 καὶ παρεκάλεσε τὸ πρόσωπον τοῦβασιλέως Μωάβ, καὶ κατῴκουν μετ᾿ αὐτοῦ πάσας τὰς ἡμέρας ὄντος τοῦ Δαυὶδ ἐν τῇ περιοχῇ. 5 καὶ εἶπε Γὰδ ὁ προφήτης πρὸς Δαυίδ· μὴ κάθου ἐν τῇ περιοχῇ, πορεύου καὶ ἥξεις εἰς γῆν ᾿Ιούδα. καὶ ἐπορεύθη Δαυὶδ καὶ ἦλθε καὶ ἐκάθισεν ἐν πόλει Σαρίχ. 6 Καὶ ἤκουσε Σαούλ, ὅτι ἔγνωσται Δαυὶδ καὶ οἱ ἄνδρες οἱ μετ᾿ αὐτοῦ· καὶ Σαοὺλ ἐκάθητο ἐν τῷ βουνῷ ὑπὸ τὴν ἄρουραν τὴν ἐν Ραμά, καὶ τὸ δόρυ ἐν τῇ χειρὶ αὐτοῦ, καὶ πάντες οἱ παῖδες αὐτοῦ παρειστήκεισαν αὐτῷ. 7 καὶ εἶπε Σαοὺλ πρὸς τοὺς παῖδας αὐτοῦ τοὺς παρεστηκότας αὐτῷ· ἀκούσατε δὴ υἱοὶ Βενιαμίν· εἰ ἀληθῶς πᾶσιν ὑμῖν δώσει ὁ υἱὸς ᾿Ιεσσαὶ ἀγροὺς καὶ ἀμπελῶνας καὶ πάντας ὑμᾶς τάξει ἑκατοντάρχους καὶ χιλιάρχους; 8 ὅτι σύγκεισθε πάντες ὑμεῖς ἐπ᾿ ἐμέ, καὶ οὐκ ἔστιν ὁ ἀποκαλύπτων τὸ ὠτίον μου ἐν τῷ διαθέσθαι τὸν υἱόν μου διαθήκην μετὰ τοῦ υἱοῦ ᾿Ιεσσαί, καὶ οὐκ ἔστι πονῶν περὶ ἐμοῦ ἐξ ὑμῶν καὶ ἀποκαλύπτων τὸ ὠτίον μου, ὅτι ἐπήγειρεν ὁ υἱός μου τὸν δοῦλόν μου ἐπ᾿ ἐμὲ εἰς ἐχθρόν, ὡς ἡ ἡμέρα αὕτη. 9 καὶ ἀποκρίνεται Δωὴκ ὁ Σύρος ὁ καθεστηκὼς ἐπὶ τὰς ἡμιόνους Σαοὺλ καὶ εἶπεν· ἑώρακα τὸν υἱὸν ᾿Ιεσσαὶ παραγινόμενον εἰς Νομβὰ πρὸς ᾿Αβιμέλεχ υἱὸν ᾿Αχιτὼβ τὸν ἱερέα, 10 καὶ ἠρώτα αὐτῷ διά τοῦ Θεοῦ καὶ ἐπισιτισμὸν ἔδωκεν αὐτῷ καὶ τὴν ρομφαίαν Γολιὰθ τοῦ ἀλλοφύλου ἔδωκεν αὐτῷ. 11 καὶ ἀπέστειλεν ὁ βασιλεὺς καλέσαι τὸν ᾿Αβιμέλεχ υἱὸν ᾿Αχιτὼβ καὶ πάντας τοὺς υἱοὺς τοῦ πατρὸς αὐτοῦ τοὺς ἱερεῖς τοὺς ἐν Νομβά, καὶ παρεγένοντο πάντες πρὸς τὸν βασιλέα. 12 καὶ εἶπε Σαούλ· ἄκουε δή, υἱὲ ᾿Αχιτώβ· καὶ εἶπεν· ἰδοὺ ἐγώ, λάλει κύριε. 13 καὶ εἶπεν αὐτῷ Σαούλ· ἱνατί συνέθου κατ᾿ ἐμοῦ σὺ καὶ ὁ υἱὸς ᾿Ιεσσαὶ δοῦναί σε αὐτῷ ἄρτον καὶ ρομφαίαν καὶ ἐρωτᾶν αὐτῷ διὰ τοῦ Θεοῦ θέσθαι αὐτὸν ἐπ᾿ ἐμὲ εἰς ἐχθρόν, ὡς ἡ ἡμέρα αὕτη; 14 καὶ ἀπεκρίθη τῷ βασιλεῖ καὶ εἶπε· καὶ τίς ἐν πᾶσι τοῖς δούλοις σου ὡς Δαυὶδ πιστὸς καὶ γαμβρὸς τοῦ βασιλέως καὶ ἄρχων παντὸς παραγγέλματός σου καὶ ἔνδοξος ἐν τῷ οἴκῳ σου; 15 ἦ σήμερον ἦργμαι ἐρωτᾶν αὐτῷ διὰ τοῦ Θεοῦ; μηδαμῶς. μὴ δότω ὁ βασιλεὺς κατὰ τοῦ δούλου αὐτοῦ λόγον καὶ ἐφ᾿ ὅλον τὸν οἶκον τοῦ πατρός μου, ὅτι οὐκ ᾔδει ὁ δοῦλός σου ἐν πᾶσι τούτοις ρῆμα μικρὸν ἢ μέγα. 16 καὶ εἶπεν ὁ βασιλεὺς Σαούλ· θανάτῳ ἀποθανῇ, ᾿Αβιμέλεχ, σὺ καὶ πᾶς ὁ οἶκος τοῦ πατρός σου. 17 καὶ εἶπεν ὁ βασιλεὺς τοῖς παρατρέχουσι τοῖς ἐφεστηκόσι πρὸς αὐτόν· προσαγάγετε καὶ θανατοῦτε τοὺς ἱερεῖς τοῦ Κυρίου, ὅτι ἡ χεὶρ αὐτῶν μετὰ Δαυίδ, καὶ ὅτι ἔγνωσαν ὅτι φεύγει αὐτός, καὶ οὐκ ἀπεκάλυψαν τὸ ὠτίον μου. καὶ οὐκ ἐβουλήθησαν οἱ παῖδες τοῦ βασιλέως ἐπενεγκεῖν τὰς χεῖρας αὐτῶν ἀπαντῆσαι εἰς τοὺς ἱερεῖς Κυρίου. 18 καὶ εἶπεν ὁ βασιλεὺς τῷ Δωήκ· ἐπιστρέφου σὺ καὶ ἀπάντα εἰς τοὺς ἱερεῖς. καὶ ἐπεστράφη Δωὴκ ὁ Σύρος καὶ ἐθανάτωσε τοὺς ἱερεῖς τοῦ Κυρίου ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ, τριακοσίους καὶ πέντε ἄνδρας, πάντας αἴροντας ἐφούδ. 19 καὶ τὴν Νομβὰ τὴν πόλιν τῶν ἱερέων ἐπάταξεν ἐν στόματι ρομφαίας ἀπ᾿ ἀνδρὸς ἕως γυναικός, ἀπὸ νηπίου ἕως θηλάζοντος καὶ μόσχου καὶ ὄνου καὶ προβάτου. 20 καὶ διασώζεται υἱὸς εἷς τῷ ᾿Αβιμέλεχ υἱῷ ᾿Αχιτώβ, καὶ ὄνομα αὐτῷ ᾿Αβιάθαρ, καὶ ἔφυγεν ὀπίσω Δαυίδ. 21 καὶ ἀπήγγειλεν ᾿Αβιάθαρ τῷ Δαυίδ, ὅτι ἐθανάτωσε Σαοὺλ πάντας τοὺς ἱερεῖς τοῦ Κυρίου. 22 καὶ εἶπε Δαυὶδ τῷ ᾿Αβιάθαρ· ᾔδειν ὅτι ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ ὅτι Δωὴκ ὁ Σύρος ὅτι ἀπαγγέλλων ἀπαγγελεῖ τῷ Σαούλ· ἐγώ εἰμι αἴτιος τῶν ψυχῶν οἴκου τοῦ πατρός σου· 23 κάθου μετ᾿ ἐμοῦ, μὴ φοβοῦ, ὅτι οὗ ἐὰν ζητῶ τῇ ψυχῇ μου τόπον, ζητήσω καὶ τῇ ψυχῇ σου, ὅτι πεφύλαξαι σὺ παρ᾿ ἐμοί.


- Aramees - Peshitta


- Vulgata

22. 1 abiit ergo inde David et fugit in speluncam Odollam quod cum audissent fratres eius et omnis domus patris eius descenderunt ad eum illuc 2 et convenerunt ad eum omnes qui erant in angustia constituti et oppressi aere alieno et amaro animo et factus est eorum princeps fueruntque cum eo quasi quadringenti viri 3 et profectus est David inde in Maspha quae est Moab et dixit ad regem Moab maneat oro pater meus et mater mea vobiscum donec sciam quid faciat mihi Deus 4 et reliquit eos ante faciem regis Moab manseruntque apud eum cunctis diebus quibus David fuit in praesidio 5 dixitque Gad propheta ad David noli manere in praesidio proficiscere et vade in terram Iuda et profectus David venit in saltum Hareth 6 et audivit Saul quod apparuisset David et viri qui erant cum eo Saul autem cum maneret in Gabaa et esset in nemore quod est in Rama hastam manu tenens cunctique socii eius circumstarent eum 7 ait ad servos suos qui adsistebant ei audite filii Iemini numquid omnibus vobis dabit filius Isai agros et vineas et universos vos faciet tribunos et centuriones 8 quoniam coniurastis omnes adversum me et non est qui mihi renuntiet maxime cum et filius meus foedus iunxerit cum filio Isai non est qui vicem meam doleat ex vobis nec qui adnuntiet mihi eo quod suscitaverit filius meus servum meum adversum me insidiantem mihi usque hodie 9 respondens autem Doec Idumeus qui adsistebat et erat primus inter servos Saul vidi inquit filium Isai in Nobe apud Ahimelech filium Achitob 10 qui consuluit pro eo Dominum et cibaria dedit ei sed et gladium Goliath Philisthei dedit illi 11 misit ergo rex ad accersiendum Ahimelech filium Achitob sacerdotem et omnem domum patris eius sacerdotum qui erant in Nobe qui venerunt universi ad regem 12 et ait Saul audi fili Achitob qui respondit praesto sum domine 13 dixitque ad eum Saul quare coniurastis adversum me tu et filius Isai et dedisti ei panes et gladium et consuluisti pro eo Deum ut consurgeret adversum me insidiator usque hodie permanens 14 respondensque Ahimelech regi ait et quis in omnibus servis tuis sicut David fidelis et gener regis et pergens ad imperium tuum et gloriosus in domo tua 15 num hodie coepi consulere pro eo Deum absit hoc a me ne suspicetur rex adversus servum suum rem huiuscemodi in universa domo patris mei non enim scivit servus tuus quicquam super hoc negotio vel modicum vel grande 16 dixitque rex morte morieris Ahimelech tu et omnis domus patris tui 17 et ait rex emissariis qui circumstabant eum convertimini et interficite sacerdotes Domini nam manus eorum cum David est scientes quod fugisset non indicaverunt mihi noluerunt autem servi regis extendere manum suam in sacerdotes Domini 18 et ait rex Doec convertere tu et inrue in sacerdotes conversusque Doec Idumeus inruit in sacerdotes et trucidavit in die illa octoginta quinque viros vestitos ephod lineo 19 Nobe autem civitatem sacerdotum percussit in ore gladii viros et mulieres parvulos et lactantes bovem et asinum et ovem in ore gladii 20 evadens autem unus filius Ahimelech filii Achitob cuius nomen erat Abiathar fugit ad David 21 et adnuntiavit ei quod occidisset Saul sacerdotes Domini 22 et ait David ad Abiathar sciebam in die illa quod cum ibi esset Doec Idumeus procul dubio adnuntiaret Saul ego sum reus omnium animarum patris tui 23 mane mecum ne timeas si quis quaesierit animam meam quaeret et animam tuam mecumque servaberis


- Statenvertaling


- Willibrordvertaling

[1] David ging daar weg en vond een veilige schuilplaats in de grot van Adullam. Toen zijn broers en andere familieleden dit hoorden, kwamen zij naar hem toe. [2] Ook sloten zich allerlei mensen bij hem aan die in het nauw zaten of schulden hadden of verbitterd waren. David werd hun aanvoerder. Zo kwamen er ongeveer vierhonderd man bij hem. [3] Vanuit daar ging David naar Mispe in Moab* en hij vroeg de koning van Moab: 'Kunnen mijn vader en moeder een schuilplaats bij u krijgen totdat ik weet welk plan God met mij heeft?' [4] Zo bracht hij ze onder bij de koning van Moab en zij bleven bij hem zo lang David zich in zijn schuilplaats verschanst hield. [5] Maar de profeet Gad zei tegen David: 'Blijf niet in die schuilplaats, maar ga naar Juda.' Toen vertrok David naar het bos van Cheret. Moord op de priesters van Nob [6] Saul hoorde dat David en zijn mannen ontdekt waren. Saul zat toen onder de tamarisk op de heuvel in Rama met zijn speer in de hand, en al zijn hovelingen stonden bij hem. [7] Saul sprak tot hen: 'Luister eens, Benjaminieten! Zal de zoon van Isaï jullie soms ook landerijen en wijngaarden geven en gaat hij jullie ook aanstellen tot bevelhebbers over duizend en over honderd, [8] dat jullie met zijn allen tegen mij samenzweren? Niemand heeft mij gewaarschuwd dat mijn zoon een verbond sloot met de zoon van Isaï; niemand van jullie heeft aan mij gedacht en mij gewaarschuwd dat mijn zoon mijn knecht opstookte om mij te belagen, zoals nu wel duidelijk is.' [9] Toen nam Doëg, de Edomiet die bij de hovelingen van Saul stond, het woord en zei: 'Ik heb gezien dat de zoon van Isaï in Nob kwam, bij Achimelek, de zoon van Achitub. [10] Die heeft de heer voor hem geraadpleegd; die heeft hem proviand gegeven en die heeft hem ook het zwaard van Goliat, de Filistijn, gegeven.' [11] De koning liet toen de priester Achimelek, de zoon van Achitub, bij zich komen, met al zijn familieleden die priester waren in Nob; gezamenlijk kwamen zij bij de koning. [12] Saul zei: 'Zoon van Achitub, luister!' Deze antwoordde: 'Spreek, heer!' [13] Toen zei Saul: 'Waarom hebt u met de zoon van Isaï tegen mij samengespannen? U hebt hem brood gegeven en een zwaard, en u hebt God voor hem geraadpleegd. Daardoor kon hij tegen mij in opstand komen, zoals nu wel duidelijk is.' [14] Achimelek antwoordde: 'Als iemand van uw hovelingen betrouwbaar is, dan is het toch David, de schoonzoon van de koning, het hoofd van uw lijfwacht, die geëerd wordt in uw huis! [15] En het was toch niet de eerste keer dat ik God voor hem raadpleegde? Integendeel! Daarom moet de koning zijn dienaar niet beschuldigen, en mijn familie evenmin, want uw dienaar wist daar niet het minste of geringste van.' [16] Maar de koning zei: 'U zult sterven, Achimelek, u en uw hele familie!' [17] En de koning beval de soldaten van de lijfwacht die bij hem stonden: 'Vooruit, dood de priesters van de heer, want zij spannen ook al samen met David; zij wisten dat hij op de vlucht was en ze hebben mij niet gewaarschuwd.' Maar de dienaren van de koning weigerden een hand uit te steken om de priesters van de heer neer te slaan. [18] Daarom zei de koning tegen Doëg, de Edomiet: 'Vooruit, dan jij; sla de priesters neer.' En Doëg, de Edomiet ging naar voren en sloeg de priesters neer; hij doodde die dag vijfentachtig mannen, dragers van de linnen efod*. [19] Ook keerde hij zijn zwaard tegen Nob, de stad van de priesters; mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen, ezels en schapen doodde hij met het zwaard. [20] Eén zoon van Achimelek, de zoon van Achitub, wist echter te ontsnappen en vluchtte naar David. Hij heette Abjatar. [21] Toen Abjatar David vertelde dat Saul de priesters van Nob vermoord had, [22] zei David tegen hem: 'Toen ik merkte dat Doëg, de Edomiet, daar in Nob was, wist ik al dat hij het bij Saul zou melden. Ik ben dus aansprakelijk voor de dood van uw hele familie. [23] Blijf* bij mij en wees niet bang, want dezelfde persoon die u naar het leven staat, staat ook mij naar het leven. U staat onder mijn bescherming.'


- De Nieuwe Bijbelvertaling


- De Naardense bijbel


- Bible de Jérusalem


- King James Bible


- Luther Bibel


- Arabisch


- Structuur


- Taalgebruik

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar