BIJBELBOEK EERSTE BOEK SAMUEL -- 1 S -

Overzicht van 1 S : - 1 S 1 - 1 S 2 - 1 S 3 - 1 S 4 - 1 S 5 - 1 S 6 - 1 S 7 - 1 S 8 - 1 S 9 - 1 S 10 - 1 S 11 - 1 S 12 - 1 S 13 - 1 S 14 - 1 S 15 - 1 S 16 - 1 S 17 - 1 S 18 - 1 S 19 - 1 S 20 - 1 S 21 - 1 S 22 - 1 S 23 - 1 S 24 - 1 S 25 - 1 S 26 - 1 S 27 - 1 S 28 - 1 S 29 - 1 S 30 - 1 S 31 -
Tekstuitleg per pericope :
Overzicht vers per vers : - 1 S 23,1 - 1 S 23,2 - 1 S 23,3 - 1 S 23,4 - 1 S 23,5 - 1 S 23,6 - 1 S 23,7 - 1 S 23,8 - 1 S 23,9 - 1 S 23,10 - 1 S 23,11 - 1 S 23,12 - 1 S 23,13 - 1 S 23,14 - 1 S 23,15 - 1 S 23,16 - 1 S 23,17 - 1 S 23,18 - 1 S 23,19 - 1 S 23,20 - 1 S 23,21 - 1 S 23,22 - 1 S 23,23 - 1 S 23,24 - 1 S 23,25 - 1 S 23,26 - 1 S 23,27 - 1 S 23,28 -

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 

- Hebreeuwse tekst : http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt08a23.htm . http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT) .
- Targum Onkelos : http://www.mechon-mamre.org/i/t/t08a21.htm . Targum Onkelos .
- Griekse tekst - Septuaginta : http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=9&page=21 . Griekse tekst - Septuaginta .
- Vulgata : http://www.intratext.com/IXT/LAT0001/_P72.HTM . Vulgata .
- Statenvertaling : http://www.statenvertaling.net/bijbel/1sam/22.html . Statenvertaling .
- Willibrordvertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=7840,7867 . Willibrordvertaling .
- De Nieuwe Vertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=7840,7867 . De Nieuwe Vertaling .
- De Naardense bijbel : http://naardensebijbel.nl/zoek.php . De Naardense bijbel .
- Bible de Jérusalem : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Bible de Jérusalem .
- King James Bible : http://quod.lib.umich.edu/cgi/k/kjv/kjv-idx?type=DIV1&byte=407964 . King James Bible .
- Luther Bibel : http://www.die-bibel.de/online-bibeln/luther-bibel-1984/bibeltext/bibelstelle/Leviticus%2025/bibel/text/lesen/ch/b11a29d89e9117496ee0e4c6b9d5a24d/ . Luther Bibel .
- Arabisch : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Arabisch .


-

1 S 23,1 - 1 S 23,1 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        David in Keïla [1] Er werd aan David gemeld: de Filistijnen vallen Keïla aan en roven er de dorsvloeren leeg.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van 1 S 23,1 . Het vers 1 S 23,1 telt 11 woorden en 50 (2 X 5²) letters . De getalwaarde van 1 S 23,1 is 3190 (2 X 5 X 11 X 29) . In 1 S 23,1 zijn de Filistijnen in Qeïla .

1 S 23,1.1. וַיַּגִדוּ = wajjaggidû (en zij vertelden) < waw consecutivum + act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. נָגַד = nâgad (vertellen, verkondigen, bekend maken) . Taalgebruik in Tenakh : nâgad (vertellen, verkondigen, bekend maken) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , ghimel = 3 , daleth = 4 ; totaal : 21 (3 X 7) OF 57 (3 X 19) . Structuur : 5 - 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (21) : (1) Gn 26,32 . (2) Gn 45,26 . (3) Re 4,12 . (4) Re 9,7 . (5) Re 9,42 . (6) 1 S 17,31 . (7) 1 S 18,20 . (8) 1 S 18,24 . (9) 1 S 18,26 . (10) 1 S 19,21 . (11) 1 S 23,1 . (12) 1 S 23,25 . (13) 1 S 24,2 . (14) 1 S 25,12 . (15) 2 S 2,4 . (16) 2 S 3,23 . (17) 2 S 10,5 . (18) 2 S 11,10 . (19) 2 S 17,21 . (20) 2 K 7,15 . (21) 2 K 18,37 .

1 S 23,1.2. לְדָּוִד = lëdâwid (aan David) < prefix voorzetsel lë + eigennaam דָּוִד = dâwid (David) . Taalgebruik in Tenakh : dâwid (David) . Getalwaarde : daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 14 (2 X 7) . Structuur : 4 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (134) . 1 S (16) : (1) 1 S 17,17 . (2) 1 S 18,4 . (3) 1 S 18,8 . (4) 1 S 18,19 . (5) 1 S 18,25 . (6) 1 S 18,26 . (7) 1 S 19,2 . (8) 1 S 19,7 . (9) 1 S 19,11 . (10) 1 S 20,42 . (11) 1 S 22,21 . (12) 1 S 23,1 . (13) 1 S 23,25 . (14) 1 S 25,8 . (15) 1 S 28,17 . (16) 1 S 30,6 .

1 S 23,1.1. - 2. וַיַּגִדוּ לְדָוִד = wajjaggidû lëdäwid (en zij vertelden aan David) . Tenakh (5) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,25 . (3) 2 S 2,4 . (4) 2 S 10,5 . (5) 2 S 11,10 .

1 S 23,1.3. לֵאמֹר = le´mor (om te zeggen) < prefix voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (897) . Pentateuch (298) . Eerdere Profeten (281) . Latere Profeten (197) . 12 Kleine Profeten (43) . Geschriften (78) . 1 S (48) . 1 S 23 (4) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,2 . (3) 1 S 23,19 . (4) 1 S 23,27 .

1 S 23,1.1. - 3. וַיַּגִדוּ לְדָוִד לֵאמֹר = wajjaggidû lëdäwid le´mor ((en zij vertelden aan David om te zeggen / zeggende) . Tenakh (3) : (1) 1 S 23,1 . (2) 2 S 2,4 . (3) 2 S 11,10 .

1 S 23,1.5. פְלִשְׁתִים = phëlisjëthîm (Filistijnen) . Taalgebruik in Tenakh : phëlisjëthîm (Filistijnen) . Getalwaarde : pi = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 , sjin = 21 of 300 , thaw = 22 of 400 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 95 (5 X 19) OF 860 (2² X 5 X 43) . Structuur : 8 - 3 - 3 - 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (179) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (24) . 1 S (81) . 1 S 23 (5) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,3 . (3) 1 S 23,4 . (4) 1 S 23,27 . (5) 1 S 23,28 .

1 S 23,1.7. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .
- Een vorm van Qeïla komt in 12 verzen (13 X) voor in 1 S 23 .

1 S 23,2 - 1 S 23,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [2] David raadpleegde daarop de heer en vroeg: 'Zal ik uitrukken en die Filistijnen verslaan?' En de heer sprak tot David: 'Ja, ruk uit, versla de Filistijnen en bevrijd Keïla.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. לֵאמֹר = le´mor (om te zeggen) < prefix voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (897) . Pentateuch (298) . Eerdere Profeten (281) . Latere Profeten (197) . 12 Kleine Profeten (43) . Geschriften (78) . 1 S (48) . 1 S 23 (4) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,2 . (3) 1 S 23,19 . (4) 1 S 23,27 .

7. פְלִשְׁתִים = phëlisjëthîm (Filistijnen) . Taalgebruik in Tenakh : phëlisjëthîm (Filistijnen) . Getalwaarde : pi = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 , sjin = 21 of 300 , thaw = 22 of 400 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 95 (5 X 19) OF 860 (2² X 5 X 43) . Structuur : 8 - 3 - 3 - 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (179) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (24) . 1 S (81) . 1 S 23 (5) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,3 . (3) 1 S 23,4 . (4) 1 S 23,27 . (5) 1 S 23,28 .
- בַּפְּלִשְׁתִים = bappëlisjëthîm (tegen de Filistijnen) < prefix voorzetsel bë + bepaald lidw. + . Tenakh (11) : (1) 1 S 7,13 . (2) 1 S 13,4 . (3) 1 S 14,30 . (4) 1 S 14,31 . (5) 1 S 18,27 . (6) 1 S 19,8 . (7) 1 S 23,2 . (8) 1 S 23,5 . (9) 2 S 23,9 . (10) 2 S 23,10 . (11) 2 Kr 26,6 .

9. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,7 . (4) 1 S 23,9 . (5) 1 S 23,10 . (6) 1 S 23,12 (2X) . (7) 1 S 23,17 . (8) 1 S 23,21 .

9. - 10. וַיּאֹמֶר יהוה = wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) . 1 S (11) : (1) 1 S 3,11 . (2) 1 S 8,7 . (3) 1 S 8,22 . (4) 1 S 10,22 . (5) 1 S 16,1 . (6) 1 S 16,2 . (7) 1 S 16,7 . (8) 1 S 16,12 . (9) 1 S 23,2 . (10) 1 S 23,11 . (11) 1 S 23,12 .

14. וְהִכִּיתָ = wëhikkîthâ (en jij zult slaan) < wë + act. hifil perf. 2de pers. mann. enk. van het werkw. נָכַה = nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) . Taalgebruik in Tenakh : nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) . Structuur : 5 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (5) : (1) Ex 17,6 . (2) Dt 20,13 . (3) Re 6,16 . (4) 1 S 23,2 . (5) 2 K 13,7 .

18. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

1 S 23,3 - 1 S 23,3 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [3] Maar de mannen van David zeiden tegen hem: 'Hier in Juda zitten we al in angst! Wat moet het dan worden als we naar Keïla gaan, waar de Filistijnen in slagorde staan?'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

13. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

16. פְלִשְׁתִים = phëlisjëthîm (Filistijnen) . Taalgebruik in Tenakh : phëlisjëthîm (Filistijnen) . Getalwaarde : pi = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 , sjin = 21 of 300 , thaw = 22 of 400 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 95 (5 X 19) OF 860 (2² X 5 X 43) . Structuur : 8 - 3 - 3 - 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (179) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (24) . 1 S (81) . 1 S 23 (5) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,3 . (3) 1 S 23,4 . (4) 1 S 23,27 . (5) 1 S 23,28 .

1 S 23,4 - 1 S 23,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [4] Daarop raadpleegde David de heer opnieuw en de heer antwoordde hem: 'Trek naar Keïla: Ik lever de Filistijnen aan u uit.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van 1 S 23,4 .

1 S 23,4.9. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,7 . (4) 1 S 23,9 . (5) 1 S 23,10 . (6) 1 S 23,12 (2X) . (7) 1 S 23,17 . (8) 1 S 23,21 .

11. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

16. פְלִשְׁתִים = phëlisjëthîm (Filistijnen) . Taalgebruik in Tenakh : phëlisjëthîm (Filistijnen) . Getalwaarde : pi = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 , sjin = 21 of 300 , thaw = 22 of 400 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 95 (5 X 19) OF 860 (2² X 5 X 43) . Structuur : 8 - 3 - 3 - 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (179) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (24) . 1 S (81) . 1 S 23 (5) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,3 . (3) 1 S 23,4 . (4) 1 S 23,27 . (5) 1 S 23,28 .

1 S 23,5 - 1 S 23,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [5] Nu rukte David met zijn mannen uit naar Keïla; hij bond de strijd aan met de Filistijnen, voerde hun vee weg en richtte een grote slachting onder hen aan. Zo bevrijdde David de inwoners van Keïla.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

6. פְלִשְׁתִים = phëlisjëthîm (Filistijnen) . Taalgebruik in Tenakh : phëlisjëthîm (Filistijnen) . Getalwaarde : pi = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 , sjin = 21 of 300 , thaw = 22 of 400 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 95 (5 X 19) OF 860 (2² X 5 X 43) . Structuur : 8 - 3 - 3 - 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (179) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (24) . 1 S (81) . 1 S 23 (5) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,3 . (3) 1 S 23,4 . (4) 1 S 23,27 . (5) 1 S 23,28 .
- בַּפְּלִשְׁתִים = bappëlisjëthîm (tegen de Filistijnen) < prefix voorzetsel bë + bepaald lidw. + . Tenakh (11) : (1) 1 S 7,13 . (2) 1 S 13,4 . (3) 1 S 14,30 . (4) 1 S 14,31 . (5) 1 S 18,27 . (6) 1 S 19,8 . (7) 1 S 23,2 . (8) 1 S 23,5 . (9) 2 S 23,9 . (10) 2 S 23,10 . (11) 2 Kr 26,6 .

18. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

1 S 23,6 - 1 S 23,6 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [6] Abjatar, de zoon van Achimelek, die naar David gevlucht was, kwam naar Keïla met de efod* bij zich.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

1 S 23,7 - 1 S 23,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [7] Toen men Saul vertelde dat David Keïla binnengetrokken was, dacht hij: 'God heeft hem aan mij uitgeleverd, want door een stad met poorten en grendels binnen te trekken, heeft hij zichzelf opgesloten.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

6. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

7. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,4 . (2) 1 S 23,7 . (3) 1 S 23,9 . (4) 1 S 23,10 . (5) 1 S 23,12 . (6) 1 S 23,17 . (7) 1 S 23,21 .

7. - 8. וַיּאֹמֶר שָׁאוּל = wajj´omèr sjâ´ûl (en Saul zei) . Tenakh (41) . 1 S (40) . 1 Kr (1) . 1 S 23 (2) : (1) 1 S 23,7 . (2) 1 S 23,21 .

1 S 23,8 - 1 S 23,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [8] Saul riep dus heel het volk op om naar Keïla te trekken en David met zijn mannen te belegeren.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

1 S 23,9 - 1 S 23,9 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [9] Zodra David te weten kwam welke boze plannen Saul tegen hem smeedde, zei hij tegen de priester Abjatar: 'Breng de efod hier.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. - 4. אַחַרֵי כֵן = ´achäre(j) khen (achter zo, zo dan) . Tenakh (23) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (1) : Jl 3,1 . Geschriften (4) . Tenakh (23) : (1) Gn 6,4 . (2) Gn 41,31 . (3) Ex 11,1 . (4) Joz 10,26 . (5) Re 16,4 . (6) 1 S 9,13 . (7) 1 S 24,6 . (8) 1 S 24,9 . (9) 2 S 2,1 . (10) 2 S 8,1 . (11) 2 S 10,1 . (12) 2 S 13,1 . (13) 2 S 21,14 . (14) 2 S 21,18 . (15) 2 S 24,10 . (16) 2 K 6,24 . (17) 1 Kr 18,1 . (18) 1 Kr 19,1 . (19) 1 Kr 20,4 . (20) Job 3,1 . (21) Js 1,26 . (22) Jr 34,11 . (23) Jl 3,1 .

8. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,4 . (2) 1 S 23,7 . (3) 1 S 23,9 . (4) 1 S 23,10 . (5) 1 S 23,12 . (6) 1 S 23,17 . (7) 1 S 23,21 .

1 S 23,10 - 1 S 23,10 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [10] En David zei: 'heer, God van Israël, uw dienaar heeft vernomen dat Saul naar Keïla wil komen en, om mij te treffen, de stad wil verwoesten.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,4 . (2) 1 S 23,7 . (3) 1 S 23,9 . (4) 1 S 23,10 . (5) 1 S 23,12 . (6) 1 S 23,17 . (7) 1 S 23,21 .

1. - 2. וַיּאֹמֶר דָּוִד = wajj´omèr dâwid (en David zei) . Tenakh (63) = 1 S + 2 S . 1 S 23 (2) : (1) 1 S 23,10 . (2) 1 S 23,12 .

14. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

1 S 23,11 - 1 S 23,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [11] Zal Saul oprukken, zoals uw dienaar vernomen heeft? heer, God van Israël, geef uw dienaar toch antwoord!' En de heer antwoordde: 'Ja, hij zal oprukken.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

7. כַאֲשֶׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix kë + אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) OF persoonsnaam אָשֶׁר = ´âsjer (Aser) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (488) . Pentateuch (202) . Eerdere Profeten (68) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (56) . Gn (40) . Gn 12 (2) : (1) Gn 12,4 . (2) Gn 12,11 . Gn 21 (2) : (1) Gn 21,1 . (2) Gn 21,4 . Dt (54) . Dt 1 (5) : (1) Dt 1,11 . (2) Dt 1,19 . (3) Dt 1,21 . (4) Dt 1,31 . (5) Dt 1,44 . Joz (45) . Joz 4 () : (1) Joz 4,1 . (2) Joz 4,8 . (3) Joz 4,11 . (4) Joz 4,12 . (5) Joz 4,14 . (6) Joz 4,23 . 1 S (19) : (1) 1 S 1,24 . (2) 1 S 2,16 . (3) 1 S 2,35 . (4) 1 S 4,9 . (5) 1 S 6,6 . (6) 1 S 8,1 . (7) 1 S 8,6 . (8) 1 S 12,8 . (9) 1 S 15,33 . (10) 1 S 17,20 . (11) 1 S 20,13 . (12) 1 S 23,11 . (13) 1 S 24,2 . (14) 1 S 24,5 . (15) 1 S 24,14 . (16) 1 S 26,20 . (17) 1 S 26,24 . (18) 1 S 28,17 . (19) 1 S 28,18 .

16. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,4 . (2) 1 S 23,7 . (3) 1 S 23,9 . (4) 1 S 23,10 . (5) 1 S 23,12 . (6) 1 S 23,17 . (7) 1 S 23,21 .

16. - 17. וַיּאֹמֶר יהוה = wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) . 1 S (11) : (1) 1 S 3,11 . (2) 1 S 8,7 . (3) 1 S 8,22 . (4) 1 S 10,22 . (5) 1 S 16,1 . (6) 1 S 16,2 . (7) 1 S 16,7 . (8) 1 S 16,12 . (9) 1 S 23,2 . (10) 1 S 23,11 . (11) 1 S 23,12 .

1 S 23,12 - 1 S 23,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [12] Daarna vroeg David: 'Zullen de burgers van Keïla mij en mijn mannen aan Saul uitleveren?' En de heer antwoordde: 'Ja, dat zullen ze doen.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,4 . (2) 1 S 23,7 . (3) 1 S 23,9 . (4) 1 S 23,10 . (5) 1 S 23,12 . (6) 1 S 23,17 . (7) 1 S 23,21 .

1. - 2. וַיּאֹמֶר דָּוִד = wajj´omèr dâwid (en David zei) . Tenakh (63) = 1 S + 2 S . 1 S 23 (2) : (1) 1 S 23,10 . (2) 1 S 23,12 .

5. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

11. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,4 . (2) 1 S 23,7 . (3) 1 S 23,9 . (4) 1 S 23,10 . (5) 1 S 23,12 . (6) 1 S 23,17 . (7) 1 S 23,21 .

11. - 12. וַיּאֹמֶר יהוה = wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) . 1 S (11) : (1) 1 S 3,11 . (2) 1 S 8,7 . (3) 1 S 8,22 . (4) 1 S 10,22 . (5) 1 S 16,1 . (6) 1 S 16,2 . (7) 1 S 16,7 . (8) 1 S 16,12 . (9) 1 S 23,2 . (10) 1 S 23,11 . (11) 1 S 23,12 .

1 S 23,13 - 1 S 23,13 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [13] David en zijn mannen, ongeveer zeshonderd, verlieten toen Keïla en gingen van de ene plaats naar de andere. Toen aan Saul gemeld werd dat David uit Keïla ontsnapt was, zag hij van de veldtocht af. David in de woestijn van Zif      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

17. קְעִילָה / קְעִלָה = që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Taalgebruik in Tenakh : që`îlâh / që`ilâh (Qeïla) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 62 (2 X 31) of 52 (2² X 13) OF 215 (5 X 43) OF 205 (5 X 41) . קְעִילָה= që`îlâh . Tenakh (12) : (1) 1 S 23,2 . (2) 1 S 23,4 . (3) 1 S 23,5 . (4) 1 S 23,6 . (5) 1 S 23,7 . (6) 1 S 23,8 . (7) 1 S 23,10 . (8) 1 S 23,11 . (9) 1 S 23,12 . (10) Neh 3,17 . (11) Neh 3,18 . (12) 1 Kr 4,19 . קְעִלָה = që`ilâh . Tenakh (1) : 1 S 23,3 .
- בִקְעִילָה = biqë`îlâh (in Qeïla) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,1 .
- מִקְּעִילָה = miqqë`îlâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 . מִקְּעִלָה = miqqë`ilâh (uit Qeïla) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. . Tenakh (1) : 1 S 23,13 .

1 S 23,14 - 1 S 23,14 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [14] David verbleef in de woestijn op moeilijk toegankelijke plaatsen. Hij hield zich op in het bergland in de woestijn van Zif. Saul zocht hem voortdurend, maar God liet David niet in zijn handen vallen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

12. הַיָּמִים = hajjâmîm (de dagen) < prefix bepaald lidw. ha + nom. mann. mv. van het zelfst. naamw. יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Taalgebruik in Mi : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . . Tenakh (135) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (69) . Latere Profeten (18) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (22) . 1 S (18) : (1) 1 S 1,20 . (2) 1 S 1,21 . (3) 1 S 1,28 . (4) 1 S 2,19 . (5) 1 S 2,32 . (6) 1 S 2,35 . (7) 1 S 7,2 . (8) 1 S 9,20 . (9) 1 S 13,11 . (10) 1 S 18,26 . (11) 1 S 18,29 . (12) 1 S 20,6 . (13) 1 S 20,31 . (14) 1 S 23,14 . (15) 1 S 25,38 . (16) 1 S 27,7 . (17) 1 S 27,11 . (18) 1 S 28,2 .

1 S 23,15 - 1 S 23,15 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] David hoorde dat Saul was uitgetrokken en het op zijn leven gemunt had; David was in de woestijn van Zif in de Choresa.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 23,16 - 1 S 23,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [16] Jonatan, de zoon van Saul, ging toen naar David in de Choresa en met een beroep op God sprak hij hem moed in.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 23,17 - 1 S 23,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [17] Hij zei tegen hem: 'Wees niet bang; je zult mijn vader Saul niet in handen vallen. Jij zult koning worden over Israël en ik word de tweede man; ook mijn vader Saul weet dat maar al te goed.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,4 . (2) 1 S 23,7 . (3) 1 S 23,9 . (4) 1 S 23,10 . (5) 1 S 23,12 . (6) 1 S 23,17 . (7) 1 S 23,21 .

1 S 23,18 - 1 S 23,18 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [18] Zij sloten samen een verbond ten overstaan van de heer. David bleef in de Choresa en Jonatan ging naar huis.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 23,19 - 1 S 23,19 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [19] De Zifieten gingen naar Saul in Gibea en zeiden: 'Weet u dat David zich bij ons schuilhoudt op ontoegankelijke plaatsen in de Choresa, op de heuvel Chakila ten zuiden van de steppe?      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

6. לֵאמֹר = le´mor (om te zeggen) < prefix voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (897) . Pentateuch (298) . Eerdere Profeten (281) . Latere Profeten (197) . 12 Kleine Profeten (43) . Geschriften (78) . 1 S (48) . 1 S 23 (4) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,2 . (3) 1 S 23,19 . (4) 1 S 23,27 .

1 S 23,20 - 1 S 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [20] Als de koning er heen wil gaan, zullen wij zorgen dat David aan u wordt uitgeleverd.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

 

1 S 23,21 - 1 S 23,21 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [21] Saul zei: 'Wees gezegend door de heer, omdat jullie zo met mij mee voelen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . 1 S (220) . 1 S 23 (7) : (1) 1 S 23,4 . (2) 1 S 23,7 . (3) 1 S 23,9 . (4) 1 S 23,10 . (5) 1 S 23,12 . (6) 1 S 23,17 . (7) 1 S 23,21 .

1. - 2. וַיּאֹמֶר שָׁאוּל = wajj´omèr sjâ´ûl (en Saul zei) . Tenakh (41) . 1 S (40) . 1 Kr (1) . 1 S 23 (2) : (1) 1 S 23,7 . (2) 1 S 23,21 .

1 S 23,22 - 1 S 23,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [22] Informeer nog eens en probeer precies te achterhalen waar hij zich schuilhoudt en wie hem gezien heeft, want ze zeggen tegen mij dat hij zeer slim te werk gaat.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 23,23 - 1 S 23,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [23] Probeer vast te stellen in welke schuilplaatsen hij zich verbergt en kom met betrouwbare gegevens bij mij terug. Dan ga ik met jullie mee. Als hij in het land is, zal ik hem onder alle stamhuizen van Israël proberen te vinden.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 23,24 - 1 S 23,24 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [24] Zij vertrokken dus en gingen Saul voor naar Zif. David bevond zich toen met zijn mannen in de woestijn van Maon, in de Araba, ten zuiden van de steppe.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 23,25 - 1 S 23,25 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [25] Aan David werd gemeld dat Saul en zijn mannen hem zochten; hij trok weg naar de Rots en hield zich op in de woestijn van Maon. Saul vernam dit en ging op David af, in de woestijn van Maon.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

5. - 6. וַיַּגִדוּ לְדָוִד = wajjaggidû lëdäwid (en zij vertelden aan David) . Tenakh (5) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,25 . (3) 2 S 2,4 . (4) 2 S 10,5 . (5) 2 S 11,10 .

1 S 23,26 - 1 S 23,26 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [26] Saul liep aan de ene kant van de berg, terwijl David zich met zijn mannen aan de andere kant bevond. David probeerde in grote haast aan Saul te ontsnappen, maar Saul en zijn mannen stonden al op het punt om David en de zijnen te omsingelen en te grijpen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1 S 23,27 - 1 S 23,27 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [27] Op dat ogenblik kwam er een bode bij Saul, die hem zei: 'Kom onmiddellijk! De Filistijnen zijn het land binnengevallen!'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

5. פְלִשְׁתִים = phëlisjëthîm (Filistijnen) . Taalgebruik in Tenakh : phëlisjëthîm (Filistijnen) . Getalwaarde : pi = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 , sjin = 21 of 300 , thaw = 22 of 400 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 95 (5 X 19) OF 860 (2² X 5 X 43) . Structuur : 8 - 3 - 3 - 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (179) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (24) . 1 S (81) . 1 S 23 (5) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,3 . (3) 1 S 23,4 . (4) 1 S 23,27 . (5) 1 S 23,28 .

1 S 23,28 - 1 S 23,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [28] Saul staakte toen de achtervolging van David en ging op de Filistijnen af. Daarom heet deze plaats de Rots van de scheiding.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. פְלִשְׁתִים = phëlisjëthîm (Filistijnen) . Taalgebruik in Tenakh : phëlisjëthîm (Filistijnen) . Getalwaarde : pi = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 , sjin = 21 of 300 , thaw = 22 of 400 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 95 (5 X 19) OF 860 (2² X 5 X 43) . Structuur : 8 - 3 - 3 - 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (179) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (24) . 1 S (81) . 1 S 23 (5) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,3 . (3) 1 S 23,4 . (4) 1 S 23,27 . (5) 1 S 23,28 .

10. לֵאמֹר = le´mor (om te zeggen) < prefix voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (897) . Pentateuch (298) . Eerdere Profeten (281) . Latere Profeten (197) . 12 Kleine Profeten (43) . Geschriften (78) . 1 S (48) . 1 S 23 (4) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,2 . (3) 1 S 23,19 . (4) 1 S 23,27 .


 

- Hebreeuwse tekst OF modern Hebreeuws NT


- Targum Onkelos


- Griekse tekst - Septuaginta


- Aramees - Peshitta


- Vulgata


- Statenvertaling


- Willibrordvertaling

David in Keïla [1] Er werd aan David gemeld: de Filistijnen vallen Keïla aan en roven er de dorsvloeren leeg. [2] David raadpleegde daarop de heer en vroeg: 'Zal ik uitrukken en die Filistijnen verslaan?' En de heer sprak tot David: 'Ja, ruk uit, versla de Filistijnen en bevrijd Keïla.' [3] Maar de mannen van David zeiden tegen hem: 'Hier in Juda zitten we al in angst! Wat moet het dan worden als we naar Keïla gaan, waar de Filistijnen in slagorde staan?' [4] Daarop raadpleegde David de heer opnieuw en de heer antwoordde hem: 'Trek naar Keïla: Ik lever de Filistijnen aan u uit.' [5] Nu rukte David met zijn mannen uit naar Keïla; hij bond de strijd aan met de Filistijnen, voerde hun vee weg en richtte een grote slachting onder hen aan. Zo bevrijdde David de inwoners van Keïla. [6] Abjatar, de zoon van Achimelek, die naar David gevlucht was, kwam naar Keïla met de efod* bij zich. [7] Toen men Saul vertelde dat David Keïla binnengetrokken was, dacht hij: 'God heeft hem aan mij uitgeleverd, want door een stad met poorten en grendels binnen te trekken, heeft hij zichzelf opgesloten.' [8] Saul riep dus heel het volk op om naar Keïla te trekken en David met zijn mannen te belegeren. [9] Zodra David te weten kwam welke boze plannen Saul tegen hem smeedde, zei hij tegen de priester Abjatar: 'Breng de efod hier.' David in Keïla [1] Er werd aan David gemeld: de Filistijnen vallen Keïla aan en roven er de dorsvloeren leeg. [2] David raadpleegde daarop de heer en vroeg: 'Zal ik uitrukken en die Filistijnen verslaan?' En de heer sprak tot David: 'Ja, ruk uit, versla de Filistijnen en bevrijd Keïla.' [3] Maar de mannen van David zeiden tegen hem: 'Hier in Juda zitten we al in angst! Wat moet het dan worden als we naar Keïla gaan, waar de Filistijnen in slagorde staan?' [4] Daarop raadpleegde David de heer opnieuw en de heer antwoordde hem: 'Trek naar Keïla: Ik lever de Filistijnen aan u uit.' [5] Nu rukte David met zijn mannen uit naar Keïla; hij bond de strijd aan met de Filistijnen, voerde hun vee weg en richtte een grote slachting onder hen aan. Zo bevrijdde David de inwoners van Keïla. [6] Abjatar, de zoon van Achimelek, die naar David gevlucht was, kwam naar Keïla met de efod* bij zich. [7] Toen men Saul vertelde dat David Keïla binnengetrokken was, dacht hij: 'God heeft hem aan mij uitgeleverd, want door een stad met poorten en grendels binnen te trekken, heeft hij zichzelf opgesloten.' [8] Saul riep dus heel het volk op om naar Keïla te trekken en David met zijn mannen te belegeren. [9] Zodra David te weten kwam welke boze plannen Saul tegen hem smeedde, zei hij tegen de priester Abjatar: 'Breng de efod hier.' [10] En David zei: 'heer, God van Israël, uw dienaar heeft vernomen dat Saul naar Keïla wil komen en, om mij te treffen, de stad wil verwoesten. [11] Zal Saul oprukken, zoals uw dienaar vernomen heeft? heer, God van Israël, geef uw dienaar toch antwoord!' En de heer antwoordde: 'Ja, hij zal oprukken.' [12] Daarna vroeg David: 'Zullen de burgers van Keïla mij en mijn mannen aan Saul uitleveren?' En de heer antwoordde: 'Ja, dat zullen ze doen.' [13] David en zijn mannen, ongeveer zeshonderd, verlieten toen Keïla en gingen van de ene plaats naar de andere. Toen aan Saul gemeld werd dat David uit Keïla ontsnapt was, zag hij van de veldtocht af. David in de woestijn van Zif [14] David verbleef in de woestijn op moeilijk toegankelijke plaatsen. Hij hield zich op in het bergland in de woestijn van Zif. Saul zocht hem voortdurend, maar God liet David niet in zijn handen vallen. [15] David hoorde dat Saul was uitgetrokken en het op zijn leven gemunt had; David was in de woestijn van Zif in de Choresa. [16] Jonatan, de zoon van Saul, ging toen naar David in de Choresa en met een beroep op God sprak hij hem moed in. [17] Hij zei tegen hem: 'Wees niet bang; je zult mijn vader Saul niet in handen vallen. Jij zult koning worden over Israël en ik word de tweede man; ook mijn vader Saul weet dat maar al te goed.' [18] Zij sloten samen een verbond ten overstaan van de heer. David bleef in de Choresa en Jonatan ging naar huis. [19] De Zifieten gingen naar Saul in Gibea en zeiden: 'Weet u dat David zich bij ons schuilhoudt op ontoegankelijke plaatsen in de Choresa, op de heuvel Chakila ten zuiden van de steppe? [20] Als de koning er heen wil gaan, zullen wij zorgen dat David aan u wordt uitgeleverd.' [21] Saul zei: 'Wees gezegend door de heer, omdat jullie zo met mij mee voelen. [22] Informeer nog eens en probeer precies te achterhalen waar hij zich schuilhoudt en wie hem gezien heeft, want ze zeggen tegen mij dat hij zeer slim te werk gaat. [23] Probeer vast te stellen in welke schuilplaatsen hij zich verbergt en kom met betrouwbare gegevens bij mij terug. Dan ga ik met jullie mee. Als hij in het land is, zal ik hem onder alle stamhuizen van Israël proberen te vinden.' [24] Zij vertrokken dus en gingen Saul voor naar Zif. David bevond zich toen met zijn mannen in de woestijn van Maon, in de Araba, ten zuiden van de steppe. [25] Aan David werd gemeld dat Saul en zijn mannen hem zochten; hij trok weg naar de Rots en hield zich op in de woestijn van Maon. Saul vernam dit en ging op David af, in de woestijn van Maon. [26] Saul liep aan de ene kant van de berg, terwijl David zich met zijn mannen aan de andere kant bevond. David probeerde in grote haast aan Saul te ontsnappen, maar Saul en zijn mannen stonden al op het punt om David en de zijnen te omsingelen en te grijpen. [27] Op dat ogenblik kwam er een bode bij Saul, die hem zei: 'Kom onmiddellijk! De Filistijnen zijn het land binnengevallen!' [28] Saul staakte toen de achtervolging van David en ging op de Filistijnen af. Daarom heet deze plaats de Rots van de scheiding.


- De Nieuwe Bijbelvertaling

David bevrijdt Keïla [1] Het was David ter ore gekomen dat de Filistijnen een aanval deden op Keïla en het graan van de dorsvloeren wegroofden. [2] David raadpleegde de HEER en vroeg: 'Zal ik de strijd met deze Filistijnen aanbinden?' De HEER antwoordde: 'Ja, bind de strijd aan met de Filistijnen; je zult Keïla bevrijden.' [3] Maar Davids mannen zeiden: 'We zitten hier in Juda al zo in angst, wat moet het dan niet worden wanneer we naar Keïla gaan, de Filistijnse gelederen tegemoet?' [4] Daarom raadpleegde David nogmaals de HEER, en de HEER antwoordde: 'Komaan, ruk op naar Keïla; ik lever de Filistijnen aan je uit.' [5] Toen ging David met zijn manschappen naar Keïla en leverde slag met de Filistijnen. Hij voerde hun veestapel weg en bracht hun grote verliezen toe. Zo bevrijdde David de inwoners van Keïla. [6] Daar in Keïla zocht ook Achimelechs zoon Abjatar zijn toevlucht bij David. Het priestergewaad was met hem meegekomen. [7] Toen Saul hoorde dat David Keïla was binnengetrokken, dacht hij: Door een stad binnen te gaan met een dubbele deur en een grendel heeft hij zichzelf ingesloten. God heeft hem aan mij uitgeleverd! [8] Hij riep het leger onder de wapenen met de bedoeling om David en zijn mannen in Keïla in te sluiten. [9] David wist wel dat Saul kwaad in de zin had. Daarom vroeg hij de priester Abjatar om met het priestergewaad bij hem te komen. [10] Toen zei hij: 'HEER, God van Israël, men heeft uw dienaar verzekerd dat Saul voorbereidingen treft om naar Keïla te gaan en de stad vanwege mij te vernietigen. [11] Zullen de burgers van Keïla mij aan hem uitleveren? Is Saul inderdaad onderweg, zoals men mij heeft verteld? HEER, God van Israël, ik smeek u, laat het mij weten!' 'Ja, hij is onderweg,' antwoordde de HEER, [12] en David vroeg: 'Zullen de burgers van Keïla mij en mijn mannen aan Saul uitleveren?' 'Ja, dat zullen ze doen,' antwoordde de HEER. [13] Daarop vertrokken David en zijn mannen uit Keïla en begonnen rond te zwerven, nu hier en dan daar. Hun aantal was inmiddels aangegroeid tot zeshonderd. Toen Saul hoorde dat David uit Keïla was ontkomen, brak hij zijn veldtocht af. David in de woestijn van Juda [14] David en zijn mannen verschansten zich in rotsholen in de met kloven doorsneden woestenij ten oosten van Zif. Saul stuurde elke dag verkenners uit om David op te sporen, maar God leverde hem niet aan hem uit. [15] David, die in Choresa zat, in de woestijn van Zif, merkte wel dat Saul het nog steeds op zijn leven gemunt had. [16] Sauls zoon Jonatan zocht David in Choresa op om hem te zeggen dat hij op God moest blijven vertrouwen. [17] 'Je hoeft niet bang te zijn,' zei hij, 'mijn vader Saul zal je niet te pakken krijgen. Jij zult koning van Israël worden en ik zal je tweede man zijn. En dat weet mijn vader zelf ook.' [18] Nadat ze samen ten overstaan van de HEER hun vriendschapsverbond hadden bevestigd, ging Jonatan terug naar huis; David bleef in Choresa. [19] Ondertussen waren enkele inwoners van Zif naar Gibea gegaan om Saul te vertellen: 'Weet u niet dat David zich bij ons in Choresa schuilhoudt, in de holen in de wand van de Chachila, ten zuiden van de Jesimon? [20] U bent er toch zo op gebrand om op David af te gaan, koning? Doe het dan nu; wij zullen ervoor zorgen dat hij u in handen valt.' [21] 'Moge de HEER u zegenen,' antwoordde Saul. 'U bent tenminste met mij begaan. [22] Maar ga eerst nog een keer precies na waar hij zit en wie hem daar gezien heeft, want men heeft me verteld dat hij bijzonder listig te werk gaat. [23] Zorg ervoor dat u al zijn schuilplaatsen te weten komt en kom dan met de precieze gegevens bij me terug. Dan zal ik met u meegaan, en als hij zich inderdaad bij u in Juda bevindt, zal ik hem tussen alle duizenden inwoners van het land weten te vinden.' [24] Daarop vertrokken de bezoekers om Saul voor te gaan naar Zif. David en zijn mannen bevonden zich inmiddels in de woestijn bij Maon in de Araba, ten zuiden van de Jesimon. [25] Toen David hoorde dat Saul en zijn mannen hem op het spoor waren, daalde hij in het ravijn af. Saul, die had vernomen dat David zich in de woestijn bij Maon bevond, begon daar jacht op hem te maken. [26] Saul volgde het pad aan de ene kant van de kloof en David en zijn mannen het pad aan de andere kant. David deed zijn uiterste best om Saul voor te blijven, maar Saul en de zijnen liepen steeds meer op David en zijn mannen in. Juist toen ze op het punt stonden hen te overmeesteren, [27] kwam er een bode op Saul af, die zei: 'U moet onmiddellijk meekomen, de Filistijnen zijn het land binnengevallen!' [28] Saul staakte de achtervolging van David en ging de Filistijnen tegemoet. Daarom noemt men die plaats Sela-Hammachlekot.*


- De Naardense bijbel


- Bible de Jérusalem


- King James Bible


- Luther Bibel


- Arabisch


- Structuur


- Taalgebruik

- A

- לֵאמֹר = le´mor (om te zeggen) < prefix voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (897) . Pentateuch (298) . Eerdere Profeten (281) . Latere Profeten (197) . 12 Kleine Profeten (43) . Geschriften (78) . 1 S (48) . 1 S 23 (4) : (1) 1 S 23,1 . (2) 1 S 23,2 . (3) 1 S 23,19 . (4) 1 S 23,27 .

- B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar