2 KONINGEN 2 - 2 K 2 -
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2 Koningen)
-- 2 K 2,1-18 -
Overzicht van Tenach : Tenach
: overzicht , Tenach
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Tenach
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Septuaginta
: commentaar ,
Overzicht van 2 Koningen : - 2
K 1 - 2 K
2 - 2 K 3
- 2 K 4
- 2 K 5 -
2 K 6 - 2
K 7 - 2 K
8 - 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- 2 K 19
- 2 K 20
- 2 K 21
- 2 K 22
- 2 K 23
- 2 K 24
- 2 K 25
-
- 2 K 2,1
- 2 K 2,2
- 2 K 2,3
- 2 K 2,4
- 2 K 2,5
- 2 K 2,6
- 2 K 2,7
- 2 K 2,8
- 2 K 2,9
- 2 K 2,10
- 2 K 2,11
- 2 K 2,12
- 2 K 2,13
- 2 K 2,14
- 2 K 2,15
- 2 K 2,16
- 2 K 2,17
- 2 K 2,18
- 2 K 2,19
- 2 K 2,20
- 2 K 2,21
- 2 K 2,22
- 2 K 2,23
- 2 K 2,24
- 2 K 2,25
-
- 2 K 2,1
. 2 K 2,2
. 2 K 2,3
. 2 K 2,4
. 2 K 2,5
. 2 K 2,6
. 2 K 2,7
. 2 K 2,8
. 2 K 2,9
. 2 K 2,10
. 2 K 2,11
. 2 K 2,12
. 2 K 2,13
. 2 K 2,14
. 2 K 2,15
. 2 K 2,16
. 2 K 2,17
. 2 K 2,18
. 2 K 2,19
. 2 K 2,20
. 2 K 2,21
. 2 K 2,22
. 2 K 2,23
. 2 K 2,24
. 2 K 2,25
.
Overzicht van 2 Koningen : 2
Koningen : overzicht , 2
Koningen : taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G -
H -
I -
J -
K -
L -
M -
N -
O -
P -
Q -
R -
S -
T -
U -
V -
W -
X
-Y
- Z -
, 2 Koningen
: commentaar ,
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE
VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email:
arseen.de.kesel@pandora.be
.
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bezinningsteksten
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, koran
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , racisme , samenleving ,
sikhisme , spiritualiteit
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige
beschouwingen , Het
kleine of grote ongenoegen
|
Woordenschat
Bibliografie :
Literatuur .
Liturgisch gebruik
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus)
, Lv (Leviticus)
, Nu (Numeri)
, Dt (Deuteronomium)
, Joz (Jozua)
, Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
2 K 2,1-18 . Elia in de hemel opgenomen
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2 Koningen)
-- 2 K 2,1-18
-- 2 K 1 -
2 K 2 - 2
K 3 - 2 K 4
- 2 K 5
- 2 K 6 - 2
K 7 - 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10 -
2 K 11 - 2
K 12 - 2 K
13 - 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16 -
2 K 17 - 2
K 18 -
2 K 2,1 - 2
K 2,1 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K
6 - 2
K 7 - 2
K 8 - 2
K 9 - 2
K 10 - 2
K 11 - 2
K 12 - 2
K 13 - 2
K 14 - 2
K 15 - 2
K 16 - 2
K 17 - 2
K 18 -
|
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 1kai egeneto en tô anagein kurion ton èliou en susseismô
ôs eis ton ouranon kai eporeuthè èliou kai elisaie ek galgalôn |
1 factum est autem cum levare vellet Dominus Heliam
per turbinem in caelum ibant Helias et Heliseus de Galgalis |
|
|
[1] Kort voordat de heer Elia in een stormwind in*
de hemel zou opnemen, vertrok deze met Elisa uit Gilgal |
[1] De tijd was niet ver meer dat de HEER Elia in
een stormwind in de hemel zou opnemen. Elia en Elisa stonden op het
punt uit Gilgal te vertrekken, |
1 ¶ En het geschiedt, als de ENE Elia in een
storm ten hemel laat opklimmen,– gaat Elia met Elisja weg uit
de Gilgal. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,1 .
| 2 K 2,2 - 2
K 2,2 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 2kai eipen èliou pros elisaie kathou dè entautha
oti kurios apestalken me eôs baithèl kai eipen elisaie zè kurios kai
zè è psuchè sou ei kataleipsô se kai èlthon eis baithèl |
2 dixitque Helias ad Heliseum sede hic quia Dominus
misit me usque Bethel cui ait Heliseus vivit Dominus et vivit anima
tua quia non derelinquam te cumque descendissent Bethel |
|
|
[2] en zei tegen hem: ‘Blijf hier want de
heer zendt mij naar Betel.’ Elisa antwoordde: ‘Zowaar
de heer leeft en zowaar u leeft: ik verlaat u niet.’ Toen zij
Betel naderden |
[2] maar Elia zei tegen Elisa: ‘Blijf jij
hier, de HEER wil dat ik naar Betel ga.’ Elisa antwoordde: ‘Zo
waar de HEER leeft, en zo waar u leeft, er is geen denken aan dat
ik u alleen laat gaan.’ Zo gingen ze samen op weg naar Betel.
|
2 Elia zegt tot Elisja: blijf toch hier zitten,
want de ENE heeft mij naar Bet El gezonden!– maar Elisja zegt:
bij het leven van de ENE en het leven van je ziel,– als ik jou
ooit verlaat! Als ze afdalen naar Bet El |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,2 .
12. - 13. be(j)th ´el (Betel) . Tenakh (39) . Gn (8) : (1) Gn 12,8 . (2) Gn 13,3 . (3) Gn 28,19 . (4) Gn
31,13 . (5) Gn
31,13 . (6) Gn 35,6 . (7) Gn 35,7 . (8) Gn 35,15 . Joz (6) . Re (4) . 1 S (3) . 1 K (2) . 2 K (6) : (1) 2 K 2,2 . (2) 2 K 2,3 . (3) 2 K 2,23 . (4) 2 K 10,29 . (5) 2 K 23,4 . (6) 2 K 23,17 . 1 Kr (2) . 12 Kleine Profeten (6) . Re (4) : (1) Re 1,22 . (2) Re 4,5 . (3) Re 9,46 . (4) Re 21,2 . Ook nog Tenakh (7) : (1) Gn 35,1 . (2) Re 20,18 . (3) Re 20,26 . (4) Re 20,31 . (5) Ezr 2,28. (6) Neh 7,32 . (7) Am 4,4 .
| 2 K 2,3 - 2
K 2,3 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 3kai èlthon oi uioi tôn profètôn oi en baithèl pros
elisaie kai eipon pros auton ei egnôs oti kurios sèmeron lambanei
ton kurion sou epanôthen tès kefalès sou kai eipen kagô egnôka siôpate |
3 egressi sunt filii prophetarum qui erant Bethel
ad Heliseum et dixerunt ei numquid nosti quia hodie Dominus tollat
dominum tuum a te qui respondit et ego novi silete |
|
|
[3] liepen er mannen van het profetengilde de stad
uit. Ze kwamen Elisa tegemoet en vroegen: ‘Weet u wel dat de
heer vandaag Elia in de hemel zal opnemen?’ Hij antwoordde:
‘Ja, ik weet het; wees maar stil.’ |
[3] De profeten uit Betel kwamen Elisa vanuit de
stad tegemoet en zeiden tegen hem: ‘Weet u wel dat de HEER vandaag
uw meester van u zal wegnemen?’ ‘Ja, ik weet het,’
antwoordde hij. ‘Zegt u maar niets.’ |
3 komen de profetenzonen van Bet El de stad uit
naar Elisja toe en zeggen ze tot hem: wéét jij dat heden
de ENE je heer gaat wegnemen van boven je hoofd? Hij zegt: ook ík
weet het, stil maar! |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,3 .
5. - 6. be(j)th ´el (Betel) . Tenakh (39) . Gn (8) : (1) Gn 12,8 . (2) Gn 13,3 . (3) Gn 28,19 . (4) Gn
31,13 . (5) Gn
31,13 . (6) Gn 35,6 . (7) Gn 35,7 . (8) Gn 35,15 . Joz (6) . Re (4) . 1 S (3) . 1 K (2) . 2 K (6) : (1) 2 K 2,2 . (2) 2 K 2,3 . (3) 2 K 2,23 . (4) 2 K 10,29 . (5) 2 K 23,4 . (6) 2 K 23,17 . 1 Kr (2) . 12 Kleine Profeten (6) . Re (4) : (1) Re 1,22 . (2) Re 4,5 . (3) Re 9,46 . (4) Re 21,2 . Ook nog Tenakh (7) : (1) Gn 35,1 . (2) Re 20,18 . (3) Re 20,26 . (4) Re 20,31 . (5) Ezr 2,28. (6) Neh 7,32 . (7) Am 4,4 .
| 2 K 2,4 - 2
K 2,4 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 4kai eipen èliou pros elisaie kathou dè entautha
oti kurios apestalken me eis ierichô kai eipen elisaie zè kurios kai
zè è psuchè sou ei egkataleipsô se kai èlthon eis ierichô |
4 dixit autem Helias ad Heliseum sede hic quia
Dominus misit me in Hiericho et ille ait vivit Dominus et vivit anima
tua quia non derelinquam te cumque venissent Hierichum |
|
|
[4] Nu zei Elia tegen hem: ‘Elisa, blijf hier
want de heer zendt mij naar Jericho.’ Elisa antwoordde: ‘Zowaar
de heer leeft en zowaar u leeft: ik verlaat u niet.’ Toen zij
Jericho naderden |
[4] Elia zei tegen Elisa: ‘Blijf jij hier,
Elisa, de HEER wil dat ik naar Jericho ga.’ Maar Elisa antwoordde:
‘Zo waar de HEER leeft, en zo waar u leeft, er is geen denken
aan dat ik u alleen laat gaan.’ Zo gingen ze samen naar Jericho.
|
4 Dan zegt Elia tot hem: Elisja, blijf toch hier
zitten, want de ENE zendt mij naar Jericho! Maar hij zegt: bij het
leven van de ENE en het leven van je ziel: als ik jou ooit verlaat!–
zo komen ze aan in Jericho. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,4 .
| 2 K 2,5 - 2
K 2,5 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 5kai èggisan oi uioi tôn profètôn oi en ierichô pros elisaie kai
eipan pros auton ei egnôs oti sèmeron lambanei kurios ton kurion sou
epanôthen tès kefalès sou kai eipen kai ge egô egnôn siôpate |
5 accesserunt filii prophetarum qui erant in Hiericho
ad Heliseum et dixerunt ei numquid nosti quia hodie Dominus tollet
dominum tuum a te et ait et ego novi silete |
|
|
[5] liepen er mannen van het profetengilde van
Jericho de stad uit. Ze kwamen Elisa tegemoet en vroegen: ‘Weet
u dat de heer Elia vandaag in de hemel zal opnemen?’ Hij antwoordde:
‘Ja, ik weet het; wees maar stil.’ |
[5] De profeten uit Jericho kwamen naar Elisa toe
en zeiden tegen hem: ‘Weet u wel dat de HEER vandaag uw meester
van u zal wegnemen?’ ‘Ja, ik weet het,’ antwoordde
Elisa. ‘Zegt u maar niets.’ |
5 De profetenzonen in Jericho treden nader tot Elisja
en zeggen tot hem: wéét jij dat heden de ENE je heer
gaat wegnemen van boven je hoofd? Hij zegt: ook ík weet het,
stil maar! |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,5 .
| 2 K 2,6 - 2
K 2,6 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 6kai eipen autô èliou kathou dè ôde oti kurios apestalken
me eôs tou iordanou kai eipen elisaie zè kurios kai zè è psuchè sou
ei egkataleipsô se kai eporeuthèsan amfoteroi |
6 dixit autem ei Helias sede hic quia Dominus misit
me ad Iordanem qui ait vivit Dominus et vivit anima tua quia non derelinquam
te ierunt igitur ambo pariter |
|
|
[6] Weer zei Elia tegen hem: ‘Blijf hier, want de heer zendt
mij naar de Jordaan.’ Elisa antwoordde: ‘Zowaar de heer
leeft en zowaar u leeft: ik verlaat u niet.’ Toen gingen zij
samen verder. |
[6] Elia zei tegen Elisa: ‘Blijf jij hier,
de HEER wil dat ik naar de Jordaan ga.’ Maar Elisa antwoordde:
‘Zo waar de HEER leeft, en zo waar u leeft, er is geen denken
aan dat ik u alleen laat gaan.’ Zo gingen ze samen verder. |
6 Elia zegt tot hem: blijf toch hier zitten, want
de ENE heeft mij gezonden naar de Jordaan! Maar hij zegt: bij het
leven van de ENE en het leven van je ziel, als ik jou ooit verlaat!
Zo gaan zij tweeën verder. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,6 .
| 2 K 2,7 - 2
K 2,7 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 7kai pentèkonta andres uioi tôn profètôn kai estèsan
ex enantias makrothen kai amfoteroi estèsan epi tou iordanou |
7 et quinquaginta viri de filiis prophetarum secuti
sunt qui et steterunt e contra longe illi autem ambo stabant super
Iordanem |
|
|
[7] Vijftig leden van het profetengilde volgden
hen maar bleven op enige afstand staan, toen zij samen aan de Jordaan
stilhielden. |
[7] Bij de oever van de Jordaan hielden ze stil.
Vijftig profeten die hen waren gevolgd bleven op een afstand staan
kijken. |
7 Vijftig man uit de profetenzonen zijn ook gegaan
en blijven tegenover hen van verre staan; zij tweeën zijn blijven
staan bij de Jordaan. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,7 .
| 2 K 2,8 - 2
K 2,8 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 8kai elaben èliou tèn mèlôtèn autou kai eilèsen
kai epataxen to udôr kai dièrethè to udôr entha kai entha kai diebèsan
amfoteroi en erèmô |
8 tulitque Helias pallium suum et involvit illud
et percussit aquas quae divisae sunt in utramque partem et transierunt
ambo per siccum |
|
|
[8] Nu nam Elia zijn mantel, rolde hem op en sloeg
ermee op het water. Dit verdeelde zich naar links en naar rechts en
beiden liepen door de droge bedding naar de overkant. |
[8] Elia deed zijn mantel af en vouwde hem dubbel.
Hij sloeg ermee op het water, waarop het naar links en naar rechts
wegvloeide en zij tweeën droog konden oversteken. |
8 Elia neemt zijn mantel, rolt hem op slaat ermee
op de wateren en die splijten herwaarts en derwaarts; zij tweeën
steken over door het droge. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,8 .
| 2 K 2,9 - 2
K 2,9 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 9 kai egeneto en tô diabènai autous kai èliou eipen
pros elisaie aitèsai ti poièsô soi prin è analèmfthènai me apo sou
kai eipen elisaie genèthètô dè dipla en pneumati sou ep' eme |
9 cumque transissent Helias dixit ad Heliseum postula
quod vis ut faciam tibi antequam tollar a te dixitque Heliseus obsecro
ut fiat duplex spiritus tuus in me |
|
|
[9] Daar aangekomen zei Elia tegen Elisa: ‘Doe
een laatste verzoek, voordat ik van je word weggenomen.’ Elisa
antwoordde: ‘Ik zou graag een dubbel* deel van uw geest willen.’ |
[9] Terwijl ze overstaken vroeg Elia aan Elisa:
‘Wat kan ik nog voor je doen voor ik van je word weggenomen?
Vraag het maar.’ Elisa antwoordde: ‘Laat mij dubbel in
uw geest delen.’ |
9 ¶ En het geschiedt als zij oversteken dat
Elia tot Elisja heeft gezegd: vraag maar wat ik voor je moet doen,
voordat ik van je word weggenomen! Elisja zegt: kome toch twee monden
van je adem over mij! |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,9 .
| 2 K 2,10 - 2
K 2,10 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 10kai eipen èliou esklèrunas tou aitèsasthai ean
idès me analambanomenon apo sou kai estai soi outôs kai ean mè ou
mè genètai |
10 qui respondit rem difficilem postulasti attamen
si videris me quando tollor a te erit quod petisti si autem non videris
non erit |
|
|
[10] Elia antwoordde: ‘Je vraagt iets moeilijks,
maar als je mij ziet, wanneer ik word opgenomen, dan zal je bede verhoord
worden; zie je mij niet, dan wordt je bede niet verhoord.’ |
[10] ‘Je vraagt iets heel moeilijks,’
zei Elia. ‘Als je ziet hoe ik van je word weggenomen, zal je
wens vervuld worden, maar als je het niet ziet, gebeurt het niet.’ |
10 Hij zegt: je hebt iets moeilijks gevraagd; als
je mij zult zien wanneer ik van je word weggenomen, zal het je alzo
geschieden, en zo niet, dan zal het niet geschieden! |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,10 .
| 2 K 2,11 - 2
K 2,11 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 11kai egeneto autôn poreuomenôn eporeuonto kai elaloun
kai idou arma puros kai ippoi puros kai diesteilan ana meson amfoterôn
kai anelèmfthè èliou en susseismô ôs eis ton ouranon |
11 cumque pergerent et incedentes sermocinarentur
ecce currus igneus et equi ignei diviserunt utrumque et ascendit Helias
per turbinem in caelum |
|
|
[11] Terwijl zij pratend verdergingen, kwam er opeens een wagen* van
vuur met paarden van vuur, die hen van elkaar scheidde, en in een
stormwind werd Elia ten hemel opgenomen. |
[11] En terwijl ze liepen te praten, werden ze
plotseling uit elkaar gedreven door een wagen van vuur, met paarden
van vuur ervoor, en Elia werd in een stormwind meegevoerd naar de
hemel. |
11 En het geschiedt: terwijl zij voortgaan, gaande
en sprekend, ziedaar een wagen van vuur en paarden van vuur, en die
maken scheiding tussen hen tweeën; in de storm klimt Elia op
ten hemel. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,11 .
- hifil imperf. (jaqtîl) 3de pers. mv. wajjaphëridû bên
(en zij maakten een scheiding tussen) OF nifal imperf. 3de pers. mv. wajjiphphârëdû
(en zij werden gescheiden) van het werkw. pârad (uitspreiden, scheiden)
. Taalgebruik in Tenach : pârad
(uitspreiden, scheiden) . Tenach (2) : (1) Gn
13,11 (nifal) . (2) 2
K 2,11 (hifil) . LXX : pass. ind. aor. 3de pers. mv. diechôristhèsan
(zij werden gescheiden) van het werkw. diachôrizô (uiteenplaatsen
, zich verwijderen) . < dia - chôra (plaats) . LXX (3) : (1) Gn
13,11 . (2) 2
S 1,23 . (3) Sir
33,8 . Tenach : (1) zie hoger) . (2) niphërâdû (zij werden
verspreid, zij werden gescheiden)
14. wj`l : verbindingsletter wë + act. qal imperfectum derde persoon mann. enkelvoud
wajja`al / wajjâ`al (en hij klom op) OF qal jussief 3de pers. mann. enk.
wëja`al (en ga op) van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen)
. Taalgebruik in Tenakh : `âlâh
(opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 ,
he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . Tenakh (115) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine
Profeten (1) . Geschriften (18) . 2 K (16) : (1) 2 K 1,9 . (2) 2 K 1,13 . (3) 2 K 2,11 . (4) 2 K 2,23 . (5) 2 K 4,34 . (6) 2 K 4,35 . (7) 2 K 6,24 . (8) 2 K 12,11 . (9) 2 K 12,19 . (10) 2 K 14,11 . (11) 2 K 15,14 . (12) 2 K 16,9 .
(13) 2 K 16,12 . (14) 2 K 17,5 . (15) 2 K 19,14 . (16) 2 K 23,2 .
| 2 K 2,12 - 2
K 2,12 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 12kai elisaie eôra kai eboa pater pater arma israèl
kai ippeus autou kai ouk eiden auton eti kai epelabeto tôn imatiôn
autou kai dierrèxen auta eis duo règmata |
12 Heliseus autem videbat et clamabat pater mi
pater mi currus Israhel et auriga eius et non vidit eum amplius adprehenditque
vestimenta sua et scidit illa in duas partes |
|
|
[12] Elisa zag het en riep uit: ‘Vader*,
vader, Israëls strijdwagens en zijn ruiterij!’ Toen hij
hem niet meer zag, greep hij zijn kleren en scheurde ze doormidden. |
[12] Elisa zag het gebeuren en riep uit: ‘Vader,
vader! Strijdwagen en ruiterij van Israël!’ Toen hij Elia
niet meer kon zien, scheurde hij zijn kleren. |
12 Elisja ziet het en schreeuwt: vader, vader van
mij, wagens van Israël en ruiters van hem! Toen heeft hij hem
niet meer gezien. Hij grijpt zijn gewaden vast en verscheurt ze tot
twee scheurlappen. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,12 .
| 2 K 2,13 - 2
K 2,13 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 13kai upsôsen tèn mèlôtèn èliou è epesen epanôthen
elisaie kai epestrepsen elisaie kai estè epi tou cheilous tou iordanou |
13 et levavit pallium Heliae quod ceciderat ei
reversusque stetit super ripam Iordanis |
|
|
[13] Vervolgens raapte hij de mantel op die Elia
had laten vallen, keerde terug en bleef staan aan de oever van de
Jordaan; |
[13] Hij raapte Elia’s mantel, die was afgegleden,
op, en liep terug. Bij de oever van de rivier hield hij stil. |
13 ¶ Hij heft de mantel van Elia op die van
hem afgevallen is; hij keert terug en blijft staan op de lip van de
Jordaan. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,13 .
| 2 K 2,14 - 2
K 2,14 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 14kai elaben tèn mèlôtèn èliou è epesen epanôthen
autou kai epataxen to udôr kai ou diestè kai eipen pou o theos èliou
affô kai epataxen ta udata kai dierragèsan entha kai entha kai diebè
elisaie |
14 et pallio Heliae quod ceciderat ei percussit
aquas et dixit ubi est Deus Heliae etiam nunc percussitque aquas et
divisae sunt huc atque illuc et transiit Heliseus |
|
|
[14] hij nam de mantel van Elia, sloeg ermee op
het water en riep uit: ‘Waar is de heer, de God van Elia?’
Weer sloeg hij op het water, en nu verdeelde het zich naar links en
naar rechts zodat Elisa kon oversteken. |
[14] Hij sloeg met Elia’s mantel op het water
en riep uit: ‘Waar is de HEER, de God van Elia?’ Dus ook
hij sloeg op het water en opnieuw vloeide het naar links en naar rechts
weg, zodat Elisa kon oversteken. |
14 Hij neemt de mantel van Elia die van hem afgevallen
is, slaat daarmee op het water en zegt: wáár is de ENE,
de God van Elia? Dan slaat hij op de wateren; die verdelen zich herwaarts
en derwaarts zodat Elisja kan oversteken. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,14 .
| 2 K 2,15 - 2
K 2,15 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 15kai eidon auton oi uioi tôn profètôn oi en ierichô
ex enantias kai eipon epanapepautai to pneuma èliou epi elisaie kai
èlthon eis sunantèn autou kai prosekunèsan autô epi tèn gèn |
15 videntes autem filii prophetarum qui erant in
Hiericho de contra dixerunt requievit spiritus Heliae super Heliseum
et venientes in occursum eius adoraverunt eum proni in terram |
|
|
[15] Toen de leden van het profetengilde in Jericho
dat vanuit de verte zagen, zeiden ze: ‘De geest van Elia rust
op Elisa.’ Zij gingen hem tegemoet, bogen zich voor hem ter
aarde |
[15] De profeten uit Jericho, die Elisa vanaf de
overkant in het oog hielden, zeiden tegen elkaar: ‘De geest
van Elia is op Elisa neergedaald.’ Ze gingen hem tegemoet, knielden
voor hem neer |
15 Als de profetenzonen uit Jericho hem vanaf de
overkant zo zien zeggen ze: de adem van de ENE is gaan rusten op Elisja!
Zij komen hem tegemoet en werpen zich voor hem ter aarde. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,15 .
| 2 K 2,16 - 2
K 2,16 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 16kai eipon pros auton idou dè meta tôn paidôn sou
pentèkonta andres uioi dunameôs poreuthentes dè zètèsatôsan ton kurion
sou mèpote èren auton pneuma kuriou kai erripsen auton en tô iordanè
è ef? en tôn oreôn è ef? ena tôn bounôn kai eipen elisaie ouk aposteleite |
16 dixeruntque illi ecce cum servis tuis sunt quinquaginta
viri fortes qui possint ire et quaerere dominum tuum ne forte tulerit
eum spiritus Domini et proiecerit in uno montium aut in una vallium
qui ait nolite mittere |
|
|
[16] en zeiden tegen hem: ‘Er zijn onder
uw dienaren vijftig flinke mannen; laat die uw heer gaan zoeken. Misschien
heeft de geest van de heer hem opgenomen en hem op een of andere berg
of in een of ander dal neergezet.’ Maar hij antwoordde: ‘Doe
dat niet.’ |
[16] en zeiden: ‘We hebben vijftig flinke
mannen bij ons. Laat die uw meester gaan zoeken. Misschien heeft een
geest van de HEER hem opgetild en ergens op een berg of in een dal
neergeworpen.’ ‘Doe dat niet,’ zei Elisa, |
16 Dan zeggen ze tot hem: zie toch, er zijn bij
je dienaars vijftig mannen, zonen van vermogen; laten zij toch gaan
en je heer zoeken; misschien heeft de adem van de ENE hem weggedragen
en neergeworpen op één van de bergen of in één
van de dalen! Maar hij zegt: zendt niemand uit! |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,16 .
| 2 K 2,17 - 2
K 2,17 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 17kai parebiasanto auton eôs otou èschuneto kai
eipen aposteilate kai apesteilan pentèkonta andras kai ezètèsan treis
èmeras kai ouch euron auton |
17 coegeruntque eum donec adquiesceret et diceret
mittite et miserunt quinquaginta viros qui cum quaesissent tribus
diebus non invenerunt |
|
|
[17] Toen zij echter tot het uiterste aandrongen,
zei hij: ‘Stuur ze er maar op uit.’ Zij stuurden er dus
vijftig man op uit, die drie dagen lang zochten, maar Elia niet vonden. |
[17] maar ze drongen zo aan dat hij ten slotte
hun aanbod aannam. Vijftig mannen werden erop uitgestuurd en zochten
drie dagen lang, maar ze vonden Elia niet. |
17 Als zij tot schamens toe bij hem aandringen,
zegt hij: zendt ze dan maar! Zij zenden vijftig man uit; die zoeken
drie dagen maar hebben hem niet gevonden. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,17 .
| 2 K 2,18 - 2
K 2,18 . Elia in de hemel opgenomen - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- 2 K (2
Koningen) -- 2
K 2,1-18 -- 2
K 1 - 2
K 2 - 2
K 3 - 2
K 4 - 2
K 5 - 2 K 6
- 2 K 7
- 2 K 8
- 2 K 9
- 2 K 10
- 2 K 11
- 2 K 12
- 2 K 13
- 2 K 14
- 2 K 15
- 2 K 16
- 2 K 17
- 2 K 18
- |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 18kai anestrepsan pros auton kai autos ekathèto
en ierichô kai eipen elisaie ouk eipon pros umas mè poreuthète |
18 et reversi sunt ad eum at ille habitabat in
Hiericho dixitque eis numquid non dixi vobis nolite ire |
|
|
[18] Toen ze bij Elisa, die in Jericho verbleef,
terugkwamen, zei hij tegen hen: ‘Ik* had u toch gezegd het niet
te doen?’ |
[18] Toen ze terugkwamen bij Elisa, die in Jericho
zijn intrek had genomen, zei hij tegen hen: ‘Ik had u toch gezegd
dat u niet moest gaan zoeken?’ |
18 Ze keren tot hem terug,– hij zetelt in
Jericho; hij zegt tot hen: heb ik niet tot jullie gezegd: gaat niet!? |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,18 .
| 2 K 2,19 - 2
K 2,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 19kai eipon oi andres tès poleôs pros elisaie idou
è katoikèsis tès poleôs agathè kathôs o kurios blepei kai ta udata
ponèra kai è gè ateknoumenè |
19 dixerunt quoque viri civitatis ad Heliseum ecce
habitatio civitatis huius optima est sicut tu ipse domine perspicis
sed aquae pessimae sunt et terra sterilis |
|
|
[19] De mannen van de stad zeiden tegen Elisa:
‘De ligging van deze stad is fraai, zoals mijn heer zelf kan
zien, maar het water is slecht en het land onvruchtbaar.’ |
[19] De inwoners van Jericho zeiden tegen Elisa:
‘De ligging van de stad is goed, zoals u ziet, maar het water
is slecht en de grond veroorzaakt misgeboorten.’ |
19 ¶ Dan zeggen de mannen van de stad tot
Elisja: zie toch, de ligging van de stad is goed, zoals mijn heer
wel ziet; maar de waterstromen zijn slecht en het land veroorzaakt
misgeboorten! |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,19 .
| 2 K 2,20 - 2
K 2,20 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 20kai eipen elisaie labete moi udriskèn kainèn kai
thete ekei ala kai elabon pros auton |
20 at ille ait adferte mihi vas novum et mittite
in illud sal qui cum adtulissent |
|
|
[20] Hij antwoordde: ‘Haal een nieuwe schotel
en doe er zout in.’ Toen ze die gehaald hadden |
[20] Elisa zei: ‘Breng me een nieuwe schaal,
met wat zout erop.’ Ze brachten hem een schaal, |
20 Hij zegt: haalt voor mij een nieuwe schaal en
doet daar zout in! Zij halen die voor hem. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,20 .
| 2 K 2,21 - 2
K 2,21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 21kai exèlthen elisaie eis tèn diexodon tôn udatôn
kai erripsen ekei ala kai eipen tade legei kurios iamai ta udata tauta
ouk estai eti ekeithen thanatos kai ateknoumenè |
21 egressus ad fontem aquarum misit in eum sal
et ait haec dicit Dominus sanavi aquas has et non erit ultra in eis
mors neque sterilitas |
|
|
[21] ging hij naar de bron, wierp er het zout in
en zei: ‘Zo spreekt de heer: Ik maak dit water gezond, er zal
niet langer dood en onvruchtbaarheid uit voortkomen.’ |
[21] en Elisa ging naar de bron en strooide daar
zout in terwijl hij zei: ‘Dit zegt de HEER: Hierbij zuiver ik
dit water. Het zal geen sterfgevallen of misgeboorten meer veroorzaken.’ |
21 Hij gaat uit naar waar het water uitgaat en
werpt zout daarin; hij zegt: zo heeft gezegd de ENE: ik zal deze wateren
genezen; er zal daaruit geen dood meer zijn of misgeboorte! |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,21 .
| 2 K 2,22 - 2
K 2,22 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 22kai iathèsan ta udata eôs tès èmeras tautès kata
to rèma elisaie o elalèsen |
22 sanatae sunt ergo aquae usque ad diem hanc iuxta
verbum Helisei quod locutus est |
|
|
[22] Op het woord van Elisa werd het water gezond
en dat is het gebleven tot op de dag van vandaag. |
[22] En tot op de dag van vandaag is het water
daar zuiver, zoals Elisa heeft gezegd. |
22 Zo worden die wateren gezond, tot op deze dag,–
naar het woord van Elisja dat hij heeft gesproken. • |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,22 .
6. kidëbhar (overeenkomstig het woord) . prefix kë + zelfst. naamw.
d-b-r (woord) . Zie : Taalgebruik in Tenach : dâbhar
(spreken) . Taalgebruik in 2 K : dâbhar
(spreken) . Tenach (66) . 2 K (14) : (1) 2
K 1,17 . (2) 2
K 2,22 . (3) 2
K 4,44 . (4) 2
K 5,14 . (5) 2
K 6,18 . (6) 2
K 7,16 . (7) 2
K 7,18 . (8) 2
K 7,19 . (9) 2
K 8,2 . (10) 2
K 9,26 . (11) 2
K 10,17 . (12) 2
K 14,25 . (13) 2
K 23,16 . (14) 2
K 24,2 .
6. - 7. kidëbhar JHWH (overeenkomstig het woord van JHWH) . Tenach (26
/ 66) . Joz (2) . 1 K (9) . 2 K (8 / 14) : (1) 2
K 1,17 . (2) 2
K 4,44 . (3) 2
K 7,16 . (4) 2
K 9,26 . (5) 2
K 10,17 . (6) 2
K 14,25 . (7) 2
K 23,16 . (8) 2
K 24,2 . 1 Kr (3) . 2 Kr (1) . Jr (2) . Jon (1) . kidëbhar ´ëlîsjâ`(overeenkomstig
het woord van JHWH) . Tenach (2 / 14) : (1) 2
K 2,22 . (2) 2
K 6,18 . kidëbhar ´îsj hâ´ëlohîm
(overeenkomstig het woord van de man van de God) . Tenach (2 / 14) : (1) 2
K 5,14 . (2) 2
K 8,2 . Een variante lezing in 2
K 7,17 .
| 2 K 2,23 - 2
K 2,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 23kai anebè ekeithen eis baithèl kai anabainontos
autou en tè odô kai paidaria mikra exèlthon ek tès poleôs kai katepaizon
autou kai eipon autô anabaine falakre anabaine |
23 ascendit autem inde Bethel cumque ascenderet
per viam pueri parvi egressi sunt de civitate et inludebant ei dicentes
ascende calve ascende calve |
|
|
[23] Vanuit daar ging hij naar Betel. Toen hij
de weg naar de stad opklom, kwamen er jongens uit de stad die hem
spottend toeriepen: ‘Klimmen maar, kaalkop! Klimmen maar, kaalkop!’ |
[23] Van Jericho ging Elisa naar Betel. Toen hij
naar de stad omhoog liep, rende een troep kinderen op hem af die hem
uitlachten en schreeuwden: ‘Kaalkop, kaalkop! Zet ’m op,
zet ’m op!’ |
23 Daarvandaan klimt hij op naar Bet El; terwijl
hij langs de weg daarheen is opgeklommen zijn kleine jongens de stad
uit gekomen; zij steken de gek met hem en zeggen tot hem: klim op,
kaalkop!, klim op, kaalkop! |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,23 .
1. wj`l : verbindingsletter wë + act. qal imperfectum derde persoon mann. enkelvoud
wajja`al / wajjâ`al (en hij klom op) OF qal jussief 3de pers. mann. enk.
wëja`al (en ga op) van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen)
. Taalgebruik in Tenakh : `âlâh
(opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 ,
he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . Tenakh (115) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine
Profeten (1) . Geschriften (18) . 2 K (16) : (1) 2 K 1,9 . (2) 2 K 1,13 . (3) 2 K 2,11 . (4) 2 K 2,23 . (5) 2 K 4,34 . (6) 2 K 4,35 . (7) 2 K 6,24 . (8) 2 K 12,11 . (9) 2 K 12,19 . (10) 2 K 14,11 . (11) 2 K 15,14 . (12) 2 K 16,9 .
(13) 2 K 16,12 . (14) 2 K 17,5 . (15) 2 K 19,14 . (16) 2 K 23,2 .
1. - 2. wajja`al misjsjâm (en hij klom op vandaar) . Tenakh (5) : (1) Gn 26,23 . (2) Joz
15,15 . (3) Re 8,8 . (4) 2 S 21,13 . (5) 2 K 2,23 .
3. - 4. be(j)th ´el (Betel) . Tenakh (39) . Gn (8) : (1) Gn 12,8 . (2) Gn 13,3 . (3) Gn 28,19 . (4) Gn
31,13 . (5) Gn
31,13 . (6) Gn 35,6 . (7) Gn 35,7 . (8) Gn 35,15 . Joz (6) . Re (4) . 1 S (3) . 1 K (2) . 2 K (6) : (1) 2 K 2,2 . (2) 2 K 2,3 . (3) 2 K 2,23 . (4) 2 K 10,29 . (5) 2 K 23,4 . (6) 2 K 23,17 . 1 Kr (2) . 12 Kleine Profeten (6) . Re (4) : (1) Re 1,22 . (2) Re 4,5 . (3) Re 9,46 . (4) Re 21,2 . Ook nog Tenakh (7) : (1) Gn 35,1 . (2) Re 20,18 . (3) Re 20,26 . (4) Re 20,31 . (5) Ezr 2,28. (6) Neh 7,32 . (7) Am 4,4 .
| 2 K 2,24 - 2
K 2,24 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 24kai exeneusen opisô autôn kai eiden auta kai katèrasato
autois en onomati kuriou kai idou exèlthon duo arkoi ek tou drumou
kai anerrèxan ex autôn tessarakonta kai duo paidas |
24 qui cum se respexisset vidit eos et maledixit
eis in nomine Domini egressique sunt duo ursi de saltu et laceraverunt
ex eis quadraginta duos pueros |
|
|
[24] Elisa keerde zich om en toen hij de jongens
zag, vervloekte hij ze met de naam van de heer. Onmiddellijk kwamen
er twee berinnen uit het bos, die tweeënveertig van die jongens
verscheurden. |
[24] Elisa keek om, en toen hij de kinderen zag,
vervloekte hij ze in de naam van de HEER. Meteen kwamen er twee berinnen
uit het bos, die tweeënveertig van de kinderen verscheurden. |
24 Hij wendt zich achterom, ziet hen aan en vervloekt
hen, in de naam van de ENE; er komen twee berinnen het woud uit en
die verscheuren van hen tweeënveertig kinderen. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,24 .
| 2 K 2,25 - 2
K 2,25 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 25kai eporeuthè ekeithen eis to oros to karmèlion
kai ekeithen epestrepsen eis samareian |
25 abiit autem inde in montem Carmeli et inde reversus
est Samariam |
|
|
[25] Vanuit daar ging hij naar de berg Karmel en
keerde vervolgens naar Samaria terug. |
[25] Vanuit Betel trok Elisa naar de Karmel, en
van daar keerde hij naar Samaria terug.
|
25 Hij gaat daarvandaan naar de berg Karmel; daarvandaan
is hij teruggekeerd naar Samaria. |
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van 2
K 2,25 .
´èl har (naar de berg van) . Verwijzing : horos
(berg) , zie Mt
4,8 . In twintig verzen in de bijbel : (1) Ex
3,1 . (2) Ex
19,23 . (3) Ex
24,13 . (4) Ex
34,2 . (5) Ex
34,4 . (6) Nu
27,12 . (7) Dt
32,49 . (8) Dt
34,1 . (9) Joz
15,10 . (10) 1
K 18,19 . (11) 1
K 18,20 . (12) 2
K 2,25 . (13) 2
K 4,25 . (14) Ps
43,3 . (15) Hl
4,6 . (16) Js
2,3 . (17) Js
16,1 . (18) Js
56,7 . (19) Ez
40,2 . (20) Mi
4,2 .