BIJBELBOEK TWEEDE BOEK KONINGEN - 2 K 15 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -
- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T.
: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van 2 Koningen : - 2 K 1 - 2 K 2 - 2 K 3 - 2 K 4 - 2 K 5 - 2 K 6 - 2 K 7 - 2 K 8 - 2 K 9 - 2 K 10 - 2 K 11 - 2 K 12 - 2 K 13 - 2 K 14 - 2 K 15 - 2 K 16 - 2 K 17 - 2 K 18 - 2 K 19 - 2 K 20 - 2 K 21 - 2 K 22 - 2 K 23 - 2 K 24 - 2 K 25
Bijbeluitleg - 2 K 4,42-44 -

- 2 K 15,1 - 2 K 15,2 - 2 K 15,3 - 2 K 15,4 - 2 K 15,5 - 2 K 15,6 - 2 K 15,7 - 2 K 15,8 - 2 K 15,9 - 2 K 15,10 - 2 K 15,11 - 2 K 15,12 - 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 - 2 K 15,23 - 2 K 15,24 - 2 K 15,25 - 2 K 15,26 - 2 K 15,27 - 2 K 15,28 - 2 K 15,29 - 2 K 15,30 - 2 K 15,31 - 2 K 15,32 - 2 K 15,33 - 2 K 15,34 - 2 K 15,35 - 2 K 15,36 - 2 K 15,37 - 2 K 15,38 -

- 2 K Taalgebruik A - 2 K Taalgebruik B - 2 K Taalgebruik C - 2 K Taalgebruik D - 2 K Taalgebruik E - 2 K Taalgebruik F - 2 K Taalgebruik G - 2 K Taalgebruik H - 2 K Taalgebruik I - 2 K Taalgebruik J - 2 K Taalgebruik K - 2 K Taalgebruik L - 2 K Taalgebruik M - 2 K Taalgebruik N - 2 K Taalgebruik O - 2 K Taalgebruik P - 2 K Taalgebruik Q - 2 K Taalgebruik R - 2 K Taalgebruik S - 2 K Taalgebruik T - 2 K Taalgebruik U - 2 K Taalgebruik V - 2 K Taalgebruik W - 2 K Taalgebruik X -2 K Taalgebruik Y - 2 K Taalgebruik Z -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   - King James Bible 11. Luther-Bibel    

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


- 2 K 15,1-7 . Azarja van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,1 - 2 K 15,2 - 2 K 15,3 - 2 K 15,4 - 2 K 15,5 - 2 K 15,6 - 2 K 15,7 - 2 K 15,8 -

2 K 15,1 - 2 K 15,1 . Azarja van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,1 - 2 K 15,2 - 2 K 15,3 - 2 K 15,4 - 2 K 15,5 - 2 K 15,6 - 2 K 15,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
1en etei eikostô kai ebdomô tô ieroboam basilei israèl ebasileusen azarias uios amessiou basileôs iouda  1 anno vicesimo septimo Hieroboam regis Israhel regnavit Azarias filius Amasiae regis Iudae     1 In het zeven en twintigste jaar van Jerobeam, den koning van IsraŽl, werd koning Azaria, de zoon van Amazia, den koning van Juda.   [1] In het zevenentwintigste regeringsjaar van Jerobeam, koning van IsraŽl, werd Azarja, de zoon van Amasja, koning van Juda.   [1] Azarja, de zoon van Amasja, werd koning van Juda in het zevenentwintigste regeringsjaar van koning Jerobeam van IsraŽl.  1 ∂ In het jaar dat het zevenentwintigste jaar is van Jerobeam als koning over IsraŽl,Ė is Azarja, zoon van Amatsja, koning van Juda geworden.   1. En la vingt-septiŤme annťe de Jťroboam, roi d'IsraŽl, Ozias fils d'Amasias devint roi de Juda.  

King James Bible . [1] In the twenty and seventh year of Jeroboam king of Israel began Azariah son of Amaziah king of Judah to reign.
Luther-Bibel . 15 1 Im siebenundzwanzigsten Jahr Jerobeams, des KŲnigs von Israel, wurde Asarja KŲnig, der Sohn Amazjas, des KŲnigs von Juda.

Tekstuitleg van 2 K 15,1 . Uzzia (Azarja) regeerde wellicht 41 jaar (781-740) . Hij was een tijdgenoot van Jerobeam II , koning van Israël . Deze regeerde wellicht 40 jaar (787-747) , dus begon zijn regeerperiode iets vroeger dan die van Uzzia . Volgens 2 K 15,2 zou Uzzia 52 jaar hebben geregeerd en zou hij 68 jaar zijn geworden .

9. `uzzijjâh (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâh (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 92 (4 X 23) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. (41 jaar) of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr. (27 jaar) . Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (6) : (1) 2 K 15,30 . (2) Hos 1,1 . (3) Am 1,1 . (4) Zach 14,5 . (5) Neh 11,4 . (6) 1 Kr 6,9 . bèn `uzzijjâh (zoon van Uzzia) . Tenach (2) : (1) Neh 11,4 . (2) 1 Kr 6,9 .
- Zie ook : `uzzijjâhû (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâhû (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 98 ( 2 X 7²) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 - 6 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr.. Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 .
-- `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
-- `uzzijjâh ´âbh(j)w (Uzzia, zijn vader) . Tenach (2) : (1) 2 K 15,34 . (2) 2 Kr 27,2 .
-- bèn `uzzijjâhû (zoon van Uzzia) . Tenach (3) : (1) 2 K 15,32 . (2) 1 Kr 27, 25 . (3) Js 7,1 .
-- bîme(j) `uzzijjâh (in de dagen van Uzzia) . Tenach (3) : (1) Hos 1,1 . (2) Am 1,1 . (3) Zach 14,5 .
-- bîme(j) `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (in de dagen van Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
- ´äzarëjâh (Azarja) < `âzar (helpen, bijstaan) . Taalgebruik in Tenach : `âzar (helpen, bijstaan) en jh = JHWH . Taalgebruik in Tenach : ´äzarëjâh (Azarja) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 292 . JHWH helpt . Tenach (3) : (1) 2 K 14,21 . (2) 2 K 15,1 . (3) 2 K 15,7 .
-- la`äzarjäh mèlèkh jëhûdâh (aan Azaria , koning van Juda) . Tenach (1) 2 K 15,17 .
-- ´äzarëjâh bèn ´âmatsëjâh (Azaria , zoon van Amasjia) . Tenach (1) 2 K 15,1 .

2 K 15,2 - 2 K 15,2 . Azarja van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,1 - 2 K 15,2 - 2 K 15,3 - 2 K 15,4 - 2 K 15,5 - 2 K 15,6 - 2 K 15,7 - 2 K 15,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
2uios ekkaideka etôn èn en tô basileuein auton kai pentèkonta kai duo etè ebasileusen en ierousalèm kai onoma tè mètri autou chalia ex ierousalèm  2 sedecim annorum erat cum regnare coepisset et quinquaginta duobus annis regnavit in Hierusalem nomen matris eius Iecelia de Hierusalem    2 Hij was zestien jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde twee en vijftig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jecholia van Jeruzalem.   [2] Hij was zestien jaar toen hij koning werd en regeerde tweeŽnvijftig jaar in Jeruzalem. Zij moeder heette Jekolja en was afkomstig uit Jeruzalem.   [2] Hij was zestien jaar oud toen hij koning werd. TweeŽnvijftig jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Jecholja, ze was afkomstig uit Jeruzalem.   2 Een zoon van zestien jaar is hij geweest toen hij koning werd en tweeŽnvijftig jaar is hij koning gebleven in Jeruzalem; de naam van zijn moeder is Jecholjahoe, uit Jeruzalem.   2. Il avait seize ans ŗ son avŤnement et rťgna 52 ans ŗ Jťrusalem; sa mŤre s'appelait Yekolyahu et ťtait de Jťrusalem.  

King James Bible . [2] Sixteen years old was he when he began to reign, and he reigned two and fifty years in Jerusalem. And his mother's name was Jecholiah of Jerusalem.
Luther-Bibel . 2 Sechzehn Jahre war er alt, als er KŲnig wurde, und er regierte zweiundfŁnfzig Jahre zu Jerusalem. Seine Mutter hieŖ Jecholja, aus Jerusalem.

Tekstuitleg van 2 K 15,2 .

2 K 15,3 - 2 K 15,3 . Azarja van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,1 - 2 K 15,2 - 2 K 15,3 - 2 K 15,4 - 2 K 15,5 - 2 K 15,6 - 2 K 15,7 - 2 K 15,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
3kai epoièsen to euthes en ofthalmois kuriou kata panta osa epoièsen amessias o patèr autou  3 fecitque quod erat placitum coram Domino iuxta omnia quae fecit Amasias pater eius     3 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar al wat zijn vader Amazia gedaan had.   [3] Hij deed wat de heer behaagt, net als zijn vader Amasja.   [3] Hij deed wat goed is in de ogen van de HEER, net zoals zijn vader Amasja gedaan had.   3 Hij doet wat juist is in de ogen van de ENE,Ė geheel zoals gedaan heeft Amatsjahoe, zijn vader.  3. Il fit ce qui est agrťable ŗ Yahvť, comme tout ce qu'avait fait son pŤre Amasias. 

King James Bible . [3] And he did that which was right in the sight of the LORD, according to all that his father Amaziah had done;
Luther-Bibel . 3 Und er tat, was dem HERRN wohlgefiel, ganz wie sein Vater Amazja,

Tekstuitleg van 2 K 15,3 .

2 K 15,4 - 2 K 15,4 . Azarja van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,1 - 2 K 15,2 - 2 K 15,3 - 2 K 15,4 - 2 K 15,5 - 2 K 15,6 - 2 K 15,7 - 2 K 15,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
4plèn tôn upsèlôn ouk exèren eti o laos ethusiazen kai ethumiôn en tois upsèlois  4 verumtamen excelsa non est demolitus adhuc populus sacrificabat et adolebat incensum in excelsis     4 Alleenlijk werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten.   [4] Wel bleven de heiligdommen op de hoogten bestaan; het volk bleef nog altijd op de hoogten offeren en offervuur ontsteken.   [4] Toch bleven de offerplaatsen bestaan en bleven de JudeeŽrs daar offers brengen en wierook branden.   4 Alleen zijn de offerhoogten niet verwijderd,Ė nog steeds offert en wierookt de gemeente op de offerhoogten.   4. Seulement, les hauts lieux ne disparurent pas et le peuple continuait d'offrir sacrifices et encens sur les hauts lieux.  

King James Bible . [4] Save that the high places were not removed: the people sacrificed and burnt incense still on the high places.
Luther-Bibel . 4 nur, dass die HŲhen nicht entfernt wurden; denn das Volk opferte und ršucherte noch auf den HŲhen.

Tekstuitleg van 2 K 15,4 .

2 K 15,5 - 2 K 15,5 . Azarja van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,1 - 2 K 15,2 - 2 K 15,3 - 2 K 15,4 - 2 K 15,5 - 2 K 15,6 - 2 K 15,7 - 2 K 15,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
5kai èpsato kurios tou basileôs kai èn leleprômenos eôs èmeras thanatou autou kai ebasileusen en oikô affousôth kai iôatham uios tou basileôs epi tô oikô krinôn ton laon tès gès 5 percussit autem Dominus regem et fuit leprosus usque in diem mortis suae et habitabat in domo libera seorsum Ioatham vero filius regis gubernabat palatium et iudicabat populum terrae     5 En de HEERE plaagde den koning, dat hij melaats werd tot den dag zijns doods; en hij woonde in een afgezonderd huis; doch Jotham, de zoon des konings, was over het huis, richtende het volk des lands.   [5] De heer strafte de koning met melaatsheid, die bleef tot de dag van zijn dood. De koning leefde sindsdien in afzondering, terwijl Jotam, de zoon van de koning, als hofmaarschalk het land en het volk bestuurde.   [5] De HEER trof de koning met huidvraat, waaraan hij leed tot op de dag van zijn dood. Al die tijd leefde hij in afzondering, terwijl zijn zoon Jotam de gang van zaken in het paleis regelde en ook het landsbestuur waarnam.   5 De ENE tast de koning zo aan dat hij huidziek blijft tot op de dag van zijn dood,Ė hij blijft in afzondering in zijn huis zitten; Jotam, zoon van de koning, gaat over het huis, rechtsprekend over de gemeenschap van het land.  5. Mais Yahvť frappa le roi et il fut affligť de la lŤpre jusqu'au jour de sa mort. Il demeura confinť ŗ la chambre, Yotam, son fils, ťtait maÓtre du palais et administrait le peuple. 

King James Bible . [5] And the LORD smote the king, so that he was a leper unto the day of his death, and dwelt in a several house. And Jotham the king's son was over the house, judging the people of the land.
Luther-Bibel . 5 Der HERR aber plagte den KŲnig, dass er aussštzig war bis an seinen Tod, und er wohnte in einem besonderen Hause. Jotam aber, der Sohn des KŲnigs, stand dem Hause des KŲnigs vor und richtete das Volk des Landes.

Tekstuitleg van 2 K 15,5 .

2 K 15,6 - 2 K 15,6 . Azarja van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,1 - 2 K 15,2 - 2 K 15,3 - 2 K 15,4 - 2 K 15,5 - 2 K 15,6 - 2 K 15,7 - 2 K 15,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
6kai ta loipa tôn logôn azariou kai panta osa epoièsen ouk idou tauta gegrammena epi bibliou logôn tôn èmerôn tois basileusin iouda  6 reliqua autem sermonum Azariae et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro verborum dierum regum Iuda     6 Het overige nu der geschiedenissen van Azaria, en al wat hij gedaan heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?  [6] Verdere bijzonderheden over Azarja en zijn daden staan opgetekend in de annalen van de koningen van Juda.   [6] Verdere bijzonderheden over Azarja zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van Juda.   6 Het overige van de woorden over Azarjahoe en al wat hij heeft gedaan,Ė staan die niet geschreven op de boekrol van de verwoordingen der dagen van de koningen van Juda?  6. Le reste de l'histoire d'Ozias, et tout ce qu'il a fait, cela n'est-il pas ťcrit au livre des Annales des rois de Juda? 

King James Bible . [6] And the rest of the acts of Azariah, and all that he did, are they not written in the book of the chronicles of the kings of Judah?
Luther-Bibel . 6 Was aber mehr von Asarja zu sagen ist und alles, was er getan hat, siehe, das steht geschrieben in der Chronik der KŲnige von Juda.

Tekstuitleg van 2 K 15,6 .

2 K 15,7 - 2 K 15,7 . Azarja van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,1 - 2 K 15,2 - 2 K 15,3 - 2 K 15,4 - 2 K 15,5 - 2 K 15,6 - 2 K 15,7 - 2 K 15,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
7kai ekoimèthè azarias meta tôn paterôn autou kai ethapsan auton meta tôn paterôn autou en polei dauid kai ebasileusen iôatham uios autou ant' autou  7 et dormivit Azarias cum patribus suis sepelieruntque eum cum maioribus suis in civitate David et regnavit Ioatham filius eius pro eo     7 En Azaria ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem bij zijn vaderen, in de stad Davids; en zijn zoon Jotham werd koning in zijn plaats.   [7] Azarja ging bij zijn vaderen rusten en werd bij zijn vaderen in de Davidsstad begraven. Zijn zoon Jotam volgde hem op.   [7] Toen hij stierf, werd hij begraven bij zijn voorouders in de Davidsburcht. Zijn zoon Jotam volgde hem op. Zecharja, koning van IsraŽl   7 Azarja legt zich neer bij zijn vaderen en ze begraven hem bij zijn vaderen in de Davidsstad; zijn zoon Jotam wordt koning in zijn plaats. ē  7. Ozias se coucha avec ses pŤres, on l'enterra dans la Citť de David et son fils Yotam devint roi ŗ sa place. 

King James Bible . [7] So Azariah slept with his fathers; and they buried him with his fathers in the city of David: and Jotham his son reigned in his stead.
Luther-Bibel . 7 Und Asarja legte sich zu seinen Vštern und man begrub ihn bei seinen Vštern in der Stadt Davids. Und sein Sohn Jotam wurde KŲnig an seiner statt. Reich Israel: Secharja. Schallum. Menahem. Pekachja. Pekach. Anfang der assyrischen Gefangenschaft

Tekstuitleg van 2 K 15,7 .

2. `uzzijjâh (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâh (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 92 (4 X 23) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. (41 jaar) of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr. (27 jaar) . Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (6) : (1) 2 K 15,30 . (2) Hos 1,1 . (3) Am 1,1 . (4) Zach 14,5 . (5) Neh 11,4 . (6) 1 Kr 6,9 . bèn `uzzijjâh (zoon van Uzzia) . Tenach (2) : (1) Neh 11,4 . (2) 1 Kr 6,9 .
- Zie ook : `uzzijjâhû (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâhû (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 98 ( 2 X 7²) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 - 6 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr.. Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 .
-- `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
-- `uzzijjâh ´âbh(j)w (Uzzia, zijn vader) . Tenach (2) : (1) 2 K 15,34 . (2) 2 Kr 27,2 .
-- bèn `uzzijjâhû (zoon van Uzzia) . Tenach (3) : (1) 2 K 15,32 . (2) 1 Kr 27, 25 . (3) Js 7,1 .
-- bîme(j) `uzzijjâh (in de dagen van Uzzia) . Tenach (3) : (1) Hos 1,1 . (2) Am 1,1 . (3) Zach 14,5 .
-- bîme(j) `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (in de dagen van Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
- ´äzarëjâh (Azarja) < `âzar (helpen, bijstaan) . Taalgebruik in Tenach : `âzar (helpen, bijstaan) en jh = JHWH . Taalgebruik in Tenach : ´äzarëjâh (Azarja) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 292 . JHWH helpt . Tenach (3) : (1) 2 K 14,21 . (2) 2 K 15,1 . (3) 2 K 15,7 .
-- la`äzarjäh mèlèkh jëhûdâh (aan Azaria , koning van Juda) . Tenach (1) 2 K 15,17 .
-- ´äzarëjâh bèn ´âmatsëjâh (Azaria , zoon van Amasjia) . Tenach (1) 2 K 15,1 .

5. וַיִּקְבְּרוּ = wajjiqëbërû (en zij begroeven) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. קָבַר = qâbhar (begraven) . Taalgebruik in Tenakh : qâbhar (begraven) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 41 OF 302 (2 X 151) . Structuur : 1 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (23) : (1) Gn 25,9 . (2) Gn 35,29 . (3) Gn 50,13 . (4) Joz 24,30 . (5) Joz 24,33 . (6) Re 2,9 . (7) Re 16,31 . (8) 1 S 31,13 . (9) 2 S 3,32 . (10) 2 S 4,12 . (11) 2 S 21,14 . (12) 1 K 14,18 . (13) 1 K 15,8 . (14) 1 K 22,37 . (15) 2 K 9,28 . (16) 2 K 10,35 . (17) 2 K 12,22 . (18) 2 K 15,7 . (19) 1 Kr 10,12 . (20) 2 Kr 13,23 . (21) 2 Kr 25,28 . (22) 2 Kr 26,23 . (23) 2 Kr 27,9 .

- 2 K 15,8-12 . Zekarja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 - 2 K 15,8 - 2 K 15,9 - 2 K 15,10 - 2 K 15,11 - 2 K 15,12 -

2 K 15,8 - 2 K 15,8 . Zekarja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 - 2 K 15,8 - 2 K 15,9 - 2 K 15,10 - 2 K 15,11 - 2 K 15,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
8en etei triakostô kai ogdoô tô azaria basilei iouda ebasileusen zacharias uios ieroboam epi israèl en samareia examènon  8 anno tricesimo octavo Azariae regis Iudae regnavit Zaccharias filius Hieroboam super Israhel in Samaria sex mensibus    8 In het acht en dertigste jaar van Azaria, den koning van Juda, regeerde Zacharia, de zoon van Jerobeam, over IsraŽl te Samaria, zes maanden.  [8] In het achtendertigste regeringsjaar van Azarja, koning van Juda, werd Zekarja, de zoon van Jerobeam, koning van IsraŽl; hij regeerde zes maanden in Samaria.   [8] Zecharja, de zoon van Jerobeam, werd koning van IsraŽl in het achtendertigste regeringsjaar van koning Azarja van Juda. Zes maanden regeerde hij in Samaria.  8 ∂ In het jaar dat het achtendertigste is van Azarjahoe als koning van Juda,Ė is Zecharjahoe, zoon van Jerobeam, in Samaria koning over IsraŽl geworden, voor zes nieuwemanen.  8. En la trente-huitiŤme annťe d'Ozias, roi de Juda, Zacharie fils de Jťroboam devint roi sur IsraŽl ŗ Samarie, pour six mois. 

King James Bible . [8] In the thirty and eighth year of Azariah king of Judah did Zachariah the son of Jeroboam reign over Israel in Samaria six months.
Luther-Bibel . 8 Im achtunddreiŖigsten Jahr Asarjas, des KŲnigs von Juda, wurde Secharja, der Sohn Jerobeams, KŲnig Łber Israel und regierte zu Samaria sechs Monate.

Tekstuitleg van 2 K 15,8 .

11. jârâbhë`âm (Jerobeam) . Taalgebruik in Tenakh : jârâbhë`âm (Jerobeam) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 61 (priemgetal) OF 322 (2 X 7 X 23) . Tenakh (83) . Eerdere Profeten (62) . Latere Profeten (0) . 1 K (41) . 2 K (21) : (1) 2 K 3,3 . (2) 2 K 9,9 . (3) 2 K 10,29 . (4) 2 K 10,31 . (5) 2 K 13,2 . (6) 2 K 13,6 . (7) 2 K 13,11 . (8) 2 K 14,16 . (9) 2 K 14,23 . (10) 2 K 14,24 . (11) 2 K 14,27 . (12) 2 K 14,28 . (13) 2 K 14,29 . (14) 2 K 15,8 . (15) 2 K 15,9 . (16) 2 K 15,18 . (17) 2 K 15,24 . (18) 2 K 15,28 . (19) 2 K 17,21 . (20) 2 K 17,22 . (21) 2 K 23,15 . In 2 K 14,29 gaat het om Jerobeam II .

2 K 15,9 - 2 K 15,9 . Zekarja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 - 2 K 15,8 - 2 K 15,9 - 2 K 15,10 - 2 K 15,11 - 2 K 15,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
9kai epoièsen to ponèron en ofthalmois kuriou katha epoièsan oi pateres autou ouk apestè apo amartiôn ieroboam uiou nabat os exèmarten ton israèl  9 et fecit quod malum est coram Domino sicut fecerant patres eius non recessit a peccatis Hieroboam filii Nabath qui peccare fecit Israhel     9 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vaderen gedaan hadden; hij week niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die IsraŽl zondigen deed.   [9] Hij deed wat de heer mishaagt, net als zijn vaderen, en brak niet met de zonden waarmee Jerobeam, de zoon van Nebat, de IsraŽlieten had verleid.   [9] Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER: net zomin als zijn voorvaders brak hij met de zondige praktijken van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de IsraŽlieten tot zonde had aangezet.   9 Hij doet wat kwaad is in de ogen van de ENE, zoals zijn vaderen hebben gedaan; hij is niet afgeweken van de zonden van Jerobeam, zoon van Nevat, waarmee die IsraŽl heeft laten zondigen.   9. Il fit ce qui dťplaÓt ŗ Yahvť, comme avaient fait ses pŤres, il ne se dťtourna pas des pťchťs de Jťroboam fils de Nebat, oý celui-ci avait entraÓnť IsraŽl.  

King James Bible . [9] And he did that which was evil in the sight of the LORD, as his fathers had done: he departed not from the sins of Jeroboam the son of Nebat, who made Israel to sin.
Luther-Bibel . 9 Und er tat, was dem HERRN missfiel, wie seine Všter getan hatten. Er lieŖ nicht ab von den SŁnden Jerobeams, des Sohnes Nebats, der Israel sŁndigen machte.

Tekstuitleg van 2 K 15,9 .

11. jârâbhë`âm (Jerobeam) . Taalgebruik in Tenakh : jârâbhë`âm (Jerobeam) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 61 (priemgetal) OF 322 (2 X 7 X 23) . Tenakh (83) . Eerdere Profeten (62) . Latere Profeten (0) . 1 K (41) . 2 K (21) : (1) 2 K 3,3 . (2) 2 K 9,9 . (3) 2 K 10,29 . (4) 2 K 10,31 . (5) 2 K 13,2 . (6) 2 K 13,6 . (7) 2 K 13,11 . (8) 2 K 14,16 . (9) 2 K 14,23 . (10) 2 K 14,24 . (11) 2 K 14,27 . (12) 2 K 14,28 . (13) 2 K 14,29 . (14) 2 K 15,8 . (15) 2 K 15,9 . (16) 2 K 15,18 . (17) 2 K 15,24 . (18) 2 K 15,28 . (19) 2 K 17,21 . (20) 2 K 17,22 . (21) 2 K 23,15 .

2 K 15,10 - 2 K 15,10 . Zekarja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 - 2 K 15,8 - 2 K 15,9 - 2 K 15,10 - 2 K 15,11 - 2 K 15,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
10kai sunestrafèsan ep' auton selloum uios iabis kai keblaam kai epataxan auton kai ethanatôsan auton kai selloum ebasileusen ant' autou  10 coniuravit autem contra eum Sellum filius Iabes percussitque eum palam et interfecit regnavitque pro eo     10 En Sallum, de zoon van Jabes, maakte een verbintenis tegen hem, en sloeg hem voor het volk, en doodde hem; en hij werd koning in zijn plaats.   [10] Sallum, de zoon van Jabes, beraamde een aanslag op hem: hij vermoordde hem en volgde hem op.   [10] Tegen Zecharja werd een samenzwering beraamd door Sallum, de zoon van Jabes. Deze liet hem publiekelijk ter dood brengen en werd in zijn plaats koning. 10 Sjaloem, zoon van Javeesj, zweert samen tegen hem, slaat hem neer in Jivleam en doodt hem; hij wordt koning in zijn plaats.   10. Shallum fils de Yabesh fit une conspiration contre lui, il le frappa ŗ mort ŗ Yibleam et devint roi ŗ sa place.  

King James Bible . [10] And Shallum the son of Jabesh conspired against him, and smote him before the people, and slew him, and reigned in his stead.
Luther-Bibel . 10 Und Schallum, der Sohn des Jabesch, machte eine VerschwŲrung gegen ihn und schlug ihn tot und wurde KŲnig an seiner statt.

Tekstuitleg van 2 K 15,10 .

2 K 15,11 - 2 K 15,11 . Zekarja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 - 2 K 15,8 - 2 K 15,9 - 2 K 15,10 - 2 K 15,11 - 2 K 15,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
11kai ta loipa tôn logôn zachariou idou estin gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl  11 reliqua autem verborum Zacchariae nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel     11 Het overige nu der geschiedenissen van Zacharia, ziet, dat is geschreven in het boek der kronieken der koningen van IsraŽl.   [11] Verdere bijzonderheden over Zekarja staan opgetekend in de annalen van de koningen van IsraŽl.   [11] Verdere bijzonderheden over Zecharja zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van IsraŽl.   11 Het overige van de woorden over Zecharjahoe,Ė zie, die staan geschreven op de boekrol van de verwoordingen der dagen van de koningen van IsraŽl.   11. Le reste de l'histoire de Zacharie est ťcrit au livre des Annales des rois d'IsraŽl.  

King James Bible . [11] And the rest of the acts of Zachariah, behold, they are written in the book of the chronicles of the kings of Israel.
Luther-Bibel . 11 Was aber mehr von Secharja zu sagen ist, siehe, das steht geschrieben in der Chronik der KŲnige von Israel.

Tekstuitleg van 2 K 15,11 .

2 K 15,12 - 2 K 15,12 . Zekarja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 - 2 K 15,8 - 2 K 15,9 - 2 K 15,10 - 2 K 15,11 - 2 K 15,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
12o logos kuriou on elalèsen pros iou legôn uioi tetartoi kathèsontai soi epi thronou israèl kai egeneto outôs  12 ipse est sermo Domini quem locutus est ad Hieu dicens filii usque ad quartam generationem sedebunt de te super thronum Israhel factumque est ita     12 Dit was het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had tot Jehu, zeggende: U zullen zonen van het vierde gelid op den troon van IsraŽl zitten; en het is alzo geschied.   [12] Zo werd het woord bevestigd dat de heer had gesproken tot Jehu: ĎUw zonen zullen zetelen op de troon van IsraŽl, tot in de vierde generatie.í Zo is het ook gebeurd.  [12] De HEER had aan Jehu voorzegd dat zijn nakomelingen tot in de vierde generatie op de troon van IsraŽl zouden zitten, en zo is het ook gebeurd. Sallum, koning van IsraŽl   12 DŠt was het woord van de ENE dat hij tot Jehoe heeft gesproken toen hij zei: zonen van vier geslachten zullen na jou zitten op IsraŽls troon! En zů geschiedt. ē  12. C'ťtait ce que Yahvť avait dit ŗ Jťhu : ęTes fils jusqu'ŗ la quatriŤme gťnťration s'assiťront sur le trŰne d'IsraŽlĽ; et il en fut ainsi.  

King James Bible . [12] This was the word of the LORD which he spake unto Jehu, saying, Thy sons shall sit on the throne of Israel unto the fourth generation. And so it came to pass.
Luther-Bibel . 12 Und das ist's, was der HERR zu Jehu geredet hatte: Dir sollen SŲhne auf dem Thron Israels sitzen bis ins vierte Glied. Und so ist es geschehen. 12 Und das ist's, was der HERR zu Jehu geredet hatte: Dir sollen SŲhne auf dem Thron Israels sitzen bis ins vierte Glied. Und so ist es geschehen.

Tekstuitleg van 2 K 15,12 .

- 2 K 15,13-22 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -

2 K 15,13 - 2 K 15,13 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
13kai selloum uios iabis ebasileusen kai en etei triakostô kai enatô azaria basilei iouda ebasileusen selloum mèna èmerôn en samareia  13 Sellum filius Iabes regnavit tricesimo nono anno Azariae regis Iudae regnavit autem uno mense in Samaria     13 Sallum, de zoon van Jabes, werd koning, in het negen en dertigste jaar van Uzzia, den koning van Juda; en hij regeerde een volle maand te Samaria.   [13] Sallum, de zoon van Jabes, werd koning in het negenendertigste regeringsjaar van koning Uzzia* van Juda en regeerde een maand in Samaria.   [13] Sallum, de zoon van Jabes, werd koning in het negenendertigste regeringsjaar van koning Uzzia van Juda. Eťn maand regeerde hij in Samaria.    13 Sjaloem, zoon van Javeesj, is koning geworden in het jaar van het negenendertigste jaar van Oezia als koning van Juda; slechts de dagen van een maand blijft hij koning, in Samaria.   13. Shallum fils de Yabesh devint roi en la trente-neuviŤme annťe d'Ozias, roi de Juda, et rťgna un mois ŗ Samarie.  

King James Bible . [13] Shallum the son of Jabesh began to reign in the nine and thirtieth year of Uzziah king of Judah; and he reigned a full month in Samaria.
Luther-Bibel . 13 Schallum aber, der Sohn des Jabesch, wurde KŲnig im neununddreiŖigsten Jahr Usijas, des KŲnigs von Juda, und regierte einen Monat zu Samaria.

Tekstuitleg van 2 K 15,13 .

2 K 15,14 - 2 K 15,14 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
14kai anebè manaèm uios gaddi ek tharsila kai èlthen eis samareian kai epataxen ton selloum uion iabis en samareia kai ethanatôsen auton  14 et ascendit Manahem filius Gaddi de Thersa venitque Samariam et percussit Sellum filium Iabes in Samaria et interfecit eum regnavitque pro eo     14 Want Menahem, de zoon van Gadi, toog op van Thirza, en kwam te Samaria, en sloeg Sallum, den zoon van Jabes, te Samaria, en doodde hem, en werd koning in zijn plaats.   [14] Menachem, de zoon van Gadi, rukte uit Tirsa op en drong Samaria binnen. Daar vermoordde hij Sallum, de zoon van Jabes, en volgde hem op.   [14] Menachem, de zoon van Gadi, trok vanuit Tirsa naar Samaria op en versloeg Sallum, de zoon van Jabes. Hij doodde hem en werd in zijn plaats koning.   14 Menacheem, zoon van Gadi, klimt uit Tirtsa, komt aan in Samaria en slaat Sjaloem, zoon van Javeesj in Samaria neer; hij doodt hem en wordt koning in zijn plaats.   14. Menahem fils de Gadi monta de TirÁa, entra ŗ Samarie, y frappa ŗ mort Shallum fils de Yabesh et devint roi ŗ sa place.  

King James Bible . [14] For Menahem the son of Gadi went up from Tirzah, and came to Samaria, and smote Shallum the son of Jabesh in Samaria, and slew him, and reigned in his stead.
Luther-Bibel . 14 Denn Menahem, der Sohn Gadis, zog herauf von Tirza und kam nach Samaria und schlug Schallum, den Sohn des Jabesch, in Samaria tot und wurde KŲnig an seiner statt.

Tekstuitleg van 2 K 15,14 .

2 K 15,15 - 2 K 15,15 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
15kai ta loipa tôn logôn selloum kai è sustrofè autou èn sunestrafè idou eisin gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl 15 reliqua autem verborum Sellum et coniuratio eius per quam tetendit insidias nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel     15 Het overige nu der geschiedenissen van Sallum, en zijn verbintenis, die hij maakte, ziet, die zijn geschreven in het boek der kronieken der koningen van IsraŽl.   [15] Verdere bijzonderheden over Sallum en in het bijzonder over zijn aanslag op Jerobeam, staan opgetekend in de annalen van de koningen van IsraŽl.   [15] Verdere bijzonderheden over Sallum en over de samenzwering die hij beraamde zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van IsraŽl.   15 Het overige van de woorden over Sjaloem en zijn samenzwering waarmee hij samenzwoer,Ė zie, die staan geschreven op de boekrol van de verwoordingen der dagen van de koningen van IsraŽl. ēē   15. Le reste de l'histoire de Shallum et le complot qu'il trama, cela est ťcrit au livre des Annales des rois d'IsraŽl.  

King James Bible . [15] And the rest of the acts of Shallum, and his conspiracy which he made, behold, they are written in the book of the chronicles of the kings of Israel.
Luther-Bibel . 15 Was aber mehr von Schallum zu sagen ist und seine VerschwŲrung, die er gemacht hat, siehe, das steht geschrieben in der Chronik der KŲnige von Israel.

Tekstuitleg van 2 K 15,15 .

2 K 15,16 - 2 K 15,16 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
16tote epataxen manaèm tèn thersa kai panta ta en autè kai ta oria autès apo thersa oti ouk ènoixan autô kai epataxen autèn kai tas en gastri echousas anerrèxen  16 tunc percussit Manahem Thapsam et omnes qui erant in ea et terminos eius de Thersa noluerant enim aperire ei et interfecit omnes praegnantes eius et scidit eas     16 Toen sloeg Menahem Tifsah, met allen, die daarin waren, ook haar landpalen van Thirza af; omdat men niet voor hem had opengedaan, zo sloeg hij hen; al haar bevruchte vrouwen hieuw hij in stukken.   [16] Toen Menachem vanuit Tirsa oprukte, maakte hij zich met geweld meester van Tifsach, met alle inwoners en bijbehorend gebied, omdat men hem de toegang geweigerd had. Hij veroverde de stad en liet alle zwangere vrouwen openrijten. Menachem van IsraŽl   [16] Toen Menachem vanuit Tirsa optrok, doodde hij alle inwoners van Tifsach en omgeving. Omdat de stad hem geen vrije doortocht had willen geven, doodde hij alle inwoners en reet hij alle zwangere vrouwen de buik open. Menachem, koning van IsraŽl   16 DŠn slaat Menacheem op Tifsach in, op al wat in haar is en op haar gebied van Tirtsa af, omdat zij voor hem niet heeft opengedaan; hij slaat erop in,Ė en al haar zwangeren heeft hij opengereten. ē   16. C'est alors que Menahem ch‚tia Tappuah tuant tous ceux qui y ťtaient et son territoire en partant de TirÁa, parce qu'on ne lui avait pas ouvert les portes; il ch‚tia la ville et ťventra toutes les femmes enceintes.  

King James Bible . [16] Then Menahem smote Tiphsah, and all that were therein, and the coasts thereof from Tirzah: because they opened not to him, therefore he smote it; and all the women therein that were with child he ripped up.
Luther-Bibel . 16 Damals schlug Menahem die Stadt Tifsach und alle, die darin waren, und ihr Gebiet von Tirza aus, weil sie ihn nicht einlassen wollten, und schlug sie, und alle ihre Schwangeren lieŖ er aufschlitzen.

Tekstuitleg van2 K 15,16 .

2 K 15,17 - 2 K 15,17 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
17en etei triakostô kai enatô azaria basilei iouda kai ebasileusen manaèm uios gaddi epi israèl deka etè en samareia  17 anno tricesimo nono Azariae regis Iuda regnavit Manahem filius Gaddi super Israhel decem annis in Samaria    17 In het negen en dertigste jaar van Azaria, den koning van Juda, werd Menahem, de zoon van Gadi, koning over IsraŽl, en regeerde tien jaren te Samaria.   [17] In het negenendertigste regeringsjaar van koning Azarja van Juda werd Menachem, de zoon van Gadi, koning van IsraŽl; hij regeerde tien jaar in Samaria.   [17] Menachem, de zoon van Gadi, werd koning van IsraŽl in het negenendertigste regeringsjaar van koning Azarja van Juda. Tien jaar regeerde hij in Samaria.   17 In het jaar dat het negenendertigste jaar is van Azarja als koning van Juda,Ė is Menacheem, zoon van Gadi, in Samaria koning geworden over IsraŽl, tien jaren lang.   17. En la trente-neuviŤme annťe d'Ozias, roi de Juda, Menahem fils de Gadi devint roi sur IsraŽl; il rťgna dix ans ŗ Samarie.  

King James Bible . [17] In the nine and thirtieth year of Azariah king of Judah began Menahem the son of Gadi to reign over Israel, and reigned ten years in Samaria.
Luther-Bibel . 17 Im neununddreiŖigsten Jahr Asarjas, des KŲnigs von Juda, wurde Menahem, der Sohn Gadis, KŲnig Łber Israel und regierte zehn Jahre zu Samaria.

Tekstuitleg van 2 K 15,17 .

5. `uzzijjâh (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâh (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 92 (4 X 23) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. (41 jaar) of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr. (27 jaar) . Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (6) : (1) 2 K 15,30 . (2) Hos 1,1 . (3) Am 1,1 . (4) Zach 14,5 . (5) Neh 11,4 . (6) 1 Kr 6,9 . bèn `uzzijjâh (zoon van Uzzia) . Tenach (2) : (1) Neh 11,4 . (2) 1 Kr 6,9 .
- Zie ook : `uzzijjâhû (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâhû (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 98 ( 2 X 7²) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 - 6 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr.. Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 .
-- `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
-- `uzzijjâh ´âbh(j)w (Uzzia, zijn vader) . Tenach (2) : (1) 2 K 15,34 . (2) 2 Kr 27,2 .
-- bèn `uzzijjâhû (zoon van Uzzia) . Tenach (3) : (1) 2 K 15,32 . (2) 1 Kr 27, 25 . (3) Js 7,1 .
-- bîme(j) `uzzijjâh (in de dagen van Uzzia) . Tenach (3) : (1) Hos 1,1 . (2) Am 1,1 . (3) Zach 14,5 .
-- bîme(j) `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (in de dagen van Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
- ´äzarëjâh (Azarja) < `âzar (helpen, bijstaan) . Taalgebruik in Tenach : `âzar (helpen, bijstaan) en jh = JHWH . Taalgebruik in Tenach : ´äzarëjâh (Azarja) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 292 . JHWH helpt . Tenach (3) : (1) 2 K 14,21 . (2) 2 K 15,1 . (3) 2 K 15,7 .
-- la`äzarjäh mèlèkh jëhûdâh (aan Azaria , koning van Juda) . Tenach (1) 2 K 15,17 .
-- ´äzarëjâh bèn ´âmatsëjâh (Azaria , zoon van Amasjia) . Tenach (1) 2 K 15,1 .

2 K 15,18 - 2 K 15,18 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
18kai epoièsen to ponèron en ofthalmois kuriou ouk apestè apo pasôn amartiôn ieroboam uiou nabat os exèmarten ton israèl  18 fecitque quod erat malum coram Domino non recessit a peccatis Hieroboam filii Nabath qui peccare fecit Israhel cunctis diebus eius    18 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week al zijn dagen niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die IsraŽl zondigen deed.  [18] Hij deed wat de heer mishaagt en heel zijn leven lang brak hij niet met de zonden waarmee Jerobeam, de zoon van Nebat, de IsraŽlieten had verleid.   [18] Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER: zijn leven lang brak hij niet met de zondige praktijken van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de IsraŽlieten tot zonde had aangezet.   18 Hij doet wat kwaad is in de ogen van de ENE; hij is niet afgeweken van de zonden van Jerobeam, zoon van Nevat, waarmee hij IsraŽl heeft laten zondigen, al zijn dagen.   18. Il fit ce qui dťplaÓt ŗ Yahvť, il ne se dťtourna pas des pťchťs de Jťroboam fils de Nebat, oý celui-ci avait entraÓnť IsraŽl. De son temps,  

King James Bible . [18] And he did that which was evil in the sight of the LORD: he departed not all his days from the sins of Jeroboam the son of Nebat, who made Israel to sin.
Luther-Bibel . 18 Und er tat, was dem HERRN missfiel. Er lieŖ sein Leben lang nicht ab von den SŁnden Jerobeams, des Sohnes Nebats, der Israel sŁndigen machte.

Tekstuitleg van 2 K 15,18 .

9. jârâbhë`âm (Jerobeam) . Taalgebruik in Tenakh : jârâbhë`âm (Jerobeam) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 61 (priemgetal) OF 322 (2 X 7 X 23) . Tenakh (83) . Eerdere Profeten (62) . Latere Profeten (0) . 1 K (41) . 2 K (21) : (1) 2 K 3,3 . (2) 2 K 9,9 . (3) 2 K 10,29 . (4) 2 K 10,31 . (5) 2 K 13,2 . (6) 2 K 13,6 . (7) 2 K 13,11 . (8) 2 K 14,16 . (9) 2 K 14,23 . (10) 2 K 14,24 . (11) 2 K 14,27 . (12) 2 K 14,28 . (13) 2 K 14,29 . (14) 2 K 15,8 . (15) 2 K 15,9 . (16) 2 K 15,18 . (17) 2 K 15,24 . (18) 2 K 15,28 . (19) 2 K 17,21 . (20) 2 K 17,22 . (21) 2 K 23,15 .

2 K 15,19 - 2 K 15,19 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
19en tais èmerais autou anebè foul basileus assuriôn epi tèn gèn kai manaèm edôken tô foul chilia talanta arguriou einai tèn cheira autou met' autou  19 veniebat Phul rex Assyriorum in terram et dabat Manahem Phul mille talenta argenti ut esset ei in auxilio et firmaret regnum eius    19 Toen kwam Pul, de koning van AssyriŽ, tegen het land; en Menahem gaf aan Pul duizend talenten zilvers, opdat zijn hand met hem zoude zijn, om het koninkrijk in zijn hand te sterken.   [19] Toen Pul*, de koning van Assur, het land binnendrong, schonk Menachem hem duizend talenten zilver in de hoop dat Pul hem zou helpen om de koninklijke macht in handen te houden.   [19] In die tijd viel koning Pul van AssyriŽ het land binnen. Menachem gaf Pul duizend talent zilver om zich te verzekeren van diens steun bij het handhaven van zijn koningschap.   19 Als Poel, koning van Asjoer, over het land is gekomen, geeft Menacheem aan Poel duizend talent zilver,Ė opdat zijn handen met hem mogen zijn om het koningschap in zijn hand te versterken.   19. Pul, roi d'Assyrie, envahit le pays. Menahem donna ŗ Pul mille talents d'argent pour qu'il le soutÓnt et qu'il affermÓt le pouvoir royal entre ses mains.  

King James Bible . [19] And Pul the king of Assyria came against the land: and Menahem gave Pul a thousand talents of silver, that his hand might be with him to confirm the kingdom in his hand.
Luther-Bibel . 19 Und es kam Pul, der KŲnig von Assyrien, ins Land. Und Menahem gab Pul tausend Zentner Silber, damit er's mit ihm hielte und sein KŲnigtum befestigte.

Tekstuitleg van 2 K 15,19 .

2 K 15,20 - 2 K 15,20 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
20kai exènegken manaèm to argurion epi ton israèl epi pan dunaton ischui dounai tô basilei tôn assuriôn pentèkonta siklous tô andri tô eni kai apestrepsen basileus assuriôn kai ouk estè ekei en tè gè  20 indixitque Manahem argentum super Israhel cunctis potentibus et divitibus ut daret regi Assyriorum quinquaginta siclos argenti per singulos reversusque est rex Assyriorum et non est moratus in terra     20 Menahem nu bracht dit geld op van IsraŽl, van alle geweldigen van vermogen, om den koning van AssyriŽ te geven, voor elk man vijftig zilveren sikkels; alzo keerde de koning van AssyriŽ weder, en bleef daar niet in het land.   [20] Om dit bedrag aan de koning van Assur te kunnen geven had Menachem aan alle vermogende IsraŽlieten een belasting opgelegd van vijftig sikkel zilver per persoon. Vervolgens trok de koning van Assur zich terug en bleef niet langer in het land.   [20] Daartoe legde hij de vermogende IsraŽlieten een schatting op van vijftig sjekel zilver per hoofd. Hij droeg het zilver over aan de koning van AssyriŽ, die daarop zijn troepen terugtrok en het land niet bezette.   20 Menacheem smeert het tekort aan zilver uit over IsraŽl, over alle kerels van vermogen, om het aan Asjoers koning te kunnen geven: vijftig sikkels zilver voor ťťn man; dan keert Asjoers koning terug, hij is daar niet blijven staan, in het land.   20. Menahem prťleva cette somme sur IsraŽl, sur tous les notables, pour la donner au roi d'Assyrie, ŗ raison de 50 sicles d'argent par tÍte. Alors le roi d'Assyrie s'en retourna et ne resta pas lŗ, dans le pays.  

King James Bible . [20] And Menahem exacted the money of Israel, even of all the mighty men of wealth, of each man fifty shekels of silver, to give to the king of Assyria. So the king of Assyria turned back, and stayed not there in the land.
Luther-Bibel . 20 Und Menahem legte eine Steuer auf die Reichsten in Israel, fŁnfzig SilberstŁcke auf jeden Mann, um es dem KŲnig von Assyrien zu geben. So zog der KŲnig von Assyrien wieder heim und blieb nicht im Lande.

Tekstuitleg van 2 K 15,20 .

2 K 15,21 - 2 K 15,21 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
21kai ta loipa tôn logôn manaèm kai panta osa epoièsen ouk idou tauta gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl  21 reliqua autem sermonum Manahem et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel     21 Het overige nu der geschiedenissen van Menahem, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van IsraŽl?   [21] Verdere bijzonderheden over Menachem en zijn daden staan opgetekend in de annalen van de koningen van IsraŽl.   [21] Verdere bijzonderheden over Menachem zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van IsraŽl.   21 Het overige van de woorden over Menacheem en al wat hij heeft gedaan,Ė staan die niet geschreven op de boekrol van de verwoordingen der dagen van de koningen van IsraŽl?  21. Le reste de l'histoire de Menahem, et tout ce qu'il a fait, cela n'est-il pas ťcrit au livre des Annales des rois d'IsraŽl? 

King James Bible . [21] And the rest of the acts of Menahem, and all that he did, are they not written in the book of the chronicles of the kings of Israel?
Luther-Bibel . 21 Was aber mehr von Menahem zu sagen ist und alles, was er getan hat, siehe, das steht geschrieben in der Chronik der KŲnige von Israel.

Tekstuitleg van 2 K 15,21 .

2 K 15,22 - 2 K 15,22 . Sallum van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,13 - 2 K 15,14 - 2 K 15,15 - 2 K 15,16 - 2 K 15,17 - 2 K 15,18 - 2 K 15,19 - 2 K 15,20 - 2 K 15,21 - 2 K 15,22 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
22kai ekoimèthè manaèm meta tôn paterôn autou kai ebasileusen fakei+as uios autou ant' autou 22 et dormivit Manahem cum patribus suis regnavitque Phaceia filius eius pro eo     22 Daarna ontsliep Menahem met zijn vaderen; en zijn zoon Pekahia werd koning in zijn plaats.  [22] Menachem ging bij zijn vaderen rusten. Zijn zoon Pekachja volgde hem op.   [22] Toen hij bij zijn voorouders te ruste ging, volgde zijn zoon Pekachja hem op. Pekachja, koning van IsraŽl   22 Menacheem legt zich neer bij zijn vaderen; zijn zoon Pekachja wordt koning in zijn plaats. ē  22. Menahem se coucha avec ses pŤres et Peqahya, son fils, devint roi ŗ sa place.  

King James Bible . [22] And Menahem slept with his fathers; and Pekahiah his son reigned in his stead.
Luther-Bibel . 22 Und Menahem legte sich zu seinen Vštern und sein Sohn Pekachja wurde KŲnig an seiner statt.

Tekstuitleg van 2 K 15,22 .

- 2 K 15,23-26 . Pekachja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -2 K 15,23 - 2 K 15,24 - 2 K 15,25 - 2 K 15,26 -

2 K 15,23 - 2 K 15,23 . Pekachja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -2 K 15,23 - 2 K 15,24 - 2 K 15,25 - 2 K 15,26 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
23en etei pentèkostô tou azariou basileôs iouda ebasileusen fakei+as uios manaèm epi israèl en samareia duo etè  23 anno quinquagesimo Azariae regis Iudae regnavit Phaceia filius Manahem super Israhel in Samaria biennio     23 In het vijftigste jaar van Azaria, den koning van Juda, werd Pekahia, de zoon van Menahem, koning over IsraŽl, en regeerde twee jaren te Samaria.   [23] In het vijftigste regeringsjaar van Azarja, koning van Juda, werd Pekachja, de zoon van Menachem, koning van IsraŽl; hij regeerde twee jaar in Samaria.   [23] Pekachja, de zoon van Menachem, werd koning van IsraŽl in het vijftigste regeringsjaar van koning Azarja van Juda. Twee jaar regeerde hij in Samaria.   23 In het jaar dat het vijftigste jaar is van Azarja als koning van Juda,Ė is Pekachja, zoon van Menacheem, in Samaria koning geworden over IsraŽl, voor twee jaren.   23. En la cinquantiŤme annťe d'Ozias, roi de Juda, Peqahya fils de Menahem devint roi sur IsraŽl ŗ Samarie, pour deux ans.  

King James Bible . [23] In the fiftieth year of Azariah king of Judah Pekahiah the son of Menahem began to reign over Israel in Samaria, and reigned two years.
Luther-Bibel . 23 Im fŁnfzigsten Jahr Asarjas, des KŲnigs von Juda, wurde Pekachja, der Sohn Menahems, KŲnig Łber Israel und regierte zu Samaria zwei Jahre.

Tekstuitleg van 2 K 15,23 .

2 K 15,24 - 2 K 15,24 . Pekachja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -2 K 15,23 - 2 K 15,24 - 2 K 15,25 - 2 K 15,26 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
24kai epoièsen to ponèron en ofthalmois kuriou ouk apestè apo amartiôn ieroboam uiou nabat os exèmarten ton israèl  24 et fecit quod erat malum coram Domino non recessit a peccatis Hieroboam filii Nabath qui peccare fecit Israhel     24 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die IsraŽl zondigen deed.   [24] Hij deed wat de heer mishaagt en brak niet met de zonden waarmee Jerobeam, de zoon van Nebat, de IsraŽlieten had verleid.   [24] Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER: hij brak niet met de zondige praktijken van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de IsraŽlieten tot zonde had aangezet.   24 Hij doet wat kwaad is in de ogen van de ENE: hij is niet afgeweken van de zonden van Jerobeam, zoon van Nevat, waarmee die IsraŽl heeft laten zondigen.   24. Il fit ce qui dťplaÓt ŗ Yahvť, il ne se dťtourna pas des pťchťs de Jťroboam fils de Nebat, oý celui-ci avait entraÓnť IsraŽl.  

King James Bible . [24] And he did that which was evil in the sight of the LORD: he departed not from the sins of Jeroboam the son of Nebat, who made Israel to sin.
Luther-Bibel . 24 Und er tat, was dem HERRN missfiel, denn er lieŖ nicht ab von der SŁnde Jerobeams, des Sohnes Nebats, der Israel sŁndigen machte.

Tekstuitleg van 2 K 15,24 .

8. jârâbhë`âm (Jerobeam) . Taalgebruik in Tenakh : jârâbhë`âm (Jerobeam) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 61 (priemgetal) OF 322 (2 X 7 X 23) . Tenakh (83) . Eerdere Profeten (62) . Latere Profeten (0) . 1 K (41) . 2 K (21) : (1) 2 K 3,3 . (2) 2 K 9,9 . (3) 2 K 10,29 . (4) 2 K 10,31 . (5) 2 K 13,2 . (6) 2 K 13,6 . (7) 2 K 13,11 . (8) 2 K 14,16 . (9) 2 K 14,23 . (10) 2 K 14,24 . (11) 2 K 14,27 . (12) 2 K 14,28 . (13) 2 K 14,29 . (14) 2 K 15,8 . (15) 2 K 15,9 . (16) 2 K 15,18 . (17) 2 K 15,24 . (18) 2 K 15,28 . (19) 2 K 17,21 . (20) 2 K 17,22 . (21) 2 K 23,15 .

2 K 15,25 - 2 K 15,25 . Pekachja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -2 K 15,23 - 2 K 15,24 - 2 K 15,25 - 2 K 15,26 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
25kai sunestrafè ep' auton fakee uios romeliou o tristatès autou kai epataxen auton en samareia enantion oikou tou basileôs meta tou argob kai meta tou aria kai met' autou pentèkonta andres apo tôn tetrakosiôn kai ethanatôsen auton kai ebasileusen ant' autou 25 coniuravit autem adversum eum Phacee filius Romeliae dux eius et percussit eum in Samaria in turre domus regiae iuxta Argob et iuxta Ari et cum eo quinquaginta viros de filiis Galaaditarum et interfecit eum regnavitque pro eo     25 En Pekah, de zoon van Remalia, zijn hoofdman, maakte een verbintenis tegen hem, en sloeg hem te Samaria, in het paleis van het huis des konings, met Argob en met Arje, en met hem vijftig mannen van de kinderen der Gileadieten; alzo doodde hij hem, en werd koning in zijn plaats.  [25] Zijn adjudant Pekach, de zoon van Ramalja, beraamde een aanslag op hem en geholpen door vijftig Gileadieten vermoordde hij hem in Samaria in de slottoren van het koninklijk paleis. Hij doodde hem en volgde hem op.   [25] Tegen Pekachja werd een samenzwering beraamd door zijn adjudant Pekach, de zoon van Remaljahu. Met de hulp van vijftig Gileadieten doodde Pekach de koning, en ook Argob en Arje, in het versterkte deel van het paleis in Samaria. Hij doodde Pekachja en werd in zijn plaats koning.   25 Pekach, zoon van Remaljahoe, zijn drieĖman, zweert tegen hem samen en slaat hem in Samaria neer in de burcht van het koningshuis, en ook Argov en De Leeuw, met bij zich vijftig man uit de zonen van Gilead; hij brengt hem ter dood en wordt koning in zijn plaats.   25. Son ťcuyer Pťqah fils de Remalyahu complota contre lui et le frappa ŗ Samarie, dans le donjon du palais royal... Il y avait avec lui 50 hommes de Galaad. Il fit mourir le roi et rťgna ŗ sa place.  

King James Bible . [25] But Pekah the son of Remaliah, a captain of his, conspired against him, and smote him in Samaria, in the palace of the king's house, with Argob and Arieh, and with him fifty men of the Gileadites: and he killed him, and reigned in his room.
Luther-Bibel . 25 Und es machte Pekach, der Sohn Remaljas, sein Ritter, eine VerschwŲrung gegen ihn Ė und mit ihm waren fŁnfzig Mann von den Gileaditern Ė und schlug ihn tot in Samaria im Burgturm des KŲnigshauses samt Argob und Arje und wurde KŲnig an seiner statt.

Tekstuitleg van 2 K 15,25 .

2 K 15,26 - 2 K 15,26 . Pekachja van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -2 K 15,23 - 2 K 15,24 - 2 K 15,25 - 2 K 15,26 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
26kai ta loipa tôn logôn fakei+ou kai panta osa epoièsen idou eisin gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl  26 reliqua autem sermonum Phaceia et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel    26 Het overige nu der geschiedenissen van Pekahia, en al wat hij gedaan heeft, ziet, dat is geschreven in het boek der kronieken der koningen van IsraŽl.   [26] Verdere bijzonderheden over Pekachja en zijn daden staan opgetekend in de annalen van de koningen van IsraŽl.   [26] Verdere bijzonderheden over Pekachja zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van IsraŽl. Pekach, koning van IsraŽl   26 Het overige van de woorden over Pekachja en al wat hij heeft gedaan,Ė zie die staan geschreven op de boekrol van de verwoordingen der dagen van de koningen van IsraŽl. ē  26. Le reste de l'histoire de Peqahya, et tout ce qu'il a fait, cela est ťcrit au livre des Annales des rois d'IsraŽl. 

King James Bible . [26] And the rest of the acts of Pekahiah, and all that he did, behold, they are written in the book of the chronicles of the kings of Israel.
Luther-Bibel . 26 Was aber mehr von Pekachja zu sagen ist und alles, was er getan hat, siehe, das steht geschrieben in der Chronik der KŲnige von Israel.

Tekstuitleg van 2 K 15,26 .

- 2 K 15,27-31 . Pekach van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,27 - 2 K 15,28 - 2 K 15,29 - 2 K 15,30 - 2 K 15,31 -

2 K 15,27 - 2 K 15,27 . Pekach van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,27 - 2 K 15,28 - 2 K 15,29 - 2 K 15,30 - 2 K 15,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
27en etei pentèkostô kai deuterô tou azariou basileôs iouda ebasileusen fakee uios romeliou epi israèl en samareia eikosi etè  27 anno quinquagesimo secundo Azariae regis Iudae regnavit Phacee filius Romeliae super Israhel in Samaria viginti annis     27 In het twee en vijftigste jaar van Azaria, den koning van Juda, werd Pekah, de zoon van Remalia, koning over IsraŽl, en regeerde twintig jaren te Samaria.   [27] In het tweeŽnvijftigste regeringsjaar van Azarja, koning van Juda, werd Pekach, de zoon van Remaljahu, koning van IsraŽl; hij regeerde twintig jaar in Samaria.   [27] Pekach, de zoon van Remaljahu, werd koning van IsraŽl in het tweeŽnvijftigste regeringsjaar van koning Azarja van Juda. Twintig jaar regeerde hij in Samaria.   27 In het jaar dat het tweeŽnvijftigste jaar is van Azarja als koning van Juda,Ė is in Samaria Pekach, zoon van Remaljahoe, koning over IsraŽl geworden, twintig jaar lang.  27. En la cinquante-deuxiŤme annťe d'Ozias, roi de Juda, Pťqah fils de Remalyahu devint roi sur IsraŽl ŗ Samarie; il rťgna vingt ans.  

King James Bible . [27] In the two and fiftieth year of Azariah king of Judah Pekah the son of Remaliah began to reign over Israel in Samaria, and reigned twenty years.
Luther-Bibel . 27 Im zweiundfŁnfzigsten Jahr Asarjas, des KŲnigs von Juda, wurde Pekach, der Sohn Remaljas, KŲnig Łber Israel und regierte zu Samaria zwanzig Jahre.

Tekstuitleg van 2 K 15,27 .

2 K 15,28 - 2 K 15,28 . Pekach van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,27 - 2 K 15,28 - 2 K 15,29 - 2 K 15,30 - 2 K 15,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
28kai epoièsen to ponèron en ofthalmois kuriou ouk apestè apo pasôn amartiôn ieroboam uiou nabat os exèmarten ton israèl  28 et fecit quod malum erat coram Domino non recessit a peccatis Hieroboam filii Nabath qui peccare fecit Israhel     28 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die IsraŽl zondigen deed.  [28] Hij deed wat de heer mishaagt en brak niet met de zonden waarmee Jerobeam, de zoon van Nebat, de IsraŽlieten had verleid.   [28] Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER: hij brak niet met de zondige praktijken van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de IsraŽlieten tot zonde had aangezet.   28 Hij doet wat kwaad is in de ogen van de ENE; hij is niet afgeweken van de zonden van Jerobeam, zoon van Nevat,   28. Il fit ce qui dťplaÓt ŗ Yahvť, il ne se dťtourna pas des pťchťs de Jťroboam fils de Nebat, oý celui-ci avait entraÓnť IsraŽl.  

King James Bible . [28] And he did that which was evil in the sight of the LORD: he departed not from the sins of Jeroboam the son of Nebat, who made Israel to sin.
Luther-Bibel . 28 Und er tat, was dem HERRN missfiel, denn er lieŖ nicht ab von der SŁnde Jerobeams, des Sohnes Nebats, der Israel sŁndigen machte.

Tekstuitleg van 2 K 15,28 .

9. jârâbhë`âm (Jerobeam) . Taalgebruik in Tenakh : jârâbhë`âm (Jerobeam) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 61 (priemgetal) OF 322 (2 X 7 X 23) . Tenakh (83) . Eerdere Profeten (62) . Latere Profeten (0) . 1 K (41) . 2 K (21) : (1) 2 K 3,3 . (2) 2 K 9,9 . (3) 2 K 10,29 . (4) 2 K 10,31 . (5) 2 K 13,2 . (6) 2 K 13,6 . (7) 2 K 13,11 . (8) 2 K 14,16 . (9) 2 K 14,23 . (10) 2 K 14,24 . (11) 2 K 14,27 . (12) 2 K 14,28 . (13) 2 K 14,29 . (14) 2 K 15,8 . (15) 2 K 15,9 . (16) 2 K 15,18 . (17) 2 K 15,24 . (18) 2 K 15,28 . (19) 2 K 17,21 . (20) 2 K 17,22 . (21) 2 K 23,15 .

2 K 15,29 - 2 K 15,29 . Pekach van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,27 - 2 K 15,28 - 2 K 15,29 - 2 K 15,30 - 2 K 15,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
29en tais èmerais fakee basileôs israèl èlthen thaglathfellasar basileus assuriôn kai elaben tèn ain kai tèn abelbaithamaacha kai tèn ianôch kai tèn kenez kai tèn asôr kai tèn galaad kai tèn galilaian pasan gèn nefthali kai apôkisen autous eis assurious  29 in diebus Phacee regis Israhel venit Theglathfalassar rex Assur et cepit Aiom et Abel domum Maacha et Ianoe et Cedes et Asor et Galaad et Galileam universam terram Nepthalim et transtulit eos in Assyrios    29 In de dagen Pekah, den koning van IsraŽl, kwam Tiglath-pilezer, de koning van AssyriŽ, en nam Ijon in, en Abel-beth-maacha, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het ganse land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar AssyriŽ.   [29] In de tijd van koning Pekach van IsraŽl veroverde Tiglatpileser, koning van Assur, Ijjon, Abel-Bet-Maška, Janoach, Kedes, Hasor, Gilead en de Galil, dat wil zeggen het gehele land van Naftali, en deporteerde de bevolking naar Assur.   [29] In de tijd van koning Pekach van IsraŽl viel koning Tiglatpileser van AssyriŽ het land binnen. Hij veroverde Ijjon, Abel-Bet-Mašcha, Janoach, Kedes en Hasor, Gilead en Galilea inclusief het gebied van Naftali, en voerde de inwoners van die steden en gebieden als ballingen naar AssyriŽ mee.   29 waarmee die IsraŽl heeft laten zondigen. In de dagen dat Pekach koning van IsraŽl is, is Tiglat Pileser, koning van Asjoer, gekomen,Ė die Ion inneemt, Aveel Bet Mašcha Janoach, Kedesj, Chatsor, de Gilead en Galila, heel het land van Naftali; hij voert hen in ballingschap naar Asjoer.   29. Au temps de Pťqah, roi d'IsraŽl, Tťglat-Phalasar, roi d'Assyrie, vint s'emparer de IyyŰn, d'Abel-Bet-Maaka, de Yanoah, de Qťdesh, de HaÁor, de Galaad, de la Galilťe, tout le pays de Nephtali, et il dťporta les habitants en Assyrie.  

King James Bible . [29] In the days of Pekah king of Israel came Tiglath-pileser king of Assyria, and took Ijon, and Abel-beth-maachah, and Jonoah, and Kedesh, and Hazor, and Gilead, and Galilee, all the land of Naphtali, and carried them captive to Assyria.
Luther-Bibel . 29 Zu der Zeit Pekachs, des KŲnigs von Israel, kam Tiglat-Pileser, der KŲnig von Assyrien, und nahm Ijon, Abel-Bet-Maacha, Janoach, Kedesch, Hazor, Gilead und von Galilša das ganze Land Naftali und fŁhrte sie weg nach Assyrien.

Tekstuitleg van 2 K 15,29 .

2 K 15,30 - 2 K 15,30 . Pekach van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,27 - 2 K 15,28 - 2 K 15,29 - 2 K 15,30 - 2 K 15,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
30kai sunestrepsen sustremma ôsèe uios èla epi fakee uion romeliou kai epataxen auton kai ethanatôsen auton kai ebasileusen ant' autou en etei eikostô iôatham uiou azariou  30 coniuravit autem et tetendit insidias Osee filius Hela contra Phacee filium Romeliae et percussit eum et interfecit regnavitque pro eo vicesimo anno Ioatham filii Oziae    30 En Hosea, de zoon van Ela, maakte een verbintenis tegen Pekah, den zoon van Remalia, en sloeg hem, en doodde hem, en werd koning in zijn plaats; in het twintigste jaar van Jotham, den zoon van Uzzia.   [30] Hosea, de zoon van Ela, beraamde een aanslag tegen Pekach; hij vermoordde hem en volgde hem op in het twintigste regeringsjaar van Jotam, de zoon van Uzzia.   [30] Tegen Pekach, de zoon van Remaljahu, werd een samenzwering beraamd door Hosea, de zoon van Ela. Het was in het twintigste regeringsjaar van koning Jotam, de zoon van Uzzia, dat Hosea Pekach doodde en in zijn plaats koning werd.   30 Dan zweert Hosea, zoon van Ela, in een samenzwering samen tegen Pekach, zoon van Remaljahoe; hij slaat hem neer, doodt hem en wordt koning in zijn plaats,Ė in het twintigste jaar van Jotam, de zoon van Oezia.   30. Osťe fils d'Ela ourdit un complot contre Pťqah fils de Remalyahu, il le frappa ŗ mort et devint roi ŗ sa place. 

King James Bible . [30] And Hoshea the son of Elah made a conspiracy against Pekah the son of Remaliah, and smote him, and slew him, and reigned in his stead, in the twentieth year of Jotham the son of Uzziah.
Luther-Bibel . 30 Und Hoschea, der Sohn Elas, machte eine VerschwŲrung gegen Pekach, den Sohn Remaljas, und schlug ihn tot und wurde KŲnig an seiner statt im zwanzigsten Jahr Jotams, des Sohnes Usijas.

Tekstuitleg van 2 K 15,30 . Op basis hiervan wordt de dood van Uzzia in 736 gedateerd .

18. `uzzijjâh (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâh (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 92 (4 X 23) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. (41 jaar) of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr. (27 jaar) . Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (6) : (1) 2 K 15,30 . (2) Hos 1,1 . (3) Am 1,1 . (4) Zach 14,5 . (5) Neh 11,4 . (6) 1 Kr 6,9 . bèn `uzzijjâh (zoon van Uzzia) . Tenach (2) : (1) Neh 11,4 . (2) 1 Kr 6,9 .
- Zie ook : `uzzijjâhû (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâhû (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 98 ( 2 X 7²) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 - 6 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr.. Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 .
-- `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
-- `uzzijjâh ´âbh(j)w (Uzzia, zijn vader) . Tenach (2) : (1) 2 K 15,34 . (2) 2 Kr 27,2 .
-- bèn `uzzijjâhû (zoon van Uzzia) . Tenach (3) : (1) 2 K 15,32 . (2) 1 Kr 27, 25 . (3) Js 7,1 .
-- bîme(j) `uzzijjâh (in de dagen van Uzzia) . Tenach (3) : (1) Hos 1,1 . (2) Am 1,1 . (3) Zach 14,5 .
-- bîme(j) `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (in de dagen van Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
- ´äzarëjâh (Azarja) < `âzar (helpen, bijstaan) . Taalgebruik in Tenach : `âzar (helpen, bijstaan) en jh = JHWH . Taalgebruik in Tenach : ´äzarëjâh (Azarja) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 292 . JHWH helpt . Tenach (3) : (1) 2 K 14,21 . (2) 2 K 15,1 . (3) 2 K 15,7 .
-- la`äzarjäh mèlèkh jëhûdâh (aan Azaria , koning van Juda) . Tenach (1) 2 K 15,17 .
-- ´äzarëjâh bèn ´âmatsëjâh (Azaria , zoon van Amasjia) . Tenach (1) 2 K 15,1 .

2 K 15,31 - 2 K 15,31 . Pekach van IsraŽl - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,27 - 2 K 15,28 - 2 K 15,29 - 2 K 15,30 - 2 K 15,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
31kai ta loipa tôn logôn fakee kai panta osa epoièsen idou estin gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl  31 reliqua autem sermonum Phacee et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel     31 Het overige nu der geschiedenissen van Pekah, en al wat hij gedaan heeft, ziet, dat is geschreven in het boek der kronieken der koningen van IsraŽl.  [31] Verdere* bijzonderheden over Pekach en zijn daden staan opgetekend in de annalen van de koningen van IsraŽl.  [31] Verdere bijzonderheden over Pekach zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van IsraŽl. Jotam, koning van Juda   31 Het overige van de woorden over Pekach en al wat hij heeft gedaan,Ė zie, die staan geschreven op de boekrol van de verwoordingen der dagen van de koningen van IsraŽl. ē  31. Le reste de l'histoire de Pťqah, et tout ce qu'il a fait, cela est ťcrit au livre des Annales des rois d'IsraŽl.  

King James Bible . [31] And the rest of the acts of Pekah, and all that he did, behold, they are written in the book of the chronicles of the kings of Israel.
Luther-Bibel . 31 Was aber mehr von Pekach zu sagen ist und alles, was er getan hat, siehe, das steht geschrieben in der Chronik der KŲnige von Israel. Reich Juda: Jotam

Tekstuitleg van 2 K 15,31 .

- 2 K 15,32-38 . Jotam van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,32 - 2 K 15,33 - 2 K 15,34 - 2 K 15,35 - 2 K 15,36 - 2 K 15,37 - 2 K 15,38 -

2 K 15,32 - 2 K 15,32 . Jotam van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,32 - 2 K 15,33 - 2 K 15,34 - 2 K 15,35 - 2 K 15,36 - 2 K 15,37 - 2 K 15,38 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
32en etei deuterô fakee uiou romeliou basileôs israèl ebasileusen iôatham uios azariou basileôs iouda 32 anno secundo Phacee filii Romeliae regis Israhel regnavit Ioatham filius Oziae regis Iuda     32 In het tweede jaar van Pekah, den zoon van Remalia, den koning van IsraŽl, werd Jotham koning, de zoon van Uzzia, den koning van Juda.   [32] In het tweede regeringsjaar van Pekach, de zoon van Remaljahu en koning van IsraŽl, werd Jotam, de zoon van Uzzia, koning van Juda.   [32] Jotam, de zoon van Uzzia, werd koning van Juda in het tweede regeringsjaar van koning Pekach van IsraŽl, de zoon van Remaljahu.   32 ∂ In het tweede jaar dat Pekach, zoon van Remaljahoe koning van IsraŽl is,Ė is Jotam, zoon van Oeziahoe, koning van Juda geworden.  32. En la deuxiŤme annťe de Pťqah fils de Remalyahu, roi d'IsraŽl, Yotam fils d'Ozias devint roi de Juda. 

King James Bible . [32] In the second year of Pekah the son of Remaliah king of Israel began Jotham the son of Uzziah king of Judah to reign.
Luther-Bibel . 32 Im zweiten Jahr Pekachs, des Sohnes Remaljas, des KŲnigs von Israel, wurde Jotam KŲnig, der Sohn Usijas, des KŲnigs von Juda.

Tekstuitleg van 2 K 15,32 . Op basis hiervan wordt de dood van Uzzia in 740 gedateerd .

11. `uzzijjâh (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâh (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 92 (4 X 23) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. (41 jaar) of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr. (27 jaar) . Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (6) : (1) 2 K 15,30 . (2) Hos 1,1 . (3) Am 1,1 . (4) Zach 14,5 . (5) Neh 11,4 . (6) 1 Kr 6,9 . bèn `uzzijjâh (zoon van Uzzia) . Tenach (2) : (1) Neh 11,4 . (2) 1 Kr 6,9 .
- Zie ook : `uzzijjâhû (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâhû (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 98 ( 2 X 7²) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 - 6 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr.. Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 .
-- `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
-- `uzzijjâh ´âbh(j)w (Uzzia, zijn vader) . Tenach (2) : (1) 2 K 15,34 . (2) 2 Kr 27,2 .
-- bèn `uzzijjâhû (zoon van Uzzia) . Tenach (3) : (1) 2 K 15,32 . (2) 1 Kr 27, 25 . (3) Js 7,1 .
-- bîme(j) `uzzijjâh (in de dagen van Uzzia) . Tenach (3) : (1) Hos 1,1 . (2) Am 1,1 . (3) Zach 14,5 .
-- bîme(j) `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (in de dagen van Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
- ´äzarëjâh (Azarja) < `âzar (helpen, bijstaan) . Taalgebruik in Tenach : `âzar (helpen, bijstaan) en jh = JHWH . Taalgebruik in Tenach : ´äzarëjâh (Azarja) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 292 . JHWH helpt . Tenach (3) : (1) 2 K 14,21 . (2) 2 K 15,1 . (3) 2 K 15,7 .
-- la`äzarjäh mèlèkh jëhûdâh (aan Azaria , koning van Juda) . Tenach (1) 2 K 15,17 .
-- ´äzarëjâh bèn ´âmatsëjâh (Azaria , zoon van Amasjia) . Tenach (1) 2 K 15,1 .

b
2 K 15,33 - 2 K 15,33 . Jotam van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,32 - 2 K 15,33 - 2 K 15,34 - 2 K 15,35 - 2 K 15,36 - 2 K 15,37 - 2 K 15,38 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
33uios eikosi kai pente etôn èn en tô basileuein auton kai ekkaideka etè ebasileusen en ierousalèm kai onoma tès mètros autou ierousa thugatèr sadôk 33 viginti quinque annorum erat cum regnare coepisset et sedecim annis regnavit in Hierusalem nomen matris eius Hierusa filia Sadoc     33 Vijf en twintig jaren was hij oud, als hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, de dochter van Zadok.   [33] Hij was vijfentwintig jaar toen hij koning werd en regeerde zestien jaar in Jeruzalem. Zijn moeder heette Jerusa en was een dochter van Sadok.   [33] Hij was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd. Zestien jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Jerusa, de dochter van Sadok.   33 Een man van vijfentwintig jaar is hij geweest toen hij koning werd, en zestien jaar is hij in Jeruzalem gebleven; de naam van zijn moeder is Jeroesja, dochter van Tsadok.   33. Il avait 25 ans ŗ son avŤnement et il rťgna seize ans ŗ Jťrusalem; sa mŤre s'appelait Yerusha, fille de Sadoq.  

King James Bible . [33] Five and twenty years old was he when he began to reign, and he reigned sixteen years in Jerusalem. And his mother's name was Jerusha, the daughter of Zadok.
Luther-Bibel . 33 Er war fŁnfundzwanzig Jahre alt, als er KŲnig wurde; und er regierte sechzehn Jahre zu Jerusalem. Seine Mutter hieŖ Jeruscha, eine Tochter Zadoks.

Tekstuitleg van 2 K 15,33 .

b
2 K 15,34 - 2 K 15,34 . Jotam van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,32 - 2 K 15,33 - 2 K 15,34 - 2 K 15,35 - 2 K 15,36 - 2 K 15,37 - 2 K 15,38 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
34kai epoièsen to euthes en ofthalmois kuriou kata panta osa epoièsen ozias o patèr autou 34 fecitque quod erat placitum coram Domino iuxta omnia quae fecerat Ozias pater suus operatus est     34 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN; naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, deed hij.   [34] Hij deed wat de heer behaagt, net als zijn vader Uzzia.   [34] Hij deed wat goed is in de ogen van de HEER en volgde in alle opzichten het voorbeeld van zijn vader Uzzia.   34 Hij doet wat juist is in de ogen van de ENE,Ė geheel zoals Oeziahoe, zijn vader, heeft gedaan.   34. Il fit ce qui est agrťable ŗ Yahvť, imitant en tout la conduite de son pŤre Ozias.  

King James Bible . [34] And he did that which was right in the sight of the LORD: he did according to all that his father Uzziah had done.
Luther-Bibel . 34 Und er tat, was dem HERRN wohlgefiel, ganz wie sein Vater Usija getan hatte,

Tekstuitleg van 2 K 15,34 .

8. `uzzijjâh (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâh (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 92 (4 X 23) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. (41 jaar) of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr. (27 jaar) . Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (6) : (1) 2 K 15,30 . (2) Hos 1,1 . (3) Am 1,1 . (4) Zach 14,5 . (5) Neh 11,4 . (6) 1 Kr 6,9 . bèn `uzzijjâh (zoon van Uzzia) . Tenach (2) : (1) Neh 11,4 . (2) 1 Kr 6,9 .
- Zie ook : `uzzijjâhû (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâhû (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 98 ( 2 X 7²) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 - 6 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr.. Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 .
-- `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
-- `uzzijjâh ´âbh(j)w (Uzzia, zijn vader) . Tenach (2) : (1) 2 K 15,34 . (2) 2 Kr 27,2 .
-- bèn `uzzijjâhû (zoon van Uzzia) . Tenach (3) : (1) 2 K 15,32 . (2) 1 Kr 27, 25 . (3) Js 7,1 .
-- bîme(j) `uzzijjâh (in de dagen van Uzzia) . Tenach (3) : (1) Hos 1,1 . (2) Am 1,1 . (3) Zach 14,5 .
-- bîme(j) `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (in de dagen van Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
- ´äzarëjâh (Azarja) < `âzar (helpen, bijstaan) . Taalgebruik in Tenach : `âzar (helpen, bijstaan) en jh = JHWH . Taalgebruik in Tenach : ´äzarëjâh (Azarja) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 58 (2 X 29) OF 292 . JHWH helpt . Tenach (3) : (1) 2 K 14,21 . (2) 2 K 15,1 . (3) 2 K 15,7 .
-- la`äzarjäh mèlèkh jëhûdâh (aan Azaria , koning van Juda) . Tenach (1) 2 K 15,17 .
-- ´äzarëjâh bèn ´âmatsëjâh (Azaria , zoon van Amasjia) . Tenach (1) 2 K 15,1 .

2 K 15,35 - 2 K 15,35 . Jotam van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,32 - 2 K 15,33 - 2 K 15,34 - 2 K 15,35 - 2 K 15,36 - 2 K 15,37 - 2 K 15,38 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
35plèn ta upsèla ouk exèren eti o laos ethusiazen kai ethumia en tois upsèlois autos ôkodomèsen tèn pulèn oikou kuriou tèn epanô  35 verumtamen excelsa non abstulit adhuc populus immolabat et adolebat incensum in excelsis ipse aedificavit portam domus Domini sublimissimam     35 Alleenlijk werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten; dezelve bouwde de hoge poort aan het huis des HEEREN.   [35] Wel bleven de heiligdommen op de hoogten bestaan; het volk bleef nog altijd op de hoogten offeren en wierook branden. Het was deze Jotam die de Bovenpoort van het huis van de heer bouwde.   [35] Toch bleven de offerplaatsen bestaan en bleven de JudeeŽrs daar offers brengen en wierook branden. Het was Jotam die de Bovenpoort van de tempel van de HEER bouwde.   35 Alleen zijn de offerhoogten niet verdwenen; nog steeds offert en wierookt de gemeente op de offerhoogten; maar hij heeft wťl de Bovenpoort van het huis van de ENE gebouwd.  35. Seulement, les hauts lieux ne disparurent pas, le peuple continuait d'offrir sacrifices et encens sur les hauts lieux. C'est lui qui construisit la Porte Supťrieure du Temple de Yahvť.  

King James Bible . [35] Howbeit the high places were not removed: the people sacrificed and burned incense still in the high places. He built the higher gate of the house of the LORD.
Luther-Bibel . 35 nur, dass die HŲhen nicht entfernt wurden; denn das Volk opferte und ršucherte noch auf den HŲhen. Er baute das obere Tor am Hause des HERRN.

Tekstuitleg van 2 K 15,35 .

2 K 15,36 - 2 K 15,36 . Jotam van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,32 - 2 K 15,33 - 2 K 15,34 - 2 K 15,35 - 2 K 15,36 - 2 K 15,37 - 2 K 15,38 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
36kai ta loipa tôn logôn iôatham kai panta osa epoièsen ouchi tauta gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin iouda  36 reliqua autem sermonum Ioatham et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro verborum dierum regum Iuda     36 Het overige nu der geschiedenissen van Jotham, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?  [36] Verdere bijzonderheden over Jotam en zijn daden staan opgetekend in de annalen van de koningen van Juda.   [36] Verdere bijzonderheden over Jotam zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van Juda.   36 De overige van de woorden over Jotam over al wat hij heeft gedaan,Ė staan die niet geschreven op de boekrol van de verwoordingen der dagen van Judaís koningen?   36. Le reste de l'histoire de Yotam, et tout ce qu'il a fait, cela n'est-il pas ťcrit au livre des Annales des rois de Juda? 

King James Bible . [36] Now the rest of the acts of Jotham, and all that he did, are they not written in the book of the chronicles of the kings of Judah?
Luther-Bibel . 36 Was aber mehr von Jotam zu sagen ist und alles, was er getan hat, siehe, das steht geschrieben in der Chronik der KŲnige von Juda.

Tekstuitleg van 2 K 15,36 .

2 K 15,37 - 2 K 15,37 . Jotam van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,32 - 2 K 15,33 - 2 K 15,34 - 2 K 15,35 - 2 K 15,36 - 2 K 15,37 - 2 K 15,38 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
37en tais èmerais ekeinais èrxato kurios exapostellein en iouda ton raassôn basilea surias kai ton fakee uion romeliou  37 in diebus illis coepit Dominus mittere in Iudam Rasin regem Syriae et Phacee filium Romeliae     37 In die dagen begon de HEERE in Juda te zenden Rezin, den koning van SyriŽ, en Pekah, den zoon van Remalia.   [37] In die tijd begon de heer Juda te teisteren met aanvallen van Resin, koning van Aram en van Pekach, de zoon van Remaljahu.   [37] Het was in die tijd dat de HEER voor het eerst koning Resin van Aram en koning Pekach van IsraŽl op Juda afstuurde.   37 In die dagen is de ENE begonnen Retsien, koning van Aram, op Juda los te laten,Ė en Pekach, de zoon van Remaljahoe.   37. En ces jours-lŗ, Yahvť commenÁa d'envoyer contre Juda RaÁŰn, roi d'Aram, et Pťqah, fils de Remalyahu.  

King James Bible . [37] In those days the LORD began to send against Judah Rezin the king of Syria, and Pekah the son of Remaliah.
Luther-Bibel . 37 Zu der Zeit begann der HERR, gegen Juda zu senden Rezin, den KŲnig von Aram, und Pekach, den Sohn Remaljas.

Tekstuitleg van 2 K 15,37 .

7. - 9. rëtsîn mèlèkh ´ärâm (Retsin, koning van Aram) . Tenach (4) : (1) 2 K 15,37 . (2) 2 K 16,5 . (3) 2 K 16,6 . (4) Js 7,1 .

2 K 15,38 - 2 K 15,38 . Jotam van Juda - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- 2 K (2 Koningen) -- 2 K 15 -- 2 K 15,1-7 -- 2 K 15,8-12 -- 2 K 15,13-22 -- 2 K 15,23-26 -- 2 K 15,27-31 -- 2 K 15,32-38 -- 2 K 15,32 - 2 K 15,33 - 2 K 15,34 - 2 K 15,35 - 2 K 15,36 - 2 K 15,37 - 2 K 15,38 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jťrusalem
38kai ekoimèthè iôatham meta tôn paterôn autou kai etafè meta tôn paterôn autou en polei dauid tou patros autou kai ebasileusen achaz uios autou ant' autou   38 et dormivit Ioatham cum patribus suis sepultusque est cum eis in civitate David patris sui et regnavit Ahaz filius eius pro eo     38 En Jotham ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven bij zijn vaderen in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats.   [38] Jotam ging bij zijn vaderen rusten en werd begraven in de stad van zijn vader David. Zijn zoon Achaz volgde hem op.  [38] Toen Jotam stierf, werd hij begraven bij zijn voorouders in de Davidsburcht. Zijn zoon Achaz volgde hem op.  38 Jotam legt zich neer bij zijn vaderen en wordt bij zijn vaderen begraven in de stad van zijn vader David; zijn zoon Achaz wordt koning in zijn plaats. ē   38. Yotam se coucha avec ses pŤres, on l'enterra dans la Citť de David, son ancÍtre, et son fils Achaz devint roi ŗ sa place. 

King James Bible . [38] And Jotham slept with his fathers, and was buried with his fathers in the city of David his father: and Ahaz his son reigned in his stead.
Luther-Bibel . 38 Und Jotam legte sich zu seinen Vštern und wurde begraben bei seinen Vštern in der Stadt Davids, seines Vaters. Und sein Sohn Ahas wurde KŲnig an seiner statt.

Tekstuitleg van 2 K 15,38 .


LXX

1en etei eikostô kai ebdomô tô ieroboam basilei israèl ebasileusen azarias uios amessiou basileôs iouda2uios ekkaideka etôn èn en tô basileuein auton kai pentèkonta kai duo etè ebasileusen en ierousalèm kai onoma tè mètri autou chalia ex ierousalèm3kai epoièsen to euthes en ofthalmois kuriou kata panta osa epoièsen amessias o patèr autou4plèn tôn upsèlôn ouk exèren eti o laos ethusiazen kai ethumiôn en tois upsèlois5kai èpsato kurios tou basileôs kai èn leleprômenos eôs èmeras thanatou autou kai ebasileusen en oikô affousôth kai iôatham uios tou basileôs epi tô oikô krinôn ton laon tès gès6kai ta loipa tôn logôn azariou kai panta osa epoièsen ouk idou tauta gegrammena epi bibliou logôn tôn èmerôn tois basileusin iouda7kai ekoimèthè azarias meta tôn paterôn autou kai ethapsan auton meta tôn paterôn autou en polei dauid kai ebasileusen iôatham uios autou ant' autou8en etei triakostô kai ogdoô tô azaria basilei iouda ebasileusen zacharias uios ieroboam epi israèl en samareia examènon9kai epoièsen to ponèron en ofthalmois kuriou katha epoièsan oi pateres autou ouk apestè apo amartiôn ieroboam uiou nabat os exèmarten ton israèl10kai sunestrafèsan ep' auton selloum uios iabis kai keblaam kai epataxan auton kai ethanatôsan auton kai selloum ebasileusen ant' autou11kai ta loipa tôn logôn zachariou idou estin gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl12o logos kuriou on elalèsen pros iou legôn uioi tetartoi kathèsontai soi epi thronou israèl kai egeneto outôs13kai selloum uios iabis ebasileusen kai en etei triakostô kai enatô azaria basilei iouda ebasileusen selloum mèna èmerôn en samareia14kai anebè manaèm uios gaddi ek tharsila kai èlthen eis samareian kai epataxen ton selloum uion iabis en samareia kai ethanatôsen auton15kai ta loipa tôn logôn selloum kai è sustrofè autou èn sunestrafè idou eisin gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl16tote epataxen manaèm tèn thersa kai panta ta en autè kai ta oria autès apo thersa oti ouk ènoixan autô kai epataxen autèn kai tas en gastri echousas anerrèxen17en etei triakostô kai enatô azaria basilei iouda kai ebasileusen manaèm uios gaddi epi israèl deka etè en samareia18kai epoièsen to ponèron en ofthalmois kuriou ouk apestè apo pasôn amartiôn ieroboam uiou nabat os exèmarten ton israèl19en tais èmerais autou anebè foul basileus assuriôn epi tèn gèn kai manaèm edôken tô foul chilia talanta arguriou einai tèn cheira autou met' autou20kai exènegken manaèm to argurion epi ton israèl epi pan dunaton ischui dounai tô basilei tôn assuriôn pentèkonta siklous tô andri tô eni kai apestrepsen basileus assuriôn kai ouk estè ekei en tè gè21kai ta loipa tôn logôn manaèm kai panta osa epoièsen ouk idou tauta gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl22kai ekoimèthè manaèm meta tôn paterôn autou kai ebasileusen fakei+as uios autou ant' autou23en etei pentèkostô tou azariou basileôs iouda ebasileusen fakei+as uios manaèm epi israèl en samareia duo etè24kai epoièsen to ponèron en ofthalmois kuriou ouk apestè apo amartiôn ieroboam uiou nabat os exèmarten ton israèl25kai sunestrafè ep' auton fakee uios romeliou o tristatès autou kai epataxen auton en samareia enantion oikou tou basileôs meta tou argob kai meta tou aria kai met' autou pentèkonta andres apo tôn tetrakosiôn kai ethanatôsen auton kai ebasileusen ant' autou26kai ta loipa tôn logôn fakei+ou kai panta osa epoièsen idou eisin gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl27en etei pentèkostô kai deuterô tou azariou basileôs iouda ebasileusen fakee uios romeliou epi israèl en samareia eikosi etè28kai epoièsen to ponèron en ofthalmois kuriou ouk apestè apo pasôn amartiôn ieroboam uiou nabat os exèmarten ton israèl29en tais èmerais fakee basileôs israèl èlthen thaglathfellasar basileus assuriôn kai elaben tèn ain kai tèn abelbaithamaacha kai tèn ianôch kai tèn kenez kai tèn asôr kai tèn galaad kai tèn galilaian pasan gèn nefthali kai apôkisen autous eis assurious30kai sunestrepsen sustremma ôsèe uios èla epi fakee uion romeliou kai epataxen auton kai ethanatôsen auton kai ebasileusen ant' autou en etei eikostô iôatham uiou azariou31kai ta loipa tôn logôn fakee kai panta osa epoièsen idou estin gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin israèl32en etei deuterô fakee uiou romeliou basileôs israèl ebasileusen iôatham uios azariou basileôs iouda33uios eikosi kai pente etôn èn en tô basileuein auton kai ekkaideka etè ebasileusen en ierousalèm kai onoma tès mètros autou ierousa thugatèr sadôk34kai epoièsen to euthes en ofthalmois kuriou kata panta osa epoièsen ozias o patèr autou35plèn ta upsèla ouk exèren eti o laos ethusiazen kai ethumia en tois upsèlois autos ôkodomèsen tèn pulèn oikou kuriou tèn epanô36kai ta loipa tôn logôn iôatham kai panta osa epoièsen ouchi tauta gegrammena epi bibliô logôn tôn èmerôn tois basileusin iouda37en tais èmerais ekeinais èrxato kurios exapostellein en iouda ton raassôn basilea surias kai ton fakee uion romeliou38kai ekoimèthè iôatham meta tôn paterôn autou kai etafè meta tôn paterôn autou en polei dauid tou patros autou kai ebasileusen achaz uios autou ant' autou


VULGAAT

1 anno vicesimo septimo Hieroboam regis Israhel regnavit Azarias filius Amasiae regis Iudae 2 sedecim annorum erat cum regnare coepisset et quinquaginta duobus annis regnavit in Hierusalem nomen matris eius Iecelia de Hierusalem 3 fecitque quod erat placitum coram Domino iuxta omnia quae fecit Amasias pater eius 4 verumtamen excelsa non est demolitus adhuc populus sacrificabat et adolebat incensum in excelsis 5 percussit autem Dominus regem et fuit leprosus usque in diem mortis suae et habitabat in domo libera seorsum Ioatham vero filius regis gubernabat palatium et iudicabat populum terrae 6 reliqua autem sermonum Azariae et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro verborum dierum regum Iuda 7 et dormivit Azarias cum patribus suis sepelieruntque eum cum maioribus suis in civitate David et regnavit Ioatham filius eius pro eo 8 anno tricesimo octavo Azariae regis Iudae regnavit Zaccharias filius Hieroboam super Israhel in Samaria sex mensibus 9 et fecit quod malum est coram Domino sicut fecerant patres eius non recessit a peccatis Hieroboam filii Nabath qui peccare fecit Israhel 10 coniuravit autem contra eum Sellum filius Iabes percussitque eum palam et interfecit regnavitque pro eo 11 reliqua autem verborum Zacchariae nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel 12 ipse est sermo Domini quem locutus est ad Hieu dicens filii usque ad quartam generationem sedebunt de te super thronum Israhel factumque est ita 13 Sellum filius Iabes regnavit tricesimo nono anno Azariae regis Iudae regnavit autem uno mense in Samaria 14 et ascendit Manahem filius Gaddi de Thersa venitque Samariam et percussit Sellum filium Iabes in Samaria et interfecit eum regnavitque pro eo 15 reliqua autem verborum Sellum et coniuratio eius per quam tetendit insidias nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel 16 tunc percussit Manahem Thapsam et omnes qui erant in ea et terminos eius de Thersa noluerant enim aperire ei et interfecit omnes praegnantes eius et scidit eas 17 anno tricesimo nono Azariae regis Iuda regnavit Manahem filius Gaddi super Israhel decem annis in Samaria 18 fecitque quod erat malum coram Domino non recessit a peccatis Hieroboam filii Nabath qui peccare fecit Israhel cunctis diebus eius 19 veniebat Phul rex Assyriorum in terram et dabat Manahem Phul mille talenta argenti ut esset ei in auxilio et firmaret regnum eius 20 indixitque Manahem argentum super Israhel cunctis potentibus et divitibus ut daret regi Assyriorum quinquaginta siclos argenti per singulos reversusque est rex Assyriorum et non est moratus in terra 21 reliqua autem sermonum Manahem et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel 22 et dormivit Manahem cum patribus suis regnavitque Phaceia filius eius pro eo 23 anno quinquagesimo Azariae regis Iudae regnavit Phaceia filius Manahem super Israhel in Samaria biennio 24 et fecit quod erat malum coram Domino non recessit a peccatis Hieroboam filii Nabath qui peccare fecit Israhel 25 coniuravit autem adversum eum Phacee filius Romeliae dux eius et percussit eum in Samaria in turre domus regiae iuxta Argob et iuxta Ari et cum eo quinquaginta viros de filiis Galaaditarum et interfecit eum regnavitque pro eo 26 reliqua autem sermonum Phaceia et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel 27 anno quinquagesimo secundo Azariae regis Iudae regnavit Phacee filius Romeliae super Israhel in Samaria viginti annis 28 et fecit quod malum erat coram Domino non recessit a peccatis Hieroboam filii Nabath qui peccare fecit Israhel 29 in diebus Phacee regis Israhel venit Theglathfalassar rex Assur et cepit Aiom et Abel domum Maacha et Ianoe et Cedes et Asor et Galaad et Galileam universam terram Nepthalim et transtulit eos in Assyrios 30 coniuravit autem et tetendit insidias Osee filius Hela contra Phacee filium Romeliae et percussit eum et interfecit regnavitque pro eo vicesimo anno Ioatham filii Oziae 31 reliqua autem sermonum Phacee et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro sermonum dierum regum Israhel 32 anno secundo Phacee filii Romeliae regis Israhel regnavit Ioatham filius Oziae regis Iuda 33 viginti quinque annorum erat cum regnare coepisset et sedecim annis regnavit in Hierusalem nomen matris eius Hierusa filia Sadoc 34 fecitque quod erat placitum coram Domino iuxta omnia quae fecerat Ozias pater suus operatus est 35 verumtamen excelsa non abstulit adhuc populus immolabat et adolebat incensum in excelsis ipse aedificavit portam domus Domini sublimissimam 36 reliqua autem sermonum Ioatham et universa quae fecit nonne haec scripta sunt in libro verborum dierum regum Iuda 37 in diebus illis coepit Dominus mittere in Iudam Rasin regem Syriae et Phacee filium Romeliae 38 et dormivit Ioatham cum patribus suis sepultusque est cum eis in civitate David patris sui et regnavit Ahaz filius eius pro eo