BOEK DANIEL HOOFDSTUK 7 , Da 7 - Da 7,9-10.13-14 - Da 7,13-14 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website - ZOEKEN -

Overzicht van het boek Daniël : - Da 1 - Da 2 - Da 3 - Da 4 - Da 5 - Da 6 - Da 7 - Da 8 - Da 9 - Da 10 - Da 11 - Da 12 - Da 13 - Da 14 -
Bijbeluitleg per pericope : Da 2,13-23 - Da 7,1-28 - Da 11,2b-12,4 -
Uitleg vers per vers : - Da 7,1 - Da 7,2 - Da 7,3 - Da 7,4 - Da 7,5 - Da 7,6 - Da 7,7 - Da 7,8 - Da 7,9 - Da 7,10 - Da 7,11 - Da 7,12 - Da 7,13 - Da 7,14 - Da 7,15 - Da 7,16 - Da 7,17 - Da 7,18 - Da 7,19 - Da 7,20 - Da 7,21 - Da 7,22 - Da 7,23 - Da 7,24 - Da 7,25 - Da 7,26 - Da 7,27 - Da 7,28 -

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
             

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel) . WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- sjelat (heersen , macht hebben over) , zie Da 7,14 .

Bibliografie : DANIËL .
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht bijbelboeken : OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) -   Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : bibliografie van het Oude Testament - bibliografie MatteŁsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
Liturgische lezing 6 augustus : gedaanteverandering van de Heer : Da 7,9-10.13-14 . Verwijzing : Da 7,9-10.13-14 .
In mijn visioen zag ik dat er tronen werden geplaatst en een hoogbejaarde zich neerzette. Zijn gewaad was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol. Zijn troon bestond uit vlammen, de wielen ervan uit laaiend vuur. Een stroom van vuur welde op en vloeide voor hem uit. Duizendmaal duizenden dienden hem en tienduizendmaal tienduizenden stonden voor hem. Het gerechtshof zette zich neer en de boeken werden geopend. In mijn nachtelijk visioen zag ik met de wolken des hemels iemand aankomen die op een mens geleek. Hij ging naar de hoogbejaarde en werd voor hem geleid. Toen werd hem heerschappij gegeven, luister en koninklijke macht; alle volken, stammen en talen brachten hem hun hulde. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat, zijn koninkrijk gaat nooit ten gronde.

Da 7,1 - Da 7,1 -- verwijzingen -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
1en etei prôtô baltasar basileôs chaldaiôn danièl enupnion eiden kai ai oraseis tès kefalès autou epi tès koitès autou kai to enupnion egrapsen  1 anno primo Baltassar regis Babylonis Daniel somnium vidit visio autem capitis eius in cubili suo et somnium scribens brevi sermone comprehendit summatimque perstringens ait      [1] In* het eerste jaar van de regering van Belsassar, de koning van Babel, had Daniël liggend op zijn bed een droom en gingen er beelden door zijn hoofd. Hij schreef de droom op. Zijn bericht begint zo:   [1] In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus: ‘Ik had een nachtelijk visioen waarin ik zag hoe de vier winden van de hemel de grote zee in beroering brachten.  1 ¶ In het eerste jaar van Belsjatsar als koning van Babel, heeft Daniël een droom aanschouwd, aanschouwingen in zijn hoofd op zijn legerstee; terstond schreef hij de droom op; aan het hoofd van de woorden zei hij,–   

Da 7,2 - Da 7,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
2egô danièl etheôroun en oramati mou tès nuktos kai idou oi tessares anemoi tou ouranou proseballon eis tèn thalassan tèn megalèn  2 videbam in visione mea nocte et ecce quattuor venti caeli pugnabant in mari magno      [2] Daniël sprak: In mijn nachtelijk visioen zag ik dat de vier winden van de hemel de grote zee in beweging brachten  [1] In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus: ‘Ik had een nachtelijk visioen waarin ik zag hoe de vier winden van de hemel de grote zee in beroering brachten.  2 Daniël antwoordde en zei: ik aanschouwde in mijn aanschouwing des nachts,– en zie, de vier winden des hemels woelden de grote zee op,   

Da 7,3 - Da 7,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
3kai tessara thèria megala anebainon ek tès thalassès diaferonta allèlôn  3 et quattuor bestiae grandes ascendebant de mari diversae inter se      [3] en dat vier grote dieren eruit opstegen.   [3] Vier grote dieren rezen op uit de zee, elk met een andere gestalte.   3 en vier overgrote levende wezens stegen op uit de zee,– ze verschilden, deze van die.   

Da 7,4 - Da 7,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
4to prôton ôsei leaina kai ptera autè ôsei aetou etheôroun eôs ou exetilè ta ptera autès kai exèrthè apo tès gès kai epi podôn anthrôpou estathè kai kardia anthrôpou edothè autè  4 prima quasi leaena et alas habebat aquilae aspiciebam donec evulsae sunt alae eius et sublata est de terra et super pedes quasi homo stetit et cor hominis datum est ei      [4] Het eerste dier leek op een leeuw*, maar had arendsvleugels. Ik zag dat zijn vleugels werden uitgerukt, waarna het van de aarde werd opgericht en als een mens op twee voeten werd gezet en een mensenhart kreeg.   [4] Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg.   4 De voorste was als een leeuw, maar vleugels van een adelaar had hij; ik bleef schouwen totdat zijn vleugels werden uitgerukt en hij van de aarde werd opgelicht; men deed hem als een mens op zijn voeten staan en hem werd het hart van een mens verleend.    

Da 7,5 - Da 7,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
5kai idou thèrion deuteron omoion arkô kai eis meros en estathè kai tria pleura en tô stomati autès ana meson tôn odontôn autès kai outôs elegon autè anastèthi fage sarkas pollas 5 et ecce bestia alia similis urso in parte stetit et tres ordines erant in ore eius et in dentibus eius et sic dicebant ei Surge comede carnes plurimas      [5] Toen kwam een ander dier, het tweede, dat op een beer* leek; het richtte zich aan een zijde op en hield tussen de tanden in zijn muil drie ribben. Men zei tegen het dier: ‘Op! Vreet veel vlees!’  [5] Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: “Sta op, eet veel vlees.”  5 En zie, een ander levend wezen, een tweede, gelijkend op een beer, en naar één kant was het opgesteld met drie ribben in zijn muil tussen zijn tanden, en zó zeiden ze tot hem: sta op en eet zeer veel vlees!   

Da 7,6 - Da 7,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
6 opisô toutou etheôroun kai idou eteron thèrion ôsei pardalis kai autè ptera tessara peteinou uperanô autès kai tessares kefalai tô thèriô kai exousia edothè autè  6 post haec aspiciebam et ecce alia quasi pardus et alas habebat quasi avis quattuor super se et quattuor capita erant in bestia et potestas data est ei       [6] Vervolgens zag ik nog een ander dier, dat leek op een luipaard*; het had vier vogelvleugels op zijn rug en het had vier koppen. Het kreeg heerschappij  [6] Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld.  6 Hierna schouwde ik, en zie, een ander, als een panter, en het had vier vleugels en een vogel op zijn rug,– en vier hoofden had het levende wezen, en het kreeg heerschappij verleend.   

Da 7,7 - Da 7,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
7opisô toutou etheôroun kai idou thèrion tetarton foberon kai ekthambon kai ischuron perissôs kai oi odontes autou sidèroi megaloi esthion kai leptunon kai ta epiloipa tois posin autou sunepatei kai auto diaforon perissôs para panta ta thèria ta emprosthen autou kai kerata deka autô  7 post haec aspiciebam in visione noctis et ecce bestia quarta terribilis atque mirabilis et fortis nimis dentes ferreos habebat magnos comedens atque comminuens et reliqua pedibus suis conculcans dissimilis autem erat ceteris bestiis quas videram ante eam et habebat cornua decem       . [7] Ten slotte zag ik in mijn nachtelijk visioen een vierde* dier; het was afschrikwekkend, angstaanjagend en geweldig sterk; het had grote ijzeren tanden, waarmee het vrat en vermaalde, en wat het overliet vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle vorige dieren en het had tien hoorns.   [7] Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens.   7 Hierna aanschouwde ik in nachtelijke aanschouwingen, en zie, een vierde levend wezen, vreselijk, schrikwekkend en buitengewoon: met grote tanden van ijzer at het en verpulverde het, en wat restte vertrapte het met zijn poten; het verschilde van alle levende wezen vóór zijn verschijning en had tien horens.   

Da 7,8 - Da 7,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
8prosenooun tois kerasin autou kai idou keras eteron mikron anebè en mesô autôn kai tria kerata tôn emprosthen autou exerrizôthè apo prosôpou autou kai idou ofthalmoi ôsei ofthalmoi anthrôpou en tô kerati toutô kai stoma laloun megala  8 considerabam cornua et ecce cornu aliud parvulum ortum est de medio eorum et tria de cornibus primis evulsa sunt a facie eius et ecce oculi quasi oculi hominis erant in cornu isto et os loquens ingentia       [8] Terwijl ik naar die hoorns keek, zag ik hoe er tussen die hoorns een elfde, een kleine* hoorn opschoot en hoe er drie werden uitgerukt om voor de kleine hoorn plaats te maken. Die hoorn had mensenogen en een mond vol opschepperij.  [8] Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.   8 Ik lette op de horens, en zie, een andere –geringere– horen rees tussen hen op, en drie van de eerder verschenen horens werden door zijn verschijning ontworteld; en zie, ogen als mensenogen op deze horen, en een muil vol grootspraak!    

Da 7,9 - Da 7,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
9 etheôroun eôs otou thronoi etethèsan kai palaios èmerôn ekathèto kai to enduma autou ôsei chiôn leukon kai è thrix tès kefalès autou ôsei erion katharon o thronos autou flox puros oi trochoi autou pur flegon  9 aspiciebam donec throni positi sunt et antiquus dierum sedit vestimentum eius candidum quasi nix et capilli capitis eius quasi lana munda thronus eius flammae ignis rotae eius ignis accensus      [9] In mijn visioen zag ik dat er tronen werden geplaatst en een Hoogbejaarde* er ging zitten. Zijn gewaad was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol. Zijn troon bestond uit vlammen, de wielen ervan uit laaiend vuur.  [9] Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur.  9 ¶ Ik bleef aanschouwen, totdat tronen werden opgericht en een hoogbedaagde ging zitten; zijn kleding was als sneeuw zo blank, en het haar op zijn hoofd als wol zo wit; zijn troon bestond uit vlammen vuur, en de raderen daarvan uit laaiend vuur.    

Da 7,10 - Da 7,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
10potamos puros eilken emprosthen autou chiliai chiliades eleitourgoun autô kai muriai muriades pareistèkeisan autô kritèrion ekathisen kai bibloi èneôchthèsan  10 fluvius igneus rapidusque egrediebatur a facie eius Millia millium ministrabant ei et decies millies centena millia assistebant ei iudicium sedit et libri aperti sunt      [10] Een stroom van vuur welde op en vloeide voor Hem uit. Duizend maal duizenden dienden Hem en tienduizend maal tienduizenden stonden voor Hem. Het gerechtshof ging zitten en de boeken* werden geopend.   [10] Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend.  10 Een rivier van vuur vloeide en voer heen van voor zijn aanschijn; duizend van duizenden dienden hem en myriaden van myriaden stonden voor zijn aanschijn op; het gerechtshof ging zitten en de boekrollen werden geopend.    

Da 7,11 - Da 7,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
11etheôroun tote apo fônès tôn logôn tôn megalôn ôn to keras ekeino elalei eôs anèrethè to thèrion kai apôleto kai to sôma autou edothè eis kausin puros  11 aspiciebam propter vocem sermonum grandium quos cornu illud loquebatur et vidi quoniam interfecta esset bestia et perisset corpus eius et traditum esset ad comburendum igni      [11] Toen zag ik dat het vierde beest vanwege de opschepperij van de hoorn gedood werd en dat zijn kadaver aan het vuur werd prijsgegeven en zo vernietigd werd.  [11] Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de horen, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven.  11 Ik bleef aanschouwen, en terstond, vanwege het geluid van de grote woorden die de horen sprak,– bleef ik schouwen, totdat het wezen was gedood, zijn lichaam teloorgegaan en prijsgegeven aan een laaiend vuur.   

Da 7,12 - Da 7,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
12kai tôn loipôn thèriôn è archè metestathè kai makrotès zôès edothè autois eôs kairou kai kairou  12 aliarum quoque bestiarum ablata esset potestas et tempora vitae constituta essent eis usque ad tempus et tempus      [10] Een stroom van vuur welde op en vloeide voor Hem uit. Duizend maal duizenden dienden Hem en tienduizend maal tienduizenden stonden voor Hem. Het gerechtshof ging zitten en de boeken* werden geopend. [11] Toen zag ik dat het vierde beest vanwege de opschepperij van de hoorn gedood werd en dat zijn kadaver aan het vuur werd prijsgegeven en zo vernietigd werd. [12] Ook de overige dieren werden beroofd van hun macht maar ze werden nog enige tijd in leven gelaten.   [12] De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund.   12 Aan de rest van de levende wezens werd de heerschappij ontnomen, en verlenging van leven werd hun verleend voor een tijd en een wijle.   

Eerste lezing van 34ste (vierendertigste) zondag door het jaar B (Christus Koning) : Da 7,13-14 (Da 7,13-14) :
In die tijd nam Daniël het woord en zei: "In mijn nachtelijk visioen zag ik met de wolken des hemels iemand aankomen die op een mens geleek. Hij ging naar de Hoogbejaarde en werd voor hem geleid. Toen werd hem heerschappij gegeven, luister en koninklijke macht; alle volken, stammen en talen brachten hem hun hulde. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat, zijn koninkrijk gaat nooit ten gronde."

Da 7,13 - Da 7,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
13etheôroun en oramati tès nuktos kai idou meta tôn nefelôn tou ouranou ôs uios anthrôpou erchomenos èn kai eôs tou palaiou tôn èmerôn efthasen kai enôpion autou prosènechthè  13 aspiciebam ergo in visione noctis et ecce cum nubibus caeli quasi filius hominis veniebat et usque ad antiquum dierum pervenit et in conspectu eius obtulerunt eum      [13] In mijn nachtelijk visioen zag ik toen met de wolken van de hemel iemand aankomen die* op een mensenzoon leek. Hij ging naar de Hoogbejaarde en werd voor Hem geleid.  [13] In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid.   13 Ik bleef aanschouwen, in nachtelijke aanschouwing, en zie, met de wolken des hemels mee genaakte iemand als een mensenzoon; hij bereikte de hoogbedaagde en mocht diens aanschijn naderen.   

LXX : 13 etheôroun en oramati tès nuktos kai idou epi tôn nefelôn tou ouranou ôs uios anthrôpou èrcheto kai ôs palaios hèmerôn parèn kai hoi parestèkotes parèsan autôi .
Bible de Jérusalem : 13. Je contemplais, dans les visions de la nuit Voici, venant sur les nuées du ciel, comme un Fils d'homme. Il s'avança jusqu'à l'Ancien et fut conduit en sa présence.

Tekstuitleg van Da 7,13

7. `ânân (wolk) . Aramees. Meervoud : `änânîm (wolken) . Status constructus : `änânê : Da 7,13 .
11. LXX : erchomenos

Da 7,14 - Da 7,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
14 kai autô edothè hè archè kai hè timè kai hè basileia kai pantes oi laoi fulai glôssai autô douleusousin hè exousia autou exousia aiônios ètis ou pareleusetai kai hè basileia autou ou diaftharèsetai  14 et dedit ei potestatem et honorem et regnum et omnes populi tribus et linguae ipsi servient potestas eius potestas aeterna quae non auferetur et regnum eius quod non corrumpetur  weleh jehîbh sjâltân     [14] Toen werd hem heerschappij* gegeven, pracht en koninklijke macht; alle volken, stammen en talen brachten hem hun hulde. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat, zijn koninkrijk gaat nooit te gronde. [14] Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.  14 Hem werd verleend: heerschappij, waardigheid en koningschap, en alle gemeenschappen, natiën en talen eerden hem: zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die niet vergaat en zijn koningschap is er een dat niet wordt beschadigd! •   

LXX : kai edothè autô exousia kai panta ta ethnè tès gès kata genè kai pasa doxa autôi latreuousa . kai hè exousia autou exousia aiônios ètis ou arthèi kai hè basileia autou ou hètis ou mè ftharèi  
Bible de Jérusalem : 14. A lui fut conféré empire, honneur et royaume, et tous peuples, nations et langues le servirent. Son empire est un empire éternel qui ne passera point, et son royaume ne sera point détruit.

Tekstuitleg van Da 7,14 .

2. jehîbh (gegeven - er werd gegeven) . Passief participium perfectum mannelijk enkelvoud of passief perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In drie verzen in de bijbel : (1) Da 7,4 . (2) Da 7,6 . (3) Da 7,14 .
- LXX : edothè (werd gegeven) . Passief aorist derde persoon enkelvoud . Verwijzing : didômi (geven) , zie Mt 28,18 .

3. שָׁלְסָן = sjâlëtân/ sjoltan (heerschappij) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlëtân (heerschappij) . Tenakh (3) : (1) Da 4,31 . (2) Da 6,27 . (3) Da 7,14 .

1. - 3. εδωκεν αυτοις εξουσιαν = edôken autois exousian (hij gaf hen macht) . Bijbel (3) . LXX (2) : (1) 1 Mak 1,13 . (2) Sir 17,2 . NT (1) Mt 10,1 .
- εδιδου αυτοις εξουσιαν = edidou autois exousian (hij gaf hen macht) . Bijbel (1) : Mt 10,1 .
- εδωκεν εξουσιαν = edôken exousian (hij gaf macht) . Bijbel (2) . LXX (1) : Da 5,29 . (2) Apk 13,4 .
- εδοθη αυτῳ εξουσια = edothè autô(i) exousia (macht werd hem gegeven) . Bijbel (2) : (1) Da 7,14 . (2) Apk 13,5 .


- sjelat (heersen , macht hebben over , overheersen) .

- potestas (macht) . In 34 verzen in de bijbel . In 21 verzen in het O.T. In 13 verzen in het N.T. Slechts in 2 verzen in de evangelies. In 11 verzen in Opb .

Da 7,15 - Da 7,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
15efrixen to pneuma mou en tè exei mou egô danièl kai ai oraseis tès kefalès mou etarasson me 15 horruit spiritus meus ego Daniel territus sum in his et visiones capitis mei conturbaverunt me      [15] Ik, Daniël, was in verwarring en de beelden die door mijn hoofd gingen verontrustten mij.   [15] Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring.  15 ¶ Ik, Daniël: mijn geest was ontsteld in mijn lijf,– en de aanschouwingen in mijn hoofd verbijsterden mij.    

Da 7,16 - Da 7,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
16kai prosèlthon eni tôn estèkotôn kai tèn akribeian ezètoun par' autou peri pantôn toutôn kai eipen moi tèn akribeian kai tèn sugkrisin tôn logôn egnôrisen moi  16 accessi ad unum de assistentibus et veritatem quaerebam ab eo de omnibus his Qui dixit mihi interpretationem sermonum et docuit me       [16] Ik trad op een van de aanwezigen toe en vroeg hem naar de juiste betekenis van dat alles. Hij gaf mij de volgende verklaring.  [16] Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring:  16 Ik naderde een van hen die daar stonden en verzocht zekerheid van hem over dit alles; hij zei het tot mij en de duiding van het besprokene maakte hij mij bekend:    

Da 7,17 - Da 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
17tauta ta thèria ta megala ta tessara tessares basileiai anastèsontai epi tès gès ai arthèsontai1  17 hae quattuor bestiae magnae quattuor sunt regna quae consurgent de terra      [17] ‘Die vier grote dieren zijn vier koninkrijken die de aarde zullen beheersen;  [17] “Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen.  17 die grote levende wezens waarvan er vier zijn,– vier koningen zullen uit de aarde opstaan;    

Da 7,18 - Da 7,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
8kai paralèmpsontai tèn basileian agioi upsistou kai kathexousin autèn eôs aiônos tôn aiônôn  18 suscipient autem regnum sancti Dei altissimi et obtinebunt regnum usque in saeculum et saeculum saeculorum      [18] daarna zullen de heiligen* van de Allerhoogste het koningschap ontvangen en ze zullen het voor altijd, van eeuwigheid tot eeuwigheid bezitten.’   [18] Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden – voor eeuwig en altijd.”  18 maar het koningschap ontvangen zullen de heiligen van de Allerhoogste; en zij zullen het koningschap bezitten tot in eeuwigheid en tot een eeuwigheid van eeuwigheden!    

Da 7,19 - Da 7,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
19kai ezètoun akribôs peri tou thèriou tou tetartou oti èn diaforon para pan thèrion foberon perissôs oi odontes autou sidèroi kai oi onuches autou chalkoi esthion kai leptunon kai ta epiloipa tois posin autou sunepatei  19 post hoc volui diligenter discere de bestia quarta quae erat dissimilis valde ab omnibus et terribilis nimis dentes et ungues eius ferrei comedebat et comminuebat et reliqua pedibus suis conculcabat      [19] Toen wilde ik de betekenis weten van het vierde beest, dat van alle andere verschilde, buitengewoon vreeswekkend was, tanden van ijzer had en klauwen van brons, dat vrat en fijnmaalde, en wat het overliet met zijn poten vertrapte.  [19] Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte;  19 Terstond vroeg ik om zekerheid over het vierde levende wezen dat van hen allen verschilde; buitengewoon schrikwekkend, met zijn tanden van ijzer en nagels van slangenbrons at en verpulverde het en vertrapte het de rest met zijn poten;   

Da 7,20 - Da 7,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
20kai peri tôn keratôn autou tôn deka tôn en tè kefalè autou kai tou eterou tou anabantos kai ektinaxantos tôn proterôn tria keras ekeino ô oi ofthalmoi kai stoma laloun megala kai è orasis autou meizôn tôn loipôn  20 et de cornibus decem quae habebat in capite et de alio quod ortum fuerat ante quod ceciderant tria cornua et de cornu illo quod habebat oculos et os loquens grandia et maius erat ceteris       [20] En wat de tien hoorns op zijn kop betekenden en de elfde die opschoot en waarvoor er drie uitvielen; die hoorn had ogen en een mond vol opschepperij en zag er groter uit dan de andere.   [20] en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken – de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere.  20 en over de tien horens op zijn hoofd en die andere die oprees en voor welks verschijning er drie uitvielen,– de horen die ogen had en een muil vol grootspraak, en er groter uitzag dan zijn makkers.   

 

Da 7,21 - Da 7,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
21etheôroun kai to keras ekeino epoiei polemon meta tôn agiôn kai ischusen pros autous  21 aspiciebam et ecce cornu illud faciebat bellum adversus sanctos et praevalebat eis      [21] In mijn visioen zag ik dat die hoorn strijd voerde met de heiligen en hen overweldigde,   [21] Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon,   21 Ik bleef aanschouwen, en deze horen voerde oorlog met de heiligen,– en kon hen aan   

Da 7,22 - Da 7,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
22eôs ou èlthen o palaios tôn èmerôn kai to krima edôken agiois upsistou kai o kairos efthasen kai tèn basileian kateschon oi agioi2 22 donec venit antiquus dierum et iudicium dedit sanctis Excelsi et tempus advenit et regnum obtinuerunt sancti       [22] totdat de Hoogbejaarde kwam en recht verschafte aan de heiligen van de Allerhoogste, en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit namen.  [22] totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen.   22 totdat genaakte de hoogbedaagde en recht werd verleend aan de heiligen van de Allerhoogste; het tijdstip werd bereikt en de heiligen namen het koninkrijk in bezit.   

 

Da 7,23 - Da 7,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
23kai eipen to thèrion to tetarton basileia tetartè estai en tè gè ètis uperexei pasas tas basileias kai katafagetai pasan tèn gèn kai sumpatèsei autèn kai katakopsei  23 et sic ait Bestia quarta regnum quartum erit in terra quod maius erit omnibus regnis et devorabit universam terram et conculcabit et comminuet eam      [23] ‘Het vierde beest,’ zo vervolgde hij, ‘is een vierde koninkrijk dat op aarde zal bestaan; het zal van alle andere rijken verschillen; heel de aarde zal het verslinden, vertrappen en verpletteren.  [23] Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen.  23 Zó heeft hij gezegd: het vierde levende wezen zal een vierde koninkrijk op aarde zijn dat van alle koninkrijken zal verschillen; het zal heel de aarde opvreten, haar vermalen en verpulveren;   

Da 7,24 - Da 7,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
24kai ta deka kerata autou deka basileis anastèsontai kai opisô autôn anastèsetai eteros os uperoisei kakois pantas tous emprosthen kai treis basileis tapeinôsei  24 porro cornua decem ipsius regni decem reges erunt et alius consurget post eos et ipse potentior erit prioribus et tres reges humiliabit      [24] Die tien hoorns zijn tien koningen, die uit dat rijk zullen voortkomen en na hen komt er nog een elfde, die van de vorigen zal verschillen en drie koningen ten val zal brengen.  [24] Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen.   24 en de tien horens: uit dit koninkrijk zullen tien koningen opstaan,– en ná hen zal een ándere dan zij opstaan; hij zal verschillen van die vóór hem en drie koningen zal hij vernederen;    

 

Da 7,25 - Da 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
25kai logous pros ton upsiston lalèsei kai tous agious upsistou palaiôsei kai uponoèsei tou alloiôsai kairous kai nomon kai dothèsetai en cheiri autou eôs kairou kai kairôn kai èmisu kairou 25 et sermones contra Excelsum loquetur et sanctos Altissimi conteret et putabit quod possit mutare tempora et leges et tradentur in manu eius usque ad tempus et tempora et dimidium temporis      [25] Hij zal zich tegen de Allerhoogste richten, de heiligen van de Allerhoogste mishandelen en hij is van plan feesttijden en wet te veranderen. Ze zullen aan zijn macht zijn overgeleverd voor een tijd*, tijden en een halve tijd.  [25] Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd.   25 woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, en de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten; hij zal pogen tijden en wet te veranderen en die zullen hem in de hand gegeven worden voor een tijdperk, een dubbel tijdperk en een half tijdperk;    

 

Da 7,26 - Da 7,26 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
26kai to kritèrion kathisei kai tèn archèn metastèsousin tou afanisai kai tou apolesai eôs telous  26 et iudicium sedebit ut auferatur potentia et conteratur et dispereat usque in finem       [26] Het gerechtshof zal plaatsnemen en men zal hem de heerschappij ontnemen en hem voorgoed te gronde richten en vernietigen.   [26] Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden.  26 dan zal het gerechtshof gaan zitten,– en zal zijn heerschappij hem ontnomen worden, en verdelgd en vernietigd worden ten einde toe;   

Da 7,27 - Da 7,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
27kai è basileia kai è exousia kai è megalôsunè tôn basileôn tôn upokatô pantos tou ouranou edothè agiois upsistou kai è basileia autou basileia aiônios kai pasai ai archai autô douleusousin kai upakousontai  27 regnum autem et potestas et magnitudo regni quae est subter omne caelum detur populo sanctorum Altissimi cuius regnum regnum sempiternum est et omnes reges servient ei et obedient       [27] Dan zal het koningschap, de heerschappij en de pracht van al de rijken onder de hemel gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen.’  [27] Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen.”  27 en het koningschap, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel, zal worden gegeven aan de gemeenschap der heiligen van de Allerhoogste; diens koningschap is een eeuwig koningschap en alle heerschappijen zullen hem eren en gehoorzamen!   

 

 
Da 7,28 - Da 7,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel  
28eôs ôde to peras tou logou egô danièl epi polu oi dialogismoi mou sunetarasson me kai è morfè mou èlloiôthè ep' emoi kai to rèma en tè kardia mou sunetèrèsa   28 hucusque finis verbi Ego Daniel multum cogitationibus meis conturbabar et facies mea mutata est in me verbum autem in corde meo conservavi       [28] Dit is het einde van Daniëls bericht. Wat mij, Daniël betreft: mijn gedachten verontrustten mij zeer, zodat mijn kleur verschoot; de herinnering aan de openbaring bewaarde ik in mijn hart.   [28] Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.’   28 Tot zover,– einde van het spreken; mij, Daniël, verbijsterden mijn gedachten zo zeer dat mijn kleuren op mij veranderden; het gesprokene bewaarde ik in mijn hart!    

Bible de Jérusalem : 1. En l'an un de Balthazar, roi de Babylone, Daniel vit un songe et des visions de sa tête, sur sa couche. Il rédigea le rêve par écrit. Début du récit 2. Daniel dit : J'ai contemplé des visions dans la nuit. Voici les quatre vents du ciel soulevaient la grande mer; 3. quatre bêtes énormes sortirent de la mer, toutes différentes entre elles. 4. La première était pareille à un lion avec des ailes d'aigle. Tandis que je la regardais, ses ailes lui furent arrachées, elle fut soulevée de terre et dressée sur ses pattes comme un homme, et un coeur d'homme lui fut donné. 5. Voici : une deuxième bête, tout autre, semblable à un ours, dressée d'un côté, trois côtes dans la gueule, entre les dents. Il lui fut dit : «Lève-toi, dévore quantité de chair.» 6. Ensuite, je regardai et voici : une autre bête pareille à un léopard, portant sur les flancs quatre ailes d'oiseau; elle avait quatre têtes, et la domination lui fut donnée. 7. Ensuite je contemplai une vision dans les visions de la nuit. Voici : une quatrième bête, terrible, effrayante et forte extrêmement; elle avait des dents de fer énormes : elle mangeait, broyait, et foulait aux pieds ce qui restait. Elle était différente des premières bêtes et portait dix cornes. 8. Tandis que je considérais ses cornes, voici : parmi elles poussa une autre corne, petite; trois des premières cornes furent arrachées de devant elle, et voici qu'à cette corne, il y avait des yeux comme des yeux d'homme, et une bouche qui disait de grandes choses! 9. Tandis que je contemplais Des trônes furent placés et un Ancien s'assit. Son vêtement, blanc comme la neige; les cheveux de sa tête, purs comme la laine. Son trône était flammes de feu, aux roues de feu ardent. 10. Un fleuve de feu coulait, issu de devant lui. Mille milliers le servaient, myriade de myriades, debout devant lui. Le tribunal était assis, les livres étaient ouverts. 11. Je regardais; alors, à cause du bruit des grandes choses que disait la corne, tandis que je regardais, la bête fut tuée, son corps détruit et livré à la flamme de feu. 12. Aux autres bêtes la domination fut ôtée, mais elles reçurent un délai de vie, pour un temps et une époque. 13. Je contemplais, dans les visions de la nuit Voici, venant sur les nuées du ciel, comme un Fils d'homme. Il s'avança jusqu'à l'Ancien et fut conduit en sa présence. 14. A lui fut conféré empire, honneur et royaume, et tous peuples, nations et langues le servirent. Son empire est un empire éternel qui ne passera point, et son royaume ne sera point détruit. 15. Moi, Daniel, mon esprit en fut écrasé et les visions de ma tête me troublèrent. 16. Je m'approchai de l'un de ceux qui se tenaient là et lui demandai de me dire la vérité concernant tout cela. Il me répondit et me fit connaître l'interprétation de ces choses 17. «Ces bêtes énormes au nombre de quatre sont quatre rois qui se lèveront de la terre. 18. Ceux qui recevront le royaume sont les saints du Très-Haut, et ils posséderont le royaume pour l'éternité, et d'éternité en éternité.» 19. Puis je demandai à connaître la vérité concernant la quatrième bête, qui était différente de toutes les autres, terrible extrêmement, aux dents de fer et aux griffes de bronze, qui mangeait et broyait, et foulait aux pieds ce qui restait; 20. et concernant les dix cornes qui étaient sur sa tête et l'autre corne poussa et les trois premières tombèrent, et cette corne avait des yeux et une bouche qui disait de grandes choses, et elle avait plus grand air que les autres cornes. 21. Je contemplais cette corne qui faisait la guerre aux saints et l'emportait sur eux, 22. jusqu'à la venue de l'Ancien qui rendit jugement en faveur des saints du Très-Haut, et le temps vint et les saints possédèrent le royaume. 23. Il dit »La quatrième bête sera un quatrième royaume sur la terre, différent de tous les royaumes. Elle mangera toute la terre, la foulera aux pieds et l'écrasera. 24. Et les dix cornes : de ce royaume, dix rois se lèveront et un autre se lèvera après eux; il sera différent des premiers et abattra les trois rois; 25. il proférera des paroles contre le Très-Haut et mettra à l'épreuve les saints du Très-Haut. Il méditera de changer les temps et le droit, et les saints seront livrés entre ses mains pour un temps et des temps et un demi-temps. 26. Mais le tribunal siégera et la domination lui sera ôtée, détruite et réduite à néant jusqu'à la fin. 27. Et le royaume et l'empire et les grandeurs des royaumes sous tous les cieux seront donnés au peuple des saints du Très-Haut. Son empire est un empire éternel et tous les empires le serviront et lui obéiront.» 28. Ici finit le récit. Moi, Daniel, je fus grandement troublé dans mes pensées, ma mine changea et je gardai ces choses dans mon coeur.