- WEBSITEWEGWIJZER - DEUTERONOMIUM 4 - Dt 4 -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 4 -
- Dt 4,1-2.6-8 -- Dt 4,44-49 -- Dt 4,32-34.39-40 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht : - Dt 1 - Dt 2 - Dt 3 - Dt 4 - Dt 5 - Dt 6 - Dt 7 - Dt 8 - Dt 9 - Dt 10 - Dt 11 - Dt 12 - Dt 13 - Dt 14 - Dt 15 - Dt 16 - Dt 17 - Dt 18 - Dt 19 - Dt 20 - Dt 21 - Dt 22 - Dt 23 - Dt 24 - Dt 25 - Dt 26 - Dt 27 - Dt 28 - Dt 29 - Dt 30 - Dt 31 - Dt 32 - Dt 33 - Dt 34 -
Uitleg per perikope : Dt 4,1-40 -
Overzicht vers per vers : - Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 - Dt 4,41 - Dt 4,42 - Dt 4,43 - Dt 4,44 - Dt 4,45 - Dt 4,46 - Dt 4,47 - Dt 4,48 - Dt 4,49 -

Overzicht van Dt : Dt : overzicht , Dt : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Dt : commentaar .

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- we`aththâh (en nu) , zie Dt 4,1 .
Bibliografie :
- LOHFINK Norbert , « Écoute Israël » , Commentaires du Deutéronome . Collection « Cahiers Évangile » N° 140 ; V - Au temps de l'exil Dt 4,1-40 , p. 43-65 .
Literatuur .
Liturgisch gebruik

- Dt 4,32-34.39-40 : Drie-eenheid B .
Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Dt 4,1-40 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -

Liturgische lezing van de 22ste (tweeëntwintigste) zondag door het jaar B : Dt 4,1-2.6-8 (Dt 4,1-2.6-8) :
Mozes sprak tot het volk en zei: "Luister dan, Israël, naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer en handel daarnaar. Dan zult gij leven en bezit gaan nemen van het land dat de Heer, de God van uw vaderen u schenkt. Aan wat ik u voorschrijf moogt gij niets toevoegen en er niets van afdoen; ge moet de geboden van de Heer uw God onderhouden die ik u geef. Handel ernaar in het land dat gij in bezit gaat nemen en brengt ze stipt ten uitvoer, want daaruit zal voor de volken uw wijsheid en uw inzicht blijken. Als zij al deze voorschriften horen, zullen ze zeggen: Dat machtige volk is wijs en verstandig. Is er soms een andere grote natie aan wie hun goden zo nabij zijn als de Heer onze God ons nabij is zo vaak wij hem aanroepen? Of is er een andere grote natie die zulke volmaakte voorschriften en bepalingen heeft als de wet die ik u heden geef?"

Dt 4,1 - Dt 4,1 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
    wë`aththâh jishërâ´el  sjëmâ   [1] Luister* nu, Israël, naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer, en handel daarnaar. Dan zult u leven in, en bezit gaan nemen van, het land dat de heer, de God van uw vaderen, u schenkt.  [1] Luister dus, Israël, naar de wetten en de regels waarin ik u onderwijs en kom ze na. Dan blijft u in leven en kunt u het land in bezit nemen dat de HEER, de God van uw voorouders, u zal geven.  1 ¶ Nu dan, Israël, hoor naar de inzettingen en de rechtsregels die ik u leer om te doen,– opdat ge zult leven en binnenkomen en beërven zult het land dat de ENE, de God van uw vaderen, geeft aan u.   

King James Bible .
Luther-Bibel . 4 1 Und nun höre, Israel, die Gebote und Rechte, die ich euch lehre, dass ihr sie tun sollt, auf dass ihr lebt und hineinkommt und das Land einnehmt, das euch der HERR, der Gott eurer Väter, gibt.

Tekstuitleg van Dt 4,1 . Het vers telt 24 woorden en 97 letters . De Getalswaarde van dit vers is 8462 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

Dt 4,1.1. 1. וְעַתָּה = wë`aththâh (en nu) < wë + `aththâh (nu) . Zie : Taalgebruik in Tenakh : `aththâh (nu) . Dt (6) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 5,25 (wë`aththâh ... ´im) . (3) Dt 10,12 (wë`aththâh ... ´im) . (4) Dt 10,22 . (5) Dt 26,10 . (6) Dt 31,19 .
- עַתָּה = `aththâh (nu, welaan) . Tenakh (147) . Penbtateuch (30) . Dt (3) : (1) Dt 2,13 . (2) Dt 12,9 . (3) Dt 32,39 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
  266 54 114 28 13 57 26 14   8 6

In Dt 4,1 (bij het begin van een toespraak) en Dt 31,19 wordt het gevolgd door een imperatief ; Dt 4,1 : luister , Dt 31,19 : schrijven jullie op . 1,19 . In Dt 4,1 staat het woord aan het begin van de grote redevoering Dt 4-11 .
In Dt 5,25 en in Dt 10,12 leidt het een vraag in .
In Dt 10,22 maakt het deel uit van een chronologische opsomming .
In Dt 26,10 volgt het op het 'historisch Credo' .

Dt 4,1.2. יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) . Getalswaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . De eigennaam is samengesteld uit een werkwoordsvorm en een zelfst. naamw. : act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. יִשְׂרָה = jishrâ´ (hij strijdt) van het werkw. שָׂרָה = shârâh (strijden) + אֵל = ´el (God) : God strijdt . In Gn 32,29 wordt de naam Israël verklaard als : hij streed met God en met mensen . Dat gebeurt in het verhaal van de nachtelijke strijd van Jakob aan de Jabbok . Dt (55) . Dt 4 (4) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,44 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . Dt 5 (1) : Dt 5,1 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,3 . (2) Dt 6,4 . Dt 10 (2) : (1) Dt 10,6 . (2) Dt 10,12 . Dt 20 (1) : Dt 20,3 . De stam יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) komt voor in Tenakh (2511) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt  
  2044 502 765 350 89 337 36 157 58 196 55  

- Grieks : ισραηλ = israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Bijbel (2392) . OT (2328) . NT (64) . Dt (64) .

Dt 4,1.1. - 2. וְעַתָּה יִשְׂרָאֵל = wë`aththâh jishërâ´el (en nu Israël) . Tenakh (2) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 10,12 . Bij het begin van het eerste en het laatste onderdeel van Dt 4,1-11,25 .

Dt 4,1.3. act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. שְׁמַע = sjëma` (hoor, luister) van het werkw. שָׁמַע = sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 . Totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . De som van de elementen is telkens 5 . Dt (6) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 5,1 . (3) Dt 6,4 . (4) Dt 9,1 . (5) Dt 20,3 . (6) Dt 33,7 . sj-m-` . Tenakh (169) . Pentateuch (42) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (36) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (55) . Dt (14) . De stam שָׁמַע = sjâmâ` (horen, luisteren) komt voor in Tenakh (1465) .
- Grieks : act. imperat. 2de pers. enk. ακουε = akoue (hoor, luister) van het werkw. ακουω = akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . LXX (46) . Dt (7) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 5,1 . (3) Dt 6,4 . (4) Dt 9,1 . (5) Dt 12,28 . (6) Dt 20,3 . (7) Dt 27,9 . NT (1) : Mc 12,29 . Een vorm van ακουω = akouô (horen) in het NT (427) , in de LXX (1069) .
- Ned. : horen . Horen en oor zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ους = ous / ως= ôs , ωτις = ôtis . Lat. : auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Arabisch : سَمِعَ = sami`a (luisteren, horen) . Taalgebruik in de Qoran : sami`a (luisteren, horen) . D. hören . E. : to hear . Fr. : écouter . Grieks : ακουω = akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Hebreeuws : שָׁמַע = sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) .
- Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin .

Dt 4,1.2. - 3. שְׁמַע יִשְׂרָאֵל = sjëma` jishërâ´el ((luister / hoor Israël) . Tenakh (4) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 6,4 . (3) Dt 9,1 . (4) Dt 20,3 .
- יִשְׂרָאֵל שְׁמַע = ishërâ´el sjëma` (Israël , luister) . Tenakh (2) : (1) Dt 4,1 . (2) 1 S 23,10 .
- ακουε ισραηλ = akoue israèl (hoor, luister Israël) . LXX (6) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 6,4 . (3) Dt 9,1 . (4) Dt 20,3 . (5) Dt 27,9 . (6) Bar 3,9 . NT (1) : Mc 12,29 .

Dt 4,1.1. - 3. וְעַתָּה יִשְׂרָאֵל שְׁמַע = wë`aththâh jishërâ´el sjëma` (en welnu Israël , luister) . Slechts in Dt 4,1 .

Dt 4,1.17. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalswaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) .

Dt 4,1.18. הָאָרֶץ = hâ´ârèts (de aarde) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw אֶרֶץ = ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Getalswaarde : aleph = 1 , resj = 22 of 200 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 291 (3 X 97) . Structuur : 1 - 3 - 9 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (851) . Pentateuch (316) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (215) . 12 Kleine Profeten (53) . Geschriften (135) . Dt (77) . Dt 4 (8) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,5 . (3) Dt 4,21 . (4) Dt 4,22 . (5) Dt 4,26 . (6) Dt 4,32 . (7) Dt 4,36 . (8) Dt 4,39 .
- וְהָאָרֶץ = wëhâ´ârèts (en de aarde) < prefix voegwoord wë + bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. אֶרֶץ =´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Getalswaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , tsade = 18 of 90 ; 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 291 (3 X 97) . Structuur : 1 - 3 - 9 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (38) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (7) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (4) . Dt (2) : (1) Dt 11,11 . (2) Dt 28,23 .
- Ned. aarde . Arabisch : أَرْض = ´arD (aarde) . Taalgebruik in de Qoran : ´arD (aarde) . D. : Welt . E. : earth . Fr. : terre . Grieks : γη = gè (aarde, land) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Hebreeuws : אֶרֶץ = ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Lat. : terra .

Dt 4,1.17. - 18. אֶת הָאָרֶץ = ´èth hâ´ârèts (het land) . Tenakh (131) . Dt 4 (2) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,22 .
- אֶל הָאָרֶץ = ´èl hâ´ârèts (naar het land) . Tenakh (53) . Pentateuch (38) . Gn (3) . Ex (3) . Lv (3) . Nu (12) . Dt (17) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Gn (3) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 24,5 (2X) . (3) Gn 50,24 . Ex (3) : (1) Ex 6,8 . (2) Ex 12,25 . (3) Ex 33,1 . Lv (3) : (1) Lv 19,23 . (2) Lv 23,10 . (3) Lv 25,2 . Nu (12) : (1) Nu 13,27 . (2) Nu 14,3 . (3) Nu 14,8 . (4) Nu 14,16 . (5) Nu 14,24 . (6) Nu 14,30 . (7) Nu 15,18 . (8) Nu 20,12 . (9) Nu 20,24 . (10) Nu 32,7 . (11) Nu 32,9 . (12) Nu 34,2 . Dt (17) : (1) Dt 2,29 . (2) Dt 4,21 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 7,1 . (5) Dt 9,28 . (6) Dt 11,29 . (7) Dt 17,14 . (8) Dt 18,9 . (9) Dt 26,1 . (10) Dt 26,3 . (11) Dt 27,2 . (12) Dt 27,3 . (13) Dt 30,5 . (14) Dt 31,7 . (15) Dt 31,21 . (16) Dt 31,23 . (17) Dt 32,52 . Buiten de Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (3) : (1) Joz 1,2 . (2) Re 2,1 . (3) 2 K 8,1 .

הָאָרֶץ אֶל = ´èl hâ´ârèts (naar het land). Tenakh (53) . Pentateuch (38) . Gn (3) . Ex (3) . Lv (3) . Nu (12) . Dt (17) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Gn (3) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 24,5 . (3) Gn 50,24 . Lv (3) : (1) Lv 19,23 . (2) Lv 23,10 . (3) Lv 25,2 . Dt (17) : (1) Dt 2,29 . (2) Dt 4,21 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 7,1 . (5) Dt 9,28 . (6) Dt 11,29 . (7) Dt 17,14 . (8) Dt 18,9 . (9) Dt 26,1 . (10) Dt 26,3 . (11) Dt 27,2 . (12) Dt 27,3 . (13) Dt 30,5 . (14) Dt 31,7 . (15) Dt 31,21 . (16) Dt 31,23 . (17) Dt 32,52 . Eerdere Profeten (3) : (1) Joz 1,2 . (2) Re 2,1 . (3) 2 K 8,1 .

Dt 4,1.19. אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalswaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 4 (29) .

Dt 4,1.18. - 19. הָאָרֶץ אֱשֶׁר = hâ´ârèts ´äsjèr (het land dat) . Tenakh (115) .

Dt 4,1.17. - 19. אֵת הָאָרֶץ אֱשֶׁר = ´èth hâ´ârèts ´äsjèr (het land dat) . Tenakh (25) . Pentateuch (18) . Eerdere Profeten (6) . Geschriften (1) . Nu (5) : (1) Nu 14,23 . (2) Nu 14,31 . (3) Nu 27,12 . (4) Nu 35,33 . (5) Nu 35,34 . Dt (13) : (1) Dt 1,8 . (2) Dt 1,36 . (3) Dt 3,20 . (4) Dt 3,28 . (5) Dt 4,1 . (6) Dt 6,23 . (7) Dt 8,1 . (8) Dt 9,23 . (9) Dt 10,11 . (10) Dt 11,8 . (11) Dt 11,31 . (12) Dt 16,20 . (13) Dt 24,4 . Joz (6) : (1) Joz 1,6 . (2) Joz 1,11 . (3) Joz 1,15 . (4) Joz 5,6 . (5) Joz 18,3 . (6) Joz 22,33 . Neh (1) : Neh 9,15 .

Dt 4,1.20. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 6 (18/25) . Niet in : Dt 6,6-9 . Verder niet in : (1) Dt 6,11 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 6,23 . Dt 10 (13) : (1) Dt 10,1 . (2) Dt 10,4 . (3) Dt 10,5 . (4) Dt 10,8 . (5) Dt 10,9 . (6) Dt 10,10 . (7) Dt 10,11 . (8) Dt 10,12 . (9) Dt 10,13 . (10)Dt 10,15 . (11) Dt 10,17 . (12) Dt 10,20 . (13) Dt 10,22 . De stam יהוה = JHWH komt voor in Tenakh (9743) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 4,1.19. - 20. אֲשֶׁר יהוה = ´äsjèr JHWH (die/dat JHWH) . Tenakh (47) . Ex (1) : Ex 20,12 . Dt (40) : (1) Dt 1,20 . (2) Dt 1,25 . (3) Dt 2,29 . (4) Dt 3,20 . (5) Dt 4,1 . (6) Dt 4,21 . (7) Dt 4,40 . (8) Dt 5,16 . (9) Dt 7,16 . (10) Dt 8,20 . (11) Dt 11,12 . (12) Dt 11,17 . (13) Dt 11,31 . (14) Dt 12,9 . (15) Dt 12,10 . (16) Dt 13,13 . (17) Dt 15,4 . (18) Dt 15,7 . (19) Dt 16,5 . (20) Dt 16,18 . (21) Dt 16,20 . (22) Dt 17,2 . (23) Dt 17,14 . (24) Dt 18,9 . (25) Dt 19,1 . (26) Dt 19,2 . (27) Dt 19,10 . (28) Dt 19,14 . (29) Dt 20,16 . (30) Dt 21,1 . (31) Dt 21,23 . (32) Dt 24,4 . (33) Dt 25,15 . (34) Dt 25,19 . (35) Dt 26,1 . (36) Dt 26,2 . (37) Dt 27,2 . (38) Dt 27,3 . (39) Dt 28,8 . (40) Dt 29,11 .

17. - 20. אֵת הָאָרֶץ אֱשֶׁר יהוה = ´èth hâ´ârèts ´äsjèr JHWH (het land dat JHWH) . Tenakh (7) : (1) Dt 3,20 . (2) Dt 4,1 . (3) Dt 11,31 . (4) Dt 16,20 . (5) Dt 24,4 . (6) Joz 1,11 . (7) Joz 1,15 .
- אֶל הָאָרֶץ אֲשֶׁר יהוה = ´èl hâ´ârèts ´äsjèr JHWH . Tenakh (3 + 1 = 7) : (1) Dt 2,29 . (2) Dt 17,14 . (3) Dt 18,9 . (4) Dt 26,1 . (5) Dt 27,2 . (6) Dt 27,3 . Zie ook : Dt 4,21 (´èl hâ´ârèts hattôbâh ´äsjèr = naar het goede land dat) .

Dt 4,1.21. אֱלֹהֵי = ´êlohe(j) (God van) . Stat. constr. van אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (470) . Pentateuch (59) . Eerdere Profeten (111) . Latere Profeten (90) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (183) . Dt (16) : (1) Dt 1,11 . (2) Dt 1,21 . (3) Dt 4,1 . (4) Dt 4,5 . (5) Dt 6,3 . (6) Dt 10,17 . (7) Dt 12,1 . (8) Dt 18,16 . (9) Dt 26,7 . (10) Dt 26,14 . (11) Dt 27,3 . (12) Dt 29,17 . (13) Dt 29,24 . (14) Dt 31,16 . (15) Dt 31,17 . (16) Dt 33,27 .

Dt 4,1.20. - 21. אֱלֹהֵי יהוה = JHWH ´êlohe(j) (JHWH God van) . Dt (8) : (1) Dt 1,11 . (2) Dt 1,21 . (3) Dt 4,1 . (4) Dt 6,3 . (5) Dt 12,1 . (6) Dt 26,7 . (7) Dt 27,3 . (8) Dt 29,24 . Re (7) : (1) Re 2,12 . (2) Re 4,6 . (3) Re 5,5 . (4) Re 6,8 . (5) Re 11,21 . (6) Re 11,23 . (7) Re 21,3 .

19. - 23. אֵת הָאָרֶץ אֱשֶׁר יהוה אֱלֹהֶיכֶם נֹתִן לָכֶם = ´èth hâ´ârèts ´äsjèr JHWH ´êlohe(j)khèm nothen lâkhèm (het land dat JHWH, jullie God, jullie gevende) . Tenakh (4) : (1) Dt 3,20 . (2) Dt 11,31 . (3) Joz 1,11 . (4) Joz 1,15 . In Dt 4,1 staat JHWH de God van jullie vaderen .
- אֵת הָאָרֶץ אֱשֶׁר יהוה אֱלֹהֶיךָ נֹתֵן לָךְ = ´èth hâ´ârèts ´äsjèr JHWH ´êlohe(j)khâ lâkh (het land dat JHWH, je God, je gevende) . Tenakh (1) : Dt 16,20 . . 11 . (4) Joz 1,15 .
- אֵת הָאָרֶץ אֱשֶׁר יהוה אֱלֹהֶיךָ נֹתֵן לְךָ = ´èth hâ´ârèts ´äsjèr JHWH ´êlohe(j)khâ lëkhâ (het land dat JHWH, je God, je gevende) . Tenakh (1) : Dt 24,4 .

- אֶתֵּן אֶת הָאָרֶץ = ´èththen ´èth hâ´ârèts (ik geef het land) . Tenakh (4) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 24,7 . (3) Gn 35,12 . (4) Dt 1,36 .
- אֶתֵּן אֶת הָאָרֶץ הַזֹּאת = ´èththen ´èth hâ´ârèts hazzo´th (ik geef dit land) . Tenakh (2) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 24,7 .

- אֵת הָאָרֶץ אֱשֶׁר אֲשֶׁר נִשְׁבַּע = ´èth hâ´ârèts ´äsjèr nisjëba` (het land dat Hij zwoer) . Tenakh (4) : (1) Dt 1,8 . (2) Dt 6,23 . (3) Dt 8,1 . (4) Joz 5,6 .

 


Dt 4,2 - Dt 4,2 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
    l´o thosiphû `al haddâbhâr ´äsjèr ´ânokhî metsawwèh ´èthkhèm      [2] Aan wat ik u voorschrijf, mag u niets toevoegen en niets afdoen; u moet de geboden van de heer uw God, die ik u geef, onderhouden.  [2] Voeg niets toe aan wat ik u voorschrijf en doe er niets van af. Houd u aan de geboden die ik u geef; het zijn de geboden van de HEER, uw God.  2 Voegt niet toe aan het woord dat ik u ga gebieden en schraapt er niets van af,– als ge bewaakt de geboden van de ENE, uw God, welke ik u ga gebieden.   

King James Bible .
Luther-Bibel . 2 Ihr sollt nichts dazutun zu dem, was ich euch gebiete, und sollt auch nichts davontun, auf dass ihr bewahrt die Gebote des HERRN, eures Gottes, die ich euch gebiete.

Tekstuitleg van Dt 4,2 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

Dt 4,2.5. - 8. אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם = ´äsjèr ´ânokhî mëtsawwèh ´èthëkhèm (ik bevelende jullie) . Tenakh (10) : (1) Dt 4,2 (2X) . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,27 . (5) Dt 11,28 . (6) Dt 12,11 . (7) Dt 13,1 . (8) Dt 27,1 . (9) Dt 27,4 . (10) Dt 28,14 .
- אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ = ´asjèr ´ânokhî mëtsawwëkhâ (die ik opdragende) . Tenakh (22) : (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,2 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 7,11 . (6) Dt 8,1 . (7) Dt 8,11 . (8) Dt 10,13 . (9) Dt 11,8 . (10) Dt 12,14 . (11) Dt 12,28 . (12) Dt 13,19 . (13) Dt 15,5 . (14) Dt 19,9 . (15) Dt 27,10 . (16) Dt 28,1 . (17) Dt 28,13 . (18) Dt 28,15 . (19) Dt 30,2 . (20) Dt 30,8 . (21) Dt 30,11 . (22) Dt 30,16 .

Dt 4,2.17. - 20. אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם = ´äsjèr ´ânokhî mëtsawwèh ´èthëkhèm (ik bevelende jullie) . Tenakh (10) : (1) Dt 4,2 (2X) . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,27 . (5) Dt 11,28 . (6) Dt 12,11 . (7) Dt 13,1 . (8) Dt 27,1 . (9) Dt 27,4 . (10) Dt 28,14 .
- אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ = ´asjèr ´ânokhî mëtsawwëkhâ (die ik opdragende) . Tenakh (22) : (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,2 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 7,11 . (6) Dt 8,1 . (7) Dt 8,11 . (8) Dt 10,13 . (9) Dt 11,8 . (10) Dt 12,14 . (11) Dt 12,28 . (12) Dt 13,19 . (13) Dt 15,5 . (14) Dt 19,9 . (15) Dt 27,10 . (16) Dt 28,1 . (17) Dt 28,13 . (18) Dt 28,15 . (19) Dt 30,2 . (20) Dt 30,8 . (21) Dt 30,11 . (22) Dt 30,16 .


Dt 4,3 - Dt 4,3 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [3] Met* eigen ogen hebt u gezien wat de heer uw God in Baäl-Peor gedaan heeft: iedereen die achter Baäl-Peor aanliep, heeft Hij vernietigd.  [3] U hebt met eigen ogen gezien wat de HEER in Baäl-Peor heeft gedaan. Iedereen die zich met de Baäl van de Peor had afgegeven, heeft hij uit uw midden weggevaagd.  3 Ge hebt ogen die hebben gezien wat de ENE heeft gedaan in Baäl Peor; want elke man die Baäl Peor achternagegaan is, heeft de ENE, je God, uit je kring uitgeroeid!   

King James Bible .
Luther-Bibel . 3 Eure Augen haben gesehen, was der HERR getan hat wider den Baal-Peor; denn alle, die dem Baal-Peor folgten, hat der HERR, dein Gott, vertilgt unter euch.

Tekstuitleg van  Dt 4,3 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

Dt 4,3.1. עֵינֶיך = `e(j)nè(j)khâ (jouw ogen) < stat. constr. mann. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. עַיִן = `ajin (oog, bron) . Stat. constr. עֵין = ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : `ajin (oog, bron) . De getalswaarde is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2³ X 5) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) . Structuur : 7 - 1 - 5 . Som van de elementen : 4 . Tenakh (62) . Pentateuch (15) . Dt (10) : (1) Dt 3,21 . (2) Dt 3,27 . (3) Dt 4,9 . (4) Dt 4,19 . (5) Dt 6,8 . (6) Dt 7,19 . (7) Dt 10,21 . (8) Dt 28,34 . (9) Dt 28,67 . (10) Dt 29,2 .
- עֵינֵיכֶם = `e(j)ne(j)khèm (jullie ogen) < zelfst. naamw. stat. construct. mann. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. mv. . Zie עַיִן = `ajin (oog, bron) . Stat. constr. עֵין = ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Jesaja : `ajin (oog, bron) . De Getalswaarde van ajin is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2³ X 5) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) . Structuur : 7 - 1 - 5 . Som van de elementen : 4 . Tenakh (14) . Pentateuch (7) : (1) Gn 3,5 . (2) Gn 45,12 . (3) Nu 15,39 . (4) Dt 4,3 . (5) Dt 11,7 . (6) Dt 11,18 . (7) Dt 14,1 .

Dt 4,3.5. - 6. עָשָׂה יהוה =`âshâh JHWH (JHWH maakt) . Tenakh (27) . Pentateuch (14) : (1) Gn 3,1 . (2) Ex 13,8 . (3) Ex 14,31 . (4) Ex 18,8 . (5) Ex 18,9 . (6) Ex 20,11 . (7) Ex 31,17 . (8) Nu 33,4 . (9) Dt 3,21 . (10) Dt 4,3 . (11) Dt 7,18 . (12) Dt 24,9 . (13) Dt 29,1 . (14) Dt 29,23 .

Dt 4,3.14. אַחֲרֵי =´achäre(j) (achter, na) . Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j) (achter) . Getalswaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 219 (3 X 73) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (294) . Pentateuch (80) . Eerdere Profeten (134) . Latere Profeten (37) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (38) . Dt (16) : (1) Dt 1,4 . (2) Dt 1,36 . (3) Dt 4,3 . (4) Dt 6,14 . (5) Dt 8,19 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 11,30 . (8) Dt 12,30 . (9) Dt 13,3 . (10) Dt 13,5 . (11) Dt 19,6 . (12) Dt 24,4 . (13) Dt 28,14 . (14) Dt 31,16 . (15) Dt 31,27 . (16) Dt 31,29 .

Dt 4,3.15. בַעַל / בָעַל = ba`al / bâ`al (Baäl, meester) . Taalgebruik in Tenakh : ba`al / bâ`al (Baäl, meester) . Getalswaarde : beth = 2 , ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 102 (2 X 3 X 17) . Structuur : 2 - 7 - 3 . Tenakh (58) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (11) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (19) .

Dt 4,3.15. - 16. בַעַל פְּעוֹר = ba`al pë`ôr (Baäl Peor) . Tenakh (2) : (1) Dt 4,3 . (2) Hos 9,10 .

Dt 4,3.20. מִקִּרְבֶּךָ = miqqirëbèkhâ / miqqirëbëkhâ (uit je midden) < min + qèrèbh + pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. קֶרֶב = qèrèbh (lichaam, binnenste, ingewanden) . Zie het werkw. qârabh (naderen, nabij zijn) . Taalgebruik in Tenakh : qârabh (naderen, nabij zijn) . Getalswaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 41 OF 302 . Structuur : 1 - 2 - 2 . Tenakh (16) . Pentateuch (12) . Eerdere Profeten (0) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (0) . Pentateuch (12) : (1) Ex 23,25 . (2) Dt 4,3 . (3) Dt 13,6 . (4) Dt 13,14 . (5) Dt 17,7 . (6) Dt 18,15 . (7) Dt 19,19 . (8) Dt 21,9 . (9) Dt 21,21 . (10) Dt 22,21 . (11) Dt 22,24 . (12) Dt 24,7 .


Dt 4,4 - Dt 4,4 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [4] Maar u, die trouw bent gebleven aan de heer uw God, bent vandaag allemaal nog in leven.  [4] U daarentegen bleef de HEER, uw God, toegedaan en bent nu allemaal nog in leven.  4 Maar gij die hebt vastgehouden aan de ENE, uw God: gij zijt allen op deze dag in léven!    

King James Bible .
Luther-Bibel . 4 Aber ihr, die ihr dem HERRN, eurem Gott, anhinget, lebt alle heute noch.

Betekenis van Dt 4,4 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

Dt 4,4.3. בַּיהוה = bJHWH (in/aan JHWH) < bë + יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (103) . Pentateuch (12) . Eerdere Profeten (36) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (32) . Pentateuch (12) : (1) Gn 15,6 . (2) Gn 24,3 . (3) Ex 14,31 . (4) Lv 5,21 . (5) Nu 5,6 . (6) Nu 14,9 . (7) Nu 21,7 . (8) Nu 31,16 . (9) Nu 36,2 . (10) Dt 1,32 . (11) Dt 4,4 . (12) Dt 33,29 . Re (4) : (1) Re 1,1 . (2) Re 20,23 . (3) Re 20,27 . (4) Re 21,7 . Ps (20) : (1) Ps 11,1 . (2) Ps 21,8 . (3) Ps 32,10 . (4) Ps 32,11 . (5) Ps 33,1 . (6) Ps 34,3 . (7) Ps 35,9 . (8) Ps 37,3 . (9) Ps 40,4 . (10) Ps 56,11 . (11) Ps 64,11 . (12) Ps 97,12 . (13) Ps 104,34 . (14) Ps 112,7 . (15) Ps 115,9 . (16) Ps 115,10 . (17) Ps 115,11 . (18) Ps 118,8 . (19) Ps 118,9 . (20) Ps 125,1 .


Dt 4,5 - Dt 4,5 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -

Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [5] Ik heb u nu de voorschriften en bepalingen geleerd, zoals de heer uw God mij heeft opgedragen. Handel ernaar in het land dat u in bezit gaat nemen 
[5] Zoals de HEER, mijn God, mij heeft opgedragen, leer ik u wetten en regels waarnaar u moet handelen in het land dat u in bezit zult nemen. 
5 Zie, geleerd heb ik u inzettingen en rechtsregels, zoals mij geboden heeft de ENE, mijn God; om daarnaar te doen in de geborgenheid van het land waar ge nu komen gaat om het te beërven.   

King James Bible . Behold, I have taught you statutes and judgments, even as the LORD my God commanded me, that ye should do so in the land whither ye go to possess it.
Luther-Bibel . 5 Sieh, ich hab euch gelehrt Gebote und Rechte, wie mir der HERR, mein Gott, geboten hat, dass ihr danach tun sollt im Lande, in das ihr kommen werdet, um es einzunehmen.

Betekenis van Dt 4,5 . Dit vers Dt 4,5 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 72 (2 X 2 X 2 X 3 X 3) letters ; verhouding 1 op 4 . De Getalswaarde van Dt 4,5 is 6294 (2 X 3 X 1049) .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

4. mann. mv. חֻקִים = chûqîm (bepalingen) van het zelfst. naamw. חֹק = choq (het vastgestelde, bepaald deel, taak , grens, doel, bestemde tijd) . Taalgebruik in Tenakh : choq (het vastgestelde, bepaald deel, taak , grens, doel, bestemde tijd) . Getalswaarde : chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 27 (3³) OF 108 (2² X 3³) . Structuur : 8 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (6) : (1) Dt 4,5 . (2) Dt 4,8 . (3) Dt 4,14 . (4) Ez 20,25 . (5) Mal 3,22 . (6) Neh 9,13 .

9. אֱלֹהֵי = ´êlohe(j) (God van) . Stat. constr. van אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (470) . Pentateuch (59) . Eerdere Profeten (111) . Latere Profeten (90) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (183) . Dt (16) : (1) Dt 1,11 . (2) Dt 1,21 . (3) Dt 4,1 . (4) Dt 4,5 . (5) Dt 6,3 . (6) Dt 10,17 . (7) Dt 12,1 . (8) Dt 18,16 . (9) Dt 26,7 . (10) Dt 26,14 . (11) Dt 27,3 . (12) Dt 29,17 . (13) Dt 29,24 . (14) Dt 31,16 . (15) Dt 31,17 . (16) Dt 33,27 .


Dt 4,6 - Dt 4,6 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [6] en breng ze stipt ten uitvoer, want daaruit zal voor de volken uw wijsheid en uw inzicht blijken. Als zij al deze voorschriften horen, zullen ze zeggen: “Dat machtige volk is wijs en verstandig.”  [6] Leef ze strikt na, dan toont u wijsheid en inzicht. Alle volken die dat zien en van deze wetten horen, zullen zeggen: ‘Wat is dat grote volk wijs en verstandig!’   6 Bewaken zult ge ze en doen zult ge ze, want dát zal uw wijsheid zijn en uw verstand voor de ogen van de gemeenschappen,– die, horen ze al deze inzettingen, zeggen zullen: echt, een gemeenschap wijs en verstandig is dít grootse volk!    

King James Bible . Keep therefore and do them; for this is your wisdom and your understanding in the sight of the nations, which shall hear all these statutes, and say, Surely this great nation is a wise and understanding people.
Luther-Bibel . 6 So haltet sie nun und tut sie! Denn dadurch werdet ihr als weise und verständig gelten bei allen Völkern, dass, wenn sie alle diese Gebote hören, sie sagen müssen: Ei, was für weise und verständige Leute sind das, ein herrliches Volk!

Betekenis van Dt 4,6 . Dit vers Dt 4,6 telt 22 (2 X 11) woorden en 91 (7 X 13) letters . De Getalswaarde van Dt 4,6 is 5811 (3 X 13 X 149) . Dt 4,6 - Dt 4,7 tellen 40 woorden .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

8. הָעַמִּים = hâ`ammîm (de volken) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. `am (volk) OF `im (met) . Taalgebruik in Tenakh : `am (volk) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 of 110 (2 X 5 X 11) . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . Tenakh (612) . Een vorm van laos (volk) in de LXX (2064) , in het NT (141) . Tenakh (69) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (5) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (8) . Geschriften (17) . Dt (16) : (1) Dt 2,25 . (2) Dt 4,6 . (3) Dt 4,19 . (4) Dt 6,14 . (5) Dt 7,6 . (6) Dt 7,7 . (7) Dt 7,14 . (8) Dt 7,16 . (9) Dt 7,19 . (10) Dt 10,15 . (11) Dt 13,8 . (12) Dt 14,2 . (13) Dt 20,16 . (14) Dt 28,37 . (15) Dt 28,64 . (16) Dt 30,3 . Re (1) Re 2,12 .


Dt 4,7 - Dt 4,7 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [7] Is er soms een andere grote natie bij wie hun goden zo nabij zijn als de heer onze God ons nabij is, zo vaak als wij Hem aanroepen?  [7] Want welk volk, hoe groot ook, heeft goden zo dichtbij als wij de HEER, onze God, telkens als wij hem om hulp roepen?  7 Want welk groot volk is er met goden zo nabij als de ENE, God–over–ons, telkens wanneer wij tot hem roepen?   

King James Bible . For what nation is there so great, who hath God so nigh unto them, as the LORD our God is in all things that we call upon him for?
Luther-Bibel . 7 Denn wo ist so ein herrliches Volk, dem ein Gott so nahe ist wie uns der HERR, unser Gott, sooft wir ihn anrufen?

Tekstuitleg van Dt 4,7 . Dit vers Dt 4,7 telt 14 (2 X 7) woorden en 53 letters . De Getalswaarde van Dt 4,7 is 1768 (2 X 2 X 2 X 13 X 17) .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

2. מִי = mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (348) . Pentateuch (59) . Eerdere Profeten (70) . Latere Profeten (82) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (120) . Dt (14) .
- מִי = mî (wie) < een woord met 1 medeklinker . De lange î is î gebleven omdat het een proclitisch woord is . Proclitisch wil zeggen dat een eenlettergrepig onbeklemtoond woord wordt gehecht aan het volgende (Lettinga(6) 13d) .
- Ned. : wie ? Arabisch : مَن = man (wie) . Taalgebruik in de Qoran : man (wie) . Aramees : מַן = man (wie?) . Hebreeuws : מִי = mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) .

7. אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (635) . Pentateuch (207) . Eerdere Profeten (118) . Latere Profeten (39) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (253) . Dt (29) : (1) Dt 4,7 . (2) Dt 4,28 . (3) Dt 4,32 . (4) Dt 4,33 . (5) Dt 4,34 . (6) Dt 5,7 . (7) Dt 5,24 . (8) Dt 5,26 . (9) Dt 6,14 . (10) Dt 7,4 . (11) Dt 8,19 . (12) Dt 9,10 . (13) Dt 11,16 . (14) Dt 11,28 . (15) Dt 13,3 . (16) Dt 13,7 . (17) Dt 13,14 . (18) Dt 17,3 . (19) Dt 18,20 . (20) Dt 21,23 . (21) Dt 25,18 . (22) Dt 28,14 . (23) Dt 28,36 . (24) Dt 28,64 . (25) Dt 29,25 . (26) Dt 31,18 . (27) Dt 31,20 . (28) Dt 32,17 . (29) Dt 32,39 .

Dt 4,7.10. כַּיהוה = kJHWH < kë + JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (4) : (1) Ex 8,6 . (2) Dt 4,7 . (3) 1 S 2,2 . (4) Ps 113,5 .

Dt 4,7.11. אֱלֹהֵינוּ = ´è:lohe(j)nû (onze God) < stat. constr. + suffix bezittelijk voornaamw. 1ste pers. mv . van het zelfst. naamw. אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´el . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (164) . Pentateuch (29) . Eerdere Profeten (20) . Latere Profeten (29) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (82) .Gn (0) . Ex (7) . Lv (0) . Nu (0) . Dt (22) : (1) Dt 1,6 . (2) Dt 1,19 . (3) Dt 1,20 . (4) Dt 1,25 . (5) Dt 1,41 . (6) Dt 2,29 . (7) Dt 2,33 . (8) Dt 2,36 . (9) Dt 2,37 . (10) Dt 3,3 . (11) Dt 4,7 . (12) Dt 5,2 . (13) Dt 5,24 . (14) Dt 5,25 . (15) Dt 5,27 (2X) . (16) Dt 6,4 . (17) Dt 6,20 . (18) Dt 6,24 . (19) Dt 6,25 . (20) Dt 29,14 . (21) Dt 29,14 . (22) Dt 29,17 . Eerdere Profeten (20) : (1) Joz 18,6 . (2) Joz 22,19 . (3) Joz 22,29 . (4) Joz 24,17 . (5) Joz 24,18 . (6) Joz 24,24 . (7) Re 10,10 . (8) Re 11,24 . (9) Re 16,23 . (10) Re 16,24 . (11) 1 S 5,7 . (12) 1 S 7,8 . (13) 2 S 10,12 . (14) 2 S 22,32 . (15) 1 K 8,57 . (16) 1 K 8,59 . (17) 1 K 8,61 . (18) 1 K 8,65 . (19) 2 K 18,22 . (20) 2 K 19,19 .

Dt 4,7.10. - 11. כַּיהוה אֱלֹהֵינוּ = kJHWH ´êlohe(j)nû (als JHWH , onze God) . Tenakh (3) : (1) Ex 8,6 . (2) Dt 4,7 . (3) Ps 113,5 . In 1 S 2,2 staat ´êlohe(j)nû (onze God) verder in de zin .

12. בְכֹל = bëkol (met al, met geheel) van het bijvoegl. naamw. כל = kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 5 . Bijbel (440) . Pentateuch (132) . Dt (43) . Dt 4 (2) : (1) Dt 4,7 . (2) Dt 4,29 . Dt 5 (1) : Dt 5,33 . Dt 6 (1) : Dt 6,5 . Dt 10 (1) : Dt 10,12 . Dt 11 (2) : (1) Dt 11,13 . (2) Dt 11,22 . Dt 26 (2) : (1) Dt 26,11 . (2) Dt 26,16 . Dt 30 (4) : (1) Dt 30,1 . (2) Dt 30,2 . (3) (Dt 30,6 . (4) Dt 30,10 .

Dt 4,8 - Dt 4,8 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [8] Of is er een andere grote natie die zulke volmaakte voorschriften en bepalingen heeft als de Wet die ik u heden* geef?  [8] En welk volk, hoe groot ook, heeft wetten en regels zo rechtvaardig als het onderricht dat ik u nu geef?  8 En welk groot volk is er met inzettingen en rechtsregels zo rechtvaardig als het geheel van deze Wet die ik heden geef aan uw aanschijn?    

King James Bible . And what nation is there so great, that hath statutes and judgments so righteous as all this law, which I set before you this day?
Luther-Bibel . 8 Und wo ist so ein großes Volk, das so gerechte Ordnungen und Gebote hat wie dies ganze Gesetz, das ich euch heute vorlege?

Tekstuitleg van Dt 4,8 . Dit vers Dt 4,8 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 63 (7 X 9) letters . De Getalswaarde van Dt 4,8 is 4014 (2 X 3 X 3 X 223) . Dt 4,7 - Dt 4,8 tellen 30 woorden . Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 tellen 70 woorden . Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 tellen 289 (17 X 17) letters .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

6. mann. mv. חֻקִים = chûqîm (bepalingen) van het zelfst. naamw. חֹק = choq (het vastgestelde, bepaald deel, taak , grens, doel, bestemde tijd) . Taalgebruik in Tenakh : choq (het vastgestelde, bepaald deel, taak , grens, doel, bestemde tijd) . Getalswaarde : chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 27 (3³) OF 108 (2² X 3³) . Structuur : 8 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (6) : (1) Dt 4,5 . (2) Dt 4,8 . (3) Dt 4,14 . (4) Ez 20,25 . (5) Mal 3,22 . (6) Neh 9,13 .

Dt 4,8.8. mann. mv. צַדִּיקִם = tsaddîqim (rechtvaardigen) van het zelfst. naamw. צַדִּיק = tsaddîq (rechtvaardige) . Zie : צֶדֶק = tsèdèq (rechtvaardig) . Taalgebruik in Tenakh : tsèdèq (rechtvaardig) . Getalswaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 41 OF 194 (2 X 97) . Structuur : 9 - 4 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (5) : (1) Gn 18,24 . (2) Gn 18,26 . (3) Dt 4,8 . (4) Dt 16,19 . (5) Ez 23,45 .

Dt 4,8.9. כְּכֹל / כְּכָל = këkol / këkhâl < kë + kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (122) . Pentateuch (35) . Eerdere Profeten (52) . Latere Profeten (15) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (20) . Dt (18) : (1) Dt 1,3 . (2) Dt 1,30 . (3) Dt 1,41 . (4) Dt 4,8 . (5) Dt 4,34 . (6) Dt 9,10 . (7) Dt 12,8 . (8) Dt 17,10 . (9) Dt 17,14 . (10) Dt 18,7 . (11) Dt 18,16 . (12) Dt 20,18 . (13) Dt 24,8 . (14) Dt 26,13 . (15) Dt 26,14 . (16) Dt 29,20 . (17) Dt 30,2 . (18) Dt 31,5 .

Dt 4,8.12. אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) OF persoonsnaam אָשֶׁר = ´âsjer (Aser) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalswaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Gn (307) . Ex (217) . Dt (397) . Dt 4 (29) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,2 . (3) Dt 4,3 . (4) Dt 4,5 . (5) Dt 4,6 . (6) Dt 4,7 . (7) Dt 4,8 . (8) Dt 4,9 . (9) Dt 4,10 . (10) Dt 4,13 . (11) Dt 4,14 . (12) Dt 4,17 . (13) Dt 4,18 . (14) Dt 4,19 . (15) Dt 4,21 . (16) Dt 4,23 . (17) Dt 4,26 . (18) Dt 4,27 . (19) Dt 4,28 . (20) Dt 4,31 . (21) Dt 4,32 . (22) Dt 4,34 . (23) Dt 4,40 . (24) Dt 4,42 . (25) Dt 4,44 . (26) Dt 4,45 . (27) Dt 4,46 . (28) Dt 4,47 . (29) Dt 4,48 .

Dt 4,8.13. אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalswaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Gn (47) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 . Lv (0) . Nu (5) . Dt (52) . Dt 4 (5) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,2 . (3) Dt 4,8 . (4) Dt 4,22 . (5) Dt 4,40 . Dt 5 (5) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 5,5 . (3) Dt 5,6 . (4) Dt 5,9 . (5) Dt 5,31 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,6 . Dt 11 (7) : (1) Dt 11,8 . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,26 . (5) Dt 11,27 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 11,32 .
- Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . De LXX gebruikt hier een hulpwerkwoord wat de Hebreeuwse tekst niet doet .
- Ned. : ik (Grieks e-g) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Fr. : je . D. : Ich . E. : I . Fr. : je . Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Hebreeuws : אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord . Eerste letter : Hebr. + Ar. : a ; Gr. + Lat. : e ; Ned. + D. + E. : i . Tweede letter . Hebr. 3de letter : kh ; Gr. + Lat. : g ; Ned. : k ; D. ch . ) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . In ´ânokhî lezen we ankh , het levenssymbool .

Dt 4,8.12. - 13. אֲשֶׁר אָנֹכִי = ´äsjèr ´ânokhî (die ik ) . Tenakh (68) . Ex (5) . Nu (1) . Dt (37) . Dt 4 (4) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,2 (2X) . (3) Dt 4,8 . (4) Dt 4,40 . Dt 5 (2) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 5,31 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,6 .

Dt 4,8.12. - 14. אֲשֶׁר אָנֹכִי נֹתֵן = ´äsjèr ´ânokhî nothen (dat ik gevende) . Tenakh (4) : (1) Dt 4,8 . (2) Dt 5,31 . (3) Dt 11,32 . (4) Joz 1,2 .

12. - 15.

- ´äsjèr ´ânokhî nothen lâhèm (dat ik gevende aan hen) . Tenakh (4) : (1) Dt 5,31 . (2) Joz 1,2 .
- ´äsjèr ´änî nothen lâhèm (dat ik gevende aan hen) . Tenakh (4) : (1) Lv 14,34 . (2) Lv 23,10 . (3) Lv 25,2 . (4) Nu 15,2 .


Dt 4,9 - Dt 4,9 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [9] Wees dus op uw hoede en zorg ervoor dat u niet vergeet wat u met eigen ogen gezien hebt. Laat dat uw leven lang niet uit uw gedachten gaan en geef het door aan uw kinderen en kleinkinderen:       

King James Bible .
Luther-Bibel . 9 Hüte dich nur und bewahre deine Seele gut, dass du nicht vergisst, was deine Augen gesehen haben, und dass es nicht aus deinem Herzen kommt dein ganzes Leben lang. Und du sollst deinen Kindern und Kindeskindern kundtun

Tekstuitleg van Dt 4,9 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

5. נַפְשְׁךָ = naphësjëkhâ (je ziel) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) . Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) . 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 . 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) . Structuur : 5 - 8 - 3 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (66) . Pentateuch (16) . Dt (12) : (1) Dt 4,9 . (2) Dt 4,29 . (3) Dt 6,5 . (4) Dt 10,12 . (5) Dt 12,15 . (6) Dt 12,20 . (7) Dt 12,21 . (8) Dt 14,26 . (9) Dt 26,16 . (10) Dt 30,2 . (11) (Dt 30,6 . (12) Dt 30,10 .

10. הַדְּבָרִים = haddëbhârîm (de woorden) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. דָבָר = dâbhâr (woord, daad) . Zie het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalswaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (132) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (35) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (15) . Gn (11) : (1) Gn 15,1 . (2) Gn 20,8 . (3) Gn 22,1 . (4) Gn 22,20 . (5) Gn 24,66 . (6) Gn 29,13 . (7) Gn 39,7 . (8) Gn 40,1 . (9) Gn 43,7 . (10) Gn 44,6 . (11) Gn 48,1 . Ex (12) : (1) Ex 4,15 . (2) Ex 4,30 . (3) Ex 18,19 . (4) Ex 19,6 . (5) Ex 19,7 . (6) Ex 20,1 . (7) Ex 24,3 . (8) Ex 24,8 . (9) Ex 34,1 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 35,1 . Dt (18) : (1) Dt 1,1 . (2) Dt 1,18 . (3) Dt 1,44 . (4) Dt 4,9 . (5) Dt 4,13 . (6) Dt 4,30 . (7) Dt 5,22 . (8) Dt 6,6 . (9) Dt 9,10 . (10) Dt 10,2 . (11) Dt 10,4 . (12) Dt 12,28 . (13) Dt 28,14 . (14) Dt 30,1 . (15) Dt 31,1 . (16) Dt 31,28 . (17) Dt 32,45 . (18) Dt 32,46 .

13. עֵינֶיך = `e(j)nè(j)khâ (jouw ogen) < stat. constr. mann. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. עַיִן = `ajin (oog, bron) . Stat. constr. עֵין = ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : `ajin (oog, bron) . De getalswaarde is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2³ X 5) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) . Structuur : 7 - 1 - 5 . Som van de elementen : 4 . Tenakh (62) . Pentateuch (15) . Dt (10) : (1) Dt 3,21 . (2) Dt 3,27 . (3) Dt 4,9 . (4) Dt 4,19 . (5) Dt 6,8 . (6) Dt 7,19 . (7) Dt 10,21 . (8) Dt 28,34 . (9) Dt 28,67 . (10) Dt 29,2 .
- עֵינֵיכֶם = `e(j)ne(j)khèm (jullie ogen) < zelfst. naamw. stat. construct. mann. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. mv. . Zie עַיִן = `ajin (oog, bron) . Stat. constr. עֵין = ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Jesaja : `ajin (oog, bron) . De Getalswaarde van ajin is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2³ X 5) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) . Structuur : 7 - 1 - 5 . Som van de elementen : 4 . Tenakh (14) . Pentateuch (7) : (1) Gn 3,5 . (2) Gn 45,12 . (3) Nu 15,39 . (4) Dt 4,3 . (5) Dt 11,7 . (6) Dt 11,18 . (7) Dt 14,1 .

21. לְבָנֶיךָ = lëbhânè(j)khâ (aan jouw zonen) < prefix voorzetsel lë + zelfst. naamw. stat. construct. mann. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie בֵּן / בִּן / בֶּן = ben / bin / bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalswaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . De som van de elementen is 7 . Tenakh (4) : (1) Ex 34,16 . (2) Dt 4,9 . (3) Dt 6,7 . (4) Ps 128,6 .
- 1. waw + sjëwa (Lettinga 12 , 2012 , 4e1) . De sjëwa staat onder de eerste consonant van een woord . 2. Hierop volgt een b . Deze is zacht , omdat er een sjëwa mobile aan voorafgaat (Lettinga 12 , 2012 , 5c) . 3. Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga (6) 13m) , bin werd ben . In gesloten lettergrepen zonder klemtoon is de uit de i ontstane e è geworden (Lettinga(6) 13n) , vandaar bèn . Volgens Joüon is het onregelmatige mv. moeilijk verklaarbaar ((Joüon 98 c) . mann. mv. בָּנִים = bânîm (zonen) . mann. mv stat construct. בְּנֵי = bëne(j) (zonen van) . Onmiddellijk vóór de hoofdklemtoon is de i of de daaruit ontstane e in open lettergreep deels vervluchtigd tot een sjewa (Lettinga 13 o) . 4. Hoe moet ךָ - uitgesproken worden ? Nu eens als kâ en dan als khâ ? De kaph van de suffixen ך? -, כֶם - , כֶן - is altijd fricatief , dus ook wanneer er geen vocaal aan voorafgaat . (Lettinga 12 , 2012 , 26b) . De klemtoon op de khä ligt enkel na een medeklinker . Hier is het een klinker en ligt de klemtoon op de voorgaande lettergreep .


Dt 4,10 - Dt 4,10 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
         [10] het was de dag dat u bij de Horeb voor de heer uw God hebt gestaan, omdat Hij mij gezegd had: “Breng het volk bijeen; Ik zal hen toespreken, zodat zij Mij leren vrezen, al de dagen dat zij op aarde leven, en zij ook hun kinderen leren dat te doen.”      

King James Bible .
Luther-Bibel . 10 den Tag, da du vor dem HERRN, deinem Gott, standest an dem Berge Horeb, als der HERR zu mir sagte: Versammle mir das Volk, dass sie meine Worte hören und so mich fürchten lernen alle Tage ihres Lebens auf Erden und ihre Kinder lehren.

Tekstuitleg van Dt 4,10 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

28. הָאֲדָמָה = hâ´ädâmâh de aarde) < bepaald lidw. + zelfst. naamw. אֲדָמָה = ´ädâmâh (aarde, grond) . Taalgebruik in Tenakh : ´ädâmâh (aarde, grond) . Getalswaarde : aleph = 1 , daleth = 4 , mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 23 OF 50 . Structuur : 1 - 4 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (110) . Pentateuch (64) . Eerdere Profeten (16) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (8) . Geschriften (5) . Gn (31) . Dt (22) : (1) Dt 4,10 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 5,16 . (4) Dt 6,15 . (5) Dt 7,6 . (6) Dt 7,13 . (7) Dt 11,9 . (8) Dt 11,21 . (9) Dt 12,1 . (10) Dt 14,2 . (11) Dt 25,15 . (12) Dt 26,2 . (13) Dt 26,10 . (14) Dt 26,15 . (15) Dt 28,11 . (16) Dt 28,21 . (17) Dt 28,63 . (18) Dt 30,18 . (19) Dt 30,20 . (20) Dt 31,13 . (21) Dt 31,20 . (22) Dt 32,47 .


Dt 4,11 - Dt 4,11 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [11] Op die dag bent u vlakbij de voet van de berg komen staan. De berg was een laaiende vuurzee, tot hoog aan de hemel, met duisternis en donkere wolken.        

King James Bible .
Luther-Bibel . 11 Da tratet ihr herzu und standet unten an dem Berge; der Berg aber stand in Flammen bis in den Himmel hinein, und da war Finsternis, Wolken und Dunkel.

Tekstuitleg van Dt 4,11 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

7. בָּאֵשׁ / בְּאֵשׁ = bë´esj / bâ´esj (in - het - vuur) < bë + (bepaald. lidw. ha) + אֵש = ´esj (vuur) . Taalgebruik in Tenakh : ´esj (vuur) . Getalswaarde : aleph = 1 ; sjin = 21 of 300 ; totaal : 22 (2 X 11) of 301 (7 X 43) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (128) . Pentateuch (35) . Eerdere Profeten (35) . Latere Profeten (35) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (16) . Niet in Gn . Ex (7) : (1) Ex 3,2 . (2) Ex 12,10 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 29,14 . (5) Ex 29,34 . (6) Ex 32,20 . (7) Ex 32,24 . Dt (11) : (1) Dt 1,33 . (2) Dt 4,11 . (3) Dt 5,23 . (4) Dt 7,5 . (5) Dt 7,25 . (6) Dt 9,15 . (7) Dt 9,21 . (8) Dt 12,3 . (9) Dt 12,31 . (10) Dt 13,17 . (11) Dt 18,10 . 2 K (9) : (1) 2 K 8,12 . (2) 2 K 16,3 . (3) 2 K 17,17 . (4) 2 K 17,31 . (5) 2 K 19,18 . (6) 2 K 21,6 . (7) 2 K 23,10 . (8) 2 K 23,11 . (9) 2 K 25,9 .

12. `ânân (wolk) . Taalgebruik in Tenach : `ânân (wolk) . Zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . MT (26) (dit is de Getalswaarde van de naam JHWH) . Getalswaarde van `ânân (wolk) : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 ; totaal 44 (2 X 2 X 11) of 170 (10 X 17) ; 17 is de Getalswaarde van kabhod (heerlijkheid . Gr. nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in de Septuaginta : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in het N.T. : nefelè (nevel, wolk) . Lat. nubis . Fr. la nuée . E. cloud . D. Wolke . In acht verzen in de Pentateuch : (1) Gn 9,14 . In twee verzen in Ex (Exodus) : (1) Ex 13,21 . (2) Ex 40,38 (`ânân JHWH = de wolk van JHWH) . Verder : (4) Lv 16,13 . (5) Nu 12,5 . (6) Nu 14,14 . (7) Dt 4,11 . (8) Dt 31,15 .

Dt 4,12 - Dt 4,12 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [12] En uit het vuur heeft de heer uw God tot u gesproken. U hebt toen wel zijn woorden gehoord, maar geen gestalte gezien. Er was alleen maar een stem.        

King James Bible .
Luther-Bibel . 12 Und der HERR redete mit euch mitten aus dem Feuer. Seine Worte hörtet ihr, aber ihr saht keine Gestalt, nur eine Stimme war da.

Tekstuitleg van

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
Dt 4,13 - Dt 4,13 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [13] De heer heeft u toen zijn verbond geopenbaard en u bevolen om het uit te voeren: de tien* geboden die Hij toen op twee stenen platen heeft gegrift.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 13 Und er verkündigte euch seinen Bund, den er euch gebot zu halten, nämlich die Zehn Worte, und schrieb sie auf zwei steinerne Tafeln.

Tekstuitleg van Dt 4,13 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

Dt 4,13.4. בְרִיתוֹ = bërîthô (zijn verbond) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . בְרִית = bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenakh : bërîth (verbond) . Getalswaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , taw = 22 of 400 ; totaal : 54 (2 X 3³) of 612 (2² X 3² X 17) . Structuur : 2 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (17) : (1) Ex 2,24 (in combinatie met זָכַר = zâkhar : gedenken) . (2) Dt 4,13 . (3) Dt 8,18 . (4) Dt 17,2 . (5) 2 K 13,23 . (6) 2 K 17,15 . (7) 2 K 18,12 . (8) Ez 17,14 . (9) Ez 17,16 . (10) Ps 25,10 . (11) Ps 55,21 . (12) Ps 103,18 . (13) Ps 105,8 . (14) Ps 106,45 . (15) Ps 111,5 . (16) Ps 111,9 . (17) 1 Kr 16,15 .
- בְּרִית = bërîth (verbond) < birîth . (Lettinga 12 , 2012 , 4e1 . De sëwa staat onder de eerste consonant van een woord .
- Ned. : testamment , verbond . D. : Bund . E. : covenant . Fr. : alliance . Grieks : διαθηκη = diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . Hebreeuws : בְרִית = bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenakh : bërîth (verbond) . Lat. : foedus (zie b.v. federaal) , testamentum .

Dt 4,13.3. - 4. אֶת בְרִיתוֹ = ´èth bërîthô (zijn verbond) . Tenakh (6) : (1) Ex 2,24 (in combinatie met זָכַר = zâkhar : gedenken) . (2) Dt 4,13 . (3) Dt 8,18 . (4) 2 K 18,12 . (5) Ez 17,14 . (6) Ez 17,16 .

Dt 4,13.3. - 5. אֶת בְרִיתוֹ אֲשֶׁר = ´èth bërîthô ´äsjèr (zijn verbond dat) . Tenakh (6) : (1) Dt 4,13 . (2) Dt 8,18 .

Dt 4,13.9. עֲשֶׂרֶת = `äshèrèth (tien) . Zie : עָשַׂר = `âshâr (tien) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâr (tien) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 570 (2 X 3 X 5 X 19) . Structuur : 7 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (35) . Pentateuch (9) . Eerdere Profeten (9) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (9) . Gn (9) : (1) Gn 31,7 . (2) Gn 31,41 . (3) Ex 18,21 . (4) Ex 18,25 . (5) Ex 34,28 . (6) Lv 27,5 . (7) Dt 1,15 . (8) Dt 4,13 . (9) Dt 10,4 . Re (5) : (1) Re 1,4 . (2) Re 4,6 . (3) Re 4,10 . (4) Re 17,10 . (5) Re 20,34 .

Dt 4,13.9. - 10. עֲשֶׂרֶת הַדְּבָרִים = ´äshèrèth haddëbhärîm (tien woorden) . Tenakh (3) : (1) Ex 34,28 . (2) Dt 4,13 . (3) Dt 10,4 .



Dt 4,14 - Dt 4,14 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [14] En mij heeft de heer in die tijd bevolen u te onderrichten in de voorschriften en bepalingen die u moet volbrengen in het land dat u aan de overkant in bezit gaat nemen.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 14 Und der HERR gebot mir zur selben Zeit, euch Gebote und Rechte zu lehren, dass ihr danach tun sollt in dem Lande, in das ihr zieht, es einzunehmen.

Tekstuitleg van Dt 4,14 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

8. mann. mv. חֻקִים = chûqîm (bepalingen) van het zelfst. naamw. חֹק = choq (het vastgestelde, bepaald deel, taak , grens, doel, bestemde tijd) . Taalgebruik in Tenakh : choq (het vastgestelde, bepaald deel, taak , grens, doel, bestemde tijd) . Getalswaarde : chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 27 (3³) OF 108 (2² X 3³) . Structuur : 8 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (6) : (1) Dt 4,5 . (2) Dt 4,8 . (3) Dt 4,14 . (4) Ez 20,25 . (5) Mal 3,22 . (6) Neh 9,13 .


Dt 4,15 - Dt 4,15 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [15] Omdat u geen gestalte gezien hebt toen de heer u bij de Horeb uit het vuur heeft toegesproken, moet u zorgen        

King James Bible .
Luther-Bibel . 15 So hütet euch nun wohl – denn ihr habt keine Gestalt gesehen an dem Tage, da der HERR mit euch redete aus dem Feuer auf dem Berge Horeb –,

Tekstuitleg van

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
Dt 4,16 - Dt 4,16 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [16] dat u niet zondigt door beelden* te maken van welke gestalte dan ook, of het nu de vorm van een man of een vrouw is,        

King James Bible .
Luther-Bibel . 16 dass ihr euch nicht versündigt und euch irgendein Bildnis macht, das gleich sei einem Mann oder einer Frau,

Tekstuitleg van

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
Dt 4,17 - Dt 4,17 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [17] de vorm van een dier dat op het land leeft, de vorm van een vogel die langs de hemel vliegt,       

King James Bible .
Luther-Bibel . 17 einem Tier auf dem Land oder Vogel unter dem Himmel,

Tekstuitleg van

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
Dt 4,18 - Dt 4,18 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [18] de vorm van een of ander kruipend gedierte of de vorm van een vis die in het water onder de aarde leeft.        

King James Bible .
Luther-Bibel . 18 dem Gewürm auf der Erde oder einem Fisch im Wasser unter der Erde.

Tekstuitleg van

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
Dt 4,19 - Dt 4,19 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [19] En* als u uw ogen naar de hemel heft en daar de zon, de maan, de sterren of een ander hemellichaam ziet, laat u dan niet ertoe verleiden voor hen te buigen en hen te dienen. De heer uw God heeft hen toebedeeld aan de andere volken onder de hemel.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 19 Hebe auch nicht deine Augen auf gen Himmel, dass du die Sonne sehest und den Mond und die Sterne, das ganze Heer des Himmels, und fallest ab und betest sie an und dienest ihnen. Denn der HERR, dein Gott, hat sie zugewiesen allen andern Völkern unter dem ganzen Himmel;

Tekstuitleg van

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

11. הַכּוֹכָבִם = hakkôkhâbhîm (de sterren) < prefix bepaald lidwoord ha + zelfst. naamw. mann. mv. . Zie כוֹכָב = kôkhâbh (ster) . Taalgebruik in Tenakh : kôkhâbh (ster) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 ; waw = 6 , beth = 2 . Totaal : 30 (5 X 6) OF 48 (2² X 2² X 3) . Structuur : 2 - 6 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (6) : (1) Gn 1,16 . (2) Gn 15,5 . (3) Dt 4,19 . (4) Re 5,20 . (5) Da 8,10 . (6) Neh 4,15 .

Dt 4,20 - Dt 4,20 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [20] Maar de heer heeft u uitgekozen* en uit Egypte, die ijzeroven, geleid om zijn eigen volk te zijn, zoals u heden bent.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 20 euch aber hat der HERR angenommen und aus dem glühenden Ofen, nämlich aus Ägypten, geführt, dass ihr das Volk sein sollt, das allein ihm gehört, wie ihr es jetzt seid.

Tekstuitleg van Dt 4,20 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

Dt 4,20.4. וַיּוֹצֵא = wajjôtse´ (en hij deed uitgaan) < waw consec. + werkw.vorm act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. (jiqtol) van het werkw. יָצַא = jâtsa´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Getalswaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 29 (priemgetal) OF 101 (priemgetal) . Structuur : 1 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (11) : (1) Gn 15,5 . (2) Gn 24,53 . (3) Gn 43,23 . (4) Gn 48,12 . (5) Ex 19,17 . (6) Re 6,19 . (7) 2 K 24,13 . (8) Jr 10,13 . (9) Jr 50,25 . (10) Ps 136,11 . (11) 2 Kr 23,14 .
- וַיּוֹצִא = wajjôtsi´ (en hij deed uitgaan) < waw consec. + werkw.vorm act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. (jiqtol) van het werkw. יָצַא = jâtsa´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Getalswaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 29 (priemgetal) OF 101 (priemgetal) . Structuur : 1 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (4) : (1) Dt 4,20 . (2) 2 K 11,12 . (3) Ps 78,16 . (4) Ps 105,43 .
- Een vorm van יָצַא = jâtsa´ . Tenakh (1046) .
- Grieks . act. ind. aor. 3de pers. enk. εξηγαγεν = exègagen (hij leidde uit) van het werkw. εξαγω = exagô (uitleiden, naar buiten leiden) < ex (uit) + agô (leiden, voeren) . Taalgebruik in het NT : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in de LXX : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Bijbel (67) . OT (62) . Pentateuch (30) . Gn (6) : (1) Gn 1,21 . (2) Gn 11,31 . (3) Gn 15,5 . (4) Gn 20,13 . (5) Gn 43,23 . (6) Gn 49,12 . Ex (12) : (1) Ex 12,51 . (2) Ex 13,3 . (3) Ex 13,9 . (4) Ex 13,14 . (5) Ex 13,16 . (6) Ex 16,6 . (7) Ex 16,32 . (8) Ex 18,1 . (9) Ex 19,17 . (10) Ex 32,1 . (11) Ex 32,12 . (12) Ex 32,23 . Nu (1) : Nu 20,16 . Dt (11) : (1) Dt 1,27 . (2) Dt 4,20 . (3) Dt 4,37 . (4) Dt 5,15 . (5) Dt 6,21 . (6) Dt 6,23 . (7) Dt 7,8 . (8) Dt 7,19 . (9) Dt 9,28 . (10) Dt 26,8 . (11) Dt 29,24 . NT (5) : (1) Lc 24,50 . (2) Hnd 7,36 . (3) Hnd 7,40 . (4) Hnd 12,17 . (5) Hnd 13,17 . Een vorm van exagô (uitleiden, naar buiten leiden) in de LXX (221) , in het NT (12) . Syn. (2) . Ev. (3) . Lc (1) Lc 24,50 . Dit is de enigste vorm in Lc .
- Latijn . eduxitque < werkwoordvorm act. ind. perf. 3de pers. enk. eduxit (hij leidde uit) + suffix -que (en hij leidde uit) van educere (uitleiden) . Bijbel (4) : (1) Gn 15,5 . (2) Gn 43,23 . (3) Dt 4,37 . (4) Dt 7,8 . eduxit (hij leidde uit) . Bijbel (81) . OT (73) . Pentateuch (26) . Gn (2) : (1) Gn 11,31 . (2) Gn 20,13 . Ex (8) : (1) Ex 12,42 . (2) Ex 12,51 . (3) Ex 13,3 . (4) Ex 13,9 . (5) Ex 13,14 . (6) Ex 32,1 . (7) Ex 32,12 . (8) Ex 32,23 . Nu (2) : (1) Nu 23,22 . (2) Nu 24,8 . Dt (14) : (1) Dt 1,27 . (2) Dt 4,20 . (3) Dt 6,13 . (4) Dt 6,21 . (5) Dt 6,23 . (6) Dt 8,14 . (7) Dt 8,15 . (8) Dt 9,28 . (9) Dt 13,6 . (10) Dt 13,11 . (11) Dt 16,1 . (12) Dt 20,1 . (13) Dt 26,8 . (14) Dt 29,24 . NT (8) : (1) Mc 8,23 . (2) Lc 24,50 . (3) Joh 18,10 . (4) Hnd 7,36 . (5) Hnd 7,40 . (6) Hnd 13,17 . (7) Hnd 13,23 . (8) Heb 13,20 .

Dt 4,20.8. מִמִּצְרָיִם / מִמִּצְרַיִם = mimmitsërajim / mimmitsërâjim (uit Egypte) < min + מִצְרָיִם / מִצְרַיִם = mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Ex : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Js : mitsërajim (Egypte) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 - 9 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (89) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (25) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (10) . Ex (16) : (1) Ex 3,10 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 6,27 . (5) Ex 12,35 . (6) Ex 12,39 . (7) Ex 13,3 . (8) Ex 13,8 . (9) Ex 13,9 . (10) Ex 13,14 . (11) Ex 13,16 . (12) Ex 14,11 . (13) Ex 17,3 . (14) Ex 18,1 . (15) Ex 23,15 . (16) Ex 34,18 . Dt (13) : (1) Dt 4,20 . (2) Dt 4,37 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . (5) Dt 6,21 . (6) Dt 9,12 . (7) Dt 9,26 . (8) Dt 16,1 . (9) Dt 16,6 . (10) Dt 23,5 . (11) Dt 24,9 . (12) Dt 25,17 . (13) Dt 26,8 .

Dt 4,20.9. - 11. lîhëjôth lô lë`am : om te zijn voor hem tot volk . In vier verzen in de bijbel : (1) Dt 4,20 . (2) Dt 7,6 . (3) Dt 14,2 . (4) Dt 26,18 .

Dt 4,21 - Dt 4,21 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [21] Omdat de heer door uw schuld kwaad op mij was, heeft Hij gezworen dat ik de Jordaan niet zal oversteken en niet zal binnengaan in het heerlijke land dat de heer uw God u in bezit geeft.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 21 Und der HERR war so erzürnt über mich um eures Tuns willen, dass er schwor, ich sollte nicht über den Jordan gehen noch in das gute Land kommen, das dir der HERR, dein Gott, zum Erbteil geben wird,

Tekstuitleg van

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

14. הָאָרֶץ = hâ´ârèts (de aarde) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw אֶרֶץ = ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Getalswaarde : aleph = 1 , resj = 22 of 200 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 291 (3 X 97) . Structuur : 1 - 3 - 9 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (851) . Pentateuch (316) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (215) . 12 Kleine Profeten (53) . Geschriften (135) . Dt 77 . Dt 4 (8) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,5 . (3) Dt 4,21 . (4) Dt 4,22 . (5) Dt 4,26 . (6) Dt 4,32 . (7) Dt 4,36 . (8) Dt 4,39 .
- וְהָאָרֶץ = wëhâ´ârèts (en de aarde) < prefix voegwoord wë + bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. אֶרֶץ =´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Getalswaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , tsade = 18 of 90 ; 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 291 (3 X 97) . Structuur : 1 - 3 - 9 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (38) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (7) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (4) . Dt (2) : (1) Dt 11,11 . (2) Dt 28,23 .
- Ned. aarde . Arabisch : أَرْض = ´arD (aarde) . Taalgebruik in de Qoran : ´arD (aarde) . D. : Welt . E. : earth . Fr. : terre . Grieks : γη = gè (aarde, land) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Hebreeuws : אֶרֶץ = ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Lat. : terra .

13. - 14. הָאָרֶץ אֶל = ´èl hâ´ârèts (naar het land). Tenakh (53) . Pentateuch (38) . Gn (3) . Ex (3) . Lv (3) . Nu (12) . Dt (17) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Gn (3) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 24,5 . (3) Gn 50,24 . Lv (3) : (1) Lv 19,23 . (2) Lv 23,10 . (3) Lv 25,2 . Dt (17) : (1) Dt 2,29 . (2) Dt 4,21 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 7,1 . (5) Dt 9,28 . (6) Dt 11,29 . (7) Dt 17,14 . (8) Dt 18,9 . (9) Dt 26,1 . (10) Dt 26,3 . (11) Dt 27,2 . (12) Dt 27,3 . (13) Dt 30,5 . (14) Dt 31,7 . (15) Dt 31,21 . (16) Dt 31,23 . (17) Dt 32,52 . Eerdere Profeten (3) : (1) Joz 1,2 . (2) Re 2,1 . (3) 2 K 8,1 .

13. - 15. אֲשֶׁר הָאָרֶץ אֶל = ´èl hâ´ârèts ´äsjèr (naar het land dat) . Tenakh (40/54) . Pentateuch (33) . Gn (3) . Ex (3) . Lv (2) . Nu (9) .

Dt (16) : (1) Dt 2,29 . (2) Dt 4,21 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 7,1 . (5) Dt 9,28 . (6) Dt 11,29 . (7) Dt 17,14 . (8) Dt 18,9 . (9) Dt 26,1 . (10) Dt 26,3 . (11) Dt 27,2 . (12) Dt 27,3 . (13) Dt 30,5 . (14) Dt 31,7 . (15) Dt 31,21 . (16) Dt 31,23 . (17) Dt 32,52 . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Gn (3) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 24,5 . (3) Gn 50,24 . Lv (2) : (1) Lv 23,10 . (2) Lv 25,2 . Eerdere Profeten (2) : (1) Joz 1,2 . (2) Re 2,1 .

17. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 4 (22) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,2 . (3) Dt 4,3 . (4) Dt 4,5 . (5) Dt 4,10 . (6) Dt 4,12 . (7) Dt 4,14 . (8) Dt 4,15 . (9) Dt 4,19 . (10) Dt 4,20 . (11) Dt 4,21 . (12) Dt 4,23 . (13) Dt 4,24 . (14) Dt 4,25 . (15) Dt 4,27 . (16) Dt 4,29 . (17) Dt 4,30 . (18) Dt 4,31 . (19) Dt 4,34 . (20) Dt 4,35 . (21) Dt 4,39 . (22) Dt 4,40 . De stam יהוה = JHWH komt voor in Tenakh (9743) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 4
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3  
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 22
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 5  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45 0  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

16.-17.אֲשֶׁר יהוה = ´äsjèr JHWH (die/dat JHWH) . Tenakh (47) . Ex (1) : Ex 20,12 . Dt (40) : 0) : (1) Dt 1,20 . (2) Dt 1,25 . (3) Dt 2,29 . (4) Dt 3,20 . (5) Dt 4,1 . (6) Dt 4,21 . (7) Dt 4,40 . (8) Dt 5,16 . (9) Dt 7,16 . (10) Dt 8,20 . (11) Dt 11,12 . (12) Dt 11,17 . (13) Dt 11,31 . (14) Dt 12,9 . (15) Dt 12,10 . (16) Dt 13,13 . (17) Dt 15,4 . (18) Dt 15,7 . (19) Dt 16,5 . (20) Dt 16,18 . (21) Dt 16,20 . (22) Dt 17,2 . (23) Dt 17,14 . (24) Dt 18,9 . (25) Dt 19,1 . (26) Dt 19,2 . (27) Dt 19,10 . (28) Dt 19,14 . (29) Dt 20,16 . (30) Dt 21,1 . (31) Dt 21,23 . (32) Dt 24,4 . (33) Dt 25,15 . (34) Dt 25,19 . (35) Dt 26,1 . (36) Dt 26,2 . (37) Dt 27,2 . (38) Dt 27,3 . (39) Dt 28,8 . (40) Dt 29,11 .

18. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . (231) . Gn (2) : (1) Gn 27,20 . (2) Gn 31,32 . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 4 (11) : (1) Dt 4,3 . (2) Dt 4,10 . (3) Dt 4,19 . (4) Dt 4,21 . (5) Dt 4,23 . (6) Dt 4,24 . (7) Dt 4,25 . (8) Dt 4,29 . (9) Dt 4,30 . (10) Dt 4,31 . (11) Dt 4,40 . De stam אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) komt voor in Tenakh (2658) .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 5 7
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45 0 2
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4 7
JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) 123 74         0 4 26 4 40 0 2

17. - 18. יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = JHWH ´êlohè(j)khâ (JHWH, je God) . Tenakh (231) . Gn (1) : Gn 27,20 . Ex (8) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 23,19 . (7) Ex 34,24 . (8) Ex 34,26 . Dt (116) . Dt 4 (11) : (1) Dt 4,3 . (2) Dt 4,10 . (3) Dt 4,19 . (4) Dt 4,21 . (5) Dt 4,23 . (6) Dt 4,24 . (7) Dt 4,25 . (8) Dt 4,29 . (9) Dt 4,30 . (10) Dt 4,31 . (11) Dt 4,40 .
- יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם = JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) . Tenakh (123) . Pentateuch (74) . Gn (0) . Ex (4) . Lv (26) . Nu (4) . Dt (40) .

16. - 18. אֲשֶׁר יהוה אֱלֹהֶיךָ = ´äsjèr JHWH ´êlohè(j)khâ (die/dat JHWH, jouw God) . Tenakh (32) . Ex (1) : Ex 20,12 . Dt (31) .

18. - 19. ´êlohe(j)khâ nothen (jouw God gevende) . Tenakh (31) : (1) Ex 20,12 . (2) Dt 4,21 . (3) Dt 4,40 . (4) Dt 5,16 . (5) Dt 7,16 . (6) Dt 9,6 . (7) Dt 12,9 . (8) Dt 13,13 . (9) Dt 15,4 . (10) Dt 15,7 . (11) Dt 16,5 . (12) Dt 16,18 . (13) Dt 16,20 . (14) Dt 17,2 . (15) Dt 17,14 . (16) Dt 18,9 . (17) Dt 19,1 . (18) Dt 19,2 . (19) Dt 19,10 . (20) Dt 19,14 . (21) Dt 20,16 . (22) Dt 21,1 . (23) Dt 21,23 . (24) Dt 24,4 . (25) Dt 25,15 . (26) Dt 25,19 . (27) Dt 26,1 . (28) Dt 26,2 . (29) Dt 27,2 . (30) Dt 27,3 . (31) Dt 28,8 .

16. - 19. אֲשֶׁר יהוה אֱלֹהֶיךָ נֹתֵן = ´äsjèr JHWH ´êlohè(j)khâ nothen (die/dat JHWH, jouw God gevende) . Tenakh (30) . Ex (1) : Ex 20,12 . Dt (29) .

20. l-kh (lâkh of lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalswaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) . Dt (121) . Dt

19. - 20. nothen lâkh (je gevende) . Tenakh (14) : (1) Ex 20,12 . (2) Dt 5,16 . (3) Dt 7,16 . (4) Dt 12,9 . (5) Dt 15,7 . (6) Dt 16,5 . (7) Dt 16,20 . (8) Dt 17,2 . (9) Dt 17,14 . (10) Dt 18,9 . (11) Dt 25,15 . (12) Dt 26,2 . (13) Dt 27,2 . (14) Dt 28,8 .

17. - 20. JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lâkh (JHWH je God je gevende) . Tenakh (14) : (1) Ex 20,12 . (2) Dt 5,16 . (3) Dt 7,16 . (4) Dt 12,9 . (5) Dt 15,7 . (6) Dt 16,5 . (7) Dt 16,20 . (8) Dt 17,2 . (9) Dt 17,14 . (10) Dt 18,9 . (11) Dt 25,15 . (12) Dt 26,2 . (13) Dt 27,2 . (14) Dt 28,8 .
- JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lëkhâ (JHWH je God je gevende) . Tenakh (17) : (1) Dt 4,21 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 9,6 . (4) Dt 13,13 . (5) Dt 15,4 . (6) Dt 16,18 . (7) Dt 19,1 . (8) Dt 19,2 . (9) Dt 19,10 . (10) Dt 19,14 . (11) Dt 20,16 . (12) Dt 21,1 . (13) Dt 21,23 . (14) Dt 24,4 . (15) Dt 25,19 . (16) Dt 26,1 . (17) Dt 27,3 .

16. - 20. ´èl hâ´ârèts ´äsjèr JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lëkhâ (naar het land dat JHWH je God aan je gevende) . Tenakh (3) : (1) Dt 4,21 (´èl hâ´ârèts hattôbâh ´äsjèr = naar het goede land dat) . (2) Dt 26,1 . (3) Dt 27,3 .
- ´èl hâ´ârèts ´äsjèr JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lâkh (naar het land dat JHWH je God aan je gevende) . Tenakh (2) : (1) Dt 17,14 . (2) Dt 18,9 .


Dt 4,22 - Dt 4,22 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [22] Ik zal dus hier in dit land sterven zonder de Jordaan over te steken. Maar u zult oversteken en bezit nemen van dat heerlijke land.        

King James Bible .
Luther-Bibel . 22 sondern ich muss in diesem Lande sterben und werde nicht über den Jordan gehen. Ihr aber werdet hinübergehen und dies gute Land einnehmen.

Tekstuitleg van

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
Dt 4,23 - Dt 4,23 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [23] Zorg dat u dan het verbond niet vergeet dat de heer uw God met u gesloten heeft, en dat u zijn verbod niet overtreedt door beelden te maken, van wat dan ook.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 23 So hütet euch nun, dass ihr den Bund des HERRN, eures Gottes, nicht vergesst, den er mit euch geschlossen hat, und nicht ein Bildnis macht von irgendeiner Gestalt, wie es der HERR, dein Gott, geboten hat.

Tekstuitleg van Dt 4,23 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

Dt 4,24 - Dt 4,24 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [24] Want de heer uw God is een verslindend vuur, een jaloerse* God.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 24 Denn der HERR, dein Gott, ist ein verzehrendes Feuer und ein eifernder Gott.

Tekstuitleg van Dt 4,24 .

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

Dt 4,24.1. כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Dt : kî (want, omdat) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) . Dt (235) . Dt 4 (14) : (1) Dt 4,3 . (2) Dt 4,6 . (3) Dt 4,7 . (4) Dt 4,15 . (5) Dt 4,22 . (6) Dt 4,24 . (7) Dt 4,25 . (8) Dt 4,26 . (9) Dt 4,29 . (10) Dt 4,31 . (11) Dt 4,32 . (12) Dt 4,35 . (13) Dt 4,37 . (14) Dt 4,39 .
- כִּי = kî (want, omdat) < een woord met 1 medeklinker . De lange î is î gebleven omdat het een proclitisch woord is . Proclitisch wil zeggen dat een eenlettergrepig onbeklemtoond woord wordt gehecht aan het volgende (Lettinga(6) 13d) .
- Grieks . γαρ = gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Taalgebruik in de LXX : gar (want) . OF : ὁτι = hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in NT : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in de Septuaginta : hoti (dat, omdat) . Bijbel (4396) . NT (1183) .
- Ned. : want . D. : denn . Fr. : car . Grieks : γαρ = gar (want) . Taalgebruik in het NT : gar (want) . Hebreeuws : כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Lat. : enim .

Dt 4,24.2. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 4 (22) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,2 . (3) Dt 4,3 . (4) Dt 4,5 . (5) Dt 4,10 . (6) Dt 4,12 . (7) Dt 4,14 . (8) Dt 4,15 . (9) Dt 4,19 . (10) Dt 4,20 . (11) Dt 4,21 . (12) Dt 4,23 . (13) Dt 4,24 . (14) Dt 4,25 . (15) Dt 4,27 . (16) Dt 4,29 . (17) Dt 4,30 . (18) Dt 4,31 . (19) Dt 4,34 . (20) Dt 4,35 . (21) Dt 4,39 . (22) Dt 4,40 . De stam יהוה = JHWH komt voor in Tenakh (9743) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 4
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3  
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 22
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 5  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45 0  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 4,24.1. - 2. כִּי יְהוָה = kî JHWH (want JHWH) . Tenakh (78) . Dt 4 (3) : (1) Dt 4,24 . (2) Dt 4,35 . (3) Dt 4,39 .

Dt 4,24.3. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . (231) . Gn (2) : (1) Gn 27,20 . (2) Gn 31,32 . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 4 (11) : (1) Dt 4,3 . (2) Dt 4,10 . (3) Dt 4,19 . (4) Dt 4,21 . (5) Dt 4,23 . (6) Dt 4,24 . (7) Dt 4,25 . (8) Dt 4,29 . (9) Dt 4,30 . (10) Dt 4,31 . (11) Dt 4,40 . De stam אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) komt voor in Tenakh (2658) .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 5 7
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45 0 2
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4 7
JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) 123 74         0 4 26 4 40 0 2

Dt 4,24.2. - 3. יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = JHWH ´êlohè(j)khâ (JHWH, je God) . Tenakh (231) . Gn (1) : Gn 27,20 . Ex (8) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 23,19 . (7) Ex 34,24 . (8) Ex 34,26 . Dt (116) . Dt 4 (11) : (1) Dt 4,3 . (2) Dt 4,10 . (3) Dt 4,19 . (4) Dt 4,21 . (5) Dt 4,23 . (6) Dt 4,24 . (7) Dt 4,25 . (8) Dt 4,29 . (9) Dt 4,30 . (10) Dt 4,31 . (11) Dt 4,40 .
- יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם = JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) . Tenakh (123) . Pentateuch (74) . Gn (0) . Ex (4) . Lv (26) . Nu (4) . Dt (40) .

Dt 4,24.1. - 3. כִּי יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = kî JHWH ´êlohè(j)khâ (want JHWH, je God) . Tenakh (10) : (1) Dt 2,7 . (2) Dt 4,24 . (3) Dt 7,9 . (4) Dt 7,21 . (5) Dt 8,7 . (6) Dt 9,3 . (7) Dt 15,6 . (8) Dt 20,1 . (9) Dt 23,15 . (10) Dt 31,6 .

Dt 4,24.4. אֵש = ´esj (vuur) . Taalgebruik in Tenakh : ´esj (vuur) . Getalswaarde : aleph = 1 ; sjin = 21 of 300 ; totaal : 22 (2 X 11) of 301 (7 X 43) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (144) . Pentateuch (30) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (53) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (30) . Taalgebruik in Amos : ´esj (vuur) . Gn (1) : Gn 15,17 . Ex (8) : (1) Ex 3,2 . (2) Ex 9,23 . (3) Ex 12,8 . (4) Ex 12,9 . (5) Ex 13,21 . (6) Ex 14,24 . (7) Ex 22,5 . (8) Ex 35,3 . Dt (3) : (1) Dt 4,24 . (2) Dt 9,3 . (3) Dt 32,22 .
- πυρ = pur (vuur) . Taalgebruik in het NT : pur (vuur) . Taalgebruik in de Septuaginta : pur (vuur) . Taalgebruik in Lc : pur (vuur) . Taalgebruik in Hnd : pur (vuur) . Een vorm van πυρ = pur (vuur) in het NT (71) , in de LXX (540) .
- Ned. : vuur (Grieks : πυρ = pur ; p - ph = f ; b - bh = v ; f - v) . Arabisch : zie licht . D. : Feuer . E. : fire . Fr. : feu . Grieks : πυρ = pur (vuur) . Taalgebruik in het NT : pur (vuur) . Hebreeuws : אֵש = ´esj (vuur) . Taalgebruik in Tenakh : ´esj (vuur) . Lat. : ignis .
- In de Westerse filosofie bestaat de fysieke wereld uit 4 basiselementen : aarde , water , lucht en vuur . In het Hebreeuws beginnen 3 van de 4 elementen met een aleph . De aleph duidt een begin aan .
- Bibliografie . -- Grad A.-D. , La Kabbale du feu , Paris , Dervy-livres , 1985 .

Dt 4,24.5. act. qal part. vr. enk אֹכְלָה = ´okhëlâh (verslindende) van het werkw. אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . De Getalswaarde van אָכַל = ´âkhal (eten) is : aleph = 1 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 24 (2³ X 3) of 51 (3 X 17) . Structuur : 1 - 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . ´kl : Tenakh (28) . Pentateuch (6) : (1) Gn 24,45 . (2) Nu 21,28 . (3) Dt 4,24 . (4) Dt 9,3 . (5) Dt 12,20 . (6) Dt 32,22 . Een vorm van אָכַל = ´âkhal (eten) in Tenakh (683) . In de LXX zijn vele (werk)woorden de vertaling van אָכַל = ´âkhal (eten) .

Dt 4,24.4. - 5. אֵש אֹכְלָה = ´esj ´okhëlâh (vuur verslindende) . Tenakh (4) : (1) Dt 4,24 . (2) Dt 9,3 . (3) Jl 1,19 . (4) Jl 2,5 .


Dt 4,25 - Dt 4,25 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
       
[25] Als u kinderen en kleinkinderen hebt gekregen en ingeburgerd bent in het land, en dan zondigt door beelden te maken in welke vorm dan ook, door te doen wat de heer uw God mishaagt, zodat u zijn toorn opwekt,  
     

King James Bible .
Luther-Bibel . 25 Wenn ihr nun Kinder zeugt und Kindeskinder und im Lande wohnt und versündigt euch und macht euch Bildnisse von irgendeiner Gestalt, sodass ihr übel tut vor dem HERRN, eurem Gott, und ihn erzürnt,

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 
Dt 4,26 - Dt 4,26 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [26] dan roep ik heden de hemel en de aarde op als getuigen tegen u, zodat u wordt weggerukt uit het land dat u aan de overkant van de Jordaan in bezit gaat nemen. In plaats van daar lang te leven, zult u volledig worden uitgeroeid.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 26 so rufe ich heute Himmel und Erde zu Zeugen über euch, dass ihr bald weggerafft werdet aus dem Lande, in das ihr geht über den Jordan, um es einzunehmen. Ihr werdet nicht lange darin bleiben, sondern werdet vertilgt werden.

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 
Dt 4,27 - Dt 4,27 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [27] De heer zal u verspreiden onder de volken, en slechts een klein* aantal van u zal overblijven onder de volken waar de heer u naartoe brengt       

King James Bible .
Luther-Bibel . 27 Und der HERR wird euch zerstreuen unter die Völker, und es wird von euch nur eine geringe Zahl übrig bleiben unter den Heiden, zu denen euch der HERR wegführen wird.

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 
Dt 4,28 - Dt 4,28 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        . [28] Daar zult u goden kunnen vereren, maaksels van mensenhanden, van hout en van steen, die niet zien of horen, niet eten of ruiken.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 28 Dort wirst du dienen den Götzen, die das Werk von Menschenhänden sind, Holz und Stein, die weder sehen noch hören noch essen noch riechen können.

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 
Dt 4,29 - Dt 4,29 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [29] Maar zoekt u daar de heer uw God weer, dan zult u Hem vinden, als u Hem tenminste zoekt met heel uw hart en heel uw ziel.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 29 Wenn du aber dort den HERRN, deinen Gott, suchen wirst, so wirst du ihn finden, wenn du ihn von ganzem Herzen und von ganzer Seele suchen wirst.

Tekstuitleg van Dt 4,29 .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 

3. - 5.

Dt 4,29.9. בְכֹל = bëkol (met al, met geheel) van het bijvoegl. naamw. כל = kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 5 . Bijbel (440) . Pentateuch (132) . Dt (43) . Dt 4 (2) : (1) Dt 4,7 . (2) Dt 4,29 . Dt 5 (1) : Dt 5,33 . Dt 6 (1) : Dt 6,5 . Dt 10 (1) : Dt 10,12 . Dt 26 (2) : (1) Dt 26,11 . (2) Dt 26,16 . Dt 30 (4) : (1) Dt 30,1 . (2) Dt 30,2 . (3) (Dt 30,6 . (4) Dt 30,10 .

Dt 4,29.10. לְבָבְךָ = lëbhâbhëkhâ (je hart) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : לֵב = lebh (hart) . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (38) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (7) . Dt (18) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 4,39 . (3) Dt 6,5 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 8,5 . (6) Dt 8,14 . (7) Dt 9,5 . (8) Dt 10,12 . (9) Dt 15,7 . (10) Dt 15,9 . (11) Dt 15,10 . (12) Dt 26,16 . (13) Dt 28,67 . (14) Dt 30,1 . (15) Dt 30,2 . (16) (Dt 30,6 . (17) Dt 30,10 . (18) Dt 30,17 .
- Qill-vorm = naamwoord met 2 medeklinkers waarvan de tweede verdubbeld is .

Dt 4,29.9. - 10. בְכֹל לְבָבְךָ = bëkhôl lëbhâbhëkhâ (met heel je hart) . Tenakh (6) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 10,12 . (4) Dt 26,16 . (5) Dt 30,2 . (6) Dt 30,10 . Ook Dt 30,6 (bëkhâl ...) .
- בְּכָל לְבָבוֹ = bëkhâl lëbhâbhô (met heel zijn hart) . Tenakh (6) : (1) 1 K 14,8 (verwijzing naar David tegenover Jerobeam) . (2) 2 K 10,31 (Jehu) . (3) 2 K 23,25 (Josia) . (4) 2 Kr 22,9 . (5) 2 Kr 31,21 . (6) 2 Kr 34,31 .

Dt 4,29.11. וּבְכָל = ûbhëkhâl (en met al / geheel) < prefix voegw. wë + prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. לֵב = lebh (hart) . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (94) . Pentateuch (36) . Dt (14) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 6,22 . (4) Dt 10,12 . (5) Dt 11,13 . (6) Dt 13,4 . (7) Dt 14,26 . (8) Dt 15,10 . (9) Dt 16,15 . (10) Dt 26,16 . (11) Dt 28,8 . (12) Dt 30,2 . (13) (Dt 30,6 . (14) Dt 30,10 .

Dt 4,29.12. נַפְשְׁךָ = naphësjëkhâ (je ziel) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) . Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) . 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 . 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) . Structuur : 5 - 8 - 3 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (66) . Pentateuch (16) . Dt (12) : (1) Dt 4,9 . (2) Dt 4,29 . (3) Dt 6,5 . (4) Dt 10,12 . (5) Dt 12,15 . (6) Dt 12,20 . (7) Dt 12,21 . (8) Dt 14,26 . (9) Dt 26,16 . (10) Dt 30,2 . (11) (Dt 30,6 . (12) Dt 30,10 .

Dt 4,29.11. - 12. וּבְכָל נַפְשְׁךָ = ûbhëkhâl naphësjëkhâ (en met heel je ziel) . Tenakh (3) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (2) Dt 30,6 .
- וּבְכָל נַפְשֹוֹ = ûbhëkhâl naphësjô (en met heel zijn ziel) . Tenakh (2) : (1) 2 K 23,25 (Josia) . (2) 2 Kr 34,31 .

Dt 4,29.9. - 12. בְכֹל לְבָבְךָ וּבְכָל נַפְשְׁךָ = bëkhôl lëbhâbhëkhâ ûbhëkhâl naphësjëkhâ (met heel je hart en met heel je ziel) . Tenakh (3) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (2) Dt 30,6 .
- בְּכָל לְבָבוֹ וּבְכָל נַפְשֹוֹ = bëkhâl lëbhâbhô ûbhëkhâl naphësjô (met heel zijn hart en met heel zijn ziel) . Tenakh (2) : (1) 2 K 23,25 (Josia) . (2) 2 Kr 34,31 .


Dt 4,30 - Dt 4,30 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [30] Wanneer dit alles over u gekomen is en u geen uitweg meer ziet, dan zult u ten slotte terugkeren tot de heer uw God en luisteren naar zijn woord.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 30 Wenn du geängstet sein wirst und dich das alles treffen wird in künftigen Zeiten, so wirst du dich bekehren zu dem HERRN, deinem Gott, und seiner Stimme gehorchen.

Tekstuitleg van Dt 4,30 .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 

Dt 4,30 .7. - 8. בְּאַחֱרִית הַיָּמִים = bë´achärîth hajjâmîm (in de laatste dagen) . Tenakh (14) : (1) Gn 49,1 . (2) Nu 24,14 . (3) Dt 4,30 . (4) Dt 31,29 . (5) Js 2,2 . (6) Jr 23,20 . (7) Jr 30,24 . (8) Jr 48,47 . (9) Jr 49,39 . (10) Ez 38,16 . (11) Da 10,14 . (12) Hos 3,5 . (13) Mi 4,1 .

Dt 4,30 .9. - 12. wësjabh¨thâ `ad JHWH ´êlohè(j)khâ (en je zult je keren tot JHWH , je God) . Tenach (2) : (1) Dt 4,30 . (2) Dt 30,2 .

13. wësjâma`thâ < wë + werkwoordvorm act. qal perf. 2de pers. mann. enk. sjâma`thâ van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Dt : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) .Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (17) . Pentateuch , enkel in Dt (7) : (1) Dt 4,30 . (2) Dt 6,3 . (3) Dt 12,28 . (4) Dt 17,4 . (5) Dt 27,10 . (6) Dt 30,2 . (7) Dt 30,8 .

Dt 4,30 .13. -14. וְשָׁמַעְתָּ בְקֹלוֹ = wësjâma`thâ bëqolô (en je zult luisteren naar zijn stem) . Tenach (2) : (1) Dt 4,30 . (2) Dt 30,2 .


Dt 4,31 - Dt 4,31 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
    khî ´el rachûm  JHWH ´èlohèkhâ   [31] Want de heer uw God is een barmhartige God; Hij zal u niet aan uw lot overlaten, Hij wil uw ondergang niet en Hij zal het verbond niet vergeten dat Hij onder ede met uw vaderen gesloten heeft.      want een barmhartige God is JHWH uw God  

King James Bible .
Luther-Bibel . 31 Denn der HERR, dein Gott, ist ein barmherziger Gott; er wird dich nicht verlassen noch verderben, wird auch den Bund nicht vergessen, den er deinen Vätern geschworen hat.

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 

16. nifal perf. 3de pers. mann. enk. נִשְׁבַּע = nisjëba` (hij zwoer) van het werkw. שָׁבָע = sjâbhâ` (zweren, vervolledigen / vervullen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâbhâ`(zweren) . Taalgebruik in Dt : sjâbhâ`(zweren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) . Structuur : 3 - 2 - 7 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (45) . Pentateuch (27) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (6) . Dt (22) : (1) Dt 1,8 . (2) Dt 2,14 . (3) Dt 4,31 . (4) Dt 6,10 . (5) Dt 6,18 . (6) Dt 6,23 . (7) Dt 7,8 . (8) Dt 7,12 . (9) Dt 7,13 . (10) Dt 8,1 . (11) Dt 8,18 . (12) Dt 9,5 . (13) Dt 11,9 . (14) Dt 11,21 . (15) Dt 13,18 . (16) Dt 19,8 . (17) Dt 26,3 . (18) Dt 28,9 . (19) Dt 28,11 . (20) Dt 29,12 . (21) Dt 30,20 . (22) Dt 31,7 .
- Gr. ομνυμι = omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in de Septuaginta. : omnumi (zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in het NT : omnumi (zweren, onder ede beloven) .
- Lat. jurare . Fr. jurer . E. to swear . D. schwören .

15. - 16. ´äsjèr nisjëba` (dat hij zwoer) . Tenach (24) . Dt (17 / 22) : (1) Dt 1,8 . (2) Dt 4,31 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 6,18 . (5) Dt 6,23 . (6) Dt 7,8 . (7) Dt 7,12 . (8) Dt 7,13 . (9) Dt 8,1 . (10) Dt 8,18 . (11) Dt 9,5 . (12) Dt 11,9 . (13) Dt 11,21 . (14) Dt 26,3 . (15) Dt 28,11 . (16) Dt 30,20 . (17) Dt 31,7 . ka´äsjèr nisjëba` (zoals hij zwoer) . Tenach (6 / 22) . Dt (4) : (1) Dt 2,14 . (2) Dt 13,18 . (3) Dt 19,8 . (4) Dt 28,9 . wëka´äsjèr nisjëba` (zoals hij zwoer) . Tenach (2) . Dt (1 / 22) Dt 29,12 .

15. - 17. ´äsjèr nisjëba` lâhèm (dat hij zwoer aan hen) . Tenach (2) : (1) Dt 4,31 . (2) Nu 14,16 .

Eerste lezing op Drie-eenheid B : Deuteronomium 4,32-34.39-40 . Verwijzing : Dt 4,32-34.39-40 .

Mozes sprak tot het volk en zei: "Ga de oude tijden maar na die u zijn voorafgegaan vanaf de dag dat God mensen op do aarde schiep. Kijk maar van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere: is er ooit zo iets groots gebeurd of is er ooit iets dergelijks gehoord? Heeft een volk ooit een God uit het vuur horen spreken zoals gij en daarbij het leven behouden? Of heeft ooit een God gepoogd uit een ander volk u te komen uitkiezen door beproevingen, door tekenen en wonderen, door oorlogen, met sterke hand en opgestoken arm, door grote, schrikwekkende daden, zoals de Heer uw God die voor uw ogen in Egypte heeft verricht? Erken dan heden en prent het in uw hart: de Heer is God in de hemel boven en op de aarde beneden; er is geen ander. Onderhoud zijn voorschriften en geboden die ik u heden geef. Dan zult gij met uw kinderen gelukkig zijn en lang leven op de grond die de Heer uw God u voor altijd schenkt."

Dt 4,32 - Dt 4,32 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
      Mozes sprak tot het volk en zei: "Ga de oude tijden maar na die u zijn voorafgegaan vanaf de dag dat God mensen op do aarde schiep. Kijk maar van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere: is er ooit zo iets groots gebeurd of is er ooit iets dergelijks gehoord?   [32] Ga de oude tijden maar na die u zijn voorafgegaan, vanaf de dag dat God mensen op de aarde schiep. Kijk maar van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere: is er ooit zoiets groots gebeurd of is er ooit iets dergelijks gehoord?       

Statenvertaling .
King James Bible . For ask now of the days that are past, which were before thee, since the day that God created man upon the earth, and ask from the one side of heaven unto the other, whether there hath been any such thing as this great thing is, or hath been heard like it?
Luther-Bibel . 32 Denn frage nach den früheren Zeiten, die vor dir gewesen sind, von dem Tage an, da Gott den Menschen auf Erden geschaffen hat, und von einem Ende des Himmels zum andern, ob je so Großes geschehen oder desgleichen je gehört sei,

Tekstuitleg van Dt 4,32 . Dit vers Dt 4,32 telt 28 (2 X 2 X 7) woorden en 106 (2 X 53) letters . De Getalswaarde van Dt 4,32 is 5512 (2 X 2 X 2 X 13 X 53) .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 

11. אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalswaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 4 (29) .

12. בָרָא = bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik in Tenakh : bârâ´ (scheppen) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (17 , 21 vormen) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da . Een vorm van בָרָא = bârâ´ (scheppen) in Tenakh (41 verzen , 48 vormen) . Gn (8 verzen , 11 vormen) .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. εποιησεν = epoièsen (hij deed) van het werkw. ποιεω = poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Taalgebruik in de LXX : poieô (doen, maken) . Bijbel (714) . OT (641) . NT (73) . Gn 1 (7 verzen , 9 vormen) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,7 . (3) Gn 1,16 . (4) Gn 1,21 . (5) Gn 1,25 . (6) Gn 1,27 (3X) . (7) Gn 1,31 . Een vorm van ποιεω = poieô (doen, maken) in de LXX (3390) , in het NT (565) .
- Ned. : scheppen . D. : (er)schaffen . Andere stamgroep : E. : to create . Fr. : créer . Italiaans : creare . Latijn : creare . Spaans : crear .
- Ned. : doen . Arabisch : عَمَلَ = `amala (werken) . Taalgebruik in de Qoran : `amala (werken . D. : tun . E. : do : Fr. : faire . Grieks : ποιεω = poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Hebreeuws : עָשָׂה = `âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Lat. : facere .

13. אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Gn (140) . Ex (31) . Lv (0) . Nu (7) . Dt (29) . Ex (31) . (1) Ex 1,20 . (2) Ex 2,24 . (3) Ex 2,25 . (4) Ex 3,4 . (5) Ex 3,14 . (6) Ex 3,15 . (7) Ex 6,2 . (8) Ex 7,1 . (9) Ex 8,15 . (10) Ex 9,28 . (11) Ex 9,30 . (12) Ex 13,17 . (13) Ex 13,18 . (14) Ex 13,19 . (15) Ex 18,1 . (16) Ex 18,15 . (17) Ex 18,19 . (18) Ex 18,21 . (19) Ex 18,23 . (20) Ex 20,1 . (21) Ex 20,3 . (22) Ex 20,19 . (23) Ex 22,8 . (24) Ex 22,27 . (25) Ex 23,13 . (26) Ex 31,3 . (27) Ex 31,18 . (28) Ex 32,1 . (29) Ex 32,16 . (30) Ex 32,23 . (31) Ex 35,31 . Dt (29) : (1) Dt 4,7 . (2) Dt 4,28 . (3) Dt 4,32 . (4) Dt 4,33 . (5) Dt 4,34 . (6) Dt 5,7 . (7) Dt 5,24 . (8) Dt 5,26 . (9) Dt 6,14 . (10) Dt 7,4 . (11) Dt 8,19 . (12) Dt 9,10 . (13) Dt 11,16 . (14) Dt 11,28 . (15) Dt 13,3 . (16) Dt 13,7 . (17) Dt 13,14 . (18) Dt 17,3 . (19) Dt 18,20 . (20) Dt 21,23 . (21) Dt 25,18 . (22) Dt 28,14 . (23) Dt 28,36 . (24) Dt 28,64 . (25) Dt 29,25 . (26) Dt 31,18 . (27) Dt 31,20 . (28) Dt 32,17 . (29) Dt 32,39 .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden k/ kunnen an zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413

12. - 13. (1) בָרָא אֱלֹהִים = bârâ ´èlohîm (God schiep) . Tenakh ( 3) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- וַיִּבְרָא אֱלֹהִים = wajjibhërâ´ ´èlohîm (en God schiep) . Tenakh (2) : (1) Gn 1,21 . (2) Gn 1,27 .
- (2) וַיַּעַשׂ אֱלֹהִים = wajja`ash ´èlohîm (en God maakte) . Tenakh (4) : (1) Gn 1,7 . (2) Gn 1,16 . (3) Gn 1,25 . (4) Re 6,40 .
- וַיַּעַשׂ יהוה = wajja`ash JHWH (en JHWH maakte) . Tenakh (11) : (1) Gn 3,21 . (2) Gn 21,1 . (3) Ex 8,9 . (4) Ex 8,20 . (5) Ex 8,27 . (6) Ex 9,6 . (7) 1 S 19,5 . (8) 1 S 28,17 . (9) 2 S 23,10 . (10) 2 S 23,12 . (11) Jr 40,3 .
- עֹשֶׂה יהוה = `âshâh JHWH (JHWH maakte) . Tenakh (27) . Pentateuch (14) : (1) Gn 3,1 . (2) Ex 13,8 . (3) Ex 14,31 . (4) Ex 18,8 . (5) Ex 18,9 . (6) Ex 20,11 . (7) Ex 31,17 . (8) Nu 33,4 . (9) Dt 3,21 . (10) Dt 4,3 . (11) Dt 7,18 . (12) Dt 24,9 . (13) Dt 29,1 . (14) Dt 29,23 . Js (1) Js 44,23 .
- כִּי שֵׁשֶׁת יָמִים עָשָֹה יהוה = kî sjesjèth jâmîm `âshâh JHWH (want gedurende zes dagen maakte JHWH) . Tenakh (2) : (1) Ex 20,11 . (2) Ex 31,17 .

11. - 13. אֲשֶׁר בָרָא אֱלֹהִים= ´äsjèr bârâ ´èlohîm (die God schiep) . Tenakh (2) : (1) Gn 2,3 . (2) Dt 4,32 .


Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 
Dt 4,33 - Dt 4,33 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
      Heeft een volk ooit een God uit het vuur horen spreken zoals gij en daarbij het leven behouden?  [33] Heeft een volk ooit een god uit het vuur horen spreken zoals u, en daarbij het leven behouden?       

Statenvertaling .
King James Bible . Did ever people hear the voice of God speaking out of the midst of the fire, as thou hast heard, and live?
Luther-Bibel . 33 dass ein Volk die Stimme Gottes aus dem Feuer hat reden hören, wie du sie gehört hast, und dennoch am Leben blieb?

Tekstuitleg van Dt 4,33 . Dit vers Dt 4,33 telt 11 woorden en 40 (2 X 2 X 2 X 5) letters . De Getalswaarde van Dt 4,33 is 3536 (2 X 2 X 2 X 2 X 13 X 17) . Dt 4,32 - Dt 4,33 tellen 39 woorden . Het getal 39 is de som van 26 (Getalswaarde JHWH) en 13 (Getalswaarde van ´èchâd = één) .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 

9. act. qal perf. 2de pers. mann. enk. sjâma`thâ van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Dt : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) .Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (44) . Pentateuch (10) . Dt (5) : (1) Dt 4,33 . (2) Dt 4,36 . (3) Dt 9,2 . (4) Dt 28,45 . (5) Dt 28,62 .

Dt 4,34 - Dt 4,34 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
      Of heeft ooit een God gepoogd uit een ander volk u te komen uitkiezen door beproevingen, door tekenen en wonderen, door oorlogen, met sterke hand en opgestoken arm, door grote, schrikwekkende daden, zoals de Heer uw God die voor uw ogen in Egypte heeft verricht?   [34] Of heeft ooit een god geprobeerd uit een ander volk een volk uit te kiezen door beproevingen, door tekenen en wonderen, door oorlogen, met sterke hand en uitgestrekte arm, door grote, schrikwekkende daden, zoals de heer uw God die voor uw eigen ogen in Egypte heeft verricht?       

Statenvertaling .
King James Bible . Or hath God assayed to go and take him a nation from the midst of another nation, by temptations, by signs, and by wonders, and by war, and by a mighty hand, and by a stretched out arm, and by great terrors, according to all that the LORD your God did for you in Egypt before your eyes?
Luther-Bibel . 34 Oder ob je ein Gott versucht hat, hinzugehen und sich ein Volk mitten aus einem Volk herauszuholen durch Machtproben, durch Zeichen, durch Wunder, durch Krieg und durch seine mächtige Hand und durch seinen ausgereckten Arm und durch große Schrecken, wie das alles der HERR, euer Gott, für euch getan hat in Ägypten vor deinen Augen?

Tekstuitleg van Dt 4,34 . Dit vers Dt 4,34 telt 27 (3 X 3 X 3) woorden en 120 (2 X 2 X 2 X 3 X 5) letters . De Getalswaarde van Dt 4,34 is 5871 (3 X 19 X 103) .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 
Dt 4,35 - Dt 4,35 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [35] U hebt dat mogen aanschouwen om te erkennen dat de heer God is; er is geen ander dan Hij.       

Statenvertaling .
King James Bible . Unto thee it was shewed, that thou mightest know that the LORD he is God; there is none else beside him.
Luther-Bibel . 35 Du aber hast's gesehen, auf dass du wissest, dass der HERR allein Gott ist und sonst keiner.

Tekstuitleg van Dt 4,35 Dit vers Dt 4,35 telt 10 (2 X 5) woorden en 37 letters . De Getalswaarde van Dt 4,35 is 1898 (2 X 13 X 73) .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 
Dt 4,36 - Dt 4,36 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [36] Uit de hemel heeft Hij zijn stem laten horen om u de weg te wijzen, en op aarde heeft Hij dat grote vuur laten zien waaruit u Hem hebt horen spreken       

King James Bible .
Luther-Bibel . 36 Vom Himmel hat er dich seine Stimme hören lassen, um dich zurechtzubringen; und auf Erden hat er dir gezeigt sein großes Feuer, und seine Worte hast du aus dem Feuer gehört.

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 

14. act. qal perf. 2de pers. mann. enk. sjâma`thâ van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Dt : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) .Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (44) . Pentateuch (10) . Dt (5) : (1) Dt 4,33 . (2) Dt 4,36 . (3) Dt 9,2 . (4) Dt 28,45 . (5) Dt 28,62 .

Dt 4,37 - Dt 4,37 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        . [37] Omdat Hij uw vaderen heeft liefgehad en hun nakomelingen heeft uitverkoren, daarom heeft Hij u in eigen persoon met grote macht uit Egypte geleid.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 37 Weil er deine Väter geliebt und ihre Nachkommen erwählt hat, hat er dich herausgeführt mit seinem Angesicht durch seine große Kraft aus Ägypten,

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 

9.
- Latijn . eduxitque < werkwoordvorm act. ind. perf. 3de pers. enk. eduxit (hij leidde uit) + suffix -que (en hij leidde uit) van educere (uitleiden) . Bijbel (4) : (1) Gn 15,5 . (2) Gn 43,23 . (3) Dt 4,37 . (4) Dt 7,8 .

Dt 4,38 - Dt 4,38 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [38] Hij heeft volken, groter en machtiger dan u, voor u verdreven; Hij heeft u naar hun land gebracht en het u in eigendom gegeven, zoals het heden is.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 38 damit er vor dir her Völker vertriebe, die größer und stärker sind als du, und dich hineinbrächte, um dir ihr Land zum Erbteil zu geben, wie es jetzt ist.

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 
Dt 4,39 - Dt 4,39 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
      Erken dan heden en prent het in uw hart: de Heer is God in de hemel boven en op de aarde beneden; er is geen ander.   [39] Erken dan heden en prent het in uw hart: de heer is God boven in de hemel en beneden op de aarde; er is geen ander.       

King James Bible .
Luther-Bibel . 39 So sollst du nun heute wissen und zu Herzen nehmen, dass der HERR Gott ist oben im Himmel und unten auf Erden und sonst keiner,

Tekstuitleg van Dt 4,39 .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 
 

Dt 4,39.5. לְבָבְךָ = lëbhâbhëkhâ (je hart) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : לֵב = lebh (hart) . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (38) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (7) . Dt (18) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 4,39 . (3) Dt 6,5 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 8,5 . (6) Dt 8,14 . (7) Dt 9,5 . (8) Dt 10,12 . (9) Dt 15,7 . (10) Dt 15,9 . (11) Dt 15,10 . (12) Dt 26,16 . (13) Dt 28,67 . (14) Dt 30,1 . (15) Dt 30,2 . (16) (Dt 30,6 . (17) Dt 30,10 . (18) Dt 30,17 .
- Qill-vorm = naamwoord met 2 medeklinkers waarvan de tweede verdubbeld is .
- לְבַבְכֶם = lëbhabhëkhèm (jullie hart) < zelfst. naamw. stat. construct. mann. enk. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. mv. . Zie : לֵב = lebh (hart) . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (33) . Pentateuch () : (1) Nu 15,39 . (2) Dt 10,16 . (3) Dt 11,13 . (4) Dt 11,16 . (5) Dt 11,18 . (6) Dt 13,4 . (7) Dt 20,3 . (8) Dt 32,46 .

Dt 4,39.4. - 5. אֶל לְבָבְךָ = ´èl lëbhâbhëkhâ (tot je hart) . Tenach (2) : (1) Dt 4,39 . (2) Dt 30,1 .

Dt 4,40 - Dt 4,40 : Oproep tot trouw : Dt 4,1-40 -- Dt 4 -- verwijzingen -- Dt 4,1 - Dt 4,2 - Dt 4,3 - Dt 4,4 - Dt 4,5 - Dt 4,6 - Dt 4,7 - Dt 4,8 - Dt 4,9 - Dt 4,10 - Dt 4,11 - Dt 4,12 - Dt 4,13 - Dt 4,14 - Dt 4,15 - Dt 4,16 - Dt 4,17 - Dt 4,18 - Dt 4,19 - Dt 4,20 - Dt 4,21 - Dt 4,22 - Dt 4,23 - Dt 4,24 - Dt 4,25 - Dt 4,26 - Dt 4,27 - Dt 4,28 - Dt 4,29 - Dt 4,30 - Dt 4,31 - Dt 4,32 - Dt 4,33 - Dt 4,34 - Dt 4,35 - Dt 4,36 - Dt 4,37 - Dt 4,38 - Dt 4,39 - Dt 4,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
      Onderhoud zijn voorschriften en geboden die ik u heden geef. Dan zult gij met uw kinderen gelukkig zijn en lang leven op de grond die de Heer uw God u voor altijd schenkt."   [40] Onderhoud zijn voorschriften en geboden die ik u heden geef. Dan zult u met uw kinderen gelukkig zijn en lang leven op de grond die de heer uw God u voor altijd schenkt.’       

King James Bible .
Luther-Bible . 40 und sollst halten seine Rechte und Gebote, die ich dir heute gebiete; so wird's dir und deinen Kindern nach dir wohlgehen und dein Leben lange währen in dem Lande, das dir der HERR, dein Gott, gibt für immer.

Tekstuitleg van Dt 4,40 .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34              
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25    
Dt 4,1-4 Dt 4,5-8 Dt 4,9-10 Dt 4,11-14 Dt 4,15-19 Dt 4,20 Dt 4,21 Dt 4,22-24 Dt 4,25-28 Dt 4,29-31 Dt 4,32-38 Dt 4,39-40 

Dt 4,40.8. מְצַוְּךָ = mëtsawwëkhâ (jou opdragende) < act. piël part. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. mann. enk. van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalswaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (28) . (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,2 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 7,11 . (6) Dt 8,1 . (7) Dt 8,11 . (8) Dt 10,13 . (9) Dt 11,8 . (10) Dt 12,14 . (11) Dt 12,28 . (12) Dt 13,19 . (13) Dt 15,5 . (14) Dt 15,11 . (15) Dt 15,15 . (16) Dt 19,7 . (17) Dt 19,9 . (18) Dt 24,18 . (19) Dt 24,22 . (20) Dt 26,16 . (21) Dt 27,10 . (22) Dt 28,1 . (23) Dt 28,13 . (24) Dt 28,15 . (25) Dt 30,2 . (26) Dt 30,8 . (27) Dt 30,11 . (28) Dt 30,16 .

Dt 4,40.6. - 8. אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ = ´asjèr ´ânokhî mëtsawwëkhâ (die ik opdragende) . Tenakh (22) : (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,2 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 7,11 . (6) Dt 8,1 . (7) Dt 8,11 . (8) Dt 10,13 . (9) Dt 11,8 . (10) Dt 12,14 . (11) Dt 12,28 . (12) Dt 13,19 . (13) Dt 15,5 . (14) Dt 19,9 . (15) Dt 27,10 . (16) Dt 28,1 . (17) Dt 28,13 . (18) Dt 28,15 . (19) Dt 30,2 . (20) Dt 30,8 . (21) Dt 30,11 . (22) Dt 30,16 .

Dt 4,41 - Dt 4,41 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [41] Toen* wees Mozes aan de overkant van de Jordaan drie steden aan        

King James Bible .
Luther-Bible . 41 Da sonderte Mose drei Städte aus jenseits des Jordans gegen Sonnenaufgang,

Tekstuitleg van

Dt 4,42 - Dt 4,42 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [42] als wijkplaats voor degene die zonder opzet een ander, die hij tevoren niet haatte, heeft doodgeslagen. Door naar een van die steden de wijk te nemen kan hij zijn leven redden.        

King James Bible .
Luther-Bible . 42 damit dorthin fliehen konnte, wer seinen Nächsten totschlägt ohne Vorsatz und ihm zuvor nicht Feind gewesen ist; der soll in eine dieser Städte fliehen, damit er am Leben bleibe:

Tekstuitleg van

Dt 4,43 - Dt 4,43 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [43] Het waren Beser in de woestijn op de hoogvlakte voor de Rubenieten, Ramot in Gilead voor de Gadieten en Golan in Basan voor de Manassieten.       

King James Bible .
Luther-Bible . 43 Bezer auf der Hochebene für die Rubeniter und Ramot in Gilead für die Gaditer und Golan in Baschan für die Manassiter.

Tekstuitleg van


Inleiding op de toespraak van Mozes . Dt 4,44-49 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 4 -- Dt 4,44-49 -- - Dt 4,44 - Dt 4,45 - Dt 4,46 - Dt 4,47 - Dt 4,48 - Dt 4,49 -

Dt 4,44 - Dt 4,44 : Inleiding op de toespraak van Mozes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 4 -- Dt 4,44-49 -- - Dt 4,44 - Dt 4,45 - Dt 4,46 - Dt 4,47 - Dt 4,48 - Dt 4,49 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [44] Dit* is de Wet die Mozes de Israëlieten heeft opgelegd       

King James Bible . [44] And this is the law which Moses set before the children of Israel:
Luther-Bible . 44 Dies ist das Gesetz, das Mose den Israeliten vorlegte.

Tekstuitleg van

8. יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) . Getalswaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . De eigennaam is samengesteld uit een werkwoordsvorm en een zelfst. naamw. : act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. יִשְׂרָה = jishrâ´ (hij strijdt) van het werkw. שָׂרָה = shârâh (strijden) + אֵל = ´el (God) : God strijdt . In Gn 32,29 wordt de naam Israël verklaard als : hij streed met God en met mensen . Dat gebeurt in het verhaal van de nachtelijke strijd van Jakob aan de Jabbok . Dt (55) . Dt 4 (4) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,44 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . Dt 5 (1) : Dt 5,1 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,3 . (2) Dt 6,4 . Dt 10 (2) : (1) Dt 10,6 . (2) Dt 10,12 . Dt 20 (1) : Dt 20,3 . De stam יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) komt voor in Tenakh (2511) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt  
  2044 502 765 350 89 337 36 157 58 196 55  

- Grieks : ισραηλ = israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Bijbel (2392) . OT (2328) . NT (64) . Dt (64) .


Dt 4,45 - Dt 4,45 : Inleiding op de toespraak van Mozes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 4 -- Dt 4,44-49 -- - Dt 4,44 - Dt 4,45 - Dt 4,46 - Dt 4,47 - Dt 4,48 - Dt 4,49 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [45] Het zijn de verordeningen, voorschriften en bepalingen die Mozes bij de tocht uit Egypte mondeling aan de Israëlieten heeft medegedeeld,        

King James Bible . [45] These are the testimonies, and the statutes, and the judgments, which Moses spake unto the children of Israel, after they came forth out of Egypt,
Luther-Bible . 45 Dies sind die Ermahnungen und Gebote und Rechte, die Mose den Israeliten kundtat, als sie aus Ägypten gezogen waren,

Tekstuitleg van Dt 4,45 .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

5. - 6. ´äsjèr dibbèr Mosjèh (die Mozes sprak) . In twee verzen in de bijbel : (1) Dt 1,1 . (2) Dt 4,45 .

10. יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) . Getalswaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . De eigennaam is samengesteld uit een werkwoordsvorm en een zelfst. naamw. : act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. יִשְׂרָה = jishrâ´ (hij strijdt) van het werkw. שָׂרָה = shârâh (strijden) + אֵל = ´el (God) : God strijdt . In Gn 32,29 wordt de naam Israël verklaard als : hij streed met God en met mensen . Dat gebeurt in het verhaal van de nachtelijke strijd van Jakob aan de Jabbok . Dt (55) . Dt 4 (4) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,44 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . Dt 5 (1) : Dt 5,1 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,3 . (2) Dt 6,4 . Dt 10 (2) : (1) Dt 10,6 . (2) Dt 10,12 . Dt 20 (1) : Dt 20,3 . De stam יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) komt voor in Tenakh (2511) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt  
  2044 502 765 350 89 337 36 157 58 196 55  

- Grieks : ισραηλ = israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Bijbel (2392) . OT (2328) . NT (64) . Dt (64) .


Dt 4,46 - Dt 4,46 : Inleiding op de toespraak van Mozes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 4 -- Dt 4,44-49 -- - Dt 4,44 - Dt 4,45 - Dt 4,46 - Dt 4,47 - Dt 4,48 - Dt 4,49 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [46] aan de overkant van de Jordaan, in de vlakte bij Bet-Peor, in het gebied van Sichon, de koning van de Amorieten die in Chesbon zetelde. Mozes en de Israëlieten hadden hem bij hun komst uit Egypte verslagen       

King James Bible . [46] On this side Jordan, in the valley over against Beth-peor, in the land of Sihon king of the Amorites, who dwelt at Heshbon, whom Moses and the children of Israel smote, after they were come forth out of Egypt:
Luther-Bible . 46 jenseits des Jordans im Tal gegenüber Bet-Peor, im Lande Sihons, des Königs der Amoriter, der zu Heschbon herrschte. Den schlugen Mose und die Israeliten, als sie aus Ägypten gezogen waren,

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

18. יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) . Getalswaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . De eigennaam is samengesteld uit een werkwoordsvorm en een zelfst. naamw. : act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. יִשְׂרָה = jishrâ´ (hij strijdt) van het werkw. שָׂרָה = shârâh (strijden) + אֵל = ´el (God) : God strijdt . In Gn 32,29 wordt de naam Israël verklaard als : hij streed met God en met mensen . Dat gebeurt in het verhaal van de nachtelijke strijd van Jakob aan de Jabbok . Dt (55) . Dt 4 (4) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,44 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . Dt 5 (1) : Dt 5,1 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,3 . (2) Dt 6,4 . Dt 10 (2) : (1) Dt 10,6 . (2) Dt 10,12 . Dt 20 (1) : Dt 20,3 . De stam יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) komt voor in Tenakh (2511) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt  
  2044 502 765 350 89 337 36 157 58 196 55  

- Grieks : ισραηλ = israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Bijbel (2392) . OT (2328) . NT (64) . Dt (64) .


Dt 4,47 - Dt 4,47 : Inleiding op de toespraak van Mozes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 4 -- Dt 4,44-49 -- - Dt 4,44 - Dt 4,45 - Dt 4,46 - Dt 4,47 - Dt 4,48 - Dt 4,49 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [47] en zijn land in bezit genomen, evenals dat van Og, de koning van Basan, de twee koningen van de Amorieten aan de oostkant van de Jordaan,       

King James Bible . [47] And they possessed his land, and the land of Og king of Bashan, two kings of the Amorites, which were on this side Jordan toward the sunrising;
Luther-Bible . 47 und nahmen sein Land ein, dazu das Land Ogs, des Königs von Baschan, der beiden Könige der Amoriter, die jenseits des Jordans waren gegen Sonnenaufgang,

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 4,48 - Dt 4,48 : Inleiding op de toespraak van Mozes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 4 -- Dt 4,44-49 -- - Dt 4,44 - Dt 4,45 - Dt 4,46 - Dt 4,47 - Dt 4,48 - Dt 4,49 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [48] vanaf Aroër tot aan het Siongebergte, ook Hermon genoemd,       

King James Bible . [48] From Aroer, which is by the bank of the river Arnon, even unto mount Sion, which is Hermon,
Luther-Bible . 48 von Aroër an, das am Ufer des Arnon liegt, bis an den Berg Sion, das ist der Hermon,

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

8. har (berg) . Taalgebruik in Tenach : har (berg) . Getalswaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 of 305 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. mont / montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . In 114 verzen in de bijbel . Tenach (114) . In veertien verzen in Dt (Deuteronomium) : (1) Dt 1,2 . (2) Dt 1,7 . (3) Dt 1,19 . (4) Dt 1,20 . (5) Dt 2,1 . (6) Dt 2,5 . (7) Dt 3,8 . (8) Dt 3,12 . (9) Dt 4,48 . (10) Dt 11,29 . (11) Dt 27,12 . (12) Dt 32,49 . (13) Dt 33,19 . (14) Dt 34,1 .

Dt 4,49 - Dt 4,49 : Inleiding op de toespraak van Mozes - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 4 -- Dt 4,44-49 -- - Dt 4,44 - Dt 4,45 - Dt 4,46 - Dt 4,47 - Dt 4,48 - Dt 4,49 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [49] en heel de Araba ten oosten van de Jordaan tot aan de Dode Zee, aan de voet van de hellingen van de Pisga       

King James Bible . [49] And all the plain on this side Jordan eastward, even unto the sea of the plain, under the springs of Pisgah.
Luther-Bible . 49 und das ganze Jordantal östlich des Jordans gegen Aufgang der Sonne bis an das Meer am Jordantal am Fuße des Gebirges Pisga.

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

King James Bible

Deut.4
[1] Now therefore hearken, O Israel, unto the statutes and unto the judgments, which I teach you, for to do them, that ye may live, and go in and possess the land which the LORD God of your fathers giveth you.
[2] Ye shall not add unto the word which I command you, neither shall ye diminish ought from it, that ye may keep the commandments of the LORD your God which I command you.
[3] Your eyes have seen what the LORD did because of Baal-peor: for all the men that followed Baal-peor, the LORD thy God hath destroyed them from among you.
[4] But ye that did cleave unto the LORD your God are alive every one of you this day.
[5] Behold, I have taught you statutes and judgments, even as the LORD my God commanded me, that ye should do so in the land whither ye go to possess it.
[6] Keep therefore and do them; for this is your wisdom and your understanding in the sight of the nations, which shall hear all these statutes, and say, Surely this great nation is a wise and understanding people.
[7] For what nation is there so great, who hath God so nigh unto them, as the LORD our God is in all things that we call upon him for?
[8] And what nation is there so great, that hath statutes and judgments so righteous as all this law, which I set before you this day?
[9] Only take heed to thyself, and keep thy soul diligently, lest thou forget the things which thine eyes have seen, and lest they depart from thy heart all the days of thy life: but teach them thy sons, and thy sons' sons;
[10] Specially the day that thou stoodest before the LORD thy God in Horeb, when the LORD said unto me, Gather me the people together, and I will make them hear my words, that they may learn to fear me all the days that they shall live upon the earth, and that they may teach their children.
[11] And ye came near and stood under the mountain; and the mountain burned with fire unto the midst of heaven, with darkness, clouds, and thick darkness.
[12] And the LORD spake unto you out of the midst of the fire: ye heard the voice of the words, but saw no similitude; only ye heard a voice.
[13] And he declared unto you his covenant, which he commanded you to perform, even ten commandments; and he wrote them upon two tables of stone.
[14] And the LORD commanded me at that time to teach you statutes and judgments, that ye might do them in the land whither ye go over to possess it.
[15] Take ye therefore good heed unto yourselves; for ye saw no manner of similitude on the day that the LORD spake unto you in Horeb out of the midst of the fire:
[16] Lest ye corrupt yourselves, and make you a graven image, the similitude of any figure, the likeness of male or female,
[17] The likeness of any beast that is on the earth, the likeness of any winged fowl that flieth in the air,
[18] The likeness of any thing that creepeth on the ground, the likeness of any fish that is in the waters beneath the earth:
[19] And lest thou lift up thine eyes unto heaven, and when thou seest the sun, and the moon, and the stars, even all the host of heaven, shouldest be driven to worship them, and serve them, which the LORD thy God hath divided unto all nations under the whole heaven.
[20] But the LORD hath taken you, and brought you forth out of the iron furnace, even out of Egypt, to be unto him a people of inheritance, as ye are this day.
[21] Furthermore the LORD was angry with me for your sakes, and sware that I should not go over Jordan, and that I should not go in unto that good land, which the LORD thy God giveth thee for an inheritance:
[22] But I must die in this land, I must not go over Jordan: but ye shall go over, and possess that good land.
[23] Take heed unto yourselves, lest ye forget the covenant of the LORD your God, which he made with you, and make you a graven image, or the likeness of any thing, which the LORD thy God hath forbidden thee.
[24] For the LORD thy God is a consuming fire, even a jealous God.
[25] When thou shalt beget children, and children's children, and ye shall have remained long in the land, and shall corrupt yourselves, and make a graven image, or the likeness of any thing, and shall do evil in the sight of the LORD thy God, to provoke him to anger:
[26] I call heaven and earth to witness against you this day, that ye shall soon utterly perish from off the land whereunto ye go over Jordan to possess it; ye shall not prolong your days upon it, but shall utterly be destroyed.
[27] And the LORD shall scatter you among the nations, and ye shall be left few in number among the heathen, whither the LORD shall lead you.
[28] And there ye shall serve gods, the work of men's hands, wood and stone, which neither see, nor hear, nor eat, nor smell.
[29] But if from thence thou shalt seek the LORD thy God, thou shalt find him, if thou seek him with all thy heart and with all thy soul.
[30] When thou art in tribulation, and all these things are come upon thee, even in the latter days, if thou turn to the LORD thy God, and shalt be obedient unto his voice;
[31] (For the LORD thy God is a merciful God;) he will not forsake thee, neither destroy thee, nor forget the covenant of thy fathers which he sware unto them.
[32] For ask now of the days that are past, which were before thee, since the day that God created man upon the earth, and ask from the one side of heaven unto the other, whether there hath been any such thing as this great thing is, or hath been heard like it?
[33] Did ever people hear the voice of God speaking out of the midst of the fire, as thou hast heard, and live?
[34] Or hath God assayed to go and take him a nation from the midst of another nation, by temptations, by signs, and by wonders, and by war, and by a mighty hand, and by a stretched out arm, and by great terrors, according to all that the LORD your God did for you in Egypt before your eyes?
[35] Unto thee it was shewed, that thou mightest know that the LORD he is God; there is none else beside him.
[36] Out of heaven he made thee to hear his voice, that he might instruct thee: and upon earth he shewed thee his great fire; and thou heardest his words out of the midst of the fire.
[37] And because he loved thy fathers, therefore he chose their seed after them, and brought thee out in his sight with his mighty power out of Egypt;
[38] To drive out nations from before thee greater and mightier than thou art, to bring thee in, to give thee their land for an inheritance, as it is this day.
[39] Know therefore this day, and consider it in thine heart, that the LORD he is God in heaven above, and upon the earth beneath: there is none else.
[40] Thou shalt keep therefore his statutes, and his commandments, which I command thee this day, that it may go well with thee, and with thy children after thee, and that thou mayest prolong thy days upon the earth, which the LORD thy God giveth thee, for ever.
[41] Then Moses severed three cities on this side Jordan toward the sunrising;
[42] That the slayer might flee thither, which should kill his neighbour unawares, and hated him not in times past; and that fleeing unto one of these cities he might live:
[43] Namely, Bezer in the wilderness, in the plain country, of the Reubenites; and Ramoth in Gilead, of the Gadites; and Golan in Bashan, of the Manassites.
[44] And this is the law which Moses set before the children of Israel:
[45] These are the testimonies, and the statutes, and the judgments, which Moses spake unto the children of Israel, after they came forth out of Egypt,
[46] On this side Jordan, in the valley over against Beth-peor, in the land of Sihon king of the Amorites, who dwelt at Heshbon, whom Moses and the children of Israel smote, after they were come forth out of Egypt:
[47] And they possessed his land, and the land of Og king of Bashan, two kings of the Amorites, which were on this side Jordan toward the sunrising;
[48] From Aroer, which is by the bank of the river Arnon, even unto mount Sion, which is Hermon,
[49] And all the plain on this side Jordan eastward, even unto the sea of the plain, under the springs of Pisgah.