- WEBSITEWEGWIJZER - DEUTERONOMIUM 5 - Dt 5 -- Dt 5 -


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 

Overzicht vers per vers : - Dt 5,1 - Dt 5,2 - Dt 5,3 - Dt 5,4 - Dt 5,5 - Dt 5,6 - Dt 5,7 - Dt 5,8 - Dt 5,9 - Dt 5,10 - Dt 5,11 - Dt 5,12 - Dt 5,13 - Dt 5,14 - Dt 5,15 - Dt 5,16 - Dt 5,17 - Dt 5,18 - Dt 5,19 - Dt 5,20 - Dt 5,21 - Dt 5,22 - Dt 5,23 - Dt 5,24 - Dt 5,25 - Dt 5,26 - Dt 5,27 - Dt 5,28 - Dt 5,29 - Dt 5,30 - Dt 5,31 - Dt 5,32 - Dt 5,33 -


Dt 5,1 - Dt 5,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [1] Mozes riep heel Israël bijeen en sprak tot hen: ‘Israël, luister naar de voorschriften en bepalingen die ik heden voor u afkondig. Leer die en volbreng ze nauwgezet.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 5,1 . Dit vers telt 22 woorden en 92 letters . De getalwaarde van dit vers is 7789 .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,1.5. יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . De eigennaam is samengesteld uit een werkwoordvorm en een zelfst. naamw. : act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. יִשְׂרָה = jishrâ´ (hij strijdt) van het werkw. שָׂרָה = shârâh (strijden) + אֵל = ´el (God) : God strijdt . In Gn 32,29 wordt de naam Israël verklaard als : hij streed met God en met mensen . Dat gebeurt in het verhaal van de nachtelijke strijd van Jakob aan de Jabbok . Dt (55) . Dt 4 (4) : (1) Dt 4,4 . (2) Dt 4,44 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . Dt 5 (1) : Dt 5,1 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,3 . (2) Dt 6,4 . Dt 9 (1) : Dt 9,1 . Dt 10 (2) : (1) Dt 10,6 . (2) Dt 10,12 . Dt 20 (1) : Dt 20,3 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt  
  2044 502 765 350 89 337 36 157 58 196 55  

- Grieks : ισραηλ = israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) .

Dt 5,1.8. act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. שְׁמַע = sjëma` (hoor, luister) van het werkw. שָׁמַע = sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 . Totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . De som van de elementen is telkens 5 . Dt (6) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 5,1 . (3) Dt 6,4 . (4) Dt 9,1 . (5) Dt 20,3 . (6) Dt 33,7 . sj-m-` . Tenakh (169) . Pentateuch (42) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (36) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (55) . Dt (14) . De stam שָׁמַע = sjâmâ` (horen, luisteren) komt voor in Tenakh (1465) .
- Grieks : act. imperat. 2de pers. enk. ακουε = akoue (hoor, luister) van het werkw. ακουω = akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . LXX (46) . Dt (7) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 5,1 . (3) Dt 6,4 . (4) Dt 9,1 . (5) Dt 12,28 . (6) Dt 20,3 . (7) Dt 27,9 . NT (1) : Mc 12,29 . Een vorm van ακουω = akouô (horen) in het NT (427) , in de LXX (1069) .
- Ned. : horen . Horen en oor zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ους = ous / ως= ôs , ωτις = ôtis . Lat. : auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Arabisch : سَمِعَ = sami`a (luisteren, horen) . Taalgebruik in de Qoran : sami`a (luisteren, horen) . D. hören . E. : to hear . Fr. : écouter . Grieks : ακουω = akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Hebreeuws : שָׁמַע = sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) .
- Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin .

Dt 5,1.9. יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . De eigennaam is samengesteld uit een werkwoordvorm en een zelfst. naamw. : act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. יִשְׂרָה = jishrâ´ (hij strijdt) van het werkw. שָׂרָה = shârâh (strijden) + אֵל = ´el (God) : God strijdt . In Gn 32,29 wordt de naam Israël verklaard als : hij streed met God en met mensen . Dat gebeurt in het verhaal van de nachtelijke strijd van Jakob aan de Jabbok . Dt (55) . Dt 4 (4) : (1) Dt 4,4 . (2) Dt 4,44 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . Dt 5 (1) : Dt 5,1 (2X) . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,3 . (2) Dt 6,4 . Dt 10 (2) : (1) Dt 10,6 . (2) Dt 10,12 . Dt 20 (1) : Dt 20,3 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt  
  2044 502 765 350 89 337 36 157 58 196 55  

- Grieks : ισραηλ = israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) .

Dt 5,1.8. - 9. שְׁמַע יִשְׂרָאֵל = sjëma` jishërâ´el ((luister / hoor Israël) . Tenakh (4) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 6,4 . (3) Dt 9,1 . (4) Dt 20,3 .
- יִשְׂרָאֵל שְׁמַע = ishërâ´el sjëma` (Israël , luister) . Tenakh (2) : (1) Dt 4,1 . (2) 1 S 23,10 .
- In Dt 4,1 staat de uitdrukking aan het begin van de grote redevoering (Dt 4-11) . In Dt 5,1 opent het het hoofdstuk met de tien geboden . In Dt 6,4 opent het de hoofdsectie (Dt 6,4-7,11) . In Dt 9,1 opent het de pericope binnen de grotere concentrische opbouw van Dt 4-11 .
- ακουε ισραηλ = akoue israèl (hoor, luister Israël) . LXX (6) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 6,4 . (3) Dt 9,1 . (4) Dt 20,3 . (5) Dt 27,9 . (6) Bar 3,9 . NT (1) : Mc 12,29 .

Dt 5,1.15. אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 .
- Grieks . εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . De LXX gebruikt hier een hulpwerkwoord wat de Hebreeuwse tekst niet doet .
- Lat. ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord . Ned. : ik (Grieks e-g) . Fr. je . D. Ich . E. I . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) . (Eerste letter : Hebr. + Ar. : a ; Gr. + Lat. : e ; Ned. + D. + E. : i . Tweede letter . Hebr. 3de letter : kh ; Gr. + Lat. : g ; Ned. : k ; D. ch . )
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . In ´ânokhî lezen we ankh , het levenssymbool .


Dt 5,2 - Dt 5,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [2] De* heer onze God heeft bij de Horeb een verbond met ons gesloten.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 5,2 .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

1. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 5,3 - Dt 5,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [3] De heer heeft dat verbond niet met onze voorouders gesloten, maar met ons, met iedereen die hier vandaag nog in leven is.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

5. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 5,4 - Dt 5,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [4] Van aangezicht tot aangezicht heeft de heer op de berg vanuit het vuur met u gesproken.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

4. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 5,5 - Dt 5,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [5] Ik stond toen tussen de heer en u in, om u zijn woorden over te brengen, want uit angst voor het vuur bent u de berg niet opgegaan. Hij heeft gezegd:      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

1. אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Gn (47) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 . Lv (0) . Nu (5) . Dt (52) . Dt 5 (5) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 5,5 . (3) Dt 5,6 . (4) Dt 5,9 . (5) Dt 5,31 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,6 .
- Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . De LXX gebruikt hier een hulpwerkwoord wat de Hebreeuwse tekst niet doet .
- Ned. : ik (Grieks e-g) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Fr. : je . D. : Ich . E. : I . Fr. : je . Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Hebreeuws : אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord . Eerste letter : Hebr. + Ar. : a ; Gr. + Lat. : e ; Ned. + D. + E. : i . Tweede letter . Hebr. 3de letter : kh ; Gr. + Lat. : g ; Ned. : k ; D. ch . ) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . In ´ânokhî lezen we ankh , het levenssymbool .

4. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

12. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 5,6 - Dt 5,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [6] “Ik ben de heer uw God, die u uit Egypte heeft geleid, dat slavenhuis.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,6.1. אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Gn (47) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 . Lv (0) . Nu (5) . Dt (52) . Dt 5 (5) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 5,5 . (3) Dt 5,6 . (4) Dt 5,9 . (5) Dt 5,31 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,6 .
- Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . De LXX gebruikt hier een hulpwerkwoord wat de Hebreeuwse tekst niet doet .
- Ned. : ik (Grieks e-g) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Fr. : je . D. : Ich . E. : I . Fr. : je . Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Hebreeuws : אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord . Eerste letter : Hebr. + Ar. : a ; Gr. + Lat. : e ; Ned. + D. + E. : i . Tweede letter . Hebr. 3de letter : kh ; Gr. + Lat. : g ; Ned. : k ; D. ch . ) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . In ´ânokhî lezen we ankh , het levenssymbool .

Dt 5,6.2. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 5,6.1. - 2. אָנֹכִי יְהוָה = ´ânokhî JHWH (ik ben JHWH) . Tenakh (9) : (1) Ex 4,11 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Dt 5,6 . (5) Dt 5,9 . (6) Rt 3,13 . (7) Ps 81,11 . (8) Js 43,11 . (9) Js 44,24
- אֱנִי יהוה = ´anî JHWH (ik ben JHWH) . Tenakh(135) . Ex (12) : (1) Ex 6,7 . (2) Ex 7,5 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 8,18 . (5) Ex 10,1 . (6) Ex 10,2 . (7) Ex 14,4 . (8) Ex 14,18 . (9) Ex 15,26 . (10) Ex 16,12 . (11) Ex 29,46 . (12) Ex 31,13 . Dt (1) : Dt 29,5 .

Dt 5,6.3. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 5 (7) : (1) Dt 5,6 . (2) Dt 5,9 . (3) Dt 5,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,14 . (6) Dt 5,15 . (7) Dt 5,16 .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17
êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 5 7
JHWH = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 267           1 8     116 4 7

Dt 5,6.1. - 3. אָנֹכִי יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = ´ânokhî JHWH ´êlohè(j)khâ (ik ben JHWH, jouw God) . Tenakh (5/9) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Dt 5,6 . (4) Dt 5,9 . (5) Ps 81,11 .

5. הוֹצֵאתִיךָ = hôtse´thîkhâ (ik leidde je uit) < werkwoordvorm act. hifil perf. 3de pers. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie het werkw. יָצַא = jâtsa´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 29 OF 101 (3³ X 3²) . Structuur : 1 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (3) : (1) Gn 15,7 . (2) Ex 20,2 . (3) Dt 5,6 .

Dt 5,7 - Dt 5,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [7] U zult geen andere goden hebben ten koste van Mij.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 5,7 . Het vers Dt 5,7 = het vers Ex 20,3 .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

4. אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Gn (140) . Ex (31) . Lv (0) . Nu (7) . Dt (29) . Ex (31) . (1) Ex 1,20 . (2) Ex 2,24 . (3) Ex 2,25 . (4) Ex 3,4 . (5) Ex 3,14 . (6) Ex 3,15 . (7) Ex 6,2 . (8) Ex 7,1 . (9) Ex 8,15 . (10) Ex 9,28 . (11) Ex 9,30 . (12) Ex 13,17 . (13) Ex 13,18 . (14) Ex 13,19 . (15) Ex 18,1 . (16) Ex 18,15 . (17) Ex 18,19 . (18) Ex 18,21 . (19) Ex 18,23 . (20) Ex 20,1 . (21) Ex 20,3 . (22) Ex 20,19 . (23) Ex 22,8 . (24) Ex 22,27 . (25) Ex 23,13 . (26) Ex 31,3 . (27) Ex 31,18 . (28) Ex 32,1 . (29) Ex 32,16 . (30) Ex 32,23 . (31) Ex 35,31 . Dt (29) : (1) Dt 4,7 . (2) Dt 4,28 . (3) Dt 4,32 . (4) Dt 4,33 . (5) Dt 4,34 . (6) Dt 5,7 . (7) Dt 5,24 . (8) Dt 5,26 . (9) Dt 6,14 . (10) Dt 7,4 . (11) Dt 8,19 . (12) Dt 9,10 . (13) Dt 11,16 . (14) Dt 11,28 . (15) Dt 13,3 . (16) Dt 13,7 . (17) Dt 13,14 . (18) Dt 17,3 . (19) Dt 18,20 . (20) Dt 21,23 . (21) Dt 25,18 . (22) Dt 28,14 . (23) Dt 28,36 . (24) Dt 28,64 . (25) Dt 29,25 . (26) Dt 31,18 . (27) Dt 31,20 . (28) Dt 32,17 . (29) Dt 32,39 .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden k/ kunnen an zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413

5. mann. mv. אֲחֵרִים = ´ächarîm / ´ächerîm van het bijvoegl. naamw. אַחֵר = ´acher (ander, andere) . Taalgebruik in Tenakh : ´acher (ander, andere) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 ; totaal : 29 OF 209 (11 X 19) . Structuur : 1 - 8 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (76) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (10) . Gn (2) . (1) Gn 8,10 . (2) Gn 8,12 . Ex (2) : (1) Ex 20,3 . (2) Ex 23,13 . Lv (1) : Lv 6,4 . Nu (0) . Dt (18) : (1) Dt 5,7 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 7,4 . (4) Dt 8,19 . (5) Dt 11,16 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 13,3 . (8) Dt 13,7 . (9) Dt 13,14 . (10) Dt 17,3 . (11) Dt 18,20 . (12) Dt 28,14 . (13) Dt 28,36 . (14) Dt 28,64 . (15) Dt 29,25 . (16) Dt 30,17 . (17) Dt 31,18 . (18) Dt 31,20 . Eerdere Profeten (22) : (1) Joz 23,16 . (2) Joz 24,2 . (3) Joz 24,16 . (4) Re 2,12 . (5) Re 2,17 . (6) Re 2,19 . (7) Re 10,13 . (8) 1 S 8,8 . (9) 1 S 19,21 . (10) 1 S 26,19 . (11) 1 S 28,8 . (12) 1 K 9,6 . (13) 1 K 9,9 . (14) 1 K 11,4 . (15) 1 K 11,10 . (16) 1 K 14,9 . (17) 2 K 5,17 . (18) 2 K 17,7 . (19) 2 K 17,35 . (20) 2 K 17,37 . (21) 2 K 17,38 . (22) 2 K 22,17 .

5. - 6. אֱלֹהִים אֲחֵרִים = ´èlohîm ´ächerîm (andere goden) . Tenakh (46) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (1) . Ex (2) : (1) Ex 20,3 . (2) Ex 23,13 . Dt (17) : (1) Dt 5,7 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 7,4 . (4) Dt 8,19 . (5) Dt 11,16 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 13,3 . (8) Dt 13,7 . (9) Dt 13,14 . (10) Dt 17,3 . (11) Dt 18,20 . (12) Dt 28,14 . (13) Dt 28,36 . (14) Dt 28,64 . (15) Dt 29,25 . (16) Dt 31,18 . (17) Dt 31,20 . Joz (3) : (1) Joz 23,16 . (2) Joz 24,2 . (3) Joz 24,16 . Re (4) : (1) Re 2,12 . (2) Re 2,17 . (3) Re 2,19 . (4) Re 10,13 . 1 S (2) : (1) 1 S 8,8 . (2) 1 S 26,19 . 1 K (4) : (1) 1 K 9,6 . (2) 1 K 11,4 . (3) 1 K 11,10 . (4) 1 K 14,9 . 2 K (4) : (1) 2 K 17,7 . (2) 2 K 17,35 . (3) 2 K 17,37 . (4) 2 K 17,38 .

Dt 5,8 - Dt 5,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [8] U zult geen beelden maken in de vorm van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  
Dt 5,9 - Dt 5,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [9] Buig niet voor hen en vereer hen niet, want Ik, de heer uw God, ben een jaloerse God, die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen tot in de derde en vierde generatie van degenen die Mij verwerpen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

7. אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Gn (47) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 . Lv (0) . Nu (5) . Dt (52) . Dt 5 (5) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 5,5 . (3) Dt 5,6 . (4) Dt 5,9 . (5) Dt 5,31 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,6 .
- Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . De LXX gebruikt hier een hulpwerkwoord wat de Hebreeuwse tekst niet doet .
- Ned. : ik (Grieks e-g) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Fr. : je . D. : Ich . E. : I . Fr. : je . Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Hebreeuws : אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord . Eerste letter : Hebr. + Ar. : a ; Gr. + Lat. : e ; Ned. + D. + E. : i . Tweede letter . Hebr. 3de letter : kh ; Gr. + Lat. : g ; Ned. : k ; D. ch . ) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . In ´ânokhî lezen we ankh , het levenssymbool .

8. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

7. - 8. אָנֹכִי יְהוָה = ´ânokhî JHWH (ik ben JHWH) . Tenakh (9) : (1) Ex 4,11 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Dt 5,6 . (5) Dt 5,9 . (6) Rt 3,13 . (7) Ps 81,11 . (8) Js 43,11 . (9) Js 44,24
- אֱנִי יהוה = ´anî JHWH (ik ben JHWH) . Tenakh(135) . Ex (12) : (1) Ex 6,7 . (2) Ex 7,5 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 8,18 . (5) Ex 10,1 . (6) Ex 10,2 . (7) Ex 14,4 . (8) Ex 14,18 . (9) Ex 15,26 . (10) Ex 16,12 . (11) Ex 29,46 . (12) Ex 31,13 . Dt (1) : Dt 29,5 .

7. - 9. אָנֹכִי יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = ´ânokhî JHWH ´êlohè(j)khâ (ik ben JHWH, jouw God) . Tenakh (5/9) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Dt 5,6 . (4) Dt 5,9 . (5) Ps 81,11 .

Dt 5,10 - Dt 5,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [10] Maar Ik bewijs goedheid tot in de duizendste generatie van degenen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  
Dt 5,11 - Dt 5,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [11] U zult de naam van de heer uw God niet lichtvaardig gebruiken, want de heer laat hen die zijn naam misbruiken niet ongestraft.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

5. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

11. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .


Dt 5,12-15 telt 9 + 6 + 26 + 23 = 64 woorden en 34 + 24 + 109 + 87 = 254 letters .

Dt 5,12 - Dt 5,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [12] Onderhoud* de sabbat: die moet heilig voor u zijn, zoals de heer uw God heeft geboden.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 5,12 . Het vers Dt 5,12 telt 9 woorden en 34 (2 X 17) letters . De getalswaarde van Dt 5,12 is 2879 (priemgetal) . Het 4de woord (of gebod) betreft de sjabbat (Ex 20,8-11, Dt 5,12-15) .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,12.1. qal inf. absol. שׁמוֹר = sjamôr (te onderhouden) . Zie : שָׁמַר = sjâmar (behouden, bewaren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmar (behouden, bewaren) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 54 ( 2 X 3³) of 540 (2² X 3³ X 5) . Structuur : 3 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (7) : (1) Dt 5,12 . (2) Dt 6,17 . (3) Dt 16,1 . (4) 1 S 9,24 . (5) Pr 9,12 . (6) Pr 8,2 . (7) Pr 12,13 .
- act. inf. aor. = fulaxai van het werkw. fulattô (bewaken, bewaren) .

Dt 5,12.2. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . Joz (231) . Gn (525) . Ex (473) .

Dt 5,12.1. - 2. שׁמוֹר אֵת = sjamôr (te onderhouden) . Tenakh (2) : (1) Dt 5,12 . (2) Dt 16,1 .

Dt 5,12.3. יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Taalgebruik in Mi : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (209) . Pentateuch (76) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (24) . Geschriften (53) . Pentateuch (76) . Gn (23) . Ex (14) . Lv (11) . Nu (17) . Dt (11) .
- Grieks : ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) .
- Ned. : dag . Arabisch : يَوم = jaum (dag) . Taalgebruik in de Qoran : dag (jaum) . D. : Tag . E. : day . F. : jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Grieks : ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. : dies . Hebreeuws : יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) .

Dt 5,12.2. - 3. אֶת יוֹם = ´èth jôm (dag) . Tenakh (16) . Pentateuch (6) : (1) Gn 2,3 . (2) Ex 20,8 . (3) Ex 20,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,15 . (6) Dt 16,3 .

Dt 5,12.4. הַשַּׁבָּת = sjâbbath (sabbat) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 .Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (39) . Pentateuch (15) : (1) Ex 16,29 . (2) Ex 20,8 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 31,14 . (5) Ex 31,15 . (6) Ex 31,16 . (7) Ex 35,3 . (8) Lv 23,11 . (9) Lv 23,15 . (10) Lv 23,16 . (11) Lv 24,8 . (12) Nu 15,32 . (13) Nu 28,9 . (14) Dt 5,12 . (15) Dt 5,15 .
- zelfst. naamw. שַׁבָּת = sjâbbath (sabbat) . Zie : sj-b-th . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Stat. constructus . Tenakh (11) : (1) Ex 16,23 . (2) Ex 31,15 . (3) Ex 35,2 . (4) Lv 16,31 . (5) Lv 23,3 . (6) Lv 23,32 . (7) Lv 25,4 . (8) Lv 25,6 . (9) Nu 28,10 . (10) Neh 9,14 . (11) 1 Kr 9,32 .
- In Gn 2,1-4a wordt het werkw. שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) gebruikt . Hier wordt nog niet het woord sjabbât gebruikt .

Dt 5,12.2. - 4. אֶת יוֹם הַשַּׁבָּת = ´èth jôm hasjabbâth (de sabbatdagdag) . Tenakh (9) : (1) Ex 20,8 . (2) Ex 20,11 . (3) Dt 5,12 . (4) Dt 5,15 . (5) Jr 17,22 . (6) Jr 17,24 . (7) Jr 17,27 . (8) Neh 13,17 . (9) Neh 13,22 . In Tenakh eveneens 9X zonder אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) .
- בְּיוֹם הַשַּׁבָּת = bëjôm sjâbbath (op sabbatdag) . Tenakh (13) : (1) Ex 31,15 . (2) Ex 35,3 . (3) Lv 24,8 (2X) . (4) Nu 15,32 . (5) Jr 17,21 . (6) Jr 17,22 . (7) Jr 17,24 . (8) Jr 17,27 . (9) Ez 46,4 . (10) Ez 45,12 . (11) Neh 10,32 . (12) Neh 13,15 . (13) Neh 13,19 .
- אֶת יוֹם הַשְּׁבִיעִי = ´èth jôm hasjsjëbhî`î (de zevende dag) . Tenakh (1) : Gn 2,3 .

Dt 5,12.6. כַּאֲשֶׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix kë + אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) OF persoonsnaam אָשֶׁר = ´âsjer (Aser) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalswaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (488) . Pentateuch (202) . Eerdere Profeten (68) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (56) . Dt (54) .
- καθως = kathôs (zoals) . Taalgebruik in het NT : kathôs (zoals) . Taalgebruik in de LXX : kathôs (zoals) .

kathôs (zoals)

bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
  405 326 179 3 8 17 31 11 109 - 28  59 

- Ned. : zoals . Arabisch : كَما = kamâ (zoals) . Taalgebruik in de Qoran : kamâ (zoals) . D. : wie . E. : as . Fr. : selon . Gr. καθως = kathôs (zoals) . Taalgebruik in het NT : kathôs (zoals) . Hebreeuws : כַאֲשֶׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix kë + אֲשֶׁר = ´äsjèr (die). Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) .

7. צִוְּךָ= tsiwwëkhâ (hij beval jou) < act. piël 3de pers. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 .

Dt 5,12.8. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 5,12.9. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . (231) . Gn (2) : (1) Gn 27,20 . (2) Gn 31,32 . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 5 (7) : (1) Dt 5,6 . (2) Dt 5,9 . (3) Dt 5,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,14 . (6) Dt 5,15 . (7) Dt 5,16 .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 5 7
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45 0 2
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4 7
JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) 123 74         0 4 26 4 40 0 2

Dt 5,12.8. - 9. יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = JHWH ´êlohè(j)khâ (JHWH, je God) . Tenakh (231) . Gn (1) : Gn 27,20 . Ex (8) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 23,19 . (7) Ex 34,24 . (8) Ex 34,26 . Dt (116) . Dt 5 (7) : (1) Dt 5,6 . (2) Dt 5,9 . (3) Dt 5,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,15 (2X) . (6) Dt 5,16 (2X) .
- יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם = JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) . Tenakh (123) . Pentateuch (74) . Gn (0) . Ex (4) . Lv (26) . Nu (4) . Dt (40) .

Dt 5,12.6. - 9. כַּאֲשֶׁר צִוְּךָ יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = ka´äsjèr tsiwwëkhâ JHWH ´êlohè(j)khâ (zoals JHWH, je God je beval) . Tenakh (3) : (1) Dt 5,12 . (2) Dt 5,16 . (3) Dt 20,17 . Er is dus een inclusio in Dt 5,12-16 . Het sjabbatgebod is voordien reeds meerdere malen gesteld . Wellicht verwijst het hier naar het sjabbatgebod zoals het in de 10 woorden / geboden in Ex 20,7-11 is gegeven .


Dt 5,13 - Dt 5,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [13] Zes dagen kunt u werken en al uw arbeid verrichten,      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 5,13 . Het vers Dt 5,13 telt 6 woorden en 24 letters ; verhouding : 1 op 4 . De getalswaarde van Dt 5,13 is 2923 (37 X 79) .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,13.1. vr. enk. שֵׁשֶׁת = sjesjèth (zes) . Zie שֵׁשׁ = sjesj (zes) . Taalgebruik in Tenakh : sjesj (zes) . Getallenwaarde sjesj = 2 X 21 of 2 X 300 = 42 (2 X 3 X 7) OF 600 (2³ X 3 X 5²) . Structuur : 3 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (21) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Ex 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Nu 3,34 . (12) Dt 5,13 . (13) Dt 16,8 . (14) Joz 6,3 . (15) Joz 6,14 . (16) 1 K 11,16 . (17) Ez 46,1 . (18) Ezr 2,67 . (19) Neh 7,68 . (20) 1 Kr 12,25 . (21) 1 Kr 23,4 .
- Grieks . ἑξ = hex . Zie : Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in de Septuaginta : ek (uit) . Ex 20 (2) : (1) Ex 20,9 . (2) Ex 20,11 . Een vorm van ἑξ = hex (zes) in de LXX (134) , in het NT (13) : (1) Mt 17,1 . (2) Mc 9,2 . (3) Lc 4,25 . (4) Lc 13,14 . (5) Joh 2,6 . (6) Joh 2,20 . (7) Joh 12,1 . (8) Hnd 11,12 . (9) Hnd 18,11 . (10) Hnd 27,37 . (11) Jak 5,17 . (12) Apk 4,8 . (13) Apk 13,18 .
- Lat. : sex . Ex (22) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 21,2 . (5) Ex 23,10 . (6) Ex 23,12 . (7) Ex 24,16 . (8) Ex 25,32 . (9) Ex 25,33 . (10) Ex 25,35 . (11) Ex 26,9 . (12) Ex 26,22 . (13) Ex 28,10 . (14) Ex 31,15 . (15) Ex 31,17 . (16) Ex 34,21 . (17) Ex 35,2 . (18) Ex 36,16 . (19) Ex 36,27 . (20) Ex 37,18 . (21) Ex 37,19 . (22) Ex 37,21 . Bijbel (120) . OT (109) . NT (11) .
- Ned. : zes . Arabisch : سِتة = sittah (zes) . Taalgebruik in de Qoran : sittah (zes) . D. : sechs . E. : six . Fr. : six . Grieks : ἑξ = hex . Zie : Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Hebreeuws : שֵׁשׁ = sjesj (zes) . Taalgebruik in Tenakh : sjesj (zes) . Lat. : sex .

Dt 5,13.2. mann. mv. יָמִים = jâmîm (dagen) van het zelfst. naamw. יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . j-m-m . Tenakh (289) . Pentateuch (117) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (45) . 12 Kleine Profeten (10) . Geschriften (66) . Ex (26) : (1) Ex 3,18 . (2) Ex 5,3 . (3) Ex 7,25 . (4) Ex 8,23 . (5) Ex 10,22 . (6) Ex 10,23 . (7) Ex 12,15 . (8) Ex 12,19 . (9) Ex 13,6 . (10) Ex 15,22 . (11) Ex 16,26 . (12) Ex 19,15 . (13) Ex 20,9 . (14) Ex 20,11 . (15) Ex 22,29 . (16) Ex 23,12 . (17) Ex 23,15 . (18) Ex 24,16 . (19) Ex 29,30 . (20) Ex 29,35 . (21) Ex 29,37 . (22) Ex 31,15 . (23) Ex 31,17 . (24) Ex 34,18 . (25) Ex 34,21 . (26) Ex 35,2 . Lv (31) : (1) Lv 8,33 . (2) Lv 8,35 . (3) Lv 12,2 . (4) Lv 12,4 . (5) Lv 12,5 . (6) Lv 13,4 . (7) Lv 13,5 . (8) Lv 13,21 . (9) Lv 13,26 . (10) Lv 13,31 . (11) Lv 13,33 . (12) Lv 13,50 . (13) Lv 13,54 . (14) Lv 14,8 . (15) Lv 14,38 . (16) Lv 15,13 . (17) Lv 15,19 . (18) Lv 15,24 . (19) Lv 15,25 . (20) Lv 15,28 . (21) Lv 22,27 . (22) Lv 23,3 . (23) Lv 23,6 . (24) Lv 23,8 . (25) Lv 23,34 . (26) Lv 23,36 . (27) Lv 23,39 . (28) Lv 23,40 . (29) Lv 23,41 . (30) Lv 23,42 . (31) Lv 25,29 .
- Grieks . gen. vr. enk. + acc. vr. mv. ἡμερας = hèmeras (dagen) van het zelfst. naamw. ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Ex (36) . Ex 20 (1) Ex 20,9 .

  hèmera (dag)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
2 gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras  799  575  224  13  11  14  40  126  12  38  46     

- Latijn . dat. + abl. vr. mv. diebus van het zelfst. naamw. dies (dag) . Bijbel (509) . OT (437) . NT (72) . Ex (24) : (1) Ex 2,11 . (2) Ex 10,22 . (3) Ex 12,15 . (4) Ex 12,19 . (5) Ex 13,6 . (6) Ex 13,7 . (7) Ex 13,10 . (8) Ex 15,22 . (9) Ex 16,26 . (10) Ex 20,9 . (11) Ex 20,11 . (12) Ex 22,29 . (13) Ex 23,12 . (14) Ex 23,15 . (15) Ex 24,16 . (16) Ex 24,18 . (17) Ex 29,30 . (18) Ex 29,35 . (19) Ex 29,37 . (20) Ex 31,15 . (21) Ex 31,17 . (22) Ex 34,18 . (23) Ex 34,21 . (24) Ex 35,2 .
- Ned. : dag . Arabisch : يَوم = jaum (dag) . Taalgebruik in de Qoran : dag (jaum) . D. : Tag . E. : day . F. : jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Grieks : ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. : dies . Hebreeuws : יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) .

Dt 5,13.1. - 2. שֵׁשֶׁת יָמִים = sjesjèth jâmîm (zes dagen) . Tenakh (14) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Ex 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Dt 5,13 . (12) Dt 16,8 . (13) Joz 6,3 . (14) Joz 6,14 .

Dt 5,13.3, act. ind. imperf. 2de pers. mann. enk. תַעֲבֹד = tha`äbhod (jij zult werken, dienen) van het werkw. עָבַד = `âbhad (werken, dienen) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhad (werken, dienen) . Getalwaarde : ajin =16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 ; totaal : 22 OF 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . De som van de elementen is 4 . Tenakh (13) : (1) Gn 4,12 . (2) Gn 27,40 . (3) Gn 29,27 . (4) Ex 20,9 . (5) Ex 23,33 . (6) Ex 34,21 . (7) Lv 25,39 . (8) Dt 5,13 . (9) Dt 6,13 . (10) Dt 7,16 . (11) Dt 10,20 . (12) Dt 15,19 . (13) Ez 36,34 .
- Grieks . ind. futurum 2de pers. enk. εργᾳ = erga(i) (jij zult werken) van het werkw. εργαζομαι = ergazomai (werken) . Bijbel (?) . In geval van תַעֲבֹד =tha`äbhod (jij zult werken, dienen) : (1) Gn 4,12 . (2) Gn 29,27 . (3) Ex 20,9 . (4) Ex 34,21 . (5) Dt 5,13 . (6) Dt 15,19 .
- Latijn . futurum 2de pers. enk. operaberis (jij zult werken) van het werkw. operari (werken) . Bijbel (5) : (1) Ex 20,9 . (2) Ex 23,12 . (3) Ex 34,21 . (4) Dt 5,13 . (5) Dt 15,19 .

Dt 5,13.1. - 3. שֵׁשֶׁת יָמִים תַעֲבֹד = sjesjèth jâmîm tha`äbhod (zes dagen zal je werken) . Tenakh (3) : (1) Ex 20,9 . (2) Ex 34,21 . (3) Dt 5,13 . In Ex 20,9 en Dt 5,13 gaat het om het sjabbatgebod binnen de 10 woorden . In Ex 34,21 gaat het om het sjabbatgebod op de twee nieuwe stenen tafelen .
- שֵׁשֶׁת יָמִים תַּעֱשֶׂה = sjesjèth jâmîm tha`äshèh (zes dagen zal je je werk doen) . Tenakh (1) : Ex 23,12 . De 'feestdagen' van het jaar .
- שֵׁשֶׁת יָמִים תֵּעָשֶׂה = sjesjèth jâmîm the`âshèh (zes dagen wordt het werk gedaan) . Tenakh (2) : (1) Ex 35,2 . (2) Lv 23,3 .

Dt 5,13.4. prefix verbindingswoord wë + act. ind. perf. 2de pers. mann. enk. וְעָשִׂיתָ = wë`âshîthâ (en jij zult maken) van het werkw. `עָשָׂה = âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 375 (3 X 5³) . Structuur : 7 - 3 - 5 . Tenakh (90) . Pentateuch (68) . Eerdere Profeten (12) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (5) . Ex (51) . Ex 20 (1) : Ex 20,9 .
- Grieks . act. ind. futurum 2de pers. enk. ποιησεις = poièseis (jij zult maken) van het werkw. ποιεω = poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Taalgebruik in de LXX : poieô (doen, maken) . Bijbel (190) . OT (187) . NT (3) . Ex (84) . Ex 20 (3) : (1) Ex 20,4 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,10 . Een vorm van ποιεω = poieô (doen, maken) in de LXX (3390) , in het NT (565) .
- Ned. . doen . Arabisch : عَمَلَ = `amala (werken) . Taalgebruik in de Qoran : `amala (werken . D. . tun . E. . do . Fr. . faire . Grieks . ποιεω = poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Hebreeuws : עָשָׂה = `âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Lat. . facere .

Dt 5,13.6. מְלָאכְתֶּךָ (jouw werk) < zelfst. naamw. vr. enk. stat. construct. + persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. מְלָאכָה = mëlâ´kâh (werk, arbeid, vermogen, have, voorraad) . Taalgebruik in Tenakh : mëlâ ´kâh (werk, arbeid, vermogen, have, voorraad) . Tenakh (37) .. Tenakh (4) : (1) Ex 20,9 . (2) Dt 5,13 . (3) Jon 1,8 . (4) Spr 24,27 .

Dt 5,13.5. - 6. מְלָאכְתֶּךָ כָּל (jouw werk) < zelfst. naamw. vr. enk. stat. construct. + persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Tenakh (2) : (1) Ex 20,9 . (2) Dt 5,13 .
- מְלָאכָה כָּל (al het werk) . Tenakh (8) : (1) Ex 12,16 . (2) Ex 35,35 . (3) Lv 23,3 . (4) Lv 23,30 . (5) Lv 23,31 . (6) Nu 29,7 . (7) 1 K 7,14 . (8) Jr 17,24 .


Dt 5,14 - Dt 5,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [14] maar de zevende dag is de sabbat voor de heer uw God. Dan zult u geen enkele arbeid verrichten, u niet, uw zoon niet, uw dochter niet, uw slaaf niet, uw slavin niet, uw rund niet, uw ezel niet, uw overige vee niet en ook niet de vreemdelingen binnen uw poorten. Dan kunnen uw slaaf en uw slavin uitrusten, evenals uzelf.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 5,14 . Het vers Dt 5,14 telt 26 woorden en 109 letters . De getalswaarde van Dt 5,14 is 7290 (2 X3³ X 3³ X 5) .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,14.1. וְיוֹם = wëjôm (en op de dag) < prefix voegwoord wë + zelfst. naamw. יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Taalgebruik in Mi : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (15) . Pentateuch (3) : (1) Gn 8,22 . (2) Ex 20,10 . (2) Dt 5,14 .

Dt 5,14.2. הַשְּׁבִיעִי = hasjsjëbhî`î (de zevende) . Zie : שֶׁבַע / שֵׁבַע = sjèbha` / sjëbha` (zeven) (zie 7) . Taalgebruik in Tenakh : sjèbha` / sjëbha` (zeven) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 (3 X 13 = (26 + 13) OF 372 (2 X 3 X 31) . Structuur : 3 - 2 - 7 . De som van de elementen is telkens 12 -> 3 . Tenakh (69) . Pentateuch (45) . Gn (3) . Ex (13) . Lv (16) . Nu (11) . Dt (2) . Rest (24) . Gn (3) : (1) Gn 2,2 . (2) Gn 2,3 . (3) Gn 8,4 . Ex (13) : (1) Ex 12,16 . (2) Ex 13,6 . (3) Ex 16,26 . (4) Ex 16,27 . (5) Ex 16,29 . (6) Ex 20,10 . (7) Ex 20,11 . (8) Ex 23,12 . (9) Ex 24,16 . (10) Ex 31,15 . (11) Ex 31,17 . (12) Ex 34,21 . (13) Ex 35,2 . Lv (16) : (1) Lv 13,5 . (2) Lv 13,6 . (3) Lv 13,27 . (4) Lv 13,32 . (5) Lv 13,34 . (6) Lv 13,51 . (7) Lv 14,9 . (8) Lv 14,39 . (9) Lv 16,29 . (10) Lv 23,3 . (11) Lv 23,8 . (12) Lv 23,24 . (13) Lv 23,27 . (14) Lv 23,34 . (15) Lv 23,39 . (16) Lv 23,41 . Nu (11) : (1) Nu 6,9 . (2) Nu 7,48 . (3) Nu 19,12 . (4) Nu 19,19 . (5) Nu 28,25 . (6) Nu 29,1 . (7) Nu 29,7 . (8) Nu 29,12 . (9) Nu 29,32 . (10) Nu 31,19 . (11) Nu 31,24 . Dt (2) : (1) Dt 5,14 . (2) Dt 16,8 .
- הַשְּׁבִעִי = hasjsjëbhî`î (de zevende) . Tenakh (8) : (1) Ex 12,15 . (2) Ex 16,30 . (3) Lv 25,9 . (4) 1 Kr 2,15 . (5) 1 Kr12,12 . (6) 1 Kr 24,10 . (7) 1 Kr 25,14 . (8) 2 Kr 5,3 .
- Samen 77 ; 48X in de Pentateuch , 29X in de rest ; 15X in Ex , 17X in Lv .
- Grieks : ἑπτα = hepta . Bijbel (334) . OT (272) . NT (62) . Een vorm van ἑπτα = hepta (zeven) in de LXX (377) , in het NT (87) .
- Lat. septem . Bijbel (325) . OT (264) . NT (61) .
- Ned. : zeven . Arabisch : sab`ah (zeven) : سَبْعة. Taalgebruik in de Qoran : sab`ah (zeven) . D. : Sieben . E. seven . Fr. : sept . Grieks : ἑπτα = hepta . Hebreeuws : de) . Zie : שֶׁבַע / שֵׁבַע = sjèbha` / sjëbha` (zeven) (zie 7) . Taalgebruik in Tenakh : sjèbha` / sjëbha` (zeven) . Lat. : septem .
- De eerste medeklinker : s ; in het Grieks werd het een aangeblazen ha ; in het Nederlands werd de s een z . De tweede medeklinker : b : in het Arabisch en het Duits ; in het Hebreeuws is het een zachte b , uitgesproken als v ; zo ook in het E. en het Ned. ; in het Gr. , het Lat. en het Fr. werd het een p ; in het Fr. wordt de p niet uitgesproken . De derde medeklinker : de ajin in het Arabisch en het Hebreeuws ; in het Gr. en het Lat. door de letter t . Het Franse sept is afkorting van het Lat. septem ; de -en uitgang in het D. , E. en Ned. komt wellicht uit de Latijnse uitgang -em .

Dt 5,14.1. - 2. וְיוֹם הַשְּׁבִיעִי = wëjôm hasjsjëbhî`î (en 'op' de zevende dag) . Tenakh (2) : (1) Ex 20,10 . (2) Dt 5,14 .
- יוֹם הַשְּׁבִיעִי = ´jôm hasjsjëbhî`î (de zevende dag) . Tenakh (1) : Gn 2,3 .
- הַשְּׁביעִי בַּיּוֹם = bajjôm hasjsjëbhî`î (op de zevende dag). Tenakh (24) : (1) Gn 2,2 . (2) Ex 16,27 . (3) Ex 16,29 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 24,16 . (6) Lv 13,5 . (7) Lv 13,6 . (8) Lv 13,27 . (9) Lv 13,32 . (10) Lv 13,34 . (11) Lv 13,51 . (12) Lv 14,9 . (13) Lv 14,39 . (14) Lv 23,8 .
- הַשְּׁבִיעִי וּבַיּוֹם = ûbhajjôm hasjsjëbhî`î (en op de zevende dag) . Tenakh (16) : (1) Ex 12,16 . (2) Ex 13,6 . (3) Ex 16,26 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 31,15 . (6) Ex 31,17 . (7) Ex 34,21 . (8) Ex 35,2 . (9) Lv 23,3 . (10) Nu 19,12 . (11) Nu 19,19 . (12) Nu 28,25 . (13) Nu 29,32 . (14) Nu 31,19 . (15) Dt 16,8 . (16) Joz 6,4 .

Dt 5,14.3. הַשַּׁבָּת = sjâbbath (sabbat) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 .Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (39) . Pentateuch (15) : (1) Ex 16,29 . (2) Ex 20,8 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 31,14 . (5) Ex 31,15 . (6) Ex 31,16 . (7) Ex 35,3 . (8) Lv 23,11 . (9) Lv 23,15 . (10) Lv 23,16 . (11) Lv 24,8 . (12) Nu 15,32 . (13) Nu 28,9 . (14) Dt 5,12 . (15) Dt 5,15 .
- zelfst. naamw. שַׁבָּת = sjâbbath (sabbat) . Zie : sj-b-th . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (36) . Pentateuch (17) . Gn (1) : Gn 2,3 . Ex (7) : (1) Ex 16,23 . (2) Ex 16,25 . (3) Ex 16,26 . (4) Ex 20,10 . (5) Ex 31,15 . (6) Ex 31,17 . (7) Ex 35,2 . Lv (6) : (1) Lv 16,31 . (2) Lv 23,3 . (3) Lv 23,32 . (4) Lv 25,2 . (5) Lv 25,4 . (6) Lv 25,6 . Nu (1) : Nu 27,10 . Dt (2) : (1) Dt 1,6 . (2) Dt 5,14 .
- Op de 7de dag komt in 40 verzen voor ; 33X in de Pentateuch , 1X in Gn , 12X in Ex , 10X in Lv , 9X in Nu , 1X in Dt . Buiten de Pentateuch slechts 7X .

Dt 5,14.4. לַיהוה = lJHWH (voor JHWH) < prefix voorzetsel lë + יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Tenakh (538) . Pentateuch (240) . Eerdere Profeten (77) . Latere Profeten (50) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (152) . Ex (47) . Ex 20 (1) : Ex 20,10 . Lv (31) . Lv 23 () : (1) Lv 23,3 . (2) Lv 23,5 . (3) Lv 23,8 . (4) Lv 23,12 . (5) Lv 23,13 . (6) Lv 23,16 . (7) Lv 23,17 . (8) Lv 23,18 . (9) Lv 23,20 . (10) Lv 23,25 . (11) Lv 23,27 . (12) Lv 23,34 . (13) Lv 23,36 . (14) Lv 23,37 . (15) Lv 23,38 . (16) Lv 23,41 . Lv 25 (2) : (1) Lv 25,2 . (2) Lv 25,4 . Dt (31) . Dt 5 (1) : Dt 5,14 .

Dt 5,14.3. - 4. שַׁבָּת לַיהוה = sjabbâth lJHWH (voor JHWH) . Tenakh (4) : (1) Ex 20,10 . (2) Lv 25,2 . (3) Lv 25,4 . (4) Dt 5,14 .

Dt 5,14.3. - 5. שַׁבָּת לַיהוה אֱלֹהֶיךָ = sjabbâth lJHWH ´êlohè(j)khâ (voor JHWH, je God) . Tenakh (4) : (1) Ex 20,10 . (2) Dt 5,14 .


Dt 5,15 - Dt 5,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] Bedenk dat u slaaf bent geweest in Egypte en dat de heer uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 5,15 . Het vers Dt 5,15 telt 23 woorden en 87 letters . De getalswaarde van Dt 5,15 is 5285 (5 X 7 X 151) .

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

8. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

18. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 5,16 - Dt 5,16 -
6 ἐγώ εἰμι Κύριος ὁ Θεός σου ὁ ἐξαγαγών σε ἐκ γῆς Αἰγύπτου, ἐξ οἴκου δουλείας. 7 οὐκ ἔσονταί σοι θεοὶ ἕτεροι πρὸ προσώπου μου. 8 οὐ ποιήσεις σεαυτῷ εἴδωλον οὐδὲ παντὸς ὁμοίωμα, ὅσα ἐν τῷ οὐρανῷ ἄνω καὶ ὅσα ἐν τῇ γῇ κάτω καὶ ὅσα ἐν τοῖς ὕδασιν ὑποκάτω τῆς γῆς. 9 οὐ προσκυνήσεις αὐτοῖς οὐδὲ μὴ λατρεύσῃς αὐτοῖς, ὅτι ἐγώ εἰμι Κύριος ὁ Θεός σου, Θεὸς ζηλωτής, ἀποδιδοὺς ἁμαρτίας πατέρων ἐπὶ τέκνα ἐπὶ τρίτην καὶ τετάρτην γενεὰν τοῖς μισοῦσί με. 10 καὶ ποιῶν ἔλεος εἰς χιλιάδας τοῖς ἀγαπῶσί με καὶ τοῖς φυλάσσουσι τὰ προστάγματά μου. 11 οὐ λήψῃ τὸ ὄνομα Κυρίου τοῦ Θεοῦ σου ἐπὶ ματαίῳ· οὐ γὰρ μὴ καθαρίσῃ Κύριος ὁ Θεός σου τὸν λαμβάνοντα τὸ ὄνομα αὐτοῦ ἐπὶ ματαίῳ. 12 φύλαξαι τὴν ἡμέραν τῶν σαββάτων ἁγιάζειν αὐτήν, ὃν τρόπον ἐνετείλατό σοι Κύριος ὁ Θεός σου. 13 ἓξ ἡμέρας ἐργᾷ καὶ ποιήσεις πάντα τὰ ἔργα σου· 14 τῇ δὲ ἡμέρᾳ τῇ ἑβδόμῃ σάββατα Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου, οὐ ποιήσεις ἐν αὐτῇ πᾶν ἔργον, σὺ καὶ ὁ υἱός σου καὶ ἡ θυγάτηρ σου, ὁ παῖς σου καὶ ἡ παιδίσκη σου, ὁ βοῦς σου καὶ τὸ ὑποζύγιόν σου καὶ πᾶν κτῆνός σου καὶ προσήλυτος ὁ παροικῶν ἐν σοί, ἵνα ἀναπαύσηται ὁ παῖς σου καὶ ἡ παιδίσκη σου καὶ τὸ ὑποζύγιόν σου, ὥσπερ καὶ σύ· 15 καὶ μνησθήσῃ ὅτι οἰκέτης ἦσθα ἐν γῇ Αἰγύπτῳ καὶ ἐξήγαγέ σε Κύριος ὁ Θεός σου ἐκεῖθεν ἐν χειρὶ κραταιᾷ καὶ ἐν βραχίονι ὑψηλῷ, διὰ τοῦτο συνέταξέ σοι Κύριος ὁ Θεός σου, ὥστε φυλάσσεσθαι τὴν ἡμέραν τῶν σαββάτων καὶ ἁγιάζειν αὐτήν. 16 τίμα τὸν πατέρα σου καὶ τὴν μητέρα σου, ὃν τρόπον ἐνετείλατό σοι Κύριος ὁ Θεός σου, ἵνα εὖ σοι γένηται καὶ ἵνα μακροχρόνιος γένῃ ἐπὶ τῆς γῆς, ἧς Κύριος ὁ Θεός σου δίδωσί σοι.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

8. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

19. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 5,17 - Dt 5,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17 οὐ φονεύσεις.       [17] U zult niet doden.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  
Dt 5,18 - Dt 5,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18 οὐ μοιχεύσεις.       [18] U zult geen echtbreuk plegen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  
Dt 5,19 - Dt 5,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19 οὐ κλέψεις.       [19] U zult niet stelen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  
Dt 5,20 - Dt 5,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20 οὐ ψευδομαρτυρήσεις κατὰ τοῦ πλησίον σου μαρτυρίαν ψευδῆ.       [20] U zult niet vals getuigen tegen uw naaste.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  
Dt 5,21 - Dt 5,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
21 οὐκ ἐπιθυμήσεις τὴν γυναῖκα τοῦ πλησίον σου· οὐκ ἐπιθυμήσεις τὴν οἰκίαν τοῦ πλησίον σου οὔτε τὸν ἀγρὸν αὐτοῦ οὔτε τὸν παῖδα αὐτοῦ οὔτε τὴν παιδίσκην αὐτοῦ οὔτε τοῦ βοὸς αὐτοῦ οὔτε τοῦ ὑποζυγίου αὐτοῦ οὔτε παντὸς κτήνους αὐτοῦ οὔτε πάντα ὅσα τῷ πλησίον σού ἐστι.       [21] U zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste. U zult niet uit zijn op het huis van uw naaste, noch op zijn land, zijn slaaf of zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of iets dat hem toebehoort.”        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,22 - Dt 5,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [22] Deze woorden heeft de heer op de berg met luide stem tot heel het verzamelde volk gesproken vanuit* het vuur en de donkere wolk. Hij heeft daar niets meer aan toegevoegd. Hij heeft ze op twee stenen platen gegrift en die aan mij gegeven.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

5. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

12. hè`ânân (de wolk) . Bepalend lidwoord en zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . `ânân (wolk) . Taalgebruik in Tenach : `ânân (wolk) . Zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . MT (26) (dit is de getalwaarde van de naam JHWH) . Getalwaarde van `ânân (wolk) : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 ; totaal 44 (2 X 2 X 11) of 170 (10 X 17) ; 17 is de getalwaarde van kabhod (heerlijkheid . Gr. nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in de Septuaginta : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in het N.T. : nefelè (nevel, wolk) . Lat. nubis . Fr. la nuée . E. cloud . D. Wolke . In dertig verzen in de bijbel . In zesentwintig (26 is de getalwaarde van de naam JHWH) verzen in de Pentateuch : Gn (-) . Ex (13) . Nu (11) . Dt (2) . Niet in Gn . In dertien verzen in Ex . In Ex 13 komt het woord voor het eerst voor . In de vier (bovengenoemde) verzen van Ex : (1) Ex 13,22 . (2) Ex 14,19 . (3) Ex 33,9 . (4) Ex 33,10 . Verder : (1) Ex 14,20 . (2) Ex 19,9 . (3) Ex 24,15 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (4) Ex 24,16 . (5) Ex 24,18 . (6) Ex 40,34 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (7) Ex 40,35 . (8) Ex 40,36 . (9) Ex 40,37 . In elf verzen in Nu : (1) Nu 9,15 . (2) Nu 9,16 . (3) Nu 9,17 . (4) Nu 9,18 . (5) Nu 9,19 . (6) Nu 9,20 . (7) Nu 9,21 . (8) Nu 9,22 . (9) Nu 10,11 . (10) Nu 10,12 . (11) Nu 17,7 . In twee verzen in Dt : (1) Dt 5,22 . (2) Dt 31,15 .

Dt 5,23 - Dt 5,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [23] Maar toen u uit de duisternis zijn stem had gehoord terwijl de berg in brand stond, bent u met al uw stamhoofden en oudsten naar mij toe gekomen.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,24 - Dt 5,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [24] U hebt gezegd: “De heer onze God heeft ons zijn grote heerlijkheid laten aanschouwen en wij hebben Hem vanuit het vuur horen spreken. Wij hebben vandaag ervaren dat een mens in leven kan blijven als God tot hem spreekt.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

20. אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Gn (140) . Ex (31) . Lv (0) . Nu (7) . Dt (29) . Ex (31) . (1) Ex 1,20 . (2) Ex 2,24 . (3) Ex 2,25 . (4) Ex 3,4 . (5) Ex 3,14 . (6) Ex 3,15 . (7) Ex 6,2 . (8) Ex 7,1 . (9) Ex 8,15 . (10) Ex 9,28 . (11) Ex 9,30 . (12) Ex 13,17 . (13) Ex 13,18 . (14) Ex 13,19 . (15) Ex 18,1 . (16) Ex 18,15 . (17) Ex 18,19 . (18) Ex 18,21 . (19) Ex 18,23 . (20) Ex 20,1 . (21) Ex 20,3 . (22) Ex 20,19 . (23) Ex 22,8 . (24) Ex 22,27 . (25) Ex 23,13 . (26) Ex 31,3 . (27) Ex 31,18 . (28) Ex 32,1 . (29) Ex 32,16 . (30) Ex 32,23 . (31) Ex 35,31 . Dt (29) : (1) Dt 4,7 . (2) Dt 4,28 . (3) Dt 4,32 . (4) Dt 4,33 . (5) Dt 4,34 . (6) Dt 5,7 . (7) Dt 5,24 . (8) Dt 5,26 . (9) Dt 6,14 . (10) Dt 7,4 . (11) Dt 8,19 . (12) Dt 9,10 . (13) Dt 11,16 . (14) Dt 11,28 . (15) Dt 13,3 . (16) Dt 13,7 . (17) Dt 13,14 . (18) Dt 17,3 . (19) Dt 18,20 . (20) Dt 21,23 . (21) Dt 25,18 . (22) Dt 28,14 . (23) Dt 28,36 . (24) Dt 28,64 . (25) Dt 29,25 . (26) Dt 31,18 . (27) Dt 31,20 . (28) Dt 32,17 . (29) Dt 32,39 .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden k/ kunnen an zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413

Dt 5,25 - Dt 5,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
    wë`aththâh    [25] Toch vrezen wij dat het onze dood wordt. Dat geweldige vuur zal ons nog verslinden. Als wij de heer onze God nog eens horen spreken, sterven wij.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

1. 1. וְעַתָּה = wë`aththâh (en nu) < wë + `aththâh (nu) . Zie : Taalgebruik in Tenakh : `aththâh (nu) . Dt (6) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 5,25 (wë`aththâh ... ´im) . (3) Dt 10,12 (wë`aththâh ... ´im) . (4) Dt 10,22 . (5) Dt 26,10 . (6) Dt 31,19 .
- עַתָּה = `aththâh (nu, welaan) . Tenakh (147) . Penbtateuch (30) . Dt (3) : (1) Dt 2,13 . (2) Dt 12,9 . (3) Dt 32,39 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
  266 54 114 28 13 57 26 14   8 6

In Dt 4,1 (bij het begin van een toespraak) en Dt 31,19 wordt het gevolgd door een imperatief ; Dt 4,1 : luister , Dt 31,19 : schrijven jullie op . 1,19 . In Dt 4,1 staat het woord aan het begin van de grote redevoering Dt 4-11 .
In Dt 5,25 en in Dt 10,12 leidt het een vraag in .
In Dt 10,22 maakt het deel uit van een chronologische opsomming .
In Dt 26,10 volgt het op het 'historisch Credo' .


Dt 5,26 - Dt 5,26 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [26] Niemand heeft ooit de levende God uit het vuur horen spreken zoals wij, en het er levend afgebracht.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

8. אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Gn (140) . Ex (31) . Lv (0) . Nu (7) . Dt (29) . Ex (31) . (1) Ex 1,20 . (2) Ex 2,24 . (3) Ex 2,25 . (4) Ex 3,4 . (5) Ex 3,14 . (6) Ex 3,15 . (7) Ex 6,2 . (8) Ex 7,1 . (9) Ex 8,15 . (10) Ex 9,28 . (11) Ex 9,30 . (12) Ex 13,17 . (13) Ex 13,18 . (14) Ex 13,19 . (15) Ex 18,1 . (16) Ex 18,15 . (17) Ex 18,19 . (18) Ex 18,21 . (19) Ex 18,23 . (20) Ex 20,1 . (21) Ex 20,3 . (22) Ex 20,19 . (23) Ex 22,8 . (24) Ex 22,27 . (25) Ex 23,13 . (26) Ex 31,3 . (27) Ex 31,18 . (28) Ex 32,1 . (29) Ex 32,16 . (30) Ex 32,23 . (31) Ex 35,31 . Dt (29) : (1) Dt 4,7 . (2) Dt 4,28 . (3) Dt 4,32 . (4) Dt 4,33 . (5) Dt 4,34 . (6) Dt 5,7 . (7) Dt 5,24 . (8) Dt 5,26 . (9) Dt 6,14 . (10) Dt 7,4 . (11) Dt 8,19 . (12) Dt 9,10 . (13) Dt 11,16 . (14) Dt 11,28 . (15) Dt 13,3 . (16) Dt 13,7 . (17) Dt 13,14 . (18) Dt 17,3 . (19) Dt 18,20 . (20) Dt 21,23 . (21) Dt 25,18 . (22) Dt 28,14 . (23) Dt 28,36 . (24) Dt 28,64 . (25) Dt 29,25 . (26) Dt 31,18 . (27) Dt 31,20 . (28) Dt 32,17 . (29) Dt 32,39 .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden k/ kunnen an zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413
Dt 5,27 - Dt 5,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [27] Gaat u naar Hem toe om te horen wat de heer onze God tot u zegt; en als u dat dan aan ons meedeelt, zullen wij gehoorzamen en het volbrengen.”        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,28 - Dt 5,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [28] Toen de heer de voorstellen hoorde die u mij deed, zei Hij tegen mij: “Ik heb gehoord wat dit volk u heeft voorgesteld. Het is een goed voorstel.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,29 - Dt 5,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [29] Ik zou willen dat hun hart zo blijft, dat zij Mij vrezen en altijd mijn geboden onderhouden. Dan zullen zij en hun kinderen voor altijd gelukkig zijn.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,30 - Dt 5,30 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [30] Ga hun nu zeggen dat zij naar hun tenten teruggaan.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 5,31 - Dt 5,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [31] U moet dan hier bij Mij blijven. Ik ga u alle geboden, voorschriften en bepalingen meedelen die u hun moet leren volbrengen in het land dat Ik hun in bezit geef.”       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

17. אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Gn (47) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 . Lv (0) . Nu (5) . Dt (52) . Dt 5 (5) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 5,5 . (3) Dt 5,6 . (4) Dt 5,9 . (5) Dt 5,31 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,6 .
- Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . De LXX gebruikt hier een hulpwerkwoord wat de Hebreeuwse tekst niet doet .
- Ned. : ik (Grieks e-g) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Fr. : je . D. : Ich . E. : I . Fr. : je . Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Hebreeuws : אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord . Eerste letter : Hebr. + Ar. : a ; Gr. + Lat. : e ; Ned. + D. + E. : i . Tweede letter . Hebr. 3de letter : kh ; Gr. + Lat. : g ; Ned. : k ; D. ch . ) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . In ´ânokhî lezen we ankh , het levenssymbool .

16. - 19. אֲשֶׁר אָנֹכִי נֹתֵן לָכֶם = ´äsjèr ´ânokhî nothen lâhèm (dat ik hen gevende) . Tenakh (4) : (1) Dt 5,31 . (2) Joz 1,2 .
- אֲשֶׁר אֲנִי נֹתֵן לָכֶם = ´äsjèr ´änî nothen lâhèm (dat ik gevende aan hen) . Tenakh (4) : (1) Lv 14,34 . (2) Lv 23,10 . (3) Lv 25,2 . (4) Nu 15,2 .


Dt 5,32 - Dt 5,32 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [32] Breng dus stipt ten uitvoer wat de heer uw God u geboden heeft en wijk er rechts noch links van af.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34                
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25      
Dt 4,44-49 Dt 5,1-5 Dt 5,6-11 Dt 5,12-14 Dt 5,15 Dt 5,16 Dt 5,17-21 Dt 5,22 Dt 5,23-27 Dt 5,28-31 Dt 5,32-33 Dt 6,1-3  

Dt 5,33 - Dt 5,33 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [33] Bewandel van het begin tot het eind de weg die de heer u heeft voorgeschreven. Dan zult u leven. U zult gelukkig zijn en lang blijven leven in het land dat u in bezit gaat nemen.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Hebreeuwse tekst

א  וַיִּקְרָא מֹשֶׁה, אֶל-כָּל-יִשְׂרָאֵל, וַיֹּאמֶר אֲלֵהֶם שְׁמַע יִשְׂרָאֵל אֶת-הַחֻקִּים וְאֶת-הַמִּשְׁפָּטִים, אֲשֶׁר אָנֹכִי דֹּבֵר בְּאָזְנֵיכֶם הַיּוֹם; וּלְמַדְתֶּם אֹתָם, וּשְׁמַרְתֶּם לַעֲשֹׂתָם. 1 And Moses called unto all Israel, and said unto them: Hear, O Israel, the statutes and the ordinances which I speak in your ears this day, that ye may learn them, and observe to do them.
ב  יְהוָה אֱלֹהֵינוּ, כָּרַת עִמָּנוּ בְּרִית--בְּחֹרֵב. 2 The LORD our God made a covenant with us in Horeb.
ג  לֹא אֶת-אֲבֹתֵינוּ, כָּרַת יְהוָה אֶת-הַבְּרִית הַזֹּאת:  כִּי אִתָּנוּ, אֲנַחְנוּ אֵלֶּה פֹה הַיּוֹם כֻּלָּנוּ חַיִּים. 3 The LORD made not this covenant with our fathers, but with us, even us, who are all of us here alive this day.
ד  פָּנִים בְּפָנִים, דִּבֶּר יְהוָה עִמָּכֶם בָּהָר--מִתּוֹךְ הָאֵשׁ. 4 The LORD spoke with you face to face in the mount out of the midst of the fire--
ה  אָנֹכִי עֹמֵד בֵּין-יְהוָה וּבֵינֵיכֶם, בָּעֵת הַהִוא, לְהַגִּיד לָכֶם, אֶת-דְּבַר יְהוָה:  כִּי יְרֵאתֶם מִפְּנֵי הָאֵשׁ, וְלֹא-עֲלִיתֶם בָּהָר לֵאמֹר.  {ס} 5 I stood between the LORD and you at that time, to declare unto you the word of the LORD; for ye were afraid because of the fire, and went not up into the mount--saying: {S}
ו  אָנֹכִי יְהוָה אֱלֹהֶיךָ, אֲשֶׁר הוֹצֵאתִיךָ מֵאֶרֶץ מִצְרַיִם מִבֵּית עֲבָדִים:  לֹא-יִהְיֶה לְךָ אֱלֹהִים אֲחֵרִים, עַל-פָּנָי. 6 I am the LORD thy God, who brought thee out of the land of Egypt, out of the house of bondage. Thou shalt have no other gods before Me.
ז  לֹא-תַעֲשֶׂה לְךָ פֶסֶל, כָּל-תְּמוּנָה, אֲשֶׁר בַּשָּׁמַיִם מִמַּעַל, וַאֲשֶׁר בָּאָרֶץ מִתָּחַת--וַאֲשֶׁר בַּמַּיִם, מִתַּחַת לָאָרֶץ. 7 Thou shalt not make unto thee a graven image, even any manner of likeness, of any thing that is in heaven above, or that is in the earth beneath, or that is in the water under the earth.
ח  לֹא-תִשְׁתַּחֲוֶה לָהֶם, וְלֹא תָעָבְדֵם:  כִּי אָנֹכִי יְהוָה אֱלֹהֶיךָ, אֵל קַנָּא--פֹּקֵד עֲו‍ֹן אָבוֹת עַל-בָּנִים וְעַל-שִׁלֵּשִׁים וְעַל-רִבֵּעִים, לְשֹׂנְאָי. 8 Thou shalt not bow down unto them, nor serve them; for I the LORD thy God am a jealous God, visiting the iniquity of the fathers upon the children, and upon the third and upon the fourth generation of them that hate Me,
ט  וְעֹשֶׂה חֶסֶד, לַאֲלָפִים--לְאֹהֲבַי, וּלְשֹׁמְרֵי מצותו (מִצְו‍ֹתָי).  {ס} 9 and showing mercy unto the thousandth generation of them that love Me and keep My commandments. {S}
י  לֹא תִשָּׂא אֶת-שֵׁם-יְהוָה אֱלֹהֶיךָ, לַשָּׁוְא:  כִּי לֹא יְנַקֶּה יְהוָה, אֵת אֲשֶׁר-יִשָּׂא אֶת-שְׁמוֹ לַשָּׁוְא.  {ס} 10 Thou shalt not take the name of the LORD thy God in vain; for the LORD will not hold him guiltless that taketh His name in vain. {S}
יא  שָׁמוֹר אֶת-יוֹם הַשַּׁבָּת, לְקַדְּשׁוֹ, כַּאֲשֶׁר צִוְּךָ, יְהוָה אֱלֹהֶיךָ. 11 Observe the sabbath day, to keep it holy, as the LORD thy God commanded thee.
יב  שֵׁשֶׁת יָמִים תַּעֲבֹד, וְעָשִׂיתָ כָּל-מְלַאכְתֶּךָ. 12 Six days shalt thou labour, and do all thy work;
יג  וְיוֹם, הַשְּׁבִיעִי--שַׁבָּת, לַיהוָה אֱלֹהֶיךָ:  לֹא תַעֲשֶׂה כָל-מְלָאכָה אַתָּה וּבִנְךָ-וּבִתֶּךָ וְעַבְדְּךָ-וַאֲמָתֶךָ וְשׁוֹרְךָ וַחֲמֹרְךָ וְכָל-בְּהֶמְתֶּךָ, וְגֵרְךָ אֲשֶׁר בִּשְׁעָרֶיךָ--לְמַעַן יָנוּחַ עַבְדְּךָ וַאֲמָתְךָ, כָּמוֹךָ. 13 but the seventh day is a sabbath unto the LORD thy God, in it thou shalt not do any manner of work, thou, nor thy son, nor thy daughter, nor thy man-servant, nor thy maid-servant, nor thine ox, nor thine ass, nor any of thy cattle, nor thy stranger that is within thy gates; that thy man-servant and thy maid-servant may rest as well as thou.
יד  וְזָכַרְתָּ, כִּי עֶבֶד הָיִיתָ בְּאֶרֶץ מִצְרַיִם, וַיֹּצִאֲךָ יְהוָה אֱלֹהֶיךָ מִשָּׁם, בְּיָד חֲזָקָה וּבִזְרֹעַ נְטוּיָה; עַל-כֵּן, צִוְּךָ יְהוָה אֱלֹהֶיךָ, לַעֲשׂוֹת, אֶת-יוֹם הַשַּׁבָּת.  {ס} 14 And thou shalt remember that thou was a servant in the land of Egypt, and the LORD thy God brought thee out thence by a mighty hand and by an outstretched arm; therefore the LORD thy God commanded thee to keep the sabbath day. {S}
טו  כַּבֵּד אֶת-אָבִיךָ וְאֶת-אִמֶּךָ, כַּאֲשֶׁר צִוְּךָ יְהוָה אֱלֹהֶיךָ--לְמַעַן יַאֲרִיכֻן יָמֶיךָ, וּלְמַעַן יִיטַב לָךְ, עַל הָאֲדָמָה, אֲשֶׁר-יְהוָה אֱלֹהֶיךָ נֹתֵן לָךְ.  {ס} 15 Honour thy father and thy mother, as the LORD thy God commanded thee; that thy days may be long, and that it may go well with thee, upon the land which the LORD thy God giveth thee. {S}
טז  לֹא תִרְצָח,  {ס}  וְלֹא תִנְאָף;  {ס}  וְלֹא תִגְנֹב,  {ס}  וְלֹא-תַעֲנֶה בְרֵעֲךָ עֵד שָׁוְא.  {ס} 16 Thou shalt not murder. {S} Neither shalt thou commit adultery. {S} Neither shalt thou steal. {S} Neither shalt thou bear false witness against thy neighbour. {S}
יז  וְלֹא תַחְמֹד, אֵשֶׁת רֵעֶךָ;  {ס}  וְלֹא תִתְאַוֶּה בֵּית רֵעֶךָ, שָׂדֵהוּ וְעַבְדּוֹ וַאֲמָתוֹ שׁוֹרוֹ וַחֲמֹרוֹ, וְכֹל, אֲשֶׁר לְרֵעֶךָ.  {ס} 17 Neither shalt thou covet thy neighbour's wife; {S} neither shalt thou desire thy neighbour's house, his field, or his man-servant, or his maid-servant, his ox, or his ass, or any thing that is thy neighbour's. {S}
יח  אֶת-הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה דִּבֶּר יְהוָה אֶל-כָּל-קְהַלְכֶם בָּהָר, מִתּוֹךְ הָאֵשׁ הֶעָנָן וְהָעֲרָפֶל--קוֹל גָּדוֹל, וְלֹא יָסָף; וַיִּכְתְּבֵם, עַל-שְׁנֵי לֻחֹת אֲבָנִים, וַיִּתְּנֵם, אֵלָי. 18 These words the LORD spoke unto all your assembly in the mount out of the midst of the fire, of the cloud, and of the thick darkness, with a great voice, and it went on no more. And He wrote them upon two tables of stone, and gave them unto me.
יט  וַיְהִי, כְּשָׁמְעֲכֶם אֶת-הַקּוֹל מִתּוֹךְ הַחֹשֶׁךְ, וְהָהָר, בֹּעֵר בָּאֵשׁ; וַתִּקְרְבוּן אֵלַי, כָּל-רָאשֵׁי שִׁבְטֵיכֶם וְזִקְנֵיכֶם. 19 And it came to pass, when ye heard the voice out of the midst of the darkness, while the mountain did burn with fire, that ye came near unto me, even all the heads of your tribes, and your elders;
כ  וַתֹּאמְרוּ, הֵן הֶרְאָנוּ יְהוָה אֱלֹהֵינוּ אֶת-כְּבֹדוֹ וְאֶת-גָּדְלוֹ, וְאֶת-קֹלוֹ שָׁמַעְנוּ, מִתּוֹךְ הָאֵשׁ; הַיּוֹם הַזֶּה רָאִינוּ, כִּי-יְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶת-הָאָדָם וָחָי. 20 and ye said: 'Behold, the LORD our God hath shown us His glory and His greatness, and we have heard His voice out of the midst of the fire; we have seen this day that God doth speak with man, and he liveth.
כא  וְעַתָּה, לָמָּה נָמוּת, כִּי תֹאכְלֵנוּ, הָאֵשׁ הַגְּדֹלָה הַזֹּאת; אִם-יֹסְפִים אֲנַחְנוּ, לִשְׁמֹעַ אֶת-קוֹל יְהוָה אֱלֹהֵינוּ עוֹד--וָמָתְנוּ. 21 Now therefore why should we die? for this great fire will consume us; if we hear the voice of the LORD our God any more, then we shall die.
כב  כִּי מִי כָל-בָּשָׂר אֲשֶׁר שָׁמַע קוֹל אֱלֹהִים חַיִּים מְדַבֵּר מִתּוֹךְ-הָאֵשׁ, כָּמֹנוּ--וַיֶּחִי. 22 For who is there of all flesh, that hath heard the voice of the living God speaking out of the midst of the fire, as we have, and lived?
כג  קְרַב אַתָּה וּשְׁמָע, אֵת כָּל-אֲשֶׁר יֹאמַר יְהוָה אֱלֹהֵינוּ; וְאַתְּ תְּדַבֵּר אֵלֵינוּ, אֵת כָּל-אֲשֶׁר יְדַבֵּר יְהוָה אֱלֹהֵינוּ אֵלֶיךָ--וְשָׁמַעְנוּ וְעָשִׂינוּ. 23 Go thou near, and hear all that the LORD our God may say; and thou shalt speak unto us all that the LORD our God may speak unto thee; and we will hear it and do it.'
כד  וַיִּשְׁמַע יְהוָה אֶת-קוֹל דִּבְרֵיכֶם, בְּדַבֶּרְכֶם אֵלָי; וַיֹּאמֶר יְהוָה אֵלַי, שָׁמַעְתִּי אֶת-קוֹל דִּבְרֵי הָעָם הַזֶּה אֲשֶׁר דִּבְּרוּ אֵלֶיךָ--הֵיטִיבוּ, כָּל-אֲשֶׁר דִּבֵּרוּ. 24 And the LORD heard the voice of your words, when ye spoke unto me; and the LORD said unto me: 'I have heard the voice of the words of this people, which they have spoken unto thee; they have well said all that they have spoken.
כה  מִי-יִתֵּן וְהָיָה לְבָבָם זֶה לָהֶם, לְיִרְאָה אֹתִי וְלִשְׁמֹר אֶת-כָּל-מִצְו‍ֹתַי--כָּל-הַיָּמִים:  לְמַעַן יִיטַב לָהֶם וְלִבְנֵיהֶם, לְעֹלָם. 25 Oh that they had such a heart as this alway, to fear Me, and keep all My commandments, that it might be well with them, and with their children for ever!
כו  לֵךְ, אֱמֹר לָהֶם:  שׁוּבוּ לָכֶם, לְאָהֳלֵיכֶם. 26 Go say to them: Return ye to your tents.
כז  וְאַתָּה, פֹּה עֲמֹד עִמָּדִי, וַאֲדַבְּרָה אֵלֶיךָ אֵת כָּל-הַמִּצְוָה וְהַחֻקִּים וְהַמִּשְׁפָּטִים, אֲשֶׁר תְּלַמְּדֵם; וְעָשׂוּ בָאָרֶץ, אֲשֶׁר אָנֹכִי נֹתֵן לָהֶם לְרִשְׁתָּהּ. 27 But as for thee, stand thou here by Me, and I will speak unto thee all the commandment, and the statutes, and the ordinances, which thou shalt teach them, that they may do them in the land which I give them to possess it.'
כח  וּשְׁמַרְתֶּם לַעֲשׂוֹת, כַּאֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם אֶתְכֶם:  לֹא תָסֻרוּ, יָמִין וּשְׂמֹאל. 28 Ye shall observe to do therefore as the LORD your God hath commanded you; ye shall not turn aside to the right hand or to the left.
כט  בְּכָל-הַדֶּרֶךְ, אֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם אֶתְכֶם--תֵּלֵכוּ:  לְמַעַן תִּחְיוּן, וְטוֹב לָכֶם, וְהַאֲרַכְתֶּם יָמִים, בָּאָרֶץ אֲשֶׁר תִּירָשׁוּן. 29 Ye shall walk in all the way which the LORD your God hath commanded you, that ye may live, and that it may be well with you, and that ye may prolong your days in the land which ye shall possess.


- Griekse tekst - Septuaginta

 ΚΑΙ ἐκάλεσε Μωυσῆς πάντα ᾿Ισραήλ, καὶ εἶπε πρὸς αὐτούς· ἄκουε, ᾿Ισραήλ, τὰ δικαιώματα καὶ τὰ κρίματα, ὅσα ἐγὼ λαλῶ ἐν τοῖς ὠσὶν ὑμῶν ἐν τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ, καὶ μαθήσεσθε αὐτὰ καὶ φυλάξεσθε ποιεῖν αὐτά. 2 Κύριος ὁ Θεὸς ὑμῶν διέθετο πρὸς ὑμᾶς διαθήκην ἐν Χωρήβ· 3 οὐχὶ τοῖς πατράσιν ὑμῶν διέθετο Κύριος τὴν διαθήκην ταύτην, ἀλλ᾿ ἢ πρὸς ὑμᾶς, ὑμεῖς ὧδε πάντες ζῶντες σήμερον· 4 πρόσωπον κατὰ πρόσωπον ἐλάλησε Κύριος πρὸς ὑμᾶς ἐν τῷ ὄρει ἐκ μέσου τοῦ πυρός, 5 κἀγὼ εἱστήκειν ἀνὰ μέσον Κυρίου καὶ ὑμῶν ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ ἀναγγεῖλαι ὑμῖν τὰ ρήματα Κυρίου, ὅτι ἐφοβήθητε ἀπὸ προσώπου τοῦ πυρὸς καὶ οὐκ ἀνέβητε εἰς τὸ ὄρος, λέγων· 6 ἐγώ εἰμι Κύριος ὁ Θεός σου ὁ ἐξαγαγών σε ἐκ γῆς Αἰγύπτου, ἐξ οἴκου δουλείας. 7 οὐκ ἔσονταί σοι θεοὶ ἕτεροι πρὸ προσώπου μου. 8 οὐ ποιήσεις σεαυτῷ εἴδωλον οὐδὲ παντὸς ὁμοίωμα, ὅσα ἐν τῷ οὐρανῷ ἄνω καὶ ὅσα ἐν τῇ γῇ κάτω καὶ ὅσα ἐν τοῖς ὕδασιν ὑποκάτω τῆς γῆς. 9 οὐ προσκυνήσεις αὐτοῖς οὐδὲ μὴ λατρεύσῃς αὐτοῖς, ὅτι ἐγώ εἰμι Κύριος ὁ Θεός σου, Θεὸς ζηλωτής, ἀποδιδοὺς ἁμαρτίας πατέρων ἐπὶ τέκνα ἐπὶ τρίτην καὶ τετάρτην γενεὰν τοῖς μισοῦσί με. 10 καὶ ποιῶν ἔλεος εἰς χιλιάδας τοῖς ἀγαπῶσί με καὶ τοῖς φυλάσσουσι τὰ προστάγματά μου. 11 οὐ λήψῃ τὸ ὄνομα Κυρίου τοῦ Θεοῦ σου ἐπὶ ματαίῳ· οὐ γὰρ μὴ καθαρίσῃ Κύριος ὁ Θεός σου τὸν λαμβάνοντα τὸ ὄνομα αὐτοῦ ἐπὶ ματαίῳ. 12 φύλαξαι τὴν ἡμέραν τῶν σαββάτων ἁγιάζειν αὐτήν, ὃν τρόπον ἐνετείλατό σοι Κύριος ὁ Θεός σου. 13 ἓξ ἡμέρας ἐργᾷ καὶ ποιήσεις πάντα τὰ ἔργα σου· 14 τῇ δὲ ἡμέρᾳ τῇ ἑβδόμῃ σάββατα Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου, οὐ ποιήσεις ἐν αὐτῇ πᾶν ἔργον, σὺ καὶ ὁ υἱός σου καὶ ἡ θυγάτηρ σου, ὁ παῖς σου καὶ ἡ παιδίσκη σου, ὁ βοῦς σου καὶ τὸ ὑποζύγιόν σου καὶ πᾶν κτῆνός σου καὶ προσήλυτος ὁ παροικῶν ἐν σοί, ἵνα ἀναπαύσηται ὁ παῖς σου καὶ ἡ παιδίσκη σου καὶ τὸ ὑποζύγιόν σου, ὥσπερ καὶ σύ· 15 καὶ μνησθήσῃ ὅτι οἰκέτης ἦσθα ἐν γῇ Αἰγύπτῳ καὶ ἐξήγαγέ σε Κύριος ὁ Θεός σου ἐκεῖθεν ἐν χειρὶ κραταιᾷ καὶ ἐν βραχίονι ὑψηλῷ, διὰ τοῦτο συνέταξέ σοι Κύριος ὁ Θεός σου, ὥστε φυλάσσεσθαι τὴν ἡμέραν τῶν σαββάτων καὶ ἁγιάζειν αὐτήν. 16 τίμα τὸν πατέρα σου καὶ τὴν μητέρα σου, ὃν τρόπον ἐνετείλατό σοι Κύριος ὁ Θεός σου, ἵνα εὖ σοι γένηται καὶ ἵνα μακροχρόνιος γένῃ ἐπὶ τῆς γῆς, ἧς Κύριος ὁ Θεός σου δίδωσί σοι. 17 οὐ φονεύσεις. 18 οὐ μοιχεύσεις. 19 οὐ κλέψεις. 20 οὐ ψευδομαρτυρήσεις κατὰ τοῦ πλησίον σου μαρτυρίαν ψευδῆ. 21 οὐκ ἐπιθυμήσεις τὴν γυναῖκα τοῦ πλησίον σου· οὐκ ἐπιθυμήσεις τὴν οἰκίαν τοῦ πλησίον σου οὔτε τὸν ἀγρὸν αὐτοῦ οὔτε τὸν παῖδα αὐτοῦ οὔτε τὴν παιδίσκην αὐτοῦ οὔτε τοῦ βοὸς αὐτοῦ οὔτε τοῦ ὑποζυγίου αὐτοῦ οὔτε παντὸς κτήνους αὐτοῦ οὔτε πάντα ὅσα τῷ πλησίον σού ἐστι. 22 Ταῦτα τὰ ρήματα ἐλάλησε Κύριος πρὸς πᾶσαν συναγωγὴν ὑμῶν ἐν τῷ ὄρει ἐκ μέσου τοῦ πυρός, σκότος, γνόφος, θύελλα, φωνὴ μεγάλη, καὶ οὐ προσέθηκε· καὶ ἔγραψεν αὐτὰ ἐπὶ δύο πλάκας λιθίνας καὶ ἔδωκέ μοι. 23 καὶ ἐγένετο ὡς ἠκούσατε τὴν φωνὴν ἐκ μέσου τοῦ πυρὸς καὶ τὸ ὄρος ἐκαίετο πυρί, καὶ προσήλθετε πρός με πάντες οἱ ἡγούμενοι τῶν φυλῶν ὑμῶν καὶ ἡ γερουσία ὑμῶν, 24 καὶ ἐλέγετε· ἰδοὺ ἔδειξεν ἡμῖν Κύριος ὁ Θεὸς ἡμῶν τὴν δόξαν αὐτοῦ, καὶ τὴν φωνὴν αὐτοῦ ἠκούσαμεν ἐκ μέσου τοῦ πυρός· ἐν τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ εἴδομεν ὅτι λαλήσει ὁ Θεὸς πρὸς ἄνθρωπον, καὶ ζήσεται. 25 καὶ νῦν μὴ ἀποθάνωμεν, ὅτι ἐξαναλώσει ἡμᾶς τὸ πῦρ τὸ μέγα τοῦτο, ἐὰν προσθώμεθα ἡμεῖς ἀκοῦσαι τὴν φωνὴν Κυρίου τοῦ Θεοῦ ἡμῶν ἔτι, καὶ ἀποθανούμεθα· 26 τίς γὰρ σάρξ, ἥτις ἤκουσε φωνὴν Θεοῦ ζῶντος λαλοῦντος ἐκ μέσου τοῦ πυρός, ὡς ἡμεῖς, καὶ ζήσεται; 27 πρόσελθε σὺ καὶ ἄκουσον πάντα, ὅσα ἂν εἴπῃ Κύριος ὁ Θεὸς ἡμῶν, καὶ σὺ λαλήσεις πρὸς ἡμᾶς πάντα, ὅσα ἂν λαλήσῃ Κύριος ὁ Θεὸς ἡμῶν πρὸς σέ, καὶ ἀκουσόμεθα καὶ ποιήσομεν. 28 καὶ ἤκουσε Κύριος τὴν φωνὴν τῶν λόγων ὑμῶν λαλούντων πρός με, καὶ εἶπε Κύριος πρός με· ἤκουσα τὴν φωνὴν τῶν λόγων τοῦ λαοῦ τούτου, ὅσα ἐλάλησαν πρός σε· ὀρθῶς πάντα, ὅσα ἐλάλησαν. 29 τίς δώσει εἶναι οὕτω τὴν καρδίαν αὐτῶν ἐν αὐτοῖς, ὥστε φοβεῖσθαί με καὶ φυλάσσεσθαι τὰς ἐντολάς μου πάσας τὰς ἡμέρας, ἵνα εὖ ᾖ αὐτοῖς καὶ τοῖς υἱοῖς αὐτῶν δι᾿ αἰῶνος; 30 βάδισον, εἰπὸν αὐτοῖς· ἀποστράφητε ὑμεῖς εἰς τοὺς οἴκους ὑμῶν· 31 σὺ δὲ αὐτοῦ στῆθι μετ᾿ ἐμοῦ, καὶ λαλήσω πρὸς σὲ τὰς ἐντολὰς καὶ τὰ δικαιώματα καὶ τὰ κρίματα, ὅσα διδάξεις αὐτούς, καί ποιείτωσαν οὕτως ἐν τῇ γῇ, ἣν ἐγὼ δίδωμι αὐτοῖς ἐν κλήρῳ. 32 καὶ φυλάξεσθε ποιεῖν ὃν τρόπον ἐνετείλατό σοι Κύριος ὁ Θεός σου· οὐκ ἐκκλινεῖτε εἰς δεξιὰ οὐδὲ εἰς ἀριστερά, 33 κατὰ πᾶσαν τὴν ὁδόν, ἣν ἐνετείλατό σοι Κύριος ὁ Θεός σου πορεύεσθαι ἐν αὐτῇ, ὅπως καταπαύσῃ σε καὶ εὖ σοι ᾖ καὶ μακροημερεύσητε ἐπὶ τῆς γῆς, ἣν κληρονομήσετε.



- Vulgata

1 vocavitque Moses omnem Israhelem et dixit ad eum audi Israhel caerimonias atque iudicia quae ego loquor in auribus vestris hodie discite ea et opere conplete 2 Dominus Deus noster pepigit nobiscum foedus in Horeb 3 non cum patribus nostris iniit pactum sed nobiscum qui inpraesentiarum sumus et vivimus 4 facie ad faciem locutus est nobis in monte de medio ignis 5 ego sequester et medius fui inter Dominum et vos in tempore illo ut adnuntiarem vobis verba eius timuistis enim ignem et non ascendistis in montem et ait 6 ego Dominus Deus tuus qui eduxi te de terra Aegypti de domo servitutis 7 non habebis deos alienos in conspectu meo 8 non facies tibi sculptile nec similitudinem omnium quae in caelo sunt desuper et quae in terra deorsum et quae versantur in aquis sub terra 9 non adorabis ea et non coles ego enim sum Dominus Deus tuus Deus aemulator reddens iniquitatem patrum super filios in tertiam et quartam generationem his qui oderunt me 10 et faciens misericordiam in multa milia diligentibus me et custodientibus praecepta mea 11 non usurpabis nomen Domini Dei tui frustra quia non erit inpunitus qui super re vana nomen eius adsumpserit 12 observa diem sabbati ut sanctifices eum sicut praecepit tibi Dominus Deus tuus 13 sex diebus operaberis et facies omnia opera tua 14 septimus dies sabbati est id est requies Domini Dei tui non facies in eo quicquam operis tu et filius tuus et filia servus et ancilla et bos et asinus et omne iumentum tuum et peregrinus qui est intra portas tuas ut requiescat servus et ancilla tua sicut et tu 15 memento quod et ipse servieris in Aegypto et eduxerit te inde Dominus Deus tuus in manu forti et brachio extento idcirco praecepit tibi ut observares diem sabbati 16 honora patrem tuum et matrem sicut praecepit tibi Dominus Deus tuus ut longo vivas tempore et bene sit tibi in terra quam Dominus Deus tuus daturus est tibi 17 non occides 18 neque moechaberis 19 furtumque non facies 20 nec loqueris contra proximum tuum falsum testimonium 21 non concupisces uxorem proximi tui non domum non agrum non servum non ancillam non bovem non asinum et universa quae illius sunt 22 haec verba locutus est Dominus ad omnem multitudinem vestram in monte de medio ignis et nubis et caliginis voce magna nihil addens amplius et scripsit ea in duabus tabulis lapideis quas tradidit mihi 23 vos autem postquam audistis vocem de medio tenebrarum et montem ardere vidistis accessistis ad me omnes principes tribuum et maiores natu atque dixistis 24 ecce ostendit nobis Dominus Deus noster maiestatem et magnitudinem suam vocem eius audivimus de medio ignis et probavimus hodie quod loquente Deo cum homine vixerit homo 25 cur ergo morimur et devorabit nos ignis hic maximus si enim audierimus ultra vocem Domini Dei nostri moriemur 26 quid est omnis caro ut audiat vocem Dei viventis qui de medio ignis loquitur sicut nos audivimus et possit vivere 27 tu magis accede et audi cuncta quae dixerit Dominus Deus noster tibi loquerisque ad nos et nos audientes faciemus ea 28 quod cum audisset Dominus ait ad me audivi vocem verborum populi huius quae locuti sunt tibi bene omnia sunt locuti 29 quis det talem eos habere mentem ut timeant me et custodiant universa mandata mea in omni tempore ut bene sit eis et filiis eorum in sempiternum 30 vade et dic eis revertimini in tentoria vestra 31 tu vero hic sta mecum et loquar tibi omnia mandata et caerimonias atque iudicia quae docebis eos ut faciant ea in terra quam dabo illis in possessionem 32 custodite igitur et facite quae praecepit Dominus Deus vobis non declinabitis neque ad dextram neque ad sinistram 33 sed per viam quam praecepit Dominus Deus vester ambulabitis ut vivatis et bene sit vobis et protelentur dies in terra possessionis vestrae


- Statenvertaling


- Willibrordvertaling


- De Nieuwe Bijbelvertaling


- De Naardense bijbel


- Bible de Jérusalem


- King James Bible


- Luther Bibel


- Structuur


- Taalgebruik

- A

- B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar