DEUTERONOMIUM 10 - Dt 10 -- bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -
- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht : - Dt 1 - Dt 2 - Dt 3 - Dt 4 - Dt 5 - Dt 6 - Dt 7 - Dt 8 - Dt 9 - Dt 10 - Dt 11 - Dt 12 - Dt 13 - Dt 14 - Dt 15 - Dt 16 - Dt 17 - Dt 18 - Dt 19 - Dt 20 - Dt 21 - Dt 22 - Dt 23 - Dt 24 - Dt 25 - Dt 26 - Dt 27 - Dt 28 - Dt 29 - Dt 30 - Dt 31 - Dt 32 - Dt 33 - Dt 34 -
Uitleg per perikope : Dt 4,1-40 -
Overzicht vers per vers : - Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 - Dt 10,12 - Dt 10,13 - Dt 10,14 - Dt 10,15 - Dt 10,16 - Dt 10,17 - Dt 10,18 - Dt 10,19 - Dt 10,20 - Dt 10,21 - Dt 10,22 -

Overzicht van Dt : Dt : overzicht , Dt : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Dt : commentaar .

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie :
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Dt 10,1-11 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -

1.  2.  3.  4.  5.  6.  7.  8.  9.  10. 
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34          
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25
Dt 6,4-9 Dt 6,10-15 Dt 10,16-19 Dt 6,20-22 Dt 6,23-25 Dt 7,1-10  Dt 7,11        

Dt 10,1 - Dt 10,1 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
       
[1] Toen sprak de heer tot mij: “Houw twee stenen platen, precies als de vorige, en kom naar Mij toe, de berg op; maak ook een ark* van hout.  
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,2 - Dt 10,2 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [2] Ik zal in die platen dezelfde woorden griffen als in de andere, die u stukgesmeten hebt. U moet die dan in de ark leggen.”       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,3 - Dt 10,3 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [3] Ik heb een ark van acaciahout gemaakt, ik heb twee stenen platen gehouwen, precies als de vorige, en ik ben met die stenen platen de berg opgegaan.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,4 - Dt 10,4 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [4] Evenals de eerste keer grifte Hij in de platen de tien geboden, die Hij op de berg vanuit het vuur voor u had afgekondigd, op de dag van samenkomst. Daarop gaf de heer ze aan mij.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. wajjikhŰthobh (en hij schreef) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven) . Getalwaarde : kaph = 12 of 30 , thaw = 22 of 400 , beth = 2 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 342 (2 X 3² X 19) . Structuur : 3 - 4 - 2 . Tenakh (25) . Pentateuch (6) : (1) Ex 24,4 . (2) Ex 34,28 . (3) Nu 33,2 . (4) Dt 10,4 . (5) Dt 31,9 . (6) Dt 31,22 .

Dt 10,5 - Dt 10,5 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [5] Ik ben weer de berg afgekomen en heb de platen neergelegd in de ark die ik gemaakt had. Daar zijn ze gebleven, zoals de heer had bevolen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. bâ´âron (in de kist) < voorzetsel bë (in) + bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. ´ärôn (ark, kast, kist) . Taalgebruik in Tenakh : ´ärôn (ark, kast, kist) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 41 (5 X 7) OF 257 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 6 - 5 . Lat. arca ; arcanum (mv. arcana (iets wat in een koffer wordt verborgen of opgeborgen , geheimzinnig) . E. arc , arcane . Gr. hè kibôtos . Tenakh (7) : (1) Gn 50,26 . (2) Dt 10,2 . (3) Dt 10,5 . (4) 1 S 6,19 . (5) 1 K 8,9 . (6) 2 K 12,11 . (7) 2 Kr 5,10 .

Dt 10,6 - Dt 10,6 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [6] En* de Israëlieten vertrokken vanuit Beërot, een stad van de Jaäkanieten, naar Mosera. Daar overleed Aäron; hij werd ter plaatse begraven. Zijn zoon Eleazar volgde hem op.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,7 - Dt 10,7 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [7] Vanuit daar gingen zij naar Gudgod, en van Gudgod naar Jotbata, een streek met veel water.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,8 - Dt 10,8 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [8] In die tijd zonderde de heer de stam Levi af om de ark van het verbond van de heer te dragen, om in dienst van de heer te staan en te zegenen met zijn naam. Zo is het tot op de dag van vandaag.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1.  2.  3.  4.  5.  6.  7.  8.  9.  10. 
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34          
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25
Dt 6,4-9 Dt 6,10-15 Dt 10,16-19 Dt 6,20-22 Dt 6,23-25 Dt 7,1-10  Dt 7,11        

Dt 10,9 - Dt 10,9 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [9] Daarom heeft Levi geen erfdeel, geen eigendom gekregen zoals zijn broeders; zijn eigendom is de heer, zoals de heer uw God hem beloofd heeft.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,10 - Dt 10,10 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
       
[10] En ik ben veertig dagen en veertig nachten op de berg gebleven, net als de eerste keer. En ook deze keer verhoorde de heer mij en zag ervan af u te vernietigen.  
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

6. - 9. ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh (veertig dagen en veertig nachten) . De uitdrukking telt vier woorden en twintig letters . De getalwaarde ervan is 783 (3 X 3 X 3 X 29 of 27 X 29) . In zeven verzen in de bijbel . Noach : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 (watervloed) . Mozes , die op de berg de twee stenen tafelen ontvangt : (3) Ex 24,18 . (4) Ex 34,28 . (5) Dt 9,9 . (6) Dt 9,11 . (7) Dt 10,10 . De Griekse tekst tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (veertig dagen en veertig nachten) telt precies veertig letters .

Dt 10,11 - Dt 10,11 : De stenen platen en de ark - bijbeloverzicht -- Dt (Deuteronomium) -- Dt 10 -- bijbelverwijzingen -- Dt 10,1-11 -- Dt 10,12-22 -- Dt 10,1 - Dt 10,2 - Dt 10,3 - Dt 10,4 - Dt 10,5 - Dt 10,6 - Dt 10,7 - Dt 10,8 - Dt 10,9 - Dt 10,10 - Dt 10,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [11] Hij zei tegen mij: “Sta op en ga voor het volk uit, zodat zij bezit gaan nemen van het land, dat Ik hun vaderen onder ede heb beloofd.”       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van



Dt 10,12-22 : Doe recht en dien de HEER .

1.  2.  3.  4.  5.  6.  7.  8.  9.  10. 
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34          
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25
Dt 6,4-9 Dt 6,10-15 Dt 10,16-19 Dt 6,20-22 Dt 6,23-25 Dt 7,1-10  Dt 7,11        

Dt 10,12 - Dt 10,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
    wë`aththâh     [12] Welnu* Israël, wat verlangt de heer uw God anders van u dan dat u Hem vreest en zijn wegen gaat, dat u Hem bemint en dient met heel uw hart en heel uw ziel,       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 10,12 . Het vers Dt 10,12 telt 26 woorden en 99 letters . De getalwaarde van Dt 10,12 is 4917 (3 X 11 X 149) .

1.  2.  3.  4.  5.  6.  7.  8.  9.  10.  11. 
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34            
Dt 4,1-40 Dt 4,41-43 Dt 4,44-6,3 Dt 6,4 -7,11 Dt 7,12-26 Dt 8,1-20  Dt 9,1-29  Dt 10,1-7  Dt 10,8-11  Dt 10,12-11,25  
Dt 10,12-16 Dt 10,17-19 Dt 10,20-22 Dt 11,1-6 Dt 11,7-9 Dt 11,10-12 Dt 11,13-17 Dt 11,18-21 Dt 11,22-25 Dt 11,26-28 Dt 11,29-32

Dt 10,12.1. 1. וְעַתָּה = wë`aththâh (en nu) < wë + `aththâh (nu) . Zie : Taalgebruik in Tenakh : `aththâh (nu) . Dt (6) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 5,25 (wë`aththâh ... ´im) . (3) Dt 10,12 (wë`aththâh ... ´im) . (4) Dt 10,22 . (5) Dt 26,10 . (6) Dt 31,19 .
- עַתָּה = `aththâh (nu, welaan) . Tenakh (147) . Penbtateuch (30) . Dt (3) : (1) Dt 2,13 . (2) Dt 12,9 . (3) Dt 32,39 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
  266 54 114 28 13 57 26 14   8 6

In Dt 4,1 (bij het begin van een toespraak) en Dt 31,19 wordt het gevolgd door een imperatief ; Dt 4,1 : luister , Dt 31,19 : schrijven jullie op . 1,19 . In Dt 4,1 staat het woord aan het begin van de grote redevoering Dt 4-11 .
In Dt 5,25 en in Dt 10,12 leidt het een vraag in .
In Dt 10,22 maakt het deel uit van een chronologische opsomming .
In Dt 26,10 volgt het op het 'historisch Credo' .

Dt 10,12.2. יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . De eigennaam is samengesteld uit een werkwoordsvorm en een zelfst. naamw. : act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. יִשְׂרָה = jishrâ´ (hij strijdt) van het werkw. שָׂרָה = shârâh (strijden) + אֵל = ´el (God) : God strijdt . In Gn 32,29 wordt de naam Israël verklaard als : hij streed met God en met mensen . Dat gebeurt in het verhaal van de nachtelijke strijd van Jakob aan de Jabbok . Dt (55) . Dt 4 (4) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 4,44 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . Dt 5 (1) : Dt 5,1 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,3 . (2) Dt 6,4 . Dt 10 (2) : (1) Dt 10,6 . (2) Dt 10,12 . Dt 20 (1) : Dt 20,3 . De stam יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) komt voor in Tenakh (2511) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt  
  2044 502 765 350 89 337 36 157 58 196 55  

- Grieks : ισραηλ = israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Bijbel (2392) . OT (2328) . NT (64) . Dt (64) .

Dt 10,12.1. - 2. וְעַתָּה יִשְׂרָאֵל = wë`aththâh jishërâ´el (en nu Israël) . Tenakh (2) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 10,12 . Bij het begin van het eerste en laatste onderdeel van Dt 4,1-11,25 .

Dt 10,12.3. מַה / מָה / מֶה = mah / mâh / mèh (wat?) . Taalgebruik in Tenakh : mah / mâh (wat?) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (424) . Pentateuch (74) . Eerdere Profeten (111) . Latere Profeten (59) . 12 Kleine Profeten (39) . Geschriften (141) . De stam מַה / מָה / מֶה = mah / mâh / mèh (wat?) komt voor in Tenakh (964) .
- Slechts op het einde van een woord kan de he leesmoeder zijn van o.a. een korte a . Zo is dit het geval in מַה = mah (wat?) (Lettinga , 12 , 2012 , 2c) .
- Grieks : vragend en onbepaald voornaamw. nom. en acc. onz. enk. τι = ti (wat) van het τις = tis (wie, die, een) . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis .

Dt 10,12.2. - 3. יִשְׂרָאֵל מַה / מָה = jishërâ´el (Israël) mah / mâh (Israël, wat?) . Tenakh (3) : (1) Nu 23,7 . (2) Dt 10,12 . (3) 2 K 3,13 .

Dt 10,12.4. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 6 (18/25) . Niet in : Dt 6,6-9 . Verder niet in : (1) Dt 6,11 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 6,23 . Dt 10 (13) : (1) Dt 10,1 . (2) Dt 10,4 . (3) Dt 10,5 . (4) Dt 10,8 . (5) Dt 10,9 . (6) Dt 10,10 . (7) Dt 10,11 . (8) Dt 10,12 . (9) Dt 10,13 . (10)Dt 10,15 . (11) Dt 10,17 . (12) Dt 10,20 . (13) Dt 10,22 . De stam יהוה = JHWH komt voor in Tenakh (9743) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 10,12.5. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 6 (5) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 6,13 . (5) Dt 6,15 . Dt (10) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 . (3) Dt 10,14 . (4) Dt 10,20 . (5) Dt 10,21 . (6) Dt 10,22 . De stam אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) komt voor in Tenakh (2658) .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Dt 10  
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29    
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 13  
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 6  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45    
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4  
JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) 123 74         0 4 26 4 40    

Dt 10,12.4. - 5. יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = JHWH ´êlohè(j)khâ (JHWH, je God) . Tenakh (231) . Gn (1) : Gn 27,20 . Ex (8) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 23,19 . (7) Ex 34,24 . (8) Ex 34,26 . Dt (116) . Dt 5 (7) : (1) Dt 5,6 . (2) Dt 5,9 . (3) Dt 5,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,15 (2X) . (6) Dt 5,16 (2X) . Dt 10 (4) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 (3X) . (3) Dt 10,20 . (4) Dt 10,22 .
- יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם = JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) . Tenakh (123) . Pentateuch (74) . Gn (0) . Ex (4) . Lv (26) . Nu (4) . Dt (40) .

Dt 10,12.8. כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Dt : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Sef : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) . Dt (235) . Dt 10 (3) : (1) Dt 10,12 . (2) Dt 10,17 . (3) Dt 10,19 .

Dt 10,12.12. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 6 (18/25) . Niet in : Dt 6,6-9 . Verder niet in : (1) Dt 6,11 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 6,23 . Dt 10 (13) : (1) Dt 10,1 . (2) Dt 10,4 . (3) Dt 10,5 . (4) Dt 10,8 . (5) Dt 10,9 . (6) Dt 10,10 . (7) Dt 10,11 . (8) Dt 10,12 . (9) Dt 10,13 . (10)Dt 10,15 . (11) Dt 10,17 . (12) Dt 10,20 . (13) Dt 10,22 . De stam יהוה = JHWH komt voor in Tenakh (9743) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

13. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 6 (5) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 6,13 . (5) Dt 6,15 . Dt (10) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 . (3) Dt 10,14 . (4) Dt 10,20 . (5) Dt 10,21 . (6) Dt 10,22 . De stam אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) komt voor in Tenakh (2658) .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Dt 10  
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29    
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 13  
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 6  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45    
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4  
JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) 123 74         0 4 26 4 40    

Dt 10,12.12. - 13. יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = JHWH ´êlohè(j)khâ (JHWH, je God) . Tenakh (231) . Gn (1) : Gn 27,20 . Ex (8) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 23,19 . (7) Ex 34,24 . (8) Ex 34,26 . Dt (116) . Dt 5 (7) : (1) Dt 5,6 . (2) Dt 5,9 . (3) Dt 5,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,15 (2X) . (6) Dt 5,16 (2X) . Dt 10 (4) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 (3X) . (3) Dt 10,20 . (4) Dt 10,22 .
- יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם = JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) . Tenakh (123) . Pentateuch (74) . Gn (0) . Ex (4) . Lv (26) . Nu (4) . Dt (40) .

Dt 10,12.17. וְאָהַבְתָּ = wë´âhabhëthâ (en jij bemint) < prefix verbindingswoord wë + act. qal perf. 2de pers. mann. enk. van het werkw. אָהַב = ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Taalgebruik in Tenakh : ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Getalswaarde : aleph = 1 , he = 5 , beth = 2 ; totaal : 8 (2³) . Structuur : 1 - 5 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tussen de aleph en de beth staat de he (aanblazen) . Het Hebreeuws en het Arabisch hebben dezelfde wortel : 'hb . Tenakh (4) : (1) Lv 19,18 . (2) Lv 19,34 . (3) Dt 6,5 . (4) Dt 11,1 .
- act. qal perf. 2de pers. mann. enk. אָהַבְתָּ = ´âhabhëthâ (jij bemint) van het werkw. אָהַב = ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Taalgebruik in Tenakh : ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Getalswaarde : aleph = 1 , he = 5 , beth = 2 ; totaal : 8 (2²) . Structuur : 1 - 5 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tussen de aleph en de beth staat de he (aanblazen) . Het Hebreeuws en het Arabisch hebben dezelfde wortel : 'hb . Tenakh (6) : (1) Gn 22,2 . (2) Hos 9,1 . (3) Ps 45,8 . (4) Ps 52,5 . (5) Ps 52,6 . (6) Pr 9,9 .
- לאַהֲבָה = lë´ahäbhâh (om te beminnen) < prefix voorzetsel lë + werkwoordvorm qal inf. stat. construct. . Zie אָהַב = ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Taalgebruik in Tenakh : ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Getalwaarde : aleph = 1 , he = 5 , beth = 2 ; totaal : 8 (2²) . Structuur : 1 - 5 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (7) : (1) Dt 10,15 . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 19,9 . (5) Dt 30,6 . (6) Dt 30,16 . (7) Dt 30,20 .
- וּלאַהֲבָה = ûlë´ahäbhâh (en om te beminnen) < prefix voegwoord wë -> û + prefix voorzetsel lë + werkwoordvorm qal inf. stat. construct. . Zie אָהַב = ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Taalgebruik in Tenakh : ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Getalwaarde : aleph = 1 , he = 5 , beth = 2 ; totaal : 8 (2²) . Structuur : 1 - 5 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (2) : (1) Dt 10,12 . (2) Js 56,6 .
- Grieks . act. ind. futurum 2de pers. enk. αγαπησεις = agapèseis (jij bemint) van het werkw. αγαπαω = agapaô (liefhebben) . Taalgebruik in het NT : agapaô (liefhebben) . Taalgebruik in de LXX : agapaô (liefhebben) . Bijbel (14) : (1) Lv 19,18 . (2) Lv 19,34 . (3) Dt 6,5 . (4) Dt 11,1 . (5) Mt 5,43 . (6) Mt 19,19 . (7) Mt 22,37 . (8) Mt 22,39 . (9) Mc 12,30 . (10) Mc 12,31 . (11) Lc 10,27 . (12) Rom 13,9 . (13) Gal 5,14 . (14) Jak 2,8 . Een vorm van αγαπαω = agapaô in de LXX (283) , in het NT (141) , in Lc (13?) : (1) Lc 6,27 . (2) Lc 6,32 (2 vormen) . (3) Lc 6,35 . (4) Lc 7,5 . (5) Lc 7,42 . (6) Lc 7,47 . (7) Lc 10,27 . (8) Lc 11,43 . (9) Lc 16,13 . In de LXX kan een vorm van αγαπαω = agapaô de vertaling van 19 verschillende Hebreeuwse werkw. zijn . Vergelijk het Hebreeuws en Grieks werkw. : aleph - a , g - h , p - b .

  agapaô  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. fut. 2de pers. enk. agapèseis   14  10       

- Latijn . act. ind. futurum 2de pers. enk. diliges (jij bemint) van het werkw. diligere (beminnen, liefhebben, uitkiezen, verkiezen) . Bijbel (12) , zie het Griekse αγαπησεις = agapèseis , maar niet in (1) Lv 19,34 . (2) Dt 11,1 .
- act. ind. praes. 2de pers. enk. diligis (jij bemint, hebt lief , kiest uit , verkiest) . Bijbel (10) . LXX (8) : (1) Gn 22,2 . (2) Dt 13,7 . (3) Re 14,16 . (4) 1 S 20,30 . (5) 2 S 19,7 . (6) Ps 51,8 . (7) Pr 9,9 . (8) W 11,24 . NT (2) : (1) Joh 21,15 . (2) Joh 21,16
- Ned. : beminnen , liefhebben . Arabisch : اَدَبَّ = ´ahabba (beminnen, liefhebben) . Taalgebruik in de Qoran : ´ahabba (beminnen, liefhebben) . D. : lieben . E. : to love . Fr. : aimer . Grieks : αγαπαω = agapaô (liefhebben) . Taalgebruik in het NT : agapaô (liefhebben) . Hebreeuws : אָהַב = ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Taalgebruik in Tenakh : ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Lat. : amare . In het Hebreeuwse zelfst. naamw. לֵב = lebh (hart) zit het woordje lef , lief . Er wordt dan een verband gelegd tussen hart en lief-de . In Dt 6,5 volgt 'met heel je hart' op 'jij zult liefhebben' .

Dt 10,12.21. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 6 (18/25) . Niet in : Dt 6,6-9 . Verder niet in : (1) Dt 6,11 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 6,23 . Dt 10 (13) : (1) Dt 10,1 . (2) Dt 10,4 . (3) Dt 10,5 . (4) Dt 10,8 . (5) Dt 10,9 . (6) Dt 10,10 . (7) Dt 10,11 . (8) Dt 10,12 . (9) Dt 10,13 . (10)Dt 10,15 . (11) Dt 10,17 . (12) Dt 10,20 . (13) Dt 10,22 . De stam יהוה = JHWH komt voor in Tenakh (9743) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

22. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 6 (5) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 6,13 . (5) Dt 6,15 . Dt (10) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 . (3) Dt 10,14 . (4) Dt 10,20 . (5) Dt 10,21 . (6) Dt 10,22 . De stam אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) komt voor in Tenakh (2658) .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Dt 10  
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29    
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 13  
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 6  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45    
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4  
JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) 123 74         0 4 26 4 40    

Dt 10,12.21. - 22. יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = JHWH ´êlohè(j)khâ (JHWH, je God) . Tenakh (231) . Gn (1) : Gn 27,20 . Ex (8) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 23,19 . (7) Ex 34,24 . (8) Ex 34,26 . Dt (116) . Dt 5 (7) : (1) Dt 5,6 . (2) Dt 5,9 . (3) Dt 5,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,15 (2X) . (6) Dt 5,16 (2X) . Dt 10 (4) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 (3X) . (3) Dt 10,20 . (4) Dt 10,22 .
- יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם = JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) . Tenakh (123) . Pentateuch (74) . Gn (0) . Ex (4) . Lv (26) . Nu (4) . Dt (40) .

Dt 10,12.23. בְכֹל = bëkol (met al, met geheel) van het bijvoegl. naamw. כל = kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 5 . Bijbel (440) . Pentateuch (132) . Dt (43) . Dt 4 (2) : (1) Dt 4,7 . (2) Dt 4,29 . Dt 5 (1) : Dt 5,33 . Dt 6 (1) : Dt 6,5 . Dt 10 (1) : Dt 10,12 . Dt 11 (2) : (1) Dt 11,13 . (2) Dt 11,22 . Dt 26 (2) : (1) Dt 26,11 . (2) Dt 26,16 . Dt 30 (4) : (1) Dt 30,1 . (2) Dt 30,2 . (3) (Dt 30,6 . (4) Dt 30,10 .

Dt 10,12.24. לְבָבְךָ = lëbhâbhëkhâ (je hart) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : לֵב = lebh (hart) . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (38) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (7) . Dt (18) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 4,39 . (3) Dt 6,5 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 8,5 . (6) Dt 8,14 . (7) Dt 9,5 . (8) Dt 10,12 . (9) Dt 15,7 . (10) Dt 15,9 . (11) Dt 15,10 . (12) Dt 26,16 . (13) Dt 28,67 . (14) Dt 30,1 . (15) Dt 30,2 . (16) (Dt 30,6 . (17) Dt 30,10 . (18) Dt 30,17 .
- Qill-vorm = naamwoord met 2 medeklinkers waarvan de tweede verdubbeld is .

Dt 10,12.23. - 24. בְכֹל לְבָבְךָ = bëkhôl lëbhâbhëkhâ (met heel je hart) . Tenakh (6) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 10,12 . (4) Dt 26,16 . (5) Dt 30,2 . (6) Dt 30,10 . Ook Dt 30,6 (bëkhâl ...) .
- בְּכָל לְבָבוֹ = bëkhâl lëbhâbhô (met heel zijn hart) . Tenakh (6) : (1) 1 K 14,8 (verwijzing naar David tegenover Jerobeam) . (2) 2 K 10,31 (Jehu) . (3) 2 K 23,25 (Josia) . (4) 2 Kr 22,9 . (5) 2 Kr 31,21 . (6) 2 Kr 34,31 .
- εξ ὁλης της καρδιας σου = ex holès tès kardias sou (uit heel je hart) . LXX (8) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 10,12 . (4) Dt 11,13 .(5) Dt 30,2 . (6) Dt 30,6 . (7) Dt 30,10 . (8) Sef 3,14 . NT (2) : (1) Mc 12,30 . (2) Lc 10,27 .

Dt 10,12.25. וּבְכָל = ûbhëkhâl (en met al / geheel) < prefix voegw. wë + prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. לֵב = lebh (hart) . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (94) . Pentateuch (36) . Dt (14) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 6,22 . (4) Dt 10,12 . (5) Dt 11,13 . (6) Dt 13,4 . (7) Dt 14,26 . (8) Dt 15,10 . (9) Dt 16,15 . (10) Dt 26,16 . (11) Dt 28,8 . (12) Dt 30,2 . (13) (Dt 30,6 . (14) Dt 30,10 .

26. נַפְשְׁךָ = naphësjëkhâ (je ziel) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) . Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) . 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 . 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) . Structuur : 5 - 8 - 3 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (66) . Pentateuch (16) . Dt (12) : (1) Dt 4,9 . (2) Dt 4,29 . (3) Dt 6,5 . (4) Dt 10,12 . (5) Dt 12,15 . (6) Dt 12,20 . (7) Dt 12,21 . (8) Dt 14,26 . (9) Dt 26,16 . (10) Dt 30,2 . (11) (Dt 30,6 . (12) Dt 30,10 .

Dt 10,12.25. - 26. וּבְכָל נַפְשְׁךָ = ûbhëkhâl naphësjëkhâ (en met heel je ziel) . Tenakh (3) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (2) Dt 30,6 .
- וּבְכָל נַפְשֹוֹ = ûbhëkhâl naphësjô (en met heel zijn ziel) . Tenakh (2) : (1) 2 K 23,25 (Josia) . (2) 2 Kr 34,31 .
- εξ ὁλης της ψυχης σου = ex holès tès psuchès sou (uit heel je ziel) . LXX (7) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 10,12 . (4) Dt 11,13 .(5) Dt 30,2 . (6) Dt 30,6 . (7) Dt 30,10 . NT (2) : (1) Mc 12,30 . (2) Lc 10,27 .

Dt 10,12.23. - 26. בְכֹל לְבָבְךָ וּבְכָל נַפְשְׁךָ = bëkhôl lëbhâbhëkhâ ûbhëkhâl naphësjëkhâ (met heel je hart en met heel je ziel) . Tenakh (3) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (2) Dt 30,6 .
- בְּכָל לְבָבוֹ וּבְכָל נַפְשֹוֹ = bëkhâl lëbhâbhô ûbhëkhâl naphësjô (met heel zijn hart en met heel zijn ziel) . Tenakh (2) : (1) 2 K 23,25 (Josia) . (2) 2 Kr 34,31 .
- εξ ὁλης της καρδιας σου και εξ ὁλης της ψυχης σου = ex holès tès kardias sou kai ex holès tès psuchès sou (uit heel je hart en uit heel je ziel) . LXX (7) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 10,12 . (4) Dt 11,13 .(5) Dt 30,2 . (6) Dt 30,6 . (7) Dt 30,10 . NT (2) : (1) Mc 12,30 . (2) Lc 10,27 .



Dt 10,13 - Dt 10,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [13] dat u de geboden van de heer onderhoudt en de voorschriften die ik u vandaag geef? Dan zult u gelukkig zijn.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

7. - 9. ´asjèr ´ânokhî metsawwëkhâ (wat ik opdragende ben) . Tenach (19) : (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,6 . (4) Dt 7,11 . (5) Dt 8,1 . (6) Dt 8,11 . (7) Dt 10,13 . (8) Dt 11,8 . (9) Dt 13,19 . (10) Dt 15,5 . (11) Dt 19,9 . (12) Dt 27,10 . (13) Dt 28,1 . (14) Dt 28,13 . (15) Dt 28,15 . (16) Dt 30,2 . (17) Dt 30,8 . (18) Dt 30,11 . (19) Dt 30,16 .

Dt 10,14 - Dt 10,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [14] Zie, aan de heer uw God behoren de hemel, de hemel der hemelen en de aarde met al wat erop is;        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,15 - Dt 10,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] maar alleen met uw vaderen heeft de heer zich verbonden, omdat Hij hen liefhad, en uit alle volken heeft Hij u, hun nakomelingen, uitverkoren. Zo is het vandaag de dag.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,16 - Dt 10,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
        [16] Besnijd* de voorhuid van uw hart en blijf niet langer hardnekkig.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,17 - Dt 10,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [17] De heer uw God is de God der goden en de Heer der heren, de grootste, de machtigste, de verhevenste God, die niemand naar de ogen ziet en die zich niet laat omkopen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Dt : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Sef : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) . Dt (235) . Dt 10 (3) : (1) Dt 10,12 . (2) Dt 10,17 . (3) Dt 10,19 .

Dt 10,18 - Dt 10,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [18] Hij doet recht aan weduwen en wezen, en aan vreemdelingen bewijst hij zijn liefde, door hun voedsel en kleding te schenken.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 10,19 - Dt 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [19] Ook u moet de vreemdeling uw liefde bewijzen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Dt : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Sef : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) . Dt (235) . Dt 10 (3) : (1) Dt 10,12 . (2) Dt 10,17 . (3) Dt 10,19 .

Dt 10,20 - Dt 10,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [20] De heer uw God zult u vrezen, Hem dienen, Hem aanhangen en bij zijn naam uw eden afleggen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 10,20 . In Dt 10,20 komen de drie nevenschikkende zinnen van Dt 6,13 , met dit verschil dat in Dt 10,20 de tweede nevenschikkende zin niet met wë begint . In het vers Dt 6,13 zijn vrezen , dienen en zweren met elkaar verbonden .
- De tweede nevenschikkende zin van Dt 6,13 wordt geciteerd in (1) Mt 4,10 en (2) Lc 4,8 . Lucas citeert Dt 10,20. De tekst wijkt lichtjes af van de LXX.

Dt 10,20.2. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 6 (18/25) . Niet in : Dt 6,6-9 . Verder niet in : (1) Dt 6,11 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 6,23 . Dt 10 (13) : (1) Dt 10,1 . (2) Dt 10,4 . (3) Dt 10,5 . (4) Dt 10,8 . (5) Dt 10,9 . (6) Dt 10,10 . (7) Dt 10,11 . (8) Dt 10,12 . (9) Dt 10,13 . (10) Dt 10,15 . (11) Dt 10,17 . (12) Dt 10,20 . (13) Dt 10,22 . De stam יהוה = JHWH komt voor in Tenakh (9743) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Dt 10,20.3. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 6 (5) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 6,13 . (5) Dt 6,15 . Dt (10) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 . (3) Dt 10,14 . (4) Dt 10,20 . (5) Dt 10,21 . (6) Dt 10,22 . De stam אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) komt voor in Tenakh (2658) .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Dt 10  
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29    
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 13  
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 6  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45    
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4  
JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) 123 74         0 4 26 4 40    

Dt 10,20.2. - 3. יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = JHWH ´êlohè(j)khâ (JHWH, je God) . Tenakh (231) . Gn (1) : Gn 27,20 . Ex (8) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 23,19 . (7) Ex 34,24 . (8) Ex 34,26 . Dt (116) . Dt 5 (7) : (1) Dt 5,6 . (2) Dt 5,9 . (3) Dt 5,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,15 (2X) . (6) Dt 5,16 (2X) . Dt 10 (4) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 (3X) . (3) Dt 10,20 . (4) Dt 10,22 .
- יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם = JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) . Tenakh (123) . Pentateuch (74) . Gn (0) . Ex (4) . Lv (26) . Nu (4) . Dt (40) .

Dt 10,20.4. act. ind. imperf. 2de pers. mann. enk. תִירָא = thîrâ´ (jij zult vrezen) van het werkw. יָרָא = jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Taalgebruik in Tenakh : jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Getalswaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 31 OF 211 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (41) . Niet in Ex . Dt (5) : (1) Dt 1,21 . (2) Dt 3,2 . (3) Dt 6,2 . (4) Dt 6,13 . (5) Dt 10,20 .

Dt 10,20.2. - 4. אֵת OF אֶת יהוה אֱלֹהֶיךָ

´eth OF ´èth JHWH ´êlohè(j)khâ (JHWH , jouw God) .

Tenakh (26) . Dt (23) : (1) Dt 4,29 . (2) Dt 6,2 . (3) Dt 6,13 . (4) Dt 8,10 . (5) Dt 8,11. (6) Dt 8,14 . (7) Dt 8,18 . (8) Dt 8,19 . (9) Dt 9,7 . (10) Dt 10,12 (2X) . (11) Dt 10,20 . (12) Dt 11,1 . (13) Dt 14,23 . (14) Dt 17,12 . (15) Dt 19,9 . (16) Dt 28,47 . (17) Dt 28,58 . (18) . (19) . (20) . (21) . (22) . (23) . Verdeer : (24) . (25) . (26) .

Dt 10,20.1. - 4. תִירָא אֶת יהוה אֱלֹהֶיךָ = thîrâ´ ´èth JHWH ´êlohè(j)khâ (jij zult vrezen JHWH, jouw God) . Tenakh (1) : Dt 6,2 .
- אֶת יהוה אֱלֹהֶיךָ תִירָא = ´èth JHWH ´êlohè(j)khâ thîrâ´ (JHWH, jouw God , zal je vrezen) . Tenakh (1) : Dt 6,13 .

Dt 10,20.6. act. ind. imperf. 2de pers. mann. enk. תַעֲבֹד = tha`äbhod (jij zult werken, dienen) van het werkw. עָבַד = `âbhad (werken, dienen) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhad (werken, dienen) . Getalswaarde : ajin =16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 ; totaal : 22 OF 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . De som van de elementen is 4 . Tenakh (13) : (1) Gn 4,12 . (2) Gn 27,40 . (3) Gn 29,27 . (4) Ex 20,9 . (5) Ex 23,33 . (6) Ex 34,21 . (7) Lv 25,39 . (8) Dt 5,13 . (9) Dt 6,13 . (10) Dt 7,16 . (11) Dt 10,20 . (12) Dt 15,19 . (13) Ez 36,34 .
- Grieks . act. ind. fut. 2de pers. enk. λατρευσεις = latreuseis (jij zult dienen) van het werkw. λατρευω = latreuô (door (loon) dienen) . Taalgebruik in het NT : latreuô (door (loon) dienen) . Taalgebruik in de LXX : latreuô (door (loon) dienen) . Taalgebruik in Lc : latreuô (door (loon) dienen) . Bijbel (8) : (1) Ex 23,25 . (2) Dt 6,13 . (3) Dt 7,16 . (4) Dt 10,20 . (5) Dt 28,36 . (6) Dt 28,48 . (7) Mt 4,10 . (8) . Lc 4,8 . Een vorm van λατρευω = latreuô (door (loon) dienen) in de LXX (109) , in het NT (21) , in Lc (3) : (1) Lc 1,74 . (2) Lc 2,37 . (3) Lc 4,8 . In de LXX kan een vorm van λατρευω = latreuô de vertaling van 4 verschillende Hebreeuwse woorden zijn .
- Latijn . act. ind. fut. 2de pers. enk. servies (jij zult dienen) van het werkw. servire (dienen) .

Dt 10,20.10. pass. nifal imperf. 2de pers. mann. enk. תִּשָּׁבֵעַ = thisjsjäbhe`a (jij zult zweren) van het werkw. שָׁבָע = sjâbhâ` (zweren, vervolledigen / vervullen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâbhâ`(zweren) . Taalgebruik in Dt : sjâbhâ`(zweren) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) . Structuur : 3 - 2 - 7 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (2) : (1) Dt 6,13 . (2) Dt 10,20 .


Dt 10,21 - Dt 10,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [21] Hem moet u loven, Hij is uw God, die voor u in Egypte zulke grote, indrukwekkende dingen heeft gedaan, zoals u met eigen ogen hebt gezien.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 10,21 .

Dt 10,21.4. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalswaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 6 (5) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,5 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 6,13 . (5) Dt 6,15 . Dt (10) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 . (3) Dt 10,14 . (4) Dt 10,20 . (5) Dt 10,21 . (6) Dt 10,22 . De stam אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) komt voor in Tenakh (2658) .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Dt 10  
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29    
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 13  
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 6  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45    
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4  
JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) 123 74         0 4 26 4 40    

Dt 10,21.5. - 6. אֱלֹהֶיךָ אֲשֶׁר = ´êlohè(j)khâ ´äsjèr (jouw God, die) . Tenakh (13) : (1) Ex 20,2 . (2) Dt 5,6 . (3) Dt 10,21 . (4) Dt 12,15 . (5) Dt 16,17 . (6) Dt 16,21 . (7) Dt 28,13 . (8) 1 S 13,13 . (9) 2 S 18,28 . (10) 2 K 19,10 . (11) Js 37,10 . (12) Jr 2,28 . (13) Neh 9,18 .

Dt 10,21.9. הַגְּדֹלֹת = haggëdoloth (de grote dingen) van het bijvoegl. naamw. גָדוֹל = gâdôl (groot) . Zie : גָדַל = gâdal (groot worden, opgroeien) . Taalgebruik in Tenakh : gâdal (groot worden, opgroeien) . De getalwaarde van gdl is : gimmel = 3 , daleth = 4 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde : 19 of 37 . 37 is de ster met zeshoek 19 . De verhouding 3 - 4 - 3 vinden we in de derde letter , de gimmel : gimmel = 3 , mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde : 28 (2² X 7) of 73 . Wellicht is het van hieruit begrijpelijk dat in alfabetische Psalmen bij de derde letter gimmel het woord gdl wordt gebruikt . De getalwaarde van beide woorden is elkaars spiegelbeeld : 37 (gdl) - 73 (gml) . 73 is de ster met 37 als zeshoek . Tenakh (3) : (1) Dt 7,19 . (2) Dt 10,21 . (3) Dt 29,2 .

Dt 10,21.8. - 9. הַגְּדֹלֹת אֶת = ´èth haggëdoloth (de grote dingen) . Tenakh (1) : Dt 10,21 .

Dt 10,21.15. עֵינֶיך = `e(j)nè(j)khâ (jouw ogen) < stat. constr. mann. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. עַיִן = `ajin (oog, bron) . Stat. constr. עֵין = ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : `ajin (oog, bron) . De getalswaarde is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2³ X 5) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) . Structuur : 7 - 1 - 5 . Som van de elementen : 4 . Tenakh (62) . Pentateuch (15) . Dt (10) : (1) Dt 3,21 . (2) Dt 3,27 . (3) Dt 4,9 . (4) Dt 4,19 . (5) Dt 6,8 . (6) Dt 7,19 . (7) Dt 10,21 . (8) Dt 28,34 . (9) Dt 28,67 . (10) Dt 29,2 .
- עֵינֵיכֶם = `e(j)ne(j)khèm (jullie ogen) < zelfst. naamw. stat. construct. mann. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. mv. . Zie עַיִן = `ajin (oog, bron) . Stat. constr. עֵין = ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Jesaja : `ajin (oog, bron) . De getalwaarde van ajin is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2³ X 5) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) . Structuur : 7 - 1 - 5 . Som van de elementen : 4 . Tenakh (14) . Pentateuch (7) : (1) Gn 3,5 . (2) Gn 45,12 . (3) Nu 15,39 . (4) Dt 4,3 . (5) Dt 11,7 . (6) Dt 11,18 . (7) Dt 14,1 .


Dt 10,22 - Dt 10,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [22] Met zeventig man zijn uw vaderen naar Egypte getrokken en nu heeft de heer uw God u even talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 10,22 .

Dt 10,22.6. 1. וְעַתָּה = wë`aththâh (en nu) < wë + `aththâh (nu) . Zie : Taalgebruik in Tenakh : `aththâh (nu) . Dt (6) : (1) Dt 4,1 . (2) Dt 5,25 (wë`aththâh ... ´im) . (3) Dt 10,12 (wë`aththâh ... ´im) . (4) Dt 10,22 . (5) Dt 26,10 . (6) Dt 31,19 .
- עַתָּה = `aththâh (nu, welaan) . Tenakh (147) . Penbtateuch (30) . Dt (3) : (1) Dt 2,13 . (2) Dt 12,9 . (3) Dt 32,39 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
  266 54 114 28 13 57 26 14   8 6

In Dt 4,1 (bij het begin van een toespraak) en Dt 31,19 wordt het gevolgd door een imperatief ; Dt 4,1 : luister , Dt 31,19 : schrijven jullie op . 1,19 . In Dt 4,1 staat het woord aan het begin van de grote redevoering Dt 4-11 .
In Dt 5,25 en in Dt 10,12 leidt het een vraag in .
In Dt 10,22 maakt het deel uit van een chronologische opsomming .
In Dt 26,10 volgt het op het 'historisch Credo' .

Dt 10,22.10. כְּכוֹכְבֵי = këkhôkhëbhê (als sterren) < prefix voorzetsel kë + zelfst. naamw. mann. mv. stat. constr. . Zie כוֹכָב = kôkhâbh (ster) . Taalgebruik in Tenakh : kôkhâbh (ster) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 ; waw = 6 , beth = 2 . Totaal : 30 (5 X 6) OF 48 (2² X 2² X 3) . Structuur : 2 - 6 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (7) : (1) Gn 22,17 . (2) Gn 26,4 . (3) Ex 32,13 . (4) Dt 1,10 . (5) Dt 10,22. (6) Dt 28,62 . (7) 1 Kr 27,23 .

Dt 10,22.10. - 11. Op een aantal bijbelplaatsen vinden we de vergelijking van het talrijk nageslacht met de sterren van de hemel : (1) כְּכוֹכְבֵי הַשָּׁמַיִם = këkhôkhëbhê hasjsjâmajim (als sterren van de hemelen) . Tenakh (5) : (1) Gn 22,17 . (2) Gn 26,4 . (3) Dt 1,10 . (4) Dt 10,22. (5) Dt 28,62 . (2) כְּכוֹכְבֵי הַשָּׁמָיִם = këkhôkhëbhê hasjsjâmajim (als sterren van de hemelen) . Tenakh (2) : (1) Ex 32,13 . (2) 1 Kr 27,23 .