DEUTERONOMIUM 17 - Dt 17 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium)-- Dt 17 -- Dt 17,14-20 -

Overzicht van Deuteronomium : - Dt 1 - Dt 2 - Dt 3 - Dt 4 - Dt 5 - Dt 6 - Dt 7 - Dt 8 - Dt 9 - Dt 10 - Dt 11 - Dt 12 - Dt 13 - Dt 14 - Dt 15 - Dt 16 - Dt 17 - Dt 18 - Dt 19 - Dt 20 - Dt 21 - Dt 22 - Dt 23 - Dt 24 - Dt 25 - Dt 26 - Dt 27 - Dt 28 - Dt 29 - Dt 30 - Dt 31 - Dt 32 - Dt 33 - Dt 34 -
Uitleg per perikope :
Overzicht vers per vers : - Dt 17,1 - Dt 17,2 - Dt 17,3 - Dt 17,4 - Dt 17,5 - Dt 17,6 - Dt 17,7 - Dt 17,8 - Dt 17,9 - Dt 17,10 - Dt 17,11 - Dt 17,12 - Dt 17,13 - Dt 17,14 - Dt 17,15 - Dt 17,16 - Dt 17,17 - Dt 17,18 - Dt 17,19 - Dt 17,20

() Dt 17,1 . () Dt 17,2 . () Dt 17,3 . () Dt 17,4 . () Dt 17,5 . () Dt 17,6 . () Dt 17,7 . () Dt 17,8 . () Dt 17,9 . () Dt 17,10 . () Dt 17,11 . () Dt 17,12 . () Dt 17,13 . () Dt 17,14 . () Dt 17,15 . () Dt 17,16 . () Dt 17,17 . () Dt 17,18 . () Dt 17,19 . () Dt 17,20 .

Dt 17,1 . Dt 17,2 . Dt 17,3 . Dt 17,4 . Dt 17,5 . Dt 17,6 . Dt 17,7 . Dt 17,8 . Dt 17,9 . Dt 17,10 . Dt 17,11 . Dt 17,12 . Dt 17,13 . Dt 17,14 . Dt 17,15 . Dt 17,16 . Dt 17,17 . Dt 17,18 . Dt 17,19 . Dt 17,20 .

Overzicht van Dt : Dt : overzicht , Dt : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Dt : commentaar .

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
http://www.bible-history.com/isbe/            
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Dt 17,1 - Dt 17,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
1. ou thuseis kuriô tô theô sou moschon è probaton en ô estin en autô mômos pan rèma ponèron oti bdelugma kuriô tô theô sou estin 1 non immolabis Domino Deo tuo bovem et ovem in quo est macula aut quippiam vitii quia abominatio est Domini Dei tui   1 Gij zult den HEERE, uw God, geen os of klein vee offeren, waaraan een gebrek zij of enig kwaad; want dat is den HEERE, uw God, een gruwel. [1] U mag de heer uw God geen rund of schaap offeren dat een gebrek heeft, want daarvan heeft Hij een afschuw. [1] Ook mag u hem geen rund, schaap of geit met een of ander gebrek offeren, want ook daarvan heeft hij een afschuw. 17:1 Offer niet aan de Ene, je God, een rund of een lam waaraan een gebrek is, welke uitgesproken kwaal dan ook,- want een gruwel voor de Ene, je God, is dat. •• Deuteronomium 1. Tu n'immoleras pas à Yahvé ton Dieu une pièce de gros ou de petit bétail qui ait une tare ou un défaut quelconque, car Yahvé ton Dieu a cela en abomination.

King James Bible . [1] Thou shalt not sacrifice unto the LORD thy God any bullock, or sheep, wherein is blemish, or any evilfavouredness: for that is an abomination unto the LORD thy God.
Luther-Bibel . 17 1 Du sollst dem HERRN, deinem Gott, kein Rind oder Schaf opfern, das einen Fehler oder irgendetwas Schlimmes an sich hat; denn das ist dem HERRN, deinem Gott, ein Gräuel.

Tekstuitleg van Dt 17,1 .

1. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Dt (249) . Dt 17 () : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,3 . (3) Dt 17,6 . (4) Dt 17,11 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 17,16 . (7) Dt 17,17 .

4. ´êlohe(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Dt (199) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

7. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

9. bô (in/ voor hem) < bë + persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . bë (in, met) . Taalgebruik in Tenach : bë (in, met) . Tenakh (354) . Pentateuch (131) . Eerdere Profeten (61) . Latere Profeten (60) . 12 Kleine Profeten (12) . Geschriften (90) . Dt (27) . Dt 17 () : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,7 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,15 . (5) Dt 17,19 .

14. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Dt : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 of 30 . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Dt (235) . Dt 17 (4) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,14 .

16. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 17 (8) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,14 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 17,19 .

17. ´êlohe(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Dt (199) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

16. - 17. JHWH ´êlohe(j)khâ . Tenakh (262) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 (2X) . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

18. hû´ (hij, d.i.) . Taalgebruik in Tenakh : hû´(hij, d.i.) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , aleph = 1 ; totaal : 12 (2² X 3) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Tenakh (919) . Pentateuch (394) . Eerdere Profeten (169) . Latere Profeten (96) . 12 Kleine Profeten (42) . Geschriften (218) . Dt (62) . Dt 17 (3) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,15 . (3) Dt 17,20 .

Geen andere goden vereren

Dt 17,2 - Dt 17,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2ean de eurethè en soi en mia tôn poleôn sou ôn kurios o theos sou didôsin soi anèr è gunè ostis poièsei to ponèron enantion kuriou tou theou sou parelthein tèn diathèkèn autou 2 cum repperti fuerint apud te intra unam portarum tuarum quas Dominus Deus tuus dabit tibi vir aut mulier qui faciant malum in conspectu Domini Dei tui et transgrediantur pactum illius   2 Wanneer in het midden van u, in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft, een man of vrouw gevonden zal worden, die doen zal, dat kwaad is in de ogen des HEEREN, uws Gods, overtredende Zijn verbond; [2] Wanneer in uw midden, in een van de steden die de heer uw God u schenkt, iemand is, man of vrouw, die iets doet dat de heer uw God mishaagt, door zijn verbond te overtreden, [2] Wanneer zich in een van de steden die de HEER, uw God, u zal geven, iemand bevindt, man of vrouw, die doet wat slecht is in de ogen van de HEER door de regels van het verbond te overtreden, 17:2 Stel, aangetroffen wordt in je kring binnen een van je poorten welke de Ene, je God, je geeft, een man of een vrouw die doet wat kwaad is in de ogen van de Ene, je God, en daarmee het verbond met hem overtreedt: 2. S'il se trouve au milieu de toi, dans l'une des villes que Yahvé ton Dieu t'aura données, un homme ou une femme qui fasse ce qui est mal aux yeux de Yahvé ton Dieu, en trangressant son alliance,

King James Bible . [2] If there be found among you, within any of thy gates which the LORD thy God giveth thee, man or woman, that hath wrought wickedness in the sight of the LORD thy God, in transgressing his covenant,
Luther-Bibel . 2 Wenn bei dir in einer deiner Städte, die dir der HERR, dein Gott, geben wird, jemand gefunden wird, Mann oder Frau, der da tut, was dem HERRN, deinem Gott, missfällt, dass er seinen Bund übertritt

Tekstuitleg van Dt 17,2 .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Dt : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 of 30 . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Dt (235) . Dt 17 (4) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,14 .

6. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

7. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 17 (8) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,14 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 17,19 .

8. ´êlohe(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Dt (199) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

7. - 8. JHWH ´êlohe(j)khâ . Tenakh (262) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 (2X) . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

9. nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . act. qal perf. 3de pers. mann. enk. nâthan (hij geeft) OF act. qal part; nom. mann. enk. nothen (gevende) . Tenakh (319) . Pentateuch (107) . Eerdere Profeten (92) . Latere Profeten (30) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (86) . Gr. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give . Dt (59) . Dt 17 (2) : (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,14 .

10. l-kh (lâkh of lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) . Dt (121) . (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,4 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,11 . (7) Dt 17,14 .

16. - 19. אֶת הָרַע בְּעֵינֵי יהוה = ´èth hâra` bë`e(j)ne(j) JHWH (het slechte in de ogen van JHWH) . Tenakh (5) : (1) Dt 17,2 . (2) Dt 31,29 . (3) Re 2,11 . (4) Re 3,7 . (5) Re 3,12 .

18. bë`e(j)ne(j) (in de ogen van) < prefix voorzetsel bë + stat. constr. mann. mv. van het zelfst. naamw. `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Tenakh : `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Jesaja : `ajin (oog, bron) . De getalwaarde van ajin is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2 X 2 X 2 X 5) of 130 (2 X 5 X 13) . Structuur : 7 - 1 - 5 . Gr. ofthalmos (oog) . Taalgebruik in het NT : ofthalmos (oog) . Taalgebruik in de LXX : ofthalmos (oog) . Lat. oculus . Fr. oeil (yeux) . E. eye . Ned. oog . D. Aug . Een vorm van ofthalmos (oog) in de LXX (678) , in het NT (100) . Tenakh (158) . Pentateuch (35) . Eerdere Profeten (78) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (31) . Gn (14) . Ex (7) . Lv (1) . Nu (3) . Dt (10) . Joz (3) . Re (9) . 1 S (10) . 2 S (7) . 1 K (19) . 2 K (30) . Dt (10) : (1) Dt 1,23 . (2) Dt 4,25 . (3) Dt 6,18 . (4) Dt 9,18 . (5) Dt 12,25 . (6) Dt 12,28 . (7) Dt 13,19 . (8) Dt 17,2 . (9) Dt 21,9 . (10) Dt 31,29 .

19. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 17 (8) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,14 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 17,19 .

18. - 19. bë`e(j)ne(j) JHWH (in de ogen van JHWH) . Tenakh (93/158) . Pentateuch (15/35) . Gn (3) . Lv (1) . Nu (2) . Dt (9) . Profeten (58/92) . Eerdere Profeten (55/78) . Re (7) . 1 S (3) . 2 S (2) . 1 K (14/19) . 2 K (29/30) .Latere Profeten (2/11) . Js (1/4) . Jr (1/7) . 12 Kleine Profeten (1/3) . Mal (1) . Geschriften (20/31) . Dt (9/10) : (1) Dt 4,25 . (2) Dt 6,18 . (3) Dt 9,18 . (4) Dt 12,25 . (5) Dt 12,28 . (6) Dt 13,19 . (7) Dt 17,2 . (8) Dt 21,9 . (9) Dt 31,29 .

 

20. ´êlohe(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Dt (199) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

19. - 20. JHWH ´êlohe(j)khâ . Tenakh (262) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 (2X) . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

Dt 17,3 - Dt 17,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3kai elthontes latreusôsin theois eterois kai proskunèsôsin autois tô èliô è tè selènè è panti tôn ek tou kosmou tou ouranou a ou prosetaxen 3 ut vadant et serviant diis alienis et adorent eos solem et lunam et omnem militiam caeli quae non praecepi   3 Dat hij heengaat, en dient andere goden, en buigt zich voor die, of voor de zon, of voor de maan, of voor het ganse heir des hemels, hetwelk ik niet geboden heb; [3] andere goden gaat vereren en zich buigt voor de zon, de maan of een ander hemellichaam, [3] door andere goden te vereren, de zon, de maan of de sterren, en daarvoor neer te knielen, hoewel ik dat verboden heb, 17:3 hij gaat heen en dient andere goden en buigt zich voor hen: voor de zon of voor de maan of voor heel het heir des hemels, wat ik heb verboden; 3. qui aille servir d'autres dieux et se prosterner devant eux, et devant le soleil, la lune ou quelque autre de l'armée des cieux, ce que je n'ai pas commandé,

King James Bible . [3] And hath gone and served other gods, and worshipped them, either the sun, or moon, or any of the host of heaven, which I have not commanded;
Luther-Bibel . 3 und hingeht und dient andern Göttern und betet sie an, es sei Sonne oder Mond oder das ganze Heer des Himmels, was ich nicht geboten habe,

Tekstuitleg van Dt 17,3 .

3. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (635) . Pentateuch (207) . Eerdere Profeten (118) . Latere Profeten (39) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (253) . Dt (29) : (1) Dt 4,7 . (2) Dt 4,28 . (3) Dt 4,32 . (4) Dt 4,33 . (5) Dt 4,34 . (6) Dt 5,7 . (7) Dt 5,24 . (8) Dt 5,26 . (9) Dt 6,14 . (10) Dt 7,4 . (11) Dt 8,19 . (12) Dt 9,10 . (13) Dt 11,16 . (14) Dt 11,28 . (15) Dt 13,3 . (16) Dt 13,7 . (17) Dt 13,14 . (18) Dt 17,3 . (19) Dt 18,20 . (20) Dt 21,23 . (21) Dt 25,18 . (22) Dt 28,14 . (23) Dt 28,36 . (24) Dt 28,64 . (25) Dt 29,25 . (26) Dt 31,18 . (27) Dt 31,20 . (28) Dt 32,17 . (29) Dt 32,39 .

4. mann. mv. ´ächarîm / ´ächerîm van het bijvoegl. naamw. Tenakh (76) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (10) . Dt (18) : (1) Dt 5,7 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 7,4 . (4) Dt 8,19 . (5) Dt 11,16 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 13,3 . (8) Dt 13,7 . (9) Dt 13,14 . (10) Dt 17,3 . (11) Dt 18,20 . (12) Dt 28,14 . (13) Dt 28,36 . (14) Dt 28,64 . (15) Dt 29,25 . (16) Dt 30,17 . (17) Dt 31,18 . (18) Dt 31,20 .

3. - 4. mann. mv. ´ächarîm / ´ächerîm van het bijvoegl. naamw. Tenakh (76) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (10) . Dt (18) : (1) Dt 5,7 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 7,4 . (4) Dt 8,19 . (5) Dt 11,16 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 13,3 . (8) Dt 13,7 . (9) Dt 13,14 . (10) Dt 17,3 . (11) Dt 18,20 . (12) Dt 28,14 . (13) Dt 28,36 . (14) Dt 28,64 . (15) Dt 29,25 . (16) Dt 30,17 . (17) Dt 31,18 . (18) Dt 31,20 .

14. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

15. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Dt (249) . Dt 17 (7) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,3 . (3) Dt 17,6 . (4) Dt 17,11 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 17,16 . (7) Dt 17,17 .

Dt 17,4 - Dt 17,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4kai anaggelè soi kai ekzètèseis sfodra kai idou alèthôs gegonen to rèma gegenètai to bdelugma touto en israèl 4 et hoc tibi fuerit nuntiatum audiensque inquisieris diligenter et verum esse reppereris et abominatio facta est in Israhel   4 En het wordt u aangezegd, en gij hoort het; zo zult gij het wel onderzoeken; en ziet, het is de waarheid, de zaak is zeker, zulk een gruwel is in Israël gedaan; [4] en het wordt u gemeld of het komt u ter ore: dan moet u een nauwkeurig onderzoek instellen. Blijkt het waar te zijn en staat het inderdaad vast dat een dergelijke gruweldaad in Israël bedreven is, [4] en het komt u ter ore, dan moet u zorgvuldig navraag doen. Als blijkt dat het waar is, als onomstotelijk vaststaat dat deze gruwelijke dingen onder het volk van Israël hebben plaatsgevonden, 17:4 het is je gemeld, je hebt het gehoord: zoek het dan goed uit en blijkt het wáár, vaststaand, het gesprokene, gedáán werd deze gruwel bij Israël,- 4. et qu'on te le dénonce ; si, après l'avoir entendu et fait une bonne enquête, le fait est avéré et s'il est bien établi que cette chose abominable a été commise en Israël,

King James Bible . [4] And it be told thee, and thou hast heard of it, and inquired diligently, and, behold, it be true, and the thing certain, that such abomination is wrought in Israel:
Luther-Bibel . 4 und es wird dir angezeigt und du hörst es, so sollst du gründlich danach forschen. Und wenn du findest, dass es gewiss wahr ist, dass solch ein Gräuel in Israel geschehen ist,

Tekstuitleg van Dt 17,4 .

2. l-kh (lâkh of lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) . Dt (121) . (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,4 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,11 . (7) Dt 17,14 .

3. wësjâma`thâ < wë + werkwoordvorm act. qal perf. 2de pers. mann. enk. sjâma`thâ van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Dt : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Structuur : 3 - 4 - 7 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het NT (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenakh (17) . Pentateuch , enkel in Dt (7) : (1) Dt 4,30 . (2) Dt 6,3 . (3) Dt 12,28 . (4) Dt 17,4 . (5) Dt 27,10 . (6) Dt 30,2 . (7) Dt 30,8 .

12. hazzo´th (dit) < bepaald lidw. ha + aanwijz. voornaamw. vr. enk. . zèh (dit) . Taalgebruik in Tenakh : zèh (dit) . Getalwaarde : zajin = 7 , he = 5 ; totaal : 12 (2² X 3) . Structuur : 7 - 5 . Getalwaarde van hazzo´th (dit) : he = 5 , zajin = 7 , aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 413 (7 X 59) . Tenakh (261) . Pentateuch (80) . Eerdere Profeten (57) . Latere Profeten (93) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (24) . Dt (41) . Dt 17 (3) : (1) Dt 17,4 . (2) Dt 17,18 . (3) Dt 17,19 . De verzen Dt 17,16 en Dt 17,17 tellen samen 35 (22 + 13) woorden , de getalwaarde van hazzo´th (dit) .

Dt 17,5 - Dt 17,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5kai exaxeis ton anthrôpon ekeinon è tèn gunaika ekeinèn kai lithobolèsete autous en lithois kai teleutèsousin 5 educes virum ac mulierem qui rem sceleratissimam perpetrarunt ad portas civitatis tuae et lapidibus obruentur   5 Zo zult gij dien man of die vrouw, die ditzelve boze stuk gedaan hebben, tot uw poorten uitbrengen, dien man zeg ik, of die vrouw; en gij zult hen met stenen stenigen, dat zij sterven. [5] dan moet u de man of vrouw die deze misdaad heeft begaan buiten de stadspoort brengen en doodstenigen. [5] dan moet u de man of vrouw die zich zo misdragen heeft de stad uit brengen en buiten de poort stenigen tot de dood erop volgt. 17:5 voer dan die man of die vrouw die dit uitgesproken kwaad gedaan hebben naar buiten naar je poorten, de man dus of de vrouw,- en bekogel ze dan met stenen totdat ze sterven. 5. tu feras sortir aux portes de ta ville cet homme ou cette femme coupable de cette mauvaise action, et tu lapideras cet homme ou cette femme jusqu'à ce que mort s'ensuive.

King James Bible . [5] Then shalt thou bring forth that man or that woman, which have committed that wicked thing, unto thy gates, even that man or that woman, and shalt stone them with stones, till they die.
Luther-Bibel . 5 so sollst du den Mann oder die Frau, die eine solche Übeltat begangen haben, hinausführen zu deinem Tor und sollst sie zu Tode steinigen.

Tekstuitleg van Dt 17,5 .

9. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

15. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Dt (128) . Dt 17 (5) : (1) Dt 17,5 . (2) Dt 17,8 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 .

Dt 17,6 - Dt 17,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6epi dusin martusin è epi trisin martusin apothaneitai o apothnèskôn ouk apothaneitai ef' eni marturi 6 in ore duorum aut trium testium peribit qui interficietur nemo occidatur uno contra se dicente testimonium   6 Op den mond van twee getuigen, of drie getuigen, zal hij gedood worden, die sterven zal; op den mond van een enigen getuige zal hij niet gedood worden. [6] De doodstraf mag slechts worden voltrokken op de verklaring van twee of drie getuigen, niet op de verklaring van één. [6] Het doodvonnis mag alleen op grond van de verklaring van ten minste twee getuigen worden voltrokken, één getuigenverklaring is onvoldoende. 17:6 Op de mond van twee getuigen of van drie getuigen zal hij worden gedood; hij mag níet worden gedood op de mond van één. 6. On ne pourra être condamné à mort qu'au dire de deux ou trois témoins, on ne sera pas mis à mort au dire d'un seul témoin.

King James Bible . [6] At the mouth of two witnesses, or three witnesses, shall he that is worthy of death be put to death; but at the mouth of one witness he shall not be put to death.
Luther-Bibel . 6 Auf zweier oder dreier Zeugen Mund soll sterben, wer des Todes wert ist, aber auf nur eines Zeugen Mund soll er nicht sterben.

Tekstuitleg van Dt 17,6 .

10. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Dt (249) . Dt 17 (7) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,3 . (3) Dt 17,6 . (4) Dt 17,11 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 17,16 . (7) Dt 17,17 .

Dt 17,7 - Dt 17,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7kai è cheir tôn marturôn estai ep' autô en prôtois thanatôsai auton kai è cheir pantos tou laou ep' eschatôn kai exareis ton ponèron ex umôn autôn 7 manus testium prima interficiet eum et manus reliqui populi extrema mittetur ut auferas malum de medio tui   7 De hand der getuigen zal eerst tegen hem zijn, om hem te doden, en daarna de hand des gansen volks; zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen. [7] Eerst moeten de getuigen de hand tegen de ter dood veroordeelde opheffen, daarna de overige mensen. Zo zult u het kwaad uit uw midden verwijderen. [7] De getuigen moeten, samen met de rest van het volk, de dader stenigen tot de dood erop volgt, en zelf moeten zij de eerste steen werpen. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. 17:7 De hand van de getuígen zij het éérst op hem om hem te doden, de hand van heel de gemeente daarna; wegbranden zul je het kwaad uit je kring! • 7. Les témoins mettront les premiers la main à l'exécution du condamné, puis tout le peuple y mettra la main. Tu feras disparaître le mal du milieu de toi.

King James Bible . [7] The hands of the witnesses shall be first upon him to put him to death, and afterward the hands of all the people. So thou shalt put the evil away from among you.
Luther-Bibel . 7 Die Hand der Zeugen soll die erste sein, ihn zu töten, und danach die Hand des ganzen Volks, dass du das Böse aus deiner Mitte wegtust.Einsetzung eines Obergerichtes

Tekstuitleg van Dt 17,7 .

4. bô (in/ voor hem) < bë + persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . bë (in, met) . Taalgebruik in Tenach : bë (in, met) . Tenakh (354) . Pentateuch (131) . Eerdere Profeten (61) . Latere Profeten (60) . 12 Kleine Profeten (12) . Geschriften (90) . Dt (27) . Dt 17 () : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,7 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,15 . (5) Dt 17,19 .

De rechterlijke uitspraak

Dt 17,8 - Dt 17,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8ean de adunatèsè apo sou rèma en krisei ana meson aima aimatos kai ana meson krisis kriseôs kai ana meson afè afès kai ana meson antilogia antilogias rèmata kriseôs en tais polesin umôn kai anastas anabèsè eis ton topon on an eklexètai kurios o theos sou epiklèthènai to onoma autou ekei 8 si difficile et ambiguum apud te iudicium esse perspexeris inter sanguinem et sanguinem causam et causam lepram et non lepram et iudicum intra portas tuas videris verba variari surge et ascende ad locum quem elegerit Dominus Deus tuus   8 Wanneer een zaak aan het gericht voor u te zwaar zal zijn, tussen bloed en bloed, tussen rechtshandel en rechtshandel, tussen plage en plage, zijnde twistzaken in uw poorten, zo zult gij u opmaken en opgaan naar de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; [8] Wanneer het u te moeilijk valt binnen uw eigen stadspoorten een uitspraak te doen inzake moord, rechtsvordering, geweldpleging of in enig ander rechtsgeding, dan moet u zich naar de plaats begeven die de heer uw God uitkiest, [8] Met betrekking tot moord of doodslag, rechtsvordering en geweldpleging kunnen zich in uw steden rechtszaken voordoen waarin het te moeilijk is om vonnis te wijzen. In dergelijke gevallen moet u naar de plaats gaan die de HEER, uw God, zal uitkiezen. 17:8 Wanneer een zaak je te wonderlijk is voor rechtspraak, tussen bloed en bloed, tussen geschil en geschil, tussen schade en schade, zaken van twistgedingen in je poorten,- sta dan op en klim op naar het oord dat de Ene, je God, zal uitkiezen. 8. Si tu as à juger un cas qui te dépasse, affaire de meurtre, contestation ou voie de fait, un litige quelconque dans ta ville, tu partiras et tu monteras au lieu choisi par Yahvé ton Dieu,

King James Bible . [8] If there arise a matter too hard for thee in judgment, between blood and blood, between plea and plea, and between stroke and stroke, being matters of controversy within thy gates: then shalt thou arise, and get thee up into the place which the LORD thy God shall choose;
Luther-Bibel . 8 Wenn eine Sache vor Gericht dir zu schwer sein wird, es gehe um Blutschuld, um Schaden, um Gewalttat oder was sonst Streitsachen sind in deinen Toren, so sollst du dich aufmachen und hinaufgehen zu der Stätte, die der HERR, dein Gott, erwählen wird,

Tekstuitleg van Dt 17,8 .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Dt : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 of 30 . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Dt (235) . Dt 17 (4) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,14 .

20. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Dt (128) . Dt 17 (5) : (1) Dt 17,5 . (2) Dt 17,8 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 .

22. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

24. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 17 (8) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,14 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 17,19 .

25. ´êlohe(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Dt (199) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

24. - 25. JHWH ´êlohe(j)khâ . Tenakh (262) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 (2X) . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

26. bô (in/ voor hem) < bë + persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . bë (in, met) . Taalgebruik in Tenach : bë (in, met) . Tenakh (354) . Pentateuch (131) . Eerdere Profeten (61) . Latere Profeten (60) . 12 Kleine Profeten (12) . Geschriften (90) . Dt (27) . Dt 17 () : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,7 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,15 . (5) Dt 17,19 .

Dt 17,9 - Dt 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9kai eleusè pros tous iereis tous leuitas kai pros ton kritèn os an genètai en tais èmerais ekeinais kai ekzètèsantes anaggelousin soi tèn krisin 9 veniesque ad sacerdotes levitici generis et ad iudicem qui fuerit illo tempore quaeresque ab eis qui indicabunt tibi iudicii veritatem   9 En gij zult komen tot de Levietische priesters, en tot den rechter, die in die dagen zijn zal; en gij zult ondervragen, en zij zullen u de zaak des rechts aanzeggen. [9] om de Levitische priesters en de rechter die op dat ogenblik het ambt bekleedt, te raadplegen. Zij zullen uitspraak voor u doen. [9] Daar raadpleegt u de Levitische priesters en de rechter die daar op dat moment zetelt, en zij zullen uitspraak doen. 17:9 Ben je aangekomen bij de priesters,- de Levieten, en bij de gerechtsbeambte die er zal wezen in die dagen,- vraag dan en zij zullen je melden de uitspraak van het recht. 9. tu iras trouver les prêtres lévites et le juge alors en fonction. Ils feront une enquête, et ils te feront connaître la sentence.

King James Bible . [9] And thou shalt come unto the priests the Levites, and unto the judge that shall be in those days, and inquire; and they shall shew thee the sentence of judgment:
Luther-Bibel . 9 und zu den levitischen Priestern kommen und zu dem Richter, der zu der Zeit sein wird, und sie befragen. Die sollen dir das Urteil sagen.

Tekstuitleg van Dt 17,9 .

2. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Dt (128) . Dt 17 (5) : (1) Dt 17,5 . (2) Dt 17,8 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 .

5. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

7. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

11. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

13. l-kh (lâkh of lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) . Dt (121) . (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,4 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,11 . (7) Dt 17,14 .

17. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

Dt 17,10 - Dt 17,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10kai poièseis kata to pragma o ean anaggeilôsin soi ek tou topou ou an eklexètai kurios o theos sou epiklèthènai to onoma autou ekei kai fulaxè sfodra poièsai kata panta osa ean nomothetèthè soi 10 et facies quodcumque dixerint qui praesunt loco quem elegerit Dominus et docuerint te   10 En gij zult doen naar het bevel des woords, dat zij u zullen aanzeggen, van diezelve plaats, die de HEERE verkiezen zal, en gij zult waarnemen te doen naar alles, wat zij u zullen leren. [10] Overeenkomstig de uitspraak die zij doen op de plaats die de heer uitkiest, moet u handelen: u moet zich nauwgezet houden aan de beslissing die zij nemen. [10] Doe precies wat zij u voorschrijven en volg de aanwijzingen die u van hen krijgt nauwkeurig op. 17:10 Doe dan naar last van de uitspraak die zij je melden vanuit dat oord dat de Ene zal uitkiezen; wees waakzaam om te doen naar al wat zij je aanwijzen. 10. Tu te conformeras à la parole qu'ils t'auront fait connaître en ce lieu choisi par Yahvé, et tu prendras garde d'agir selon toutes leurs instructions.

King James Bible . 10] And thou shalt do according to the sentence, which they of that place which the LORD shall choose shall shew thee; and thou shalt observe to do according to all that they inform thee:
Luther-Bibel . 10 Und du sollst tun nach dem, was sie dir sagen an der Stätte, die der HERR erwählen wird, und sollst es halten, dass du tust nach allem, was sie dich lehren werden.

Tekstuitleg van Dt 17,10 . Het vers Dt 17,10 is het midden van het boek Dt (wat verzen betreft) . Het boek Dt telt 959 (spiegelgetal, 7 X 137) verzen .

(. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

7. l-kh (lâkh of lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) . Dt (121) . (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,4 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,11 . (7) Dt 17,14 .

11. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

13. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 17 (8) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,14 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 17,19 .

16. këkol / këkhâl < kë + kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (122) . Pentateuch (35) . Eerdere Profeten (52) . Latere Profeten (15) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (20) . Dt (18) : (1) Dt 1,3 . (2) Dt 1,30 . (3) Dt 1,41 . (4) Dt 4,8 . (5) Dt 4,34 . (6) Dt 9,10 . (7) Dt 12,8 . (8) Dt 17,10 . (9) Dt 17,14 . (10) Dt 18,7 . (11) Dt 18,16 . (12) Dt 20,18 . (13) Dt 24,8 . (14) Dt 26,13 . (15) Dt 26,14 . (16) Dt 29,20 . (17) Dt 30,2 . (18) Dt 31,5 .

17. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

Dt 17,11 - Dt 17,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11kata ton nomon kai kata tèn krisin èn an eipôsin soi poièseis ouk ekklineis apo tou rèmatos ou ean anaggeilôsin soi dexia oude aristera 11 iuxta legem eius sequeris sententiam eorum nec declinabis ad dextram vel ad sinistram   11 Naar het bevel der wet, die zij u zullen leren, en naar het oordeel, dat zij u zullen zeggen, zult gij doen; gij zult niet afwijken van het woord, dat zij u zullen aanzeggen, ter rechter hand of ter linkerhand. [11] Volgens de beslissing die zij nemen en de uitspraak die zij doen, moet u handelen; van hetgeen zij vaststellen, mag u niet afwijken, naar rechts noch naar links. [11] Houd u aan de uitleg die zij u geven en aan het vonnis dat ze uitspreken. Probeer in geen enkel opzicht te schikken en te plooien. 17:11 Naar last* van de aanwijzing die zij je aanwijzen en naar de rechtsoverweging die zij je zullen zeggen, zul je doen; je zult niet afwijken van de uitspraak die ze je zullen melden naar rechts of links. 11. Tu te conformeras à la décision qu'ils t'auront fait connaître et à la sentence qu'ils auront prononcée, sans t'écarter ni à droite ni à gauche de la parole qu'ils t'auront fait connaître.

King James Bible . [11] According to the sentence of the law which they shall teach thee, and according to the judgment which they shall tell thee, thou shalt do: thou shalt not decline from the sentence which they shall shew thee, to the right hand, nor to the left.
Luther-Bibel . 11 An die Weisung, die sie dir geben, und an das Urteil, das sie dir sagen, sollst du dich halten, sodass du davon nicht abweichst weder zur Rechten noch zur Linken.

Tekstuitleg van Dt 17,11 .

4. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

8. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

10. l-kh (lâkh of lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) . Dt (121) . (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,4 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,11 . (7) Dt 17,14 .

12. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Dt (249) . Dt 17 (7) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,3 . (3) Dt 17,6 . (4) Dt 17,11 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 17,16 . (7) Dt 17,17 .

16. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

Dt 17,12 - Dt 17,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12kai o anthrôpos os an poièsè en uperèfania tou mè upakousai tou iereôs tou parestèkotos leitourgein epi tô onomati kuriou tou theou sou è tou kritou os an è en tais èmerais ekeinais kai apothaneitai o anthrôpos ekeinos kai exareis ton ponèron ex israèl 12 qui autem superbierit nolens oboedire sacerdotis imperio qui eo tempore ministrat Domino Deo tuo et decreto iudicis morietur homo ille et auferes malum de Israhel   12 De man nu, die trotselijk handelen zal, dat hij niet hore naar den priester, dewelke staat, om aldaar den HEERE, uw God, te dienen, of naar den rechter, dezelve man zal sterven; en gij zult het boze uit Israël wegdoen. [12] Waagt iemand het niet te gehoorzamen aan de priester die daar voor de heer uw God dienst doet, of aan de rechter, dan moet die man sterven. Zo zult u het kwaad uit Israël verwijderen. [12] Degene die de euvele moed heeft om de woorden van de rechter of van de priester die daar voor de HEER, uw God, dienst doet in de wind te slaan, moet ter dood gebracht worden. Zo moet u het kwaad dat zich bij de Israëlieten aandient in de kiem smoren. 17:12 En de man die handelt in overmoed, door niet te horen naar de priester die er staat om daar de Ene, je God, ter zijde te staan, of naar de gerechtsbeambte,- sterven zal die man, wegbranden zul je het kwaad uit Israël! 12. Si quelqu'un agit présomptueusement, n'obéissant ni au prêtre qui se tient là pour le service de Yahvé ton Dieu, ni au juge, cet homme mourra. Tu feras disparaître d'Israël le mal.

King James Bible . [12] And the man that will do presumptuously, and will not hearken unto the priest that standeth to minister there before the LORD thy God, or unto the judge, even that man shall die: and thou shalt put away the evil from Israel.
Luther-Bibel . 12 Und wenn jemand vermessen handeln würde, dass er dem Priester nicht gehorcht, der dort im Dienst des HERRN, deines Gottes, steht, oder dem Richter, der soll sterben, und du sollst das Böse aus Israel wegtun,

Tekstuitleg van Dt 17,12 .

7. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Dt (128) . Dt 17 (5) : (1) Dt 17,5 . (2) Dt 17,8 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 .

13. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 17 (8) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,14 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 17,19 .

14. ´êlohe(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Dt (199) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

13. - 14. JHWH ´êlohe(j)khâ . Tenakh (262) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 (2X) . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

Dt 17,13 - Dt 17,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13kai pas o laos akousas fobèthèsetai kai ouk asebèsei eti 13 cunctusque populus audiens timebit ut nullus deinceps intumescat superbia   13 Dat het al dat volk hore en vreze, en niet meer trotselijk handele. [13] Als de mensen dit vernemen, zullen zij met vrees vervuld worden en het niet meer wagen zoiets te doen. [13] Het hele volk moet daardoor worden afgeschrikt, zodat ze zoiets geen tweede keer wagen. 17:13 Heel de gemeente, laten ze het horen en vrezen; dan zullen ze niet nógmaals overmoedig zijn. •• 13. Le peuple l'apprendra, craindra, et cessera d'agir avec présomption.

King James Bible . [13] And all the people shall hear, and fear, and do no more presumptuously.
Luther-Bibel . 13 auf dass alles Volk aufhorche und sich fürchte und nicht mehr vermessen sei.Das Königsgesetz

Tekstuitleg van Dt 17,13 .

Dt 17,14-20 telt 137 woorden . 137 is de som van 27 (kubus - 3) , 37 (zeshoek - 4) en 73 (zeshoekige ster - 4) . Het vers Dt 17,10 is het midden van het boek Dt (wat verzen betreft) . Het boek Dt telt 959 (spiegelgetal, 7 X 137) verzen .

- Dt 17,14-20 . De koning - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium)-- Dt 17 -- Dt 17,14-20 -- Dt 17,14 - Dt 17,15 - Dt 17,16 - Dt 17,17 - Dt 17,18 - Dt 17,19 - Dt 17,20

Dt 17,14 - Dt 17,14 . De koning - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium)-- Dt 17 -- Dt 17,14-20 -- Dt 17,14 - Dt 17,15 - Dt 17,16 - Dt 17,17 - Dt 17,18 - Dt 17,19 - Dt 17,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14ean de eiselthès eis tèn gèn èn kurios o theos sou didôsin soi en klèrô kai klèronomèsès autèn kai katoikèsès ep' autès kai eipès katastèsô ep' emauton archonta katha kai ta loipa ethnè ta kuklô mou 14 cum ingressus fueris terram quam Dominus Deus tuus dabit tibi et possederis eam habitaverisque in illa et dixeris constituam super me regem sicut habent omnes per circuitum nationes kî thâbhô´ ´èl hâ´ârèts ´äsjèr JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lëkhâ wîrisjëthâh wëjâsjabhëthâh bâh wë´âmarëthâ ´âshîmâh `âlaj mèlèkh këkâl haggôîm ´äsjèr sëbhîbothâj 14 Wanneer gij zult gekomen zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geeft, en gij dat erfelijk zult bezitten en daarin wonen, en gij zeggen zult: Ik zal een koning over mij stellen, als al de volken, die rondom mij zijn; [14] Wanneer* u het land bent binnengegaan dat de heer uw God u schenkt, het in bezit hebt genomen en er gevestigd bent, en wanneer u dan zegt: "Ik wil een koning hebben, zoals de volken in mijn omgeving", [14] Wanneer u in het land gekomen bent dat de HEER, uw God, u zal geven en u het in bezit hebt genomen en er woont, zegt u misschien: 'Laten we een koning aanstellen, net zoals de volken om ons heen.' 17:14 Wanneer je aankomt in het land dat de Ene, je God, je gaat geven en je het beërfd hebt en erin zetelt,- en je zult dan zeggen: ik wil over mij aanstellen een koning zoals alle volkeren die mij omringen, 14. Lorsque tu seras arrivé en ce pays que Yahvé ton Dieu te donne, que tu en auras pris possession et que tu y habiteras, si tu te dis : « Je veux établir sur moi un roi, comme toutes les nations d'alentour »,

King James Bible . [14] When thou art come unto the land which the LORD thy God giveth thee, and shalt possess it, and shalt dwell therein, and shalt say, I will set a king over me, like as all the nations that are about me;
Luther-Bibel . 14 Wenn du in das Land kommst, das dir der HERR, dein Gott, geben wird, und es einnimmst und darin wohnst und dann sagst: Ich will einen König über mich setzen, wie ihn alle Völker um mich her haben,

a. kî thâbhô´ ´èl hâ´ârèts ´äsjèr JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lëkhâ
b. wîrisjëthâh
c. wëjâsjabhëthâh bâh
d. wë´âmarëthâ
e. ´âshîmâh `âlaj mèlèkh këkâl haggôîm ´äsjèr sëbhîbothâj

Tekstuitleg van Dt 17,14 . Het vers Dt 17,14 telt 20 (2² X 5) woorden en 75 (3 X 5²) letters . De getalwaarde van Dt 17,14 is 5876 (2² X 13 X 113) . Eens je in het land woont , zal je vragen : moge ik een koning over mij aanstellen zoals alle volken van mijn omgeving . Waarop ligt de klemtoon ? Op : een koning zoals alle volken van mijn omgeving . OF op : een koning aanstellen zoals alle volken van mijn omgeving . In de Hebr. tekst staat këkâl haggôîm (als alle volkeren) onmiddellijk na mèlèkh (koning) . De uitdrukking mèlèkh këkâl haggôîm (een koning als alle volkeren) komt in Tenakh slechts in Dt 17,14 voor .
Het komt zeer vaak in de bijbel voor dat een verhaal 2X voorkomt . Hier betreft het voorzegging / belofte . In 1 S 8,5 gaat het om de realisatie van wat in Dt 17,14 is voorzegd .
- Dt 17,14 : wë´âmarëthâ ´âshîmâh `âlaj mèlèkh këkâl haggôîm (en jij zegt : laat ik over mij een koning als alle volken aanstellen) .
- 1 S 8,5 : wajjo´mërû ... shîmâh lânû mèlèkh lësjâphëtenû këkâl haggôîm (en zij zeiden ... stel over ons aan een koning om ons te richten zoals alle volken) .

Dt 17,14.1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Dt : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 of 30 . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Dt (235) . Dt 17 (4) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,14 .

Dt 17,14.2. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. thâbhô´ (jij gaat, komt) van het werkw. bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenach : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . Spiegelbeeld van het woord ´ab (vader) . Tenach (23) . Dt (6) : (1) Dt 1,37 . (2) Dt 17,14 . (3) Dt 23,25 . (4) Dt 23,26 . (5) Dt 24,10 . (6) Dt 27,3 .

Dt 17,14.1 - 2. kî thâbhô´ (want jij gaat) . Tenakh (4) : (1) Dt 17,14 . (2) Dt 23,25 . (3) Dt 23,26 . (4) Spr 3,25 .

Dt 17,14.3. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Dt (128) . Dt 17 (5) : (1) Dt 17,5 . (2) Dt 17,8 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 .

Dt 17,14.2. - 3. thâbhô´ ´èl (jij gaat naar) . Tenakh (2) : (1) Dt 17,14 . (2) Dt 17,14 .

Dt 17,14.4. hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Ex : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (851) . Pentateuch (316) . Eerdere Profeten (132) . Latere Profeten (215) . 12 Kleine Profeten (53) . Geschriften (135) . Dt (77) . Dt 17 (1) : Dt 17,14 .

Dt 17,14.3. - 4. ´èl hâ´ârèts (naar het land) . Tenakh (53) . Pentateuch (38) . Gn (3) . Ex (3) . Lv (3) . Nu (12) . Dt (17) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Dt (17) : (1) Dt 2,29 . (2) Dt 4,21 . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 7,1 . (5) Dt 9,28 . (6) Dt 11,29 . (7) Dt 17,14 . (8) Dt 18,9 . (9) Dt 26,1 . (10) Dt 26,3 . (11) Dt 27,2 . (12) Dt 27,3 . (13) Dt 30,5 . (14) Dt 31,7 . (15) Dt 31,21 . (16) Dt 31,23 . (17) Dt 32,52 .

Dt 17,14.3. - 5. ´èl hâ´ârèts ´äsjèr (naar het land dat) . Tenakh (53) . Pentateuch (38) . Gn (3) . Ex (3) . Lv (3) . Nu (12) . Dt (17) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Dt (17) : (1) Dt 2,29 . (2) Dt 4,21 (´èl hâ´ârèts hattôbâh ´äsjèr = naar het goede land dat) . (3) Dt 6,10 . (4) Dt 7,1 . (5) Dt 9,28 . (6) Dt 11,29 . (7) Dt 17,14 . (8) Dt 18,9 . (9) Dt 26,1 . (10) Dt 26,3 . (11) Dt 27,2 . (12) Dt 27,3 . (13) Dt 30,5 . (14) Dt 31,7 . (15) Dt 31,21 . (16) Dt 31,23 . (17) Dt 32,52 .

Dt 17,14.6. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 17 (8) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,14 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 17,19 .

Dt 17,14.5. - 6. אֲשֶׁר יהוה = ´äsjèr JHWH (die/dat JHWH) . Tenakh (47) . Dt (40) : (1) Dt 1,20 . (2) Dt 1,25 . (3) Dt 2,29 . (4) Dt 3,20 . (5) Dt 4,1 . (6) Dt 4,21 . (7) Dt 4,40 . (8) Dt 5,16 . (9) Dt 7,16 . (10) Dt 8,20 . (11) Dt 11,12 . (12) Dt 11,17 . (13) Dt 11,31 . (14) Dt 12,9 . (15) Dt 12,10 . (16) Dt 13,13 . (17) Dt 15,4 . (18) Dt 15,7 . (19) Dt 16,5 . (20) Dt 16,18 . (21) Dt 16,20 . (22) Dt 17,2 . (23) Dt 17,14 . (24) Dt 18,9 . (25) Dt 19,1 . (26) Dt 19,2 . (27) Dt 19,10 . (28) Dt 19,14 . (29) Dt 20,16 . (30) Dt 21,1 . (31) Dt 21,23 . (32) Dt 24,4 . (33) Dt 25,15 . (34) Dt 25,19 . (35) Dt 26,1 . (36) Dt 26,2 . (37) Dt 27,2 . (38) Dt 27,3 . (39) Dt 28,8 . (40) Dt 29,11 .


Dt 17,14.7. ´êlohe(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Dt (199) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

Dt 17,14.6. - 7. JHWH ´êlohe(j)khâ . Tenakh (262) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 (2X) . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

Dt 17,14.8. nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . act. qal perf. 3de pers. mann. enk. nâthan (hij geeft) OF act. qal part; nom. mann. enk. nothen (gevende) . Tenakh (319) . Pentateuch (107) . Eerdere Profeten (92) . Latere Profeten (30) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (86) . Gr. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give . Dt (59) . Dt 17 (2) : (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,14 .

Dt 17,14.7. - 8. ´êlohe(j)khâ nothen (jouw God gevende) . Tenakh (31) : (1) Ex 20,12 . (2) Dt 4,21 . (3) Dt 4,40 . (4) Dt 5,16 . (5) Dt 7,16 . (6) Dt 9,6 . (7) Dt 12,9 . (8) Dt 13,13 . (9) Dt 15,4 . (10) Dt 15,7 . (11) Dt 16,5 . (12) Dt 16,18 . (13) Dt 16,20 . (14) Dt 17,2 . (15) Dt 17,14 . (16) Dt 18,9 . (17) Dt 19,1 . (18) Dt 19,2 . (19) Dt 19,10 . (20) Dt 19,14 . (21) Dt 20,16 . (22) Dt 21,1 . (23) Dt 21,23 . (24) Dt 24,4 . (25) Dt 25,15 . (26) Dt 25,19 . (27) Dt 26,1 . (28) Dt 26,2 . (29) Dt 27,2 . (30) Dt 27,3 . (31) Dt 28,8 .

Dt 17,14.9. l-kh (lâkh of lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) . Dt (121) . Dt 17 (7) : (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,4 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,11 . (7) Dt 17,14 .

Dt 17,14.8. - 9. nothen lâkh (je gevende) . Tenakh (14) : (1) Ex 20,12 . (2) Dt 5,16 . (3) Dt 7,16 . (4) Dt 12,9 . (5) Dt 15,7 . (6) Dt 16,5 . (7) Dt 16,20 . (8) Dt 17,2 . (9) Dt 17,14 . (10) Dt 18,9 . (11) Dt 25,15 . (12) Dt 26,2 . (13) Dt 27,2 . (14) Dt 28,8 .

Dt 17,14.6. - 9. JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lâkh (JHWH je God je gevende) . Tenakh (14) : (1) Ex 20,12 . (2) Dt 5,16 . (3) Dt 7,16 . (4) Dt 12,9 . (5) Dt 15,7 . (6) Dt 16,5 . (7) Dt 16,20 . (8) Dt 17,2 . (9) Dt 17,14 . (10) Dt 18,9 . (11) Dt 25,15 . (12) Dt 26,2 . (13) Dt 27,2 . (14) Dt 28,8 .
- JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lëkhâ (JHWH je God je gevende) . Tenakh (17) : (1) Dt 4,21 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 9,6 . (4) Dt 13,13 . (5) Dt 15,4 . (6) Dt 16,18 . (7) Dt 19,1 . (8) Dt 19,2 . (9) Dt 19,10 . (10) Dt 19,14 . (11) Dt 20,16 . (12) Dt 21,1 . (13) Dt 21,23 . (14) Dt 24,4 . (15) Dt 25,19 . (16) Dt 26,1 . (17) Dt 27,3 .

Dt 17,14.3. - 9. ´èl hâ´ârèts ´äsjèr JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lëkhâ (naar het land dat JHWH je God aan je gevende) . Tenakh (3) : (1) Dt 4,21 (´èl hâ´ârèts hattôbâh ´äsjèr = naar het goede land dat) . (2) Dt 26,1 . (3) Dt 27,3 . ´èl hâ´ârèts ´äsjèr JHWH ´êlohe(j)khâ nothen lâkh (naar het land dat JHWH je God aan je gevende) . Tenakh (2) : (1) Dt 17,14 . (2) Dt 18,9 .

Dt 17,14.10. wîrisjëthâh (en jij neemt haar in bezit) < voegwoord wë + act. qal perf. 2de pers. mann. enk.+ suffix persoonl.voornaamw. 3de pers. vr. enk . jârasj (erven, bezitten, in bezit nemen) . Taalgebruik in Tenakh : (erven, bezitten, in bezit nemen) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 51 of 510 . Structuur : 1 - 2 - 3 . Tenakh (3) : (1) Dt 17,14 . (2) Dt 26,1 . (3) Dt 30,5 .

Dt 17,14.11. wëjâsjabhëthâh (en jij woont) < wë + act. qal perf. 2de pers. mann. enk. . jâsjabh (wonen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsjabh (wonen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , beth = 2 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (1) : Dt 17,14 .

Dt 17,14.12. bâh (in haar) < bë + persoonl. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Tenakh (275) . Pentateuch (71) . Eerdere Profeten (53) . Latere Profeten (67) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (67) . Dt (24) . Dt 17 (1) : Dt 17,14 .

Dt 17,14.13. wë´âmarëthâ (en jij zegt) < wë + act. qal perf. 2de pers. mann. enk. . ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Tenakh (135) . Pentateuch (40) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (76) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (4) . Dt (7) : (1) Dt 6,21 . (2) Dt 8,17 . (3) Dt 12,20 . (4) Dt 17,14 . (5) Dt 26,3 . (6) Dt 26,5 . (7) Dt 26,13 .

Dt 17,14.14. act. qal cohortat. 1ste pers. enk. ´âshîmâh (laat ik aanstellen; ik stel aan) van het werkw. shâm (plaatsen, stellen)  . Taalgebruik in Tenakh : shâm (plaatsen, stellen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 340 (10 X 34) . Structuur : 3 - 4 . Tenakh (1) : Dt 17,14 .

Dt 17,14.15. `âlaj (over mij) < `al + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Taalgebruik in Jesaja : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 - 3 . Tenakh (225) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (21) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (129) . Dt (2) : (1) Dt 7,14 . (2) Dt 32,2 .

Dt 17,14.16. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) . Dt (17) : (1) Dt 1,4 . (2) Dt 2,24 . (3) Dt 2,26 . (4) Dt 2,30 . (5) Dt 3,1 . (6) Dt 3,2 . (7) Dt 3,3 . (8) Dt 3,6 . (9) Dt 3,11 . (10) Dt 4,46 . (11) Dt 4,47 . (12) Dt 7,8 . (13) Dt 11,3 . (14) Dt 17,14 . (15) Dt 17,15 . (16) Dt 29,6 . (17) Dt 33,5 .

Dt 17,14.17. këkol / këkhâl < kë + kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (122) . Pentateuch (35) . Eerdere Profeten (52) . Latere Profeten (15) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (20) . Dt (18) : (1) Dt 1,3 . (2) Dt 1,30 . (3) Dt 1,41 . (4) Dt 4,8 . (5) Dt 4,34 . (6) Dt 9,10 . (7) Dt 12,8 . (8) Dt 17,10 . (9) Dt 17,14 . (10) Dt 18,7 . (11) Dt 18,16 . (12) Dt 20,18 . (13) Dt 24,8 . (14) Dt 26,13 . (15) Dt 26,14 . (16) Dt 29,20 . (17) Dt 30,2 . (18) Dt 31,5 .

Dt 17,14.18. haggôîm (de volkeren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (174) . Pentateuch (27) . Eerdere Profeten (27) . Latere Profeten (74) . 12 Kleine Profeten (25) . Geschriften (19) : (1) Dt 7,17 . (2) Dt 7,22 . (3) Dt 9,4 . (4) Dt 9,5 . (5) Dt 11,23 . (6) Dt 11,23 . (7) Dt 12,29 . (8) Dt 12,30 . (9) Dt 17,14 . (10) Dt 18,9 . (11) Dt 18,14 . (12) Dt 19,1 . (13) Dt 20,15 . (14) Dt 26,19 . (15) Dt 29,15 . (16) Dt 29,17 . (17) Dt 29,23 . (18) Dt 30,1 . (19) Dt 30,1 .

Dt 17,14.17. - 18. këkâl haggôîm (als alle volkeren) . Tenakh (4) : (1) Dt 17,14 . (2) 1 S 8,5 . (3) 1 S 8,20 . (4) Ez 25,8 .

Dt 17,14.16. - 18. mèlèkh këkâl haggôîm (een koning als alle volkeren) . Tenakh (1) Dt 17,14 .

Dt 17,14.19. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 . 5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

Dt 17,14.20. sëbhîbothâj (van mijn omgeving) < vr. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . sâbhîbh . Taalgebruik in Tenakh : sâbhîbh . Getalwaarde : samekh = 15 of 60 , beth = 2 ; totaal : 19 OF 64 (2³ X 2³) . Structuur : 6 - 2 - 2 . Tenakh (1) : Dt 17,14 .

Dt 17,15 - Dt 17,15 . De koning - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium)-- Dt 17 -- Dt 17,14-20 -- Dt 17,14 - Dt 17,15 - Dt 17,16 - Dt 17,17 - Dt 17,18 - Dt 17,19 - Dt 17,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15kathistôn katastèseis epi seauton archonta on an eklexètai kurios o theos sou auton ek tôn adelfôn sou katastèseis epi seauton archonta ou dunèsè katastèsai epi seauton anthrôpon allotrion oti ouk adelfos sou estin 15 eum constitues quem Dominus Deus tuus elegerit de numero fratrum tuorum non poteris alterius gentis hominem regem facere qui non sit frater tuus  shôm thâshîm `âlè(j)khâ mèlèkh ´äsjèr jibhëchar JHWH ´êlohe(j)khâ bô miqqèrèbh ´âchîkhâ thâshîm `âlè(j)khâ mèlèkh lo´ thûkhal lâtheth `âlè(j)khâ ´îsj nâkhërî ´äsjèr lo´ ´âchîkhâ hû´ 15 Zo zult gij ganselijk tot koning over u stellen, dien de HEERE, uw God, verkiezen zal; uit het midden uwer broederen zult gij een koning over u stellen; gij zult niet vermogen over u te zetten een vreemden man, die uw broeder niet zij. [15] dan moet u iemand nemen die de heer, uw God uitkiest; een volksgenoot moet u als koning over u aanstellen, geen vreemdeling of iemand die niet tot uw volk behoort. [15] Dat is geoorloofd: u mag uit uw midden iemand die door de HEER, uw God, zal worden uitgekozen, als koning aanstellen. Maar het mag niet iemand uit een ander land of van een ander volk zijn. 17:15 stel dan bij de aanstelling een koning over je aan voor wie de Ene, je God, zal kiezen; uit de kring van je broeders zul je over jou een koning aanstellen; het staat je niet vrij over jou iemand macht te geven die je vreemd is, die niet een broeder van je is. 15. c'est un roi choisi par Yahvé ton Dieu que tu devras établir sur toi, c'est quelqu'un d'entre tes frères que tu établiras sur toi comme roi, tu ne pourras pas te donner un roi étranger qui ne soit pas ton frère.

King James Bible . [15] Thou shalt in any wise set him king over thee, whom the LORD thy God shall choose: one from among thy brethren shalt thou set king over thee: thou mayest not set a stranger over thee, which is not thy brother.
Luther-Bibel . 15 so sollst du den zum König über dich setzen, den der HERR, dein Gott, erwählen wird. Du sollst aber einen aus deinen Brüdern zum König über dich setzen. Du darfst nicht irgendeinen Ausländer, der nicht dein Bruder ist, über dich setzen.

a. shôm thâshîm `âlè(j)khâ mèlèkh ´äsjèr jibhëchar JHWH ´êlohe(j)khâ bô
b. miqqèrèbh ´âchîkhâ thâshîm `âlè(j)khâ mèlèkh
c. lo´ thûkhal lâtheth `âlè(j)khâ ´îsj nâkhërî ´äsjèr lo´ ´âchîkhâ hû´

Tekstuitleg van Dt 17,15 . Het vers Dt 17,15 telt 24 (2³ X 3) woorden en 83 (priemgetal) letters . De getalwaarde van Dt 17,15 is 6109 (41 X 149) . Er worden enkele voorwaarden gesteld bij het aanstellen van een koning . Hij moet door JHWH uitgekozen zijn . Hij komt uit de kring van je broeders . Het mag geen vreemde zijn , die geen broeder van jullie is . De goedkeuring door JHWH betekent concreet dat hij door het gezag van de priesters is gekozen .

Dt 17,15.1. act. qal inf. absol. shôm OF act. qal inf. construct. shûm (om aan te stellen) van het werkw. shâm (plaatsen, stellen)  . Taalgebruik in Tenakh : shâm (plaatsen, stellen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 340 (10 X 34) . Structuur : 3 - 4 . Tenakh (4) : (1) Dt 17,15 . (2) 2 S 14,7 . (3) Jr 42,15 . (4) Hag 2,15 .

Dt 17,15.2. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. thâshîm (jij stelt aan) van het werkw. shâm (plaatsen, stellen)  . Taalgebruik in Tenakh : shâm (plaatsen, stellen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 340 (10 X 34) . Structuur : 3 - 4 . Tenakh (13) : (1) Gn 6,16 . (2) Gn 44,2 . (3) Ex 21,1 . (4) Dt 17,15 . (5) Dt 22,8 . (6) 1 S 10,19 . (7) 1 K 20,34 . (8) Js 41,15 . (9) Js 53,10 . (10) Ez 21,25 . (11) Ez 24,17 . (12) Job 7,12 . (13) Job 38,33 .

Dt 17,15.3. `âlè(j)khâ (over jou) < voorzetsel `al + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Taalgebruik in Jesaja : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 - 3 . Tenakh (183) . Pentateuch (29) . Eerdere Profeten (29) . Latere Profeten (77) . 12 Kleine Profeten (8) . Geschriften (40) . Dt (18) : (1) Dt 7,22 . (2) Dt 15,9 . (3) Dt 17,15 . (4) Dt 19,10 . (5) Dt 23,5 . (6) Dt 24,15 . (7) Dt 28,2 . (8) Dt 28,7 . (9) Dt 28,10 . (10) Dt 28,15 . (11) Dt 28,24 . (12) Dt 28,36 . (13) Dt 28,43 . (14) Dt 28,45 . (15) Dt 28,49 . (16) Dt 28,61 . (17) Dt 30,1 . (18) Dt 30,9 .

Dt 17,15.2. - 3. thâshîm `âlè(j)khâ (jij stelt aan over jou) . Tenakh (1) : Dt 17,15 (2X) .

Dt 17,15.4. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenach : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) . Joz (37) . Re (22) . 1 S (29) . 2 S (18) . 1 K (82) . 2 K (157) . Dt (17) : (1) Dt 1,4 . (2) Dt 2,24 . (3) Dt 2,26 . (4) Dt 2,30 . (5) Dt 3,1 . (6) Dt 3,2 . (7) Dt 3,3 . (8) Dt 3,6 . (9) Dt 3,11 . (10) Dt 4,46 . (11) Dt 4,47 . (12) Dt 7,8 . (13) Dt 11,3 . (14) Dt 17,14 . (15) Dt 17,15 . (16) Dt 29,6 . (17) Dt 33,5 .

Dt 17,15.5. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

Dt 17,15.4. - 5. mèlèkh ´äsjèr (een koning die) . Tenakh (2) : (1) Dt 17,15 . (2) 2 K 23,25 .

Dt 17,15.6. act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jibhëchar / jibhëchâr (hij verkoos) . bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Tenakh : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Getalwaarde : beth = 2 , chet = 8 , resj = 20 of 200 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 8 - 2 . Gr. eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in het N.T. : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Lat. eligere . Fr. elire , choisir . E. to choose , to elect . D. auswählen . Een vorm van eklegô in de LXX (141) , (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) in het NT (22) . Het Griekse werkw. eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) is één van de 10 werkw. om een vorm van bâchar (kiezen, uitverkiezen) te vertalen . j-bh-ch-r . Tenach (33) . Pentateuch (25) . Dt (23) . (1) Dt 12,5 . (2) Dt 12,11 . (3) Dt 12,14 . (4) Dt 12,18 . (5) Dt 12,21 . (6) Dt 12,26 . (7) Dt 14,23 . (8) Dt 14,24 . (9) Dt 14,25 . (10) Dt 15,20 . (11) Dt 16,2 . (12) Dt 16,6 . (13) Dt 16,7 . (14) Dt 16,11 . (15) Dt 16,15 . (16) Dt 16,16 . (17) Dt 17,8 . (18) Dt 17,10 . (19) Dt 17,15 . (20) Dt 18,6 . (21) Dt 23,17 . (22) Dt 26,2 . (23) Dt 31,11 .

Dt 17,15.4. - 6. mèlèkh ´äsjèr jibhëchar (een koning die hij uitkoos) . Tenakh (1) Dt 17,15 .

Dt 17,15.7. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 17 (8) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,14 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 17,19 .

Dt 17,15.6. - 7. EN 5. - 7. (´äsjèr) jibhëchar JHWH (die JHWH uitkoos) . Tenakh (20) : (1) Nu 16,7 . (2) Dt 12,5 . (2) Dt 12,11 . (3) Dt 12,14 . (4) Dt 12,18 . (5) Dt 12,21 . (6) Dt 12,26 . (7) Dt 14,24 . (8) Dt 14,25 . (9) Dt 15,20 . (10) Dt 16,2 . (11) Dt 16,6 . (12) Dt 16,7 . (13) Dt 16,11 . (14) Dt 16,15 . (15) Dt 17,8 . (16) Dt 17,10 . (17) Dt 17,15 . (18) Dt 18,6 . (19) Dt 26,2 . (20) Dt 31,11 .

Dt 17,15.8. ´êlohe(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Dt (199) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

Dt 17,15.7. - 8. JHWH ´êlohe(j)khâ . Tenakh (262) . Dt 17 (6) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 (2X) . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . (6) Dt 17,15 .

Dt 17,15.6. - 8. jibhëchar JHWH ´êlohe(j)khâ (JHWH jouw God koos uit) . Tenakh (10) : (1) Dt 12,18 . (2) Dt 12,21 . (3) Dt 14,24 . (4) Dt 14,25 . (5) Dt 16,6 . (6) Dt 16,7 . (7) Dt 16,11 . (8) Dt 17,8 . (9) Dt 17,15 . (10) Dt 26,2 .

Dt 17,15.9. bô (in/ voor hem) < bë + persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . bë (in, met) . Taalgebruik in Tenach : bë (in, met) . Tenakh (354) . Pentateuch (131) . Eerdere Profeten (61) . Latere Profeten (60) . 12 Kleine Profeten (12) . Geschriften (90) . Dt (27) . Dt 17 (5) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,7 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,15 . (5) Dt 17,19 .

Dt 17,15.7. - 9. JHWH ´êlohe(j)khâ bô (JHWH jouw God voor zich) . Tenakh (5) : (1) Dt 12,18 . (2) Dt 14,25 . (3) Dt 16,7 . (4) Dt 17,8 . (5) Dt 17,15 .

Dt 17,15.10. miqqèrèbh (uit het midden van) < min + qèrèbh . Zie qârabh (naderen, nabij zijn) . Taalgebruik in Tenach : qârabh (naderen, nabij zijn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 41 OF 302 . Structuur : 1 - 2 - 2 . Tenakh (23) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (0) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (2) . Dt (8) : (1) Dt 2,14 . (2) Dt 2,15 . (3) Dt 2,16 . (4) Dt 4,34 . (5) Dt 15,11 . (6) Dt 17,15 . (7) Dt 18,18 . (8) Dt 32,17 .

Dt 17,15.11. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´âchîkhâ (jouw broer) OF mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´âchè(j)khâ (jouw broeders) . ´ach (broer) . Taalgebruik in Tenakh : ´ach (broer) . Getalwaarde = aleph = 1 , chet = 8 ; totaal : 9 (3²) . Structuur : 1 - 8 . Tenakh (70) . Pentateuch (52) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (4) . Dt (12) : (1) Dt 13,7 . (2) Dt 15,3 . (3) Dt 15,7 . (4) Dt 15,12 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 22,1 . (7) Dt 22,2 . (8) Dt 22,3 . (9) Dt 22,4 . (10) Dt 23,8 . (11) Dt 25,3 . (12) Dt 32,50 .

Dt 17,15.12. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. thâshîm (jij stelt aan) van het werkw. shâm (plaatsen, stellen)  . Taalgebruik in Tenakh : shâm (plaatsen, stellen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 340 (10 X 34) . Structuur : 3 - 4 . Tenakh (13) : (1) Gn 6,16 . (2) Gn 44,2 . (3) Ex 21,1 . (4) Dt 17,15 . (5) Dt 22,8 . (6) 1 S 10,19 . (7) 1 K 20,34 . (8) Js 41,15 . (9) Js 53,10 . (10) Ez 21,25 . (11) Ez 24,17 . (12) Job 7,12 . (13) Job 38,33 .

Dt 17,15.13. `âlè(j)khâ (over jou) < voorzetsel `al + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Taalgebruik in Jesaja : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 - 3 . Tenakh (183) . Pentateuch (29) . Eerdere Profeten (29) . Latere Profeten (77) . 12 Kleine Profeten (8) . Geschriften (40) . Dt (18) : (1) Dt 7,22 . (2) Dt 15,9 . (3) Dt 17,15 . (4) Dt 19,10 . (5) Dt 23,5 . (6) Dt 24,15 . (7) Dt 28,2 . (8) Dt 28,7 . (9) Dt 28,10 . (10) Dt 28,15 . (11) Dt 28,24 . (12) Dt 28,36 . (13) Dt 28,43 . (14) Dt 28,45 . (15) Dt 28,49 . (16) Dt 28,61 . (17) Dt 30,1 . (18) Dt 30,9 .

Dt 17,15.12. - 13. thâshîm `âlè(j)khâ (jij stelt aan over jou) . Tenakh (1) : Dt 17,15 (2X) .

Dt 17,15.14. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenach : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) . Joz (37) . Re (22) . 1 S (29) . 2 S (18) . 1 K (82) . 2 K (157) . Dt (17) : (1) Dt 1,4 . (2) Dt 2,24 . (3) Dt 2,26 . (4) Dt 2,30 . (5) Dt 3,1 . (6) Dt 3,2 . (7) Dt 3,3 . (8) Dt 3,6 . (9) Dt 3,11 . (10) Dt 4,46 . (11) Dt 4,47 . (12) Dt 7,8 . (13) Dt 11,3 . (14) Dt 17,14 . (15) Dt 17,15 . (16) Dt 29,6 . (17) Dt 33,5 .

Dt 17,15.15. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Dt (249) . Dt 17 () : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,3 . (3) Dt 17,6 . (4) Dt 17,11 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 17,16 . (7) Dt 17,17 .

Dt 17,15.16. pass. hofal imperf. 2de pers. mann. enk. thûkhal (jij kunt) . jâkhal (vermogen, kunnen) . Taalgebruik in Tenakh : jâkhal (vermogen, kunnen) . Getalwaarde : jod = 10 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 1 - 2 - 3 . Tenakh (26) : (1) Gn 15,5 . (2) Ex 18,18 . (3) Ex 33,20 . (4) Dt 7,22 . (5) Dt 12,17 . (6) Dt 14,24 . (7) Dt 16,5 . (8) Dt 17,15 . (9) Dt 22,3 . (10) Dt 28,27 . (11) Dt 28,35 . (12) Joz 7,13 . (13) 1 S 17,33 . (14) 1 S 26,25 . (15) 1 K 22,22 . (16) 2 K 18,23 . (17) Js 36,8 . (18) Js 59,14 . (19) Am 7,10 . (20) Hab 1,13 . (21) Spr 30,21 . (22) Job 33,5 . (23) Job 42,2 . (24) Est 6,13 . (25) Da 5,16 . (26) 2 Kr 18,21 .

Dt 17,15.15. - 16. lo´ thûkhal (jij kunt niet) . Tenakh (16) : (1) Ex 18,18 . (2) Ex 33,20 . (3) Dt 7,22 . (4) Dt 12,17 . (5) Dt 14,24 . (6) Dt 16,5 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 22,3 . (9) Dt 28,27 . (10) Dt 28,35 . (11) Joz 7,13 . (12) 1 S 17,33 . (13) Js 59,14 . (14) Am 7,10 . (15) Spr 30,21 . (16) Est 6,13 . (25) Da 5,16 .

Dt 17,15.17. lâtheth (om te geven) . De letter lamed als prefix en de werkwoordvorm theth (qal infinitief constructus) . nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . act. qal perf. 3de pers. mann. enk. nâthan (hij geeft) OF act. qal part; nom. mann. enk. nothen (gevende) . Tenakh (319) . Pentateuch (107) . Eerdere Profeten (92) . Latere Profeten (30) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (86) . Gr. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give . Tenakh (91) . Pentateuch (36) . Eerdere Profeten (20) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (21) . Dt (19) : (1) Dt 1,8 . (2) Dt 1,27 . (3) Dt 1,35 . (4) Dt 4,38 . (5) Dt 6,10 . (6) Dt 6,23 . (7) Dt 7,13 . (8) Dt 10,11 . (9) Dt 10,18 . (10) Dt 11,9 . (11) Dt 11,21 . (12) Dt 17,15 . (13) Dt 19,8 . (14) Dt 21,17 . (15) Dt 26,3 . (16) Dt 28,11 . (17) Dt 28,12 . (18) Dt 30,20 . (19) Dt 31,7 .

Dt 17,15.18. `âlè(j)khâ (over jou) < voorzetsel `al + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Taalgebruik in Jesaja : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 - 3 . Tenakh (183) . Pentateuch (29) . Eerdere Profeten (29) . Latere Profeten (77) . 12 Kleine Profeten (8) . Geschriften (40) . Dt (18) : (1) Dt 7,22 . (2) Dt 15,9 . (3) Dt 17,15 . (4) Dt 19,10 . (5) Dt 23,5 . (6) Dt 24,15 . (7) Dt 28,2 . (8) Dt 28,7 . (9) Dt 28,10 . (10) Dt 28,15 . (11) Dt 28,24 . (12) Dt 28,36 . (13) Dt 28,43 . (14) Dt 28,45 . (15) Dt 28,49 . (16) Dt 28,61 . (17) Dt 30,1 . (18) Dt 30,9 .

Dt 17,15.19. ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenakh : ´îsj (man) . Getalwaarde : aleph = 1, jod = 10, sjin = 21 of 300 ; totaal : 32 (2² X 2³) of 311 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 3 . Tenakh (1023) . Pentateuch (251) . Eerdere Profeten (402) . Latere Profeten (135) . 12 Kleine Profeten (37) . Geschriften (198) . Dt (35) . Dt 17 (2) : (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,15 .

Dt 17,15.20. nâkhërî (vreemd, bevreemd) . Taalgebruik in Tenakh : nâkhërî (vreemd, bevreemd) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 300 , jod = 10 ; totaal : 55 (5 X 11) OF 380 ( 2² X 5 X 19) . Structuur : 5 - 2 - 3 - 1 . Tenakh (9) : (1) Ex 21,8 . (2) Dt 17,15 . (3) Re 19,12 . (4) 2 S 15,19 . (5) Sef 1,8 . (6) Spr 5,10 . (7) Spr 27,2 . (8) Job 19,15 . (9) Pr 6,2 .

Dt 17,15.19. - 20. ´îsj nâkhërî (een vreemde man) . Tenakh (2) : (1) Dt 17,15 . (2) Pr 6,2 .

Dt 17,15.21. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Dt (397) . Dt 17 (11) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,3 . (4) Dt 17,5 . (5) Dt 17,8 . (6) Dt 17,9 . (7) Dt 17,10 . (8) Dt 17,11 . (9) Dt 17,12 . (10) Dt 17,14 . (11) Dt 17,15 .

Dt 17,15.22. lo´ (niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Dt (249) . Dt 17 () : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,3 . (3) Dt 17,6 . (4) Dt 17,11 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 17,16 . (7) Dt 17,17 .

Dt 17,15.23. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´âchîkhâ (jouw broer) OF mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. ´âchè(j)khâ (jouw broeders) . ´ach (broer) . Taalgebruik in Tenakh : ´ach (broer) . Getalwaarde = aleph = 1 , chet = 8 ; totaal : 9 (3²) . Structuur : 1 - 8 . Tenakh (70) . Pentateuch (52) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (4) . Dt (12) : (1) Dt 13,7 . (2) Dt 15,3 . (3) Dt 15,7 . (4) Dt 15,12 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 22,1 . (7) Dt 22,2 . (8) Dt 22,3 . (9) Dt 22,4 . (10) Dt 23,8 . (11) Dt 25,3 . (12) Dt 32,50 . ´äsjèr lo´ ´âchîkhâ hû´

Dt 17,15.24. hû´ (hij, d.i.) . Taalgebruik in Tenakh : hû´(hij, d.i.) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , aleph = 1 ; totaal : 12 (2² X 3) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Tenakh (919) . Pentateuch (394) . Eerdere Profeten (169) . Latere Profeten (96) . 12 Kleine Profeten (42) . Geschriften (218) . Dt (62) . Dt 17 (3) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,15 . (3) Dt 17,20

Dt 17,15.24. ´âchîkhâ hû´ (jouw broer is hij) . Tenakh (2) : (1) Dt 17,15 . (2) Dt 23,8 .

Dt 17,16 - Dt 17,16 . De koning - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium)-- Dt 17 -- Dt 17,14-20 -- Dt 17,14 - Dt 17,15 - Dt 17,16 - Dt 17,17 - Dt 17,18 - Dt 17,19 - Dt 17,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16dioti ou plèthunei eautô ippon oude mè apostrepsè ton laon eis aigupton opôs plèthunè eautô ippon o de kurios eipen ou prosthèsete apostrepsai tè odô tautè eti 16 cumque fuerit constitutus non multiplicabit sibi equos nec reducet populum in Aegyptum equitatus numero sublevatus praesertim cum Dominus praeceperit vobis ut nequaquam amplius per eandem viam revertamini   16 Maar hij zal voor zich de paarden niet vermenigvuldigen, en het volk niet doen wederkeren naar Egypte, om paarden te vermenigvuldigen; terwijl de HEERE ulieden gezegd heeft: Gij zult voortaan niet wederkeren door dezen weg. [16] Hij mag er niet veel paarden op nahouden en het volk niet terug laten gaan naar Egypte om nog meer paarden te krijgen; want de heer uw God heeft u gezegd: "Die* weg mag u nooit meer opgaan." [16] Hij mag geen paarden gaan houden, want hij zou zijn volksgenoten naar Egypte kunnen terugsturen om voor uitbreiding van zijn stallen te zorgen, in strijd met de waarschuwing van de HEER dat we nooit meer die weg terug mogen gaan. 17:16 Alleen mag hij zich niet een menigte paarden verschaffen, hij mag de manschap niet doen terugkeren naar Egypte om een menigte paarden te krijgen; de Ene heeft tot u gezegd: ge zult niet meer terugkeren over deze weg, niet nóg eens! 16. Mais qu'il n'aille pas multiplier ses chevaux, et qu'il ne ramène pas le peuple en Égypte pour accroître sa cavalerie, car Yahvé vous a dit : « Vous ne retournerez jamais par ce chemin. »

King James Bible . [16] But he shall not multiply horses to himself, nor cause the people to return to Egypt, to the end that he should multiply horses: forasmuch as the LORD hath said unto you, Ye shall henceforth return no more that way.
Luther-Bibel . 16 Nur dass er nicht viele Rosse halte und führe das Volk nicht wieder nach Ägypten, um die Zahl seiner Rosse zu mehren, weil der HERR euch gesagt hat, dass ihr hinfort nicht wieder diesen Weg gehen sollt.

Tekstuitleg van Dt 17,16 . Het vers Dt 17,16 telt 22 (2 X 11) woorden en 77 (7 X 11) letters . De getalwaarde van Dt 17,16 is 4600 (2³ X 5² X 23) . Dt 17,16-20 telt 93 (3 X 31) verzen , de getalwaarde van haththôrâh hazzo´th (deze thora) . De verzen Dt 17,16 en Dt 17,17 tellen samen 35 (22 + 13) woorden , de getalwaarde van hazzo´th (dit) . Dt 17,18-20 telt 58 (16 + 23 + 19) woorden , de getalwaarde van haththôrâh (de thora) .

2. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Dt (249) . Dt 17 (7) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,3 . (3) Dt 17,6 . (4) Dt 17,11 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 17,16 . (7) Dt 17,17 .

17. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Dt (249) . Dt 17 (7) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,3 . (3) Dt 17,6 . (4) Dt 17,11 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 17,16 . (7) Dt 17,17 .

Dt 17,17 - Dt 17,17 . De koning - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium)-- Dt 17 -- Dt 17,14-20 -- Dt 17,14 - Dt 17,15 - Dt 17,16 - Dt 17,17 - Dt 17,18 - Dt 17,19 - Dt 17,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17kai ou plèthunei eautô gunaikas oude metastèsetai autou è kardia kai argurion kai chrusion ou plèthunei eautô sfodra 17 non habebit uxores plurimas quae inliciant animum eius neque argenti et auri inmensa pondera   17 Ook zal hij voor zich de vrouwen niet vermenigvuldigen, opdat zijn hart niet afwijke; hij zal ook voor zich geen zilver en goud zeer vermenigvuldigen. [17] Hij mag er niet veel vrouwen op nahouden, anders gaat hij de verkeerde weg op. Evenmin mag hij veel zilver en goud vergaren. [17] Evenmin is het de koning toegestaan er veel vrouwen op na te houden, want dat zou hem tot afgodendienst kunnen verleiden. En verder mag hij ook geen zilver en goud ophopen. 17:17 En hij mag zich niet een menigte vrouwen verschaffen, zijn hart mag niet afwijken; en zilver en goud moet hij niet al te zeer vermeerderen. 17. Qu'il ne multiplie pas le nombre de ses femmes, ce qui pourrait égarer son cœur. Qu'il ne multiplie pas à l'excès son argent et son or.

King James Bible . [17] Neither shall he multiply wives to himself, that his heart turn not away: neither shall he greatly multiply to himself silver and gold.
Luther-Bibel . 17 Er soll auch nicht viele Frauen nehmen, dass sein Herz nicht abgewandt werde, und soll auch nicht viel Silber und Gold sammeln.

Tekstuitleg van Dt 17,17 . Het vers Dt 17,17 telt 13 woorden en 43 letters . De getalwaarde van Dt 17,17 is 1558 (2 X 19 X 41) . Dt 17,16-20 telt 93 (3 X 31) verzen , de getalwaarde van haththôrâh hazzo´th (deze thora) . De verzen Dt 17,16 en Dt 17,17 tellen samen 35 (22 + 13) woorden , de getalwaarde van hazzo´th (dit) . Dt 17,18-20 telt 58 (16 + 23 + 19) woorden , de getalwaarde van haththôrâh (de thora) .

10. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Dt (249) . Dt 17 (7) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,3 . (3) Dt 17,6 . (4) Dt 17,11 . (5) Dt 17,15 . (6) Dt 17,16 . (7) Dt 17,17 .

Dt 17,18 - Dt 17,18 . De koning - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium)-- Dt 17 -- Dt 17,14-20 -- Dt 17,14 - Dt 17,15 - Dt 17,16 - Dt 17,17 - Dt 17,18 - Dt 17,19 - Dt 17,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18kai estai otan kathisè epi tès archès autou kai grapsei eautô to deuteronomion touto eis biblion para tôn iereôn tôn leuitôn 18 postquam autem sederit in solio regni sui describet sibi deuteronomium legis huius in volumine accipiens exemplar a sacerdotibus leviticae tribus   18 Voorts zal het geschieden, als hij op den stoel zijns koninkrijks zal zitten, zo zal hij zich een dubbel van deze wet afschrijven in een boek, uit hetgeen voor het aangezicht der Levietische priesteren is; [18] Zodra hij bezit heeft genomen van de troon moet hij voor zichzelf op een boekrol een afschrift laten maken van deze Wet, die bij de Levitische priesters in bewaring is. [18] Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust. 17:18 En zal het geschieden dat hij gezeten is op de troon van zijn koninkrijk,- uitschrijven zal hij zich dan een afschrift van deze Wet op een rol, van die voor het aanschijn van de priesters, de Levieten. 18. Lorsqu'il montera sur le trône royal, il devra écrire sur un rouleau, pour son usage, une copie de cette Loi, sous la dictée des prêtres lévites.

King James Bible . [18] And it shall be, when he sitteth upon the throne of his kingdom, that he shall write him a copy of this law in a book out of that which is before the priests the Levites:
Luther-Bibel . 18 Und wenn er nun sitzen wird auf dem Thron seines Königreichs, soll er eine Abschrift dieses Gesetzes, wie es den levitischen Priestern vorliegt, in ein Buch schreiben lassen.

Tekstuitleg van Dt 17,18 . Het vers Dt 17,18 telt 16 (2² X 2²) woorden en 62 (2 X 31) letters . De getalwaarde van Dt 17,18 is 4631 (11 X 421) . Dt 17,16-20 telt 93 (3 X 31) verzen , de getalwaarde van haththôrâh hazzo´th (deze thora) . De verzen Dt 17,16 en Dt 17,17 tellen samen 35 (22 + 13) woorden , de getalwaarde van hazzo´th (dit) . Dt 17,18-20 telt 58 (16 + 23 + 19) woorden , de getalwaarde van haththôrâh (de thora) .

11. hazzo´th (dit) < bepaald lidw. ha + aanwijz. voornaamw. vr. enk. . zèh (dit) . Taalgebruik in Tenakh : zèh (dit) . Getalwaarde : zajin = 7 , he = 5 ; totaal : 12 (2² X 3) . Structuur : 7 - 5 . Getalwaarde van hazzo´th (dit) : he = 5 , zajin = 7 , aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 413 (7 X 59) . Tenakh (261) . Pentateuch (80) . Eerdere Profeten (57) . Latere Profeten (93) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (24) . Dt (41) . Dt 17 (3) : (1) Dt 17,4 . (2) Dt 17,18 . (3) Dt 17,19 . De verzen Dt 17,16 en Dt 17,17 tellen samen 35 (22 + 13) woorden , de getalwaarde van hazzo´th (dit) .

Dt 17,19 - Dt 17,19 . De koning - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium)-- Dt 17 -- Dt 17,14-20 -- Dt 17,14 - Dt 17,15 - Dt 17,16 - Dt 17,17 - Dt 17,18 - Dt 17,19 - Dt 17,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19kai estai met' autou kai anagnôsetai en autô pasas tas èmeras tès zôès autou ina mathè fobeisthai kurion ton theon autou fulassesthai pasas tas entolas tautas kai ta dikaiômata tauta poiein 19 et habebit secum legetque illud omnibus diebus vitae suae ut discat timere Dominum Deum suum et custodire verba et caerimonias eius quae lege praecepta sunt   19 En het zal bij hem zijn, en hij zal daarin lezen al de dagen zijns levens; opdat hij den HEERE, zijn God, lere vrezen, om te bewaren al de woorden dezer wet en deze inzettingen, om die te doen; [19] Hij moet die rol bij zich houden en er alle dagen van zijn leven in lezen, zodat hij ontzag leert hebben voor de heer zijn God en alle bepalingen van deze Wet en alle voorschriften stipt onderhoudt. [19] Hij moet het onder handbereik hebben en erin lezen zolang hij leeft. Zo leert hij ontzag te hebben voor de HEER, zijn God, en alle wetten uit dit boek in acht te nemen. 17:19 Zij zal altijd bij hem wezen, en hij zal daarin lezen al de dagen van zijn leven; opdat hij zal leren om ontzag te hebben voor de Ene, God-over-hem, om alle woorden van deze Wet en deze inzettingen te bewaken en ze te doen, 19. Elle ne le quittera pas ; il la lira tous les jours de sa vie, pour apprendre à craindre Yahvé son Dieu en gardant toutes les paroles de cette Loi, ainsi que ces règles pour les mettre en pratique.

King James Bible . [19] And it shall be with him, and he shall read therein all the days of his life: that he may learn to fear the LORD his God, to keep all the words of this law and these statutes, to do them:
Luther-Bibel . 19 Das soll bei ihm sein und er soll darin lesen sein Leben lang, damit er den HERRN, seinen Gott, fürchten lernt, dass er halte alle Worte dieses Gesetzes und diese Rechte und danach tue.

Tekstuitleg van Dt 17,19 . Het vers Dt 17,19 telt 23 woorden en 85 (5 X 17) letters . De getalwaarde van Dt 17,19 is 5717 (priemgetal) . Dt 17,16-20 telt 93 (3 X 31) verzen , de getalwaarde van haththôrâh hazzo´th (deze thora) . De verzen Dt 17,16 en Dt 17,17 tellen samen 35 (22 + 13) woorden , de getalwaarde van hazzo´th (dit) . Dt 17,18-20 telt 58 (16 + 23 + 19) woorden , de getalwaarde van haththôrâh (de thora) .

4. bô (in/ voor hem) < bë + persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . bë (in, met) . Taalgebruik in Tenach : bë (in, met) . Tenakh (354) . Pentateuch (131) . Eerdere Profeten (61) . Latere Profeten (60) . 12 Kleine Profeten (12) . Geschriften (90) . Dt (27) . Dt 17 () : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,7 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,15 . (5) Dt 17,19 .

12. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 17 (8) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,2 . (3) Dt 17,8 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,14 . (7) Dt 17,15 . (8) Dt 17,19 .

19. hazzo´th (dit) < bepaald lidw. ha + aanwijz. voornaamw. vr. enk. . zèh (dit) . Taalgebruik in Tenakh : zèh (dit) . Getalwaarde : zajin = 7 , he = 5 ; totaal : 12 (2² X 3) . Structuur : 7 - 5 . Getalwaarde van hazzo´th (dit) : he = 5 , zajin = 7 , aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 413 (7 X 59) . Tenakh (261) . Pentateuch (80) . Eerdere Profeten (57) . Latere Profeten (93) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (24) . Dt (41) . Dt 17 (3) : (1) Dt 17,4 . (2) Dt 17,18 . (3) Dt 17,19 . De verzen Dt 17,16 en Dt 17,17 tellen samen 35 (22 + 13) woorden , de getalwaarde van hazzo´th (dit) .

Dt 17,20 - Dt 17,20 . De koning - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Dt (Deuteronomium)-- Dt 17 -- Dt 17,14-20 -- Dt 17,14 - Dt 17,15 - Dt 17,16 - Dt 17,17 - Dt 17,18 - Dt 17,19 - Dt 17,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20ina mè upsôthè è kardia autou apo tôn adelfôn autou ina mè parabè apo tôn entolôn dexia è aristera opôs an makrochronisè epi tès archès autou autos kai oi uioi autou en tois uiois israèl 20 nec elevetur cor eius in superbiam super fratres suos neque declinet in partem dextram vel sinistram ut longo tempore regnet ipse et filii eius super Israhel   20 Dat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broederen, en dat hij niet afwijke van het gebod, ter rechter hand of ter linkerhand; opdat hij de dagen verlenge in zijn koninkrijk, hij en zijn zonen, in het midden van Israël. [20] Dan zal hij zich niet verheven achten boven zijn broeders en zal hij naar rechts noch links van de geboden afwijken; en dan zullen hijzelf en zijn zonen lange tijd koning blijven in Israël. [20] Dan zal hij zich niet inbeelden dat hij meer is dan anderen en in enig opzicht boven de wet staat, en zal zijn koningschap over Israël bestendigd worden en op zijn zonen overgaan. 17:20 en opdat zijn hart zich niet zal verheffen boven zijn broeders en hij van het gebod niet zal afwijken rechts of links; opdat hij de dagen zal verlengen van zijn koningschap -hijzelf en zijn zonen- in Israëls kring. 20. Il évitera ainsi de s'enorgueillir au-dessus de ses frères, et il ne s'écartera de ces commandements ni à droite ni à gauche. A cette condition, il aura, lui et ses fils, de longs jours sur le trône en Israël.

King James Bible . [20] That his heart be not lifted up above his brethren, and that he turn not aside from the commandment, to the right hand, or to the left: to the end that he may prolong his days in his kingdom, he, and his children, in the midst of Israel.
Luther-Bibel . 20 Sein Herz soll sich nicht erheben über seine Brüder und soll nicht weichen von dem Gebot weder zur Rechten noch zur Linken, auf dass er verlängere die Tage seiner Herrschaft, er und seine Söhne, in Israel.

Tekstuitleg van Dt 17,20 . Het vers Dt 17,20 telt 19 woorden en 81 (3² X 3²) letters . De getalwaarde van Dt 17,20 is 4394 (2 X 13³) . Dt 17,16-20 telt 93 (3 X 31) verzen , de getalwaarde van haththôrâh hazzo´th (deze thora) . De verzen Dt 17,16 en Dt 17,17 tellen samen 35 (22 + 13) woorden , de getalwaarde van hazzo´th (dit) . Dt 17,18-20 telt 58 (16 + 23 + 19) woorden , de getalwaarde van haththôrâh (de thora) .

16. hû´ (hij, d.i.) . Taalgebruik in Tenakh : hû´(hij, d.i.) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , aleph = 1 ; totaal : 12 (2² X 3) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Tenakh (919) . Pentateuch (394) . Eerdere Profeten (169) . Latere Profeten (96) . 12 Kleine Profeten (42) . Geschriften (218) . Dt (62) . Dt 17 (3) : (1) Dt 17,1 . (2) Dt 17,15 . (3) Dt 17,20 .


SEPTUAGINTA

1ou thuseis kuriô tô theô sou moschon è probaton en ô estin en autô mômos pan rèma ponèron oti bdelugma kuriô tô theô sou estin2ean de eurethè en soi en mia tôn poleôn sou ôn kurios o theos sou didôsin soi anèr è gunè ostis poièsei to ponèron enantion kuriou tou theou sou parelthein tèn diathèkèn autou3kai elthontes latreusôsin theois eterois kai proskunèsôsin autois tô èliô è tè selènè è panti tôn ek tou kosmou tou ouranou a ou prosetaxen4kai anaggelè soi kai ekzètèseis sfodra kai idou alèthôs gegonen to rèma gegenètai to bdelugma touto en israèl5kai exaxeis ton anthrôpon ekeinon è tèn gunaika ekeinèn kai lithobolèsete autous en lithois kai teleutèsousin6epi dusin martusin è epi trisin martusin apothaneitai o apothnèskôn ouk apothaneitai ef' eni marturi7kai è cheir tôn marturôn estai ep' autô en prôtois thanatôsai auton kai è cheir pantos tou laou ep' eschatôn kai exareis ton ponèron ex umôn autôn8ean de adunatèsè apo sou rèma en krisei ana meson aima aimatos kai ana meson krisis kriseôs kai ana meson afè afès kai ana meson antilogia antilogias rèmata kriseôs en tais polesin umôn kai anastas anabèsè eis ton topon on an eklexètai kurios o theos sou epiklèthènai to onoma autou ekei9kai eleusè pros tous iereis tous leuitas kai pros ton kritèn os an genètai en tais èmerais ekeinais kai ekzètèsantes anaggelousin soi tèn krisin10kai poièseis kata to pragma o ean anaggeilôsin soi ek tou topou ou an eklexètai kurios o theos sou epiklèthènai to onoma autou ekei kai fulaxè sfodra poièsai kata panta osa ean nomothetèthè soi11kata ton nomon kai kata tèn krisin èn an eipôsin soi poièseis ouk ekklineis apo tou rèmatos ou ean anaggeilôsin soi dexia oude aristera12kai o anthrôpos os an poièsè en uperèfania tou mè upakousai tou iereôs tou parestèkotos leitourgein epi tô onomati kuriou tou theou sou è tou kritou os an è en tais èmerais ekeinais kai apothaneitai o anthrôpos ekeinos kai exareis ton ponèron ex israèl13kai pas o laos akousas fobèthèsetai kai ouk asebèsei eti14ean de eiselthès eis tèn gèn èn kurios o theos sou didôsin soi en klèrô kai klèronomèsès autèn kai katoikèsès ep' autès kai eipès katastèsô ep' emauton archonta katha kai ta loipa ethnè ta kuklô mou15kathistôn katastèseis epi seauton archonta on an eklexètai kurios o theos sou auton ek tôn adelfôn sou katastèseis epi seauton archonta ou dunèsè katastèsai epi seauton anthrôpon allotrion oti ouk adelfos sou estin16dioti ou plèthunei eautô ippon oude mè apostrepsè ton laon eis aigupton opôs plèthunè eautô ippon o de kurios eipen ou prosthèsete apostrepsai tè odô tautè eti17kai ou plèthunei eautô gunaikas oude metastèsetai autou è kardia kai argurion kai chrusion ou plèthunei eautô sfodra18kai estai otan kathisè epi tès archès autou kai grapsei eautô to deuteronomion touto eis biblion para tôn iereôn tôn leuitôn19kai estai met' autou kai anagnôsetai en autô pasas tas èmeras tès zôès autou ina mathè fobeisthai kurion ton theon autou fulassesthai pasas tas entolas tautas kai ta dikaiômata tauta poiein20ina mè upsôthè è kardia autou apo tôn adelfôn autou ina mè parabè apo tôn entolôn dexia è aristera opôs an makrochronisè epi tès archès autou autos kai oi uioi autou en tois uiois israèl


VULGAAT

1 non immolabis Domino Deo tuo bovem et ovem in quo est macula aut quippiam vitii quia abominatio est Domini Dei tui 2 cum repperti fuerint apud te intra unam portarum tuarum quas Dominus Deus tuus dabit tibi vir aut mulier qui faciant malum in conspectu Domini Dei tui et transgrediantur pactum illius 3 ut vadant et serviant diis alienis et adorent eos solem et lunam et omnem militiam caeli quae non praecepi 4 et hoc tibi fuerit nuntiatum audiensque inquisieris diligenter et verum esse reppereris et abominatio facta est in Israhel 5 educes virum ac mulierem qui rem sceleratissimam perpetrarunt ad portas civitatis tuae et lapidibus obruentur 6 in ore duorum aut trium testium peribit qui interficietur nemo occidatur uno contra se dicente testimonium 7 manus testium prima interficiet eum et manus reliqui populi extrema mittetur ut auferas malum de medio tui 8 si difficile et ambiguum apud te iudicium esse perspexeris inter sanguinem et sanguinem causam et causam lepram et non lepram et iudicum intra portas tuas videris verba variari surge et ascende ad locum quem elegerit Dominus Deus tuus 9 veniesque ad sacerdotes levitici generis et ad iudicem qui fuerit illo tempore quaeresque ab eis qui indicabunt tibi iudicii veritatem 10 et facies quodcumque dixerint qui praesunt loco quem elegerit Dominus et docuerint te 11 iuxta legem eius sequeris sententiam eorum nec declinabis ad dextram vel ad sinistram 12 qui autem superbierit nolens oboedire sacerdotis imperio qui eo tempore ministrat Domino Deo tuo et decreto iudicis morietur homo ille et auferes malum de Israhel 13 cunctusque populus audiens timebit ut nullus deinceps intumescat superbia 14 cum ingressus fueris terram quam Dominus Deus tuus dabit tibi et possederis eam habitaverisque in illa et dixeris constituam super me regem sicut habent omnes per circuitum nationes 15 eum constitues quem Dominus Deus tuus elegerit de numero fratrum tuorum non poteris alterius gentis hominem regem facere qui non sit frater tuus 16 cumque fuerit constitutus non multiplicabit sibi equos nec reducet populum in Aegyptum equitatus numero sublevatus praesertim cum Dominus praeceperit vobis ut nequaquam amplius per eandem viam revertamini 17 non habebit uxores plurimas quae inliciant animum eius neque argenti et auri inmensa pondera 18 postquam autem sederit in solio regni sui describet sibi deuteronomium legis huius in volumine accipiens exemplar a sacerdotibus leviticae tribus 19 et habebit secum legetque illud omnibus diebus vitae suae ut discat timere Dominum Deum suum et custodire verba et caerimonias eius quae lege praecepta sunt 20 nec elevetur cor eius in superbiam super fratres suos neque declinet in partem dextram vel sinistram ut longo tempore regnet ipse et filii eius super Israhel