DEUTERONOMIUM 26 - Dt 26 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 -
-
Dt 26,1-11
-- Dt
26,12-15 -- Dt 26,16-19 -- Dt
26,4-10 -
Overzicht vers per vers : - Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - Dt
26,12 - Dt
26,13 - Dt
26,14 - Dt
26,15 - Dt
26,16 - Dt
26,17 - Dt
26,18 - Dt
26,19 -
- Bibliografie
- Literatuur
- Liturgisch
gebruik - Overzicht
bijbelboeken - Overzicht
van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht
van deze website -
Overzicht van Deuteronomium : - Dt
1 - Dt 2
- Dt 3 - Dt
4 - Dt 5
- Dt 6 - Dt
7 - Dt 8
- Dt 9 - Dt
10 - Dt 11
- Dt 12 - Dt
13 - Dt 14
- Dt 15 - Dt
16 - Dt 17
- Dt 18 - Dt
19 - Dt 20
- Dt 21 - Dt
22 - Dt 23
- Dt 24 - Dt
25 - Dt 26
- Dt 27 - Dt
28 - Dt 29
- Dt 30 - Dt
31 - Dt 32
- Dt 33 - Dt
34 -
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE
VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bezinningsteksten
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, koran
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , migratie , racisme , samenleving ,
sikhisme , spiritualiteit
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige
beschouwingen , Het
kleine of grote ongenoegen -
|
Woordenschat
- ´ärammî
(Arameeër) , zie Dt
26,5 .
- gwr (zich als vreemdeling ophouden) , zie Dt
26,5 .
Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik
- Dt 26,4-10
: 1ste
(eerste) zondag in de veertigdagentijd C .
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus) ,
Lv (Leviticus) ,
Nu (Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) , 1
S (1 Samuël) , 2
S (2 Samuël) , 1
K (1 Koningen) , 2
K (2 Koningen) , 1
Kr ( 1 Kronieken) , 2
Kr (2 Kronieken) , Ezr
(Ezra) , Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia) ,
Jdt (Judith) ,
Est (Esther) ,
1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W (Wijsheid)
, Sir (Sirach)
, Js (Jesaja) ,
Jr (Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez (Ezechiël)
, Da (Daniël)
, Hos (Hosea) ,
Jl (Joël) ,
Am (Amos) , Ob
(Obadja) , Jon
(Jona) , Mi (Micha)
, Nah (Nahum) ,
Hab (Habakuk) ,
Sef (Sefanja) ,
Hag (Haggai) ,
Zach (Zacharia)
, Mal (Maleachi)
.
- NT : Mt (Matteüs)
- Mc (Marcus)
- Lc (Lucas) -
Joh (Johannes)
- Hnd (Handelingen)
, Rom (Rome) ,
1 Kor (Korinte)
, 2 Kor (Korinte)
, Gal (Galatië)
, Ef (Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk (Apokalyps)
.
Overzicht van de
bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
- Dt 26,1-11 - Dt
26,1-11 : Het aanbieden van de eerstelingen .
- Dt 26,12-15 - : De tienden .
- Dt 26,16-19 : De toewijding van de Heer .
Dt
26,1-11 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt 26,1
- Dt 26,2
- Dt 26,3
- Dt 26,4
- Dt 26,5
- Dt 26,6
- Dt 26,7
- Dt 26,8
- Dt 26,9
- Dt 26,10
- Dt 26,11
-
| Dt 26,1 - Dt
26,1 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 1kai estai ean eiselthès eis tèn gèn èn kurios o
theos sou didôsin soi en klèrô kai kataklèronomèsès autèn kai katoikèsès
ep' autès |
1 cumque intraveris terram quam Dominus Deus tuus
tibi daturus est possidendam et obtinueris eam atque habitaveris in
illa |
|
1 Voorts zal het geschieden, wanneer gij zult gekomen
zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, ten erve geven zal, en gij
dat erfelijk zult bezitten, en daarin wonen; |
[1] Wanneer* u in het land bent gekomen dat de heer
uw God u in eigendom geeft wanneer u het in bezit hebt genomen en
er gevestigd bent, |
[1] Straks zult u het land binnengaan dat de HEER,
uw God, u als grondgebied zal geven. U zult het in bezit nemen en
er gaan wonen. |
1 ¶ Geschieden zal het, wanneer je aankomt
in het land dat de ENE, je God, je als erfdeel geeft,– en jij
het beërfd hebt en erin zetelt: |
1. Lorsque tu parviendras au pays que Yahvé ton
Dieu te donne en héritage, lorsque tu le posséderas et l'habiteras,
|
|
King James Bible . [1] And it shall be, when thou art come in unto the land
which the LORD thy God giveth thee for an inheritance, and possessest it, and
dwellest therein;
Luther-Bibel . 1 Wenn du in das Land kommst, das dir der HERR, dein Gott, zum
Erbe geben wird, und es einnimmst und darin wohnst,
Tekstuitleg van Dt
26,1 .
| Dt 26,2 - Dt
26,2 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 2kai lèmyè apo tès aparchès tôn karpôn tès gès sou
ès kurios o theos sou didôsin soi kai embaleis eis kartallon kai poreusè
eis ton topon on an eklexètai kurios o theos sou epiklèthènai to onoma
autou ekei |
2 tolles de cunctis frugibus primitias et pones
in cartallo pergesque ad locum quem Dominus Deus tuus elegerit ut
ibi invocetur nomen eius |
|
2 Zo zult gij nemen van de eerstelingen van alle
vrucht des lands, die gij opbrengen zult van uw land, dat u de HEERE,
uw God, geeft, en zult ze in een korf leggen; en gij zult heengaan
tot de plaats, die de HEERE, uw God, verkoren zal hebben, om Zijn
Naam aldaar te doen wonen; |
[2] dan moet u de eerste veldvruchten die u oogst
in het land dat de heer uw God u schenkt, in een korf doen en daarmee
naar de plaats gaan, die de heer uw God zal uitkiezen om er zijn naam
te vestigen. |
[2] U zult er de oogst kunnen binnenhalen. Als u
daarvan dan het eerste en beste deel in een mand meeneemt naar de
plaats die de HEER, uw God, zal uitkiezen om er zijn naam te laten
wonen, |
2 nemen zul je iets van het prille begin van alle
vrucht van de bloedrode grond die je binnenbrengt van je land dat
de ENE, je God, je geeft, en dat leggen in de schaal; en gaan zul
je naar het oord dat de ENE, je God, zal uitkiezen om daar zijn naam
te laten wonen. |
2. tu prélèveras les prémices de tous les produits
du sol que tu auras fait pousser au pays que te donne Yahvé ton Dieu.
Tu les mettras dans une hotte, et tu te rendras au lieu choisi par
Yahvé ton Dieu pour y faire habiter son nom. |
|
King James Bible . [2] That thou shalt take of the first of all the fruit of
the earth, which thou shalt bring of thy land that the LORD thy God giveth thee,
and shalt put it in a basket, and shalt go unto the place which the LORD thy
God shall choose to place his name there.
Luther-Bibel . 2 so sollst du nehmen die Erstlinge aller Feldfrüchte, die du
von deinem Lande einbringst, das der HERR, dein Gott, dir gibt, und sollst sie
in einen Korb legen und hingehen an die Stätte, die der HERR, dein Gott, erwählen
wird, dass sein Name daselbst wohne,
Tekstuitleg van Dt
26,2 .
| Dt 26,3 - Dt
26,3 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 3kai eleusè pros ton ierea os ean è en tais èmerais
ekeinais kai ereis pros auton anaggellô sèmeron kuriô tô theô mou
oti eiselèlutha eis tèn gèn èn ômosen kurios tois patrasin èmôn dounai
èmin |
3 accedesque ad sacerdotem qui fuerit in diebus
illis et dices ad eum profiteor hodie coram Domino Deo tuo quod ingressus
sim terram pro qua iuravit patribus nostris ut daret eam nobis |
|
3 En gij zult komen tot den priester, dewelke in
die dagen zijn zal, en tot hem zeggen: Ik verklaar heden voor den
HEERE, uw God, dat ik gekomen ben in het land, hetwelk de HEERE onzen
vaderen gezworen heeft ons te zullen geven. |
[3] U moet naar de priester gaan die er in die
dagen is, en hem zeggen: “Vandaag belijd ik voor de heer mijn
God, dat ik in het land ben gekomen, dat Hij onze vaderen onder ede
beloofd heeft.” |
[3] en u verschijnt er voor de priester die daar
op dat moment dienst doet, zeg dan het volgende tegen hem: ‘Hiermee
verklaar ik voor de HEER, uw God, dat ik het land waarvan de HEER
onze voorouders onder ede heeft beloofd dat hij het ons zou geven,
ben binnengegaan.’ |
3 Ben je aangekomen bij de priester die er in die
dagen zal zijn, dan zul je tot hem zeggen: ik meld heden aan de ENE,
je God, dat ik ben gekomen in het land dat de ENE aan onze vaderen
heeft gezworen ons te geven! |
3. Tu iras trouver le prêtre alors en charge, et
tu lui diras : « Je déclare aujourd'hui à Yahvé mon Dieu que je suis
arrivé au pays que Yahvé avait juré à nos pères de nous donner. » |
|
King James Bible . [3] And thou shalt go unto the priest that shall be in those
days, and say unto him, I profess this day unto the LORD thy God, that I am
come unto the country which the LORD sware unto our fathers for to give us.
Luther-Bibel . 3 und sollst zu dem Priester kommen, der zu der Zeit sein wird,
und zu ihm sagen: Ich bekenne heute dem HERRN, deinem Gott, dass ich gekommen
bin in das Land, das der HERR, wie er unsern Vätern geschworen hat, uns geben
wollte.
Tekstuitleg van Dt
26,3 .
19. nifal perf. 3de pers. enk. nisjëba` (hij zwoer) van het werkw. sjâbhâ`:
zweren , vervolledigen / vervullen . Taalgebruik in Tenach : sjâbhâ`(zweren)
. Taalgebruik in Dt : sjâbhâ`(zweren)
. Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39
( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) . Gr. omnumi (zweren, onder ede beloven)
. Taalgebruik in de Septuaginta. : omnumi
(zweren, onder ede beloven) . Taalgebruik in het N.T. : omnumi
(zweren, onder ede beloven) . Lat. jurare . Fr. jurer . E. to swear . D.
schwören . Tenach (45) . Pentateuch (27) . Dt (22) : (1) Dt
1,8 . (2) Dt
2,14 . (3) Dt
4,31 . (4) Dt
6,10 . (5) Dt
6,18 . (6) Dt
6,23 . (7) Dt
7,8 . (8) Dt
7,12 . (9) Dt
7,13 . (10) Dt
8,1 . (11) Dt
8,18 . (12) Dt
9,5 . (13) Dt
11,9 . (14) Dt
11,21 . (15) Dt
13,18 . (16) Dt
19,8 . (17) Dt
26,3 . (18) Dt
28,9 . (19) Dt
28,11 . (20) Dt
29,12 . (21) Dt
30,20 . (22) Dt
31,7 .
18. - 19. nisjëba` JHWH ( JHWH zwoer) . Tenach (21) . Dt (11 / 22) : (1)
Dt 1,8
. (2) Dt
2,14 . (3) Dt
6,18 . (4) Dt
8,1 . (5) Dt
9,5 . (6) Dt
11,9 . (7) Dt
11,21 . (8) Dt
26,3 . (9) Dt
28,11 . (10) Dt
30,20 . (11) Dt
31,7 .
16.-
19. - 20. nisjëba` JHWH ( JHWH zwoer) . Tenach (21) . Dt (11 / 22) : (1)
Dt 1,8
. (2) Dt
2,14 . (3) Dt
6,18 . (4) Dt
8,1 . (5) Dt
9,5 . (6) Dt
11,9 . (7) Dt
11,21 . (8) Dt
26,3 . (9) Dt
28,11 . (10) Dt
30,20 . (11) Dt
31,7 .
18. - 20. ´äsjèr nisjëba` JHWH (dat JHWH zwoer) . Dt
(10) : (1) Dt
1,8 . (2) Dt
6,18 . (3) Dt
8,1 . (4) Dt
9,5 . (5) Dt
11,9 . (6) Dt
11,21 . (7) Dt
26,3 . (8) Dt
28,11 . (9) Dt
30,20 . (10) Dt
31,7 . Niet in Dt
2,14 .
18. - 23. Dt
26,3 : ´èl hâ´ârèts ´äsjèr
nisjëba` JHWH la´äbhothe(j)nû (naar het land dat JHWH
zwoer aan onze jullie vaders) lâtheth. Zie : ´äsjèr
nisjëba` JHWH la´äbhothâm (die JHWH heeft gezworen aan
hun vaders) : Dt
31,7 . ´äsjèr nisjëba` JHWH la´äbhothè(j)nû
(dat JHWH zwoer aan onze vaders) : Dt
26,3 . ka´äsjèr nisjëba` JHWH lâhèm
(zoals JHWH heeft gezworen aan hen) : Dt
2,14 .
Eerste lezing op de 1ste
(eerste) zondag in de veertigdagentijd C : Dt 26,4-10
. Verwijzing : Dt
26,4-10 :
In die dagen sprak Mozes tot het volk: de priester zal de korf met de eerste
veldvruchten van u aannemen en hem plaatsen voor het altaar van de Heer, uw
God. Dan moet gij staande voor de Heer uw God, zeggen: Mijn vader was een zwervende
Arameër. Hij is met een klein aantal mensen naar Egypte gegaan. Maar terwijl
hij daar als vreemdeling verbleef, is hij een groot, machtig en talrijk volk
geworden. Toen de Egyptenaren ons slecht behandelden, ons verdrukten en ons
harde slavenarbeid oplegden, hebben wij tot de Heer, de God van onze vaderen
geroepen. En de Heer heeft ons verhoord en zich onze vernedering, ons zwoegen
en onze verdrukking aangetrokken. Hij heeft ons uit Egypte geleid met sterke
hand, met opgeheven arm, onder grote verschrikkingen, tekenen en wonderen. Hij
heeft ons naar deze plaats gebracht en ons dit land geschonken, een land van
melk en honing. Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de grond, die Gij,
de Heer, mij hebt geschonken. En Mozes voegde eraan toe: Dan moet ge die voor
de Heer uw God neerleggen en u voor Hem neerbuigen.
| Dt 26,4 - Dt
26,4 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 4kai lèmyetai o iereus ton kartallon ek tôn cheirôn
sou kai thèsei auton apenanti tou thusiastèriou kuriou tou theou sou |
4 suscipiensque sacerdos cartallum de manu eius
ponet ante altare Domini Dei tui |
|
4 En de priester zal den korf van uw hand nemen,
en hij zal dien voor het altaar des HEEREN, uws Gods, nederzetten.
|
[4] De priester neemt dan de korf van u aan en
zet hem voor het altaar van de heer uw God. |
[4] Als de priester de mand in ontvangst heeft
genomen en die voor het altaar van de HEER, uw God, heeft neergezet, |
4 Aannemen zal de priester de schaal uit je hand;
doen rusten zal hij hem voor het aanschijn van het altaar van de ENE,
je God. |
4. Le prêtre prendra de ta main la hotte et la
déposera devant l'autel de Yahvé ton Dieu. |
|
King James Bible . [4] And the priest shall take the basket out of thine hand,
and set it down before the altar of the LORD thy God.
Luther-Bibel . 4 Und der Priester soll den Korb aus deiner Hand nehmen und ihn
vor dem Altar des HERRN, deines Gottes, niedersetzen.
- 1ste
(eerste) zondag in de veertigdagentijd C . In die dagen sprak Mozes tot
het volk: de priester zal de korf met de eerste veldvruchten van u aannemen
en hem plaatsen voor het altaar van de Heer, uw God.
Tekstuitleg van Dt
26,4 .
| Dt 26,5 - Dt
26,5 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 5kai apokrithèsè kai ereis enanti kuriou tou theou
sou surian apebalen o patèr mou kai katebè eis aigupton kai parôkèsen
ekei en arithmô brachei kai egeneto ekei eis ethnos mega kai plèthos
polu kai mega |
5 et loqueris in conspectu Domini Dei tui Syrus
persequebatur patrem meum qui descendit in Aegyptum et ibi peregrinatus
est in paucissimo numero crevitque in gentem magnam et robustam et
infinitae multitudinis |
wajjerèd |
5 Dan zult gij voor het aangezicht des HEEREN, uws
Gods, betuigen en zeggen: Mijn vader was een bedorven Syriër,
en hij toog af naar Egypte, en verkeerde aldaar als vreemdeling met
weinig volks; maar hij werd aldaar tot een groot, machtig en menigvuldig
volk. |
[5] Dan moet u, staande voor de heer uw God, het
woord nemen en zeggen: “Mijn vader was een zwervende Arameeër.
Hij is met een klein aantal mensen naar Egypte gegaan en, terwijl
hij daar als vreemdeling verbleef, een groot, machtig, talrijk volk
geworden. |
[5] moet u het volgende voor de HEER belijden:
‘Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij trok naar Egypte
en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden
uit tot een zeer groot en machtig volk. |
5 Aanheffen zul je dan en zeggen voor het aanschijn
van de ENE, je God: een verloren Arameeër was mijn vader; hij
daalde af naar Egypte en was daar zwerver–te–gast met
maar weinig maten; maar hij werd daar tot een groot volk, stevig en
talrijk; |
5. Tu prononceras ces paroles devant Yahvé
ton Dieu : « Mon père était un Araméen
errant qui descendit en Égypte, et c'est en petit nombre qu'il
y séjourna, avant d'y devenir une nation grande, puissante
et nombreuse. |
|
King James Bible . And thou shalt speak and say before the LORD thy God, A
Syrian ready to perish was my father, and he went down into Egypt, and sojourned
there with a few, and became there a nation, great, mighty, and populous:
Luther-Bibel . 5 Dann sollst du anheben und sagen vor dem HERRN, deinem Gott:
Mein Vater war ein Aramäer, dem Umkommen nahe, und zog hinab nach Ägypten
und war dort ein Fremdling mit wenig Leuten und wurde dort ein großes,
starkes und zahlreiches Volk.
- 1ste
(eerste) zondag in de veertigdagentijd C . Dan moet gij staande voor de
Heer uw God, zeggen: Mijn vader was een zwervende Arameër. Hij is met een
klein aantal mensen naar Egypte gegaan. Maar terwijl hij daar als vreemdeling
verbleef, is hij een groot, machtig en talrijk volk geworden.
Tekstuitleg van Dt
26,5 . Dit vers Dt
26,5 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 77 (7 X 11) letters . De getalwaarde
van Dt 26,5
is 4328 (2 X 2 X 2 X 541) .
6. ´ärammî (Arameeër) . Taalgebruik in Tenach : ´ärammî
(Arameeër) . Hapax in de bijbel : Dt
26,5 .
9. - 10. wajjerèd ´abhërâm (en Abram daalde af) . In
Gn 12,10
: wajjerèd ´abhërâm mitsërajëmâh (en
Abram daalde af Egyptewaarts) . In Dt
26,5 : wajjerèd mitsërajëmâh (en hij daalde af Egyptewaarts)
.
17. lëgôj (tot volk) . Voorzetsel lë + zelfstandig naamwoord
gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj
(volk) . Gr. ethnos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos
(volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos
(volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . In
vijftien verzen in de bijbel : (1) Gn
12,2 . (2) Gn
17,20 . (3) Gn
18,18 . (4) Gn
21,13 . (5) Gn
21,18 . (6) Gn
46,3 . (7) Ex
9,24 . (8) Ex
32,10 . (9) Nu
14,12 . (10) Dt
9,14 . (11) Dt
26,5 . (12) Js
26,15 . (13) Js
60,22 . (14) Ez
37,22 . (15) Mi
4,7 .
17. - 18. lëgôj gädôl (tot een groot volk) . In acht
verzen in de bijbel : (1) Gn
12,2 . (2) Gn
17,20 . (3) Gn
18,18 . (4) Gn
21,18 . (5) Gn
46,3 . (6) Ex
32,10 . (7) Nu
14,12 . (8) Dt
26,5 .
17. - 19. lëgôj gädôl wë`âtsûm (tot
een groot en sterk volk) . Tenach (2) : (1) Gn
18,18 . (2) Nu
14,12 . Verder : Dt
26,5 : gädôl `âtsûm (groot , sterk...)
20. - 21. `âtsûm wârâbh (sterk en talrijk) . Tenach
: (1) Dt
9,14 . (2) Dt
26,5 .
| Dt 26,6 - Dt
26,6 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 6kai ekakôsan èmas oi aiguptioi kai etapeinôsan
èmas kai epethèkan èmin erga sklèra |
6 adflixeruntque nos Aegyptii et persecuti sunt
inponentes onera gravissima |
|
6 Doch de Egyptenaars deden ons kwaad, en verdrukten
ons, en legden ons een harden dienst op. |
[6] Toen de Egyptenaren ons slecht behandelden,
ons onderdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden, |
[6] De Egyptenaren begonnen ons slecht te behandelen:
ze onderdrukten ons en dwongen ons tot slavenarbeid. |
6 maar ze deden ons kwaad, de Egyptenaren, en vernederden
ons; ze legden ons harde slavendienst op; |
6. Les Égyptiens nous maltraitèrent, nous brimèrent
et nous imposèrent une dure servitude. |
|
King James Bible . [6] And the Egyptians evil entreated us, and afflicted us,
and laid upon us hard bondage:
Luther-Bibel . 6 Aber die Ägypter behandelten uns schlecht und bedrückten uns
und legten uns einen harten Dienst auf.
- 1ste
(eerste) zondag in de veertigdagentijd C . Toen de Egyptenaren ons slecht
behandelden, ons verdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden,
Tekstuitleg van Dt
26,6 .
| Dt 26,7 - Dt
26,7 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 7kai aneboèsamen pros kurion ton theon tôn paterôn
èmôn kai eisèkousen kurios tès fônès èmôn kai eiden tèn tapeinôsin
èmôn kai ton mochthon èmôn kai ton thlimmon èmôn |
7 et clamavimus ad Dominum Deum patrum nostrorum
qui exaudivit nos et respexit humilitatem nostram et laborem atque
angustias |
|
7 Toen riepen wij tot den HEERE, den God onzer
vaderen; en de HEERE verhoorde onze stem en zag onze ellende aan,
en onzen arbeid, en onze onderdrukking. |
[7] hebben wij tot de heer, de God van onze vaderen,
geroepen. En de heer heeft ons verhoord en zich onze vernedering,
ons zwoegen en onze verdrukking aangetrokken. |
[7] Toen klaagden we de HEER, de God van onze voorouders,
onze nood. Hij hoorde ons hulpgeroep en zag ons ellendig slavenbestaan. |
7 wij riepen tot de ENE, de God van onze vaderen;
toen hoorde de ENE onze stem en zag onze vernedering en moeite en
onze onderdrukking; |
7. Nous avons fait appel à Yahvé le Dieu de nos
pères. Yahvé entendit notre voix, il vit notre misère, notre peine
et notre oppression, |
|
King James Bible . [7] And when we cried unto the LORD God of our fathers,
the LORD heard our voice, and looked on our affliction, and our labour, and
our oppression:
Luther-Bibel . 7 Da schrien wir zu dem HERRN, dem Gott unserer Väter. Und der
HERR erhörte unser Schreien und sah unser Elend, unsere Angst und Not
- 1ste
(eerste) zondag in de veertigdagentijd C . hebben wij tot de Heer, de God
van onze vaderen geroepen. En de Heer heeft ons verhoord en zich onze vernedering,
ons zwoegen en onze verdrukking aangetrokken.
Tekstuitleg van Dt
26,7 . Het vers Dt
26,7 telt 16 (2² X 2²) woorden en 63 (3² X 7) letters . De
getalwaarde van Dt
26,7 is 3925 (5² X 157) .
Dt
26,7.6. wajjisjëma` (en hij hoorde) < wë + act. ind. imperf. 3de pers. enk. van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmâ`
(horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin
= 16 of 70 ; 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 .
Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô
(horen) . Taalgebruik in het NT : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie
Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren ,
aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D.
höhren . Een vorm van akouô (horen) in het NT (427) , in de LXX
(1069) . Arabisch : sami`a (luisteren, horen) . Taalgebruik in de Koran : sami`a (luisteren, horen) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar
iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin
. Tenakh (90) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (33) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine
Profeten (2) . Geschriften (12) . Dt (5) : (1) Dt
1,34 . (2) Dt
5,28 . (3) Dt
9,19 . (4) Dt
10,10 . (5) Dt
26,7 .
Dt
26,7.6. - 7. wajjisjëma` JHWH (en JHWH hoorde) . Tenakh (10) : (1) Nu
11,1 . (2) Nu 12,2 . (3) Nu
21,3 . (4) Dt
1,34 . (5) Dt
5,28 . (6) Dt
9,19 . (7) Dt
10,10 . (8) Dt
26,7 . (9) 1
K 17,22 . (10) 2 Kr 30,20 .
Dt 26,7.10.
wajjarë´ (en hij zag) - wajjerâ´ (en hij liet zich zien
- hij verscheen) . Het eerste is een qal actief imperfectum derde persoon mannelijk
enkelvoud . Het tweede is een nifal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud
van het werkw. râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in
Tenach : râ´âh
(zien) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal :
26 of 206 . Structuur : 2 - 1 - 5 . Tenakh (162) . Pentateuch (85) . Eerdere Profeten (49) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine
Profeten (2) . Geschriften (19) . Dt (4)
: (1) Dt 26,7
. (2) Dt
31,15 . (3) Dt
32,19 . (4) Dt
33,21 . Gr. horaô (zien) . Taalgebruik
in het NT : horaô
(zien) . Taalgebruik in de Septuaginta : horaô
(zien) . Lat. videre . Fr. voir . Ned. zien . E. to see . D. sehen . pass.
Lat. apparere . Fr. apparaître . E. appear . Ned. verschijnen . D. erscheinen
. Een vorm van horaô (zien, verschijnen) in het NT (114) , in de LXX
(1539) .
Dt 26,7.11.
zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mv. `ânëjenû
(onze nederigheid) van het zelfst. naamw. `ânî (ellende, lijden,
verdrukking , nederigheid) . Zie het bijvoegl. naamw. ´ânî
((arm, ellendig, deemoedig) . Taalgebruik in Tenach : `ânî
(arm, ellendig, deemoedig) . Tenach (2) : (1) Dt
27,7 . (2) Ps
44,25 .
Dt 26,7.10
- 11. wajjarë´
´èth `ânëjenû (en Hij zag onze vernedering / nederigheid) : Tenakh (1) : Dt
26,7 . In Dt
26,7 zien we een combinatie van 'zien' en 'vernedering' : wajjarë´
´èth `ânëjenû (en Hij zag onze vernedering / nederigheid)
. In de LXX is dit vertaald in : kai eiden tèn tapeinôsin hèmôn
(en Hij zag de vernedering van ons) . De Vulgaat vertaalde : et respexit humilitatem
nostram . De Vulgaat van Lc
1,48 is et respexit humilitatem . Dt
26,7 verwijst naar Ex
3,7 , tijdens de roeping van Mozes bij het brandend braambos : râ´îthî
´èth `ânî `ammî (ik zie de ellende van mijn volk)
. Dt 26,7
maakt deel uit van het gebed dat het aanbieden van de eerstelingen begeleidt
. Wat met Maria gebeurt , luidt een proces van bevrijding in . Er wordt een
verband gelegd met de bevrijding uit Egypte en de bevrijding die in de persoon
van Jezus , zoon van Maria , aankomt .
| Dt 26,8 - Dt
26,8 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 8kai exègagen èmas kurios ex aiguptou autos en ischui
megalè kai en cheiri krataia kai en brachioni autou tô uyèlô kai en
oramasin megalois kai en sèmeiois kai en terasin |
8 et eduxit nos de Aegypto in manu forti et brachio
extento in ingenti pavore in signis atque portentis |
|
8 En de HEERE voerde ons uit Egypte, door een sterke
hand, en door een uitgestrekten arm, en door groten schrik, en door
tekenen, en door wonderen. |
[8] Hij heeft ons uit Egypte geleid met sterke
hand, met uitgestrekte arm, onder grote verschrikkingen, en met tekenen
en wonderen. |
[8] En de HEER bevrijdde ons uit Egypte, met sterke
hand en opgeheven arm, op angstaanjagende wijze, met tekenen en wonderen. |
8 toen deed de ENE ons wegtrekken uit Egypte door
een sterke hand en uitgestrekte arm, door een grote vreeswekkende
daad,– door tekenen en wonderen; |
8. et Yahvé nous fit sortir d'Égypte à main forte
et à bras étendu, par une grande terreur, des signes et des prodiges. |
|
King James Bible . [8] And the LORD brought us forth out of Egypt with a mighty
hand, and with an outstretched arm, and with great terribleness, and with signs,
and with wonders:
Luther-Bibel . 8 und führte uns aus Ägypten mit mächtiger Hand und ausgerecktem
Arm und mit großem Schrecken, durch Zeichen und Wunder,
- 1ste
(eerste) zondag in de veertigdagentijd C . Hij heeft ons uit Egypte geleid
met sterke hand, met opgeheven arm, onder grote verschrikkingen, tekenen en
wonderen.
Tekstuitleg van Dt
26,8 .
| Dt 26,9 - Dt
26,9 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 9kai eisègagen èmas eis ton topon touton kai edôken
èmin tèn gèn tautèn gèn reousan gala kai meli |
9 et introduxit ad locum istum et tradidit nobis
terram lacte et melle manantem |
|
9 En Hij heeft ons gebracht tot deze plaats; en
Hij heeft ons dit land gegeven, een land vloeiende van melk en honig.
|
[9] Hij heeft ons naar deze plaats gebracht en ons
dit land geschonken, een land dat overvloeit van melk en honing. |
[9] Hij bracht ons hierheen en gaf ons dit land,
dat overvloeit van melk en honing. |
9 hij deed ons komen in dit oord; hij gaf ons dit
land, een land dat overvloeit van melk en honing; |
9. Il nous a conduits ici et nous a donné cette
terre, terre qui ruisselle de lait et de miel. |
|
King James Bible . [9] And he hath brought us into this place, and hath given
us this land, even a land that floweth with milk and honey.
Luther-Bibel . 9 und brachte uns an diese Stätte und gab uns dies Land, darin
Milch und Honig fließt.
- 1ste
(eerste) zondag in de veertigdagentijd C . Hij heeft ons naar deze plaats
gebracht en ons dit land geschonken, een land van melk en honing.
Tekstuitleg van Dt
26,9 .
| Dt 26,10 - Dt
26,10 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 10kai nun idou enènocha tèn aparchèn tôn genèmatôn
tès gès ès edôkas moi kurie gèn reousan gala kai meli kai afèseis
auta apenanti kuriou tou theou sou kai proskunèseis ekei enanti kuriou
tou theou sou |
10 et idcirco nunc offero primitias frugum terrae
quam dedit Dominus mihi et dimittes eas in conspectu Domini Dei tui
adorato Domino Deo tuo |
wë`aththâh |
10 En nu, zie, ik heb gebracht de eerstelingen van
de vrucht dezes lands, dat Gij, HEERE, mij gegeven hebt! Dan zult
gij ze nederzetten voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en zult
u buigen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods; |
[10] Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de
grond, die U, heer, mij hebt geschonken.” Dan moet u die voor
de heer uw God neerleggen, u voor Hem neerbuigen |
[10] HEER, hierbij breng ik u de eerste opbrengst
van het land dat u me gegeven hebt.’ Bied de HEER, uw God, zo
uw gaven aan en kniel voor hem neer. |
10 en nu heb ik hier het prille begin doen komen
van de vrucht van de bloedrode grond die ge mij hebt gegeven, ENE
! Doen rusten zul je het voor het aanschijn van de ENE, je God, en
je buigen voor het aanschijn van de ENE, je God. |
10. Voici que j'apporte maintenant les prémices
des produits du sol que tu m'as donné, Yahvé. »Tu les déposeras devant
Yahvé ton Dieu et tu te prosterneras devant Yahvé ton Dieu. |
|
King James Bible . [10] And now, behold, I have brought the firstfruits of
the land, which thou, O LORD, hast given me. And thou shalt set it before the
LORD thy God, and worship before the LORD thy God:
Luther-Bibel . 10 Nun bringe ich die Erstlinge der Früchte des Landes, das du,
HERR, mir gegeben hast. - Und du sollst sie niederlegen vor dem HERRN, deinem
Gott, und anbeten vor dem HERRN, deinem Gott,
- 1ste
(eerste) zondag in de veertigdagentijd C . Daarom breng ik nu de eerste
vruchten van de grond, die Gij, de Heer, mij hebt geschonken. En Mozes voegde
eraan toe: Dan moet ge die voor de Heer uw God neerleggen en u voor Hem neerbuigen.
Tekstuitleg van Dt
26,10
| Dt 26,11 - Dt
26,11 : Het aanbieden van de eerstelingen - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --- Dt
26,1 - Dt
26,2 - Dt
26,3 - Dt
26,4 - Dt
26,5 - Dt
26,6 - Dt
26,7 - Dt
26,8 - Dt
26,9 - Dt
26,10 - Dt
26,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 11kai eufranthèsè en pasin tois agathois ois edôken
soi kurios o theos sou kai tè oikia sou su kai o leuitès kai o prosèlutos
o en soi |
11 et epulaberis in omnibus bonis quae Dominus Deus
tuus dederit tibi et domui tuae tu et Levites et advena qui tecum
est |
|
11 En gij zult vrolijk zijn over al het goede,
dat de HEERE, uw God, aan u en uw huis gegeven heeft; gij, en de Leviet,
en de vreemdeling, die in het midden van u is. |
[11] en samen met de Levieten en de vreemdelingen
die bij u wonen, feestvieren vanwege al de weldaden die Hij aan u
en aan uw huis heeft geschonken. |
[11] Daarna mag u, samen met de Levieten en de
vreemdelingen die bij u wonen, een feestmaal houden met al het goede
dat u en uw familie van hem hebben ontvangen. |
11 Verheugen zul je je dan om al het goede dat de
ENE, je God, aan jou gegeven heeft en aan je huis: jij en de Leviet
en de zwerver–te–gast in je kring! •• |
11. Puis tu te réjouiras de toutes les bonnes choses
dont Yahvé ton Dieu t'a gratifié, toi et ta maison, - toi ainsi que
le lévite et l'étranger qui est chez toi. |
|
King James Bible . [11] And thou shalt rejoice in every good thing which the
LORD thy God hath given unto thee, and unto thine house, thou, and the Levite,
and the stranger that is among you.
Luther-Bibel . 11 und sollst fröhlich sein über alles Gut, das der HERR, dein
Gott, dir und deinem Hause gegeben hat, du und der Levit und der Fremdling,
der bei dir lebt.
Tekstuitleg van Dt
26,11 .
Dt 26,12-15 . De tienden - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --
Dt 26,12-15
-- Dt 26,12
- Dt 26,13
- Dt 26,14
- Dt 26,15
-
| Dt 26,12 - Dt
26,12 : De tienden - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26
-- Dt
26,12-15 -- Dt
26,12 - Dt
26,13 - Dt
26,14 - Dt
26,15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 12ean de suntelesès apodekatôsai pan to epidekaton
tôn genèmatôn tès gès sou en tô etei tô tritô to deuteron epidekaton
dôseis tô leuitè kai tô prosèlutô kai tô orfanô kai tè chèra kai fagontai
en tais polesin sou kai emplèsthèsontai |
12 quando conpleveris decimam cunctarum frugum
tuarum anno decimarum tertio dabis Levitae et advenae et pupillo et
viduae ut comedant intra portas tuas et saturentur |
|
12 Wanneer gij zult geëindigd hebben alle tienden
van uw inkomen te vertienen, in het derde jaar, zijnde een jaar der
tienden; dan zult gij aan den Leviet, aan den vreemdeling, aan den
wees en aan de weduwe geven, dat zij in uw poorten eten en verzadigd
worden. |
[12] Wanneer u in het derde jaar, het jaar van de
tiende*, de gehele tiende van uw oogst volledig hebt afgestaan en
aan de Levieten, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen hebt gegeven,
en zij daar in uw stad volop van eten, |
12] Als u in het derde jaar, het jaar van de tienden,
het tiende deel van de opbrengst hebt afgestaan aan de Levieten, de
vreemdelingen, de weduwen en de wezen, zodat zij bij u in de stad
voldoende te eten hebben, |
12 ¶ Wanneer je voleindigd hebt om elke tiende
te vertienen van je opbrengst in het derde jaar, het jaar van de tiende,–
geef die dan aan de Leviet, aan de zwerver, de wees en de weduwe;
in je poorten zullen zij eten en verzadigd worden. |
12. La troisième année, année de la dîme, lorsque
tu auras achevé de prendre la dîme de tous tes revenus et que tu l'auras
donnée au lévite, à l'étranger, à la veuve et à l'orphelin, et que,
l'ayant consommée dans tes villes, ils s'en seront rassasiés, |
|
King James Bible . [12] When thou hast made an end of tithing all the tithes
of thine increase the third year, which is the year of tithing, and hast given
it unto the Levite, the stranger, the fatherless, and the widow, that they may
eat within thy gates, and be filled;
Luther-Bibel . 12 Wenn du den Zehnten deines ganzen Ertrages zusammengebracht
hast im dritten Jahr, das ist das Zehnten-Jahr, so sollst du ihn dem Leviten,
dem Fremdling, der Waise und der Witwe geben, dass sie in deiner Stadt essen
und satt werden.
Tekstuitleg van Dt
26,12 .
12. wënathaththâh (en jij zult geven) , verbindingsprefix wë
+ werkwoordvorm actief qal perf. 2de pers. enk. van het werkw. nâthan
(geven) . Taalgebruik in Tenach : nâthan
(geven) . Taalgebruik in Dt : nâthan
(geven) . Gr. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi
(geven) . Taalgebruik in het N.T. : didômi
(geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner
- don : geven - gave . D. geben . E. to give . Tenach (40) . Pentateuch (26)
. Dt (5) : (1) Dt
11,29 . (2) Dt
14,25 . (3) Dt
14,26 . (4) Dt
15,17 . (5) Dt
26,12 .
| Dt 26,13 - Dt
26,13 : De tienden - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26
-- Dt
26,12-15 -- Dt
26,12 - Dt
26,13 - Dt
26,14 - Dt
26,15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 13kai ereis enantion kuriou tou theou sou exekathara
ta agia ek tès oikias mou kai edôka auta tô leuitè kai tô prosèlutô
kai tô orfanô kai tè chèra kata pasas tas entolas as eneteilô moi
ou parèlthon tèn entolèn sou kai ouk epelathomèn |
13 loquerisque in conspectu Domini Dei tui abstuli
quod sanctificatum est de domo mea et dedi illud Levitae et advenae
pupillo et viduae sicut iussisti mihi non praeterivi mandata tua nec
sum oblitus imperii |
|
13 En gij zult voor het aangezicht des HEEREN, uws
Gods, zeggen: Ik heb het heilige uit het huis weggenomen, en heb het
ook aan den Leviet en aan den vreemdeling, aan den wees en aan de
weduwe gegeven, naar al Uw geboden, die Gij mij geboden hebt; ik heb
niets van Uw geboden overtreden, en niets vergeten. |
[13] dan moet u voor de heer uw God verklaren:
“Ik heb het heilige* uit mijn huis weggedaan en het gegeven
aan de Levieten, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen, zoals U
mij geboden hebt. Geen van uw geboden heb ik overtreden of veronachtzaamd. |
[13] dan moet u tegenover de HEER, uw God, verklaren:
‘Ik heb niets van de gaven die de HEER toekomen achtergehouden.
Ik heb alles aan de Levieten, vreemdelingen, weduwen en wezen gegeven,
geheel overeenkomstig de geboden die u mij hebt opgelegd. Ik heb geen
enkel gebod overtreden en ben in niets nalatig geweest. |
13 Zeggen zul jij dan voor het aanschijn van de
ENE, je God: weggedaan uit het huis heb ik het heilige; ook heb ik
het gegeven aan de Leviet, de zwerver, de wees en de weduwe, geheel
naar uw gebod dat ge mij hebt geboden; geen van uw geboden heb ik
overtreden of vergeten; |
13. tu diras en présence de Yahvé ton Dieu : « J'ai
retiré de ma maison ce qui était consacré. Oui, je l'ai donné au lévite,
à l'étranger, à l'orphelin et à la veuve, selon tous les commandements
que tu m'as faits, sans outrepasser tes commandements ni les oublier. |
|
King James Bible . [13] Then thou shalt say before the LORD thy God, I have
brought away the hallowed things out of mine house, and also have given them
unto the Levite, and unto the stranger, to the fatherless, and to the widow,
according to all thy commandments which thou hast commanded me: I have not transgressed
thy commandments, neither have I forgotten them:
Luther-Bibel . 13 Und du sollst sprechen vor dem HERRN, deinem Gott: Ich hab
aus meinem Hause gebracht, was geheiligt ist, und hab's gegeben den Leviten,
den Fremdlingen, den Waisen und den Witwen ganz nach deinem Gebot, das du mir
geboten hast. Ich habe deine Gebote nicht übertreten noch vergessen.
Tekstuitleg van Dt
26,13 .
| Dt 26,14 - Dt
26,14 : De tienden - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26
-- Dt
26,12-15 -- Dt
26,12 - Dt
26,13 - Dt
26,14 - Dt
26,15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 14kai ouk efagon en odunè mou ap' autôn ouk ekarpôsa
ap' autôn eis akatharton ouk edôka ap' autôn tô tethnèkoti upèkousa
tès fônès kuriou tou theou mou epoièsa katha eneteilô moi |
14 non comedi ex eis in luctu meo nec separavi ea
in qualibet inmunditia nec expendi ex his quicquam in re funebri oboedivi
voci Domini Dei mei et feci omnia sicut praecepisti mihi |
|
14 Ik heb daarvan niets gegeten in mijn leed, en
heb daarvan niets weggenomen tot iets onreins, noch daarvan gegeven
tot een dode; ik ben der stem des HEEREN, mijns Gods, gehoorzaam geweest,
ik heb gedaan naar alles, wat Gij mij geboden hebt. |
[14] Ik heb er niet in de rouwtijd van gegeten,
het niet weggedaan terwijl ik onrein was, en er niets van aan een
dode geofferd. Ik heb gehoor gegeven aan de heer, mijn God, en alles
wat U mij geboden hebt ten uitvoer gebracht. |
[14] Ik heb niet van deze gaven gegeten in een tijd
dat ik in de rouw was, ik heb er niets van afgedragen terwijl ik onrein
was, en ik heb er niets van aan een dode meegegeven. Ik ben de HEER,
mijn God, gehoorzaam geweest en heb me gehouden aan alles wat hij
me geboden heeft. |
14 in mijn rouwklacht heb ik er niet van gegeten;
ik heb er niet van weggedaan in onreinheid, ik heb er niet van weggegeven
voor een dode; ik heb gehoord naar de stem van de ENE, mijn God, ik
heb gedaan naar al wat gij mij hebt geboden; |
14. Je n'en ai rien mangé quand j'étais en deuil,
je n'en ai rien retiré quand j'étais impur, je n'ai rien donné pour
un mort. J'ai obéi à la voix de Yahvé mon Dieu et j'ai agi selon tout
ce que tu m'avais ordonné. |
|
King James Bible . [14] I have not eaten thereof in my mourning, neither have
I taken away ought thereof for any unclean use, nor given ought thereof for
the dead: but I have hearkened to the voice of the LORD my God, and have done
according to all that thou hast commanded me.
Luther-Bibel . 14 Ich habe nichts davon gegessen, als ich in Trauer war; ich
habe nichts davon weggebracht, als ich unrein war; ich habe nichts davon gegeben
als Gabe für die Toten. Ich bin der Stimme des HERRN, meines Gottes, gehorsam
gewesen und habe alles getan, wie du es mir geboten hast.
Tekstuitleg van Dt
26,14 .
13. - 14. bëqôl JHWH (naar de stem van JHWH) . Tenach (12) : (1)
Dt 8,20
. (2) Dt
13,19 . (3) Dt
15,5 . (4) Dt
26,14 . (5) Dt
27,10 . (6) Dt
28,1 . (7) Dt
28,2 . (8) Dt
28,15 . (9) Dt
28,45 . (10) Dt
28,62 . (11) Dt
30,8 . (12) Dt
30,10 .
| Dt 26,15 - Dt
26,15 : De tienden - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26
-- Dt
26,12-15 -- Dt
26,12 - Dt
26,13 - Dt
26,14 - Dt
26,15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 15katide ek tou oikou tou agiou sou ek tou ouranou
kai eulogèson ton laon sou ton israèl kai tèn gèn èn edôkas autois
katha ômosas tois patrasin èmôn dounai èmin gèn reousan gala kai meli |
15 respice de sanctuario tuo de excelso caelorum
habitaculo et benedic populo tuo Israhel et terrae quam dedisti nobis
sicut iurasti patribus nostris terrae lacte et melle mananti |
|
15 Zie nederwaarts van Uw heilige woning, van den
hemel, en zegen Uw volk Israël, en het land, dat Gij ons gegeven hebt,
gelijk als Gij onzen vaderen gezworen hebt, een land van melk en honig
vloeiende. |
[15] Zie neer uit de hemel, uw heilige woning;
zegen uw volk Israël en zegen de grond die U ons hebt geschonken,
het land dat overvloeit van melk en honing, zoals U onze vaderen onder
ede beloofd hebt.” |
[15] HEER, zie vanuit uw heilige woning in de hemel
neer en schenk uw volk Israël en het land dat u ons hebt gegeven
uw zegen, zoals u onze voorouders hebt gezworen; zegen dit land van
melk en honing.’ |
15 schouw neer uit het verblijf van uw heiligheid,
uit de hemelen, en zegen uw gemeente Israël en de bloedrode grond
die ge ons hebt gegeven,– zoals ge aan onze vaderen hebt gezworen:
een land dat overvloeit van melk en honing! •• |
15. De la demeure de ta sainteté, des cieux, regarde
et bénis Israël ton peuple, ainsi que la terre que tu nous as donnée
comme tu l'avais juré à nos pères, terre qui ruisselle de lait et
de miel. » |
|
King James Bible . [15] Look down from thy holy habitation, from heaven, and
bless thy people Israel, and the land which thou hast given us, as thou swarest
unto our fathers, a land that floweth with milk and honey.
Luther-Bibel . 15 Sieh nun herab von deiner heiligen Wohnung, vom Himmel, und
segne dein Volk Israel und das Land, das du uns gegeben hast, wie du unsern
Vätern geschworen hast, ein Land, darin Milch und Honig fließt.
Tekstuitleg van Dt
26,15 .
Dt 26,16-19 . De toewijding van de Heer
- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26 --
Dt 26,16-19
-- Dt 26,16
- Dt 26,17
- Dt 26,18
- Dt 26,19
-
| Dt 26,16 - Dt
26,16 : De toewijding van de Heer - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26
-- Dt
26,16-19 -- Dt
26,16 - Dt
26,17 - Dt
26,18 - Dt
26,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 16en tè èmera tautè kurios o theos sou eneteilato
soi poièsai panta ta dikaiômata tauta kai ta krimata kai fulaxesthe
kai poièsete auta ex olès tès kardias umôn kai ex olès tès yuchès
umôn |
16 hodie Dominus Deus tuus praecepit tibi ut facias
mandata haec atque iudicia et custodias et impleas ex toto corde tuo
et ex tota anima tua |
|
16 Te dezen dage gebiedt u de HEERE, uw God, deze
inzettingen en rechten te doen; houdt dan en doet dezelve, met uw
ganse hart en met uw ganse ziel. |
[16] Vandaag gebiedt de heer uw God u deze voorschriften
en bepalingen te volbrengen. U moet ze stipt ten uitvoer brengen,
met heel uw hart en heel uw ziel. |
[16] Vandaag draagt de HEER, uw God, u op om u aan
deze wetten en regels te houden. Neem ze zorgvuldig in acht en leef
ze met hart en ziel na. |
16 ¶ Op deze dag gebiedt de ENE, je God, je
deze inzettingen te doen, en deze rechtsregels; bewaken en doen zul
je ze met heel je hart en met heel je ziel! |
16. Yahvé ton Dieu t'ordonne aujourd'hui de pratiquer
ces lois et coutumes ; tu les garderas et tu les pratiqueras de tout
ton cœur et de toute ton âme. |
|
King James Bible . [16] This day the LORD thy God hath commanded thee to do
these statutes and judgments: thou shalt therefore keep and do them with all
thine heart, and with all thy soul.
Luther-Bibel . 16 Heute gebietet dir der HERR, dein Gott, dass du tust nach
allen diesen Geboten und Rechten, dass du sie hältst und danach tust von ganzem
Herzen und von ganzer Seele.
Tekstuitleg van Dt
26,16 .
15. - 16. bëkhôl lëbhâbhëkhâ (met heel je
hart) . Tenach (6) : (1) Dt
4,29 . (2) Dt
6,5 . (3) Dt
10,12 . (4) Dt
26,16 . (5) Dt
30,2 . (6) Dt
30,10 .
| Dt 26,17 - Dt
26,17 : De toewijding van de Heer - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26
-- Dt
26,16-19 -- Dt
26,16 - Dt
26,17 - Dt
26,18 - Dt
26,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 17ton theon eilou sèmeron einai sou theon kai poreuesthai
en tais odois autou kai fulassesthai ta dikaiômata kai ta krimata
autou kai upakouein tès fônès autou |
17 Dominum elegisti hodie ut sit tibi Deus et ambules
in viis eius et custodias caerimonias illius et mandata atque iudicia
et oboedias eius imperio |
|
17 Heden hebt gij den HEERE doen zeggen, dat Hij
u tot een God zal zijn, en dat gij zult wandelen in Zijn wegen, en
houden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en dat
gij Zijner stem zult gehoorzaam zijn. |
[17] U hebt vandaag aan de heer de verzekering
gegeven dat Hij uw God zal zijn. U moet dus zijn wegen gaan, zijn
voorschriften, geboden en bepalingen onderhouden en naar Hem luisteren. |
[17] Vandaag hebt u de HEER verzekerd dat hij uw
God zal zijn, dat u de weg zult volgen die hij u wijst, en dat u zijn
wetten, geboden en regels zult naleven en hem gehoorzaam zult zijn. |
17 Heden heb je de ENE doen zeggen dat hij jou tot
God zal wezen en dat jij zult wandelen op zijn wegen, zult bewaken
zijn inzettingen, zijn geboden en zijn rechtsregels en zult horen
naar zijn stem. |
17. Tu as obtenu de Yahvé aujourd'hui cette déclaration,
qu'il serait ton Dieu - mais à la condition que tu marches dans ses
voies, que tu gardes ses lois, ses commandements et ses coutumes et
que tu écoutes sa voix. |
|
King James Bible . [17] Thou hast avouched the LORD this day to be thy God,
and to walk in his ways, and to keep his statutes, and his commandments, and
his judgments, and to hearken unto his voice:
Luther-Bibel . 17 Du hast dir heute vom HERRN sagen lassen, dass er dein Gott
sein wolle und dass du sollest in allen seinen Wegen wandeln und halten seine
Gesetze, Gebote und Rechte und seiner Stimme gehorchen.
Tekstuitleg van Dt
26,17 .
| Dt 26,18 - Dt
26,18 : De toewijding van de Heer - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26
-- Dt
26,16-19 -- Dt
26,16 - Dt
26,17 - Dt
26,18 - Dt
26,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 18kai kurios eilato se sèmeron genesthai se autô
laon periousion kathaper eipen soi fulassein pasas tas entolas autou |
18 et Dominus elegit te hodie ut sis ei populus
peculiaris sicut locutus est tibi et custodias omnia praecepta eius
|
|
18 En de HEERE heeft u heden doen zeggen, dat gij
Hem tot een volk des eigendoms zult zijn, gelijk als Hij u gesproken
heeft, en dat gij al Zijn geboden zult houden; |
[18] En* de heer heeft vandaag aan u de verzekering
gegeven dat u, zoals Hij beloofd heeft, zijn eigen volk zult zijn
en al zijn geboden zult onderhouden. |
[18] Vandaag heeft de HEER u verzekerd dat u, zoals
hij u heeft beloofd, zijn volk zult zijn, zijn kostbaar bezit. U moet
al zijn geboden naleven. |
18 De ENE heeft jou heden doen zeggen dat je voor
hem zult wezen een uitgezochte gemeente, zoals hij tot je heeft gesproken;
dat je al zijn geboden zult bewaken. |
18. Et Yahvé a obtenu de toi aujourd'hui cette déclaration,
que tu serais son peuple à lui, comme il te l'a dit - mais à la condition
de garder tous ses commandements ; |
|
King James Bible . [18] And the LORD hath avouched thee this day to be his
peculiar people, as he hath promised thee, and that thou shouldest keep all
his commandments;
Luther-Bibel . 18 Und der HERR hat dich heute sagen lassen, dass du sein eigenes
Volk sein wollest, wie er dir zugesagt hat, und alle seine Gebote halten wollest
Tekstuitleg van Dt
26,18 .
4. - 6. lîhëjôth lô lë`am : om te zijn voor hem
tot volk . In vier verzen in de bijbel : (1) Dt
4,20 . (2) Dt
7,6 . (3) Dt
14,2 . (4) Dt
26,18 .
| Dt 26,19 - Dt
26,19 : De toewijding van de Heer - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-- Dt (Deuteronomium)
-- Dt 26
-- Dt
26,16-19 -- Dt
26,16 - Dt
26,17 - Dt
26,18 - Dt
26,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 19kai einai se uperanô pantôn tôn ethnôn ôs epoièsen
se onomaston kai kauchèma kai doxaston einai se laon agion kuriô tô
theô sou kathôs elalèsen |
19 et faciat te excelsiorem cunctis gentibus quas
creavit in laudem et nomen et gloriam suam ut sis populus sanctus
Domini Dei tui sicut locutus est |
|
19 Opdat Hij u alzo boven al de volken, die Hij
gemaakt heeft, hoog zette, tot lof, en tot een naam, en tot heerlijkheid;
en opdat gij een heilig volk zijt den HEERE, uw God, gelijk als Hij
gesproken heeft. |
[19] Hij zal aan u meer eer, faam en luister schenken
dan aan de andere volken die Hij geschapen heeft, en u zult een volk
zijn dat aan de heer uw God is gewijd, zoals Hij beloofd heeft.’ |
[19] Hij zal u hoog verheffen boven alle volken
die hij geschapen heeft. U zult lof oogsten en met roem overladen
worden. U zult het volk zijn dat aan de HEER, uw God, is gewijd, zoals
hij heeft beloofd. |
19 En hij zal je een plaats geven, hoog–verheven
boven alle volkeren die hij heeft gemaakt, als loflied, goede–naam
en sieraad, en jij zult wezen een gemeenschap die heilig is voor de
ENE, je God,– zoals hij heeft gesproken. |
19. il t'élèverait alors au-dessus
de toutes les nations qu'il a faites, en honneur, en renom et en gloire,
et tu serais un peuple consacré à Yahvé ton Dieu,
ainsi qu'il te l'a dit. |
|
King James Bible . [19] And to make thee high above all nations which he hath
made, in praise, and in name, and in honour; and that thou mayest be an holy
people unto the LORD thy God, as he hath spoken.
Luther-Bibel . 19 und dass er dich zum höchsten über alle Völker machen werde,
die er geschaffen hat, und du gerühmt, gepriesen und geehrt werdest, damit du
dem HERRN, deinem Gott, ein heiliges Volk seist, wie er zugesagt hat.
Tekstuitleg van Dt
26,19 .