DEUTERONOMIUM 27 - Dt 27 - verwijzingen -

Overzicht van Deuteronomium : - Dt 1 - Dt 2 - Dt 3 - Dt 4 - Dt 5 - Dt 6 - Dt 7 - Dt 8 - Dt 9 - Dt 10 - Dt 11 - Dt 12 - Dt 13 - Dt 14 - Dt 15 - Dt 16 - Dt 17 - Dt 18 - Dt 19 - Dt 20 - Dt 21 - Dt 22 - Dt 23 - Dt 24 - Dt 25 - Dt 26 - Dt 27 - Dt 28 - Dt 29 - Dt 30 - Dt 31 - Dt 32 - Dt 33 - Dt 34 -
Uitleg vers per vers : - Dt 27,1 - Dt 27,2 - Dt 27,3 - Dt 27,4 - Dt 27,5 - Dt 27,6 - Dt 27,7 - Dt 27,8 - Dt 27,9 - Dt 27,10 - Dt 27,11 - Dt 27,12 - Dt 27,13 - Dt 27,14 - Dt 27,15 - Dt 27,16 - Dt 27,17 - Dt 27,18 - Dt 27,19 - Dt 27,20 - Dt 27,21 - Dt 27,22 - Dt 27,23 - Dt 27,24 - Dt 27,25 - Dt 27,26 -

Overzicht van Dt : Dt : overzicht , Dt : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Dt : commentaar .

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
http://www.bible-history.com/isbe/            
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Dt 27,1 - Dt 27,1 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
ΚΑΙ προσέταξε Μωυσῆς καὶ ἡ γερουσία ᾿Ισραὴλ λέγων· φυλάσσεσθε πάσας τὰς ἐντολὰς ταύτας, ὅσας ἐγὼ ἐντέλλομαι ὑμῖν σήμερον.       XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXHoofdstuk 27 De gedenksteen en het altaar [1] Mozes* en de oudsten van Israël droegen het volk op: 'Onderhoud de voorschriften die ik u vandaag geef.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 27,1 .

Het slot van het deuteronomistisch wetboek begint met een aantal opdrachten. Dit slot wordt ingezet met wat Dt 27,1 schrijft. Deze formulering vertoont grote gelijkenis met de slotzin van Mt 28,20 .

Dt 27,1.8. sj-m-r : (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. שָׁמַר = sjâmar (hij behoudt) . (2) act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. שְׁמֹר = sjëmor (behoud) . (3) act. qal infin. שָׁמֹר = sjâmor (te behouden) . (4) act. qal part. nom. mann. enk. שֹׁמֵר = sjomer (behoudende) . Zie : שָׁמַר = sjâmar (behouden, bewaren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmar (behouden, bewaren) . Getalwaarde van sjâmar (behouden, bewaren) : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 54 ( 2 X 3³) of 540 (2² X 3³ X 5) . Structuur : 3 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (63) . Pentateuch (7) : (1) Gn 37,11 (sjämar) . (2) Ex 34,11 (sjëmâr) . (3) Dt 7,9 (sjomer) . (4) Dt 8,11 (sjëmor) . (5) Dt 11,22 (sjâmor) . (6) Dt 12,28

Dt 27,1.9. - 11. אֶת כָּל הַמִּצְוָה = ´èth kâl hammitsëwah (elke opdracht, elk gebod) . Tenach (6) : (1) Dt 6,25 . (2) Dt 11,8 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 15,5 . (5) Dt 19,9 . (6) Dt 27,1 .

Dt 27,1.12. - 16. אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם = ´äsjèr ´ânokhî mëtsawwèh ´èthëkhèm (ik bevelende jullie) . Tenakh (10) : (1) Dt 4,2 (2X) . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,27 . (5) Dt 11,28 . (6) Dt 12,11 . (7) Dt 13,1 . (8) Dt 27,1 . (9) Dt 27,4 . (10) Dt 28,14 .
- אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ = ´asjèr ´ânokhî mëtsawwëkhâ (die ik opdragende) . Tenakh (22) : (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,2 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 7,11 . (6) Dt 8,1 . (7) Dt 8,11 . (8) Dt 10,13 . (9) Dt 11,8 . (10) Dt 12,14 . (11) Dt 12,28 . (12) Dt 13,19 . (13) Dt 15,5 . (14) Dt 19,9 . (15) Dt 27,10 . (16) Dt 28,1 . (17) Dt 28,13 . (18) Dt 28,15 . (19) Dt 30,2 . (20) Dt 30,8 . (21) Dt 30,11 . (22) Dt 30,16 .


Dt 27,2 - Dt 27,2 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2 καὶ ἔσται ᾗ ἂν ἡμέρᾳ διαβῆτε τὸν ᾿Ιορδάνην εἰς τὴν γῆν, ἣν Κύριος ὁ Θεός σου δίδωσί σοι, καὶ στήσεις σεαυτῷ λίθους μεγάλους καὶ κονιάσεις αὐτοὺς κονίᾳ       [2] Op* de dag dat u de Jordaan overtrekt naar het land dat de heer uw God u schenkt, moet u grote stenen oprichten, ze met kalk bestrijken      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,3 - Dt 27,3 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3 καὶ γράψεις ἐπὶ τῶν λίθων τούτων πάντας τοὺς λόγους τοῦ νόμου τούτου, ὡς ἂν διαβῆτε τὸν ᾿Ιορδάνην, ἡνίκα ἂν εἰσέλθητε εἰς τὴν γῆν, ἣν Κύριος ὁ Θεὸς τῶν πατέρων σου δίδωσί σοι, γῆν ρέουσαν γάλα καὶ μέλι, ὃν τρόπον εἶπε Κύριος ὁ Θεὸς τῶν πατέρων σού σοι·       [3] en daarin alle bepalingen van deze Wet* griffen, op de dag dat u oversteekt. Dan zult u het land binnengaan dat de heer uw God u schenkt, een land dat overvloeit van melk en honing, zoals de heer, de God van uw vaderen, u beloofd heeft.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Dt 27,4-6 .

- Debel Hans , Geloof dat bergen verzet . Hoe een klein fragment van Deuteronomium 27,4-6 ons beeld van de Samaritanen beïnvloedt , in : Debel Hans , Verbonden door het boek . Bijbelse essays voor Paul Kevers , Averbode , 2011 , p.42-55 .

Dt 27,4 - Dt 27,4 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4 καὶ ἔσται ὡς ἂν διαβῆτε τὸν ᾿Ιορδάνην, στήσετε τοὺς λίθους τούτους, οὓς ἐγὼ ἐντέλλομαί σοι σήμερον, ἐν ὄρει Γαιβὰλ καὶ κονιάσεις αὐτοὺς κονίᾳ.   -בְּעָבְרֶךָ: לְמַעַן אֲשֶׁר תָּבֹא אֶל-הָאָרֶץ אֲשֶׁר-יְהוָה אֱלֹהֶיךָ נֹתֵן לְךָ, אֶרֶץ זָבַת חָלָב וּדְבַשׁ, כַּאֲשֶׁר דִּבֶּר יְהוָה אֱלֹהֵי-אֲבֹת   [4] Als u de Jordaan over bent, moet u die stenen op de berg Ebal oprichten, zoals ik u vandaag voorschrijf, en ze met kalk bestrijken.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 27,4 .

1.  2.  3.  4.  5.  6.  7.  8.  9.  10.  11. 
Dt 1-3 Dt 4,1-11,25 Dt 12-26 Dt 27-30 Dt 31-34            
                     
                     

 

Dt 27,4.9. אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) OF persoonsnaam אָשֶׁר = ´âsjer (Aser) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalswaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Gn (307) . Ex (217) . Dt (397) .

Dt 27,4.10. אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalswaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Gn (47) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 . Lv (0) . Nu (5) . Dt (52) . Dt 5 (5) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 5,5 . (3) Dt 5,6 . (4) Dt 5,9 . (5) Dt 5,31 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,6 . Dt 11 (7) : (1) Dt 11,8 . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,26 . (5) Dt 11,27 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 11,32 .
- Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . De LXX gebruikt hier een hulpwerkwoord wat de Hebreeuwse tekst niet doet .
- Ned. : ik (Grieks e-g) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Fr. : je . D. : Ich . E. : I . Fr. : je . Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Hebreeuws : אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord . Eerste letter : Hebr. + Ar. : a ; Gr. + Lat. : e ; Ned. + D. + E. : i . Tweede letter . Hebr. 3de letter : kh ; Gr. + Lat. : g ; Ned. : k ; D. ch . ) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . In ´ânokhî lezen we ankh , het levenssymbool .

Dt 27,4.11. act. piël part. mann. enk. מְצַוֶּה = mëtsawwèh (bevelende) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (14) : (1) Nu 32,25 . (2) Dt 4,2 (2X) . (3) Dt 11,13 . (4) Dt 11,22 . (5) Dt 11,27 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 12,11 . (8) Dt 13,1 . (9) Dt 27,1 . (10) Dt 27,4 . (11) Dt 28,14 . (12) Jr 34,22 . (13) Am 6,11 . (14) Am 9,9 . UBS : Mc 1,27 . Een vorm van צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen) in Tenakh (471) .

Dt 27,4.10. - 11. אָנֹכִי מְצַוֶּה = ´ânokhî mëtsawwèh (ik bevelende) . Tenakh (11) : (1) Dt 4,2 (2X) . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,27 . (5) Dt 11,28 . (6) Dt 12,11 . (7) Dt 13,1 . (8) Dt 27,1 . (9) Dt 27,4 . (10) Dt 28,14 . (11) Am 9,9 . Niet in : (1) Nu 32,25 . (2) Jr 34,22 .

Dt 27,4.9. - 11. אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה = ´äsjèr ´ânokhî mëtsawwèh (die ik bevelende) . Tenakh (10) : (1) Dt 4,2 (2X) . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,27 . (5) Dt 11,28 . (6) Dt 12,11 . (7) Dt 13,1 . (8) Dt 27,1 . (9) Dt 27,4 . (10) Dt 28,14 .

Dt 27,4.12. accusatief + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. mv. אֶתְכֶם = ´èthëkhèm (jullie) . Zie : אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (282) . Pentateuch (117) . Dt (47) .

Dt 27,4.9. - 12. אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם = ´äsjèr ´ânokhî mëtsawwèh ´èthëkhèm (ik bevelende jullie) . Tenakh (10) : (1) Dt 4,2 (2X) . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,27 . (5) Dt 11,28 . (6) Dt 12,11 . (7) Dt 13,1 . (8) Dt 27,1 . (9) Dt 27,4 . (10) Dt 28,14 .
- אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ = ´asjèr ´ânokhî mëtsawwëkhâ (die ik opdragende) . Tenakh (22) : (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,2 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 7,11 . (6) Dt 8,1 . (7) Dt 8,11 . (8) Dt 10,13 . (9) Dt 11,8 . (10) Dt 12,14 . (11) Dt 12,28 . (12) Dt 13,19 . (13) Dt 15,5 . (14) Dt 19,9 . (15) Dt 27,10 . (16) Dt 28,1 . (17) Dt 28,13 . (18) Dt 28,15 . (19) Dt 30,2 . (20) Dt 30,8 . (21) Dt 30,11 . (22) Dt 30,16 .

Dt 27,4.13. הַיּוֹם = hajjôm (de dag, vandaag) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Getalswaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Tenakh (425) . Pentateuch (128) . Eerdere Profeten (160) . Latere Profeten (44) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (84) . Dt (73) .

Dt 27,4.9. - 13. אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם הַיּוֹם = ´äsjèr ´ânokhî mëtsawwèh ´èthëkhèm hajjôm (ik bevelende jullie vandaag) . Tenakh (6) : (1) Dt 11,13 . (2) Dt 11,27 . (3) Dt 11,28 . (4) Dt 27,1 . (5) Dt 27,4 . (6) Dt 28,14 .
- אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ הַיּוֹם = ´asjèr ´ânokhî mëtsawwëkhâ hajjôm (wat ik opdragende ben vandaag) . Tenakh (19) : (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,6 . (4) Dt 7,11 . (5) Dt 8,1 . (6) Dt 8,11 . (7) Dt 10,13 . (8) Dt 11,8 . (9) Dt 13,19 . (10) Dt 15,5 . (11) Dt 19,9 . (12) Dt 27,10 . (13) Dt 28,1 . (14) Dt 28,13 . (15) Dt 28,15 . (16) Dt 30,2 . (17) Dt 30,8 . (18) Dt 30,11 . (19) Dt 30,16 . Verder : (1) Dt 12,14 . (2) Dt 12,28 .


Dt 27,5 - Dt 27,5 .
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5 καὶ οἰκοδομήσεις ἐκεῖ θυσιαστήριον Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου, θυσιαστήριον ἐκ λίθων, οὐκ ἐπιβαλεῖς ἐπ᾿ αὐτὸ σίδηρον·       [5] U moet daar voor de heer uw God een altaar bouwen, met onbehouwen stenen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 27,5 . In Dt 27,5 geven Mozes en de oudsten aan het volk allerlei opdrachten o.a. om op de berg Ebal een altaar te bouwen . In Joz 8,30 voert Jozua deze opdracht uit . In Dt 11,29 worden er bepalingen gegeven in verband met de bergen Ebal en Gerizim .

Dt 27,5.2. sj-m . שָׁם = sjâm (daar) OF שֵׁם = sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . De som van de elementen is telkeTenakh (684) . Pentateuch (190) . Eerdere Profeten (190) . Latere Profeten (136) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (145) .

Dt 27,5.3. מִזְבֵחַ = mizëbeach (altaar) . Taalgebruik in Tenakh : mizëbeach (altaar) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 57 (3 X 19) . Structuur : 4 - 7 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (111) . Pentateuch (49) . Eerdere Profeten (31) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (24) .

Dt 27,5.2. - 3. שָׁם מִזְבֵחַ = sjâm mizëbeach (daar een altaar) . Tenakh (12) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 12,8 . (3) Gn 13,18 . (4) Gn 26,25 . (5) Gn 33,20 . (6) Gn 35,1 . (7) Gn 35,3 . (8) Gn 35,7 . (9) Dt 27,5 . (10) Joz 22,10 . (11) Re 21,4 . (12) 1 S 7,17 .

Dt 27,5.4. לָיהוה = lJHWH (voor JHWH) < voorzetsel lë + יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Tenakh (538) . Pentateuch (240) . Eerdere Profeten (77) . Latere Profeten (50) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (152) .

Dt 27,5.3. - 4. מִזְבֵחַ לָיהוה = mizëbeach lâJHWH (een altaar voor JHWH) . Tenakh (17) : (1) Gn 8,20 . (2) Gn 12,7 . (3) Gn 12,8 . (4) Gn 13,18 . (5) Dt 27,5 . (6) Joz 8,30 . (7) Re 6,24 . (8) Re 6,26 . (9) 1 S 7,17 . (10) 1 S 14,35 (2X) . (11) 2 S 24,21 . (12) 2 S 24,25 . (13) Js 19,19 . (14) 1 Kr 21,18 . (15) 1 Kr 21,22 . (16) 1 Kr 21,26 .

Dt 27,5.2. - 4. שָׁם מִזְבֵחַ לָיהוה = sjâm mizëbeach lâJHWH (daar een altaar voor JHWH) . Tenakh (5) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 12,8 . (3) Gn 13,18 . (4) Dt 27,5 . (5) 1 S 7,17 .

Dt 27,5.6. מִזְבֵחַ = mizëbeach (altaar) . Taalgebruik in Tenakh : mizëbeach (altaar) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 57 (3 X 19) . Structuur : 4 - 7 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (111) . Pentateuch (49) . Eerdere Profeten (31) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (24) .


Dt 27,6 - Dt 27,6 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6 λίθους ὁλοκλήρους οἰκοδομήσεις θυσιαστήριον Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου καὶ ἀνοίσεις ἐπ᾿ αὐτὸ ὁλοκαυτώματα Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου       [6] Van ruwe steenblokken moet u dat altaar bouwen. Daarop moet u aan de heer uw God brandoffers opdragen      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 27,6 .

Dt 27,6.5. מִזְבֵחַ = mizëbeach (altaar) . Taalgebruik in Tenakh : mizëbeach (altaar) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 57 (3 X 19) . Structuur : 4 - 7 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (111) . Pentateuch (49) . Eerdere Profeten (31) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (24) . 2 K (1) 2 K 23,9 . mizëbeach JHWH (altaar van JHWH) . Tenakh (22) : (1) Lv 17, 6 . (2) Dt 12,27 (2X) . (3) Dt 16,21 . (4) Dt 26,4 . (5) Dt 27,6 . (6) Joz 22,19 . (7) Joz 22,28 . (8) Joz 22,29 . (9) 1 K 8,22 . (10) 1 K 8,54 . (11) 1 K 18,30 . (12) 2 K 23,9 . 2 Kr (7) . (20) Neh 10,35 . (21) Mal 2,13 .


Dt 27,7 - Dt 27,7 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7 καὶ θύσεις ἐκεῖ θυσίαν σωτηρίου καὶ φαγῇ καὶ ἐμπλησθήσῃ και εὐφρανθήσῃ ἔναντι Κυρίου τοῦ Θεοῦ σου.       [7] en ook slachtoffers, er maaltijd houden en feestvieren voor de heer uw God.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,8 - Dt 27,8 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8 καὶ γράψεις ἐπὶ τῶν λίθων πάντα τὸν νόμον τοῦτον σαφῶς σφόδρα.       [8] En in de stenen moet u duidelijk alle woorden van deze Wet griffen.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 27,8 .

Dt 27,8.1. וְכָתַבְתָּ = wëkhâthabhëthâ (en jij zult schrijven) < prefix voegwoord wë -> û + werkwoordvorm act. qal perf. 2de pers. mann. enk. van het werkw. כָּתַב= kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven) . Getalswaarde : kaph = 12 of 30 , thaw = 22 of 400 , beth = 2 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 342 (2 X 3² X 19) . Structuur : 3 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (3) : (1) Dt 27,3 . (2) Dt 27,8 . (3) Jr 36,2 .
- Grieks : act. ind. fut. 2de pers. enk. grapseis (jij zult schrijven) van het werkwoord γραφω = grafô (schrijven) . Taalgebruik in het NT : grafô (schrijven) . Taalgebruik in de LXX : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Mc : grafô (schrijven) . Bijbel (4) : (1) Dt 27,3 . (2) Dt 27,8 . (3) Jr 32,44 . (4) Ez 37,16 .
- Ned. : schrijven ( s - ch=g of k - p = b = f = v . Arabisch : كَتَبَ = kataba (schrijven) . Taalgebruik in de Qoran : kataba (schrijven) . Aramees : סְפַר = sephar (tellen, schrijven) . D. : schreiben . E. : write . Fr. : écrire . Grieks : γραφω = grafô (schrijven,griften) . Taalgebruik in het NT : grafô (schrijven) . Hebreeuws : סָפַר = sâphar (cijferen, tellen, schrijven, griften) . Taalgebruik in Tenakh : sâphar (schrijven, griften, cijferen) EN כָּתַב= kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven) . Latijn : scribere .

4. - 7. אִת דִּבְרֵי יהוה = ´eth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Am 8,11 . (2) Nu 11,24 .
- אֶת דִּבְרֵי יהוה = ´èth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (3) : (1) Joz 3,9 . (2) 2 Kr 11,4. (3) Jr 36,6 .
- אִת כָּל דִּבְרֵי יהוה = ´eth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (6) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) 1 S 8,10 . (5) Jr 36,4 . (6) Ez 11,25 .
- אֶת כָּל דִּבְרֵי יהוה = ´èth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Jr 36,11 . (2) Jr 43,1 .
- אֶת כָּל דִּבְרֵי הַתּוֹרָה = ´èth kâl dibhër(j)e haththôrâh (al de woorden van de Thorah) . Tenach (8 ) : (1) Dt 17,19 . (2) Dt 27,3 . (3) Dt 27,8 . (4) Dt 28,58 . (5) Dt 29,28 . (6) Dt 31,12 . (7) Dt 32,46 . (8) Joz 8,34 .

9. act. piël inf. absol. בַּאֵר = ba´er van het werkw. בָאַר = bâ´ar (verklaren, duidelijk maken) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 , resj = 20 of 200 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 1 - 2 . De som van de elementen istelkens 5 .


Dt 27,9 - Dt 27,9 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9 Καὶ ἐλάλησε Μωυσῆς καὶ οἱ ἱερεῖς οἱ Λευῖται παντὶ ᾿Ισραὴλ λέγοντες· σιώπα καὶ ἄκουε, ᾿Ισραήλ· ἐν τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ γέγονας εἰς λαὸν Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου·       [9] Mozes en de Levitische priesters richtten het woord tot heel Israël: 'Wees stil, Israël, en luister! Vandaag bent u het volk van de heer uw God geworden. [      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,10 - Dt 27,10 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10 καὶ εἰσακούσῃτῆς φωνῆς Κυρίου τοῦ Θεοῦ σου καὶ ποιήσεις πάσας τὰς ἐντολὰς αὐτοῦ καὶ τὰ δικαιώματα αὐτοῦ, ὅσα ἐγὼ ἐντέλλομαί σοι σήμερον.   --בַּאֵר הֵיטֵב. {ס} ט וַיְדַבֵּר מֹשֶׁה וְהַכֹּהֲנִים הַלְוִיִּם, אֶל כָּל-יִשְׂרָאֵל לֵאמֹר: הַסְכֵּת וּשְׁמַע, יִשְׂרָאֵל, הַיּוֹם הַזֶּה נִהְיֵיתָ לְעָם, לַיהוָה אֱלֹהֶי   10] Daarom moet u Hem gehoorzamen en zijn geboden en voorschriften volbrengen, die ik u vandaag voorhoud.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Dt 27,10 . Het vers Dt 27,10 telt 13 woorden en 52 (2² X 13 of 2 X 26) letters . De getalwaarde van Dt 27,10 is 4105 (5 X 821) .

Dt 27,10.1. וְשָׁמַעְתָּ = wësjâma`thâ < prefix voegwoord wë (en) + werkwoordvorm act. qal perf. 2de pers. mann. enk. sjâma`thâ van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Dt : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Structuur : 3 - 4 - 7 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenach (17) . Pentateuch , enkel in Dt (7) : (1) Dt 4,30 . (2) Dt 6,3 . (3) Dt 12,28 . (4) Dt 17,4 . (5) Dt 27,10 . (6) Dt 30,2 . (7) Dt 30,8 .
- Grieks : ακουω = akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Een vorm van ακουω = akouô (horen) in het NT (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin .
- Ned. : horen . Horen en oor zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ους = ous / ως= ôs , ωτις = ôtis . Lat. : auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Arabisch : سَمِعَ = sami`a (luisteren, horen) . Taalgebruik in de Qoran : sami`a (luisteren, horen) . D. hören . E. : to hear . Fr. : écouter . Grieks : ακουω = akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Hebreeuws : שָׁמַע = sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenakh : sjâm`â (horen, luisteren) .

Dt 27,10.2. - 3. בְּקֹל יהוה = bëqôl JHWH (naar de stem van JHWH) . Tenach (12) : (1) Dt 8,20 . (2) Dt 13,19 . (3) Dt 15,5 . (4) Dt 26,14 . (5) Dt 27,10 . (6) Dt 28,1 . (7) Dt 28,2 . (8) Dt 28,15 . (9) Dt 28,45 . (10) Dt 28,62 . (11) Dt 30,8 . (12) Dt 30,10 .

1. - 3. וְשָׁמַעְתָּ בְּקֹל יהוה אֱלֹהֶיךָ = wësjâma`thâ bëqôl JHWH ´èlohèkhâ (en je zult luisteren naar de stem van JHWH , je God) . Tenach (2) : (1) Dt 27,10 . (2) Dt 30,8 .

Dt 27,10.10. - 12. אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם = ´äsjèr ´ânokhî mëtsawwèh ´èthëkhèm (ik bevelende jullie) . Tenakh (10) : (1) Dt 4,2 (2X) . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,27 . (5) Dt 11,28 . (6) Dt 12,11 . (7) Dt 13,1 . (8) Dt 27,1 . (9) Dt 27,4 . (10) Dt 28,14 .
- אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ = ´asjèr ´ânokhî mëtsawwëkhâ (die ik opdragende) . Tenakh (22) : (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,2 . (4) Dt 6,6 . (5) Dt 7,11 . (6) Dt 8,1 . (7) Dt 8,11 . (8) Dt 10,13 . (9) Dt 11,8 . (10) Dt 12,14 . (11) Dt 12,28 . (12) Dt 13,19 . (13) Dt 15,5 . (14) Dt 19,9 . (15) Dt 27,10 . (16) Dt 28,1 . (17) Dt 28,13 . (18) Dt 28,15 . (19) Dt 30,2 . (20) Dt 30,8 . (21) Dt 30,11 . (22) Dt 30,16 .

Dt 27,11 - Dt 27,11 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,12 - Dt 27,12 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

7. הַר = har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 200 ; totaal : 25 (5²) of 205 (5 x 41) . Structuur : 5 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (114) . Pentateuch (31) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (29) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (17) . Dt (14) : (1) Dt 1,2 . (2) Dt 1,7 . (3) Dt 1,19 . (4) Dt 1,20 . (5) Dt 2,1 . (6) Dt 2,5 . (7) Dt 3,8 . (8) Dt 3,12 . (9) Dt 4,48 . (10) Dt 11,29 . (11) Dt 27,12 . (12) Dt 32,49 . (13) Dt 33,19 . (14) Dt 34,1 .
- Grieks : ὁρος = horos (berg) . Taalgebruik in het NT : horos (berg) . Taalgebruik in de LXX : horos (berg) .
- Ned. : berg , gebergte . D. : Gebirge . E. : mount . Fr. : mont / montagne . Grieks : ὁρος = horos (berg) . Taalgebruik in het NT : horos (berg) . Hebr. : הַר = har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Lat. mons , -tis .

Dt 27,13 - Dt 27,13 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,14 - Dt 27,14 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,15 - Dt 27,15 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,16 - Dt 27,16 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,17 - Dt 27,17 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,18 - Dt 27,18 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,19 - Dt 27,19 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,20 - Dt 27,20 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,21 - Dt 27,21 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,22 - Dt 27,22 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,23 - Dt 27,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,24 - Dt 27,24 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,25 - Dt 27,25 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Dt 27,26 - Dt 27,26 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


MT

א וַיְצַו מֹשֶׁה וְזִקְנֵי יִשְׂרָאֵל, אֶת-הָעָם לֵאמֹר: שָׁמֹר, אֶת-כָּל-הַמִּצְוָה, אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם, הַיּוֹם. ב וְהָיָה, בַּיּוֹם אֲשֶׁר תַּעַבְרוּ אֶת-הַיַּרְדֵּן, אֶל-הָאָרֶץ, אֲשֶׁר-יְהוָה אֱלֹהֶיךָ נֹתֵן לָךְ--וַהֲקֵמֹתָ לְךָ אֲבָנִים גְּדֹלוֹת, וְשַׂדְתָּ אֹתָם בַּשִּׂיד. ג וְכָתַבְתָּ עֲלֵיהֶן, אֶת-כָּל-דִּבְרֵי הַתּוֹרָה הַזֹּאת--בְּעָבְרֶךָ: לְמַעַן אֲשֶׁר תָּבֹא אֶל-הָאָרֶץ אֲשֶׁר-יְהוָה אֱלֹהֶיךָ נֹתֵן לְךָ, אֶרֶץ זָבַת חָלָב וּדְבַשׁ, כַּאֲשֶׁר דִּבֶּר יְהוָה אֱלֹהֵי-אֲבֹתֶיךָ, לָךְ. ד וְהָיָה, בְּעָבְרְכֶם אֶת-הַיַּרְדֵּן, תָּקִימוּ אֶת-הָאֲבָנִים הָאֵלֶּה אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם הַיּוֹם, בְּהַר עֵיבָל; וְשַׂדְתָּ אוֹתָם, בַּשִּׂיד. ה וּבָנִיתָ שָּׁם מִזְבֵּחַ, לַיהוָה אֱלֹהֶיךָ: מִזְבַּח אֲבָנִים, לֹא-תָנִיף עֲלֵיהֶם בַּרְזֶל. ו אֲבָנִים שְׁלֵמוֹת תִּבְנֶה, אֶת-מִזְבַּח יְהוָה אֱלֹהֶיךָ; וְהַעֲלִיתָ עָלָיו עוֹלֹת, לַיהוָה אֱלֹהֶיךָ. ז וְזָבַחְתָּ שְׁלָמִים, וְאָכַלְתָּ שָּׁם; וְשָׂמַחְתָּ, לִפְנֵי יְהוָה אֱלֹהֶיךָ. ח וְכָתַבְתָּ עַל-הָאֲבָנִים, אֶת-כָּל-דִּבְרֵי הַתּוֹרָה הַזֹּאת--בַּאֵר הֵיטֵב. {ס} ט וַיְדַבֵּר מֹשֶׁה וְהַכֹּהֲנִים הַלְוִיִּם, אֶל כָּל-יִשְׂרָאֵל לֵאמֹר: הַסְכֵּת וּשְׁמַע, יִשְׂרָאֵל, הַיּוֹם הַזֶּה נִהְיֵיתָ לְעָם, לַיהוָה אֱלֹהֶיךָ. י וְשָׁמַעְתָּ, בְּקוֹל יְהוָה אֱלֹהֶיךָ; וְעָשִׂיתָ אֶת-מִצְו‍ֹתָו וְאֶת-חֻקָּיו, אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ הַיּוֹם. {ס} יא וַיְצַו מֹשֶׁה אֶת-הָעָם, בַּיּוֹם הַהוּא לֵאמֹר. יב אֵלֶּה יַעַמְדוּ לְבָרֵךְ אֶת-הָעָם, עַל-הַר גְּרִזִים, בְּעָבְרְכֶם, אֶת-הַיַּרְדֵּן: שִׁמְעוֹן וְלֵוִי וִיהוּדָה, וְיִשָּׂשכָר וְיוֹסֵף וּבִנְיָמִן. יג וְאֵלֶּה יַעַמְדוּ עַל-הַקְּלָלָה, בְּהַר עֵיבָל: רְאוּבֵן גָּד וְאָשֵׁר, וּזְבוּלֻן דָּן וְנַפְתָּלִי. יד וְעָנוּ הַלְוִיִּם, וְאָמְרוּ אֶל-כָּל-אִישׁ יִשְׂרָאֵל--קוֹל רָם. {ס} טו אָרוּר הָאִישׁ אֲשֶׁר יַעֲשֶׂה פֶסֶל וּמַסֵּכָה תּוֹעֲבַת יְהוָה, מַעֲשֵׂה יְדֵי חָרָשׁ--וְשָׂם בַּסָּתֶר; וְעָנוּ כָל-הָעָם וְאָמְרוּ, אָמֵן. {ס} טז אָרוּר, מַקְלֶה אָבִיו וְאִמּוֹ; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {ס} יז אָרוּר, מַסִּיג גְּבוּל רֵעֵהוּ; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {ס} יח אָרוּר, מַשְׁגֶּה עִוֵּר בַּדָּרֶךְ; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {ס} יט אָרוּר, מַטֶּה מִשְׁפַּט גֵּר-יָתוֹם--וְאַלְמָנָה; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. כ אָרוּר, שֹׁכֵב עִם-אֵשֶׁת אָבִיו--כִּי גִלָּה, כְּנַף אָבִיו; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {ס} כא אָרוּר, שֹׁכֵב עִם-כָּל-בְּהֵמָה; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {ס} כב אָרוּר, שֹׁכֵב עִם-אֲחֹתוֹ--בַּת-אָבִיו, אוֹ בַת-אִמּוֹ; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {ס} כג אָרוּר, שֹׁכֵב עִם-חֹתַנְתּוֹ; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {ס} כד אָרוּר, מַכֵּה רֵעֵהוּ בַּסָּתֶר; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {ס} כה אָרוּר לֹקֵחַ שֹׁחַד, לְהַכּוֹת נֶפֶשׁ דָּם נָקִי; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {ס} כו אָרוּר, אֲשֶׁר לֹא-יָקִים אֶת-דִּבְרֵי הַתּוֹרָה-הַזֹּאת--לַעֲשׂוֹת אוֹתָם; וְאָמַר כָּל-הָעָם, אָמֵן. {פ}

 

LXX

ΚΑΙ προσέταξε Μωυσῆς καὶ ἡ γερουσία ᾿Ισραὴλ λέγων· φυλάσσεσθε πάσας τὰς ἐντολὰς ταύτας, ὅσας ἐγὼ ἐντέλλομαι ὑμῖν σήμερον. 2 καὶ ἔσται ᾗ ἂν ἡμέρᾳ διαβῆτε τὸν ᾿Ιορδάνην εἰς τὴν γῆν, ἣν Κύριος ὁ Θεός σου δίδωσί σοι, καὶ στήσεις σεαυτῷ λίθους μεγάλους καὶ κονιάσεις αὐτοὺς κονίᾳ 3 καὶ γράψεις ἐπὶ τῶν λίθων τούτων πάντας τοὺς λόγους τοῦ νόμου τούτου, ὡς ἂν διαβῆτε τὸν ᾿Ιορδάνην, ἡνίκα ἂν εἰσέλθητε εἰς τὴν γῆν, ἣν Κύριος ὁ Θεὸς τῶν πατέρων σου δίδωσί σοι, γῆν ρέουσαν γάλα καὶ μέλι, ὃν τρόπον εἶπε Κύριος ὁ Θεὸς τῶν πατέρων σού σοι· 4 καὶ ἔσται ὡς ἂν διαβῆτε τὸν ᾿Ιορδάνην, στήσετε τοὺς λίθους τούτους, οὓς ἐγὼ ἐντέλλομαί σοι σήμερον, ἐν ὄρει Γαιβὰλ καὶ κονιάσεις αὐτοὺς κονίᾳ. 5 καὶ οἰκοδομήσεις ἐκεῖ θυσιαστήριον Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου, θυσιαστήριον ἐκ λίθων, οὐκ ἐπιβαλεῖς ἐπ᾿ αὐτὸ σίδηρον· 6 λίθους ὁλοκλήρους οἰκοδομήσεις θυσιαστήριον Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου καὶ ἀνοίσεις ἐπ᾿ αὐτὸ ὁλοκαυτώματα Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου 7 καὶ θύσεις ἐκεῖ θυσίαν σωτηρίου καὶ φαγῇ καὶ ἐμπλησθήσῃ και εὐφρανθήσῃ ἔναντι Κυρίου τοῦ Θεοῦ σου. 8 καὶ γράψεις ἐπὶ τῶν λίθων πάντα τὸν νόμον τοῦτον σαφῶς σφόδρα. 9 Καὶ ἐλάλησε Μωυσῆς καὶ οἱ ἱερεῖς οἱ Λευῖται παντὶ ᾿Ισραὴλ λέγοντες· σιώπα καὶ ἄκουε, ᾿Ισραήλ· ἐν τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ γέγονας εἰς λαὸν Κυρίῳ τῷ Θεῷ σου· 10 καὶ εἰσακούσῃτῆς φωνῆς Κυρίου τοῦ Θεοῦ σου καὶ ποιήσεις πάσας τὰς ἐντολὰς αὐτοῦ καὶ τὰ δικαιώματα αὐτοῦ, ὅσα ἐγὼ ἐντέλλομαί σοι σήμερον. 11 Καὶ ἐνετείλατο Μωυσῆς τῷ λαῷ ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ λέγων· 12 οὗτοι στήσονται εὐλογεῖν τὸν λαὸν ἐν ὄρει Γαριζὶν διαβάντες τὸν ᾿Ιορδάνην· Συμεών, Λευί, ᾿Ιούδας, ᾿Ισσάχαρ, ᾿Ιωσὴφ καὶ Βενιαμίν. 13 καὶ οὗτοι στήσονται ἐπὶ τῆς κατάρας ἐν ὄρει Γαιβάλ· Ρουβήν, Γὰδ καὶ ᾿Ασήρ, Ζαβουλών, Δὰν καὶ Νεφθαλί. 14 καὶ ἀποκριθέντες ἐροῦσιν οἱ Λευῖται παντὶ ᾿Ισραὴλ φωνῇ μεγάλῃ· 15 ᾿Επικατάρατος ἄνθρωπος, ὅστις ποιήσει γλυπτὸν καὶ χωνευτόν, βδέλυγμα Κυρίῳ, ἔργον χειρῶν τεχνιτῶν, καὶ θήσει αὐτὸ ἐν ἀποκρύφῳ· καὶ ἀποκριθεὶς πᾶς ὁ λαὸς ἐροῦσι· γένοιτο. 16 ἐπικατάρατος ὁ ἀτιμάζων πατέρα αὐτοῦ ἢ μητέρα αὐτοῦ· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 17 ἐπικατάρατος ὁ μετατιθεὶς ὅρια τοῦ πλησίον· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 18 ἐπικατάρατος ὁ πλανῶν τυφλὸν ἐν ὁδῷ· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 19 ἐπικατάρατος ὃς ἂν ἐκκλίνῃ κρίσιν προσηλύτου καὶ ὀρφανοῦ καὶ χήρας· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 20 ἐπικατάρατος ὁ κοιμώμενος μετὰ γυναικὸς τοῦ πατρὸς αὐτοῦ, ὅτι ἀπεκάλυψε συγκάλυμμα τοῦ πατρὸς αὐτοῦ· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 21 ἐπικατάρατος ὁ κοιμώμενος μετὰ παντὸς κτήνους· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 22 ἐπικατάρατος ὁ κοιμώμενος μετὰ ἀδελφῆς ἐκ πατρὸς ἢ μητρὸς αὐτοῦ· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 23 ἐπικατάρατος ὁ κοιμώμενος μετὰ πενθερᾶς αὐτοῦ· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. ἐπικατάρατος ὁ κοιμώμενος μετὰ τῆς ἀδελφῆς τῆς γυναικὸς αὐτοῦ· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 24 ἐπικατάρατος ὁ τύπτων τὸν πλησίον δόλῳ· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 25 ἐπικατάρατος ὃς ἂν λάβῃ δῶρα πατάξαι ψυχὴν αἵματος ἀθῴου· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο. 26 ἐπικατάρατος πᾶς ἄνθρωπος ὃς οὐκ ἐμμενεῖ ἐν πᾶσι τοῖς λόγοις τοῦ νόμου τούτου ποιῆσαι αὐτούς· καὶ ἐροῦσι πᾶς ὁ λαός· γένοιτο.


Willibrordvertaling

Hoofdstuk 27 De gedenksteen en het altaar [1] Mozes* en de oudsten van Israël droegen het volk op: 'Onderhoud de voorschriften die ik u vandaag geef. [2] Op* de dag dat u de Jordaan overtrekt naar het land dat de heer uw God u schenkt, moet u grote stenen oprichten, ze met kalk bestrijken [3] en daarin alle bepalingen van deze Wet* griffen, op de dag dat u oversteekt. Dan zult u het land binnengaan dat de heer uw God u schenkt, een land dat overvloeit van melk en honing, zoals de heer, de God van uw vaderen, u beloofd heeft. [4] Als u de Jordaan over bent, moet u die stenen op de berg Ebal oprichten, zoals ik u vandaag voorschrijf, en ze met kalk bestrijken. [5] U moet daar voor de heer uw God een altaar bouwen, met onbehouwen stenen. [6] Van ruwe steenblokken moet u dat altaar bouwen. Daarop moet u aan de heer uw God brandoffers opdragen [7] en ook slachtoffers, er maaltijd houden en feestvieren voor de heer uw God. [8] En in de stenen moet u duidelijk alle woorden van deze Wet griffen.' [9] Mozes en de Levitische priesters richtten het woord tot heel Israël: 'Wees stil, Israël, en luister! Vandaag bent u het volk van de heer uw God geworden. [10] Daarom moet u Hem gehoorzamen en zijn geboden en voorschriften volbrengen, die ik u vandaag voorhoud.' Vervloekingen [11] Op die dag gebood Mozes het volk: [12] 'Wanneer u de Jordaan bent overgestoken, moeten de volgende stammen op de Gerizim gaan staan om de zegen uit te spreken over het volk: Simeon, Levi, Juda, Issakar, Jozef en Benjamin. [13] En de volgende stammen moeten op de Ebal gaan staan voor de vervloeking: Ruben, Gad, Aser, Zebulon, Dan en Naftali. [14] Dan moeten de Levieten het woord nemen en met luide stem tegen alle mannen van Israël zeggen: [15] "Vervloekt* is de man die een gehouwen of gegoten beeld maakt en dat in het verborgene opstelt, want de heer verafschuwt het maaksel van zo'n beeldhouwer." En heel het volk antwoordt: "Amen." [16] "Vervloekt wie zijn vader of moeder veracht." En heel het volk zegt: "Amen." [17] "Vervloekt wie bij zijn buurman een grenssteen verlegt." En heel het volk zegt: "Amen." [18] "Vervloekt wie een blinde de verkeerde weg wijst." En heel het volk zegt: "Amen." [19] "Vervloekt wie de rechten van vreemdeling, wees of weduwe schendt." En heel het volk zegt: "Amen." [20] "Vervloekt wie slaapt bij de vrouw van zijn vader; want hij slaat het dek van zijn vader op." En heel het volk zegt: "Amen." [21] "Vervloekt wie slaapt bij een dier." En heel het volk zegt: "Amen." [22] "Vervloekt wie slaapt bij zijn zuster, een dochter van zijn vader of zijn moeder." En heel het volk zegt: "Amen." [23] "Vervloekt wie slaapt bij zijn schoonmoeder." En heel het volk zegt: "Amen." [24] "Vervloekt wie zijn naaste heimelijk neerslaat." En heel het volk zegt: "Amen." [25] "Vervloekt wie steekpenningen aanneemt om onschuldig bloed te vergieten." En heel het volk zegt: "Amen." [26] "Vervloekt wie de voorschriften van deze Wet niet hooghoudt en ze niet volbrengt." En heel het volk zegt: "Amen."