EXODUS 1 . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 -

. Bibliografie . Literatuur . Liturgisch gebruik . Overzicht bijbelboeken . Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken . Overzicht van deze website

Overzicht van Exodus : . Ex 1 . Ex 2 . Ex 3 . Ex 4 . Ex 5 . Ex 6 . Ex 7 . Ex 8 . Ex 9 . Ex 10 . Ex 11 . Ex 12 . Ex 13 . Ex 14 . Ex 15 . Ex 16 . Ex 17 . Ex 18 . Ex 19 . Ex 20 . Ex 21 . Ex 22 . Ex 23 . Ex 24 . Ex 25 . Ex 26 . Ex 27 . Ex 28 . Ex 29 . Ex 30 . Ex 31 . Ex 32 . Ex 33 . Ex 34 . Ex 35 . Ex 36 . Ex 37 . Ex 38 . Ex 39 . Ex 40 .
Overzicht vers per vers : . Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik . A . B . C . D . E . F . G . H . I . J . K . L . M . N . O . P . Q . R . S . T . U . V . W . X . Y . Z . , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik . A . B . C . D . E . F . G . H . I . J . K . L . M . N . O . P . Q . R . S . T . U . V . W . X . Y . Z . , Septuaginta : commentaar ,

Exodus : overzicht , Exodus : taalgebruik . Exodus A . Exodus B . Exodus C . Exodus D . Exodus E . Exodus F . Exodus G . Exodus H . Exodus I . Exodus J . Exodus K . Exodus L . Exodus M . Exodus N . Exodus O . Exodus P . Exodus Q . Exodus R . Exodus S . Exodus T . Exodus U . Exodus V . Exodus W . Exodus X . Exodus Y . Exodus Z . , Exodus : commentaar ,

ALGEMEEN OVERZICHT

.
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen . A . B . C . D . E . F . G . H . I . J . K . L . M . N . O . P . Q . R . S . T . U . V . W . X . Y . Z . , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik . A . B . C . D . E . F . G . H . I . J . K . L . M . N . O . P . Q . R . S . T . U . V . W . X . Y . Z . , NT : commentaar


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 

Vie et mort dans la Bible . Aux origines du Dieu unique . Auteur(s) : Jean Soler . 238 pages, 16 x 23 cm, 2-87706-498-0 . Collection : , éditeur : Editions de Fa0llois, 2004 . (22 €), 240 gr

         
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   - King James Bible 11. Luther-Bibel    

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT . VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
. STARTPAGINA . AGENDA . BIJ DE HAND . NIEUW . OVERZICHT .  TIJDSCHRIFTEN .
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
. A . B . C . D . E . F . G . H . I . J . K . L . M . N . O . P . Q . R . S . T . U . V . W . X . Y . Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen. zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken . bijbeloverzicht . bijbelverwijzingen . OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) . NT : Mt (Matteüs) . Mc (Marcus) . Lc (Lucas) . Joh (Johannes) . Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : . bibliografie bijbel . bibliografie van het Oude Testament . bibliografie Matteüsevangelie . bibliografie Marcusevangelie . bibliografie Lucasevangelie . bibliografie van het Johannesevangelie . bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Ex 1,1-22 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .

Ex 1,1 . Ex 1,1 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
1tauta ta onomata tôn uiôn israèl tôn eispeporeumenôn eis aigupton ama iakôb tô patri autôn ekastos panoikia autôn eisèlthosan 1 haec sunt nomina filiorum Israhel qui ingressi sunt Aegyptum cum Iacob singuli cum domibus suis introierunt   1 Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die in Egypte gekomen zijn, met Jakob; zij kwamen er in, elk met zijn huis. [1] Dit zijn de namen van de zonen van Israël* die in Egypte gekomen waren met Jakob, ieder met zijn familie: [1] Dit zijn de namen van de zonen van Israël die samen met hem, Jakob, naar Egypte waren gekomen, ieder met zijn gezin: 1:1 Dit zijn de namen van de zonen Israëls die naar Egypte zijn gekomen; met Jakob, elk met zijn huis, zijn ze gekomen: Exodus 1. Voici les noms des Israélites qui entrèrent en Égypte avec Jacob ; ils y vinrent chacun avec sa famille :

King James Bible . [1] Now these are the names of the children of Israel, which came into Egypt; every man and his household came with Jacob.
Luther. Bibel . 1 1 Dies sind die Namen der Söhne Israels, die mit Jakob nach Ägypten kamen; ein jeder kam mit seinem Hause:

Tekstuitleg van Ex 1,1 . De volgorde is : Lea , Rachel , Bilha (de bijvrouw van Rachel) en Zilpa (de bijvrouw van Lea) . Lea en Zilpa, de bijvrouw van Lea , vormen de buitenste kring ; Rachel en Bilha , de bijvrouw van Rachel , vormen de binnenste kring . De zonen zijn : Ruben , Simeon , Levi , Juda , Issakar , Zebulon , Benjamin , Dan , Neftali , Gad , Aser . Jozef wordt in deze lijst niet vermeld . Ex 1,2-4 telt 11 woorden en 39 (3 X 13 OF 26 + 13) letters . In Ex 1,5 wordt 70 vermeld , maar het getal 12 komt in Ex 1,1-5 niet voor . We komen tot 12 als we Jakob meerekenen bij de 12 zonen .

1. - 4. wë´ellèh sjëmôth bëne(j) jishërâ´el (en dit zijn de namen van de zonen van Israël) . Tenakh (2) : (1) Gn 46,8 . (2) Ex 1,1 .

5. - 6. habbâ´îm mitsërajëmâh (Gn 46,8) / mitsërâjëmâh (Ex 1,1) .

Ex 1,2 . Ex 1,2 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2roubèn sumeôn leui ioudas 2 Ruben Symeon Levi Iuda rë´ûbhen sjimë`ôn lewî wîhûdâh 2 Ruben, Simeon, Levi, en Juda; [2] Ruben, Simeon, Levi, Juda,  [2] Ruben, Simeon, Levi, Juda, 1:2 Ruben, Simeon, Levi en Juda; 2. Ruben, Siméon, Lévi et Juda,

King James Bible . [2] Reuben, Simeon, Levi, and Judah,
Luther. Bibel . 2 Ruben, Simeon, Levi, Juda,

a. rë´ûbhen sjimë`ôn lewî wîhûdâh (Ruben , Simeon , Levi en Juda) .

  1. 2. 3. 4.
  רְאוּבֵן שִׁמְעוֹן לֵוִי וִיהוּדָה׃
rë´ûbhen sjimë`ôn lewî wîhûdâh
ראובן שׁמעון לוי ו · יהודה
Ruben Simeon Levi en Judah

Tekstuitleg van Ex 1,2 . Het vers Ex 1,2 telt 4 woorden en 19 letters . De getalwaarde van Ex 1,2 is 807 (3 X 269) . 801 (3² X 89) . In de lijst van 11 namen komen eerst de 4 zonen van Lea : Ruben , Simeon , Levi en Juda . De opsomming van de 6 zonen van Lea vinden we in Ex 1,2 en 1 Kr 2,1 met dit verschil ; in Ex 1,2 is er een lijst van 4 en volgen de twee andere zonen . Hierdoor krijgt de 4de naam een wë (en) ; in 1 Kr 2,1 wordt de lijst afgesloten met de 6de naam , voorafgegaan door wë (en) .

Ex 1,2.1. rë´ûbhen (Ruben) . Taalgebruik in Tenakh : rë´ûbhen (Ruben) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , waw = 6 , ben = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 43 OF 259 (7 X 37) . Structuur : 2 . 1 . 6 . 2 . 5 . Gr. roubèn (Ruben) . Bijbel (84) . Tenakh (65) . Pentateuch (34) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (6) . Gn (12) : (1) Gn 29,32 . (2) Gn 30,14 . (3) Gn 35,22 . (4) Gn 35,23 . (5) Gn 37,21 . (6) Gn 37,22 . (7) Gn 37,29 . (8) Gn 42,22 . (9) Gn 42,37 . (10) Gn 46,8 . (11) Gn 46,9 . (12) Gn 49,3 . Ex (2) : (1) Ex 1,2 . (2) Ex 6,14 . rë´ûbhen < act. imper. 2de pers. mann. mv. rë´û (ziet) en ben (zoon) . > ziet een zoon . De etymologische verklaring van Gn 29,32 is : kî râ´âh JHWH bë`ânëjî (want JHWH keek naar mijn vernedering) . In râ´âh (hij keek) zit de resj en de aleph ; in bë`ônëjî (naar mijn vernedering) de beth , de o. klank (`ânë) , de nun . In het woord rë´ûbhen (Ruben) en bë`ônëjî (naar mijn vernedering) zit het woord ben (zoon) . Ruben is de oudste zoon van Jakob . Hij is de zoon van Lea , dochter van Laban en de oudere zus van Rachel

Ex 1,2.2. sjimë`ôn (Simeon) . Taalgebruik in Tenakh : sjimë`ôn (Simeon) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 70 (2 X 5 X 7) of 466 (2 X 233) . Structuur : 3 . 4 . 7 . 6 . 5 . Gr. sumeôn (Simeon) . Bijbel (55) . Tenakh (33) . Pentateuch (18) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (6) . Gn (7) : (1) Gn 29,33 . (2) Gn 34,25 . (3) Gn 34,30 . (4) Gn 42,24 . (5) Gn 43,23 . (6) Gn 46,10 . (7) Gn 49,5 . Ex (2) : (1) Ex 1,2 . (2) Ex 6,15 . Nu (8) . Dt (1) . De etymologische verklaring van Gn 29,33 is : kî sjâma` JHWH (want JHWH hoorde) . In shënû´ âh (passief qal part. vr. enk. (niet bemind wordend) zitten de letters een shin (geen sjin) , een nun en een waw . Simeon is de tweede zoon van Lea en Jakob , dochter van Laban en oudere zus van Rachel .

Ex 1,2.3. lewî (Levi) . Taalgebruik in Tenakh : lewî (Levi) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 28 (2² X 7) of 46 (2 X 23) . Structuur : 3 . 6 . 10 . Het getal 46 is gelijk aan 2 X 23 (of : aleph + taw , kaph + lamed , die samen een lemniscaat of een 8 vormen) . Gr. lewi (Levi) . Bijbel (75) . Tenakh (50) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (5) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (14) . Gn (3) : Gn 29,34 . (2) Gn 34,30 . (3) Gn 46,11 . Ex (5) : (4) Ex 1,2 . (5) Ex 2,1 . (6) Ex 6,16 . (7) Ex 32,26 . (8) Ex 32,28 . Levi was de derde zoon van Lea en Jakob .

Ex 1,2.4. wîhûdâh (en Juda) < verbindingswoord wë + jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenakh : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Structuur : 1 . 5 . 4 . 5 . Tenakh (39) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (9) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (16) . Pentateuch (3) : (1) Gn 35,23 . (2) Ex 1,2 . (3) Dt 27,12 . Juda is de vierde zoon van Lea en Jakob .

Ex 1,3 . Ex 1,3 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3issachar zaboulôn kai beniamin 3 Isachar Zabulon et Beniamin jishshâ(sh)khâr zëbhûlun ûbinëjâmim 3 Issaschar, Zebulon, en Benjamin; [3] Issakar, Zebulon, Benjamin,   [3] Issachar, Zebulon, Benjamin, 1:3 Issachar, Zebulon en Benjamin; 3. Issachar, Zabulon et Benjamin,

King James Bible . [3] Issachar, Zebulun, and Benjamin,
Luther. Bibel . 3 Issachar, Sebulon, Benjamin,

a. jishshâ(sh)khâr zëbhûlun ûbinëjâmim (Issakar , Zebulon en Benjamim)

  1. 2. 3.
  יִשָּׂשכָר זְבוּלֻן וּבִנְיָמִן׃
  jishshâ(sh)khâr zëbhûlun ûbinëjâmim
  ישׂשכר זבולון ו · בן ימין
  Issakar Zebulon en Benjamim

Tekstuitleg van Ex 1,3 . Het vers Ex 1,3 telt 3 woorden en 16 (2 X 2³) letters . De opeenvolging van de namen zijn eigen aan Ex 1,3 . Eerst worden de 2 zonen van Lea vermeld , die na de 2 zonen van Zilpa , de bijvrouw van Lea , werden geboren . Dan wordt de jongste zoon van Rachel vermeld .

Ex 1,3.1. jishshâ(sh)khâr (Issakar) . Taalgebruik in Tenakh : jishshâ(sh)khâr (Issakar) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 ; totaal : 62 (2 X 31) OF 530 (2 X 5 X 53) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 2 . Tenakh (31) . Pentateuch (13) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (9) . Gn (3) : (1) Gn 30,18 . (2) Gn 46,13 . (3) Gn 49,14 . Ex (1) : Ex 1,3 . Issakar is de 5de zoon van Lea en de 9de zoon van Jakob .

Ex 1,3.2. zëbhûlun / zëbhulôn (Zebulon) . Taalgebruik in Tenakh : zëbhûlun (Zebulon) . Getalwaarde : zajin = 7 , beth = 2 , waw = 6 , lamed = 12 of 30 , nun = 14 of 50 ; totaal : 41 OF 95 (5 X 19) . zëbhûlun . Tenakh (24) . Pentateuch (12) . Eerdere Profeten (7) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (2) . Gn (2) : (1) Gn 46,14 . (2) Gn 49,13 . zëbhulôn . Tenakh (6) : (1) Gn 30,20 . (2) Re 4,6 . (3) Re 5,18 . (4) Js 8,23 . (5) Ps 68,28 . (6) 2 Kr 30,10 . In Gn 30,20 wordt zëbhulôn (Zebulon) in verband gebracht met zâbhad (geven , schenken) en zâbhal (heersen, iemand verdragen, erbij blijven) . Zebulon is de zesde en laatste zoon van Lea en de tiende zoon van Jakob . Zijn broers (uit Lea en Jakob) zijn : Ruben , Simeon , Levi , Juda , Issakar ; zijn halfbroers uit Zilpa , de bijvrouw van Lea , en Jakob zijn : Gad en Neftali .

Ex 1,3.3. ûbinëjâmim (en Benjamim) < verbindingswoord wë + binëjâmim (Benjamim) . Taalgebruik in Tenakh : binëjâmim (Benjamim) . Getalwaarde : ben = 2 , nun = 14 of 50 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 53 OF 152 (8 X 19) . Structuur : 2 - 5 - 1 - 4 - 5 . Tenakh (27) . Pentateuch (5) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (20) . Gn (3) : (1) Gn 35,24 . (2) Gn 45,14 . (3) Gn 46,19 . Ex (1) : Ex 1,3 . Benjamin is de tweede en jongste zoon van Rachel en de twaalfde en jongste zoon van Jakob . Hij is de broer van Jozef .

Ex 1,4 . Ex 1,4 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4dan kai nefthali gad kai asèr 4 Dan et Nepthalim Gad et Aser dân wënaphëthâlî gâd wë´asjer 4 Dan en Nafthali, Gad en Aser. [4] Dan, Naftali, Gad en Aser.  [4] Dan, Naftali, Gad en Aser. 1:4 Dan en Naftali, Gad en Aser. 4. Dan et Nephtali, Gad et Asher.

King James Bible . [4] Dan, and Naphtali, Gad, and Asher.
Luther. Bibel . 4 Dan, Naftali, Gad, Asser.

a. dân wënaphëthâlî gâd wë´asjer (Dan en Neftali , Gad en Aser) .

  1. 2. 3. 4.
  דָּן וְנַפְתָּלִי גָּד וְאָשֵׁר׃
  dân wënaphëthâlî gâd wë´asjer
  דן ו · נפתלי גד ו · אשׁר
  Dan en Neftali , Gad en Aser

Tekstuitleg van Ex 1,4 . Het vers Ex 1,4 telt 4 woorden en 14 (2 X 7) letters . In dit vers worden de 4 zonen van de bijvrouwen van Rachel en Lea opgesomd . Eerst de 2 zonen van Bilha , de bijvrouw van Rachel : Dan en Neftali . Dan de 2 zonen van Zilpa , de bijvrouw van Lea : Gad en Aser . Zij worden 2 aan 2 opgesomd .

Ex 1,4.1. d-n ( דָן = dân) : (1) dân (Dan) . (2) werkwoordvorm act. qal perf. 3de pers. mann. enk. dân (hij spreekt recht) . (3) werkwoordvorm act. qal part. perf. mann. enk dân (rechtsprekende) . Taalgebruik in Tenakh : dân (Dan) . Getalwaarde : daleth = 4 , nun = 14 of 50 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 54 (2 X 3³) . Verhouding : 1 op 4 . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (53) . Pentateuch (24) . Eerdere Profeten (18) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (5) . Gn (7) : (1) Gn 14,14 . (2) Gn 15,14 . (3) Gn 30,6 . (4) Gn 35,25 . (5) Gn 46,23 . (6) Gn 49,16 . (7) Gn 49,17 . Ex (4) : (1) Ex 1,4 . (2) Ex 31,6 . (3) Ex 35,34 . (4) Ex 38,23 . De persoonsnaam Dan . Tenakh (19) . Pentateuch (8) : (1) Gn 30,6 . (2) Gn 35,25 . (3) Gn 49,16 . (4) Ex 1,4 . (5) Nu 26,42 . (6) Dt 27,13 . (7) Dt 33,22 . (8) Dt 34,1 . Dan is de 1ste zoon van Bilha , de bijvrouw van Rachel . Hij is de 5de zoon van Jakob na de 4 zonen uit Lea .

dân (Dan) OF werkw.vorm act. qal part. mann. enk dân (rechtsprekende) . Taalgebruik in Tenakh : dân (Dan) . Getalwaarde : daleth = 4 , nun = 14 of 50 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 54 (2 X 3³) . Structuur : 4 - 5 . Tenakh (53) . Pentateuch (24) . Eerdere Profeten (18) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (5) . Gn (7) : (1) Gn 14,14 . (2) Gn 15,14 . (3) Gn 30,6 . (4) Gn 35,25 . (5) Gn 46,23 . (6) Gn 49,16 . (7) Gn 49,17 . Ex (4) : (1) Ex 1,4 . (2) Ex 31,6 . (3) Ex 35,34 . (4) Ex 38,23 . De persoonsnaam Dan . Tenakh (19) . Pentateuch (8) : (1) Gn 30,6 . (2) Gn 35,25 . (3) Gn 49,16 . (4) Ex 1,4 . (5) Nu 26,42 . (6) Dt 27,13 . (7) Dt 33,22 . (8) Dt 34,1 . Eerdere Profeten (2) : (1) Joz 19,47 . (2) Re 18,29 . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (5) . Dan is de 1ste zoon van Bilha , de bijvrouw van Rachel . Hij is de 5de zoon van Jakob na de 4 zonen uit Lea .

Ex 1,4.2. wënaphëthâlî (en Neftali) < verbindingswoord wë + naphëthâlî (Neftali) . Taalgebruik in Tenakh : naphëthâlî (Neftali) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , pe = 17 of 80 , thaw = 22 of 400 , lamed = 12 of 30 , jod = 10 ; totaal : 75 (5³) OF 570 (2 X 3 X 5 X 19 X 57) . Structuur : 5 - 8 - 4 - 3 - 1 . Tenakh (5) : (1) Gn 35,25 . (2) Ex 1,4 . (3) Dt 27,13 . (4) Re 5,18 . (5) 1 Kr 12,41 . Neftali is de 2de zoon van Bilha , de bijvrouw van Rachel . Hij is de 6de zoon van Jakob .

Ex 1,4.1. - 2. dân wënaphëthâlî (Dan en Neftali) . Tenakh (3) : (1) Gn 35,25 . (2) Ex 1,4 . (3) Dt 27,13 . Dan en Neftali zijn de zonen van Bilha , de bijvrouw van Rachel .

Ex 1,4.3. gâd (Gad) . Taalgebruik in Tenakh : gâd (Gad) . Getalwaarde : gimel = 3 , daled = 4 ; totaal : 7 . Structuur : 3 - 4 . Hij is de 1ste zoon van Zilpa , de bijvrouw van Lea . Hij is de 7de zoon van Jakob . Gn (4) : (1) Gn 30,11 . (2) Gn 35,26 . (3) Gn 46,16 . (4) Gn 49,19 . Ex (2) : (1) Ex 1,4 . (2) Ex 16,31 .

Ex 1,4.4. wë´asjer (en Aser) < verbindingswoord wë + ´äsjèr (die) OF persoonsnaam ´âsjer (Aser) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (101) . Pentateuch (30) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (14) . Ex (6) : (1) Ex 1,4 . (2) Ex 9,21 . (3) Ex 20,4 . (4) Ex 21,13 . (5) Ex 29,27 . (6) Ex 30,33 . Aser is de 2de zoon van Zilpa , de bijvrouw van Lea . Hij is de 8ste zoon van Jakob .

Ex 1,4.3. - 4. gâd wë´asjer (Gad en Aser) . Tenakh (4) : (1) Gn 35,26 . (2) Ex 1,4 . (3) Dt 27,13 . (4) 1 Kr 2,2 . Gad en Aser zijn de zonen van Zilpa , de bijvrouw van Lea .

Ex 1,5 . Ex 1,5 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5iôsèf de èn en aiguptô èsan de pasai psuchai ex iakôb pente kai ebdomèkonta 5 erant igitur omnes animae eorum qui egressi sunt de femore Iacob septuaginta Ioseph autem in Aegypto erat   5 Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; doch Jozef was in Egypte. [5] Het aantal afstammelingen van Jakob bedroeg in totaal zeventig. Jozef was daarvoor al in Egypte gekomen.  [5] Jozef was al langer in Egypte. In totaal waren daar toen zeventig personen die rechtstreeks van Jakob afstamden. 1:5 Heel het zielental van wie zijn voortgekomen uit de heup van Jakob is: zeventig zielen; en Jozef wás al in Egypte. 5. Les descendants de Jacob étaient, en tout, soixante. dix personnes. Joseph, lui, était déjà en Égypte.

King James Bible . [5] And all the souls that came out of the loins of Jacob were seventy souls: for Joseph was in Egypt already.
Luther. Bibel . 5 Und alle leiblichen Nachkommen Jakobs zusammen waren siebzig an Zahl. Josef aber war schon vorher in Ägypten.

Tekstuitleg van Ex 1,5

1. wajëhî (en hij was, en het gebeurde) . häjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenach (784) . Pentateuch (181) . In tweeënveertig verzen in Ex . In twee verzen in Ex 1 : (1) Ex 1,5 . (2) Ex 1,21 .

Mannelijke afstammelingen (64) en vrouwelijke afstammelingen (2) die met Jakob naar Egypte trokken , zijn 66 . Hoe komt men dan tot 70 ? De LXX spreekt zelfs van 75 .

Ex 1,6 . Ex 1,6 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6eteleutèsen de iôsèf kai pantes oi adelfoi autou kai pasa è genea ekeinè 6 quo mortuo et universis fratribus eius omnique cognatione illa wajjâmâth jôseph wëkhâl ´èchâ(j)w wëkhol haddôr hahû´ 6 Toen nu Jozef gestorven was, en al zijn broeders, en al dat geslacht, [6] Jozef en al zijn broers en alle mensen van die generatie stierven.  [6] Jozef en zijn broers en al hun generatiegenoten stierven, 1:6 Dan sterft Jozef, en al zijn broeders, heel die generatie. 6. Puis Joseph mourut, ainsi que tous ses frères et toute cette génération.

King James Bible . [6] And Joseph died, and all his brethren, and all that generation.
Luther. Bibel . 6 Als nun Josef gestorben war und alle seine Brüder und alle, die zu der Zeit gelebt hatten,

a. wajjâmâth jôseph wëkhâl ´èchâ(j)w wëkhol haddôr hahû´ (en Jozef stierf en al zijn broers en heel die generatie)

Tekstuitleg van Ex 1,6 . Het vers Ex 1,6 telt 7 woorden en 26 (2 X 13) letters . De getalwaarde van Ex 1,6 is 981 (3² X 109) . Met de dood van Jozef in Gn 50,26 wordt de tijd van de Aartsvaders en het boek Genesis afgesloten . Met de vermelding van de dood van Jozef en zijn generatie in Ex 1,6 begint een nieuwe periode en begint ook het boek Exodus . In Egypte groeit de familie van Jakob uit tot een volk . Met Jozua heeft dat volk bezit genomen van het 'beloofde' land .

Bij de aartsvaders Abraham , Isaak , Jakob en Jozef spelen de getallen van hun leeftijden een symbolische betekenis .
1. Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 . (Gn 25,7) . 5 is de getalwaarde van de letter he . Abram en Saraj ontvangen de letter he in hun naam en zij worden vruchtbaar (Gn 17,5 en Gn 17,15) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers . Som van de factoten : 5 + 5 + 7 = 17 . Dit is de getalwaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
2. Isaak werd 180 jaar oud . 180 = 6² X 5 . (Gn 35,28) . 6 is de getalwaarde van de letter waw . In Gn 25,19 staat de waw bij het begin van het woord (thôlëdoth) . Getalwaarde : thaw = 22 of 400 ; lamed = 12 of 30 , daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 66 (2 X 3 X 11) OF 840 (2³ X 3 X 5 X 7) . thôlëdoth komt in 7 verzen in Tenakh voor . Op de 6de plaats betreft het Isaak . Som van de factoren : 6 + 6 + 5 = 17 . Dit is de getalwaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
3. Jakob werd 147 jaar oud . 147 = 7² X 3 . (Gn 49,33) . Som van de factoren : 7 + 7 + 3 = 17 . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) . Ook hier is de plaats van dit vers in de bijbel merkwaardig : het 49ste hoofdstuk en het 33ste vers . Jakob diende 7 jaar voor Lea en Rachel (Gn 29,20 en Gn 29,30) . Jakob verbleef 130 (5 X 26) jaar in Kanaän en 17 jaar in Egypte (Gn 47,28) . Merkwaardig is de plaats in de bijbel (Gn 47,28) . De buitenste getallen van 147 is 17 . Het tweede en derde getal van 147 is 47 . 28 = 4 X 7 (hierin schuilt 47) .
1. - 3. Het product van drie opeenvolgende getallen ( 5 - 6 - 7) in het kwadraat , opklimmend , met drie opeenvolgende onpare getallen afdalend .
- De plechtige zegen in Nu 6,24 - Nu 6,25 - Nu 6,26 telt 3 - 5 - 7 woorden .
4. Jozef leefde 110 jaar . 110 = 5² + 6² + 7² . De som van drie opeenvolgende getallen in het kwadraat . (Gn 50,22) . of de som van de kwadraten van de aartsvaders . Deze plaats in de bijbel is wellicht ook merkwaardig . (50ste hoofdstuk) X 22 (22ste vers) = 110 .
1. - 4. De vier leeftijden samen geeft de som van 612 (2³ X 3² X 17) . Het is een gemiddelde van 9 X 17 OF 153 . Het getal 153 is ook de som van alle getallen van 1 tot en met 17 . Daarmee is het probleem opgelost waarom de som van de factoren bij Jozef geen 17 was . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
Ook de getalwaarde van de namen van Isaak , Jakob en Jozef heeft een symbolische waarde .
2. Isaak (Gn 21,3) . jitsëchâq (Isaak) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) .
3. Jakob (Gn 25,26) . ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 OF 182 (7 X 26) .
4. Jozef (Gn 30,24) . Jôseph (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samek = 15 of 60 , qoph = 17 of 80 ; totaal : 48 (2³ X 2² X 3) OF 156 (6 X 26) .
Het product van drie opeenvolgende getallen (8 - 7 - 6) in het kwadraat , afdalend , met de getalwaarde van de godsnaam JHWH volgens de gewone telling (26) .
- Bij de leeftijden en de naamgeving spelen de 2 getalwaarden van de Godsnaam JHWH een beslissende rol . Het getal 17 bij de leeftijden , het getal 26 bij de naamgeving .

Ex 1,6.1.

 

wajjâmoth / wajjâmâth (en hij stierf) < verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenach : mwth (sterven, ondergaan) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 41 OF 446 (2 X 223) . Structuur : 4 . 6 . 4 . Tenakh (132) . Pentateuch (41) . Eerdere Profeten (58) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (29) . Geschriften (29) . Gn (24) . Ex (3) . Lv (0) . Nu (13) . Dt (1) . Joz (1) . Re (14) . 1 S (7) . 2 S (13) . 1 K (12) . 2 K (11) . Laatste vers van Gn : Gn 50,26 . Dt (1) Dt 34,5 . Joz (1) Joz 24,29 . Ex (3) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 2,23 . (3) Ex 9,6 . thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in de LXX : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in het N.T. : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Een vorm van thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) in de LXX (161) , in het NT (11) . apokteinô (doden) . Taalgebruik in de LXX : apokteinô (doden, vermoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokteinô (doden, vermoorden) . Gr. kteinô (doden, vermoorden) . Lat. occidere < ob. cadere (tegenslaan, doodslaan) . Fr. tuer . Ned. doden . D. : töten . E. to die .
Lat. mori (sterven) ; mors , mortis (de dood) ; mortuus (dode) ; cfr. mortuarium (dodenhuisje) . Fr. le mort (de dode) . mourir (sterven) .

Ex 1,6.2. jôseph (Jozef) . Taalgebruik in Tenakh : jôseph (Jozef) . Taalgebruik in de LXX : iôsèf (Jozef) . Taalgebruik in het NT : iôsèf (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samech = 15 of 60 , pe = 17 of 80 ; totaal 48 ( 2³ X 3) OF 156 (2² X 3 X 13 OF 12 X 13 OF 6 X 26) . Tenakh (186) . Pentateuch (146) . Eerdere Profeten (19) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (10) . Gr. iôsèf (Jozef) . Gebruik in de bijbel (234) , in de LXX (200) , in het NT (34/35) . Ex (3) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 1,8 . (3) Ex 13,19 .

Ex 1,6.1 . 2. wajjâmâth jôseph (en Jozef stierf) . Tenakh (2) : (1) Gn 50,26 . (2) Ex 1,6 . Met de dood van iemand wordt een episode beëindigt en begint een nieuwe episode . Het einde van een periode wordt op het einde van een boek verteld , het begin van een nieuwe periode bij het begin van een nieuw boek . Zowel Jozef als Jozua worden 110 jaar . Zo wordt een verband gelegd tussen beide figuren . 2X wordt de leeftijd van Jozef vermeld , 2X de dood van Jozef , 2X de dood van Jozua . Tussen de twee ouderdommen van Jozef wordt het vooruitzicht van de uittocht gesteld . Tussen de twee vermeldingen van de dood van Jozef worden de twaalf zonen van Jakob opgesomd : Tussen de twee vermeldingen van de dood van Jozua wordt de bezitname van het land door de 12 stammen van Israël 'herhaald' .

Ex 1,6.3. wëkhol / wëkhâl (en al) < wë + kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 . 3 . Tenakh (691) . Pentateuch (179) . Eerdere Profeten (195) . Latere Profeten (129) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (165) . Ex (35) . Ex 1 (2) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 1,22 .

Ex 1,6.4. (1) ´achîw (zijn broer) < mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk . (2) ´èchâ(j)w (zijn broers) < mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk . ´ach (broer) . Taalgebruik in Tenakh : ´ach (broer) . Getalwaarde = aleph = 1 , chet = 8 ; totaal : 9 (3²) . Structuur : 1 . 8 . Tenakh (153) . Pentateuch (88) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (23) . Ex (7) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 2,11 . (3) Ex 10,23 . (4) Ex 16,15 . (5) Ex 25,20 . (6) Ex 32,27 . (7) Ex 37,9 .

Ex 1,6.3 . 4. wëkhâl ´èchâ(j)w (en al zijn broers) . Tenakh (1) : Ex 1,6 . kâl ´èchâ(j)w (al zijn broers) . Tenakh (2) : (1) Gn 16,12 . (2) Gn 25,18 .

Ex 1,6.5. wëkhol / wëkâl (en al) < wë + kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 . 3 . Tenakh (691) . Pentateuch (179) . Eerdere Profeten (195) . Latere Profeten (129) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (165) . Ex (35) . Ex 1 (2) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 1,22 .

Ex 1,6.6. haddôr (het geslacht) < bepaald lidw. + dor / dôr (geslacht, generatie) . Taalgebruik in Tenakh : dor (geslacht, generatie) . Getalwaarde : daleth = 4 , resj = 20 of 300 ; totaal : 24 of 304 . Structuur : 4 . 3 . Tenakh (9) : (1) Ex 1,6 . (2) Nu 32,13 . (3) Dt 1,35 . (4) Dt 2,14 . (5) Dt 29,21 . (6) Re 2,10 . (7) Js 63,1 . (8) Jr 2,31 . (9) Ps 12,8 .

Ex 1,6.5 . 6. wëkhol haddôr (en heel het geslacht) . Tenakh (1) Ex 1,6 . kâl haddôr (heel het geslacht) . Met verbindingsstreep . Tenakh (3) : (1) Nu 32,13 . (2) Dt 2,14 . (3) Re 2,10 .

Ex 1,6.7. hahû´ (dit, dat) < bepaald lidw. + hû´ (hij, d.i.) . Taalgebruik in Tenakh : hû´(hij, d.i.) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , aleph = 1 ; totaal : 12 (2² X 3) . Structuur : 5 . 6 . 1 . Tenakh (358) . Pentateuch (113) . Eerdere Profeten (91) . Latere Profeten (81) . 12 Kleine Profeten (42) . Geschriften (31) . Ex (12) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 3,8 . (3) Ex 5,6 . (4) Ex 8,18 . (5) Ex 10,13 . (6) Ex 12,15 . (7) Ex 12,19 . (8) Ex 13,8 . (9) Ex 14,30 . (10) Ex 31,14 . (11) Ex 32,28 . (12) Ex 34,3

Ex 1,6.5 . 7. wëkhol haddôr hahû´ (en heel dat geslacht) Tenakh (1) : Ex 1,6 . kâl haddôr hahû´ (heel dat geslacht) . Tenakh (1) : Re 2,10 .

Ex 1,7 . Ex 1,7 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7oi de uioi israèl èuxèthèsan kai eplèthunthèsan kai chudaioi egenonto kai katischuon sfodra sfodra eplèthunen de è gè autous 7 filii Israhel creverunt et quasi germinantes multiplicati sunt ac roborati nimis impleverunt terram   7 Zo werden de kinderen Israëls vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden gans zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd. [7] Maar de Israëlieten waren vruchtbaar en breidden zich uit, zij werden zeer talrijk en sterk, zodat het land vol van hen raakte.   [7] maar hun nakomelingen kregen veel kinderen en zo breidden de Israëlieten zich steeds meer uit. Ze werden zo talrijk dat ze het hele land bevolkten. 1:7 Maar de zonen Israëls zijn vruchtbaar geweest: het wemelt van hen, ze zijn er in overvloed, ze worden zéér, zéér sterk; vol wordt het land van hen! • 7. Les Israélites furent féconds et se multiplièrent, ils devinrent de plus en plus nombreux et puissants, au point que le pays en fut rempli.

King James Bible . [7] And the children of Israel were fruitful, and increased abundantly, and multiplied, and waxed exceeding mighty; and the land was filled with them.
Luther. Bibel . 7 wuchsen die Nachkommen Israels und zeugten Kinder und mehrten sich und wurden überaus stark, sodass von ihnen das Land voll ward.

Tekstuitleg van Ex 1,7 .

3. pârâh (1. vruchtbaar zijn, voortbrengen. 2. bloeien, opschieten) . pârâh (1. vruchtbaar zijn, voortbrengen. 2. bloeien, opschieten) . Taalgebruik in Tenach : pârâh (1. vruchtbaar zijn, voortbrengen. 2. bloeien, opschieten) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 42 (2² X 13) OF 285 (3 X 5 X 19) . Structuur : 8 . 2 . 5 . Zie përî (vrucht) . përî (vrucht) . Taalgebruik in Tenach : përî (vrucht) . Gr. karpos (vrucht) . Taalgebruik in het N.T. : karpos (vrucht) . Taalgebruik in de LXX : karpos (vrucht) . Hebr. përî , mv. pêrôth . Lat. frui . fructus . Fr. fruit . Ned. vrucht , fruit . E. fruit . D. Frucht . act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. përû (weest vruchtbaar) van het werkw . p. r. w . Tenach (5) . përû (weest vruchtbaar) . Tenach (4) : (1) Gn 1,22 . (2) Gn 1,28 . (3) Gn 9,1 . (4) Gn 9,7 . act. qal perf. 3de pers. mann. mv. pârû (zij zijn vruchtbaar) . Tenach (1) : Ex 1,7 .

Ex 1,8 . Ex 1,8 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8anestè de basileus eteros ep¢ aigupton os ouk èdei ton iôsèf 8 surrexit interea rex novus super Aegyptum qui ignorabat Ioseph wajjâqâm mèlèkh châdâsj `al mitsërâjim ´äsjèr lo´ jâda` ´èth jôseph 8 Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had; [8] Toen kwam er in Egypte een nieuwe koning aan de macht, die Jozef niet gekend had.  [8] Er kwam in Egypte een nieuwe koning aan de macht, die Jozef niet gekend had. 1:8 Er staat een nieuwe koning op over Egypte die Jozef niet gekend heeft. 8. Un nouveau roi vint au pouvoir en Égypte, qui n'avait pas connu Joseph.

King James Bible . [8] Now there arose up a new king over Egypt, which knew not Joseph.
Luther. Bibel . 8 Da kam ein neuer König auf in Ägypten, der wusste nichts von Josef

a. wajjâqâm mèlèkh châdâsj `al mitsërâjim (en een nieuwe koning stond op over Egypte)
b. ´äsjèr lo´ jâda` ´èth jôseph (die Jozef niet had gekend)

Tekstuitleg van Ex 1,8 . Het vers Ex 1,8 telt 10 (2 X 5) woorden en 31 letters . De getalwaarde van Ex 1,8 is 2211 (3 X 11 X 67) . Jozef bracht redding voor de Egyptenaren en voor zijn familie . Met het verschijnen van een nieuwe koning zal de samenwerking omslaan in tegenwerking en onderdrukking .

Ex 1,8.1. w. j. q. m . (1) wajjâqâm (en hij stond op) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. (2) wajjaqèm (en hij deed opstaan) < wë + act. hiufil 3de pers. mann. enk . Tenakh (125) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (76) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (19) . Ex (5) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 2,17 . (3) Ex 12,30 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 40,18 (wajjâqèm hij deed opstaan ; hifil) . (6) Ex 40,33 . Re (21) : (1) Re 2,10 . (2) Re 2,16 . (3) Re 3,9 . (4) Re 3,15 Re 3,15 . (5) Re 3,20 . (6) Re 8,21 . (7) Re 9,34 . (8) Re 9,35 . (9) Re 9,43 . (10) Re 10,1 . (11) Re 10,3 . (12) Re 13,11 . (13) Re 16,3 . (14) Re 19,3 . (15) Re 19,5 . (16) Re 19,7 . (17) Re 19,9 . (18) Re 19,10 . (19) Re 19,27 . (20) Re 19,28 . (21) Re 20,8 .

Ex 1,8.2. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 . 3 . 2 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) . Ex (13) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,15 . (3) Ex 1,17 . (4) Ex 1,18 . (5) Ex 2,23 . (6) Ex 3,18 . (7) Ex 3,19 . (8) Ex 5,4 . (9) Ex 6,11 . (10) Ex 6,13 . (11) Ex 6,27 . (12) Ex 6,29 . (13) Ex 14,8 .

Ex 1,8.3. châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Taalgebruik in Tenach : châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Getalwaarde : chet = 8 , daleth = 4 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13 OF 12 X 26) . Structuur : 8 . 4 . 3 . ch. d. sj . Tenakh (61) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (21) . Ex (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 23,15 . (3) Ex 34,18 .

Ex 1,8.4. `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 . 3 . Tenakh (3075) . Pentateuch (828) . Eerdere Profeten (616) . Latere Profeten (585) . 12 Kleine Profeten (186) . Geschriften (860) . Ex (217) . Ex 1 (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,10 . (3) Ex 1,16 .

Ex 1,8.5. mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 . 9 . 2 . 1 . 4 . Tenakh (434) . Pentateuch (219) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (123) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (27) . Ex (119) . Ex 1 (5) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,13 . (3) Ex 1,15 . (4) Ex 1,17 . (5) Ex 1,18 .

Ex 1,8.4 . 5. `al mitsërâjim (over Egypte) . Tenakh (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 7,5 . (3) Js 19,12 .

Ex 1,8.6. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 . 3 . 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Ex (217) : Ex 1 (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,14 . (3) Ex 1,15 .

Ex 1,8.5 . 6. mitsërâjim ´äsjèr (E n Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 . 26 of een verhouding van 1 . 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Ex (145) . Ex 1 (2) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,19 .

Ex 1,8.6 . 7. ´äsjèr lo´ (die niet) . Tenakh (278) . Ex (8) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 9,18 . (3) Ex 9,24 . (4) Ex 10,6 . (5) Ex 20,26 . (6) Ex 21,8 . (7) Ex 22,15 . (8) Ex 34,10 .

Ex 1,8.8. jâda` / jâdâ` (kennen, weten) . j. d. `. (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. jâda` / jâdâ` (hij kent) . (2) act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jeda` (hij zal kennen) . (3) act. qal part. nom. mann. enk. jode`a (wetende) . Taalgebruik in Tenakh : jâda` (kennen, weten) . Getalwaarde : jod = 10 , daleth = 4 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 84 (2² X 3 X 7) . Structuur : 1 . 4 . 7 . j. d. ` . Tenakh (108) . Pentateuch (21) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (43) . Ex (2) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 34,29 .

Ex 1,8.9. ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 . 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . Ex (473) . Ex 1 (9) : (1) Ex 1,1 . (2) Ex 1,8 . (3) Ex 1,11 . (4) Ex 1,13 . (5) Ex 1,14 . (6) Ex 1,16 . (7) Ex 1,17 . (8) Ex 1,18 . (9) Ex 1,21 .

Ex 1,8.10. jôseph (Jozef) . Taalgebruik in Tenakh : jôseph (Jozef) . Taalgebruik in de LXX : iôsèf (Jozef) . Taalgebruik in het NT : iôsèf (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samech = 15 of 60 , pe = 17 of 80 ; totaal 48 ( 2³ X 3) OF 156 (2² X 3 X 13 OF 12 X 13 OF 6 X 26) . Tenakh (186) . Pentateuch (146) . Eerdere Profeten (19) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (10) . Gr. iôsèf (Jozef) . Gebruik in de bijbel (234) , in de LXX (200) , in het NT (34/35) . Ex (3) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 1,8 . (3) Ex 13,19 .

Ex 1,8.9 . 10. ´èth jôseph (Jozef) . Tenakh (10) : (1) Gn 30,25 . (2) Gn 37,3 . (3) Gn 37,23 . (4) Gn 37,28 . (5) Gn 40,4 . (6) Gn 40,23 . (7) Gn 41,14 . (8) Gn 48,15 . (9) Ex 1,8 . (10) Ez 37,19 .

Ex 1,9 . Ex 1,9 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9eipen de tô ethnei autou idou to genos tôn uiôn israèl mega plèthos kai ischuei uper èmas 9 et ait ad populum suum ecce populus filiorum Israhel multus et fortior nobis   9 Die zeide tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israëls is veel, ja, machtiger dan wij. [9] Hij sprak tot zijn volk: ‘Luister eens, die Israëlieten worden te talrijk en te sterk.   [9] Hij zei tegen zijn volk: 'De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. 1:9 Hij zegt tot zijn gemeenschap: ziehier, de gemeenschap van de zonen Israëls is overvloediger en sterker dan wij!. 9. Il dit à son peuple : « Voici que le peuple des Israélites est devenu plus nombreux et plus puissant que nous.

King James Bible . [9] And he said unto his people, Behold, the people of the children of Israel are more and mightier than we:
Luther. Bibel . 9 und sprach zu seinem Volk: Siehe, das Volk Israel ist mehr und stärker als wir.

Tekstuitleg van Ex 1,9.

Ex 1,10 . Ex 1,10 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10deute oun katasofisômetha autous mèpote plèthunthè kai ènika an sumbè èmin polemos prostethèsontai kai outoi pros tous upenantious kai ekpolemèsantes èmas exeleusontai ek tès gès 10 venite sapienter opprimamus eum ne forte multiplicetur et si ingruerit contra nos bellum addatur inimicis nostris expugnatisque nobis egrediatur e terra   10 Komt aan, laat ons wijselijk tegen hetzelve handelen, opdat het niet vermenigvuldige, en het geschiede, als er enige krijg voorvalt, dat het zich ook niet vervoege tot onze vijanden, en tegen ons strijde, en uit het land optrekke. [10] Wij dienen dus verstandige maatregelen tegen hen te nemen om te voorkomen dat zij nog talrijker worden. Als wij in oorlog raken, zullen zij zich bij onze tegenstanders aansluiten, strijd voeren tegen ons en uit het land wegtrekken.’  [10] Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Want stel dat er oorlog uitbreekt en zij zich aansluiten bij onze vijanden, de strijd tegen ons aanbinden en uit het land wegtrekken!' 1:10 welaan, laten we wijs handelen met hem, anders groeit hij nog meer; en wanneer het geschiedt dat er een oorlog uitbreekt, dat ook hij zich zal voegen bij onze haters, oorlog met ons zal voeren en zal opklimmen uit ons land! 10. Allons, prenons de sages mesures pour l'empêcher de s'accroître, sinon, en cas de guerre, il grossirait le nombre de nos adversaires. Il combattrait contre nous pour, ensuite, sortir du pays. »

King James Bible . [10] Come on, let us deal wisely with them; lest they multiply, and it come to pass, that, when there falleth out any war, they join also unto our enemies, and fight against us, and so get them up out of the land.
Luther. Bibel . 10 Wohlan, wir wollen sie mit List niederhalten, dass sie nicht noch mehr werden. Denn wenn ein Krieg ausbräche, könnten sie sich auch zu unsern Feinden schlagen und gegen uns kämpfen und aus dem Lande ausziehen.

Tekstuitleg van Ex 1,10 .

13. `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 . 3 . Tenakh (3075) . Pentateuch (828) . Eerdere Profeten (616) . Latere Profeten (585) . 12 Kleine Profeten (186) . Geschriften (860) . Ex (217) . Ex 1 (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,10 . (3) Ex 1,16 .

Ex 1,11 . Ex 1,11 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11kai epestèsen autois epistatas tôn ergôn ina kakôsôsin autous en tois ergois kai ôkodomèsan poleis ochuras tô faraô tèn te pithôm kai ramessè kai ôn è estin èliou polis       [11] Toen stelden ze werkbazen over het volk aan, om hen door dwangarbeid* te onderdrukken. De Israëlieten moesten voor de farao de proviandsteden Pitom* en Raämses* bouwen.        

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 1,12 . Ex 1,12 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12kathoti de autous etapeinoun tosoutô pleious eginonto kai ischuon sfodra sfodra kai ebdelussonto oi aiguptioi apo tôn uiôn israèl       [12] Maar hoe men hen ook onderdrukte, ze bleven groeien in aantal en zich steeds meer vermenigvuldigen, zodat de Egyptenaren er bang van werden,        

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 1,13 . Ex 1,13 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13kai katedunasteuon oi aiguptioi tous uious israèl bia       [13] en zij dwongen de Israëlieten om zware arbeid te verrichten.       

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van

2. mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 . 9 . 2 . 1 . 4 . Tenakh (434) . Pentateuch (219) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (123) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (27) . Ex (119) . Ex 1 (5) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,13 . (3) Ex 1,15 . (4) Ex 1,17 . (5) Ex 1,18 .

Ex 1,14 . Ex 1,14 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14kai katôdunôn autôn tèn zôèn en tois ergois tois sklèrois tô pèlô kai tè plintheia kai pasi tois ergois tois en tois pediois kata panta ta erga ôn katedoulounto autous meta bias       [14] Ze maakten hun het leven zuur door hen hard te laten werken in steenbakkerijen* en op het land. Dat was het zware werk waar zij hen toe dwongen.       

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van

14. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 . 3 . 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Ex (217) : Ex 1 (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,14 . (3) Ex 1,15 .

14 . 15. ´äsjèr `âbhëdû (die dienden) . Tenakh (4) : (1) Ex 1,14 . (2) Dt 12,2 . (3) Joz 24,14 . (4) Joz 24,15 .

Ex 1,15 . Ex 1,15 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15kai eipen o basileus tôn aiguptiôn tais maiais tôn ebraiôn tè mia autôn è onoma sepfôra kai to onoma tès deuteras foua       [15] Ook richtte de koning van Egypte zich tot de Hebreeuwse vroedvrouwen, de ene heette Sifra, de andere Pua,        

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van Ex 1,15 .

Ex 1,15.2. מֶלֶך = mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) . Joz (37) . Re (22) . 1 S (29) . 2 S (18) . 1 K (82) . 2 K (157) . Ex (13) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,15 . (3) Ex 1,17 . (4) Ex 1,18 . (5) Ex 2,23 . (6) Ex 3,18 . (7) Ex 3,19 . (8) Ex 5,4 . (9) Ex 6,11 . (10) Ex 6,13 . (11) Ex 6,27 . (12) Ex 6,29 . (13) Ex 14,8 .

Ex 1,15.3. מִמִּצְרָיִם / מִמִּצְרַיִם = mimmitsërajim / mimmitsërâjim (uit Egypte) < prefix voorzetsel min (met assimilatie van de nun) + מִצְרָיִם / מִצְרַיִם = mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Ex : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 - 9 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (89) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (25) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (10) . Ex (16) : (1) Ex 3,10 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 6,27 . (5) Ex 12,35 . (6) Ex 12,39 . (7) Ex 13,3 . (8) Ex 13,8 . (9) Ex 13,9 . (10) Ex 13,14 . (11) Ex 13,16 . (12) Ex 14,11 . (13) Ex 17,3 . (14) Ex 18,1 . (15) Ex 23,15 . (16) Ex 34,18 . Dt (13) : (1) Dt 4,20 . (2) Dt 4,37 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . (5) Dt 6,21 . (6) Dt 9,12 . (7) Dt 9,26 . (8) Dt 16,1 . (9) Dt 16,6 . (10) Dt 23,5 . (11) Dt 24,9 . (12) Dt 25,17 . (13) Dt 26,8 .

mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 . 9 . 2 . 1 . 4 . Tenakh (434) . Pentateuch (219) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (123) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (27) . Ex (119) . Ex 1 (5) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,13 . (3) Ex 1,15 . (4) Ex 1,17 . (5) Ex 1,18 .

Ex 1,15.6. אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) OF persoonsnaam אָשֶׁר =´âsjer (Aser) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalswaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Gn (307) . Ex (217) : Ex 1 (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,14 . (3) Ex 1,15 .

Ex 1,15.7. - 8. sjem ´achath (naam van eerste) . Tenakh (1) : 1 S 1,2 . sjem hâ´achath (naam van de eerste) . Tenakh (4) : (1) Gn 4,19 . (2) Ex 1,15 . (3) Rt 1,4 . (4) Job 42,14 .

Ex 1,15.12. In de LXX komt 5X φουα = phoua (Pua) voor . Eénmaal is het een aanvulling op de Hebreeuwse tekst (Nu 26,19) . In de andere 4 gevallen is Pua de Griekse vertaling van 4 verschillende vormen .
- פועָה = pû`âh (Pua) . Taalgebruik in Tenakh : pű`Ôh (Pua) . Tenakh (1) . Getalswaarde : pe = 17 of 80 , waw = 6 , ajin = 16 of 70 , he = 5 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 161 (7 X 23) . Structuur : 8 - 6 - 7 - 5 . De som van de elementen is telkens 44 . Tenakh (1) : Ex 1,15 . Scriptio plena Schrijfwijze met ajin . Pua is vroedvrouw in Egypte rond de tijd van Mozes . .
- פוּאָה = pû´âh (Pua) . Getalswaarde van pu´âh : pe = 17 of 80 , waw = 6 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 29 OF 92 (2² X 23) . Structuur : 8 - 6 - 1 - 5 . Tenakh (1) : Re 10,1 . Scriptio plena . Schrijfwijze met aleph . In de Rechterstijd was een zoon van Phua rechter over Israël .
- וּפואָה = ûpû´âh (en Pua) . Tenakh (1) : 1 Kr 7,1 . Schriptio plena . Schrijfwijze met aleph . Phua was een zoon van Issakar .
- וּפוָּה = ûphuwwâh (en Pua) . Getalswaarde van puwwâh (Pua) : pe = 17 of 80 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 91 . Structuur : 8 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (1) : Gn 46,13 .
- Grieks : φουα = phoua (Pua) . LXX (5) : (1) Gn 46,13 . (2) Ex 1,15 . (3) Nu 26,19 . (4) Re 10,1 . (5) 1 Kr 7,1 .
- De naam Pua is uitdrukking van geschreeuw . Rasji verwijst hierbij naar Js 42,14 : act. ind. qal imperf. 1ste pers. enk. אֶפְעֶה = ´èphë`èh (ik schreeuw) van het werkw. פָעָה = pâ`âh (schreeuwen) . Taalgebruik in Tenakh : pâ`âh (schreeuwen) .


Ex 1,16 . Ex 1,16 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16kai eipen otan maiousthe tas ebraias kai ôsin pros tô tiktein ean men arsen è apokteinate auto ean de thèlu peripoieisthe auto       [16] en sprak: ‘Wanneer jullie de Hebreeuwse vrouwen helpen bij de bevalling, let dan goed op het geslacht van het kind; is het een jongen dan moet je het doden, is het een meisje dan kun je het laten leven.’        

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van

6. `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 . 3 . Tenakh (3075) . Pentateuch (828) . Eerdere Profeten (616) . Latere Profeten (585) . 12 Kleine Profeten (186) . Geschriften (860) . Ex (217) . Ex 1 (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,10 . (3) Ex 1,16 .

Ex 1,17 . Ex 1,17 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17efobèthèsan de ai maiai ton theon kai ouk epoièsan kathoti sunetaxen autais o basileus aiguptou kai ezôogonoun ta arsena       [17] Maar de vroedvrouwen vreesden God en gaven geen gehoor aan het bevel van de koning; ze lieten de jongens in leven.       

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van

10. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 . 3 . 2 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) . Ex (13) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,15 . (3) Ex 1,17 . (4) Ex 1,18 . (5) Ex 2,23 . (6) Ex 3,18 . (7) Ex 3,19 . (8) Ex 5,4 . (9) Ex 6,11 . (10) Ex 6,13 . (11) Ex 6,27 . (12) Ex 6,29 . (13) Ex 14,8 .

11. mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 . 9 . 2 . 1 . 4 . Tenakh (434) . Pentateuch (219) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (123) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (27) . Ex (119) . Ex 1 (5) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,13 . (3) Ex 1,15 . (4) Ex 1,17 . (5) Ex 1,18 .

Ex 1,18 . Ex 1,18 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18ekalesen de o basileus aiguptou tas maias kai eipen autais ti oti epoièsate to pragma touto kai ezôogoneite ta arsena       [18] Toen liet de koning van Egypte de vroedvrouwen bij zich komen en vroeg: ‘Wat moet dat, waarom laten jullie die jongens in leven?’       

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van

2. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 . 3 . 2 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) . Ex (13) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,15 . (3) Ex 1,17 . (4) Ex 1,18 . (5) Ex 2,23 . (6) Ex 3,18 . (7) Ex 3,19 . (8) Ex 5,4 . (9) Ex 6,11 . (10) Ex 6,13 . (11) Ex 6,27 . (12) Ex 6,29 . (13) Ex 14,8 .

3. mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 . 9 . 2 . 1 . 4 . Tenakh (434) . Pentateuch (219) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (123) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (27) . Ex (119) . Ex 1 (5) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,13 . (3) Ex 1,15 . (4) Ex 1,17 . (5) Ex 1,18 .

Ex 1,19 . Ex 1,19 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19eipan de ai maiai tô faraô ouch ôs gunaikes aiguptou ai ebraiai tiktousin gar prin è eiselthein pros autas tas maias kai etikton       [19] De vroedvrouwen antwoordden: ‘De Hebreeuwse vrouwen zijn nu eenmaal niet zoals de Egyptische: ze baren zo vlug dat ze hun kind ter wereld brengen nog voordat de vroedvrouw erbij is.’       

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van

6. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 . 26 of een verhouding van 1 . 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Ex (145) . Ex 1 (2) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,19 .

Ex 1,20 . Ex 1,20 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 . Ex 1,6 . Ex 1,7 . Ex 1,8 . Ex 1,9 . Ex 1,10 . Ex 1,11 . Ex 1,12 . Ex 1,13 . Ex 1,14 . Ex 1,15 . Ex 1,16 . Ex 1,17 . Ex 1,18 . Ex 1,19 . Ex 1,20 . Ex 1,21 . Ex 1,22 .
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20eu de epoiei o theos tais maiais kai eplèthunen o laos kai ischuen sfodra       [20] God zegende de vroedvrouwen; en het volk bleef zich maar uitbreiden en werd zeer talrijk.       

King James Bible .
Luther. Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 1,21 . Ex 1,21 : Israël in Egypte onderdrukt . Ex (Exodus) . Ex 1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex (Exodus) - Ex 1 -- Ex 1,1-22 - Ex 1,1 . Ex 1,2 . Ex 1,3 . Ex 1,4 . Ex 1,5 - Ex 1,6 - Ex 1,7 - Ex 1,8 - Ex 1,9 - Ex 1,10 - Ex 1,11 - Ex 1,12 - Ex 1,13 - Ex 1,14 - Ex 1,15 - Ex 1,16 - Ex 1,17 - Ex 1,18 - Ex 1,19 - Ex 1,20 - Ex 1,21 - Ex 1,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
21epeidè efobounto ai maiai ton theon epoièsan eautais oikias       [21] Omdat de vroedvrouwen God vreesden, schonk Hij hun nakomelingen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 1,21

1. prefix voegwoord wa consecutivum (verhalend) + act. qal jigtol (imperf.) 3de pers. mann. enk. וַיְהִי = wajëhî (en hij/het was) van het werkw. הָיָה = hâjâh (zijn) . De getalswaarde van וַיְהי = wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalswaarde van אֵל = ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . getalswaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . Gn (114) . Ex (42) . Joz (59) . Re (47) . 1 S (58) . 2 S (43) . 1 K (78) . 2 K (54) . Ex 2 (2) : (1) Ex 1,5 . (2) Ex 1,21 . Ex 2 (3) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 2,11 . (3) Ex 2,23 . Zowel in Ex 2,11 als in Ex 2,23 begint een nieuwe perikope . In de LXX wordt het Hebreeuwse werkw. הָיָה = hâjâh (zijn) vaak vertaald door het Griekse werkw. γινομαι = ginomai (worden, gebeuren .
- We zouden volgende vorm kunnen verwachten : wajjihëjèh < wa consecutivum + jihëjèh (uit : jahëjih i.p.v. jahëwih : Lettinga 12 , 2012 , 58w) . Verkorte vorm door de samentrekking van de jod en de chireq tot een lange i , vandaar jahî (de eind he valt weg) . De klemtoon ligt op de laatste lettergreep en de klinker van de eerste lettergreep wordt zeer kort : jëhî . Bij de consecutivumvorm wajëhî valt op dat de jod niet verdubbelt . Uitspraak : wajhi .
- Grieks : ind. aor. 3de pers. enk. εγενετο = egeneto (het gebeurde) van het werkw. γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in de LXX : ginomai (worden) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Bijbel (925) . LXX (730) . NT (195) . Gn (107) . ) . Gn 22 (2) : (1) Gn 22,1 . (2) Gn 22,20 . Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van...) : een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid . Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens... zoals vele verhalen bij ons beginnen) . Een vorm van γινομαι = ginomai in de LXX (2174) , in het NT (667) .

ginomai (worden, gebeuren)  bijbel Tenach OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.   ev. 
aor. 3de pers. enk. egeneto  925  wajëhî : 784 730  195  13  17  69  16  53    17  99  115 
Totaal 2841   2174 667 75 55 129 51 124   38 259 310

- και εγενετο = kai egeneto (en het gebeurde) . LXX (560) . NT (62) .
- εγενετο δε = egeneto de (het gebeurde echter) . LXX (60) . NT (40) . Ex (6) : (1) Ex 2,11 . (2) Ex 4,24 . (3) Ex 16,13 . (4) Ex 16,22 . (5) Ex 16,27 . (6) Ex 19,16 .

3. ind. imperf. 3de pers. mv. εφοβουντο = efobounto (zij vreesden) van het werkw. φοβεομαι = fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in het NT : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in de LXX : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Bijbel (14) . OT (4) : (1) Ex 1,21 . (2) Joz 4,14 . (3) 2 K 17,33 . (4) 1 Mak 8,12 . Mc (5) : (1) Mc 9,32 . (2) Mc 10,32 . (3) Mc 11,18 . (4) Mc 11,32 . (5) Mc 16,8 .  Mc (5) : (1) Mc 9,32 . (2) Mc 10,32 . (3) Mc 11,18 . (4) Mc 11,32 . (5) Mc 16,8 . Lc (2) : (1) Lc 9,45 . (2) Lc 22,2 . Joh (1) : Joh 9,22 . Hnd (2) : (1) Hnd 5,26 . (2) Hnd 9,26 . Een vorm van εφοβηθησαν = fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in de LXX (460) , in het NT (95) , in Mc (12) .

5. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . Joz (231) . Gn (525) . Ex (473) . Ex 1 (9) : (1) Ex 1,1 . (2) Ex 1,8 . (3) Ex 1,11 . (4) Ex 1,13 . (5) Ex 1,14 . (6) Ex 1,16 . (7) Ex 1,17 . (8) Ex 1,18 . (9) Ex 1,21 .

Ex 1,22 - Ex 1,22 : Israël in Egypte onderdrukt - Ex (Exodus) -- Ex 1 -- verwijzingen -- Ex 1,1-22 -- Ex 1,1 - Ex 1,2 - Ex 1,3 - Ex 1,4 - Ex 1,5 - Ex 1,6 - Ex 1,7 - Ex 1,8 - Ex 1,9 - Ex 1,10 - Ex 1,11 - Ex 1,12 - Ex 1,13 - Ex 1,14 - Ex 1,15 - Ex 1,16 - Ex 1,17 - Ex 1,18 - Ex 1,19 - Ex 1,20 - Ex 1,21 - Ex 1,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
22sunetaxen de faraô panti tô laô autou legôn pan arsen o ean techthè tois ebraiois eis ton potamon ripsate kai pan thèlu zôogoneite auto       [22] Toen beval de farao al zijn onderdanen: ‘Iedere jongen die geboren wordt moet u in de Nijl gooien; de meisjes kunt u in leven laten.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

11. wëkhol / wëkâl (en al) < wë + kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (691) . Pentateuch (179) . Eerdere Profeten (195) . Latere Profeten (129) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (165) . Ex (35) . Ex 1 (2) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 1,22 .


SEPTUAGINTA

1tauta ta onomata tôn uiôn israèl tôn eispeporeumenôn eis aigupton ama iakôb tô patri autôn ekastos panoikia autôn eisèlthosan2roubèn sumeôn leui ioudas3issachar zaboulôn kai beniamin4dan kai nefthali gad kai asèr5iôsèf de èn en aiguptô èsan de pasai psuchai ex iakôb pente kai ebdomèkonta6eteleutèsen de iôsèf kai pantes oi adelfoi autou kai pasa è genea ekeinè7oi de uioi israèl èuxèthèsan kai eplèthunthèsan kai chudaioi egenonto kai katischuon sfodra sfodra eplèthunen de è gè autous8anestè de basileus eteros ep¢ aigupton os ouk èdei ton iôsèf9eipen de tô ethnei autou idou to genos tôn uiôn israèl mega plèthos kai ischuei uper èmas10deute oun katasofisômetha autous mèpote plèthunthè kai ènika an sumbè èmin polemos prostethèsontai kai outoi pros tous upenantious kai ekpolemèsantes èmas exeleusontai ek tès gès11kai epestèsen autois epistatas tôn ergôn ina kakôsôsin autous en tois ergois kai ôkodomèsan poleis ochuras tô faraô tèn te pithôm kai ramessè kai ôn è estin èliou polis12kathoti de autous etapeinoun tosoutô pleious eginonto kai ischuon sfodra sfodra kai ebdelussonto oi aiguptioi apo tôn uiôn israèl13kai katedunasteuon oi aiguptioi tous uious israèl bia14kai katôdunôn autôn tèn zôèn en tois ergois tois sklèrois tô pèlô kai tè plintheia kai pasi tois ergois tois en tois pediois kata panta ta erga ôn katedoulounto autous meta bias15kai eipen o basileus tôn aiguptiôn tais maiais tôn ebraiôn tè mia autôn è onoma sepfôra kai to onoma tès deuteras foua16kai eipen otan maiousthe tas ebraias kai ôsin pros tô tiktein ean men arsen è apokteinate auto ean de thèlu peripoieisthe auto17efobèthèsan de ai maiai ton theon kai ouk epoièsan kathoti sunetaxen autais o basileus aiguptou kai ezôogonoun ta arsena18ekalesen de o basileus aiguptou tas maias kai eipen autais ti oti epoièsate to pragma touto kai ezôogoneite ta arsena19eipan de ai maiai tô faraô ouch ôs gunaikes aiguptou ai ebraiai tiktousin gar prin è eiselthein pros autas tas maias kai etikton20eu de epoiei o theos tais maiais kai eplèthunen o laos kai ischuen sfodra21epeidè efobounto ai maiai ton theon epoièsan eautais oikias22sunetaxen de faraô panti tô laô autou legôn pan arsen o ean techthè tois ebraiois eis ton potamon ripsate kai pan thèlu zôogoneite auto


VULGAAT

1 haec sunt nomina filiorum Israhel qui ingressi sunt Aegyptum cum Iacob singuli cum domibus suis introierunt 2 Ruben Symeon Levi Iuda 3 Isachar Zabulon et Beniamin 4 Dan et Nepthalim Gad et Aser 5 erant igitur omnes animae eorum qui egressi sunt de femore Iacob septuaginta Ioseph autem in Aegypto erat 6 quo mortuo et universis fratribus eius omnique cognatione illa 7 filii Israhel creverunt et quasi germinantes multiplicati sunt ac roborati nimis impleverunt terram 8 surrexit interea rex novus super Aegyptum qui ignorabat Ioseph 9 et ait ad populum suum ecce populus filiorum Israhel multus et fortior nobis 10 venite sapienter opprimamus eum ne forte multiplicetur et si ingruerit contra nos bellum addatur inimicis nostris expugnatisque nobis egrediatur e terra 11 praeposuit itaque eis magistros operum ut adfligerent eos oneribus aedificaveruntque urbes tabernaculorum Pharaoni Phiton et Ramesses 12 quantoque opprimebant eos tanto magis multiplicabantur et crescebant 13 oderantque filios Israhel Aegyptii et adfligebant inludentes eis 14 atque ad amaritudinem perducebant vitam eorum operibus duris luti et lateris omnique famulatu quo in terrae operibus premebantur 15 dixit autem rex Aegypti obsetricibus Hebraeorum quarum una vocabatur Sephra altera Phua 16 praecipiens eis quando obsetricabitis Hebraeas et partus tempus advenerit si masculus fuerit interficite illum si femina reservate 17 timuerunt autem obsetrices Deum et non fecerunt iuxta praeceptum regis Aegypti sed conservabant mares 18 quibus ad se accersitis rex ait quidnam est hoc quod facere voluistis ut pueros servaretis 19 quae responderunt non sunt hebraeae sicut aegyptiae mulieres ipsae enim obsetricandi habent scientiam et priusquam veniamus ad eas pariunt 20 bene ergo fecit Deus obsetricibus et crevit populus confortatusque est nimis 21 et quia timuerant obsetrices Deum aedificavit illis domos 22 praecepit autem Pharao omni populo suo dicens quicquid masculini sexus natum fuerit in flumen proicite quicquid feminei reservate


STATENVERTALING

1 Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die in Egypte gekomen zijn, met Jakob; zij kwamen er in, elk met zijn huis. 2 Ruben, Simeon, Levi, en Juda; 3 Issaschar, Zebulon, en Benjamin; 4 Dan en Nafthali, Gad en Aser. 5 Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; doch Jozef was in Egypte. 6 Toen nu Jozef gestorven was, en al zijn broeders, en al dat geslacht, 7 Zo werden de kinderen Israëls vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden gans zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd. 8 Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had; 9 Die zeide tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israëls is veel, ja, machtiger dan wij. 10 Komt aan, laat ons wijselijk tegen hetzelve handelen, opdat het niet vermenigvuldige, en het geschiede, als er enige krijg voorvalt, dat het zich ook niet vervoege tot onze vijanden, en tegen ons strijde, en uit het land optrekke. 11 En zij zetten oversten der schattingen over hetzelve, om het te verdrukken met hun lasten; want men bouwde voor Farao schatsteden, Pitom en Raamses. 12 Maar hoe meer zij het verdrukten, hoe meer het vermeerderde, en hoe meer het wies; zodat zij verdrietig waren vanwege de kinderen Israëls. 13 En de Egyptenaars deden de kinderen Israëls dienen met hardigheid; 14 Zodat zij hun het leven bitter maakten met harden dienst, in leem en in tichelstenen, en met allen dienst op het veld, met al hun dienst, dien zij hen deden dienen met hardigheid. 15 Daarenboven sprak de koning van Egypte tot de vroedvrouwen der Hebreïnnen, welker ener naam Sifra, en de naam der andere Pua was; 16 En zeide: Wanneer gij de Hebreïnnen in het baren helpt, en ziet haar op de stoelen; is het een zoon, zo doodt hem; maar is het een dochter, zo laat haar leven! 17 Doch de vroedvrouwen vreesden God, en deden niet, gelijk als de koning van Egypte tot haar gesproken had, maar zij behielden de knechtjes in het leven. 18 Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen, en zeide tot haar: Waarom hebt gijlieden deze zaak gedaan, dat gij de knechtjes in het leven behouden hebt? 19 En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: Omdat de Hebreïnnen niet zijn gelijk de Egyptische vrouwen; want zij zijn sterk; eer de vroedvrouw tot haar komt, zo hebben zij gebaard. 20 Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed; en dat volk vermeerderde, en het werd zeer machtig. 21 En het geschiedde, dewijl de vroedvrouwen God vreesden, zo bouwde Hij haar huizen. 22 Toen gebood Farao aan al zijn volk, zeggende: Alle zonen, die geboren worden, zult gij in de rivier werpen, maar al de dochteren in het leven behouden.


NIEUWE VERTALING

[1] Dit zijn de namen van de zonen van Israël die samen met hem, Jakob, naar Egypte waren gekomen, ieder met zijn gezin: [2] Ruben, Simeon, Levi, Juda, [3] Issachar, Zebulon, Benjamin, [4] Dan, Naftali, Gad en Aser. [5] Jozef was al langer in Egypte. In totaal waren daar toen zeventig personen die rechtstreeks van Jakob afstamden. [6] Jozef en zijn broers en al hun generatiegenoten stierven, [7] maar hun nakomelingen kregen veel kinderen en zo breidden de Israëlieten zich steeds meer uit. Ze werden zo talrijk dat ze het hele land bevolkten. [8] Er kwam in Egypte een nieuwe koning aan de macht, die Jozef niet gekend had. [9] Hij zei tegen zijn volk: 'De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. [10] Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Want stel dat er oorlog uitbreekt en zij zich aansluiten bij onze vijanden, de strijd tegen ons aanbinden en uit het land wegtrekken!' [11] Er werden slavendrijvers aangesteld die de Israëlieten tot zware arbeid dwongen. Ze moesten voor de farao de voorraadsteden Pitom en Raämses bouwen. [12] Maar hoe meer de Israëlieten onderdrukt werden, des te talrijker werden ze. Ze breidden zich zo sterk uit dat de Egyptenaren een afkeer van hen kregen. [13] Daarom beulden ze hen af en maakten ze hun het leven ondraaglijk met zwaar werk: ze moesten stenen maken van klei en op het land werken, en ze werden voortdurend mishandeld. [15] Bovendien gelastte de koning de Hebreeuwse vroedvrouwen, Sifra en Pua geheten, het volgende: [16] 'Als u de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, let dan goed op het geslacht van het kind. Als het een jongen is, moet u hem doden; is het een meisje, dan mag ze blijven leven.' [17] Maar de vroedvrouwen hadden ontzag voor God en deden niet wat de koning van Egypte hun had opgedragen: ze lieten de jongetjes in leven. [18] Daarom ontbood de koning de vroedvrouwen. 'Wat heeft dit te betekenen?' vroeg hij hun. 'Waarom laat u de jongens in leven?' [19] De vroedvrouwen antwoordden de farao: 'De Hebreeuwse vrouwen zijn anders dan de Egyptische: ze zijn zo sterk dat ze hun kind al gebaard hebben voordat de vroedvrouw er is.' [20] God zegende het werk van de vroedvrouwen, zodat het volk zich sterk uitbreidde. [21] En omdat de vroedvrouwen ontzag voor God hadden, schonk hij ook aan hen nakomelingen. [22] Toen gaf de farao aan heel zijn volk het bevel om alle Hebreeuwse jongens die geboren werden in de Nijl te gooien; de meisjes mochten in leven blijven.


NAARDENSE VERTALING

1:1 Dit zijn de namen van de zonen Israëls die naar Egypte zijn gekomen; met Jakob, elk met zijn huis, zijn ze gekomen: Exodus 1:2 Ruben, Simeon, Levi en Juda; 1:3 Issachar, Zebulon en Benjamin; 1:4 Dan en Naftali, Gad en Aser. 1:5 Heel het zielental van wie zijn voortgekomen uit de heup van Jakob is: zeventig zielen; en Jozef wás al in Egypte. 1:6 Dan sterft Jozef, en al zijn broeders, heel die generatie. 1:7 Maar de zonen Israëls zijn vruchtbaar geweest: het wemelt van hen, ze zijn er in overvloed, ze worden zéér, zéér sterk; vol wordt het land van hen! • 1:8 Er staat een nieuwe koning op over Egypte die Jozef niet gekend heeft. 1:9 Hij zegt tot zijn gemeenschap: ziehier, de gemeenschap van de zonen Israëls is overvloediger en sterker dan wij!- 1:10 welaan, laten we wijs handelen met hem, anders groeit hij nog meer; en wanneer het geschiedt dat er een oorlog uitbreekt, dat ook hij zich zal voegen bij onze haters, oorlog met ons zal voeren en zal opklimmen uit ons land! 1:11 Ze stellen over hem aan: vorsten van de dwangarbeid, met het doel hem te onderdrukken met hun lasten; zo bouwt hij opslagsteden, voor Farao: Pitom en Raämsees, 'de poort was gaaf, maar kwáád de dwangarbeid!' 1:12 Maar hoe meer ze hem onderdrukken, des te overvloediger wordt hij en breekt hij uit, zodat zij weerzin krijgen tegen het aanschijn van de zonen Israëls. 1:13 De Egyptenaren laten de zonen Israëls met bruut geweld sloven. 1:14 Ze maken hun het leven bitter met harde slavendienst, met leem en tichelstenen, met allerlei slavendienst op het veld,- al hun slavenwerk waarmee ze bij hen onder bruut geweld hebben moeten sloven. 1:15 Dan zegt de koning van Egypte tot de baarhulpen van de Hebreeuwse vrouwen,- de naam van de ene is Sjifra en de naam van de tweede Poea,- 1:16 hij zegt: als jullie de Hebreeuwse vrouwen helpen baren dan zul je de twee stenen aanzien; is het een zoon: breng hem ter dood, is het een dochter: zij zal leven! 1:17 Maar de baarhulpen hebben ontzag voor Gód en hebben niet gedaan zoals tot hen gesproken had de koning van Egypte: ze laten de nieuwgeboren jongens léven. 1:18 Dan roept de koning van Egypte de baarhulpen en zegt tot hen: waarom hebben jullie dit gedaan dat jullie de nieuwgeboren jongens laten leven? 1:19 Dan zeggen de baarhulpen tot Farao: omdat ze niet als de Egyptische vrouwen zijn, die Hebreeuwse vrouwen, omdat ze in het wild leven, zij!- vóórdat de baarhulpen bij ze aankomen hebben ze al gebaard! 1:20 En góed doet God die baarhulpen; ook groeit de gemeenschap en worden ze zeer sterk. 1:21 En het geschiedt: omdat de baarhulpen ontzag hebben gehad voor Gód doet hij dít aan hen: huisgezinnen. 1:22 Maar dan gebiedt Farao heel de gemeenschap en zegt: elke zoon die wordt gebaard werpt ge in de Stroom, elke dochter laat ge leven!


BIBLE DE JERUSALEM

1. Voici les noms des Israélites qui entrèrent en Égypte avec Jacob ; ils y vinrent chacun avec sa famille : 2. Ruben, Siméon, Lévi et Juda, 3. Issachar, Zabulon et Benjamin, 4. Dan et Nephtali, Gad et Asher. 5. Les descendants de Jacob étaient, en tout, soixante-dix personnes. Joseph, lui, était déjà en Égypte. 6. Puis Joseph mourut, ainsi que tous ses frères et toute cette génération. 7. Les Israélites furent féconds et se multiplièrent, ils devinrent de plus en plus nombreux et puissants, au point que le pays en fut rempli. 8. Un nouveau roi vint au pouvoir en Égypte, qui n'avait pas connu Joseph. 9. Il dit à son peuple : « Voici que le peuple des Israélites est devenu plus nombreux et plus puissant que nous. 10. Allons, prenons de sages mesures pour l'empêcher de s'accroître, sinon, en cas de guerre, il grossirait le nombre de nos adversaires. Il combattrait contre nous pour, ensuite, sortir du pays. » 11. On imposa donc à Israël des chefs de corvée pour lui rendre la vie dure par les travaux qu'ils exigeraient. C'est ainsi qu'il bâtit pour Pharaon les villes-entrepôts de Pitom et de Ramsès. 12. Mais plus on lui rendait la vie dure, plus il croissait en nombre et surabondait, ce qui fit redouter les Israélites. 13. Les Égyptiens contraignirent les Israélites au travail 14. et leur rendirent la vie amère par de durs travaux : préparation de l'argile, moulage des briques, divers travaux des champs, toutes sortes de travaux auxquels ils les contraignirent. 15. Le roi d'Égypte dit aux accoucheuses des femmes des Hébreux, dont l'une s'appelait Shiphra et l'autre Pua : 16. « Quand vous accoucherez les femmes des Hébreux, regardez les deux pierres. Si c'est un fils, faites-le mourir, si c'est une fille, laissez-la vivre. » 17. Mais les accoucheuses craignirent Dieu, elles ne firent pas ce que leur avait dit le roi d'Égypte et laissèrent vivre les garçons. 18. Le roi d'Égypte les appela et leur dit : « Pourquoi avez-vous agi de la sorte et laissé vivre les garçons ? » 19. Elles répondirent à Pharaon : « Les femmes des Hébreux ne sont pas comme les Egyptiennes, elles sont vigoureuses. Avant que l'accoucheuse n'arrive auprès d'elles, elles se sont délivrées. » 20. Dieu favorisa les accoucheuses ; quant au peuple, il devint très nombreux et très puissant. 21. Comme les accoucheuses avaient craint Dieu, il leur accorda une postérité. 22. Pharaon donna alors cet ordre à tout son peuple : « Tout fils qui naîtra, jetez-le au Fleuve, mais laissez vivre toute fille.


KING JAMES BIBLE

[1] Now these are the names of the children of Israel, which came into Egypt; every man and his household came with Jacob. [2] Reuben, Simeon, Levi, and Judah, [3] Issachar, Zebulun, and Benjamin, [4] Dan, and Naphtali, Gad, and Asher. [5] And all the souls that came out of the loins of Jacob were seventy souls: for Joseph was in Egypt already. [6] And Joseph died, and all his brethren, and all that generation. [7] And the children of Israel were fruitful, and increased abundantly, and multiplied, and waxed exceeding mighty; and the land was filled with them. [8] Now there arose up a new king over Egypt, which knew not Joseph. [9] And he said unto his people, Behold, the people of the children of Israel are more and mightier than we: [10] Come on, let us deal wisely with them; lest they multiply, and it come to pass, that, when there falleth out any war, they join also unto our enemies, and fight against us, and so get them up out of the land. [11] Therefore they did set over them taskmasters to afflict them with their burdens. And they built for Pharaoh treasure cities, Pithom and Raamses. [12] But the more they afflicted them, the more they multiplied and grew. And they were grieved because of the children of Israel. [13] And the Egyptians made the children of Israel to serve with rigour: [14] And they made their lives bitter with hard bondage, in morter, and in brick, and in all manner of service in the field: all their service, wherein they made them serve, was with rigour. [15] And the king of Egypt spake to the Hebrew midwives, of which the name of the one was Shiphrah, and the name of the other Puah: [16] And he said, When ye do the office of a midwife to the Hebrew women, and see them upon the stools; if it be a son, then ye shall kill him: but if it be a daughter, then she shall live. [17] But the midwives feared God, and did not as the king of Egypt commanded them, but saved the men children alive. [18] And the king of Egypt called for the midwives, and said unto them, Why have ye done this thing, and have saved the men children alive? [19] And the midwives said unto Pharaoh, Because the Hebrew women are not as the Egyptian women; for they are lively, and are delivered ere the midwives come in unto them. [20] Therefore God dealt well with the midwives: and the people multiplied, and waxed very mighty. [21] And it came to pass, because the midwives feared God, that he made them houses. [22] And Pharaoh charged all his people, saying, Every son that is born ye shall cast into the river, and every daughter ye shall save alive.


LUTHER BIBEL

1 1 Dies sind die Namen der Söhne Israels, die mit Jakob nach Ägypten kamen; ein jeder kam mit seinem Hause: 2 Ruben, Simeon, Levi, Juda, 3 Issachar, Sebulon, Benjamin, 4 Dan, Naftali, Gad, Asser. 5 Und alle leiblichen Nachkommen Jakobs zusammen waren siebzig an Zahl. Josef aber war schon vorher in Ägypten.6 Als nun Josef gestorben war und alle seine Brüder und alle, die zu der Zeit gelebt hatten, 7 wuchsen die Nachkommen Israels und zeugten Kinder und mehrten sich und wurden überaus stark, sodass von ihnen das Land voll ward.8 Da kam ein neuer König auf in Ägypten, der wusste nichts von Josef 9 und sprach zu seinem Volk: Siehe, das Volk Israel ist mehr und stärker als wir. 10 Wohlan, wir wollen sie mit List niederhalten, dass sie nicht noch mehr werden. Denn wenn ein Krieg ausbräche, könnten sie sich auch zu unsern Feinden schlagen und gegen uns kämpfen und aus dem Lande ausziehen.11 Und man setzte Fronvögte über sie, die sie mit Zwangsarbeit bedrücken sollten. Und sie bauten dem Pharao die Städte Pitom und Ramses als Vorratsstädte. 12 Aber je mehr sie das Volk bedrückten, desto stärker mehrte es sich und breitete sich aus. Und es kam sie ein Grauen an vor Israel. 13 Da zwangen die Ägypter die Israeliten unbarmherzig zum Dienst 14 und machten ihnen ihr Leben sauer mit schwerer Arbeit in Ton und Ziegeln und mit mancherlei Frondienst auf dem Felde, mit all ihrer Arbeit, die sie ihnen auflegten ohne Erbarmen.15 Und der König von Ägypten sprach zu den hebräischen Hebammen, von denen die eine Schifra hieß und die andere Pua: 16 Wenn ihr den hebräischen Frauen helft und bei der Geburt seht, dass es ein Sohn ist, so tötet ihn; ist's aber eine Tochter, so lasst sie leben. 17 Aber die Hebammen fürchteten Gott und taten nicht, wie der König von Ägypten ihnen gesagt hatte, sondern ließen die Kinder leben.18 Da rief der König von Ägypten die Hebammen und sprach zu ihnen: Warum tut ihr das, dass ihr die Kinder leben lasst? 19 Die Hebammen antworteten dem Pharao: Die hebräischen Frauen sind nicht wie die ägyptischen, denn sie sind kräftige Frauen. Ehe die Hebamme zu ihnen kommt, haben sie geboren. 20 Darum tat Gott den Hebammen Gutes. Und das Volk mehrte sich und wurde sehr stark. 21 Und weil die Hebammen Gott fürchteten, segnete er ihre Häuser.22 Da gebot der Pharao seinem ganzen Volk und sprach: Alle Söhne, die geboren werden, werft in den Nil, aber alle Töchter lasst leben.


- A

- `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 - 3 . Tenakh (3075) . Pentateuch (828) . Eerdere Profeten (616) . Latere Profeten (585) . 12 Kleine Profeten (186) . Geschriften (860) . Ex (217) . Ex 1 (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,10 . (3) Ex 1,16 .

- ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Ex (217) : Ex 1 (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,14 . (3) Ex 1,15 .

- B - C - D - E

- ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . Ex (473) . Ex 1 (9) : (1) Ex 1,1 . (2) Ex 1,8 . (3) Ex 1,11 . (4) Ex 1,13 . (5) Ex 1,14 . (6) Ex 1,16 . (7) Ex 1,17 . (8) Ex 1,18 . (9) Ex 1,21 .

- F - G - H - I - J

- jôseph (Jozef) . Taalgebruik in Tenakh : jôseph (Jozef) . Taalgebruik in de LXX : iôsèf (Jozef) . Taalgebruik in het NT : iôsèf (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samech = 15 of 60 , pe = 17 of 80 ; totaal 48 ( 2³ X 3) OF 156 (2² X 3 X 13 OF 12 X 13 OF 6 X 26) . Tenakh (186) . Pentateuch (146) . Eerdere Profeten (19) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (10) . Gr. iôsèf (Jozef) . Gebruik in de bijbel (234) , in de LXX (200) , in het NT (34/35) . Ex (3) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 1,8 . (3) Ex 13,19 .

- K

- wëkhol / wëkâl (en al) < wë + kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (691) . Pentateuch (179) . Eerdere Profeten (195) . Latere Profeten (129) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (165) . Ex (35) . Ex 1 (2) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 1,22 .

- L

- lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Ex (145) . Ex 1 (2) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,19 .

- M

- mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) . Ex (13) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,15 . (3) Ex 1,17 . (4) Ex 1,18 . (5) Ex 2,23 . (6) Ex 3,18 . (7) Ex 3,19 . (8) Ex 5,4 . (9) Ex 6,11 . (10) Ex 6,13 . (11) Ex 6,27 . (12) Ex 6,29 . (13) Ex 14,8 .

- mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 - 9 - 2 - 1 - 4 . Tenakh (434) . Pentateuch (219) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (123) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (27) . Ex (119) . Ex 1 (5) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,13 . (3) Ex 1,15 . (4) Ex 1,17 . (5) Ex 1,18 .

- N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -