EXODUS 7 - Ex 7 -- Ex 7 --
BIJBEL: Taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.

 

Overzicht van Exodus : - Ex 1 - Ex 2 - Ex 3 - Ex 4 - Ex 5 - Ex 6 - Ex 7 - Ex 8 - Ex 9 - Ex 10 - Ex 11 - Ex 12 - Ex 13 - Ex 14 - Ex 15 - Ex 16 - Ex 17 - Ex 18 - Ex 19 - Ex 20 - Ex 21 - Ex 22 - Ex 23 - Ex 24 - Ex 25 - Ex 26 - Ex 27 - Ex 28 - Ex 29 - Ex 30 - Ex 31 - Ex 32 - Ex 33 - Ex 34 - Ex 35 - Ex 36 - Ex 37 - Ex 38 - Ex 39 - Ex 40 -
Overzicht vers per vers : - Ex 7,1 - Ex 7,2 - Ex 7,3 - Ex 7,4 - Ex 7,5 - Ex 7,6 - Ex 7,7 - Ex 7,8 - Ex 7,9 - Ex 7,10 - Ex 7,11 - Ex 7,12 - Ex 7,13 - Ex 7,14 - Ex 7,15 - Ex 7,16 - Ex 7,17 - Ex 7,18 - Ex 7,19 - Ex 7,20 - Ex 7,21 - Ex 7,22 - Ex 7,23 - Ex 7,24 - Ex 7,25 - Ex 7,26 - Ex 7,27 - Ex 7,28 - Ex 7,29 -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,



Ex 7,1 - Ex 7,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:1 Dan zegt de Ene tot Mozes: zie!, gegeven heb ik jou aan Farao als God; en Aäron, je broeder, zal er wezen als je profeet!- 1. Yahvé dit à Moïse : « Vois, j'ai fait de toi un dieu pour Pharaon, et Aaron, ton frère, sera ton prophète.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

Ex 7,2 - Ex 7,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:2 jíj brengt onder woorden alles wat ik je gebied; en Aäron, je broeder, voert het woord tot Farao: heenzenden zal hij de zonen Israëls uit zijn land!- 2. Toi, tu lui diras tout ce que je t'ordonnerai, et Aaron, ton frère, le répétera à Pharaon pour qu'il laisse les Israélites partir de son pays.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,3 - Ex 7,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:3 maar dan zal ik het hart van Farao verharden en mijn tekenen en mijn wonderen verméérderen op het land van Egypte; 3. Pour moi, j'endurcirai le cœur de Pharaon et je multiplierai mes signes et mes prodiges dans le pays d'Égypte.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,4 - Ex 7,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:4 hij zal niet naar jullie horen, Farao, ik zal mijn hand te voelen geven in Egypte; uitleiden zal ik mijn heirscharen, mijn gemeente, de zonen Israëls, uit het land van Egypte, in grote gerichten; 4. Pharaon ne vous écoutera pas, alors je porterai la main sur l'Égypte et je ferai sortir mes armées, mon peuple, les Israélites, du pays d'Égypte, avec de grands jugements.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

16. me´èrèts (uit het land) < min + ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Ex : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 of 391 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Tenach (157) . Pentateuch (56) . Ex (21 = 3 X 7) : (1) Ex 6,13 . (2) Ex 6,26 . (3) Ex 7,4 . (4) Ex 12,17 . (5) Ex 12,41 . (6) Ex 12,42 . (7) Ex 12,51 . (8) Ex 13,18 . (9) Ex 16,1 . (10) Ex 16,6 . (11) Ex 16,32 . (12) Ex 19,1 . (13) Ex 20,2 . (14) Ex 29,46 . (15) Ex 32,1 . (16) Ex 32,4 . (17) Ex 32,7 . (18) Ex 32,8 . (19) Ex 32,11 . (20) Ex 32,23 . (21) Ex 33,1 .

16. - 17. me´èrèts mitsërajim (uit het land Egypte) . Tenach (45) . Pentateuch (26) . Ex (8) : (1) Ex 6,26 . (2) Ex 7,4 . (3) Ex 12,51 . (4) Ex 20,2 . (5) Ex 29,46 . (6) Ex 32,1 . (7) Ex 32,11 . (8) Ex 32,23 .

Ex 7,5 - Ex 7,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:5 onderkennen zullen ze, de Egyptenaren, dat ik het ben, de Ene, als ik mijn hand uitstrek over Egypte,- en de zonen Israëls uitleid bij hen vandaan! 5. Ils sauront, les Égyptiens, que suis Yahvé, quand j'étendrai ma main contre les Égyptiens et que je ferai sortir de chez eux les Israélites. »

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,6 - Ex 7,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:6 Dan dóet Mozes -met Aäron- dat; zoals de Ene hun heeft geboden, zó hebben ze gedaan. 6. Moïse et Aaron firent comme Yahvé leur avait ordonné.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,7 - Ex 7,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:7 Mozes is een man van tachtig jaar, en Aäron een man van drie en tachtig jaar,- als zij hun woorden richten tot Farao. • 7. Moïse était âgé de quatre-vingts ans et Aaron de quatre-vingt-trois ans lorsqu'ils parlèrent à Pharaon.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,8 - Ex 7,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:8 Dan zegt de Ene tot Mozes en tot Aäron,- hij zegt: 8. Yahvé dit à Moïse et à Aaron :

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

Ex 7,9 - Ex 7,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:9 wanneer Farao het woord tot u richt en zegt: geeft voor uzelf een wonderbewijs!, dan zul jij tot Aäron zeggen: neem je staf en werp hem neer voor Farao's aanschijn,- hij worde een draak! 9. « Si Pharaon vous dit d'accomplir un prodige, tu diras à Aaron : Prends ton bâton, jette-le devant Pharaon, et qu'il se change en serpent. »

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

9. wë´âmarëthâ (en jij zegt) < wë + act. qal perf. 2de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Tenakh (135) . Pentateuch (40) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (76) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (4) . Ex (8) : (1) Ex 3,16 . (2) Ex 4,22 . (3) Ex 7,9 . (4) Ex 7,16 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,16 . (7) Ex 9,13 . (8) Ex 13,14 .

Ex 7,10 - Ex 7,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:10 Dan komt Mozes, met Aäron, bij Farao aan en doen ze zo zoals de Ene geboden heeft; Aäron werpt zijn staf neer voor het aanschijn van Farao en voor het aanschijn van zijn dienaars en hij wórdt tot een draak. 10. Moïse et Aaron allèrent trouver Pharaon et firent comme l'avait ordonné Yahvé. Aaron jeta son bâton devant Pharaon et ses serviteurs, et il se changea en serpent.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 7,10 .

Ex 7,10.1. וַיָּבּוֹא / וַיָּבֹא = wajjâbho´ (en hij ging, en hij kwam) OF וַיָּבֵא = wajjâbhe´(en hij liet gaan, en hij liet komen) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. OF act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Taalgebruik in Tenakh : bw´ (gaan, komen) . Tenakh (289) . Pentateuch (72) . Eerdere Profeten (142) . Latere Profeten (22) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (53) . Ex (16) : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 3,6 . (3) Ex 7,10 . (4) Ex 7,23 . (5) Ex 8,20 . (6) Ex 10,3 . (7) Ex 14,20 . (8) Ex 17,8 . (9) Ex 18,5 . (10) Ex 18,12 . (11) Ex 19,7 . (12) Ex 24,3 . (13) Ex 24,18 . (14) Ex 37,5 . (15) Ex 38,7 . (16) Ex 40,21 . Andere : (1) Ex 7,23 (Farao) . (2) Ex 8,20 (steekvliegen) . (3) Ex 14,20 (de wolk) . (4) Ex 17,8 (Amalek) . Lv (1) : Lv 9,23 .
- Grieks : ind. aor. 3de pers. enk. εισηλθεν = eisèlthen (hij ging binnen) van het werkw. εισερχομαι = eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het NT : eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in de LXX : eiserchomai (binnengaan) . Bijbel (227) . LXX (184) . NT (43) . Een vorm van εισερχομαι = eiserchomai in de LXX (700) , in het NT (192) .
- Ned. : binnengaan . D. : eingehen . E. : to enter . F. : entrer . Grieks : εισερχομαι = eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het NT : eiserchomai (binnengaan) . Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Lat. : intro-ire (binnengaan) . intrare - inire . Italiaans : entrare . Spaans : entrar .
- De letter aleph duidt het begin, initiatief , het scheppen aan . Aleph = 1 en duidt éénheid aan . De beth duidt de schepping aan . In het woord 'abh is schepper en schepping verenigd .´abh (vader) duidt tweeheid (vader - zoon/dochter) aan : de verwekker en de verwekte . De Hebreeuwse naam voor zoon is בֵּן . Het woord begint met een beth , symbool voor tweede , het geschapene , het verwekte . Op de beth volgt een nun = 14 of 50 . 50 staat voor voltooiïng , voor de gave van de thorah , van de geest . Het zoonschap zal zich doorzetten door alle volgende geslachten . Zo krijgt een vader een kleinzoon , een achterkleinzoon enz. . In het werkw. bâ' (het spiegelbeeld van 'abh= vader) heeft de omgekeerde beweging plaats : van de tweeheid (veelheid) naar de éénheid of van de schepping naar de schepper . Het geeft het doel aan van de schepping .

- και εισηλθεν = kai eisèlthen (en hij ging naar - binnen) . LXX (120) . NT (10) . Mt (1) : Mt 21,12 . Mc (3) : (1) Mc 3,1 . (2) Mc 7,17 . (3) Mc 11,11 . Lc (3) : (1) Lc 1,40 . (2) Lc 4,16 . (3) Lc 24,29 . Joh (2) : (1) Joh 19,9 . (2) Joh 20,6 . Hnd (1) : (2) Hnd 3,8 . (2) Hnd 9,17 .
- εισηλθεν δε = eisèlthen de (hij ging echter - naar - binnen) . LXX (15) . NT (2) : (1) Lc 9,46 . (2) Lc 22,3 .
- και εισελθων = kai eiselthôn (en binnengegaan) . LXX (2) . ΝΤ (8) : (1) Mt 26,58 . (2) Mc 5,39 . (3) Mc 7,24 . (4) Mc 11,15 . (5) Lc 1,28 . (6) Lc 7,36 . (7) Lc 19,1 . (8) Hnd 23,16 .
- εισελθων δε = eiselthôn de (binnengegaan echter) . LXX (5) . ΝΤ (4) : (1) Mt 22,11 . (2) Lc 11,37 . (3) Hnd 19,8 . Variante lezing : Lc 8,51 .

Ex 7,10.2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . getalswaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal) . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 .
- Grieks . μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 7,10.1. - 2. וַיָּבֹא מֹשֶׁה = wajjâbho´ mosjèh (en Mozes ging) . Tenakh (10) : (1) Ex 7,10 . (2) Ex 10,3 . (3) Ex 19,7 (Mozes ging naar beneden). (4) Ex 24,3 (Mozes ging naar beneden) . (5) Ex 24,18 . (6) Lv 9,23 . (7) Nu 17,8 . (8) Nu 17,23 . (9) Nu 20,6 . (10) Dt 32,44 .
- εισηλθεν μωυσης = eisèlthen môusès (Mozes ging binnen) . Bijbel = LXX (7) : (1) Ex 5,1 . (2) Ex 31,9 . (3) Lv 9,23 . (4) Nu 17,8 . (5) Nu 17,23 . (6) Nu 20,6 . (7) Dt 32,44 .
- και εισηλθεν μωυσης = kai eisèlthen môusès (en Mozes ging naar -binnen) .Bijbel = LXX (5) : (1) Ex 24,18 . (2) Lv 9,23 . (3) Nu 17,23 . (4) Nu 20,6 . (5) Dt 32,44 .
- ηλθεν δε μωυσης = èlthen de môusès (Mozes kwam / ging echter) . Tenakh (1) : Ex 19,7 .
- ηλθεν δε μωυσης = èlthen de môusès (Mozes kwam / ging echter) . LXX (1) : Ex 19,7 .
- και ηλθεν μωυσης = kai èlthen môusès (en Mozes kwam / ging) . LXX (1) : Nu 20,6 .

Ex 7,10.3. אַהֱרֹן = ´ahäron (Aäron) . Taalgebruik in Tenakh : ´ahäron (Aäron) . Getalswaarde : aleph = 1 , he = 5 , resj = 20 of 200 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 = 2³ X 5) of 256 (2² X 2³ X 2³ ) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (247 = 13 X 19) . Pentateuch (211 = 210 + 1 = '3 X 70' + 1) . Gn (0) . Ex (71 = 70 + 1) . Lv (70) . Nu (67) . Dt (3) . Nu 6 (1) : Nu 6,23 .
- וַאַהֲרֹן = wë´ahäron (en Aäron) . Tenakh (50) .
- ααρων = aarôn (Aäron) . Taalgebruik in het NT : aarôn (Aäron) . Taalgebruik in de LXX : aarôn (Aäron) . Bijbel (348 = 2² X 3 X 29) . LXX (343 = 7³) . NT (5) .
- De getalswaarde van Mozes en Aäron volgen elkaar op : 39 , 40 ; samen : 39 + 40 = 79 OF 345 + 256 = 601 . Mozes en Aäron zijn 2 broers . Ze hebben de opdracht om te gaan van de veelheid naar de éénheid .

Ex 7,10.2. - 3. מֹשֶׁה וַאַהֲרֹן = mosjèh wë´ahäron (Mozes en Aäron) . Tenakh (33) : (1) Ex 4,29 . (2) Ex 5,1 . (3) Ex 5,4 . (4) Ex 6,27 . (5) Ex 7,6 . (6) Ex 7,10 . (7) Ex 7,20 . (8) Ex 8,8 . (9) Ex 10,3 . (10) Ex 12,28 . (11) Ex 12,43 . (12) Ex 16,6 . (13) Ex 24,9 . (14) Ex 40,31 . (15) Lv 9,23 . (16) Nu 1,17 . (17) Nu 1,44 . (18) Nu 3,38 . (19) Nu 3,39 . (20)

Ex 7,10.1. - 3. - וַיָּבֹא מֹשֶׁה וַאַהֲרֹן = wajjâbho´ mosjèh wa´ahäron (en Mozes en Aäron gingen) . Tenakh (5) : (1) Ex 7,10 . (2) Ex 10,3 . (3) Lv 9,23 . (4) Nu 17,8 . (5) Nu 20,6 .
- εισηλθεν δε μωυσης και ααρων = eisèlthen de môusès kai aarôn (Mozes en Aäron echter gingen naar -binnen) . LXX (2) : (1) Ex 7,10 . (2) Ex 10,3 .
- και εισηλθεν μωυσης και ααρων = kai eisèlthen môusès kai aarôn (en Mozes en Aäron gingen naar -binnen) . LXX (3) : (1) Lv 9,23 . (2) Nu 17,8 . (3) Nu 20,6 .

Ex 7,10.4. - 5. אֶל פַּרְעֹה = ´èl parë`oh (tot Farao) . Tenakh (35) . Ex (20) : (1) Ex 1,19 . (2) Ex 3,10 . (3) Ex 3,11 . (4) Ex 4,22 . (5) Ex 5,1 . (6) Ex 5,15 . (7) Ex 5,23 . (8) Ex 6,11 . (9) Ex 6,27 . (10) Ex 6,29 . (11) Ex 7,2 . (12) Ex 7,7 . (13) Ex 7,10 . (14) Ex 7,15 . (15) Ex 7,26 . (16) Ex 8,15 . (17) Ex 9,1 . (18) Ex 10,1 . (19) Ex 10,3 . (20) Ex 10,8 .

Ex 10,31. - 5. וַיָּבֹ֨א מֹשֶׁ֤ה וְאַהֲרֹן֙ אֶל־פַּרְעֹ֔ה = wajjâbho´ mosjèh wa´ahäron ´èl parë`oh (en Mozes en Aäron gingen tot Farao) . Tenakh (2) : Ex 7,10 . ( 2) Ex 10,3 .


Ex 7,11 - Ex 7,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:11 Dan roept ook Farao wijzen en magiërs, en doen ook zij, de tekenduiders van Egypte, met hun geheime kunsten net zo. 11. Pharaon à son tour convoqua les sages et les enchanteurs, et, avec leurs sortilèges, les magiciens d'Égypte en firent autant.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,12 - Ex 7,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:12 Ze werpen elk zijn staf neer en die worden tot draken; dan verslindt de staf van Aäron hún staven! 12. Ils jetèrent chacun son bâton qui se changea en serpent, mais le bâton d'Aaron engloutit leurs bâtons.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,13 - Ex 7,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:13 Maar sterk blijft het hart van Farao en hij heeft niet naar hen willen horen,- zoals gesproken had de Ene. • 13. Cependant le cœur de Pharaon s'endurcit et il ne les écouta pas, comme l'avait prédit Yahvé.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

      1 . 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. T 10 pl.
1a. wajëchazzeq JHWH ´èth lebh parë`oh (en JHWH verhardde het hart van Farao) Ex 7,3           Ex 9,12   Ex 10,20 Ex 10,27 Ex 11,10 6X 4X
1b. wajjèchèzaq lebh parë`oh (en het hart van Farao verhardde) Ex 7,13 Ex 7,22   Ex 8,15       Ex 9,35       4X 3X
1c. wëhakhëbed ´èth libbô (en hij verzwaarde zijn hart)     Ex 8,11                 1X 1X
1d. wëhakhëbed parë`oh ´èth libbô (en Farao verzwaarde zijn hart)         Ex 8,28             1X 1X
1e. wajjikhëbad lebh parë`oh (en hij verzwaarde het hart van Farao)           Ex 9,7           1X 1X
2a. wëlo´ sjâma` ´älehèm (en hij luisterde niet naar hen) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15     Ex 9,12         5X 4X
2b. wëlo´ sjillach (en hij liet niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7   Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 5X 5X
2b1. wëlo´ sjillach ´èth hâ`âm (en hij liet volk niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7           2X 2X
2b2. wëlo´ sjillach ´èth bëne(j) jishërâ´el (en hij liet de Israëlieten niet 'vertrekken')               Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 3X 3X
2c. wëlo´ ´âbhâh lësallëchâm (en hij wilde hen niet laten 'vertrekken')                   Ex 10,27   1X 1X
3. ka´äsjèr dibbèr JHWH (zoals JHWH sprak) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15 - - Ex 9,12 Ex 9,35 - - - 28X 5X
    voll. ged. ged. ged. ged. ged. ged. ged. voll. voll. ged.    

 

 

Ex 7,14 - Ex 7,14 -

Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:14 Dan zegt de Ene tot Mozes: zwáár is het hart van Farao wél; hij weigert nog steeds om de gemeente heen te zenden; 14. Yahvé dit à Moïse : « Le cœur de Pharaon s'est appesanti et il a refusé de laisser partir le peuple.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

Ex 7,15 - Ex 7,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:15 ga tot Farao, vanmorgen nog!- juist trekt hij uit, naar het water; posteer je, om hem te ontmoeten, op de lip van de Stroom, en neem de staf die veranderde in een slang in je hand; 15. Va, demain matin, trouver Pharaon, à l'heure où il se rend au bord de l'eau, et tiens-toi à l'attendre sur la rive du Fleuve. Tu prendras en main le bâton qui s'est changé en serpent.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 3. lekh ´èl parë`oh (ga naar Farao) . Tenakh (1) : Ex 7,15 . bo´ ´èl parë`oh (baan je een weg tot Farao) . Tenakh (3) : (1) Ex 7,26 . (2) Ex 9,1 . (3) Ex 10,1 .

Ex 7,16 - Ex 7,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:16 zeggen zul je tot hem: de Ene, de God der Hebreeërs, heeft mij tot u gezonden om te zeggen: zend mijn gemeente heen, dat ze mij dienen in de woestijn!- maar nee, u hebt niet willen horen tot zover; 16. Tu lui diras : Yahvé, le Dieu des Hébreux, m'a envoyé vers toi pour te dire : «Laisse partir mon peuple, qu'il me serve dans le désert. » Jusqu'à présent tu n'as pas écouté.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. wë´âmarëthâ (en jij zegt) < wë + act. qal perf. 2de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Tenakh (135) . Pentateuch (40) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (76) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (4) . Ex (8) : (1) Ex 3,16 . (2) Ex 4,22 . (3) Ex 7,9 . (4) Ex 7,16 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,16 . (7) Ex 9,13 . (8) Ex 13,14 .

1. - 2. wë´âmarëthâ ´elâ(j)w (en jij zegt tot hem) . Tenakh (12) : (1) Ex 7,16 . (2) Ex 7,26 . (3) Ex 8,16 . (4) Ex 9,13 . (5) Ex 13,14 . (6) Nu 8,2 . (7) Dt 26,3 . (8) 2 S 13,5 . (9) Js 7,4 . (10) Js 34,2 . (11) Ez 32,2 . (12) Zach 6,12 .

4. - 5. ´êlohe(j) hâ`ibhërîm (god van de Hebreeën) . Tenakh (5) : (1) Ex 5,3 . (2) Ex 7,16 (1ste plaag) . (3) Ex 9,1 (5de plaag) . (4) Ex 9,13 (7de plaag) . (5) Ex 10,3 (8ste plaag) .

3. - 5. JHWH ´êlohe(j) hâ`ibhërîm (JHWH, god van de Hebreeën) . Tenakh (4) : (1) Ex 7,16 (1ste plaag) . (2) Ex 9,1 (5de plaag) . (3) Ex 9,13 (7de plaag) . (4) Ex 10,3 (8ste plaag) .

12. wëja`abhëdunî (en dat zij mij dienen) < wë + act. qal jussief 3de pers. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. van het werkw. `âbhad (werken, dienen) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhad (werken, dienen) . Getalwaarde : ajin =16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 ; totaal : 22 OF 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . Gr. latreuô (door (loon) dienen) .Taalgebruik in het NT : latreuô (door (loon) dienen) . Tenakh (7) : (1) Ex 4,23 . (2) Ex 7,16 . (3) Ex 7,26 . (4) Ex 8,16 . (5) Ex 9,1 . (6) Ex 9,13 . (7) Ex 10,3 .

Ex 7,17 - Ex 7,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:17 zó heeft de Ene gezegd: hieraan zul je weten dat ik de Ene ben: ziehier, ik sla met de staf die in mijn hand is op het water van de Stroom en het verandert in bloed!- 17. Ainsi parle Yahvé : En ceci tu sauras que je suis Yahvé. Du bâton que j'ai en main, je vais frapper les eaux du Fleuve et elles se changeront en sang.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 7,17 . Het vers Ex 7,17 telt 20 (2² vX 5) woorden en 68 (2² X 17) letters . De getalwaarde van Ex 7,17 is 3232 (2² X 2³ X 101) .

1. - 3. koh ´âmar JHWH (zo spreekt JHWH) . Tenakh (247) . Ex (10) : (1) Ex 4,22 . (2) Ex 5,1 . (3) Ex 7,17 (1ste plaag) . (4) Ex 7,26 (2de plaag) . (5) Ex 8,16 (4de plaag) . (6) Ex 9,1 (5de plaag) . (7) Ex 9,13 (7de plaag) . (8) Ex 10,3 (8ste plaag) . (9) Ex 11,4 (10de plaag) . (10) Ex 32,27 .

6. - 8. kî ´anî JHWH (want ik ben JHWH) . Tenakh (107) . Ex (11) : (1) Ex 6,7 . (2) Ex 7,5 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 8,18 . (5) Ex 10,2 . (6) Ex 14,4 . (7) Ex 14,18 . (8) Ex 15,26 . (9) Ex 16,12 . (10) Ex 29,46 . (11) Ex 31,13 .

Ex 7,17.10. ´ânokhî (ik) . אנכי . Zie : ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 .
- Grieks . εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) .
- Lat. ego sum (ik ben) . Ned. : ik . Fr. je . D. Ich . E. I . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai en farao Achnaton gelegd .

Ex 7,17.12. bammattèh (met de staf) < voorzetsel bë + bepaald lidw. he + zelfst. naamw. mattèh (stok, staf) . Taalgebruik in Tenakh : mattèh (stok, staf) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tedt = 9 , he = 5 ; totaal : 27 (3³) OF 54 (2 X 3³) . Structuur : 4 - 9 - 5 . Tenakh (4) : (1) Ex 7,17 . (2) Ex 7,20 . (3) 1 S 19,15 . (4) Js 28,27 .

13. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Ex (217) . Ex 7 (6) : (1) Ex 7,2 . (2) Ex 7,15 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,18 . (5) Ex 7,20 . (6) Ex 7,21 .

Ex 7,17.14. bëjâdî (in mijn hand) < voorzetsel bë + zelfst. naamw. + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. enk. OF bîde(j) (in handen van) voorzetsel bë + stat. constr. mann. mv. . jâd (hand) . Taalgebruik in Tenakh : jâd (hand) . Letterwaarde : jod = 10 . daleth = 4 . Totaal 14 (2 X 7) . Structuur : 1 - 4 . Gr. cheir (hand) . Taalgebruik in het NT : cheir (hand) . Taalgebruik in de Septuaginta : cheir (hand) . Ned. hand . D. Hand . E. hand . Lat. manus (cfr manufacture, manuel = handleiding, manipuler) . Fr. main . Cfr chirurgie, chiropraxie . LXX (1943) . NT (176) . Tenakh (33) . Pentateuch (7) . Eerdere Profeten (18) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (6) . Ex (2) : (1) Ex 7,17 . (2) Ex 17,9 .

Ex 7,17.16. hammajim (de wateren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . Gr. hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua . Fr. : eau . E. water . D. Wasser . Tenakh (85) . Pentateuch (45) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (12) . Ex (12) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 4,9 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,20 . (5) Ex 14,21 . (6) Ex 14,26 . (7) Ex 14,28 . (8) Ex 15,25 . (9) Ex 15,27 . (10) Ex 32,20 .

Ex 7,17.15. - 16. `al hammajim (op de wateren) . Ex (2) : (1) Ex 7,17 . (2) Lv 14,6 .

17. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Ex (217) . Ex 7 (6) : (1) Ex 7,2 . (2) Ex 7,15 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,18 . (5) Ex 7,20 . (6) Ex 7,21 .

Ex 7,17.19. wënèhèphërû (en zij werden veranderd) < wë + pass. nifal perf. 3de pers. mv. van het werkw. hâphakh (wenden, omkeren, verdraaien, verwoesten) . Tenakh : hâphakh (wenden, omkeren, verdraaien, verwoesten) . Getalwaarde : he = 5 , pe = 17 of 80 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 5 - 8 - 2 .Tenakh (3) : (1) Ex 7,17 . (2) Js 34,9 . (3) Jr 30,6 .

Ex 7,17.20. lëdâm (tot bloed) < voorzetsel lë + zelfst. naamw. OF laddâm (tot het bloed) < voorzetsel lë + bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Getalwaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . Tenakh (12) : (1) Ex 4,9 . (2) Ex 7,17 . (3) Ex 7,20 . (4) Lv 16,15 . (5) Nu 35,33 . (6) Dt 17,8 . (7) Ez 35,6 . (8) Jl 3,4 . (9) Ps 78,44 . (10) Ps 105,29 . (11) Spr 1,11 . (12) 2 Kr 19,10 .

Ex 7,18 - Ex 7,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:18 de vis in de Stroom zal sterven en stinken zal de Stroom; opgeven zullen ze het, de Egyptenaren, om water te drinken uit de Stroom. •• 18. Les poissons du Fleuve crèveront, le Fleuve s'empuantira, et les Égyptiens ne pourront plus boire l'eau du Fleuve. »

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

10. majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . Gr. hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua . Fr. : eau . E. water . D. Wasser . Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) . Ex (15) : (1) Ex 7,18 . (2) Ex 7,21 . (3) Ex 7,24 . (4) Ex 15,8 . (5) Ex 15,22 . (6) Ex 15,23 . (7) Ex 15,27 . (8) Ex 17,1 . (9) Ex 17,2 . (10) Ex 17,6 . (11) Ex 23,31 . (12) Ex 30,18 . (13) Ex 30,20 . (14) Ex 40,7 . (15) Ex 40,30 .

Ex 7,19 - Ex 7,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:19 Dan zegt de Ene tot Mozes: zeg tot Aäron: neem je staf en strek je hand uit over de wateren van Egypte,- over hun stromen, over hun rivieren en over hun moerassen; over elke opeenhoping van wateren bij hen, dat ze bloed worden!- dan zal het bloed worden op heel het land van Egypte, tot in de bomen en in de stenen! 19. Yahvé dit à Moïse : « Dis à Aaron : Prends ton bâton et étends la main sur les eaux d'Égypte - sur ses fleuves et sur ses canaux, sur ses marais et sur tous ses réservoirs d'eau - et elles se changeront en sang, et tout le pays d'Égypte sera plein de sang, même les arbres et les pierres. »

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 7,19 .

      1 . 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. T 10 pl.
1. wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) Ex 7,1 . Ex 7,8 Ex 7,14 . Ex 7,19 Ex 7,26 . Ex 8,1 Ex 8,12 Ex 8,16 Ex 9,1 Ex 9,8 . Ex 9,12 Ex 9,13 . Ex 9,22 Ex 10,1 . Ex 10,12 Ex 10,21 Ex 11,1 . Ex 11,9 66 16
2a. bo´ ´èl parë`oh (baan je een weg tot Farao)     Ex 7,26     Ex 9,1     Ex 10,1     3 3
2b. lekh ´èl parë`oh (ga naar Farao)   Ex 7,15                   1 1
2c. hasjëkam babboqèr (ga vroeg in de morgen) wëhithëjatstsebh liphëne(j) ´èl parë`oh (en treedt voor het aanschijn van de Farao)         Ex 8,16     Ex 9,13       3/2 2
3a. wë´âmarëthâ ´elâ(j)w (en jij zegt tot hem)   Ex 7,16 Ex 7,26   Ex 8,16     Ex 9,13       12 4
3b. wëdibbarëthâ ´elâ(j)w (en jij zult spreken)           Ex 9,1           1 1
4. koh ´âmar JHWH (zo spreekt JHWH) .   Ex 7,17 Ex 7,26   Ex 8,16 Ex 9,1   Ex 9,13 Ex 10,3   Ex 11,4 247 7
5. ´êlohe(j) hâ`ibhërîm (god van de Hebreeën)   Ex 7,16       Ex 9,1   Ex 9,13 Ex 10,3     5 4
(5a.) JHWH ´êlohe(j) hâ`ibhërîm (JHWH, god van de Hebreeën)   Ex 7,16       Ex 9,1   Ex 9,13 Ex 10,3     4 4
6. sallach èth `ammî (zend mijn volk)   Ex 7,16 Ex 7,26     Ex 9,1   Ex 9,13       5 4
7. wëja`abhëdunî (en dat zij mij dienen)   Ex 7,16 Ex 7,26   Ex 8,16 Ex 9,1   Ex 9,13 Ex 10,3     7 6
      ged. voll. ged. ged. voll. ged. voll. ged. ged. ged.    
                             

Ex 7,19.1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

Ex 7,19.10. - 11. - εκτεινον την χειρα = ekteinon tèn cheira (strek de hand uit) . LXX (9) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 7,19 . (3) Ex 9,22 . (4) Ex 10,12 . (5) Ex 10,21 . (6) Ex 14,16 . (7) Ex 14,26 . (8) Joz 8,18 . (9) Sir 7,32 . NT (3) : (1) Mt 12,13 . (2) Mc 3,5 . (3) Lc 6,10 .
- εκτεινον την χειρα σου = ekteinon tèn cheira sou (strek je hand uit) . LXX (7) : (1) Ex 7,19 . (2) Ex 9,22 . (3) Ex 10,21 . (4) Ex 14,16 . (5) Ex 14,26 . (6) Joz 8,18 . (7) Sir 7,32 . NT (3) : (1) Mt 12,13 . (2) Mc 3,5 . (3) Lc 6,10 .
- נְטֵה אֶת יָדְךָ = nëteh ´èth jâdëkhâ (strek je hand uit) . Tenakh (3) : (1) Ex 8,1 . (2) Ex 9,22 . (3) Ex 14,26 .
- וּנְטֵה אֶת יָדְךָ = ûnëteh ´èth jâdëkhâ (en strek je hand uit) . Tenakh (1) : Ex 14,16 .
- נְטֵה יָדְךָ = nëteh jâdëkhâ (strek je hand uit) . Tenakh (2) : (1) Ex 10,8 . (2) Ex 10,21 .
- וּנְטֵה יָדְךָ = ûnëteh jâdëkhâ (en strek je hand uit) . Tenakh (1) : Ex 7,19 .

Ex 7,19.26. דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . dm : Tenakh (70) . Ex (4) : (1) Ex 7,19 . (2) Ex 23,18 . (3) Ex 24,8 . (4) Ex 34,25 .
- הַדָּם = haddâm (het bloed) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (58) . Ex (10) : (1) Ex 7,21 . (2) Ex 12,7 . (3) Ex 12,13 . (4) Ex 12,22 . (5) Ex 12,23 . (6) Ex 24,6 . (7) Ex 24,8 . (8) Ex 29,12 . (9) Ex 29,20 . (10) Ex 29,21 .
- Grieks . nom. + acc. onz. enk.  αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Taalgebruik in de LXX : haima (bloed) . Taalgebruik in Lc : haima (bloed) . Mt (5) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,35 . (3) Mt 26,28 . (4) Mt 27,4 . (5) Mt 27,25 . Mc (1) : Mc 14,24 . Lc (2) : (1) Lc 11,50 . (2) Lc 13,1 . Joh (5) : (1) Joh 6,53 . (2) Joh 6,54 . (3) Joh 6,55 . (4) Joh 6,56 . (5) Joh 19,34 . Hnd (6) : (1) Hnd 2,19 . (2) Hnd 2,20 . (3) Hnd 5,28 . (4) Hnd 18,6 . (5) Hnd 21,25 . (6) Hnd 22,20 . Een vorm van  αἱμα = haima (bloed) in de LXX (401) , in het NT (97) , in Mt (10) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,30 . (3) Mt 23,35 . (4) Mt 26,28 . (5) Mt 27,4 . (6) Mt 27,6 . (7) Mt 27,8 . (8) Mt 27,24 . (9) Mt 27,25 . (10) Mt 27,49 , in Mc (3) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,29 . (3) Mc 14,24 . in Lc (7) : (1) Lc 8,43 . (2) Lc 8,44 . (3) Lc 11,50 . (4) Lc 11,51 . (5) Lc 13,1 . (6) Lc 22,20 . (7) Lc 22,44 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk.  haima 225  183  42  12  11  13  10 


- Lat. sanguis . N. bloed . E. blood . D. Blut . Arabisch : دَم = dam (bloed) . Taalgebruik in de Qoran : dam (bloed) .

Ex 7,19.28. דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . dm : Tenakh (70) . Ex (4) : (1) Ex 7,19 . (2) Ex 23,18 . (3) Ex 24,8 . (4) Ex 34,25 .
- הַדָּם = haddâm (het bloed) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (58) . Ex (10) : (1) Ex 7,21 . (2) Ex 12,7 . (3) Ex 12,13 . (4) Ex 12,22 . (5) Ex 12,23 . (6) Ex 24,6 . (7) Ex 24,8 . (8) Ex 29,12 . (9) Ex 29,20 . (10) Ex 29,21 .
- Grieks . nom. + acc. onz. enk.  αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Taalgebruik in de LXX : haima (bloed) . Taalgebruik in Lc : haima (bloed) . Mt (5) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,35 . (3) Mt 26,28 . (4) Mt 27,4 . (5) Mt 27,25 . Mc (1) : Mc 14,24 . Lc (2) : (1) Lc 11,50 . (2) Lc 13,1 . Joh (5) : (1) Joh 6,53 . (2) Joh 6,54 . (3) Joh 6,55 . (4) Joh 6,56 . (5) Joh 19,34 . Hnd (6) : (1) Hnd 2,19 . (2) Hnd 2,20 . (3) Hnd 5,28 . (4) Hnd 18,6 . (5) Hnd 21,25 . (6) Hnd 22,20 . Een vorm van  αἱμα = haima (bloed) in de LXX (401) , in het NT (97) , in Mt (10) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,30 . (3) Mt 23,35 . (4) Mt 26,28 . (5) Mt 27,4 . (6) Mt 27,6 . (7) Mt 27,8 . (8) Mt 27,24 . (9) Mt 27,25 . (10) Mt 27,49 , in Mc (3) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,29 . (3) Mc 14,24 . in Lc (7) : (1) Lc 8,43 . (2) Lc 8,44 . (3) Lc 11,50 . (4) Lc 11,51 . (5) Lc 13,1 . (6) Lc 22,20 . (7) Lc 22,44 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk.  haima 225  183  42  12  11  13  10 

- Lat. sanguis . N. bloed . E. blood . D. Blut . Arabisch : دَم = dam (bloed) . Taalgebruik in de Qoran : dam (bloed) .
Ex 7,20 - Ex 7,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:20 Ze doen zó, Mozes en Aäron, zoals de Ene heeft geboden: hij heft zijn staf op en slaat daarmee het water in de Stroom, voor de ogen van Farao en voor de ogen van zijn dienaars; veranderd zijn alle wateren in de Stroom in bloed! 20. Moïse et Aaron firent comme l'avait ordonné Yahvé. Il leva son bâton et il frappa les eaux qui sont dans le Fleuve aux yeux de Pharaon et de ses serviteurs, et toutes les eaux qui sont dans le Fleuve se changèrent en sang.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 7,20 .

9. bammattèh (met de staf) < voorzetsel bë + bepaald lidw. he + zelfst. naamw. mattèh (stok, staf) . Taalgebruik in Tenakh : mattèh (stok, staf) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tedt = 9 , he = 5 ; totaal : 27 (3³) OF 54 (2 X 3³) . Structuur : 4 - 9 - 5 . Tenakh (4) : (1) Ex 7,17 . (2) Ex 7,20 . (3) 1 S 19,15 . (4) Js 28,27 .

12. hammajim (de wateren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . Gr. hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua . Fr. : eau . E. water . D. Wasser . Tenakh (85) . Pentateuch (45) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (12) . Ex (12) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 4,9 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,20 . (5) Ex 14,21 . (6) Ex 14,26 . (7) Ex 14,28 . (8) Ex 15,25 . (9) Ex 15,27 . (10) Ex 32,20 .

21. hammajim (de wateren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . Gr. hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua . Fr. : eau . E. water . D. Wasser . Tenakh (85) . Pentateuch (45) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (12) . Ex (12) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 4,9 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,20 . (5) Ex 14,21 . (6) Ex 14,26 . (7) Ex 14,28 . (8) Ex 15,25 . (9) Ex 15,27 . (10) Ex 32,20 .

24. lëdâm (tot bloed) < voorzetsel lë + zelfst. naamw. OF laddâm (tot het bloed) < voorzetsel lë + bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Getalwaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . Tenakh (12) : (1) Ex 4,9 . (2) Ex 7,17 . (3) Ex 7,20 . (4) Lv 16,15 . (5) Nu 35,33 . (6) Dt 17,8 . (7) Ez 35,6 . (8) Jl 3,4 . (9) Ps 78,44 . (10) Ps 105,29 . (11) Spr 1,11 . (12) 2 Kr 19,10 .

Ex 7,21 - Ex 7,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:21 De vis in de Stroom is gestorven, de Stroom is gaan stinken, en de Egyptenaren zijn niet bij machte geweest om water te drinken uit de Stroom; het wordt allemaal bloed, op heel het land van Egypte. 21. Les poissons du Fleuve crevèrent et le Fleuve s'empuantit ; et les Égyptiens ne purent plus boire l'eau du Fleuve ; il y eut du sang dans tout le pays d'Égypte.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

11. majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . Gr. hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua . Fr. : eau . E. water . D. Wasser . Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) . Ex (15) : (1) Ex 7,18 . (2) Ex 7,21 . (3) Ex 7,24 . (4) Ex 15,8 . (5) Ex 15,22 . (6) Ex 15,23 . (7) Ex 15,27 . (8) Ex 17,1 . (9) Ex 17,2 . (10) Ex 17,6 . (11) Ex 23,31 . (12) Ex 30,18 . (13) Ex 30,20 . (14) Ex 40,7 . (15) Ex 40,30 .

Ex 7,22 - Ex 7,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:22 Maar net zó doen de tekenduiders van Egypte met hun geheime kunsten; en sterk blijft het hart van Farao en hij heeft niet naar hen willen horen,- zoals gesproken had de Ene. 22. Mais les magiciens d'Égypte avec leurs sortilèges en firent autant ; le cœur de Pharaon s'endurcit et il ne les écouta pas, comme l'avait prédit Yahvé.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

 

      1 . 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. T 10 pl.
1a. wajëchazzeq JHWH ´èth lebh parë`oh (en JHWH verhardde het hart van Farao) Ex 7,3           Ex 9,12   Ex 10,20 Ex 10,27 Ex 11,10 6X 4X
1b. wajjèchèzaq lebh parë`oh (en het hart van Farao verhardde) Ex 7,13 Ex 7,22   Ex 8,15       Ex 9,35       4X 3X
1c. wëhakhëbed ´èth libbô (en hij verzwaarde zijn hart)     Ex 8,11                 1X 1X
1d. wëhakhëbed parë`oh ´èth libbô (en Farao verzwaarde zijn hart)         Ex 8,28             1X 1X
1e. wajjikhëbad lebh parë`oh (en hij verzwaarde het hart van Farao)           Ex 9,7           1X 1X
2a. wëlo´ sjâma` ´älehèm (en hij luisterde niet naar hen) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15     Ex 9,12         5X 4X
2b. wëlo´ sjillach (en hij liet niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7   Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 5X 5X
2b1. wëlo´ sjillach ´èth hâ`âm (en hij liet volk niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7           2X 2X
2b2. wëlo´ sjillach ´èth bëne(j) jishërâ´el (en hij liet de Israëlieten niet 'vertrekken')               Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 3X 3X
2c. wëlo´ ´âbhâh lësallëchâm (en hij wilde hen niet laten 'vertrekken')                   Ex 10,27   1X 1X
3. ka´äsjèr dibbèr JHWH (zoals JHWH sprak) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15 - - Ex 9,12 Ex 9,35 - - - 28X 5X
    voll. ged. ged. ged. ged. ged. ged. ged. voll. voll. ged.    

 

Ex 7,23 - Ex 7,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:23 Farao wendt zijn gelaat en trekt zich terug in zijn huis; ook dit alles heeft zijn hart niet geraakt. 23. Pharaon s'en retourna et rentra dans sa maison sans même prêter attention à cela.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,24 - Ex 7,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:24 Dan graven alle Egyptenaren rondom de Stroom naar water om te drinken; want ze zijn niet bij machte geweest te drinken van het water van de Stroom. 24. Tous les Égyptiens firent des sondages aux abords du Fleuve en quête d'eau potable, car ils ne pouvaient boire l'eau du Fleuve.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

6. majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . Gr. hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua . Fr. : eau . E. water . D. Wasser . Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) . Ex (15) : (1) Ex 7,18 . (2) Ex 7,21 . (3) Ex 7,24 . (4) Ex 15,8 . (5) Ex 15,22 . (6) Ex 15,23 . (7) Ex 15,27 . (8) Ex 17,1 . (9) Ex 17,2 . (10) Ex 17,6 . (11) Ex 23,31 . (12) Ex 30,18 . (13) Ex 30,20 . (14) Ex 40,7 . (15) Ex 40,30 .

Ex 7,25 - Ex 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:25 Vervuld worden zeven dagen nadat de Ene de Stroom heeft geslagen. • 25. Sept jours s'écoulèrent après que Yahvé eut frappé le Fleuve.

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,26 - Ex 7,26 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:26 Dan zegt de Ene tot Mozes:* kom binnen bij Farao,- en zeg tot hem: zo heeft gezegd de Ene: zend mijn gemeente heen, dat ze mij dienen!-  

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

5. - 7. bo´ ´èl parë`oh (baan je een weg tot Farao) . Tenakh (3) : (1) Ex 7,26 . (2) Ex 9,1 . (3) Ex 10,1 .

8. wë´âmarëthâ (en jij zegt) < wë + act. qal perf. 2de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Tenakh (135) . Pentateuch (40) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (76) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (4) . Ex (8) : (1) Ex 3,16 . (2) Ex 4,22 . (3) Ex 7,9 . (4) Ex 7,16 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,16 . (7) Ex 9,13 . (8) Ex 13,14 .

8. - 9. wë´âmarëthâ ´elâ(j)w (en jij zegt tot hem) . Tenakh (12) : (1) Ex 7,16 . (2) Ex 7,26 . (3) Ex 8,16 . (4) Ex 9,13 . (5) Ex 13,14 . (6) Nu 8,2 . (7) Dt 26,3 . (8) 2 S 13,5 . (9) Js 7,4 . (10) Js 34,2 . (11) Ez 32,2 . (12) Zach 6,12 . wëdibbarëthâ ´elâ(j)w (en jij zult spreken) . Tenakh (3) : (1) Ex 4,15 . (2) Ex 9,1 . (3) 1 K 21,19 (2X) .

10. - 12. koh ´âmar JHWH (zo spreekt JHWH) . Tenakh (247) . Ex (10) : (1) Ex 4,22 . (2) Ex 5,1 . (3) Ex 7,17 (1ste plaag) . (4) Ex 7,26 (2de plaag) . (5) Ex 8,16 (4de plaag) . (6) Ex 9,1 (5de plaag) . (7) Ex 9,13 (7de plaag) . (8) Ex 10,3 (8ste plaag) . (9) Ex 11,4 (10de plaag) . (10) Ex 32,27 .

16. wëja`abhëdunî (en dat zij mij dienen) < wë + act. qal jussief 3de pers. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. van het werkw. `âbhad (werken, dienen) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhad (werken, dienen) . Getalwaarde : ajin =16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 ; totaal : 22 OF 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . Gr. latreuô (door (loon) dienen) .Taalgebruik in het NT : latreuô (door (loon) dienen) . Tenakh (7) : (1) Ex 4,23 . (2) Ex 7,16 . (3) Ex 7,26 . (4) Ex 8,16 . (5) Ex 9,1 . (6) Ex 9,13 . (7) Ex 10,3 .

Ex 7,27 - Ex 7,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:27 en als u weigert, u, om heen te zenden, zie, dan zal ik heel uw gebied treffen met kikvorsen!-  

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

6. ´ânokhî (ik) . אנכי . Zie : ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 .
- Grieks . εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) .
- Lat. ego sum (ik ben) . Ned. : ik . Fr. je . D. Ich . E. I . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai en farao Achnaton gelegd .

Ex 7,28 - Ex 7,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:28 wemelen zal de Stroom van kikvorsen; opklimmen zullen die en binnenkomen in uw huis, in de kamer waar uw bed staat, en in het huis van uw dienaars en van uw manschap, in uw bakovens en uw deegtroggen!-  

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 7,29 - Ex 7,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
            7:29 over u, over uw manschap en over al uw dienaars klimmen dan de kikvorsen omhoog!  

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


- A

- wëja`abhëdunî (en dat zij mij dienen) < wë + act. qal jussief 3de pers. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. van het werkw. `âbhad (werken, dienen) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhad (werken, dienen) . Getalwaarde : ajin =16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 ; totaal : 22 OF 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . Gr. latreuô (door (loon) dienen) .Taalgebruik in het NT : latreuô (door (loon) dienen) . Tenakh (7) : (1) Ex 4,23 . (2) Ex 7,16 . (3) Ex 7,26 . (4) Ex 8,16 . (5) Ex 9,1 . (6) Ex 9,13 . (7) Ex 10,3 .

- wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . In tweeënveertig (6 X 7) verzen in Ex (Exodus) . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 .

- ´ânokhî (ik) . Zie : ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Getalwaarde van ´ânokhî (ik) : 25 + 11 = 36 (2² X 3²) OF 61 + 20 = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 .

- ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Ex (217) . Ex 7 (6) : (1) Ex 7,2 . (2) Ex 7,15 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,18 . (5) Ex 7,20 . (6) Ex 7,21 .

- B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M

- majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . Gr. hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua . Fr. : eau . E. water . D. Wasser . Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) . Ex (15) : (1) Ex 7,18 . (2) Ex 7,21 . (3) Ex 7,24 . (4) Ex 15,8 . (5) Ex 15,22 . (6) Ex 15,23 . (7) Ex 15,27 . (8) Ex 17,1 . (9) Ex 17,2 . (10) Ex 17,6 . (11) Ex 23,31 . (12) Ex 30,18 . (13) Ex 30,20 . (14) Ex 40,7 . (15) Ex 40,30 .

- hammajim (de wateren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . Gr. hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua . Fr. : eau . E. water . D. Wasser . Tenakh (85) . Pentateuch (45) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (12) . Ex (12) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 4,9 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,20 . (5) Ex 14,21 . (6) Ex 14,26 . (7) Ex 14,28 . (8) Ex 15,25 . (9) Ex 15,27 . (10) Ex 32,20 .

- N - O - P - Q

- bo´ ´èl parë`oh (baan je een weg tot Farao) . Tenakh (3) : (1) Ex 7,26 . (2) Ex 9,1 . (3) Ex 10,1 .

- R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

 

      1 . 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. T 10 pl.
1. wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) Ex 7,1 . Ex 7,8 Ex 7,14 . Ex 7,19 Ex 7,26 . Ex 8,1 Ex 8,12 Ex 8,16 Ex 9,1 Ex 9,8 . Ex 9,12 Ex 9,13 . Ex 9,22 Ex 10,1 . Ex 10,12 Ex 10,21 Ex 11,1 . Ex 11,9 66 16
2a. bo´ ´èl parë`oh (baan je een weg tot Farao)     Ex 7,26     Ex 9,1     Ex 10,1     3 3
2b. lekh ´èl parë`oh (ga naar Farao)   Ex 7,15                   1 1
2c. hasjëkam babboqèr (ga vroeg in de morgen) wëhithëjatstsebh liphëne(j) ´èl parë`oh (en treedt voor het aanschijn van de Farao)         Ex 8,16     Ex 9,13       3/2 2
3a. wë´âmarëthâ ´elâ(j)w (en jij zegt tot hem)   Ex 7,16 Ex 7,26   Ex 8,16     Ex 9,13       12 4
3b. wëdibbarëthâ ´elâ(j)w (en jij zult spreken)           Ex 9,1           1 1
4. koh ´âmar JHWH (zo spreekt JHWH) .   Ex 7,17 Ex 7,26   Ex 8,16 Ex 9,1   Ex 9,13 Ex 10,3   Ex 11,4 247 7
5. ´êlohe(j) hâ`ibhërîm (god van de Hebreeën)   Ex 7,16       Ex 9,1   Ex 9,13 Ex 10,3     5 4
(5a.) JHWH ´êlohe(j) hâ`ibhërîm (JHWH, god van de Hebreeën)   Ex 7,16       Ex 9,1   Ex 9,13 Ex 10,3     4 4
6. sallach èth `ammî (zend mijn volk)   Ex 7,16 Ex 7,26     Ex 9,1   Ex 9,13       5 4
7. wëja`abhëdunî (en dat zij mij dienen)   Ex 7,16 Ex 7,26   Ex 8,16 Ex 9,1   Ex 9,13 Ex 10,3     7 6
      ged. voll. ged. ged. voll. ged. voll. ged. ged. ged.    
                             

 

      1 . 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. T 10 pl.
1a. wajëchazzeq JHWH ´èth lebh parë`oh (en JHWH verhardde het hart van Farao) Ex 7,3           Ex 9,12   Ex 10,20 Ex 10,27 Ex 11,10 6X 4X
1b. wajjèchèzaq lebh parë`oh (en het hart van Farao verhardde) Ex 7,13 Ex 7,22   Ex 8,15       Ex 9,35       4X 3X
1c. wëhakhëbed ´èth libbô (en hij verzwaarde zijn hart)     Ex 8,11                 1X 1X
1d. wëhakhëbed parë`oh ´èth libbô (en Farao verzwaarde zijn hart)         Ex 8,28             1X 1X
1e. wajjikhëbad lebh parë`oh (en hij verzwaarde het hart van Farao)           Ex 9,7           1X 1X
2a. wëlo´ sjâma` ´älehèm (en hij luisterde niet naar hen) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15     Ex 9,12         5X 4X
2b. wëlo´ sjillach (en hij liet niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7   Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 5X 5X
2b1. wëlo´ sjillach ´èth hâ`âm (en hij liet volk niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7           2X 2X
2b2. wëlo´ sjillach ´èth bëne(j) jishërâ´el (en hij liet de Israëlieten niet 'vertrekken')               Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 3X 3X
2c. wëlo´ ´âbhâh lësallëchâm (en hij wilde hen niet laten 'vertrekken')                   Ex 10,27   1X 1X
3. ka´äsjèr dibbèr JHWH (zoals JHWH sprak) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15 - - Ex 9,12 Ex 9,35 - - - 28X 5X
    voll. ged. ged. ged. ged. ged. ged. ged. voll. voll. ged.