EXODUS 9 - Ex 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 9 -

Overzicht van Exodus : - Ex 1 - Ex 2 - Ex 3 - Ex 4 - Ex 5 - Ex 6 - Ex 7 - Ex 8 - Ex 9 - Ex 10 - Ex 11 - Ex 12 - Ex 13 - Ex 14 - Ex 15 - Ex 16 - Ex 17 - Ex 18 - Ex 19 - Ex 20 - Ex 21 - Ex 22 - Ex 23 - Ex 24 - Ex 25 - Ex 26 - Ex 27 - Ex 28 - Ex 29 - Ex 30 - Ex 31 - Ex 32 - Ex 33 - Ex 34 - Ex 35 - Ex 36 - Ex 37 - Ex 38 - Ex 39 - Ex 40 -
Overzicht vers per vers : - Ex 9,1 - Ex 9,2 - Ex 9,3 - Ex 9,4 - Ex 9,5 - Ex 9,6 - Ex 9,7 - Ex 9,8 - Ex 9,9 - Ex 9,10 - Ex 9,11 - Ex 9,12 - Ex 9,13 - Ex 9,14 - Ex 9,15 - Ex 9,16 - Ex 9,17 - Ex 9,18 - Ex 9,19 - Ex 9,20 - Ex 9,21 - Ex 9,22 - Ex 9,23 - Ex 9,24 - Ex 9,25 - Ex 9,26 - Ex 9,27 - Ex 9,28 - Ex 9,29 - Ex 9,30 - Ex 9,31 - Ex 9,32 - Ex 9,33 - Ex 9,34 - Ex 9,35 -
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch embainô
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
             

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Vijfde plaag: veepest

Ex 9,1 - Ex 9,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [1] De heer sprak tot Mozes: 'Ga naar de farao en zeg tegen hem: Zo spreekt de heer, de God van de Hebreeën: Laat mijn volk gaan om Mij te vereren.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

10. - 12. koh ´âmar JHWH (zo spreekt JHWH) . Tenakh (247) . Ex (10) : (1) Ex 4,22 . (2) Ex 5,1 . (3) Ex 7,17 (1ste plaag) . (4) Ex 7,26 (2de plaag) . (5) Ex 8,16 (4de plaag) . (6) Ex 9,1 (5de plaag) . (7) Ex 9,13 (7de plaag) . (8) Ex 10,3 (8ste plaag) . (9) Ex 11,4 (10de plaag) . (10) Ex 32,27 .

Ex 9,2 - Ex 9,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [2] Want als u weigert om hen te laten gaan en hen nog langer tegenhoudt,      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,3 - Ex 9,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [3] dan slaat de hand van de heer uw vee dat buiten graast met een verschrikkelijke pest, de paarden* en de ezels, de kamelen en de runderen, de schapen en de geiten.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,4 - Ex 9,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [4] Daarbij zal de heer onderscheid maken tussen het vee van Israël en het vee van Egypte. Van de kudden van de Israëlieten zal geen dier verloren gaan.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,5 - Ex 9,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [5] De heer heeft ook het tijdstip vastgesteld: morgen zal de heer dit in het land laten gebeuren.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,6 - Ex 9,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [6] De volgende dag deed de heer dat ook: al het vee van de Egyptenaren kwam om, maar bij de Israëlieten stierf geen enkel dier.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,7 - Ex 9,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [7] De farao liet navraag doen, en inderdaad was er bij de Israëlieten geen enkel dier gestorven. Toch bleef de farao onwillig en hij liet het volk niet vertrekken. Zesde plaag: zweren      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

      1 . 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. T 10 pl.
1a. wajëchazzeq JHWH ´èth lebh parë`oh (en JHWH verhardde het hart van Farao) Ex 7,3           Ex 9,12   Ex 10,20 Ex 10,27 Ex 11,10 6X 4X
1b. wajjèchèzaq lebh parë`oh (en het hart van Farao verhardde) Ex 7,13 Ex 7,22   Ex 8,15       Ex 9,35       4X 3X
1c. wëhakhëbed ´èth libbô (en hij verzwaarde zijn hart)     Ex 8,11                 1X 1X
1d. wëhakhëbed parë`oh ´èth libbô (en Farao verzwaarde zijn hart)         Ex 8,28             1X 1X
1e. wajjikhëbad lebh parë`oh (en hij verzwaarde het hart van Farao)           Ex 9,7           1X 1X
2a. wëlo´ sjâma` ´älehèm (en hij luisterde niet naar hen) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15     Ex 9,12         5X 4X
2b. wëlo´ sjillach (en hij liet niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7   Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 5X 5X
2b1. wëlo´ sjillach ´èth hâ`âm (en hij liet volk niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7           2X 2X
2b2. wëlo´ sjillach ´èth bëne(j) jishërâ´el (en hij liet de Israëlieten niet 'vertrekken')               Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 3X 3X
2c. wëlo´ ´âbhâh lësallëchâm (en hij wilde hen niet laten 'vertrekken')                   Ex 10,27   1X 1X
3. ka´äsjèr dibbèr JHWH (zoals JHWH sprak) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15 - - Ex 9,12 Ex 9,35 - - - 28X 5X
    voll. ged. ged. ged. ged. ged. ged. ged. voll. voll. ged.    

1. act. part. aor. nom. mann. enk. αποστειλας = aposteilas (hebbende weggezonden) van het werkw. αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in het NT : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in de LXX : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in Mc : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Bijbel (20) . LXX (13) . NT (7) . Een vorm van αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) in de LXX (691) (Lust J. ... Greek-English Lexicon of the Septuagint , Stuttgart , 2003) , in het NT (131) (Morgenthaler Robert , Statistik...) . Volgens diezelfde auteurs komt een vorm van αποστολος = apostolos in de Septuaginta niet voor , in het NT (79) . In de evangelies komt αποστολος = apostolos (apostel) slechts 9X voor , 1X in Mt , Mc , Joh en 6X in Lc .
Volgens Muraoka T. , A Greek - Hebrew / Aramaic two-way Index to the Septuagint (Leuven , Peeters , 2010 , blz. 16) is een vorm van het werkw. αποστελλω = apostellô in de LXX een vertaling van een 15-tal Hebreeuwse werkw. werkw. . Hierbij zijn de Aramese werkw. nëchat , sjëlach , tûb en tërad .
- שָׁלַח = sjâlach (zenden) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlach (zenden) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 338 (2 X 13²) . Structuur : 3 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. sjâlach (hij zond) . (2) act. piël imperat. 2de pers. mann. enk. sallach (zend) . (3) act. qal part. mann. enk. שֹׁלֵחַ = sjoleach (zendende) : Ex 23,20 .
- וַיִּשְׁלַח = wajjisjëlach (en hij zond) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. . (2) wajësjallach (en hij zond) < wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. שָׁלַח = sjâlach (zenden) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlach (zenden) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 338 (2 X 13²) . Structuur : 3 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (212) . Pentateuch (32) . Eerdere Profeten (128) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (35) . In het Grieks vertaald met αποστειλας = aposteilas (hebbende weggezonden) , o.a. in Pentateuch (4) : (1) Gn 31,4 . (2) Gn 41,8 . (3) Gn 41,14 . (4) Ex 9,27 .


 

Ex 9,8 - Ex 9,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [8] Weer sprak de heer tot Mozes en Aäron: 'Neem een handvol roet uit een smeltoven. Mozes moet dat voor de ogen van de farao in de lucht werpen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

Ex 9,9 - Ex 9,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [9] Het zal over heel Egypte stuiven en overal bij mens en dier builen veroorzaken die openbarsten en gaan etteren.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,10 - Ex 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [10] Zij namen dus roet uit een smeltoven en verschenen daarmee voor de farao. Mozes wierp het roet in de lucht, en mensen en dieren kregen builen die openbarstten en gingen etteren.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,11 - Ex 9,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [11] Door de builen konden zelfs de magiërs het niet meer bij Mozes uithouden; want ook zij zaten vol builen, net als de andere Egyptenaren.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,12 - Ex 9,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [12] Maar de heer maakte de farao halsstarrig; hij luisterde niet naar hen, zoals de heer tegen Mozes gezegd had. Zevende plaag: hagel      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

 

      1 . 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. T 10 pl.
1a. wajëchazzeq JHWH ´èth lebh parë`oh (en JHWH verhardde het hart van Farao) Ex 7,3           Ex 9,12   Ex 10,20 Ex 10,27 Ex 11,10 6X 4X
1b. wajjèchèzaq lebh parë`oh (en het hart van Farao verhardde) Ex 7,13 Ex 7,22   Ex 8,15       Ex 9,35       4X 3X
1c. wëhakhëbed ´èth libbô (en hij verzwaarde zijn hart)     Ex 8,11                 1X 1X
1d. wëhakhëbed parë`oh ´èth libbô (en Farao verzwaarde zijn hart)         Ex 8,28             1X 1X
1e. wajjikhëbad lebh parë`oh (en hij verzwaarde het hart van Farao)           Ex 9,7           1X 1X
2a. wëlo´ sjâma` ´älehèm (en hij luisterde niet naar hen) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15     Ex 9,12         5X 4X
2b. wëlo´ sjillach (en hij liet niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7   Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 5X 5X
2b1. wëlo´ sjillach ´èth hâ`âm (en hij liet volk niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7           2X 2X
2b2. wëlo´ sjillach ´èth bëne(j) jishërâ´el (en hij liet de Israëlieten niet 'vertrekken')               Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 3X 3X
2c. wëlo´ ´âbhâh lësallëchâm (en hij wilde hen niet laten 'vertrekken')                   Ex 10,27   1X 1X
3. ka´äsjèr dibbèr JHWH (zoals JHWH sprak) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15 - - Ex 9,12 Ex 9,35 - - - 28X 5X
    voll. ged. ged. ged. ged. ged. ged. ged. voll. voll. ged.    

 

- wajëchazzeq JHWH ´èth lebh parë`oh (en JHWH verhardde het hart van Farao) . Tenakh (6) : (1) Ex 7,3 . (2) Ex 9,12 . (3) Ex 10,20 . (4) Ex 10,27 . (5) Ex 11,10 . (6) Ex 14,4 . (7) Ex 14,8 .

Ex 9,13 - Ex 9,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [13] Toen sprak de heer tot Mozes: 'Ga morgenvroeg naar de farao en zeg hem: Zo spreekt de heer, de God van de Hebreeën: Laat mijn volk vertrekken om Mij te vereren.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

10. wë´âmarëthâ (en jij zegt) < wë + act. qal perf. 2de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Tenakh (135) . Pentateuch (40) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (76) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (4) . Ex (8) : (1) Ex 3,16 . (2) Ex 4,22 . (3) Ex 7,9 . (4) Ex 7,16 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,16 . (7) Ex 9,13 . (8) Ex 13,14 .

10.- 11. wë´âmarëthâ ´elâ(j)w (en jij zegt tot hem) . Tenakh (12) : (1) Ex 7,16 . (2) Ex 7,26 . (3) Ex 8,16 . (4) Ex 9,13 . (5) Ex 13,14 . (6) Nu 8,2 . (7) Dt 26,3 . (8) 2 S 13,5 . (9) Js 7,4 . (10) Js 34,2 . (11) Ez 32,2 . (12) Zach 6,12 .

12. - 14. koh ´âmar JHWH (zo spreekt JHWH) . Tenakh (247) . Ex (10) : (1) Ex 4,22 . (2) Ex 5,1 . (3) Ex 7,17 (1ste plaag) . (4) Ex 7,26 (2de plaag) . (5) Ex 8,16 (4de plaag) . (6) Ex 9,1 (5de plaag) . (7) Ex 9,13 (7de plaag) . (8) Ex 10,3 (8ste plaag) . (9) Ex 11,4 (10de plaag) . (10) Ex 32,27 .

15 - 16. ´êlohe(j) hâ`ibhërîm (god van de Hebreeën) . Tenakh (5) : (1) Ex 5,3 . (2) Ex 7,16 (1ste plaag) . (3) Ex 9,1 (5de plaag) . (4) Ex 9,13 (7de plaag) . (5) Ex 10,3 (8ste plaag) .

14. - 16. JHWH ´êlohe(j) hâ`ibhërîm (JHWH, god van de Hebreeën) . Tenakh (4) : (1) Ex 7,16 (1ste plaag) . (2) Ex 9,1 (5de plaag) . (3) Ex 9,13 (7de plaag) . (4) Ex 10,3 (8ste plaag) .

Ex 9,14 - Ex 9,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [14] Want deze keer zal ik mijn zwaarste plaag loslaten op u, op uw hovelingen en uw onderdanen. Dan zult u weten dat er op de hele wereld niemand mijn gelijke is.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,15 - Ex 9,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] Ik had al eerder mijn hand kunnen uitsteken en uw onderdanen kunnen slaan met de pest, dan zou u van de aarde verdwenen zijn.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,16 - Ex 9,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [16] Maar Ik heb u in leven gelaten om u mijn kracht te laten zien en om mijn naam bekend te laten worden over heel de aarde.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,17 - Ex 9,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [17] Nog altijd verzet u zich tegen mijn volk en laat u het niet vertrekken.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,18 - Ex 9,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [18] Morgen om deze tijd zal Ik een zware hagelbui laten vallen, zo zwaar als er nog nooit geweest is in Egypte, vanaf zijn ontstaan tot nu toe.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,19 - Ex 9,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [19] Haal uw kudden en alles wat u buiten hebt binnen. Op alle mensen en dieren die buiten zijn en niet onderdak zijn gebracht, zal de hagel neerslaan en zij zullen omkomen.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,20 - Ex 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [20] De hovelingen van de farao die* het woord van de heer vreesden, brachten hun knechten en hun vee onderdak,      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,21 - Ex 9,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [21] maar degenen die het woord van de heer niet ter harte namen, lieten hun knechten en hun vee buiten.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,22 - Ex 9,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [22] En de heer sprak tot Mozes: 'Strek uw hand uit naar de hemel, en de hagel zal neerkomen over heel Egypte, op mensen en dieren en op het veldgewas in heel Egypte.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

5. act. imperat. aor. 2de pers. enk. εκτεινον = ekteinon (strek uit) van het werkw. εκτεινω = ekteinô (uitstrekken) . Taalgebruik in het NT : ekteinô (strekken, uitstrekken) . Taalgebruik in de LXX : ekteinô (strekken, uitstrekken) . Taalgebruik in Mc : exteinô (uitstrekken) . Bijbel (15) . LXX (12) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 7,19 . (3) Ex 8,1 . (4) Ex 8,12 . (5) Ex 9,22 . (6) Ex 10,12 . (7) Ex 10,21 . (8) Ex 14,16 . (9) Ex 14,26 . (10) Joz 8,18 . (11) Sir 7,32 . (12) Sir 14,13 . NT (3) : (1) Mt 12,13 . (2) Mc 3,5 . (3) Lc 6,10 . De hand uitstrekken komt in het NT voor in : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 3,5 .
- n-t-h : Tenakh (35) . 1. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. נָטַה = nâtah (hij strekte uit) . 2. act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. נְטֵה = nëteh (strek uit) van het werkw. נָטַה = nâtah (uitstrekken, neigen, zich wenden) . Taalgebruik in Tenakh : nâtâh (uitstrekken, neigen, zich wenden) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , tet = 9, he = 5; totaal : 28 (2² X 7) OF 64 (2³ X 2³) . Structuur : 5 - 9 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 .
- Ned. : uitstrekken . Fr. : étendre . L'action d'étendre se dit extension : lat. extendere , part. passé extensus . Grieks : εκτεινω = ekteinô (uitstrekken) . Taalgebruik in het NT : ekteinô (strekken, uitstrekken) ; ek- t-n . Lat. : extendere .

5. - 7. - εκτεινον την χειρα = ekteinon tèn cheira (strek de hand uit) . LXX (9) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 7,19 . (3) Ex 9,22 . (4) Ex 10,12 . (5) Ex 10,21 . (6) Ex 14,16 . (7) Ex 14,26 . (8) Joz 8,18 . (9) Sir 7,32 . NT (3) : (1) Mt 12,13 . (2) Mc 3,5 . (3) Lc 6,10 .
- εκτεινον την χειρα σου = ekteinon tèn cheira sou (strek je hand uit) . LXX (7) : (1) Ex 7,19 . (2) Ex 9,22 . (3) Ex 10,21 . (4) Ex 14,16 . (5) Ex 14,26 . (6) Joz 8,18 . (7) Sir 7,32 . NT (3) : (1) Mt 12,13 . (2) Mc 3,5 . (3) Lc 6,10 .
- נְטֵה אֶת יָדְךָ = nëteh ´èth jâdëkhâ (strek je hand uit) . Tenakh (3) : (1) Ex 8,1 . (2) Ex 9,22 . (3) Ex 14,26 .
- וּנְטֵה אֶת יָדְךָ = ûnëteh ´èth jâdëkhâ (en strek je hand uit) . Tenakh (1) : Ex 14,16 .
- נְטֵה יָדְךָ = nëteh jâdëkhâ (strek je hand uit) . Tenakh (2) : (1) Ex 10,8 . (2) Ex 10,21 .
- וּנְטֵה יָדְךָ = ûnëteh jâdëkhâ (en strek je hand uit) . Tenakh (1) : Ex 7,19 .

Ex 9,23 - Ex 9,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [23] Mozes strekte zijn staf uit naar de hemel en de heer liet het donderen en hagelen, bliksemstralen schoten naar de aarde omlaag. De heer liet de hagel neerkletteren op het Egyptisch grondgebied.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

12. אֵש = ´esj (vuur) . Taalgebruik in Tenakh : ´esj (vuur) . Getalwaarde : aleph = 1 ; sjin = 21 of 300 ; totaal : 22 (2 X 11) of 301 (7 X 43) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (144) . Pentateuch (30) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (53) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (30) . Gn (1) : Gn 15,17 . Ex (8) : (1) Ex 3,2 . (2) Ex 9,23 . (3) Ex 12,8 . (4) Ex 12,9 . (5) Ex 13,21 . (6) Ex 14,24 . (7) Ex 22,5 . (8) Ex 35,3 .
- בָּאֵשׁ / בְּאֵשׁ = bë´esj / bâ´esj (in - het - vuur) < bë + (bepaald. lidw. ha) + אֵש = ´esj (vuur) . Taalgebruik in Tenakh : ´esj (vuur) . Getalwaarde : aleph = 1 ; sjin = 21 of 300 ; totaal : 22 (2 X 11) of 301 (7 X 43) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (128) . Pentateuch (35) . Eerdere Profeten (35) . Latere Profeten (35) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (16) . Niet in Gn . Ex (7) : (1) Ex 3,2 . (2) Ex 12,10 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 29,14 . (5) Ex 29,34 . (6) Ex 32,20 . (7) Ex 32,24 .

Ex 9,24 - Ex 9,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [24] Het hagelde, en bliksemstralen schoten tussen de hagel door. Zo'n zware hagelbui was er in heel Egypte nog nooit geweest sinds het volk bestond.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

18. lëgôj (tot volk) . Voorzetsel lë + zelfstandig naamwoord gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . In vijftien verzen in de bijbel : (1) Gn 12,2 . (2) Gn 17,20 . (3) Gn 18,18 . (4) Gn 21,13 . (5) Gn 21,18 . (6) Gn 46,3 . (7) Ex 9,24 . (8) Ex 32,10 . (9) Nu 14,12 . (10) Dt 9,14 . (11) Dt 26,5 . (12) Js 26,15 . (13) Js 60,22 . (14) Ez 37,22 . (15) Mi 4,7 .

Ex 9,25 - Ex 9,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [25] Overal in Egypte sloeg de hagel neer op alles wat buiten was, op mensen en dieren. De hagel sloeg alle veldgewassen stuk en vernielde alle bomen van het land.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,26 - Ex 9,26 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [26] Maar er viel geen hagel in het land Gosen, waar de Israëlieten woonden.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,27 - Ex 9,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [27] De farao ontbood Mozes en Aäron en sprak tot hen: 'Deze keer beken ik mijn schuld. De heer staat in zijn recht, en ik en mijn volk zijn schuldig.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 9,27 .

3. וַיִּקְרָא = wajjiqërâ´ (en hij riep, hij heet, hij noemde) < prefix waw consecutivum + werkwoordvorm act. qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud van het werkwoord קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalswaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (209) . Pentateuch (90) . Eerdere Profeten (81) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (25) . Gn (55) . Gn 32 (2) : (1) Gn 32,3 . (2) Gn 32,31 . Gn (55) . Gn 35 (4) : (1) Gn 35,7 . (2) Gn 35,8 . (3) Gn 35,10 . (4) Gn 35,15 . Gn 41 (4) : (1) Gn 41,8 . (2) Gn 41,14 . (3) Gn 41,45 . (4) Gn 41,51 . Gn 49 (1) : Gn 49,1 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. εκαλεσεν = ekalesen (hij riep) van het werkw. καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . Een vorm van καλεω = kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het NT (148) .

kaleô (roepen) actief bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev. P. A. b.
act. ind. aor. 3de pers. enk. ekalesen 204 195 9 3 1 1     4   5  

- Ned. : roepen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא =qërâ´ (roepen) . D. : rufen . E. : to call . Fr. : appeler (Lat. . appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Grieks : καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Hebreeuws : קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Lat. : vocare (vox = stem) . l (qâla) en r (qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) .

Ex 9,28 - Ex 9,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [28] Bid voor mij tot de heer. Deze verschrikkelijke donder en hagel zijn al te erg. Ik laat u gaan, u hoeft niet langer te blijven.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,29 - Ex 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [29] En Mozes antwoordde: 'Zodra ik buiten de stad ben spreid ik mijn handen naar de heer; dan zal de donder zwijgen en de hagel ophouden; dan weet u dat heel de aarde de heer toebehoort.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,30 - Ex 9,30 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [30] En toch weet ik dat u en uw hovelingen de heer God nog niet vrezen.'      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,31 - Ex 9,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [31] Het vlas en de gerst waren verhageld, want de gerst stond al in de aar en het vlas bloeide.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,32 - Ex 9,32 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [32] De tarwe en de spelt waren niet verhageld, want die zijn later in het seizoen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,33 - Ex 9,33 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [33] Mozes ging bij de farao weg en ging de stad uit. Hij spreidde zijn handen voor de heer, en de donder en de hagel hielden op. Er stortte geen regen meer op het land.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,34 - Ex 9,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [34] Toen de farao zag dat regen, hagel en donder opgehouden waren, herviel hij in zijn zonde; hij werd zeer onwillig, hij en zijn hovelingen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 9,35 - Ex 9,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [35] De farao werd weer halsstarrig en liet de Israëlieten niet vertrekken, zoals de heer door Mozes gezegd had.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

 

      1 . 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. T 10 pl.
1a. wajëchazzeq JHWH ´èth lebh parë`oh (en JHWH verhardde het hart van Farao) Ex 7,3           Ex 9,12   Ex 10,20 Ex 10,27 Ex 11,10 6X 4X
1b. wajjèchèzaq lebh parë`oh (en het hart van Farao verhardde) Ex 7,13 Ex 7,22   Ex 8,15       Ex 9,35       4X 3X
1c. wëhakhëbed ´èth libbô (en hij verzwaarde zijn hart)     Ex 8,11                 1X 1X
1d. wëhakhëbed parë`oh ´èth libbô (en Farao verzwaarde zijn hart)         Ex 8,28             1X 1X
1e. wajjikhëbad lebh parë`oh (en hij verzwaarde het hart van Farao)           Ex 9,7           1X 1X
2a. wëlo´ sjâma` ´älehèm (en hij luisterde niet naar hen) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15     Ex 9,12         5X 4X
2b. wëlo´ sjillach (en hij liet niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7   Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 5X 5X
2b1. wëlo´ sjillach ´èth hâ`âm (en hij liet volk niet 'vertrekken')         Ex 8,28 Ex 9,7           2X 2X
2b2. wëlo´ sjillach ´èth bëne(j) jishërâ´el (en hij liet de Israëlieten niet 'vertrekken')               Ex 9,35 Ex 10,20   Ex 11,10 3X 3X
2c. wëlo´ ´âbhâh lësallëchâm (en hij wilde hen niet laten 'vertrekken')                   Ex 10,27   1X 1X
3. ka´äsjèr dibbèr JHWH (zoals JHWH sprak) Ex 7,13 Ex 7,22 Ex 8,11 Ex 8,15 - - Ex 9,12 Ex 9,35 - - - 28X 5X
    voll. ged. ged. ged. ged. ged. ged. ged. voll. voll. ged.    

 

Ex 9,36 - Ex 9,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -