- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website
Overzicht van Exodus : - Ex
1 - Ex 2
- Ex 3 - Ex
4 - Ex 5
- Ex 6 - Ex
7 - Ex 8
- Ex 9 - Ex
10 - Ex 11
- Ex 12
- Ex 13 - Ex
14 - Ex 15
- Ex 16
- Ex 17 - Ex
18 - Ex 19
- Ex 20
- Ex 21 - Ex
22 - Ex 23
- Ex 24
- Ex 25 - Ex
26 - Ex 27
- Ex 28
- Ex 29 - Ex
30 - Ex 31
- Ex 32
- Ex 33 - Ex
34 - Ex 35
- Ex 36
- Ex 37 - Ex
38 - Ex 39
- Ex 40
-
Overzicht vers per vers : - Ex
15,1 - Ex
15,2 - Ex
15,3 - Ex
15,4 - Ex
15,5 - Ex
15,6 - Ex
15,7 - Ex
15,8 - Ex
15,9 - Ex
15,10 - Ex
15,11 - Ex
15,12 - Ex
15,13 - Ex
15,14 - Ex
15,15 - Ex
15,16 - Ex
15,17 - Ex
15,18 - Ex
15,19 - Ex
15,20 - Ex
15,21 - Ex
15,22 - Ex
15,23 - Ex
15,24 - Ex
15,25 - Ex
15,26 - Ex
15,27 -
Overzicht van Tenach : Tenach
: overzicht , Tenach
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Tenach
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Septuaginta
: commentaar ,
Overzicht van Exodus : Exodus : overzicht , Exodus : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Exodus : commentaar ,
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel |
| Ex 15,1 - Ex 15,1 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,2 - Ex 15,2 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,3 - Ex 15,3 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,4 - Ex 15,4 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,5 - Ex 15,5 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,6 - Ex 15,6 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,7 - Ex 15,7 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,8 - Ex 15,8 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,9 - Ex 15,9 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,10 - Ex 15,10 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,11 - Ex 15,11 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,12 - Ex 15,12 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,13 - Ex 15,13 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
3. bëchasëdëkhâ (in jouiw barmhartigheid) . Prefix bë , zelfstandig naamwoord en suffix persoonlijk voornaamwoord tweede persoon mann. enkelvoud . chèsèd (liefde, barmhartigheid) . Taalgebruik in Tenakh : chèsèd (liefde, barmhartigheid) . Gr. eleos (barmhartigheid) . Taalgebruik in de Septuaginta : eleos (barmhartigheid) . Taalgebruik in het NT : eleos (barmhartigheid) . Getalwaarde : chet = 8 , samech = 15 of 60 , daleth = 4 ; totaal : 27 of 72 . Tenakh (4) : (1) Ex 15,13 . (2) Ps 13,6 . (3) Ps 31,8 . (4) Ps 31,17 .
| Ex 15,14 - Ex 15,14 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,15 - Ex 15,15 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,16 - Ex 15,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,17 - Ex 15,17 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,18 - Ex 15,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,19 - Ex 15,19 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,20 - Ex 15,20 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,21 - Ex 15,21 - | ||||||||||||||||
|
Begin van de woestijntocht . Ex 15,22-27 - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 15 -- Ex 15,22-27 -- Ex 15,22 - Ex 15,23 - Ex 15,24 - Ex 15,25 - Ex 15,26 - Ex 15,27 -
| Ex 15,22 - Ex 15,22 : Begin van de woestijntocht - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 15 -- Ex 15,22-27 -- Ex 15,22 - Ex 15,23 - Ex 15,24 - Ex 15,25 - Ex 15,26 - Ex 15,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,23 - Ex 15,23 : Begin van de woestijntocht - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 15 -- Ex 15,22-27 -- Ex 15,22 - Ex 15,23 - Ex 15,24 - Ex 15,25 - Ex 15,26 - Ex 15,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,24 - Ex 15,24 : Begin van de woestijntocht - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 15 -- Ex 15,22-27 -- Ex 15,22 - Ex 15,23 - Ex 15,24 - Ex 15,25 - Ex 15,26 - Ex 15,27 - | ||||||||||||||||
|
1. wajjillînû (en zij morden) . prefix wë (en) + werkwoordvorm
hifil imperfect. 3de pers. mann. mv. van het werkw. lwn / ljn (morren tegen)
. Taalgebruik in Tenach : lwn
/ ljn (morren tegen) . Slechts in Ex
16,2 in Tenach . Zie verder : wajjillonû (zij morden tegen) . prefix
wë (en) + werkwoordvorm nifal imperfect. 3de pers. mann. mv. . Tenach (4)
: (1) Ex
15,24 . (2) Nu
14,2 . (3) Nu
17,6 . (4) Joz
9,18 .
(1) Ex 15,24
(wajjillonû hâ`âm `al ; LXX : kai diegogguzen ho laos epi
- en het volk morde tegen) .
(2) Nu 14,2
(wajjillonû `al ; LXX : kai diegogguzon epi : en zij morden tegen) .
(3) Nu 17,6
(wajjillonû kâl `ädath bënê jishërâ´el...
`al (en de hele bijeenkomst van de zonen van Israël morde tegen ; LXX :
kai egoggusan hoi huoi Israèl ... epi : en de zonen van Israël morden
... tegen) .
() Joz 3,1
(wajjâlinû : en zij kampeerden ; qal imperfectum derde persoon mannelijk
meervoud) .
(4) Joz
9,18 (wajjillonû kâl `ädâh `al (en de hele bijeenkomst
morde tegen ; LXX : kai egoggusan pasa hè sunagôgè epi :
en de hele samenkomst morde tegen) .
1. - 2. wajjillonû (en zij morden) hâ`âm (het volk) . Slechts in dit vers in de bijbel .
3. - 4. `al mosjèh (tegen Mozes) . Tenach (10) . Ex (4) . Nu (6) . In Tenach in zeven verzen in combinatie met wë`al ´ahäron (en tegen Aäron) . (1) Ex 16,2 . (2) Nu 14,2 . (3) Nu 16,3 . (4) Nu 17,6 . (5) Nu 17,7 . (6) Nu 20,2 . (7) Nu 26,9 . Zonder wë`al ´ahäron (en tegen Aäron) in nog drie verzen in de bijbel : (1) Ex 15,24 . (2) Ex 17,3 . (3) Ex 18,13 .
| Ex 15,25 - Ex 15,25 : Begin van de woestijntocht - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 15 -- Ex 15,22-27 -- Ex 15,22 - Ex 15,23 - Ex 15,24 - Ex 15,25 - Ex 15,26 - Ex 15,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,26 - Ex 15,26 : Begin van de woestijntocht - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 15 -- Ex 15,22-27 -- Ex 15,22 - Ex 15,23 - Ex 15,24 - Ex 15,25 - Ex 15,26 - Ex 15,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Ex 15,27 - Ex 15,27 : Begin van de woestijntocht - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 15 -- Ex 15,22-27 -- Ex 15,22 - Ex 15,23 - Ex 15,24 - Ex 15,25 - Ex 15,26 - Ex 15,27 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
Willibrordvertaling
Hoofdstuk 15 Het lied van Mozes bij de Rietzee [1] Toen zongen Mozes en de Israëlieten ter ere van de heer dit lied*: Ik wil zingen voor de heer, want Hij is de Hoogste: paard en berijder dreef Hij in zee. [2] De heer is mijn sterkte en kracht, Hij is mijn redding geweest. Hij is mijn God en Hem wil ik loven; de God van mijn vader, Hem zal ik prijzen. [3] De heer is een strijder, heer is zijn naam. [4] De wagens van de farao, zijn machtige legers, Hij wierp ze in zee; de keur van zijn mannen, door de Rietzee verzwolgen. [5] Zij zijn door de vloed overspoeld, als een steen naar de diepte gezakt. [6] Uw hand, heer, heeft zich machtig getoond; uw hand sloeg de vijand neer. [7] Degenen die U weerstonden hebt U gebroken, in al uw grootsheid. Het vuur van uw toorn liet U gaan: het verslond hen als stro. [8] Door het razen van uw toorn stegen de wateren, de stromen bleven staan als een dam; de diepte verstijfde, midden in zee. [9] ‘Ik ga ze achterna’, zei de vijand, ‘ik haal ze wel in; de buit zal ik delen, ik zal erin zwelgen; mijn zwaard zal ik trekken, mijn hand roeit hen uit.’ [10] Maar U hebt geblazen, de zee heeft hen bedolven; zij zonken als lood in de machtige vloed. [11] Wie van de goden is als U, heer? Wie is er als U, schrikwekkend en heilig*, om roemvolle daden geducht, om wonder na wonder? [12] Uw hand heft U op, de aarde verslindt hen. [13] Uw genade leidde het volk, dat U verlost hebt; uw kracht heeft het naar uw heilige plaats geleid. [14] De volken vernamen het, zij beefden van angst; Filistea’s bewoners sidderden. [15] De vorsten van Edom waren ontsteld, de heersers van Moab door huiver bevangen. Kanaän wankelde, al zijn bewoners. [16] Ontzetting en schrik kwam op hen neer; zij werden als steen door de macht van uw arm, tot uw volk erdoorheen was, o heer, tot erdoorheen was het volk dat U hebt geschapen. [17] U hebt hen gebracht, U hebt hen geplant op de berg die uw domein is, waar U, o heer, uw verblijf hebt gevestigd, het heiligdom, Heer, dat uw hand heeft gemaakt. [18] De heer is koning, voor altijd en eeuwig! [19] Toen de paarden van de farao, met de wagens en de wagenmenners, in de zee gekomen waren, liet de heer de wateren van de zee over hen terugvloeien. Maar de Israëlieten waren over de droge bedding gegaan, midden door de zee. [20] En Mirjam, de profetes, een zuster van Aäron, pakte haar tamboerijn, en alle vrouwen volgden haar, dansend en spelend op de tamboerijn. [21] Mirjam zong het refrein: ‘Zing voor de heer, want Hij is de Hoogste; paard en berijder dreef Hij in zee.’ Begin van de woestijntocht [22] Toen* liet Mozes de Israëlieten vanaf de Rietzee verder trekken naar de woestijn van Sur*. Drie dagen trokken zij door de woestijn, zonder water te vinden. [23] Zij kwamen in Mara, maar het water van Mara was niet te drinken, zo bitter was het. Daarom heet die plaats Mara. [24] Het volk begon te morren* tegen Mozes en vroeg: ‘Wat moeten we drinken?’ [25] Mozes smeekte de heer om hulp, en de heer wees hem een stuk* hout aan. Hij wierp dat in het water, en het water werd zoet. Daar gaf Hij het volk regels en recht, daar stelde Hij hen op de proef. [26] Hij* hield hun voor: ‘Als u oprecht gehoorzaamt aan het woord van de heer uw God, en als u doet wat in zijn ogen goed is, als u zijn voorschriften opvolgt en zijn verordeningen onderhoudt, dan zal geen van de ziekten* die Ik over Egypte liet komen, u treffen. Ik ben de heer, uw geneesheer.’ [27] Zij kwamen vervolgens in Elim, een plaats met twaalf bronnen en zeventig palmen, en zij legerden zich daar bij het water.