- WEBSITEWEGWIJZER - EXODUS 17 - Ex 17 -- Structuur -- Taalgebruik -- Commentaar -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Ex (Exodus) -- Ex 17 -
- Ex 17,1-7 -- Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 -- Ex 17,8-13
BIJBEL: Taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel: http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.

-Overzicht van Exodus: - Ex 2 - Ex 3 - Ex 4 - Ex 5 - Ex 6 - Ex 7 - Ex 8 - Ex 9 - Ex 10 - Ex 11 - Ex 12 - Ex 13 - Ex 14 - Ex 15 - Ex 16 - Ex 17 - Ex 18 - Ex 19 - Ex 20 - Ex 21 - Ex 22 - Ex 23 - Ex 24 - Ex 25 - Ex 26 - Ex 27 - Ex 28 - Ex 29 - Ex 30 - Ex 31 - Ex 32 - Ex 33 - Ex 34 - Ex 35 - Ex 36 - Ex 37 - Ex 38 - Ex 39 - Ex 40 -
Tekstuitleg vers per vers: - Ex 17,1 - Ex 17,2 - Ex 17,3 - Ex 17,4 - Ex 17,5 - Ex 17,6 - Ex 17,7 - Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
- OT: Gn (Genesis), Ex (Exodus), Lv (Leviticus), Nu (Numeri), Dt (Deuteronomium), Joz (Jozua), Re (Rechters), Rt (Ruth), 1 S (1 Samuël), 2 S (2 Samuël), 1 K (1 Koningen), 2 K (2 Koningen), 1 Kr ( 1 Kronieken), 2 Kr (2 Kronieken), Ezr (Ezra), Neh (Nehemia), Tob (Tobia), Jdt (Judith), Est (Esther), 1 Mak (1 Makkabeeën), 2 Mak (2 Makkabeeën), Job, Ps (Psalmen ), Spr (Spreuken), Pr (Prediker), Hl (Hooglied), W (Wijsheid), Sir (Sirach), Js (Jesaja), Jr (Jeremia), Kl (Klaagliederen), Bar (Baruch), Ez (Ezechiël), Da (Daniël), Hos (Hosea), Jl (Joël), Am (Amos), Ob (Obadja), Jon (Jona), Mi (Micha), Nah (Nahum), Hab (Habakuk), Sef (Sefanja), Hag (Haggai), Zach (Zacharia), Mal (Maleachi).
- NT: Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen), Rom (Rome), 1 Kor (Korinte), 2 Kor (Korinte), Gal (Galatië), Ef (Efese), Fil (Filippi), Kol (Kolosse), 1 Tes (Tessalonika), 2 Tes (Tessalonika), 1 Tim (Timoteüs), 2 Tim (Timoteüs), Tit (Titus), Film (Filemon), Heb (Hebreeën), Jak (Jakobus), 1 Pe (Petrus), 2 Pe (Petrus), 1 Joh (Johannes), 2 Joh (Johannes), 3 Joh (Johannes), Jud (Judas), Apk (Apokalyps).
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken- bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Overzicht van Tenakh: Tenakh: overzicht, Tenakh: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, Tenakh: commentaar,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta: overzicht, Septuaginta: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, Septuaginta: commentaar,
Overzicht van het NT: NT: overzicht, NT: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, NT: commentaar,
- C-jaar -- Lc 1, Lc 2, Lc 3, Lc 4, Lc 5, Lc 6, Lc 7, Lc 8, Lc 9, Lc 10, Lc 11, Lc 12, Lc 13, Lc 14, Lc 15, Lc 16, Lc 17, Lc 18, Lc 19, Lc 20, Lc 21, Lc 22, Lc 23, Lc 24, 2de (tweede) zondag van de advent C.

1. Hebreeuwse bijbel   2. Targumim 3. LXX (1), LXX (2), Griekse tekst N.T.   4. Vulgata   
5. Statenvertaling   6. Willibrordvertaling   7. Nieuwe Vertaling   8. http://naardensebijbel.nl/zoek.php.
9. Bible de Jérusalem 10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   12. liturgische lezing   13. Arabisch: http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm  

- Hebreeuwse tekst: http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt0217.htm. http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm. Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT).
- Targum Onkelos: http://www.mechon-mamre.org/i/t/u/u0217.htm. Targum Onkelos. Vertaling: http://targum.info/onk/ExOnk13_17.htm. Vertaling Pseudo-Jonathan: http://targum.info/pj/pjex13-17.htm.
- Griekse tekst - Septuaginta: http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=2&page=17. Griekse tekst - Septuaginta.
- Vulgata: http://www.intratext.com/IXT/LAT0001/_P1T.HTM. Vulgata .
- Statenvertaling: http://www.statenvertaling.net/bijbel/exod/17.html. Statenvertaling.
- Willibrordvertaling: http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=1930,1956. Willibrordvertaling.
- De Nieuwe Vertaling: http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=1930,1956. De Nieuwe Vertaling.
- De Naardense bijbel: http://naardensebijbel.nl/zoek.php. De Naardense bijbel.
- Bible de Jérusalem: http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm. Bible de Jérusalem.
- King James Bible: http://quod.lib.umich.edu/cgi/k/kjv/kjv-idx?type=DIV1&byte=220736. King James Bible.
- Luther Bibel: http://www.die-bibel.de/online-bibeln/luther-bibel-1984/bibeltext/bibelstelle/2%20Mose%2015/bibel/text/lesen/ch/9b183cedf080b937d1f399bc615e4229/. Luther Bibel.
- Arabisch:http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm. Arabisch.


Bibliografie:
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Ex 17,3-7: 3de (derde) zondag in de veertigdagentijd A.
- Ex 17,8-13: 29ste (negenentwintigste) zondag door het c-jaar.


" Het verhaal van het bezoek van de Midjanitische priester Jetro, de schoonvader van Mozes, aan laatstgenoemde bij de berg Gods, dat ons in Exodus 18 is overgeleverd (366), stamt in essentie van E. Het herinnert aan Exodus 2-4, waarin sprake is van Mozes'vlucht naar Midjan (Ex 2,15), zijn huwelijk met Sippora, de dochter van Jetro (in Ex 2,18 reüel genoemd; Ex 2,21), zijn hoeden van de kudde van zijn schoonvader (Ex 3,1), de openbaring bij de berg Gods (Ex 3) en de bedreiging van Mozes bij zijn terugkeer naar Egypte door YHWH, die Sippora door de besnijdenis van haar zoon weet af te wenden (Ex 4,24-26) (367). Hoofdstuk 18 heeft aanleiding gegeven tot een reeks van vragen. De aanbevelingen van Jetro aangaande de rechtspraak van Mozes (Ex 17,13-26) vinden een parallel in Dt 1,9-17, waar echter de schoonvader van Mozes niet genoemd en de decentralisatie van de jurisdictie chronologisch later geplaatst wordt. Het offermaal dat door Jetro, (Mozes), Aäron en de oudsten van het volk gehouden wordt (Dt 1,12) wordt door eerstgenoemde geleid. Velen hebben gemeend uit het hoofdstuk te mogen aflezen dat Jetro en vereerder van JHWH was en dat deze zich in zijn Godsgeloof bevestigd voelde door Mozes'relaas van de wonderbare uitredding van de Israëlieten uit Egypte. Uit deze overweging is de zogeheten "Kenietenhypothese" geboren: JHWH zou oorspronkelijk de God van de in de Negev en op het Sinaï-schiereiland wonende nomadische Midianieten of Kenieten zijn geweest. Maar als men de gegevens van Exodus 18 uitlegt in de zin van een door een cultische bezeglde verbondssluiting tussen de priestervorst van Midian en de Israëlieten, wordt (mede gezien Gn 26,28) veeleer benadrukt dat Jetro de macht van Israëls God erkende." Vriezen, Th. C., Van Der Woude, A.S., Oud-Israëlische & vroeg-joodse literatuur, Kampen, J.H.Kok, 2000, blz.186-187

De twijfel van het volk. Ex 17,1-7 - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 17 -- Ex 17,1-7 -- Ex 17,1 - Ex 17,2 - Ex 17,3 - Ex 17,4 - Ex 17,5 - Ex 17,6 - Ex 17,7 -

Ex 17,1 - Ex 17,1: De twijfel van het volk - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 17 -- Ex 17,1-7 -- Ex 17,1 - Ex 17,2 - Ex 17,3 - Ex 17,4 - Ex 17,5 - Ex 17,6 - Ex 17,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1kai apèren pasa sunagôgè uiôn israèl ek tès erèmou sin kata parembolas autôn dia rèmatos kuriou kai parenebalosan en rafidin ouk èn de udôr tô laô piein  1 igitur profecta omnis multitudo filiorum Israhel de deserto Sin per mansiones suas iuxta sermonem Domini castrametata est in Raphidim ubi non erat aqua ad bibendum populo  wajjisë`û kâl `ädat bënê jishëra´el   mimmidëbar sîn  1 Daarna toog de ganse vergadering van de kinderen Israëls, naar hun dagreizen, uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidim. Daar nu was geen water voor het volk om te drinken.  [1] Heel de gemeenschap van de Israëlieten vertrok uit de woestijn van Sin, om volgens de aanwijzingen van de heer van kamp tot kamp verder te trekken. Toen ze hun kamp opsloegen in Refidim, had het volk geen water te drinken.    [1] Vanuit de woestijn van Sin trok het hele volk van Israël verder, van de ene pleisterplaats naar de andere, volgens de aanwijzingen van de HEER. Toen ze hun tenten opsloegen in Refidim, bleek daar geen water te zijn om te drinken.  1 ¶ Ze breken op, heel de samenkomst van de zonen Israëls, uit de woestijn van Sien, om telkens opnieuw op te breken op last van de ENE; ze legeren zich in Refidiem,– maar daar is géén water te drinken voor de gemeente!  1. Toute la communauté des Israélites partit du désert de Sîn pour les étapes suivantes, sur l'ordre de Yahvé, et ils campèrent à Rephidim où il n'y avait pas d'eau à boire pour le peuple.

 

Ex 17,1 1. 2. - 5. 6. - 7. 8. 9. - 11. 12. 13. 14. - 15. 16. - 17.
Ex 17,1 wajjisë`û (en zij braken op) kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten) mimmidëbar sîn (uit de woestijn van Sin) lëmasë`êhèm (voor hun tocht) `al pî JHWH (volgens het bevel van JHWH) wajjachänû (en zij legerden) birëphîdîm (in Refidim) wë´ên majim (en er was geen water) lisjëthoth hâ`âm (om het volk te laten drinken)
Ex 17,3 1.   2. - 3.     4.   wajjitsëmâ´ sjâm hâ`âm lammajim (en het volk smachtte naar water)  
Nu 33,12  wajjisë`û (en zij braken op)    mimmidëbar sîn (uit de woestijn van Sin)       wajjachänû (en zij legerden)       
Nu 33,14 1.         3. 4. 5. - 8. 9. - 10.
Nu 33,14 wajjisë`û (en zij braken op)         wajjachänû (en zij legerden) birëphîdîm (in Refidim) wël´o hâjâh sjâm majim (maar daar was geen water) lâ`âm lisjëthôth (voor het volk om te drinken)

Ex 17,1 1. 2. - 5. 6. - 7. 8. 9. - 11. 12. 13. 14. - 15. 16. - 17.
Ex 17,1 wajjisë`û (en zij braken op) kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten) mimmidëbar sîn (uit de woestijn van Sin) lëmasë`êhèm (voor hun tocht) `al pî JHWH (volgens het bevel van JHWH) wajjachänû (en zij legerden) birëphîdîm (in Refidim) wë´ên majim (en er was geen water) lisjëthoth hâ`âm (om het volk te laten drinken)
Ex 17,3               wajjitsëmâ´ sjâm hâ`âm lammajim (en het volk smachtte naar water)   
Nu 20,1 1. 2. - 5. 6. - 7.       Nu 20,2 1. - 3. 4.
Nu 20,1 - Nu 20,2 wajjâbo´û (en zij gingen) bënê jishërâ´el kâl hâ`edâh (de Israëlieten, de hele gemeenschap) midëbar tsin (uit de woestijn van Sin)         wël´o hâjâh majim (maar daar was geen water) lâ`edâh (voor de gemeenschap)
  3. 4.-7. 8.-10.            
Ex 16,1   wajjâbo´û (en zij gingen) kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten) ´èl midëbar sîn (naar de woestijn sin)            
Nu 33,10 wajjisë`û (en zij braken op)   me´e(j)lim (uit Elim)     wajjachänû (en zij legerden) `al jam sûph (bij de Rode Zee)    

King James Bible. [1] And all the congregation of the children of Israel journeyed from the wilderness of Sin, after their journeys, according to the commandment of the LORD, and pitched in Rephidim: and there was no water for the people to drink.
Luther-Bibel. 17 1 Und die ganze Gemeinde der Israeliten zog aus der Wüste Sin weiter ihre Tagereisen, wie ihnen der HERR befahl, und sie lagerten sich in Refidim. Da hatte das Volk kein Wasser zu trinken.

Tekstanalyse van Ex 17,1. Dit vers Ex 17,1 telt 17 woorden en 67 letters. De getalwaarde van Ex 17,1 is 3984 (2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 83).

1. wajjisë`û (en zij braken op). Verwijzing: nâs`â (opbreken, reizen), zie Ex 16,1. In Ex komt deze werkwoordsvorm in 6 verzen voor; het is hier voor de vijfde maal.

Ex 16,1  wajjisë`û (en zij braken op) me´e(j)lim (uit Elim) wajjâbo´û (en zij gingen) kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten) ´èl midëbar sîn (naar de woestijn sin)
Ex 17,1 wajjisë`û (en zij braken op)     kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten) mimmmidëbar sîn (van de woestijn sin)

1. - 5. wajjisë`û (en zij braken op) kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten). Enkel in dit vers.

2. - 5. kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten). Tenach (20). Ex (8): (1) Ex 16,1. (2) Ex 16,2. (3) Ex 16,9. (4) Ex 16,10. (5) Ex 17,1. (6) Ex 35,1. (7) Ex 35,4. (8) Ex 35,20. Lv (1). Nu (9). Joz (2).

6. - 7. mimmidëbar sîn (uit de woestijn van Sin).

8. lëmasë`êhèm (voor hun tocht). Voorzetsel lë + zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud status constructus masë`ê (van het zelfstandig naamwoord mass`a: tocht, reishaltplaats) + achtervoegsel persoonlijk voornaamwoord derde persoon mannelijk meervoud. Zie het werkwoord nâs`â: opbreken, reizen. Wat klank betreft ligt dit zeer dicht bij het woord massâh: beproeving, verzoeking. Afgeleid van het werkwoord nâsâh: beproeven, op de proef stellen, verzoeken.

13. birëphîdim (in Refidim). Tenach (2): (1) Ex 17,1. (2) Ex 17,8. (3) Nu 33,14. merëphîdim (van Refidim). Tenach (2): (1) Ex 19,2. (2) Nu 33,15. Zie: râphad (uitspreiden, een bed uitspreiden, verkwikken). Taalgebruik in Tenach: râphad (uitspreiden, een bed uitspreiden, verkwikken). rëphîdâh (ruggesteun). In Ex 17,1 slaan de Israëlieten hun tenten in Refidim op, in Ex 19,2 breken ze op. Het is de 4de halte van de Israëlieten na de uittocht uit Egypte op weg naar de Sinaï (Mara: Ex 15,23 - Elim: Ex 15,27 - de woestijn van Sin: Ex 16,1 - Refidim: Ex 17,1 - Sinaï: Ex 19,2).

15. majim (water). Taalgebruik in Tenakh: majim (water). Getalwaarde: mem = 13 of 40, jod = 10 ; totaal: 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5). Structuur: 4 - 1 - 4. Gr. hudôr (water). Taalgebruik in het NT: hudôr (water). Lat.: aqua. Fr.: eau. E. water. D. Wasser. Tenakh (254). Pentateuch (53). Eerdere Profeten (46). Latere Profeten (72). 12 Kleine Profeten (15). Geschriften (68). Ex (15): (1) Ex 7,18. (2) Ex 7,21. (3) Ex 7,24. (4) Ex 15,8. (5) Ex 15,22. (6) Ex 15,23. (7) Ex 15,27. (8) Ex 17,1. (9) Ex 17,2. (10) Ex 17,6. (11) Ex 23,31. (12) Ex 30,18. (13) Ex 30,20. (14) Ex 40,7. (15) Ex 40,30.

Ex 17,2 - Ex 17,2: De twijfel van het volk - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 17 -- Ex 17,1-7 -- Ex 17,1 - Ex 17,2 - Ex 17,3 - Ex 17,4 - Ex 17,5 - Ex 17,6 - Ex 17,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2 kai eloidoreito o laos pros môusèn legontes dos èmin udôr ina piômen kai eipen autois môusès ti loidoreisthe moi kai ti peirazete kurion  2 qui iurgatus contra Mosen ait da nobis aquam ut bibamus quibus respondit Moses quid iurgamini contra me cur temptatis Dominum    2 Toen twistte het volk met Mozes, en zeide: Geeft gijlieden ons water, dat wij drinken! Mozes dan zeide tot hen: Wat twist gij met mij? Waarom verzoekt gij den HEERE?  [2] Ze begonnen Mozes verwijten te maken en zeiden: ‘Geef ons water te drinken.’ Mozes antwoordde: ‘Waarom maakt u mij verwijten en waarom daagt u de heer uit?’  [2] Ze maakten Mozes verwijten. ‘Geef ons te drinken, geef ons water!’ zeiden ze. Mozes zei: ‘Waarom maakt u mij verwijten? Waarom stelt u de HEER op de proef?’   2 Dan bekvecht de gemeente met Mozes, en zeggen ze: geven jullie ons water, dan kunnen we drinken! Mozes zegt tot hen: wat bekvechten jullie met míj?– wat beproeven jullie de ENE !  2. Celui-ci s'en prit à Moïse ; ils dirent: « Donne-nous de l'eau, que nous buvions !» Moïse leur dit: « Pourquoi vous en prenez-vous à moi ? Pourquoi mettez-vous Yahvé à l'épreuve ? » 

King James Bible. [2] Wherefore the people did chide with Moses, and said, Give us water that we may drink. And Moses said unto them, Why chide ye with me? wherefore do ye tempt the LORD?
Luther-Bibel. 2 Und sie haderten mit Mose und sprachen: Gib uns Wasser, dass wir trinken. Mose sprach zu ihnen: Was hadert ihr mit mir? Warum versucht ihr den HERRN?

Tekstuitleg van Ex 17,2.

Ex 17,2 1. - 2. 3. - 4. 5.            
Ex 17,2 wajjârèb hâ`âm (en het volk twistte) `im mosjèh (met Mozes) wajjo´mërû (en zij zeiden)            
Nu 20,3 1. - 2. 3. - 4. 5.            
Nu 20,3 wajjârèb hâ`âm (en het volk twistte) `im mosjèh (met Mozes) wajjo´mërû (en zij zeiden) le´mor (zeggende)            
Ex 17,3                  
Ex 17,3 wajjâlèn hâ`âm (en het volk gromde) `al mosjèh (tegen Mozes) wajjo´mèr (en het zei)            

8. majim (water). Taalgebruik in Tenakh: majim (water). Getalwaarde: mem = 13 of 40, jod = 10 ; totaal: 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5). Structuur: 4 - 1 - 4. Gr. hudôr (water). Taalgebruik in het NT: hudôr (water). Lat.: aqua. Fr.: eau. E. water. D. Wasser. Tenakh (254). Pentateuch (53). Eerdere Profeten (46). Latere Profeten (72). 12 Kleine Profeten (15). Geschriften (68). Ex (15): (1) Ex 7,18. (2) Ex 7,21. (3) Ex 7,24. (4) Ex 15,8. (5) Ex 15,22. (6) Ex 15,23. (7) Ex 15,27. (8) Ex 17,1. (9) Ex 17,2. (10) Ex 17,6. (11) Ex 23,31. (12) Ex 30,18. (13) Ex 30,20. (14) Ex 40,7. (15) Ex 40,30.

Liturgische lezing van de 3de (derde) zondag in de veertigdagentijd A: Ex 17,3-7. Ex 17,3-7.
In die dagen leden de Israëlieten tijdens de woestijntocht hevige dorst. Zij bleven tegen Mozes morren en zeiden: "Waarom hebt gij ons weggevoerd uit Egypte als we toch met kinderen en vee van dorst moeten sterven?" Mozes klaagde zijn nood bij de Heer: "Wat moet ik toch aan met dit volk? Ze staan op het punt mij te stenigen." De Heer gaf Mozes ten antwoord: "Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit, neem in uw hand de staf waarmee ge de Nijl geslagen hebt en begeef u op weg. Ik zal ginds, voor uw ogen, op een rots staan, op de Horeb. Sla op die rots: er zal water uitstromen zodat de mensen kunnen drinken." Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten. Hij noemde de plaats Massa en Meriba vanwege de verwijten der Israëlieten en omdat zij de Heer hadden uitgedaagd door zich af te vragen: Is de Heer nu bij ons of niet?

Ex 17,3 - Ex 17,3: De twijfel van het volk - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 17 -- Ex 17,1-7 -- Ex 17,1 - Ex 17,2 - Ex 17,3 - Ex 17,4 - Ex 17,5 - Ex 17,6 - Ex 17,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT 3de (derde) zondag in de veertigdagentijd A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3 edipsèsen de ekei ho laos hudati kai egogguzen ekei ho laos pros Môusèn legontes ina ti touto anebibasas èmas ex aiguptou apokteinai èmas kai ta tekna èmôn kai ta ktènè tô dipsei  3 sitivit ergo populus ibi pro aquae penuria et murmuravit contra Mosen dicens cur nos exire fecisti de Aegypto ut occideres et nos et liberos nostros ac iumenta siti  wajjitsëmâ´  sjâm hâ`âm lammaîm wajjâlèn In die dagen leden de Israëlieten tijdens de woestijntocht hevige dorst. Zij bleven tegen Mozes morren en zeiden: "Waarom hebt gij ons weggevoerd uit Egypte als we toch met kinderen en vee van dorst moeten sterven?" 3 Toen nu het volk aldaar dorstte naar water, zo murmureerde het volk tegen Mozes, en het zeide: Waartoe hebt gij ons nu uit Egypte doen optrekken, opdat gij mij, en mijn kinderen, en mijn vee, van dorst deedt sterven?  [3] Maar de mensen leden daar hevige dorst; zij bleven tegen Mozes morren* en zeiden: ‘Waarom hebt u ons weggevoerd uit Egypte als we toch met kinderen en vee van de dorst moeten sterven?’  [3] Maar omdat het volk daar hevige dorst leed, bleef het klagen. ‘Waarom hebt u ons uit Egypte weggevoerd?’ zeiden ze tegen Mozes. ‘Om ons van dorst te laten sterven, met onze kinderen en ons vee?’  3 Maar de gemeente smácht daar naar water; dus mort de gemeente tegen Mozes,– en zegt: waarom eigenlijk heb je ons laten opklimmen uit Egypte!– om mij, m’n kinderen en m’n vee te laten doodgaan van dorst?  3. Le peuple y souffrit de la soif, le peuple murmura contre Moïse et dit: « Pourquoi nous as-tu fait monter d'Égypte ? Est-ce pour me faire mourir de soif, moi, mes enfants et mes bêtes ? » 

King James Bible. And the people thirsted there for water; and the people murmured against Moses, and said, Wherefore is this that thou hast brought us up out of Egypt, to kill us and our children and our cattle with thirst?
Luther-Bibel. 3 Als aber dort das Volk nach Wasser dürstete, murrten sie wider Mose und sprachen: Warum hast du uns aus Ägypten ziehen lassen, dass du uns, unsere Kinder und unser Vieh vor Durst sterben lässt?

Tekstanalyse van Ex 17,3. Dit vers Ex 17,3 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 74 (2 X 37) letters. De getalwaarde van Ex 17,3 is 4818 (2 X 3 X 11 X 73). De vier woorden van Ex 17,3a eindigen op m (de aleph van tsâmâ´ niet in acht genomen). Het geeft iets weer van droge lippen die SMekken en SMachten naar water. De klanken wejjitsëmâ´ en sjâm komen sterk met elkaar overeen. Van de negen lettergrepen zijn er zeven met a-klank ; het geeft iets weer van het snakken en smachten naar water.

Ex 17,3.1. wajjitsëmâ´ (en - het volk - smachtte). Verwijzing: tsâm´â (dorst hebben, dorsten), zie Ps 42,3.

Ex 17,3.5. וַיָּלֶן = wajjâlèn (en het morde) < prefix wë (en) + werkwoordvorm act. hifil imperfect. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לון/ לין = lwn / ljn (morren tegen). Taalgebruik in Tenakh: lwn / ljn (morren tegen). Tenakh (6): (1) Gn 28,11. (2) Gn 32,14. (3) Ex 17,3. (4) Joz 8,9. (5) Re 19,7. (6) 1 K 19,9. In de LXX kan de hifil van het Hebreeuwse werkw. לון/ לין = lwn / ljn (morren tegen) door 3 verschillende Griekse werkw. zijn weergegeven.
-

Ex 17,3.8. מֹשֶׁה (= mosjèh: Mozes; eigennaam; zn mann enk). Taalgebruik in Tenakh: Mosjèh (Mozes). Getalswaarde: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23); het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal. Structuur: 4 - 3 - 5. De som van de elementen is telkens 3. Tenakh (675). Pentateuch (569). Ex (248). Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15.
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het NT: môusès (Mozes). Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79).

Ex 17,3.7. - 8. `al mosjèh (tegen Mozes). Tenach (10). Ex (4). Nu (6). In Tenach in zeven verzen in combinatie met wë`al ´ahäron (en tegen Aäron). (1) Ex 16,2. (2) Nu 14,2. (3) Nu 16,3. (4) Nu 17,6. (5) Nu 17,7. (6) Nu 20,2. (7) Nu 26,9. Zonder wë`al ´ahäron (en tegen Aäron) in nog drie verzen in de bijbel: (1) Ex 15,24. (2) Ex 17,3. (3) Ex 18,13.

5. - 8. Het volk morde tegen Mozes: (1) Ex 15,24. (2) Ex 17,3.

Ex 17,3.13. מִמִּצְרָיִם / מִמִּצְרַיִם = mimmitsërajim / mimmitsërâjim (uit Egypte) < prefix voorzetsel min (met assimilatie van de nun) + מִצְרָיִם / מִצְרַיִם = mitsërajim / mitsërâjim (Egypte). Taalgebruik in Tenakh: mitsërajim (Egypte). Taalgebruik in Ex: mitsërajim (Egypte). Getalwaarde: mem = 13 of 40, tsade = 18 of 90, resj = 20 of 200, jod = 10 ; totaal: 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19). Structuur: 4 - 9 - 2 - 1 - 4. De som van de elementen is telkens 2. Tenakh (89). Pentateuch (44). Eerdere Profeten (25). Latere Profeten (7). 12 Kleine Profeten (3). Geschriften (10). Ex (16): (1) Ex 3,10. (2) Ex 3,11. (3) Ex 3,12. (4) Ex 6,27. (5) Ex 12,35. (6) Ex 12,39. (7) Ex 13,3. (8) Ex 13,8. (9) Ex 13,9. (10) Ex 13,14. (11) Ex 13,16. (12) Ex 14,11. (13) Ex 17,3. (14) Ex 18,1. (15) Ex 23,15. (16) Ex 34,18. Dt (13): (1) Dt 4,20. (2) Dt 4,37. (3) Dt 4,45. (4) Dt 4,46. (5) Dt 6,21. (6) Dt 9,12. (7) Dt 9,26. (8) Dt 16,1. (9) Dt 16,6. (10) Dt 23,5. (11) Dt 24,9. (12) Dt 25,17. (13) Dt 26,8.

Ex 17,4 - Ex 17,4: De twijfel van het volk. Ex 17,1-7 - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 17 -- Ex 17,1-7 -- Ex 17,1 - Ex 17,2 - Ex 17,3 - Ex 17,4 - Ex 17,5 - Ex 17,6 - Ex 17,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT 3de (derde) zondag in de veertigdagentijd A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4 eboèsen de môusès pros kurion legôn ti poièsô tô laô toutô eti mikron kai katalithobolèsousin me  4 clamavit autem Moses ad Dominum dicens quid faciam populo huic adhuc pauxillum et lapidabunt me    Mozes klaagde zijn nood bij de Heer: "Wat moet ik toch aan met dit volk? Ze staan op het punt mij te stenigen."   4 Zo riep Mozes tot den HEERE, zeggende: Wat zal ik dit volk doen? Er feilt niet veel aan, of zij zullen mij stenigen.  [4] Mozes klaagde zijn nood bij de heer: ‘Wat moet ik toch doen met dit volk? Ze staan op het punt mij te stenigen.’    [4] Mozes riep luid de HEER aan. ‘Wat moet ik met dit volk beginnen?’ vroeg hij. ‘Er hoeft niet veel meer te gebeuren of ze stenigen mij!’ 4 Mozes schreeuwt het uit tot de ENE en zegt: wat moet ik doen aan deze gemeente!– nog even en ze hebben me gestenigd!  4. Moïse cria vers Yahvé en disant: « Que ferai-je pour ce peuple ? Encore un peu et ils me lapideront. » 

King James Bible. [4] And Moses cried unto the LORD, saying, What shall I do unto this people? they be almost ready to stone me.
Luther-Bibel. 4 Mose schrie zum HERRN und sprach: Was soll ich mit dem Volk tun? Es fehlt nicht viel, so werden sie mich noch steinigen.

Tekstuitleg van Ex 17,4.

Ex 17,5 - Ex 17,5: De twijfel van het volk. Ex 17,1-7 - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 17 -- Ex 17,1-7 -- Ex 17,1 - Ex 17,2 - Ex 17,3 - Ex 17,4 - Ex 17,5 - Ex 17,6 - Ex 17,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT 3de (derde) zondag in de veertigdagentijd A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5 kai eipen kurios pros môusèn proporeuou tou laou toutou labe de meta seautou apo tôn presbuterôn tou laou kai tèn rabdon en è epataxas ton potamon labe en tè cheiri sou kai poreusèkai pataxeis tèn petran kai exeleusetai ex autès udôr kai pietai o laos mou 5 ait Dominus ad Mosen antecede populum et sume tecum de senibus Israhel et virgam qua percussisti fluvium tolle in manu tua et vade    De Heer gaf Mozes ten antwoord: "Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit, neem in uw hand de staf waarmee ge de Nijl geslagen hebt en begeef u op weg.   5 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht des volks, en neem met u uit de oudsten van Israël; en neem uw staf in uw hand, waarmede gij de rivier sloegt, en ga heen.  [5] De heer antwoordde Mozes: ‘Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit, neem de staf in uw hand, waarmee u de Nijl geslagen hebt, en ga op weg.  [5] De HEER antwoordde Mozes: ‘Ga samen met een aantal van de oudsten van Israël voor het volk uit. Neem de staf waarmee je op de Nijl hebt geslagen in je hand en ga op weg. 5 Dan zegt de ENE tot Mozes: steek over voor het aanschijn van de gemeente en neem enkele oudsten van Israël met je mee; ook je staf, waarmee je de Stroom hebt geslagen, neem die in je hand en gá!  5. Yahvé dit à Moïse: « Passe en tête du peuple et prends avec toi quelques anciens d'Israël ; prends en main ton bâton, celui dont tu as frappé le Fleuve, et va.  

King James Bible. [5] And the LORD said unto Moses, Go on before the people, and take with thee of the elders of Israel; and thy rod, wherewith thou smotest the river, take in thine hand, and go.
Luther-Bibel. 5 Der HERR sprach zu ihm: Tritt hin vor das Volk und nimm einige von den Ältesten Israels mit dir und nimm deinen Stab in deine Hand, mit dem du den Nil schlugst, und geh hin.

Tekstuitleg van Ex 17,5.

Ex 17,6 - Ex 17,6: De twijfel van het volk. Ex 17,1-7 - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 17 -- Ex 17,1-7 -- Ex 17,1 - Ex 17,2 - Ex 17,3 - Ex 17,4 - Ex 17,5 - Ex 17,6 - Ex 17,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT 3de (derde) zondag in de veertigdagentijd A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6ode egô estèka pro tou se ekei epi tès petras en chôrèb kai pataxeis tèn petran kai exeleusetai ex autès hudôr kai pietai ho laos mou epoièsen de môusès outôs enantion tôn uiôn israèl 6 en ego stabo coram te ibi super petram Horeb percutiesque petram et exibit ex ea aqua ut bibat populus fecit Moses ita coram senibus Israhel     Ik zal ginds, voor uw ogen, op een rots staan, op de Horeb. Sla op die rots: er zal water uitstromen zodat de mensen kunnen drinken." Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten.   6 Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en gij zult op den rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed alzo voor de ogen der oudsten van Israël.  [6] Ik zal ginds, voor uw ogen, op een rots staan, op de Horeb. Sla op die rots: er zal water uit stromen zodat de mensen kunnen drinken.’ Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten.  [6] Ik zal je opwachten op de rots bij de Horeb. Als je op de rots slaat, zal er water uit stromen, zodat het volk te drinken heeft.’ Mozes deed dit, in het bijzijn van de oudsten van Israël.  6 zie, ik zal voor jouw aanschijn staan, daar op de rots, bij Horeb; slaan zul je op de rots; wateren zullen er uitstromen en drinken zal de gemeente! Zo doet hij, Mozes, voor de ogen van Israëls oudsten.  6. Voici que je vais me tenir devant toi, là sur le rocher -en Horeb-, tu frapperas le rocher, l'eau en sortira et le peuple boira. » C'est ce que fit Moïse, aux yeux des anciens d'Israël. 

King James Bible. [6] Behold, I will stand before thee there upon the rock in Horeb; and thou shalt smite the rock, and there shall come water out of it, that the people may drink. And Moses did so in the sight of the elders of Israel.
Luther-Bibel. 6 Siehe, ich will dort vor dir stehen auf dem Fels am Horeb. Da sollst du an den Fels schlagen, so wird Wasser herauslaufen, dass das Volk trinke. Und Mose tat so vor den Augen der Ältesten von Israel.

Tekstuitleg van Ex 17,6. Het vers Ex 17,6 telt 20 (2² X 5) woorden en 75 (3 X 5²) letters. De getalwaarde van Ex 17,6 is 4955 (5 X 991).

Ex 17,6 en Joh 19,34:
--- Ex 17,6 staat in de toekomstige tijd, Joh 19,34 in de verleden tijd. Zo wordt Joh 19,34 vervulling van Ex 17,6.
--- Ex 17,6: pataxeis (jij zult slaan) tèn petran (op de rots); Joh 19,34: tèn pleuran enuxen (nussô: steken, doorboren). (woordspeling petran: rots en pleuran: zijde). Beide zinnen tellen 3 woorden en 6 lettergrepen.
--- Ex 17,6: kai exeleusetai ex autès hudôr (en er zal water eruit komen) ; Joh 19,34: kai exèlthen euthus haima kai hudôr (en er kwam terstond bloed en water uit). Beide zinnen tellen 11 lettergrepen. Gemeenschappelijk: exerchomai = komen uit, en hudôr = water.
--- Ex 17,6: kai pietai ho laos mou (en mijn volk zal drinken).

Ex 17,6.6. hatstsûr (de rots) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. tsûr (rots, steen). Taalgebruik in Tenakh: tsûr (rots, steen). Getalwaarde: tsade = 18 of 90, waw = 6, resj = 20 of 200 ; totaal: 44 (4 X 11) OF 296 (2³ X 37). Structuur: 9 - 6 - 2. Tenakh (8): (1) Ex 17,6. (2) - Ex 33,21. (3) - Ex 33,22. (4) Dt 32,4. (5) Re 6,21. (6) Re 13,19. (7) 2 S 21,10. (8) Ps 114,8.

Ex 17,6.5. - 6. `al hatstsûr (op de rots). Tenakh (3): (1) Ex 17,6. (2) Ex 33,21. (3) Re 13,19.

Ex 17,6.7. ch-r-bh (o.a. Horeb). Taalgebruik in Tenakh: ch-r-bh (o.a. Horeb). Getalwaarde: chet = 8, resj = 20 of 200, beth = 2 ; totaal: 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7). Structuur: 8 - 2 - 2. In Ex 3,1: chorebhâh (naar de Horeb). In Ex 17,6: bëchorebh (in de Horeb). Gr. chôrèb (Horeb). Bijbel (18). Pentateuch (12). Ex (3): (1) Ex 3,1. (2) Ex 17,6. (3) Ex 33,6 (chôrebh).

Ex 17,6.8. וְהִכִּיתָ = wëhikkîthâ (en jij zult slaan) < wë + act. hifil perf. 2de pers. mann. enk. van het werkw. נָכַה = nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden). Taalgebruik in Tenakh: nâkhâh (slaan, treffen, verslaan, doden). Getalwaarde: nun = 14 of 50, kaph = 11 of 20, he = 5 ; totaal: 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²). Structuur: 5 - 2 - 5. De som van de elementen is telkens 3. Tenakh (5): (1) Ex 17,6. (2) Dt 20,13. (3) Re 6,16. (4) 1 S 23,2. (5) 2 K 13,7.

Ex 17,6.9. batstsûr (in / op de rots) < voorzetsel bë + bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. mann. enk. tsûr (rots, steen). Taalgebruik in Tenakh: tsûr (rots, steen). Getalwaarde: tsade = 18 of 90, waw = 6, resj = 20 of 200 ; totaal: 44 (4 X 11) OF 296 (2³ X 37). Structuur: 9 - 6 - 2. Tenakh (7): (1) Ex 17,6. (2) Re 7,25. (3) Js 2,10. (4) Js 10,26. (5) Ps 27,5. (6) Ps 61,3. (7) Job 19,24.

Ex 17,6.12. majim (water). Taalgebruik in Tenakh: majim (water). Getalwaarde: mem = 13 of 40, jod = 10 ; totaal: 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5). Structuur: 4 - 1 - 4. Gr. hudôr (water). Taalgebruik in het NT: hudôr (water). Lat.: aqua. Fr.: eau. E. water. D. Wasser. Tenakh (254). Pentateuch (53). Eerdere Profeten (46). Latere Profeten (72). 12 Kleine Profeten (15). Geschriften (68). Ex (15): (1) Ex 7,18. (2) Ex 7,21. (3) Ex 7,24. (4) Ex 15,8. (5) Ex 15,22. (6) Ex 15,23. (7) Ex 15,27. (8) Ex 17,1. (9) Ex 17,2. (10) Ex 17,6. (11) Ex 23,31. (12) Ex 30,18. (13) Ex 30,20. (14) Ex 40,7. (15) Ex 40,30.

Ex 17,6.17. mosjèh (Mozes). Taalgebruik in Tenach: Mosjèh (Mozes). De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal). Tenach (675). Pentateuch (569). Ex (248) = (2³ X 31). Gr. môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het N.T.: môusès (Mozes). Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79). In Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15. ûmosjèh (en Mozes). Tenach (16). Ex (9). In één vers in Ex 17: Ex 17,10. In Ex 17,8-16 komt 7X Amalek, Mozes en hand voor.

Ex 17,6.18. lë`e(j)ne(j) (voor de ogen van) < voorzetsel lë + stat. constr. mann. mv. van het zelfst. naamw. `ajin (oog, bron). Taalgebruik in Tenakh: `ajin (oog, bron). De getalwaarde van ajin is: ajin = 16 of 70, jod = 10, nun = 14 of 50. Totaal: 40 (2 X 2 X 2 X 5) of 130 (2 X 5 X 13). Structuur: 7 - 1 - 5. Gr. ofthalmos (oog). Taalgebruik in het NT: ofthalmos (oog). Taalgebruik in de LXX: ofthalmos (oog). Lat. oculus. Fr. oeil (yeux). E. eye. Ned. oog. D. Aug. Een vorm van ofthalmos (oog) in de LXX (678), in het NT (100).

Ex 17,6.20. jishërâ´el (Israël). Taalgebruik in Tenach: jishërâ´el (Israël). Getalwaarde: jod = 10, shin = 21 of 300, resj = 20 of 200, aleph = 1, lameth = 12 of 30 ; totaal: 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster). Gr. israèl (Israël). Taalgebruik in de LXX: Israèl (Israël). Taalgebruik in het N.T.: Israèl (Israël). Tenach (2044). Ex (157). Ex 17 (6): (1) Ex 17,1. (2) Ex 17,5. (3) Ex 17,6. (4) Ex 17,7. (5) Ex 17,8. (6) Ex 17,11.

Ex 17,6.19. - 20. ziqëne(j) jishërâ´el ( oudsten van Israël). Tenakh (18): (1) Ex 3,16. (2) Ex 12,21. (3) Ex 17,6. (4) Ex 18,12. (5) Nu 16,25. (6) Dt 31,9. (7) 1 S 4,3. (8) 1 S 8,4. (9) 2 S 3,17. (10) 2 S 5,3. (11) 2 S 17,4. (12) 2 S 17,15. (13) 1 K 8,1. (14) 1 K 8,3. (15) 1 Kr 11,3. (16) 2 Kr 5,2. (17) 2 Kr 5,4. (18) Ez 20,3.

Ex 17,7 - Ex 17,7: De twijfel van het volk. Ex 17,1-7 - bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- taalgebruik -- Ex 17 -- Ex 17,1-7 -- Ex 17,1 - Ex 17,2 - Ex 17,3 - Ex 17,4 - Ex 17,5 - Ex 17,6 - Ex 17,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT 3de (derde) zondag in de veertigdagentijd A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7kai epônomasen to onoma tou topou ekeinou peirasmos kai loidorèsis dia tèn loidorian tôn uiôn israèl kai dia to peirazein kurion legontas ei estin kurios en èmin è ou  7 et vocavit nomen loci illius Temptatio propter iurgium filiorum Israhel et quia temptaverunt Dominum dicentes estne Dominus in nobis an non     Hij noemde de plaats Massa en Meriba vanwege de verwijten der Israëlieten en omdat zij de Heer hadden uitgedaagd door zich af te vragen: Is de Heer nu bij ons of niet?  7 En hij noemde den naam dier plaats Massa en Meriba, om den twist der kinderen Israëls, en omdat zij den HEERE verzocht hadden, zeggende: Is de HEERE in het midden van ons, of niet? 
[7] Hij noemde de plaats Massa* en Meriba vanwege de verwijten van de Israëlieten en omdat zij de heer hadden uitgedaagd door zich af te vragen: ‘Is de heer nu bij ons of niet?’ 
[7] Hij noemde die plaats Massa en Meriba, omdat de Israëlieten Mozes daar verwijten hadden gemaakt en omdat ze daar de HEER op de proef hadden gesteld door te vragen: ‘Is de HEER nu in ons midden of niet?’  7 Hij roept voor het oord als naam uit: Masa en Meriva, beproeving en bekvechterij!, om het bekvechten van de zonen Israëls en om hun beproeving van de ENE, als ze zeggen: is de ENE in ons midden, of niet? •  7. Il donna à ce lieu le nom de Massa et Meriba, parce que les Israélites cherchèrent querelle et parce qu'ils mirent Yahvé à l'épreuve en disant: « Yahvé est-il au milieu de nous, ou non ?  

And he called the name of the place Massah, and Meribah, because of the chiding of the children of Israel, and because they tempted the LORD, saying, Is the LORD among us, or not?
Luther-Bibel. 7 Da nannte er den Ort Massa und Meriba, weil die Israeliten dort gehadert und den HERRN versucht und gesagt hatten: Ist der HERR unter uns oder nicht?

Tekstuitleg van Ex 17,7. Dit vers Ex 17,7 telt 19 woorden en 69 (3 X 23) letters. De getalwaarde van Ex 17,7 is 4288 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 67).

1. - 3. wajjiqërâ´ (èth) sjem hammaqôm (en hij noemde de naam van de plaats). Verwijzing: qârâ´ (roepen, heten), zie Joz 5,9. In zeven verzen in de bijbel: (1) Gn 28,19 (´èth). (2) Gn 32,3. (3) Ex 17,7. (4) Nu 11,3. (5) Nu 11,34 (´èth). (6) Nu 21,3. (7). Joz 5,9.


Ex 17,8-16: Overwinning op Amalek - - Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -

Eerste lezing op de 29ste (negenentwintigste) zondag door het c-jaar: Ex 17,8-13. Ex 17,8-13.
In die dagen kwam Amalek aanzetten om Israël aan te vallen. Toen zei Mozes tot Jozua: Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amalek. Zelf ga ik met de staf van God in mijn hand op de top van de heuvel staan. Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen. Hij bond de strijd aan met Amalek terwijl Mozes, Aäron en Chur de top van de heuvel bestegen. En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield waren de Israëlieten aan de winnende hand. Maar liet hij zijn armen zakken dan won Amalek. Tenslotte werden Mozes' armen moe. Toen haalden ze een steen voor hem waar hij op ging zitten. Aäron en Chur ondersteunden zijn armen, elk aan een kant. Zo bleven zijn armen omhooggeheven, tot zonsondergang toe. En Jozua versloeg Amalek en zijn leger met het zwaard.

Ex 17,8 - Ex 17,8: Overwinning op Amalek -- Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT 29ste (negenentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8 èlthen de amalèk kai epolemei israèl en rafidin  8 venit autem Amalech et pugnabat contra Israhel in Raphidim  wajjâbho´ `ämâleq  wajjillâhèm `im jishërâ´el birëphîdim   In die dagen kwam Amalek aanzetten om Israël aan te vallen. 8 Toen kwam Amalek en streed tegen Israël in Rafidim.  [8] Amalek* rukte op om Israël in Refidim aan te vallen.  [8] In Refidim werd Israël aangevallen door de Amalekieten.   8 ¶ Dan komt Amalek aanzetten; en voert met Israël oorlog, bij Refidiem.  8. Les Amalécites survinrent et combattirent contre Israël à Rephidim.  

King James Bible. [8] Then came Amalek, and fought with Israel in Rephidim.
Luther-Bibel. 8 Da kam Amalek und kämpfte gegen Israel in Refidim.

Tekstuitleg van Ex 17,8. Het vers Ex 17,8 telt 6 (2 X 3) woorden en 26 (2 X 13) letters. De getalwaarde van Ex 17,8 is 1340 (2² X 5 X 67). Amalek valt Israël aan.

Ex 17,8.1. wajjâbho´ (en hij ging, en hij kwam) van het werkw. bw´ (gaan, komen). Taalgebruik in Tenach: bw´ (gaan, komen). Tenach (289). Pentateuch (72). Ex (16). (1) Ex 3,1. (2) Ex 3,6. (3) Ex 7,10. (4) Ex 7,23. (5) Ex 8,20. (6) Ex 10,3. (7) Ex 14,20. (8) Ex 17,8. (9) Ex 18,5. (10) Ex 18,12. (11) Ex 19,7. (12) Ex 24,3. (13) Ex 24,18. (14) Ex 37,5. (15) Ex 38,7. (16) Ex 40,21. In 10 verzen is Mozes het onderwerp. (4) Ex 7,23 (Farao). (5) Ex 8,20 (steekvliegen). (7) Ex 14,20 (de wolk). (8) Ex 17,8 (Amalek).

Ex 17,8.2. `ämâleq (Amalek). Taalgebruik in Tenach: `ämâleq (Amalek). Getalwaarde: ajin = 16 of 70, mem = 13 of 40, lameth = 12 of 30, qoph = 19 of 100 ; totaal: 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding: 1 op 4. Tenach (21): (1) Gn 36,12. (2) Gn 36,16. (3) Ex 17,8. (4) Ex 17,11. (5) Ex 17,13. (6) Ex 17,14. (7) Nu 13,29. (8) Nu 24,20. (9) Dt 25,17. (10) Dt 25,19. (11) 1 S 14,48. (12) 1 S 15,2. (13) 1 S 15,3. (14) 1 S 15,5. (15) 1 S 15,6. (16) 1 S 15,7. (17) 1 S 15,8. (18) 1 S 15,18. (19) 1 S 15,20. (20) 1 S 15,32. (21) 1 S 30,18. ba`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (5): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,16. (4) Re 5,14. (5) 1 S 28,18. la`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (1) 1 Kr 4,43. `ämâleqî (Amalekiet). Tenach (4): (1) 1 S 15,6. (2) 1 S 30,13. (3) 2 S 1,8. (4) 2 S 1,13. In Ex 17,8-16 komt 7X Amalek, Mozes en hand voor.

Ex 17,8.1. - 2. wajjâbho´ `ämâleq (en Amalek kwam). Tenach (1) Ex 17,8.

Ex 17,8.3. act. nifal imperf. 3de pers. mann. enk. wajjillâhèm (en hij streed) van het werkw. lâcham (strijden). Taalgebruik in Tenach: lâcham (strijden). Getalwaarde: lamed = 12 of 30, chet = 8, mem = 13 of 40 ; totaal: 33 (3 X 11) OF 78 (2 X 3 X 13). Tenach (20). Pentateuch (3): (1) Ex 17,8. (2) Nu 21,1. (3) Nu 21,23. In Ex 17,8-16 4X 'l-ch-m' (strijd-en): (1) Ex 17,8: wajjillâhèm (en hij streed). (2) Ex 17,9: hillâchêm (strijd). (3) Ex 17,10: lêhillâchem (om te strijden). (4) Ex 17,16: milëchâmâh (strijd, oorlog). In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen. In Ex 17,8 kwam Amalek en streed met Israël. In de overige 3 verzen in Ex 17,8-16 met 'l-ch-m' (strijd-en) gaat het over een strijd met Amalek: ba`ämâleq (tegen Amalek).

Ex 17,8.5. jishërâ´el (Israël). Taalgebruik in Tenach: jishërâ´el (Israël). Getalwaarde: jod = 10, shin = 21 of 300, resj = 20 of 200, aleph = 1, lameth = 12 of 30 ; totaal: 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster). Gr. israèl (Israël). Taalgebruik in de LXX: Israèl (Israël). Taalgebruik in het N.T.: Israèl (Israël). Tenach (2044). Ex (157). Ex 17 (6): (1) Ex 17,1. (2) Ex 17,5. (3) Ex 17,6. (4) Ex 17,7. (5) Ex 17,8. (6) Ex 17,11.

Ex 17,8.4. - 5. `im jishërâ´el (Israël). Tenach (2): (1) Ex 17,8. (2) Re 11,20.

Ex 17,8.3. - 5. wajjillâhèm (en hij streed) `im jishërâ´el (Israël). Tenach (2): (1) Ex 17,8. (2) Re 11,20.

Ex 17,8.6. birëphîdim (in Refidim). Tenach (2): (1) Ex 17,1. (2) Ex 17,8. (3) Nu 33,14. merëphîdim (van Refidim). Tenach (2): (1) Ex 19,2. (2) Nu 33,15. Zie: râphad (uitspreiden, een bed uitspreiden, verkwikken). Taalgebruik in Tenach: râphad (uitspreiden, een bed uitspreiden, verkwikken). rëphîdâh (ruggesteun). Getalwaarde van rëphîdim (Refidim): resj = 20 of 200, pe = 17 of 80, jod = 10, daled = 4, mem = 13 of 40 ; totaal: 64 (2³ X 2³) OF 334 (2 X 167). In Ex 17,1 slaan de Israëlieten hun tenten in Refidim op, in Ex 19,2 breken ze op. Het is de 4de halte van de Israëlieten na de uittocht uit Egypte op weg naar de Sinaï (Mara: Ex 15,23 - Elim: Ex 15,27 - de woestijn van Sin: Ex 16,1 - Refidim: Ex 17,1 - Sinaï: Ex 19,2). Behalve bij de halte te Elim morren de Israëlieten omwille van gebrek aan water of voedsel (Mara - woestijn van Sin - Refidim). Bij de 3de halte te Refidim stellen de Israëlieten de vraag of JHWH wel in hun midden is. Tot overmaat van ramp valt Amalek hen in Refidim aan. 'Komen' heeft hierin een bijzondere betekenis. Wat komt er niet allemaal op Mozes af. Sommige commentatoren wijzen op de samenstelling van de naam uit het werkw. raphâh (slap zijn, moedeloos worden) en jâdim (handen): verslappende handen (verwijzing naar Mozes).

Ex 17,9 - Ex 17,9: Overwinning op Amalek -- Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT 29ste (negenentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9 eipen de môusès tô ièsou epilexon seautô andras dunatous kai exelthôn parataxai tô amalèk aurion kai idou egô estèka epi tès korufès tou bounou kai è rabdos tou theou en tè cheiri mou  9 dixitque Moses ad Iosue elige viros et egressus pugna contra Amalech cras ego stabo in vertice collis habens virgam Dei in manu mea  wajj´omèr Mosjèh ´èl jëhôsju`a Toen zei Mozes tot Jozua: Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amalek. Zelf ga ik met de staf van God in mijn hand op de top van de heuvel staan.   9 Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen, en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn. [9] Toen zei Mozes tegen* Jozua: ‘Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amalek. Zelf ga ik met de staf van God in mijn hand op de top van de heuvel staan.’  [9] Toen zei Mozes tegen Jozua: ‘Kies een aantal mannen uit en trek met hen tegen Amalek ten strijde. Ikzelf zal morgen op de top van de heuvel gaan staan, met in mijn hand de staf van God.’   9 Mozes zegt tot Jozua: kies voor ons mannen uit en trek uit!, voer oorlog tegen Amalek!– morgen zal ik mij posteren op het hoofd van de heuvel met de staf van God in mijn hand!   9. Moïse dit alors à Josué: « Choisis-toi des hommes et demain, sors combattre Amaleq ; moi, je me tiendrai au sommet de la colline, le bâton de Dieu à la main. » 

King James Bible. [9] And Moses said unto Joshua, Choose us out men, and go out, fight with Amalek: to morrow I will stand on the top of the hill with the rod of God in mine hand.
Luther-Bibel. 9 Da sprach Mose zu Josua: Erwähle uns Männer, zieh aus und kämpfe gegen Amalek. Morgen will ich oben auf dem Hügel stehen mit dem Stab Gottes in meiner Hand.

Tekstuitleg van Ex 17,9. Het vers Ex 17,9 telt 19 woorden en 72 (2³ X 3²) letters. De getalwaarde van Ex 17,9 is 3477 (3 X 19 X 61). Mozes geeft Jozua de opdracht om te strijden tegen Amalek.

Ex 17,9.1. wajj´omèr (en hij zei): prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen). Taalgebruik in Tenach: ´âmar (zeggen). Gr. legô (zeggen). Taalgebruik in de Septuaginta.: legô (zeggen). Taalgebruik in N.T.: legô (zeggen). legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les. Lat. legere. Fr. leçon. E. to say. Fr. dire. D. sprechen (spreken).. Tenach (1879). Pentateuch (594). Ex (150). Ex 17 (6): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,5. (4) Ex 17,9. (5) Ex 17,14. (6) Ex 17,16. In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen.

Ex 17,9.2. mosjèh (Mozes). Taalgebruik in Tenach: Mosjèh (Mozes). De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal). Tenach (675). Pentateuch (569). Ex (248) = (2³ X 31). Gr. môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het N.T.: môusès (Mozes). Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79). In Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15. ûmosjèh (en Mozes). Tenach (16). Ex (9). In één vers in Ex 17: Ex 17,10. In Ex 17,8-16 komt 7X Amalek, Mozes en hand voor.

Ex 17,9.1. - 2. wajj´omèr Mosjèh (en Mozes zei). In zesenvijftig (7 X 8) verzen in de bijbel. In vijfendertig (5 X 7) verzen in Ex (Exodus). Ex 17 (1) Ex 17,9

Ex 17,9.4. jëhôsju`a (Jozua). Taalgebruik in Tenach: jëhôsju`a (Jozua). Getalwaarde: jod = 10, he = 5, waw = 6, sjin = 21 of 300, ajin = 16 of 70 ; totaal: 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23). Tenach (177). Pentateuch (16). Joz (142). Ex (6): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,13. (4) Ex 17,14. (5) Ex 32,17. (6) Ex 33,11. Grieks Ièsous (Jozua). In zes verzen in Ex. Vulgaat Josue (Jozua). In 165 verzen in de bijbel. In zeven verzen in Ex. In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen.

Ex 17,9.3. - 4. ´èl jëhôsju`a (tot Jozua). Tenach (30). In één vers in Ex: Ex 17,9. In negenentwintig verzen in Joz.

Ex 17,9.1. - 4. wajj´omèr Mosjèh ´èl jëhôsju`a (en Mozes zei tot Jozua). Tenach (1) Ex 17,9.

Ex 17,9.9. h-l-ch-m. Tenach (17). Vocalisatie hillâchêm (strijd). act. nifal imperatief 2de pers. mann. enk. van het werkw. lâcham (strijden). Taalgebruik in Tenach: lâcham (strijden). Getalwaarde: lamed = 12 of 30, chet = 8, mem = 13 of 40 ; totaal: 33 (3 X 11) OF 78 (2 X 3 X 13). Tenach (1) Ex 17,9. In Ex 17,8-16 4X 'l-ch-m' (strijd-en): (1) Ex 17,8: wajjillâhèm (en hij streed). (2) Ex 17,9: hillâchêm (strijd). (3) Ex 17,10: lêhillâchem (om te strijden). (4) Ex 17,16: milëchâmâh (strijd, oorlog). In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen.

Ex 17,9.10. `ämâleq (Amalek). Taalgebruik in Tenach: `ämâleq (Amalek). Getalwaarde: ajin = 16 of 70, mem = 13 of 40, lameth = 12 of 30, qoph = 19 of 100 ; totaal: 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding: 1 op 4. Tenach (21): (1) Gn 36,12. (2) Gn 36,16. (3) Ex 17,8. (4) Ex 17,11. (5) Ex 17,13. (6) Ex 17,14. (7) Nu 13,29. (8) Nu 24,20. (9) Dt 25,17. (10) Dt 25,19. (11) 1 S 14,48. (12) 1 S 15,2. (13) 1 S 15,3. (14) 1 S 15,5. (15) 1 S 15,6. (16) 1 S 15,7. (17) 1 S 15,8. (18) 1 S 15,18. (19) 1 S 15,20. (20) 1 S 15,32. (21) 1 S 30,18. ba`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (5): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,16. (4) Re 5,14. (5) 1 S 28,18. la`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (1) 1 Kr 4,43. In Ex 17,8-16 komt 7X Amalek, Mozes en hand voor.

Ex 17,9.9. - 10. In Ex 17,8 kwam Amalek en streed met Israël. In de overige 3 verzen in Ex 17,8-16 met 'l-ch-m' (strijd-en) gaat het over een strijd met Amalek: ba`ämâleq (tegen Amalek). In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen.

12. ´ânokhî (ik). אנכי. Zie: ´änî (ik). Taalgebruik in Tenakh: ´änî (ik). Getalwaarde: aleph = 1, nun = 14 of 50, kaph = 11 of 20, jod = 10 ; totaal: 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²). Structuur: 1 - 5 - 2 - 1. Tenakh (276). Pentateuch (123). Eerdere Profeten (66). Latere Profeten (40). 12 Kleine Profeten (18). Geschriften (29). Ex (19): (1) Ex 3,6. (2) Ex 3,11. (3) Ex 3,12. (4) Ex 3,13. (5) Ex 4,10. (6) Ex 4,11. (7) Ex 4,23. (8) Ex 7,17. (9) Ex 7,27. (10) Ex 8,24. (11) Ex 8,25. (12) Ex 17,9. (13) Ex 19,9. (14) Ex 20,2. (15) Ex 20,5. (16) Ex 23,20. (17) Ex 32,18. (18) Ex 34,10. (19) Ex 34,11.
- Grieks. εγω ειμι = egô eimi (ik ben). Taalgebruik in het NT: egô (ik). Taalgebruik in de LXX: egô (ik).
- Lat. ego sum (ik ben). Ned.: ik. Fr. je. D. Ich. E. I. Aramees: אנה = ´änâh (ik). Arabisch: أنا. ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran: ´anâ (ik).
- Bibliografie:
-- Grad A. D., Le vériatble Cantique des cantiques, Rocher, 2004, p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd.
-- Sabbah Messod & Roger, Les secrets de l'Exode, Jean-Cyrille Godefroy, 2000, p.93-96. Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai en farao Achnaton gelegd.

Ex 17,9.12. - 13. ´ânokhî nitstsâb (ik ben staande). Tenach (4): (1) Gn 24,13. (2) Gn 24,43. (3) Ex 17,9. (4) Js 21,8.

Ex 17,9.14. - 15. `al ro´sj (op de top van). Tenach (53X). Ex (5): (1) Ex 17,9. (2) Ex 29,10. (3) Ex 29,15. (4) Ex 29,19. (5) Ex 34,2.

Ex 17,9.17. nâtâh (uitstrekken, neigen, zich wenden). Taalgebruik in Tenach: nâtâh (uitstrekken, neigen, zich wenden) Getalwaarde: nun = 14 of 50, tet = 9, he = 5; totaal: 28 (2² X 7) OF 64 (2³ X 2³). matteh (stok, staf, stam, rank). Tenach (75). Ex (3): (1) Ex 4,2. (2) Ex 4,20. (3) Ex 7,12. ûmatteh (en de stok, staf...). Tenach (8). Ex (1) Ex 17,9.

Ex 17,9.18. bëjâdî (in mijn hand) < voorzetsel bë + zelfst. naamw. + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. enk. OF bîde(j) (in handen van) voorzetsel bë + stat. constr. mann. mv.. jâd (hand). Taalgebruik in Tenakh: jâd (hand). Letterwaarde: jod = 10. daleth = 4. Totaal 14 (2 X 7). Structuur: 1 - 4. Gr. cheir (hand). Taalgebruik in het NT: cheir (hand). Taalgebruik in de Septuaginta: cheir (hand). Ned. hand. D. Hand. E. hand. Lat. manus (cfr manufacture, manuel = handleiding, manipuler). Fr. main. Cfr chirurgie, chiropraxie. LXX (1943). NT (176). Tenakh (33). Pentateuch (7). Eerdere Profeten (18). Latere Profeten (2). 12 Kleine Profeten (0). Geschriften (6). Ex (2): (1) Ex 7,17. (2) Ex 17,9.

Ex 17,10 - Ex 17,10: Overwinning op Amalek -- Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT 29ste (negenentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10 kai epoièsen ièsous kathaper eipen autô môusès kai exelthôn paretaxato tô amalèk kai môusès kai aarôn kai ôr anebèsan epi tèn korufèn tou bounou  10 fecit Iosue ut locutus ei erat Moses et pugnavit contra Amalech Moses autem et Aaron et Hur ascenderunt super verticem collis     Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen. Hij bond de strijd aan met Amalek terwijl Mozes, Aäron en Chur de top van de heuvel bestegen.   10 Jozua nu deed, als Mozes hem gezegd had, strijdende tegen Amalek; doch Mozes, Aäron en Hur klommen op de hoogte des heuvels.  [10] Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen. Hij bond de strijd aan met Amalek, terwijl Mozes, Aäron en Chur de top van de heuvel bestegen.   [10] Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen en trok tegen Amalek ten strijde, en Mozes ging naar de top van de heuvel, samen met Aäron en Chur.  10 Jozua doet zoals Mozes hem gezegd heeft, en voert oorlog tegen Amalek; en Mozes, Aäron en Choer zijn geklommen naar het hoofd van de heuvel.  10. Josué fit ce que lui avait dit Moïse, il sortit pour combattre Amaleq, et Moïse, Aaron et Hur montèrent au sommet de la colline.  

King James Bible. [10] So Joshua did as Moses had said to him, and fought with Amalek: and Moses, Aaron, and Hur went up to the top of the hill.
Luther-Bibel. 10 Und Josua tat, wie Mose ihm sagte, und kämpfte gegen Amalek. Mose aber und Aaron und Hur gingen auf die Höhe des Hügels.

Tekstuitleg van Ex 17,10.

2. jëhôsju`a (Jozua). Taalgebruik in Tenach: jëhôsju`a (Jozua). Getalwaarde: jod = 10, he = 5, waw = 6, sjin = 21 of 300, ajin = 16 of 70 ; totaal: 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23). Tenach (177). Pentateuch (16). Joz (142). Ex (6): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,13. (4) Ex 17,14. (5) Ex 32,17. (6) Ex 33,11. Grieks Ièsous (Jozua). In zes verzen in Ex. Vulgaat Josue (Jozua). In 165 verzen in de bijbel. In zeven verzen in Ex. In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen.

6. mosjèh (Mozes). Taalgebruik in Tenach: Mosjèh (Mozes). De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal). Tenach (675). Pentateuch (569). Ex (248) = (2³ X 31). Gr. môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het N.T.: môusès (Mozes). Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79). In Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15. ûmosjèh (en Mozes). Tenach (16). Ex (9). In één vers in Ex 17: Ex 17,10.

7. lë + act. inf. construct. lêhillâchem (om te strijden) van het werkw. lâcham (strijden). Taalgebruik in Tenach: lâcham (strijden). lâcham (strijden). Taalgebruik in Tenach: lâcham (strijden). Tenach (41). Pentateuch (5): (1) Ex 17,10. (2) Nu 22,11. (3) Dt 20,4. (4) Dt 20,10. (5) Dt 20,19. In Ex 17,8-16 4X 'l-ch-m' (strijd-en): (1) Ex 17,8: wajjillâhèm (en hij streed). (2) Ex 17,9: hillâchêm (strijd). (3) Ex 17,10: lêhillâchem (om te strijden). (4) Ex 17,16: milëchâmâh (strijd, oorlog). In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen.

8. `ämâleq (Amalek). Taalgebruik in Tenach: `ämâleq (Amalek). Getalwaarde: ajin = 16 of 70, mem = 13 of 40, lameth = 12 of 30, qoph = 19 of 100 ; totaal: 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding: 1 op 4. Tenach (21): (1) Gn 36,12. (2) Gn 36,16. (3) Ex 17,8. (4) Ex 17,11. (5) Ex 17,13. (6) Ex 17,14. (7) Nu 13,29. (8) Nu 24,20. (9) Dt 25,17. (10) Dt 25,19. (11) 1 S 14,48. (12) 1 S 15,2. (13) 1 S 15,3. (14) 1 S 15,5. (15) 1 S 15,6. (16) 1 S 15,7. (17) 1 S 15,8. (18) 1 S 15,18. (19) 1 S 15,20. (20) 1 S 15,32. (21) 1 S 30,18. ba`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (5): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,16. (4) Re 5,14. (5) 1 S 28,18. la`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (1) 1 Kr 4,43.

7. - 8. In Ex 17,8 kwam Amalek en streed met Israël. In de overige 3 verzen in Ex 17,8-16 met 'l-ch-m' (strijd-en) gaat het over een strijd met Amalek: ba`ämâleq (tegen Amalek).

9. mosjèh (Mozes). Taalgebruik in Tenach: Mosjèh (Mozes). De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal). Tenach (675). Pentateuch (569). Ex (248) = (2³ X 31). Gr. môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het N.T.: môusès (Mozes). Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79). In Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15. ûmosjèh (en Mozes). Tenach (16). Ex (9). In één vers in Ex 17: Ex 17,10.

Ex 17,11 - Ex 17,11: Overwinning op Amalek -- Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT 29ste (negenentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11 kai egineto otan epèren môusès tas cheiras katischuen israèl otan de kathèken tas cheiras katischuen amalèk  11 cumque levaret Moses manus vincebat Israhel sin autem paululum remisisset superabat Amalech    En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield waren de Israëlieten aan de winnende hand. Maar liet hij zijn armen zakken dan won Amalek.   11 En het geschiedde, terwijl Mozes zijn hand ophief, zo was Israël de sterkste; maar terwijl hij zijn hand nederliet, zo was Amalek de sterkste. schilderij van Jan Lievens: Mozes in gebed terwijl Jozua tegen de Amalekieten strijdt   [11] En zolang Mozes zijn armen* opgeheven hield, waren de Israëlieten aan de winnende hand. Maar liet hij zijn armen zakken, dan won Amalek.   [11] Zolang Mozes zijn arm opgeheven hield, was Israël de sterkste partij, maar liet hij zijn arm zakken, dan was Amalek de sterkste.  11 En het is geschied: zodra Mozes zijn hand ophief, won Israël, en zodra hij zijn hand liet rusten, won Amalek.   11. Lorsque Moïse tenait ses mains levées, Israël l'emportait, et quand il les laissait retomber, Amaleq l'emportait.  

King James Bible. [11] And it came to pass, when Moses held up his hand, that Israel prevailed: and when he let down his hand, Amalek prevailed.
Luther-Bibel. 11 Und wenn Mose seine Hand emporhielt, siegte Israel; wenn er aber seine Hand sinken ließ, siegte Amalek.

Tekstuitleg van Ex 17,11.

3. act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. jârîm (hij zal verheffen) van het werkw. rûm (zich verheffen, opstaan). Taalgebruik in Tenach: rûm (zich verheffen, opstaan). Tenach (9): (1) Gn 41,44. (2) Ex 17,11. (3) Lv 4,8. (4) Lv 4,19. (5) 1 S 2,8. (6) Ps 75,8. (7) Ps 110,7. (8) Ps 113,7. (9) Job 39,27.

4. mosjèh (Mozes). Taalgebruik in Tenach: Mosjèh (Mozes). De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal). Tenach (675). Pentateuch (569). Ex (248) = (2³ X 31). Gr. môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het N.T.: môusès (Mozes). Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79). In Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15. ûmosjèh (en Mozes). Tenach (16). Ex (9). In één vers in Ex 17: Ex 17,10.

7. jishërâ´el (Israël). Taalgebruik in Tenach: jishërâ´el (Israël). Taalgebruik in 2 K: jishërâ´el (Israël). Taalgebruik in Amos: jishërâ´el (Israël). Getalwaarde: jod = 10, shin = 21 of 300, resj = 20 of 200, aleph = 1, lameth = 12 of 30 ; totaal: 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster). Gr. israèl (Israël). Taalgebruik in de LXX: Israèl (Israël). Taalgebruik in het N.T.: Israèl (Israël). Tenach (2044). Ex (157). Ex 17 (6): (1) Ex 17,1. (2) Ex 17,5. (3) Ex 17,6. (4) Ex 17,7. (5) Ex 17,8. (6) Ex 17,11.

3.5. Gn 41,44: jârîm... ´èth jâdô (hij zal zijn hand verheffen). Ex 17,11: jârîm... jâdô (hij zal zijn hand verheffen).

12. `ämâleq (Amalek). Taalgebruik in Tenach: `ämâleq (Amalek). Getalwaarde: ajin = 16 of 70, mem = 13 of 40, lameth = 12 of 30, qoph = 19 of 100 ; totaal: 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding: 1 op 4. Tenach (21): (1) Gn 36,12. (2) Gn 36,16. (3) Ex 17,8. (4) Ex 17,11. (5) Ex 17,13. (6) Ex 17,14. (7) Nu 13,29. (8) Nu 24,20. (9) Dt 25,17. (10) Dt 25,19. (11) 1 S 14,48. (12) 1 S 15,2. (13) 1 S 15,3. (14) 1 S 15,5. (15) 1 S 15,6. (16) 1 S 15,7. (17) 1 S 15,8. (18) 1 S 15,18. (19) 1 S 15,20. (20) 1 S 15,32. (21) 1 S 30,18. ba`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (5): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,16. (4) Re 5,14. (5) 1 S 28,18. la`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (1) 1 Kr 4,43.

Ex 17,12 - Ex 17,12: Overwinning op Amalek -- Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT 29ste (negenentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12ai de cheires môusè bareiai kai labontes lithon upethèkan up&chent; auton kai ekathèto ep&chent; autou kai aarôn kai ôr estèrizon tas cheiras autou enteuthen eis kai enteuthen eis kai egenonto ai cheires môusè estèrigmenai eôs dusmôn èliou  12 manus autem Mosi erant graves sumentes igitur lapidem posuerunt subter eum in quo sedit Aaron autem et Hur sustentabant manus eius ex utraque parte et factum est ut manus ipsius non lassarentur usque ad occasum solis    Tenslotte werden Mozes' armen moe. Toen haalden ze een steen voor hem waar hij op ging zitten. Aäron en Chur ondersteunden zijn armen, elk aan een kant. Zo bleven zijn armen omhooggeheven, tot zonsondergang toe.   12 Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aäron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, de ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging.   [12] Ten slotte werden Mozes’ armen moe. Daarom haalden ze een steen waar hij op kon zitten. Aäron en Chur ondersteunden zijn armen, elk aan een kant. Zo bleven zijn armen hooggeheven, tot zonsondergang toe.  [12] Toen Mozes’ armen zwaar werden, legden Aäron en Chur een steen bij hem neer, zodat hij daarop kon gaan zitten. Zelf gingen ze aan weerszijden van hem staan, om zijn armen te ondersteunen. Daardoor konden zijn armen opgeheven blijven totdat de zon onderging.  12 Als de handen van Mozes zwaar worden nemen ze een steen, leggen die onder hem, en gaat hij daarop zitten; Aäron en Choer hebben zijn handen ondersteund, aan de ENE kant een en aan de andere kant een; zo is er, door zijn handen, betrouwen tot aan de thuiskomst van de zon.  12. Comme les mains de Moïse s'alourdissaient, ils prirent une pierre et la mirent sous lui. Il s'assit dessus tandis qu'Aaron et Hur lui soutenaient les mains, l'un d'un côté, l'autre de l'autre. Ainsi ses mains restèrent-elles fermes jusqu'au coucher du soleil.  

King James Bible. [12] But Moses' hands were heavy; and they took a stone, and put it under him, and he sat thereon; and Aaron and Hur stayed up his hands, the one on the one side, and the other on the other side; and his hands were steady until the going down of the sun.
Luther-Bibel. 12 Aber Mose wurden die Hände schwer; darum nahmen die beiden einen Stein und legten ihn hin, dass er sich darauf setzte. Aaron aber und Hur stützten ihm die Hände, auf jeder Seite einer. So blieben seine Hände erhoben, bis die Sonne unterging.

Tekstuitleg van Ex 17,12.

2. mosjèh (Mozes). Taalgebruik in Tenach: Mosjèh (Mozes). De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal). Tenach (675). Pentateuch (569). Ex (248) = (2³ X 31). Gr. môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het N.T.: môusès (Mozes). Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79). In Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15. ûmosjèh (en Mozes). Tenach (16). Ex (9). In één vers in Ex 17: Ex 17,10.

Ex 17,13 - Ex 17,13: Overwinning op Amalek -- Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT 29ste (negenentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13 kai etrepsato ièsous ton amalèk kai panta ton laon autou en fonô machairas  13 fugavitque Iosue Amalech et populum eius in ore gladii    En Jozua versloeg Amalek en zijn leger met het zwaard.   13 Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards.   [13] En Jozua versloeg Amalek en zijn leger met het zwaard.  [13] Zo versloeg Jozua het leger van Amalek tot de laatste man.  13 Jozua maakt Amalek en zijn gemeente weerloos voor de bek van het zwaard. •   13. Josué défit Amaleq et son peuple au fil de l'épée.  

King James Bible. [13] And Joshua discomfited Amalek and his people with the edge of the sword.
Luther-Bibel. 13 Und Josua überwältigte Amalek und sein Volk durch des Schwertes Schärfe.

Tekstuitleg van Ex 17,13.

2. jëhôsju`a (Jozua). Taalgebruik in Tenach: jëhôsju`a (Jozua). Getalwaarde: jod = 10, he = 5, waw = 6, sjin = 21 of 300, ajin = 16 of 70 ; totaal: 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23). Tenach (177). Pentateuch (16). Joz (142). Ex (6): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,13. (4) Ex 17,14. (5) Ex 32,17. (6) Ex 33,11. Grieks Ièsous (Jozua). In zes verzen in Ex. Vulgaat Josue (Jozua). In 165 verzen in de bijbel. In zeven verzen in Ex. In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen.

4. `ämâleq (Amalek). Taalgebruik in Tenach: `ämâleq (Amalek). Getalwaarde: ajin = 16 of 70, mem = 13 of 40, lameth = 12 of 30, qoph = 19 of 100 ; totaal: 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding: 1 op 4. Tenach (21): (1) Gn 36,12. (2) Gn 36,16. (3) Ex 17,8. (4) Ex 17,11. (5) Ex 17,13. (6) Ex 17,14. (7) Nu 13,29. (8) Nu 24,20. (9) Dt 25,17. (10) Dt 25,19. (11) 1 S 14,48. (12) 1 S 15,2. (13) 1 S 15,3. (14) 1 S 15,5. (15) 1 S 15,6. (16) 1 S 15,7. (17) 1 S 15,8. (18) 1 S 15,18. (19) 1 S 15,20. (20) 1 S 15,32. (21) 1 S 30,18. ba`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (5): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,16. (4) Re 5,14. (5) 1 S 28,18. la`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (1) 1 Kr 4,43.

Ex 17,14 - Ex 17,14: Overwinning op Amalek -- Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14 eipen de kurios pros môusèn katagrapson touto eis mnèmosunon en bibliô kai dos eis ta ôta ièsoi oti aloifè exaleipsô to mnèmosunon amalèk ek tès upo ton ouranon  14 dixit autem Dominus ad Mosen scribe hoc ob monumentum in libro et trade auribus Iosue delebo enim memoriam Amalech sub caelo    14 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel.  
[14] Daarop gaf de heer aan Mozes de opdracht: ‘Stel dit ter gedachtenis op schrift en prent het Jozua in: Ik ga de herinnering aan Amalek van de aarde wegvagen.’ 

[14] De HEER zei tegen Mozes: ‘Leg deze overwinning in een oorkonde vast, zodat niemand die ooit zal vergeten, en overtuig Jozua ervan dat ik zal zorgen dat niets op aarde nog aan het volk van Amalek herinnert.’  
14 Dan zegt de ENE tot Mozes: schrijf dit als gedachtenis op de boekrol en zet het vast in Jozua’s oren; want wegvagend zal ik de gedachte aan Amalek wegvagen van onder de hemelen. 14. Yahvé dit alors à Moïse: « Écris cela dans un livre pour en garder le souvenir, et déclare à Josué que j'effacerai la mémoire d'Amaleq de dessous les cieux. » 

King James Bible. [14] And the LORD said unto Moses, Write this for a memorial in a book, and rehearse it in the ears of Joshua: for I will utterly put out the remembrance of Amalek from under heaven.
Luther-Bibel. 14 Und der HERR sprach zu Mose: Schreibe dies zum Gedächtnis in ein Buch und präge es Josua ein; denn ich will Amalek unter dem Himmel austilgen, dass man seiner nicht mehr gedenke.

Tekstuitleg van Ex 17,14.

1. wajj´omèr (en hij zei): prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen). Taalgebruik in Tenach: ´âmar (zeggen). Gr. legô (zeggen). Taalgebruik in de Septuaginta.: legô (zeggen). Taalgebruik in N.T.: legô (zeggen). legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les. Lat. legere. Fr. leçon. E. to say. Fr. dire. D. sprechen (spreken).. Tenach (1879). Pentateuch (594). Ex (150). Ex 17 (6): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,5. (4) Ex 17,9. (5) Ex 17,14. (6) Ex 17,16.

4. mosjèh (Mozes). Taalgebruik in Tenach: Mosjèh (Mozes). De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal). Tenach (675). Pentateuch (569). Ex (248) = (2³ X 31). Gr. môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het N.T.: môusès (Mozes). Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79). In Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15. ûmosjèh (en Mozes). Tenach (16). Ex (9). In één vers in Ex 17: Ex 17,10.

11. jëhôsju`a (Jozua). Taalgebruik in Tenach: jëhôsju`a (Jozua). Getalwaarde: jod = 10, he = 5, waw = 6, sjin = 21 of 300, ajin = 16 of 70 ; totaal: 58 (2 X 29) OF 391 (17 X 23). Tenach (177). Pentateuch (16). Joz (142). Ex (6): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,13. (4) Ex 17,14. (5) Ex 32,17. (6) Ex 33,11. Grieks Ièsous (Jozua). In zes verzen in Ex. Vulgaat Josue (Jozua). In 165 verzen in de bijbel. In zeven verzen in Ex. In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen.

14.

17. `ämâleq (Amalek). Taalgebruik in Tenach: `ämâleq (Amalek). Getalwaarde: ajin = 16 of 70, mem = 13 of 40, lameth = 12 of 30, qoph = 19 of 100 ; totaal: 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding: 1 op 4. Tenach (21): (1) Gn 36,12. (2) Gn 36,16. (3) Ex 17,8. (4) Ex 17,11. (5) Ex 17,13. (6) Ex 17,14. (7) Nu 13,29. (8) Nu 24,20. (9) Dt 25,17. (10) Dt 25,19. (11) 1 S 14,48. (12) 1 S 15,2. (13) 1 S 15,3. (14) 1 S 15,5. (15) 1 S 15,6. (16) 1 S 15,7. (17) 1 S 15,8. (18) 1 S 15,18. (19) 1 S 15,20. (20) 1 S 15,32. (21) 1 S 30,18. ba`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (5): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,16. (4) Re 5,14. (5) 1 S 28,18. la`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (1) 1 Kr 4,43.

Ex 17,15 - Ex 17,15: Overwinning op Amalek -- Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15 kai ôkodomèsen môusès thusiastèrion kuriô kai epônomasen to onoma autou kurios mou katafugè 15 aedificavitque Moses altare et vocavit nomen eius Dominus exaltatio mea dicens     15 En Mozes bouwde een altaar; en hij noemde deszelfs naam: De HEERE is mijn Banier!  [15] Mozes* bouwde een altaar en noemde het ‘de heer, mijn banier’.   [15] Toen bouwde Mozes een altaar, en hij noemde het ‘De HEER is mijn banier’.  15 Dan bouwt Mozes een altaar; hij roept als naam daarvoor uit: de ENE heeft mij beproefd en is mijn banier!   15. Puis Moïse bâtit un autel qu'il nomma Yahvé-Nissi  

King James Bible. [15] And Moses built an altar, and called the name of it Jehovah-nissi:
Luther-Bibel. 15 Und Mose baute einen Altar und nannte ihn: Der HERR mein Feldzeichen.

 

Tekstuitleg van Ex 17,15.

2. mosjèh (Mozes). Taalgebruik in Tenach: Mosjèh (Mozes). De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal). Tenach (675). Pentateuch (569). Ex (248) = (2³ X 31). Gr. môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het N.T.: môusès (Mozes). Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79). In Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15. ûmosjèh (en Mozes). Tenach (16). Ex (9). In één vers in Ex 17: Ex 17,10.

Ex 17,16 - Ex 17,16: Overwinning op Amalek -- Ex 17 - Ex 17,3-7 - Ex 17,8-16 - - verwijzingen -- Ex 17,8 - Ex 17,9 - Ex 17,10 - Ex 17,11 - Ex 17,12 - Ex 17,13 - Ex 17,14 - Ex 17,15 - Ex 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16 oti en cheiri krufaia polemei kurios epi amalèk apo geneôn eis geneas   16 quia manus solii Domini et bellum Dei erit contra Amalech a generatione in generationem     16 En hij zeide: Dewijl de hand op den troon des HEEREN is, zo zal de oorlog des HEEREN tegen Amalek zijn, van geslacht tot geslacht!  [16] Hij zei: ‘De* handen omhoog naar de banier van de heer. De heer strijdt tegen Amalek, elke generatie opnieuw.’  [16] Hij zei: ‘Omdat Amalek de hand heeft durven opheffen tegen de troon van de HEER,* zal de HEER strijd voeren tegen Amalek, in alle komende generaties.’  16 Hij zegt: want, hand op zijn troon: er is een oorlog voor de ENE tegen Amalek,– van generatie op generatie!   16. car, dit-il: « La bannière de Yahvé en main !Yahvé est en guerre contre Amaleq de génération en génération. 

King James Bible. [16] For he said, Because the LORD hath sworn that the LORD will have war with Amalek from generation to generation.
Luther-Bibel. 16 Und er sprach: Die Hand an den Thron des HERRN! Der HERR führt Krieg gegen Amalek von Kind zu Kindeskind.

Tekstuitleg van Ex 17,16.

1. wajj´omèr (en hij zei): prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen). Taalgebruik in Tenach: ´âmar (zeggen). Gr. legô (zeggen). Taalgebruik in de Septuaginta.: legô (zeggen). Taalgebruik in N.T.: legô (zeggen). legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les. Lat. legere. Fr. leçon. E. to say. Fr. dire. D. sprechen (spreken).. Tenach (1879). Pentateuch (594). Ex (150). Ex 17 (6): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,5. (4) Ex 17,9. (5) Ex 17,14. (6) Ex 17,16.

7. milëchâmâh (strijd, oorlog). Taalgebruik in Tenach: milëchâmâh (strijd, oorlog). Zie ook lâcham (strijden). Taalgebruik in Tenach: lâcham (strijden). Tenach (89). Pentateuch (12). Ex (5): (1) Ex 1,10. (2) Ex 13,17. (3) Ex 15,3. (4) Ex 17,16. (5) Ex 32,17. In Ex 17,8-16 4X 'l-ch-m' (strijd-en): (1) Ex 17,8: wajjillâhèm (en hij streed). (2) Ex 17,9: hillâchêm (strijd). (3) Ex 17,10: lêhillâchem (om te strijden). (4) Ex 17,16: milëchâmâh (strijd, oorlog). In Ex 17,8-18 komt 4X voor: Jozua, JHWH, strijden en zeggen.

9. `ämâleq (Amalek). Taalgebruik in Tenach: `ämâleq (Amalek). Getalwaarde: ajin = 16 of 70, mem = 13 of 40, lameth = 12 of 30, qoph = 19 of 100 ; totaal: 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding: 1 op 4. Tenach (21): (1) Gn 36,12. (2) Gn 36,16. (3) Ex 17,8. (4) Ex 17,11. (5) Ex 17,13. (6) Ex 17,14. (7) Nu 13,29. (8) Nu 24,20. (9) Dt 25,17. (10) Dt 25,19. (11) 1 S 14,48. (12) 1 S 15,2. (13) 1 S 15,3. (14) 1 S 15,5. (15) 1 S 15,6. (16) 1 S 15,7. (17) 1 S 15,8. (18) 1 S 15,18. (19) 1 S 15,20. (20) 1 S 15,32. (21) 1 S 30,18. ba`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (5): (1) Ex 17,9. (2) Ex 17,10. (3) Ex 17,16. (4) Re 5,14. (5) 1 S 28,18. la`ämâleq (tegen Amalek). Tenach (1) 1 Kr 4,43.


- Hebreeuwse tekst

 


- Targum Onkelos


- Griekse tekst - Septuaginta


- Aramees - Peshitta


- Vulgata


- Statenvertaling


- Willibrordvertaling


- De Nieuwe Bijbelvertaling


- De Naardense bijbel


- Bible de Jérusalem


- King James Bible


- Luther Bibel


- Arabisch


- Structuur


- Taalgebruik

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J

- jishërâ´el: Israël; eigennaam, zn mann enk). Taalgebruik in Tenakhh: jishërâ´el (Israël). Getalswaarde: jod = 10, shin = 21 of 300, resj = 20 of 200, aleph = 1, lameth = 12 of 30; totaal: 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster). Gr. israèl (Israël). Taalgebruik in de LXX: Israèl (Israël). Taalgebruik in het N.T.: Israèl (Israël). Tenach (2044). Ex (157). Ex 17 (6): (1) Ex 17,1. (2) Ex 17,5. (3) Ex 17,6. (4) Ex 17,7. (5) Ex 17,8. (6) Ex 17,11.

- K - L - M

-

- mosjèh (Mozes). Taalgebruik in Tenach: Mosjèh (Mozes). De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is: mem = 13 of 40, sjin = 21 of 300, h = 5. Totaal: 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181: het zesde zeszijdige stergetal). Tenach (675). Pentateuch (569). Ex (248) = (2³ X 31). Gr. môusès (Mozes). Taalgebruik in de LXX: môusès (Mozes). Taalgebruik in het N.T.: môusès (Mozes). Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79). In Ex 17 (11): (1) Ex 17,2. (2) Ex 17,3. (3) Ex 17,4. (4) Ex 17,5. (5) Ex 17,6. (6) Ex 17,9. (7) Ex 17,10. (8) Ex 17,11. (9) Ex 17,12. (10) Ex 17,14. (11) Ex 17,15. ûmosjèh (en Mozes). Tenach (16). Ex (9). In één vers in Ex 17: Ex 17,10. In Ex 17,8-16 komt 7X Amalek, Mozes en hand voor.

- N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar