EXODUS 23 - Ex 23 -- Ex 23 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website - ZOEKEN -

Overzicht van Exodus : - Ex 2 - Ex 3 - Ex 4 - Ex 5 - Ex 6 - Ex 7 - Ex 8 - Ex 9 - Ex 10 - Ex 11 - Ex 12 - Ex 13 - Ex 14 - Ex 15 - Ex 16 - Ex 17 - Ex 18 - Ex 19 - Ex 20 - Ex 21 - Ex 22 - Ex 23 - Ex 24 - Ex 25 - Ex 26 - Ex 27 - Ex 28 - Ex 29 - Ex 30 - Ex 31 - Ex 32 - Ex 33 - Ex 34 - Ex 35 - Ex 36 - Ex 37 - Ex 38 - Ex 39 - Ex 40 -
Overzicht vers per vers : - Ex 23,1 - Ex 23,2 - Ex 23,3 - Ex 23,4 - Ex 23,5 - Ex 23,6 - Ex 23,7 - Ex 23,8 - Ex 23,9 - Ex 23,10 - Ex 23,11 - Ex 23,12 - Ex 23,13 - Ex 23,14 - Ex 23,15 - Ex 23,16 - Ex 23,17 - Ex 23,18 - Ex 23,19 - Ex 23,20 - Ex 23,21 - Ex 23,22 - Ex 23,23 - Ex 23,24 - Ex 23,25 - Ex 23,26 - Ex 23,27 - Ex 23,28 - Ex 23,29 - Ex 23,30 - Ex 23,31 - Ex 23,32 - Ex 23,33 -

Religie.opzijnbest.nl

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel) . WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
Bibliografie :
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht bijbelboeken :

Ex 23,1 - Ex 23,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [1] Laat* u niet leiden door loze geruchten en kom geen schuldige te hulp door te getuigen ten gunste van onrecht.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,2 - Ex 23,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [2] Al zijn degenen die kwaad willen talrijk, sluit u niet bij hen aan. Bij een rechtsgeding mag u uw verklaring niet laten beïnvloeden door de meerderheid en zo het recht verkrachten.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,3 - Ex 23,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [3] Ook mag u bij een rechtsgeding een onaanzienlijke niet voortrekken.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,4 - Ex 23,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [4] Wanneer u een weggelopen rund of ezel van uw vijand tegenkomt, moet u het dier bij hem terugbrengen.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,5 - Ex 23,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [5] Ziet u de ezel van iemand met wie u in onmin leeft in elkaar zakken, dan mag u hem niet aan zijn lot overlaten; u moet hem de helpende hand bieden.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,6 - Ex 23,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [6] Wanneer een arme in het geding is, mag u het recht niet verkrachten.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,7 - Ex 23,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [7] Blijf ver van kwade zaken. Breng iemand die geen schuld heeft en in zijn recht staat, niet ter dood: wie zich aan zoiets schuldig maakt, laat Ik niet vrijuit gaan.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,8 - Ex 23,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [8] Neem geen steekpenningen aan, want steekpenningen maken de zienden blind en de rechtvaardigen tot leugenaar.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,9 - Ex 23,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [9] Vreemdelingen mag u niet slecht behandelen. U weet zelf hoe een vreemdeling zich voelt, omdat u ook als vreemdeling in Egypte gewoond hebt.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,10 - Ex 23,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [10] Zes jaar kunt u uw land inzaaien en de opbrengst oogsten.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 23,10 . Het vers Ex 23,10 telt 8 (2³) woorden en 30 (2 X 3 X 5) letters . De getalwaarde van vers Ex 23,10 is 4157 . Dit vers betreft het sabbatjaar .

Ex 23,10.1. וְשֵׁשׁ = wësjesj (en zes) < verbindingswoord wë + telwoord sjesj (zes) . Taalgebruik in Tenakh : sjesj (zes) . Getallenwaarde sjesj = 2 X 21 of 2 X 300 = 42 (2 X 3 X 7 OF 6 X 7) OF 600 (2³ X 3 X 5²) . Structuur : 3 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (60) . Pentateuch (29) . Eerdere Profeten (9) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (18) . Ex (16) : (1) Ex 23,10 . (2) Ex 25,4 . (3) Ex 26,31 . (4) Ex 26,36 . (5) Ex 27,16 . (6) Ex 28,6 . (7) Ex 28,8 . (8) Ex 28,15 . (9) Ex 35,6 . (10) Ex 35,23 . (11) Ex 36,35 . (12) Ex 36,37 . (13) Ex 38,18 . (14) Ex 39,2 . (15) Ex 39,5 . (16) Ex 39,8 . Lv (1) : Lv 25,3 .
- Grieks . ἑξ = hex (zes) . εξ = ex < e-k+s) is een voorzetsel en ἑξ = hex (zes) is een telwoord . Zie : Taalgebruik in de Septuaginta : ek (uit) . Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Een vorm van ἑξ = hex (zes) in de LXX (134) , in het NT (13) . Lv (2) : (1) Lv 24,6 . (2) Lv 25,3 . NT (13) : (1) Mt 17,1 . (2) Mc 9,2 . (3) Lc 4,25 . (4) Lc 13,14 . (5) Joh 2,6 . (6) Joh 2,20 . (7) Joh 12,1 . (8) Hnd 11,12 . (9) Hnd 18,11 . (10) Hnd 27,37 . (11) Jak 5,17 . (12) Apk 4,8 . (13) Apk 13,18 .
- Lat. sex . Bijbel (120) . OT (109) . NT (11) . Fr. six . Ned. zes . D. sechs . E. six . Arabisch : سِتة = sittah (zes) . Taalgebruik in de Qoran : sittah (zes) .

Ex 23,10.2. vr. mv. (met mannelijke uitgang) שָׁנֶים = sjânîm (jaren) van het zelfstandig naamwoord שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . De getalwaarde van שָׁנָה = sjânâh (jaar) is : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 40 of 355 (5 X 71) . Structuur : 3 - 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (270) . Pentateuch (114) . Eerdere Profeten (64) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (77) . Ex (8) : (1) Ex 21,2 . (2) Ex 22,3 . (3) Ex 22,6 . (4) Ex 22,8 . (5) Ex 23,10 . (6) Ex 25,18 . (7) Ex 29,1 . (8) Ex 29,38 .
- Grieks . nom. + acc. onz. mv. ετη = etè (jaren) van het zelfst. naamw. ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Taalgebruik in de LXX : etos (jaar) . Bijbel (300) . OT (273) . NT (27) . Ex (8) : (1) Ex 6,16 . (2) Ex 6,18 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 12,40 . (5) Ex 12,41 . (6) Ex 16,35 . (7) Ex 21,2 . (8) Ex 23,10 . Een vorm van ετος = etos (jaar) in de LXX (718) , in het NT (49) .
- Lat. annus . Fr. an of année . Ned. jaar . E. year . D. Jahr . Aramees : שְׁנָה = sjënâh (jaar) . Arabisch : سَنَة = sanah (jaar) . Taalgebruik in de Qoran : sanah (jaar) .

Ex 23,10.1. - 2. שָׁנֶים שֵׁשׁ = sjesj sjânîm (zes jaar) . Tenakh (9) :
(1) Ex 21,2 // Dt 15,12 (zes jaar dienen) .
(2) Lv 25,3 (tweemaal) (sabbatjaar) .
(3) Dt 15,12 // Ex 21,2 (zes jaar dienen) .
(4) Dt 15,18 (de kwijtschelding) .
(5) Re 12,7 (Jefta zes jaar rechter) .
(6) 1 K 16,23 (Omri zes jaar koning in Tirsa) .
(7) 2 K 11,3 // 2 Kr 22,12 (Joas zes jaar verborgen) .
(8) 2 Kr 22,12 // 2 K 11,3 (Joas zes jaar verborgen) .
(9) Jr 34,14 (verwijzing naar Ex 21,2 // Dt 15,12 : zes jaar dienen) .
- שָׁנֶים וְשֵׁשׁ = wësjesj sjânîm (en zes jaren) . Tenakh (4) : (1) Gn 16,16 . (2) Gn 31,41 . (3) Ex 23,10 . (4) Lv 25,3 .

Ex 23,10.3. act. ind. imperf. 2de pers. enk. תִּזְרַע = thizëra` (jij zult zaaien) van het werkw. זָרַע = zârâ` (zaaien, planten, voortbrengen) . Taalgebruik in Tenakh : zârâ` (zaaien, planten, voortbrengen) . Getalwaarde : zain = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 43 (26 + 17 : getalwaarde van de 2 godsnamen) OF 277 (priemgetal) . Structuur : 7 - 2 - 7 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (5) : (1) Ex 23,10 . (2) Ex 23,16 . (3) Lv 25,3 . (4) Dt 11,10 . (5) Js 30,23 . th-z-r-` . Tenakh (10) : (1) Ex 23,10 . (2) Ex 23,16 . (3) Lv 19,19 . (4) Lv 25,3 . (5) Lv 25,4 . (6) Dt 11,10 . (7) Dt 22,9 . (8) Dt 29,22 . (9) Js 30,23 . (10) Mi 6,15 .
- Grieks . act. ind. futurum 2de pers. mann. enk. σπερεις = spereis van het werkw. σπειρω = speirô (spreiden, zaaien) . Taalgebruik in het NT : speirô (spreiden, zaaien) . Taalgebruik in de LXX : speirô (spreiden, zaaien) . Bijbel (4) : (1) Ex 23,10 . (2) Lv 25,3 . (3) Lv 25,4 . (4) Mi 6,15 . Een vorm van σπειρω = speirô (spreiden, zaaien) in de LXX (62) , in het NT (52) .
- Latijn . act. ind. futurum 2de pers. enk. seminabis van het werkw. seminare . Bijbel : (1) Ex 23,10 . (2) Js 17,10 . (3) Mi 6,15 . Zie Ned. sper-ma (zaad) . Fr. sèmer . E. sow . D. besaën . Arabisch : زَرَعَ = zara`ah (zaaien) . Taalgebruik in de Qoran : zara`ah (zaaien) .

1. - 3. תִּזְרַע שָׁנֶים שֵׁשׁ = sjesj sjânîm thizëra` (gedurende zes jaar zal je zaaien) . Tenakh (1) : Lv 25,3 . תִּזְרַע שָׁנֶים וְשֵׁשׁ = wë... . Tenakh (1) : Ex 23,10 .

Ex 23,10.5. ´arëtsèkhâ (jouw land) < zelfst. naamw. vr. enk. stat. construct. + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Ex : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Tenakh (20) : (1) Ex 23,10 . (2) Ex 34,24 . (3) Dt 19,2 . (4) Dt 19,3 . (5) Dt 19,10 . (6) Dt 28,12 . (7) Dt 28,24 . (8) Dt 28,52 . (9) 1 K 8,36 . (10) 1 K 11,22 . (11) Js 8,8 . (12) Js 14,20 . (13) Js 23,10 . (14) Jr 4,7 . (15) Ez 32,8 . (16) Jon 1,8 . (17) Mi 5,10 . (18) Nah 3,13 . (19) Ps 85,2 . (20) 2 K 6,27 .
- Grieks gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) .
- Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Arabisch : ´arD (aarde) . Taalgebruik in de Koran : ´arD (aarde) .

Ex 23,11 - Ex 23,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [11] Maar tijdens het zevende* jaar moet u het niet bebouwen en het braak laten liggen. Dan kunnen de behoeftigen van uw volk ervan eten. Wat zij overlaten is voor de dieren die in het wild leven. Dat geldt ook voor uw wijngaard en uw olijftuin.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,12 - Ex 23,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [12] Zes dagen kunt u werken, maar op de zevende dag moet u het werk laten liggen. Dan kunnen ook uw rund en uw ezel rusten, en kunnen de kinderen van uw slavin en de vreemdelingen op adem komen.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 23,12 .

Ex 23,12.1. vr. enk. שֵׁשֶׁת = sjesjèth (zes) . Zie שֵׁשׁ = sjesj (zes) . Taalgebruik in Tenakh : sjesj (zes) . Getallenwaarde sjesj = 2 X 21 of 2 X 300 = 42 (2 X 3 X 7) OF 600 (2³ X 3 X 5²) . Structuur : 3 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (21) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Ex 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Nu 3,34 . (12) Dt 5,13 . (13) Dt 16,8 . (14) Joz 6,3 . (15) Joz 6,14 . (16) 1 K 11,16 . (17) Ez 46,1 . (18) Ezr 2,67 . (19) Neh 7,68 . (20) 1 Kr 12,25 . (21) 1 Kr 23,4 .
- Grieks . ἑξ = hex . Zie : Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in de Septuaginta : ek (uit) . Ex 20 (2) : (1) Ex 20,9 . (2) Ex 20,11 . Een vorm van ἑξ = hex (zes) in de LXX (134) , in het NT (13) : (1) Mt 17,1 . (2) Mc 9,2 . (3) Lc 4,25 . (4) Lc 13,14 . (5) Joh 2,6 . (6) Joh 2,20 . (7) Joh 12,1 . (8) Hnd 11,12 . (9) Hnd 18,11 . (10) Hnd 27,37 . (11) Jak 5,17 . (12) Apk 4,8 . (13) Apk 13,18 .
- Lat. : sex . Ex (22) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 21,2 . (5) Ex 23,10 . (6) Ex 23,12 . (7) Ex 24,16 . (8) Ex 25,32 . (9) Ex 25,33 . (10) Ex 25,35 . (11) Ex 26,9 . (12) Ex 26,22 . (13) Ex 28,10 . (14) Ex 31,15 . (15) Ex 31,17 . (16) Ex 34,21 . (17) Ex 35,2 . (18) Ex 36,16 . (19) Ex 36,27 . (20) Ex 37,18 . (21) Ex 37,19 . (22) Ex 37,21 . Bijbel (120) . OT (109) . NT (11) .
- Ned. : zes . Arabisch : سِتة = sittah (zes) . Taalgebruik in de Qoran : sittah (zes) . D. : sechs . E. : six . Fr. : six . Grieks : ἑξ = hex . Zie : Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Hebreeuws : שֵׁשׁ = sjesj (zes) . Taalgebruik in Tenakh : sjesj (zes) . Lat. : sex .

Ex 23,12.2. mann. mv. יָמִים = jâmîm (dagen) van het zelfst. naamw. יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . j-m-m . Tenakh (289) . Pentateuch (117) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (45) . 12 Kleine Profeten (10) . Geschriften (66) . Ex (26) : (1) Ex 3,18 . (2) Ex 5,3 . (3) Ex 7,25 . (4) Ex 8,23 . (5) Ex 10,22 . (6) Ex 10,23 . (7) Ex 12,15 . (8) Ex 12,19 . (9) Ex 13,6 . (10) Ex 15,22 . (11) Ex 16,26 . (12) Ex 19,15 . (13) Ex 20,9 . (14) Ex 20,11 . (15) Ex 22,29 . (16) Ex 23,12 . (17) Ex 23,15 . (18) Ex 24,16 . (19) Ex 29,30 . (20) Ex 29,35 . (21) Ex 29,37 . (22) Ex 31,15 . (23) Ex 31,17 . (24) Ex 34,18 . (25) Ex 34,21 . (26) Ex 35,2 . Lv (31) : (1) Lv 8,33 . (2) Lv 8,35 . (3) Lv 12,2 . (4) Lv 12,4 . (5) Lv 12,5 . (6) Lv 13,4 . (7) Lv 13,5 . (8) Lv 13,21 . (9) Lv 13,26 . (10) Lv 13,31 . (11) Lv 13,33 . (12) Lv 13,50 . (13) Lv 13,54 . (14) Lv 14,8 . (15) Lv 14,38 . (16) Lv 15,13 . (17) Lv 15,19 . (18) Lv 15,24 . (19) Lv 15,25 . (20) Lv 15,28 . (21) Lv 22,27 . (22) Lv 23,3 . (23) Lv 23,6 . (24) Lv 23,8 . (25) Lv 23,34 . (26) Lv 23,36 . (27) Lv 23,39 . (28) Lv 23,40 . (29) Lv 23,41 . (30) Lv 23,42 . (31) Lv 25,29 .
- Grieks . gen. vr. enk. + acc. vr. mv. ἡμερας = hèmeras (dagen) van het zelfst. naamw. ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Ex (36) . Ex 20 (1) Ex 20,9 .

  hèmera (dag)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
2 gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras  799  575  224  13  11  14  40  126  12  38  46     

- Latijn . dat. + abl. vr. mv. diebus van het zelfst. naamw. dies (dag) . Bijbel (509) . OT (437) . NT (72) . Ex (24) : (1) Ex 2,11 . (2) Ex 10,22 . (3) Ex 12,15 . (4) Ex 12,19 . (5) Ex 13,6 . (6) Ex 13,7 . (7) Ex 13,10 . (8) Ex 15,22 . (9) Ex 16,26 . (10) Ex 20,9 . (11) Ex 20,11 . (12) Ex 22,29 . (13) Ex 23,12 . (14) Ex 23,15 . (15) Ex 24,16 . (16) Ex 24,18 . (17) Ex 29,30 . (18) Ex 29,35 . (19) Ex 29,37 . (20) Ex 31,15 . (21) Ex 31,17 . (22) Ex 34,18 . (23) Ex 34,21 . (24) Ex 35,2 .
- Ned. : dag . Arabisch : يَوم = jaum (dag) . Taalgebruik in de Qoran : dag (jaum) . D. : Tag . E. : day . F. : jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Grieks : ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. : dies . Hebreeuws : יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) .

Ex 23,12.1. - 2. שֵׁשֶׁת יָמִים = sjesjèth jâmîm (zes dagen) . Tenakh (14) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Ex 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Dt 5,13 . (12) Dt 16,8 . (13) Joz 6,3 . (14) Joz 6,14 .

Ex 23,12.3. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. תַּעֱשֶׂה = tha`äshèh (jij zult maken) van het werkw. עָשָׂה = `âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 375 (3 X 5³) . Structuur : 7 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 6 .
- Ned. : doen . Arabisch : عَمَلَ = `amala (werken) . Taalgebruik in de Qoran : `amala (werken) . D. : tun . E. : do . Fr. : faire . Grieks : ποιεω = poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Hebreeuws : עָשָׂה = `âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Lat. : facere .

Ex 23,12.1. - 3. שֵׁשֶׁת יָמִים תַעֲבֹד = sjesjèth jâmîm tha`äbhod (zes dagen zal je werken) . Tenakh (3) : (1) Ex 20,9 . (2) Ex 34,21 . (3) Dt 5,13 . In Ex 20,9 en Dt 5,13 gaat het om het sjabbatgebod binnen de 10 woorden . In Ex 34,21 gaat het om het sjabbatgebod op de twee nieuwe stenen tafelen .
- שֵׁשֶׁת יָמִים תַּעֱשֶׂה = sjesjèth jâmîm tha`äshèh (zes dagen zal je je werk doen) . Tenakh (1) : Ex 23,12 . De 'feestdagen' van het jaar .
- שֵׁשֶׁת יָמִים תֵּעָשֶׂה = sjesjèth jâmîm the`âshèh (zes dagen wordt het werk gedaan) . Tenakh (2) : (1) Ex 35,2 . (2) Lv 23,3 .

Ex 23,12.5. - 6. הַשְּׁביעִי בַּיּוֹם = bajjôm hasjsjëbhî`î (op de zevende dag). Tenakh (24) : (1) Gn 2,2 . (2) Ex 16,27 . (3) Ex 16,29 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 24,16 . (6) Lv 13,5 . (7) Lv 13,6 . (8) Lv 13,27 . (9) Lv 13,32 . (10) Lv 13,34 . (11) Lv 13,51 . (12) Lv 14,9 . (13) Lv 14,39 . (14) Lv 23,8 .
- הַשְּׁבִיעִי וּבַיּוֹם = ûbhajjôm hasjsjëbhî`î (en op de zevende dag) . Tenakh (16) : (1) Ex 12,16 . (2) Ex 13,6 . (3) Ex 16,26 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 31,15 . (6) Ex 31,17 . (7) Ex 34,21 . (8) Ex 35,2 . (9) Lv 23,3 . (10) Nu 19,12 . (11) Nu 19,19 . (12) Nu 28,25 . (13) Nu 29,32 . (14) Nu 31,19 . (15) Dt 16,8 . (16) Joz 6,4 .

7. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. תִשְׁבֹּת = thisjëboth (jij zult ophouden) van het werkw. שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (4) : (1) Ex 23,12 . (2) Ex 34,21 . (3) Lv 26,34 . (4) Lv 26,35 .
- וַיִּשְׁבֹּת = wajjisjëboth (en hij hield op) < prefix voegwoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . o.a. Gn 2,2 .
- שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . o.a. Gn 2,3 .

Ex 23,13 - Ex 23,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [13] Hoed u voor alles waarvoor Ik u gewaarschuwd heb. De naam van vreemde goden mag u niet uitspreken, ze mogen uit uw mond niet gehoord worden.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 23,13 .

8. mann. mv. אֲחֵרִים = ´ächarîm / ´ächerîm van het bijvoegl. naamw. אַחֵר = ´acher (ander, andere) . Taalgebruik in Tenakh : ´acher (ander, andere) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 ; totaal : 29 OF 209 (11 X 19) . Structuur : 1 - 8 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (76) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (10) . Gn (2) . (1) Gn 8,10 . (2) Gn 8,12 . Ex (2) : (1) Ex 20,3 . (2) Ex 23,13 . Lv (1) : Lv 6,4 . Nu (0) . Dt (18) : (1) Dt 5,7 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 7,4 . (4) Dt 8,19 . (5) Dt 11,16 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 13,3 . (8) Dt 13,7 . (9) Dt 13,14 . (10) Dt 17,3 . (11) Dt 18,20 . (12) Dt 28,14 . (13) Dt 28,36 . (14) Dt 28,64 . (15) Dt 29,25 . (16) Dt 30,17 . (17) Dt 31,18 . (18) Dt 31,20 .

8. - 9. אֱלֹהִים אֲחֵרִים = ´èlohîm ´ächerîm (andere goden) . Tenakh (46) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (1) . Gn (0) . Ex (2) : (1) Ex 20,3 . (2) Ex 23,13 . Lv (0) . Nu (0) . Dt (17) : (1) Dt 5,7 . (2) Dt 6,14 . (3) Dt 7,4 . (4) Dt 8,19 . (5) Dt 11,16 . (6) Dt 11,28 . (7) Dt 13,3 . (8) Dt 13,7 . (9) Dt 13,14 . (10) Dt 17,3 . (11) Dt 18,20 . (12) Dt 28,14 . (13) Dt 28,36 . (14) Dt 28,64 . (15) Dt 29,25 . (16) Dt 31,18 . (17) Dt 31,20 . Joz (3) : (1) Joz 23,16 . (2) Joz 24,2 . (3) Joz 24,16 . Re (4) : (1) Re 2,12 . (2) Re 2,17 . (3) Re 2,19 . (4) Re 10,13 . 1 S (2) : (1) 1 S 8,8 . (2) 1 S 26,19 . 1 K (4) : (1) 1 K 9,6 . (2) 1 K 11,4 . (3) 1 K 11,10 . (4) 1 K 14,9 . 2 K (4) : (1) 2 K 17,7 . (2) 2 K 17,35 . (3) 2 K 17,37 . (4) 2 K 17,38 .

Ex 23,14 - Ex 23,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [14] Driemaal* per jaar moet u ter ere van Mij feestvieren.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,15 - Ex 23,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] U moet het feest van de ongezuurde broden vieren; zeven dagen lang moet u ongezuurd brood eten, zoals Ik u heb bevolen, en wel op de voorgeschreven dagen van de maand abib, want in die maand bent u uit Egypte getrokken. En u moet niet met lege handen bij Mij komen.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,16 - Ex 23,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [16] Verder is er nog het feest van de oogst, wanneer de eerstelingen van alles wat u gezaaid hebt geoogst worden. Ten slotte het oogstfeest aan het einde van het jaar, wanneer u de opbrengst van uw werk van het land haalt.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

10. bëts´eth (in het uittrekken) < voorzetsel bë + act. qal inf. stat. construct. van het werkw. jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Ex : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 70 , aleph = 1 ; totaal : 29 OF 81 (3³ X 3²) . Structuur : 1 - 7 - 1 . De Griekse vertaling van jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) is vaak een vorm van het werkw. exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in de LXX : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in het NT : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Een vorm van exagô (uitleiden, naar buiten leiden) in de LXX (221) , in het NT (12) . Tenakh (9) : (1) Gn 35,18 . (2) Ex 23,16 . (3) 1 S 25,37 . (4) 1 K 8,10 . (5) Ez 27,33 . (6) Ez 47,3 . (7) Ps 114,1 . (8) 2 Kr 4,11 . (9) 2 Kr 20,21 .

Ex 23,17 - Ex 23,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [17] Driemaal per jaar moeten al uw mannen verschijnen bij God de heer.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,18 - Ex 23,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [18] Offer het bloed van een offerdier niet samen met gezuurd brood. Van de feestoffers mag geen vet overblijven tot de volgende ochtend.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,19 - Ex 23,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [19] Het beste van de eerste* vruchten van uw land moet u naar het huis van de heer brengen. Kook* een geitje niet in de melk van zijn moeder.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 23,19 .

Ex 23,19.5. stat. constr. בֵּית = be(j)th van het zelfst. naamw. בַּיִּת = bajith (huis) . Taalgebruik in Tenakh : bajith (huis) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 412 (2² X 103) . Structuur : 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (911) . Pentateuch (77) . Eerdere Profeten (307) . Latere Profeten (190) . 12 Kleine Profeten (61) . Geschriften (276) . Ex (7) : (1) Ex 6,14 . (2) Ex 12,30 . (3) Ex 16,31 . (4) Ex 20,17 . (5) Ex 23,19 . (6) Ex 34,26 . (7) Ex 40,38 . Re (38) . Re 1 (5) : (1) Re 1,22 . (2) Re 1,23 . (3) Re 1,27 . (4) Re 1,33 . (5) Re 1,35 . Ps (15) : (1) Ps 42,5 . (2) Ps 52,2 . (3) Ps 68,13 . (4) Ps 84,4 . (5) Ps 114,1 . (6) Ps 115,10 . (7) Ps 115,12 . (8) Ps 116,19 . (9) Ps 118,3 . (10) Ps 122,1 . (11) Ps 122,9 . (12) Ps 127,1 . (13) Ps 135,2 . (14) Ps 135,19 . (15) Ps 135,20 . Een vorm van oikos in de LXX (2062) , in het NT (112) .
- acc. mann. enk. οικον = oikon van het zelfst. naamw. οικος = oikos (huis) . Taalgebruik in het NT : oikos (huis) . Taalgebruik in de Septuaginta : oikos (huis) . Taalgebruik in Lc : oikos (huis) . Taalgebruik in Hnd : oikos (huis) . Een vorm van οικος = oikos in de LXX (2062) , in het NT (112) , in Lc (32) .
- εις τον οικον = eis ton oikon (naar het huis) in Lc (16) : (1) Lc 1,23 . (2) Lc 1,40 . (3) Lc 1,56 . (4) Lc 5,24 . (5) Lc 5,25 . (6) Lc 6,4 . (7) Lc 7,10 . (8) Lc 8,39 . (9) Lc 8,41 . (10) Lc 9,61 . (11) Lc 10,38 . (12) Lc 11,24 . (13) Lc 15,6 . (14) Lc 16,27 . (15) Lc 18,14 . (16) Lc 22,54 .

  oikos (huis)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
4 acc. mann. enk. oikon   592  536  56  10  19  11  10    33  35  10   
  totaal 1818  1708  110  12  32  25  28           

- Ned. : huis . D. : Hause . E. : house . Fr. : maison . Grieks : οικος = oikos (huis) . Taalgebruik in het NT : oikos (huis) . Hebreeuws : בַּיִּת = bajith (huis) . Taalgebruik in Tenakh : bajith (huis) . Lat. : domus .

Ex 23,19.6. הוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 . Dt 5 (17) : (1) Dt 5,2 . (2) Dt 5,3 . (3) Dt 5,4 . (4) Dt 5,5 . (5) Dt 5,6 . (6) Dt 5,9 . (7) Dt 5,11 . (8) Dt 5,12 . (9) Dt 5,15 . (10) Dt 5,16 . (11) Dt 5,22 . (12) Dt 5,24 . (13) Dt 5,25 . (14) Dt 5,27 . (15) Dt 5,28 . (16) Dt 5,32 . (17) Dt 5,33 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 5 7
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45 0 2
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4 7

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Ex 23,19.7. אֱלֹהֶיךָ = ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) < stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Zie : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . (231) . Gn (2) : (1) Gn 27,20 . (2) Gn 31,32 . Ex (11) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,10 . (6) Ex 20,12 . (7) Ex 23,19 . (8) Ex 32,4 . (9) Ex 32,8 . (10) Ex 34,24 . (11) Ex 34,26 . Dt (199) . Dt 5 (7) : (1) Dt 5,6 . (2) Dt 5,9 . (3) Dt 5,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,14 . (6) Dt 5,15 . (7) Dt 5,16 .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden kan / kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam JHWH wordt veelvuldiger dan de naam ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 . Ex 20 (6) : (1) Ex 20,2 . (2) Ex 20,5 . (3) Ex 20,7 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 20,22 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 5 7
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45 0 2
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4 7
JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) 123 74         0 4 26 4 40 0 2

Ex 23,19.6. - 7. יְהוָה אֱלֹהֶיךָ = JHWH ´êlohè(j)khâ (JHWH, je God) . Tenakh (231) . Gn (1) : Gn 27,20 . Ex (8) : (1) Ex 15,26 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 20,7 . (5) Ex 20,12 . (6) Ex 23,19 . (7) Ex 34,24 . (8) Ex 34,26 . Dt (116) . Dt 5 (7) : (1) Dt 5,6 . (2) Dt 5,9 . (3) Dt 5,11 . (4) Dt 5,12 . (5) Dt 5,15 (2X) . (6) Dt 5,16 (2X) . Dt 10 (4) : (1) Dt 10,9 . (2) Dt 10,12 (3X) . (3) Dt 10,20 . (4) Dt 10,22 .
- יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם = JHWH ´êlohè(j)khèm (JHWH, jullie God) . Tenakh (123) . Pentateuch (74) . Gn (0) . Ex (4) . Lv (26) . Nu (4) . Dt (40) .

12. = bachalebh (in de melk) < prefix voorzetsel bë + bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. חָלָב = châlâbh (melk) . Qatal-vorm (חַלַב) . De stat. constr. חֲלֵב = chälebh is moeilijk verklaarbaar (Joüon 96Bb) . Taalgebruik in Tenakh : châlâbh (melk) . Getalswaarde : chet = 8 , lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 22 (2 X 11) OF 40 . Structuur : 8 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (4) : (1) Ex 23,19 . (2) Ex 34,26 . (3) Dt 14,21 . (4) Hl 5,12 .


Ex 23,20 - Ex 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
kai idou egô apostellô ton aggelon mou pro prosôpou sou     hinneh 'ânokhi sjoleach malë´âkh lëphanè(j)kha     [20] Zie, Ik zend mijn engel* voor u uit om u onderweg te beschermen en u naar de plaats te brengen die Ik heb vastgesteld.       Zie ik ben zendende een engel voor jouw aangezicht 


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 23,20 . Ex 23,20-33 is in Deuteronomistische geest geschreven epiloog op het Bondsboek (Ex 20,23-23,19) .

Ex 23,20 Hebr. Mal 3,1 Hebr. Mal 3,23 Hebr. Ex 23,20 Grieks Mal 3,1 Grieks Mal 3,22 Grieks Mc 1,2 Mt 11,10 Lc 7,27
hinneh (zie) hinnij (zie)
hinneh (zie) kai idou (en zie) idou (zie) kai idou (en zie) idou (zie) idou (zie) idou (zie)
'ânokhi (ik)
'ânokhi (ik) egô (ik) egô (ik) egô (ik)   egô (ik)  
sjoleach (zend) soleah (ik zend) sjoleach (zend) apostellô (zend) eksapostellô (zend) apostellô (zend) apostellô (zend) apostellô (zend) apostellô (zend)
malë´âkh (een bode) mal'âkhi (mijn bode) malë´âkh (een bode) ton aggelon mou (mijn bode) ton aggelon mou (mijn bode)
ton aggelon mou (mijn bode) ton aggelon mou (mijn bode) ton aggelon mou (mijn bode)
lëphanè(j)kha (voor uw aangezicht)

pro prosôpou sou (voor uw aangezicht)

pro prosôpou sou (voor uw aangezicht) pro prosôpou sou (voor uw aangezicht) pro prosôpou sou (voor uw aangezicht)


lâkhèm (naar u)

humin (tot u)   
 
    eth elijjâh hannâb'i' (de profeet)     Hlian tèn Thesbitèn (Elia de Thesbiet)      
  upinnâh (en bereidt) dèrèch (de weg) lephana(j) (voor zijn aangezicht) liphânâh (voor zijn aangezicht)    kai epiblepsetai hodon (de weg) pro prosôpou mou (voor mijn aangezicht)        

Ex 21,1 - 23,33 (Ex 23) : het verbondsboek
  Mal 2,17-3,5 : de dag van de Heer Mal 3,22-24 : over de toekomst Ex 21,1 - 23,33 (Ex 23 ) : het verbondsboek   Mal 2,17-3,5 : de dag van de Heer Mal 3,22-24 : over de toekomst 13. Optreden van Johannes de Doper : Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6  88. Jezus'getuigenis over Johannes de Doper Mt 11,7-13 // Lc 7,24-28    88. Jezus'getuigenis over Johannes de Doper Mt 11,7-13 // Lc 7,24-28 

1. הֶנֵּה = hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Getalswaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 24 (2³ X 3) OF 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 5 - 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (495) . Pentateuch (96) . Eerdere Profeten (153) . Latere Profeten (140) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (77) . Ex (21) .
- Grieks : ιδου = idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Ex (34) .

idou (zie)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  1229  1037  192  59  55 23  19  25  121  125 

- Ned. : zie . D. : Siehe . E. : behold. Fr. : voici < vois ici . Grieks : ιδου = idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Hebreeuws : הֵן / הֶנֵּה = hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Lat. : ecce .

Ex 23,20.2. אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Gn (47) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 . Lv (0) . Nu (5) . Dt (52) . Dt 5 (5) : (1) Dt 5,1 . (2) Dt 5,5 . (3) Dt 5,6 . (4) Dt 5,9 . (5) Dt 5,31 . Dt 6 (2) : (1) Dt 6,2 . (2) Dt 6,6 .

    Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
1. ´ânokhî (ik) 276 123 66 40 18 29 47 19 0 5 52 2 5
2. ´änî (ik) 653 25 82 247 31 152              
3. ´ânokhî JHWH (ik ben JHWH) . 9             3     2    
4. ´anî JHWH (ik ben JHWH) 135           2 15 52 8 1    

- Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . De LXX gebruikt hier een hulpwerkwoord wat de Hebreeuwse tekst niet doet .
- Ned. : ik (Grieks e-g) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Fr. : je . D. : Ich . E. : I . Fr. : je . Grieks : εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Hebreeuws : אָנֹכִי = ´ânokhî (ik) . Zie : אֲנִי = ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord . Eerste letter : Hebr. + Ar. : a ; Gr. + Lat. : e ; Ned. + D. + E. : i . Tweede letter . Hebr. 3de letter : kh ; Gr. + Lat. : g ; Ned. : k ; D. ch . ) . Lat. : ego sum (ik ben) . In navolging van de LXX gebruikt de Vulgaat het hulpwerkwoord .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . In ´ânokhî lezen we ankh , het levenssymbool .

1. - 2. ιδου εγω = idou egô (zie ik) . LXX (207) . NT (15) .

Ex 23,20.3. שָׁלַח = sjâlach (zenden) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlach (zenden) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 338 (2 X 13²) . Structuur : 3 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. sjâlach (hij zond) . (2) act. piël imperat. 2de pers. mann. enk. sallach (zend) . (3) act. qal part. mann. enk. שֹׁלֵחַ = sjoleach (zendende) : Ex 23,20 .
- act. ind. praes. 1ste pers. enk. αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in het NT : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in de LXX : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Een vorm van αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) , in de LXX (691) (Lust J. ... Greek-English Lexicon of the Septuagint , Stuttgart , 2003) , in het NT (131) (Morgenthaler Robert , Statistik...) .

apostellô (afsturen) . bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev. P. A. b.
ind. pr. 1ste p. enk. apostellô 20  12  3 : (1) Mt 10,16 . (2) Mt 11,10 . (3) Mt 23,34 . 1 : Mc 1,2 . 3 : (1) Lc 7,27 . (2) Lc 10,3 . (3) Lc 24,49 .   1 : Hnd 26,17 .     7 : (1) Mt 10,16 // Lc 10,3 . (2) Mt 11,10 // Mc 1,2 // Lc 7,27 .    
Andere vormen                              
Totaal   558  457  101  18  17  18  26  15  53  79 

4. מַלְאַך = malë´akh (engel) . Taalgebruik in Tenakh : malë´akh (engel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 37 OF 91 . Structuur : 4 - 3 - 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (64) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (25) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (7) . Gn (8) : (1) Gn 16,7 . (2) Gn 16,9 . (3) Gn 16,10 . (4) Gn 16,11 . (5) Gn 21,17 . (6) Gn 22,11 . (7) Gn 22,15 . (8) Gn 31,11 . Ex (4) : (1) Ex 3,2 . (2) Ex 14,19 . (3) Ex 23,20 . (4) Ex 33,2 . Re (18) : (1) Re 2,1 . (2) Re 2,4 . (3) Re 5,23 . (4) Re 6,11 . (5) Re 6,12 . (6) Re 6,20 . (7) Re 6,21 . (8) Re 6,22 . (9) Re 13,3 . (10) Re 13,6 . (11) Re 13,9 . (12) Re 13,13 . (13) Re 13,15 . (14) Re 13,16 . (15) Re 13,17 . (16) Re 13,18 . (17) Re 13,20 . (18) Re 13,21 .
- Grieks : acc. mann. enk. αγγελον = aggelon van het zelfst. naamw. αγγελος = aggelos (engel) . Taalgebruik in het NT : aggelos (engel) . Taalgebruik in de LXX : aggelos (engel) . Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) .

aggelos (engel) bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
acc. mann. enk. aggelon 57 35 22 1 : Mt 11,10 . 1 : Mc 1,2 . 3 : (1) Lc 1,18 . (2) Lc 1,34 . (3) Lc 7,27 .   4 2 11 5 : (1) Mt 11,10 // Mc 1,2 // Lc 7,27 . 5
Totaal   440 267 173 20 6 25 3 21 32 66 51 54

αγγελος = aggelos (engel) . Taalgebruik in het NT : aggelos (engel) . Taalgebruik in de LXX : aggelos (engel) . Gn (10) : (1) Gn 16,7. (2) Gn 16,8 . (3) Gn 16,9 . (4) Gn 16,10 . (5) Gn 16,11 . (6) Gn 21,17 . (7) Gn 22,11 . (8) Gn 22,15 . (9) Gn 31,11 . (10) Gn 48,16 . Ex (5) : (1) Ex 3,2 . (2) Ex 4,24 . (3) Ex 14,19 . (4) Ex 23,23 . (5) . Re (18) : (1) Re 2,1 . (2) Re 2,4 . (3) Re 5,23 . (4) Re 6,11 . (5) Re 6,12 . (6) Re 6,14 . (7) Re 6,16 . (8) Re 6,20 . (9) Re 6,21 . (10) Re 6,22 . (11) Re 13,3 . (12) Re 13,9 . (13) Re 13,11 . (14) Re 13,13 . (15) Re 13,16 . (16) Re 13,18 . (17) Re 13,20 . (18) Re 13,21 .

  aggelos (engel) bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
1 nom. enk. aggelos 155 108 47 6   10 1 11 2 17 16 17

- Stam : n - g - l . Fr. ange . N. engel . E. angel . D. Engel . Fr. un messager uit L. mittere (zenden) , missus = gezonden . Arabisch : مَلَك = malak (engel) . Taalgebruik in de Qoran : malak (engel) . Qoran (11) . L. angelus .


Ex 23,21 - Ex 23,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [21] Heb aandacht voor hem en luister naar zijn woord. Kom niet tegen hem in opstand, want hij zou u uw verzet niet vergeven. Want in hem is mijn naam aanwezig.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,22 - Ex 23,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [22] Als u zijn woord gehoorzaamt en doet wat Ik u zeg, dan ben Ik de vijand van uw vijanden, de onderdrukker van uw onderdrukkers.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

 

Ex 23,23 - Ex 23,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [23] Mijn engel zal voor u uitgaan en u naar de Amorieten, de Hethieten, de Perizzieten, de Kanaänieten, de Chiwwieten en de Jebusieten brengen: Ik zal hen vernietigen*.        

 

Ex 23,24 - Ex 23,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [24] Buig niet voor hun goden en vereer hen niet. Doe niet mee met die volken; u moet ze uitroeien en hun wijstenen stukslaan.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,25 - Ex 23,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [25] De heer uw God moet u vereren; dan zal Hij uw brood en water zegenen en ziekte ver van u vandaan houden.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,26 - Ex 23,26 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [26] Geen vrouw in uw land zal een miskraam hebben of onvruchtbaar zijn. Ik zal het getal van uw dagen vol maken.       

4. `äqârâh (onvruchtbaar) . Taalgebruik in Tenach : `äqârâh (onvruchtbaar) . Gr. steiros . Lat. sterilis . Fr. stérile . Ned. onvruchtbaar . D. unfruchtbar . E. barren . Tenach (8) : (1) Gn 11,30 (Sara) . (2) Gn 25,21 (Rebekka) . (3) Gn 29,31 (Rachel) . (4) Re 13,2 (de moeder van Simson) . (5) Re 13,3 . (6) 1 S 2,5 (Hanna , de moeder van Samuël) . (7) Js 54,1 . (8) Job 24,21 . wë`äqârâh (en onvruchtbaar) . Tenach (2) : (1) Ex 23,26 . (2) Dt 7,14 . In deze 10 verzen heeft de LXX steira als vertaling . Gr. nom. vr. enk. steira van het bijvoegl. naamw. steiros (onvruchtbaar) . Taalgebruik in het N.T. : steiros (onvruchtbaar) . Lc (2) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,36 . Een vorm van steiros in de LXX (17) , in het N.T. (4) . soera 3,40 .

Ex 23,27 - Ex 23,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [27] Vrees voor Mij zal Ik voor u laten uitgaan. Alle volken die u aantreft zal Ik in paniek brengen, al uw vijanden laat Ik voor u op de vlucht slaan.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,28 - Ex 23,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [28] Ik zend verslagenheid voor u uit. Die zal de Chiwwieten, de Kanaänieten en de Hethieten voor u verjagen.       


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,29 - Ex 23,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [29] Maar Ik verjaag* ze niet in één jaar, anders zou het land een woestenij worden en de wilde dieren zouden te talrijk voor u worden.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,30 - Ex 23,30 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [30] Ik verjaag ze geleidelijk, tot u zo talrijk geworden bent dat u het land kunt bezetten.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,31 - Ex 23,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [31] Ik geef u een grondgebied, van* de Rietzee* tot aan de Filistijnenzee*, van de woestijn* tot aan de Rivier*. Want Ik zal de bewoners van het land aan uw macht onderwerpen en ze voor u verjagen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 23,31 .

Ex 23,31.4. מִיַּם = mijjam (van de zee van) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. יָם = jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalswaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 .

13. act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֶתֵּן = ´èththen (ik geef) van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . getalswaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (81) . Pentateuch (21) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (32) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (10) . Gn (8) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 24,7 . (3) Gn 26,3 . (4) Gn 30,31 . (5) Gn 34,11 . (6) Gn 35,12 . (7) Gn 38,18 . (8) Gn 42,34 .
- אֶתְּנֶנָּה = ´èththënènnâh (ik zal haar geven) < act. ind. perf. 1ste pers. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. vrouw. enk. van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . getalswaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (10) : (1) Gn 13,15 . (2) Gn 13,17 . (3) Gn 28,13 . (4) Gn 35,12 . (5) Ex 33,1 . (6) Lv 20,24 . (7) Dt 1,39 . (8) Dt 34,4 . (9) Joz 8,18 . (10) 1 S 18,21 .
- וְאֶתְּנֶנָּה = wë´èththënènnâh (en ik zal haar geven) < prefix voegwoord wë + act. qal imperf. 1ste pers. enk. van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . getalswaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (31) . Pentateuch (9) : (1) Gn 17,2 . (2) Gn 30,28 . (3) Gn 31,6 (opgelet : persoonl. voornaamw.) . (4) Gn 34,12 . (5) Gn 45,18 . (6) Gn 47,16 . (7) Ex 24,12 . (8) Nu 8,19 . (9) Nu 21,16 .
- act. qal perf. 1ste pers.enkelv. נָתַתִּי = nâthaththî (ik zal geven) van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (114) . Pentateuch (43) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (44) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (12) . Eerdere Profeten (10) : (1) Joz 6,2 . (2) Joz 8,1 . (3) Re 1,2 . (4) 1 S 9,23 . (5) 2 S 9,9 . (6) 1 K 3,12 . (7) 1 K 3,13 . (8) 1 K 9,6 . (9) 1 K 9,7 . (10) 2 K 21,8 .
- וְנָתַתִּי = wënâthaththî (en ik zal geven) < prefix voegwoord wë + act. qal perf. 1ste pers.enkelv. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (102) . Pentateuch (21) . Gn (3) : (1) Gn 17,8 . (2) Gn 26,4 . (3) Gn 48,4 .
- act. ind. fut. 1ste pers. enk. δωσω = dôsô ( ik zal geven) van het werkw. διδωμι = didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Bijbel (209) . OT (188) . Gn (20) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 13,15 . (3) Gn 13,17 . (4) Gn 15,18 . (5) Gn 17,8 . (6) Gn 17,16 . (7) Gn 17,20 . (8) Gn 24,7 . (9) Gn 26,3 . (10) Gn 26,4 . (11) Gn 28,13 . (12) Gn 29,27 . (13) Gn 30,28 . (14) Gn 30,31 . (15) Gn 34,12 . (16) Gn 35,12 . (17) Gn 38,18 . (18) Gn 45,18 . (19) Gn 47,16 . (20) Gn 48,4 . NT (21) : (1) Mt 4,9 . (2) Mt 16,19 . (3) Mt 20,4 . (4) Mc 6,22 . (5) Mc 6,23 . (6) Lc 4,6 . (7) Lc 21,15 . (8) Joh 4,14 . (9) Joh 6,51 . (10) Joh 13,26 . (11) Hnd 2,19 . (12) Hnd 13,34 . (13) Apk 2,7 . (14) Apk 2,10 . (15) Apk 2,17 . (16) Apk 2,23 . (17) Apk 2,26 . (18) Apk 2,28 . (19) Apk 3,21 . (20) Apk 11,3 . (21) Apk 21,6 . Een vorm van didômi (geven) in de LXX (2131) , in het NT (416) .
- Ned. : geven . D. : geben . E. : to give . Fr. : donner - don : geven - gave . Grieks : διδωμι = didômi (geven) .Hebreeuws : נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Lat. dare / donare - donu

Ex 23,31.18. וְגֵרַשׁתָּמוֹ = wëgerasjthâmô (en jij zult hen verdrijven) < prefix voegwoord wë + werkwoordvorm act. piël perf. 2de pers. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. van het werkw. גָרַשׁ = gârasj (verdrijven, verjagen, uitwerpen) . Taalgebruik in Tenakh : gârasj (verdrijven, uitwerpen) . Getalswaarde : gimel = 3 , resj = 20 of 200 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 503 (priemgetal) . Structuur : 3 - 2 - 3 . De som van de elementen zijn telkens 8 . Tenakh (1) : Ex 23,31 .
- Fr. chasser < volkslatijn captiare < captare < capere (nemen) : proberen te nemen , grijpen .

Ex 23,32 - Ex 23,32 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [32] Met hen of met hun goden moet u geen verbond sluiten.        


King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 23,33 - Ex 23,33 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [33] Zij mogen niet in uw land blijven wonen, ze zouden u ertoe brengen tegen Mij te zondigen. U zou hun goden vereren en dat zou uw ongeluk betekenen.’       

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -