EXODUS 24 - Ex 24 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Ex (Exodus) -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -

Overzicht van Exodus : - Ex 2 - Ex 3 - Ex 4 - Ex 5 - Ex 6 - Ex 7 - Ex 8 - Ex 9 - Ex 10 - Ex 11 - Ex 12 - Ex 13 - Ex 14 - Ex 15 - Ex 16 - Ex 17 - Ex 18 - Ex 19 - Ex 20 - Ex 21 - Ex 22 - Ex 23 - Ex 24 - Ex 25 - Ex 26 - Ex 27 - Ex 28 - Ex 29 - Ex 30 - Ex 31 - Ex 32 - Ex 33 - Ex 34 - Ex 35 - Ex 36 - Ex 37 - Ex 38 - Ex 39 - Ex 40 -
Overzicht vers per vers : Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -


WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@telenet.be .
websitenaam : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm . BIJ DE HAND .
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
OF (met aanvullingen) : - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z

HOOFDTHEMA'S : - Arabisch , allochtonen , Aramees , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering , Grieks , Hebreeuws , Hebreeuwse lessen ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , Latijn , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen .

- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 3 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken- bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht van het NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
- C-jaar -- Lc 1 , Lc 2 , Lc 3 , Lc 4 , Lc 5 , Lc 6 , Lc 7 , Lc 8 , Lc 9 , Lc 10 , Lc 11 , Lc 12 , Lc 13 , Lc 14 , Lc 15 , Lc 16 , Lc 17 , Lc 18 , Lc 19 , Lc 20 , Lc 21 , Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 , 2de (tweede) zondag van de advent C .

1. Hebreeuwse bijbel   2. Targumim 3. LXX (1) , LXX (2) , Griekse tekst N.T.   4. Vulgata   
5. Statenvertaling   6. Willibrordvertaling   7. Nieuwe Vertaling   8. http://naardensebijbel.nl/zoek.php .
9. Bible de Jérusalem 10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   12. liturgische lezing   13. Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm  

Ex 24,1-18 : Het verbond - bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -



http://www.zondervan.com/media/samples/pdf/0310210887_samptxt.pdf .

Structuur Ex 24 Ex 24,1 Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 Ex 24,10 - Ex 24,11 Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 Ex 24,16 - Ex 24,17 Ex 24,18

Ex 24,1 - Ex 24,1 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
1 kai môusèi eipen anabèthi pros kurion su kai aarôn kai nadab kai abioud kai ebdomèkonta tôn presbuterôn israèl kai proskunèsousin makrothen tôi kuriôi  1 Mosi quoque dixit ascende ad Dominum tu et Aaron Nadab et Abiu et septuaginta senes ex Israhel et adorabitis procul   wë´èl mosjèh ´âmar `äleh ´èl JHWH ´aththâh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû  1 Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aäron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israël; en buigt u neder van verre! [1] De* heer sprak tot Mozes: ‘Kom naar boven naar de heer, samen met Aäron, met Nadab en Abihu en zeventig oudsten van Israël, en kniel op een afstand neer.   [1] Mozes kreeg van de HEER deze opdracht: ‘Kom naar mij toe, de berg op, samen met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van Israëls oudsten, en kniel op eerbiedige afstand neer.  1 ¶ Tot Mozes heeft hij gezegd: klim op tot de ENE, jij en Aäron, Nadav en Avihoe en zeventig van Israëls oudsten; jullie zullen je neerbuigen van verre;  1. Il dit à Moïse : « Montez vers Yahvé, toi, Aaron, Nadab, Abihu et soixante-dix des anciens d'Israël, et vous vous prosternerez à distance.  

King James Bible . And he said unto Moses, Come up unto the LORD, thou, and Aaron, Nadab, and Abihu, and seventy of the elders of Israel; and worship ye afar off.
Luther-Bibel (1984) . 1Und zu Mose sprach er: Steig herauf zum HERRN, du und aAaron, Nadab und Abihu und bsiebzig von den Ältesten Israels, und betet an von ferne

Tekstuitleg van Ex 24,1 . Dit vers Ex 24,1 telt 15 (3 X 5) woorden , 65 (5 X 13) letters en 42 lettergrepen . De getalswaarde van Ex 24,1 is 4239 (3 X 3 X 3 X 157) .

Structuur Ex 24 Ex 24,1 : JHWH is onderwerp Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 Ex 24,10 - Ex 24,11 Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 Ex 24,16 - Ex 24,17 Ex 24,18

Ex 24,1 : opdracht `äleh ´èl JHWH ´aththâh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (Klim op naar JHWH jij en Aäron, Nadab en Abihoe)
Ex 24,9 : uitvoering wajja`al Mosjèh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (en klom op Mozes en Aäron, Nadab en Abihoe)

1. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam אֵל = El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֶל = ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga(6) 13m) , ´il bin werd ´el .
- w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl (naar, tot) וְאֶל = wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el) 3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex 5,9 . (2) Ex 6,3 . (3) Ex 6,13 . (4) Ex 7,8 . (5) Ex 9,8 . (6) Ex 12,1 . (7) Ex 12,22 . (8) Ex 20,19 . (9) Ex 24,1 . (10) Ex 24,11 . (11) Ex 24,14 . (12) Ex 25,21 . (13) Ex 30,31 . (14) Ex 36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) .
- wë´èl (en tot) ... ´âmar (zei hij) . In Ex 24,1 zei JHWH tot Mozes . In Ex 24,14 zei Mozes tot de oudsten .

2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

1. - 2. ´èl mosjèh (tot Mozes) komt in 203 verzen voor . wë´èl mosjèh (en tot Mozes) komt in de bijbel slechts in Ex 24,1 voor .
- wajj´omèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . In zesenzestig verzen in de bijbel . In tweeënveertig verzen in Ex (Exodus) . In Ex 24 slechts in Ex 24,12 . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 .

3. ´âmar (zeggen) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . ´âmar (zeggen) . Het komt in 790 verzen in de bijbel voor . In dertig verzen in Ex (Exodus) . wë´èl (en tot) ... ´âmar (zei hij) . In Ex 24,1 zei JHWH tot Mozes . In Ex 24,14 zei Mozes tot de oudsten .

Ex 24,1.4. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenach : `âlâh (opgaan, opklimmen) . getalswaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . (1) `âlâh (hij ging op) . act. qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (2) `äleh (ga) . act. qal imperatief tweede persoon mannelijk enkelvoud . (3) `olâh (brandoffer) . Tenach (158) . Pentateuch (53) . Ex (7) : (1) Ex 12,38 . (2) Ex 18,12 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 24,1 . (5) Ex 24,12 . (6) Ex 29,18 . (7) . Ex 33,1 . In drie verzen is het een imperatief : (1) Ex 24,1 (`äleh ´èl JHWH = ga op naar JHWH) . Hapax . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 33,1 .

5. ´èl (naar, tot) . Verwijzing : ´èl (naar, tot) , zie Gn 12,1 . Voorzetsel .

6. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9 verzen, 10X) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

4. - 6. `äleh ´èl JHWH = ga op naar JHWH . Hapax . Verwijzing : `âlah (opgaan, opklimmen) , zie Ps 68,19 .

5. - 6. ´èl JHWH (naar JHWH) . Verwijzing : ´èl (naar, tot) , zie Gn 12,1 . In 160 verzen in de bijbel . In 24 verzen in Ex (Exodus) , zie Ex 24,1 . In twee verzen in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 .

8. - 10. wë´ahäron nâdâbh wa´äbhîhû (en Aäron Nadab en Abihoe) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,9 . In Ex 24,1 geeft JHWH de opdracht aan Mozes , in Ex 24,9 voert Mozes de opdracht uit . Mosjèh wë´ahäron n âdâbh wa´äbhîhû (Mozes en Aäron , Nadab en Abihoe) : slechts in Ex 24,9 . Bij de verheerlijking van Jezus neemt Jezus drie leerlingen met zich mee op de berg .

Ex 24,2 - Ex 24,2 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2kai eggiei mwushs monos pros ton qeon autoi de ouk eggiousin o de laos ou sunanabhsetai met¢ autwn  2 solusque Moses ascendet ad Dominum et illi non adpropinquabunt nec populus ascendet cum eo     2 En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en het volk klimme ook niet op met hem.   [2] Alleen Mozes mag de heer naderen, de anderen mogen niet naderbij komen; het volk mag niet eens met hem naar boven gaan.’   [2] Alleen jij, Mozes, mag in de nabijheid van de HEER komen, de anderen niet. Het volk mag jou niet volgen als je de berg op gaat.’  2 dan zal alleen Mozes nadertreden tot de ENE, zíj zullen niet nadertreden; en de gemeente: zij zullen niet mét hem opklimmen!  2. Moïse s'approchera seul de Yahvé. Eux n'approcheront pas et le peuple ne montera pas avec lui. » 

King James Bible . And Moses alone shall come near the LORD: but they shall not come nigh; neither shall the people go up with him.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose allein nahe sich zu Jehova; sie aber sollen sich nicht nahen, und das Volk soll nicht mit ihm heraufsteigen.

Tekstuitleg van Ex 24,2 . Dit vers Ex 24,2 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden , 39 (3 X 13) letters en 27 ( 3 X 3 X 3) lettergrepen . De getalswaarde van Ex 24,2 is 1588 (2 X 2 X 397) . Ex 24,2 bestaat uit drie nevenschikkende zinnen (5 - 3 - 4 woorden) .

Ex 24,2.1. וְנִגַּשׁ = wëniggasj (en hij trad nader, hij kwam naderbij) < prefix voegwoord wë + pass. nifal ind. perf. 3de pers. enk. van het werkw. נָגַשׁ = nâgasj (naderen, nader treden) . Taalgebruik in Tenakh : nâgasj (naderen, nader treden) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , gimel = 3 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 353 (spiegelgetal) . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (5) : (1) Ex 24,2 . (2) Dt 20,2 . (3) Js 3,5 . (4) Jr 30,21 . (5) Am 9,13 .
- act. ind. fut. 3de pers. enk. εγγιει = eggiei (hij zal naderbij komen) van het werkw. εγγιζω = eggizô (naderen) . Taalgebruik in het NT : eggizô (naderen) . Taalgebruik in de LXX : eggizô (naderen) . Bijbel (9) : (1) Ex 24,2 . (2) Lv 21,21 . (3) Lv 21,23 . (4) Js 54,14 . (5) Ps 91,7 . (6) Ps 91,10 . (7) Spr 19,7 . (8) Sir 37,30 . (9) Jkb 4,8 .
- Ned. : naderen . Arabisch : نهج (nahaz) . D. : nahern . E. to come near . Fr. approcher . Gr. : εγγιζω = eggizô (naderen) . Hebreeuws : נָגַשׁ = nâgasj (naderen, nader treden) . Taalgebruik in Tenakh : nâgasj (naderen, nader treden) . Taalgebruik in het NT : eggizô (naderen) . Lat. : adpropinquare .

Ex 24,2.2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,2.1. - 2. וְנִגַּשׁ מֹשֶׁה = wëniggasj mosjèh (en Mozes naderde) . Slechts in één vers in de bijbel : Ex 24,2 .

Ex 24,2.3. לְבַדּוֹ = lëbhaddô (voor zijn afzondering) < prefix voorzetsel lë + zelfst. naamw. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Zie het zelfst. naamw. בַּד = bad (afzondering, deel) . Taalgebruik in Tenakh : bad (afzondering, deel) . Tenakh (36) . Pentateuch (18) . Gn (7) : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 30,40 . (3) Gn 32,17 . (4) Gn 32,25 . (5) Gn 42,38 . (6) Gn 43,32 . (7) Gn 44,20 . Ex (3) : (1) Ex 12,16 . (2) Ex 22,19 . (3) Ex 24,2 . Dt (2) : (1) Dt 8,3 . (2) Dt 22,25 . Een vorm van בַּד = bad (afzondering, deel) in Tenakh (163) .
- Grieks : bijvoegl. naamw. nom. mann. enk. μονος = monos (alleen) . Bijbel (75) . LXX (55) . Pentateuch (16) : (1) Gn 7,23 . (2) Gn 32,25 . (3) Gn 42,38 . (4) Gn 44,20 . (5) Ex 18,14 . (6) Ex 18,18 . (7) Ex 21,3 . (8) Ex 21,4 . (9) Ex 24,2 . (10) Nu 11,14 . (11) Nu 11,17 . (12) Nu 23,9 . (13) Dt 1,9 . (14) Dt 1,12 . (15) Dt 32,12 . (16) Dt 33,28 . NT (20) . Mt (2) : (1) Mt 14,23 . (2) Mt 24,36 . Mc (1) : Mc 6,47 . Lc (3) : (1) Lc 5,21 . (2) Lc 9,36 . (3) Lc 24,18 . Joh (5) : (1) Joh 6,15 . (2) Joh 8,9 . (3) Joh 8,16 . (4) Joh 12,24 . (5) Joh 16,32 . Verder : (1) Rom 11,3 . (2) Rom 16,4 . (3) 1 Kor 9,6 . (4) 1 Tim 6,15 . (5) 1 Tim 6,16 . (6) 2 Tim 4,11 . (7) Heb 9,7 . (8) 2 Joh 1,1 . (9) Apk 15,4 . Met de stam van het woord μονος = monos (alleen) in de LXX (207) , in het NT (47) .
- Ned. : alleen < al - één , enkel . D. : allein . E. : alone . Fr. : seul . Gr. : μονος = monos (alleen) . Lat. : solus .

Ex 24,2.4. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam אֵל = El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֶל = ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga(6) 13m) , ´il bin werd ´el .
- w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl (naar, tot) וְאֶל = wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el) 3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex 5,9 . (2) Ex 6,3 . (3) Ex 6,13 . (4) Ex 7,8 . (5) Ex 9,8 . (6) Ex 12,1 . (7) Ex 12,22 . (8) Ex 20,19 . (9) Ex 24,1 . (10) Ex 24,11 . (11) Ex 24,14 . (12) Ex 25,21 . (13) Ex 30,31 . (14) Ex 36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) .

5. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9 verzen, 10X) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23
  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

4. - 5. ´èl JHWH (naar JHWH) . Verwijzing : ´èl (naar, tot) , zie Gn 12,1 . In 160 verzen in de bijbel . In 24 verzen in Ex (Exodus) , zie Ex 24,1 . In twee verzen in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 .
Ex 24,3 - Ex 24,3 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3eishlqen de mwushs kai dihghsato tw law panta ta rhmata tou qeou kai ta dikaiwmata apekriqh de pas o laos fwnh mia legontes pantas tous logous ous elalhsen kurios poihsomen kai akousomeqa  3 venit ergo Moses et narravit plebi omnia verba Domini atque iudicia responditque cunctus populus una voce omnia verba Domini quae locutus est faciemus    3 Als Mozes kwam en verhaalde aan het volk al de woorden des HEEREN, en al de rechten, toen antwoordde al het volk met een stem, en zij zeiden: Al deze woorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen. [3] Mozes kwam terug en stelde het volk in kennis van alle woorden en bepalingen van de heer. Eenstemmig betuigde het volk: ‘Alle woorden die de heer tot ons gesproken heeft, zullen wij onderhouden.’  [3] Mozes maakte het volk bekend met alle geboden en regels die de HEER had gegeven, en het volk verklaarde eenstemmig dat het zich zou houden aan alles wat de HEER geboden had.  3 Mozes komt aan en vertelt de gemeente alle woorden van de ENE en alle rechtsregels; heel de gemeente antwoordt eenstemmig,– ze zeggen: al de woorden, die de ENE heeft gesproken zullen we doen!  3. Moïse vint rapporter au peuple toutes les paroles de Yahvé et toutes les lois, et tout le peuple répondit d'une seule voix ; ils dirent : « Toutes les paroles que Yahvé a prononcées, nous les mettrons en pratique. » 

King James Bible . And Moses came and told the people all the words of the LORD, and all the judgments: and all the people answered with one voice, and said, All the words which the LORD hath said will we do.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose kam und erzählte dem Volke alle Worte Jehovas und alle Rechte; und das ganze Volk antwortete mit einer Stimme und sprach: Alle Worte, die Jehova geredet hat, wollen wir tun

Tekstuitleg van Ex 24,3 . Dit vers Ex 24,3 telt 23 woorden en 82 (2 X 41) letters . De getalswaarde van Ex 24,3 is 4676 (2 X 2 X 7 X 167) .

Ex 24,3.1. וַיָּבּוֹא / וַיָּבֹא = wajjâbho´ (en hij ging, en hij kwam) OF וַיָּבֵא = wajjâbhe´(en hij liet gaan, en hij liet komen) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. OF act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Taalgebruik in Tenakh : bw´ (gaan, komen) . Tenakh (289) . Pentateuch (72) . Eerdere Profeten (142) . Latere Profeten (22) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (53) . Ex (16) : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 3,6 . (3) Ex 7,10 . (4) Ex 7,23 . (5) Ex 8,20 . (6) Ex 10,3 . (7) Ex 14,20 . (8) Ex 17,8 . (9) Ex 18,5 . (10) Ex 18,12 . (11) Ex 19,7 . (12) Ex 24,3 . (13) Ex 24,18 . (14) Ex 37,5 . (15) Ex 38,7 . (16) Ex 40,21 . Andere : (1) Ex 7,23 (Farao) . (2) Ex 8,20 (steekvliegen) . (3) Ex 14,20 (de wolk) . (4) Ex 17,8 (Amalek) .
- Grieks : ind. aor. 3de pers. enk. εισηλθεν = eisèlthen (hij ging binnen) van het werkw. εισερχομαι = eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het NT : eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in de LXX : eiserchomai (binnengaan) . Bijbel (227) . LXX (184) . NT (43) . Een vorm van εισερχομαι = eiserchomai in de LXX (700) , in het NT (192) .
- Ned. : binnengaan . D. : eingehen . E. : to enter . F. : entrer . Grieks : εισερχομαι = eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het NT : eiserchomai (binnengaan) . Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Lat. : intro-ire (binnengaan) . intrare - inire . Italiaans : entrare . Spaans : entrar .

- και εισηλθεν = kai eisèlthen (en hij ging naar - binnen) . LXX (120) . NT (10) . Mt (1) : Mt 21,12 . Mc (3) : (1) Mc 3,1 . (2) Mc 7,17 . (3) Mc 11,11 . Lc (3) : (1) Lc 1,40 . (2) Lc 4,16 . (3) Lc 24,29 . Joh (2) : (1) Joh 19,9 . (2) Joh 20,6 . Hnd (1) : (2) Hnd 3,8 . (2) Hnd 9,17 .
- εισηλθεν δε = eisèlthen de (hij ging echter - naar - binnen) . LXX (15) . NT (2) : (1) Lc 9,46 . (2) Lc 22,3 .
- και εισελθων = kai eiselthôn (en binnengegaan) . LXX (2) . ΝΤ (8) : (1) Mt 26,58 . (2) Mc 5,39 . (3) Mc 7,24 . (4) Mc 11,15 . (5) Lc 1,28 . (6) Lc 7,36 . (7) Lc 19,1 . (8) Hnd 23,16 .
- εισελθων δε = eiselthôn de (binnengegaan echter) . LXX (5) . ΝΤ (4) : (1) Mt 22,11 . (2) Lc 11,37 . (3) Hnd 19,8 . Variante lezing : Lc 8,51 .

Ex 24,3.2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,3.1. - 2. וַיָּבֹא מֹשֶׁה = wajjâbho´ mosjèh (en Mozes ging) . Tenakh (10) : (1) Ex 7,10 . (2) Ex 10,3 . (3) Ex 19,7 (Mozes ging naar beneden). (4) Ex 24,3 (Mozes ging naar beneden) . (5) Ex 24,18 . (6) Lv 9,23 . (7) Nu 17,8 . (8) Nu 17,23 . (9) Nu 20,6 . (10) Dt 32,44 .
- εισηλθεν μωυσης = eisèlthen môusès (Mozes ging binnen) . Bijbel = LXX (7) : (1) Ex 5,1 . (2) Ex 31,9 . (3) Lv 9,23 . (4) Nu 17,8 . (5) Nu 17,23 . (6) Nu 20,6 . (7) Dt 32,44 .
- και εισηλθεν μωυσης = kai eisèlthen môusès (en Mozes ging naar -binnen) .Bijbel = LXX (5) : (1) Ex 24,18 . (2) Lv 9,23 . (3) Nu 17,23 . (4) Nu 20,6 . (5) Dt 32,44 .
- ηλθεν δε μωυσης = èlthen de môusès (Mozes kwam / ging echter) . Tenakh (1) : Ex 19,7 .
- וַיָּבֹא מֹשֶׁה וַאַהֲרֹן = wajjâbho´ mosjèh wa´ahäron (en Mozes en Aäron gingen) . Tenakh (5) : (1) Ex 7,10 . (2) Ex 10,3 . (3) Lv 9,23 . (4) Nu 17,8 . (5) Nu 20,6 .
- ηλθεν δε μωυσης = èlthen de môusès (Mozes kwam / ging echter) . LXX (1) : Ex 19,7 .
- και ηλθεν μωυσης = kai èlthen môusès (en Mozes kwam / ging) . LXX (1) : Nu 20,6 .
- εισηλθεν δε μωυσης και ααρων = eisèlthen de môusès kai aarôn (Mozes en Aäron echter gingen naar -binnen) . LXX (2) : (1) Ex 7,10 . (2) Ex 10,3 .
- και εισηλθεν μωυσης και ααρων = kai eisèlthen môusès kai aarôn (en Mozes en Aäron gingen naar -binnen) . LXX (3) : (1) Lv 9,23 . (2) Nu 17,8 . (3) Nu 20,6 .

8. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9 verzen, 10X) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23
  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Ex 24,3.7. - 8. דִּבְרֵי יהוה = dibhëre(j) JHWH (woorden van JHWH) . Tenach (16) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) Nu 11,24 . (5) Joz 3,9 . (6) 1 S 8,10 . (7) 1 S 15,1 . (8) 2 Kr 11,4. (9) Jr 36,4 . (10) Jr 36,6 . (11) Jr 36,8 . (12) Jr 36,11 . (13) Jr 37,2 . (14) Jr 43,1 . (15) Ez 11,25 . (16) Am 8,11 .
- τα ρηματα του θεου = ta rèmata tou theou (de woorden van God) . LXX (1) : Ex 24,3 . NT (3) : (1) Joh 3,34 . (2) Joh 8,47 . (3) Apk 17,17 .

Ex 24,3.5. - 8. אִת דִּבְרֵי יהוה = ´eth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Am 8,11 . (2) Nu 11,24 .
- אֶת דִּבְרֵי יהוה = ´èth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (3) : (1) Joz 3,9 . (2) 2 Kr 11,4. (3) Jr 36,6 .
- אִת כָּל דִּבְרֵי יהוה = ´eth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (6) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) 1 S 8,10 . (5) Jr 36,4 . (6) Ez 11,25 .
- אֶת כָּל דִּבְרֵי יהוה = ´èth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Jr 36,11 . (2) Jr 43,1 .

- τα ρηματα του κυριου = ta rèmata kuriou (de woorden van de Heer) . Bijbel (3) : (1) Ex 24,4 . (2) Nu 11,24 . (3) Dt 5,5 .

Ex 24,3.18. כל = kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) . Ex (159) .

Ex 24,3.19. הַדְּבָרִים = haddëbhârîm (de woorden) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. דָבָר = dâbhâr (woord, daad) . Zie het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . getalswaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (132) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (35) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (15) . Gn (11) : (1) Gn 15,1 . (2) Gn 20,8 . (3) Gn 22,1 . (4) Gn 22,20 . (5) Gn 24,66 . (6) Gn 29,13 . (7) Gn 39,7 . (8) Gn 40,1 . (9) Gn 43,7 . (10) Gn 44,6 . (11) Gn 48,1 . Ex (12) : (1) Ex 4,15 . (2) Ex 4,30 . (3) Ex 18,19 . (4) Ex 19,6 . (5) Ex 19,7 . (6) Ex 20,1 . (7) Ex 24,3 . (8) Ex 24,8 . (9) Ex 34,1 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 35,1 .
- acc. mann. mv. λογους = logous (woorden) van het zelfst. naamw. λογος = logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Bijbel (286) . LXX (264) . NT (22) . Een vorm van λογος = logos (woord) in de LXX (1238) , in het NT (331) .
- Ned. : woord . D. Wort . E. : word . Fr. : mot . Grieks : λογος = logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Latijn : verbum .

Ex 24,3.18. - 19. כל הַדְּבָרִים = kâl haddëbharîm (alle woorden / gebeurtenissen) . Tenakh (43) . Gn (3) : (1) Gn 20,8 . (2) Gn 24,66 . (3) Gn 29,13 . Ex (4) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 19,7 . (3) Ex 20,1 . (4) Ex 24,3 . (5) Ex 24,8 .

18. - 20. כל הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = kâl haddëbharîm hâ´ellèh (al deze woorden / gebeurtenissen) . Tenakh (28) . Pentateuch (12) . Gn (3) : (1) Gn 20,8 . (2) Gn 29,13 . Ex (4) : (1) Ex 20,1 . (2) Ex 24,8 . Lv (0) . Nu (1) : Nu 16,31 . Dt (4) : (1) Dt 4,30 . (2) Dt 12,28 . (3) Dt 30,1 . (4) Dt 32,45 . Jr (11) .
- παντας τους λογους τουτους = pantas tous logous toutous (al deze woorden) . LXX (25) . Pentateuch (7) : Gn (1) : Gn 29,13 . Ex (2) : (1) Ex 19,7 . (2) Ex 20,1 . Lv (0) . Nu (1) : Nu 16,31 . Dt (3) : (1) Dt 31,1 . (2) Dt 31,28 . (3) Dt 32,46 . Jr (11) . NT (1) : Mt 26,1 .

Ex 24,3.21. Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .
-- και ελαλησεν = kai elalèsen (en hij sprak) . LXX (187) . NT (4) .
-- ελαλησεν δε = elalèsen de (hij sprak echter) . LXX (4) . NT (1) .

22. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9 verzen, 10X) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23
  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

8. en 22 . JHWH (JHWH) . Verwijzing : JHWH (JHWH) , zie Ex 13,21 . In 5193 verzen in de bijbel . In 299 verzen in Ex (Exodus) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .

Ex 24,4 - Ex 24,4 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4 kai egrapsen m˘usès panta ta rèmata kuriou orthrisas de m˘usès to pr˘i ˘kodomèsen thusiastèrion upo to oros kai d˘deka lithous eis tas d˘deka fulas tou israèl 4 scripsit autem Moses universos sermones Domini et mane consurgens aedificavit altare ad radices montis et duodecim titulos per duodecim tribus Israhel  4   4 Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israël.   [4] Daarop stelde Mozes alle woorden van de heer op schrift*. De volgende ochtend bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en stelde twaalf wijstenen op, naar de twaalf stammen van Israël.  [4] Hierna schreef Mozes alles op wat de HEER had gezegd. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één.   4 Dan schrijft Mozes ze op, alle woorden van de ENE; in de ochtend recht hij zijn schouders en bouwt een altaar onderaan de berg, en twaalf keer een standsteen voor de twaalf stammen van Israël.  4. Moïse mit par écrit toutes les paroles de Yahvé puis, se levant de bon matin, il bâtit un autel au bas de la montagne et douze stèles pour les douze tribus d'Israël. 

King James Bible . And Moses wrote all the words of the LORD, and rose up early in the morning, and builded an altar under the hill, and twelve pillars, according to the twelve tribes of Israel.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose schrieb alle Worte Jehovas nieder. Und er machte sich des Morgens früh auf und baute einen Altar unten am Berge und zwölf Denksteine nach den zwölf Stämmen Israels.

Tekstuitleg van Ex 24,4 . Dit vers Ex 24,4 telt 19 woorden en 73 letters . De getalswaarde van Ex 24,4 is 6629 (7 X 947) .

Ex 24,4.1. וַיִּכְתֹּב = wajjikhŰthobh (en hij schreef) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. כָּתַב= kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven) . Getalswaarde : kaph = 12 of 30 , thaw = 22 of 400 , beth = 2 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 342 (2 X 3² X 19) . Structuur : 3 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 .
- Ned. : schrijven ( s - ch=g of k - p = b = f = v . Arabisch : كَتَبَ = kataba (schrijven) . Taalgebruik in de Qoran : kataba (schrijven) . D. : schreiben . E. : write . Fr. : écrire . Grieks : γραφω = grafô (schrijven) . Taalgebruik in het NT : grafô (schrijven) . סָפַר = sâphar (schrijven, griften, cijferen) . Taalgebruik in Tenakh : sâphar (schrijven, griften, cijferen) EN כָּתַב= kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven) . L : scribere .

Ex 24,4.2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,4.1. - 2. וַיִּכְתֹּב מֹשֶׁה = wajjikhëthobh mosjèh (en Mozes schreef) . Tenakh (4) : (1) Ex 24,4 . (2) Nu 33,2 . (3) Dt 31,9 . (4) Dt 31,22 .

6. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9 verzen, 10X) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23
  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

5. - 6. dibhëre(j) JHWH (woorden van JHWH) . Tenach (16) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) Nu 11,24 . (5) Joz 3,9 . (6) 1 S 8,10 . (7) 1 S 15,1 . (8) 2 Kr 11,4. (9) Jr 36,4 . (10) Jr 36,6 . (11) Jr 36,8 . (12) Jr 36,11 . (13) Jr 37,2 . (14) Jr 43,1 . (15) Ez 11,25 . (16) Am 8,11 .

3. - 6. ´eth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Am 8,11 . (2) Nu 11,24 . ´èth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (3) : (1) Joz 3,9 . (2) 2 Kr 11,4. (3) Jr 36,6 . ´eth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (6) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) 1 S 8,10 . (5) Jr 36,4 . (6) Ez 11,25 . ´èth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Jr 36,11 . (2) Jr 43,1 .
Ex 24,5 - Ex 24,5 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
l5kai exapesteilen tous neaniskous twn uiwn israhl kai anhnegkan olokautwmata kai equsan qusian swthriou tw qew moscaria 5kai exapesteilen tous neaniskous t˘n ui˘n israèl kai anènegkan olokaut˘mata kai ethusan thusian s˘tèriou t˘ the˘ moscharia 5 misitque iuvenes de filiis Israhel et obtulerunt holocausta immolaveruntque victimas pacificas Domino vitulos   5   5 En hij zond de jongelingen van de kinderen Israëls, die brandofferen offerden, en den HEERE dankofferen offerden, van jonge ossen. [5] Toen* gaf hij jonge Israëlieten de opdracht om stieren op te dragen als brand- en slachtoffers voor de heer.  [5] Hij droeg een aantal jonge Israëlieten op om de HEER brandoffers te brengen en stieren te slachten voor een vredeoffer.   5 Hij zendt de jongeren van Israëls zonen uit, en die doen opgangsgaven opgaan en offeren vredesoffers aan de ENE, varren.  5. Puis il envoya de jeunes Israélites offrir des holocaustes et immoler à Yahvé de jeunes taureaux en sacrifice de communion.  

King James Bible . And he sent young men of the children of Israel, which offered burnt offerings, and sacrificed peace offerings of oxen unto the LORD.
Luther-Bibel (1984) . Und er sandte Jünglinge der Kinder Israel hin, und sie opferten Brandopfer und schlachteten Friedensopfer von Farren dem Jehova.

Tekstuitleg van Ex 24,5 . Dit vers Ex 24,5 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 52 (2 X 2 X 13) letters . De getalswaarde van Ex 24,5 is 3222 (2 X 3 X 3 X 179) .

Ex 24,6 - Ex 24,6 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6lab˘n de m˘usès to èmisu tou aimatos enecheen eis kratèras to de èmisu tou aimatos prosecheen pros to thusiastèrion 6 tulit itaque Moses dimidiam partem sanguinis et misit in crateras partem autem residuam fudit super altare  6   6 En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar.   [6] Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen, terwijl hij de andere helft uitgoot over het altaar.   [6] Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen, de andere helft goot hij tegen het altaar.  6 Dan neemt Mozes de helft van het bloed en doet dat in de bakken; de helft van het bloed heeft hij over het altaar gespat.  6. Moïse prit la moitié du sang et la mit dans des bassins, et l'autre moitié du sang, il la répandit sur l'autel.  

King James Bible . And Moses took half of the blood, and put it in basons; and half of the blood he sprinkled on the altar.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose nahm die Hälfte des Blutes und tat es in Schalen, und die Hälfte des Blutes sprengte er an den Altar.

Tekstuitleg van Ex 24,6 . Dit vers Ex 24,6 telt 11 woorden en 39 (3 X 13) letters . De getalswaarde van Ex 24,6 is 2070 (2 X 3² X 5 X 23) .

Ex 24,6.1. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . getalswaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19 . (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) . Een vorm van לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) in Tenakh (965) .
- Grieks . act. part. aor. nom. mann. enk. λαβων = labôn van het werkw. λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . LXX (46) . NT (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) : Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 . Mt (11) : (1) Mt 13,31 . (2) Mt 14,19 . (3) Mt 17,27 . (4) Mt 25,16 . (5) Mt 25,18 . (6) Mt 25,20 . (7) Mt 26,26 . (8) Mt 26,27 . (9) Mt 27,24 . (10) Mt 27,48 . (11) Mt 27,59 . Mc (5) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,22 . (5) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 6,4 . (2) Lc 9,16 . (3) Lc 13,19 . (4) Lc 20,29 . (5) Lc 22,19 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,43 . Joh (4) : (1) Joh 3,33 . (2) Joh 13,4 . (3) Joh 13,30 . (4) Joh 18,3 . Bijbel (86) . Een vorm van λαμβανω = lambanô (nemen) in het NT (258) , in de LXX (1335) .
- λαβων δε = labôn de (genomen hebbende echter) . LXX (6) : (1) Gn 31,45 . (2) Gn 48,13 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) 2 Mak 4,25 . (6) Job 42,17 . NT (1) : Lc 9,16 .
- και λαβων = kai labôn (en genomen hebbende) . LXX (15) . NT (15) . Synoptici : Mt (5) : (1) Mt 14,19 . (2) Mt 15,36 .(3) Mt 26,27 . (4) Mt 27,48 . (5) Mt 27,59 . Mc (4) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 22,19 . (2) Lc 24,43 . Joh (1) : Joh 13,4 .
- Ned. : nemen . Arabisch : أخذ = akhadha . Zie : http://www.arabischlexicon.com/157-akhadha-nemen-157115821584.html . D. : nehmen . E. : take . Fr. : prendre . Grieks : λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . Hebreeuws : לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Lat. : accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) .

2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

1. - 2. wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . In achttien verzen in de bijbel .
Ex 24,7 - Ex 24,7 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
  7 kai lab˘n to biblion tès diathèkès anegn˘ eis ta ˘ta tou laou kai eipan panta osa elalèsen kurios poièsomen kai akousometha 7 adsumensque volumen foederis legit aud iente populo qui dixerunt omnia quae locutus est Dominus faciemus et erimus oboedientes   7 7 En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. [7] Toen nam hij het Verbondsboek en las dit voor aan het volk. En zij verzekerden: ‘Alles wat de heer zegt, zullen wij doen en ter harte nemen.’  [7] Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor, en zij zeiden: ‘Alles wat de HEER gezegd heeft zullen we ter harte nemen.’  7 Hij neemt de boekrol van het verbond en leest die voor de oren van de gemeente; zij zeggen: al wat de ENE heeft gesproken zullen we doen en willen we horen!  7. Il prit le livre de l'Alliance et il en fit la lecture au peuple qui déclara : « Tout ce que Yahvé a dit, nous le ferons et nous y obéirons. » 

King James Bible . And he took the book of the covenant, and read in the audience of the people: and they said, All that the LORD hath said will we do, and be obedient.
Luther-Bibel (1984) . Und er nahm das Buch des Bundes und las es vor den Ohren des Volkes; und sie sprachen: Alles, was Jehova geredet hat, wollen wir tun und gehorchen.

Tekstuitleg van Ex 24,7 . Dit vers Ex 24,7 telt 13 woorden en 52 (2 X 2 X 13) letters ; verhouding : 1 op 4 . De getalswaarde van Ex 24,7 is 3520 ( 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 5 X 11) .

Ex 24,7.1. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . getalswaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19 . (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) . Een vorm van לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) in Tenakh (965) .
- Grieks . act. part. aor. nom. mann. enk. λαβων = labôn van het werkw. λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . LXX (46) . NT (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) : Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 . Mt (11) : (1) Mt 13,31 . (2) Mt 14,19 . (3) Mt 17,27 . (4) Mt 25,16 . (5) Mt 25,18 . (6) Mt 25,20 . (7) Mt 26,26 . (8) Mt 26,27 . (9) Mt 27,24 . (10) Mt 27,48 . (11) Mt 27,59 . Mc (5) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,22 . (5) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 6,4 . (2) Lc 9,16 . (3) Lc 13,19 . (4) Lc 20,29 . (5) Lc 22,19 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,43 . Joh (4) : (1) Joh 3,33 . (2) Joh 13,4 . (3) Joh 13,30 . (4) Joh 18,3 . Bijbel (86) . Een vorm van λαμβανω = lambanô (nemen) in het NT (258) , in de LXX (1335) .
- λαβων δε = labôn de (genomen hebbende echter) . LXX (6) : (1) Gn 31,45 . (2) Gn 48,13 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) 2 Mak 4,25 . (6) Job 42,17 . NT (1) : Lc 9,16 .
- και λαβων = kai labôn (en genomen hebbende) . LXX (15) . NT (15) . Synoptici : Mt (5) : (1) Mt 14,19 . (2) Mt 15,36 .(3) Mt 26,27 . (4) Mt 27,48 . (5) Mt 27,59 . Mc (4) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 22,19 . (2) Lc 24,43 . Joh (1) : Joh 13,4 .
- Ned. : nemen . Arabisch : أخذ = akhadha . Zie : http://www.arabischlexicon.com/157-akhadha-nemen-157115821584.html . D. : nehmen . E. : take . Fr. : prendre . Grieks : λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . Hebreeuws : לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Lat. : accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) .

Ex 24,7.3. בְּרִית = bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenakh : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Genesis : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jesaja : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jeremia : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Ezechiël : bërîth (verbond) . Getalswaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , taw = 22 of 400 ; totaal : 54 (2 X 3³) of 612 (2² X 3² X 17) . Structuur : 2 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (132) . Pentateuch (32) . Eerdere Profeten (40) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (34) . In negen verzen in Gn . (1) Gn 9,13 (boog : teken van het verbond) . (2) Gn 9,16 (verbond tussen God en de mensen) . (3) Gn 14,13 (bondgenoten van Abram) . (4) Gn 15,18 (JHWH sloot een verbond met Abram) . (5) Gn 17,11 (verbond van God met Abraham en zijn nageslacht) . (6) Gn 21,27 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (7) Gn 21,32 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (8) Gn 26,28 (verbond tussen Isaak en Abimelech) . (9) Gn 31,44 (verbond tussen Laban en Jakob) . Een vorm van diathèkè (verbond) in het NT (33) . Syn. en ev. (4) . In de LXX (358) . Ex (6) : (1) Ex 23,32 . (2) Ex 31,16 . (3) Ex 34,10 . (4) Ex 34,12 . (5) Ex 34,15 . (6) Ex 34,27 .
- בְּרִית = bërîth (verbond) < birîth . (Lettinga 12 , 2012 , 4e1 . De sëwa staat onder de eerste consonant van een woord .
- Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Taalgebruik in de LXX : diathèkè (verbond) . Lat. foedus (zie b.v. federaal) , testamentum . E. testament . Fr. alliance . E. covenant . Ned. testamment , verbond , overeenkomst . D. Bund .
- הַבְּרִית = habbërîth (het verbond) . Tenakh (43) . Pentateuch (15) : (1) Gn 9,12 . (2) Gn 9,17 . (3) Ex 24,7 . (4) Ex 24,8 . (5) Ex 34,28 . (6) Dt 5,3 . (7) Dt 7,9 . (8) Dt 7,12 . (9) Dt 9,9 . (10) Dt 9,11 . (11) Dt 9,15 . (12) Dt 28,69 . (13) Dt 29,8 . (14) Dt 29,13 . (15) Dt 29,20 .

Ex 24,7.4. וַיִּקְרָא = wajjiqërâ´ (en hij riep, hij heet, hij noemde) < prefix waw consecutivum + werkwoordvorm act. qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud van het werkwoord קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalswaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (209) . Pentateuch (90) . Eerdere Profeten (81) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (25) . Gn (55) .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. εκαλεσεν = ekalesen (hij riep) van het werkw. καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . Een vorm van καλεω = kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het NT (148) .
kaleô (roepen) actief bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev. P. A. b.
act. ind. aor. 3de pers. enk. ekalesen 204 195 9 3 1 1     4   5  

- Ned. : roepen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא =qërâ´ (roepen) . D. : rufen . E. : to call . Fr. : appeler (Lat. . appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Grieks : καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Hebreeuws : קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Lat. : vocare (vox = stem) . l (qâla) en r (qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) .

Ex 24,7.6. הָעָם = hâ`âm (het volk) < prefix bepaald lidwoord + zelfstandig naamwoord enkelvoud . Tenakh (659) . Pentateuch (197) . Eerdere Profeten (259) . Latere Profeten (97) . 12 Kleine Profeten (11) . Geschriften (95) .
- עָם / עַם = `am (volk) OF עִם = `im (met) . Taalgebruik in Tenakh : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 of 110 (2 X 5 X Structuur : 7 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . 11) . `- m . Tenakh (612) . Pentateuch (100) .
- Grieks : λαος = laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . Taalgebruik in de LXX : laos (volk) . Taalgebruik in Lc : laos (volk) . Een vorm van λαος = laos (volk) in de LXX (2064) , in het NT (141) .
- Ned. : volk . D. : Volk . E. : people . Fr. : peuple . Grieks : λαος = laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . Hebreeuws : עָם / עַם = `am (volk) OF עִם = `im (met) . Taalgebruik in Tenakh : `am (volk) . Lat. : populus .

Ex 24,7.7. וַיּאֹמְרוּ = wajjô´mërû (en zij zeiden) < prefix waw consecutivum + act. ind. imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. אמר = ´-m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (304) .

Ex 24,7.10. Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .
-- και ελαλησεν = kai elalèsen (en hij sprak) . LXX (187) . NT (4) .
-- ελαλησεν δε = elalèsen de (hij sprak echter) . LXX (4) . NT (1) .

Ex 24,7.11. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23
  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Ex 24,7.8. - 11. kol ´äsjèr dibbèr JHWH (alles wat JHWH sprak) . Tenakh (2) : (1) Ex 19,8 . (2) Ex 24,7 .

Ex 24,7.12. act. qal imperf. 1ste pers. mv. נַעֲשֶׂה = naäshèh (- laten - wij maken) van het werkw. עָשָׂה = `âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 375 (3 X 5³) . Structuur : 7 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (52) . Pentateuch (6) : (1) Gn 1,26 . (2) Ex 19,8 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,7 . (5) Lv 7,9 . (6) Nu 32,31 .
- Het werkwoord staat in het meervoud . אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) is dus als een meervoud opgevat .


Ex 24,8 - Ex 24,8 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8labôn de môusès to aima kateskedasen tou laou kai eipen idou to aima tès diathèkès ès dietheto kurios pros umas peri pantwn twn logwn toutwn  8 ille vero sumptum sanguinem respersit in populum et ait hic est sanguis foederis quod pepigit Dominus vobiscum super cunctis sermonibus his  8 8 Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden.   [8] Vervolgens nam Mozes het bloed, sprenkelde dat over het volk en sprak: ‘Dit is het bloed van het verbond dat de heer, op grond van al deze woorden, met u sluit.’  [8] Toen nam Mozes het bloed en besprenkelde daarmee het volk. ‘Met dit bloed,’ zei hij, ‘wordt het verbond bekrachtigd dat de HEER met u heeft gesloten door u al deze geboden te geven.’  8 Mozes neemt het bloed en spat het over de gemeente; hij zegt: ziehier het bloed van het verbond dat de ENE met u heeft gesmeed bij al deze woorden!   8. Moïse, ayant pris le sang, le répandit sur le peuple et dit : « Ceci est le sang de l'Alliance que Yahvé a conclue avec vous moyennant toutes ces clauses. » 

King James Bible . And Moses took the blood, and sprinkled it on the people, and said, Behold the blood of the covenant, which the LORD hath made with you concerning all these words.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose nahm das Blut und sprengte es auf das Volk und sprach: Siehe, das Blut des Bundes, den Jehova mit euch gemacht hat über alle diese Worte.

Tekstuitleg van Ex 24,8 . Het vers Ex 24,8 telt 19 woorden en 65 (5 X 13) letters . De getalswaarde van Ex 24,8 is 4204 (2² X 1051) .
                 

 

               

Ex 24,8.1. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . getalswaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19 . (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) . Een vorm van לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) in Tenakh (965) .
- Grieks . act. part. aor. nom. mann. enk. λαβων = labôn van het werkw. λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . LXX (46) . NT (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) : Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 . Mt (11) : (1) Mt 13,31 . (2) Mt 14,19 . (3) Mt 17,27 . (4) Mt 25,16 . (5) Mt 25,18 . (6) Mt 25,20 . (7) Mt 26,26 . (8) Mt 26,27 . (9) Mt 27,24 . (10) Mt 27,48 . (11) Mt 27,59 . Mc (5) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,22 . (5) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 6,4 . (2) Lc 9,16 . (3) Lc 13,19 . (4) Lc 20,29 . (5) Lc 22,19 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,43 . Joh (4) : (1) Joh 3,33 . (2) Joh 13,4 . (3) Joh 13,30 . (4) Joh 18,3 . Bijbel (86) . Een vorm van λαμβανω = lambanô (nemen) in het NT (258) , in de LXX (1335) .
- λαβων δε = labôn de (genomen hebbende echter) . LXX (6) : (1) Gn 31,45 . (2) Gn 48,13 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) 2 Mak 4,25 . (6) Job 42,17 . NT (1) : Lc 9,16 .
- και λαβων = kai labôn (en genomen hebbende) . LXX (15) . NT (15) . Synoptici : Mt (5) : (1) Mt 14,19 . (2) Mt 15,36 .(3) Mt 26,27 . (4) Mt 27,48 . (5) Mt 27,59 . Mc (4) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 22,19 . (2) Lc 24,43 . Joh (1) : Joh 13,4 .
- Ned. : nemen . Arabisch : أخذ = akhadha . Zie : http://www.arabischlexicon.com/157-akhadha-nemen-157115821584.html . D. : nehmen . E. : take . Fr. : prendre . Grieks : λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . Hebreeuws : לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Lat. : accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) .

Ex 24,8.2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,8.1. - 2. וַיּקַּח מֹשֶׁה = wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . Tenakh (17) : (1) Ex 4,20 . (2) Ex 13,19 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) Lv 8,10 . (6) Lv 8,15 . (7) Lv 8,23 . (8) Lv 8,28 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,30 . (11) Nu 1,17 . (12) Nu 3,49 . (13) Nu 7,6 . (14) Nu 20,9 . (15) Nu 31,47 . (16) Nu 31,51 . (17) Nu 31,54 .

Ex 24,8.3. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalswaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . Joz (231) . Gn (525) . Ex (473) .

Ex 24,8.4. הַדָּם = haddâm (het bloed) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (58) . Ex (10) : (1) Ex 7,21 . (2) Ex 12,7 . (3) Ex 12,13 . (4) Ex 12,22 . (5) Ex 12,23 . (6) Ex 24,6 . (7) Ex 24,8 . (8) Ex 29,12 . (9) Ex 29,20 . (10) Ex 29,21 .
- דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . dm : Tenakh (70) . Ex (4) : (1) Ex 7,19 . (2) Ex 23,18 . (3) Ex 24,8 . (4) Ex 34,25 .
- Grieks . nom. + acc. onz. enk.  αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Taalgebruik in de LXX : haima (bloed) . Mt (5) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,35 . (3) Mt 26,28 . (4) Mt 27,4 . (5) Mt 27,25 . Mc (1) : Mc 14,24 . Lc (2) : (1) Lc 11,50 . (2) Lc 13,1 . Joh (5) : (1) Joh 6,53 . (2) Joh 6,54 . (3) Joh 6,55 . (4) Joh 6,56 . (5) Joh 19,34 . Hnd (6) : (1) Hnd 2,19 . (2) Hnd 2,20 . (3) Hnd 5,28 . (4) Hnd 18,6 . (5) Hnd 21,25 . (6) Hnd 22,20 . Een vorm van  αἱμα = haima (bloed) in de LXX (401) , in het NT (97) , in Mt (10) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,30 . (3) Mt 23,35 . (4) Mt 26,28 . (5) Mt 27,4 . (6) Mt 27,6 . (7) Mt 27,8 . (8) Mt 27,24 . (9) Mt 27,25 . (10) Mt 27,49 , in Mc (3) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,29 . (3) Mc 14,24 . in Lc (7) : (1) Lc 8,43 . (2) Lc 8,44 . (3) Lc 11,50 . (4) Lc 11,51 . (5) Lc 13,1 . (6) Lc 22,20 . (7) Lc 22,44 .
    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk.  haima 225  183  42  12  11  13  10 

- Ned. : bloed . Arabisch : دَم = dam (bloed) . Taalgebruik in de Qoran : dam (bloed) . D. : Blut . E. : blood . Fr. : sang . Gr. : αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Hebreeuws : דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Lat. : sanguis .

Ex 24,8.3. - 4. אֶת הַדָּם= ´èth haddâm (het bloed) . Tenakh (17) : (1) Ex 12,13 . (2) Ex 12,23 . (3) Ex 24,8 . (4) Ex 29,20 . (5) Lv 1,5 . (6) Lv 3,2 . (7) Lv 8,15 . (8) Lv 8,19 . (9) Lv 8,24 . (10) Lv 9,9 . (11) Lv 9,12 . (12) Lv 9,18 . (13) Lv 17,6 . (14) Lv 17,10 . (15) Dt 21,7 . (16) 2 Kr 29,22 . (17) 2 Kr 30,16 .

Ex 24,8.2. - 4. מֹשֶׁה אֶת הַדָּם = mosjèh ´èth haddâm (Mozes het bloed) . Tenakh (4) : (1) Ex 24,8 . (2) Lv 8,15 . (3) Lv 8,19 . (4) Lv 8,2 4 .

Ex 24,8.1. - 4. וַיּקַּח מֹשֶׁה אֶת הַדָּם = wajjiqqach mosjèh ´èth haddâm (en Mozes nam het bloed) . Tenakh (2) : (1) Ex 24,8 . (2) Lv 8,15 .
-In het NT lezen we 2X : και λαβων το ποτηριον = kai labôn to potèrion (en genomen de beker) : (1) Mt 26,27 . (2) Mc 14,23 . In het NT is er sprake dat Jezus de beker nam .
- λαβων δε μωυσης το αἱμα = labôn de moüsès to haima (Mozes echter het bloed genomen hebbende) . Bijbel (1) : Ex 24,8 .
- λαβων το αἱμα = labôn to haima (het bloed genomen hebbende) . Bijbel (2) . LXX (1) : Ex 29,16 . NT (1) : Heb 9,19 .

Ex 24,8.5. וַיִּזְרֹק = wajjizêroq (en hij besprenkelde) < prefix waw consecutivum + act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. זָרַק = zâraq (sprenkelen, sprengen, strooien) . Taalgebruik in Tenakh : zâraq (sprenkelen, sprengen, strooien) . Getalswaarde : zain = 7 , rasj = 20 of 200 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 46 (2 X 23) OF 307 . Structuur : 7 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (6) : (1) Ex 9,10 . (2) Ex 24,8 . (3) Lv 8,19 . (4) Lv 8,24 . (5) 2 K 16,13 . (6) 2 Kr 34,4 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. κατεσκεδασεν = kateskedasen (hij goot uit) van het werkw. κατασκεδαννυμι = kataskedannumi (uitstrooien, uitgieten, verbreiden) . Bijbel (1) : Ex 24,8 .

Ex 24,8.6. Hebreeuws . עַל = `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Taalgebruik in Jesaja : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 (2² X 7) of 100 (2² X 5²) . Structuur : 7 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (3075) . Pentateuch (828) . Eerdere Profeten (616) . Latere Profeten (585) . 12 Kleine Profeten (186) . Geschriften (860) .

Ex 24,8.7. עָם / עַם = `am (volk) OF עִם = `im (met) . Taalgebruik in Tenakh : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Taalgebruik in Amos : `am (volk) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 of 110 (2 X 5 X 11) . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . Tenakh (612) . Een vorm van laos (volk) in de LXX (2064) , in het NT (141) . `- m . Tenakh (612) . Pentateuch (100) .

Ex 24,8.8. וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordsvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. `-m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) .Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Gn 1-11 (49) . Gn 12 (4) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 12,7 . (3) Gn 12,11 . (4) Gn 12,18 . In Gn 12,1 is het de 50ste keer . De stam `-m-r in Tenakh (5422) .
  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Gn 12  
  1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 4  

- Lettinga 12, 2012, 53c2 : Het werkw. begint met een aleph . Het is een gutturaal , maar de zwakste van de gutturalen . Omwille van die zwakke gutturaal krijgen een aantal werkw. een bijzondere behandeling voor de qal imperf. . Dit is het geval voor ons werkw. . In het imperf. gaat een medeklinker vooraf aan de aleph . De aleph quiesceert : ja´mur -> jamur (Lettinga 12, 2012, 12b) . In de eerste lettergreep gaat de lange a in een beklemtoonde lettergreep over in een lange o : jâmur -> jômur (Lettinga 12, 2012, 14c) . De voorlaatste lettergreep heeft hier de klemtoon (Lettinga 12, 2012, 10b) . In de tweede lettergreep ontstaat door klankdissimilatie een a : jomur -> jomar (i.p.v. het verwachte jômor) (Lettinga 12, 2012 , 15g) . In de qal imperf. consecut. is er een zeer zwakke klinker van de tweede lettergreep en werd het een è , vandaar wajjo´mèr . (Zie ook Jouön , 73) .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . λεγω = legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .

    bijbel OT LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Gn 12 Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  act. ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  2275 + 151 684 985 234 63 309 378 4 149 15 98 44 598  118  56  223  114  75  397  511 

- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא = qërâ´ (roepen) . D. : sagen (zeggen) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere . l (قَالَ = qâla) en r (קְרָא = qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) . Lat. : dicere . Fr. : dire . Italiaans : dire . Spaans : decir .
- In het werkw. אָמַר = ´âmar (zeggen) zit het woord אְמ = ´em (moeder) ; om erop te wijzen dat een taal allereerst een moedertaal is ? Beide woorden beginnen met aleph , de eerste letter van het alfabet en duiden een begin aa

prefix voegwoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . getalswaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (192 = 26 X 7) . Pentateuch (140 = 20 X 7) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (8) . Gn (16) . Ex (20) . Lv (40) . Nu (57 = 3 X 19) . Dt (7) . Gn (16) : (1) Gn 8,15 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 19,14 . (4) Gn 20,8 . (5) Gn 23,3 . (6) Gn 23,8 . (7) Gn 23,13 . (8) Gn 34,3 . (9) Gn 34,8 . (10) Gn 41,9 . (11) Gn 41,17 . (12) Gn 42,7 . (13) Gn 42,24 . (14) Gn 44,6 . (15) Gn 50,4 . (16) Gn 50,21 . Ex (20) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,13 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 13,1 . (9) Ex 14,1 . (10) Ex 16,11 . (11) Ex 20,1 . (12) Ex 25,1 . (13) Ex 30,11 . (14) Ex 30,17 . (15) Ex 30,22 . (16) Ex 31,1 . (17) Ex 32,7 . (18) Ex 33,1 . (19) Ex 34,31 . (20) Ex 40,1 . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Nu 6 (2) : (1) Nu 6,1 . (2) Nu 6,22 . Dt (7) : (1) Dt 2,17 . (2) Dt 4,12 . (3) Dt 27,9 . (4) Dt 31,1 . (5) Dt 31,30 . (6) Dt 32,44 . (7) Dt 32,48 .
- De getalswaarde van וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) is : waw = 6 , jod = 10 ; samen : 15 ; algemeen totaal : 26 + 16 = 42 (2 X 3 X 7) OF 206 + 16 = 222 (6 X 37 OF (10 X 17) + (2 X 26) .
- In Ex 20,1 is het vervoegd werkw. vergezeld van het lijdend voorwerp met dezelfde stam als het werkw. . Bovendien is in Ex 20,1 nog een werkw. van 'zeggen' toegevoegd .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .
-- και ελαλησεν = kai elalèsen (en hij sprak) . LXX (187) . NT (4) .
-- ελαλησεν δε = elalèsen de (hij sprak echter) . LXX (4) . NT (1) .
- De werkwoordvorm ειπεν = eipen (hij zei) komt veelvuldiger voor . Zie : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Gn (378) . Ex (149) . Lv (15) . Nu (98) . Dt (44) .
  laleô  bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt   NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  189 106 39 11 38 25 30 38 68 28   31  13  19   
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 3024  2426  684 985 234 63 309 378 149 15 98 44   598  118  56  223  114  75  397       

- Vulgaat . perf. deelw. locutus (gesproken) van het werkw. loqui (spreken) . Bijbel (559) . OT (503) . NT (56) . Ex (23) .
-- locutusque (en gesproken) . Bijbel (66) .
- Ned. : spreken . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) . D. : sprechen . E. : to speek . Fr. : parler . Grieks : λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Lat. : loqui .
- De werkwoordvorm וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Ex 19 - 24 (11) . Ex 19 (7) : (1) Ex 19,9 (JHWH tot Mozes) . (2) Ex 19,10 (JHWH tot Mozes) . (3) Ex 19,15 (Mozes tot het volk) . (4) Ex 19,21 (JHWH tot Mozes) . (5) Ex 19,23 (Mozes tot JHWH) . In twee verzen in Ex 24 : (1) Ex 24,8 . (2) Ex 24,12 .

Ex 24,8.10. הַדָּם = haddâm (het bloed) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (58) . Ex (10) : (1) Ex 7,21 . (2) Ex 12,7 . (3) Ex 12,13 . (4) Ex 12,22 . (5) Ex 12,23 . (6) Ex 24,6 . (7) Ex 24,8 . (8) Ex 29,12 . (9) Ex 29,20 . (10) Ex 29,21 .
- דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . dm : Tenakh (70) . Ex (4) : (1) Ex 7,19 . (2) Ex 23,18 . (3) Ex 24,8 . (4) Ex 34,25 .
- Grieks . nom. + acc. onz. enk.  αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Taalgebruik in de LXX : haima (bloed) . Mt (5) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,35 . (3) Mt 26,28 . (4) Mt 27,4 . (5) Mt 27,25 . Mc (1) : Mc 14,24 . Lc (2) : (1) Lc 11,50 . (2) Lc 13,1 . Joh (5) : (1) Joh 6,53 . (2) Joh 6,54 . (3) Joh 6,55 . (4) Joh 6,56 . (5) Joh 19,34 . Hnd (6) : (1) Hnd 2,19 . (2) Hnd 2,20 . (3) Hnd 5,28 . (4) Hnd 18,6 . (5) Hnd 21,25 . (6) Hnd 22,20 . Een vorm van  αἱμα = haima (bloed) in de LXX (401) , in het NT (97) , in Mt (10) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,30 . (3) Mt 23,35 . (4) Mt 26,28 . (5) Mt 27,4 . (6) Mt 27,6 . (7) Mt 27,8 . (8) Mt 27,24 . (9) Mt 27,25 . (10) Mt 27,49 , in Mc (3) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,29 . (3) Mc 14,24 . in Lc (7) : (1) Lc 8,43 . (2) Lc 8,44 . (3) Lc 11,50 . (4) Lc 11,51 . (5) Lc 13,1 . (6) Lc 22,20 . (7) Lc 22,44 .
    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk.  haima 225  183  42  12  11  13  10 

- Ned. : bloed . Arabisch : دَم = dam (bloed) . Taalgebruik in de Qoran : dam (bloed) . D. : Blut . E. : blood . Fr. : sang . Gr. : αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Hebreeuws : דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Lat. : sanguis .

Ex 24,8.11.

Ex 24,8.10. - 11. דַם הַבְּרִית = dam habbërîth (bloed van het verbond) . In Tenakh slechts in Ex 24,8

Ex 24,8.11. - 12. הַבְּרִית אֲשֶׁר = habbërîth ´äsjèr (het verbond dat) . Tenakh (9) : (1) Gn 9,12 . (2) Gn 9,17 . (3) Ex 24,8 . (4) Dt 9,9 . (5) Dt 28,69 . (6) 2 Kr 21,7 . (7) Jr 31,33 . (8) Jr 34,18 . (9) Mal 3,1 .

Ex 24,8.13. כָרַת = kârath (snijden, uitroeien) . Taalgebruik in Tenakh : kârath (snijden) . getalswaarde : kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 53 OF 620 . Structuur : 2 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (26) : (1) Gn 15,18 . (2) Ex 24,8 . (3) Ex 34,10 . (4) Dt 4,23 . (5) Dt 5,2 . (6) Dt 5,3 . (7) Dt 9,9 . (8) Dt 28,69 . (9) Dt 29,11 . (10) Dt 29,13 . (11) Dt 29,24 .

Ex 24,8.11. - 13. הַבְּרִית אֲשֶׁר כָּרַת = habbërîth ´äsjèr kârath (het verbond dat hij sloot) . Tenakh (4) : (1) Ex 24,8 . (2) Dt 9,9 . (3) Dt 28,69 . (4) 2 Kr 21,7 .

Ex 24,8.14. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9 verzen, 10X) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23
  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Ex 24,8.13. - 14. כָרַת יהוה = kârath JHWH (JHWH sloot / sneed) . Tenakh (6) : (1) Ex 24,8 . (2) Ex 24,8 . (3) Dt 5,3 . (4) Dt 9,9 . (5) 1 K 8,9 . (6) 2 Kr 6,10 .

Ex 24,8.18. הַדְּבָרִים = haddëbhârîm (de woorden) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. דָבָר = dâbhâr (woord, daad) . Zie het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . getalswaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (132) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (35) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (15) . Gn (11) : (1) Gn 15,1 . (2) Gn 20,8 . (3) Gn 22,1 . (4) Gn 22,20 . (5) Gn 24,66 . (6) Gn 29,13 . (7) Gn 39,7 . (8) Gn 40,1 . (9) Gn 43,7 . (10) Gn 44,6 . (11) Gn 48,1 . Ex (12) : (1) Ex 4,15 . (2) Ex 4,30 . (3) Ex 18,19 . (4) Ex 19,6 . (5) Ex 19,7 . (6) Ex 20,1 . (7) Ex 24,3 . (8) Ex 24,8 . (9) Ex 34,1 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 35,1 .

Ex 24,8.17. - 18. כל הַדְּבָרִים = kâl haddëbharîm (alle woorden / gebeurtenissen) . Tenakh (43) . Gn (3) : (1) Gn 20,8 . (2) Gn 24,66 . (3) Gn 29,13 . Ex (4) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 19,7 . (3) Ex 20,1 . (4) Ex 24,3 . (5) Ex 24,8 .

Ex 24,8.19. הָאֵלֶּה = hâ´ellèh (deze) < bepaald lidw. ha + aanwijz. voornaamw. אֵלֶּה = ´ellèh (deze /dit) . Taalgebruik in Tenakh : ´lh . getalswaarde : aleph = 1 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 36 (2² X 3²) . Structuur : 1 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 .Tenakh (282) . Pentateuch (84) . Eerdere Profeten (91) . Latere Profeten (65) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (35) . Gn (20) : (1) Gn 15,1 . (2) Gn 15,17 . (3) Gn 20,8 . (4) Gn 21,29 . (5) Gn 22,1 . (6) Gn 22,20 . (7) Gn 24,28 . (8) Gn 29,13 . (9) Gn 34,21 . (10) Gn 35,4 . (11) Gn 38,25 . (12) Gn 39,7 . (13) Gn 39,17 . (14) Gn 39,19 . (15) Gn 40,1 . (16) Gn 41,35 . (17) Gn 43,7 . (18) Gn 44,6 . (19) Gn 44,7 . (20) Gn 48,1 . Ex (7) : (1) Ex 4,9 . (2) Ex 11,10 . (3) Ex 19,7 . (4) Ex 20,1 . (5) Ex 24,8 . (6) Ex 25,39 . (7) Ex 34,27 . Joz (34) . Joz 24 (3) : (1) Joz 24,17 . (2) Joz 24,26 . (3) Joz 24,29 .

Ex 24,8.18. - 19. הָאֵלֶּה הַדְּבָרִים = haddëbharîm hâ´ellèh (deze woorden/gebeurtenissen) . Tenakh (81) . Pentateuch (24) . Gn (10) . Ex (4) . Nu (2) . Dt (8) . Gn (10) : (1) Gn 15,1 . (2) Gn 20,8 . (3) Gn 22,1 . (4) Gn 22,20 . (5) Gn 29,13 . (6) Gn 39,7 . (7) Gn 40,1 . (8) Gn 43,7 . (9) Gn 44,6 . (10) Gn 48,1 . Ex (4) : (1) Ex 19,7 . (2) Ex 20,1 . (3) Ex 24,8 . (4) Ex 34,27 .

17. - 19. כל הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = kâl haddëbharîm hâ´ellèh (al deze woorden / gebeurtenissen) . Tenakh (43) . Gn (3) : (1) Gn 20,8 . (2) Gn 29,13 . Ex (4) : (1) Ex 20,1 . (2) Ex 24,8 .
Ex 24,9 - Ex 24,9 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9kai anebè môusès kai aarôn kai nadab kai abioud kai ebdomèkonta tès gerousias israèl  9 ascenderuntque Moses et Aaron Nadab et Abiu et septuaginta de senioribus Israhel   9 wajja`al Mosjèh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû 9 Mozes nu en Aäron klommen opwaarts, ook Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israël.   [9] Mozes besteeg de berg samen met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig oudsten van Israël.   [9] Hierna ging Mozes de berg op, samen met Aäron, Nadab, Abihu en zeventig oudsten van het volk,   9 ¶ Dan klimt Mozes op, met Aäron, Nadav en Avihoe, en zeventig van Israëls oudsten.  9. Moïse monta, ainsi qu'Aaron, Nadab, Abihu et soixante-dix des anciens d'Israël.  

King James Bible . Then went up Moses, and Aaron, Nadab, and Abihu, and seventy of the elders of Israel:
Luther-Bibel (1984) . Und es stiegen hinauf Mose und Aaron, Nadab und Abihu, und siebzig von den Ältesten Israels;

Ex 24,1 : opdracht `äleh ´èl JHWH ´aththâh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (Klim op naar JHWH jij en Aäron, Nadab en Abihoe)
Ex 24,9 : uitvoering wajja`al Mosjèh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (en klom op Mozes en Aäron, Nadab en Abihoe)

Tekstuitleg van Ex 24,9 . Dit vers Ex 24,9 telt 8 (2 X 2 X 2) woorden en 38 (2 X 19) letters . De getalswaarde van Ex 24,9 is 1986 (2 X 3 X 331) .

Ex 24,9.1. ויעל = wj`l : (1) verbindingsletter wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיַּעַל / וַיָּעַל = wajja`al / wajjâ`al (en hij klom op) . (2) verbindingsletter wë + act. qal jussief 3de pers. mann. enk. וְיַּעַל = wëja`al (en ga op) van het werkw. עָלָה = `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenakh (115) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (18) . Gn (10) : (1) Gn 8,20 . (2) Gn 13,1 . (3) Gn 17,22 . (4) Gn 19,30 . (5) Gn 26,23 . (6) Gn 35,13 . (7) Gn 38,12 . (8) Gn 46,29 . (9) Gn 50,7 . (10) Gn 50,9 . Ex (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 . Nu (4) : (1) Nu 23,2 . (2) Nu 23,14 . (3) Nu 23,30 . (4) Nu 33,38 . Dt (1) Dt 34,1 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ανεβη = anebè (hij klom naar boven) van het werkw. αναβαινω = anabainô (beklimmen, naar boven klimmen, naar boven banen) . Taalgebruik in het NT : anabainô (beklimmen) . Taalgebruik in de LXX : anabainô (beklimmen) . Bijbel (187) . OT (165) . Pentateuch (24) . Gn (10) : (1) Gn 13,1 . (2) Gn 17,22 . (3) Gn 19,30 . (4) Gn 24,16 . (5) Gn 26,23 . (6) Gn 32,27 . (7) Gn 35,13 . (8) Gn 38,12 . (9) Gn 46,29 . (10) Gn 50,7 . Ex (10) : (1) Ex 2,23 . (2) Ex 16,13 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,15 . (7) Ex 24,18 . (8) Ex 34,4 . (9) Ex 40,36 . (10) Ex 40,37 . Nu (3) : (1) Nu 9,17 . (2) Nu 10,11 . (3) Nu 33,38 . Dt (1) Dt 34,1 . NT (22) . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor : bij het doopsel (Mt 3,16) , bij de bergrede (Mt 5,1) en bij het wandelen over het water (Mt 14,23) . Mc (1) : Mc 6,51 . Lc (3) : (1) Lc 2,4 . (2) Lc 9,28 . (3) Lc 19,4 .

  anabainô (beklimmen)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. anebè   187  165  22  12     

Ex 24,9.2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,9.1. - 2. inleiding en uitnodiging (opdracht)

Ex 19,20   wajjiqërâ´ JHWH (en JHWH riep) lëmosjèh (- tot - Mozes) ´èl ro´sj hâhâr (naar de top van de berg)
Ex 24,1 : opdracht - Ex 24,9 : uitvoering

wë´èl mosjèh ´âmar (en tot Mozes zei hij)  

`äleh (klim op) ´èl JHWH (naar JHWH)
Ex 24,12 : opdracht . Uitvoering : Ex 24,13 - Ex 24,15 - Ex 24,18 - wajj´omèr JHWH èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes)  `äleh ´elaj (ga tot mij) hâhârâh (bergwaarts , naar het gebergte)
Dt 32,48 - Dt 32,49 Dt 32,48 : wajëdabber JHWH ´èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) `äleh( klim op)    Dt 32,49 : `èl har hâ`äbhârîm (naar het Abarimgebergte) ... har nëbhô (de berg Nebo)

- וַיַּעַל מֹשֶׁה = wajja`al mosjèh (en Mozes klom op) . Tenakh (5) : (1) Ex 19,20 . (2) Ex 24,9 . (3) Ex 24,13 . (4) Ex 24,15 . (5) Dt 34,1 . In Dt 34,1 is de uitvoering van de opdracht die voordien in Dt 32,48 - Dt 32,49 werd gegeven . In al deze teksten gaat Mozes naar boven op uitnodiging van God / JHWH . De inleiding op deze uitnodiging verschilt van tekst tot tekst .
- και ανεβη μωυσης = kai anebè môusès (en Mozes beklom) . Bijbel = LXX (4) : 1) Ex 19,20 . (2) Ex 24,9 . (3) Ex 24,15 . (4) Dt 34,1 .

- וּמֹשֶׁה עָלָה = = ûmosjèh `âlâh (en Mozes beklom) . Tenakh (1) : Ex 19,3 .
- και μωυσης ανεβη = kai môusès anebè (en Mozes beklom) . Bijbel = LXX (1) : Ex 19,3 .

Ex 19,20 (Mozes) . wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op)  
Ex 24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig oudsten
op naar de berg) .
wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op)  
Ex 24,13 (Mozes en Jozua) . wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op) ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God)
Ex 24,15 (Mozes) wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) ´èl hâhâr (naar de berg)
Ex 24,18 (Mozes) wajjâbo´ Mosjèh ... wajja`al ´èl hâhâr (naar de berg)
Dt 34,1 (Mozes) wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) ... ´èl har nëbhô (naar de berg Nebo)

3. וְאַהֱרֹן = wë´ahäron (en Aäron) < prefix voegwoord wë + persoonsnaam אַהֱרֹן = ´ahäron (Aäron) . Taalgebruik in Tenakh : ´ahäron (Aäron) . getalswaarde : aleph = 1 , he = 5 , resj = 20 of 200 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 of 256 . Structuur : 1 - 5 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (50) .

Mosjèh wë´ahäron (Mozes en Aäron) . In drieëndertig verzen in de bijbel : (1) Ex 4,29 . (2) Ex 5,1 . (3) Ex 5,4 . (4) Ex 6,27 . (5) Ex 7,6 . (6) Ex 7,10 . (7) Ex 7,20 . (8) Ex 8,8 . (9) Ex 10,3 . (10) Ex 12,28 . (11) Ex 12,43 . (12) Ex 16,6 . (13) Ex 24,9 . (14) Ex 40,31 . (15) Lv 9,23 . (16) Nu 1,17 . (17) Nu 1,44 . (18) Nu 3,38 . (19) Nu 3,39 . (20)
- ´ahäron (Aäron) . Verwijzing : ´ahäron (Aäron) , zie Ex 24,9 . In 247 verzen in de bijbel .

4. Nâdâbh (Nadab) . Verwijzing : Nâdâbh (Nadab) , zie Ex 24,9 . getalswaarde : nun = 14 of 50 , dalath = 4 , beth = 2 . Totaal : 20 of 56 . In zeventien verzen in de bijbel : (1) Ex 6,23 . (2) Ex 24,1 . (3) Ex 24,9 . (4) Ex 28,1 . (5) Gn 35,29 . (6) Lev 10,1 . (7) Nu 3,2 . (8) Nu 3,4 . (9) Nu 26,60 . (10) Nadab en Abihoe zijn twee zonen van Aäron (Ex 6,23) .
- Nâdâbh wa´äbhîhû (Nadab en Abihoe) . In tien verzen in de bijbel .
- wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (en Aäron Nadab en Abihoe) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,9 . In Ex 24,1 geeft JHWH de opdracht aan Mozes , in Ex 24,9 voert Mozes de opdracht uit . Mosjèh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (Mozes en Aäron , Nadab en Abihoe) : slechts in Ex 24,9 . Bij de verheerlijking van Jezus neemt Jezus drie leerlingen met zich mee op de berg .

5. wa´äbhîhû (en Abihoe) . In tien verzen in de bijbel . Zoon van Aäron , broer van Nadab . ´äbhîhû (Abihoe) . Verwijzing : ´äbhîhû (Abihoe) , zie Ex 24,9 . In twee verzen in de bijbel .

Structuur Ex 24 Ex 24,1 Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 Ex 24,10 - Ex 24,11 Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 Ex 24,16 - Ex 24,17 Ex 24,18

Ex 24,10 - Ex 24,10 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10kai eidon ton topon ou eistèkei ekei o theos tou israèl kai ta upo tous podas autou hôsei ergon plinthou sapfeirou kai hôsper eidos stereômatos tou ouranou tè(i) kathariotèti  10 et viderunt Deum Israhel sub pedibus eius quasi opus lapidis sapphirini et quasi caelum cum serenum est  10 10 En zij zagen den God van Israël, en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, en als de gestaltenis des hemels in Zijn klaarheid.   [10] En zij aanschouwden* de God van Israël. Onder zijn voeten was een soort platform van saffier, helder als het hemelgewelf.  [10] en zij zagen de God van Israël. Onder zijn voeten was er iets als een plaveisel van saffier, helder stralend als de hemel zelf.  10 Zij zien Israëls God; onder zijn voeten: iets gemaakt als plaveisel van saffier, als het gebeente van de hemel zo helder.   10. Ils virent le Dieu d'Israël. Sous ses pieds il y avait comme un pavement de saphir, aussi pur que le ciel même. 

King James Bible .
Luther-Bibel (1984) . und sie sahen den Gott Israels; und unter seinen Füßen war es wie ein Werk von Saphirplatten und wie der Himmel selbst an Klarheit.

Tekstuitleg van Ex 24,10 . Het vers Ex 24,10 telt 12 (2² X 3) woorden en 53 letters . De getalswaarde van Ex 24,10 is (11 X 401) . Het eerste versdeel geeft aan dat Mozes , Aäron , Nadab en Abihu en de zeventig oudsten die een eindje de berg waren opgegaan de God van Israël zagen .

Ex 24,10.1. וַיִּרְאוּ = wajjirë`û (en zij zagen) < prefix nevenschikkend voegw. wë en werkw.vorm act. ind. imperf. (jiqtol) 3de pers. mann. mv. van het werkw. רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 26 of 206 . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . wjr´w : Tenakh (61) . Pentateuch (20) . Ex (3) : (1) Ex 5,19 . (2) Ex 16,15 . (3) Ex 24,10 . Een vorm van רָאָה = râ´âh in Tenakh (1188) .
- act. part. aor. nom. mann. mv. ιδοντες = idontes (gezien) . Zie : ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Taalgebruik in de LXX : eiden (hij zag) . Een vorm van ειδον / ειδεν = eidon / eiden in het NT (336) .
  zien  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  part. aor. nom. mann. mv. idontes   63  22  41  14    28  32     

- και ιδοντες = kai idontes (en gezien) . LXX (1) : Tob 11,16 . NT (10) .
- ιδοντες δε = idontes de (gezien echter) . LXX (8) . NT (13) .
- Ned. : zien . Arabisch : رَاهَ = ra´â (zien) . Taalgebruik in de Qoran : ra´â (zien) . D. : sehen , schauen . E. : to see . Fr. : voir . Gr. : ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Aoristvorm van ὁραω = horaô (zien) . Hebreeuws : רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Lat. : videre .

2. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . getalswaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) .

Ex 24,10.1. - 2. wajjirë`û (en zij zagen) ´eth . In Tenach slechts in Ex 24,10 .

Ex 24,10.3. - 4. אֱלֹהֵי יִשְׂרָאֵל = ´èloh(j)e jishërâel (de God van Israël) . Tenakh (191) . Pentateuch (6) : (1) Gn 33,20 . (2) Ex 5,1 . (3) Ex 24,10 . (4) Ex 32,27 . (5) Ex 34,23 . (6) Nu 16,9

Ex 24,10.2. - 4. אֵת אֱלֹהֵי יִשְׂרָאֵל = ´eth ´èloh(j)e jishërâel (de God van Israël) . In Tenakh slechts in Ex 24,10 .
Ex 24,11 - Ex 24,11 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11kai twn epilektwn tou israhl ou diefwnhsen oude eis kai wfqhsan en tw topw tou qeou kai efagon kai epion  11 nec super eos qui procul recesserant de filiis Israhel misit manum suam videruntque Deum et comederunt ac biberunt  11 w?’el-’a?îlê b?nê yis?ra’el lo’ šala? ya?ow wayye?ezû ’e?-ha’elohîm wayyo’??lû wayyiš?tû:   11 Doch Hij strekte Zijn hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israëls; maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden.  [11] Zijn hand kwam niet neer op de voorname Israëlieten: zij mochten God  [11] Deze vooraanstaande Israëlieten werden niet door God gedood: zij zagen hem, en zij aten en dronken.  11 Naar de edelen van Israëls zonen heeft hij zijn hand niet uitgestrekt; zij aanschouwden God en mochten eten en drinken. ••   11. Il ne porta pas la main sur les notables des Israélites. Ils contemplèrent Dieu puis ils mangèrent et burent.  

King James Bible .
Luther-Bibel (1984) . Und er streckte seine Hand nicht aus gegen die Edlen der Kinder Israel; und sie schauten Gott und aßen und tranken.

Tekstuitleg van Ex 24,11 .

1. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam אֵל = El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֶל = ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga(6) 13m) , ´il bin werd ´el .
- w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl (naar, tot) וְאֶל = wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el) 3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex 5,9 . (2) Ex 6,3 . (3) Ex 6,13 . (4) Ex 7,8 . (5) Ex 9,8 . (6) Ex 12,1 . (7) Ex 12,22 . (8) Ex 20,19 . (9) Ex 24,1 . (10) Ex 24,11 . (11) Ex 24,14 . (12) Ex 25,21 . (13) Ex 30,31 . (14) Ex 36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) .

Volgens Vogels (2001,231) staat Ex 24,12-18 aan het begin van het tweede deel van Exodus (Ex 24,12-31,18) .
Ex 24,12 - Ex 24,12 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12 kai eipen kurios pros môusèn anabèthi pros me eis to oros kai isthi ekei kai dôsô soi ta puxia ta lithina ton nomon kai tas entolas has egrapsa nomothetèsai autois  12 dixit autem Dominus ad Mosen ascende ad me in montem et esto ibi daboque tibi tabulas lapideas et legem ac mandata quae scripsi ut doceas eos   wajj´omèr JHWH èl mosjèh  `äleh ´elaj wèhëjeh sjâm 12 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Kom tot Mij op den berg, en wees aldaar; en Ik zal u stenen tafelen geven, en de wet, en de geboden, die Ik geschreven heb, om hen te onderwijzen.   [12] De heer sprak tot Mozes: ‘Kom naar Mij toe op de berg en blijf daar wachten. Ik zal u de stenen platen geven, de wetten en bepalingen die Ik op schrift gesteld heb, om hen te onderrichten.’  [12] De HEER zei tegen Mozes: ‘Kom naar mij toe, de berg op, en wacht daar; dan zal ik je de stenen platen geven waarop ik de wetten en geboden heb geschreven om het volk te onderrichten.’   12 ¶ De ENE zegt tot Mozes: klim op tot mij, de berg op, en blijf daar; dan geef ik je de platen van steen, het onderricht en het gebod dat ik heb opgeschreven om hen te onderrichten!  12. Yahvé dit à Moïse : « Monte vers moi sur la montagne et demeure là, que je te donne les tables de pierre - la loi et le commandement - que j'ai écrites pour leur instruction. »  

King James Bible . And the LORD said unto Moses, Come up to me into the mount, and be there: and I will give thee tables of stone, and a law, and commandments which I have written; that thou mayest teach them.
Luther-Bibel (1984) . Und der HERR sprach zu Mose: Komm herauf zu mir auf den Berg und bleib daselbst, dass ich dir gebe die steinernen Tafeln, Gesetz und Gebot, die ich geschrieben habe, um sie zu unterweisen.

Structuur Ex 24 Ex 24,1 Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 Ex 24,10 - Ex 24,11 Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 Ex 24,16 - Ex 24,17 Ex 24,18

Tekstuitleg van Ex 24,12 . Dit vers Ex 24,12 telt 19 woorden en 72 (2³ X 3²) letters . De getalswaarde van Ex 24,12 is 5583 (3 X 1861) . Na de inleiding volgt een citaat . De eerste twee woorden tellen elk twee lettergrepen ; het eerste woord begin met een ajin , het tweede met een aleph ; de tweede letter van de twee woorden is een lameth . De klinkers van de twee woorden vormen een chiasme : ä - e / e - a .

Ex 19,20   wajjiqërâ´ JHWH (en JHWH riep) lëmosjèh (- tot - Mozes) ´èl ro´sj hâhâr (naar de top van de berg)
Ex 24,1 : opdracht - Ex 24,9 : uitvoering

wë´èl mosjèh ´âmar (en tot Mozes zei hij)  

`äleh (klim op) ´èl JHWH (naar JHWH)
Ex 24,12 : opdracht . Uitvoering : Ex 24,13 - Ex 24,15 - Ex 24,18 - wajj´omèr JHWH èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes)  `äleh ´elaj (ga tot mij) hâhârâh (bergwaarts , naar het gebergte)
Dt 32,48 - Dt 32,49 Dt 32,48 : wajëdabber JHWH ´èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) `äleh( klim op)    Dt 32,49 : `èl har hâ`äbhârîm (naar het Abarimgebergte) ... har nëbhô (de berg Nebo)

Ex 24,12.1. prefix voegwoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . getalswaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (192 = 26 X 7) . Pentateuch (140 = 20 X 7) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (8) . Gn (16) . Ex (20) . Lv (40) . Nu (57 = 3 X 19) . Dt (7) . Gn (16) : (1) Gn 8,15 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 19,14 . (4) Gn 20,8 . (5) Gn 23,3 . (6) Gn 23,8 . (7) Gn 23,13 . (8) Gn 34,3 . (9) Gn 34,8 . (10) Gn 41,9 . (11) Gn 41,17 . (12) Gn 42,7 . (13) Gn 42,24 . (14) Gn 44,6 . (15) Gn 50,4 . (16) Gn 50,21 . Ex (20) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,13 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 13,1 . (9) Ex 14,1 . (10) Ex 16,11 . (11) Ex 20,1 . (12) Ex 25,1 . (13) Ex 30,11 . (14) Ex 30,17 . (15) Ex 30,22 . (16) Ex 31,1 . (17) Ex 32,7 . (18) Ex 33,1 . (19) Ex 34,31 . (20) Ex 40,1 . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Nu 6 (2) : (1) Nu 6,1 . (2) Nu 6,22 . Dt (7) : (1) Dt 2,17 . (2) Dt 4,12 . (3) Dt 27,9 . (4) Dt 31,1 . (5) Dt 31,30 . (6) Dt 32,44 . (7) Dt 32,48 .
- De getalswaarde van וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) is : waw = 6 , jod = 10 ; samen : 15 ; algemeen totaal : 26 + 16 = 42 (2 X 3 X 7) OF 206 + 16 = 222 (6 X 37 OF (10 X 17) + (2 X 26) .
- In Ex 20,1 is het vervoegd werkw. vergezeld van het lijdend voorwerp met dezelfde stam als het werkw. . Bovendien is in Ex 20,1 nog een werkw. van 'zeggen' toegevoegd .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .
-- και ελαλησεν = kai elalèsen (en hij sprak) . LXX (187) . NT (4) .
-- ελαλησεν δε = elalèsen de (hij sprak echter) . LXX (4) . NT (1) .
- De werkwoordvorm ειπεν = eipen (hij zei) komt veelvuldiger voor . Zie : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Gn (378) . Ex (149) . Lv (15) . Nu (98) . Dt (44) .

  laleô  bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt   NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  189 106 39 11 38 25 30 38 68 28   31  13  19   
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 3024  2426  684 985 234 63 309 378 149 15 98 44   598  118  56  223  114  75  397       

- Vulgaat . perf. deelw. locutus (gesproken) van het werkw. loqui (spreken) . Bijbel (559) . OT (503) . NT (56) . Ex (23) .
-- locutusque (en gesproken) . Bijbel (66) .
- Ned. : spreken . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) . D. : sprechen . E. : to speek . Fr. : parler . Grieks : λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Lat. : loqui .
- De werkwoordvorm וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Ex 19 - 24 (11) . Ex 19 (7) : (1) Ex 19,9 (JHWH tot Mozes) . (2) Ex 19,10 (JHWH tot Mozes) . (3) Ex 19,15 (Mozes tot het volk) . (4) Ex 19,21 (JHWH tot Mozes) . (5) Ex 19,23 (Mozes tot JHWH) . In twee verzen in Ex 24 : (1) Ex 24,8 . (2) Ex 24,12 .

Ex 24,12.2. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9 verzen, 10X) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Ex 24,12.1. - 2. wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenach (204) . Ex (46) . Ex 24 (1) : Ex 24,12 .

Ex 24,12.3. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam אֵל = El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֶל = ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga(6) 13m) , ´il bin werd ´el .
- w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl (naar, tot) וְאֶל = wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el) 3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex 5,9 . (2) Ex 6,3 . (3) Ex 6,13 . (4) Ex 7,8 . (5) Ex 9,8 . (6) Ex 12,1 . (7) Ex 12,22 . (8) Ex 20,19 . (9) Ex 24,1 . (10) Ex 24,11 . (11) Ex 24,14 . (12) Ex 25,21 . (13) Ex 30,31 . (14) Ex 36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) .

Ex 24,12.4. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,12.3. - 4.

´èl mosjèh (tot Mozes) . Tenakh (203) . Ex 24 (3) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 . wë´èl mosjèh (en tot Mozes) komt slechts in Ex 24,1 .

Ex 24,12.1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (19) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 . Dt (1) .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

Ex 24,12.5. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenach : `âlâh (opgaan, opklimmen) . getalswaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . (1) `âlâh (hij ging op) . act. qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (2) `äleh (ga) . act. qal imperatief tweede persoon mannelijk enkelvoud . (3) `olâh (brandoffer) . Tenach (158) . Pentateuch (53) . Ex (7) : (1) Ex 12,38 . (2) Ex 18,12 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 24,1 . (5) Ex 24,12 . (6) Ex 29,18 . (7) . Ex 33,1 . In drie verzen is het een imperatief : (1) Ex 24,1 (`äleh ´èl JHWH = ga op naar JHWH) . Hapax . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 33,1 .

Ex 24,12.6. ´elaj (tot mij) < voorzetsel ´èl + persoonl. voornaamw. 1ste pers; enk. Zie : ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Taalgebruik in Tenach : ´èl . . Tenakh (453) . Pentateuch (83) . Ex (16) : (1) Ex 3,9 . (2) Ex 3,16 . (3) Ex 6,12 . (4) Ex 6,30 . (5) Ex 11,8 . (6) Ex 14,15 . (7) Ex 15,2 . (8) Ex 18,15 . (9) Ex 18,16 . (10) Ex 19,4 . (11) Ex 22,22 . (12) Ex 22,26 . (13) Ex 24,12 . (14) Ex 32,2 . (15) Ex 32,26 . (16) Ex 33,12 .

Ex 24,12.5. - 6. `äleh ´elaj (ga / kom tot mij) is een hapax . Slechts in Ex 24,12 .

Ex 24,12.7. hâhârâh (bergwaarts, naar het gebergte) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. har + suffix van richting -ah , zie : har (berg) . Taalgebruik in Tenach : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . getalswaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het N.T. (62) . Tenakh (13) : (1) Gn 12,8 . (2) Gn 19,17 . (3) Gn 19,19 . (4) Ex 24,12 . (5) Dt 1,24 . (6) Dt 1,41 . (7) Dt 1,43 . (8) Dt 9,9 . (9) Dt 10,1 . (10) Dt 10,3 . (11) Joz 2,16 . (12) Joz 2,22 . (13) Re 1,34 .
- Verwant : `äleh `èl har hâ`äbhârîm (en ga naar het Abarimgebergte) . In twee verzen in de bijbel : (1) Nu 27,12 . (2) Dt 32,49 .

Ex 24,12.8. wëhâjâh (en het zal zijn) < prefix verbindingswoord wë + werkw. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. OF wèhëjeh (en wees) < wë + act. qal imperat. 2de pers. mann. enk.. van het werkw. häjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Genesis : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Dt : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Micha : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Sefanja : hâjâh (zijn) . getalswaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) . Tenach (388) . Pentateuch (149) . Ex (42) . Ex 24 (1) : Ex 24,12 .

Ex 24,12.9. sj-m . Tenakh (684) . Pentateuch (190) . Ex (27) . Ex 24 (1) Ex 24,12 . sjâm (daar) OF sjem (naam) . Taalgebruik in Tenach : sjem (naam) . getalswaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . Gr. onoma (naam) . Taalgebruik in het N.T. : onoma (naam) . Taalgebruik in de Septuaginta : onoma (naam) . Stam : N ... M . Lat. nomen . Fr. nom . Ned. naam . D. Name . Eng. name . Een vorm van onoma (naam) in de LXX (1045) , in het N.T. (228) .

Ex 24,12.8. - 9 . wèhëjeh sjâm (en wees daar) . Tenakh (1) : Ex 24,12 .

Ex 24,12.10. wë´èththënâh () < wë + act. qal imperf. (cohortatief) 1ste pers. enk. van het werkw. nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenach : nâthan (geven) . getalswaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . Gr. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het N.T. : didômi (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give . Tenakh (31) . Pentateuch (9) : (1) Gn 17,2 . (2) Gn 30,28 . (3) Gn 31,6 . (4) Gn 34,12 . (5) Gn 45,18 . (6) Gn 47,16 . (7) Ex 24,12 . (8) Nu 8,19 . (9) Nu 21,16 .

14. אֶבֶן = ´èbhèn (steen) . Taalgebruik in Tenakh : ´èbhèn (steen) . getalswaarde : aleph = 1 , ben = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 17 OF 53 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (67) . Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (16) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (23) .
- הָאֶבֶן = hâ´èbhèn (de steen) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. אֶבֶן = ´èbhèn (steen) . Taalgebruik in Tenakh : ´èbhèn (steen) . getalswaarde : aleph = 1 , ben = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 17 OF 53 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (19) : (1) Gn 28,18 . (2) Gn 29,3 (2X) . (3) Gn 29,8 . (4) Gn 29,10 . (5) Ex 24,12 . (6) Ex 28,10 . (7) Joz 24,27 . (8) 1 S 4,1 . (9) 1 S 6,15 . (10) 1 S 17,49 . (11) 1 S 20,19 . (12) 2 S 20,8 . (13) 2 K 12,13 . (14) Jr 3,9 . (15) Ez 11,19 . (16) Ez 36,26 . (17) Zach 3,9 . (18) Zach 4,7 . (19) Zach 4,10 .

Betekenis van Ex 24,12

De berg is de ontmoetingsplaats van de mens met God . Daar ontvangt Mozes de twee stenen tafelen en de thora . Daar worden de naaste medewerkers en de zeventig naartoe geroepen . Daar wordt de taak van Mozes aan Jozua overgedragen . Bij Matteüs is er de bergrede en vindt de zending van de apostelen op de berg plaats .
Ex 24,13 - Ex 24,13 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13 kai anastas môusès kai ièsous ho paresthèkôs autôi anebèsan eis to oros tou theou  13 surrexerunt Moses et Iosue minister eius ascendensque Moses in montem Dei   13 wajjâqâm mosjeh wayya‘al mošeh ’el-har ha’elohîm:   13 Toen maakte zich Mozes op, met Jozua, zijn dienaar; en Mozes klom op den berg Gods.   [13] Mozes ging op weg, samen met zijn dienaar Jozua, en hij besteeg de berg van God.  [13] Samen met zijn dienaar Jozua ging Mozes de berg van God op.   13 Mozes staat op, en ook Jozua, zijn helper, en Mozes klimt op naar de berg van God.   13. Moïse se leva, ainsi que Josué son serviteur, et ils montèrent à la montagne de Dieu. 

King James Bible . And Moses rose up, and his minister Joshua: and Moses went up into the mount of God.
Luther-Bibel (1984) . Da machte sich Mose auf mit seinem Diener Josua und stieg auf den Berg Gottes.

Tekstuitleg van Ex 24,13 . Dit vers Ex 24,13 telt 9 (3 X 3) woorden en 35 (3 X 7) letters . De getalswaarde van Ex 24,13 is 2632 (2 X 2 X 2 X 7 X 47) .

Ex 24,13.1. w-j-q-m . (1) וַיָּקָם = wajjâqâm (en hij stond op) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. (2) וַיַּקֶם = wajjaqèm (en hij deed opstaan) < prefix verbindingswoord wë + act. hifil 3de pers. mann. enk. . Tenakh (125) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (76) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (19) . Ex (5) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 2,17 . (3) Ex 12,30 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 40,18 (wajjâqèm hij deed opstaan ; hifil) . (6) Ex 40,33 .
- και αναστας = kai anastas (en opgestaan) . LXX (20) . NT (8) : (1) Mt 9,9 . (2) Mt 26,62 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 14,60 . (5) Lc 15,20 . (6) Lc 22,45 . (7) Hnd 8,27 . (8) Hnd 9,18 .
- αναστας δε = anastas de (opgestaan echter) . LXX (7) . NT (7) : (1) Mc 16,9 . (2) Lc 4,38 . (3) Hnd 5,17 . (4) Hnd 5,34 . (5) Hnd 9,39 . (6) Hnd 11,28 . (7) Hnd 13,16 .

Ex 24,13.2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,13.1. - 2. וַיָּקָם מֹשֶׁה = wajjâqâm mosjèh (en Mozes stond op) . Tenakh (3) : (1) Ex 2,17 . (2) Ex 24,13 . (3) Nu 16,25 .
- και αναστας μωυσης = kai anastas môusès (en Mozes stond op) . Bijbel (1) : Ex 24,13 .
- αναστας δε μωυσης = anastas de môusès (Mozes echter stond op) . Bijbel (1) : Ex 2,17 .
- και ανεστη μωυσης = kai anestè môusès (en Mozes stond op) . Bijbel (1) : Nu 16,25 .

Ex 24,13.5. ויעל = wj`l : (1) verbindingsletter wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיַּעַל / וַיָּעַל = wajja`al / wajjâ`al (en hij klom op) . (2) verbindingsletter wë + act. qal jussief 3de pers. mann. enk. וְיַּעַל = wëja`al (en ga op) van het werkw. עָלָה = `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenakh (115) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (18) . Gn (10) : (1) Gn 8,20 . (2) Gn 13,1 . (3) Gn 17,22 . (4) Gn 19,30 . (5) Gn 26,23 . (6) Gn 35,13 . (7) Gn 38,12 . (8) Gn 46,29 . (9) Gn 50,7 . (10) Gn 50,9 . Ex (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 . Nu (4) : (1) Nu 23,2 . (2) Nu 23,14 . (3) Nu 23,30 . (4) Nu 33,38 . Dt (1) Dt 34,1 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ανεβη = anebè (hij klom naar boven) van het werkw. αναβαινω = anabainô (beklimmen, naar boven klimmen, naar boven banen) . Taalgebruik in het NT : anabainô (beklimmen) . Taalgebruik in de LXX : anabainô (beklimmen) . Bijbel (187) . OT (165) . Pentateuch (24) . Gn (10) : (1) Gn 13,1 . (2) Gn 17,22 . (3) Gn 19,30 . (4) Gn 24,16 . (5) Gn 26,23 . (6) Gn 32,27 . (7) Gn 35,13 . (8) Gn 38,12 . (9) Gn 46,29 . (10) Gn 50,7 . Ex (10) : (1) Ex 2,23 . (2) Ex 16,13 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,15 . (7) Ex 24,18 . (8) Ex 34,4 . (9) Ex 40,36 . (10) Ex 40,37 . Nu (3) : (1) Nu 9,17 . (2) Nu 10,11 . (3) Nu 33,38 . Dt (1) Dt 34,1 . NT (22) . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor : bij het doopsel (Mt 3,16) , bij de bergrede (Mt 5,1) en bij het wandelen over het water (Mt 14,23) . Mc (1) : Mc 6,51 . Lc (3) : (1) Lc 2,4 . (2) Lc 9,28 . (3) Lc 19,4 .
  anabainô (beklimmen)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. anebè   187  165  22  12     

Ex 24,13.6. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,13.5. - 6. - וַיַּעַל מֹשֶׁה = wajja`al mosjèh (en Mozes klom op) . Tenakh (5) : (1) Ex 19,20 . (2) Ex 24,9 . (3) Ex 24,13 . (4) Ex 24,15 . (5) Dt 34,1 . In Dt 34,1 is de uitvoering van de opdracht die voordien in Dt 32,48 - Dt 32,49 werd gegeven . In al deze teksten gaat Mozes naar boven op uitnodiging van God / JHWH . De inleiding op deze uitnodiging verschilt van tekst tot tekst .
- και ανεβη μωυσης = kai anebè môusès (en Mozes beklom) . Bijbel = LXX (4) : 1) Ex 19,20 . (2) Ex 24,9 . (3) Ex 24,15 . (4) Dt 34,1 .

- וּמֹשֶׁה עָלָה = = ûmosjèh `âlâh (en Mozes beklom) . Tenakh (1) : Ex 19,3 .
- και μωυσης ανεβη = kai môusès anebè (en Mozes beklom) . Bijbel = LXX (1) : Ex 19,3 .

Ex 19,20 (Mozes) . wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op)  
Ex 24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig oudsten
op naar de berg) .
wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op)  
Ex 24,13 (Mozes en Jozua) . wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op) ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God)
Ex 24,15 (Mozes) wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) ´èl hâhâr (naar de berg)
Ex 24,18 (Mozes) wajjâbo´ Mosjèh ... wajja`al (en Mozes ging... en hij klom op) ´èl hâhâr (naar de berg)
Dt 34,1 (Mozes) wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) ... ´èl har nëbhô (naar de berg Nebo)

7. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam אֵל = El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֶל = ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga(6) 13m) , ´il bin werd ´el .
- w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl (naar, tot) וְאֶל = wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el) 3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex 5,9 . (2) Ex 6,3 . (3) Ex 6,13 . (4) Ex 7,8 . (5) Ex 9,8 . (6) Ex 12,1 . (7) Ex 12,22 . (8) Ex 20,19 . (9) Ex 24,1 . (10) Ex 24,11 . (11) Ex 24,14 . (12) Ex 25,21 . (13) Ex 30,31 . (14) Ex 36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) .

7. - 8. ´èl har (naar de berg van) . Verwijzing : horos (berg) , zie Mt 4,8 en Mc 9,2 . In twintig verzen in de bijbel : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 19,23 . (3) Ex 24,13 . (4) Ex 34,2 . (5) Ex 34,4 . (6) Nu 27,12 . (7) Dt 32,49 . (8) Dt 34,1 . (9) Joz 15,10 . (10) 1 K 18,19 . (11) 1 K 18,20 . (12) 2 K 2,25 . (13) 2 K 4,25 . (14) Ps 43,3 . (15) Hl 4,6 . (16) Js 2,3 . (17) Js 16,1 . (18) Js 56,7 . (19) Ez 40,2 . (20) Mi 4,2 .

7. - 9. ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God) komt slechts tweemaal in de bijbel voor : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 24,13 . Verwijzing : horos (berg) , zie Mt 4,8 en Mc 9,2 . horos (berg) . ´èl har JHWH (naar de berg van JHWH) komt slechts tweemaal in de bijbel voor : (1) Js 2,3 . (2) Mi 4,2 .

Ex 3,1 (Mozes) . wajjâbho´ (en hij ging) ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God) chorebhâh (naar de Horeb)
Ex 24,13 (Mozes en Jozua) . wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op) ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God)


Ex 24,14 - Ex 24,14 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14kai tois presbuterois eipan hsucazete autou ews anastreywmen pros umas kai idou aarwn kai wr meq¢ umwn ean tini sumbh krisis prosporeuesqwsan autois  14 senioribus ait expectate hic donec revertamur ad vos habetis Aaron et Hur vobiscum si quid natum fuerit quaestionis referetis ad eos  14 w?’el-hazz?qenîm ’amar š??û-lanû ?azeh ‘a? ’ašer-našû? ’alê?em w?hinneh ’aharon w??ûr ‘imma?em mî-?a‘al d??arîm yigaš ’alehem:   14 En hij zeide tot de oudsten: Blijft gij ons hier, totdat wij weder tot u komen; en ziet, Aäron en Hur zijn bij u; wie enige zaken heeft, zal tot dezelve komen.   [14] Tegen de oudsten zei hij: ‘Blijf hier op ons wachten tot wij bij u terugkomen. Aäron en Chur blijven bij u; wie een rechtszaak heeft kan zich tot hen wenden.’    [14] Tegen de oudsten zei hij: ‘Wacht hier tot wij terugkomen, Aäron en Chur blijven bij u. Mocht iemand een uitspraak in een geschil willen, dan kan hij zich tot hen wenden.’ 14 Tot de oudsten heeft hij gezegd: blijft u voor ons hier totdat wij tot u terugkeren; ziehier, Aäron en Choer zijn bij u; wie zaken heeft kan nadertreden tot hen!  14. Il dit aux anciens : « Attendez-nous ici jusqu'à notre retour ; vous avez avec vous Aaron et Hur, que celui qui a une affaire à régler s'adresse à eux. »  

King James Bible .
Luther-Bibel (1984) . möge es nun geschehen, daß das Mädchen, zu dem ich sagen werde: Neige doch deinen Krug, daß ich trinke und welches sagen wird: Trinke, und auch deine Kamele will ich tränken, diejenige sei, welche du für deinen Knecht, für Isaak, bestimmt hast; und daran werde ich erkennen, daß du Güte an meinem Herrn erwiesen hast.

Tekstuitleg van . Structuur van Ex 24,15 - Ex 24,16 : a - b - c - b - d .

1. wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) . Zie verder Ex 24,1 .

4. act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. שְׁבוּ = sjëbhû (zit neer, blijft) van het werkw. יָשַׁב = jâsjabh (wonen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsjabh (wonen) . getalswaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , beth = 2 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (35) . Pentateuch (8) : (1) Gn 22,5 . (2) Gn 34,10 . (3) Gn 34,29 . (4) Gn 43,2 . (5) Gn 44,25 . (6) Ex 16,29 . (7) Ex 24,14 . (8) Nu 22,19 .
Ex 24,15 - Ex 24,15 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -- Ex (Exodus) -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
anebè  Môusès kai Ièsous eis to horos kai ekalupsen hè nefelè to oros 15 cumque ascendisset Moses operuit nubes montem  15 wajja`al Mosjèh ´èl hâhâr wajëkhas hè`ânân 15 Toen Mozes op den berg geklommen was, zo heeft een wolk den berg bedekt. [15] Mozes besteeg de berg en de wolk overdekte de berg.    [15] Terwijl Mozes de berg op ging, werd deze overdekt door een wolk:   15 Mozes klimt op naar de berg; de wolk overdekt de berg  15. Puis Moïse monta sur la montagne. La nuée couvrit la montagne.

King James Bible . And Moses went up into the mount, and a cloud covered the mount.
Luther-Bibel (1984) . 15 Als nun Mose auf den Berg kam, bedeckte die Wolke den Berg,

Tekstuitleg van Ex 24,15 . Dit vers Ex 24,15 telt acht woorden (2 X 2 X 2 X 2) en 25 (5 X 5) letters . De getalswaarde van Ex 24,15 is 1584 (2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 3 X 11) . Twee nevenschikkende zinnen van telkens vier woorden en zeven lettergrepen. Parallelle opbouw : werkwoord, onderwerp, bepaling .

Ex 24,15.1. wj`l : verbindingsletter wë + qal imperfectum derde persoon mann. enkelvoud wajja`al (en hij klom op) OF + qal jussief 3de pers. mann. enk. wëja`al (en ga op) van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenach : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenach (115) . Pentateuch (26) . Ex 24 (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 .

Ex 24,15.2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,15.1. - 2. wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) . Tenach (5) : (1) Ex 19,20 (Mozes) . (2) Ex 24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig oudsten op naar de berg) . (3) Ex 24,13 (Mozes en 'Jozua') . (4) Ex 24,15 (Mozes) . (5) Dt 34,1 (Mozes) . In al deze teksten gaat Mozes naar boven op uitnodiging van God / JHWH . De inleiding op deze uitnodiging verschilt van tekst tot tekst .

3. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam אֵל = El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֶל = ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga(6) 13m) , ´il bin werd ´el .
- w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl (naar, tot) וְאֶל = wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el) 3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex 5,9 . (2) Ex 6,3 . (3) Ex 6,13 . (4) Ex 7,8 . (5) Ex 9,8 . (6) Ex 12,1 . (7) Ex 12,22 . (8) Ex 20,19 . (9) Ex 24,1 . (10) Ex 24,11 . (11) Ex 24,14 . (12) Ex 25,21 . (13) Ex 30,31 . (14) Ex 36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) .

3. 4. ´èl hâhâr (naar de berg) . Tenakh (7) : (1) Ex 24,15 . (2) Ex 24,18 . (3) Nu 20,27 . (4) Nu 33,38 . (5) 1 S 17,3 (tweemaal) . (6) 2 K 4,27 . (7) Js 22,5 .

5. kâsâh (bedekken) . Taalgebruik in Tenakh : kÔsÔh (bedekken) . getalswaarde : kaph = 11 of 20 , samekh = 15 of 60 , he = 5 ; totaal : 31 OF 85 (5 X 17) . Structuur : 2 - 6 - 5 .
- Prefix verbindingswoord wë en werkwoordvorm actief piel imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud wajëkhas (en hij bedekte) . Tenakh.(5) : (1) Ex 10,15 . (2) Ex 24,15 . (3) Ex 40,34 . (4) Nu 22,11 . (5) Jon 3,6 .

6. hè`ânân (de wolk) . Bepalend lidwoord en zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . `ânân (wolk) . Taalgebruik in Tenach : `ânân (wolk) . getalswaarde van `ânân (wolk) : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 ; totaal 44 (2 X 2 X 11) of 170 (10 X 17) ; 17 is de getalswaarde van kabhod (heerlijkheid) . Gr. nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in de Septuaginta : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in het N.T. : nefelè (nevel, wolk) . Lat. nubis . Fr. la nuée . E. cloud . D. Wolke . Tenakh (30) . In zesentwintig (26 is de getalswaarde van de naam JHWH) verzen in de Pentateuch : Gn (-) . Ex (13) . Nu (11) . Dt (2) . Eerdere Profeten (1) . Rest (3) . Ex (13) : (1) Ex 13,22 . (2) Ex 14,19 . (3) Ex 14,20 . (4) Ex 19,9 . (5) Ex 24,15 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 . (8) Ex 33,9 . (9) Ex 33,10 . (10) Ex 40,34 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (11) Ex 40,35 . (12) Ex 40,36 . (13) Ex 40,37 . Nu (11) : (1) Nu 9,15 . (2) Nu 9,16 . (3) Nu 9,17 . (4) Nu 9,18 . (5) Nu 9,19 . (6) Nu 9,20 . (7) Nu 9,21 . (8) Nu 9,22 . (9) Nu 10,11 . (10) Nu 10,12 . (11) Nu 17,7 . Dt (2) : (1) Dt 5,22 . (2) Dt 31,15 .

5. - 6. wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . Tenakh : (1) Ex 24,15 (´èth hâhâr = de berg) . (2) Ex 40,34 (´èth ´ohèl mô`ed = de tent van de samenkomst) .
Mc 5,40

Mc 9,2

Mc 14,33

Ex 24,15

  Kai (en) kai (en)  
  meta (na) hèmeras (dagen) hex (zes)   Ex 24,15b. wajëkhas hè`anan ´èth hâhâr - Ex 24,16 b : wajëkhassehû hè`anan sjesèt jämîm - kai ekalupsen auto hè nefelè hex hèmeras (en de wolk bedekte hem - de berg - gedurende zes dagen)
paralambanei (neemt naast zich) paralambanei (neemt naast zich) ho Ièsous (Jezus) paralambanei (neemt naast zich) ho Ièsous (Jezus)  
ton patera tou paidiou kai tèn mètera kai tous met'autous (de vader van het kind en de moeder en zij die met hem zijn)   ho Ièsous (Jezus)  
cfr Mc 5,37 : kai ouk afèken... sunakolouthèsai ei mè en hij liet niet toe ... hem te vergezellen tenzij ton Petron (Petrus) kai (en) ton Iakôbon (Jakobus) kai (en) Iôannèn (Johannes) ton adelfon Iakôbou (de broer van Jakobus) ton Petron (Petrus) kai (en) ton Iakôbon (Jakobus) kai (en) Iôannèn (Johannes) ton Petron (Petrus) kai (en) ton Iakôbon (Jakobus) kai (en) ton Iôannèn (Johannes) met'autou (met zich)   
  kai (en) anaferei (voert hij naar omhoog) autous (hen) autous (hen) eis (naar) horos (berg) hupsèlon (een hoge) kat'idian (onder elkaar) monous (alleen)   Ex 24,15 a wajja`al Mosjèh ´èl-hâhâr - anebè (ging op - beklom) Môusès kai Ièsous (Mozes en Jozua) (Ex 24,18 : wajja`al ´èl-hâhâr - kai anebè - eis to horos : en hij klom op de berg)
144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 -  168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -  329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - Het verbond : Ex 24,1-18

13. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .

Ex 24,16 - Ex 24,16 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -- Ex (Exodus) -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
kai ekalupsen auto hè nefelè hex hèmeras 16kai katebh h doxa tou qeou epi to oros to sina kai ekalupsen auto hè nefelè hex hèmeras kai ekalesen kurios ton môusèn tèi hèmerai tèi ebdomèi ek mesou tès nefelès 16 et habitavit gloria Domini super Sinai tegens illum nube sex diebus septimo autem die vocavit eum de medio caliginis  wajekassehu hè`anan sjesjèt jamim 16 En de heerlijkheid des HEEREN woonde op den berg Sinaï, en de wolk bedekte hem zes dagen, en op den zevenden dag riep Hij Mozes uit het midden der wolk.   [16] De heerlijkheid* van de heer rustte op de Sinai en de wolk bedekte de berg, zes dagen lang. Op de zevende dag riep Hij Mozes, vanuit de wolk.  [16] de majesteit van de HEER rustte op de Sinai. Zes dagen lang bedekte de wolk de berg. Op de zevende dag riep de HEER Mozes vanuit de wolk.   . 16 Nu woont de glorie van de ENE op de berg Sinaï en overdekt de wolk hem, zes dagen lang; op de zevende dag roept hij Mozes toe vanuit de wolk.  16. La gloire de Yahvé s'établit sur le mont Sinaï, et la nuée le couvrit pendant six jours. Le septième jour, Yahvé appela Moïse du milieu de la nuée.

King James Bible . And the glory of the LORD abode upon mount Sinai, and the cloud covered it six days: and the seventh day he called unto Moses out of the midst of the cloud.
Luther-Bibel (1984) . Und das Mädchen war sehr schön von Ansehen, eine Jungfrau, und kein Mann hatte sie erkannt; und sie stieg zur Quelle hinab und füllte ihren Krug und stieg wieder herauf.

Structuur Ex 24 Ex 24,1 Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 Ex 24,10 - Ex 24,11 Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 Ex 24,16 - Ex 24,17 Ex 24,18

Tekstuitleg van Ex 24,16 . Dit vers Ex 24,16 telt 17 woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters . De getalswaarde van Ex 24,16 is 4050 (2 X 3 X 3 X 3 X 3 X 5 X 5) . Structuur van Ex 24,15 - Ex 24,16 : a - b - c - b - d .

1.

2. khabhôd (heerlijkheid). Verwijzing : khabhôd (heerlijkheid) , zie Ps 113,1 . In tweeëntachtig verzen in de bijbel . In vier verzen in Exodus , telkens in combinatie met JHWH .

3. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9 verzen, 10X) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23
  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

2. - 3. ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) . In zeven verzen in de bijbel : (1) Ex 40,34 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde de tabernakel) . (2) Ex 40,35 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde de tabernakel) . (3) Nu 14,10 . (4) 2 Kr 7,1 (mâle´ ´èth habbâjit = vervulde het huis) . (5) 2 Kr 7,3 . (6) Js 60,1 . (7) Ez 43,4 .
- këbhôd JHWH (heerlijkheid van JHWH) . Tenach (16) . In vier verzen in Exodus : (1) Ex 16,7 . (2) Ex 16,10 . (3) Ex 24,16 . (4) Ex 24,17 . Verder : (5) Lv 9,6 . (6) Nu 17,7 . In één vers in de Psalmen . (7) Ps 138,5 . In twee verzen in Js : (1) Js 40,5 . (2) Js 58,8 . In zes verzen in Ez : (1) Ez 1,28 . (2) Ez 3,12 . (3) Ez 3,23 . (4) Ez 10,4 (tweemaal) . (5) Ez 10,18 . (6) Ez 11,23 . Tenslotte : Hab 2,14 .
Ex 40,34 wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) ´èth ´ohèl mô`ed = de tent van de samenkomst 
Ex 40,35 kî sjâkan `âlâ(j)w hè`ânân (want de wolk settelde over hem)  
Ex 24,15 wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) ´èth hâhâr (de berg)
Ex 24,16 wajëkhassehû hè`ânân (en de wolk bedekte hem)  
     
Ex 40,34 ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH)  mâle´ (vervulde) ´èth hammisjëkân = de tabernakel 
Ex 40,35 ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH)  mâle´ (vervulde) ´èth hammisjëkân = de tabernakel 
Ex 24,16 wajjisjëkhon këbhod JHWH `al har sînaj (op de berg Sinaï) .  

Er is wel wat gebeurd tussen Ex 24,15 - Ex 24,16 en Ex 40,34 - Ex 40,35 . In Ex 24,15 - Ex 24,16 is JHWH aanwezig op de berg , in Ex 40,34 - Ex 40,35 op het tabernakel van de tent van de bijeenkomst . De wolk en de heerlijkheid van JHWH zal aangeven wanneer de tent moet opgebroken of neergezet worden . JHWH is aanwezig op de tocht van de Israëlieten door de woestijn .

8. hè`ânân (de wolk) . Verwijzing : `ânân (wolk) , zie Ex 13,21 . getalswaarde van `ânân (wolk) : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 ; totaal 44 (2 X 2 X 11) of 170 (10 X 17) ; 17 is de getalswaarde van kabhod (heerlijkheid) . Bepalend lidwoord en zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . In dertig verzen in de bijbel . In zesentwintig (26 is de getalswaarde van de naam JHWH) verzen in de Pentateuch : Gn (-) . Ex (13) . Nu (11) . Dt (2) . Niet in Gn . In dertien verzen in Ex . In Ex 13 komt het woord voor het eerst voor . In de vier (bovengenoemde) verzen van Ex : (1) Ex 13,22 . (2) Ex 14,19 . (3) Ex 33,9 . (4) Ex 33,10 . Verder : (1) Ex 14,20 . (2) Ex 19,9 . (3) Ex 24,15 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (4) Ex 24,16 . (5) Ex 24,18 . (6) Ex 40,34 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (7) Ex 40,35 . (8) Ex 40,36 . (9) Ex 40,37 . In elf verzen in Nu : (1) Nu 9,15 . (2) Nu 9,16 . (3) Nu 9,17 . (4) Nu 9,18 . (5) Nu 9,19 . (6) Nu 9,20 . (7) Nu 9,21 . (8) Nu 9,22 . (9) Nu 10,11 . (10) Nu 10,12 . (11) Nu 17,7 . In twee verzen in Dt : (1) Dt 5,22 . (2) Dt 31,15 .

Ex 24,16.9. vr. enk. שֵׁשֶׁת = sjesjèth (zes) . Zie שֵׁשׁ = sjesj (zes) . Taalgebruik in Tenakh : sjesj (zes) . Getallenwaarde sjesj = 2 X 21 of 2 X 300 = 42 (2 X 3 X 7) OF 600 (2³ X 3 X 5²) . Structuur : 3 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (21) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Ex 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Nu 3,34 . (12) Dt 5,13 . (13) Dt 16,8 . (14) Joz 6,3 . (15) Joz 6,14 . (16) 1 K 11,16 . (17) Ez 46,1 . (18) Ezr 2,67 . (19) Neh 7,68 . (20) 1 Kr 12,25 . (21) 1 Kr 23,4 .
- Grieks . ἑξ = hex . Zie : Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in de Septuaginta : ek (uit) . Ex 20 (2) : (1) Ex 20,9 . (2) Ex 20,11 . Een vorm van ἑξ = hex (zes) in de LXX (134) , in het NT (13) : (1) Mt 17,1 . (2) Mc 9,2 . (3) Lc 4,25 . (4) Lc 13,14 . (5) Joh 2,6 . (6) Joh 2,20 . (7) Joh 12,1 . (8) Hnd 11,12 . (9) Hnd 18,11 . (10) Hnd 27,37 . (11) Jak 5,17 . (12) Apk 4,8 . (13) Apk 13,18 .
- Lat. sex . Ex (22) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 21,2 . (5) Ex 23,10 . (6) Ex 23,12 . (7) Ex 24,16 . (8) Ex 25,32 . (9) Ex 25,33 . (10) Ex 25,35 . (11) Ex 26,9 . (12) Ex 26,22 . (13) Ex 28,10 . (14) Ex 31,15 . (15) Ex 31,17 . (16) Ex 34,21 . (17) Ex 35,2 . (18) Ex 36,16 . (19) Ex 36,27 . (20) Ex 37,18 . (21) Ex 37,19 . (22) Ex 37,21 . Bijbel (120) . OT (109) . NT (11) . Fr. six . Ned. zes . D. sechs . E. six . Arabisch : سِتة = sittah (zes) . Taalgebruik in de Qoran : sittah (zes) .

Ex 24,16.10. mann. mv. jâmîm (dagen) van het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Taalgebruik in Mi : jôm (dag) . getalswaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . j-m-m . Tenakh (289) . Pentateuch (117) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (45) . 12 Kleine Profeten (10) . Geschriften (66) . Ex (26) : (1) Ex 3,18 . (2) Ex 5,3 . (3) Ex 7,25 . (4) Ex 8,23 . (5) Ex 10,22 . (6) Ex 10,23 . (7) Ex 12,15 . (8) Ex 12,19 . (9) Ex 13,6 . (10) Ex 15,22 . (11) Ex 16,26 . (12) Ex 19,15 . (13) Ex 20,9 . (14) Ex 20,11 . (15) Ex 22,29 . (16) Ex 23,12 . (17) Ex 23,15 . (18) Ex 24,16 . (19) Ex 29,30 . (20) Ex 29,35 . (21) Ex 29,37 . (22) Ex 31,15 . (23) Ex 31,17 . (24) Ex 34,18 . (25) Ex 34,21 . (26) Ex 35,2 .
Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . gen. vr. enk. + acc. vr. mv. hèmeras (dagen) . Ex (36) . Ex 20 (1) Ex 20,9 .
Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Arabisch : dag (jaum) . Taalgebruik in de Qoran : dag (jaum) .

  hèmera (dag)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
2 gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras  799  575  224  13  11  14  40  126  12  38  46     

Ex 24,16.9. - 10. sjesjèth jâmîm (zes dagen) . Tenakh (14) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Gn 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Dt 5,13 . (12) Dt 16,8 . (13) Joz 6,3 . (14) Joz 6,14 . De verheerlijking van Jezus (Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36) heeft plaats op de berg . Dat gebeurde ook bij Mozes (Ex 24,16) . Toen Mozes de berg opging , was de berg gedurende zes dagen in een wolk gehuld . De zevende dag (de sabbat) ging Mozes de wolk binnen . Bij de christenen was niet de zevende , maar de achtste dag de belangrijkste dag . Marcus schrijft : kai meta hèmeras heks (na zes dagen) , Matteüs schrijft ongeveer hetzelfde : kai meth'hèmeras heks (na zes dagen) . En Lucas schrijft hôsei èmerai oktô : na deze woorden ongeveer acht dagen (later) .

12. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam אֵל = El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֶל = ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga(6) 13m) , ´il bin werd ´el .
- w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl (naar, tot) וְאֶל = wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el) 3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex 5,9 . (2) Ex 6,3 . (3) Ex 6,13 . (4) Ex 7,8 . (5) Ex 9,8 . (6) Ex 12,1 . (7) Ex 12,22 . (8) Ex 20,19 . (9) Ex 24,1 . (10) Ex 24,11 . (11) Ex 24,14 . (12) Ex 25,21 . (13) Ex 30,31 . (14) Ex 36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) .

13. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

14. - 15. הַשְּׁביעִי בַּיּוֹם = bajjôm hasjsjëbhî`î (op de zevende dag). Tenakh (24) : (1) Gn 2,2 . (2) Ex 16,27 . (3) Ex 16,29 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 24,16 . (6) Lv 13,5 . (7) Lv 13,6 . (8) Lv 13,27 . (9) Lv 13,32 . (10) Lv 13,34 . (11) Lv 13,51 . (12) Lv 14,9 . (13) Lv 14,39 . (14) Lv 23,8 .
- הַשְּׁבִיעִי וּבַיּוֹם = ûbhajjôm hasjsjëbhî`î (en op de zevende dag) . Tenakh (16) : (1) Ex 12,16 . (2) Ex 13,6 . (3) Ex 16,26 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 31,15 . (6) Ex 31,17 . (7) Ex 34,21 . (8) Ex 35,2 . (9) Lv 23,3 . (10) Nu 19,12 . (11) Nu 19,19 . (12) Nu 28,25 . (13) Nu 29,32 . (14) Nu 31,19 . (15) Dt 16,8 . (16) Joz 6,4 .

Ex 24,17 - Ex 24,17 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -- Ex (Exodus) -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17 to de eidos tès doxès kuriou hôsei pur flegon epi ths korufès tou orous enantion tôn huiôn israèl 17 erat autem species gloriae Domini quasi ignis ardens super verticem montis in conspectu filiorum Israhel    17 En het aanzien der heerlijkheid des HEEREN was als een verterend vuur, op het opperste diens bergs, in de ogen der kinderen Israëls.  [17] De heerlijkheid van de heer leek voor de Israëlieten op een verterend vuur, boven op de berg.  [17] En terwijl de Israëlieten de majesteit van de HEER zagen, als een laaiend vuur op de top van de berg, 17 Te zien is de glorie van de ENE als een verterend vuur op de top van de berg,– voor de ogen van de zonen Israëls.   17. L'aspect de la gloire de Yahvé était aux yeux des Israélites celui d'une flamme dévorante au sommet de la montagne. 

King James Bible . And the sight of the glory of the LORD was like devouring fire on the top of the mount in the eyes of the children of Israel.
Luther-Bibel (1984) . 17 Und die Herrlichkeit des HERRN war anzusehen wie ein verzehrendes Feuer auf dem Gipfel des Berges vor den Israeliten.

Tekstuitleg van Ex 24,17 . Dit vers Ex 24,17 telt 10 (2 X 5) woorden en 40 (2 X 2 X 2 X 5) letters ; verhouding : 1 op 4 . De getalswaarde van Ex 24,17 is 2568 (2 X 2 X 2 X 3 X 107) .

2. khabhôd (heerlijkheid). Verwijzing : khabhôd (heerlijkheid) , zie Ps 113,1 . In tweeëntachtig verzen in de bijbel . In vier verzen in Exodus , telkens in combinatie met JHWH .

3. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . Ex 24 (9 verzen, 10X) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23
  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

2. - 3. ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) . In zeven verzen in de bijbel : (1) Ex 40,34 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde de tabernakel) . (2) Ex 40,35 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde de tabernakel) . (3) Nu 14,10 . (4) 2 Kr 7,1 (mâle´ ´èth habbâjit = vervulde het huis) . (5) 2 Kr 7,3 . (6) Js 60,1 . (7) Ez 43,4 .
- këbhôd JHWH (heerlijkheid van JHWH) . Tenach (16) . In vier verzen in Exodus : (1) Ex 16,7 . (2) Ex 16,10 . (3) Ex 24,16 . (4) Ex 24,17 . Verder : (5) Lv 9,6 . (6) Nu 17,7 . In één vers in de Psalmen . (7) Ps 138,5 . In twee verzen in Js : (1) Js 40,5 . (2) Js 58,8 . In zes verzen in Ez : (1) Ez 1,28 . (2) Ez 3,12 . (3) Ez 3,23 . (4) Ez 10,4 (tweemaal) . (5) Ez 10,18 . (6) Ez 11,23 . Tenslotte : Hab 2,14 .
Ex 24,18 - Ex 24,18 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -- Ex (Exodus) -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18 kai eisèlthen môusès eis to meson tès nefelès kai anebè eis to horos kai èn ekei tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas 18 ingressusque Moses medium nebulae ascendit in montem et fuit ibi quadraginta diebus et quadraginta noctibus   wajjâbho´mosjèh bëthôkh hè`ânân wajja`al ´èl-hâhâr wajëhi mosjèh bâhâr ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh 18 En Mozes ging in het midden der wolk, nadat hij op den berg geklommen was; en Mozes was op dien berg veertig dagen en veertig nachten.  [18] Mozes trad de wolk binnen en besteeg de top. Veertig dagen en veertig nachten bleef hij op de berg.  [18] ging Mozes de wolk binnen en klom hij verder omhoog. Veertig dagen en veertig nachten bleef hij op de berg.  18 Mozes komt in de wolk en klimt verder de berg op; Mozes is op de berg veertigmaal een dag en veertigmaal een nacht.   18. Moïse entra dans la nuée et monta sur la montagne. Et Moïse demeura sur la montagne quarante jours et quarante nuits.  

King James Bible . And Moses went into the midst of the cloud, and gat him up into the mount: and Moses was in the mount forty days and forty nights.
Luther-Bibel (1984) . 18 Und Mose ging mitten in die Wolke hinein und stieg auf den Berg und blieb auf dem Berge cvierzig Tage und vierzig Nächte.

Tekstuitleg van Ex 24,18 . Het vers Ex 24,18 telt 14 (2 X 7) woorden en 54 (2 X 3 X 3 X 3) letters . De getalswaarde van Ex 24,18 is 2690 (2 X 5 X 269) . Het vers Ex 24,18 bestaat uit drie nevenschikkende zinnen . De eerste zin telt vier woorden , de tweede zin drie en de derde zin zeven woorden ; in totaal veertien woorden . In de drie zinnen is Mozes onderwerp . In de derde nevenschikkende zin wordt het onderwerp Mozes uitdrukkelijk vermeld (zoals in de eerste zin) . Zo tellen de eerste twee zinnen zeven woorden en de derde zin eveneens zeven woorden . Zo zouden we Ex 24,18 kunnen opvatten als een vers dat bestaat uit twee delen met telkens zeven woorden . Beide delen beginnen met de werkwoordvorm imperfectum waj... en vervolgen met het onderwerp mosjèh (Mozes) . Het eerste deel eindigt met ´èl-hâhâr (naar de berg) , het tweede deel vermeldt na het onderwerp bâhâr (op de berg) .

Ex 24,12 : opdracht `äleh ´elaj (ga tot mij) hâhârâh (bergwaarts , naar het gebergte) wèhëjeh sjâm (en wees daar)
Ex 24,18 : uitvoering wajjâbo´ Mosjèh ... wajja`al (en Mozes ging... en hij klom op) ´èl hâhâr (naar de berg) wajëhej mosjèh ... (en Mozes was

De LXX laat de uitdrukkelijke vermelding van Mozes in de derde nevenschikkende zin weg . Wellicht onder invloed van Ex 24,12 voegt de LXX ekei (daar) in de derde zin van Ex 24,18 toe . De Griekse tekst tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (veertig dagen en veertig nachten) telt precies veertig letters .

De sterke gelijkenis tussen enerzijds Marcus en anderzijds Exodus schetst het beeld van Mozes en de nieuwe Mozes . Zoals Mozes in de woestijn heeft verbleven , zo ook Jezus .

Mc 1,13 Ex 34,28 Ex 24,18
kai (en) èn (hij was) wajëhi - kai (en) èn (hij was) wajëhi Mosjèh - kai (en Mozes) èn (hij was)
en tèi erèmôi (in de woestijn) sjâm `im adonaj - ekei (daar) Môusès (Mozes) enantion kuriou (tegenover de Heer) ekei (daar) bâhâr - en tôi horei (op de berg)
tesserakonta hèmeras (veertig dagen) ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh - tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (40 dagen en 40 nachten) ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh - tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (40 dagen en 40 nachten)
7 woorden - 15 lettergrepen lèhèm lo´ ' âhal ûmaîm lo' sjâthâh - arton ouk efagen kai hudôr ouk epien (brood at hij niet en water dronk hij niet)  
20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 - De nieuwe stenen platen : Ex 34,1-35 - Het verbond : Ex 24,1-18 -

Ex 24,18.1. וַיָּבּוֹא / וַיָּבֹא = wajjâbho´ (en hij ging, en hij kwam) OF וַיָּבֵא = wajjâbhe´(en hij liet gaan, en hij liet komen) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. OF act. hifil imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Getalswaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Spiegelbeeld van het woord אַב = ´ab (vader) . Taalgebruik in Tenakh : bw´ (gaan, komen) . Tenakh (289) . Pentateuch (72) . Eerdere Profeten (142) . Latere Profeten (22) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (53) . Ex (16) : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 3,6 . (3) Ex 7,10 . (4) Ex 7,23 . (5) Ex 8,20 . (6) Ex 10,3 . (7) Ex 14,20 . (8) Ex 17,8 . (9) Ex 18,5 . (10) Ex 18,12 . (11) Ex 19,7 . (12) Ex 24,3 . (13) Ex 24,18 . (14) Ex 37,5 . (15) Ex 38,7 . (16) Ex 40,21 . Andere : (1) Ex 7,23 (Farao) . (2) Ex 8,20 (steekvliegen) . (3) Ex 14,20 (de wolk) . (4) Ex 17,8 (Amalek) .
- Grieks : ind. aor. 3de pers. enk. εισηλθεν = eisèlthen (hij ging binnen) van het werkw. εισερχομαι = eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het NT : eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in de LXX : eiserchomai (binnengaan) . Bijbel (227) . LXX (184) . NT (43) . Een vorm van εισερχομαι = eiserchomai in de LXX (700) , in het NT (192) .
- Ned. : binnengaan . D. : eingehen . E. : to enter . F. : entrer . Grieks : εισερχομαι = eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het NT : eiserchomai (binnengaan) . Hebreeuws : בָּא = bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenakh : bâ´ (gaan, komen) . Lat. : intro-ire (binnengaan) . intrare - inire . Italiaans : entrare . Spaans : entrar .

- και εισηλθεν = kai eisèlthen (en hij ging naar - binnen) . LXX (120) . NT (10) . Mt (1) : Mt 21,12 . Mc (3) : (1) Mc 3,1 . (2) Mc 7,17 . (3) Mc 11,11 . Lc (3) : (1) Lc 1,40 . (2) Lc 4,16 . (3) Lc 24,29 . Joh (2) : (1) Joh 19,9 . (2) Joh 20,6 . Hnd (1) : (2) Hnd 3,8 . (2) Hnd 9,17 .
- εισηλθεν δε = eisèlthen de (hij ging echter - naar - binnen) . LXX (15) . NT (2) : (1) Lc 9,46 . (2) Lc 22,3 .
- και εισελθων = kai eiselthôn (en binnengegaan) . LXX (2) . ΝΤ (8) : (1) Mt 26,58 . (2) Mc 5,39 . (3) Mc 7,24 . (4) Mc 11,15 . (5) Lc 1,28 . (6) Lc 7,36 . (7) Lc 19,1 . (8) Hnd 23,16 .
- εισελθων δε = eiselthôn de (binnengegaan echter) . LXX (5) . ΝΤ (4) : (1) Mt 22,11 . (2) Lc 11,37 . (3) Hnd 19,8 . Variante lezing : Lc 8,51 .

Ex 24,18.2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,18.1. - 2. וַיָּבֹא מֹשֶׁה = wajjâbho´ mosjèh (en Mozes ging) . Tenakh (10) : (1) Ex 7,10 . (2) Ex 10,3 . (3) Ex 19,7 (Mozes ging naar beneden). (4) Ex 24,3 (Mozes ging naar beneden) . (5) Ex 24,18 . (6) Lv 9,23 . (7) Nu 17,8 . (8) Nu 17,23 . (9) Nu 20,6 . (10) Dt 32,44 .
- εισηλθεν μωυσης = eisèlthen môusès (Mozes ging binnen) . Bijbel = LXX (7) : (1) Ex 5,1 . (2) Ex 31,9 . (3) Lv 9,23 . (4) Nu 17,8 . (5) Nu 17,23 . (6) Nu 20,6 . (7) Dt 32,44 .
- και εισηλθεν μωυσης = kai eisèlthen môusès (en Mozes ging naar -binnen) .Bijbel = LXX (5) : (1) Ex 24,18 . (2) Lv 9,23 . (3) Nu 17,23 . (4) Nu 20,6 . (5) Dt 32,44 .

Ex 24,18.3. בְתוֹךְ = bëthôkh (in het midden van) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. stat. construct. van het zelfst. naamw. תָוֶך = thâwèkh (stat. constr. תּוֹך = thôkh) : het midden, het inwendige . Taalgebruik in Tenakh : thâwèkh (stat. constr. thôkh) : het midden, het inwendige . Getalswaarde : thaw = 22 of 400 , waw = 6 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 39 (13 + 26) OF 426 . Structuur : 4 - 6 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (179) .
- Grieks : εις το μεσον = eis to meson (naar het midden) . LXX (5) : (1) Ex 24,18 . (2) 1 K 6,8 . (3) Jr 21,4 . (4) Jr 48,7 . (5) Ez 10,2 . NT (7) : (1) Mc 3,3 . (2) 14,60 . (3) Lc 4,35 .  (4) Lc 5,19 .  (5) Lc 6,8 . (6) Lc 8,7 . (7) Joh 20,19 .
- Ned. : midden . D. : mitten . E. : midst . Fr. : milieu . Grieks : μεσος = mesos (zich in het midden bevindend) . Taalgebruik in het NT : mesos (zich in het midden bevindend) . Hebreeuws : תָוֶך = thâwèkh (stat. constr. תּוֹך = thôkh) : het midden, het inwendige . Taalgebruik in Tenakh : thâwèkh (stat. constr. thôkh) : het midden, het inwendige . Lat. : medius .

Ex 24,18.4. zelfst. naamw. mann. enk. עָנָן = `ânân (wolk) . Taalgebruik in Tenakh : `ânân (wolk) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 ; totaal 44 (2 X 2 X 11) of 170 (10 X 17) . Structuur : 7 - 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (26) . Pentateuch (8) : (1) Gn 9,14 . (2) Ex 13,21 . (3) Ex 40,38 . (4) Lv 16,13 . (5) Nu 12,5 . (6) Nu 14,14 . (7) Dt 4,11 . (8) Dt 31,15 .
- הֶעָנָן = hè`ânân (de wolk) . Tenakh (30) . Pentateuch 26) : Gn (-) . Ex (13) . Nu (11) . Dt (2) . Niet in Gn . Ex (13) : (1) Ex 13,22 . (2) Ex 14,19 . (3) Ex 33,9 . (4) Ex 33,10 . Verder : (1) Ex 14,20 . (2) Ex 19,9 . (3) Ex 24,15 . (4) Ex 24,16 . (5) Ex 24,18 . (6) Ex 40,34 . (7) Ex 40,35 . (8) Ex 40,36 . (9) Ex 40,37 . Nu (11) : (1) Nu 9,15 . (2) Nu 9,16 . (3) Nu 9,17 . (4) Nu 9,18 . (5) Nu 9,19 . (6) Nu 9,20 . (7) Nu 9,21 . (8) Nu 9,22 . (9) Nu 10,11 . (10) Nu 10,12 . (11) Nu 17,7 . Dt (2) : (1) Dt 5,22 . (2) Dt 31,15 .
- gen. vr. enk. νεφελης = nefelès (van de wolk) van het zelfst. naamw. νεφελη = nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in het NT : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in de LXX : nefelè (nevel, wolk) . Bijbel (31) . OT (26) . NT (5) .
- Ned. : nevel , wolk . D. : die Wolke . E. : cloud . Fr. : la nuée . Grieks : νεφελη = nefelè (nevel, wolk) . Hebreeuws : עָנָן = `ânân (wolk) . Taalgebruik in Tenakh : `ânân (wolk) . Latijn : nebula .

Ex 24,18.5. ויעל = wj`l : (1) verbindingsletter wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיַּעַל / וַיָּעַל = wajja`al / wajjâ`al (en hij klom op) . (2) verbindingsletter wë + act. qal jussief 3de pers. mann. enk. וְיַּעַל = wëja`al (en dat hij opga) van het werkw. עָלָה = `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 6 . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenakh (115) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (18) . Gn (10) : (1) Gn 8,20 . (2) Gn 13,1 . (3) Gn 17,22 . (4) Gn 19,30 . (5) Gn 26,23 . (6) Gn 35,13 . (7) Gn 38,12 . (8) Gn 46,29 . (9) Gn 50,7 . (10) Gn 50,9 . Ex (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 . Nu (4) : (1) Nu 23,2 . (2) Nu 23,14 . (3) Nu 23,30 . (4) Nu 33,38 . Dt (1) Dt 34,1 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ανεβη = anebè (hij klom naar boven) van het werkw. αναβαινω = anabainô (beklimmen, naar boven klimmen, naar boven banen) . Taalgebruik in het NT : anabainô (beklimmen) . Taalgebruik in de LXX : anabainô (beklimmen) . Bijbel (187) . OT (165) . Pentateuch (24) . Gn (10) : (1) Gn 13,1 . (2) Gn 17,22 . (3) Gn 19,30 . (4) Gn 24,16 . (5) Gn 26,23 . (6) Gn 32,27 . (7) Gn 35,13 . (8) Gn 38,12 . (9) Gn 46,29 . (10) Gn 50,7 . Ex (10) : (1) Ex 2,23 . (2) Ex 16,13 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,15 . (7) Ex 24,18 . (8) Ex 34,4 . (9) Ex 40,36 . (10) Ex 40,37 . Nu (3) : (1) Nu 9,17 . (2) Nu 10,11 . (3) Nu 33,38 . Dt (1) Dt 34,1 . NT (22) . Bij Matteüs komt het in drie verzen voor : bij het doopsel (Mt 3,16) , bij de bergrede (Mt 5,1) en bij het wandelen over het water (Mt 14,23) . Mc (1) : Mc 6,51 . Lc (3) : (1) Lc 2,4 . (2) Lc 9,28 . (3) Lc 19,4 . Een vorm van αναβαινω = anabainô (beklimmen, klimmen op) in de LXX (685) , in het NT (81) . In de LXX kan een vorm van het Griekse werkwoord αναβαινω = anabainô (beklimmen, naar boven klimmen, naar boven banen) . de vertaling van 21 verschillende Hebreeuwse werkwoorden zijn .

  anabainô (beklimmen)   bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Profeten Geschriften Dt-can. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. anebè   187  152 24 77 19 4 100 28 13 22  12     

- וַיַּעַל מֹשֶׁה = wajja`al mosjèh (en Mozes klom op) . Tenakh (5) : (1) Ex 19,20 . (2) Ex 24,9 . (3) Ex 24,13 . (4) Ex 24,15 . (5) Dt 34,1 . In Dt 34,1 is de uitvoering van de opdracht die voordien in Dt 32,48 - Dt 32,49 werd gegeven . In al deze teksten gaat Mozes naar boven op uitnodiging van God / JHWH . De inleiding op deze uitnodiging verschilt van tekst tot tekst .

inleiding en uitnodiging (opdracht)

Ex 19,20 wajjiqërâ´ JHWH (en JHWH riep) lëmosjèh (- tot - Mozes)    ´èl ro´sj hâhâr (naar de top van de berg)
Ex 24,1 : opdracht - Ex 24,9 : uitvoering

wë´èl mosjèh ´âmar (en tot Mozes zei hij)  

`äleh (klim op) ´èl JHWH (naar JHWH)
Ex 24,12 : opdracht . Uitvoering : Ex 24,13 - Ex 24,15 - Ex 24,18 - wajj´omèr JHWH èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes)  `äleh ´elaj (ga tot mij) hâhârâh (bergwaarts , naar het gebergte)
Dt 32,48 - Dt 32,49 - Uitvoering : Dt 34,1 Dt 32,48 : wajëdabber JHWH ´èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) `äleh( klim op)    Dt 32,49 : `èl har hâ`äbhârîm (naar het Abarimgebergte) ... har nëbhô (de berg Nebo)

uitvoering van de opdracht

Ex 19,20 (Mozes) . wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op)  
Ex 24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig oudsten
op naar de berg) .
wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op)  
Ex 24,13 (Mozes en Jozua) . wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op) ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God)
Ex 24,15 (Mozes) wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) ´èl hâhâr (naar de berg)
Ex 24,18 (Mozes) wajjâbo´ Mosjèh ... wajja`al ´èl hâhâr (naar de berg)
Dt 34,1 (Mozes) wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) ... ´èl har nëbhô (naar de berg Nebo)

Ex 24,18.6. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam אֵל = El . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֶל = ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga(6) 13m) , ´il bin werd ´el .
- w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl (naar, tot) וְאֶל = wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el) 3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex 5,9 . (2) Ex 6,3 . (3) Ex 6,13 . (4) Ex 7,8 . (5) Ex 9,8 . (6) Ex 12,1 . (7) Ex 12,22 . (8) Ex 20,19 . (9) Ex 24,1 . (10) Ex 24,11 . (11) Ex 24,14 . (12) Ex 25,21 . (13) Ex 30,31 . (14) Ex 36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) .

Ex 24,18.7. הַר = har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . getalswaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 x 61) . Tenakh (114) . Pentateuch (31) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (29) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (17) . Gn (2) : (1) Gn 10,30 . (2) Gn 31,21 . Ex (9) : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 18,5 . (3) Ex 19,11 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 19,23 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,16 . (8) Ex 34,2 . (9) Ex 34,4 . Dt (14) : (1) Dt 1,2 . (2) Dt 1,7 . (3) Dt 1,19 . (4) Dt 1,20 . (5) Dt 2,1 . (6) Dt 2,5 . (7) Dt 3,8 . (8) Dt 3,12 . (9) Dt 4,48 . (10) Dt 11,29 . (11) Dt 27,12 . (12) Dt 32,49 . (13) Dt 33,19 . (14) Dt 34,1 .
- הָהָר = hâhâr (de berg) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. . Tenakh (83) . Pentateuch (43) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (2) . Ex (20) : (1) Ex 3,12 . (2) Ex 19,2 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 19,14 . (5) Ex 19,16 . (6) Ex 19,17 . (7) Ex 19,18 . (8) Ex 19,20 . (9) Ex 19,23 . (10) Ex 20,18 . (11) Ex 24,4 . (12) Ex 24,15 . (13) Ex 24,17 . (14) Ex 24,18 . (15) Ex 32,1 . (16) Ex 32,15 . (17) Ex 32,19 . (18) Ex 34,2 . (19) Ex 34,3 . (20) Ex 34,29 . Nu (15) . Dt (8) .
- Grieks : ορος = oros (berg) . Taalgebruik in het NT : oros (berg) . Taalgebruik in de LXX : oros (berg) .

  oros (berg) bijbel  LXX  Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Dt-can. Ex NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.  ev.
  nom. + acc. enk. oros 196 168 55 26 35 14 24 14 21 28 8 6 6 3   1

20 

23

- Ned. : berg , gebergte . D. : Gebirge . E. : mount . Fr. : mont / montagne . Grieks : ορος = oros (berg) . Taalgebruik in het NT : oros (berg) . Hebr. : הַר = har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Lat. mons , -tis .
- Een berg kan een beeld zijn van een overstijgende ervaring .

Ex 24,18.6. - 7. אֶל הַר = ´èl har (naar de berg van) . Tenakh : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 19,23 . (3) Ex 24,13 . (4) Ex 34,2 . (5) Ex 34,4 . (6) Nu 27,12 . (7) Dt 32,49 . (8) Dt 34,1 . (9) Joz 15,10 . (10) 1 K 18,19 . (11) 1 K 18,20 . (12) 2 K 2,25 . (13) 2 K 4,25 . (14) Ps 43,3 . (15) Hl 4,6 . (16) Js 2,3 . (17) Js 16,1 . (18) Js 56,7 . (19) Ez 40,2 . (20) Mi 4,2 .
- אֶל הָהָר = ´èl hâhâr (naar de berg) . Tenakh (5) : (1) Ex 24,15 . (2) Ex 24,18 . (3) 1 S 17,3 (2X) . (4) 2 K 4,27 . (5) Js 22,5 .
- = eis to horos (naar de berg) . LXX (39) . NT (16) .

Ex 24,18.5.- 7. ויעל אֶל הָהָר = wajja`al ´èl hâhâr (en hij klom naar de berg) . Tenakh (1) : Ex 24,18 .
- ויעל אֶל הַר = wajja`al ´èl har (en hij klom naar de berg van) . Tenakh (1) : Ex 34,4 .
- ויעל מֹשֶׁה אֶל הָהָר = wajja`al mosjèh ´èl hâhâr (en Mozes klom naar de berg) . Tenakh (1) : Ex 24,15 .
- ויעל מֹשֶׁה אֶל הַר = wajja`al mosjèh ´èl hâr (en Mozes klom naar de berg van) . Tenakh (1) : Ex 24,13 .

- αναβαινει εις το ὁρος = anabainei eis to horos (hij klimt naar de berg / gebergte) . Bijbel (1) : Mc 3,13 .
- ανεβη εις το ὁρος = anebè eis to horos (hij klom naar de berg / gebergte) . LXX (3) : (1) Ex 19,3 . (2) Ex 24,18 . (3) Ex 34,4 . NT (3) : (1) Mt 5,1 . (2) Mt 14,23 . (3) Lc 9,28 .

- וּמֹשֶׁה עָלָה = ûmosjèh `âlâh (en Mozes beklom) . Tenakh (1) : Ex 19,3 .
- και μωυσης ανεβη = kai môusès anebè (en Mozes beklom) . Bijbel = LXX (1) : Ex 19,3 .

Ex 24,18.8. prefiw voegwoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְהִי = wajëhî (en hij/het was) van het werkw. הָיָה = hâjâh (zijn) . De getalswaarde van וַיְהי = wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 . 31 is de getalswaarde van אֵל = ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) .Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . getalswaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Eerdere Profeten (339) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (126) . Gn (114) . Ex (42) . Ex 24 (1) Ex 24,18 . Joz (59) . Re (47) . 1 S (58) . 2 S (43) . 1 K (78) . 2 K (54) . Gn 11 (2) : (1) Gn 11,1 . (2) Gn 11,2 . Gn 12 (4) : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 12,11 . (3) Gn 12,14 . (4) Gn 12,16 . Gn 15 (2) : (1) Gn 15,12 . (2) Gn 15,17 . Gn 22 (2) : (1) Gn 22,1 . (2) Gn 22,20 . Andere telling . Tenakh (47) . Gn (33) . Gn 11 (14) : (1) Gn 11,11 . (2) Gn 11,13 . (3) Gn 11,15 . (4) Gn 11,16 . (5) Gn 11,17 . (6) Gn 11,18 . (7) Gn 11,19 . (8) Gn 11,20 . (9) Gn 11,21 . (10) Gn 11,22 . (11) Gn 11,23 . (12) Gn 11,24 . (13) Gn 11,25 . (14) Gn 11,26 . In het begin van het hoofdstuk in 2 S (9) : (1) 2 S 1,1 . (2) 2 S 2,1 . (3) 2 S 7,1 . (4) 2 S 8,1 . (5) 2 S 10,1 . (6) 2 S 11,1 . (7) 2 S 13,1 . (8) 2 S 15,1 . (9) 2 S 21,1 .

Ex 24,18.9. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 24,18.8. - 9. wajëhî Mosjèh (en Mozes was) . Slechts in Ex 24,18 .

Ex 24,18.11. אַרְבָּעִים = ´arëbâ`îm (veertig , 40) . Taalgebruik in Tenakh : ´arëbâ`îm (veertig . 40) . getalswaarde : aleph = 1 ; resj = 20 of 200 ; beth = 2 ; ajin = 16 of 70 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 62 of 323 (323) . Tenakh (91) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (22) . Gn (11) : (1) Gn 5,13 (veertig in combinatie met 840) . (2) Gn 7,4 (veertig dagen en veertig nachten) . (3) Gn 7,12 (watervloed) . (4) Gn 7,17 (watervloed) . (5) Gn 8,6 (watervloed) . (6) Gn 18,28 (45 rechtvaardigen) . (7) Gn 18,29 (tweemaal : 40 rechtvaardigen) . (8) Gn 25,20 (Isaak = 40 jaar , neemt Rebecca tot vrouw) . (9) Gn 26,34 (Esau nam twee vrouwen, toen hij veertig jaar was) . (10) Gn 32,16 (40 koeien) . (11) Gn 50,3 (balseming van Jakob) . Ex (3) : (1) Ex 16,35 . (2) Ex 24,18 . (3) Ex 34,28 . (15) Nu 1,33 (40.500) . (16) Nu 2,19 (40.500) . (17) Nu 13,25 . (18) Nu 14,33 . (19) Nu 14,34 . (20) Nu 26,18 (40.500) . (21) Nu 32,13 . (22) Nu 35,6 (42 steden) . (23) Nu 35,7 (48 steden) . (24) Dt 2,7 . (25) Dt 8,2 . (26) Dt 8,4 . (27) Dt 9,9 . (28) Dt 9,11 . (29) Dt 9,18 . (30) Dt 9,25 . (31) Dt 10,10 . (32) Dt 25,3 (40 slagen) . (33) Dt 29,4 (40 jaar) . (34) Joz 5,6 . (35) Joz 14,7 . (36) Joz 14,10 (45 jaar) . (37) Joz 21,41 (48 steden) . (38) Re 3,11 . (39) Re 5,31 . (40) Re 8,28 . (41) Re 12,6 (42.000 man) .
- וְאַרְבָּעִים = wë´arëbâ`îm (en veertig , 40) . Tenakh (36) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (12) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Gn (3) : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 . (3) Gn 47,28 . : (1) Job 42,16 . (2) Ezr 2,8 . (3) Ezr 2,25 . (4) Neh 7,62 . (5) Neh 7,67 . (6) Neh 9,21 . (7) 1 Kr 19,18 . (8) 2 Kr 24,1 .
- Grieks . τεσσαρακοντα = tessarakonta (veertig, 40) . Zie : telwoorden . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Tenakh (115) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (29) . Gn (12) : + Gn 47,28 . NT (21) : τεσσερακοντα = tesserakonta (veertig, 40) . (1) Mt 4,2 . (2) Mc 1,13 . (3) Lc 4,2 . (4) Joh 2,20 . (5) Hnd 1,3 . (6) Hnd 4,22 . (7) Hnd 7,30 . (8) Hnd 7,36 . (9) Hnd 7,42 . (10) Hnd 13,21 . (11) Hnd 23,13 . (12) Hnd 23,21 . (13) 2 Kor 11,24 . (14) Heb 3,10 . (15) Heb 3,17 . (16) Apk 7,4 . (17) Apk 11,2 . (18) Apk 13,5 . (19) Apk 14,1 . (20) Apk 14,3 . (21) Apk 21,17 . Een vorm van τεσσαρακοντα = tessarakonta in de LXX (151) . Een vorm van τεσσερακοντα = tesserakonta in het NT (22) .

  telwoorden  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  tesserakonta  (40) 21    21   

- Latijn . quadraginta . Bijbel (146) . OT (124) . NT (22) . Gn (11) . Fr. quarante . N. veertig . E. forty . D. vierzig . Aramees : אַרְבָּעִין = ´arëbâ`îm (veertig) . Arabisch : اَرْبَعُونَ = ´arba`ûna (veertig) .

Ex 24,18.12.
- Grieks . gen. vr. enk. + acc. vr. mv. ἡμερας = hèmeras (dagen) van het zelfst. naamw. ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Ex (36) . Ex 20 (1) Ex 20,9 .

  hèmera (dag)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
2 gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras  799  575  224  13  11  14  40  126  12  38  46     

- Latijn . dat. + abl. vr. mv. diebus van het zelfst. naamw. dies (dag) . Bijbel (509) . OT (437) . NT (72) . Ex (24) : (1) Ex 2,11 . (2) Ex 10,22 . (3) Ex 12,15 . (4) Ex 12,19 . (5) Ex 13,6 . (6) Ex 13,7 . (7) Ex 13,10 . (8) Ex 15,22 . (9) Ex 16,26 . (10) Ex 20,9 . (11) Ex 20,11 . (12) Ex 22,29 . (13) Ex 23,12 . (14) Ex 23,15 . (15) Ex 24,16 . (16) Ex 24,18 . (17) Ex 29,30 . (18) Ex 29,35 . (19) Ex 29,37 . (20) Ex 31,15 . (21) Ex 31,17 . (22) Ex 34,18 . (23) Ex 34,21 . (24) Ex 35,2 .
- Ned. : dag . Arabisch : يَوم = jaum (dag) . Taalgebruik in de Qoran : dag (jaum) . D. : Tag . E. : day . F. : jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Grieks : ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. : dies . Hebreeuws : יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) .

Ex 24,18.11. - 12. אַרְבָּעִימ יוֹם = ´arëbâ`îm jôm (40 dagen) . Tenakh (17) . Pentateuch (13) . Andere boeken (4) . In acht verzen van de Pentateuch staat veertig dagen en veertig nachten : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 . (3) Ex 24,18 . (4) Ex 34,28 . (5) Dt 9,9 . (6) Dt 9,11 . (7) Dt 9,18 . (8) Dt 10,10 . In vijf verzen beperkt het zich tot veertig dagen : (1) Gn 7,17 (watervloed) . (2) Gn 8,6 (watervloed) . (3) Gn 50,3 (rouw na de dood van Jakob) . (4) Nu 13,25 (Terugkeer van de bespieders) . (5) Nu 14,34 (Eén dag voor één jaar) . Verder : (1) 1 S 17,16 . (2) Ezr 4,6 . (3) Jon 3,4 .

Ex 24,18.13. אַרְבָּעִים = ´arëbâ`îm (veertig , 40) . Taalgebruik in Tenakh : ´arëbâ`îm (veertig . 40) . getalswaarde : aleph = 1 ; resj = 20 of 200 ; beth = 2 ; ajin = 16 of 70 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 62 of 323 (323) . Tenakh (91) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (22) . Gn (11) : (1) Gn 5,13 (veertig in combinatie met 840) . (2) Gn 7,4 (veertig dagen en veertig nachten) . (3) Gn 7,12 (watervloed) . (4) Gn 7,17 (watervloed) . (5) Gn 8,6 (watervloed) . (6) Gn 18,28 (45 rechtvaardigen) . (7) Gn 18,29 (tweemaal : 40 rechtvaardigen) . (8) Gn 25,20 (Isaak = 40 jaar , neemt Rebecca tot vrouw) . (9) Gn 26,34 (Esau nam twee vrouwen, toen hij veertig jaar was) . (10) Gn 32,16 (40 koeien) . (11) Gn 50,3 (balseming van Jakob) . Ex (3) : (1) Ex 16,35 . (2) Ex 24,18 . (3) Ex 34,28 . (15) Nu 1,33 (40.500) . (16) Nu 2,19 (40.500) . (17) Nu 13,25 . (18) Nu 14,33 . (19) Nu 14,34 . (20) Nu 26,18 (40.500) . (21) Nu 32,13 . (22) Nu 35,6 (42 steden) . (23) Nu 35,7 (48 steden) . (24) Dt 2,7 . (25) Dt 8,2 . (26) Dt 8,4 . (27) Dt 9,9 . (28) Dt 9,11 . (29) Dt 9,18 . (30) Dt 9,25 . (31) Dt 10,10 . (32) Dt 25,3 (40 slagen) . (33) Dt 29,4 (40 jaar) . (34) Joz 5,6 . (35) Joz 14,7 . (36) Joz 14,10 (45 jaar) . (37) Joz 21,41 (48 steden) . (38) Re 3,11 . (39) Re 5,31 . (40) Re 8,28 . (41) Re 12,6 (42.000 man) .
- וְאַרְבָּעִים = wë´arëbâ`îm (en veertig , 40) . Tenakh (36) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (12) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Gn (3) : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 . (3) Gn 47,28 . : (1) Job 42,16 . (2) Ezr 2,8 . (3) Ezr 2,25 . (4) Neh 7,62 . (5) Neh 7,67 . (6) Neh 9,21 . (7) 1 Kr 19,18 . (8) 2 Kr 24,1 .
- Grieks . τεσσαρακοντα = tessarakonta (veertig, 40) . Zie : telwoorden . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Tenakh (115) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (29) . Gn (12) : + Gn 47,28 . NT (21) : τεσσερακοντα = tesserakonta (veertig, 40) . (1) Mt 4,2 . (2) Mc 1,13 . (3) Lc 4,2 . (4) Joh 2,20 . (5) Hnd 1,3 . (6) Hnd 4,22 . (7) Hnd 7,30 . (8) Hnd 7,36 . (9) Hnd 7,42 . (10) Hnd 13,21 . (11) Hnd 23,13 . (12) Hnd 23,21 . (13) 2 Kor 11,24 . (14) Heb 3,10 . (15) Heb 3,17 . (16) Apk 7,4 . (17) Apk 11,2 . (18) Apk 13,5 . (19) Apk 14,1 . (20) Apk 14,3 . (21) Apk 21,17 . Een vorm van τεσσαρακοντα = tessarakonta in de LXX (151) . Een vorm van τεσσερακοντα = tesserakonta in het NT (22) .

  telwoorden  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  tesserakonta  (40) 21    21   

- Latijn . quadraginta . Bijbel (146) . OT (124) . NT (22) . Gn (11) . Fr. quarante . N. veertig . E. forty . D. vierzig . Aramees : אַרְבָּעִין = ´arëbâ`îm (veertig) . Arabisch : اَرْبَعُونَ = ´arba`ûna (veertig) .

Ex 24,18.14. לָיְלָה = lajëlâh (nacht) . Taalgebruik in Tenakh : lajëlâh (nacht) . De getalswaarde is : lamed = 12 of 30 , jod = 10 , he = 5 . Totaal : 39 (26 + 13 OF 3 X 13) of 75 (3 X 25) . Structuur : 3 - 1 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (82) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (16) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (26) . Gn (5) : (1) Gn 1,5 . (2) Gn 7,4 . (3) Gn 7,12 . (4) Gn 14,15 . (5) Gn 31,39 . Ex (6) : (1) Ex 12,30 . (2) Ex 12,31 . (3) Ex 13,22 . (4) Ex 24,18 . (5) Ex 34,28 . (6) Ex 40,38 .
- הַלָּיְלָה = hallâjëlâh (de nacht) < prefix bepaald lidw. ha + לָיְלָה = lajëlâh (nacht) . Taalgebruik in Tenakh : lajëlâh (nacht) . De getalswaarde van lajëlâh (nacht) is : lamed = 12 of 30 , jod = 10 , he = 5 . Totaal : 39 (26 + 13 OF 3 X 13) of 75 (3 X 25) . Structuur : 3 - 1 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (54) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (9) . Pentateuch (19) : (1) Gn 1,14 . (2) Gn 1,16 . (3) Gn 19,5 . (4) Gn 19,34 . (5) Gn 20,3 . (6) Gn 30,15 . (7) Gn 31,24 . (8) Gn 46,2 . (9) Ex 10,13 . (10) Ex 11,4 . (11) Ex 12,29 . (12) Ex 12,42 . (13) Ex 14,20 . (14) Ex 14,21 . (15) Lv 6,2 . (16) Nu 11,32 . (17) Nu 22,8 . (18) Nu 22,19 . (19) Dt 9,25 .
- Grieks : nux (nacht) . Taalgebruik in de Septuaginta : nux (nacht) . Taalgebruik in het NT : nux (nacht) .
- Ned. : nacht . Arabisch : ليلة = nacht (laila) . Taalgebruik in de Qoran : nacht (laila) . D. : Nacht . E. : night . Fr. : nuit . Gr. : νυξ = nux (nacht) . Taalgebruik in het NT : nux (nacht) . לָיְלָה = lajëlâh (nacht) . Taalgebruik in Tenakh : lajëlâh (nacht) . Lat. : nox .

Ex 24,18.11. - 14. אַרְבָּעִימ יוֹם וְאַרְבָּעִימ לָיְלָה = ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh (veertig dagen en veertig nachten) . De uitdrukking telt 4 woorden en 20 letters . De getalswaarde ervan is 783 (3³ X 29 OF 27 X 29) . Tenakh (9) : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 . (3) Ex 24,18 . (4) Ex 34,28 . (5) Dt 9,9 . (6) Dt 9,11 . (7) Dt 9,18 . (8) Dt 10,10 . (9) 1 K 19,8 .
- De Griekse tekst τεσσαρακοντα ἡμερας και τεσσαρακοντα νυκτας = tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (veertig dagen en veertig nachten) telt precies veertig letters (12 + 7 + 3 + 12 + 6) .
- De sterke gelijkenis tussen enerzijds Marcus en anderzijds Exodus schetst het beeld van Mozes en de nieuwe Mozes . Zoals Mozes in de woestijn heeft verbleven , zo ook Jezus .

Mc 1,13 Ex 34,28 Ex 24,18
kai (en) èn (hij was) wajëhi - kai (en) èn (hij was) wajëhi Mosjèh - kai (en Mozes) èn (was)
en tèi erèmôi (in de woestijn) sjâm `im adonaj - ekei (daar) Môusès (Mozes) enantion kuriou (tegenover de Heer) ekei (daar) bâhâr - en tôi horei (op de berg)
tesserakonta hèmeras (veertig dagen) ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh - tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (40 dagen en 40 nachten) ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh - tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (40 dagen en 40 nachten)
  lèhèm lo´ ' âhal ûmaîm lo' sjâthâh - arton ouk efagen kai hudôr ouk epien (brood at hij niet en water dronk hij niet)  
20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 - De nieuwe stenen platen : Ex 34,1-35 - Het verbond : Ex 24,1-18 -

Septuaginta

1kai m˘usè eipen anabèthi pros kurion su kai aar˘n kai nadab kai abioud kai ebdomèkonta t˘n presbuter˘n israèl kai proskunèsousin makrothen t˘ kuri˘2kai eggiei m˘usès monos pros ton theon autoi de ouk eggiousin o de laos ou sunanabèsetai met' aut˘n3eisèlthen de m˘usès kai diègèsato t˘ la˘ panta ta rèmata tou theou kai ta dikai˘mata apekrithè de pas o laos f˘nè mia legontes pantas tous logous ous elalèsen kurios poièsomen kai akousometha4kai egrapsen m˘usès panta ta rèmata kuriou orthrisas de m˘usès to pr˘i ˘kodomèsen thusiastèrion upo to oros kai d˘deka lithous eis tas d˘deka fulas tou israèl5kai exapesteilen tous neaniskous t˘n ui˘n israèl kai anènegkan olokaut˘mata kai ethusan thusian s˘tèriou t˘ the˘ moscharia6lab˘n de m˘usès to èmisu tou aimatos enecheen eis kratèras to de èmisu tou aimatos prosecheen pros to thusiastèrion7kai lab˘n to biblion tès diathèkès anegn˘ eis ta ˘ta tou laou kai eipan panta osa elalèsen kurios poièsomen kai akousometha8lab˘n de m˘usès to aima kateskedasen tou laou kai eipen idou to aima tès diathèkès ès dietheto kurios pros umas peri pant˘n t˘n log˘n tout˘n9kai anebè m˘usès kai aar˘n kai nadab kai abioud kai ebdomèkonta tès gerousias israèl10kai eidon ton topon ou eistèkei ekei o theos tou israèl kai ta upo tous podas autou ˘sei ergon plinthou sapfeirou kai ˘sper eidos stere˘matos tou ouranou tè kathariotèti11kai t˘n epilekt˘n tou israèl ou dief˘nèsen oude eis kai ˘fthèsan en t˘ top˘ tou theou kai efagon kai epion12kai eipen kurios pros m˘usèn anabèthi pros me eis to oros kai isthi ekei kai d˘s˘ soi ta puxia ta lithina ton nomon kai tas entolas as egrapsa nomothetèsai autois13kai anastas m˘usès kai ièsous o parestèk˘s aut˘ anebèsan eis to oros tou theou14kai tois presbuterois eipan èsuchazete autou e˘s anastreps˘men pros umas kai idou aar˘n kai ˘r meth' um˘n ean tini sumbè krisis prosporeuesth˘san autois15kai anebè m˘usès kai ièsous eis to oros kai ekalupsen è nefelè to oros16kai katebè è doxa tou theou epi to oros to sina kai ekalupsen auto è nefelè ex èmeras kai ekalesen kurios ton m˘usèn tè èmera tè ebdomè ek mesou tès nefelès17to de eidos tès doxès kuriou ˘sei pur flegon epi tès korufès tou orous enantion t˘n ui˘n israèl18kai eisèlthen m˘usès eis to meson tès nefelès kai anebè eis to oros kai èn ekei en t˘ orei tessarakonta èmeras kai tessarakonta nuktas