EXODUS 24 - Ex 24 -
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Ex (Exodus)
-- Ex 24 -
-
Ex 24,1-18
-
- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website
Overzicht van Exodus : - Ex
2 - Ex 3
- Ex 4 - Ex
5 - Ex 6 -
Ex 7 - Ex
8 - Ex 9
- Ex 10 - Ex
11 - Ex 12
- Ex 13
- Ex 14 - Ex
15 - Ex 16
- Ex 17
- Ex 18 - Ex
19 - Ex 20
- Ex 21
- Ex 22 - Ex
23 - Ex 24
- Ex 25 - Ex
26 - Ex 27
- Ex 28
- Ex 29 - Ex
30 - Ex 31
- Ex 32
- Ex 33 - Ex
34 - Ex 35
- Ex 36
- Ex 37 - Ex
38 - Ex 39
- Ex 40
-
Overzicht vers per vers : Ex
24,1 - Ex
24,2 - Ex
24,3 - Ex
24,4 - Ex
24,5 - Ex
24,6 - Ex
24,7 - Ex
24,8 - Ex
24,9 - Ex
24,10 - Ex
24,11 - Ex
24,12 - Ex
24,13 - Ex
24,14 - Ex
24,15 - Ex
24,16 - Ex
24,17 - Ex
24,18 -
Overzicht van Tenach : Tenach
: overzicht , Tenach
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Tenach
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Septuaginta
: commentaar ,
Exodus : overzicht , Exodus : taalgebruik - Exodus A - Exodus B - Exodus C - Exodus D - Exodus E - Exodus F - Exodus G - Exodus H - Exodus I - Exodus J - Exodus K - Exodus L - Exodus M - Exodus N - Exodus O - Exodus P - Exodus Q - Exodus R - Exodus S - Exodus T - Exodus U - Exodus V - Exodus W - Exodus X -Exodus Y - Exodus Z - , Exodus : commentaar ,
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ | http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm | Studiebijbel 3 | Luther-Bibel 1984 | Cahier biblique | King James Bible : (1) - |
| bijbelvertalingen Lexilogos | De Griekse bijbel | bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht -- taalgebruik
-
- OT : Gn
(Genesis) , Ex
(Exodus) , Lv
(Leviticus) , Nu
(Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
http://www.zondervan.com/media/samples/pdf/0310210887_samptxt.pdf .
| Structuur Ex 24 | Ex 24,1 | Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 | Ex 24,10 - Ex 24,11 | Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 | Ex 24,16 - Ex 24,17 | Ex 24,18 |
| Ex 24,1 - Ex 24,1 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And he said unto Moses, Come up unto the LORD, thou, and
Aaron, Nadab, and Abihu, and seventy of the elders of Israel; and worship ye
afar off.
Luther-Bibel (1984) . 1Und zu Mose sprach er: Steig herauf zum HERRN, du und
aAaron, Nadab und Abihu und bsiebzig von den Ältesten Israels, und betet
an von ferne
Tekstuitleg van Ex 24,1 . Dit vers Ex 24,1 telt 15 (3 X 5) woorden , 65 (5 X 13) letters en 42 lettergrepen . De getalwaarde van Ex 24,1 is 4239 (3 X 3 X 3 X 157) .
| Structuur Ex 24 | Ex 24,1 : JHWH is onderwerp | Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 | Ex 24,10 - Ex 24,11 | Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 | Ex 24,16 - Ex 24,17 | Ex 24,18 |
| Ex 24,1 : opdracht | `äleh ´èl JHWH ´aththâh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (Klim op naar JHWH jij en Aäron, Nadab en Abihoe) |
| Ex 24,9 : uitvoering | wajja`al Mosjèh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (en klom op Mozes en Aäron, Nadab en Abihoe) |
1. w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl
(naar, tot) wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el)
3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenach : ´èl
. Tenach (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex
5,9 . (2) Ex
6,3 . (3) Ex
6,13 . (4) Ex
7,8 . (5) Ex
9,8 . (6) Ex
12,1 . (7) Ex
12,22 . (8) Ex
20,19 . (9) Ex
24,1 . (10) Ex
24,11 . (11) Ex
24,14 . (12) Ex
25,21 . (13) Ex
30,31 . (14) Ex
36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex
24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex
24,1 (Mozes) . (2) Ex
24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex
24,14 (de oudsten) .
- wë´èl (en tot) ... ´âmar (zei hij) . In Ex
24,1 zei JHWH tot Mozes . In Ex
24,14 zei Mozes tot de oudsten .
2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
1. - 2. ´èl mosjèh (tot Mozes) komt in 203 verzen voor
. wë´èl mosjèh (en tot Mozes) komt in de bijbel slechts
in Ex 24,1
voor .
- wajj´omèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot
Mozes) . In zesenzestig verzen in de bijbel . In tweeënveertig verzen in
Ex (Exodus) .
In Ex 24 slechts
in Ex 24,12
. Verwijzing : ´âmar
(zeggen) , zie Jr
1,4 .
3. ´âmar (zeggen) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . ´âmar (zeggen) . Het komt in 790 verzen in de bijbel voor . In dertig verzen in Ex (Exodus) . wë´èl (en tot) ... ´âmar (zei hij) . In Ex 24,1 zei JHWH tot Mozes . In Ex 24,14 zei Mozes tot de oudsten .
Ex 24,1.4. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenach : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . (1) `âlâh (hij ging op) . act. qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (2) `äleh (ga) . act. qal imperatief tweede persoon mannelijk enkelvoud . (3) `olâh (brandoffer) . Tenach (158) . Pentateuch (53) . Ex (7) : (1) Ex 12,38 . (2) Ex 18,12 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 24,1 . (5) Ex 24,12 . (6) Ex 29,18 . (7) . Ex 33,1 . In drie verzen is het een imperatief : (1) Ex 24,1 (`äleh ´èl JHWH = ga op naar JHWH) . Hapax . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 33,1 .
5. ´èl (naar, tot) . Verwijzing : ´èl (naar, tot) , zie Gn 12,1 . Voorzetsel .
6. JHWH (JHWH) . Verwijzing : JHWH (JHWH) , zie Ex 13,21 . In 5193 verzen in de bijbel . In 299 verzen in Ex (Exodus) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .
4. - 6. `äleh ´èl JHWH = ga op naar JHWH . Hapax . Verwijzing : `âlah (opgaan, opklimmen) , zie Ps 68,19 .
5. - 6. ´èl JHWH (naar JHWH) . Verwijzing : ´èl (naar, tot) , zie Gn 12,1 . In 160 verzen in de bijbel . In 24 verzen in Ex (Exodus) , zie Ex 24,1 . In twee verzen in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 .
8. - 10. wë´ahäron nâdâbh wa´äbhîhû (en Aäron Nadab en Abihoe) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,9 . In Ex 24,1 geeft JHWH de opdracht aan Mozes , in Ex 24,9 voert Mozes de opdracht uit . Mosjèh wë´ahäron n âdâbh wa´äbhîhû (Mozes en Aäron , Nadab en Abihoe) : slechts in Ex 24,9 . Bij de verheerlijking van Jezus neemt Jezus drie leerlingen met zich mee op de berg .
| Ex 24,2 - Ex 24,2 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Moses alone shall come near the LORD: but they shall
not come nigh; neither shall the people go up with him.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose allein nahe sich zu Jehova; sie aber sollen sich
nicht nahen, und das Volk soll nicht mit ihm heraufsteigen.
Tekstuitleg van Ex 24,2 . Dit vers Ex 24,2 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden , 39 (3 X 13) letters en 27 ( 3 X 3 X 3) lettergrepen . De getalwaarde van Ex 24,2 is 1588 (2 X 2 X 397) . Ex 24,2 bestaat uit drie nevenschikkende zinnen (5 - 3 - 4 woorden) .
2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
1. - 2. wëniggasj mosjèh (en Mozes naderde) . Slechts in één vers in de bijbel : Ex 24,2 .
4.´èl (naar, tot) . Verwijzing : ´èl (naar, tot) , zie Gn 12,1 . Voorzetsel .
5. JHWH (JHWH) . Verwijzing : JHWH (JHWH) , zie Ex 13,21 . In 5193 verzen in de bijbel . In 299 verzen in Ex (Exodus) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .
4. - 5. ´èl JHWH (naar JHWH) . Verwijzing : ´èl
(naar, tot) , zie Gn
12,1 . In 160 verzen in de bijbel . In 24 verzen in Ex
(Exodus) , zie Ex
24,1 . In twee verzen in Ex
24 : (1) Ex
24,1 . (2) Ex
24,2 .
| Ex 24,3 - Ex 24,3 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Moses came and told the people all the words of the
LORD, and all the judgments: and all the people answered with one voice, and
said, All the words which the LORD hath said will we do.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose kam und erzählte dem Volke alle Worte Jehovas
und alle Rechte; und das ganze Volk antwortete mit einer Stimme und sprach:
Alle Worte, die Jehova geredet hat, wollen wir tun
Tekstuitleg van Ex 24,3 . Dit vers Ex 24,3 telt 23 woorden en 82 (2 X 41) letters . De getalwaarde van Ex 24,3 is 4676 (2 X 2 X 7 X 167) .
1. wajjâbho´ (en hij ging) . In 289 verzen in de bijbel . In zestien verzen in Ex (Exodus) , waarin tienmaal Mozes onderwerp is . Verwijzing : bw´(gaan, komen) , zie Ex 24,18 .
2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
1. - 2. wajjâbho´ mosjèh (en Mozes ging) . Verwijzing : bw´(gaan, komen) , zie Ex 24,18 . Deze zinsconstructie komt in tien verzen in de bijbel voor : (1) Ex 7,10 . (2) Ex 10,3 . (3) Ex 19,7 (Mozes ging naar beneden). (4) Ex 24,3 (Mozes ging naar beneden) . (5) Ex 24,18 . (6) Lv 9,23 . (7) Nu 17,8 . (8) Nu 17,23 . (9) Nu 20,6 . (10) Dt 32,44 . wajjâbho´ mosjèh (en Mozes ging) . Verwijzing : bw´(gaan, komen) , zie Ex 24,18 .
7. - 8. dibhëre(j) JHWH (woorden van JHWH) . Tenach (16) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) Nu 11,24 . (5) Joz 3,9 . (6) 1 S 8,10 . (7) 1 S 15,1 . (8) 2 Kr 11,4. (9) Jr 36,4 . (10) Jr 36,6 . (11) Jr 36,8 . (12) Jr 36,11 . (13) Jr 37,2 . (14) Jr 43,1 . (15) Ez 11,25 . (16) Am 8,11 .
5. - 8. ´eth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Am 8,11 . (2) Nu 11,24 . ´èth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (3) : (1) Joz 3,9 . (2) 2 Kr 11,4. (3) Jr 36,6 . ´eth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (6) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) 1 S 8,10 . (5) Jr 36,4 . (6) Ez 11,25 . ´èth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Jr 36,11 . (2) Jr 43,1 .
8. en 22 . JHWH (JHWH) . Verwijzing : JHWH (JHWH) , zie Ex 13,21 . In 5193 verzen in de bijbel . In 299 verzen in Ex (Exodus) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .
| Ex 24,4 - Ex 24,4 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Moses wrote all the words of the LORD, and rose up early
in the morning, and builded an altar under the hill, and twelve pillars, according
to the twelve tribes of Israel.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose schrieb alle Worte Jehovas nieder. Und er machte
sich des Morgens früh auf und baute einen Altar unten am Berge und zwölf
Denksteine nach den zwölf Stämmen Israels.
Tekstuitleg van Ex 24,4 . Dit vers Ex 24,4 telt 19 woorden en 73 letters . De getalwaarde van Ex 24,4 is 6629 (7 X 947) .
Ex 24,4.1. wajjikhëthobh (en hij schreef) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven) . Getalwaarde : kaph = 12 of 30 , thaw = 22 of 400 , beth = 2 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 342 (2 X 3² X 19) . Structuur : 3 - 4 - 2 . Tenakh (25) . Pentateuch (6) : (1) Ex 24,4 . (2) Ex 34,28 . (3) Nu 33,2 . (4) Dt 10,4 . (5) Dt 31,9 . (6) Dt 31,22 .
2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
Ex 24,4.1. - 2. wajjikhëthobh mosjèh (en Mozes schreef) . In vier verzen in de bijbel : (1) Ex 24,4 . (2) Nu 33,2 . (3) Dt 31,9 . (4) Dt 31,22 .
6. JHWH (JHWH) . Verwijzing : JHWH (JHWH) , zie Ex 13,21 . In 5193 verzen in de bijbel . In 299 verzen in Ex (Exodus) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .
5. - 6. dibhëre(j) JHWH (woorden van JHWH) . Tenach (16) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) Nu 11,24 . (5) Joz 3,9 . (6) 1 S 8,10 . (7) 1 S 15,1 . (8) 2 Kr 11,4. (9) Jr 36,4 . (10) Jr 36,6 . (11) Jr 36,8 . (12) Jr 36,11 . (13) Jr 37,2 . (14) Jr 43,1 . (15) Ez 11,25 . (16) Am 8,11 .
3. - 6. ´eth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Am 8,11 . (2) Nu 11,24 . ´èth dibhër(j)e JHWH (de woorden van JHWH) . Tenach (3) : (1) Joz 3,9 . (2) 2 Kr 11,4. (3) Jr 36,6 . ´eth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (6) : (1) Ex 4,28 . (2) Ex 24,3 . (3) Ex 24,4 . (4) 1 S 8,10 . (5) Jr 36,4 . (6) Ez 11,25 . ´èth kâl dibhër(j)e JHWH (al de woorden van JHWH) . Tenach (2) : (1) Jr 36,11 . (2) Jr 43,1 .
| Ex 24,5 - Ex 24,5 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And he sent young men of the children of Israel, which offered
burnt offerings, and sacrificed peace offerings of oxen unto the LORD.
Luther-Bibel (1984) . Und er sandte Jünglinge der Kinder Israel hin, und
sie opferten Brandopfer und schlachteten Friedensopfer von Farren dem Jehova.
Tekstuitleg van Ex 24,5 . Dit vers Ex 24,5 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 52 (2 X 2 X 13) letters . De getalwaarde van Ex 24,5 is 3222 (2 X 3 X 3 X 179) .
| Ex 24,6 - Ex 24,6 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Moses took half of the blood, and put it in basons;
and half of the blood he sprinkled on the altar.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose nahm die Hälfte des Blutes und tat es in
Schalen, und die Hälfte des Blutes sprengte er an den Altar.
Tekstuitleg van Ex 24,6 . Dit vers Ex 24,6 telt 11 woorden en 39 (3 X 13) letters . De getalwaarde van Ex 24,6 is 2070 (2 X 3² X 5 X 23) .
Ex 24,6.1.
nevensch. voegwoord waw + act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. (jiqëtal)
wajjiqqach (en hij nam) van het werkw. lâqach (nemen, grijpen, ontvangen)
. Taalgebruik in Tenach : lâqach
(nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19
of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3
- 1 - 8 . Gr. lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô
(nemen) . Taalgebruik in het N.T. : lambanô
(nemen) . Lat. accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) . Fr. prendre
. N. nemen . D. nehmen . E. take . Tenach (199) . Pentateuch (86) . Ex (15)
: (1) Ex 2,1
. (2) Ex
4,20 . (3) Ex
6,20 . (4) Ex
6,23 . (5) Ex
13,19 . (6) Ex
14,7 . (7) Ex
18,2 . (8) Ex
18,12 . (9) Ex
24,6 . (10) Ex
24,7 . (11) Ex
24,8 . (12) Ex
32,4 . (13) Ex
32,20 . (14) Ex
34,4 . (15) Ex
40,20 . Ex 24 (3) . Ex
24,6 - Ex
24,7 - Ex
24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) .
act. part. aor. nom. mann. enk. labôn van het werkw. lambanô (nemen)
. Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô
(nemen) . LXX (46) . N.T. (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) :
Ex 24,6
- Ex 24,7
- Ex 24,8
.
2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
1. - 2. wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . In achttien verzen in de
bijbel .
| Ex 24,7 - Ex 24,7 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And he took the book of the covenant, and read in the audience
of the people: and they said, All that the LORD hath said will we do, and be
obedient.
Luther-Bibel (1984) . Und er nahm das Buch des Bundes und las es vor den Ohren
des Volkes; und sie sprachen: Alles, was Jehova geredet hat, wollen wir tun
und gehorchen.
Tekstuitleg van Ex 24,7 . Dit vers Ex 24,7 telt 13 woorden en 52 (2 X 2 X 13) letters ; verhouding : 1 op 4 . De getalwaarde van Ex 24,7 is 3520 ( 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 5 X 11) .
1. nevensch. voegwoord waw + act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. (jiqtal)
wajjiqqach (en hij nam) van het werkw. lâqach (nemen, grijpen, ontvangen)
. Taalgebruik in Tenach : lâqach
(nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19
of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3
- 1 - 8 . Gr. lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô
(nemen) . Taalgebruik in het N.T. : lambanô
(nemen) . Lat. accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) . Fr. prendre
. N. nemen . D. nehmen . E. take . Tenach (199) . Pentateuch (86) . Ex (15)
: (1) Ex 2,1
. (2) Ex
4,20 . (3) Ex
6,20 . (4) Ex
6,23 . (5) Ex
13,19 . (6) Ex
14,7 . (7) Ex
18,2 . (8) Ex
18,12 . (9) Ex
24,6 . (10) Ex
24,7 . (11) Ex
24,8 . (12) Ex
32,4 . (13) Ex
32,20 . (14) Ex
34,4 . (15) Ex
40,20 . Ex 24 (3) . Ex
24,6 - Ex
24,7 - Ex
24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) .
act. part. aor. nom. mann. enk. labôn van het werkw. lambanô (nemen)
. Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô
(nemen) . LXX (46) . N.T. (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) :
Ex 24,6
- Ex 24,7
- Ex 24,8
.
11. JHWH (JHWH) . Verwijzing : JHWH (JHWH) , zie Ex 13,21 . In 5193 verzen in de bijbel . In 299 verzen in Ex (Exodus) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .
- kol ´äsjèr dibbèr JHWH (alles wat JHWH sprak) . In twee verzen in de bijbel : (1) Ex 19,8 . (2) Ex 24,7 . Verwijzing : dâbhar (spreken) , zie Nu 27,15 .
| Ex 24,8 - Ex 24,8 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Moses took the blood, and sprinkled it on the people,
and said, Behold the blood of the covenant, which the LORD hath made with you
concerning all these words.
Luther-Bibel (1984) . Und Mose nahm das Blut und sprengte es auf das Volk und
sprach: Siehe, das Blut des Bundes, den Jehova mit euch gemacht hat über
alle diese Worte.
Tekstuitleg van Ex 24,8 .
1. nevensch. voegwoord waw + act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. (jiqtal)
wajjiqqach (en hij nam) van het werkw. lâqach (nemen, grijpen, ontvangen)
. Taalgebruik in Tenach : lâqach
(nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19
of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3
- 1 - 8 . Gr. lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô
(nemen) . Taalgebruik in het N.T. : lambanô
(nemen) . Lat. accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) . Fr. prendre
. N. nemen . D. nehmen . E. take . Tenach (199) . Pentateuch (86) . Ex (15)
: (1) Ex 2,1
. (2) Ex
4,20 . (3) Ex
6,20 . (4) Ex
6,23 . (5) Ex
13,19 . (6) Ex
14,7 . (7) Ex
18,2 . (8) Ex
18,12 . (9) Ex
24,6 . (10) Ex
24,7 . (11) Ex
24,8 . (12) Ex
32,4 . (13) Ex
32,20 . (14) Ex
34,4 . (15) Ex
40,20 . Ex 24 (3) . Ex
24,6 - Ex
24,7 - Ex
24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) .
act. part. aor. nom. mann. enk. labôn van het werkw. lambanô (nemen)
. Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô
(nemen) . LXX (46) . N.T. (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) :
Ex 24,6
- Ex 24,7
- Ex 24,8
.
2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
1. - 2. wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . In achttien verzen in de bijbel .
8. wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Amos : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jona : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (1879) . Pentateuch (594) . Ex (150) . In twee verzen in Ex 24 : (1) Ex 24,8 . (2) Ex 24,12 .
9. - 10. dam habbërîth (bloed van het verbond) . In Tenach slechts in Ex 24,8 .
Ex 24,8.10. - 11. habbërîth ´äsjèr (het verbond dat) . Tenakh (9) : (1) Gn 9,12 . (2) Gn 9,17 . (3) Ex 24,8 . (4) Dt 9,9 . (5) Dt 28,69 . (6) 2 Kr 21,7 . (7) Jr 31,33 . (8) Jr 34,18 . (9) Mal 3,1 .
10. - 12. habbërîth ´äsjèr kârath (het verbond dat hij sloot) . Tenakh (4) : (1) Ex 24,8 . (2) Dt 9,9 . (3) Dt 28,69 . (4) 2 Kr 21,7 .
14. JHWH (JHWH) . Verwijzing : JHWH (JHWH) , zie Ex 13,21 . In 5193 verzen in de bijbel . In 299 verzen in Ex (Exodus) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .
| Ex 24,9 - Ex 24,9 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . Then went up Moses, and Aaron, Nadab, and Abihu, and seventy
of the elders of Israel:
Luther-Bibel (1984) . Und es stiegen hinauf Mose und Aaron, Nadab und Abihu,
und siebzig von den Ältesten Israels;
| Ex 24,1 : opdracht | `äleh ´èl JHWH ´aththâh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (Klim op naar JHWH jij en Aäron, Nadab en Abihoe) |
| Ex 24,9 : uitvoering | wajja`al Mosjèh wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû (en klom op Mozes en Aäron, Nadab en Abihoe) |
Tekstuitleg van Ex 24,9 . Dit vers Ex 24,9 telt 8 (2 X 2 X 2) woorden en 38 (2 X 19) letters . De getalwaarde van Ex 24,9 is 1986 (2 X 3 X 331) .
Ex 24,9.1. wj`l : verbindingsletter wë + qal imperfectum derde persoon mann. enkelvoud wajja`al (en hij klom op) OF + qal jussief 3de pers. mann. enk. wëja`al (en ga op) van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenach : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenach (115) . Pentateuch (26) . Ex 24 (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 .
2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
1. - 2. inleiding en uitnodiging (opdracht)
| Ex 19,20 | wajjiqërâ´ JHWH (en JHWH riep) lëmosjèh (- tot - Mozes) | ´èl ro´sj hâhâr (naar de top van de berg) | |
| Ex 24,1 : opdracht - Ex 24,9 : uitvoering | wë´èl mosjèh ´âmar (en tot Mozes zei hij) |
`äleh (klim op) | ´èl JHWH (naar JHWH) |
| Ex 24,12 : opdracht . Uitvoering : Ex 24,13 - Ex 24,15 - Ex 24,18 - | wajj´omèr JHWH èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) | `äleh ´elaj (ga tot mij) | hâhârâh (bergwaarts , naar het gebergte) |
| Dt 32,48 - Dt 32,49 | Dt 32,48 : wajëdabber JHWH ´èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) | `äleh( klim op) | Dt 32,49 : `èl har hâ`äbhârîm (naar het Abarimgebergte) ... har nëbhô (de berg Nebo) |
wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) . In vijf verzen in de bijbel : (1) Ex 19,20 (Mozes) . (2) Ex 24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig oudsten op naar de berg) . (3) Ex 24,13 (Mozes en Jozua) . (4) Ex 24,15 (Mozes) . (5) Dt 34,1 (Mozes) . In al deze teksten gaat Mozes naar boven op uitnodiging van God / JHWH . De inleiding op deze uitnodiging verschilt van tekst tot tekst . Verwijzing : `âlah (opgaan, opklimmen) , zie Ps 68,19 . Verwijzing : Mosjèh (Mozes) , zie Ex 24,18 .
| Ex 19,20 (Mozes) . | wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) | |
| Ex
24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig
oudsten op naar de berg) . |
wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op) | |
| Ex 24,13 (Mozes en Jozua) . | wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op) | ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God) |
| Ex 24,15 (Mozes) | wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) | ´èl hâhâr (naar de berg) |
| Ex 24,18 (Mozes) | wajjâbo´ Mosjèh ... wajja`al | ´èl hâhâr (naar de berg) |
| Dt 34,1 (Mozes) | wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) | ... ´èl har nëbhô (naar de berg Nebo) |
3. wë´ahäron (en Aäron) . In vijftig verzen in de bijbel
. Mosjèh wë´ahäron (Mozes en Aäron) . In drieëndertig
verzen in de bijbel : (1) Ex
4,29 . (2) Ex
5,1 . (3) Ex
5,4 . (4) Ex
6,27 . (5) Ex 7,6 . (6) Ex 7,10 . (7) Ex 7,20 . (8) Ex
8,8 . (9) Ex 10,3 . (10) Ex
12,28 . (11) Ex
12,43 . (12) Ex
16,6 . (13) Ex
24,9 . (14) Ex
40,31 . (15) Lv 9,23 . (16) Nu
1,17 . (17) Nu
1,44 . (18) Nu
3,38 . (19) Nu
3,39 . (20)
- ´ahäron (Aäron) . Verwijzing
: ´ahäron
(Aäron) , zie Ex
24,9 . In 247 verzen in de bijbel .
4. Nâdâbh (Nadab) . Verwijzing
: Nâdâbh
(Nadab) , zie Ex
24,9 . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , dalath = 4 , beth = 2 . Totaal : 20
of 56 . In zeventien verzen in de bijbel : (1) Ex
6,23 . (2) Ex
24,1 . (3) Ex
24,9 . (4) Ex
28,1 . (5) Gn
35,29 . (6) Lev 10,1 . (7) Nu
3,2 . (8) Nu
3,4 . (9) Nu 26,60 . (10) Nadab en Abihoe zijn twee zonen van Aäron (Ex
6,23) .
- Nâdâbh wa´äbhîhû (Nadab en Abihoe) . In
tien verzen in de bijbel .
- wë´ahäron Nâdâbh wa´äbhîhû
(en Aäron Nadab en Abihoe) : (1) Ex
24,1 . (2) Ex
24,9 . In Ex
24,1 geeft JHWH de opdracht aan Mozes , in Ex
24,9 voert Mozes de opdracht uit . Mosjèh wë´ahäron
Nâdâbh wa´äbhîhû (Mozes en Aäron , Nadab
en Abihoe) : slechts in Ex
24,9 . Bij de verheerlijking van Jezus neemt Jezus drie leerlingen met zich
mee op de berg .
5. wa´äbhîhû (en Abihoe) . In tien verzen in de bijbel . Zoon van Aäron , broer van Nadab . ´äbhîhû (Abihoe) . Verwijzing : ´äbhîhû (Abihoe) , zie Ex 24,9 . In twee verzen in de bijbel .
| Structuur Ex 24 | Ex 24,1 | Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 | Ex 24,10 - Ex 24,11 | Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 | Ex 24,16 - Ex 24,17 | Ex 24,18 |
| Ex 24,10 - Ex 24,10 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel (1984) . und sie sahen den Gott Israels; und unter seinen Füßen
war es wie ein Werk von Saphirplatten und wie der Himmel selbst an Klarheit.
Tekstuitleg van Ex 24,10 . Het vers Ex 24,10 telt 12 (2² X 3) woorden en 53 letters . De getalwaarde van Ex 24,10 is (11 X 401) . Het eerste versdeel geeft aan dat Mozes , Aäron , Nadab en Abihu en de zeventig oudsten die een eindje de berg waren opgegaan de God van Israël zagen .
Ex 24,10.1. wajjirë`û (en zij zagen) : nevenschikkend voegw. wë en werkwoordvorm act. ind. imperf. (jiqtol) 3de pers. mann. mv. jirë`û (zij zagen) van het werkw. râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenach : râ´âh (zien) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 26 of 206 . Taalgebruik in de Septuaginta : horaô (zien) . Taalgebruik in het N.T. : horaô (zien) . Lat. videre . Fr. voir . Ned. zien . E. to see . D. sehen . pass. Lat. apparere . Fr. apparaître . E. appear . Ned. verschijnen . D. erscheinen . Tenach (61) . Pentateuch (20) . Ex (3) : (1) Ex 5,19 . (2) Ex 16,15 . (3) Ex 24,10 .
Ex 24,10.1. - 2. wajjirë`û (en zij zagen) ´eth . In Tenach slechts in Ex 24,10 .
Ex 24,10.3. - 4. ´èloh(j)e jishërâel (de God van Israël) . Tenach (191) . Pentateuch (6) : (1) Gn 33,20 . (2) Ex 5,1 . (3) Ex 24,10 . (4) Ex 32,27 . (5) Ex 34,23 . (6) Nu 16,9 .
Ex 24,10.2.
- 4. ´eth ´èloh(j)e jishërâel (de God van Israël)
. In Tenach slechts in Ex
24,10 .
| Ex 24,11 - Ex 24,11 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel (1984) . Und er streckte seine Hand nicht aus gegen die Edlen der
Kinder Israel; und sie schauten Gott und aßen und tranken.
Tekstuitleg van Ex 24,11 .
1. wë´èl (en tot) komt in Ex
24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex
24,1 (Mozes) . (2) Ex
24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex
24,14 (de oudsten) . Zie verder Ex
24,1 .
| Ex 24,12 - Ex 24,12 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And the LORD said unto Moses, Come up to me into the mount,
and be there: and I will give thee tables of stone, and a law, and commandments
which I have written; that thou mayest teach them.
Luther-Bibel (1984) . Und der HERR sprach zu Mose: Komm herauf zu mir auf den
Berg und bleib daselbst, dass ich dir gebe die steinernen Tafeln, Gesetz und
Gebot, die ich geschrieben habe, um sie zu unterweisen.
| Structuur Ex 24 | Ex 24,1 | Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 | Ex 24,10 - Ex 24,11 | Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 | Ex 24,16 - Ex 24,17 | Ex 24,18 |
Tekstuitleg van Ex 24,12 . Dit vers Ex 24,12 telt 19 woorden en 72 (2³ X 3²) letters . De getalwaarde van Ex 24,12 is 5583 (3 X 1861) . Na de inleiding volgt een citaat . De eerste twee woorden tellen elk twee lettergrepen ; het eerste woord begin met een ajin , het tweede met een aleph ; de tweede letter van de twee woorden is een lameth . De klinkers van de twee woorden vormen een chiasme : ä - e / e - a .
| Ex 19,20 | wajjiqërâ´ JHWH (en JHWH riep) lëmosjèh (- tot - Mozes) | ´èl ro´sj hâhâr (naar de top van de berg) | |
| Ex 24,1 : opdracht - Ex 24,9 : uitvoering | wë´èl mosjèh ´âmar (en tot Mozes zei hij) |
`äleh (klim op) | ´èl JHWH (naar JHWH) |
| Ex 24,12 : opdracht . Uitvoering : Ex 24,13 - Ex 24,15 - Ex 24,18 - | wajj´omèr JHWH èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) | `äleh ´elaj (ga tot mij) | hâhârâh (bergwaarts , naar het gebergte) |
| Dt 32,48 - Dt 32,49 | Dt 32,48 : wajëdabber JHWH ´èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) | `äleh( klim op) | Dt 32,49 : `èl har hâ`äbhârîm (naar het Abarimgebergte) ... har nëbhô (de berg Nebo) |
Ex 24,12.1. wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (1879) . Pentateuch (594) . Ex (150) . In twee verzen in Ex 24 : (1) Ex 24,8 . (2) Ex 24,12 .
Ex 24,12.2. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Ex (299) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .
Ex 24,12.1. - 2. wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenach (204) . Ex (46) . Ex 24 (1) : Ex 24,12 .
Ex 24,12.3. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Taalgebruik in Tenach : ´èl . Tenach (3626) . Pentateuch (1096) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 .
Ex 24,12.4. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 ( 3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal) . Structuur : 4 - 3 - 5 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . Gr. môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het N.T. : môusès (Mozes) . Een vorm van môusès (Mozes) in het N.T. (79) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
Ex 24,12.3. - 4. ´èl mosjèh (tot Mozes) . Tenakh (203) . Ex 24 (3) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 . wë´èl mosjèh (en tot Mozes) komt slechts in Ex 24,1 .
Ex 24,12.1. - 4. wajjo´mèr JHWH `èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66) . Ex (42) . In één vers in Ex 24 : Ex 24,12 . In Ex 24,1 wordt nog een hemelse opdracht tot Mozes gericht .
Ex 24,12.5. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenach : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . (1) `âlâh (hij ging op) . act. qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (2) `äleh (ga) . act. qal imperatief tweede persoon mannelijk enkelvoud . (3) `olâh (brandoffer) . Tenach (158) . Pentateuch (53) . Ex (7) : (1) Ex 12,38 . (2) Ex 18,12 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 24,1 . (5) Ex 24,12 . (6) Ex 29,18 . (7) . Ex 33,1 . In drie verzen is het een imperatief : (1) Ex 24,1 (`äleh ´èl JHWH = ga op naar JHWH) . Hapax . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 33,1 .
Ex 24,12.6. ´elaj (tot mij) < voorzetsel ´èl + persoonl. voornaamw. 1ste pers; enk. Zie : ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Taalgebruik in Tenach : ´èl . . Tenakh (453) . Pentateuch (83) . Ex (16) : (1) Ex 3,9 . (2) Ex 3,16 . (3) Ex 6,12 . (4) Ex 6,30 . (5) Ex 11,8 . (6) Ex 14,15 . (7) Ex 15,2 . (8) Ex 18,15 . (9) Ex 18,16 . (10) Ex 19,4 . (11) Ex 22,22 . (12) Ex 22,26 . (13) Ex 24,12 . (14) Ex 32,2 . (15) Ex 32,26 . (16) Ex 33,12 .
Ex 24,12.5. - 6. `äleh ´elaj (ga / kom tot mij) is een hapax . Slechts in Ex 24,12 .
Ex 24,12.7.
hâhârâh (bergwaarts, naar het gebergte) < bepaald lidw.
ha + zelfst. naamw. har + suffix van richting -ah , zie : har (berg) . Taalgebruik
in Tenach : har
(berg) . Taalgebruik in Jesaja : har
(berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²)
of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta
: oros
(berg) . Taalgebruik in N.T. : oros
(berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte
. D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het N.T. (62) .
Tenakh (13) : (1) Gn
12,8 . (2) Gn
19,17 . (3) Gn
19,19 . (4) Ex
24,12 . (5) Dt
1,24 . (6) Dt
1,41 . (7) Dt
1,43 . (8) Dt
9,9 . (9) Dt
10,1 . (10) Dt
10,3 . (11) Joz
2,16 . (12) Joz
2,22 . (13) Re 1,34 .
- Verwant : `äleh `èl har hâ`äbhârîm (en
ga naar het Abarimgebergte) . In twee verzen in de bijbel : (1) Nu
27,12 . (2) Dt
32,49 .
Ex 24,12.8. wëhâjâh (en het zal zijn) < prefix verbindingswoord wë + werkw. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. OF wèhëjeh (en wees) < wë + act. qal imperat. 2de pers. mann. enk.. van het werkw. häjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Genesis : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Dt : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Micha : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Sefanja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) . Tenach (388) . Pentateuch (149) . Ex (42) . Ex 24 (1) : Ex 24,12 .
Ex 24,12.9. sj-m . Tenakh (684) . Pentateuch (190) . Ex (27) . Ex 24 (1) Ex 24,12 . sjâm (daar) OF sjem (naam) . Taalgebruik in Tenach : sjem (naam) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . Gr. onoma (naam) . Taalgebruik in het N.T. : onoma (naam) . Taalgebruik in de Septuaginta : onoma (naam) . Stam : N ... M . Lat. nomen . Fr. nom . Ned. naam . D. Name . Eng. name . Een vorm van onoma (naam) in de LXX (1045) , in het N.T. (228) .
Ex 24,12.8. - 9 . wèhëjeh sjâm (en wees daar) . Tenakh (1) : Ex 24,12 .
Ex 24,12.10. wë´èththënâh () < wë + act. qal imperf. (cohortatief) 1ste pers. enk. van het werkw. nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenach : nâthan (geven) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . Gr. didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het N.T. : didômi (geven) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give . Tenakh (31) . Pentateuch (9) : (1) Gn 17,2 . (2) Gn 30,28 . (3) Gn 31,6 . (4) Gn 34,12 . (5) Gn 45,18 . (6) Gn 47,16 . (7) Ex 24,12 . (8) Nu 8,19 . (9) Nu 21,16 .
Betekenis van Ex 24,12
De berg is de ontmoetingsplaats van de mens met God . Daar ontvangt Mozes de twee stenen tafelen en de thora . Daar worden de naaste medewerkers en de zeventig naartoe geroepen . Daar wordt de taak van Mozes aan Jozua overgedragen . Bij Matteüs is er de bergrede en vindt de zending van de apostelen op de berg plaats .
| Ex 24,13 - Ex 24,13 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Moses rose up, and his minister Joshua: and Moses went
up into the mount of God.
Luther-Bibel (1984) . Da machte sich Mose auf mit seinem Diener Josua und stieg
auf den Berg Gottes.
Tekstuitleg van Ex 24,13 . Dit vers Ex 24,13 telt 9 (3 X 3) woorden en 35 (3 X 7) letters . De getalwaarde van Ex 24,13 is 2632 (2 X 2 X 2 X 7 X 47) .
1. wajjâqâm (en hij stond op) . Verwijzing : egeirô (ontwaken, opwekken) , zie Mc 1,31 . In 125 verzen in de bijbel . In vijf / zes verzen in Ex (Exodus) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 2,17 . (3) Ex 12,30 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 40,18 (wajjâqèm hij deed opstaan ; hifil) . (6) Ex 40,33 .
2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
1. - 2. wajjâqâm mosjèh (en Mozes stond op) . Verwijzing : egeirô (ontwaken, opwekken) , zie Mc 1,31 . In drie verzen in de bijbel : (1) Ex 2,17 . (2) Ex 24,13 . (3) Nu 16,25 .
5. wj`l : verbindingsletter wë + qal imperfectum derde persoon mann. enkelvoud wajja`al (en hij klom op) OF + qal jussief 3de pers. mann. enk. wëja`al (en ga op) van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenach : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenach (115) . Pentateuch (26) . Ex 24 (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 .
6. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
5. - 6. wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) . In vijf verzen in de bijbel : (1) Ex 19,20 (Mozes) . (2) Ex 24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig oudsten op naar de berg) . (3) Ex 24,13 (Mozes en Jozua) . (4) Ex 24,15 (Mozes) . (5) Dt 34,1 (Mozes) . In al deze teksten gaat Mozes naar boven op uitnodiging van God / JHWH . De inleiding op deze uitnodiging verschilt van tekst tot tekst . Verwijzing : `âlah (opgaan, opklimmen) , zie Ps 68,19 . Verwijzing : Mosjèh (Mozes) , zie Ex 24,18 .
| Ex 19,20 (Mozes) . | wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) | |
| Ex
24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig
oudsten op naar de berg) . |
wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op) | |
| Ex 24,13 (Mozes en Jozua) . | wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op) | ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God) |
| Ex 24,15 (Mozes) | wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) | ´èl hâhâr (naar de berg) |
| Ex 24,18 (Mozes) | wajjâbo´ Mosjèh ... wajja`al (en Mozes ging... en hij klom op) | ´èl hâhâr (naar de berg) |
| Dt 34,1 (Mozes) | wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) | ... ´èl har nëbhô (naar de berg Nebo) |
7. - 8. ´èl har (naar de berg van) . Verwijzing : horos (berg) , zie Mt 4,8 en Mc 9,2 . In twintig verzen in de bijbel : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 19,23 . (3) Ex 24,13 . (4) Ex 34,2 . (5) Ex 34,4 . (6) Nu 27,12 . (7) Dt 32,49 . (8) Dt 34,1 . (9) Joz 15,10 . (10) 1 K 18,19 . (11) 1 K 18,20 . (12) 2 K 2,25 . (13) 2 K 4,25 . (14) Ps 43,3 . (15) Hl 4,6 . (16) Js 2,3 . (17) Js 16,1 . (18) Js 56,7 . (19) Ez 40,2 . (20) Mi 4,2 .
7. - 9. ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God) komt slechts tweemaal in de bijbel voor : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 24,13 . Verwijzing : horos (berg) , zie Mt 4,8 en Mc 9,2 . horos (berg) . ´èl har JHWH (naar de berg van JHWH) komt slechts tweemaal in de bijbel voor : (1) Js 2,3 . (2) Mi 4,2 .
| Ex 3,1 (Mozes) . | wajjâbho´ (en hij ging) | ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God) chorebhâh (naar de Horeb) |
| Ex 24,13 (Mozes en Jozua) . | wajja`al Mosjèh ... (en Mozes klom op) | ´èl har hä´èlohîm (naar de berg van God) |
| Ex 24,14 - Ex 24,14 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .
Luther-Bibel (1984) . möge es nun geschehen, daß das Mädchen,
zu dem ich sagen werde: Neige doch deinen Krug, daß ich trinke und welches
sagen wird: Trinke, und auch deine Kamele will ich tränken, diejenige sei,
welche du für deinen Knecht, für Isaak, bestimmt hast; und daran werde
ich erkennen, daß du Güte an meinem Herrn erwiesen hast.
Tekstuitleg van . Structuur van Ex 24,15 - Ex 24,16 : a - b - c - b - d .
1. wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) . Zie verder Ex 24,1 .
| Ex 24,15 - Ex 24,15 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -- Ex (Exodus) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Moses went up into the mount, and a cloud covered the
mount.
Luther-Bibel (1984) . 15 Als nun Mose auf den Berg kam, bedeckte die Wolke den
Berg,
Tekstuitleg van Ex 24,15 . Dit vers Ex 24,15 telt acht woorden (2 X 2 X 2 X 2) en 25 (5 X 5) letters . De getalwaarde van Ex 24,15 is 1584 (2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 3 X 11) . Twee nevenschikkende zinnen van telkens vier woorden en zeven lettergrepen. Parallelle opbouw : werkwoord, onderwerp, bepaling .
Ex 24,15.1. wj`l : verbindingsletter wë + qal imperfectum derde persoon mann. enkelvoud wajja`al (en hij klom op) OF + qal jussief 3de pers. mann. enk. wëja`al (en ga op) van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenach : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenach (115) . Pentateuch (26) . Ex 24 (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 .
Ex 24,15.2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
Ex 24,15.1. - 2. wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) . Tenach (5) : (1) Ex 19,20 (Mozes) . (2) Ex 24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig oudsten op naar de berg) . (3) Ex 24,13 (Mozes en 'Jozua') . (4) Ex 24,15 (Mozes) . (5) Dt 34,1 (Mozes) . In al deze teksten gaat Mozes naar boven op uitnodiging van God / JHWH . De inleiding op deze uitnodiging verschilt van tekst tot tekst .
3. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) of godsnaam El . Taalgebruik in Tenach : ´èl . Tenach (3626) . Pentateuch (1096) . Ex (256) . Ex 24 (7) :
3. 4. ´èl hâhâr (naar de berg) . Tenakh (7) : (1) Ex 24,15 . (2) Ex 24,18 . (3) Nu 20,27 . (4) Nu 33,38 . (5) 1 S 17,3 (tweemaal) . (6) 2 K 4,27 . (7) Js 22,5 .
5. kâsâh (bedekken) . Taalgebruik in Tenakh : kâsâh
(bedekken) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , samekh = 15 of 60 , he = 5
; totaal : 31 OF 85 (5 X 17) . Structuur : 2 - 6 - 5 .
- Prefix verbindingswoord wë en werkwoordvorm actief piel imperfectum derde
persoon mannelijk enkelvoud wajëkhas (en hij bedekte) . Tenakh.(5) : (1)
Ex 10,15
. (2) Ex
24,15 . (3) Ex
40,34 . (4) Nu
22,11 . (5) Jon
3,6 .
6. hè`ânân (de wolk) . Bepalend lidwoord en zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . `ânân (wolk) . Taalgebruik in Tenach : `ânân (wolk) . Getalwaarde van `ânân (wolk) : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 ; totaal 44 (2 X 2 X 11) of 170 (10 X 17) ; 17 is de getalwaarde van kabhod (heerlijkheid) . Gr. nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in de Septuaginta : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in het N.T. : nefelè (nevel, wolk) . Lat. nubis . Fr. la nuée . E. cloud . D. Wolke . Tenakh (30) . In zesentwintig (26 is de getalwaarde van de naam JHWH) verzen in de Pentateuch : Gn (-) . Ex (13) . Nu (11) . Dt (2) . Eerdere Profeten (1) . Rest (3) . Ex (13) : (1) Ex 13,22 . (2) Ex 14,19 . (3) Ex 14,20 . (4) Ex 19,9 . (5) Ex 24,15 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 . (8) Ex 33,9 . (9) Ex 33,10 . (10) Ex 40,34 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (11) Ex 40,35 . (12) Ex 40,36 . (13) Ex 40,37 . Nu (11) : (1) Nu 9,15 . (2) Nu 9,16 . (3) Nu 9,17 . (4) Nu 9,18 . (5) Nu 9,19 . (6) Nu 9,20 . (7) Nu 9,21 . (8) Nu 9,22 . (9) Nu 10,11 . (10) Nu 10,12 . (11) Nu 17,7 . Dt (2) : (1) Dt 5,22 . (2) Dt 31,15 .
5. - 6. wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . Tenakh : (1) Ex 24,15 (´èth hâhâr = de berg) . (2) Ex 40,34 (´èth ´ohèl mô`ed = de tent van de samenkomst) .
| Mc 5,40 | Mc 14,33 | ||
| Kai (en) | kai (en) | ||
| meta (na) hèmeras (dagen) hex (zes) | Ex 24,15b. wajëkhas hè`anan ´èth hâhâr - Ex 24,16 b : wajëkhassehû hè`anan sjesèt jämîm - kai ekalupsen auto hè nefelè hex hèmeras (en de wolk bedekte hem - de berg - gedurende zes dagen) | ||
| paralambanei (neemt naast zich) | paralambanei (neemt naast zich) ho Ièsous (Jezus) | paralambanei (neemt naast zich) ho Ièsous (Jezus) | |
| ton patera tou paidiou kai tèn mètera kai tous met'autous (de vader van het kind en de moeder en zij die met hem zijn) | ho Ièsous (Jezus) | ||
| cfr Mc 5,37 : kai ouk afèken... sunakolouthèsai ei mè en hij liet niet toe ... hem te vergezellen tenzij ton Petron (Petrus) kai (en) ton Iakôbon (Jakobus) kai (en) Iôannèn (Johannes) ton adelfon Iakôbou (de broer van Jakobus) | ton Petron (Petrus) kai (en) ton Iakôbon (Jakobus) kai (en) Iôannèn (Johannes) | ton Petron (Petrus) kai (en) ton Iakôbon (Jakobus) kai (en) ton Iôannèn (Johannes) met'autou (met zich) | |
| kai (en) anaferei (voert hij naar omhoog) autous (hen) autous (hen) eis (naar) horos (berg) hupsèlon (een hoge) kat'idian (onder elkaar) monous (alleen) | Ex 24,15 a wajja`al Mosjèh ´èl-hâhâr - anebè (ging op - beklom) Môusès kai Ièsous (Mozes en Jozua) (Ex 24,18 : wajja`al ´èl-hâhâr - kai anebè - eis to horos : en hij klom op de berg) | ||
| 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - | 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - | 329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - | Het verbond : Ex 24,1-18 |
13. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
| Ex 24,16 - Ex 24,16 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik- Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -- Ex (Exodus) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And the glory of the LORD abode upon mount Sinai, and the
cloud covered it six days: and the seventh day he called unto Moses out of the
midst of the cloud.
Luther-Bibel (1984) . Und das Mädchen war sehr schön von Ansehen,
eine Jungfrau, und kein Mann hatte sie erkannt; und sie stieg zur Quelle hinab
und füllte ihren Krug und stieg wieder herauf.
| Structuur Ex 24 | Ex 24,1 | Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 | Ex 24,10 - Ex 24,11 | Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 | Ex 24,16 - Ex 24,17 | Ex 24,18 |
Tekstuitleg van Ex 24,16 . Dit vers Ex 24,16 telt 17 woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters . De getalwaarde van Ex 24,16 is 4050 (2 X 3 X 3 X 3 X 3 X 5 X 5) . Structuur van Ex 24,15 - Ex 24,16 : a - b - c - b - d .
1.
2. khabhôd (heerlijkheid). Verwijzing : khabhôd (heerlijkheid) , zie Ps 113,1 . In tweeëntachtig verzen in de bijbel . In vier verzen in Exodus , telkens in combinatie met JHWH .
3. JHWH (JHWH) . Verwijzing : JHWH (JHWH) , zie Ex 13,21 . In 5193 verzen in de bijbel . In 299 verzen in Ex (Exodus) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .
2. - 3. ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) . In zeven
verzen in de bijbel : (1) Ex
40,34 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde
de tabernakel) . (2) Ex
40,35 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde
de tabernakel) . (3) Nu
14,10 . (4) 2
Kr 7,1 (mâle´ ´èth habbâjit = vervulde het
huis) . (5) 2
Kr 7,3 . (6) Js
60,1 . (7) Ez
43,4 .
- këbhôd JHWH (heerlijkheid van JHWH) . Tenach (16) . In vier verzen
in Exodus : (1) Ex
16,7 . (2) Ex
16,10 . (3) Ex
24,16 . (4) Ex
24,17 . Verder : (5) Lv
9,6 . (6) Nu
17,7 . In één vers in de Psalmen . (7) Ps
138,5 . In twee verzen in Js : (1) Js
40,5 . (2) Js
58,8 . In zes verzen in Ez : (1) Ez
1,28 . (2) Ez
3,12 . (3) Ez
3,23 . (4) Ez
10,4 (tweemaal) . (5) Ez
10,18 . (6) Ez
11,23 . Tenslotte : Hab
2,14 .
| Ex 40,34 | wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) | ´èth ´ohèl mô`ed = de tent van de samenkomst |
| Ex 40,35 | kî sjâkan `âlâ(j)w hè`ânân (want de wolk settelde over hem) | |
| Ex 24,15 | wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) | ´èth hâhâr (de berg) |
| Ex 24,16 | wajëkhassehû hè`ânân (en de wolk bedekte hem) | |
| Ex 40,34 | ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) mâle´ (vervulde) | ´èth hammisjëkân = de tabernakel |
| Ex 40,35 | ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) mâle´ (vervulde) | ´èth hammisjëkân = de tabernakel |
| Ex 24,16 | wajjisjëkhon këbhod JHWH | `al har sînaj (op de berg Sinaï) . |
Er is wel wat gebeurd tussen Ex 24,15 - Ex 24,16 en Ex 40,34 - Ex 40,35 . In Ex 24,15 - Ex 24,16 is JHWH aanwezig op de berg , in Ex 40,34 - Ex 40,35 op het tabernakel van de tent van de bijeenkomst . De wolk en de heerlijkheid van JHWH zal aangeven wanneer de tent moet opgebroken of neergezet worden . JHWH is aanwezig op de tocht van de Israëlieten door de woestijn .
8. hè`ânân (de wolk) . Verwijzing : `ânân (wolk) , zie Ex 13,21 . Getalwaarde van `ânân (wolk) : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 ; totaal 44 (2 X 2 X 11) of 170 (10 X 17) ; 17 is de getalwaarde van kabhod (heerlijkheid) . Bepalend lidwoord en zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . In dertig verzen in de bijbel . In zesentwintig (26 is de getalwaarde van de naam JHWH) verzen in de Pentateuch : Gn (-) . Ex (13) . Nu (11) . Dt (2) . Niet in Gn . In dertien verzen in Ex . In Ex 13 komt het woord voor het eerst voor . In de vier (bovengenoemde) verzen van Ex : (1) Ex 13,22 . (2) Ex 14,19 . (3) Ex 33,9 . (4) Ex 33,10 . Verder : (1) Ex 14,20 . (2) Ex 19,9 . (3) Ex 24,15 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (4) Ex 24,16 . (5) Ex 24,18 . (6) Ex 40,34 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (7) Ex 40,35 . (8) Ex 40,36 . (9) Ex 40,37 . In elf verzen in Nu : (1) Nu 9,15 . (2) Nu 9,16 . (3) Nu 9,17 . (4) Nu 9,18 . (5) Nu 9,19 . (6) Nu 9,20 . (7) Nu 9,21 . (8) Nu 9,22 . (9) Nu 10,11 . (10) Nu 10,12 . (11) Nu 17,7 . In twee verzen in Dt : (1) Dt 5,22 . (2) Dt 31,15 .
Ex 24,16.9. vr. enk. sjesjèth (zes) . Zie sjesj (zes) . Taalgebruik in Tenakh : sjesj (zes) . Getallenwaarde sjesj = 2 X 21 of 2 X 300 = 42 (2 X 3 X 7) OF 600 (2³ X 3 X 5²) . Structuur : 3 - 3 . De som van de elementen is telekens 6 . Tenakh (21) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Ex 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Nu 3,34 . (12) Dt 5,13 . (13) Dt 16,8 . (14) Joz 6,3 . (15) Joz 6,14 . (16) 1 K 11,16 . (17) Ez 46,1 . (18) Ezr 2,67 . (19) Neh 7,68 . (20) 1 Kr 12,25 . (21) 1 Kr 23,4 . Lat. sex . Fr. six . Ned. zes . D. sechs . E. six . Gr. hex . Een vorm van hex (zes) in de LXX (134) , in het NT (13) . Arabisch : sittah (zes) . Taalgebruik in de Qoran : sittah (zes) .
Ex
24,16.10. mann. mv. jâmîm (dagen) van het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik
in Tenakh : jôm
(dag) . Taalgebruik in Js : jôm
(dag) . Taalgebruik in Am : jôm
(dag) . Taalgebruik in Mi : jôm
(dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29
OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . j-m-m . Tenakh (289) . Pentateuch (117) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (45) . 12 Kleine
Profeten (10) . Geschriften (66) . Ex (26) : (1) Ex 3,18 . (2) Ex 5,3 . (3) Ex 7,25 . (4) Ex 8,23 . (5) Ex 10,22 . (6) Ex 10,23 . (7) Ex 12,15 . (8) Ex 12,19 . (9) Ex
13,6 . (10) Ex 15,22 . (11) Ex 16,26 . (12) Ex 19,15 . (13) Ex 20,9 . (14) Ex 20,11 . (15) Ex 22,29 . (16) Ex 23,12 . (17) Ex 23,15 . (18) Ex 24,16 . (19) Ex 29,30 . (20) Ex 29,35 . (21) Ex 29,37 . (22) Ex 31,15 . (23) Ex 31,17 . (24) Ex 34,18 . (25) Ex 34,21 . (26) Ex 35,2 .
Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik
in de Septuaginta : hèmera
(dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera
(dag) . gen. vr. enk. + acc. vr. mv. hèmeras (dagen) . Ex (36) . Ex 20 (1) Ex 20,9 .
Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum
. Cfr journaal . Arabisch : dag (jaum) . Taalgebruik in de Qoran : dag (jaum) .
| hèmera (dag) | bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | |
| 2 | gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras | 799 | 575 | 224 | 13 | 11 | 14 | 8 | 40 | 126 | 12 | 38 | 46 |
Ex 24,16.9. - 10. sjesjèth jâmîm (zes dagen) . Tenakh (14) . Pentateuch (12) . Joz (2) . In de Pentateuch (12) : Ex (9) . Lv (1) . Dt (2) . Tenakh (14) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Gn 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Dt 5,13 . (12) Dt 16,8 . (13) Joz 6,3 . (14) Joz 6,14 . De verheerlijking van Jezus (Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36) heeft plaats op de berg . Dat gebeurde ook bij Mozes (Ex 24,16) . Toen Mozes de berg opging , was de berg gedurende zes dagen in een wolk gehuld . De zevende dag (de sabbat) ging Mozes de wolk binnen . Bij de christenen was niet de zevende , maar de achtste dag de belangrijkste dag . Marcus schrijft : kai meta hèmeras heks (na zes dagen) , Matteüs schrijft ongeveer hetzelfde : kai meth'hèmeras heks (na zes dagen) . En Lucas schrijft hôsei èmerai oktô : na deze woorden ongeveer acht dagen (later) .
| Ex 24,17 - Ex 24,17 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -- Ex (Exodus) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And the sight of the glory of the LORD was like devouring
fire on the top of the mount in the eyes of the children of Israel.
Luther-Bibel (1984) . 17 Und die Herrlichkeit des HERRN war anzusehen wie ein
verzehrendes Feuer auf dem Gipfel des Berges vor den Israeliten.
Tekstuitleg van Ex 24,17 . Dit vers Ex 24,17 telt 10 (2 X 5) woorden en 40 (2 X 2 X 2 X 5) letters ; verhouding : 1 op 4 . De getalwaarde van Ex 24,17 is 2568 (2 X 2 X 2 X 3 X 107) .
2. khabhôd (heerlijkheid). Verwijzing : khabhôd (heerlijkheid) , zie Ps 113,1 . In tweeëntachtig verzen in de bijbel . In vier verzen in Exodus , telkens in combinatie met JHWH .
3. JHWH (JHWH) . Verwijzing : JHWH (JHWH) , zie Ex 13,21 . In 5193 verzen in de bijbel . In 299 verzen in Ex (Exodus) . In negen verzen (tienmaal) in Ex 24 : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 (tweemaal) . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,7 . (6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,12 . (8) Ex 24,16 . (9) Ex 24,17 .
2. - 3. ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) . In zeven
verzen in de bijbel : (1) Ex
40,34 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde
de tabernakel) . (2) Ex
40,35 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde
de tabernakel) . (3) Nu
14,10 . (4) 2
Kr 7,1 (mâle´ ´èth habbâjit = vervulde het
huis) . (5) 2
Kr 7,3 . (6) Js
60,1 . (7) Ez
43,4 .
- këbhôd JHWH (heerlijkheid van JHWH) . Tenach (16) . In vier verzen
in Exodus : (1) Ex
16,7 . (2) Ex
16,10 . (3) Ex
24,16 . (4) Ex
24,17 . Verder : (5) Lv
9,6 . (6) Nu
17,7 . In één vers in de Psalmen . (7) Ps
138,5 . In twee verzen in Js : (1) Js
40,5 . (2) Js
58,8 . In zes verzen in Ez : (1) Ez
1,28 . (2) Ez
3,12 . (3) Ez
3,23 . (4) Ez
10,4 (tweemaal) . (5) Ez
10,18 . (6) Ez
11,23 . Tenslotte : Hab
2,14 .
| Ex 24,18 - Ex 24,18 -- Ex 24 -- Ex 24,1-18 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik - Ex 24,1 - Ex 24,2 - Ex 24,3 - Ex 24,4 - Ex 24,5 - Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 - Ex 24,9 - Ex 24,10 - Ex 24,11 - Ex 24,12 - Ex 24,13 - Ex 24,14 - Ex 24,15 - Ex 24,16 - Ex 24,17 - Ex 24,18 -- Ex (Exodus) - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Moses went into the midst of the cloud, and gat him
up into the mount: and Moses was in the mount forty days and forty nights.
Luther-Bibel (1984) . 18 Und Mose ging mitten in die Wolke hinein und stieg
auf den Berg und blieb auf dem Berge cvierzig Tage und vierzig Nächte.
Tekstuitleg van Ex 24,18 . Het vers Ex 24,18 telt 14 (2 X 7) woorden en 54 (2 X 3 X 3 X 3) letters . De getalwaarde van Ex 24,18 is 2690 (2 X 5 X 269) . Het vers Ex 24,18 bestaat uit drie nevenschikkende zinnen . De eerste zin telt vier woorden , de tweede zin drie en de derde zin zeven woorden ; in totaal veertien woorden . In de drie zinnen is Mozes onderwerp . In de derde nevenschikkende zin wordt het onderwerp Mozes uitdrukkelijk vermeld (zoals in de eerste zin) . Zo tellen de eerste twee zinnen zeven woorden en de derde zin eveneens zeven woorden . Zo zouden we Ex 24,18 kunnen opvatten als een vers dat bestaat uit twee delen met telkens zeven woorden . Beide delen beginnen met de werkwoordvorm imperfectum waj... en vervolgen met het onderwerp mosjèh (Mozes) . Het eerste deel eindigt met ´èl-hâhâr (naar de berg) , het tweede deel vermeldt na het onderwerp bâhâr (op de berg) .
| Ex 24,12 : opdracht | `äleh ´elaj (ga tot mij) | hâhârâh (bergwaarts , naar het gebergte) | wèhëjeh sjâm (en wees daar) |
| Ex 24,18 : uitvoering | wajjâbo´ Mosjèh ... wajja`al (en Mozes ging... en hij klom op) | ´èl hâhâr (naar de berg) | wajëhej mosjèh ... (en Mozes was |
De LXX laat de uitdrukkelijke vermelding van Mozes in de derde nevenschikkende zin weg . Wellicht onder invloed van Ex 24,12 voegt de LXX ekei (daar) in de derde zin van Ex 24,18 toe . De Griekse tekst tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (veertig dagen en veertig nachten) telt precies veertig letters .
De sterke gelijkenis tussen enerzijds Marcus en anderzijds Exodus schetst het beeld van Mozes en de nieuwe Mozes . Zoals Mozes in de woestijn heeft verbleven , zo ook Jezus .
| Mc 1,13 | Ex 34,28 | Ex 24,18 |
| kai (en) èn (hij was) | wajëhi - kai (en) èn (hij was) | wajëhi Mosjèh - kai (en Mozes) èn (hij was) |
| en tèi erèmôi (in de woestijn) | sjâm `im adonaj - ekei (daar) Môusès (Mozes) enantion kuriou (tegenover de Heer) | ekei (daar) bâhâr - en tôi horei (op de berg) |
| tesserakonta hèmeras (veertig dagen) | ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh - tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (40 dagen en 40 nachten) | ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh - tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (40 dagen en 40 nachten) |
| 7 woorden - 15 lettergrepen | lèhèm lo´ ' âhal ûmaîm lo' sjâthâh - arton ouk efagen kai hudôr ouk epien (brood at hij niet en water dronk hij niet) | |
| 20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 - | De nieuwe stenen platen : Ex 34,1-35 - | Het verbond : Ex 24,1-18 - |
1. wajjâbho´ (en hij ging) van het werkw. bw´ (gaan, komen)
. Taalgebruik in Tenach : bw´
(gaan, komen) . Tenach (289) . Pentateuch (72) . Ex (16) . (1) Ex
3,1 . (2) Ex
3,6 . (3) Ex 7,10 . (4) Ex 7,23 . (5) Ex
8,20 . (6) Ex 10,3 . (7) Ex
14,20 . (8) Ex
17,8 . (9) Ex
18,5 . (10) Ex
18,12 . (11) Ex
19,7 . (12) Ex
24,3 . (13) Ex
24,18 . (14) Ex 37,5 . (15) Ex
38,7 . (16) Ex
40,21 . In 10 verzen is Mozes het onderwerp . (4) Ex 7,23 (Farao) . (5) Ex
8,20 (steekvliegen) . (7) Ex
14,20 (de wolk) . (8) Ex
17,8 (Amalek) .
- wajjâbo´û (en zij gingen) . In 195 verzen in de bijbel .
In achttien verzen in Gn . In vijftien verzen in Ex (zie Ex
16,1) : Ex
16,1 .
2. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
4. hè`ânân (de wolk) . Verwijzing : `ânân (wolk) , zie Ex 13,21 . Getalwaarde van `ânân (wolk) : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 ; totaal 44 (2 X 2 X 11) of 170 (10 X 17) ; 17 is de getalwaarde van kabhod (heerlijkheid) . Bepalend lidwoord en zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . In dertig verzen in de bijbel . In zesentwintig (26 is de getalwaarde van de naam JHWH) verzen in de Pentateuch : Gn (-) . Ex (13) . Nu (11) . Dt (2) . Niet in Gn . In dertien verzen in Ex . In Ex 13 komt het woord voor het eerst voor . In de vier (bovengenoemde) verzen van Ex : (1) Ex 13,22 . (2) Ex 14,19 . (3) Ex 33,9 . (4) Ex 33,10 . Verder : (1) Ex 14,20 . (2) Ex 19,9 . (3) Ex 24,15 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (4) Ex 24,16 . (5) Ex 24,18 . (6) Ex 40,34 : wajëkhas hè`ânân (en de wolk bedekte) . (7) Ex 40,35 . (8) Ex 40,36 . (9) Ex 40,37 . In elf verzen in Nu : (1) Nu 9,15 . (2) Nu 9,16 . (3) Nu 9,17 . (4) Nu 9,18 . (5) Nu 9,19 . (6) Nu 9,20 . (7) Nu 9,21 . (8) Nu 9,22 . (9) Nu 10,11 . (10) Nu 10,12 . (11) Nu 17,7 . In twee verzen in Dt : (1) Dt 5,22 . (2) Dt 31,15 .
5. wj`l : verbindingsletter wë + qal imperfectum derde persoon mann. enkelvoud wajja`al (en hij klom op) OF + qal jussief 3de pers. mann. enk. wëja`al (en ga op) van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenach : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenach (115) . Pentateuch (26) . Ex 24 (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 .
Ex 24,18.8. qal imperf. 3de pers. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in de Pentateuch : hâjâh (zijn) . Tenach (784) . Pentateuch (181) . Ex (42) . Ex 24 (1) Ex 24,18 .
9. mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenach : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 of 345 . Tenach (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) = (2³ X 31) . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
Ex 24,18.8. - 9. wajëhî Mosjèh (en Mozes was) . Slechts in Ex 24,18 .
Ex 24,18.11. ´arëbâ`îm (veertig , 40) . Taalgebruik in Tenach : ´arëbâ`îm (veertig . 40) . Getalwaarde : aleph = 1 ; resj = 20 of 200 ; beth = 2 ; ajin = 16 of 70 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 62 of 323 (323) . Tenach (91) . Tenach (33) . Ex (3) : (1) Ex 16,35 . (2) Ex 24,18 . (3) Ex 34,28 .
Ex 24,18.11. - 12. ´arëbâ`îm jôm (40 dagen) . Pentateuch (13) . In acht verzen staat veertig dagen en veertig nachten . In vijf verzen beperkt het zich tot veertig dagen : (1) Gn 7,17 (watervloed) . (2) Gn 8,6 (watervloed) . (3) Gn 50,3 (rouw na de dood van Jakob) . (4) Nu 13,25 (Terugkeer van de bespieders) . (5) Nu 14,34 (Eén dag voor één jaar) .
Ex 24,18.11. - 14. ´arëbâ`îm jôm wë´arëbâ`îm lâjëlâh (veertig dagen en veertig nachten) . De uitdrukking telt vier woorden en twintig letters . De getalwaarde ervan is 783 (3 X 3 X 3 X 29 of 27 X 29) . Tenach (8) . Noach : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 (watervloed) . Mozes , die op de berg de twee stenen tafelen ontvangt : (3) Ex 24,18 . (4) Ex 34,28 . (5) Dt 9,9 . (6) Dt 9,11 . (7) Dt 9,18 . (8) Dt 10,10 . De Griekse tekst tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (veertig dagen en veertig nachten) telt precies veertig letters (12 + 7 + 3 + 12 + 6) .
Septuaginta
1kai môusè eipen anabèthi pros kurion su kai aarôn kai nadab kai abioud kai ebdomèkonta tôn presbuterôn israèl kai proskunèsousin makrothen tô kuriô2kai eggiei môusès monos pros ton theon autoi de ouk eggiousin o de laos ou sunanabèsetai met' autôn3eisèlthen de môusès kai diègèsato tô laô panta ta rèmata tou theou kai ta dikaiômata apekrithè de pas o laos fônè mia legontes pantas tous logous ous elalèsen kurios poièsomen kai akousometha4kai egrapsen môusès panta ta rèmata kuriou orthrisas de môusès to prôi ôkodomèsen thusiastèrion upo to oros kai dôdeka lithous eis tas dôdeka fulas tou israèl5kai exapesteilen tous neaniskous tôn uiôn israèl kai anènegkan olokautômata kai ethusan thusian sôtèriou tô theô moscharia6labôn de môusès to èmisu tou aimatos enecheen eis kratèras to de èmisu tou aimatos prosecheen pros to thusiastèrion7kai labôn to biblion tès diathèkès anegnô eis ta ôta tou laou kai eipan panta osa elalèsen kurios poièsomen kai akousometha8labôn de môusès to aima kateskedasen tou laou kai eipen idou to aima tès diathèkès ès dietheto kurios pros umas peri pantôn tôn logôn toutôn9kai anebè môusès kai aarôn kai nadab kai abioud kai ebdomèkonta tès gerousias israèl10kai eidon ton topon ou eistèkei ekei o theos tou israèl kai ta upo tous podas autou ôsei ergon plinthou sapfeirou kai ôsper eidos stereômatos tou ouranou tè kathariotèti11kai tôn epilektôn tou israèl ou diefônèsen oude eis kai ôfthèsan en tô topô tou theou kai efagon kai epion12kai eipen kurios pros môusèn anabèthi pros me eis to oros kai isthi ekei kai dôsô soi ta puxia ta lithina ton nomon kai tas entolas as egrapsa nomothetèsai autois13kai anastas môusès kai ièsous o parestèkôs autô anebèsan eis to oros tou theou14kai tois presbuterois eipan èsuchazete autou eôs anastrepsômen pros umas kai idou aarôn kai ôr meth' umôn ean tini sumbè krisis prosporeuesthôsan autois15kai anebè môusès kai ièsous eis to oros kai ekalupsen è nefelè to oros16kai katebè è doxa tou theou epi to oros to sina kai ekalupsen auto è nefelè ex èmeras kai ekalesen kurios ton môusèn tè èmera tè ebdomè ek mesou tès nefelès17to de eidos tès doxès kuriou ôsei pur flegon epi tès korufès tou orous enantion tôn uiôn israèl18kai eisèlthen môusès eis to meson tès nefelès kai anebè eis to oros kai èn ekei en tô orei tessarakonta èmeras kai tessarakonta nuktas