EXODUS 25 - Ex 25 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Exodus : - Ex 1 - Ex 2 - Ex 3 - Ex 4 - Ex 5 - Ex 6 - Ex 7 - Ex 8 - Ex 9 - Ex 10 - Ex 11 - Ex 12 - Ex 13 - Ex 14 - Ex 15 - Ex 16 - Ex 17 - Ex 18 - Ex 19 - Ex 20 - Ex 21 - Ex 22 - Ex 23 - Ex 24 - Ex 25 - Ex 26 - Ex 27 - Ex 28 - Ex 29 - Ex 30 - Ex 31 - Ex 32 - Ex 33 - Ex 34 - Ex 35 - Ex 36 - Ex 37 - Ex 38 - Ex 39 - Ex 40 -

Overzicht vers per vers : - Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 


             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   - King James Bible 11. Luther-Bibel     Exodus bibliografie (1  

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen
: http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm - STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
- HENDRIX RALPH E. , A LITERARY STRUCTURAL OVERVIEW OF EXOD 25-40 , Andrews University Seminary Studies, Summer 1992, Vol 30, No. 2, 123-138. Copyright © 1992 by Andrews University Press.

Literatuur

Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen - - OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) . - NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .

Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


Ex 25,1 - 27,21 . Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 26,1-37 (de verblijfplaats)            
  Ex 27,1-8 (het brandofferaltaar) Ex 27,9-19 (de voorhof) Ex 27,20-21 (de olie voor de verlichting)        
  Ex 28,1-43 (de priesters en hun priesterlijke kleding)            
  Ex 29,1-37 (de priesters en hun wijding)            
  Ex 30,1-10 (het reukofferaltaar)            

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 25,1 (inleiding) Ex 25,2 (wie doet de bijdrage)  Ex 25,3-7 (waarin bestaat de bijdrage)   Ex 25,8-9 (waartoe dient de bijdrage)        

19e Paracha : Térouma . "Prélèvement d'offrande" . Chémote (L'Exode) 25, 1 - 27, 19 . http://www.modia.org/tora/chemote/terouma.html .

Ex 25,1 - Ex 25,1 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
1kai elalèsen kurios pros môusèn legôn  1 locutusque est Dominus ad Mosen dicens     1 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:   [1] Toen* sprak de heer tot Mozes: [1] De HEER zei tegen Mozes:   1 ¶ Dan spreekt de ENE tot Mozes en zegt:   1. Yahvé parla à Moïse et lui dit : 

King James Bible . And the LORD spake unto Moses, saying,
Luther-Bibel . 1 Und der HERR redete mit Mose und sprach:

Tekstuitleg van Ex 25,1 . Dit vers Ex 25,1 telt 5 woorden en 18 (2 X 3 X 3) letters . 18 vormt een kubus waarvan het grondvlak een vierkant is (3 X 3) en de hoogte 2 is . De eerste twee woorden telt negen letters , de drie volgende woorden eveneens negen letters ; het eerste woord telt vijf letters ; het tweede woord vier letters , het derde en vierde woord : ´èl mosjèh (tot Mozes) telt vijf letters ; het laatste en vijfde woord telt vier letters . Zo krijgen we de structuur : 5 - 4 - 2 + 3 (5) - 4 . De getalwaarde van Ex 25,1 is 895 (2 X 179) . Ex 25,1 = Ex 30,11 = Ex 30,17 = Ex 30,22 = Ex 31,1 . Bijna gelijk : Ex 31,12 , Ex 30,34 .

Ex 25,1.1. prefix voegwoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (192 = 26 X 7) . Pentateuch (140 = 20 X 7) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (8) . Gn (16) : (1) Gn 8,15 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 19,14 . (4) Gn 20,8 . (5) Gn 23,3 . (6) Gn 23,8 . (7) Gn 23,13 . (8) Gn 34,3 . (9) Gn 34,8 . (10) Gn 41,9 . (11) Gn 41,17 . (12) Gn 42,7 . (13) Gn 42,24 . (14) Gn 44,6 . (15) Gn 50,4 . (16) Gn 50,21 . Ex (20) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,13 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 13,1 . (9) Ex 14,1 . (10) Ex 16,11 . (11) Ex 20,1 . (12) Ex 25,1 . (13) Ex 30,11 . (14) Ex 30,17 . (15) Ex 30,22 . (16) Ex 31,1 . (17) Ex 32,7 . (18) Ex 33,1 . (19) Ex 34,31 . (20) Ex 40,1 . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Dt (7) : (1) Dt 2,17 . (2) Dt 4,12 . (3) Dt 27,9 . (4) Dt 31,1 . (5) Dt 31,30 . (6) Dt 32,44 . (7) Dt 32,48 .
- De getalwaarde van וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) is : waw = 6 , jod = 10 ; samen : 15 ; algemeen totaal : 26 + 16 = 42 (2 X 3 X 7) OF 206 + 16 = 222 (6 X 37 OF (10 X 17) + (2 X 26) .

  bijbel Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) 192 140 34 9 1 8 16 20 40 59 7
וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) 1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24

- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .
-- και ελαλησεν = kai elalèsen (en hij sprak) . LXX (187) . NT (4) .
-- ελαλησεν δε = elalèsen de (hij sprak echter) . LXX (4) . NT (1) .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Samen : 40 + 2 = 42 (6 X 7) . Ex (150) . Ex 12 (4) : (1) Ex 12,1 . (2) Ex 12,21 . (3) Ex 12,31 . (4) Ex 12,43 .
- De werkwoordvorm ειπεν = eipen (hij zei) komt veelvuldiger voor . Zie : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Gn (378) . Ex (149) . Lv (15) . Nu (98) . Dt (44) .

  laleô  bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt   NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  189 106 39 11 38 25 30 38 68 28   31  13  19   
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 3024  2426  684 985 234 63 309 378 149 15 98 44   598  118  56  223  114  75  397       

- Vulgaat . perf. deelw. locutus (gesproken) van het werkw. loqui (spreken) . Bijbel (559) . OT (503) . NT (56) . Ex (23) .
-- locutusque (en gesproken) . Bijbel (66) .
- Ned. : spreken . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) . D. : sprechen . E. : to speek . Fr. : parler . Grieks : λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Lat. : loqui .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) in twee verzen in Ex 25-31 in verband met de wetten over het heiligdom : (1) Ex 30,34 (het reukwerk) . (2) Ex 31,12 . וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) in 5 verzen van Ex 25-31 : (1) Ex 25,1 . (2) Ex 30,11 . (3) Ex 30,17 . (4) Ex 30,22 . (5) Ex 31,1 . Telkens is JHWH onderwerp en is het woord tot Mozes gericht . וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) en וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) behoren tot de inleidingsformule op de zeven redevoeringen van JHWH tot Mozes in Ex 25-31 .

Ex 25,1.2. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 25 - 31
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29  
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 26
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Ex 25,1.1. - 2. - וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים = wajëdabber ´èlohîm (en God sprak) . Tenakh (3) : (1) Gn 8,15 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 20,1 .
- וַיְדַבֵּר יהוה = wajëdabber JHWH (en JHWH sprak) . Tenach (100 = 2² X 5²) . Pentateuch (96 = 2³ X 2² X 3) . Ex (14 = 2 X 7) : (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 . Lv (35 = 5 X 7) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 11,1 . (13) Lv 12,1 . (14) Lv 13,1 . (15) Lv 14,1 . (16) Lv 14,33 . (17) Lv 15,1 . (18) Lv 16,1 . (19) Lv 17,1 . (20) Lv 18,1 . (21) Lv 19,1 . (22) Lv 20,1 . (23) Lv 21,16 . (24) Lv 22,1 . (25) Lv 22,17 . (26) Lv 22,26 . (27) Lv 23,1 . (28) Lv 23,9 . (29) Lv 23,23 . (30) Lv 23,26 . (31) Lv 23,33 . (32) Lv 24,1 . (33) Lv 24,13 . (34) Lv 25,1 . (35) Lv 27,1 . Van Lv 1-10 beginnen 3 hoofdstukken alzo . Van Lv 11-27 zijn het 15/17 hoofdstukken , niet in Lv 21,1 en Lv 26,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים = wajjo´mèr ´èlohîm (en God zei) . Tenakh (27) . Gn (21) .Gn 1 (9) . Gn 6-11 (4) . Slechts in twee verzen in Ex - Dt : (1) Ex 3,14 . (2) Nu 22,12 . Rest (4) .
- וַיּאֹמֶר יהוה = wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 .

Ex 25,1.3. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 25-31 (35) .

Ex 25,1.4. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 ( 3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal) . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 25-31 (8) : (1) Ex 25,1 . (2) Ex 30,11 . (3) Ex 30,17 . (4) Ex 30,22 . (5) Ex 30,34 . (6) Ex 31,1 . (7) Ex 31,12 . (8) Ex 31,18 . In de zeven verzen van de inleidingsformule op de zeven redevoeringen van JHWH . En in Ex 31,18 (slotvers) .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Ex 25,1.3. - 4. אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh (tot Mozes) . Tenakh (203) . Ex 25-31 (7) : (1) Ex 25,1 . (2) Ex 30,11 . (3) Ex 30,17 . (4) Ex 30,22 . (5) Ex 30,34 . (6) Ex 31,1 . (7) Ex 31,12 . In de zeven verzen van de inleidingsformule op de zeven redevoeringen van JHWH .

Ex 25,1.1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (19) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

Ex 25,1.5. לֵאמֹר = le´mor (om te zeggen) (prefix voorzetsel lë + act. qal inf. absol. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Tenakh (897) . Pentateuch (298) . Eerdere Profeten (281) . Latere Profeten (197) . 12 Kleine Profeten (43) . Geschriften (78) . Ex (49) . Ex 25-31 (8) : (1) Ex 25,1 . (2) Ex 30,11 . (3) Ex 30,17 . (4) Ex 30,22 . (5) Ex 30,31 . (6) Ex 31,1 . (7) Ex 31,12 . (8) Ex 31,13 .

Ex 25,1.1. - 5. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה לֵאמֹר = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh le'mor (en JHWH zei tot Mozes om te zeggen) . Ex 25-31 : In één vers in Ex : Ex 31,12 . Niet in Ex 30,34 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה לֵאמֹר = wajëdabber JHWH èl mosjèh le'mor (en JHWH sprak tot Mozes om te zeggen) . Tenakh (5) : (1) Ex 25,1 . (2) Ex 30,11 . (3) Ex 30,17 . (4) Ex 30,22 . (5) Ex 31,1 .


Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 25,1 (inleiding) Ex 25,2 (wie doet de bijdrage)  Ex 25,3-7 (waarin bestaat de bijdrage)   Ex 25,8-9 (waartoe dient de bijdrage)        

Ex 25,2 - Ex 25,2 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2 eipon tois uiois israèl kai labete moi aparchas para pantôn ois an doxè tè kardia kai lèmpsesthe tas aparchas mou  2 loquere filiis Israhel ut tollant mihi primitias ab omni homine qui offert ultroneus accipietis eas    2 Spreek tot de kinderen Israëls, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.   [2] ‘Zeg tegen de Israëlieten dat zij een bijdrage aan Mij moeten afstaan; van iedereen die daartoe bereid is moet u voor Mij een bijdrage in ontvangst nemen.   [2] ‘Vraag de Israëlieten mij geschenken te geven; neem van ieder die daartoe bereid is een bijdrage in ontvangst. 2 spreek tot de zonen Israëls dat ze voor mij een heffing zullen nemen; van alleman wiens hart hem aandrijft zult ge deze heffing–voor–mij aannemen.   2. « Dis aux Israélites de prélever pour moi une contribution. Vous prendrez la contribution de tous ceux que leur cœur incite. 

King James Bible .[2] Speak unto the children of Israel, that they bring me an offering: of every man that giveth it willingly with his heart ye shall take my offering.
Luther-Bibel . 2 Sage den Israeliten, dass sie für mich eine Opfergabe erheben von jedem, der es freiwillig gibt.

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 25,1 (inleiding) Ex 25,2 (wie doet de bijdrage)  Ex 25,3-7 (waarin bestaat de bijdrage)   Ex 25,8-9 (waartoe dient de bijdrage)        

Ex 25,3 - Ex 25,3 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3 kai autè estin è aparchè èn lèmpsesthe par' autôn chrusion kai argurion kai chalkon  3 haec sunt autem quae accipere debetis aurum et argentum et aes    3 Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper;  [3] Het volgende kunt u van hen in ontvangst nemen: goud, zilver en brons,  [3] Je moet het volgende van hen vragen: goud, zilver en koper,  3 En dit is de heffing die ge van hen zult aannemen: goud, zilver, koperbrons;  3. Et voici la contribution que vous accepterez d'eux : de l'or, de l'argent et du bronze ; 

King James Bible . [3] And this is the offering which ye shall take of them; gold, and silver, and brass,
Luther-Bibel . 3 Das ist aber die Opfergabe, die ihr von ihnen erheben sollt: Gold, Silber, Kupfer,

Ex 25,4 - Ex 25,4 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4 kai uakinthon kai porfuran kai kokkinon diploun kai busson keklôsmenèn kai trichas aigeias  4 hyacinthum et purpuram coccumque bis tinctum et byssum pilos caprarum    4 Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar.  [4] paarse, karmijnrode en scharlaken wol, linnen, kleden van geitenhaar,  [4] blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, fijn linnen garen en geitenhaar,  4 azuurslak, purper, rode karmozijnworm, doek, geitenhaar,  4. de la pourpre violette et écarlate, du cramoisi, du lin fin et du poil de chèvre ; 

King James Bible . [4] And blue, and purple, and scarlet, and fine linen, and goats' hair,
Luther-Bibel . 4 blauer und roter Purpur, Scharlach, feine Leinwand, Ziegenhaar,

Ex 25,5 - Ex 25,5 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5 kai dermata kriôn èruthrodanômena kai dermata uakinthina kai xula asèpta  5 et pelles arietum rubricatas pelles ianthinas et ligna setthim    5 En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen; en sittimhout;  [5] gelooide ramsvellen, fijn leer en acaciahout;   [5] rood geverfde ramsvellen, vellen van zeekoeien, acaciahout,  5 aarderode ramsvellen, dassenvellen, acaciastammen,  5. des peaux de béliers teintes en rouge, du cuir fin et du bois d'acacia ; 

King James Bible . [5] And rams' skins dyed red, and badgers' skins, and shittim wood,
Luther-Bibel . 5 rot gefärbte Widderfelle, Dachsfelle, Akazienholz,

Ex 25,6 - Ex 25,6 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
      6 oleum ad luminaria concinnanda aromata in unguentum et thymiama boni odoris 6 Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen; [6] olie voor de verlichting, geurige kruiden voor de bereiding van zalfolie en wierook;   [6] lampolie, geurige specerijen voor de zalfolie en voor de reukoffers,  6 olijfolie voor de verlichting; balsems voor de zalvingsolie en voor de kruidenwierook;  6. de l'huile pour le luminaire, des aromates pour l'huile d'onction et l'encens aromatique ;  

King James Bible . [6] Oil for the light, spices for anointing oil, and for sweet incense,
Luther-Bibel . 6 Öl für die Lampen, Spezerei zum Salböl und zu wohlriechendem Räucherwerk,

Ex 25,7 - Ex 25,7 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7 kai lithous sardiou kai lithous eis tèn glufèn eis tèn epômida kai ton podèrè  7 lapides onychinos et gemmas ad ornandum ephod ac    7 Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap.  [7] kornalijn en edelstenen voor de efod* en de orakeltas.   [7] onyxstenen voor de priesterschort en edelstenen voor de borsttas.  7 berilstenen en opvulstenen,– voor de efod en het borstschild.   7. des pierres de cornaline et des pierres à enchâsser dans l'éphod et le pectoral. 

King James Bible .[7] Onyx stones, and stones to be set in the ephod, and in the breastplate.
Luther-Bibel . 7 Onyxsteine und eingefasste Steine zum Priesterschurz und zur Brusttasche.

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 25,1 (inleiding) Ex 25,2 (wie doet de bijdrage)  Ex 25,3-7 (waarin bestaat de bijdrage)   Ex 25,8-9 (waartoe dient de bijdrage)        

Ex 25,8 - Ex 25,8 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8 kai poièseis moi agiasma kai ofthèsomai en umin  8 facientque mihi sanctuarium et habitabo in medio eorum    8 En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.  [8] Dan kan men voor Mij een heiligdom bouwen en zal Ik in hun midden wonen.  [8] De Israëlieten moeten een heiligdom voor mij maken, zodat ik te midden van hen kan wonen.   8 Maken zullen zij voor mij een heiligdom: wonen zal ik in hun midden;  8. Fais-moi un sanctuaire, que je puisse résider parmi eux. 

King James Bible . [8] And let them make me a sanctuary; that I may dwell among them.
Luther-Bibel . 8 Und sie sollen mir ein Heiligtum machen, dass ich unter ihnen wohne.

Ex 25,9 - Ex 25,9 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9 kai poièseis moi kata panta osa egô soi deiknuô en tô orei to paradeigma tès skènès kai to paradeigma pantôn tôn skeuôn autès outô poièseis  9 iuxta omnem similitudinem tabernaculi quod ostendam tibi et omnium vasorum in cultum eius sicque facietis illud    9 Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken.  [9] Bij de verblijfplaats en de hele inventaris moet u zich zorgvuldig houden aan het model* dat Ik u tonen zal. [9] Ik zal je een ontwerp laten zien van de tabernakel en van alle voorwerpen die bij deze tent horen; houd je daar nauwkeurig aan.  9 naar al wat ik jou te zien geef: de uitbeelding van de Woning en de uitbeelding van alle voorwerpen daarin, zo zullen jullie het maken. ••   9. Tu feras tout selon le modèle de la Demeure et le modèle de son mobilier que je vais te montrer.  

King James Bible . [9] According to all that I shew thee, after the pattern of the tabernacle, and the pattern of all the instruments thereof, even so shall ye make it.
Luther-Bibel . 9 Genau nach dem Bild, das ich dir von der Wohnung und ihrem ganzen Gerät zeige, sollt ihr's machen.

hammisjëkân (woning, tent) . Verwijzing : sjâkhan (wonen) , zie Ex 40,35 . sj - k - n . Bepaald lidwoord + zelfstandig naamwoord misjëkân . In zeventig verzen in de bijbel . In negenenzestig verzen in de Pentateuch . In drieënveertig verzen in Ex . In Ex 25,9 . In dertien verzen in Ex 26 : (1) Ex 26,1 . (2) Ex 26,6 . (3) Ex 26,7 . (4) Ex 26,12 . (5) Ex 26,13 . (6) Ex 26,17 . (7) Ex 26,20 . (8) Ex 26,22 . (9) Ex 26,23 . (10) Ex 26,26 . (11) Ex 26,27 . (12) Ex 26,30 . (13) Ex 26,35

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 25,10-16 (het vervaardigen van de ark) Ex 25,17-20 (het vervaardigen van het deksel) Ex 25,21-22 (de functie van de ark en het deksel)        

Ex 25,10 - Ex 25,10 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10 kai poièseis kibôton marturiou ek xulôn asèptôn duo pècheôn kai èmisous to mèkos kai pècheos kai èmisous to platos kai pècheos kai èmisous to upsos  10 arcam de lignis setthim conpingite cuius longitudo habeat duos semis cubitos latitudo cubitum et dimidium altitudo cubitum similiter ac semissem    10 Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.   [10] U moet een ark* maken van acaciahout, tweeëneenhalve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog.   De ark [10] Laat van acaciahout een ark maken, een kist van tweeëneenhalve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog.   10 ¶ Maken zullen ze uit acaciastammen een ark; een dubbel–el en een halve zijn lengte, een el en een halve zijn breedte, een el en een halve zijn opstand;   10. « Tu feras en bois d'acacia une arche longue de deux coudées et demie, large d'une coudée et demie et haute d'une coudée et demie.  

King James Bible .[10] And they shall make an ark of shittim wood: two cubits and a half shall be the length thereof, and a cubit and a half the breadth thereof, and a cubit and a half the height thereof.
Luther-Bibel . 10 Macht eine Lade aus Akazienholz; zwei und eine halbe Elle soll die Länge sein, anderthalb Ellen die Breite und anderthalb Ellen die Höhe.

Ex 25,11 - Ex 25,11 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11 kai katachrusôseis autèn chrusiô katharô exôthen kai esôthen chrusôseis autèn kai poièseis autè kumatia strepta chrusa kuklô  11 et deaurabis eam auro mundissimo intus et foris faciesque supra coronam auream per circuitum     11 En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.   [11] Bekleed haar van binnen en van buiten met zuiver goud, en breng rondom een gouden lijst aan.  [11] Overtrek die met zuiver goud, zowel vanbinnen als vanbuiten; aan de bovenkant moet je rondom een gouden sierlijst aanbrengen.   11 overtrekken zul je hem met zuiver goud, van binnen en van buiten zul je hem overtrekken; maken zul je bovenaan een sierlijst van goud, rondom;  11. Tu la plaqueras d'or pur, au-dedans et au-dehors, et tu feras sur elle une moulure d'or, tout autour.  

King James Bible . [11] And thou shalt overlay it with pure gold, within and without shalt thou overlay it, and shalt make upon it a crown of gold round about.
Luther-Bibel . 11 Du sollst sie mit feinem Gold überziehen innen und außen und einen goldenen Kranz an ihr ringsherum machen.

Ex 25,12 - Ex 25,12 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12 kai elaseis autè tessaras daktulious chrusous kai epithèseis epi ta tessara klitè duo daktulious epi to klitos to en kai duo daktulious epi to klitos to deuteron  12 et quattuor circulos aureos quos pones per quattuor arcae angulos duo circuli sint in latere uno et duo in altero    12 En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde.  [12] Giet voor de ark vier gouden ringen en bevestig die aan de vier poten, twee aan elke kant.  [12] Giet vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier poten: twee ringen aan elke kant van de ark.   12 giet voor hem vier ringen van goud en geef die plaats op zijn vier hoeken: twee ringen op zijn ENE zijde en twee ringen op zijn tweede zijde;  12. Tu fondras pour elle quatre anneaux d'or, et tu les mettras à ses quatre pieds : deux anneaux d'un côté et deux anneaux de l'autre.  

King James Bible . [12] And thou shalt cast four rings of gold for it, and put them in the four corners thereof; and two rings shall be in the one side of it, and two rings in the other side of it.
Luther-Bibel . 12 Und gieß vier goldene Ringe und tu sie an ihre vier Ecken, sodass zwei Ringe auf der einen Seite und zwei auf der andern seien.

Ex 25,13 - Ex 25,13 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13poièseis de anaforeis xula asèpta kai katachrusôseis auta chrusiô  13 facies quoque vectes de lignis setthim et operies eos auro    13 En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.  [13] Maak ook draagstokken van acaciahout en bedek die met goud.   [13] Maak draagbomen van acaciahout, verguld ze   13 maak stangen van acaciastammen en overtrek ze met goud;   13. Tu feras aussi des barres en bois d'acacia ; tu les plaqueras d'or, 

King James Bible . [13] And thou shalt make staves of shittim wood, and overlay them with gold.
Luther-Bibel . 13 Und mache Stangen von Akazienholz und überziehe sie mit Gold

Ex 25,14 - Ex 25,14 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14 kai eisaxeis tous anaforeis eis tous daktulious tous en tois klitesi tès kibôtou airein tèn kibôton en autois  14 inducesque per circulos qui sunt in arcae lateribus ut portetur in eis    14 En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage.  [14] Steek ze dan in de ringen aan de zijkanten van de ark, om die zo te kunnen dragen.   [14] en steek ze door de ringen aan weerszijden; zo kan de ark gedragen worden.  14 breng de stangen aan in de ringen op de zijden van de ark, om de ark daarmee te dragen;  14. et tu engageras dans les anneaux fixés sur les côtés de l'arche les barres qui serviront à la porter.  

King James Bible . [14] And thou shalt put the staves into the rings by the sides of the ark, that the ark may be borne with them.
Luther-Bibel . 14 und stecke sie in die Ringe an den Seiten der Lade, dass man sie damit trage.

Ex 25,15 - Ex 25,15 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15 en tois daktuliois tès kibôtou esontai oi anaforeis akinètoi 15 qui semper erunt in circulis nec umquam extrahentur ab eis     15 De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.   [15] De draagstokken moeten in de ringen van de ark blijven; ze mogen er niet uitgenomen worden.   [15] De draagbomen moeten in de ringen blijven, ze mogen er niet uit gehaald worden.   15 in de ringen van de ark zullen de stangen zijn!– ze zullen van hem niet wijken!–   15. Les barres resteront dans les anneaux de l'arche et n'en seront pas ôtées.  

King James Bible . [15] The staves shall be in the rings of the ark: they shall not be taken from it.
Luther-Bibel . 15 Sie sollen in den Ringen bleiben und nicht herausgetan werden.

Ex 25,16 - Ex 25,16 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16 kai embaleis eis tèn kibôton ta marturia a an dô soi  16 ponesque in arcam testificationem quam dabo tibi    16 Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.   [16] In de ark moet u de verbondsakte neerleggen die Ik u zal geven.   [16] In de ark moet je de verbondstekst leggen die ik je zal geven.  16 geef in de ark de overeenkomst plaats die ik je zal geven;   16. Tu mettras dans l'arche le Témoignage que je te donnerai.  

King James Bible . [16] And thou shalt put into the ark the testimony which I shall give thee.
Luther-Bibel . 16 Und du sollst in die Lade das Gesetz legen, das ich dir geben werde.

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 25,10-16 (het vervaardigen van de ark) Ex 25,17-20 (het vervaardigen van het deksel) Ex 25,21-22 (de functie van de ark en het deksel)        

Ex 25,17 - Ex 25,17 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17 kai poièseis ilastèrion epithema chrusiou katharou duo pècheôn kai èmisous to mèkos kai pècheos kai èmisous to platos  17 facies et propitiatorium de auro mundissimo duos cubitos et dimidium tenebit longitudo eius cubitum ac semissem latitudo     17 Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte.  [17] U moet ook een verzoendeksel* maken van zuiver goud, tweeëneenhalve el lang, anderhalve el breed.  [17] Je moet ook een verzoeningsplaat maken van zuiver goud, tweeëneenhalve el lang en anderhalve el breed.   17 maak een verzoendeksel van zuiver goud, een dubbel–el en een halve haar lengte en een el en een halve haar breedte;   17. Tu feras aussi un propitiatoire d'or pur, de deux coudées et demie de long et d'une coudée et demie de large. 

King James Bible . [17] And thou shalt make a mercy seat of pure gold: two cubits and a half shall be the length thereof, and a cubit and a half the breadth thereof.
Luther-Bibel . 17 Du sollst auch einen Gnadenthron machen aus feinem Golde; zwei und eine halbe Elle soll seine Länge sein und anderthalb Ellen seine Breite.

Ex 25,18 - Ex 25,18 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18 kai poièseis duo cheroubim chrusa toreuta kai epithèseis auta ex amfoterôn tôn klitôn tou ilastèriou  18 duos quoque cherubin aureos et productiles facies ex utraque parte oraculi    18 Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels.  [18] Maak ook twee kerubs*, in goud gedreven, aan de beide uiteinden van de dekplaat,  [18] Maak aan de beide uiteinden daarvan een cherub, eveneens van goud, één aan het ene uiteinde en één aan het andere uiteinde. Het moet drijfwerk zijn, de twee cherubs moeten één geheel met de plaat vormen.   18 en maak twee cheroeviem van goud; als drijfwerk zul je ze maken uit de twee uiteinden van het deksel;   18. Tu feras deux chérubins d'or repoussé, tu les feras aux deux extrémités du propitiatoire. 

King James Bible . [18] And thou shalt make two cherubims of gold, of beaten work shalt thou make them, in the two ends of the mercy seat.
Luther-Bibel . 18 Und du sollst zwei Cherubim machen aus getriebenem Golde an beiden Enden des Gnadenthrones,

Ex 25,19 - Ex 25,19 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19 poièthèsontai cheroub eis ek tou klitous toutou kai cheroub eis ek tou klitous tou deuterou tou ilastèriou kai poièseis tous duo cheroubim epi ta duo klitè  19 cherub unus sit in latere uno et alter in altero    19 En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den anderen cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve.  [19] één kerub aan het ene uiteinde en één aan het andere, in reliëf.     19 maak één cheroev aan dit einde en één cheroev aan dat einde; uit het verzoendeksel zult ge de cheroev maken, op de twee uiteinden;   19. Fais l'un des chérubins à une extrémité et l'autre chérubin à l'autre extrémité : tu feras les chérubins faisant corps avec le propitiatoire, à ses deux extrémités. 

King James Bible . [19] And make one cherub on the one end, and the other cherub on the other end: even of the mercy seat shall ye make the cherubims on the two ends thereof.
Luther-Bibel . 19 sodass ein Cherub sei an diesem Ende, der andere an jenem, dass also zwei Cherubim seien an den Enden des Gnadenthrones.

Ex 25,20 - Ex 25,20 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20 esontai oi cheroubim ekteinontes tas pterugas epanôthen suskiazontes tais pteruxin autôn epi tou ilastèriou kai ta prosôpa autôn eis allèla eis to ilastèrion esontai ta prosôpa tôn cheroubim  20 utrumque latus propitiatorii tegant expandentes alas et operientes oraculum respiciantque se mutuo versis vultibus in propitiatorium quo operienda est arca    20 En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.   [20] De vleugels van de kerubs moeten naar boven uitgestrekt zijn, zodat zij het verzoendeksel bedekken. De kerubs moeten met hun gezicht naar elkaar toe gekeerd staan, hun gezicht moet op het verzoendeksel gericht zijn.   [20] Ze moeten tegenover elkaar staan, met het gezicht naar de verzoeningsplaat gekeerd, en hun vleugels moeten gespreid zijn zodat ze zich daar beschermend over uitstrekken.   20 wezen zullen de cheroeviem er met de vleugels uitgespreid naar boven, met hun vleugels het deksel overhuivend en hun aanschijn als een man naar zijn broeders,– gericht naar het deksel zullen de aangezichten van de cheroeviem wezen;   20. Les chérubins auront les ailes déployées vers le haut et protégeront le propitiatoire de leurs ailes en se faisant face. Les faces des chérubins seront tournées vers le propitiatoire. 

King James Bible .[20] And the cherubims shall stretch forth their wings on high, covering the mercy seat with their wings, and their faces shall look one to another; toward the mercy seat shall the faces of the cherubims be.
Luther-Bibel . 20 Und die Cherubim sollen ihre Flügel nach oben ausbreiten, dass sie mit ihren Flügeln den Gnadenthron bedecken und eines jeden Antlitz gegen das des andern stehe; und ihr Antlitz soll zum Gnadenthron gerichtet sein.

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 25,10-16 (het vervaardigen van de ark) Ex 25,17-20 (het vervaardigen van het deksel) Ex 25,21-22 (de functie van de ark en het deksel)        

Ex 25,21 - Ex 25,21 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
21 kai epithèseis to ilastèrion epi tèn kibôton anôthen kai eis tèn kibôton embaleis ta marturia a an dô soi  21 in qua pones testimonium quod dabo tibi     21 En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.   [21] Plaats het verzoendeksel bovenop de ark en leg in de ark de verbondsakte neer die Ik u geven zal.  [21] Leg de verzoeningsplaat op de ark; leg de verbondstekst die ik je zal geven in de ark.   21 geef het deksel plaats op de ark aan de bovenkant; en in de ark geef je de overeenkomst plaats die ik je zal geven;  21. Tu mettras le propitiatoire sur le dessus de l'arche, et tu mettras dans l'arche le Témoignage que je te donnerai.  

King James Bible . [21] And thou shalt put the mercy seat above upon the ark; and in the ark thou shalt put the testimony that I shall give thee.
Luther-Bibel . 21 Und du sollst den Gnadenthron oben auf die Lade tun und in die Lade das Gesetz legen, das ich dir geben werde.

Ex 25,22 - Ex 25,22 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
22 kai gnôsthèsomai soi ekeithen kai lalèsô soi anôthen tou ilastèriou ana meson tôn duo cheroubim tôn ontôn epi tès kibôtou tou marturiou kai kata panta osa an enteilômai soi pros tous uious israèl 22 inde praecipiam et loquar ad te supra propitiatorio scilicet ac medio duorum cherubin qui erunt super arcam testimonii cuncta quae mandabo per te filiis Israhel    22 En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israëls.  [22] Daar zal Ik naar u toe komen, boven het verzoendeksel; vanaf de plaats tussen de beide kerubs die op de ark met de verbondsakte staan zal Ik u alle opdrachten voor de Israëlieten meedelen.   [22] Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats, boven de verzoeningsplaat, tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst, zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten verlang. De tafel  22 daar zal ik samenkomst met jou houden, en boven het deksel met jou bespreken, tussen de twee cheroeviem op de ark met de overeenkomst: al wat ik jou gebied voor de zonen Israëls. •  22. C'est là que je te rencontrerai. C'est de sur le propitiatoire, d'entre les deux chérubins qui sont sur l'arche du Témoignage, que je te donnerai mes ordres pour les Israélites.  

King James Bible . [22] And there I will meet with thee, and I will commune with thee from above the mercy seat, from between the two cherubims which are upon the ark of the testimony, of all things which I will give thee in commandment unto the children of Israel.
Luther-Bibel . 22 Dort will ich dir begegnen, und vom Gnadenthron aus, der auf der Lade mit dem Gesetz ist, zwischen den beiden Cherubim will ich mit dir alles reden, was ich dir gebieten will für die Israeliten.

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 25,23-28 (de tafel zelf) Ex 25,29-30 (het gerief)          

Ex 25,23 - Ex 25,23 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
23 kai poièseis trapezan chrusiou katharou duo pècheôn to mèkos kai pècheos to euros kai pècheos kai èmisous to upsos  23 facies et mensam de lignis setthim habentem duos cubitos longitudinis et in latitudine cubitum et in altitudine cubitum ac semissem    23 Gij zult ook een tafel maken van sittimhout; twee ellen zal haar lengte zijn, en een el haar breedte, en een el en een halve zal haar hoogte zijn.  [23] Maak een tafel van acaciahout, twee el lang, een el breed en anderhalve el hoog.   [23] Maak een tafel van acaciahout, twee el lang, één el breed en anderhalve el hoog.   23 ¶ Maken zul je een tafel van acaciastammen een dubbel–el zijn lengte en een el zijn breedte, een el en een halve zijn opstand;   23. « Tu feras une table en bois d'acacia, longue de deux coudées, large d'une coudée et haute d'une coudée et demie. 

King James Bible . [23] Thou shalt also make a table of shittim wood: two cubits shall be the length thereof, and a cubit the breadth thereof, and a cubit and a half the height thereof.
Luther-Bibel . 23 Du sollst auch einen Tisch machen aus Akazienholz; zwei Ellen soll seine Länge sein, eine Elle seine Breite und anderthalb Ellen seine Höhe.

Ex 25,24 - Ex 25,24 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
24 kai poièseis autè strepta kumatia chrusa kuklô  24 et inaurabis eam auro purissimo faciesque illi labium aureum per circuitum    24 En gij zult ze met louter goud overtrekken; gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom heen.  [24] Bedek die met zuiver goud en maak er een gouden lijst omheen.  [24] Overtrek hem met zuiver goud en breng rondom een gouden sierlijst aan:   24 overtrek hem met zuiver goud; maak voor hem een sierlijst van goud, rondom;   24. Tu la plaqueras d'or pur, et tu lui feras tout autour une moulure d'or. 

King James Bible . [24] And thou shalt overlay it with pure gold, and make thereto a crown of gold round about.
Luther-Bibel . 24 Und du sollst ihn überziehen mit feinem Gold und einen goldenen Kranz ringsherum machen

Ex 25,25 - Ex 25,25 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
25 kai poièseis autè stefanèn palaistou kuklô kai poièseis strepton kumation tè stefanè kuklô 25 et ipsi labio coronam interrasilem altam quattuor digitis et super illam alteram coronam aureolam     25 Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een hand breed; en gij zult een gouden krans rondom derzelver lijst maken.   [25] Leg er een gouden band om, van een handbreed, en zet die af met een gouden lijst.  [25] een rand van een hand breed, in een gouden lijst gevat.   25 maak voor hem een sluitrand van een duimbreed, rondom, en maak een sierlijst van goud aan die sluitrand, rondom;  25. Tout autour, tu lui feras des entretoises larges d'un palme, et tu feras autour des entretoises une moulure d'or.

King James Bible . [25] And thou shalt make unto it a border of an hand breadth round about, and thou shalt make a golden crown to the border thereof round about.
Luther-Bibel . 25 und eine Leiste ringsherum eine Handbreit hoch und einen goldenen Kranz an der Leiste ringsherum;

Ex 25,26 - Ex 25,26 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
26 kai poièseis tessaras daktulious chrusous kai epithèseis tous daktulious epi ta tessara merè tôn podôn autès  26 quattuor quoque circulos aureos praeparabis et pones eos in quattuor angulis eiusdem mensae per singulos pedes    26 Ook zult gij vier gouden ringen daaraan maken; en gij zult de ringen zetten aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten zijn zullen.  [26] Maak vier gouden ringen en bevestig die aan de vier hoeken, bij de poten.  [26] Maak vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier hoeken, bij de poten.   26 maak voor hem vier ringen van goud, en geef de ringen plaats op de vier hoeken van zijn vier poten;  26. Tu lui feras quatre anneaux d'or, et tu mettras les anneaux aux quatre angles formés par les quatre pieds. 

King James Bible . [26] And thou shalt make for it four rings of gold, and put the rings in the four corners that are on the four feet thereof.
Luther-Bibel . 26 und du sollst vier goldene Ringe machen an die vier Ecken an seinen vier Füßen.

Ex 25,27 - Ex 25,27 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
27 upo tèn stefanèn kai esontai oi daktulioi eis thèkas tois anaforeusin ôste airein en autois tèn trapezan  27 subter coronam erunt circuli aurei ut mittantur vectes per eos et possit mensa portari     27 Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.  [27] Deze ringen, bestemd voor de draagstokken waarmee de tafel gedragen wordt, moeten dicht bij de band zitten.   [27] De ringen moeten vlak onder de rand zitten; ze zijn bestemd voor de draagbomen waarmee de tafel gedragen wordt.  27 naast de sluitrand moeten de ringen komen,– als hulzen voor de stangen om de tafel te dragen;  27. Les anneaux seront placés près des entretoises pour loger les barres qui serviront à porter la table. 

King James Bible . [27] Over against the border shall the rings be for places of the staves to bear the table.
Luther-Bibel . 27 Dicht unter der Leiste sollen die Ringe sein, sodass man Stangen hineintun und den Tisch tragen könne.

Ex 25,28 - Ex 25,28 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
28 kai poièseis tous anaforeis ek xulôn asèptôn kai katachrusôseis autous chrusiô katharô kai arthèsetai en autois è trapeza  28 ipsosque vectes facies de lignis setthim et circumdabis auro ad subvehendam mensam    28 Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult dezelve met goud overtrekken; en de tafel zal daaraan gedragen worden.   [28] Maak de draagstokken van acaciahout en bedek ze met goud. Daar moet u de tafel mee dragen.   [28] De draagbomen voor de tafel moet je van acaciahout maken en je moet ze vergulden.  28 maken zul je de stangen van acaciastammen en overtrekken zul je ze met goud; daarmee zal de tafel worden gedragen;   28. Tu feras les barres en bois d'acacia et tu les plaqueras d'or ; elles serviront à porter la table.  

King James Bible . [28] And thou shalt make the staves of shittim wood, and overlay them with gold, that the table may be borne with them.
Luther-Bibel . 28 Und du sollst die Stangen aus Akazienholz machen und sie mit Gold überziehen, dass der Tisch damit getragen werde.

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
  Ex 25,23-28 (de tafel zelf) Ex 25,29-30 (het gerief)          

Ex 25,29 - Ex 25,29 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
29 kai poièseis ta trublia autès kai tas thuiskas kai ta spondeia kai tous kuathous en ois speiseis en autois chrusiou katharou poièseis auta  29 parabis et acetabula ac fialas turibula et cyatos in quibus offerenda sunt libamina ex auro purissimo    29 Gij zult ook maken haar schotelen, en haar rookschalen, en haar platelen, en haar kroezen (met welke zij bedekt zal worden); van louter goud zult gij ze maken.  [29] Maak ook de schotels, de schalen, de kannen en kommen die nodig zijn voor de plengoffers, van zuiver goud.  [29] Maak ook de bijbehorende schotels, schalen en kannen, en kommen voor de wijnoffers, allemaal van zuiver goud.  29 maken zul je ook zijn schotels en zijn schalen, zijn kannen en zijn kommen, waarmee wordt geplengd; van zuiver goud zul je ze maken;  29. Tu feras ses plats, ses coupes, ses aiguières ainsi que ses bols pour les libations ; c'est d'or pur que tu les feras,  

King James Bible . [29] And thou shalt make the dishes thereof, and spoons thereof, and covers thereof, and bowls thereof, to cover withal: of pure gold shalt thou make them.
Luther-Bibel . 29 Du sollst auch aus feinem Golde seine Schüsseln und Schalen machen, seine Kannen und Becher, in denen man das Trankopfer darbringe.

Ex 25,30 - Ex 25,30 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
30 kai epithèseis epi tèn trapezan artous enôpious enantion mou dia pantos  30 et pones super mensam panes propositionis in conspectu meo semper    30 En gij zult op deze tafel altijd het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen.   [30] Zet op de tafel het toonbrood zodat Ik het altijd kan zien.   [30] Leg op de tafel het toonbrood; dat moet daar altijd voor mij liggen. De lampenstandaard   30 en geef op de tafel plaats aan ‘brood van aanschijn’, voor mijn aanschijn, altijd. •  30. et tu placeras toujours sur la table, devant moi, les pains d'oblation.  

King James Bible . [30] And thou shalt set upon the table shewbread before me alway.
Luther-Bibel . 30 Und du sollst auf den Tisch allezeit Schaubrote legen vor mein Angesicht.

Ex 25 - 31  1.  2. 3.   4.   5.  6.  7. 
inleiding  Ex 25,1  Ex 30,11 Ex 30,17  Ex 30,22  Ex 30,34 Ex 31,1  Ex 31,12 
redevoering  Ex 25,2-30,10  Ex 30,12-16 (losgeld)  Ex 30,18-21 (wasbekken)  Ex 30,23-33 (zalfolie)  Ex 30,34b-38 (reukwerk)  Ex 31,2-11 (werklui)  Ex 31,13-17 (sabbat) 
  Ex 25,1-9 (bijdrage aan het heiligdom) Ex 25,10-22 (de ark en het deksel) Ex 25,23-30 (de tafel) Ex 25,31-40 (de luchter)      
               

Ex 25,31 - Ex 25,31 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
31 kai poièseis luchnian ek chrusiou katharou toreutèn poièseis tèn luchnian o kaulos autès kai oi kalamiskoi kai oi kratères kai oi sfairôtères kai ta krina ex autès estai  31 facies et candelabrum ductile de auro mundissimo hastile eius et calamos scyphos et spherulas ac lilia ex ipso procedentia    31 Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn.   [31] U moet ook een luchter* maken, van zuiver goud. De luchter, met voetstuk en schacht, moet drijfwerk zijn waarin kelken met knoppen en bloemen zijn aangebracht.  [31] Maak een lampenstandaard van zuiver goud. De voet, de schacht, de kelken, knoppen en bloemen moeten uit één stuk worden gedreven.   31 ¶ Maak van zuiver goud een menora; als drijfwerk zal de menora worden gemaakt: haar fundament, haar stengel, haar kelken, haar knoppen en haar bloesems: uit één stuk met haar zullen ze wezen!–   31. « Tu feras un candélabre d'or pur ; le candélabre, sa base et son fût seront repoussés ; ses calices, boutons et fleurs feront corps avec lui. 

King James Bible . [31] And thou shalt make a candlestick of pure gold: of beaten work shall the candlestick be made: his shaft, and his branches, his bowls, his knops, and his flowers, shall be of the same.
Luther-Bibel . 31 Du sollst auch einen Leuchter aus feinem Golde machen, Fuß und Schaft in getriebener Arbeit, mit Kelchen, Knäufen und Blumen.

Ex 25,32 - Ex 25,32 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
32 ex de kalamiskoi ekporeuomenoi ek plagiôn treis kalamiskoi tès luchnias ek tou klitous autès tou enos kai treis kalamiskoi tès luchnias ek tou klitous tou deuterou  32 sex calami egredientur de lateribus tres ex uno latere et tres ex altero    32 En zes rieten zullen uit zijn zijden uitgaan; drie rieten des kandelaars uit zijn ene zijde, en drie rieten des kandelaars uit zijn andere zijde.   [32] Zes armen moeten vanuit de schacht omhoog gaan, langs elke kant drie.   [32] De schacht moet zes zijarmen hebben: drie aan de ene kant en drie aan de andere kant.   32 zes stengels ontspruiten uit haar flanken; een drietal stengels van de menora uit haar ENE flank en een drietal stengels van de menora uit haar tweede flank;  32. Six branches s'en détacheront sur les côtés : trois branches du candélabre d'un côté, trois branches du candélabre de l'autre côté.  

King James Bible . [32] And six branches shall come out of the sides of it; three branches of the candlestick out of the one side, and three branches of the candlestick out of the other side:
Luther-Bibel . 32 Sechs Arme sollen von dem Leuchter nach beiden Seiten ausgehen, nach jeder Seite drei Arme.

Ex 25,33 - Ex 25,33 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
33 kai treis kratères ektetupômenoi karuiskous en tô eni kalamiskô sfairôtèr kai krinon outôs tois ex kalamiskois tois ekporeuomenois ek tès luchnias  33 tres scyphi quasi in nucis modum per calamos singulos spherulaque simul et lilium et tres similiter scyphi instar nucis in calamo altero spherulaque et lilium hoc erit opus sex calamorum qui producendi sunt de hastili    33 In het ene riet zullen drie schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit den kandelaar gaan.   [33] In de eerste arm moeten drie amandelbloemen met knoppen en bladeren gedreven worden. Op dezelfde wijze moeten de zes armen van de luchter worden bewerkt.   [33] Deze armen moeten versierd worden met amandelbloesem; breng op elke arm drie kelken aan met een knop en bloemblaadjes, telkens op dezelfde manier.   33 een drietal kelken, amandelvormig, op de ENE stengel, –knop en bloesem– en een drietal kelken, amandelvormig, op de andere stengel, knop en bloesem: zo aan de zes stengels die ontspruiten aan de menora;  33. La première branche portera trois calices en forme de fleur d'amandier, avec bouton et fleur ; la deuxième branche portera aussi trois calices en forme de fleur d'amandier, avec bouton et fleur ; il en sera ainsi pour les six branches partant du candélabre. 

King James Bible .[33] Three bowls made like unto almonds, with a knop and a flower in one branch; and three bowls made like almonds in the other branch, with a knop and a flower: so in the six branches that come out of the candlestick.
Luther-Bibel . 33 Jeder Arm soll drei Kelche wie Mandelblüten haben mit Knäufen und Blumen. So soll es sein bei den sechs Armen an dem Leuchter.

Ex 25,34 - Ex 25,34 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
34 kai en tè luchnia tessares kratères ektetupômenoi karuiskous en tô eni kalamiskô oi sfairôtères kai ta krina autès  34 in ipso autem candelabro erunt quattuor scyphi in nucis modum spherulaeque per singulos et lilia     34 Maar aan den kandelaar zelven zullen vier schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, met zijn knopen, en met zijn bloemen.   [34] In de luchter zelf moeten vier amandelbloemen met knoppen en bladeren gedreven worden:   [34] Ook de schacht moet versierd worden met amandelbloesem: vier kelken, elk met een knop en bloemblaadjes.  34 aan de menora zelf vier kelken: amandelvormig haar knoppen en haar bloesem;  34. Le candélabre lui-même portera quatre calices en forme de fleur d'amandier, avec bouton et fleur : 

King James Bible . [34] And in the candlestick shall be four bowls made like unto almonds, with their knops and their flowers.
Luther-Bibel . 34 Aber der Schaft am Leuchter soll vier Kelche wie Mandelblüten haben mit Knäufen und Blumen

Ex 25,35 - Ex 25,35 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
35 o sfairôtèr upo tous duo kalamiskous ex autès kai sfairôtèr upo tous tessaras kalamiskous ex autès outôs tois ex kalamiskois tois ekporeuomenois ek tès luchnias 35 spherula sub duobus calamis per tria loca qui simul sex fiunt procedentes de hastili uno    35 En daar zal een knoop zijn onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; alzo zal het zijn met de zes rieten, die uit den kandelaar uitgaan.   [35] één knop onder het eerste paar armen, één onder het tweede en één onder het derde paar van de zes armen van de luchter.   [35] Waar de armen uit de schacht komen, moeten eveneens knoppen worden aangebracht: één onder het eerste paar armen, één onder het tweede paar en één onder het derde paar.  35 een knop onder de eerste twee stengels uit haar vandaan, een knop onder weer twee stengels uit haar vandaan en een knop onder nog eens twee stengels uit haar vandaan; zó voor de zes stengels die uit de menora voortkomen;  35. un bouton sous les deux premières branches partant du candélabre, un bouton sous les deux branches suivantes et un bouton sous les deux dernières branches - donc aux six branches se détachant du candélabre.  

King James Bible . [35] And there shall be a knop under two branches of the same, and a knop under two branches of the same, and a knop under two branches of the same, according to the six branches that proceed out of the candlestick.
Luther-Bibel . 35 und je einen Knauf unter zwei von den sechs Armen, die von dem Leuchter ausgehen.

Ex 25,36 - Ex 25,36 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
36 oi sfairôtères kai oi kalamiskoi ex autès estôsan olè toreutè ex enos chrusiou katharou   36 et spherae igitur et calami ex ipso erunt universa ductilia de auro purissimo    36 Hun knopen en hun rieten zullen uit hem zijn; het zal altemaal een enig dicht werk van louter goud zijn.   [36] De knoppen en armen vormen één geheel met de luchter: een stuk drijfwerk van zuiver goud.  [36] De hele standaard, met de zes armen en de knoppen, moet uit één stuk zuiver goud gedreven worden.  36 hun knoppen en hun stengels zullen uit één stuk met haar wezen; het geheel van haar één drijfwerk van zuiver goud;   36. Les boutons et les branches feront corps avec le candélabre et le tout sera fait d'un bloc d'or pur repoussé. 

King James Bible .[36] Their knops and their branches shall be of the same: all it shall be one beaten work of pure gold.
Luther-Bibel . 36 Beide, Knäufe und Arme, sollen aus einem Stück mit ihm sein, lauteres Gold in getriebener Arbeit.

Ex 25,37 - Ex 25,37 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
37 kai poièseis tous luchnous autès epta kai epithèseis tous luchnous kai fanousin ek tou enos prosôpou  37     37 Gij zult hem ook zeven lampen maken, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden.   [37] Maak er lampen voor, en plaats die zo dat het licht aan de voorkant valt.  [37] Maak er zeven lampen voor en zet die er zo op dat het licht naar voren valt.  37 Maak lampen voor haar, een zevental; zet ze er hoog op, die lampen van haar, zodat haar aanschijn licht geeft tot aan de overzijde;  37. Puis tu feras ses sept lampes. On montera les lampes de telle sorte qu'elles éclairent en avant de lui.  

King James Bible . [37] And thou shalt make the seven lamps thereof: and they shall light the lamps thereof, that they may give light over against it.
Luther-Bibel . 37 Und du sollst sieben Lampen machen und sie oben anbringen, sodass sie nach vorn leuchten,

Ex 25,38 - Ex 25,38 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
38 kai ton eparustèra autès kai ta upothemata autès ek chrusiou katharou poièseis facies et lucernas septem et pones eas super candelabrum ut luceant ex adverso 38 emunctoria quoque et ubi quae emuncta sunt extinguantur fient de auro purissimo    38 Zijn snuiters en zijn blusvaten zullen louter goud zijn.  [38] De snuiters en bakjes moeten eveneens van zuiver goud zijn.  [38] De snuiters en bakjes moeten ook van zuiver goud zijn.  38 ook haar knijpers en haar vuurbakjes van zuiver goud!–  38. Ses mouchettes et ses cendriers seront d'or pur. 

King James Bible . [38] And the tongs thereof, and the snuffdishes thereof, shall be of pure gold.
Luther-Bibel . 38 und Lichtscheren und Löschnäpfe aus feinem Golde.

Ex 25,39 - Ex 25,39 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
39 panta ta skeuè tauta talanton chrusiou katharou  39 omne pondus candelabri cum universis vasis suis habebit talentum auri mundissimi     39 Uit een talent louter goud zal men dat maken, met al dit gereedschap.   [39] Voor de luchter met toebehoren moet u een talent zuiver goud gebruiken.  [39] Gebruik voor de lampenstandaard en voor de bijbehorende voorwerpen een talent zuiver goud.  39 van een talent zuiver goud zal men haar maken,– én al deze voorwerpen;   39. Tu le feras, avec tous ses accessoires, d'un talent d'or pur.  

King James Bible . [39] Of a talent of pure gold shall he make it, with all these vessels.
Luther-Bibel . 39 Aus einem Zentner feinen Goldes sollst du den Leuchter machen mit allen diesen Geräten.

Ex 25,40 - Ex 25,40 : Het heiligdom - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex (Exodus) -- Ex 25 -- Ex 25,1 - 27,21 -- Ex 25,1 - Ex 25,2 - Ex 25,3 - Ex 25,4 - Ex 25,5 - Ex 25,6 - Ex 25,7 - Ex 25,8 - Ex 25,9 - Ex 25,10 - Ex 25,11 - Ex 25,12 - Ex 25,13 - Ex 25,14 - Ex 25,15 - Ex 25,16 - Ex 25,17 - Ex 25,18 - Ex 25,19 - Ex 25,20 - Ex 25,21 - Ex 25,22 - Ex 25,23 - Ex 25,24 - Ex 25,25 - Ex 25,26 - Ex 25,27 - Ex 25,28 - Ex 25,29 - Ex 25,30 - Ex 25,31 - Ex 25,32 - Ex 25,33 - Ex 25,34 - Ex 25,35 - Ex 25,36 - Ex 25,37 - Ex 25,38 - Ex 25,39 - Ex 25,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
40 ora poièseis kata ton tupon ton dedeigmenon soi en tô orei  40 inspice et fac secundum exemplar quod tibi in monte monstratum est     40 Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.  [40] Zorg dat u alles maakt volgens het model* dat u op de berg is getoond.   [40] Houd je bij het maken ervan aan het ontwerp dat je hier op de berg getoond is.   40 zie toe en maak deze voorwerpen naar hun voorbeeld dat jij gezien hebt op de berg! ••   40. Regarde et exécute selon le modèle qui t'est montré sur la montagne.  

King James Bible . [40] And look that thou make them after their pattern, which was shewed thee in the mount.
Luther-Bibel . 40 Und sieh zu, dass du alles machst nach dem Bilde, das dir auf dem Berge gezeigt ist.


Septuagint

1kai elalèsen kurios pros môusèn legôn2eipon tois uiois israèl kai labete moi aparchas para pantôn ois an doxè tè kardia kai lèmpsesthe tas aparchas mou3kai autè estin è aparchè èn lèmpsesthe par' autôn chrusion kai argurion kai chalkon4kai uakinthon kai porfuran kai kokkinon diploun kai busson keklôsmenèn kai trichas aigeias5kai dermata kriôn èruthrodanômena kai dermata uakinthina kai xula asèpta7kai lithous sardiou kai lithous eis tèn glufèn eis tèn epômida kai ton podèrè8kai poièseis moi agiasma kai ofthèsomai en umin9kai poièseis moi kata panta osa egô soi deiknuô en tô orei to paradeigma tès skènès kai to paradeigma pantôn tôn skeuôn autès outô poièseis10kai poièseis kibôton marturiou ek xulôn asèptôn duo pècheôn kai èmisous to mèkos kai pècheos kai èmisous to platos kai pècheos kai èmisous to upsos11kai katachrusôseis autèn chrusiô katharô exôthen kai esôthen chrusôseis autèn kai poièseis autè kumatia strepta chrusa kuklô12kai elaseis autè tessaras daktulious chrusous kai epithèseis epi ta tessara klitè duo daktulious epi to klitos to en kai duo daktulious epi to klitos to deuteron13poièseis de anaforeis xula asèpta kai katachrusôseis auta chrusiô14kai eisaxeis tous anaforeis eis tous daktulious tous en tois klitesi tès kibôtou airein tèn kibôton en autois15en tois daktuliois tès kibôtou esontai oi anaforeis akinètoi16kai embaleis eis tèn kibôton ta marturia a an dô soi17kai poièseis ilastèrion epithema chrusiou katharou duo pècheôn kai èmisous to mèkos kai pècheos kai èmisous to platos18kai poièseis duo cheroubim chrusa toreuta kai epithèseis auta ex amfoterôn tôn klitôn tou ilastèriou19poièthèsontai cheroub eis ek tou klitous toutou kai cheroub eis ek tou klitous tou deuterou tou ilastèriou kai poièseis tous duo cheroubim epi ta duo klitè20esontai oi cheroubim ekteinontes tas pterugas epanôthen suskiazontes tais pteruxin autôn epi tou ilastèriou kai ta prosôpa autôn eis allèla eis to ilastèrion esontai ta prosôpa tôn cheroubim21kai epithèseis to ilastèrion epi tèn kibôton anôthen kai eis tèn kibôton embaleis ta marturia a an dô soi22kai gnôsthèsomai soi ekeithen kai lalèsô soi anôthen tou ilastèriou ana meson tôn duo cheroubim tôn ontôn epi tès kibôtou tou marturiou kai kata panta osa an enteilômai soi pros tous uious israèl23kai poièseis trapezan chrusiou katharou duo pècheôn to mèkos kai pècheos to euros kai pècheos kai èmisous to upsos24kai poièseis autè strepta kumatia chrusa kuklô25kai poièseis autè stefanèn palaistou kuklô kai poièseis strepton kumation tè stefanè kuklô26kai poièseis tessaras daktulious chrusous kai epithèseis tous daktulious epi ta tessara merè tôn podôn autès27upo tèn stefanèn kai esontai oi daktulioi eis thèkas tois anaforeusin ôste airein en autois tèn trapezan28kai poièseis tous anaforeis ek xulôn asèptôn kai katachrusôseis autous chrusiô katharô kai arthèsetai en autois è trapeza29kai poièseis ta trublia autès kai tas thuiskas kai ta spondeia kai tous kuathous en ois speiseis en autois chrusiou katharou poièseis auta30kai epithèseis epi tèn trapezan artous enôpious enantion mou dia pantos31kai poièseis luchnian ek chrusiou katharou toreutèn poièseis tèn luchnian o kaulos autès kai oi kalamiskoi kai oi kratères kai oi sfairôtères kai ta krina ex autès estai32ex de kalamiskoi ekporeuomenoi ek plagiôn treis kalamiskoi tès luchnias ek tou klitous autès tou enos kai treis kalamiskoi tès luchnias ek tou klitous tou deuterou33kai treis kratères ektetupômenoi karuiskous en tô eni kalamiskô sfairôtèr kai krinon outôs tois ex kalamiskois tois ekporeuomenois ek tès luchnias34kai en tè luchnia tessares kratères ektetupômenoi karuiskous en tô eni kalamiskô oi sfairôtères kai ta krina autès35o sfairôtèr upo tous duo kalamiskous ex autès kai sfairôtèr upo tous tessaras kalamiskous ex autès outôs tois ex kalamiskois tois ekporeuomenois ek tès luchnias36oi sfairôtères kai oi kalamiskoi ex autès estôsan olè toreutè ex enos chrusiou katharou37kai poièseis tous luchnous autès epta kai epithèseis tous luchnous kai fanousin ek tou enos prosôpou38kai ton eparustèra autès kai ta upothemata autès ek chrusiou katharou poièseis39panta ta skeuè tauta talanton chrusiou katharou40ora poièseis kata ton tupon ton dedeigmenon soi en tô orei


Vulgaat

1 locutusque est Dominus ad Mosen dicens 2 loquere filiis Israhel ut tollant mihi primitias ab omni homine qui offert ultroneus accipietis eas 3 haec sunt autem quae accipere debetis aurum et argentum et aes 4 hyacinthum et purpuram coccumque bis tinctum et byssum pilos caprarum 5 et pelles arietum rubricatas pelles ianthinas et ligna setthim 6 oleum ad luminaria concinnanda aromata in unguentum et thymiama boni odoris 7 lapides onychinos et gemmas ad ornandum ephod ac 8 facientque mihi sanctuarium et habitabo in medio eorum 9 iuxta omnem similitudinem tabernaculi quod ostendam tibi et omnium vasorum in cultum eius sicque facietis illud 10 arcam de lignis setthim conpingite cuius longitudo habeat duos semis cubitos latitudo cubitum et dimidium altitudo cubitum similiter ac semissem 11 et deaurabis eam auro mundissimo intus et foris faciesque supra coronam auream per circuitum 12 et quattuor circulos aureos quos pones per quattuor arcae angulos duo circuli sint in latere uno et duo in altero 13 facies quoque vectes de lignis setthim et operies eos auro 14 inducesque per circulos qui sunt in arcae lateribus ut portetur in eis 15 qui semper erunt in circulis nec umquam extrahentur ab eis 16 ponesque in arcam testificationem quam dabo tibi 17 facies et propitiatorium de auro mundissimo duos cubitos et dimidium tenebit longitudo eius cubitum ac semissem latitudo 18 duos quoque cherubin aureos et productiles facies ex utraque parte oraculi 19 cherub unus sit in latere uno et alter in altero 20 utrumque latus propitiatorii tegant expandentes alas et operientes oraculum respiciantque se mutuo versis vultibus in propitiatorium quo operienda est arca 21 in qua pones testimonium quod dabo tibi 22 inde praecipiam et loquar ad te supra propitiatorio scilicet ac medio duorum cherubin qui erunt super arcam testimonii cuncta quae mandabo per te filiis Israhel 23 facies et mensam de lignis setthim habentem duos cubitos longitudinis et in latitudine cubitum et in altitudine cubitum ac semissem 24 et inaurabis eam auro purissimo faciesque illi labium aureum per circuitum 25 et ipsi labio coronam interrasilem altam quattuor digitis et super illam alteram coronam aureolam 26 quattuor quoque circulos aureos praeparabis et pones eos in quattuor angulis eiusdem mensae per singulos pedes 27 subter coronam erunt circuli aurei ut mittantur vectes per eos et possit mensa portari 28 ipsosque vectes facies de lignis setthim et circumdabis auro ad subvehendam mensam 29 parabis et acetabula ac fialas turibula et cyatos in quibus offerenda sunt libamina ex auro purissimo 30 et pones super mensam panes propositionis in conspectu meo semper 31 facies et candelabrum ductile de auro mundissimo hastile eius et calamos scyphos et spherulas ac lilia ex ipso procedentia 32 sex calami egredientur de lateribus tres ex uno latere et tres ex altero 33 tres scyphi quasi in nucis modum per calamos singulos spherulaque simul et lilium et tres similiter scyphi instar nucis in calamo altero spherulaque et lilium hoc erit opus sex calamorum qui producendi sunt de hastili 34 in ipso autem candelabro erunt quattuor scyphi in nucis modum spherulaeque per singulos et lilia 35 spherula sub duobus calamis per tria loca qui simul sex fiunt procedentes de hastili uno 36 et spherae igitur et calami ex ipso erunt universa ductilia de auro purissimo 37 facies et lucernas septem et pones eas super candelabrum ut luceant ex adverso 38 emunctoria quoque et ubi quae emuncta sunt extinguantur fient de auro purissimo 39 omne pondus candelabri cum universis vasis suis habebit talentum auri mundissimi 40 inspice et fac secundum exemplar quod tibi in monte monstratum est


Statenvertaling

1 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Spreek tot de kinderen Israëls, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen. 3 Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper; 4 Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar. 5 En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen; en sittimhout; 6 Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen; 7 Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap. 8 En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone. 9 Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken. 10 Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte. 11 En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen. 12 En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde. 13 En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud. 14 En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage. 15 De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden. 16 Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal. 17 Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte. 18 Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels. 19 En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den anderen cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve. 20 En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn. 21 En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben. 22 En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israëls. 23 Gij zult ook een tafel maken van sittimhout; twee ellen zal haar lengte zijn, en een el haar breedte, en een el en een halve zal haar hoogte zijn. 24 En gij zult ze met louter goud overtrekken; gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom heen. 25 Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een hand breed; en gij zult een gouden krans rondom derzelver lijst maken. 26 Ook zult gij vier gouden ringen daaraan maken; en gij zult de ringen zetten aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten zijn zullen. 27 Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen. 28 Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult dezelve met goud overtrekken; en de tafel zal daaraan gedragen worden. 29 Gij zult ook maken haar schotelen, en haar rookschalen, en haar platelen, en haar kroezen (met welke zij bedekt zal worden); van louter goud zult gij ze maken. 30 En gij zult op deze tafel altijd het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen. 31 Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn. 32 En zes rieten zullen uit zijn zijden uitgaan; drie rieten des kandelaars uit zijn ene zijde, en drie rieten des kandelaars uit zijn andere zijde. 33 In het ene riet zullen drie schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit den kandelaar gaan. 34 Maar aan den kandelaar zelven zullen vier schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, met zijn knopen, en met zijn bloemen. 35 En daar zal een knoop zijn onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; alzo zal het zijn met de zes rieten, die uit den kandelaar uitgaan. 36 Hun knopen en hun rieten zullen uit hem zijn; het zal altemaal een enig dicht werk van louter goud zijn. 37 Gij zult hem ook zeven lampen maken, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden. 38 Zijn snuiters en zijn blusvaten zullen louter goud zijn. 39 Uit een talent louter goud zal men dat maken, met al dit gereedschap. 40 Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.


Willibrordvertaling

[1] Toen* sprak de heer tot Mozes: [2] ‘Zeg tegen de Israëlieten dat zij een bijdrage aan Mij moeten afstaan; van iedereen die daartoe bereid is moet u voor Mij een bijdrage in ontvangst nemen. [3] Het volgende kunt u van hen in ontvangst nemen: goud, zilver en brons, [4] paarse, karmijnrode en scharlaken wol, linnen, kleden van geitenhaar, [5] gelooide ramsvellen, fijn leer en acaciahout; [6] olie voor de verlichting, geurige kruiden voor de bereiding van zalfolie en wierook; [7] kornalijn en edelstenen voor de efod* en de orakeltas. [8] Dan kan men voor Mij een heiligdom bouwen en zal Ik in hun midden wonen. [9] Bij de verblijfplaats en de hele inventaris moet u zich zorgvuldig houden aan het model* dat Ik u tonen zal. [10] U moet een ark* maken van acaciahout, tweeëneenhalve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog. [11] Bekleed haar van binnen en van buiten met zuiver goud, en breng rondom een gouden lijst aan. [12] Giet voor de ark vier gouden ringen en bevestig die aan de vier poten, twee aan elke kant. [13] Maak ook draagstokken van acaciahout en bedek die met goud. [14] Steek ze dan in de ringen aan de zijkanten van de ark, om die zo te kunnen dragen. [15] De draagstokken moeten in de ringen van de ark blijven; ze mogen er niet uitgenomen worden. [16] In de ark moet u de verbondsakte neerleggen die Ik u zal geven. [17] U moet ook een verzoendeksel* maken van zuiver goud, tweeëneenhalve el lang, anderhalve el breed. [18] Maak ook twee kerubs*, in goud gedreven, aan de beide uiteinden van de dekplaat, [19] één kerub aan het ene uiteinde en één aan het andere, in reliëf. [20] De vleugels van de kerubs moeten naar boven uitgestrekt zijn, zodat zij het verzoendeksel bedekken. De kerubs moeten met hun gezicht naar elkaar toe gekeerd staan, hun gezicht moet op het verzoendeksel gericht zijn. [21] Plaats het verzoendeksel bovenop de ark en leg in de ark de verbondsakte neer die Ik u geven zal. [22] Daar zal Ik naar u toe komen, boven het verzoendeksel; vanaf de plaats tussen de beide kerubs die op de ark met de verbondsakte staan zal Ik u alle opdrachten voor de Israëlieten meedelen. [23] Maak een tafel van acaciahout, twee el lang, een el breed en anderhalve el hoog. [24] Bedek die met zuiver goud en maak er een gouden lijst omheen. [25] Leg er een gouden band om, van een handbreed, en zet die af met een gouden lijst. [26] Maak vier gouden ringen en bevestig die aan de vier hoeken, bij de poten. [27] Deze ringen, bestemd voor de draagstokken waarmee de tafel gedragen wordt, moeten dicht bij de band zitten. [28] Maak de draagstokken van acaciahout en bedek ze met goud. Daar moet u de tafel mee dragen. [29] Maak ook de schotels, de schalen, de kannen en kommen die nodig zijn voor de plengoffers, van zuiver goud. [30] Zet op de tafel het toonbrood zodat Ik het altijd kan zien. [31] U moet ook een luchter* maken, van zuiver goud. De luchter, met voetstuk en schacht, moet drijfwerk zijn waarin kelken met knoppen en bloemen zijn aangebracht. [32] Zes armen moeten vanuit de schacht omhoog gaan, langs elke kant drie. [33] In de eerste arm moeten drie amandelbloemen met knoppen en bladeren gedreven worden. Op dezelfde wijze moeten de zes armen van de luchter worden bewerkt. [34] In de luchter zelf moeten vier amandelbloemen met knoppen en bladeren gedreven worden: [35] één knop onder het eerste paar armen, één onder het tweede en één onder het derde paar van de zes armen van de luchter. [36] De knoppen en armen vormen één geheel met de luchter: een stuk drijfwerk van zuiver goud. [37] Maak er lampen voor, en plaats die zo dat het licht aan de voorkant valt. [38] De snuiters en bakjes moeten eveneens van zuiver goud zijn. [39] Voor de luchter met toebehoren moet u een talent zuiver goud gebruiken. [40] Zorg dat u alles maakt volgens het model* dat u op de berg is getoond.


Nieuwe vertaling

[1] De HEER zei tegen Mozes: [2] ‘Vraag de Israëlieten mij geschenken te geven; neem van ieder die daartoe bereid is een bijdrage in ontvangst. [3] Je moet het volgende van hen vragen: goud, zilver en koper, [4] blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, fijn linnen garen en geitenhaar, [5] rood geverfde ramsvellen, vellen van zeekoeien, acaciahout, [6] lampolie, geurige specerijen voor de zalfolie en voor de reukoffers, [7] onyxstenen voor de priesterschort en edelstenen voor de borsttas. [8] De Israëlieten moeten een heiligdom voor mij maken, zodat ik te midden van hen kan wonen. [9] Ik zal je een ontwerp laten zien van de tabernakel en van alle voorwerpen die bij deze tent horen; houd je daar nauwkeurig aan. De ark [10] Laat van acaciahout een ark maken, een kist van tweeëneenhalve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog. [11] Overtrek die met zuiver goud, zowel vanbinnen als vanbuiten; aan de bovenkant moet je rondom een gouden sierlijst aanbrengen. [12] Giet vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier poten: twee ringen aan elke kant van de ark. [13] Maak draagbomen van acaciahout, verguld ze [14] en steek ze door de ringen aan weerszijden; zo kan de ark gedragen worden. [15] De draagbomen moeten in de ringen blijven, ze mogen er niet uit gehaald worden. [16] In de ark moet je de verbondstekst leggen die ik je zal geven. [17] Je moet ook een verzoeningsplaat maken van zuiver goud, tweeëneenhalve el lang en anderhalve el breed. [18] Maak aan de beide uiteinden daarvan een cherub, eveneens van goud, één aan het ene uiteinde en één aan het andere uiteinde. Het moet drijfwerk zijn, de twee cherubs moeten één geheel met de plaat vormen. [20] Ze moeten tegenover elkaar staan, met het gezicht naar de verzoeningsplaat gekeerd, en hun vleugels moeten gespreid zijn zodat ze zich daar beschermend over uitstrekken. [21] Leg de verzoeningsplaat op de ark; leg de verbondstekst die ik je zal geven in de ark. [22] Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats, boven de verzoeningsplaat, tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst, zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten verlang. De tafel [23] Maak een tafel van acaciahout, twee el lang, één el breed en anderhalve el hoog. [24] Overtrek hem met zuiver goud en breng rondom een gouden sierlijst aan: [25] een rand van een hand breed, in een gouden lijst gevat. [26] Maak vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier hoeken, bij de poten. [27] De ringen moeten vlak onder de rand zitten; ze zijn bestemd voor de draagbomen waarmee de tafel gedragen wordt. [28] De draagbomen voor de tafel moet je van acaciahout maken en je moet ze vergulden. [29] Maak ook de bijbehorende schotels, schalen en kannen, en kommen voor de wijnoffers, allemaal van zuiver goud. [30] Leg op de tafel het toonbrood; dat moet daar altijd voor mij liggen. De lampenstandaard [31] Maak een lampenstandaard van zuiver goud. De voet, de schacht, de kelken, knoppen en bloemen moeten uit één stuk worden gedreven. [32] De schacht moet zes zijarmen hebben: drie aan de ene kant en drie aan de andere kant. [33] Deze armen moeten versierd worden met amandelbloesem; breng op elke arm drie kelken aan met een knop en bloemblaadjes, telkens op dezelfde manier. [34] Ook de schacht moet versierd worden met amandelbloesem: vier kelken, elk met een knop en bloemblaadjes. [35] Waar de armen uit de schacht komen, moeten eveneens knoppen worden aangebracht: één onder het eerste paar armen, één onder het tweede paar en één onder het derde paar. [36] De hele standaard, met de zes armen en de knoppen, moet uit één stuk zuiver goud gedreven worden. [37] Maak er zeven lampen voor en zet die er zo op dat het licht naar voren valt. [38] De snuiters en bakjes moeten ook van zuiver goud zijn. [39] Gebruik voor de lampenstandaard en voor de bijbehorende voorwerpen een talent zuiver goud. [40] Houd je bij het maken ervan aan het ontwerp dat je hier op de berg getoond is.


Naardense vertaling

1 ¶ Dan spreekt de ENE tot Mozes en zegt: 2 spreek tot de zonen Israëls dat ze voor mij een heffing zullen nemen; van alleman wiens hart hem aandrijft zult ge deze heffing–voor–mij aannemen. 3 En dit is de heffing die ge van hen zult aannemen: goud, zilver, koperbrons; 4 azuurslak, purper, rode karmozijnworm, doek, geitenhaar, 5 aarderode ramsvellen, dassenvellen, acaciastammen, 6 olijfolie voor de verlichting; balsems voor de zalvingsolie en voor de kruidenwierook; 7 berilstenen en opvulstenen,– voor de efod en het borstschild. 8 Maken zullen zij voor mij een heiligdom: wonen zal ik in hun midden; 9 naar al wat ik jou te zien geef: de uitbeelding van de Woning en de uitbeelding van alle voorwerpen daarin, zo zullen jullie het maken. •• 10 ¶ Maken zullen ze uit acaciastammen een ark; een dubbel–el en een halve zijn lengte, een el en een halve zijn breedte, een el en een halve zijn opstand; 11 overtrekken zul je hem met zuiver goud, van binnen en van buiten zul je hem overtrekken; maken zul je bovenaan een sierlijst van goud, rondom; 12 giet voor hem vier ringen van goud en geef die plaats op zijn vier hoeken: twee ringen op zijn ENE zijde en twee ringen op zijn tweede zijde; 13 maak stangen van acaciastammen en overtrek ze met goud; 14 breng de stangen aan in de ringen op de zijden van de ark, om de ark daarmee te dragen; 15 in de ringen van de ark zullen de stangen zijn!– ze zullen van hem niet wijken!– 16 geef in de ark de overeenkomst plaats die ik je zal geven; 17 maak een verzoendeksel van zuiver goud, een dubbel–el en een halve haar lengte en een el en een halve haar breedte; 18 en maak twee cheroeviem van goud; als drijfwerk zul je ze maken uit de twee uiteinden van het deksel; 19 maak één cheroev aan dit einde en één cheroev aan dat einde; uit het verzoendeksel zult ge de cheroev maken, op de twee uiteinden; 20 wezen zullen de cheroeviem er met de vleugels uitgespreid naar boven, met hun vleugels het deksel overhuivend en hun aanschijn als een man naar zijn broeders,– gericht naar het deksel zullen de aangezichten van de cheroeviem wezen; 21 geef het deksel plaats op de ark aan de bovenkant; en in de ark geef je de overeenkomst plaats die ik je zal geven; 22 daar zal ik samenkomst met jou houden, en boven het deksel met jou bespreken, tussen de twee cheroeviem op de ark met de overeenkomst: al wat ik jou gebied voor de zonen Israëls. • 23 ¶ Maken zul je een tafel van acaciastammen een dubbel–el zijn lengte en een el zijn breedte, een el en een halve zijn opstand; 24 overtrek hem met zuiver goud; maak voor hem een sierlijst van goud, rondom; 25 maak voor hem een sluitrand van een duimbreed, rondom, en maak een sierlijst van goud aan die sluitrand, rondom; 26 maak voor hem vier ringen van goud, en geef de ringen plaats op de vier hoeken van zijn vier poten; 27 naast de sluitrand moeten de ringen komen,– als hulzen voor de stangen om de tafel te dragen; 28 maken zul je de stangen van acaciastammen en overtrekken zul je ze met goud; daarmee zal de tafel worden gedragen; 29 maken zul je ook zijn schotels en zijn schalen, zijn kannen en zijn kommen, waarmee wordt geplengd; van zuiver goud zul je ze maken; 30 en geef op de tafel plaats aan ‘brood van aanschijn’, voor mijn aanschijn, altijd. • 31 ¶ Maak van zuiver goud een menora; als drijfwerk zal de menora worden gemaakt: haar fundament, haar stengel, haar kelken, haar knoppen en haar bloesems: uit één stuk met haar zullen ze wezen!– 32 zes stengels ontspruiten uit haar flanken; een drietal stengels van de menora uit haar ENE flank en een drietal stengels van de menora uit haar tweede flank; 33 een drietal kelken, amandelvormig, op de ENE stengel, –knop en bloesem– en een drietal kelken, amandelvormig, op de andere stengel, knop en bloesem: zo aan de zes stengels die ontspruiten aan de menora; 34 aan de menora zelf vier kelken: amandelvormig haar knoppen en haar bloesem; 35 een knop onder de eerste twee stengels uit haar vandaan, een knop onder weer twee stengels uit haar vandaan en een knop onder nog eens twee stengels uit haar vandaan; zó voor de zes stengels die uit de menora voortkomen; 36 hun knoppen en hun stengels zullen uit één stuk met haar wezen; het geheel van haar één drijfwerk van zuiver goud; 37 Maak lampen voor haar, een zevental; zet ze er hoog op, die lampen van haar, zodat haar aanschijn licht geeft tot aan de overzijde; 38 ook haar knijpers en haar vuurbakjes van zuiver goud!– 39 van een talent zuiver goud zal men haar maken,– én al deze voorwerpen; 40 zie toe en maak deze voorwerpen naar hun voorbeeld dat jij gezien hebt op de berg! ••


Bible de Jérusalem

1. Yahvé parla à Moïse et lui dit : 2. « Dis aux Israélites de prélever pour moi une contribution. Vous prendrez la contribution de tous ceux que leur cœur incite. 3. Et voici la contribution que vous accepterez d'eux : de l'or, de l'argent et du bronze ; 4. de la pourpre violette et écarlate, du cramoisi, du lin fin et du poil de chèvre ; 5. des peaux de béliers teintes en rouge, du cuir fin et du bois d'acacia ; 6. de l'huile pour le luminaire, des aromates pour l'huile d'onction et l'encens aromatique ; 7. des pierres de cornaline et des pierres à enchâsser dans l'éphod et le pectoral. 8. Fais-moi un sanctuaire, que je puisse résider parmi eux. 9. Tu feras tout selon le modèle de la Demeure et le modèle de son mobilier que je vais te montrer. 10. « Tu feras en bois d'acacia une arche longue de deux coudées et demie, large d'une coudée et demie et haute d'une coudée et demie. 11. Tu la plaqueras d'or pur, au-dedans et au-dehors, et tu feras sur elle une moulure d'or, tout autour. 12. Tu fondras pour elle quatre anneaux d'or, et tu les mettras à ses quatre pieds : deux anneaux d'un côté et deux anneaux de l'autre. 13. Tu feras aussi des barres en bois d'acacia ; tu les plaqueras d'or, 14. et tu engageras dans les anneaux fixés sur les côtés de l'arche les barres qui serviront à la porter. 15. Les barres resteront dans les anneaux de l'arche et n'en seront pas ôtées. 16. Tu mettras dans l'arche le Témoignage que je te donnerai. 17. Tu feras aussi un propitiatoire d'or pur, de deux coudées et demie de long et d'une coudée et demie de large. 18. Tu feras deux chérubins d'or repoussé, tu les feras aux deux extrémités du propitiatoire. 19. Fais l'un des chérubins à une extrémité et l'autre chérubin à l'autre extrémité : tu feras les chérubins faisant corps avec le propitiatoire, à ses deux extrémités. 20. Les chérubins auront les ailes déployées vers le haut et protégeront le propitiatoire de leurs ailes en se faisant face. Les faces des chérubins seront tournées vers le propitiatoire. 21. Tu mettras le propitiatoire sur le dessus de l'arche, et tu mettras dans l'arche le Témoignage que je te donnerai. 22. C'est là que je te rencontrerai. C'est de sur le propitiatoire, d'entre les deux chérubins qui sont sur l'arche du Témoignage, que je te donnerai mes ordres pour les Israélites. 23. « Tu feras une table en bois d'acacia, longue de deux coudées, large d'une coudée et haute d'une coudée et demie. 24. Tu la plaqueras d'or pur, et tu lui feras tout autour une moulure d'or. 25. Tout autour, tu lui feras des entretoises larges d'un palme, et tu feras autour des entretoises une moulure d'or. 26. Tu lui feras quatre anneaux d'or, et tu mettras les anneaux aux quatre angles formés par les quatre pieds. 27. Les anneaux seront placés près des entretoises pour loger les barres qui serviront à porter la table. 28. Tu feras les barres en bois d'acacia et tu les plaqueras d'or ; elles serviront à porter la table. 29. Tu feras ses plats, ses coupes, ses aiguières ainsi que ses bols pour les libations ; c'est d'or pur que tu les feras, 30. et tu placeras toujours sur la table, devant moi, les pains d'oblation. 31. « Tu feras un candélabre d'or pur ; le candélabre, sa base et son fût seront repoussés ; ses calices, boutons et fleurs feront corps avec lui. 32. Six branches s'en détacheront sur les côtés : trois branches du candélabre d'un côté, trois branches du candélabre de l'autre côté. 33. La première branche portera trois calices en forme de fleur d'amandier, avec bouton et fleur ; la deuxième branche portera aussi trois calices en forme de fleur d'amandier, avec bouton et fleur ; il en sera ainsi pour les six branches partant du candélabre. 34. Le candélabre lui-même portera quatre calices en forme de fleur d'amandier, avec bouton et fleur : 35. un bouton sous les deux premières branches partant du candélabre, un bouton sous les deux branches suivantes et un bouton sous les deux dernières branches - donc aux six branches se détachant du candélabre. 36. Les boutons et les branches feront corps avec le candélabre et le tout sera fait d'un bloc d'or pur repoussé. 37. Puis tu feras ses sept lampes. On montera les lampes de telle sorte qu'elles éclairent en avant de lui. 38. Ses mouchettes et ses cendriers seront d'or pur. 39. Tu le feras, avec tous ses accessoires, d'un talent d'or pur. 40. Regarde et exécute selon le modèle qui t'est montré sur la montagne.


King James Bible

[1] And the LORD spake unto Moses, saying, [2] Speak unto the children of Israel, that they bring me an offering: of every man that giveth it willingly with his heart ye shall take my offering. [3] And this is the offering which ye shall take of them; gold, and silver, and brass, [4] And blue, and purple, and scarlet, and fine linen, and goats' hair, [5] And rams' skins dyed red, and badgers' skins, and shittim wood, [6] Oil for the light, spices for anointing oil, and for sweet incense, [7] Onyx stones, and stones to be set in the ephod, and in the breastplate. [8] And let them make me a sanctuary; that I may dwell among them. [9] According to all that I shew thee, after the pattern of the tabernacle, and the pattern of all the instruments thereof, even so shall ye make it. [10] And they shall make an ark of shittim wood: two cubits and a half shall be the length thereof, and a cubit and a half the breadth thereof, and a cubit and a half the height thereof. [11] And thou shalt overlay it with pure gold, within and without shalt thou overlay it, and shalt make upon it a crown of gold round about. [12] And thou shalt cast four rings of gold for it, and put them in the four corners thereof; and two rings shall be in the one side of it, and two rings in the other side of it. [13] And thou shalt make staves of shittim wood, and overlay them with gold. [14] And thou shalt put the staves into the rings by the sides of the ark, that the ark may be borne with them. [15] The staves shall be in the rings of the ark: they shall not be taken from it. [16] And thou shalt put into the ark the testimony which I shall give thee. [17] And thou shalt make a mercy seat of pure gold: two cubits and a half shall be the length thereof, and a cubit and a half the breadth thereof. [18] And thou shalt make two cherubims of gold, of beaten work shalt thou make them, in the two ends of the mercy seat. [19] And make one cherub on the one end, and the other cherub on the other end: even of the mercy seat shall ye make the cherubims on the two ends thereof. [20] And the cherubims shall stretch forth their wings on high, covering the mercy seat with their wings, and their faces shall look one to another; toward the mercy seat shall the faces of the cherubims be. [21] And thou shalt put the mercy seat above upon the ark; and in the ark thou shalt put the testimony that I shall give thee. [22] And there I will meet with thee, and I will commune with thee from above the mercy seat, from between the two cherubims which are upon the ark of the testimony, of all things which I will give thee in commandment unto the children of Israel. [23] Thou shalt also make a table of shittim wood: two cubits shall be the length thereof, and a cubit the breadth thereof, and a cubit and a half the height thereof. [24] And thou shalt overlay it with pure gold, and make thereto a crown of gold round about. [25] And thou shalt make unto it a border of an hand breadth round about, and thou shalt make a golden crown to the border thereof round about. [26] And thou shalt make for it four rings of gold, and put the rings in the four corners that are on the four feet thereof. [27] Over against the border shall the rings be for places of the staves to bear the table. [28] And thou shalt make the staves of shittim wood, and overlay them with gold, that the table may be borne with them. [29] And thou shalt make the dishes thereof, and spoons thereof, and covers thereof, and bowls thereof, to cover withal: of pure gold shalt thou make them. [30] And thou shalt set upon the table shewbread before me alway. [31] And thou shalt make a candlestick of pure gold: of beaten work shall the candlestick be made: his shaft, and his branches, his bowls, his knops, and his flowers, shall be of the same. [32] And six branches shall come out of the sides of it; three branches of the candlestick out of the one side, and three branches of the candlestick out of the other side: [33] Three bowls made like unto almonds, with a knop and a flower in one branch; and three bowls made like almonds in the other branch, with a knop and a flower: so in the six branches that come out of the candlestick. [34] And in the candlestick shall be four bowls made like unto almonds, with their knops and their flowers. [35] And there shall be a knop under two branches of the same, and a knop under two branches of the same, and a knop under two branches of the same, according to the six branches that proceed out of the candlestick. [36] Their knops and their branches shall be of the same: all it shall be one beaten work of pure gold. [37] And thou shalt make the seven lamps thereof: and they shall light the lamps thereof, that they may give light over against it. [38] And the tongs thereof, and the snuffdishes thereof, shall be of pure gold. [39] Of a talent of pure gold shall he make it, with all these vessels. [40] And look that thou make them after their pattern, which was shewed thee in the mount.


Luther-Bibel

Gaben für die Stiftshütte
1 Und der HERR redete mit Mose und sprach: 2 Sage den Israeliten, dass sie für mich eine Opfergabe erheben von jedem, der es freiwillig gibt. 3 Das ist aber die Opfergabe, die ihr von ihnen erheben sollt: Gold, Silber, Kupfer, 4 blauer und roter Purpur, Scharlach, feine Leinwand, Ziegenhaar, 5 rot gefärbte Widderfelle, Dachsfelle, Akazienholz, 6 Öl für die Lampen, Spezerei zum Salböl und zu wohlriechendem Räucherwerk, 7 Onyxsteine und eingefasste Steine zum Priesterschurz und zur Brusttasche. 8 Und sie sollen mir ein Heiligtum machen, dass ich unter ihnen wohne. 9 Genau nach dem Bild, das ich dir von der Wohnung und ihrem ganzen Gerät zeige, sollt ihr's machen.

Die Bundeslade
10 Macht eine Lade aus Akazienholz; zwei und eine halbe Elle soll die Länge sein, anderthalb Ellen die Breite und anderthalb Ellen die Höhe. 11 Du sollst sie mit feinem Gold überziehen innen und außen und einen goldenen Kranz an ihr ringsherum machen. 12 Und gieß vier goldene Ringe und tu sie an ihre vier Ecken, sodass zwei Ringe auf der einen Seite und zwei auf der andern seien. 13 Und mache Stangen von Akazienholz und überziehe sie mit Gold 14 und stecke sie in die Ringe an den Seiten der Lade, dass man sie damit trage. 15 Sie sollen in den Ringen bleiben und nicht herausgetan werden. 16 Und du sollst in die Lade das Gesetz legen, das ich dir geben werde. 17 Du sollst auch einen Gnadenthron machen aus feinem Golde; zwei und eine halbe Elle soll seine Länge sein und anderthalb Ellen seine Breite. 18 Und du sollst zwei Cherubim machen aus getriebenem Golde an beiden Enden des Gnadenthrones, 19 sodass ein Cherub sei an diesem Ende, der andere an jenem, dass also zwei Cherubim seien an den Enden des Gnadenthrones. 20 Und die Cherubim sollen ihre Flügel nach oben ausbreiten, dass sie mit ihren Flügeln den Gnadenthron bedecken und eines jeden Antlitz gegen das des andern stehe; und ihr Antlitz soll zum Gnadenthron gerichtet sein. 21 Und du sollst den Gnadenthron oben auf die Lade tun und in die Lade das Gesetz legen, das ich dir geben werde. 22 Dort will ich dir begegnen, und vom Gnadenthron aus, der auf der Lade mit dem Gesetz ist, zwischen den beiden Cherubim will ich mit dir alles reden, was ich dir gebieten will für die Israeliten.

Der Tisch für die Schaubrote
23 Du sollst auch einen Tisch machen aus Akazienholz; zwei Ellen soll seine Länge sein, eine Elle seine Breite und anderthalb Ellen seine Höhe. 24 Und du sollst ihn überziehen mit feinem Gold und einen goldenen Kranz ringsherum machen 25 und eine Leiste ringsherum eine Handbreit hoch und einen goldenen Kranz an der Leiste ringsherum; 26 und du sollst vier goldene Ringe machen an die vier Ecken an seinen vier Füßen. 27 Dicht unter der Leiste sollen die Ringe sein, sodass man Stangen hineintun und den Tisch tragen könne. 28 Und du sollst die Stangen aus Akazienholz machen und sie mit Gold überziehen, dass der Tisch damit getragen werde. 29 Du sollst auch aus feinem Golde seine Schüsseln und Schalen machen, seine Kannen und Becher, in denen man das Trankopfer darbringe. 30 Und du sollst auf den Tisch allezeit Schaubrote legen vor mein Angesicht.

Der Leuchter
31 Du sollst auch einen Leuchter aus feinem Golde machen, Fuß und Schaft in getriebener Arbeit, mit Kelchen, Knäufen und Blumen. 32 Sechs Arme sollen von dem Leuchter nach beiden Seiten ausgehen, nach jeder Seite drei Arme. 33 Jeder Arm soll drei Kelche wie Mandelblüten haben mit Knäufen und Blumen. So soll es sein bei den sechs Armen an dem Leuchter. 34 Aber der Schaft am Leuchter soll vier Kelche wie Mandelblüten haben mit Knäufen und Blumen 35 und je einen Knauf unter zwei von den sechs Armen, die von dem Leuchter ausgehen. 36 Beide, Knäufe und Arme, sollen aus einem Stück mit ihm sein, lauteres Gold in getriebener Arbeit. 37 Und du sollst sieben Lampen machen und sie oben anbringen, sodass sie nach vorn leuchten, 38 und Lichtscheren und Löschnäpfe aus feinem Golde. 39 Aus einem Zentner feinen Goldes sollst du den Leuchter machen mit allen diesen Geräten. 40 Und sieh zu, dass du alles machst nach dem Bilde, das dir auf dem Berge gezeigt ist.