EXODUS 34 - Ex 34 -- bijbeloverzicht -- Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbelverwijzingen -
- Ex 34,1-35 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Exodus : - Ex 2 - Ex 3 - Ex 4 - Ex 5 - Ex 6 - Ex 7 - Ex 8 - Ex 9 - Ex 10 - Ex 11 - Ex 12 - Ex 13 - Ex 14 - Ex 15 - Ex 16 - Ex 17 - Ex 18 - Ex 19 - Ex 20 - Ex 21 - Ex 22 - Ex 23 - Ex 24 - Ex 25 - Ex 26 - Ex 27 - Ex 28 - Ex 29 - Ex 30 - Ex 31 - Ex 32 - Ex 33 - Ex 34 - Ex 35 - Ex 36 - Ex 37 - Ex 38 - Ex 39 - Ex 40 -
Overzicht vers per vers : - Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Overzicht van Exodus : Exodus : overzicht , Exodus : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Exodus : commentaar ,

Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
             

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie :
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Ex 34,1-35 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -

Ex 34,1 - Ex 34,1 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -

Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [1] Toen sprak de heer tot Mozes. ‘Kap twee stenen* platen, gelijk aan de vorige. Ik zal er weer dezelfde geboden ingriffen als in de platen die u stukgesmeten hebt.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 32-34 : 7X spreekt JHWH tot Mozes : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,33 . (4) Ex 33,1 . 5) Ex 33,5 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 34,1 .

1. prefix voegwoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (192 = 26 X 7) . Pentateuch (140 = 20 X 7) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (8) . Gn (16) : (1) Gn 8,15 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 19,14 . (4) Gn 20,8 . (5) Gn 23,3 . (6) Gn 23,8 . (7) Gn 23,13 . (8) Gn 34,3 . (9) Gn 34,8 . (10) Gn 41,9 . (11) Gn 41,17 . (12) Gn 42,7 . (13) Gn 42,24 . (14) Gn 44,6 . (15) Gn 50,4 . (16) Gn 50,21 . Ex (20) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,13 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 13,1 . (9) Ex 14,1 . (10) Ex 16,11 . (11) Ex 20,1 . (12) Ex 25,1 . (13) Ex 30,11 . (14) Ex 30,17 . (15) Ex 30,22 . (16) Ex 31,1 . (17) Ex 32,7 . (18) Ex 33,1 . (19) Ex 34,31 . (20) Ex 40,1 . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Dt (7) : (1) Dt 2,17 . (2) Dt 4,12 . (3) Dt 27,9 . (4) Dt 31,1 . (5) Dt 31,30 . (6) Dt 32,44 . (7) Dt 32,48 .
- De getalwaarde van וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) is : waw = 6 , jod = 10 ; samen : 15 ; algemeen totaal : 26 + 16 = 42 (2 X 3 X 7) OF 206 + 16 = 222 (6 X 37 OF (10 X 17) + (2 X 26) .

  bijbel Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34  
וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) 192 140 34 9 1 8 16 20 40 59 7 3  
וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) 1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 27  

- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .
-- και ελαλησεν = kai elalèsen (en hij sprak) . LXX (187) . NT (4) .
-- ελαλησεν δε = elalèsen de (hij sprak echter) . LXX (4) . NT (1) .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Samen : 40 + 2 = 42 (6 X 7) . Ex (150) . Ex 25-31 (2) : (1) Ex 30,34 . Ex 32-34 (27) . In veertien verzen in Ex 32 : (1) Ex 32,2 (Aäron tot het volk) . (2) Ex 32,5 (Aäron tot het volk) . (3) Ex 32,9 (JHWH tot Mozes) . (4) Ex 32,11 (Mozes tot JHWH) . (5) Ex 32,17 (Jozua tot Mozes) . (6) Ex 32,18 (Mozes tot Jozua) . (7) Ex 32,21 (Mozes tot Aäron) . (8) Ex 32,22 (Aäron tot Mozes) . (9) Ex 32,26 (Mozes tot het volk) . (10) Ex 32,27 (Mozes tot de Levieten) . (11) Ex 32,29 (Mozes tot de Levieten) . (12) Ex 32,30 (Mozes tot het volk) . (13) Ex 32,31 (Mozes tot JHWH) . (14) Ex 32,33 (JHWH tot Mozes) . Aäron is driemaal aan het woord , JHWH tweemaal , Jozua éénmaal , Mozes achtmaal . Ex 33 (9) : (1) Ex 33,5 . (2) Ex 33,12 . (3) Ex 33,14 . (4) Ex 33,15 . (5) Ex 33,17 . (6) Ex 33,18 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,20 . (9) Ex 33,21 . Ex 34 (4) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,9 . (3) Ex 34,10 . (4) Ex 34,27 .
- De werkwoordvorm ειπεν = eipen (hij zei) komt veelvuldiger voor . Zie : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Gn (378) . Ex (149) . Lv (15) . Nu (98) . Dt (44) .

  laleô  bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt   NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  189 106 39 11 38 25 30 38 68 28   31  13  19   
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 3024  2426  684 985 234 63 309 378 149 15 98 44   598  118  56  223  114  75  397       

- Vulgaat . perf. deelw. locutus (gesproken) van het werkw. loqui (spreken) . Bijbel (559) . OT (503) . NT (56) . Ex (23) .
-- locutusque (en gesproken) . Bijbel (66) .
- Ned. : spreken . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) . D. : sprechen . E. : to speek . Fr. : parler . Grieks : λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Lat. : loqui .
- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . D. : sprechen (spreken) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere .
- In Ex 32 is JHWH driemaal aan het woord : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,33 .

2. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

1. - 2. - וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים = wajëdabber ´èlohîm (en God sprak) . Tenakh (3) : (1) Gn 8,15 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 20,1 .
- וַיְדַבֵּר יהוה = wajëdabber JHWH (en JHWH sprak) . Tenach (100 = 2² X 5²) . Pentateuch (96 = 2³ X 2² X 3) . Ex (14 = 2 X 7) : (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 . Lv (35 = 5 X 7) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 11,1 . (13) Lv 12,1 . (14) Lv 13,1 . (15) Lv 14,1 . (16) Lv 14,33 . (17) Lv 15,1 . (18) Lv 16,1 . (19) Lv 17,1 . (20) Lv 18,1 . (21) Lv 19,1 . (22) Lv 20,1 . (23) Lv 21,16 . (24) Lv 22,1 . (25) Lv 22,17 . (26) Lv 22,26 . (27) Lv 23,1 . (28) Lv 23,9 . (29) Lv 23,23 . (30) Lv 23,26 . (31) Lv 23,33 . (32) Lv 24,1 . (33) Lv 24,13 . (34) Lv 25,1 . (35) Lv 27,1 . Van Lv 1-10 beginnen 3 hoofdstukken alzo . Van Lv 11-27 zijn het 15/17 hoofdstukken , niet in Lv 21,1 en Lv 26,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים = wajjo´mèr ´èlohîm (en God zei) . Tenakh (27) . Gn (21) .Gn 1 (9) . Gn 6-11 (4) . Slechts in twee verzen in Ex - Dt : (1) Ex 3,14 . (2) Nu 22,12 . Rest (4) .
- וַיּאֹמֶר יהוה = wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32-34 (7) : (1) Ex 32,9 . (2) Ex 32,33 . (3) Ex 33,5 . (4) Ex 33,17 . (5) Ex 34,1 . (6) Ex 34,27 . Niet in Ex 35-40 .

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42) . Lv (2) . Nu (20) . Dt (2) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (20) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .
- Ex 32-34 : 7X spreekt JHWH tot Mozes : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,33 . (4) Ex 33,1 . 5) Ex 33,5 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 34,1 .

Ex 34,2 - Ex 34,2 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [2] Morgenvroeg moet u klaar zijn, want dan moet u de Sinai beklimmen. Wacht daar op Mij, bovenop de berg.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 34,2 .

Ex 34,2.3. πρωι = prôi ('s morgens) . Taalgebruik in het NT : prôï (vroeg) . Taalgebruik in de LXX : prôï (vroeg) .

Ex 34,2.5. ´l : voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam אֵל = El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is אֶל = ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . getalswaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Taalgebruik in Genesis : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Genesis (296) . Ex (256) . Ex 3 (11) : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 3,5 . (3) Ex 3,6 . (4) Ex 3,8 . (5) Ex 3,10 . (6) Ex 3,11 . (7) Ex 3,13 . (8) Ex 3,14 . (9) Ex 3,15 . (10) Ex 3,17 . (11) Ex 3,18 . Ex 24 (7) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,12 . (4) Ex 24,13 . (5) Ex 24,15 . (6) Ex 24,16 . (7) Ex 24,18 . Ex 40 (6) : (1) Ex 40,1 . (2) Ex 40,12 . (3) Ex 40,20 . (4) Ex 40,21 . (5) Ex 40,32 . (6) Ex 40,35 . Dt (128) . Dt 17 () : (1) Dt 17,5 . (2) Dt 17,8 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,12 . (5) Dt 17,14 . Re (142) . Re 1 (5) : (1) Re 1,1 . (2) Re 1,10 . (3) Re 1,11 . (4) Re 1,22 . (5) Re 1,23 . Joz (144) . Joz 1 (6) : (1) Joz 1,1 . (2) Joz 1,2 . (3) Joz 1,3 . (4) Joz 1,7 . (5) Joz 1,9 . (6) Joz 1,17 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga(6) 13m) , ´il bin werd ´el .
- w´l : verbindingswoord wë + ´l : (1) voorzetsel ´èl (naar, tot) וְאֶל = wë´èl . (2) godsnaam {´el : God) (we´el) 3. negatie ´al (wë´al) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (417) . Pentateuch (103) . Ex (14) : (1) Ex 5,9 . (2) Ex 6,3 . (3) Ex 6,13 . (4) Ex 7,8 . (5) Ex 9,8 . (6) Ex 12,1 . (7) Ex 12,22 . (8) Ex 20,19 . (9) Ex 24,1 . (10) Ex 24,11 . (11) Ex 24,14 . (12) Ex 25,21 . (13) Ex 30,31 . (14) Ex 36,2 . wë´èl (en tot) komt in Ex 24 bij het begin van een vers driemaal voor : (1) Ex 24,1 (Mozes) . (2) Ex 24,11 (voorname Israëlieten) . (3) Ex 24,14 (de oudsten) .

Ex 34,2.6. הַר = har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . getalswaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 x 61) . Tenakh (114) . Pentateuch (31) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (29) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (17) . Gn (2) : (1) Gn 10,30 . (2) Gn 31,21 . Ex (9) : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 18,5 . (3) Ex 19,11 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 19,23 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,16 . (8) Ex 34,2 . (9) Ex 34,4 . Dt (14) : (1) Dt 1,2 . (2) Dt 1,7 . (3) Dt 1,19 . (4) Dt 1,20 . (5) Dt 2,1 . (6) Dt 2,5 . (7) Dt 3,8 . (8) Dt 3,12 . (9) Dt 4,48 . (10) Dt 11,29 . (11) Dt 27,12 . (12) Dt 32,49 . (13) Dt 33,19 . (14) Dt 34,1 . De stam van הַר = har (berg) in Tenakh (1364) .
- וְהַר = wëhar (en de berg van) . Tenakh (8) . Pentateuch (1) : Ex 19,18 .
- הָהָר = hâhâr (de berg) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. . Tenakh (83) . Pentateuch (43) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (2) . Gn (0) . Ex (20) : (1) Ex 3,12 . (2) Ex 19,2 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 19,14 . (5) Ex 19,16 . (6) Ex 19,17 . (7) Ex 19,18 . (8) Ex 19,20 . (9) Ex 19,23 . (10) Ex 20,18 . (11) Ex 24,4 . (12) Ex 24,15 . (13) Ex 24,17 . (14) Ex 24,18 . (15) Ex 32,1 . (16) Ex 32,15 . (17) Ex 32,19 . (18) Ex 34,2 . (19) Ex 34,3 . (20) Ex 34,29 . Nu (15) . Dt (8) . .
- וְהָהָר = wëhâhâr (en de berg) . Tenakh (3) : (1) Dt 4,11 . (2) Dt 5,23 . (3) Dt 9,15 .
- Grieks : ορος = oros (berg) . Taalgebruik in het NT : oros (berg) . Taalgebruik in de LXX : oros (berg) . Een vorm van ορος = oros (berg) in de LXX (680) , in het NT (62) .

  oros (berg) bijbel  LXX  Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Dt-can. Ex NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.  ev.
  nom. + acc. enk. oros 196 168 55 26 35 14 24 14 21 28 8 6 6 3   1

20 

23

- Ned. : berg , gebergte . D. : Gebirge . E. : mount . Fr. : mont / montagne . Grieks : ορος = oros (berg) . Taalgebruik in het NT : oros (berg) . Hebr. : הַר = har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Lat. mons , -tis .
- Een berg kan een beeld zijn van een overstijgende ervaring .

Ex 34,2.6. - 7. εις το ορος = eis to oros (naar de berg / gebergte) . LXX (39) . Pentateuch (20) : (1) Gn 12,8 . (2) Gn 19,17 . (3) Gn 19,19 . (4) Gn 31,21 . (5) Ex 3,1 . (6) Ex 19,3 . (7) Ex 19,12 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 34,1 . (13) Ex 34,4 . (14) Nu 27,12 . (15) Nu 33,32 . (16) Dt 1,24 . (17) Dt 1,41 . (18) Dt 1,43 . (19) Dt 5,5 . (20) Dt 9,9 . (21) Dt 10,1 . (22) Dt 10,3 . NT (16) . Mt (8) : (1) Mt 4,8 . (2) Mt 5,1 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 15,29 . (5) Mt 17,1 - Mt 17,2 . (6) Mt 21,1 . (7) Mt 26,30 . (8) Mt 28,16 . Mc (4) : (1) Mc 3,13 . (2) Mc 6,46 . (3) Mc 13,3 . (4) Mc 14,26 . Lc (4) : (1) Lc 6,12 . (2) Lc 9,28 . (3) Lc 21,37 . (4) Lc 22,39 . Joh (3) : (1) Joh 6,3 . (2) Joh 6,15 . (3) Joh 8,1 .
- εις ορος = eis oros (naar de berg van / gebergte van . LXX (18) . Pentateuch (2) : (1) Ex 15,17 . (2) Dt 1,7 .
- הָהָרָה = hâhârâh (bergwaarts, naar het gebergte) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. הַר = har + suffix van richting -ah , zie : הַר = har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (13) : (1) Gn 12,8 . (2) Gn 19,17 . (3) Gn 19,19 . (4) Ex 24,12 . (5) Dt 1,24 . (6) Dt 1,41 . (7) Dt 1,43 . (8) Dt 9,9 . (9) Dt 10,1 . (10) Dt 10,3 . (11) Joz 2,16 . (12) Joz 2,22 . (13) Re 1,34 .
- אֶל הַר = ´èl har (naar de berg van) . Tenakh (23) : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 19,23 . (3) Ex 24,13 . (4) Ex 34,2 . (5) Ex 34,4 . (6) Nu 20,27 . (7) Nu 27,12 . (8) Nu 33,38 . (9) Dt 32,49 . (10) Dt 34,1 . (11) Joz 15,10 . (12) 1 K 18,19 . (13) 1 K 18,20 . (14) 2 K 2,25 . (15) 2 K 4,25 . (16) Ps 43,3 . (17) Hl 4,6 . (18) Js 2,3 . (19) Js 16,1 . (20) Js 56,7 . (21) Js 66,20 . (22) Ez 40,2 . (23) Mi 4,2 .
- אֶל הָהָר = ´èl hâhâr (naar de berg) . Tenakh (5) : (1) Ex 24,15 . (2) Ex 24,18 . (3) 1 S 17,3 (2X) . (4) 2 K 4,27 . (5) Js 22,5 .

12.

Ex 34,2.13. רֹאשׁ = ro´sj (hoofd, top, begin) . Taalgebruik in Tenakh : ro´sj (hoofd, top, begin) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 501 (3 X 167) . Structuur : 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (148) . Pentateuch (51) . Eerdere Profeten (32) . Latere Profeten (26) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (33) . Gn (5) : (1) Gn 3,15 . (2) Gn 40,20 . (3) Gn 47,31 . (4) Gn 48,14 . (5) Gn 48,17 . Ex (10) .
- הָרֹאשׁ = hâro´sj (het hoofd) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. mann. enk. רֹאשׁ = ro´sj (hoofd, top, begin) . Taalgebruik in Tenakh : ro´sj (hoofd, top, begin) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 501 (3 X 167) . Structuur : 2 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (39) . Ps (1) .

Ex 34,2.12. - 13. עַל רֹאשׁ = `al ro´sj (op de top van) . Tenakh (53X) . Ex (5) : (1) Ex 17,9 . (2) Ex 29,10 . (3) Ex 29,15 . (4) Ex 29,19 . (5) Ex 34,2 .

Ex 34,2.14. הַר = har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . getalswaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 x 61) . Tenakh (114) . Pentateuch (31) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (29) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (17) . Gn (2) : (1) Gn 10,30 . (2) Gn 31,21 . Ex (9) : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 18,5 . (3) Ex 19,11 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 19,23 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,16 . (8) Ex 34,2 . (9) Ex 34,4 . Dt (14) : (1) Dt 1,2 . (2) Dt 1,7 . (3) Dt 1,19 . (4) Dt 1,20 . (5) Dt 2,1 . (6) Dt 2,5 . (7) Dt 3,8 . (8) Dt 3,12 . (9) Dt 4,48 . (10) Dt 11,29 . (11) Dt 27,12 . (12) Dt 32,49 . (13) Dt 33,19 . (14) Dt 34,1 . De stam van הַר = har (berg) in Tenakh (1364) .
- וְהַר = wëhar (en de berg van) . Tenakh (8) . Pentateuch (1) : Ex 19,18 .
- הָהָר = hâhâr (de berg) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. . Tenakh (83) . Pentateuch (43) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (2) . Gn (0) . Ex (20) : (1) Ex 3,12 . (2) Ex 19,2 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 19,14 . (5) Ex 19,16 . (6) Ex 19,17 . (7) Ex 19,18 . (8) Ex 19,20 . (9) Ex 19,23 . (10) Ex 20,18 . (11) Ex 24,4 . (12) Ex 24,15 . (13) Ex 24,17 . (14) Ex 24,18 . (15) Ex 32,1 . (16) Ex 32,15 . (17) Ex 32,19 . (18) Ex 34,2 . (19) Ex 34,3 . (20) Ex 34,29 . Nu (15) . Dt (8) . .
- וְהָהָר = wëhâhâr (en de berg) . Tenakh (3) : (1) Dt 4,11 . (2) Dt 5,23 . (3) Dt 9,15 .
- Grieks : ορος = oros (berg) . Taalgebruik in het NT : oros (berg) . Taalgebruik in de LXX : oros (berg) . Een vorm van ορος = oros (berg) in de LXX (680) , in het NT (62) .

  oros (berg) bijbel  LXX  Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Dt-can. Ex NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.  ev.
  nom. + acc. enk. oros 196 168 55 26 35 14 24 14 21 28 8 6 6 3   1

20 

23

- Ned. : berg , gebergte . D. : Gebirge . E. : mount . Fr. : mont / montagne . Grieks : ορος = oros (berg) . Taalgebruik in het NT : oros (berg) . Hebr. : הַר = har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Lat. mons , -tis .
- Een berg kan een beeld zijn van een overstijgende ervaring .

Ex 34,2.12. - 14. עַל רֹאשׁ הָהָר = `al ro´sj (op de top van) . Tenakh (5) : (1) Ex 34,2 .
- επ' ακρου του ορους = ep' akrou tou orous (op de top van de berg) . Bijbel (2) : (1) Ex 34,2 . (2) Js 28,4 .


Ex 34,3 - Ex 34,3 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [3] Niemand mag met u naar boven gaan, niemand mag op de berg gezien worden. Zelfs geen schapen of runderen mogen in de nabijheid van de berg grazen.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,4 - Ex 34,4 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [4] Mozes kapte twee stenen platen, gelijk aan de vorige. De volgende ochtend beklom hij in alle vroegte de Sinai, zoals de heer hem bevolen had. De twee stenen platen nam hij mee.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

10. - 11. ´èl har (naar de berg van) . Verwijzing : horos (berg) , zie Mt 4,8 en Mc 9,2 . In twintig verzen in de bijbel : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 19,23 . (3) Ex 24,13 . (4) Ex 34,2 . (5) Ex 34,4 . (6) Nu 27,12 . (7) Dt 32,49 . (8) Dt 34,1 . (9) Joz 15,10 . (10) 1 K 18,19 . (11) 1 K 18,20 . (12) 2 K 2,25 . (13) 2 K 4,25 . (14) Ps 43,3 . (15) Hl 4,6 . (16) Js 2,3 . (17) Js 16,1 . (18) Js 56,7 . (19) Mi 4,2 .

Ex 34,5 - Ex 34,5 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        5] De heer daalde neer in een wolk, kwam bij hem staan en riep* de naam heer uit.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,6 - Ex 34,6 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat Masoretische tekst Targum Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
    ´el rachûm wechannûn ´èrèkh ´appaîm werab chèsèd we´èmèth   [6] De* heer ging hem voorbij en riep: ‘heer! De heer is een barmhartige en genadige God, geduldig, groot in liefde en trouw,      een barmhartige en genadige God. lankmoedig en vol liefde.  

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

- rachûm (barmhartig). In 12 verzen in de bijbel. (1) Ex 34,6 . (2) Dt 4,31 . (3) Ps 78,38 . (4) Ps 86,15 . (5) Ps 103,8 . In Ezra - Nehemia is het de eigennaam Rehum. (6) Ezr 2,2 . (7) Ezr 4,8 . (8) Ezr 4,9 . (9) Ezr 4,17 . (10) Ezr 4,23 . (11) Ne 3,17 . (12) Neh 10,26 . Verwijzing : râcham (beminnen, zich ontfermen), zie Ps 111,5 .

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,15 ´el rachûm wechannûn ´èrèkh ´appaîm werab chèsèd we ´èmeth is dezelfde als in Ex 34,6 en ongeveer dezelfde in Ps 103,8 .

Ex 34,7 - Ex 34,7 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [7] die* goedheid bewijst tot in de duizendste generatie, die misdaden, overtredingen en zonden vergeeft, en een schuldige niet ongestraft laat, maar de misdaden van de vaders straft in hun kinderen en kleinkinderen, in de derde en vierde generatie.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,7.1. נָצַר = nâtsar (bewaren, bewaken, belegeren, bespieden) . Taalgebruik in Tenakh : nâtsar (bewaren, bewaken, belegeren, bespieden) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 340 (2² X 5 X 17) . Structuur : 5 - 9 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . n-ts-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. נָצַר = nâtsar . (2) act. qal part. mann. enk. נֹצֵר = notser (bewarende, bewaker, wachter) . (3) act. qal imperatief 2de pers. enk. נְצֹר = nëtsor (bewaar) . (4) zelfst.naamw. enk. נֵצֶר = netsèr (tak, twijg) . Tenakh (12) : (1) Ex 34,7 (notser = bewarende) . (2) Js 60,21 (netsèr (twijg, stek) . (3) Ps 31,24 . (4) Ps 34,14 . (5) Spr 3,21 . (6) Spr 4,23 . (7) Spr 6,20 . (8) Spr 13,3 . (9) Spr 16,17 . (10) Spr 27,18 . (11) Job 7,20 (notser = bewarende) . (12) Job 27,18 (notser = bewarende) . In (1) Ex 34,7 (notser = bewaren) staat de nun met kleine letter .

Ex 34,7.2. חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) . Taalgebruik in Tenakh : chèsèd (liefde, barmhartigheid) . GetalSwaarde : chet = 8 , samech = 15 of 60 , daleth = 4 ; totaal : 27 (3 X 9) of 72 (8 X 9) . Structuur : 8 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (76) . Pentateuch (12) . Eerdere Profeten (19) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (31) . Pentateuch (12) : (1) Gn 24,12 . (2) Gn 24,14 . (3) Gn 24,49 . (4) Gn 39,21 . (5) Gn 40,14 . (6) Gn 47,29 . (7) Ex 20,6 . (8) Ex 34,6 . (9) Ex 34,7 . (10) Lv 20,17 . (11) Nu 14,18 . (12) Dt 5,10 . Ps (19) : (1) Ps 18,51 . (2) Ps 25,10 . (3) Ps 32,10 . (4) Ps 33,5 . (5) Ps 52,3 . (6) Ps 61,8 . (7) Ps 62,13 . (8) Ps 85,11 . (9) Ps 86,5 . (10) Ps 86,15 . (11) Ps 89,3 . (12) Ps 89,15 . (13) Ps 100,1 . (14) Ps 103,4 . (15) Ps 103,8 . (16) Ps 109,12 . (17) Ps 109,16 . (18) Ps 141,5 . (19) Ps 145,8 . Een vorm van חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) in Tenakh (236) . חֶסֶד = chèsèd van Tenakh wordt in de LXX door 17 verschillende Griekse woorden weergegeven .
- Grieks . nom. + acc. onz. enk. ελεος = eleos (barmhartigheid) . Taalgebruik in het NT : eleos (barmhartigheid) . Taalgebruik in de Septuaginta : eleos (barmhartigheid) . Ex (2) : (1) Ex 20,6 . (2) Ex 34,7 . ελεος = eleos kan de vertaling zijn van 7 verschillende Hebreeuwse woorden .

  eleos  Lc Lc 1 Lc 10 bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. + acc. onz. enk. eleos (1) Lc 1,50 . (2)  Lc 1,58 . (3) Lc 1,72 . (4) Lc 10,37 226  207  19  3 : (1) Mt 9,13 . (2) Mt 12,7 . (3) Mt 23,23 .       12   
gen. onz. enk. eleous   (1) Lc 1,54 .  (2) Lc 1,78 .   33  28           
                                 

- acc. vr. enk. δικαιοσυνην = dikaiosunèn (rechtvaardigheid) van het zelfst. naamw. δικαιοσυνη = dikaiosunè(i) (rechtvaardigheid) . Zie het bijvoegl. naamw. δικαιος = dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in de bijbel : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Bijbel (142) . OT (109) . Gn (10) : (1) Gn 15,6 . (2) Gn 18,19 . (3) Gn 19,19 . (4) Gn 20,13 . (5) Gn 21,23 . (6) Gn 24,27 . (7) Gn 24,49 . (8) Ex 34,7 . (9) Dt 9,5 . (10) Dt 33,21 . NT (33) . W (3) : (1) W 1,1 . (2) W 5,18 . (3) W 8,7 . NT (33) .
- Lat. misericordia . Fr. misericorde . E. mercy . N. barmhartigheid . D. Barmherzigkeit .

Ex 34,7.20. mann. mv. שְׁלֹשִׁים = sjëlosjîm (dertig) . Zie : שׁלשׁ = sjâlosj / sjâlôsj / sjëlosj (drie) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlosj / sjâlôsj / sjëlosj (drie) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 54 (2 X 3³) OF 630 (2 X 3² X 5 X 7) . Structuur : 3 - 3 - 3 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (111) . Pentateuch (47) . Eerdere Profeten (32) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (25) . Ex (7) : (1) Ex 12,40 . (2) Ex 12,41 . (3) Ex 20,5 . (4) Ex 21,32 . (5) Ex 26,8 . (6) Ex 34,7 . (7) Ex 36,15 .


Ex 34,8 - Ex 34,8 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
       
[8] Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. 
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,9 - Ex 34,9 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [9] Toen sprak hij: ‘Och Heer, wees zo goed en trek dan met ons mee. Dit volk is wel halsstarrig, maar vergeef ons onze ongerechtigheden en zonden, en beschouw ons als uw eigen bezit.’      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,10 - Ex 34,10 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
       
[10] Hij* antwoordde: ‘Ik wil een verbond sluiten: voor heel uw volk zal Ik wonderen doen, zoals er nergens op aarde en bij geen enkel volk ooit zijn geschied. Heel het volk waar u bij leeft zal zien hoe ontzagwekkend de werken zijn die Ik, de heer, voor u ga doen.  
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. prefix voegwoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (192 = 26 X 7) . Pentateuch (140 = 20 X 7) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (8) . Gn (16) : (1) Gn 8,15 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 19,14 . (4) Gn 20,8 . (5) Gn 23,3 . (6) Gn 23,8 . (7) Gn 23,13 . (8) Gn 34,3 . (9) Gn 34,8 . (10) Gn 41,9 . (11) Gn 41,17 . (12) Gn 42,7 . (13) Gn 42,24 . (14) Gn 44,6 . (15) Gn 50,4 . (16) Gn 50,21 . Ex (20) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,13 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 13,1 . (9) Ex 14,1 . (10) Ex 16,11 . (11) Ex 20,1 . (12) Ex 25,1 . (13) Ex 30,11 . (14) Ex 30,17 . (15) Ex 30,22 . (16) Ex 31,1 . (17) Ex 32,7 . (18) Ex 33,1 . (19) Ex 34,31 . (20) Ex 40,1 . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Dt (7) : (1) Dt 2,17 . (2) Dt 4,12 . (3) Dt 27,9 . (4) Dt 31,1 . (5) Dt 31,30 . (6) Dt 32,44 . (7) Dt 32,48 .
- De getalwaarde van וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) is : waw = 6 , jod = 10 ; samen : 15 ; algemeen totaal : 26 + 16 = 42 (2 X 3 X 7) OF 206 + 16 = 222 (6 X 37 OF (10 X 17) + (2 X 26) .

  bijbel Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34  
וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) 192 140 34 9 1 8 16 20 40 59 7 3  
וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) 1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 27  

- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .
-- και ελαλησεν = kai elalèsen (en hij sprak) . LXX (187) . NT (4) .
-- ελαλησεν δε = elalèsen de (hij sprak echter) . LXX (4) . NT (1) .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Samen : 40 + 2 = 42 (6 X 7) . Ex (150) . Ex 25-31 (2) : (1) Ex 30,34 . Ex 32-34 (27) . In veertien verzen in Ex 32 : (1) Ex 32,2 (Aäron tot het volk) . (2) Ex 32,5 (Aäron tot het volk) . (3) Ex 32,9 (JHWH tot Mozes) . (4) Ex 32,11 (Mozes tot JHWH) . (5) Ex 32,17 (Jozua tot Mozes) . (6) Ex 32,18 (Mozes tot Jozua) . (7) Ex 32,21 (Mozes tot Aäron) . (8) Ex 32,22 (Aäron tot Mozes) . (9) Ex 32,26 (Mozes tot het volk) . (10) Ex 32,27 (Mozes tot de Levieten) . (11) Ex 32,29 (Mozes tot de Levieten) . (12) Ex 32,30 (Mozes tot het volk) . (13) Ex 32,31 (Mozes tot JHWH) . (14) Ex 32,33 (JHWH tot Mozes) . Aäron is driemaal aan het woord , JHWH tweemaal , Jozua éénmaal , Mozes achtmaal . Ex 33 (9) : (1) Ex 33,5 . (2) Ex 33,12 . (3) Ex 33,14 . (4) Ex 33,15 . (5) Ex 33,17 . (6) Ex 33,18 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,20 . (9) Ex 33,21 . Ex 34 (4) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,9 . (3) Ex 34,10 . (4) Ex 34,27 .
- De werkwoordvorm ειπεν = eipen (hij zei) komt veelvuldiger voor . Zie : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Gn (378) . Ex (149) . Lv (15) . Nu (98) . Dt (44) .

  laleô  bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt   NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  189 106 39 11 38 25 30 38 68 28   31  13  19   
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 3024  2426  684 985 234 63 309 378 149 15 98 44   598  118  56  223  114  75  397       

- Vulgaat . perf. deelw. locutus (gesproken) van het werkw. loqui (spreken) . Bijbel (559) . OT (503) . NT (56) . Ex (23) .
-- locutusque (en gesproken) . Bijbel (66) .
- Ned. : spreken . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) . D. : sprechen . E. : to speek . Fr. : parler . Grieks : λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Lat. : loqui .
- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . D. : sprechen (spreken) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere .

1. sj-m-r . sjâmar (behouden, bewaren) . Taalgebruik in Tenach : sjâmar (behouden, bewaren) . Getalwaarde van sjâmar (behouden, bewaren) : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 300 ; totaal : 54 of 640 . sj-m-r in Tenach (63) . Pentateuch (7) : (1) Gn 37,11 (sjämar) . (2) Ex 34,11 (sjëmâr) . (3) Dt 7,9 (sjomer) . (4) Dt 8,11 (sjëmor) . (5) Dt 11,22 (sjâmor) . (6) Dt 12,28 (sjëmor) . (7) Dt 27,1 (sjâmor) .

1. - 2. sjëmâr lekhâ (bewaar bij jezelf) . Slechts in Ex 34,11 .

3. ´ânokhî (ik) . אנכי . Zie : ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 .
- Grieks . εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) .
- Lat. ego sum (ik ben) . Ned. : ik . Fr. je . D. Ich . E. I . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai en farao Achnaton gelegd .

4. - 7. ´asjèr ´ânokhî mëtsawwëkhâ hajjôm (wat ik opdragende ben vandaag) . Tenach (19) : (1) Ex 34,11 . (2) Dt 4,40 . (3) Dt 6,6 . (4) Dt 7,11 . (5) Dt 8,1 . (6) Dt 8,11 . (7) Dt 10,13 . (8) Dt 11,8 . (9) Dt 13,19 . (10) Dt 15,5 . (11) Dt 19,9 . (12) Dt 27,10 . (13) Dt 28,1 . (14) Dt 28,13 . (15) Dt 28,15 . (16) Dt 30,2 . (17) Dt 30,8 . (18) Dt 30,11 . (19) Dt 30,16 .

Ex 34,11 - Ex 34,11 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [11] Onderhoud wat Ik u vandaag voorschrijf. Dan zal Ik de Amorieten, Kanaänieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten voor u verdrijven*.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

5. ´ânokhî (ik) . אנכי . Zie : ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Ex (19) : (1) Ex 3,6 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 3,13 . (5) Ex 4,10 . (6) Ex 4,11 . (7) Ex 4,23 . (8) Ex 7,17 . (9) Ex 7,27 . (10) Ex 8,24 . (11) Ex 8,25 . (12) Ex 17,9 . (13) Ex 19,9 . (14) Ex 20,2 . (15) Ex 20,5 . (16) Ex 23,20 . (17) Ex 32,18 . (18) Ex 34,10 . (19) Ex 34,11 .
- Grieks . εγω ειμι = egô eimi (ik ben) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) .
- Lat. ego sum (ik ben) . Ned. : ik . Fr. je . D. Ich . E. I . Aramees : אנה = ´änâh (ik) . Arabisch : أنا . ´anâ (ik) ; Taalgebruik in de Qoran : ´anâ (ik) .
- Bibliografie :
-- Grad A. D. , Le vériatble Cantique des cantiques , Rocher , 2004 , p. 25-26 waar de betekenis van ´ânokhî in Zohar 2,91a wordt geciteerd .
-- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai en farao Achnaton gelegd .

Ex 34,12 - Ex 34,12 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [12] Sluit geen verbond met de bewoners van het land dat u zult binnentrekken. Anders worden zij voor u een valstrik in uw midden.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,13 - Ex 34,13 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [13] Breek* hun altaren af, sla hun heilige zuilen stuk en hak hun heilige palen om.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,14 - Ex 34,14 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [14] Want u mag geen andere god vereren. De heer heet de jaloerse*, Hij is een jaloerse God.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,15 - Ex 34,15 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] Sluit dus geen verbond met de bewoners van het land die ontuchtig hun goden achterna lopen en offers opdragen; want zij zouden u uitnodigen om aan hun offermalen deel te nemen.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,16 - Ex 34,16 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [16] Als u voor uw zonen hun dochters tot vrouw kiest zouden die ontuchtig hun goden achterna lopen en ook uw zonen zouden dat gaan doen.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,17 - Ex 34,17 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [17] U mag geen godenbeelden* maken.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,18 - Ex 34,18 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
       
[18] U moet het feest* van de ongezuurde broden vieren. Op de vastgestelde tijd in de maand abib moet u zeven dagen lang ongezuurd brood eten, zoals Ik u bevolen heb, want in die maand bent u uit Egypte vertrokken.
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,19 - Ex 34,19 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [19] Alles wat de moederschoot opent behoort Mij toe, ieder eerstgeboren* mannelijk dier van uw kudde, van de runderen en de schapen.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,20 - Ex 34,20 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [20] Het eerstgeboren jong van een ezel moet u vrijkopen met een lam. Wilt u het niet vrijkopen, dan moet u het de nek breken. Iedere eerstgeboren zoon moet u vrijkopen. Niemand mag met lege handen voor Mij verschijnen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,21 - Ex 34,21 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [21] Zes dagen kunt u werken, maar op de zevende dag moet u zich van arbeid onthouden, zelfs als het tijd is om te ploegen of te zaaien.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 34,21 .

Ex 34,21.1. vr. enk. שֵׁשֶׁת = sjesjèth (zes) . Zie שֵׁשׁ = sjesj (zes) . Taalgebruik in Tenakh : sjesj (zes) . Getallenwaarde sjesj = 2 X 21 of 2 X 300 = 42 (2 X 3 X 7) OF 600 (2³ X 3 X 5²) . Structuur : 3 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (21) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Ex 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Nu 3,34 . (12) Dt 5,13 . (13) Dt 16,8 . (14) Joz 6,3 . (15) Joz 6,14 . (16) 1 K 11,16 . (17) Ez 46,1 . (18) Ezr 2,67 . (19) Neh 7,68 . (20) 1 Kr 12,25 . (21) 1 Kr 23,4 .
- Grieks . ἑξ = hex . Zie : Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Taalgebruik in de Septuaginta : ek (uit) . Ex 20 (2) : (1) Ex 20,9 . (2) Ex 20,11 . Een vorm van ἑξ = hex (zes) in de LXX (134) , in het NT (13) : (1) Mt 17,1 . (2) Mc 9,2 . (3) Lc 4,25 . (4) Lc 13,14 . (5) Joh 2,6 . (6) Joh 2,20 . (7) Joh 12,1 . (8) Hnd 11,12 . (9) Hnd 18,11 . (10) Hnd 27,37 . (11) Jak 5,17 . (12) Apk 4,8 . (13) Apk 13,18 .
- Lat. : sex . Ex (22) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 21,2 . (5) Ex 23,10 . (6) Ex 23,12 . (7) Ex 24,16 . (8) Ex 25,32 . (9) Ex 25,33 . (10) Ex 25,35 . (11) Ex 26,9 . (12) Ex 26,22 . (13) Ex 28,10 . (14) Ex 31,15 . (15) Ex 31,17 . (16) Ex 34,21 . (17) Ex 35,2 . (18) Ex 36,16 . (19) Ex 36,27 . (20) Ex 37,18 . (21) Ex 37,19 . (22) Ex 37,21 . Bijbel (120) . OT (109) . NT (11) .
- Ned. : zes . Arabisch : سِتة = sittah (zes) . Taalgebruik in de Qoran : sittah (zes) . D. : sechs . E. : six . Fr. : six . Grieks : ἑξ = hex . Zie : Taalgebruik in het NT : ek (uit) . Hebreeuws : שֵׁשׁ = sjesj (zes) . Taalgebruik in Tenakh : sjesj (zes) . Lat. : sex .

Ex 34,21.2. mann. mv. יָמִים = jâmîm (dagen) van het zelfst. naamw. יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . j-m-m . Tenakh (289) . Pentateuch (117) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (45) . 12 Kleine Profeten (10) . Geschriften (66) . Ex (26) : (1) Ex 3,18 . (2) Ex 5,3 . (3) Ex 7,25 . (4) Ex 8,23 . (5) Ex 10,22 . (6) Ex 10,23 . (7) Ex 12,15 . (8) Ex 12,19 . (9) Ex 13,6 . (10) Ex 15,22 . (11) Ex 16,26 . (12) Ex 19,15 . (13) Ex 20,9 . (14) Ex 20,11 . (15) Ex 22,29 . (16) Ex 23,12 . (17) Ex 23,15 . (18) Ex 24,16 . (19) Ex 29,30 . (20) Ex 29,35 . (21) Ex 29,37 . (22) Ex 31,15 . (23) Ex 31,17 . (24) Ex 34,18 . (25) Ex 34,21 . (26) Ex 35,2 . Lv (31) : (1) Lv 8,33 . (2) Lv 8,35 . (3) Lv 12,2 . (4) Lv 12,4 . (5) Lv 12,5 . (6) Lv 13,4 . (7) Lv 13,5 . (8) Lv 13,21 . (9) Lv 13,26 . (10) Lv 13,31 . (11) Lv 13,33 . (12) Lv 13,50 . (13) Lv 13,54 . (14) Lv 14,8 . (15) Lv 14,38 . (16) Lv 15,13 . (17) Lv 15,19 . (18) Lv 15,24 . (19) Lv 15,25 . (20) Lv 15,28 . (21) Lv 22,27 . (22) Lv 23,3 . (23) Lv 23,6 . (24) Lv 23,8 . (25) Lv 23,34 . (26) Lv 23,36 . (27) Lv 23,39 . (28) Lv 23,40 . (29) Lv 23,41 . (30) Lv 23,42 . (31) Lv 25,29 .
- Grieks . gen. vr. enk. + acc. vr. mv. ἡμερας = hèmeras (dagen) van het zelfst. naamw. ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Ex (36) . Ex 20 (1) Ex 20,9 .

  hèmera (dag)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
2 gen. vr. enk. + acc. vr. mv hèmeras  799  575  224  13  11  14  40  126  12  38  46     

- Latijn . dat. + abl. vr. mv. diebus van het zelfst. naamw. dies (dag) . Bijbel (509) . OT (437) . NT (72) . Ex (24) : (1) Ex 2,11 . (2) Ex 10,22 . (3) Ex 12,15 . (4) Ex 12,19 . (5) Ex 13,6 . (6) Ex 13,7 . (7) Ex 13,10 . (8) Ex 15,22 . (9) Ex 16,26 . (10) Ex 20,9 . (11) Ex 20,11 . (12) Ex 22,29 . (13) Ex 23,12 . (14) Ex 23,15 . (15) Ex 24,16 . (16) Ex 24,18 . (17) Ex 29,30 . (18) Ex 29,35 . (19) Ex 29,37 . (20) Ex 31,15 . (21) Ex 31,17 . (22) Ex 34,18 . (23) Ex 34,21 . (24) Ex 35,2 .
- Ned. : dag . Arabisch : يَوم = jaum (dag) . Taalgebruik in de Qoran : dag (jaum) . D. : Tag . E. : day . F. : jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Grieks : ἡμερα = hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) . Lat. : dies . Hebreeuws : יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) .

Ex 34,21.1. - 2. שֵׁשֶׁת יָמִים = sjesjèth jâmîm (zes dagen) . Tenakh (14) : (1) Ex 16,26 . (2) Ex 20,9 . (3) Ex 20,11 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 24,16 . (6) Ex 31,15 . (7) Ex 31,17 . (8) Ex 34,21 . (9) Gn 35,2 . (10) Lv 23,3 . (11) Dt 5,13 . (12) Dt 16,8 . (13) Joz 6,3 . (14) Joz 6,14 .

Ex 34,21.3. act. ind. imperf. 2de pers. mann. enk. תַעֲבֹד = tha`äbhod (jij zult werken, dienen) van het werkw. עָבַד = `âbhad (werken, dienen) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhad (werken, dienen) . Getalwaarde : ajin =16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 ; totaal : 22 OF 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . De som van de elementen is 4 . Tenakh (13) : (1) Gn 4,12 . (2) Gn 27,40 . (3) Gn 29,27 . (4) Ex 20,9 . (5) Ex 23,33 . (6) Ex 34,21 . (7) Lv 25,39 . (8) Dt 5,13 . (9) Dt 6,13 . (10) Dt 7,16 . (11) Dt 10,20 . (12) Dt 15,19 . (13) Ez 36,34 .
- Grieks . ind. futurum 2de pers. enk. εργᾳ = erga(i) (jij zult werken) van het werkw. εργαζομαι = ergazomai (werken) . Bijbel (?) . In geval van תַעֲבֹד =tha`äbhod (jij zult werken, dienen) : (1) Gn 4,12 . (2) Gn 29,27 . (3) Ex 20,9 . (4) Ex 34,21 . (5) Dt 5,13 . (6) Dt 15,19 .
- Latijn . futurum 2de pers. enk. operaberis (jij zult werken) van het werkw. operari (werken) . Bijbel (5) : (1) Ex 20,9 . (2) Ex 23,12 . (3) Ex 34,21 . (4) Dt 5,13 . (5) Dt 15,19 .

Ex 34,21.1. - 3. שֵׁשֶׁת יָמִים תַעֲבֹד = sjesjèth jâmîm tha`äbhod (zes dagen zal je werken) . Tenakh (3) : (1) Ex 20,9 . (2) Ex 34,21 . (3) Dt 5,13 . In Ex 20,9 en Dt 5,13 gaat het om het sjabbatgebod binnen de 10 woorden . In Ex 34,21 gaat het om het sjabbatgebod op de twee nieuwe stenen tafelen .
- שֵׁשֶׁת יָמִים תַּעֱשֶׂה = sjesjèth jâmîm tha`äshèh (zes dagen zal je je werk doen) . Tenakh (1) : Ex 23,12 . De 'feestdagen' van het jaar .
- שֵׁשֶׁת יָמִים תֵּעָשֶׂה = sjesjèth jâmîm the`âshèh (zes dagen wordt het werk gedaan) . Tenakh (2) : (1) Ex 35,2 . (2) Lv 23,3 .

Ex 34,21.4. - 5. הַשְּׁביעִי בַּיּוֹם = bajjôm hasjsjëbhî`î (op de zevende dag). Tenakh (24) : (1) Gn 2,2 . (2) Ex 16,27 . (3) Ex 16,29 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 24,16 . (6) Lv 13,5 . (7) Lv 13,6 . (8) Lv 13,27 . (9) Lv 13,32 . (10) Lv 13,34 . (11) Lv 13,51 . (12) Lv 14,9 . (13) Lv 14,39 . (14) Lv 23,8 .
- הַשְּׁבִיעִי וּבַיּוֹם = ûbhajjôm hasjsjëbhî`î (en op de zevende dag) . Tenakh (16) : (1) Ex 12,16 . (2) Ex 13,6 . (3) Ex 16,26 . (4) Ex 23,12 . (5) Ex 31,15 . (6) Ex 31,17 . (7) Ex 34,21 . (8) Ex 35,2 . (9) Lv 23,3 . (10) Nu 19,12 . (11) Nu 19,19 . (12) Nu 28,25 . (13) Nu 29,32 . (14) Nu 31,19 . (15) Dt 16,8 . (16) Joz 6,4 .

Ex 34,21.6. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. תִשְׁבֹּת = thisjëboth (jij zult ophouden) van het werkw. שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (4) : (1) Ex 23,12 . (2) Ex 34,21 . (3) Lv 26,34 . (4) Lv 26,35 .
- וַיִּשְׁבֹּת = wajjisjëboth (en hij hield op) < prefix voegwoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . o.a. Gn 2,2 .
- שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . o.a. Gn 2,3 .

Ex 34,21.9. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. תִשְׁבֹּת = thisjëboth (jij zult ophouden) van het werkw. שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (4) : (1) Ex 23,12 . (2) Ex 34,21 . (3) Lv 26,34 . (4) Lv 26,35 .
- וַיִּשְׁבֹּת = wajjisjëboth (en hij hield op) < prefix voegwoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . o.a. Gn 2,2 .
- שָׁבַת = sjâbath (ophouden , rusten , vieren) . Taalgebruik in Tenakh : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . o.a. Gn 2,3 .


Ex 34,22 - Ex 34,22 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [22] Vier ook het Wekenfeest* aan het begin van de tarweoogst, en het feest* van het binnenhalen rond de jaarwisseling.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,23 - Ex 34,23 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [23] Driemaal per jaar moeten al uw mannen verschijnen voor het aangezicht van de heer, de God van Israël.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

11. - 12. ´èloh(j)e jishërâel (de God van Israël) . Tenach (191) . Pentateuch (6) : (1) Gn 33,20 . (2) Ex 5,1 . (3) Ex 24,10 . (4) Ex 32,27 . (5) Ex 34,23 . (6) Nu 16,9 .

Ex 34,24 - Ex 34,24 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [24] Ik zal de volken voor u verdrijven en u een uitgestrekt gebied geven, zodat niemand zijn oog op uw land durft te laten vallen als u driemaal per jaar weggaat om voor de heer uw God te verschijnen.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,25 - Ex 34,25 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [25] U mag het bloed van een dier dat voor Mij bestemd is niet* samen met gezuurd brood offeren. Van het offerdier voor het paasfeest mag niets overblijven tot de volgende ochtend.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,26 - Ex 34,26 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [26] Van de eerste vruchten* van uw land moet u de beste naar het huis van de heer uw God brengen. Een geitje mag u niet koken in de melk van zijn moeder.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,27 - Ex 34,27 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [27] Toen sprak de heer tot Mozes: ‘Stel deze woorden op schrift, want op grond van deze woorden sluit Ik met u en met Israël een verbond.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. prefix voegwoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (192 = 26 X 7) . Pentateuch (140 = 20 X 7) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (8) . Gn (16) : (1) Gn 8,15 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 19,14 . (4) Gn 20,8 . (5) Gn 23,3 . (6) Gn 23,8 . (7) Gn 23,13 . (8) Gn 34,3 . (9) Gn 34,8 . (10) Gn 41,9 . (11) Gn 41,17 . (12) Gn 42,7 . (13) Gn 42,24 . (14) Gn 44,6 . (15) Gn 50,4 . (16) Gn 50,21 . Ex (20) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,13 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 13,1 . (9) Ex 14,1 . (10) Ex 16,11 . (11) Ex 20,1 . (12) Ex 25,1 . (13) Ex 30,11 . (14) Ex 30,17 . (15) Ex 30,22 . (16) Ex 31,1 . (17) Ex 32,7 . (18) Ex 33,1 . (19) Ex 34,31 . (20) Ex 40,1 . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Dt (7) : (1) Dt 2,17 . (2) Dt 4,12 . (3) Dt 27,9 . (4) Dt 31,1 . (5) Dt 31,30 . (6) Dt 32,44 . (7) Dt 32,48 .
- De getalwaarde van וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) is : waw = 6 , jod = 10 ; samen : 15 ; algemeen totaal : 26 + 16 = 42 (2 X 3 X 7) OF 206 + 16 = 222 (6 X 37 OF (10 X 17) + (2 X 26) .

  bijbel Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34  
וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) 192 140 34 9 1 8 16 20 40 59 7 3  
וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) 1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 27  

- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .
-- και ελαλησεν = kai elalèsen (en hij sprak) . LXX (187) . NT (4) .
-- ελαλησεν δε = elalèsen de (hij sprak echter) . LXX (4) . NT (1) .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Samen : 40 + 2 = 42 (6 X 7) . Ex (150) . Ex 25-31 (2) : (1) Ex 30,34 . Ex 32-34 (27) . In veertien verzen in Ex 32 : (1) Ex 32,2 (Aäron tot het volk) . (2) Ex 32,5 (Aäron tot het volk) . (3) Ex 32,9 (JHWH tot Mozes) . (4) Ex 32,11 (Mozes tot JHWH) . (5) Ex 32,17 (Jozua tot Mozes) . (6) Ex 32,18 (Mozes tot Jozua) . (7) Ex 32,21 (Mozes tot Aäron) . (8) Ex 32,22 (Aäron tot Mozes) . (9) Ex 32,26 (Mozes tot het volk) . (10) Ex 32,27 (Mozes tot de Levieten) . (11) Ex 32,29 (Mozes tot de Levieten) . (12) Ex 32,30 (Mozes tot het volk) . (13) Ex 32,31 (Mozes tot JHWH) . (14) Ex 32,33 (JHWH tot Mozes) . Aäron is driemaal aan het woord , JHWH tweemaal , Jozua éénmaal , Mozes achtmaal . Ex 33 (9) : (1) Ex 33,5 . (2) Ex 33,12 . (3) Ex 33,14 . (4) Ex 33,15 . (5) Ex 33,17 . (6) Ex 33,18 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,20 . (9) Ex 33,21 . Ex 34 (4) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,9 . (3) Ex 34,10 . (4) Ex 34,27 .
- De werkwoordvorm ειπεν = eipen (hij zei) komt veelvuldiger voor . Zie : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Gn (378) . Ex (149) . Lv (15) . Nu (98) . Dt (44) .

  laleô  bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt   NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  189 106 39 11 38 25 30 38 68 28   31  13  19   
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 3024  2426  684 985 234 63 309 378 149 15 98 44   598  118  56  223  114  75  397       

- Vulgaat . perf. deelw. locutus (gesproken) van het werkw. loqui (spreken) . Bijbel (559) . OT (503) . NT (56) . Ex (23) .
-- locutusque (en gesproken) . Bijbel (66) .
- Ned. : spreken . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) . D. : sprechen . E. : to speek . Fr. : parler . Grieks : λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Lat. : loqui .
- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . D. : sprechen (spreken) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere .

1. - 2. וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים = wajëdabber ´èlohîm (en God sprak) . Tenakh (3) : (1) Gn 8,15 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 20,1 .
- וַיְדַבֵּר יהוה = wajëdabber JHWH (en JHWH sprak) . Tenach (100 = 2² X 5²) . Pentateuch (96 = 2³ X 2² X 3) . Ex (14 = 2 X 7) : (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 . Lv (35 = 5 X 7) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 11,1 . (13) Lv 12,1 . (14) Lv 13,1 . (15) Lv 14,1 . (16) Lv 14,33 . (17) Lv 15,1 . (18) Lv 16,1 . (19) Lv 17,1 . (20) Lv 18,1 . (21) Lv 19,1 . (22) Lv 20,1 . (23) Lv 21,16 . (24) Lv 22,1 . (25) Lv 22,17 . (26) Lv 22,26 . (27) Lv 23,1 . (28) Lv 23,9 . (29) Lv 23,23 . (30) Lv 23,26 . (31) Lv 23,33 . (32) Lv 24,1 . (33) Lv 24,13 . (34) Lv 25,1 . (35) Lv 27,1 . Van Lv 1-10 beginnen 3 hoofdstukken alzo . Van Lv 11-27 zijn het 15/17 hoofdstukken , niet in Lv 21,1 en Lv 26,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים = wajjo´mèr ´èlohîm (en God zei) . Tenakh (27) . Gn (21) .Gn 1 (9) . Gn 6-11 (4) . Slechts in twee verzen in Ex - Dt : (1) Ex 3,14 . (2) Nu 22,12 . Rest (4) .
- וַיּאֹמֶר יהוה = wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32-34 (7) : (1) Ex 32,9 . (2) Ex 32,33 . (3) Ex 33,5 . (4) Ex 33,17 . (5) Ex 34,1 . (6) Ex 34,27 . Niet in Ex 35-40 .

Ex 34,28 - Ex 34,28 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
kai èn ekei Môusès enantion kuriou tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas arton ouk efagen kai hudôr ouk epien    wajehi sjâm `im JHWH arbâ`im jôm wearbâ`im lâjlâh lèhèm lo´ ' âhal ûmaîm lo' sjâthâh  `äshèrèth haddëbharîm   [28] Mozes bleef daar veertig dagen en veertig nachten bij de heer, zonder te eten of te drinken. En de heer grifte de woorden van het verbond, de tien* geboden, in de stenen platen.       

King James Bible . And he was there with the LORD forty days and forty nights; he did neither eat bread, nor drink water. And he wrote upon the tables the words of the covenant, the ten commandments.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ex 34,28 , zie Ex 24,18 . Het vers Ex 34,28 telt 22 (2 X 11) woorden en 81 (3 X 3 X 3 X 3) letters . De getalwaarde van Ex 34,28 is 5728 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 179) .

Ex 34,28.1. - 2. שָׁם וַיְהִי = wajëhî sjâm (en het werd daar) . Tenakh (5) : (1) Gn 39,20 . (2) Ex 34,28 . (3) Dt 26,5 . (4) 2 S 13,38 . (5) 2 Kr 5,9 .

Ex 34,28.4. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Ex (299) . In 26 verzen in Ex 25-31 (de wetten over het heiligdom) . In veertien (2 X 7) verzen in de eerste redevoering (Ex 25,2 - 30,10) . In zeven verzen in de inleidingsformule op de redevoering . Ex 32-34 (30) . Ex 32 (9 = 3²) : (1) Ex 32,7 . (2) Ex 32,9 . (3) Ex 32,11 . (4) Ex 32,14 . (5) Ex 32,27 . (6) Ex 32,30 . (7) Ex 32,31 . (8) Ex 32,33 . (9) Ex 32,35 . Ex 33 (8) : (1) Ex 33,1 . (2) Ex 33,5 . (3) Ex 33,7 . (4) Ex 33,11 . (5) Ex 33,12 . (6) Ex 33,17 . (7) Ex 33,19 . (8) Ex 33,21 . Ex 34 (13) : (1) Ex 34,1 . (2) Ex 34,4 . (3) Ex 34,5 . (4) Ex 34,6 . (5) Ex 34,10 . (6) Ex 34,14 . (7) Ex 34,23 . (8) Ex 34,24 . (9) Ex 34,26 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 34,32 . (13) Ex 34,34 .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Ex 32-34 (3) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,16 . (3) Ex 32,23

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 32-34
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 30
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199  
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45  
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116  

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

Ex 34,28.5. אַרְבָּעִים = ´arëbâ`îm (veertig , 40) . Taalgebruik in Tenakh : ´arëbâ`îm (veertig . 40) . Getalwaarde : aleph = 1 ; resj = 20 of 200 ; beth = 2 ; ajin = 16 of 70 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 62 of 323 (323) . Tenakh (91) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (22) . Gn (11) : (1) Gn 5,13 (veertig in combinatie met 840) . (2) Gn 7,4 (veertig dagen en veertig nachten) . (3) Gn 7,12 (watervloed) . (4) Gn 7,17 (watervloed) . (5) Gn 8,6 (watervloed) . (6) Gn 18,28 (45 rechtvaardigen) . (7) Gn 18,29 (tweemaal : 40 rechtvaardigen) . (8) Gn 25,20 (Isaak = 40 jaar , neemt Rebecca tot vrouw) . (9) Gn 26,34 (Esau nam twee vrouwen, toen hij veertig jaar was) . (10) Gn 32,16 (40 koeien) . (11) Gn 50,3 (balseming van Jakob) . Ex (3) : (1) Ex 16,35 . (2) Ex 24,18 . (3) Ex 34,28 . (15) Nu 1,33 (40.500) . (16) Nu 2,19 (40.500) . (17) Nu 13,25 . (18) Nu 14,33 . (19) Nu 14,34 . (20) Nu 26,18 (40.500) . (21) Nu 32,13 . (22) Nu 35,6 (42 steden) . (23) Nu 35,7 (48 steden) . (24) Dt 2,7 . (25) Dt 8,2 . (26) Dt 8,4 . (27) Dt 9,9 . (28) Dt 9,11 . (29) Dt 9,18 . (30) Dt 9,25 . (31) Dt 10,10 . (32) Dt 25,3 (40 slagen) . (33) Dt 29,4 (40 jaar) . (34) Joz 5,6 . (35) Joz 14,7 . (36) Joz 14,10 (45 jaar) . (37) Joz 21,41 (48 steden) . (38) Re 3,11 . (39) Re 5,31 . (40) Re 8,28 . (41) Re 12,6 (42.000 man) .
- וְאַרְבָּעִים = wë´arëbâ`îm (en veertig , 40) . Tenakh (36) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (12) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Gn (3) : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 . (3) Gn 47,28 . : (1) Job 42,16 . (2) Ezr 2,8 . (3) Ezr 2,25 . (4) Neh 7,62 . (5) Neh 7,67 . (6) Neh 9,21 . (7) 1 Kr 19,18 . (8) 2 Kr 24,1 .
- Grieks . τεσσαρακοντα = tessarakonta (veertig, 40) . Zie : telwoorden . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Tenakh (115) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (29) . Gn (12) : + Gn 47,28 . NT (21) : τεσσερακοντα = tesserakonta (veertig, 40) . (1) Mt 4,2 . (2) Mc 1,13 . (3) Lc 4,2 . (4) Joh 2,20 . (5) Hnd 1,3 . (6) Hnd 4,22 . (7) Hnd 7,30 . (8) Hnd 7,36 . (9) Hnd 7,42 . (10) Hnd 13,21 . (11) Hnd 23,13 . (12) Hnd 23,21 . (13) 2 Kor 11,24 . (14) Heb 3,10 . (15) Heb 3,17 . (16) Apk 7,4 . (17) Apk 11,2 . (18) Apk 13,5 . (19) Apk 14,1 . (20) Apk 14,3 . (21) Apk 21,17 . Een vorm van τεσσαρακοντα = tessarakonta in de LXX (151) . Een vorm van τεσσερακοντα = tesserakonta in het NT (22) .

  telwoorden  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  tesserakonta  (40) 21    21   

- Latijn . quadraginta . Bijbel (146) . OT (124) . NT (22) . Gn (11) . Fr. quarante . N. veertig . E. forty . D. vierzig . Aramees : אַרְבָּעִין = ´arëbâ`îm (veertig) . Arabisch : اَرْبَعُونَ = ´arba`ûna (veertig) .

Ex 34,28.5. - 6. אַרְבָּעִימ יוֹם = ´arëbâ`îm jôm (40 dagen) . Tenakh (17) . Pentateuch (13) . Andere boeken (4) . In acht verzen van de Pentateuch staat veertig dagen en veertig nachten : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 . (3) Ex 24,18 . (4) Ex 34,28 . (5) Dt 9,9 . (6) Dt 9,11 . (7) Dt 9,18 . (8) Dt 10,10 . In vijf verzen beperkt het zich tot veertig dagen : (1) Gn 7,17 (watervloed) . (2) Gn 8,6 (watervloed) . (3) Gn 50,3 (rouw na de dood van Jakob) . (4) Nu 13,25 (Terugkeer van de bespieders) . (5) Nu 14,34 (Eén dag voor één jaar) . Verder : (1) 1 S 17,16 . (2) Ezr 4,6 . (3) Jon 3,4 .

Ex 34,28.7. אַרְבָּעִים = ´arëbâ`îm (veertig , 40) . Taalgebruik in Tenakh : ´arëbâ`îm (veertig . 40) . Getalwaarde : aleph = 1 ; resj = 20 of 200 ; beth = 2 ; ajin = 16 of 70 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 62 of 323 (323) . Tenakh (91) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (22) . Gn (11) : (1) Gn 5,13 (veertig in combinatie met 840) . (2) Gn 7,4 (veertig dagen en veertig nachten) . (3) Gn 7,12 (watervloed) . (4) Gn 7,17 (watervloed) . (5) Gn 8,6 (watervloed) . (6) Gn 18,28 (45 rechtvaardigen) . (7) Gn 18,29 (tweemaal : 40 rechtvaardigen) . (8) Gn 25,20 (Isaak = 40 jaar , neemt Rebecca tot vrouw) . (9) Gn 26,34 (Esau nam twee vrouwen, toen hij veertig jaar was) . (10) Gn 32,16 (40 koeien) . (11) Gn 50,3 (balseming van Jakob) . Ex (3) : (1) Ex 16,35 . (2) Ex 24,18 . (3) Ex 34,28 . (15) Nu 1,33 (40.500) . (16) Nu 2,19 (40.500) . (17) Nu 13,25 . (18) Nu 14,33 . (19) Nu 14,34 . (20) Nu 26,18 (40.500) . (21) Nu 32,13 . (22) Nu 35,6 (42 steden) . (23) Nu 35,7 (48 steden) . (24) Dt 2,7 . (25) Dt 8,2 . (26) Dt 8,4 . (27) Dt 9,9 . (28) Dt 9,11 . (29) Dt 9,18 . (30) Dt 9,25 . (31) Dt 10,10 . (32) Dt 25,3 (40 slagen) . (33) Dt 29,4 (40 jaar) . (34) Joz 5,6 . (35) Joz 14,7 . (36) Joz 14,10 (45 jaar) . (37) Joz 21,41 (48 steden) . (38) Re 3,11 . (39) Re 5,31 . (40) Re 8,28 . (41) Re 12,6 (42.000 man) .
- וְאַרְבָּעִים = wë´arëbâ`îm (en veertig , 40) . Tenakh (36) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (12) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (1) . Gn (3) : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 . (3) Gn 47,28 . : (1) Job 42,16 . (2) Ezr 2,8 . (3) Ezr 2,25 . (4) Neh 7,62 . (5) Neh 7,67 . (6) Neh 9,21 . (7) 1 Kr 19,18 . (8) 2 Kr 24,1 .
- Grieks . τεσσαρακοντα = tessarakonta (veertig, 40) . Zie : telwoorden . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Tenakh (115) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (29) . Gn (12) : + Gn 47,28 . NT (21) : τεσσερακοντα = tesserakonta (veertig, 40) . (1) Mt 4,2 . (2) Mc 1,13 . (3) Lc 4,2 . (4) Joh 2,20 . (5) Hnd 1,3 . (6) Hnd 4,22 . (7) Hnd 7,30 . (8) Hnd 7,36 . (9) Hnd 7,42 . (10) Hnd 13,21 . (11) Hnd 23,13 . (12) Hnd 23,21 . (13) 2 Kor 11,24 . (14) Heb 3,10 . (15) Heb 3,17 . (16) Apk 7,4 . (17) Apk 11,2 . (18) Apk 13,5 . (19) Apk 14,1 . (20) Apk 14,3 . (21) Apk 21,17 . Een vorm van τεσσαρακοντα = tessarakonta in de LXX (151) . Een vorm van τεσσερακοντα = tesserakonta in het NT (22) .

  telwoorden  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  tesserakonta  (40) 21    21   

- Latijn . quadraginta . Bijbel (146) . OT (124) . NT (22) . Gn (11) . Fr. quarante . N. veertig . E. forty . D. vierzig . Aramees : אַרְבָּעִין = ´arëbâ`îm (veertig) . Arabisch : اَرْبَعُونَ = ´arba`ûna (veertig) .

Ex 34,28.8. לָיְלָה = lajëlâh (nacht) . Taalgebruik in Tenakh : lajëlâh (nacht) . De getalswaarde is : lamed = 12 of 30 , jod = 10 , he = 5 . Totaal : 39 (26 + 13 OF 3 X 13) of 75 (3 X 25) . Structuur : 3 - 1 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (82) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (16) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (26) . Gn (5) : (1) Gn 1,5 . (2) Gn 7,4 . (3) Gn 7,12 . (4) Gn 14,15 . (5) Gn 31,39 . Ex (6) : (1) Ex 12,30 . (2) Ex 12,31 . (3) Ex 13,22 . (4) Ex 24,18 . (5) Ex 34,28 . (6) Ex 40,38 .
- הַלָּיְלָה = hallâjëlâh (de nacht) < prefix bepaald lidw. ha + לָיְלָה = lajëlâh (nacht) . Taalgebruik in Tenakh : lajëlâh (nacht) . De getalswaarde van lajëlâh (nacht) is : lamed = 12 of 30 , jod = 10 , he = 5 . Totaal : 39 (26 + 13 OF 3 X 13) of 75 (3 X 25) . Structuur : 3 - 1 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (54) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (9) . Pentateuch (19) : (1) Gn 1,14 . (2) Gn 1,16 . (3) Gn 19,5 . (4) Gn 19,34 . (5) Gn 20,3 . (6) Gn 30,15 . (7) Gn 31,24 . (8) Gn 46,2 . (9) Ex 10,13 . (10) Ex 11,4 . (11) Ex 12,29 . (12) Ex 12,42 . (13) Ex 14,20 . (14) Ex 14,21 . (15) Lv 6,2 . (16) Nu 11,32 . (17) Nu 22,8 . (18) Nu 22,19 . (19) Dt 9,25 .
- Grieks : nux (nacht) . Taalgebruik in de Septuaginta : nux (nacht) . Taalgebruik in het NT : nux (nacht) .
- Ned. : nacht . Arabisch : ليلة = nacht (laila) . Taalgebruik in de Qoran : nacht (laila) . D. : Nacht . E. : night . Fr. : nuit . Gr. : νυξ = nux (nacht) . Taalgebruik in het NT : nux (nacht) . לָיְלָה = lajëlâh (nacht) . Taalgebruik in Tenakh : lajëlâh (nacht) . Lat. : nox .

Ex 34,28.5. - 8. אַרְבָּעִימ יוֹם וְאַרְבָּעִימ לָיְלָה = ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh (veertig dagen en veertig nachten) . De uitdrukking telt 4 woorden en 20 letters . De getalwaarde ervan is 783 (3³ X 29 OF 27 X 29) . Tenakh (9) : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 . (3) Ex 24,18 . (4) Ex 34,28 . (5) Dt 9,9 . (6) Dt 9,11 . (7) Dt 9,18 . (8) Dt 10,10 . (9) 1 K 19,8 .
- De Griekse tekst τεσσαρακοντα ἡμερας και τεσσαρακοντα νυκτας = tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (veertig dagen en veertig nachten) telt precies veertig letters (12 + 7 + 3 + 12 + 6) .
- De sterke gelijkenis tussen enerzijds Marcus en anderzijds Exodus schetst het beeld van Mozes en de nieuwe Mozes . Zoals Mozes in de woestijn heeft verbleven , zo ook Jezus .

Mc 1,13 Ex 34,28 Ex 24,18
kai (en) èn (hij was) wajëhi - kai (en) èn (hij was) wajëhi Mosjèh - kai (en Mozes) èn (was)
en tèi erèmôi (in de woestijn) sjâm `im adonaj - ekei (daar) Môusès (Mozes) enantion kuriou (tegenover de Heer) ekei (daar) bâhâr - en tôi horei (op de berg)
tesserakonta hèmeras (veertig dagen) ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh - tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (40 dagen en 40 nachten) ´arëbâ`îm jôm we´arëbâ`îm lâjëlâh - tessarakonta hèmeras kai tessarakonta nuktas (40 dagen en 40 nachten)
  lèhèm lo´ ' âhal ûmaîm lo' sjâthâh - arton ouk efagen kai hudôr ouk epien (brood at hij niet en water dronk hij niet)  
20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 - De nieuwe stenen platen : Ex 34,1-35 - Het verbond : Ex 24,1-18 -

Ex 34,28.11. act. ind. aor. 3de pers. enk. efagen (hij at) van het werkw. esthiô (eten) . Taalgebruik in het NT : esthiô (eten) . Taalgebruik in Mc : esthiô (eten) . Lat. manducare . F. manger . Ned. eten . E. to eat . D. essen . Lc (3) : (1) Lc 4,2 . (2) Lc 6,4 . (3) Lc 24,43 . Een vorm van esthiô (eten) in Lc in 31 verzen , in Lc 4 in 1 vers : Lc 4,2 . De relatie tussen niet eten en 40 dagen vinden we in Ex 34,28 . Mozes ging opnieuw de berg op om opnieuw twee stenen tafels te ontvangen .

Ex 34,28.15. wajjikhŰthobh (en hij schreef) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. kâthabh (schrijven) . Taalgebruik in Tenakh : kâthabh (schrijven) . Getalwaarde : kaph = 12 of 30 , thaw = 22 of 400 , beth = 2 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 342 (2 X 3² X 19) . Structuur : 3 - 4 - 2 . Tenakh (25) . Pentateuch (6) : (1) Ex 24,4 . (2) Ex 34,28 . (3) Nu 33,2 . (4) Dt 10,4 . (5) Dt 31,9 . (6) Dt 31,22 .

Ex 34,28.20. בְּרִית = bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenakh : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Genesis : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jesaja : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jeremia : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Ezechiël : bërîth (verbond) . Getalswaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , taw = 22 of 400 ; totaal : 54 (2 X 3³) of 612 (2² X 3² X 17) . Structuur : 2 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (132) . Pentateuch (32) . Eerdere Profeten (40) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (34) . In negen verzen in Gn . (1) Gn 9,13 (boog : teken van het verbond) . (2) Gn 9,16 (verbond tussen God en de mensen) . (3) Gn 14,13 (bondgenoten van Abram) . (4) Gn 15,18 (JHWH sloot een verbond met Abram) . (5) Gn 17,11 (verbond van God met Abraham en zijn nageslacht) . (6) Gn 21,27 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (7) Gn 21,32 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (8) Gn 26,28 (verbond tussen Isaak en Abimelech) . (9) Gn 31,44 (verbond tussen Laban en Jakob) . Een vorm van diathèkè (verbond) in het NT (33) . Syn. en ev. (4) . In de LXX (358) . Ex (6) : (1) Ex 23,32 . (2) Ex 31,16 . (3) Ex 34,10 . (4) Ex 34,12 . (5) Ex 34,15 . (6) Ex 34,27 .
- בְּרִית = bërîth (verbond) < birîth . (Lettinga 12 , 2012 , 4e1 . De sëwa staat onder de eerste consonant van een woord .
- Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Taalgebruik in de LXX : diathèkè (verbond) . Lat. foedus (zie b.v. federaal) , testamentum . E. testament . Fr. alliance . E. covenant . Ned. testamment , verbond , overeenkomst . D. Bund .
- הַבְּרִית = habbërîth (het verbond) . Tenakh (43) . Pentateuch (15) : (1) Gn 9,12 . (2) Gn 9,17 . (3) Ex 24,7 . (4) Ex 24,8 . (5) Ex 34,28 . (6) Dt 5,3 . (7) Dt 7,9 . (8) Dt 7,12 . (9) Dt 9,9 . (10) Dt 9,11 . (11) Dt 9,15 . (12) Dt 28,69 . (13) Dt 29,8 . (14) Dt 29,13 . (15) Dt 29,20 .

Ex 34,28.21. עֲשֶׂרֶת = `äshèrèth (tien) . Zie : עָשַׂר = `âshâr (tien) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâr (tien) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 570 (2 X 3 X 5 X 19) . Structuur : 7 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (35) . Pentateuch (9) . Eerdere Profeten (9) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (9) . Gn (9) : (1) Gn 31,7 . (2) Gn 31,41 . (3) Ex 18,21 . (4) Ex 18,25 . (5) Ex 34,28 . (6) Lv 27,5 . (7) Dt 1,15 . (8) Dt 4,13 . (9) Dt 10,4 . Re (5) : (1) Re 1,4 . (2) Re 4,6 . (3) Re 4,10 . (4) Re 17,10 . (5) Re 20,34 .

Ex 34,28.22. הַדְּבָרִים = haddëbhârîm (de woorden) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. דָבָר = dâbhâr (woord, daad) . Zie het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (132) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (35) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (15) . Gn (11) : (1) Gn 15,1 . (2) Gn 20,8 . (3) Gn 22,1 . (4) Gn 22,20 . (5) Gn 24,66 . (6) Gn 29,13 . (7) Gn 39,7 . (8) Gn 40,1 . (9) Gn 43,7 . (10) Gn 44,6 . (11) Gn 48,1 . Ex (12) : (1) Ex 4,15 . (2) Ex 4,30 . (3) Ex 18,19 . (4) Ex 19,6 . (5) Ex 19,7 . (6) Ex 20,1 . (7) Ex 24,3 . (8) Ex 24,8 . (9) Ex 34,1 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 35,1 .
- Het gaat in deze verzen om de 'tien woorden' : עֲשֶׂרֶת הַדְּבָרִים = ´äshèrèth haddëbhärîm (tien woorden) . Tenakh (3) : (1) Ex 34,28 . (2) Dt 4,13 . (3) Dt 10,4 .

Ex 34,28.21. - 22. עֲשֶׂרֶת הַדְּבָרִים = ´äshèrèth haddëbhärîm (tien woorden) . Tenakh (3) : (1) Ex 34,28 . (2) Dt 4,13 . (3) Dt 10,4 .


Ex 34,29 - Ex 34,29 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [29] Toen Mozes de berg Sinai afdaalde met de twee stenen platen van het verbond*, was hij zich er niet van bewust dat zijn gezicht glansde omdat hij met God gesproken had.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. hâ`eduth < bepaalde lidw. ha + zelfst. naamw. `edûth / `eduth (getuigenis, wet, voorschrift) OF stat. constr. vr. enk. `ädath (verzameling, bijeenkomst, synagoge) . Taalgebruik in Tenakh : `edûth / `eduth (getuigenis, wet, voorschrift) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , daleth = 4 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 474 (2 X 3 X 79) . Structuur : 7 - 4 - 4 . Tenakh (27) . Ex (16) . Lv (1) . Nu (8) . Dt (2) . Ex (16) : (1) Ex 16,34 . (2) Ex 25,16 . (3) Ex 25,21 . (4) Ex 25,22 . (5) Ex 26,34 . (6) Ex 27,21 . (7) Ex 30,6 . (8) Ex 30,26 . (9) Ex 30,36 . (10) Ex 31,18 . (11) Ex 32,15 . (12) Ex 34,29 . (13) Ex 38,21 . (14) Ex 39,35 . (15) Ex 40,5 . (16) Ex 40,20 .

16. jâda` / jâdâ` (kennen, weten) . j-d-`. (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. jâda` / jâdâ` (hij kent) . (2) act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jeda` (hij zal kennen) . (3) act. qal part. nom. mann. enk. jode`a (wetende) . Taalgebruik in Tenakh : jâda` (kennen, weten) . Getalwaarde : jod = 10 , daleth = 4 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 84 (2² X 3 X 7) . Structuur : 1 - 4 - 7 . j-d-` . Tenakh (108) . Pentateuch (21) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (43) . Ex (2) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 34,29 . Js (7) : (1) Js 1,3 . (2) Js 7,16 . (3) Js 8,4 . (4) Js 29,12 . (5) Js 42,25 . (6) Js 52,6 . (7) Js 59,8 .

18. qèrèn (hoorn) . Taalgebruik in Tenakh : qèrèn (hoorn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , nun = 14 of 50 ; totaal : 53 (priemgetal) OF 350 (2 X 5² X 7) . 53 en 35 zijn spiegelgetallen . Structuur : 1 - 2 - 5 . Gr. keras (hoorn) . Taalgebruik in de LXX : keras (hoorn) . Taalgebruik in het NT : keras (hoorn) . Lat. cornu . N. hoorn . Fr. corne . E. horn . D. Horn . Een vorm van keras (hoorn) in de LXX (123) , in het NT (11) . Verwant met qâran (stralen schieten) . Fr. rayonnement (straling) < Lat. radius (straal) . Ook verwant met corne en couronne , of hoorn met kroon . Zie de Souzenelle , p. 30 . q-r-n : Tenakh (19) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (10) . Pentateuch (3) : (1) Ex 34,29 . (2) Ex 34,30 . (3) Ex 34,35 . Eerdere Profeten (3) : (1) 1 S 2,10 . (2) 1 S 16,13 . (3) 1 K 1,39 . In 1 S 16,13 en 1 K 1,39 volgt op qèrèn (hoorn) de inhoud van de hoorn nl. hasjsjèmèn (de olie) , waardoor de hoorn een bepaald 'gebruiksvoorwerp' of cultusvoorwerp wordt . In 1 S 2,10 wordt de functie van de inhoud van de hoorn gegeven nl. zalven en verwijst naar de persoon die werd gezalfd . 1 S 16,13 en 1 K 1,39 zijn zeer parallel opgebouwd en verwijzen naar de zalving van David en Salomo tot koning .

Ex 34,30 - Ex 34,30 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [30] Maar Aäron en de overige Israëlieten zagen de glans op het gezicht van Mozes wel, en zij durfden hem niet te naderen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. wajjarë´ (en hij zag) - wajjerâ´ (en hij liet zich zien - hij verscheen) . Het eerste is een qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud. Het tweede is een nifal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . van het werkw. râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenach : râ´âh (zien) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 26 of 206 . Gr. horaô (zien) . Taalgebruik in de Septuaginta : horaô (zien) . Taalgebruik in het N.T. : horaô (zien) . Lat. videre . Fr. voir . Ned. zien . E. to see . D. sehen . pass. Lat. apparere . Fr. apparaître . E. appear . Ned. verschijnen . D. erscheinen . Een vorm van horaô (zien, verschijnen) in het N.T. (114) , in de LXX (1539) . Tenach (162) . Pentateuch (85) . Ex (17) : (1) Ex 2,11 . (2) Ex 2,12 . (3) Ex 2,25 . (4) Ex 3,2 . (5) Ex 3,4 . (6) Ex 8,11 . (7) Ex 9,34 . (8) Ex 14,30 . (9) Ex 14,31 . (10) Ex 18,14. (11) Ex 20,18 . (12) Ex 32,1 . (13) Ex 32,5 . (14) Ex 32,19 . (15) Ex 32,25 . (16) Ex 34,30 . (17) Ex 39,43 .

9. qèrèn (hoorn) . Taalgebruik in Tenakh : qèrèn (hoorn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , nun = 14 of 50 ; totaal : 53 (priemgetal) OF 350 (2 X 5² X 7) . 53 en 35 zijn spiegelgetallen . Structuur : 1 - 2 - 5 . Gr. keras (hoorn) . Taalgebruik in de LXX : keras (hoorn) . Taalgebruik in het NT : keras (hoorn) . Lat. cornu . N. hoorn . Fr. corne . E. horn . D. Horn . Een vorm van keras (hoorn) in de LXX (123) , in het NT (11) . Verwant met qâran (stralen schieten) . Fr. rayonnement (straling) < Lat. radius (straal) . Ook verwant met corne en couronne , of hoorn met kroon . Zie de Souzenelle , p. 30 . q-r-n : Tenakh (19) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (10) . Pentateuch (3) : (1) Ex 34,29 . (2) Ex 34,30 . (3) Ex 34,35 . Eerdere Profeten (3) : (1) 1 S 2,10 . (2) 1 S 16,13 . (3) 1 K 1,39 . In 1 S 16,13 en 1 K 1,39 volgt op qèrèn (hoorn) de inhoud van de hoorn nl. hasjsjèmèn (de olie) , waardoor de hoorn een bepaald 'gebruiksvoorwerp' of cultusvoorwerp wordt . In 1 S 2,10 wordt de functie van de inhoud van de hoorn gegeven nl. zalven en verwijst naar de persoon die werd gezalfd . 1 S 16,13 en 1 K 1,39 zijn zeer parallel opgebouwd en verwijzen naar de zalving van David en Salomo tot koning .

Ex 34,31 - Ex 34,31 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [31] Maar toen Mozes hen riep, kwamen Aäron en al de leiders van de gemeenschap naar hem toe. Mozes bracht hun verslag uit.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,32 - Ex 34,32 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [32] Daarna kwamen al de Israëlieten naar hem toe. Hij hield hun alles voor wat de heer hem op de berg Sinai gezegd had.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,33 - Ex 34,33 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [33] Toen Mozes zijn toespraak beëindigd had, deed hij een doek* over zijn gezicht.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,34 - Ex 34,34 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [34] En telkens als Mozes naar de heer ging om met Hem te spreken, deed hij de doek af tot hij weer buiten kwam. Als hij dan, naar buiten gekomen, de Israëlieten ging meedelen wat zij moesten doen,       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ex 34,35 - Ex 34,35 : De nieuwe stenen platen - Ex (Exodus) -- Ex 34 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Ex 34,1-35 -- Ex 34,1 - Ex 34,2 - Ex 34,3 - Ex 34,4 - Ex 34,5 - Ex 34,6 - Ex 34,7 - Ex 34,8 - Ex 34,9 - Ex 34,10 - Ex 34,11 - Ex 34,12 - Ex 34,13 - Ex 34,14 - Ex 34,15 - Ex 34,16 - Ex 34,17 - Ex 34,18 - Ex 34,19 - Ex 34,20 - Ex 34,21 - Ex 34,22 - Ex 34,23 - Ex 34,24 - Ex 34,25 - Ex 34,26 - Ex 34,27 - Ex 34,28 - Ex 34,29 - Ex 34,30 - Ex 34,31 - Ex 34,32 - Ex 34,33 - Ex 34,34 - Ex 34,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [35] zagen zij de glans op zijn gezicht; dan deed hij de sluier weer over zijn gelaat, tot hij opnieuw naar binnen ging om met de heer te spreken.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. qèrèn (hoorn) . Taalgebruik in Tenakh : qèrèn (hoorn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , nun = 14 of 50 ; totaal : 53 (priemgetal) OF 350 (2 X 5² X 7) . 53 en 35 zijn spiegelgetallen . Structuur : 1 - 2 - 5 . Gr. keras (hoorn) . Taalgebruik in de LXX : keras (hoorn) . Taalgebruik in het NT : keras (hoorn) . Lat. cornu . N. hoorn . Fr. corne . E. horn . D. Horn . Een vorm van keras (hoorn) in de LXX (123) , in het NT (11) . Verwant met qâran (stralen schieten) . Fr. rayonnement (straling) < Lat. radius (straal) . Ook verwant met corne en couronne , of hoorn met kroon . Zie de Souzenelle , p. 30 . q-r-n : Tenakh (19) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (10) . Pentateuch (3) : (1) Ex 34,29 . (2) Ex 34,30 . (3) Ex 34,35 . Eerdere Profeten (3) : (1) 1 S 2,10 . (2) 1 S 16,13 . (3) 1 K 1,39 . In 1 S 16,13 en 1 K 1,39 volgt op qèrèn (hoorn) de inhoud van de hoorn nl. hasjsjèmèn (de olie) , waardoor de hoorn een bepaald 'gebruiksvoorwerp' of cultusvoorwerp wordt . In 1 S 2,10 wordt de functie van de inhoud van de hoorn gegeven nl. zalven en verwijst naar de persoon die werd gezalfd . 1 S 16,13 en 1 K 1,39 zijn zeer parallel opgebouwd en verwijzen naar de zalving van David en Salomo tot koning .