| |
|
|
|
[3] Hij zei tegen mij: ‘Mensenkind, Ik zend u naar de Israëlieten,
dat volk* van rebellen dat zich tegen Mij verzet heeft. Zij en hun
vaderen hebben tegen Mij gezondigd tot op de dag van vandaag. |
[3] ‘Mensenkind, ik stuur jou naar de Israëlieten,
naar dat weerspannige volk dat tegen mij in opstand is gekomen. Tot
op de dag van vandaag verzetten ze zich tegen mij, zoals ook hun voorouders
hebben gedaan. |
3 Hij zegt tot mij:
mensenzoon, ik zend jou tot de zonen Israëls,
tot de volksstammen van de afvalligen; die van mij afvallig zijn geworden;
zij en hun vaderen hebben zich tegen mij misgaan
tot op deze huidige dag; |
|