GENESIS 3 - GN 3 -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 3 -
- Gn 3,1-24 -- Gn 3,9-15 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Gn (Genesis) : overzicht , Gn : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Gn : commentaar ,

Overzicht van Genesis : - Gn 1 - Gn 2 - Gn 3 - Gn 4 - Gn 5 - Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 - Gn 9 - Gn 10 - Gn 11 - Gn 12 - Gn 13 - Gn 14 - Gn 15 - Gn 16 - Gn 17 - Gn 18 - Gn 19 - Gn 20 - Gn 21 - Gn 22 - Gn 23 - Gn 24 - Gn 25 - Gn 26 - Gn 27 - Gn 28 - Gn 29 - Gn 30 - Gn 31 - Gn 32 - Gn 33 - Gn 34 - Gn 35 - Gn 36 - Gn 37 - Gn 38 - Gn 39 - Gn 40 - Gn 41 - Gn 42 - Gn 43 - Gn 44 - Gn 45 - Gn 46 - Gn 47 - Gn 48 - Gn 49 - Gn 50 -
Overzicht vers per vers : - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- nâchâsj (slang) , zie Gn 3,1 .
Bibliografie :
Literatuur
Liturgisch gebruik

- Gn 3,9-15 : 10de (tiende) zondag door het b-jaar .

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

Overzicht van de bijbelboeken
-
OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


Verdrijving uit de tuin . Gn 3,1-24 - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24

Gn 3,1 - Gn 3,1 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  1 sed et serpens erat callidior cunctis animantibus terrae quae fecerat Dominus Deus qui dixit ad mulierem cur praecepit vobis Deus ut non comederetis de omni ligno paradisi    1 De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?      1 ¶ Maar de slang is uitgekleder geweest dan al wat in het wild leeft op het veld, dat de ENE, God, heeft gemaakt; hij zegt tot de vrouw: echt waar dat God heeft gezegd ‘gij zult niet eten van al dat geboomte in de hof!’?  1. Le serpent était le plus rusé de tous les animaux des champs que Yahvé Dieu avait faits. Il dit à la femme : Alors, Dieu a dit : Vous ne mangerez pas de tous les arbres du jardin ? 

King James Bible . [1] Now the serpent was more subtil than any beast of the field which the LORD God had made. And he said unto the woman, Yea, hath God said, Ye shall not eat of every tree of the garden?
Luther-Bibel . 3 1 Aber die Schlange war listiger als alle Tiere auf dem Felde, die Gott der HERR gemacht hatte, und sprach zu der Frau: Ja, sollte Gott gesagt haben: Ihr sollt nicht essen von allen Bäumen im Garten?

Tekstuitleg van Gn 3,1

1. wëhannâchâsj (en de slang) .
- nâchâsj (slang) . Verwijzing : nâchâsj (slang) , zie Gn 3,1 . Getalwaarde : nun = 14 of 50 ; chet = 8 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 43 of 358 . Structuur : 50 - 8 - 300 (5 - 8 - 3).
--- een woord met dezelfde structuur is nphl (vallen) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , pe = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 42 of 160 . Structuur : 50 - 80 - 30 (5 - 8 - 3) .
--- Verwijzing : nèphèsj (geest), zie Ps 104,1 . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 . Structuur : 50 - 80 - 300 (5 - 8 - 3) .

Gn 3,2 - Gn 3,2 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  2 cui respondit mulier de fructu lignorum quae sunt in paradiso vescemur    2 En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten;       2 Dan zegt de vrouw tot de slang: van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten!–  2. La femme répondit au serpent : Nous pouvons manger du fruit des arbres du jardin.  

King James Bible . [2] And the woman said unto the serpent, We may eat of the fruit of the trees of the garden:
Luther-Bibel . 2 Da sprach die Frau zu der Schlange: Wir essen von den Früchten der Bäume im Garten;

Tekstuitleg van Gn 3,2 .

Gn 3,3 - Gn 3,3 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  3 de fructu vero ligni quod est in medio paradisi praecepit nobis Deus ne comederemus et ne tangeremus illud ne forte moriamur    3 Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft.       3 maar van de vrucht van de boom midden in de hof heeft God gezegd: van hem zult ge niet eten en hem niet aanraken,– anders zult ge sterven!  3. Mais du fruit de l'arbre qui est au milieu du jardin, Dieu a dit : Vous n'en mangerez pas, vous n'y toucherez pas, sous peine de mort.  

King James Bible . [3] But of the fruit of the tree which is in the midst of the garden, God hath said, Ye shall not eat of it, neither shall ye touch it, lest ye die.
Luther-Bibel . 3 aber von den Früchten des Baumes mitten im Garten hat Gott gesagt: Esset nicht davon, rühret sie auch nicht an, dass ihr nicht sterbet!

Tekstuitleg van Gn 3,3 .

Gn 3,4 - Gn 3,4 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  4 dixit autem serpens ad mulierem nequaquam morte moriemini     4 Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven;      4 Dan zegt de slang tot de vrouw: sterven?– niks sterven zult ge!–   4. Le serpent répliqua à la femme : Pas du tout ! Vous ne mourrez pas !  

King James Bible . [4] And the serpent said unto the woman, Ye shall not surely die:
Luther-Bibel . 4 Da sprach die Schlange zur Frau: Ihr werdet keineswegs des Todes sterben,

Tekstuitleg van Gn 3,4 .

Gn 3,5 - Gn 3,5 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  5 scit enim Deus quod in quocumque die comederitis ex eo aperientur oculi vestri et eritis sicut dii scientes bonum et malum     5 Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad.      5 nee, God onderkent dat op de dag dat ge van hem eet uw ogen zullen opengaan; wezen zult ge als goden, onderkennend goed en kwaad!  5. Mais Dieu sait que, le jour où vous en mangerez, vos yeux s'ouvriront et vous serez comme des dieux, qui connaissent le bien et le mal.  

King James Bible . [5] For God doth know that in the day ye eat thereof, then your eyes shall be opened, and ye shall be as gods, knowing good and evil.
Luther-Bibel . 5 sondern Gott weiß: an dem Tage, da ihr davon esst, werden eure Augen aufgetan, und ihr werdet sein wie Gott und wissen, was gut und böse ist.

Tekstuitleg van Gn 3,5 .

Gn 3,6 - Gn 3,6 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  6 vidit igitur mulier quod bonum esset lignum ad vescendum et pulchrum oculis aspectuque delectabile et tulit de fructu illius et comedit deditque viro suo qui comedit    6 En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.      6 ¶ Dan ziet de vrouw dat de boom goed is om van te eten, en dat hij een lust is voor de ogen en begeerlijk, de boom, om tot inzicht te komen; dan neemt zij van zijn vrucht en eet; ze geeft ook aan haar man bij haar, en hij eet.   6. La femme vit que l'arbre était bon à manger et séduisant à voir, et qu'il était, cet arbre, désirable pour acquérir le discernement. Elle prit de son fruit et mangea. Elle en donna aussi à son mari, qui était avec elle, et il mangea. 

King James Bible . [6] And when the woman saw that the tree was good for food, and that it was pleasant to the eyes, and a tree to be desired to make one wise, she took of the fruit thereof, and did eat, and gave also unto her husband with her; and he did eat.
Luther-Bibel . 6 Und die Frau sah, dass von dem Baum gut zu essen wäre und dass er eine Lust für die Augen wäre und verlockend, weil er klug machte. Und sie nahm von der Frucht und aß und gab ihrem Mann, der bei ihr war, auch davon und er aß.

Tekstuitleg van Gn 3,6 .

Gn 3,7 - Gn 3,7 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  7 et aperti sunt oculi amborum cumque cognovissent esse se nudos consuerunt folia ficus et fecerunt sibi perizomata    7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten.      7 Dan gaan de ogen van hen tweeën open en onderkennen ze dat ze naakt zijn, zij; ze naaien loof van een vijg aaneen en maken zich schorten.  7. Alors leurs yeux à tous deux s'ouvrirent et ils connurent qu'ils étaient nus; il cousirent des feuilles de figuier et se firent des pagnes.  

King James Bible . [7] And the eyes of them both were opened, and they knew that they were naked; and they sewed fig leaves together, and made themselves aprons.
Luther-Bibel . 7 Da wurden ihnen beiden die Augen aufgetan und sie wurden gewahr, dass sie nackt waren, und flochten Feigenblätter zusammen und machten sich Schurze.

Tekstuitleg van Gn 3,7 .

Gn 3,8 - Gn 3,8 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  8 et cum audissent vocem Domini Dei deambulantis in paradiso ad auram post meridiem abscondit se Adam et uxor eius a facie Domini Dei in medio ligni paradisi     8 En zij hoorden de stem van den HEERE God, wandelende in den hof, aan den wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, in het midden van het geboomte des hofs.       8 Ze horen de stem van de ENE, God, omgaan door de hof, in de avondwind van die dag, en ze verschuilen zich, de roodbloedige mens en zijn vrouw, voor het aanschijn van de ENE, God, te midden van de bomen van de hof.  8. Ils entendirent le pas de Yahvé Dieu qui se promenait dans le jardin à la brise du jour, et l'homme et sa femme se cachèrent devant Yahvé Dieu parmi les arbres du jardin. 

King James Bible . [8] And they heard the voice of the LORD God walking in the garden in the cool of the day: and Adam and his wife hid themselves from the presence of the LORD God amongst the trees of the garden.
Luther-Bibel . 8 Und sie hörten Gott den HERRN, wie er im Garten ging, als der Tag kühl geworden war. Und Adam versteckte sich mit seiner Frau vor dem Angesicht Gottes des HERRN unter den Bäumen im Garten.

Tekstuitleg van Gn 3,8 .

Lezing op de 10de (tiende) zondag door het b-jaar : Gn 3,9-15 . Verwijzing : Gn 3,9-15 .

Nadat Adam van de boom gegeten had, riep de Heer God de mens en vroeg hem: "Waar zijt gij?" Hij antwoordde "Ik hoorde uw donder in de tuin en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen." Maar Hij zei: "Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?" De mens antwoordde: "De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt zij heeft mij van die boom gegeven en toen heb ik gegeten." Daarop vroeg de Heer God aan de vrouw: "Hoe hebt gij dat kunnen doen?" De vrouw zei: "De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten." De Heer God zei toen tot de slang: "Omdat ge dit gedaan hebt zijt gij vervloekt onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Het zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel!"

Gn 3,9 - Gn 3,9 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  9 vocavitque Dominus Deus Adam et dixit ei ubi es    9 En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?      9 ¶ Dan roept de ENE, God, tot de roodbloedige mens en zegt tot hem: waar ben je?  9. Yahvé Dieu appela l'homme : Où es-tu ? dit-il.  

King James Bible . [9] And the LORD God called unto Adam, and said unto him, Where art thou?
Luther-Bibel . 9 Und Gott der HERR rief Adam und sprach zu ihm: Wo bist du?
- 10de (tiende) zondag door het b-jaar . Nadat Adam van de boom gegeten had, riep de Heer God de mens en vroeg hem: "Waar zijt gij?"

Tekstuitleg van Gn 3,9 .

Gn 3,10 - Gn 3,10 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  10 qui ait vocem tuam audivi in paradiso et timui eo quod nudus essem et abscondi me     10 En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.       10 En hij zegt: uw stem heb ik gehoord in de hof,– en ik werd bevreesd, omdat ik naakt ben, en verschool mij!  10. J'ai entendu ton pas dans le jardin, répondit l'homme; j'ai eu peur parce que je suis nu et je me suis caché.  

King James Bible . [10] And he said, I heard thy voice in the garden, and I was afraid, because I was naked; and I hid myself.
Luther-Bibel . 10 Und er sprach: Ich hörte dich im Garten und fürchtete mich; denn ich bin nackt, darum versteckte ich mich.
- 10de (tiende) zondag door het b-jaar . Hij antwoordde "Ik hoorde uw donder in de tuin en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen."

Tekstuitleg van Gn 3,10 .

Gn 3,11 - Gn 3,11 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  11 cui dixit quis enim indicavit tibi quod nudus esses nisi quod ex ligno de quo tibi praeceperam ne comederes comedisti     11 En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van dien boom gegeten, van welken Ik u gebood, dat gij daarvan niet eten zoudt?       11 ¶ En hij zegt: wie heeft aan jou gemeld dat je naakt bent, jij?– heb je van de boom waarvan ik je heb geboden om daar niet van te eten, toch gegeten?   11. Il reprit : Et qui t'a appris que tu étais nu ? Tu as donc mangé de l'arbre dont je t'avais défendu de manger ! 

King James Bible . [11] And he said, Who told thee that thou wast naked? Hast thou eaten of the tree, whereof I commanded thee that thou shouldest not eat?
Luther-Bibel . 11 Und er sprach: Wer hat dir gesagt, dass du nackt bist? Hast du nicht gegessen von dem Baum, von dem ich dir gebot, du solltest nicht davon essen?
- 10de (tiende) zondag door het b-jaar . Maar Hij zei: "Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?"

Tekstuitleg van Gn 3,11 .

Gn 3,12 - Gn 3,12 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  12 dixitque Adam mulier quam dedisti sociam mihi dedit mihi de ligno et comedi     12 Toen zeide Adam: De vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb gegeten.       12 Dan zegt de roodbloedige mens: de vrouw die gij hebt gegeven om met mij te zijn, zij gaf mij van de boom en toen at ik.   12. L'homme répondit : C'est la femme que tu as mise auprès de moi qui m'a donné de l'arbre, et j'ai mangé !  

King James Bible . [12] And the man said, The woman whom thou gavest to be with me, she gave me of the tree, and I did eat.
Luther-Bibel . 12 Da sprach Adam: Die Frau, die du mir zugesellt hast, gab mir von dem Baum und ich aß.
- 10de (tiende) zondag door het b-jaar . De mens antwoordde: "De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt zij heeft mij van die boom gegeven en toen heb ik gegeten."

Tekstuitleg van Gn 3,12 .

Gn 3,13 - Gn 3,13 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  13 et dixit Dominus Deus ad mulierem quare hoc fecisti quae respondit serpens decepit me et comedi     13 En de HEERE God zeide tot de vrouw: Wat is dit, dat gij gedaan hebt? En de vrouw zeide: De slang heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten.       13 Dan zegt de ENE, God, tot de vrouw: waarom heb je dát gedaan?– de vrouw zegt: de slang heeft mij verleid en ik at!   13. Yahvé Dieu dit à la femme : Qu'as-tu fait là ? et la femme répondit : C'est le serpent qui m'a séduite, et j'ai mangé.  

King James Bible . [13] And the LORD God said unto the woman, What is this that thou hast done? And the woman said, The serpent beguiled me, and I did eat.
Luther-Bibel . 13 Da sprach Gott der HERR zur Frau: Warum hast du das getan? Die Frau sprach: Die Schlange betrog mich, sodass ich aß.
- 10de (tiende) zondag door het b-jaar . Daarop vroeg de Heer God aan de vrouw: "Hoe hebt gij dat kunnen doen?" De vrouw zei: "De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten."

Tekstuitleg van Gn 3,13 .

1. wajj´omèr (en hij zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . Qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In 1879 verzen in de bijbel . In 594 verzen in de Pentateuch .In 315 verzen in het boek Gn (Genesis) . In negen verzen in Gn 3 : (1) Gn 3,1 . (2) Gn 3,4 . (3) Gn 3,9 . (4) Gn 3,10 . (5) Gn 3,11 . (6) Gn 3,12 . (7) Gn 3,13 . (8) Gn 3,14 . (9) Gn 3,24 .

1. - 3. wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . ´âmar (zeggen) . In 204 verzen in de bijbel . In achttien verzen in Gn (zie Gn 12,1) : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 3,13 . (3) Gn 3,14 . (4) Gn 3,22 . (5) Gn 4,6 . (6) Gn 4,9 . (7) Gn 4,15 . (8) Gn 6,3 . (9) Gn 6,7 . (10) Gn 7,1 . (11) Gn 8,21 . (12) Gn 11,6 . (13) Gn 12,1 . (14) Gn 18,13 . (15) Gn 18,20 . (16) Gn 18,26 . (17) Gn 25,23 . (18) Gn 31,3 .
- wajj´omèr JHWH ´èlohîm (en God zei) . In vier verzen in de bijbel en wel in : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 3,13 . (3) Gn 3,14 . (4) Gn 3,22 .
- wajj´omèr ´èlohîm (en God zei) . In zevenentwintig verzen in de bijbel . In eenentwintig verzen in Gn . In tien verzen in Gn 1 .

Gn 3,14 - Gn 3,14 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  14 et ait Dominus Deus ad serpentem quia fecisti hoc maledictus es inter omnia animantia et bestias terrae super pectus tuum gradieris et terram comedes cunctis diebus vitae tuae     14 Toen zeide de HEERE God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens.       14 ¶ Dan zegt de ENE, God, tot de slang: omdat je dat gedaan hebt, vervloekt jij, onder alle beesten en onder al wat in het wild leeft op het veld; op je buik zul je voortgaan en stof zul je eten, al de dagen van je leven!–   14. Alors Yahvé Dieu dit au serpent : Parce que tu as fait cela, maudit sois-tu entre tous les bestiaux et toutes les bêtes sauvages. Tu marcheras sur ton ventre et tu mangeras de la terre tous les jours de ta vie. 

King James Bible . [14] And the LORD God said unto the serpent, Because thou hast done this, thou art cursed above all cattle, and above every beast of the field; upon thy belly shalt thou go, and dust shalt thou eat all the days of thy life:
Luther-Bibel . 14 Da sprach Gott der HERR zu der Schlange: Weil du das getan hast, seist du verflucht, verstoßen aus allem Vieh und allen Tieren auf dem Felde. Auf deinem Bauche sollst du kriechen und Erde fressen dein Leben lang.
- 10de (tiende) zondag door het b-jaar . De Heer God zei toen tot de slang: "Omdat ge dit gedaan hebt zijt gij vervloekt onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven!

Tekstuitleg van Gn 3,14 .

1. wajj´omèr (en hij zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . Qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In 1879 verzen in de bijbel . In 594 verzen in de Pentateuch .In 315 verzen in het boek Gn (Genesis) . In negen verzen in Gn 3 : (1) Gn 3,1 . (2) Gn 3,4 . (3) Gn 3,9 . (4) Gn 3,10 . (5) Gn 3,11 . (6) Gn 3,12 . (7) Gn 3,13 . (8) Gn 3,14 . (9) Gn 3,24 .

1. - 3. wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . ´âmar (zeggen) . In 204 verzen in de bijbel . In achttien verzen in Gn (zie Gn 12,1) : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 3,13 . (3) Gn 3,14 . (4) Gn 3,22 . (5) Gn 4,6 . (6) Gn 4,9 . (7) Gn 4,15 . (8) Gn 6,3 . (9) Gn 6,7 . (10) Gn 7,1 . (11) Gn 8,21 . (12) Gn 11,6 . (13) Gn 12,1 . (14) Gn 18,13 . (15) Gn 18,20 . (16) Gn 18,26 . (17) Gn 25,23 . (18) Gn 31,3 .
- wajj´omèr JHWH ´èlohîm (en God zei) . In vier verzen in de bijbel en wel in : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 3,13 . (3) Gn 3,14 . (4) Gn 3,22 .
- wajj´omèr ´èlohîm (en God zei) . In zevenentwintig verzen in de bijbel . In eenentwintig verzen in Gn . In tien verzen in Gn 1 .

Gn 3,15 - Gn 3,15 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  15 inimicitias ponam inter te et mulierem et semen tuum et semen illius ipsa conteret caput tuum et tu insidiaberis calcaneo eius     15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.       15 en vijandschap zal ik zetten tussen jou en de vrouw, tussen jouw zaad en haar nazaat; hij zal jou voor het hoofd stoten, jíj zult hem bijten in de hiel. ••  15. Je mettrai une hostilité entre toi et la femme, entre ton lignage et le sien. Il t'écrasera la tête et tu l'atteindras au talon.  

King James Bible . [15] And I will put enmity between thee and the woman, and between thy seed and her seed; it shall bruise thy head, and thou shalt bruise his heel.
Luther-Bibel . 15 Und ich will Feindschaft setzen zwischen dir und der Frau und zwischen deinem Nachkommen und ihrem Nachkommen; der soll dir den Kopf zertreten, und du wirst ihn in die Ferse stechen.
- 10de (tiende) zondag door het b-jaar . Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Het zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel!"

Tekstuitleg van Gn 3,15 .

Gn 3,16 - Gn 3,16 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  16 mulieri quoque dixit multiplicabo aerumnas tuas et conceptus tuos in dolore paries filios et sub viri potestate eris et ipse dominabitur tui     16 Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.       16 ¶ Tot de vrouw heeft hij gezegd: in veelvoud vermeerder ik je pijniging en je zwangerschap, met pijn zul je zonen baren; op je man richt zich je hartstocht en hij zal je overheersen! •• 16. A la femme, il dit : Je multiplierai les peines de tes grossesses, dans la peine tu enfanteras des fils. Ta convoitise te poussera vers ton mari et lui dominera sur toi.  

King James Bible . [16] Unto the woman he said, I will greatly multiply thy sorrow and thy conception; in sorrow thou shalt bring forth children; and thy desire shall be to thy husband, and he shall rule over thee.
Luther-Bibel . 16 Und zur Frau sprach er: Ich will dir viel Mühsal schaffen, wenn du schwanger wirst; unter Mühen sollst du Kinder gebären. Und dein Verlangen soll nach deinem Mann sein, aber er soll dein Herr sein.

Tekstuitleg van Gn 3,16 .

Gn 3,17 - Gn 3,17 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  17 ad Adam vero dixit quia audisti vocem uxoris tuae et comedisti de ligno ex quo praeceperam tibi ne comederes maledicta terra in opere tuo in laboribus comedes eam cunctis diebus vitae tuae     17 En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.       17 ¶ Tot roodbloedige Adam heeft hij gezegd: omdat je gehoor hebt gegeven aan de stem van je vrouw en at van de boom, waarover ik je had geboden en gezegd: ‘eet van hem níet!’ is nu de bloedrode grond om jouwentwil vervloekt; in pijn zul je van haar eten al de dagen van je leven;   17. A l'homme, il dit : Parce que tu as écouté la voix de ta femme et que tu as mangé de l'arbre dont je t'avais interdit de manger, maudit soit le sol à cause de toi ! A force de peines tu en tireras subsistance tous les jours de ta vie.  

King James Bible . [17] And unto Adam he said, Because thou hast hearkened unto the voice of thy wife, and hast eaten of the tree, of which I commanded thee, saying, Thou shalt not eat of it: cursed is the ground for thy sake; in sorrow shalt thou eat of it all the days of thy life;
Luther-Bibel . 17 Und zum Mann sprach er: Weil du gehorcht hast der Stimme deiner Frau und gegessen von dem Baum, von dem ich dir gebot und sprach: Du sollst nicht davon essen –, verflucht sei der Acker um deinetwillen! Mit Mühsal sollst du dich von ihm nähren dein Leben lang.

Tekstuitleg van Gn 3,17 .

Gn 3,18 - Gn 3,18 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  18 spinas et tribulos germinabit tibi et comedes herbas terrae     18 Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten.      18 doornen en distels zal ze voor je laten ontspruiten,– en eten zul je het gewas van het veld!–   18. Il produira pour toi épines et chardons et tu mangeras l'herbe des champs.  

King James Bible . [18] Thorns also and thistles shall it bring forth to thee; and thou shalt eat the herb of the field;
Luther-Bibel . 18 Dornen und Disteln soll er dir tragen, und du sollst das Kraut auf dem Felde essen.

Tekstuitleg van Gn 3,18 .

Gn 3,19 - Gn 3,19 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  19 in sudore vultus tui vesceris pane donec revertaris in terram de qua sumptus es quia pulvis es et in pulverem reverteris     19 In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.       19 met het zweet in je neusgaten zul je je brood eten, totdat je terugkeert tot de bloedrode grond, want uit haar ben je genomen, ja, stof ben jij en tot stof keer je terug!   19. A la sueur de ton visage tu mangeras ton pain, jusqu'à ce que tu retournes au sol, puisque tu en fus tiré. Car tu es glaise et tu retourneras à la glaise.  

King James Bible . [19] In the sweat of thy face shalt thou eat bread, till thou return unto the ground; for out of it wast thou taken: for dust thou art, and unto dust shalt thou return.
Luther-Bibel . 19 Im Schweiße deines Angesichts sollst du dein Brot essen, bis du wieder zu Erde werdest, davon du genommen bist. Denn du bist Erde und sollst zu Erde werden.

Tekstuitleg van Gn 3,19 .

Gn 3,20 - Gn 3,20 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  20 et vocavit Adam nomen uxoris suae Hava eo quod mater esset cunctorum viventium    20 Voorts noemde Adam den naam zijner vrouw Heva, omdat zij een moeder aller levenden is.      20 ¶ De bloedrode mens roept als naam voor zijn vrouw uit ‘Eva’, – levensbron, – want zij is de moeder geworden van al wie leeft.   20. L'homme appela sa femme Eve, parce qu'elle fut la mère de tous les vivants.  

King James Bible . [20] And Adam called his wife's name Eve; because she was the mother of all living.
Luther-Bibel . 20 Und Adam nannte seine Frau Eva; denn sie wurde die Mutter aller, die da leben.

Tekstuitleg van Gn 3,20 .

Gn 3,21 - Gn 3,21 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  21 fecit quoque Dominus Deus Adam et uxori eius tunicas pellicias et induit eos     21 En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.       21 ¶ Dan maakt de ENE, God, voor roodbloedige Adam en voor zijn vrouw mantels van huid en kleedt hen aan. •  21. Yahvé Dieu fit à l'homme et à sa femme des tuniques de peau et les en vêtit. 

King James Bible . [21] Unto Adam also and to his wife did the LORD God make coats of skins, and clothed them.
Luther-Bibel . 21 Und Gott der HERR machte Adam und seiner Frau Röcke von Fellen und zog sie ihnen an.

Tekstuitleg van Gn 3,21 .

Gn 3,22 - Gn 3,22 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  22 et ait ecce Adam factus est quasi unus ex nobis sciens bonum et malum nunc ergo ne forte mittat manum suam et sumat etiam de ligno vitae et comedat et vivat in aeternum     22 Toen zeide de HEERE God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van den boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid.      22 ¶ Dan zegt de ENE, God: ziehier, de roodbloedige mens is geworden als één van ons en heeft kennis van goed en kwaad; welnu, laat hij niet zijn hand uitstrekken en ook nog nemen van de boom des levens en eten zodat hij leeft voor eeuwig!   22. Puis Yahvé Dieu dit : Voilà que l'homme est devenu comme l'un de nous, pour connaître le bien et le mal ! Qu'il n'étende pas maintenant la main, ne cueille aussi de l'arbre de vie, n'en mange et ne vive pour toujours ! 

King James Bible . [22] And the LORD God said, Behold, the man is become as one of us, to know good and evil: and now, lest he put forth his hand, and take also of the tree of life, and eat, and live for ever:
Luther-Bibel . 22 Und Gott der HERR sprach: Siehe, der Mensch ist geworden wie unsereiner und weiß, was gut und böse ist. Nun aber, dass er nur nicht ausstrecke seine Hand und breche auch von dem Baum des Lebens und esse und lebe ewiglich!

Tekstuitleg van Gn 3,22 .

1. wajj´omèr (en hij zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . Qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In 1879 verzen in de bijbel . In 594 verzen in de Pentateuch .In 315 verzen in het boek Gn (Genesis) . In negen verzen in Gn 3 : (1) Gn 3,1 . (2) Gn 3,4 . (3) Gn 3,9 . (4) Gn 3,10 . (5) Gn 3,11 . (6) Gn 3,12 . (7) Gn 3,13 . (8) Gn 3,14 . (9) Gn 3,24 .

1. - 3. wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . ´âmar (zeggen) . In 204 verzen in de bijbel . In achttien verzen in Gn (zie Gn 12,1) : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 3,13 . (3) Gn 3,14 . (4) Gn 3,22 . (5) Gn 4,6 . (6) Gn 4,9 . (7) Gn 4,15 . (8) Gn 6,3 . (9) Gn 6,7 . (10) Gn 7,1 . (11) Gn 8,21 . (12) Gn 11,6 . (13) Gn 12,1 . (14) Gn 18,13 . (15) Gn 18,20 . (16) Gn 18,26 . (17) Gn 25,23 . (18) Gn 31,3 .
- wajj´omèr JHWH ´èlohîm (en God zei) . In vier verzen in de bijbel en wel in : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 3,13 . (3) Gn 3,14 . (4) Gn 3,22 .
- wajj´omèr ´èlohîm (en God zei) . In zevenentwintig verzen in de bijbel . In eenentwintig verzen in Gn . In tien verzen in Gn 1 .

Gn 3,23 - Gn 3,23 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  23 emisit eum Dominus Deus de paradiso voluptatis ut operaretur terram de qua sumptus est     23 Zo verzond hem de HEERE God uit den hof van Eden, om den aardbodem te bouwen, waaruit hij genomen was.       23 Zo zendt de ENE, God, hem heen uit de hof van Eden; om de bloedrode grond te dienen waaruit hij is genomen;   23. Et Yahvé Dieu le renvoya du jardin d'Éden pour cultiver le sol d'où il avait été tiré. 

King James Bible . [23] Therefore the LORD God sent him forth from the garden of Eden, to till the ground from whence he was taken.
Luther-Bibel . 23 Da wies ihn Gott der HERR aus dem Garten Eden, dass er die Erde bebaute, von der er genommen war.

Tekstuitleg van Gn 3,23 .

Gn 3,24 - Gn 3,23 : Verdrijving uit de tuin - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 3 -- Gn 3,1-24 - Gn 3,1 - Gn 3,2 - Gn 3,3 - Gn 3,4 - Gn 3,5 - Gn 3,6 - Gn 3,7 - Gn 3,8 - Gn 3,9 - Gn 3,10 - Gn 3,11 - Gn 3,12 - Gn 3,13 - Gn 3,14 - Gn 3,15 - Gn 3,16 - Gn 3,17 - Gn 3,18 - Gn 3,19 - Gn 3,20 - Gn 3,21 - Gn 3,22 - Gn 3,23 - Gn 3,24
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  24 eiecitque Adam et conlocavit ante paradisum voluptatis cherubin et flammeum gladium atque versatilem ad custodiendam viam ligni vitae     24 En Hij dreef den mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens.       24 hij verdrijft de roodbloedige mens,– en doet hem ten oosten van de hof van Eden wonen met de cheroeviem en het flakkeren van het wentelende zwaard, ter bewaking van de weg naar de boom des levens.   24. Il bannit l'homme et il posta devant le jardin d'Éden les chérubins et la flamme du glaive fulgurant pour garder le chemin de l'arbre de vie. 

King James Bible . [24] So he drove out the man; and he placed at the east of the garden of Eden Cherubims, and a flaming sword which turned every way, to keep the way of the tree of life.
Luther-Bibel . 24 Und er trieb den Menschen hinaus und ließ lagern vor dem Garten Eden die Cherubim mit dem flammenden, blitzenden Schwert, zu bewachen den Weg zu dem Baum des Lebens.

Tekstuitleg van Gn 3,24 .

1. wajëgârèsj (en hij verdreef) < wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. gârasj (verdrijven, uitwerpen) . Taalgebruik in Tenakh : gârasj (verdrijven, uitwerpen) . Getalwaarde : gimel = 3 , resj = 20 of 200 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 503 (priemgetal) . Structuur : 3 - 2 - 3 . Tenakh (7) : (1) Gn 3,24 . (2) Ex 10,11 . (3) Dt 33,27 . (4) Joz 24,18 . (5) Re 9,41 . (6) 1 K 2,27 . (7) Ps 78,55 . Een vorm van gârasj (verdrijven, uitwerpen) in Pentateuch (21) . Gn (3) : (1) Gn 3,24 . (2) Gn 4,14 . (3) Gn 21,10 . Ex (11) : (1) Ex 2,17 . (2) Ex 6,1 . (3) Ex 10,11 . (4) Ex 11,1 . (5) Ex 12,39 . (6) Ex 23,28 . (7) Ex 23,29 . (8) Ex 23,30 . (9) Ex 23,31 . (10) Ex 33,2 . (11) Ex 34,11 . Lv in (1) Lv 21,7 . (2) Lv 22,13 . (3) . Nu (3) : (1) Nu 22,6 . (2) Nu 22,11 . (3) Nu 30,10 . Dt (1) : Dt 33,27 . Joz (2) : (1) Joz 24,12 . (2) Joz 24,18 . Re (5) : (1) Re 2,3 . (2) Re 6,9 . (3) Re 9,41 . (4) Re 11,2 . (5) Re 11,7 . 1 S (1) : 1 S 26,19 . 1 K (1) : 1 K 2,27 .

 


VULGAAT

1 sed et serpens erat callidior cunctis animantibus terrae quae fecerat Dominus Deus qui dixit ad mulierem cur praecepit vobis Deus ut non comederetis de omni ligno paradisi 2 cui respondit mulier de fructu lignorum quae sunt in paradiso vescemur 3 de fructu vero ligni quod est in medio paradisi praecepit nobis Deus ne comederemus et ne tangeremus illud ne forte moriamur 4 dixit autem serpens ad mulierem nequaquam morte moriemini 5 scit enim Deus quod in quocumque die comederitis ex eo aperientur oculi vestri et eritis sicut dii scientes bonum et malum 6 vidit igitur mulier quod bonum esset lignum ad vescendum et pulchrum oculis aspectuque delectabile et tulit de fructu illius et comedit deditque viro suo qui comedit 7 et aperti sunt oculi amborum cumque cognovissent esse se nudos consuerunt folia ficus et fecerunt sibi perizomata 8 et cum audissent vocem Domini Dei deambulantis in paradiso ad auram post meridiem abscondit se Adam et uxor eius a facie Domini Dei in medio ligni paradisi 9 vocavitque Dominus Deus Adam et dixit ei ubi es 10 qui ait vocem tuam audivi in paradiso et timui eo quod nudus essem et abscondi me 11 cui dixit quis enim indicavit tibi quod nudus esses nisi quod ex ligno de quo tibi praeceperam ne comederes comedisti 12 dixitque Adam mulier quam dedisti sociam mihi dedit mihi de ligno et comedi 13 et dixit Dominus Deus ad mulierem quare hoc fecisti quae respondit serpens decepit me et comedi 14 et ait Dominus Deus ad serpentem quia fecisti hoc maledictus es inter omnia animantia et bestias terrae super pectus tuum gradieris et terram comedes cunctis diebus vitae tuae 15 inimicitias ponam inter te et mulierem et semen tuum et semen illius ipsa conteret caput tuum et tu insidiaberis calcaneo eius 16 mulieri quoque dixit multiplicabo aerumnas tuas et conceptus tuos in dolore paries filios et sub viri potestate eris et ipse dominabitur tui 17 ad Adam vero dixit quia audisti vocem uxoris tuae et comedisti de ligno ex quo praeceperam tibi ne comederes maledicta terra in opere tuo in laboribus comedes eam cunctis diebus vitae tuae 18 spinas et tribulos germinabit tibi et comedes herbas terrae 19 in sudore vultus tui vesceris pane donec revertaris in terram de qua sumptus es quia pulvis es et in pulverem reverteris 20 et vocavit Adam nomen uxoris suae Hava eo quod mater esset cunctorum viventium 21 fecit quoque Dominus Deus Adam et uxori eius tunicas pellicias et induit eos 22 et ait ecce Adam factus est quasi unus ex nobis sciens bonum et malum nunc ergo ne forte mittat manum suam et sumat etiam de ligno vitae et comedat et vivat in aeternum 23 emisit eum Dominus Deus de paradiso voluptatis ut operaretur terram de qua sumptus est 24 eiecitque Adam et conlocavit ante paradisum voluptatis cherubin et flammeum gladium atque versatilem ad custodiendam viam ligni vitae