- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -
Overzicht van Tenakh : Tenakh
: overzicht , Tenakh
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Tenakh
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Septuaginta
: commentaar ,
Gn (Genesis) : overzicht , Gn : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Gn : commentaar ,
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
ALGEMEEN
OVERZICHT
- bijbeloverzicht
, bijbelverwijzingen
- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Oude Testament
, Pentateuch
, Historische
boeken , Profeten
, Wijsheidsboeken
, NT overzicht
, Evangelies
, Synoptici
, Brieven
van Paulus , Apostolische
brieven .
Overzicht van het N.T. : NT
: overzicht , NT
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , NT
: commentaar ,
Overzicht van de bijbelboeken
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus)
, Lv (Leviticus)
, Nu (Numeri)
, Dt (Deuteronomium)
, Joz (Jozua)
, Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
Kaïn en Abel . Gn 4,1-16 - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 -
| Gn 4,1 - Gn 4,1 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . 1] And Adam knew Eve his wife; and she conceived, and bare
Cain, and said, I have gotten a man from the LORD.
Luther-Bibel . 4 1 Und Adam erkannte seine Frau Eva, und sie ward schwanger
und gebar den Kain und sprach: Ich habe einen Mann gewonnen mit Hilfe des HERRN.
Tekstuitleg van Gn 4,1
- waththelèd (en zij baarde, en zij bracht ter wereld) . Actief qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud . In drieënzestig verzen in de bijbel . In eenendertig verzen in Gn : (1) Gn 4,1 . (2) Gn 4,17 . (3) Gn 4,20 . (4) Gn 4,25 . Verwijzing : thôlëdoth (ontstaansgeschiedenissen) , zie Gn 2,4 .
| Gn 4,2 - Gn 4,2 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] And she again bare his brother Abel. And Abel was a
keeper of sheep, but Cain was a tiller of the ground.
Luther-Bibel . 2 Danach gebar sie Abel, seinen Bruder. Und Abel wurde ein Schäfer,
Kain aber wurde ein Ackermann.
Tekstuitleg van Gn 4,2 .
| Gn 4,3 - Gn 4,3 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And in process of time it came to pass, that Cain brought
of the fruit of the ground an offering unto the LORD.
Luther-Bibel . 3 Es begab sich aber nach etlicher Zeit, dass Kain dem HERRN
Opfer brachte von den Früchten des Feldes.
Tekstuitleg van Gn 4,3 .
| Gn 4,4 - Gn 4,4 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James version . And Abel, he also brought of the firstlings of his flock
and of the fat thereof. And the LORD had respect unto Abel and to his offering:
Luther-Bibel . 4 Und auch Abel brachte von den Erstlingen seiner Herde und von
ihrem Fett. Und der HERR sah gnädig an Abel und sein Opfer,
Tekstuitleg van Gn 4,4 . Dit vers Gn 4,4 telt 13 woorden en 51 ( = 3 X 17) letters . De getalwaarde van Gn 4,4 is 2093 (= 7 X 13 X 23) .
7. epeiden ( hij keek neer ) < ep- eiden . actief indicatief aorist derde persoon enkelvoud van het werkwoord eforaô (kijken op, neerkijken) . Taalgebruik in de Septuaginta : eforaô (kijken op, neerkijken) . In vijf verzen in de bijbel : (1) Gn 4,4 (en JHWH keek neer - sjâ`â - op Abel) . (2) Ex 2,25 (en hij - God - keek neer - râ´âh - op de Israëlieten) . (3) Ps 54,9 (Mijn oog keek neer - râ´âh - op mijn vijanden) . (4) Ps 92,12 (Mijn oog keek neer - nâbhat - op mijn vijanden) . (5) Lc 1,25 (God keek neer op mijn schande) . Kijken op - neerzien kan positief of negatief geïnterpreteerd worden : genadig neerzien op , misprijzend neerkijken op . Een vorm van eforaô (kijken op, neerkijken) in de LXX in 29 verzen .
| Gn 4,5 - Gn 4,5 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] But unto Cain and to his offering he had not respect.
And Cain was very wroth, and his countenance fell. [6] And the LORD said unto
Cain, Why art thou wroth? and why is thy countenance fallen?
Luther-Bibel . 5 aber Kain und sein Opfer sah er nicht gnädig an. Da ergrimmte
Kain sehr und senkte finster seinen Blick.
Tekstuitleg van Gn 4,5 .
| Gn 4,6 - Gn 4,6 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And the LORD said unto Cain, Why art thou wroth? and why
is thy countenance fallen?
Luther-Bibel . 6 Da sprach der HERR zu Kain: Warum ergrimmst du? Und warum senkst
du deinen Blick?
Tekstuitleg van Gn 4,6 . Dit vers Gn 4,6 is 10 (2 X 5) woorden en 34 (2 X 17) letters . De getalwaarde van Gn 4,6 is 1219 (23 X 53) .
1. wajj´omèr (en hij zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . Qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In 1879 verzen in de bijbel . In 594 verzen in de Pentateuch .In 315 verzen in het boek Gn (Genesis) . In zeven verzen in Gn 4 : (1) Gn 4,6 . (2) Gn 4,8 . (3) Gn 4,9 . (4) Gn 4,10 . (6) Gn 4,15 . (7) Gn 4,23 .
1. - 3. wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Verwijzing : ´âmar
(zeggen) , zie Jr
1,4 . ´âmar (zeggen) . In 204 verzen in de bijbel . In achttien
verzen in Gn (zie Gn
12,1) : (1) Gn
2,18 . (2) Gn
3,13 . (3) Gn
3,14 . (4) Gn
3,22 . (5) Gn
4,6 . (6) Gn
4,9 . (7) Gn
4,15 . (8) Gn
6,3 . (9) Gn
6,7 . (10) Gn
7,1 . (11) Gn
8,21 . (12) Gn
11,6 . (13) Gn
12,1 . (14) Gn
18,13 . (15) Gn
18,20 . (16) Gn
18,26 . (17) Gn
25,23 . (18) Gn
31,3 .
- wajj´omèr JHWH ´èlohîm (en God zei) . In vier
verzen in de bijbel en wel in : (1) Gn
2,18 . (2) Gn
3,13 . (3) Gn
3,14 . (4) Gn
3,22 .
- wajj´omèr ´èlohîm (en God zei) . In zevenentwintig
verzen in de bijbel . In eenentwintig verzen in Gn . In tien verzen in Gn
1 .
6. chârâh (branden, ontbranden) . Verwijzing :
chârâh
(branden, ontbranden) . In toorn ontbranden . vergrammen < gram
, Gr. chromos ( ge-grom ) . Het woord duidde eerst een geluid aan , en uit een
begrip 'grommen' ontstond dat van vertoornd . Toorn betekent een heftige gemoedsbeweging
, vandaar evenzeer 'toorn' als 'hevig verdriet' . In 17 verzen . In de zin van
drie woorden in Gn
4,6 (lâmmah chârah lakh = waarom ben je vertoornd) komt vijfmaal
de a-klank voor , een klaagklank .
Gr. thumos . Ned. toorn . Gr. perilupos : zeer bedroefd . Bijbel (9) . O.T.
(5) . N.T. (4) . Gn
4,6 ( hina ti perilupos egenou = waarom werd jij zeer bedroefd ) en Ps
42,6 ( hina ti perilupôs ei = waarom ben je bedroefd ) komen in de
LXX sterk met elkaar overeen .
Zie ook : tisjëthôchächî ( je boog je neer ) . Histaf`al
van het werkw. chwh ( zich neerbuigen ) . In drie verzen in Ps 42-43 , telkens
in het refrein .
Lat. incurvaris < in - + curvaris ( curvari : pass. praes. 2de pers. enk.
) . curvus ( cfr curve ) : krom (c - r ) , gebogen . Gr. perilupos ( zeer bedroefd
) .
| Gn 4,7 - Gn 4,7 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] If thou doest well, shalt thou not be accepted? and
if thou doest not well, sin lieth at the door. And unto thee shall be his desire,
and thou shalt rule over him.
Luther-Bibel . 7 Ist's nicht also? Wenn du fromm bist, so kannst du frei den
Blick erheben. Bist du aber nicht fromm, so lauert die Sünde vor der Tür, und
nach dir hat sie Verlangen; du aber herrsche über sie.
Tekstuitleg van Gn 4,7 .
| Gn 4,8 - Gn 4,8 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] And Cain talked with Abel his brother: and it came to
pass, when they were in the field, that Cain rose up against Abel his brother,
and slew him.
Luther-Bibel . 8 Da sprach Kain zu seinem Bruder Abel: Lass uns aufs Feld gehen!
Und es begab sich, als sie auf dem Felde waren, erhob sich Kain wider seinen
Bruder Abel und schlug ihn tot.
Tekstuitleg van Gn 4,8 .
| Gn 4,9 - Gn 4,9 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And the LORD said unto Cain, Where is Abel thy brother?
And he said, I know not: Am I my brother's keeper?
Luther-Bibel . 9 Da sprach der HERR zu Kain: Wo ist dein Bruder Abel? Er sprach:
Ich weiß nicht; soll ich meines Bruders Hüter sein?
Tekstuitleg van Gn 4,9 . Dit vers Gn 4,9 telt 13 woorden en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Gn 4,9 is 1988 (2 X 2 X 7 X 71) .
1. wajj´omèr (en hij zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . Qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In 1879 verzen in de bijbel . In 594 verzen in de Pentateuch .In 315 verzen in het boek Gn (Genesis) . In zeven verzen in Gn 4 : (1) Gn 4,6 . (2) Gn 4,8 . (3) Gn 4,9 . (4) Gn 4,10 . (6) Gn 4,15 . (7) Gn 4,23 .
1. - 3. wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Verwijzing : ´âmar
(zeggen) , zie Jr
1,4 . ´âmar (zeggen) . In 204 verzen in de bijbel . In achttien
verzen in Gn (zie Gn
12,1) : (1) Gn
2,18 . (2) Gn
3,13 . (3) Gn
3,14 . (4) Gn
3,22 . (5) Gn
4,6 . (6) Gn
4,9 . (7) Gn
4,15 . (8) Gn
6,3 . (9) Gn
6,7 . (10) Gn
7,1 . (11) Gn
8,21 . (12) Gn
11,6 . (13) Gn
12,1 . (14) Gn
18,13 . (15) Gn
18,20 . (16) Gn
18,26 . (17) Gn
25,23 . (18) Gn
31,3 .
- wajj´omèr JHWH ´èlohîm (en God zei) . In vier
verzen in de bijbel en wel in : (1) Gn
2,18 . (2) Gn
3,13 . (3) Gn
3,14 . (4) Gn
3,22 .
- wajj´omèr ´èlohîm (en God zei) . In zevenentwintig
verzen in de bijbel . In eenentwintig verzen in Gn . In tien verzen in Gn
1 .
| Gn 4,10 - Gn 4,10 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] And he said, What hast thou done? the voice of thy
brother's blood crieth unto me from the ground.
Luther-Bibel . 10 Er aber sprach: Was hast du getan? Die Stimme des Blutes deines
Bruders schreit zu mir von der Erde.
Tekstuitleg van Gn 4,10 .
| Gn 4,11 - Gn 4,11 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] And now art thou cursed from the earth, which hath
opened her mouth to receive thy brother's blood from thy hand;
Luther-Bibel . 11 Und nun: Verflucht seist du auf der Erde, die ihr Maul hat
aufgetan und deines Bruders Blut von deinen Händen empfangen.
Tekstuitleg van Gn 4,11 .
| Gn 4,12 - Gn 4,12 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] When thou tillest the ground, it shall not henceforth
yield unto thee her strength; a fugitive and a vagabond shalt thou be in the
earth.
Luther-Bibel . 12 Wenn du den Acker bebauen wirst, soll er dir hinfort seinen
Ertrag nicht geben. Unstet und flüchtig sollst du sein auf Erden.
Tekstuitleg van Gn 4,12 .
| Gn 4,13 - Gn 4,13 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] And Cain said unto the LORD, My punishment is greater
than I can bear.
Luther-Bibel . 13 Kain aber sprach zu dem HERRN: Meine Strafe ist zu schwer,
als dass ich sie tragen könnte.
Tekstuitleg van Gn 4,13 .
| Gn 4,14 - Gn 4,14 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] Behold, thou hast driven me out this day from the face
of the earth; and from thy face shall I be hid; and I shall be a fugitive and
a vagabond in the earth; and it shall come to pass, that every one that findeth
me shall slay me.
Luther-Bibel . 14 Siehe, du treibst mich heute vom Acker, und ich muss mich
vor deinem Angesicht verbergen und muss unstet und flüchtig sein auf Erden.
So wird mir's gehen, dass mich totschlägt, wer mich findet.
Tekstuitleg van Gn 4,14 .
Gn 4,14.2. act. piël perf. 2de pers. mann. enk. gerasjëthâ (jij verdrijft) van het werkw. gârasj (verdrijven, verjagen, uitwerpen) . Taalgebruik in Tenakh : gârasj (verdrijven, uitwerpen) . Getalwaarde : gimel = 3 , resj = 20 of 200 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 503 (priemgetal) . Structuur : 3 - 2 - 3 . Tenakh (1) : Gn 4,14 . Een vorm van gârasj (verdrijven, uitwerpen) in Gn (3) : (1) Gn 3,24 . (2) Gn 4,14 . (3) Gn 21,10 .
Gn 4,14.5. - 7. me`al pëne(j) hâ´ädâmâh (vanop het aanschijn van de aarde) . Tenakh (13) : (1) Gn 4,14 . (2) Gn 6,7 . (3) Gn 7,4 . (4) Gn 8,8 . (5) Ex 32,12 . (6) Dt 6,15 . (7) 1 S 20,15 . (8) 1 K 9,7 . (9) 1 K 13,34 . (10) Jr 28,16 . (11) Am 9,8 . (12) Sef 1,2 . (13) Sef 1,3 .
| Gn 4,15 - Gn 4,15 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And the LORD said unto him, Therefore whosoever slayeth
Cain, vengeance shall be taken on him sevenfold. And the LORD set a mark upon
Cain, lest any finding him should kill him.
Luther-Bibel . 15 Aber der HERR sprach zu ihm: Nein, sondern wer Kain totschlägt,
das soll siebenfältig gerächt werden. Und der HERR machte ein Zeichen
an Kain, dass ihn niemand erschlüge, der ihn fände.
Tekstuitleg van Gn 4,15 . Dit vers Gn 4,15 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 64 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2) letters . De getalwaarde van Gn 4,15 is 4285 n(5 X 857) .
1. wajj´omèr (en hij zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . Qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In 1879 verzen in de bijbel . In 594 verzen in de Pentateuch .In 315 verzen in het boek Gn (Genesis) . In zeven verzen in Gn 4 : (1) Gn 4,6 . (2) Gn 4,8 . (3) Gn 4,9 . (4) Gn 4,10 . (6) Gn 4,15 . (7) Gn 4,23 .
1. - 3. wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Verwijzing : ´âmar
(zeggen) , zie Jr
1,4 . ´âmar (zeggen) . In 204 verzen in de bijbel . In achttien
verzen in Gn (zie Gn
12,1) : (1) Gn
2,18 . (2) Gn
3,13 . (3) Gn
3,14 . (4) Gn
3,22 . (5) Gn
4,6 . (6) Gn
4,9 . (7) Gn
4,15 . (8) Gn
6,3 . (9) Gn
6,7 . (10) Gn
7,1 . (11) Gn
8,21 . (12) Gn
11,6 . (13) Gn
12,1 . (14) Gn
18,13 . (15) Gn
18,20 . (16) Gn
18,26 . (17) Gn
25,23 . (18) Gn
31,3 .
- wajj´omèr JHWH ´èlohîm (en God zei) . In vier
verzen in de bijbel en wel in : (1) Gn
2,18 . (2) Gn
3,13 . (3) Gn
3,14 . (4) Gn
3,22 .
- wajj´omèr ´èlohîm (en God zei) . In zevenentwintig
verzen in de bijbel . In eenentwintig verzen in Gn . In tien verzen in Gn
1 .
| Gn 4,16 - Gn 4,16 : Kaïn en Abel - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 4 -- Gn 4,1-16 -- Gn 4,1 - Gn 4,2 - Gn 4,3 - Gn 4,4 - Gn 4,5 - Gn 4,6 - Gn 4,7 - Gn 4,8 - Gn 4,9 - Gn 4,10 - Gn 4,11 - Gn 4,12 - Gn 4,13 - Gn 4,14 - Gn 4,15 - Gn 4,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] And Cain went out from the presence of the LORD, and
dwelt in the land of Nod, on the east of Eden.
Luther-Bibel . 16 So ging Kain hinweg von dem Angesicht des HERRN und wohnte
im Lande Nod, jenseits von Eden, gegen Osten.
Tekstuitleg van Gn 4,16 .
Gn 4,17-24 . Nakomelingen van Kaïn - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,17-24 -- Gn 4,17 - Gn 4,18 - Gn 4,19 - Gn 4,20 - Gn 4,21 - Gn 4,22 - Gn 4,23 - Gn 4,24 -
| Gn 4,17 - Gn 4,17 : Nakomelingen van Kaïn - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,17-24 -- Gn 4,17 - Gn 4,18 - Gn 4,19 - Gn 4,20 - Gn 4,21 - Gn 4,22 - Gn 4,23 - Gn 4,24 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] And Cain knew his wife; and she conceived, and bare
Enoch: and he builded a city, and called the name of the city, after the name
of his son, Enoch.
Luther-Bibel . 17 Und Kain erkannte seine Frau; die ward schwanger und gebar
den Henoch. Und er baute eine Stadt, die nannte er nach seines Sohnes Namen
Henoch.
Tekstuitleg van Gn 4,17
- waththelèd (en zij baarde, en zij bracht ter wereld) . Actief qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud . In drieënzestig verzen in de bijbel . In eenendertig verzen in Gn : (1) Gn 4,1 . (2) Gn 4,17 . (3) Gn 4,20 . (4) Gn 4,25 . Verwijzing : thôlëdoth (ontstaansgeschiedenissen) , zie Gn 2,4 .
| Gn 4,18 - Gn 4,18 : Nakomelingen van Kaïn - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,17-24 -- Gn 4,17 - Gn 4,18 - Gn 4,19 - Gn 4,20 - Gn 4,21 - Gn 4,22 - Gn 4,23 - Gn 4,24 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] And unto Enoch was born Irad: and Irad begat Mehujael:
and Mehujael begat Methusael: and Methusael begat Lamech.
Luther-Bibel . 18 Henoch aber zeugte Irad, Irad zeugte Mehujaël, Mehujaël zeugte
Metuschaël, Metuschaël zeugte Lamech.
Tekstuitleg van Gn 4,18 .
| Gn 4,19 - Gn 4,19 : Nakomelingen van Kaïn - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,17-24 -- Gn 4,17 - Gn 4,18 - Gn 4,19 - Gn 4,20 - Gn 4,21 - Gn 4,22 - Gn 4,23 - Gn 4,24 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] And Lamech took unto him two wives: the name of the
one was Adah, and the name of the other Zillah.
Luther-Bibel . 19 Lamech aber nahm zwei Frauen, eine hieß Ada, die andere Zilla.
Tekstuitleg van Gn 4,19 .
| Gn 4,20 - Gn 4,20 : Nakomelingen van Kaïn - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,17-24 -- Gn 4,17 - Gn 4,18 - Gn 4,19 - Gn 4,20 - Gn 4,21 - Gn 4,22 - Gn 4,23 - Gn 4,24 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] And Adah bare Jabal: he was the father of such as dwell
in tents, and of such as have cattle.
Luther-Bibel . 20 Und Ada gebar Jabal; von dem sind hergekommen, die in Zelten
wohnen und Vieh halten.
Tekstuitleg van Gn 4,20
- waththelèd (en zij baarde, en zij bracht ter wereld) . Actief qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud . In drieënzestig verzen in de bijbel . In eenendertig verzen in Gn : (1) Gn 4,1 . (2) Gn 4,17 . (3) Gn 4,20 . (4) Gn 4,25 . Verwijzing : thôlëdoth (ontstaansgeschiedenissen) , zie Gn 2,4 .
| Gn 4,21 - Gn 4,21 : Nakomelingen van Kaïn - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,17-24 -- Gn 4,17 - Gn 4,18 - Gn 4,19 - Gn 4,20 - Gn 4,21 - Gn 4,22 - Gn 4,23 - Gn 4,24 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] And his brother's name was Jubal: he was the father
of all such as handle the harp and organ.
Luther-Bibel . 21 Und sein Bruder hieß Jubal; von dem sind hergekommen alle
Zither- und Flötenspieler.
Tekstuitleg van Gn 4,21 .
| Gn 4,22 - Gn 4,22 : Nakomelingen van Kaïn - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,17-24 -- Gn 4,17 - Gn 4,18 - Gn 4,19 - Gn 4,20 - Gn 4,21 - Gn 4,22 - Gn 4,23 - Gn 4,24 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] And Zillah, she also bare Tubal-cain, an instructer
of every artificer in brass and iron: and the sister of Tubal-cain was Naamah.
Luther-Bibel . 22 Zilla aber gebar auch, nämlich den Tubal-Kain; von dem sind
hergekommen alle Erz- und Eisenschmiede. Und die Schwester des Tubal-Kain war
Naama.
Tekstuitleg van Gn 4,22 .
| Gn 4,23 - Gn 4,23 : Nakomelingen van Kaïn - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,17-24 -- Gn 4,17 - Gn 4,18 - Gn 4,19 - Gn 4,20 - Gn 4,21 - Gn 4,22 - Gn 4,23 - Gn 4,24 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] And Lamech said unto his wives, Adah and Zillah, Hear
my voice; ye wives of Lamech, hearken unto my speech: for I have slain a man
to my wounding, and a young man to my hurt.
Luther-Bibel . 23 Und Lamech sprach zu seinen Frauen: Ada und Zilla, höret meine
Rede, ihr Frauen Lamechs, merkt auf, was ich sage: Einen Mann erschlug ich für
meine Wunde und einen Jüngling für meine Beule.
Tekstuitleg van Gn 4,23 .
| Gn 4,24 - Gn 4,24 : Nakomelingen van Kaïn - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,17-24 -- Gn 4,17 - Gn 4,18 - Gn 4,19 - Gn 4,20 - Gn 4,21 - Gn 4,22 - Gn 4,23 - Gn 4,24 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] If Cain shall be avenged sevenfold, truly Lamech seventy
and sevenfold.
Luther-Bibel . 24 Kain soll siebenmal gerächt werden, aber Lamech siebenundsiebzigmal.
Tekstuitleg van Gn 4,24 .
Gn 4,25-26 . Nakomelingen van Set - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,25-26 -- Gn 4,25 - Gn 4,26 -
| Gn 4,25 - Gn 4,25 : Nakomelingen van Set - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,25-26 -- Gn 4,25 - Gn 4,26 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] And Adam knew his wife again; and she bare a son, and
called his name Seth: For God, said she, hath appointed me another seed instead
of Abel, whom Cain slew.
Luther-Bibel . 25 Adam erkannte abermals seine Frau, und sie gebar einen Sohn,
den nannte sie Set; denn Gott hat mir, sprach sie, einen andern Sohn gegeben
für Abel, den Kain erschlagen hat.
Tekstuitleg van Gn 4,25
- waththelèd (en zij baarde, en zij bracht ter wereld) . Actief qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud . In drieënzestig verzen in de bijbel . In eenendertig verzen in Gn : (1) Gn 4,1 . (2) Gn 4,17 . (3) Gn 4,20 . (4) Gn 4,25 . Verwijzing : thôlëdoth (ontstaansgeschiedenissen) , zie Gn 2,4 .
| Gn 4,26 - Gn 4,26 : Nakomelingen van Set - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 4 -- Gn 4,25-26 -- Gn 4,25 - Gn 4,26 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] And to Seth, to him also there was born a son; and
he called his name Enos: then began men to call upon the name of the LORD.
Luther-Bibel . 26 Und Set zeugte auch einen Sohn und nannte ihn Enosch. Zu der
Zeit fing man an, den Namen des HERRN anzurufen.
Tekstuitleg van Gn 4,26
13. - 14. bësjem JHWH (in de naam JHWH) . Tenakh (37) . Gn (5) : (1) Gn 4,26 . (2) Gn 12,8 . (3) Gn 13,4 . (4) Gn 21,33 . (5) Gn 26,25 .
1adam de egnô euan tèn gunaika autou kai sullabousa eteken ton kain kai eipen ektèsamèn anthrôpon dia tou theou2kai prosethèken tekein ton adelfon autou ton abel kai egeneto abel poimèn probatôn kain de èn ergazomenos tèn gèn3kai egeneto meth? èmeras ènegken kain apo tôn karpôn tès gès thusian tô kuriô4kai abel ènegken kai autos apo tôn prôtotokôn tôn probatôn autou kai apo tôn steatôn autôn kai epeiden o theos epi abel kai epi tois dôrois autou5epi de kain kai epi tais thusiais autou ou proseschen kai elupèsen ton kain lian kai sunepesen tô prosôpô 6 kai eipen kurios o theos tô kain ina ti perilupos egenou kai ina ti sunepesen to prosôpon sou 7ouk ean orthôs prosenegkès orthôs de mè dielès èmartes èsuchason pros se è apostrofè autou kai su arxeis autou 8 kai eipen kain pros abel ton adelfon autou dielthômen eis to pedion kai egeneto en tô einai autous en tô pediô kai anestè kain epi abel ton adelfon autou kai apekteinen auton 9 kai eipen o theos pros kain pou estin abel o adelfos sou o de eipen ou ginôskô mè fulax tou adelfou mou eimi egô 10kai eipen o theos ti epoièsas fônè aimatos tou adelfou sou boa pros me ek tès gès11kai nun epikataratos su apo tès gès è echanen to stoma autès dexasthai to aima tou adelfou sou ek tès cheiros sou12oti erga tèn gèn kai ou prosthèsei tèn ischun autès dounai soi stenôn kai tremôn esè epi tès gès13kai eipen kain pros ton kurion meizôn è aitia mou tou afethènai me14ei ekballeis me sèmeron apo prosôpou tès gès kai apo tou prosôpou sou krubèsomai kai esomai stenôn kai tremôn epi tès gès kai estai pas o euriskôn me apoktenei me15 kai eipen autô kurios o theos ouch outôs pas o apokteinas kain epta ekdikoumena paralusei kai etheto kurios o theos sèmeion tô kain tou mè anelein auton panta ton euriskonta auton16exèlthen de kain apo prosôpou tou theou kai ôkèsen en gè naid katenanti edem17kai egnô kain tèn gunaika autou kai sullabousa eteken ton enôch kai èn oikodomôn polin kai epônomasen tèn polin epi tô onomati tou uiou autou enôch18egenèthè de tô enôch gaidad kai gaidad egennèsen ton maièl kai maièl egennèsen ton mathousala kai mathousala egennèsen ton lamech19kai elaben eautô lamech duo gunaikas onoma tè mia ada kai onoma tè deutera sella20kai eteken ada ton iôbel outos èn o patèr oikountôn en skènais ktènotrofôn21kai onoma tô adelfô autou ioubal outos èn o katadeixas psaltèrion kai kitharan22sella de eteken kai autè ton thobel kai èn sfurokopos chalkeus chalkou kai sidèrou adelfè de thobel noema23eipen de lamech tais eautou gunaixin ada kai sella akousate mou tès fônès gunaikes lamech enôtisasthe mou tous logous oti andra apekteina eis trauma emoi kai neaniskon eis môlôpa emoi24oti eptakis ekdedikètai ek kain ek de lamech ebdomèkontakis epta25egnô de adam euan tèn gunaika autou kai sullabousa eteken uion kai epônomasen to onoma autou sèth legousa exanestèsen gar moi o theos sperma eteron anti abel on apekteinen kain26kai tô sèth egeneto uios epônomasen de to onoma autou enôs outos èlpisen epikaleisthai to onoma kuriou tou theou
1 Adam vero cognovit Havam uxorem suam quae concepit et peperit Cain dicens possedi hominem per Dominum 2 rursusque peperit fratrem eius Abel fuit autem Abel pastor ovium et Cain agricola 3 factum est autem post multos dies ut offerret Cain de fructibus terrae munera Domino 4 Abel quoque obtulit de primogenitis gregis sui et de adipibus eorum et respexit Dominus ad Abel et ad munera eius 5 ad Cain vero et ad munera illius non respexit iratusque est Cain vehementer et concidit vultus eius 6 dixitque Dominus ad eum quare maestus es et cur concidit facies tua 7 nonne si bene egeris recipies sin autem male statim in foribus peccatum aderit sed sub te erit appetitus eius et tu dominaberis illius 8 dixitque Cain ad Abel fratrem suum egrediamur foras cumque essent in agro consurrexit Cain adversus Abel fratrem suum et interfecit eum 9 et ait Dominus ad Cain ubi est Abel frater tuus qui respondit nescio num custos fratris mei sum 10 dixitque ad eum quid fecisti vox sanguinis fratris tui clamat ad me de terra 11 nunc igitur maledictus eris super terram quae aperuit os suum et suscepit sanguinem fratris tui de manu tua 12 cum operatus fueris eam non dabit tibi fructus suos vagus et profugus eris super terram 13 dixitque Cain ad Dominum maior est iniquitas mea quam ut veniam merear 14 ecce eicis me hodie a facie terrae et a facie tua abscondar et ero vagus et profugus in terra omnis igitur qui invenerit me occidet me 15 dixitque ei Dominus nequaquam ita fiet sed omnis qui occiderit Cain septuplum punietur posuitque Dominus Cain signum ut non eum interficeret omnis qui invenisset eum 16 egressusque Cain a facie Domini habitavit in terra profugus ad orientalem plagam Eden 17 cognovit autem Cain uxorem suam quae concepit et peperit Enoch et aedificavit civitatem vocavitque nomen eius ex nomine filii sui Enoch 18 porro Enoch genuit Irad et Irad genuit Maviahel et Maviahel genuit Matusahel et Matusahel genuit Lamech 19 qui accepit uxores duas nomen uni Ada et nomen alteri Sella 20 genuitque Ada Iabel qui fuit pater habitantium in tentoriis atque pastorum 21 et nomen fratris eius Iubal ipse fuit pater canentium cithara et organo 22 Sella quoque genuit Thubalcain qui fuit malleator et faber in cuncta opera aeris et ferri soror vero Thubalcain Noemma 23 dixitque Lamech uxoribus suis Adae et Sellae audite vocem meam uxores Lamech auscultate sermonem meum quoniam occidi virum in vulnus meum et adulescentulum in livorem meum 24 septuplum ultio dabitur de Cain de Lamech vero septuagies septies 25 cognovit quoque adhuc Adam uxorem suam et peperit filium vocavitque nomen eius Seth dicens posuit mihi Deus semen aliud pro Abel quem occidit Cain 26 sed et Seth natus est filius quem vocavit Enos iste coepit invocare nomen Domini