Gn 6,1-8,22 (de zondvloed) -
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Gn (Genesis)
-- Gn 6 - Gn
7 - Gn 8
-
- Gn 6,1
- 8,22 -
- Bibliografie
- Literatuur
- Liturgisch
gebruik - Overzicht
bijbelboeken - Overzicht
van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht
van deze website -
- bijbeloverzicht
per pericope - bijbeloverzicht
per vers - bijbeloverzicht
: liturgisch gebruik - bijbeloverzicht
: woordgebruik -- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
-- bijbeloverzicht
: commentaar -
Overzicht van Tenach : Tenach
: overzicht , Tenach
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Tenach
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Septuaginta
: commentaar ,
Overzicht van Genesis : - Gn
1 - Gn 2
- Gn 3 - Gn
4 - Gn 5
- Gn 6 - Gn
7 - Gn 8
- Gn 9 - Gn
10 - Gn 11
- Gn 12 - Gn
13 - Gn 14
- Gn 15 - Gn
16 - Gn 17
- Gn 18 - Gn
19 - Gn 20
- Gn 21 - Gn
22 - Gn 23
- Gn 24 - Gn
25 - Gn 26
- Gn 27 - Gn
28 - Gn 29
- Gn 30 - Gn
31 - Gn 32
- Gn 33 - Gn
34 - Gn 35
- Gn 36 - Gn
37 - Gn 38
- Gn 39 - Gn
40 - Gn 41
- Gn 42 - Gn
43 - Gn 44
- Gn 45 - Gn
46 - Gn 47
- Gn 48 - Gn
49 - Gn 50
-
Overzicht vers per vers : - Gn
6,1 - Gn 6,2
- Gn 6,3 - Gn
6,4 - Gn 6,5
- Gn 6,6 - Gn
6,7 - Gn 6,8
- Gn 6,9 - Gn
6,10 - Gn 6,11
- Gn 6,12 -
Gn 6,13 - Gn
6,14 - Gn 6,15
- Gn 6,16 -
Gn 6,17 - Gn
6,18 - Gn 6,19
- Gn 6,20 -
Gn 6,21 - Gn
6,22 -
- Gn 7,1 - Gn
7,2 - Gn 7,3
- Gn 7,4 - Gn
7,5 - Gn 7,6
- Gn 7,7 - Gn
7,8 - Gn 7,9
- Gn 7,10 -
Gn 7,11 - Gn
7,12 - Gn 7,13
- Gn 7,14 -
Gn 7,15 - Gn
7,16 - Gn 7,17
- Gn 7,18 -
Gn 7,19 - Gn
7,20 - Gn 7,21
- Gn 7,22 -
Gn 7,23 - Gn
7,24 -
- Gn 8,1 - Gn
8,2 - Gn 8,3
- Gn 8,4 - Gn
8,5 - Gn 8,6
- Gn 8,7 - Gn
8,8 - Gn 8,9
- Gn 8,10 -
Gn 8,11 - Gn
8,12 - Gn 8,13
- Gn 8,14 -
Gn 8,15 - Gn
8,16 - Gn 8,17
- Gn 8,18 -
Gn 8,19 - Gn
8,20 - Gn 8,21
- Gn 8,22 -
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE
VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email:
arseen.de.kesel@pandora.be
.
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bezinningsteksten
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, koran
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , racisme , samenleving ,
sikhisme , spiritualiteit
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige
beschouwingen , Het
kleine of grote ongenoegen
|
Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
, taalgebruik
- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Oude Testament ,
Pentateuch
, Historische
boeken , Profeten
, Wijsheidsboeken
, NT overzicht
, Evangelies
, Synoptici
, Brieven
van Paulus , Apostolische
brieven .
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus) ,
Lv (Leviticus) ,
Nu (Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) , 1
S (1 Samuël) , 2
S (2 Samuël) , 1
K (1 Koningen) , 2
K (2 Koningen) , 1
Kr ( 1 Kronieken) , 2
Kr (2 Kronieken) , Ezr
(Ezra) , Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia) ,
Jdt (Judith) ,
Est (Esther) ,
1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W (Wijsheid)
, Sir (Sirach)
, Js (Jesaja) ,
Jr (Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez (Ezechiël)
, Da (Daniël)
, Hos (Hosea) ,
Jl (Joël) ,
Am (Amos) , Ob
(Obadja) , Jon
(Jona) , Mi (Micha)
, Nah (Nahum) ,
Hab (Habakuk) ,
Sef (Sefanja) ,
Hag (Haggai) ,
Zach (Zacharia)
, Mal (Maleachi)
.
- NT : Mt (Matteüs)
- Mc (Marcus)
- Lc (Lucas) -
Joh (Johannes)
- Hnd (Handelingen)
, Rom (Rome) ,
1 Kor (Korinte)
, 2 Kor (Korinte)
, Gal (Galatië)
, Ef (Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk (Apokalyps)
.
Overzicht van de
bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
Gn 6,1 - 8,22 : De zondvloed
| Gn 6,1 - Gn
6,1 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
wajëhî wajëhî |
|
[1] Toen* de mensen talrijk begonnen te worden op de aardbodem en
dochters kregen, |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Gn
6,1
1. wajëhî (en hij was, en het gebeurde) . Verwijzing : hâjâh
(zijn) , zie Ex
24,18 . In 114 verzen in Gn
. In zes verzen in Gn 6,1-8,22 : (1) Gn
6,1 . (2) Gn
7,10 . (3) Gn
7,12 . (4) Gn
7,17 . (5) Gn
8,6 . (6) Gn
8,13 . In vier verzen in Gn
12 : (1) Gn
12,10 . (2) Gn
12,11 . (3) Gn
12,14 . (4) Gn
12,16 . In één vers in Gn
17 : Gn
17,1 . In zes verzen in Gn
35 : (1) Gn
35,3 . (2) Gn
35,5 . (3) Gn
35,16 . (4) Gn
35,17 . (5) Gn
35,18 . (6) Gn
35,22 .
| Gn 6,2 - Gn
6,2 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[2] zagen de zonen van God hoe mooi de dochters
van de mensen waren, en zij kozen uit die dochters ieder een vrouw.
|
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,3 - Gn
6,3 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[3] Maar de heer zei: ‘Mijn levensgeest zal
niet altijd bij de mens blijven, want hij is maar een nietig wezen;
de duur van zijn leven zal honderdtwintig* jaar bedragen.’ |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
5. w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach
= en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw.
wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach
(geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal :
34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . LXX : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta
: pneuma
(geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma
(geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist
. wërûach (en geest) in Tenach (39) . Pentateuch (4) : Gn (2) : (1)
Gn 1,2
. (2) Gn
32,17 (wërèwach : en ruimte) . (3) Ex
10,13 . (4) Nu
11,31 . rûach (geest) in Tenach (204) . Pentateuch (19) . Gn (7) :
(1) Gn 6,17
. (2) Gn
7,15 . (3) Gn
7,22 . (4) Gn
8,1 . (5) Gn
26,35. (6) Gn
41,38 . (7) Gn 45,27 . rûchî (mijn geest) . Tenach (31) . Pentateuch
(1) Gn 6,3
. Een vorm van pneuma (geest) in het N.T. (379) , in de LXX (382) , in de Pentateuch
(26) , Gn (7) : (1) Gn
1,2 . (2) Gn
6,3 . (3) Gn
6,17 . (4) Gn
7,15 . (5) Gn
8,1 . (6) Gn
41,38 . (7) Gn 45,27 .
| Gn 6,4 - Gn
6,4 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
bajjâmim hâhem |
|
[4] In die dagen – en ook nog daarna –
leefden er reuzen op de aarde, doordat de zonen van God gemeenschap
hadden gehad met de dochters van de mensen en zij hun zonen hadden
gebaard. Zij waren de befaamde geweldenaars van de oude tijd. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Gn
6,4
4. 5. bajjâmim hâhem (in die dagen) . Verwijzing : jôm
(dag) , zie Ex
2,23 . In eenendertig verzen in de bijbel . In één vers in
Gn : Gn
6,4 .
| Gn 6,5 - Gn
6,5 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[5] De* heer zag hoezeer de slechtheid van de mensen op de aarde was
toegenomen, en hoezeer de begeerte van hun hart de hele dag naar het
kwade uitging. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,6 - Gn
6,6 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[6] Daarom kreeg Hij spijt dat Hij de mens op de
aarde gemaakt had, en Hij was er zeer verdrietig om. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,7 - Gn
6,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[7] En de heer zei: ‘Ik ga de mens die Ik
geschapen heb, van de aardbodem wegvagen, zowel de mens als het vee,
en de kruipende dieren en de vogels in de lucht, want het spijt Mij
dat Ik ze gemaakt heb.’ |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
8. - 11.
| Gn 6,8 - Gn
6,8 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[8] Alleen Noach vond genade in de ogen van de heer. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,9 - Gn
6,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
´ellèh thôlëdoth |
|
[9] Dit is de geschiedenis van Noach. Noach was een rechtschapen man;
hij bleef temidden van zijn tijdgenoten een onberispelijk leven leiden
en hij richtte zijn schreden naar God. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Gn
6,9 . Dit vers Gn
6,9 telt 13 woorden en 47 letters . De getalwaarde van dit vers Gn
6,9 is 3649 (= 41 X 69) .
1. 2. ´ellèh thô(o)lëdô(o)th (deze ontstaangeschiedenissen)
. In vier verzen in de bijbel : (1) ´ellèh thôlëdôth
: Gn 2,4
(hemel en aarde) . (2) ´ellèh thôlëdoth : Gn
6,9 (Noach) . (3) ´ellèh thôlëdoth : Gn
11,10 (Sjem) . (4) ´ellèh tholëdôth : Gn
37,2 (Jakob) .
| Gn 6,10 - Gn
6,10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[10] Noach verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jafet. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,11 - Gn
6,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[11] De aarde was voor de ogen van God verdorven
en vol gewelddaden. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,12 - Gn
6,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[12] God zag hoe bedorven de aarde was, want alle
mensen op de aarde waren het verkeerde pad ingeslagen. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,13 - Gn
6,13 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[13] God zei tegen Noach: ‘De dagen van de mensen zijn geteld,
want zij zijn er de schuld van dat de aarde vol geweld is. Ik ga hen
met de aarde vernietigen. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,14 - Gn
6,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[14] U moet een ark* van pijnhout bouwen; met riet
moet u de ark maken, en haar van binnen en van buiten met pek bestrijken.
|
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,15 - Gn
6,15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[15] U moet haar als volgt maken: de ark moet driehonderd
el lang zijn, vijftig el breed en dertig el hoog. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,16 - Gn
6,16 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[16] Het dak dat u op de ark aanbrengt moet één
el naar buiten uitsteken. In een van de zijden moet u een deur aanbrengen;
ook moet u een onderste, een tweede en een derde ruim maken. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
11. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. thâshîm (jij stelt aan, jij plaatst) van het werkw. shâm
(plaatsen, stellen) . Taalgebruik in Tenakh : shâm
(plaatsen, stellen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ;
totaal : 34 (2 X 17) OF 340 (10 X 34) . Structuur : 3 - 4 . Tenakh (13) : (1) Gn 6,16 . (2) Gn 44,2 . (3) Ex 21,1 . (4) Dt 17,15 . (5) Dt 22,8 . (6) 1 S 10,19 . (7) 1 K 20,34 . (8) Js 41,15 . (9) Js 53,10 . (10) Ez 21,25 . (11) Ez 24,17 .
(12) Job 7,12 . (13) Job 38,33 .
| Gn 6,17 - Gn
6,17 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[17] Want Ik sta op het punt een watervloed over
de aarde te brengen, die alle levende wezens onder de hemel zal verdelgen;
alles wat zich op de aarde bevindt zal omkomen. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
14. w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach
= en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw.
wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach
(geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal :
34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . LXX : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta
: pneuma
(geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma
(geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist
. wërûach (en geest) in Tenach (39) . Pentateuch (4) : Gn (2) : (1)
Gn 1,2
. (2) Gn
32,17 (wërèwach : en ruimte) . (3) Ex
10,13 . (4) Nu
11,31 . rûach (geest) in Tenach (204) . Pentateuch (19) . Gn (7) :
(1) Gn 6,17
. (2) Gn
7,15 . (3) Gn
7,22 . (4) Gn
8,1 . (5) Gn
26,35 . (6) Gn
41,38 . (7) Gn
45,27 . rûchî (mijn geest) . Tenach (31) . Pentateuch (1) Gn
6,3 . Een vorm van pneuma (geest) in het N.T. (379) , in de LXX (382) ,
in de Pentateuch (26) , Gn (7) : (1) Gn
1,2 . (2) Gn
6,3 . (3) Gn
6,17 . (4) Gn
7,15 . (5) Gn
8,1 . (6) Gn
41,38 . (7) Gn
45,27 .
| Gn 6,18 - Gn
6,18 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[18] Met u echter zal Ik een verbond* sluiten; u
moet zich inschepen in de ark, met uw zonen, met uw vrouw en met de
vrouwen van uw zonen. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,19 - Gn
6,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[19] Van alle levende wezens moet u verder één
paar* in de ark brengen, om ze met u samen in leven te laten blijven;
een mannelijk en een vrouwelijk dier moet het zijn. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van . Uitvoering in Gn
7,9 .
| Gn 6,20 - Gn
6,20 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[20] Van de verschillende soorten vogels, van de
verschillende soorten vee, van de verschillende soorten dieren die
over de grond kruipen, moet één paar met u meegaan en
aldus in leven blijven. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,21 - Gn
6,21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[21] Breng verder alle etenswaar bijeen en leg daar
een voorraad van aan, zodat uzelf en de dieren kunnen eten.’ |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 6,22 - Gn
6,22 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[22] Noach deed dit; alles wat God hem opgedragen
had, voerde hij uit. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
6,1. Lorsque les hommes commencèrent d'être nombreux sur la face
de la terre et que des filles leur furent nées, 2. les fils de Dieu trouvèrent
que les filles des hommes leur convenaient et ils prirent pour femmes toutes celles
qu'il leur plut. 3. Yahvé dit : Que mon esprit ne soit pas indéfiniment
responsable de l'homme, puisqu'il est chair; sa vie ne sera que de cent vingt
ans. 4. Les Nephilim étaient sur la terre en ces jours-là et aussi
dans la suite quand les fils de Dieu s'unissaient aux filles des hommes et qu'elles
leur donnaient des enfants; ce sont les héros du temps jadis, ces hommes
fameux. 5. Yahvé vit que la méchanceté de l'homme était
grande sur la terre et que son cœur ne formait que de mauvais desseins à
longueur de journée. 6. Yahvé se repentit d'avoir fait l'homme sur
la terre et il s'affligea dans son cœur. 7. Et Yahvé dit : Je vais
effacer de la surface du sol les hommes que j'ai créés - et avec
les hommes, les bestiaux, les bestioles et les oiseaux du ciel -, car je me repens
de les avoir faits. 8. Mais Noé avait trouvé grâce aux yeux
de Yahvé. 9. Voici l'histoire de Noé : Noé était un
homme juste, intègre parmi ses contemporains, et il marchait avec Dieu.
10. Noé engendra trois fils, Sem, Cham et Japhet. 11. La terre se pervertit
au regard de Dieu et elle se remplit de violence. 12. Dieu vit la terre : elle
était pervertie, car toute chair avait une conduite perverse sur la terre.
13. Dieu dit à Noé : La fin de toute chair est arrivée, je
l'ai décidé, car la terre est pleine de violence à cause
des hommes et je vais les faire disparaître de la terre. 14. Fais-toi une
arche en bois résineux, tu la feras en roseaux et tu l'enduiras de bitume
en dedans et en dehors. 15. Voici comment tu la feras : trois cents coudées
pour la longueur de l'arche, cinquante coudées pour sa largeur, trente
coudées pour sa hauteur. 16. Tu feras à l'arche un toit et tu l'achèveras
une coudée plus haut, tu placeras l'entrée de l'arche sur le côté
et tu feras un premier, un second et un troisième étages. 17. Pour
moi, je vais amener le déluge, les eaux, sur la terre, pour exterminer
de dessous le ciel toute chair ayant souffle de vie : tout ce qui est sur la terre
doit périr. 18. Mais j'établirai mon alliance avec toi et tu entreras
dans l'arche, toi et tes fils, ta femme et les femmes de tes fils avec toi. 19.
De tout ce qui vit, de tout ce qui est chair, tu feras entrer dans l'arche deux
de chaque espèce pour les garder en vie avec toi; qu'il y ait un mâle
et une femelle. 20. De chaque espèce d'oiseaux, de chaque espèce
de bestiaux, de chaque espèce de toutes les bestioles du sol, un couple
viendra avec toi pour que tu les gardes en vie. 21. De ton côté,
procure-toi de tout ce qui se mange et fais-en provision : cela servira de nourriture
pour toi et pour eux. 22. Noé agit ainsi; tout ce que Dieu lui avait commandé,
il le fit.