Gn 6,1-8,22 (de zondvloed) -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Gn (Genesis) -- Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 -
- Gn 6,1 - 8,22 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Overzicht van Genesis : - Gn 1 - Gn 2 - Gn 3 - Gn 4 - Gn 5 - Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 - Gn 9 - Gn 10 - Gn 11 - Gn 12 - Gn 13 - Gn 14 - Gn 15 - Gn 16 - Gn 17 - Gn 18 - Gn 19 - Gn 20 - Gn 21 - Gn 22 - Gn 23 - Gn 24 - Gn 25 - Gn 26 - Gn 27 - Gn 28 - Gn 29 - Gn 30 - Gn 31 - Gn 32 - Gn 33 - Gn 34 - Gn 35 - Gn 36 - Gn 37 - Gn 38 - Gn 39 - Gn 40 - Gn 41 - Gn 42 - Gn 43 - Gn 44 - Gn 45 - Gn 46 - Gn 47 - Gn 48 - Gn 49 - Gn 50 -
Overzicht vers per vers : - Gn 6,1 - Gn 6,2 - Gn 6,3 - Gn 6,4 - Gn 6,5 - Gn 6,6 - Gn 6,7 - Gn 6,8 - Gn 6,9 - Gn 6,10 - Gn 6,11 - Gn 6,12 - Gn 6,13 - Gn 6,14 - Gn 6,15 - Gn 6,16 - Gn 6,17 - Gn 6,18 - Gn 6,19 - Gn 6,20 - Gn 6,21 - Gn 6,22 -
- Gn 7,1 - Gn 7,2 - Gn 7,3 - Gn 7,4 - Gn 7,5 - Gn 7,6 - Gn 7,7 - Gn 7,8 - Gn 7,9 - Gn 7,10 - Gn 7,11 - Gn 7,12 - Gn 7,13 - Gn 7,14 - Gn 7,15 - Gn 7,16 - Gn 7,17 - Gn 7,18 - Gn 7,19 - Gn 7,20 - Gn 7,21 - Gn 7,22 - Gn 7,23 - Gn 7,24 -
- Gn 8,1 - Gn 8,2 - Gn 8,3 - Gn 8,4 - Gn 8,5 - Gn 8,6 - Gn 8,7 - Gn 8,8 - Gn 8,9 - Gn 8,10 - Gn 8,11 - Gn 8,12 - Gn 8,13 - Gn 8,14 - Gn 8,15 - Gn 8,16 - Gn 8,17 - Gn 8,18 - Gn 8,19 - Gn 8,20 - Gn 8,21 - Gn 8,22 -

Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht , taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Gn 6,1 - 8,22 : De zondvloed

Gn 6,1 - Gn 6,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
    wajëhî wajëhî   
[1] Toen* de mensen talrijk begonnen te worden op de aardbodem en dochters kregen, 
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 6,1

1. wajëhî (en hij was, en het gebeurde) . Verwijzing : hâjâh (zijn) , zie Ex 24,18 . In 114 verzen in Gn . In zes verzen in Gn 6,1-8,22 : (1) Gn 6,1 . (2) Gn 7,10 . (3) Gn 7,12 . (4) Gn 7,17 . (5) Gn 8,6 . (6) Gn 8,13 . In vier verzen in Gn 12 : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 12,11 . (3) Gn 12,14 . (4) Gn 12,16 . In één vers in Gn 17 : Gn 17,1 . In zes verzen in Gn 35 : (1) Gn 35,3 . (2) Gn 35,5 . (3) Gn 35,16 . (4) Gn 35,17 . (5) Gn 35,18 . (6) Gn 35,22 .

Gn 6,2 - Gn 6,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [2] zagen de zonen van God hoe mooi de dochters van de mensen waren, en zij kozen uit die dochters ieder een vrouw.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,3 - Gn 6,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [3] Maar de heer zei: ‘Mijn levensgeest zal niet altijd bij de mens blijven, want hij is maar een nietig wezen; de duur van zijn leven zal honderdtwintig* jaar bedragen.’        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

5. w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . LXX : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . wërûach (en geest) in Tenach (39) . Pentateuch (4) : Gn (2) : (1) Gn 1,2 . (2) Gn 32,17 (wërèwach : en ruimte) . (3) Ex 10,13 . (4) Nu 11,31 . rûach (geest) in Tenach (204) . Pentateuch (19) . Gn (7) : (1) Gn 6,17 . (2) Gn 7,15 . (3) Gn 7,22 . (4) Gn 8,1 . (5) Gn 26,35. (6) Gn 41,38 . (7) Gn 45,27 . rûchî (mijn geest) . Tenach (31) . Pentateuch (1) Gn 6,3 . Een vorm van pneuma (geest) in het N.T. (379) , in de LXX (382) , in de Pentateuch (26) , Gn (7) : (1) Gn 1,2 . (2) Gn 6,3 . (3) Gn 6,17 . (4) Gn 7,15 . (5) Gn 8,1 . (6) Gn 41,38 . (7) Gn 45,27 .

13. מֵאָה = me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 19 , zie 19 , of 46 (2 X 23) , zie 46 . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (98) . Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) . Gn (6) : (1) Gn 6,3 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 23,1 . (4) Gn 26,12 . (5) Gn 50,22 . (6) Gn 50,26 .
- Grieks . ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Bijbel (211) . OT (194) . NT (17) . Gn (29) .
- Latijn . centum (honderd, 100) . Fr. cent . E. hundred . D. hundert . Aramees : מְאָה = mëâh (honderd, 100) . Arabisch : مِئَة OF مِائَة = mija of miaja (honderd, 100) .

13. - 14. מֵאָה וְעֶשְׂרִים = me´âh wë`èshërîm (honderd en twintig = en honderdtwintig = en 120) . Tenakh (14) : (1) Gn 6,3 . (2) Dt 31,2 . (3) Dt 34,7 . (4) Re 8,10 . (5) 1 K 8,63 . (6) 1 K 9,14 . (7) 1 K 10,10 . (8) 1 Kr 12,38 . (9) 1 Kr 15,5 . (10) 2 Kr 3,4 . (11) 2 Kr 7,5 . (12) 2 Kr 9,9 . (13) 2 Kr 28,6 . (14) Neh 7,31 .

Gn 6,4 - Gn 6,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
    bajjâmim hâhem     [4] In die dagen – en ook nog daarna – leefden er reuzen op de aarde, doordat de zonen van God gemeenschap hadden gehad met de dochters van de mensen en zij hun zonen hadden gebaard. Zij waren de befaamde geweldenaars van de oude tijd.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 6,4

4. 5. bajjâmim hâhem (in die dagen) . Verwijzing : jôm (dag) , zie Ex 2,23 . In eenendertig verzen in de bijbel . In één vers in Gn : Gn 6,4 .

7. וְאַחֲרֵי = wë´achäre(j) (en achter, en na) <. prefix voegwoord wë + voorzetsel (de vorm van een stat. constr. mann. mv.) . Zie : אַחֲרֵי = ´achäre(j) (achter, na) . Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j) (achter) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 219 (3 X 73) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (45) . Pentateuch (17) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (8) . Gn (5) : (1) Gn 15,14 . (2) Gn 23,19 . (3) Gn 25,26 . (4) Gn 32,21 . (5) Gn 45,15 .
- אַחֲרֵי = ´achäre(j) (achter, na) . Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j) (achter) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 219 (3 X 73) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (294) . Pentateuch (80) . Eerdere Profeten (134) . Latere Profeten (37) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (38) . Gn (39) .
- In dit woord vinden we de letters אח = ach terug , die staan voor אָח = ´âch (broer) .

8. כֵן = khen (zo) . Taalgebruik in Tenakh : khen (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 70 (2 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 7. Tenakh (514) . Pentateuch (156) . Eerdere Profeten (109) . Latere Profeten (109) . 12 Kleine Profeten (25) . Geschriften (115) . Gn (48) .

7. - 8. אַחַרֵי כֵן = ´achäre(j) khen (achter zo, zo dan) . Tenakh (23) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (1) : Jl 3,1 . Geschriften (4) . Tenakh (23) : (1) Gn 6,4 . (2) Gn 41,31 . (3) Ex 11,1 . (4) Joz 10,26 . (5) Re 16,4 . (6) 1 S 9,13 . (7) 1 S 24,6 . (8) 1 S 24,9 . (9) 2 S 2,1 . (10) 2 S 8,1 . (11) 2 S 10,1 . (12) 2 S 13,1 . (13) 2 S 21,14 . (14) 2 S 21,18 . (15) 2 S 24,10 . (16) 2 K 6,24 . (17) 1 Kr 18,1 . (18) 1 Kr 19,1 . (19) 1 Kr 20,4 . (20) Job 3,1 . (21) Js 1,26 . (22) Jr 34,11 . (23) Jl 3,1 .
- וְאַחֲרֵי כֵן = wë´achäre(j) khen (en achter zo, en zo dan, en daarna) . Tenakh (20) . (1) Gn 15,14 . (2) Gn 23,19 . (3) Gn 25,26 . (4) Gn 32,21 . (5) Gn 45,15 . (6) Ex 3,20 . (7) Ex 11,8 . (8) Ex 34,32 . (9) Lv 16,26 . (10) Lv 16,28 . (11) Nu 4,15 . (12) Nu 8,15 . (13) Nu 8,22 . (14) Nu 9,17 . (15) Joz 8,34 . (16) 2 Kr 33,14 . (17) Jr 16,16 . (18) Jr 21,7 . (19) Jr 46,26 . (20) Jr 49,6 .

Gn 6,5 - Gn 6,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
       
[5] De* heer zag hoezeer de slechtheid van de mensen op de aarde was toegenomen, en hoezeer de begeerte van hun hart de hele dag naar het kwade uitging.  
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,6 - Gn 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [6] Daarom kreeg Hij spijt dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en Hij was er zeer verdrietig om.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 6,6 .

4. act. ind. aor. 3de pers. enk. εποιησεν = epoièsen (hij deed) van het werkw. ποιεω = poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Taalgebruik in de LXX : poieô (doen, maken) . Mt (13) : (1) Mt 1,24 . (2) Mt 12,3 . (3) Mt 13,26 . (4) Mt 13,28 . (5) Mt 13,58 . (6) Mt 19,4 . (7) Mt 20,5 . (8) Mt 21,15 . (9) Mt 21,31 . (10) Mt 22,2 . (11) Mt 26,12 . (12) Mt 26,13 . (13) Mt 27,23 . Mc (9) : (1) Mc 2,25 . (2) Mc 3,14 . (3) Mc 3,16 . (4) Mc 5,20 . (5) Mc 6,21 . (6) Mc 10,6 . (7) Mc 14,8 . (8) Mc 14,9 . (9) Mc 15,14 . Lc (14) : (1) Lc 1,49 . (2) Lc 1,51 . (3) Lc 1,68 . (4) Lc 3,19 . (5) Lc 5,29 . (6) Lc 6,3 . (7) Lc 6,10 . (8) Lc 8,8 . (9) Lc 8,39 . (10) Lc 11,40 . (11) Lc 16,8 . (12) Lc 17,9 . (13) Lc 19,18 . (14) Lc 23,22 . Een vorm van ποιεω = poieô (doen, maken) in de LXX (3390) , in het NT (565) .

poieô (doen) bijbel LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
act. ind. aor. 3de pers. enk. epoièsen 714 570 + 71 = 641 136 211 62 10 151 46 43 8 14 25 73 13 9 14 18 14 4 1 36 54

- Hebreeuws . `-sh-h . (1) act. qal . perf. 3de pers. mann. enk. עָשָׂה = `âshâh (hij maakt) . (2) act. qal part. mann. enk. עֹשֶׂה = `oshèh (makende) . Tenakh (503) . Pentateuch (112) . Eerdere Profeten (161) . Latere Profeten (78) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (133) .
- Ned. : doen . Arabisch : عَمَلَ = `amala (werken) . Taalgebruik in de Qoran : `amala (werken) . D. : tun . E. : do . Fr. : faire . Grieks : ποιεω = poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Hebreeuws : עָשָׂה = `âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Lat. : facere .

Gn 6,6.3. - 4. ὁτι εποιησεν = hoti epoièsen (omdat Hij deed) . LXX (11) : (1) Gn 6,6 . (2) Gn 38,10 . (3) Dt 22,21 . (4) Re 21,15 . (5) 2 S 12,6 . (6) 2 S 14,22 . (7) 1 K 8,64 . (8) 2 Kr 6,13 . (9) 2 Kr 7,7 . (10) 2 Kr 24,16 . (11) Ps 22,32 . NT (2) : (1) Lc 1,49 . (2) Lc 17,9 .
- Hebreeuws . עָשָׂה כִּי = kî `âshâh (omdat hij maakt) . Tenakh (9) : (1) Gn 6,6 . (2) Re 21,15 . (3) 1 K 8,64 . (4) 1 Kr 19,2 . (5) 2 Kr 6,13 . (6) 2 Kr 7,7 . (7) 2 Kr 24,16 . (8) Ps 22,32 . (9) Js 44,23 . + Js 55,11 .

Gn 6,7 - Gn 6,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [7] En de heer zei: ‘Ik ga de mens die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen, zowel de mens als het vee, en de kruipende dieren en de vogels in de lucht, want het spijt Mij dat Ik ze gemaakt heb.’        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. - 11.

Gn 6,8 - Gn 6,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [8] Alleen Noach vond genade in de ogen van de heer.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,9 - Gn 6,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
    ´ellèh thôlëdoth    
[9] Dit is de geschiedenis van Noach. Noach was een rechtschapen man; hij bleef temidden van zijn tijdgenoten een onberispelijk leven leiden en hij richtte zijn schreden naar God.  
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 6,9 . Dit vers Gn 6,9 telt 13 woorden en 47 letters . De getalwaarde van dit vers Gn 6,9 is 3649 (= 41 X 69) .

1. 2. ´ellèh thô(o)lëdô(o)th (deze ontstaangeschiedenissen) . In vier verzen in de bijbel : (1) ´ellèh thôlëdôth : Gn 2,4 (hemel en aarde) . (2) ´ellèh thôlëdoth : Gn 6,9 (Noach) . (3) ´ellèh thôlëdoth : Gn 11,10 (Sjem) . (4) ´ellèh tholëdôth : Gn 37,2 (Jakob) .

Gn 6,10 - Gn 6,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [10] Noach verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jafet.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,11 - Gn 6,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [11] De aarde was voor de ogen van God verdorven en vol gewelddaden.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,12 - Gn 6,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [12] God zag hoe bedorven de aarde was, want alle mensen op de aarde waren het verkeerde pad ingeslagen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,13 - Gn 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
       
[13] God zei tegen Noach: ‘De dagen van de mensen zijn geteld, want zij zijn er de schuld van dat de aarde vol geweld is. Ik ga hen met de aarde vernietigen. 
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,14 - Gn 6,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [14] U moet een ark* van pijnhout bouwen; met riet moet u de ark maken, en haar van binnen en van buiten met pek bestrijken.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,15 - Gn 6,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] U moet haar als volgt maken: de ark moet driehonderd el lang zijn, vijftig el breed en dertig el hoog.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,16 - Gn 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [16] Het dak dat u op de ark aanbrengt moet één el naar buiten uitsteken. In een van de zijden moet u een deur aanbrengen; ook moet u een onderste, een tweede en een derde ruim maken.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

11. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. thâshîm (jij stelt aan, jij plaatst) van het werkw. shâm (plaatsen, stellen)  . Taalgebruik in Tenakh : shâm (plaatsen, stellen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 340 (10 X 34) . Structuur : 3 - 4 . Tenakh (13) : (1) Gn 6,16 . (2) Gn 44,2 . (3) Ex 21,1 . (4) Dt 17,15 . (5) Dt 22,8 . (6) 1 S 10,19 . (7) 1 K 20,34 . (8) Js 41,15 . (9) Js 53,10 . (10) Ez 21,25 . (11) Ez 24,17 . (12) Job 7,12 . (13) Job 38,33 .

Gn 6,17 - Gn 6,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [17] Want Ik sta op het punt een watervloed over de aarde te brengen, die alle levende wezens onder de hemel zal verdelgen; alles wat zich op de aarde bevindt zal omkomen.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

14. w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . LXX : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . wërûach (en geest) in Tenach (39) . Pentateuch (4) : Gn (2) : (1) Gn 1,2 . (2) Gn 32,17 (wërèwach : en ruimte) . (3) Ex 10,13 . (4) Nu 11,31 . rûach (geest) in Tenach (204) . Pentateuch (19) . Gn (7) : (1) Gn 6,17 . (2) Gn 7,15 . (3) Gn 7,22 . (4) Gn 8,1 . (5) Gn 26,35 . (6) Gn 41,38 . (7) Gn 45,27 . rûchî (mijn geest) . Tenach (31) . Pentateuch (1) Gn 6,3 . Een vorm van pneuma (geest) in het N.T. (379) , in de LXX (382) , in de Pentateuch (26) , Gn (7) : (1) Gn 1,2 . (2) Gn 6,3 . (3) Gn 6,17 . (4) Gn 7,15 . (5) Gn 8,1 . (6) Gn 41,38 . (7) Gn 45,27 .

Gn 6,18 - Gn 6,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [18] Met u echter zal Ik een verbond* sluiten; u moet zich inschepen in de ark, met uw zonen, met uw vrouw en met de vrouwen van uw zonen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,19 - Gn 6,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [19] Van alle levende wezens moet u verder één paar* in de ark brengen, om ze met u samen in leven te laten blijven; een mannelijk en een vrouwelijk dier moet het zijn.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van . Uitvoering in Gn 7,9 .

Gn 6,20 - Gn 6,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [20] Van de verschillende soorten vogels, van de verschillende soorten vee, van de verschillende soorten dieren die over de grond kruipen, moet één paar met u meegaan en aldus in leven blijven.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,21 - Gn 6,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [21] Breng verder alle etenswaar bijeen en leg daar een voorraad van aan, zodat uzelf en de dieren kunnen eten.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 6,22 - Gn 6,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [22] Noach deed dit; alles wat God hem opgedragen had, voerde hij uit.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


6,1. Lorsque les hommes commencèrent d'être nombreux sur la face de la terre et que des filles leur furent nées, 2. les fils de Dieu trouvèrent que les filles des hommes leur convenaient et ils prirent pour femmes toutes celles qu'il leur plut. 3. Yahvé dit : Que mon esprit ne soit pas indéfiniment responsable de l'homme, puisqu'il est chair; sa vie ne sera que de cent vingt ans. 4. Les Nephilim étaient sur la terre en ces jours-là et aussi dans la suite quand les fils de Dieu s'unissaient aux filles des hommes et qu'elles leur donnaient des enfants; ce sont les héros du temps jadis, ces hommes fameux. 5. Yahvé vit que la méchanceté de l'homme était grande sur la terre et que son cœur ne formait que de mauvais desseins à longueur de journée. 6. Yahvé se repentit d'avoir fait l'homme sur la terre et il s'affligea dans son cœur. 7. Et Yahvé dit : Je vais effacer de la surface du sol les hommes que j'ai créés - et avec les hommes, les bestiaux, les bestioles et les oiseaux du ciel -, car je me repens de les avoir faits. 8. Mais Noé avait trouvé grâce aux yeux de Yahvé. 9. Voici l'histoire de Noé : Noé était un homme juste, intègre parmi ses contemporains, et il marchait avec Dieu. 10. Noé engendra trois fils, Sem, Cham et Japhet. 11. La terre se pervertit au regard de Dieu et elle se remplit de violence. 12. Dieu vit la terre : elle était pervertie, car toute chair avait une conduite perverse sur la terre. 13. Dieu dit à Noé : La fin de toute chair est arrivée, je l'ai décidé, car la terre est pleine de violence à cause des hommes et je vais les faire disparaître de la terre. 14. Fais-toi une arche en bois résineux, tu la feras en roseaux et tu l'enduiras de bitume en dedans et en dehors. 15. Voici comment tu la feras : trois cents coudées pour la longueur de l'arche, cinquante coudées pour sa largeur, trente coudées pour sa hauteur. 16. Tu feras à l'arche un toit et tu l'achèveras une coudée plus haut, tu placeras l'entrée de l'arche sur le côté et tu feras un premier, un second et un troisième étages. 17. Pour moi, je vais amener le déluge, les eaux, sur la terre, pour exterminer de dessous le ciel toute chair ayant souffle de vie : tout ce qui est sur la terre doit périr. 18. Mais j'établirai mon alliance avec toi et tu entreras dans l'arche, toi et tes fils, ta femme et les femmes de tes fils avec toi. 19. De tout ce qui vit, de tout ce qui est chair, tu feras entrer dans l'arche deux de chaque espèce pour les garder en vie avec toi; qu'il y ait un mâle et une femelle. 20. De chaque espèce d'oiseaux, de chaque espèce de bestiaux, de chaque espèce de toutes les bestioles du sol, un couple viendra avec toi pour que tu les gardes en vie. 21. De ton côté, procure-toi de tout ce qui se mange et fais-en provision : cela servira de nourriture pour toi et pour eux. 22. Noé agit ainsi; tout ce que Dieu lui avait commandé, il le fit.