Genesis 9 - Gn 9 -- http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt0109.htm -- http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=1&page=9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,8-15 -

Gn (Genesis) : overzicht , Gn : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Gn : commentaar ,

Overzicht van Genesis : - Gn 1 - Gn 2 - Gn 3 - Gn 4 - Gn 5 - Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 - Gn 9 - Gn 10 - Gn 11 - Gn 12 - Gn 13 - Gn 14 - Gn 15 - Gn 16 - Gn 17 - Gn 18 - Gn 19 - Gn 20 - Gn 21 - Gn 22 - Gn 23 - Gn 24 - Gn 25 - Gn 26 - Gn 27 - Gn 28 - Gn 29 - Gn 30 - Gn 31 - Gn 32 - Gn 33 - Gn 34 - Gn 35 - Gn 36 - Gn 37 - Gn 38 - Gn 39 - Gn 40 - Gn 41 - Gn 42 - Gn 43 - Gn 44 - Gn 45 - Gn 46 - Gn 47 - Gn 48 - Gn 49 - Gn 50 -
Uitleg vers per vers : - Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@telenet.be .
websitenaam : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm . BIJ DE HAND .
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
OF (met aanvullingen) : - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z

HOOFDTHEMA'S : - Arabisch , allochtonen , Aramees , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering , Grieks , Hebreeuws , Hebreeuwse lessen ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , Latijn , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen .

- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 3 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken- bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht van het NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,


1. Hebreeuwse bijbel   2. Targumim 3. LXX (1) , LXX (2) , Griekse tekst N.T.   4. Vulgata   
5. Statenvertaling   6. Willibrordvertaling   7. Nieuwe Vertaling   8. http://naardensebijbel.nl/zoek.php .
9. Bible de Jérusalem 10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   12. liturgische lezing   13. Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm  

Het verbond met Noach . Gn 9,1-29 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -

Gn 9,1 - Gn 9,1 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
ΚΑΙ εὐλόγησεν ὁ Θεὸς τὸν Νῶε καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ καὶ εἶπεν αὐτοῖς· αὐξάνεσθε καὶ πληθύνεσθε καὶ πληρώσατε τὴν γῆν καὶ κατακυριεύσατε αὐτῆς. 1 benedixitque Deus Noe et filiis eius et dixit ad eos crescite et multiplicamini et implete terram   1 En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde! [1] Toen zegende God Noach met zijn zonen, en zei tegen hem: ‘Wees vruchtbaar, word talrijk en bevolk de aarde.  [1] Toen zegende God Noach en zijn zonen, hij zei tegen hen: 'Wees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde. 9:1 Dan zegent God Noach en zijn zonen; hij zegt tot hen: draagt vrucht, weest overvloedig en vervult de aarde!- 1. Dieu bénit Noé et ses fils et il leur dit : Soyez féconds, multipliez, emplissez la terre.

King James Bible . [1] And God blessed Noah and his sons, and said unto them, Be fruitful, and multiply, and replenish the earth.
Luther-Bibel . 1 Und Gott segnete Noah und seine Söhne und sprach: Seid fruchtbar und mehret euch und füllet die Erde.

Tekstuitleg van Gn 9,1 .

Gn 9,1.1. waw consec. + act. piel imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְבָרֶך = wajëbhârèkh (en hij zegende) van het werkw. בָרַך = bârakh (zegenen, loven, prijzen) . Taalgebruik in Tenakh : bârakh (zegenen, loven, prijzen) . Getalswaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , kaf = 11 of 20 . Totaal : 33 (3 X 11) of 222 (6 X 37 OF 2 X 111) . 111 = 3 X 37 OF (5 X 17) + 26 . Structuur : 2 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (33) . Pentateuch (20) : (1) Gn 1,22 . (2) Gn 1,28 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,2 . (5) Gn 9,1 . (6) Gn 24,11 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 28,1 . (9) Gn 30,30 . (10) Gn 32,1 . (11) Gn 32,30 . (12) Gn 35,9 . (13) Gn 39,5 . (14) Gn 47,7 . (15) Gn 47,10 . (16) Gn 48,3 . (17) Gn 48,15 . (18) Gn 49,28 . (19) Ex 39,43 . (20) Dt 1,1 . Verder : (21) Joz 24,10 . (22) 2 S 6,11 . (23) 2 S 6,18 . (24) 2 S 14,22 . (25) 1 K 8,14 . (26) 1 K 8,55 . (27) Ps 145,21 . (28) Neh 8,6 . (29) 1 Kr 13,14 . (30) 1 Kr 16,2 . (31) 1 Kr 29,10 . (32) 2 Kr 6,3 . (33) 2 Kr 6,13 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ηυλογησεν = èulogèsen (hij zegende) van het werkw. ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen, zegenen) . Taalgebruik in het NT : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in Lc : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in Hnd : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Bijbel (19) : (1) Gn 1,22 . (2) Gn 1,28 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 9,1 . (5) Gn 14,19 . (6) Gn 27,23 . (7) Gn 27,27 .(8) Gn 30,30 . (9) Gn 32,30 . (10) Gn 35,9 . (11) Gn 39,5 . (12) Gn 48,15 . (13) Dt 16,10 . Verder : (14) Joz 22,6 . (15) Re 13,24 . (16) 2 S 6,12 . (17) 1 K 21,10 . (18) Neh 8,6 . (19) 2 Kr 31,10 . Een vorm van ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen, zegenen) in de LXX (516) , in het NT (42) .
- Ned. : zegenen < signare (tekenen) , het signum (teken) van het kruis slaan . Arabisch : بَارَكَ = bâraka (zegenen) . Taalgebruik in de Qoran : bâraka (zegenen) . D. : segnen . E. : to bless . Fr. : bénir . Gr. : ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in het NT : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Hebreeuws : בָרַך = bârakh (zegenen, loven, prijzen) . Taalgebruik in Tenakh : bârakh (zegenen, loven, prijzen) . Lat. : benedicere .

Gn 9,1.2. אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Gn (140) . Ex (31) . Lv (0) . Nu (7) . Dt (29) . Gn 1 (26 verzen; 31X) . Niet in (1) Gn 1,13 . (2) Gn 1,15 . (3) Gn 1,19 . (4) Gn 1,23 . (5) Gn 1,30 .
- De godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) komt 31X in Gn 1 voor . Het aantal verzen in Gn 1 is 31 .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .
- אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) heeft een mannelijke meervoudsvorm ; we zouden moeten vertalen : goden . Als collectief zouden we kunnen vertalen : god . Zo kan dan ook het enk. van het werkw. verklaard worden . Onder goden k/ kunnen an zowel de mannelijke als de vrouwelijke god(en) begrepen zijn .
- De Godsnaam יהוה = JHWH wordt veelvuldiger dan de naam אֱלֹהִים = ´èlohîm (god) gebruikt . Vergelijk maar : יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Gn (128) . Ex (299) . Lv (199) . Nu (287) . Dt (413) . In Gn : ´èlohîm (god) (140) , de Godsnaam JHWH (128) , vooral in Gn 1-25 .

    Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Gn 1 Ex Lv Nu Dt
  ´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 26 (31X) 31 0 7 29
  JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 0 299 199 287 413

- De woorden אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) en אֵל = ´èl (God) beginnen met een aleph . De getalwaarde van אֵל = ´èl (God) is 13 OF 31 , wellicht met een grote symbolische betekenis ; 1 => 3 OF 3 => 1 .

Gn 9,1.1. - 2. וַיְבָרֶך אֱלֹהִים = wajëbhârèkh èlohîm (en God zegende) . Tenakh (3) : (1) Gn 2,3 . (2) Gn 9,1 . (3) Gn 25,11 . Zie ook Gn 1,22 .
- וַיְבָרֶך יהוה = wajëbhârèkh JHWH (en JHWH zegende) . Tenakh (4) : (1) Gn 30,30 . (2) Gn 39,5 . (3) 2 S 6,11 . (4) 1 Kr 13,14 .

Gn 9,1.8. act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. פְּרוּ = përû (weest vruchtbaar) van het werkw. פרה = pârâh : 1. vruchtbaar zijn , voortbrengen . 2. bloeien , opschieten . Taalgebruik in Tenakh : pârâh (1. vruchtbaar zijn, voortbrengen. 2. bloeien, opschieten) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 42 (2² X 13) OF 285 (3 X 5 X 19) . Structuur : 8 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 7 . p-r-w . Tenakh (5) . përû (weest vruchtbaar) . Tenach (4) : (1) Gn 1,22 . (2) Gn 1,28 . (3) Gn 9,1 . (4) Gn 9,7 .
- Ned. : vrucht . Arabisch : فَاكِة = fâkihah (fruit) . Taalgebruik in de Qoran : fâkihah (fruit) . D. : Frucht . E. : fruit . Fr. : fruit . Grieks : καρπος = karpos (vrucht) . Taalgebruik in het NT : karpos (vrucht) . Hebreeuws : פְּרִי = përî (vrucht, fruit) . Taalgebruik in Tenakh : përî (vrucht) . Latijn : frui - fructus .
- act. qal perf. 3de pers. mann. mv. pârû (zij zijn vruchtbaar) . Tenach (1) : Ex 1,7 .

12. - 13. וְאִת הָאָרֶץ = wë´eth hâ´ârèts (en het land) . Tenakh (1) : Gn 1,1 .
אֵת הָאָרֶץ = ´eth hâ´ârèts (het land) . - Tenakh (1) : Dt 1,35 .
- וְאֶת הָאָרֶץ = wë´èth hâ´ârèts (en het land) . Tenakh (17) : (1) Gn 35,12 . (2) Gn 42,34 . (3) Gn 49,15 . (4) Ex 20,11 . (5) Ex 31,17 . (6) Dt 3,12 . (7) Dt 4,26 . (8) Dt 30,19 . (9) Dt 31,28 . (10) 2 K 19,15 . (11) 2 Kr 2,11 . (12) Js 37,16 . (13) Jr 22,12 . (14) Jr 23,24 . (15) Jr 32,17 . (16) Hag 2,6 . (17) Hag 2,21 .
- אֶת הָאָרֶץ = ´èth hâ´ârèts (het land) . Tenakh (136) . Gn (12) : (1) Gn 1,28 . (2) Gn 6,12 . (3) Gn 6,13 . (4) Gn 9,1 . (5) Gn 12,7 . (6) Gn 15,7 . (7) Gn 15,18 . (8) Gn 24,7 . (9) Gn 35,12 . (10) Gn 41,30 . (11) Gn 42,30 . (12) Gn 48,4 . De getalwaarde van deze uitdrukking is 6 + 401 + 5 + 291 = 703 (19 X 37) . Dit is de ster als 37 en de zeshoek als 19 . Zie : http://www.biblewheel.com/gr/GR_LogosStar_Genesis.asp . Laten we in het getal 703 de nul weg , dan bekomen we 73 ; het spiegelbeeldgetal is 37 . En we krijgen opnieuw 37 X 73 , de ster als 73 en de zeshoek als 36 .

Gn 9,2 - Gn 9,2 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2 καὶ ὁ τρόμος καὶ ὁ φόβος ὑμῶν ἔσται ἐπὶ πᾶσι τοῖς θηρίοις τῆς γῆς, ἐπὶ πάντα τὰ πετεινὰ τοῦ οὐρανοῦ καὶ ἐπὶ πάντα τὰ κινούμενα ἐπὶ τῆς γῆς καὶ ἐπὶ πάντας τοὺς ἰχθύας τῆς θαλάσσης· ὑπὸ χεῖρας ὑμῖν δέδωκα. 2 et terror vester ac tremor sit super cuncta animalia terrae et super omnes volucres caeli cum universis quae moventur in terra omnes pisces maris manui vestrae traditi sunt   2 En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven. [2] Er zal vrees en schrik voor u zijn bij alle dieren op de aarde, bij alle vogels in de lucht, bij alles wat op de grond kruipt en bij alle vissen in de zee; ze zijn onder uw heerschappij gesteld.   [2] De dieren die in het wild leven, de vogels van de hemel, de dieren die op de aardbodem rondkruipen en de vissen van de zee zullen ontzag en angst voor jullie voelen – ze zijn in jullie macht. 9:2 vreze voor u en schrik voor u moge komen over al wat in het wild leeft op de aarde en over al wat er vliegt langs de hemel; bij al wat kruipt over de bloedrode grond en bij alle vissen der zee; ze zijn jullie in handen gegeven; 2. Soyez la crainte et l'effroi de tous les animaux de la terre et de tous les oiseaux du ciel, comme de tout ce dont la terre fourmille et de tous les poissons de la mer : ils sont livrés entre vos mains.

King James Bible . [2] And the fear of you and the dread of you shall be upon every beast of the earth, and upon every fowl of the air, upon all that moveth upon the earth, and upon all the fishes of the sea; into your hand are they delivered.
Luther-Bibel . 2 Furcht und Schrecken vor euch sei über allen Tieren auf Erden und über allen Vögeln unter dem Himmel, über allem, was auf dem Erdboden wimmelt, und über allen Fischen im Meer; in eure Hände seien sie gegeben.

Tekstuitleg van Gn 9,2 .

Gn 9,3 - Gn 9,3 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3 καὶ πᾶν ἑρπετόν, ὅ ἐστι ζῶν, ὑμῖν ἔσται εἰς βρῶσιν· ὡς λάχανα χόρτου δέδωκα ὑμῖν τὰ πάντα. 3 et omne quod movetur et vivit erit vobis in cibum quasi holera virentia tradidi vobis omnia nâthaththî lâkhèm  3 Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid. [3] Alles wat leeft en beweegt zal u tot voedsel dienen; Ik schenk u dat allemaal naast het groene gewas.   [3] Alles wat leeft en beweegt zal jullie tot voedsel dienen; dit alles geef ik je, zoals ik je ook de planten heb gegeven. 9:3 al wat er rondkruipt en leeft komt u toe als eten; evenals het groene kruid heb ik u dat alles gegeven; 3. Tout ce qui se meut et possède la vie vous servira de nourriture, je vous donne tout cela au même titre que la verdure des plantes.

King James Bible . [3] Every moving thing that liveth shall be meat for you; even as the green herb have I given you all things.
Luther-Bibel . 3 Alles, was sich regt und lebt, das sei eure Speise; wie das grüne Kraut habe ich's euch alles gegeben.

Tekstuitleg van Gn 9,3 .

11. - 12. נָתַתִּי לָכֶם = nâthaththî lâkhèm (ik zal geven aan jullie) . Tenach (11) : (1) Gn 1,29 . (2) Gn 9,3 . (3) Nu 18, 26 . (4) Dt 3,19 . (5) Dt 3,20 . (6) Dt 9,23 . (7) Spr 4, 2 . (8) Jr 7,14 . (9) Jr 23,39 . (10) Jr 35, 15 . (11) Am 4,6 .

Gn 9,4 - Gn 9,4 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4 πλὴν κρέας ἐν αἵματι ψυχῆς οὐ φάγεσθε· 4 excepto quod carnem cum sanguine non comedetis   4 Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten. [4] Alleen vlees* met de ziel – vlees met het bloed er nog in – mag u niet eten.  [4] Maar vlees waarin nog leven is, waar nog bloed in zit, mag je niet eten. 9:4 echter vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult ge niet eten; 4. Seulement, vous ne mangerez pas la chair avec son âme, c'est-à-dire le sang.

King James Bible . [4] But flesh with the life thereof, which is the blood thereof, shall ye not eat.
Luther-Bibel . 4 Allein esst das Fleisch nicht mit seinem Blut, in dem sein Leben ist!

Tekstuitleg van Gn 9,4 .

Gn 9,4.4. αἱματι = haimati van het zelfst. naamw. αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Taalgebruik in de LXX : haima (bloed) . Bijbel (55) . LXX (35) . Pentateuch (8) . Gn (3) : (1) Gn 9,4 . (2) Gn 37,31 . (3) Gn 49,11 . Lv (4) . Dt (1) . NT (20) : (1) Mt 23,30 . (2) Lc 22,20 . (3) Rom 3,25 . (4) Rom 5,9 . (5) 1 Kor 11,25 . (6) Gal 1,16 . (7) Ef 2,13 . (8) Heb 9,21 . (9) Heb 9,22 . (10) Heb 9,25 . (11) Heb 10,19 . (12) Heb 12,24 . (13) Heb 13,20 . (14) 1 Pe 1,19 . (15) 1 Joh 5,6 . (16) Apk 1,5 . (17) Apk 5,9 . (18) Apk 7,14 . (19) Apk 8,7 . (20) Apk 19,13 . Een vorm van  αἱμα = haima (bloed) in de LXX (401) , in het NT (97) , in Mt (10) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,30 . (3) Mt 23,35 . (4) Mt 26,28 . (5) Mt 27,4 . (6) Mt 27,6 . (7) Mt 27,8 . (8) Mt 27,24 . (9) Mt 27,25 . (10) Mt 27,49 , in Mc (3) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,29 . (3) Mc 14,24 , in Lc (7) : (1) Lc 8,43 . (2) Lc 8,44 . (3) Lc 11,50 . (4) Lc 11,51 . (5) Lc 13,1 . (6) Lc 22,20 . (7) Lc 22,44 .
- Hebreeuws : דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Getalswaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 .
- Ned. : bloed . Arabisch : دَم = dam (bloed) . Taalgebruik in de Qoran : dam (bloed) . D. : Blut . E. : blood . Fr. : sang . Gr. : αἱμα = haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Hebr. : דָם = dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Lat. : sanguis .

Gn 9,4.5. לֹא = lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) . De getalswaarde van לֹא = lo´ is de helft van de getalswaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Structuur : 3 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 .

Gn 9,4.6. act. ind. imperf. 2de pers. mann. mv. t'klw תֹאכְלוּ / תֹאכֵלוּ = to'khëlû / to'khelô (jullie zullen eten) van het werkw. אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . De getalswaarde van אָכַל = ´âkhal (eten) is : aleph = 1 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 24 (2³ X 3) of 51 (3 X 17) . Structuur : 1 - 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (52) . Pentateuch (43) . Gn (3) : (1) Gn 3,1 . (2) Gn 3,3 . (3) Gn 9,4 . Ex (7) . Lv (22) . Dt (11) . Andere (9) . Een vorm van אָכַל = ´âkhal (eten) in Tenakh (683) . In de LXX zijn vele (werk)woorden de vertaling van אָכַל = ´âkhal (eten) .
- וַאֲכַלְתֶּם = wë´äkhalëthèm (en jullie zullen eten) < prefix verbindingswoord wë + werkw. act. ind. perf. 2de pers. mann. mv. van het werkw. אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . De getalswaarde van אָכַל = ´âkhal (eten) is : aleph = 1 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 24 (2³ X 3) of 51 (3 X 17) . Structuur : 1 - 2 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (20) : (1) Ex 12,11 . (2) Lv 10,13 . (3) Lv 25,19 . (4) Lv 25,22 . (5) Lv 26,5 . (6) Lv 26,10 . (7) Lv 26,26 . (8) Lv 26,29 . (9) Nu 11,18 . (10) Nu 18,31 . (11) Dt 2,6 . (12) Dt 12,7 . (13) 1 S 9,19 . (14) 1 S 14,34 . (15) Jr 5,14 . (16) Ez 39,17 . (17) Ez 39,19 . (18) Hos 2,14 . (19) Jl 2,26 . (20) Ezr 9,12 .
- act. ind. futurum 2de pers. mv. φαγεσθε = fagesthe (jullie zullen eten) van het werkw. εσθιω = esthiô (eten) . fut. εδομαι = edomai , aor. εφαγον = efagon , perf. εδηδως = edèdôs EΝ het werkw. φαγω = fagô (eten) . Taalgebruik in het NT : esthiô (eten) . Taalgebruik in de LXX : esthiô (eten) . Bijbel (62) . Pentateuch (50) . Gn (5) . Ex (1) . Lv (23) : (1) Lv 8,31 . (2) Lv 10,12 . (3) Lv 10,13 . (4) Lv 10,14 . (5) Lv 10,18 . (6) Lv 11,2 . (7) Lv 11,3 . (8) Lv 11,4 . (9) Lv 11,8 . (10) Lv 11,9 . (11) Lv 11,21 . (12) Lv 11,22 . (13) Lv 11,42 . (14) Lv 17,14 . (15) Lv 19,25 . (16) Lv 23,14 . (17) Lv 25,12 . (18) Lv 25,19 . (19) Lv 25,22 . (20) Lv 26,5 . (21) Lv 26,10 . (22) Lv 26,26 . (23) Lv 26,29 . Nu (4) . Dt (17) . Overige boeken OT (12) . NT (0)
- Gr. εσθιω = esthiô , fut. εδομαι = edomai , aor. εφαγον = efagon , perf. εδηδως = edèdôs EΝ het werkw. φαγω = fagô (eten) . Zie het werkw. esthiô (eten) . Taalgebruik in de Bijbel : esthiô (eten) . Gr. esthiô , fut. edomai , aor. efagon , perf. edèdôs . Bijbel (62) . Lv (23) : (1) Lv 8,31 . (2) Lv 10,12 . (3) Lv 10,13 . (4) Lv 10,14 . (5) Lv 10,18 . (6) Lv 11,2 . (7) Lv 11,3 . (8) Lv 11,4 . (9) Lv 11,8 . (10) Lv 11,9 . (11) Lv 11,21 . (12) Lv 11,22 . (13) Lv 11,42 . (14) Lv 17,14 . (15) Lv 19,25 . (16) Lv 23,14 . (17) Lv 25,12 . (18) Lv 25,19 . (19) Lv 25,22 . (20) Lv 26,5 . (21) Lv 26,10 . (22) Lv 26,26 . (23) Lv 26,29 .
- Ned. : eten (vgl Gr. e -s-th-) . Arabisch : أَكَلَ = ´akala (eten) . Taalgebruik in de Qoran : ´akala (eten) . Fr. : manger . E. : to eat . D. : essen . Grieks : εσθιω = esthiô (eten) . Taalgebruik in het NT : esthiô (eten) . Hebreeuws : אָכַל = ´âkhal (eten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âkhal (eten) . Lat. : manducare (zie manger) ; comedere (eten, verteren, meeëten) .

Gn 9,4.5. - 6. לֹא t'klw תֹאכְלוּ / תֹאכֵלוּ = lo´ to'khëlû / to'khelô (jullie zullen niet eten) . Tenakh (21) . Gn (3) : (1) Gn 3,1 . (2) Gn 3,3 . (3) Gn 9,4 .


Gn 9,5 - Gn 9,5 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5 καὶ γὰρ τὸ ὑμέτερον αἷμα τῶν ψυχῶν ὑμῶν ἐκ χειρὸς πάντων τῶν θηρίων ἐκζητήσω αὐτὸ καὶ ἐκ χειρὸς ἀνθρώπου ἀδελφοῦ ἐκζητήσω τὴν ψυχὴν τοῦ ἀνθρώπου. 5 sanguinem enim animarum vestrarum requiram de manu cunctarum bestiarum et de manu hominis de manu viri et fratris eius requiram animam hominis   5 En voorwaar, Ik zal uw bloed, het bloed uwer zielen eisen; van de hand van alle gedierte zal Ik het eisen; ook van de hand des mensen, van de hand eens iegelijken zijns broeders zal Ik de ziel des mensen eisen. [5] Ook uw eigen bloed zal Ik terugeisen: van alle dieren zal Ik het terugeisen en ook van de mensen, van de mensen onderling zal Ik het leven van de mens terugeisen.   [5] En ik zal genoegdoening eisen wanneer jullie eigen bloed, waarin je levenskracht schuilt, wordt vergoten; ik eis daarvoor genoegdoening van mens en dier. Van iedereen die zijn medemens doodt, eis ik genoegdoening. 9:5 echt, uw eigen bloed van uw eigen bezielde levens, dat zal ik opeisen, uit de hand van al wat in het wild leeft eis ik het,- en uit de hand van de roodbloedige mens: uit de hand van eens mans broeder eis ik de ziel van de roodbloedige mens op; 5. Mais je demanderai compte du sang de chacun de vous. J'en demanderai compte à tous les animaux et à l'homme, aux hommes entre eux, je demanderai compte de l'âme de l'homme.

King James Bible . [5] And surely your blood of your lives will I require; at the hand of every beast will I require it, and at the hand of man; at the hand of every man's brother will I require the life of man.
Luther-Bibel . 5 Auch will ich euer eigen Blut, das ist das Leben eines jeden unter euch, rńchen und will es von allen Tieren fordern und will des Menschen Leben fordern von einem jeden Menschen.

Tekstuitleg van Gn 9,5 .

Gn 9,6 - Gn 9,6 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6 ὁ ἐκχέων αἷμα ἀνθρώπου, ἀντὶ τοῦ αἵματος αὐτοῦ ἐκχυθήσεται, ὅτι ἐν εἰκόνι Θεοῦ ἐποίησα τὸν ἄνθρωπον. 6 quicumque effuderit humanum sanguinem fundetur sanguis illius ad imaginem quippe Dei factus est homo   6 Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt. [6] Het bloed van degene die het bloed van een mens vergiet, zal door mensen worden vergoten, want de mens is gemaakt naar het beeld van God.   [6] Wie bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt. 9:6 vergiet iemand het bloed van de roodbloedige mens, door de roodbloedige mens zal zijn bloed worden vergoten; want naar het beeld van God heeft hij de roodbloedige mens gemaakt; 6. Qui verse le sang de l'homme, par l'homme aura son sang versé. Car à l'image de Dieu l'homme a été fait.

King James Bible . [6] Whoso sheddeth man's blood, by man shall his blood be shed: for in the image of God made he man.
Luther-Bibel . 6 Wer Menschenblut vergie▀t, dessen Blut soll auch durch Menschen vergossen werden; denn Gott hat den Menschen zu seinem Bilde gemacht.

Tekstuitleg van Gn 9,6 .

Gn 9,7 - Gn 9,7 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7 ὑμεῖς δὲ αὐξάνεσθε καὶ πληθύνεσθε καὶ πληρώσατε τὴν γῆν, καὶ κατακυριεύσατε αὐτῆς. 7 vos autem crescite et multiplicamini et ingredimini super terram et implete eam   7 Maar gijlieden, weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt; teelt overvloediglijk voort op de aarde, en vermenigvuldigt op dezelve. [7] Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en word er talrijk.’   [7] Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de hele aarde.' 9:7 gij dus: draagt vrucht en weest overvloedig!- verbreidt u over de aarde en wordt overvloedig op haar! •• 7. Pour vous, soyez féconds, multipliez, pullulez sur la terre et la dominez.

King James Bible . [7] And you, be ye fruitful, and multiply; bring forth abundantly in the earth, and multiply therein.
Luther-Bibel . 7 Seid fruchtbar und mehret euch und reget euch auf Erden, dass euer viel darauf werden.

Tekstuitleg van Gn 9,7 .

2. act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. פְּרוּ = përû (weest vruchtbaar) van het werkw. פרה = pârâh : 1. vruchtbaar zijn , voortbrengen . 2. bloeien , opschieten . Taalgebruik in Tenakh : pârâh (1. vruchtbaar zijn, voortbrengen. 2. bloeien, opschieten) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 42 (2² X 13) OF 285 (3 X 5 X 19) . Structuur : 8 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 7 . p-r-w . Tenakh (5) . përû (weest vruchtbaar) . Tenach (4) : (1) Gn 1,22 . (2) Gn 1,28 . (3) Gn 9,1 . (4) Gn 9,7 .
- Ned. : vrucht . Arabisch : فَاكِة = fâkihah (fruit) . Taalgebruik in de Qoran : fâkihah (fruit) . D. : Frucht . E. : fruit . Fr. : fruit . Grieks : καρπος = karpos (vrucht) . Taalgebruik in het NT : karpos (vrucht) . Hebreeuws : פְּרִי = përî (vrucht, fruit) . Taalgebruik in Tenakh : përî (vrucht) . Latijn : frui - fructus .
- act. qal perf. 3de pers. mann. mv. pârû (zij zijn vruchtbaar) . Tenach (1) : Ex 1,7 .

Eerste lezing op de 1ste (eerste zondag in de veertigdagentijd B : Gn 9,8-15 . Verwijzing : Gn 9,8-15 .

Dit zei God tot Noach en zijn zonen: "Nu ga ik mijn verbond aan met u en met uw nageslacht en met alle levende wezens die bij u zijn, met de vogels en de viervoetige dieren, met alle dieren van de aarde die bij u zijn, met al wat uit de ark is gekomen, al het gedierte van de aarde. Ik ga met u een verbond aan dat nooit meer enig levend wezen door het water van de vloed zal worden uitgeroeid en dat er zich nooit meer een vloed zal voordoen om de aarde te verwoesten." En God zei: "Dit is het teken van het Verbond dat ik instel tussen mij en u en alle levende wezens die bij u zijn, voor alle geslachten. Ik zet mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde. Wanneer ik op de aarde de wolken samenpak en de boog in de wolken zichtbaar wordt, dan zal ik denken aan het verbond tussen mij en u en alle levende wezens; alles wat leven heeft. De wateren zullen nooit meer zwellen tot een vloed om al wat leeft te verdelgen."

Gn 9,8 - Gn 9,8 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8 Καὶ εἶπεν ὁ Θεός τῷ Νῷε καὶ τοῖς υἱοῖς αὐτοῦ μετ᾿ αὐτοῦ λέγων· 8 haec quoque dixit Deus ad Noe et ad filios eius cum eo   8 Voorts zeide God tot Noach, en tot zijn zonen met hem, zeggende: [8] God zei tegen Noach en zijn zonen:  [8] Ook zei God tegen Noach en zijn zonen: 9:8 Dan zegt God tot Noach en tot zijn zonen met hem,- hij zegt: 8. Dieu parla ainsi à Noé et à ses fils :

King James Bible . [8] And God spake unto Noah, and to his sons with him, saying,
Luther-Bibel . 8 Und Gott sagte zu Noah und seinen S÷hnen mit ihm: Dit zei God tot Noach en zijn zonen:
- 1ste (eerste zondag in de veertigdagentijd B .

Tekstuitleg van Gn 9,8 .

Gn 9,9 - Gn 9,9 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9 καὶ ἰδοὺ ἐγὼ ἀνίστημι τὴν διαθήκην μου ὑμῖν καὶ τῷ σπέρματι ὑμῶν μεθ᾿ ὑμᾶς 9 ecce ego statuam pactum meum vobiscum et cum semine vestro post vos   9 Maar Ik, ziet, Ik richt Mijn verbond op met u, en met uw zaad na u; [9] ‘Nu sluit Ik mijn verbond* met u en met uw nageslacht,  [9] 'Hierbij sluit ik een verbond met jullie en met je nakomelingen, 9:9 ik van mijn kant, hier ben ik, ik breng tot stand: een verbond van mij met u,- en met uw zaad na u; 9. Voici que j'établis mon alliance avec vous et avec vos descendants après vous,

King James Bible . [9] And I, behold, I establish my covenant with you, and with your seed after you;
Luther-Bibel . 9 Siehe, ich richte mit euch einen Bund auf und mit euren Nachkommen
- 1ste (eerste zondag in de veertigdagentijd B . "Nu ga ik mijn verbond aan met u en met uw nageslacht

Tekstuitleg van Gn 9,9 .

3. act. hifil part. nom. mann. enk. meqîm (die doet opstaan) . van het werkw. qûm (opstaan) . Taalgebruik in Tenach : qûm (opstaan) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 146 (2 X 73) . Structuur : 100 - 6 - 40 OF 1 - 6 - 4 . Tenach (8) : (1) Gn 9,9 . (2) 1 S 2,8 . (3) 2 S 12,11 . (4) Js 44,26 . (5) Jr 50,32 . (6) Am 6,14 . (7) Hab 1,6 . (8) Zach 11,16 .

1. - 3. hinënî meqîm (zie ik die doet opstaan) . Tenach (4) : (1) Gn 9,9 . (2) 2 S 12,11 . (3) Am 6,14 . (4) Hab 1,6 . hinneh ´ânokhî meqîm (zie ik die doet opstaan) . Tenach (1) Zach 11,16 . wa´änî hinënî meqîm (en ik zie ik die doet opstaan) . Tenach (1) Gn 9,9 . meqîmî (die doet opstaan) . Tenach (1) Ps 113,7 . Volgens Jouön heeft de eind jod slechts een ritmische waarde .

 

Gn 9,10 - Gn 9,10 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10 καὶ πάσῃ ψυχῇ ζώσῃ μεθ᾿ ὑμῶν, ἀπὸ ὀρνέων καὶ ἀπὸ κτηνῶν, καὶ πᾶσι τοῖς θηρίοις τῆς γῆς, ὅσα ἐστὶ μεθ᾿ ὑμῶν ἀπὸ πάντων τῶν ἐξελθόντων ἐκ τῆς κιβωτοῦ. 10 et ad omnem animam viventem quae est vobiscum tam in volucribus quam in iumentis et pecudibus terrae cunctis quae egressa sunt de arca et universis bestiis terrae   10 En met alle levende ziel, die met u is, van het gevogelte, van het vee, en van alle gedierte der aarde met u; van allen, die uit de ark gegaan zijn, tot al het gedierte der aarde toe. [10] en met alle levende wezens die bij u zijn, met de vogels en de viervoetige dieren, met alle dieren van de aarde die bij u zijn, alle dieren die uit de ark zijn gekomen, alle dieren van de aarde.  [10] en met alle levende wezens die bij jullie zijn: vogels, vee en wilde dieren, met alles wat uit de ark is gekomen, alle dieren op aarde. 9:10 met alle levende ziel die met u is, met de vogels en het vee en al wat in het wild op aarde met u leeft,- met allen die zijn weggetrokken uit de ark, met al wat leeft op aarde; 10. et avec tous les êtres animés qui sont avec vous : oiseaux, bestiaux, toutes bêtes sauvages avec vous, bref tout ce qui est sorti de l'arche, tous les animaux de la terre.

King James Bible . [10] And with every living creature that is with you, of the fowl, of the cattle, and of every beast of the earth with you; from all that go out of the ark, to every beast of the earth.
Luther-Bibel . 10 und mit allem lebendigen Getier bei euch, an V÷geln, an Vieh und an allen Tieren des Feldes bei euch, von allem, was aus der Arche gegangen ist, was fŘr Tiere es sind auf Erden.
- 1ste (eerste zondag in de veertigdagentijd B . en met alle levende wezens die bij u zijn, met de vogels en de viervoetige dieren, met alle dieren van de aarde die bij u zijn, met al wat uit de ark is gekomen, al het gedierte van de aarde.

Tekstuitleg van Gn 9,10 .

Gn 9,11 - Gn 9,11 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11 καὶ στήσω τὴν διαθήκην μου πρὸς ὑμᾶς, καὶ οὐκ ἀποθανεῖται πᾶσα σὰρξ ἔτι ἀπὸ τοῦ ὕδατος τοῦ κατακλυσμοῦ, καὶ οὐκ ἔτι ἔσται κατακλυσμὸς ὕδατος τοῦ καταφθεῖραι πᾶσαν τὴν γῆν. 11 statuam pactum meum vobiscum et nequaquam ultra interficietur omnis caro aquis diluvii neque erit deinceps diluvium dissipans terram   11 En Ik richt Mijn verbond op met u, dat niet meer alle vlees door de wateren des vloeds zal worden uitgeroeid; en dat er geen vloed meer zal zijn, om de aarde te verderven. [11] Ik sluit met u mijn verbond, dat nooit meer enig levend wezen door het water van de vloed zal worden uitgeroeid, en dat er zich nooit meer een vloed zal voordoen om de aarde te verwoesten.’  [11] Deze belofte doe ik jullie: nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid, nooit weer zal er een zondvloed komen om de aarde te vernietigen. 9:11 gestand doen zal ik mijn verbond met u, niet nog eens zal alle vlees worden weggemaaid door de wateren van de vloed,- niet nog eens kome er zo'n vloed om de aarde te verderven! 11. J'établis mon alliance avec vous : tout ce qui est ne sera plus détruit par les eaux du déluge, il n'y aura plus de déluge pour ravager la terre.

King James Bible . [11] And I will establish my covenant with you; neither shall all flesh be cut off any more by the waters of a flood; neither shall there any more be a flood to destroy the earth.
Luther-Bibel . 11 Und ich richte meinen Bund so mit euch auf, dass hinfort nicht mehr alles Fleisch verderbt werden soll durch die Wasser der Sintflut und hinfort keine Sintflut mehr kommen soll, die die Erde verderbe.
- 1ste (eerste zondag in de veertigdagentijd B . Ik ga met u een verbond aan dat nooit meer enig levend wezen door het water van de vloed zal worden uitgeroeid en dat er zich nooit meer een vloed zal voordoen om de aarde te verwoesten."

Tekstuitleg van Gn 9,11 .

Gn 9,12 - Gn 9,12 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12 καὶ εἶπε Κύριος ὁ Θεὸς πρὸς Νῶε· τοῦτο τὸ σημεῖον τῆς διαθήκης, ὃ ἐγὼ δίδωμι ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ ὑμῶν καὶ ἀνὰ μέσον πάσης ψυχῆς ζώσης, ἥ ἐστι μεθ᾿ ὑμῶν εἰς γενεὰς αἰωνίους· 12 dixitque Deus hoc signum foederis quod do inter me et vos et ad omnem animam viventem quae est vobiscum in generationes sempiternas   12 En God zeide: Dit is het teken des verbonds, dat Ik geef tussen Mij en tussen ulieden, en tussen alle levende ziel, die met u is, tot eeuwige geslachten. [12] En God zei: ‘Dit is het teken van het verbond, dat Ik sluit tussen Mij en u, en alle levende wezens die bij u zijn, voor alle generaties.  [12] En dit,' zei God, 'zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie en alle levende wezens bij jullie: 9:12 Dan zegt God: dit is het teken van het verbond dat ik geef tussen mij en u en alle levende ziel die met u is,- voor de generaties, een eeuwigheid lang; 12. Et Dieu dit : Voici le signe de l'alliance que j'institue entre moi et vous et tous les êtres vivants qui sont avec vous, pour les générations à venir :

King James Bible . [12] And God said, This is the token of the covenant which I make between me and you and every living creature that is with you, for perpetual generations:
Luther-Bibel . 12 Und Gott sprach: Das ist das Zeichen des Bundes, den ich geschlossen habe zwischen mir und euch und allem lebendigen Getier bei euch auf ewig:
- 1ste (eerste zondag in de veertigdagentijd B . En God zei: "Dit is het teken van het Verbond dat ik instel tussen mij en u en alle levende wezens die bij u zijn, voor alle geslachten.

Tekstuitleg van Gn 9,12 .

11. בֵּין = be(j)n (tussen) . Taalgebruik in Tenakh : be(j)n (tussen) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 26 OF 62 (2 X 31) . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (165) . Pentateuch (61) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (24) . 12 Kleine Profeten (13) . Geschriften (25) . Gn (15) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,6 . (3) Gn 1,7 . (4) Gn 1,14 . (5) Gn 1,18 . (6) Gn 9,16 . (7) Gn 10,12 . (8) Gn 13,3 . (9) Gn 13,7 . (10) Gn 15,17 . (11) Gn 16,14 . (12) Gn 20,1 . (13) Gn 31,37 . (14) Gn 32,17 . (15) Gn 49,14 .
-- וּבֵּין = ûbhe(j)n (en tussen) < waw + Tenakh (108) . Pentateuch (46) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (12) . Gn (20) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,7 . (3) Gn 1,14 . (4) Gn 1,18 . (5) Gn 3,15 . (6) Gn 9,12 . (7) Gn 9,13 . (8) Gn 9,15 . (9) Gn 9,16 . (10) Gn 9,17 . (11) Gn 10,12 . (12) Gn 13,3. (13) Gn 13,7 . (14) Gn 13,8 . (15) Gn 16,14 . (16) Gn 17,7 . (17) Gn 17,10 . (18) Gn 20,1 . (19) Gn 30,36 . (20) Gn 32,17 .
- ανα μεσον = ana meson (in het midden van? tussen) . LXX (680) . NT (3) .

13. נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) . Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) . 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 . 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) . Structuur : 5 - 8 - 3 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (131) . Pentateuch (62) . Eerdere Profeten (18) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Gn 1,20. (2) Gn 1,21 . (3) Gn 1,24 . (4) Gn 1,30 .
- Grieks : acc. vr. enk. ψυχην = psuchèn van het zelfst. naamw. ψυχη = psuchè (adem, geest, leven) . Taalgebruik in het NT : psuchè (adem, geest, leven) . Taalgebruik in de LXX : psuchè (adem, geest, leven) . Gn (10) : Een vorm van ψυχη = psuchè in de LXX (976) , in het NT (101) . Gn (10) : (1) Gn 1,21 . (2) Gn 1,24 . (3) Gn 1,30 . (4) Gn 2,7 . (5) Gn 2,19 . (6) Gn 9,5 . (7) Gn 12,5 . (8) Gn 19,17 . (9) Gn 19,19 . (10) Gn 37,21 .

  psuchè (adem, geest, leven)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  acc. vr. enk. psuchèn   289  254  35  16  24 

14. חַיָה = chajâh (dier, gedierte, wildgedierte) . Stat. constr. חַיַת = chajath . Zie het werkw. חָיַה = châjah (leven, blijven leven) . Taalgebruik in Tenakh : châjâh (leven) . Getalwaarde : chet = 8 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 23 . Structuur : 8 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (32) . Gn (14) . Gn 1 (4) : (1) Gn 1,20 . (2) Gn 1,24 . (3) Gn 1,28 . (4) Gn 1,30 .
- Grieks : act. part. aor. acc. vr. enk. ζωσαν = zôsan (levend) van het werkw. ζαω = zaô (leven, bestaan) . Taalgebruik in het NT : zaô (leven, bestaan) . Taalgebruik in de LXX : zaô (leven, bestaan) . Bijbel (9) : (1) Gn 1,24 . (2) Gn 2,7 . (3) Gn 2,19 . (4) Gn 8,21 . (5) Hnd 9,41 . (6) Rom 12,1 . (7) 1 Kor 15,45 . (8) Heb 10,20 . (9) 1 Pe 1,3 . Een vorm van ζαω = zaô (leven, bestaan) in de LXX (554) , in het NT (140) .

13. - 14. נֶפֶשׁ חַיָה = nèphèsj chajâh (levend wezen) . Tenakh (8) : (1) Gn 1,20 . (2) Gn 1,24 . (3) Gn 1,30 . (4) Gn 2,19 . (5) Gn 9,12 . (6) Gn 9,15 . (7) Gn 9,16 . (8) Ez 47,9 .
- Grieks : ψυχην ζωσαν = psuchèn sôzan (levend wezen) . LXX (3) : (1) Gn 1,24 . (2) Gn 2,7 . (3) Gn 2,19 . NT (1) : 1 Kor 15,45 .

Gn 9,13 - Gn 9,13 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13 τὸ τόξον μου τίθημι ἐν τῇ νεφέλῃ, καὶ ἔσται εἰς σημεῖον διαθήκης ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ τῆς γῆς. 13 arcum meum ponam in nubibus et erit signum foederis inter me et inter terram   13 Mijn boog heb Ik gegeven in de wolken; die zal zijn tot een teken des verbonds tussen Mij en tussen de aarde. [13] Ik zet mijn boog* in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde.   [13] ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde. 9:13 mijn boog heb ik gegeven in de wolken: hij zal worden tot een teken van het verbond tussen mij en de aarde; 13. je mets mon arc dans la nuée et il deviendra un signe d'alliance entre moi et la terre.

King James Bible . [13] I do set my bow in the cloud, and it shall be for a token of a covenant between me and the earth.
Luther-Bibel . 13 Meinen Bogen habe ich in die Wolken gesetzt; der soll das Zeichen sein des Bundes zwischen mir und der Erde.
- 1ste (eerste zondag in de veertigdagentijd B . Ik zet mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde.

Tekstuitleg van Gn 9,13 .

7. bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenach : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Genesis : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jesaja : bërîth (verbond) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 300 , jod = 10 , taw = 22 of 500 ; totaal : 54 of 812 . Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het N.T. : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Lat. foedus (zie b.v. federaal) , testamentum . E. testament . Fr. alliance . E. covenant . Ned. testamment , verbond , overeenkomst . D. Bund . Tenach (132) . Pentateuch (32) . In negen verzen in Gn . (1) Gn 9,13 (boog : teken van het verbond) . (2) Gn 9,16 (verbond tussen God en de mensen) . (3) Gn 14,13 (bondgenoten van Abram) . (4) Gn 15,18 (JHWH sloot een verbond met Abram) . (5) Gn 17,11 (verbond van God met Abraham en zijn nageslacht) . (6) Gn 21,27 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (7) Gn 21,32 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (8) Gn 26,28 (verbond tussen Isaak en Abimelech) . (9) Gn 31,44 (verbond tussen Laban en Jakob) . Een vorm van diathèkè (verbond) in het N.T. (33) . Syn. en ev. (4) . In de LXX (358) .

9. בֵּין = be(j)n (tussen) . Taalgebruik in Tenakh : be(j)n (tussen) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 26 OF 62 (2 X 31) . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (165) . Pentateuch (61) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (24) . 12 Kleine Profeten (13) . Geschriften (25) . Gn (15) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,6 . (3) Gn 1,7 . (4) Gn 1,14 . (5) Gn 1,18 . (6) Gn 9,16 . (7) Gn 10,12 . (8) Gn 13,3 . (9) Gn 13,7 . (10) Gn 15,17 . (11) Gn 16,14 . (12) Gn 20,1 . (13) Gn 31,37 . (14) Gn 32,17 . (15) Gn 49,14 .
-- וּבֵּין = ûbhe(j)n (en tussen) < waw + Tenakh (108) . Pentateuch (46) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (12) . Gn (20) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,7 . (3) Gn 1,14 . (4) Gn 1,18 . (5) Gn 3,15 . (6) Gn 9,12 . (7) Gn 9,13 . (8) Gn 9,15 . (9) Gn 9,16 . (10) Gn 9,17 . (11) Gn 10,12 . (12) Gn 13,3. (13) Gn 13,7 . (14) Gn 13,8 . (15) Gn 16,14 . (16) Gn 17,7 . (17) Gn 17,10 . (18) Gn 20,1 . (19) Gn 30,36 . (20) Gn 32,17 .
- ανα μεσον = ana meson (in het midden van? tussen) . LXX (680) . NT (3) .

Gn 9,14 - Gn 9,14 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14 καὶ ἔσται ἐν τῷ συννεφεῖν με νεφέλας ἐπὶ τὴν γῆν, ὀφθήσεται τὸ τόξον ἐν τῇ νεφέλῃ, 14 cumque obduxero nubibus caelum apparebit arcus meus in nubibus   14 En het zal geschieden, als Ik wolken over de aarde brenge, dat deze boog zal gezien worden in de wolken; [14] Wanneer Ik op de aarde de wolken samenpak, en de boog in de wolken zichtbaar wordt,  [14] Wanneer ik wolken samendrijf boven de aarde en in die wolken de boog zichtbaar wordt, 9:14 het zal geschieden: als ik wolken welf over de aarde,- en de boog in de wolken zichtbaar wordt, 14. Lorsque j'assemblerai les nuées sur la terre et que l'arc apparaîtra dans la nuée,

King James Bible . [14] And it shall come to pass, when I bring a cloud over the earth, that the bow shall be seen in the cloud:
Luther-Bibel . 14 Und wenn es kommt, dass ich Wetterwolken Řber die Erde fŘhre, so soll man meinen Bogen sehen in den Wolken.
- 1ste (eerste zondag in de veertigdagentijd B . Wanneer ik op de aarde de wolken samenpak en de boog in de wolken zichtbaar wordt,

Tekstuitleg van Gn 9,14 .

3. `ânân (wolk) . Taalgebruik in Tenach : `ânân (wolk) . Zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . MT (26) (dit is de getalwaarde van de naam JHWH) . Getalwaarde van `ânân (wolk) : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 ; totaal 44 (2 X 2 X 11) of 170 (10 X 17) ; 17 is de getalwaarde van kabhod (heerlijkheid . Gr. nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in de Septuaginta : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in het N.T. : nefelè (nevel, wolk) . Lat. nubis . Fr. la nuée . E. cloud . D. Wolke . In acht verzen in de Pentateuch : (1) Gn 9,14 . In twee verzen in Ex (Exodus) : (1) Ex 13,21 . (2) Ex 40,38 (`ânân JHWH = de wolk van JHWH) . Verder : (4) Lv 16,13 . (5) Nu 12,5 . (6) Nu 14,14 . (7) Dt 4,11 . (8) Dt 31,15 .

Gn 9,15 - Gn 9,15 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15 καὶ μνησθήσομαι τῆς διαθήκης μου, ἥ ἐστιν ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ ὑμῶν, καὶ ἀνὰ μέσον πάσης ψυχῆς ζώσης ἐν πάσῃ σαρκί, καὶ οὐκ ἔσται ἔτι τὸ ὕδωρ εἰς κατακλυσμόν, ὥστε ἐξαλεῖψαι πᾶσαν σάρκα. 15 et recordabor foederis mei vobiscum et cum omni anima vivente quae carnem vegetat et non erunt ultra aquae diluvii ad delendam universam carnem   15 Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond, hetwelk is tussen Mij en tussen u, en tussen alle levende ziel van alle vlees; en de wateren zullen niet meer wezen tot een vloed, om alle vlees te verderven. [15] dan zal Ik denken aan het verbond tussen Mij en u en alle levende wezens, aan alles wat leven heeft. De wateren zullen nooit meer aanzwellen tot een vloed, om alles wat leeft te verdelgen.   [15] zal ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft, en nooit weer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt. 9:15 zal ik gedenken mijn verbond tussen u en mij en alle levende ziel, alle vlees: niet nog eens zal het water worden tot een vloed om alle vlees te verderven; 15. je me souviendrai de l'alliance qu'il y a entre moi et vous et tous les êtres vivants, en somme toute chair, et les eaux ne deviendront plus un déluge pour détruire toute chair.

King James Bible . [15] And I will remember my covenant, which is between me and you and every living creature of all flesh; and the waters shall no more become a flood to destroy all flesh.
Luther-Bibel . 15 Alsdann will ich gedenken an meinen Bund zwischen mir und euch und allem lebendigen Getier unter allem Fleisch, dass hinfort keine Sintflut mehr komme, die alles Fleisch verderbe.
- 1ste (eerste zondag in de veertigdagentijd B . dan zal ik denken aan het verbond tussen mij en u en alle levende wezens; alles wat leven heeft. De wateren zullen nooit meer zwellen tot een vloed om al wat leeft te verdelgen."

Tekstuitleg van Gn 9,15 .

7. בֵּין = be(j)n (tussen) . Taalgebruik in Tenakh : be(j)n (tussen) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 26 OF 62 (2 X 31) . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (165) . Pentateuch (61) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (24) . 12 Kleine Profeten (13) . Geschriften (25) . Gn (15) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,6 . (3) Gn 1,7 . (4) Gn 1,14 . (5) Gn 1,18 . (6) Gn 9,16 . (7) Gn 10,12 . (8) Gn 13,3 . (9) Gn 13,7 . (10) Gn 15,17 . (11) Gn 16,14 . (12) Gn 20,1 . (13) Gn 31,37 . (14) Gn 32,17 . (15) Gn 49,14 .
-- וּבֵּין = ûbhe(j)n (en tussen) < waw + Tenakh (108) . Pentateuch (46) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (12) . Gn (20) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,7 . (3) Gn 1,14 . (4) Gn 1,18 . (5) Gn 3,15 . (6) Gn 9,12 . (7) Gn 9,13 . (8) Gn 9,15 . (9) Gn 9,16 . (10) Gn 9,17 . (11) Gn 10,12 . (12) Gn 13,3. (13) Gn 13,7 . (14) Gn 13,8 . (15) Gn 16,14 . (16) Gn 17,7 . (17) Gn 17,10 . (18) Gn 20,1 . (19) Gn 30,36 . (20) Gn 32,17 .
- ανα μεσον = ana meson (in het midden van? tussen) . LXX (680) . NT (3) .

12. נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) . Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) . 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 . 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) . Structuur : 5 - 8 - 3 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (131) . Pentateuch (62) . Eerdere Profeten (18) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Gn 1,20. (2) Gn 1,21 . (3) Gn 1,24 . (4) Gn 1,30 .
- Grieks : acc. vr. enk. ψυχην = psuchèn van het zelfst. naamw. ψυχη = psuchè (adem, geest, leven) . Taalgebruik in het NT : psuchè (adem, geest, leven) . Taalgebruik in de LXX : psuchè (adem, geest, leven) . Gn (10) : Een vorm van ψυχη = psuchè in de LXX (976) , in het NT (101) . Gn (10) : (1) Gn 1,21 . (2) Gn 1,24 . (3) Gn 1,30 . (4) Gn 2,7 . (5) Gn 2,19 . (6) Gn 9,5 . (7) Gn 12,5 . (8) Gn 19,17 . (9) Gn 19,19 . (10) Gn 37,21 .

  psuchè (adem, geest, leven)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  acc. vr. enk. psuchèn   289  254  35  16  24 

13. חַיָה = chajâh (dier, gedierte, wildgedierte) . Stat. constr. חַיַת = chajath . Zie het werkw. חָיַה = châjah (leven, blijven leven) . Taalgebruik in Tenakh : châjâh (leven) . Getalwaarde : chet = 8 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 23 . Structuur : 8 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (32) . Gn (14) . Gn 1 (4) : (1) Gn 1,20 . (2) Gn 1,24 . (3) Gn 1,28 . (4) Gn 1,30 .
- Grieks : act. part. aor. acc. vr. enk. ζωσαν = zôsan (levend) van het werkw. ζαω = zaô (leven, bestaan) . Taalgebruik in het NT : zaô (leven, bestaan) . Taalgebruik in de LXX : zaô (leven, bestaan) . Bijbel (9) : (1) Gn 1,24 . (2) Gn 2,7 . (3) Gn 2,19 . (4) Gn 8,21 . (5) Hnd 9,41 . (6) Rom 12,1 . (7) 1 Kor 15,45 . (8) Heb 10,20 . (9) 1 Pe 1,3 . Een vorm van ζαω = zaô (leven, bestaan) in de LXX (554) , in het NT (140) .

12. - 13. נֶפֶשׁ חַיָה = nèphèsj chajâh (levend wezen) . Tenakh (8) : (1) Gn 1,20 . (2) Gn 1,24 . (3) Gn 1,30 . (4) Gn 2,19 . (5) Gn 9,12 . (6) Gn 9,15 . (7) Gn 9,16 . (8) Ez 47,9 .
- Grieks : ψυχην ζωσαν = psuchèn sôzan (levend wezen) . LXX (3) : (1) Gn 1,24 . (2) Gn 2,7 . (3) Gn 2,19 . NT (1) : 1 Kor 15,45 .

Gn 9,16 - Gn 9,16 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16 καὶ ἔσται τὸ τόξον μου ἐν τῇ νεφέλῃ, καὶ ὄψομαι τοῦ μνησθῆναι διαθήκην αἰώνιον ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ τῆς γῆς καὶ ἀνὰ μέσον ψυχῆς ζώσης ἐν πᾶσι σαρκί, ἥ ἐστιν ἐπὶ τῆς γῆς. 16 eritque arcus in nubibus et videbo illum et recordabor foederis sempiterni quod pactum est inter Deum et inter omnem animam viventem universae carnis quae est super terram   16 Als deze boog in de wolken zal zijn, zo zal Ik hem aanzien, om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel, van alle vlees, dat op de aarde is. [16] Als de boog in de wolken staat, zal Ik hem zien en daarbij denken aan het altijddurend verbond tussen God en alle levende wezens, alles wat op de aarde leeft.’  [16] Als ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen God en al wat op aarde leeft. 9:16 zal de boog daar wezen in de wolken, dan zal ik haar aanzien om te gedenken het verbond voor eeuwig tussen God en alle ziel die leeft en alle vlees op aarde! 16. Quand l'arc sera dans la nuée, je le verrai et me souviendrai de l'alliance éternelle qu'il y a entre Dieu et tous les êtres vivants, en somme toute chair qui est sur la terre.

King James Bible . [16] And the bow shall be in the cloud; and I will look upon it, that I may remember the everlasting covenant between God and every living creature of all flesh that is upon the earth.
Luther-Bibel . 16 Darum soll mein Bogen in den Wolken sein, dass ich ihn ansehe und gedenke an den ewigen Bund zwischen Gott und allem lebendigen Getier unter allem Fleisch, das auf Erden ist.

Tekstuitleg van Gn 9,16 .

6. bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenach : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Genesis : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jesaja : bërîth (verbond) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 300 , jod = 10 , taw = 22 of 500 ; totaal : 54 of 812 . Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het N.T. : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Lat. foedus (zie b.v. federaal) , testamentum . E. testament . Fr. alliance . E. covenant . Ned. testamment , verbond , overeenkomst . D. Bund . Tenach (132) . Pentateuch (32) . In negen verzen in Gn . (1) Gn 9,13 (boog : teken van het verbond) . (2) Gn 9,16 (verbond tussen God en de mensen) . (3) Gn 14,13 (bondgenoten van Abram) . (4) Gn 15,18 (JHWH sloot een verbond met Abram) . (5) Gn 17,11 (verbond van God met Abraham en zijn nageslacht) . (6) Gn 21,27 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (7) Gn 21,32 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (8) Gn 26,28 (verbond tussen Isaak en Abimelech) . (9) Gn 31,44 (verbond tussen Laban en Jakob) . Een vorm van diathèkè (verbond) in het N.T. (33) . Syn. en ev. (4) . In de LXX (358) .

6. - 7. bërîth (verbond) `ôlâm (eeuwig) . Tenach (11) : (1) Gn 9,16 . (2) Ex 31,16 . (3) Lv 24,8 . (4) 1 Kr 16,17 . (5) Ps 105,10 . (6) Js 24,5 . (7) Js 55,3 . (8) Jr 32,40 . (9) Jr 50,5 . (10) Ez 16,60 . (11) Ez 37,26 . Verder : ûbhërîth `ôlâm (en een eeuwig verbond) . Tenach (1) Js 61,8 . lëbërîth `ôlâm (tot een eeuwig verbond) . Tenach (3) : (1) Gn 17,7 . (2) Gn 17,13 . (3) Gn 17,19 .

8. בֵּין = be(j)n (tussen) . Taalgebruik in Tenakh : be(j)n (tussen) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 26 OF 62 (2 X 31) . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (165) . Pentateuch (61) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (24) . 12 Kleine Profeten (13) . Geschriften (25) . Gn (15) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,6 . (3) Gn 1,7 . (4) Gn 1,14 . (5) Gn 1,18 . (6) Gn 9,16 . (7) Gn 10,12 . (8) Gn 13,3 . (9) Gn 13,7 . (10) Gn 15,17 . (11) Gn 16,14 . (12) Gn 20,1 . (13) Gn 31,37 . (14) Gn 32,17 . (15) Gn 49,14 .
-- וּבֵּין = ûbhe(j)n (en tussen) < waw + Tenakh (108) . Pentateuch (46) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (12) . Gn (20) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,7 . (3) Gn 1,14 . (4) Gn 1,18 . (5) Gn 3,15 . (6) Gn 9,12 . (7) Gn 9,13 . (8) Gn 9,15 . (9) Gn 9,16 . (10) Gn 9,17 . (11) Gn 10,12 . (12) Gn 13,3. (13) Gn 13,7 . (14) Gn 13,8 . (15) Gn 16,14 . (16) Gn 17,7 . (17) Gn 17,10 . (18) Gn 20,1 . (19) Gn 30,36 . (20) Gn 32,17 .
- ανα μεσον = ana meson (in het midden van? tussen) . LXX (680) . NT (3) .

10. בֵּין = be(j)n (tussen) . Taalgebruik in Tenakh : be(j)n (tussen) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 26 OF 62 (2 X 31) . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (165) . Pentateuch (61) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (24) . 12 Kleine Profeten (13) . Geschriften (25) . Gn (15) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,6 . (3) Gn 1,7 . (4) Gn 1,14 . (5) Gn 1,18 . (6) Gn 9,16 . (7) Gn 10,12 . (8) Gn 13,3 . (9) Gn 13,7 . (10) Gn 15,17 . (11) Gn 16,14 . (12) Gn 20,1 . (13) Gn 31,37 . (14) Gn 32,17 . (15) Gn 49,14 .
-- וּבֵּין = ûbhe(j)n (en tussen) < waw + Tenakh (108) . Pentateuch (46) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (12) . Gn (20) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,7 . (3) Gn 1,14 . (4) Gn 1,18 . (5) Gn 3,15 . (6) Gn 9,12 . (7) Gn 9,13 . (8) Gn 9,15 . (9) Gn 9,16 . (10) Gn 9,17 . (11) Gn 10,12 . (12) Gn 13,3. (13) Gn 13,7 . (14) Gn 13,8 . (15) Gn 16,14 . (16) Gn 17,7 . (17) Gn 17,10 . (18) Gn 20,1 . (19) Gn 30,36 . (20) Gn 32,17 .
- ανα μεσον = ana meson (in het midden van? tussen) . LXX (680) . NT (3) .

12. נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) . Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) . 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 . 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) . Structuur : 5 - 8 - 3 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (131) . Pentateuch (62) . Eerdere Profeten (18) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Gn 1,20. (2) Gn 1,21 . (3) Gn 1,24 . (4) Gn 1,30 .
- Grieks : acc. vr. enk. ψυχην = psuchèn van het zelfst. naamw. ψυχη = psuchè (adem, geest, leven) . Taalgebruik in het NT : psuchè (adem, geest, leven) . Taalgebruik in de LXX : psuchè (adem, geest, leven) . Gn (10) : Een vorm van ψυχη = psuchè in de LXX (976) , in het NT (101) . Gn (10) : (1) Gn 1,21 . (2) Gn 1,24 . (3) Gn 1,30 . (4) Gn 2,7 . (5) Gn 2,19 . (6) Gn 9,5 . (7) Gn 12,5 . (8) Gn 19,17 . (9) Gn 19,19 . (10) Gn 37,21 .

  psuchè (adem, geest, leven)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  acc. vr. enk. psuchèn   289  254  35  16  24 

13. חַיָה = chajâh (dier, gedierte, wildgedierte) . Stat. constr. חַיַת = chajath . Zie het werkw. חָיַה = châjah (leven, blijven leven) . Taalgebruik in Tenakh : châjâh (leven) . Getalwaarde : chet = 8 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 23 . Structuur : 8 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (32) . Gn (14) . Gn 1 (4) : (1) Gn 1,20 . (2) Gn 1,24 . (3) Gn 1,28 . (4) Gn 1,30 .
- Grieks : act. part. aor. acc. vr. enk. ζωσαν = zôsan (levend) van het werkw. ζαω = zaô (leven, bestaan) . Taalgebruik in het NT : zaô (leven, bestaan) . Taalgebruik in de LXX : zaô (leven, bestaan) . Bijbel (9) : (1) Gn 1,24 . (2) Gn 2,7 . (3) Gn 2,19 . (4) Gn 8,21 . (5) Hnd 9,41 . (6) Rom 12,1 . (7) 1 Kor 15,45 . (8) Heb 10,20 . (9) 1 Pe 1,3 . Een vorm van ζαω = zaô (leven, bestaan) in de LXX (554) , in het NT (140) .

12. - 13. נֶפֶשׁ חַיָה = nèphèsj chajâh (levend wezen) . Tenakh (8) : (1) Gn 1,20 . (2) Gn 1,24 . (3) Gn 1,30 . (4) Gn 2,19 . (5) Gn 9,12 . (6) Gn 9,15 . (7) Gn 9,16 . (8) Ez 47,9 .
- Grieks : ψυχην ζωσαν = psuchèn sôzan (levend wezen) . LXX (3) : (1) Gn 1,24 . (2) Gn 2,7 . (3) Gn 2,19 . NT (1) : 1 Kor 15,45 .

Gn 9,17 - Gn 9,17 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17 καὶ εἶπεν ὁ Θεὸς τῷ Νῶε· τοῦτο τὸ σημεῖον τῆς διαθήκης, ἧς διεθέμην ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ ἀνὰ μέσον πάσης σαρκός, ἥ ἐστιν ἐπὶ τῆς γῆς. 17 dixitque Deus Noe hoc erit signum foederis quod constitui inter me et inter omnem carnem super terram   17 Zo zeide dan God tot Noach: Dit is het teken des verbonds, dat Ik opgericht heb tussen Mij en tussen alle vlees, dat op de aarde is. [17] En God zei tegen Noach: ‘Dat is het teken van het verbond dat Ik heb gesloten tussen Mij en alles wat leeft op de aarde.’  [17] Dit,' zei God tegen Noach, 'is het teken van het verbond dat ik met alle levende wezens op aarde gesloten heb.' 9:17 Dan zegt God tot Noach: dit is het teken van het verbond dat ik tot stand heb gebracht tussen mij en alle vlees op aarde! • 17. Dieu dit à Noé : Tel est le signe de l'alliance que j'établis entre moi et toute chair qui est sur la terre.

King James Bible . [17] And God said unto Noah, This is the token of the covenant, which I have established between me and all flesh that is upon the earth.
Luther-Bibel . 17 Und Gott sagte zu Noah: Das sei das Zeichen des Bundes, den ich aufgerichtet habe zwischen mir und allem Fleisch auf Erden.

Tekstuitleg van Gn 9,17 .

Gn 9,18 - Gn 9,18 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18 ῏Ησαν δὲ οἱ υἱοὶ Νῶε, οἱ ἐξελθόντες ἐκ τῆς κιβωτοῦ, Σήμ, Χάμ, ᾿Ιάφεθ· Χάμ δὲ ἦν πατὴρ Χαναάν. 18 erant igitur filii Noe qui egressi sunt de arca Sem Ham et Iafeth porro Ham ipse est pater Chanaan   18 En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaän. [18] De zonen van Noach die met hem uit de ark gekomen waren, heetten Sem, Cham en Jafet; Cham is de vader van Kanaän.   [18] De zonen van Noach, die samen met hem uit de ark waren gekomen, heetten Sem, Cham en Jafet; Cham was de vader van Kanaän. 9:18 Dit zijn de zonen van Noach die wegtrekken uit de ark: Sem, Cham en Jafet. Cham, hij is de vader van Kanaän. 18. Les fils de Noé qui sortirent de l'arche étaient Sem, Cham et Japhet; Cham est le père de Canaan.

King James Bible . [18] And the sons of Noah, that went forth of the ark, were Shem, and Ham, and Japheth: and Ham is the father of Canaan.
Luther-Bibel . 18 Die S÷hne Noahs, die aus der Arche gingen, sind diese: Sem, Ham und Jafet. Ham aber ist der Vater Kanaans.

Tekstuitleg van Gn 9,18 .

Gn 9,19 - Gn 9,19 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19 τρεῖς οὗτοί εἰσιν υἱοὶ Νῶε· ἀπὸ τούτων διεσπάρησαν ἐπί πᾶσαν τὴν γῆν. 19 tres isti sunt filii Noe et ab his disseminatum est omne hominum genus super universam terram   19 Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid. [19] Deze drie waren de zonen van Noach, en door hen werd de hele aarde bevolkt.   [19] Met de drie zonen van Noach begon de verspreiding van de mensheid over de hele aarde. 9:19 Een drietal zijn zij, de zonen van Noach, en van hen uit is heel de aarde overspreid. 19. Ces trois-là étaient les fils de Noé et à partir d'eux se fit le peuplement de toute la terre.

King James Bible . [19] These are the three sons of Noah: and of them was the whole earth overspread.
Luther-Bibel . 19 Das sind die drei S÷hne Noahs; von ihnen kommen her alle Menschen auf Erden.

Tekstuitleg van Gn 9,19 .

Gn 9,20 - Gn 9,20 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20 Καὶ ἤρξατο Νῶε ἄνθρωπος γεωργὸς γῆς καὶ ἐφύτευσεν ἀμπελῶνα. 20 coepitque Noe vir agricola exercere terram et plantavit vineam   20 En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard. [20] Noach was landbouwer en hij was de eerste die een wijngaard plantte.  [20] Noach was landbouwer en legde als eerste een wijngaard aan. 9:20 Dan maakt Noach als man van de bloedrode grond een begin: hij plant een wijngaard. 20. Noé, le cultivateur, commença de planter la vigne.

King James Bible . [20] And Noah began to be an husbandman, and he planted a vineyard:
Luther-Bibel . 20 Noah aber, der Ackermann, pflanzte als Erster einen Weinberg.

Tekstuitleg van Gn 9,20 .

Gn 9,21 - Gn 9,21 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
21 καὶ ἔπιεν ἐκ τοῦ οἴνου καὶ ἐμεθύσθη καὶ ἐγυμνώθη ἐν τῷ οἴκῳ αὐτοῦ. 21 bibensque vinum inebriatus est et nudatus in tabernaculo suo   21 En hij dronk van dien wijn, en werd dronken; en hij ontblootte zich in het midden zijner tent. [21] Toen hij van de wijn gedronken had, werd hij dronken en kwam naakt in zijn tent te liggen.  [21] Hij dronk van de wijn, werd dronken en ging in zijn tent liggen, zonder kleren aan. 9:21 Hij drinkt van de wijn en wordt dronken; hij ontbloot zich midden in zijn tent. 21. Ayant bu du vin, il fut enivré et se dénuda à l'intérieur de sa tente.

King James Bible . [21] And he drank of the wine, and was drunken; and he was uncovered within his tent.
Luther-Bibel . 21 Und da er von dem Wein trank, ward er trunken und lag im Zelt aufgedeckt.

Tekstuitleg van Gn 9,21 .

Gn 9,22 - Gn 9,22 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
22 καὶ εἶδε Χὰμ ὁ πατὴρ Χαναὰν τὴν γύμνωσιν τοῦ πατρὸς αὐτοῦ καὶ ἐξελθὼν ἀνήγγειλε τοῖς δυσὶν ἀδελφοῖς αὐτοῦ ἔξω. 22 quod cum vidisset Ham pater Chanaan verenda scilicet patris sui esse nuda nuntiavit duobus fratribus suis foras   22 En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen. [22] Cham, de vader van Kanaän, zag de naaktheid van zijn vader en vertelde het buiten aan zijn twee broers.   [22] Toen Cham, de vader van Kanaän, zag dat zijn vader naakt was, vertelde hij dat aan zijn twee broers, die buiten waren. 9:22 Dan ziet Cham, de vader van Kanaän, de naaktheid van zijn vader aan, en meldt die aan zijn twee broers buiten. 22. Cham, père de Canaan, vit la nudité de son père et avertit ses deux frères au-dehors.

King James Bible . [22] And Ham, the father of Canaan, saw the nakedness of his father, and told his two brethren without.
Luther-Bibel . 22 Als nun Ham, Kanaans Vater, seines Vaters Bl÷▀e sah, sagte er's seinen beiden BrŘdern drau▀en.

Tekstuitleg van Gn 9,22 .

Gn 9,23 - Gn 9,23 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
23 καὶ λαβόντες Σὴμ καὶ ᾿Ιάφεθ τὸ ἱμάτιον ἐπέθεντο ἐπὶ τὰ δύο νῶτα αὐτῶν καὶ ἐπορεύθησαν ὀπισθοφανῶς καὶ συνεκάλυψαν τὴν γύμνωσιν τοῦ πατρὸς αὐτῶν, καὶ τὸ πρόσωπον αὐτῶν ὀπισθοφανῶς, καὶ τὴν γύμνωσιν τοῦ πατρὸς αὐτῶν οὐκ εἶδον. 23 at vero Sem et Iafeth pallium inposuerunt umeris suis et incedentes retrorsum operuerunt verecunda patris sui faciesque eorum aversae erant et patris virilia non viderunt   23 Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen. [23] Maar Sem en Jafet haalden een mantel, legden die op hun schouders, liepen achteruit en bedekten met afgewend gelaat de naaktheid van hun vader, zodat zij de naaktheid van hun vader niet zagen.   [23] Daarop namen Sem en Jafet een mantel, legden die over hun schouders, liepen achteruit de tent binnen en bedekten het naakte lichaam van hun vader, met afgewend gelaat, zodat zij hem niet naakt zagen. 9:23 Sem neemt, met Jafet, de mantel, en legt die op de schouders van hen tweeën; ze lopen achteruit en dekken dan de naaktheid van hun vader toe; met hun aanschijn naar achteren gericht hebben ze de naaktheid van hun vader niet gezien. 23. Mais Sem et Japhet prirent le manteau, le mirent tous deux sur leur épaule et, marchant à reculons, couvrirent la nudité de leur père; leurs visages étaient tournés en arrière et ils ne virent pas la nudité de leur père.

King James Bible . [23] And Shem and Japheth took a garment, and laid it upon both their shoulders, and went backward, and covered the nakedness of their father; and their faces were backward, and they saw not their father's nakedness.
Luther-Bibel . 23 Da nahmen Sem und Jafet ein Kleid und legten es auf ihrer beider Schultern und gingen rŘckwńrts hinzu und deckten ihres Vaters Bl÷▀e zu; und ihr Angesicht war abgewandt, damit sie ihres Vaters Bl÷▀e nicht sńhen.

Tekstuitleg van Gn 9,23 .

Gn 9,24 - Gn 9,24 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
24 ἐξένηψε δὲ Νῶε ἀπὸ τοῦ οἴνου καὶ ἔγνω ὅσα ἐποίησεν αὐτῷ ὁ υἱὸς αὐτοῦ ὁ νεώτερος, 24 evigilans autem Noe ex vino cum didicisset quae fecerat ei filius suus minor   24 En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had. [24] Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en te weten kwam wat zijn jongste zoon hem had aangedaan,   [24] Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en te weten kwam wat zijn jongste zoon hem had aangedaan, 9:24 Noach wordt wakker uit zijn wijnroes en komt te weten wat zijn jongste zoon aan hem heeft gedaan. 24. Lorsque Noé se réveilla de son ivresse, il apprit ce qui lui avait fait son fils le plus jeune.

King James Bible . [24] And Noah awoke from his wine, and knew what his younger son had done unto him.
Luther-Bibel . 24 Als nun Noah erwachte von seinem Rausch und erfuhr, was ihm sein jŘngster Sohn angetan hatte,

Tekstuitleg van Gn 9,24 .

Gn 9,25 - Gn 9,25 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
25 καὶ εἶπεν· ἐπικατάρατος Χαναάν· παῖς οἰκέτης ἔσται τοῖς ἀδελφοῖς αὐτοῦ. 25 ait maledictus Chanaan servus servorum erit fratribus suis   25 En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen! [25] zei hij*: ‘Vervloekt zal Kanaän zijn: de laagste knecht van zijn broers zal hij zijn.’  [25] zei hij: 'Vervloekt zij Kanaän, knecht van zijn broers zal Kanaän zijn, de minste van alle knechten. 9:25 En hij zegt: vervloekt is Kanaän!- dienaar van dienaren zal hij zijn voor zijn broeders! 25. Et il dit : Maudit soit Canaan ! Qu'il soit pour ses frères le dernier des esclaves !

King James Bible . [25] And he said, Cursed be Canaan; a servant of servants shall he be unto his brethren.
Luther-Bibel . 25 sprach er: Verflucht sei Kanaan und sei seinen BrŘdern ein Knecht aller Knechte!

Tekstuitleg van Gn 9,25 .

Gn 9,26 - Gn 9,26 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
26 καὶ εἶπεν· εὐλογητὸς Κύριος ὁ Θεὸς τοῦ Σήμ, καὶ ἔσται Χαναὰν παῖς οἰκέτης αὐτοῦ. 26 dixitque benedictus Dominus Deus Sem sit Chanaan servus eius   26 Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem; en Kanaän zij hem een knecht! [26] En hij vervolgde: ‘Gezegend is de heer, de God van Sem, Kanaän zal zijn dienstknecht zijn!  [26] Geprezen zij de HEER, de God van Sem; knecht van Sem zal Kanaän zijn. 9:26 En hij zegt: gezegend de Ene, de God van Sem; laat Kanaän dienstknecht wezen voor hem!- 26. Il dit aussi : Béni soit Yahvé, le Dieu de Sem, et que Canaan soit son esclave !

King James Bible . [26] And he said, Blessed be the LORD God of Shem; and Canaan shall be his servant.
Luther-Bibel . 26 Und sprach weiter: Gelobt sei der HERR, der Gott Sems, und Kanaan sei sein Knecht!

Tekstuitleg van Gn 9,26 .

Gn 9,27 - Gn 9,27 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
27 πλατύναι ὁ Θεὸς τῷ ᾿Ιάφεθ, καὶ κατοικησάτω ἐν τοῖς οἴκοις τοῦ Σὴμ καὶ γενηθήτω Χαναὰν παῖς αὐτοῦ. 27 dilatet Deus Iafeth et habitet in tabernaculis Sem sitque Chanaan servus eius   27 God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaän zij hem een knecht! [27] Moge God ruimte geven aan Jafet*; moge hij wonen in de tenten van Sem; Kanaän zal zijn knecht zijn!’   [27] Moge God ruimte geven aan Jafet,* hem laten wonen in de tenten van Sem; knecht van Jafet zal Kanaän zijn.' uitbreiding geve God aan Jafet,- uitbreiding, wonen moge hij in de tenten van Sem,- en laat Kanaän knecht zijn bij hem! 27. Que Dieu mette Japhet au large, qu'il habite dans les tentes de Sem, et que Canaan soit son esclave !

King James Bible . [27] God shall enlarge Japheth, and he shall dwell in the tents of Shem; and Canaan shall be his servant.
Luther-Bibel . 27 Gott breite Jafet aus und lasse ihn wohnen in den Zelten Sems und Kanaan sei sein Knecht!

Tekstuitleg van Gn 9,27 .

Gn 9,28 - Gn 9,28 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
28 ῎Εζησε δὲ Νῶε μετὰ τὸν κατακλυσμὸν ἔτη τριακόσια πεντήκοντα. 28 vixit autem Noe post diluvium trecentis quinquaginta annis   28 En Noach leefde na den vloed driehonderd en vijftig jaren. [28] Noach leefde na de vloed nog driehonderdvijftig jaar.   [28] Noach leefde na de zondvloed nog driehonderdvijftig jaar. 9:27 Noach leeft na de vloed driehonderd jaar en vijftig jaar. 28. Après le déluge, Noé vécut trois cent cinquante ans.

King James Bible . [28] And Noah lived after the flood three hundred and fifty years.
Luther-Bibel . 28 Noah aber lebte nach der Sintflut dreihundertundfŘnfzig Jahre,

Tekstuitleg van Gn 9,28 .

Gn 9,29 - Gn 9,29 : Het verbond met Noach - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 9 -- Gn 9,1-29 -- Gn 9,1 - Gn 9,2 - Gn 9,3 - Gn 9,4 - Gn 9,5 - Gn 9,6 - Gn 9,7 - Gn 9,8 - Gn 9,9 - Gn 9,10 - Gn 9,11 - Gn 9,12 - Gn 9,13 - Gn 9,14 - Gn 9,15 - Gn 9,16 - Gn 9,17 - Gn 9,18 - Gn 9,19 - Gn 9,20 - Gn 9,21 - Gn 9,22 - Gn 9,23 - Gn 9,24 - Gn 9,25 - Gn 9,26 - Gn 9,27 - Gn 9,28 - Gn 9,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
29 καὶ ἐγένοντο πᾶσαι αἱ ἡμέραι Νῶε ἐννακόσια πεντήκοντα ἔτη, καὶ ἀπέθανεν. 29 et impleti sunt omnes dies eius nongentorum quinquaginta annorum et mortuus est   29 Zo waren al de dagen van Noach negenhonderd en vijftig jaren; en hij stierf. [29] De levensduur van Noach bedroeg negenhonderdvijftig jaar. Toen stierf hij.  [29] In totaal leefde Noach negenhonderdvijftig jaar. Daarna stierf hij. Zo wordt het geheel van Noachs dagen negenhonderd jaar en vijftig jaar; dan sterft hij. 29. Toute la durée de la vie de Noé fut de neuf cent cinquante ans, puis il mourut.

King James Bible . [29] And all the days of Noah were nine hundred and fifty years: and he died.
Luther-Bibel . 29 dass sein ganzes Alter ward neunhundertundfŘnfzig Jahre, und starb.

Tekstuitleg van Gn 9,29 .


SEPTUAGINTA

ΚΑΙ εὐλόγησεν ὁ Θεὸς τὸν Νῶε καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ καὶ εἶπεν αὐτοῖς· αὐξάνεσθε καὶ πληθύνεσθε καὶ πληρώσατε τὴν γῆν καὶ κατακυριεύσατε αὐτῆς. 2 καὶ ὁ τρόμος καὶ ὁ φόβος ὑμῶν ἔσται ἐπὶ πᾶσι τοῖς θηρίοις τῆς γῆς, ἐπὶ πάντα τὰ πετεινὰ τοῦ οὐρανοῦ καὶ ἐπὶ πάντα τὰ κινούμενα ἐπὶ τῆς γῆς καὶ ἐπὶ πάντας τοὺς ἰχθύας τῆς θαλάσσης· ὑπὸ χεῖρας ὑμῖν δέδωκα. 3 καὶ πᾶν ἑρπετόν, ὅ ἐστι ζῶν, ὑμῖν ἔσται εἰς βρῶσιν· ὡς λάχανα χόρτου δέδωκα ὑμῖν τὰ πάντα. 4 πλὴν κρέας ἐν αἵματι ψυχῆς οὐ φάγεσθε· 5 καὶ γὰρ τὸ ὑμέτερον αἷμα τῶν ψυχῶν ὑμῶν ἐκ χειρὸς πάντων τῶν θηρίων ἐκζητήσω αὐτὸ καὶ ἐκ χειρὸς ἀνθρώπου ἀδελφοῦ ἐκζητήσω τὴν ψυχὴν τοῦ ἀνθρώπου. 6 ὁ ἐκχέων αἷμα ἀνθρώπου, ἀντὶ τοῦ αἵματος αὐτοῦ ἐκχυθήσεται, ὅτι ἐν εἰκόνι Θεοῦ ἐποίησα τὸν ἄνθρωπον. 7 ὑμεῖς δὲ αὐξάνεσθε καὶ πληθύνεσθε καὶ πληρώσατε τὴν γῆν, καὶ κατακυριεύσατε αὐτῆς. 8 Καὶ εἶπεν ὁ Θεός τῷ Νῷε καὶ τοῖς υἱοῖς αὐτοῦ μετ᾿ αὐτοῦ λέγων· 9 καὶ ἰδοὺ ἐγὼ ἀνίστημι τὴν διαθήκην μου ὑμῖν καὶ τῷ σπέρματι ὑμῶν μεθ᾿ ὑμᾶς 10 καὶ πάσῃ ψυχῇ ζώσῃ μεθ᾿ ὑμῶν, ἀπὸ ὀρνέων καὶ ἀπὸ κτηνῶν, καὶ πᾶσι τοῖς θηρίοις τῆς γῆς, ὅσα ἐστὶ μεθ᾿ ὑμῶν ἀπὸ πάντων τῶν ἐξελθόντων ἐκ τῆς κιβωτοῦ. 11 καὶ στήσω τὴν διαθήκην μου πρὸς ὑμᾶς, καὶ οὐκ ἀποθανεῖται πᾶσα σὰρξ ἔτι ἀπὸ τοῦ ὕδατος τοῦ κατακλυσμοῦ, καὶ οὐκ ἔτι ἔσται κατακλυσμὸς ὕδατος τοῦ καταφθεῖραι πᾶσαν τὴν γῆν. 12 καὶ εἶπε Κύριος ὁ Θεὸς πρὸς Νῶε· τοῦτο τὸ σημεῖον τῆς διαθήκης, ὃ ἐγὼ δίδωμι ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ ὑμῶν καὶ ἀνὰ μέσον πάσης ψυχῆς ζώσης, ἥ ἐστι μεθ᾿ ὑμῶν εἰς γενεὰς αἰωνίους· 13 τὸ τόξον μου τίθημι ἐν τῇ νεφέλῃ, καὶ ἔσται εἰς σημεῖον διαθήκης ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ τῆς γῆς. 14 καὶ ἔσται ἐν τῷ συννεφεῖν με νεφέλας ἐπὶ τὴν γῆν, ὀφθήσεται τὸ τόξον ἐν τῇ νεφέλῃ, 15 καὶ μνησθήσομαι τῆς διαθήκης μου, ἥ ἐστιν ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ ὑμῶν, καὶ ἀνὰ μέσον πάσης ψυχῆς ζώσης ἐν πάσῃ σαρκί, καὶ οὐκ ἔσται ἔτι τὸ ὕδωρ εἰς κατακλυσμόν, ὥστε ἐξαλεῖψαι πᾶσαν σάρκα. 16 καὶ ἔσται τὸ τόξον μου ἐν τῇ νεφέλῃ, καὶ ὄψομαι τοῦ μνησθῆναι διαθήκην αἰώνιον ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ τῆς γῆς καὶ ἀνὰ μέσον ψυχῆς ζώσης ἐν πᾶσι σαρκί, ἥ ἐστιν ἐπὶ τῆς γῆς. 17 καὶ εἶπεν ὁ Θεὸς τῷ Νῶε· τοῦτο τὸ σημεῖον τῆς διαθήκης, ἧς διεθέμην ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ ἀνὰ μέσον πάσης σαρκός, ἥ ἐστιν ἐπὶ τῆς γῆς. 18 ῏Ησαν δὲ οἱ υἱοὶ Νῶε, οἱ ἐξελθόντες ἐκ τῆς κιβωτοῦ, Σήμ, Χάμ, ᾿Ιάφεθ· Χάμ δὲ ἦν πατὴρ Χαναάν. 19 τρεῖς οὗτοί εἰσιν υἱοὶ Νῶε· ἀπὸ τούτων διεσπάρησαν ἐπί πᾶσαν τὴν γῆν. 20 Καὶ ἤρξατο Νῶε ἄνθρωπος γεωργὸς γῆς καὶ ἐφύτευσεν ἀμπελῶνα. 21 καὶ ἔπιεν ἐκ τοῦ οἴνου καὶ ἐμεθύσθη καὶ ἐγυμνώθη ἐν τῷ οἴκῳ αὐτοῦ. 22 καὶ εἶδε Χὰμ ὁ πατὴρ Χαναὰν τὴν γύμνωσιν τοῦ πατρὸς αὐτοῦ καὶ ἐξελθὼν ἀνήγγειλε τοῖς δυσὶν ἀδελφοῖς αὐτοῦ ἔξω. 23 καὶ λαβόντες Σὴμ καὶ ᾿Ιάφεθ τὸ ἱμάτιον ἐπέθεντο ἐπὶ τὰ δύο νῶτα αὐτῶν καὶ ἐπορεύθησαν ὀπισθοφανῶς καὶ συνεκάλυψαν τὴν γύμνωσιν τοῦ πατρὸς αὐτῶν, καὶ τὸ πρόσωπον αὐτῶν ὀπισθοφανῶς, καὶ τὴν γύμνωσιν τοῦ πατρὸς αὐτῶν οὐκ εἶδον. 24 ἐξένηψε δὲ Νῶε ἀπὸ τοῦ οἴνου καὶ ἔγνω ὅσα ἐποίησεν αὐτῷ ὁ υἱὸς αὐτοῦ ὁ νεώτερος, 25 καὶ εἶπεν· ἐπικατάρατος Χαναάν· παῖς οἰκέτης ἔσται τοῖς ἀδελφοῖς αὐτοῦ. 26 καὶ εἶπεν· εὐλογητὸς Κύριος ὁ Θεὸς τοῦ Σήμ, καὶ ἔσται Χαναὰν παῖς οἰκέτης αὐτοῦ. 27 πλατύναι ὁ Θεὸς τῷ ᾿Ιάφεθ, καὶ κατοικησάτω ἐν τοῖς οἴκοις τοῦ Σὴμ καὶ γενηθήτω Χαναὰν παῖς αὐτοῦ. 28 ῎Εζησε δὲ Νῶε μετὰ τὸν κατακλυσμὸν ἔτη τριακόσια πεντήκοντα. 29 καὶ ἐγένοντο πᾶσαι αἱ ἡμέραι Νῶε ἐννακόσια πεντήκοντα ἔτη, καὶ ἀπέθανεν.


VULGATA

1 benedixitque Deus Noe et filiis eius et dixit ad eos crescite et multiplicamini et implete terram 2 et terror vester ac tremor sit super cuncta animalia terrae et super omnes volucres caeli cum universis quae moventur in terra omnes pisces maris manui vestrae traditi sunt 3 et omne quod movetur et vivit erit vobis in cibum quasi holera virentia tradidi vobis omnia 4 excepto quod carnem cum sanguine non comedetis 5 sanguinem enim animarum vestrarum requiram de manu cunctarum bestiarum et de manu hominis de manu viri et fratris eius requiram animam hominis 6 quicumque effuderit humanum sanguinem fundetur sanguis illius ad imaginem quippe Dei factus est homo 7 vos autem crescite et multiplicamini et ingredimini super terram et implete eam 8 haec quoque dixit Deus ad Noe et ad filios eius cum eo 9 ecce ego statuam pactum meum vobiscum et cum semine vestro post vos 10 et ad omnem animam viventem quae est vobiscum tam in volucribus quam in iumentis et pecudibus terrae cunctis quae egressa sunt de arca et universis bestiis terrae 11 statuam pactum meum vobiscum et nequaquam ultra interficietur omnis caro aquis diluvii neque erit deinceps diluvium dissipans terram 12 dixitque Deus hoc signum foederis quod do inter me et vos et ad omnem animam viventem quae est vobiscum in generationes sempiternas 13 arcum meum ponam in nubibus et erit signum foederis inter me et inter terram 14 cumque obduxero nubibus caelum apparebit arcus meus in nubibus 15 et recordabor foederis mei vobiscum et cum omni anima vivente quae carnem vegetat et non erunt ultra aquae diluvii ad delendam universam carnem 16 eritque arcus in nubibus et videbo illum et recordabor foederis sempiterni quod pactum est inter Deum et inter omnem animam viventem universae carnis quae est super terram 17 dixitque Deus Noe hoc erit signum foederis quod constitui inter me et inter omnem carnem super terram 18 erant igitur filii Noe qui egressi sunt de arca Sem Ham et Iafeth porro Ham ipse est pater Chanaan 19 tres isti sunt filii Noe et ab his disseminatum est omne hominum genus super universam terram 20 coepitque Noe vir agricola exercere terram et plantavit vineam 21 bibensque vinum inebriatus est et nudatus in tabernaculo suo 22 quod cum vidisset Ham pater Chanaan verenda scilicet patris sui esse nuda nuntiavit duobus fratribus suis foras 23 at vero Sem et Iafeth pallium inposuerunt umeris suis et incedentes retrorsum operuerunt verecunda patris sui faciesque eorum aversae erant et patris virilia non viderunt 24 evigilans autem Noe ex vino cum didicisset quae fecerat ei filius suus minor 25 ait maledictus Chanaan servus servorum erit fratribus suis 26 dixitque benedictus Dominus Deus Sem sit Chanaan servus eius 27 dilatet Deus Iafeth et habitet in tabernaculis Sem sitque Chanaan servus eius 28 vixit autem Noe post diluvium trecentis quinquaginta annis 29 et impleti sunt omnes dies eius nongentorum quinquaginta annorum et mortuus est