Genesis 17 - Gn 17 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -
- Gn 17,1-27 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Overzicht van Genesis : - Gn 1 - Gn 2 - Gn 3 - Gn 4 - Gn 5 - Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 - Gn 9 - Gn 10 - Gn 11 - Gn 12 - Gn 13 - Gn 14 - Gn 15 - Gn 16 - Gn 17 - Gn 18 - Gn 19 - Gn 20 - Gn 21 - Gn 22 - Gn 23 - Gn 24 - Gn 25 - Gn 26 - Gn 27 - Gn 28 - Gn 29 - Gn 30 - Gn 31 - Gn 32 - Gn 33 - Gn 34 - Gn 35 - Gn 36 - Gn 37 - Gn 38 - Gn 39 - Gn 40 - Gn 41 - Gn 42 - Gn 43 - Gn 44 - Gn 45 - Gn 46 - Gn 47 - Gn 48 - Gn 49 - Gn 50 -
Uitleg vers per vers : - Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -

http://www.bible-history.com/isbe/            
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- Sârâh (Sara) , zie Gn 17,15 .
Bibliografie
- Wénin André , Recherche sur la structure dez Genèse 17 , Biblische Zeitschrift , 50 (2006) p.196-211 .
-
-
-
Literatuur
Liturgisch gebruik

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


De besnijdenis : Gn 17,1-27 -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -

Gn 17,1 - Gn 17,1 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1 egeneto de abram etôn enenèkonta ennea kai ôfthè kurios tô abram kai eipen autô egô eimi o theos sou euarestei enantion emou kai ginou amemptos  1 postquam vero nonaginta et novem annorum esse coeperat apparuit ei Dominus dixitque ad eum ego Deus omnipotens ambula coram me et esto perfectus  wajëhî ´abhërâm wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm   1 Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!  [1] Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de heer hem en zei: ‘Ik ben God* de Almachtige, richt uw schreden naar Mij en gedraag u onberispelijk.  [1] Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven.   1 ¶ Abram wordt een man van negentig jaar en negen jaren: dan laat de ENE zich aan Abram zien en zegt tot hem: ik ben El Sjadai,– God–de–Almachtige; wandel voor mijn aanschijn en wees volmaakt!–  1. Lorsqu'Abram eut atteint quatre-vingt-dix-neuf ans, Yahvé lui apparut et lui dit : Je suis El Shaddaï, marche en ma présence et sois parfait. 

King James Bible . [1] And when Abram was ninety years old and nine, the LORD appeared to Abram, and said unto him, I am the Almighty God; walk before me, and be thou perfect.
Luther-Bibel . 17 1 Als nun Abram neunundneunzig Jahre alt war, erschien ihm der HERR und sprach zu ihm: Ich bin der allmächtige Gott; wandle vor mir und sei fromm.

Tekstuitleg van Gn 17,1 . Dit vers Gn 17,1 telt 20 (2 X 2 X 5) en 74 (2 X 37) letters . De getalwaarde van Gn 17,1 is 5050 (2 X 5 X 5 X 101) .

Gn 17,1.1. qal imperf. 3de pers. enk. wajëhî (en hij was) van het werkw. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Genesis : hâjâh (zijn) . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (784) . Pentateuch (181) . Gn (114) . Gn 17 (1) : Gn 17,1 . ind. aor. 3de pers. enk. egeneto (het gebeurde) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Gr. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij / zij was) . Bijbel (1506) . O.T. (1120) . Pentateuch (329) . (Gn (134) .

Gn 17,1.2. אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 36 (2² X 3²) of 243 (3² X 3³) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Abram (36 of 243) + Saraj (51 of 510) = 87 (3 X 29) OF 753 (3 X 251) . Abram (36 of 243) + Hagar (28 of 208) = 64 (2³ X 2³) OF 451 (11 X 41) . 451 is de getalwaarde van jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Taalgebruik in Tenakh : jisjëmâ`e´l (Ismaël) . De getalwaarde van jishërâ´el (Israël) is 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Tenakh (44) . Gn (43) + 1 Kr 1,27 .
- Arabisch : ابرَاهِيم = ´ibrâhîm (Ibrâhîm) . Taalgebruik in de Qoran : ibrâhîm (Ibrâhîm) . Qoran (75) . In drie verzen in Gn 17 : (1) Gn 17,1 (tweemaal) . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 17,5 .

Gn 17,1.8. w-j-r-´ : (1) prefix voegwoord wë + act. qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud ןַיַּרְא = wajjarë´ (en hij zag) . (2) prefix voegwoord wë + pass. nifal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud ןַיֵּרָא = wajjerâ´ (en hij liet zich zien - hij verscheen) . (Lettinga 12 , 2012, 58o) . (3) prefix voegwoord wë + hifil imperf. derde persoon mannelijk enkelvoud ןַיַּרְא = wajjarë´ van het werkw. רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Het is een verkorte vorm , zie Joüon 79i . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Taalgebruik in Genesis : râ´âh (zien) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 26 of 206 (2 X 103) . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (162) . Pentateuch (85) . Eerdere Profeten (49) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (19) . Gn 1 (7) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,10 . (3) Gn 1,12 . (4) Gn 1,18 . (5) Gn 1,21 . (6) Gn 1,25 . (7) Gn 1,31 . Gn (50) . Gn 18 (2) : (1) Gn 18,1 . (2) Gn 18,2 . Gn (50) . Gn 12 (1) Gn 12,7 (bij de eerste halte van Abram in het land Kanaän) . Gn 22 (2) : (1) Gn 22,4 . (2) Gn 22,13 . Ex (17) : (1) Ex 2,11 . (2) Ex 2,12 . (3) Ex 2,25 . (4) Ex 3,2 . (5) Ex 3,4 . (6) Ex 8,11 . (7) Ex 9,34 . (8) Ex 14,30 . (9) Ex 14,31 . (10) Ex 18,14. (11) Ex 20,18 . (12) Ex 32,1 . (13) Ex 32,5 . (14) Ex 32,19 . (15) Ex 32,25 . (16) Ex 34,30 . (17) Ex 39,43 .
- Grieks : pass. ind. aor. 3de pers. enk. ωφθη = ôfthè (hij verscheen, hij werd gezien) van het werkw. ὁραω = horaô (zien) . Taalgebruik in het NT : horaô (zien) . Taalgebruik in de Septuaginta : horaô (zien) . Bijbel (53) . LXX (35) . Gn (9) : (1) Gn 1,9 . (2) Gn 12,7 (JHWH bij de eerste halte van Abram in het land Kanaän) . (3) Gn 17,1 (JHWH bij de verbondssluiting met Abraham) . (4) Gn 18,1 (JHWH aan Abraham) . (5) Gn 22,14 . (6) Gn 26,2 (JHWH aan Isaak) . (7) Gn 26,24 (JHWH aan Isaak) . (8) Gn 35,9 . (9) Gn 48,3 . (10) Ex 3,2 . (11) Ex 16,10 . (12) Lv 9,23 . (13) Nu 14,10 . (14) Nu 16,19 . (15) Nu 17,7 . (16) Nu 20,6 . (17) Re 6,12 . (18) Re 13,3 . (19) Re 19,30 . (20) 2 S 22,11 . (21) 1 K 3,5 . (22) 1 K 9,2 . (23) Jr 31,3 . (24) Hl 2,12 . (25) Da 4,20 . (26) 2 Kr 1,7 . (27) 2 Kr 3,1 . (28) 2 Kr 7,12 . (29) Tob 12,22 . (30) 1 M 4,6 . (31) 1 M 4,19 . (32) 1 M 9,27 . (33) 2 M 3,25 . (34) Ba 3,22 . (35) Ba 3,38 . NT (18) : (1) Mt 17,3 . (2) Mc 9,4 . (3) Lc 1,11 . (4) Lc 22,43 . (5) Lc 24,34 . (6) Hnd 7,2 . (7) Hnd 7,26 . (8) Hnd 7,30 . (9) Hnd 13,31 . (10) Hnd 16,9 . (11) 1 Kor 15,5 . (12) 1 Kor 15,6 . (13) 1 Kor 15,7 . (14) 1 Kor 15,8 . (15) 1 Tim 3,16 . (16) Apk 11,19 . (17) Apk 12,1 . (18) Apk 12,3

  horaô  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  pass. ind. aor. 3de pers. enk. ôfthè   53  35  18  1    

- Ned. : zien . Arabisch : رَاهَ = ra´â (zien) . Taalgebruik in de Qoran : ra´â (zien) . D. : sehen , schauen . E. : to see . Fr. : voir . Gr. : ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Aoristvorm van ὁραω = horaô (zien) . Hebreeuws : רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Lat. : videre .
- Ned. : verschijnen . D. : erscheinen . E. : appear . Fr. : apparaître . Lat. : apparere .

Gn 17,1.9. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Genesis : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . In 128 (3³ X 3³ X 3³) verzen in Gn (Genesis) . Niet in Gn 1 . In Gn 12 (5) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 12,4 . (3) Gn 12,7 . (4) Gn 12,8 . (5) Gn 12,17 .
- De uitspraak van JHWH is Adonai . Omwille van de gutturaal aleph staat onder de aleph van Adonaj een patach sewa . In JHWH is het een gewone sewa . De andere klinkers van Adonaj staan verder onder het woord JHWH (JëHoWaH) .
- Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Latijn : Dominus .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton Ai horen .

Gn 17,1.8. - 9. ןַיֵּרָא יהוה = wajjerâ´ JHWH (en JHWH liet zich zien - JHWH verscheen) . Tenakh (5) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 17,1 . (3) Dt 31,15 . (4) 1 K 9,2 . (5) 2 Kr 7,12 .
Volgens deze gegevens zou JHWH driemaal aan Abram / Abraham verschenen zijn : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 17,1 . (3) Gn 18,1 .
Tweemaal wordt uitdrukkelijk vermeld dat JHWH verscheen aan Abram (wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 17,1) . In Gn 18,1 wordt de naam van Abraham niet vermeld . Het kan betekenen dat het vers in het verlengde ligt van het vorige hoofdstuk waar de belofte van Isaak werd aangekondigd . Dit is een belangrijk verschijnen van JHWH , want in Gn 18 wordt de geboorte van Isaak aangekondigd .
- ןַיֵּרָא אֵלָיו יהוה = wajjerâ´ ´elâ(j)w JHWH (en JHWH verscheen aan hem) . Tenakh (3) : (1) Gn 18,1 (JHWH aan Abraham) . (2) Gn 26,2 (JHWH aan Isaak) . (3) Gn 26,24 (JHWH aan Isaak) .
- ןַיֵּרָא אֱלֹהִים = wajjerâ´ ´èlohîm (en God verscheen) . Enkel in Gn 35,9 .

11. אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 36 (2² X 3²) of 243 (3² X 3³) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Abram (36 of 243) + Saraj (51 of 510) = 87 (3 X 29) OF 753 (3 X 251) . Abram (36 of 243) + Hagar (28 of 208) = 64 (2³ X 2³) OF 451 (11 X 41) . 451 is de getalwaarde van jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Taalgebruik in Tenakh : jisjëmâ`e´l (Ismaël) . De getalwaarde van jishërâ´el (Israël) is 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Tenakh (44) . Gn (43) + 1 Kr 1,27 .
- Arabisch : ابرَاهِيم = ´ibrâhîm (Ibrâhîm) . Taalgebruik in de Qoran : ibrâhîm (Ibrâhîm) . Qoran (75) . In drie verzen in Gn 17 : (1) Gn 17,1 (tweemaal) . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 17,5 .

Gn 17,1.8. - 11. אֶל אַבְרָם = ´èl ´abhërâm (tot Abram) . Bijbel / Gn (8) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 12,7 . (3) Gn 13,14 . (4) Gn 14,21 . (5) Gn 15,1 . (6) Gn 16,2 . (7) Gn 16,5 . (8) Gn 17,1 .
Met contekst :
(1) Gn 12,1 : וַיּאֹמֶר יהוה אֶל אַבְרָם = wajj´omèr JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH zei tot Abram) .
(2) Gn 12,7 : ןַיֵּרָא יהוה אֶל אַבְרָם = wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH verscheen aan Abram) .
(3) Gn 13,14 : וִיהוָה אָמַר אֶל אַבְרָם = waJHWH ´âmar ´èl ´abhërâm (en JHWH zei tot Abram) .
(4) Gn 14,21 : וַיּאֹמֶר מֶלֶך סְדֹם אֶל אַבְרָם = wajj´omèr mèlèkh Sëdom ´èl ´abhërâm (en de koning van Sodom zei tot Abram) .
(5) Gn 15,1 : הָיָה דְבַר יהוה אֶל אַבְרָם = hâjâh dëbhar IHWH ´èl ´abhërâm (het woord van JHWH kwam tot Abram) .
(6) Gn 16,2 : וַתֹאמַר שָׂרַי אֶל אַבְרָם = waththo´mèr shâraj ´èl ´abhërâm (en Sarai zei tot Abram) .
(7) Gn 16,5 : וַתֹאמַר שָׂרַי אֶל אַבְרָם = waththo´mèr shâraj ´èl ´abhërâm (en Sarai zei tot Abram) .
(8) Gn 17,1 : ןַיֵּרָא יהוה אֶל אַבְרָם = wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH verscheen aan Abram) .
In vier verzen is JHWH onderwerp . In zes verzen gaat het om een spreken ; in twee verzen om een verschijnen van JHWH : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 17,1 ; ןַיֵּרָא יהוה אֶל אַבְרָם = wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH verscheen aan Abram) . wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH verscheen aan Abram) .
- Lettinga 12, 2012 , 6 : Een horizontale streep bovenaan tussen twee woorden , wordt maqqef genoemd . Ze verbindt de twee woorden tot een klemtooneenheid . Dit teken staat in het bijzonder na éénlettergrepige partikels zoals ´èl (tot, naar) .

Gn 17,1.9. - 11. יהוה אֶל אַבְרָם = JHWH ´èl ´abhërâm (JHWH tot Abram) . Bijbel / Gn (4) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 12,7 . (3) Gn 15,1 . (4) Gn 17,1 .

Gn 17,1.8. - 11. ןַיֵּרָא יהוה אֶל אַבְרָם = wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH verscheen aan Abram) . Tenakh (2) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 17,1 .

Gn 17,1.8. - 12. ןַיֵּרָא יהוה אֶל אַבְרָם וַיּאֹמֶר = wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm wajjo´mèr (en JHWH verscheen aan Abram en zei) . Tenakh (2) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 17,1 .

Gn 17,1.15. - 16 . אֵל שַׁדַּי = el sjaddaj (´el sjaddaj) . Tenakh (4) : (1) Gn 17,1 . (2) Gn 35,11 . (3) Gn 48,3 . (4) Ez 10,5 .
- וְאֵל שַׁדַּי = wë´el sjaddaj (en el sjaddaj) . Tenakh (2) : (1) Gn 28,3 . (2) Gn 43,14 .
- In sommige van bovengenoemde teksten vertaalt de LXX sjaddaj in παντοκρατωρ = pantokratôr (almachtig) , de Vulgaat in omnipotens . We gissen : de sjin werd een shin , een daleth een resj ; we krijgen dan : שַׂרַי = sharaj (mijn vorsten) : stat. constr. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. ; het is dezelfde uitgang die we vinden in לְפָנַי = lëphânaj (voor mijn aangezicht) in hetzelfde vers . Het werd dan = ´el sharaj (god van mijn vorsten) , god over alle vorsten , almachtige god . Veronderstel eens dat er = Shâraj (Saraj) zou gestaan heb . Saraj is de vrouw van Abram .

Gn 17,2 - Gn 17,2 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai thèsomai tèn diathèkèn mou ana meson emou kai ana meson sou kai plèthunô se sfodra  2 ponamque foedus meum inter me et te et multiplicabo te vehementer nimis   2 En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen.   [2] Ik wil mijn verbond* met u sluiten en u zeer talrijk maken.’   [2] Ik wil met jou een verbond aangaan en ik zal je veel, heel veel nakomelingen geven.’   2 ik geef mijn verbond: tussen mij en jou; ik zal je zeer, zéér overvloedig maken!  2. J'institue mon alliance entre moi et toi, et je t'accroîtrai extrêmement. 

King James Bible . [2] And I will make my covenant between me and thee, and will multiply thee exceedingly.
Luther-Bibel . 2 Und ich will meinen Bund zwischen mir und dir schließen und will dich über alle Maßen mehren.

Tekstuitleg van Gn 17,2 .

1. wë´èththënâh () < wë + act. qal imperf. (cohortatief) 1ste pers. enk. van het werkw. . Tenakh (31) . Pentateuch (9) : (1) Gn 17,2 . (2) Gn 30,28 . (3) Gn 31,6 . (4) Gn 34,12 . (5) Gn 45,18 . (6) Gn 47,16 . (7) Ex 24,12 . (8) Nu 8,19 . (9) Nu 21,16 .

Gn 17,3 - Gn 17,3 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai epesen abram epi prosôpon autou kai elalèsen autô o theos legôn  3 cecidit Abram pronus in faciem    3 Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende:  [3] Toen boog Abram diep neer, en God sprak tot hem:   [3] Abram boog zich diep neer en God sprak: 3 Abram valt neer op zijn aanschijn; God spreekt met hem en zegt:   3. Et Abram tomba la face contre terre. Dieu lui parla ainsi : 

King James Bible . [3] And Abram fell on his face: and God talked with him, saying,
Luther-Bibel . 3 Da fiel Abram auf sein Angesicht. Und Gott redete weiter mit ihm und sprach:
Persoonlijke vertaling . En Abram viel op zijn aangezicht

Tekstuitleg van Gn 17,3 .

Gn 17,3.2. אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 36 (2² X 3²) of 243 (3² X 3³) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Abram (36 of 243) + Saraj (51 of 510) = 87 (3 X 29) OF 753 (3 X 251) . Abram (36 of 243) + Hagar (28 of 208) = 64 (2³ X 2³) OF 451 (11 X 41) . 451 is de getalwaarde van jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Taalgebruik in Tenakh : jisjëmâ`e´l (Ismaël) . De getalwaarde van jishërâ´el (Israël) is 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Tenakh (44) . Gn (43) + 1 Kr 1,27 .
- Arabisch : ابرَاهِيم = ´ibrâhîm (Ibrâhîm) . Taalgebruik in de Qoran : ibrâhîm (Ibrâhîm) . Qoran (75) . In drie verzen in Gn 17 : (1) Gn 17,1 (tweemaal) . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 17,5 .

Gn 17,3.5. prefix verbindingswoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) .. Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = (2 X 103) . In 192 (26 X 7) verzen in Tenakh . In 140 (20 X 7) verzen in de Pentateuch . Gn (16) : (1) Gn 8,15 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 19,14 . (4) Gn 20,8 . (5) Gn 23,3 . (6) Gn 23,8 . (7) Gn 23,13 . (8) Gn 34,3 . (9) Gn 34,8 . (10) Gn 41,9 . (11) Gn 41,17 . (12) Gn 42,7 . (13) Gn 42,24 . (14) Gn 44,6 . (15) Gn 50,4 . (16) Gn 50,21 . Ex 20 (1) : Ex 20,1 . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Dt (7) . In Ex 20,1 is het vervoegd werkw. vergezeld van het lijdend voorwerp met dezelfde stam als het werkw. . Bovendien is in Ex 20,1 nog een werkw. van 'zeggen' toegevoegd .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Samen : 40 + 2 = 42 (6 X 7) . Ex (150) . Ex 20 (2) : (1) Ex 20,20 . (2) Ex 20,22 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . (1) Gn 12,4 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 17,23 . (4) Gn 18,19 . (5) Gn 19,14 . (6) Gn 20,8 . (7) Gn 21,1 . (8) Gn 21,2 . (9) Gn 23,8 . (10) Gn 23,16 . (11) Gn 24,7 . (12) Gn 24,51 . (13) Gn 34,3 . (14) Gn 34,8 . (15) Gn 35,13 . (16) Gn 35,14 . (17) Gn 35,15 . (18) Gn 39,17 . (19) Gn 39,19 . (20) Gn 41,9 . (21) Gn 41,17 . (22) Gn 42,7 . (23) Gn 42,28 . (24) Gn 50,4 . (25) Gn 50,21 . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .

  laleô  bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  189 106 39 11 38 31  13  19   

- act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπεν = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  598  118  56  223  114  75  397  511 

- Ned. : spreken . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) . D. : sprechen . E. : to speek . Fr. : parler . Grieks : λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Lat. : loqui .

Gn 17,3.6. accusatief + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. אֹתוֹ = ´othô (hem) . Zie אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (533) . Pentateuch (270) . Eerdere Profeten (163) . Latere Profeten (61) . 12 Kleine Profeten (8) . Geschriften (31) . Gn (86) . Gn 17 (6) : (1) Gn 17,3 . (2) Gn 17,19 . (3) Gn 17,20 . (4) Gn 17,22 . (5) Gn 17,23 . (6) Gn 17,27 .

Gn 17,3.5. - 6. וַיְדַבֵּר אִתּוֹ = wajjëdabber ´iththô (en hij sprak met hem) . Tenakh (5) .

Gn 17,3.7. אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (299) . Pentateuch (216) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (14) . Geschriften (16) . Gn (140) . Gn 8 (2) : (1) Gn 8,1 . (2) Gn 8,15 .
- Grieks . θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) .
- Ned. : God . Arabisch : اَللە = ´allah (Allah) . Taalgebruik in de Qoran : ´allah (Allah) . In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) . D. : Gott . E. : God . Fr. : dieu . De vloek dju . Grieks : θεος = theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Hebreeuws : אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) .

Gn 17,3.5. - 7. וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים = wajëdabber ´èlohîm (en God sprak) . Tenakh (3) : (1) Gn 8,15 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 20,1 . Zie ook Gn 17,3 .
- וַיְדַבֵּר יהוה = wajëdabber JHWH (en JHWH sprak) . Tenach (100 = 2² X 5²) . Pentateuch (96 = 2³ X 2² X 3) . Niet in Gn .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים = wajjo´mèr ´èlohîm (en God zei) . Tenakh (27) . Gn (20) . In negen verzen in Gn 1 : (1) Gn 1,3 . (2) Gn 1,6 . (3) Gn 1,9 . (4) Gn 1,11 . (5) Gn 1,14 . (6) Gn 1,20 . (7) Gn 1,24 . (8) Gn 1,26 . (9) Gn 1,29 . Verder : (10) Gn 6,13 . (11) Gn 9,8 . (12) Gn 9,12 . (13) Gn 9,17 . (14) Gn 17,9 . (15) Gn 17,15 . (16) Gn 17,19 . (17) Gn 21,12 . (18) Gn 35,1 . (19) Gn 43,29 . (20) Gn 46,2 .
- וַיּאֹמֶר יהוה = wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) . Gn (18) : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 3,13 . (3) Gn 3,14 . (4) Gn 3,22 . (5) Gn 4,6 . (6) Gn 4,9 . (7) Gn 4,15 . (8) Gn 6,3 . (9) Gn 6,7 . (10) Gn 7,1 . (11) Gn 8,21 . (12) Gn 11,6 . (13) Gn 12,1 . (14) Gn 18,13 . (15) Gn 18,20 . (16) Gn 18,26 . (17) Gn 25,23 . (18) Gn 31,3 .
- Zie Labuschagne C. J. , Numerical Secrets of the Bible . Rediscovering the Bible Codes , Texas , North Richland Hills , Bibal Press , 2000 , p. 49-53 .

Gn 17,3.8. לֵאמֹר = le´mor (om te zeggen) < prefix voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (897) . Pentateuch (298) . Eerdere Profeten (281) . Latere Profeten (197) . 12 Kleine Profeten (43) . Geschriften (78) . Gn (74) . Gn 8 (1) : Gn 8,15 .

Gn 17,3.5. - 8. וַיְדַבֵּר אִתּוֹ אֱלֹהִים לֵאמֹר = wajjëdabber ´iththô ´èlohîm le´mor (en hij sprak met hem 'zeggend') . Tenakh (1) : Gn 17,3 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל נֹחַ לֵאמֹר = wajëdabber ´èlohîm ´èl noach le´mor (en God sprak tot Noach om te zeggen) . Tenakh (1) : Gn 8,15 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל נֹחַ לֵאמֹר = wajjo´mèr ´èlohîm ´èl noach le´mor (en God zei tot Noach om te zeggen) . Tenakh (1) : (1) Gn 9,8 .


Gn 17,4 - Gn 17,4 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai egô idou è diathèkè mou meta sou kai esè patèr plèthous ethnôn  4 dixitque ei Deus ego sum et pactum meum tecum erisque pater multarum gentium    4 Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden!  [4] ‘Dit is mijn verbond met u: u zult de vader worden van een menigte volken. [4] ‘Ik doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken.  4 ¶ van mij uit: ziehier mijn verbond met jou!– worden zul je tot een av hamon gojiem, – vader van een menigte van volkeren;   4. Moi, voici mon alliance avec toi : tu deviendras père d'une multitude de nations.  

King James Bible . [4] As for me, behold, my covenant is with thee, and thou shalt be a father of many nations.
Luther-Bibel . 4 Siehe, ich habe meinen Bund mit dir, und du sollst ein Vater vieler Völker werden.

Tekstuitleg van Gn 17,4 . https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/10228/914-19.pdf;jsessionid=3DF62266D98FDEE3F19EFC42ECD512AB?sequence=1 .

Gn 17,5 - Gn 17,5 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai ou klèthèsetai eti to onoma sou abram all' estai to onoma sou abraam oti patera pollôn ethnôn tetheika se 5 nec ultra vocabitur nomen tuum Abram sed appellaberis Abraham quia patrem multarum gentium constitui te    5 En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.   [5] U* zult niet langer Abram heten; uw naam* zal Abraham zijn, want Ik heb u vader gemaakt van vele volken.   [5] Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want ik maak je de vader van vele volken.  5 niet langer worde als naam voor jou geroepen ‘Avram’, wezen zal je naam ‘Avraham’, omdat ik jou tot av hamon gojiem, – vader van een menigte van volkeren heb gegeven;  5. Et l'on ne t'appellera plus Abram, mais ton nom sera Abraham, car je te fais père d'une multitude de nations. 

King James Bible . [5] Neither shall thy name any more be called Abram, but thy name shall be Abraham; for a father of many nations have I made thee.
Luther-Bibel . 5 Darum sollst du nicht mehr Abram heißen, sondern Abraham soll dein Name sein; denn ich habe dich gemacht zum Vater vieler Völker.

Tekstuitleg van Gn 17,5 . Dit vers Gn 17,5 telt 14 (2 X 7) woorden en 48 (2² X 2² X 3 OF 6 X 7 + 6) . De getalwaarde van dit vers is 3139 (43 X 73) . https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/10228/914-19.pdf;jsessionid=3DF62266D98FDEE3F19EFC42ECD512AB?sequence=1 .

Gn 17,5 : hoti patera pollôn ethnôn te theika se = want tot vader van vele volkeren heb ik u gesteld . Zie Rom 4,17 (citeert Gn 17,5) : patera pollôn ethnôn te theika se = tot vader van vele volkeren heb ik u gesteld .
-- tetheika (ik heb gesteld) . Actief perfectum eerste persoon enkelvoud van het werkwoord tithèmi (stellen) . Verwijzing : nathan (geven) , zie Ps 111,6 . In acht verzen in de bijbel .
In zes verzen in het O.T. : (1) Gn 17,5 . (2) Js 49,6 . (3) Jr 1,5 . (4) Jr 1,18 . (5) Ez 4,6 . (6) Ez 5,5 . (7) Hnd 13,47 . (8) Rom 4,17 .
(1) Gn 17,5 : hoti patera pollôn ethnôn te theika se = want tot vader van vele volkeren heb ik u gesteld . Zie Rom 4,17 (citeert Gn 17,5) : patera pollôn ethnôn te theika se = tot vader van vele volkeren heb ik u gesteld .
(2) Js 49,6 : idou tetheika se ... eis fôs ethnôn = zie ik heb u gesteld tot licht voor de volkeren . Zie Hnd 13,47 (citeert Js 49,6) : idou tetheika se eis fôs ethnôn = zie ik heb u gesteld tot licht voor de volkeren .
(3) Jr 1,5 : profètèn eis ethnè tetheika se : tot profeet voor de volkeren heb ik u gesteld .
(4) Jr 1,18 .
(5) Ez 4,6 . (6) Ez 5,5 .
In twee verzen in het NT :
(1) Hnd 13,47 (citeert Js 49,6) : idou tetheika se eis fôs ethnôn = zie ik heb u gesteld tot licht voor de volkeren . Zie Js 49,6 : idou tetheika se ... eis fôs ethnôn = zie ik heb u gesteld tot licht voor de volkeren .
(2) Rom 4,17 (citeert Gn 17,5) : patera pollôn ethnôn te theika se = tot vader van vele volkeren heb ik u gesteld . Zie Gn 17,5 : hoti patera pollôn ethnôn te theika se = want tot vader van vele volkeren heb ik u gesteld . tetheika is viermaal de vertaling van het Hebreeuwse nëthaththîkhâ (ik heb u gegeven / gesteld) .

6. אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 36 (2² X 3²) of 243 (3² X 3³) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Abram (36 of 243) + Saraj (51 of 510) = 87 (3 X 29) OF 753 (3 X 251) . Abram (36 of 243) + Hagar (28 of 208) = 64 (2³ X 2³) OF 451 (11 X 41) . 451 is de getalwaarde van jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Taalgebruik in Tenakh : jisjëmâ`e´l (Ismaël) . De getalwaarde van jishërâ´el (Israël) is 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Tenakh (44) . Gn (43) + 1 Kr 1,27 .
- Arabisch : ابرَاهِيم = ´ibrâhîm (Ibrâhîm) . Taalgebruik in de Qoran : ibrâhîm (Ibrâhîm) . Qoran (75) . In drie verzen in Gn 17 : (1) Gn 17,1 (tweemaal) . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 17,5 .

9. Bij de aartsvaders Abraham , Isaak , Jakob en Jozef hebben de getallen van hun leeftijden een symbolische betekenis .
1. Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 OF (10 X 17) + 5 . (Gn 25,7) . 5 is de getalwaarde van de letter he . Abram en Saraj ontvangen de letter he in hun naam en zij worden vruchtbaar (Gn 17,5 en Gn 17,15) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers . Som van de factoten : 5 + 5 + 7 = 17 . Dit is de getalwaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
2. Isaak werd 180 jaar oud . 180 = 6² X 5 OF (10 X 17) + 10 . (Gn 35,28) . 6 is de getalwaarde van de letter waw . In Gn 25,19 staat de waw bij het begin van het woord (thôlëdoth) . Getalwaarde : thaw = 22 of 400 ; lamed = 12 of 30 , daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 66 (2 X 3 X 11) OF 840 (2³ X 3 X 5 X 7) . thôlëdoth komt in 7 verzen in Tenakh voor . Op de 6de plaats betreft het Isaak . Som van de factoren : 6 + 6 + 5 = 17 . Dit is de getalwaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
3. Jakob werd 147 jaar oud . 147 = 7² X 3 OF (8 X 17) + 11 . (Gn 49,33) . Som van de factoren : 7 + 7 + 3 = 17 . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) . Ook hier is de plaats van dit vers in de bijbel merkwaardig : het 49ste hoofdstuk en het 33ste vers . Jakob diende 7 jaar voor Lea en Rachel (Gn 29,20 en Gn 29,30) . Jakob verbleef 130 (5 X 26) jaar in Kanaän en 17 jaar in Egypte (Gn 47,28) . Merkwaardig is de plaats in de bijbel (Gn 47,28) . De buitenste getallen van 147 is 17 . Het tweede en derde getal van 147 is 47 . 28 = 4 X 7 (hierin schuilt 47) .
1. - 3. Het product van drie opeenvolgende getallen ( 5 - 6 - 7) in het kwadraat , opklimmend , met drie opeenvolgende onpare getallen afdalend .
- De plechtige zegen in Nu 6,24 - Nu 6,25 - Nu 6,26 telt 3 - 5 - 7 woorden .
4. Jozef leefde 110 jaar . 110 = 5² + 6² + 7² OF (6 X 17) + 8 . De som van drie opeenvolgende getallen in het kwadraat . (Gn 50,22) . of de som van de kwadraten van de aartsvaders . Deze plaats in de bijbel is wellicht ook merkwaardig . (50ste hoofdstuk) X 22 (22ste vers) = 110 .
1. - 4. De vier leeftijden samen geeft de som van 612 (2² X 3² X 17) OF (34 X 17) + 34 . Het is een gemiddelde van 9 X 17 OF 153 . Het getal 153 is een driehoeksgetal . Het getal 153 is de som van alle getallen van 1 tot en met 17 . 612 is een vierkant (4 X 153) . Daarmee is het probleem opgelost waarom de som van de factoren bij Jozef geen 17 is . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
Ook de getalwaarde van de namen van Isaak , Jakob en Jozef heeft een symbolische waarde .
2. Isaak (Gn 21,3) . jitsëchâq (Isaak) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) .
3. Jakob (Gn 25,26) . ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 OF 182 (7 X 26) .
4. Jozef (Gn 30,24) . Jôseph (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samek = 15 of 60 , qoph = 17 of 80 ; totaal : 48 (2² X 2² X 3) OF 156 (6 X 26) .
De getalwaarde van de namen Isaak , Jakob en Jozef volgens de tweede telling wordt gevormd door het product van drie opeenvolgende getallen (8 - 7 - 6) , afdalend , met de getalwaarde van de godsnaam JHWH volgens de gewone telling (26) : 8 X 26 EN 7 X 26 EN 6 X 26 . In totaal geven de twee tellingen 49 + 47 + 48 = 144 (12 X 12) OF 208 + 182 + 156 = 546 (21 X 26) . Het gemiddelde is 48 (4 X 12) OF 182 (7 X 26) .
- Bij de leeftijden en de naamgeving spelen de 2 getalwaarden van de Godsnaam JHWH een beslissende rol . Het getal 17 bij de leeftijden , het getal 26 bij de naamgeving . De leeftijd van Jakob is 147 , de getalwaarde van de naam van Jakob is 47 of 182 (7 X 26) . Bij Jakob overheerst het getal 7 , zowel bij zijn leeftijd als bij de getalwaarde van zijn naam .

    leeftijd   getalwaarde naamgeving
  Abraham 5 X 5 X 7 (17) 175 (10 X 17) + 5  
  Isaak 6 X 6 X 5 (17) 180 (10 X 17) + 10 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26)
  Jakob 7 X 7 X 3 (17) 147 (8 X 17) + 11 47 OF 182 (7 X 26)
  Jozef 5 X 5 X 6 X 6 X 7 X 7 (36) 110 (6 X 17) + 8 48 (2² X 2² X 3) OF 156 (6 X 26)
totaal     612 (34 X 17) + 34 OF 36 X 17 144 (12 X 12) OF 546 (21 X 26)
gemiddeld     153 (9 X 17) 48 (4 X 12) OF 182 (7 X 26) .

11. nâbhî´ (profeet) . Verwijzing : profètès (profeet) , zie Joh 1,21 . Jeremia wordt bestemd als profeet voor de volkeren . In Gn 17,5 is Abraham bestemd als vader van vele volkeren . In Js 49,6 is Israël bestemd om licht voor de volkeren te zijn . De roeping en de heiliging van een persoon (Abraham , Jeremia) of collectiviteit (het volk Israël) is gericht op de 'profane' persoon of collectiviteit (volkeren) : vader , licht , profeet . De particulariteit (deel) is gericht op de universaliteit (geheel) . De roeping is religieus ; ze is gericht op het realiseren van verbondenheid van de verschillende onderdelen in een geheel . Die religieuze verbondenheid wordt gerealiseerd in het geloof in de ene God , JHWH .
Dé profeet is Mozes . Geen enkel profeet kan met hem vergeleken worden . Deze uniciteit wordt hem toegeschreven omdat hij God van aangezicht tot aangezicht heeft gezien (Dt 34,10) . In Nu 11, 25 ontvangen de zeventig oudsten een deel van de geest van Mozes , maar zij profeteerden slechts kortstondig en tijdelijk . In Nu 12 worden Mirjam en Aäron gestraft omdat ze de uniciteit van Mozes in twijfel hebben getrokken . Zo is Jezus uniek omdat hij is 'in de schoot van de Vader' .


Gn 17,6 - Gn 17,6 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6 kai auxanô se sfodra sfodra kai thèsô se eis ethnè kai basileis ek sou exeleusontai  6 faciamque te crescere vehementissime et ponam in gentibus regesque ex te egredientur    6 En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.   [6] Ik zal u zeer vruchtbaar maken, volken zal Ik van u maken, zelfs koningen zullen uit u voortkomen.   [6] Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn.  6 zeer, zéér vruchtbaar zal ik je doen worden, maken zal ik je tot volkeren; koningen zullen uit jou voortkomen!–  6. Je te rendrai extrêmement fécond, de toi je ferai des nations, et des rois sortiront de toi. 

King James Bible . [6] And I will make thee exceeding fruitful, and I will make nations of thee, and kings shall come out of thee.
Luther-Bibel . 6 Und ich will dich sehr fruchtbar machen und will aus dir Völker machen und auch Könige sollen von dir kommen.

Tekstuitleg van Gn 17,6 .

Gn 17,7 - Gn 17,7 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7kai stèsô tèn diathèkèn mou ana meson emou kai ana meson sou kai ana meson tou spermatos sou meta se eis geneas autôn eis diathèkèn aiônion einai sou theos kai tou spermatos sou meta se  7 et statuam pactum meum inter me et te et inter semen tuum post te in generationibus suis foedere sempiterno ut sim Deus tuus et seminis tui post te    7 En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.  [7] Ik sluit mijn verbond met u en uw nakomelingen, generatie na generatie, een altijddurend verbond: Ik zal uw God zijn en de God van uw nakomelingen.   [7] Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen.   7 ¶ gestand doen zal ik mijn verbond tussen mij en jou en je zaad na jou in al hun generaties als een verbond voor eeuwig; om er voor jou te worden tot God en voor je zaad na jou;  7. J'établirai mon alliance entre moi et toi, et ta race après toi, de génération en génération, une alliance perpétuelle, pour être ton Dieu et celui de ta race après toi.  

King James Bible . [7] And I will establish my covenant between me and thee and thy seed after thee in their generations for an everlasting covenant, to be a God unto thee, and to thy seed after thee.
Luther-Bibel . 7 Und ich will aufrichten meinen Bund zwischen mir und dir und deinen Nachkommen von Geschlecht zu Geschlecht, dass es ein ewiger Bund sei, sodass ich dein und deiner Nachkommen Gott bin.

Tekstuitleg van Gn 17,7 .

10. lëbërîth (tot verbond) > lë + bërîth (verbond) . bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenakh : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Genesis : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jesaja : bërîth (verbond) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 300 , jod = 10 , taw = 22 of 500 ; totaal : 54 of 812 . Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Lat. foedus (zie b.v. federaal) , testamentum . E. testament . Fr. alliance . E. covenant . Ned. testamment , verbond , overeenkomst . D. Bund . Tenakh (6) : (1) Gn 17,7 . (2) Gn 17,13 . (3) Gn 17,19 . (4) Js 42,6 . (5) Js 49,8 . (6) Ps 74,20 .

10. - 11. bërîth (verbond) `ôlâm (eeuwig) . Tenakh (11) : (1) Gn 9,16 . (2) Ex 31,16 . (3) Lv 24,8 . (4) 1 Kr 16,17 . (5) Ps 105,10 . (6) Js 24,5 . (7) Js 55,3 . (8) Jr 32,40 . (9) Jr 50,5 . (10) Ez 16,60 . (11) Ez 37,26 . Verder : ûbhërîth `ôlâm (en een eeuwig verbond) . Tenakh (1) Js 61,8 . lëbërîth `ôlâm (tot een eeuwig verbond) . Tenakh (3) : (1) Gn 17,7 . (2) Gn 17,13 . (3) Gn 17,19 .

Gn 17,8 - Gn 17,8 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai dôsô soi kai tô spermati sou meta se tèn gèn èn paroikeis pasan tèn gèn canaan eis kataschesin aiônion kai esomai autois theos  8 daboque tibi et semini tuo terram peregrinationis tuae omnem terram Chanaan in possessionem aeternam eroque Deus eorum    8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.  [8] Heel Kanaän, het land waar u nu als vreemdeling verblijft, zal Ik aan u en uw nakomelingen geven om het voor altijd te bezitten, en Ik zal hun God zijn.’
 
[8] Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn.’  8 geven zal ik aan jou en aan je zaad na jou het land van je omzwervingen: heel het land Kanaän als eigen grond voor eeuwig; ik zal er voor hen zijn als God!  8. A toi et à ta race après toi, je donnerai le pays où tu séjournes, tout le pays de Canaan, en possession à perpétuité, et je serai votre Dieu.  

King James Bible . [8] And I will give unto thee, and to thy seed after thee, the land wherein thou art a stranger, all the land of Canaan, for an everlasting possession; and I will be their God.
Luther-Bibel . 8 Und ich will dir und deinem Geschlecht nach dir das Land geben, darin du ein Fremdling bist, das ganze Land Kanaan, zu ewigem Besitz und will ihr Gott sein.

Tekstuitleg van Gn 17,8 .

Gn 17,9 - Gn 17,9 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai eipen o theos pros abraam su de tèn diathèkèn mou diatèrèseis su kai to sperma sou meta se eis tas geneas autôn  9 dixit iterum Deus ad Abraham et tu ergo custodies pactum meum et semen tuum post te in generationibus suis     9 Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten.   [9] Verder zei God nog tegen Abraham: ‘U moet dus mijn verbond onderhouden, u en uw nakomelingen, generatie na generatie.  
[9] Ook zei God tegen Abraham: ‘Jij moet je houden aan dit verbond met mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie. 
9 Dan zegt God tot Abraham: jij van jouw kant zult mijn verbond bewaren; jijzelf en je zaad na jou in al hun generaties;  9. Dieu dit à Abraham : Et toi, tu observeras mon alliance, toi et ta race après toi, de génération en génération.  

King James Bible . [9] And God said unto Abraham, Thou shalt keep my covenant therefore, thou, and thy seed after thee in their generations.
Luther-Bibel . 9 Und Gott sprach zu Abraham: So haltet nun meinen Bund, du und deine Nachkommen von Geschlecht zu Geschlecht.

Tekstuitleg van Gn 17,9 .

Gn 17,10 - Gn 17,10 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai autè è diathèkè èn diatèrèseis ana meson emou kai umôn kai ana meson tou spermatos sou meta se eis tas geneas autôn peritmèthèsetai umôn pan arsenikon  10 hoc est pactum quod observabitis inter me et vos et semen tuum post te circumcidetur ex vobis omne masculinum     10 Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij, en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde.  [10] Dit is mijn verbond, dat u moet onderhouden, mijn verbond met u en uw nakomelingen: alle mannelijke personen moeten besneden* worden.   [10] Dit is de verplichting die jullie op je moeten nemen: alle mannen en jongens moeten worden besneden.  10 dit is mijn verbond dat ge zult bewaren,– tussen mij en u en je zaad na jou: besnijd bij u al wat mannelijk is!–   10. Et voici mon alliance qui sera observée entre moi et vous, c'est-à-dire ta race après toi : que tous vos mâles soient circoncis.  

King James Bible . [10] This is my covenant, which ye shall keep, between me and you and thy seed after thee; Every man child among you shall be circumcised.
Luther-Bibel . 10 Das aber ist mein Bund, den ihr halten sollt zwischen mir und euch und deinem Geschlecht nach dir: Alles, was männlich ist unter euch, soll beschnitten werden;

Tekstuitleg van Gn 17,10 .

Gn 17,11 - Gn 17,11 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai peritmèthèsesthe tèn sarka tès akrobustias umôn kai estai en sèmeiô diathèkès ana meson emou kai umôn  11 et circumcidetis carnem praeputii vestri ut sit in signum foederis inter me et vos     11 En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u.   [11] U moet uw voorhuid besnijden: dat zal het teken zijn van mijn verbond met u.   [11] Jullie moeten je voorhuid laten verwijderen; dat zal het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie.  11 besnijden zult ge het vlees van uw voorhuid; wezen zal dat tot het teken van het verbond tussen mij en u;  11. Vous ferez circoncire la chair de votre prépuce, et ce sera le signe de l'alliance entre moi et vous.  

King James Bible . [11] And ye shall circumcise the flesh of your foreskin; and it shall be a token of the covenant betwixt me and you.
Luther-Bibel . 11 eure Vorhaut sollt ihr beschneiden. Das soll das Zeichen sein des Bundes zwischen mir und euch.

Tekstuitleg van Gn 17,11 .

7. bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenakh : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Genesis : bërîth (verbond) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 300 , jod = 10 , taw = 22 of 500 ; totaal : 54 (2 X 3³) of 612 (2² X 7 X 29) . Structuur : 3 - 2 - 5 . Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Lat. foedus (zie b.v. federaal) , testamentum . E. testament . Fr. alliance . E. covenant . Ned. testamment , verbond , overeenkomst . D. Bund . Tenakh (132) . Pentateuch (32) . Eerdere Profeten (40) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (34) . In negen verzen in Gn . (1) Gn 9,13 (boog : teken van het verbond) . (2) Gn 9,16 (verbond tussen God en de mensen) . (3) Gn 14,13 (bondgenoten van Abram) . (4) Gn 15,18 (JHWH sloot een verbond met Abram) . (5) Gn 17,11 (verbond van God met Abraham en zijn nageslacht) . (6) Gn 21,27 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (7) Gn 21,32 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (8) Gn 26,28 (verbond tussen Isaak en Abimelech) . (9) Gn 31,44 (verbond tussen Laban en Jakob) . Een vorm van diathèkè (verbond) in het NT (33) . Syn. en ev. (4) . In de LXX (358) .

Gn 17,12 - Gn 17,12 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai paidion oktô èmerôn peritmèthèsetai umin pan arsenikon eis tas geneas umôn o oikogenès tès oikias sou kai o argurônètos apo pantos uiou allotriou os ouk estin ek tou spermatos sou  12 infans octo dierum circumcidetur in vobis omne masculinum in generationibus vestris tam vernaculus quam empticius circumcidetur et quicumque non fuerit de stirpe vestra     12 Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad;  [12] Al uw mannelijke kinderen moeten als ze acht dagen oud zijn besneden worden, generatie na generatie. Dit geldt ook voor degenen die niet van uw stam zijn, maar die in uw huis zijn geboren of van vreemden gekocht zijn.  [12] In elke generatie opnieuw moet iedereen van het mannelijk geslacht besneden worden wanneer hij acht dagen oud is. Dit geldt niet alleen voor wie tot je eigen volk behoort maar ook voor jullie slaven, of ze nu bij jullie geboren zijn of van vreemdelingen zijn gekocht;   12 als zoon–van–acht–dagen worde bij u besneden elk mannetje, in al uw generaties: een nieuwgeborene van eigen huis én een aankoop voor zilver van een zoon van elders, die dus niet uit jouw zaad is;   12. Quand ils auront huit jours, tous vos mâles seront circoncis, de génération en génération. Qu'il soit né dans la maison ou acheté à prix d'argent à quelque étranger qui n'est pas de ta race,  

King James Bible . [12] And he that is eight days old shall be circumcised among you, every man child in your generations, he that is born in the house, or bought with money of any stranger, which is not of thy seed.
Luther-Bibel . 12 Jedes Knäblein, wenn's acht Tage alt ist, sollt ihr beschneiden bei euren Nachkommen. Desgleichen auch alles, was an Gesinde im Hause geboren oder was gekauft ist von irgendwelchen Fremden, die nicht aus eurem Geschlecht sind.

Tekstuitleg van Gn 17,12 .

Gn 17,13 - Gn 17,13 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13peritomè peritmèthèsetai o oikogenès tès oikias sou kai o argurônètos kai estai è diathèkè mou epi tès sarkos umôn eis diathèkèn aiônion  13 eritque pactum meum in carne vestra in foedus aeternum    13 De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond.   [13] Iedereen die dus in uw huis is geboren of door u gekocht is, moet besneden worden. Zo zal mijn verbond, in uw lichaam getekend, een blijvend verbond zijn. [13] iedereen die bij jullie geboren is of door jullie is gekocht, moet worden besneden. Zo zal dit verbond met mij voorgoed zichtbaar zijn aan jullie lichaam.  13 besnijden!– besneden zal worden een nieuwgeborene van je huis en wie je met je zilver hebt gekocht; worden zal mijn verbond in uw vlees tot een verbond voor eeuwig;  13. on devra circoncire celui qui est né dans la maison et celui qui est acheté à prix d'argent. Mon alliance sera marquée dans votre chair comme une alliance perpétuelle.  

King James Bible . [13] He that is born in thy house, and he that is bought with thy money, must needs be circumcised: and my covenant shall be in your flesh for an everlasting covenant.
Luther-Bibel . 13 Beschnitten soll werden alles Gesinde, was dir im Hause geboren oder was gekauft ist. Und so soll mein Bund an eurem Fleisch zu einem ewigen Bund werden.

Tekstuitleg van Gn 17,13 .

10. lëbërîth (tot verbond) > lë + bërîth (verbond) . bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenakh : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Genesis : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jesaja : bërîth (verbond) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 300 , jod = 10 , taw = 22 of 500 ; totaal : 54 of 812 . Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Lat. foedus (zie b.v. federaal) , testamentum . E. testament . Fr. alliance . E. covenant . Ned. testamment , verbond , overeenkomst . D. Bund . Tenakh (6) : (1) Gn 17,7 . (2) Gn 17,13 . (3) Gn 17,19 . (4) Js 42,6 . (5) Js 49,8 . (6) Ps 74,20 .

10. - 11. bërîth (verbond) `ôlâm (eeuwig) . Tenakh (11) : (1) Gn 9,16 . (2) Ex 31,16 . (3) Lv 24,8 . (4) 1 Kr 16,17 . (5) Ps 105,10 . (6) Js 24,5 . (7) Js 55,3 . (8) Jr 32,40 . (9) Jr 50,5 . (10) Ez 16,60 . (11) Ez 37,26 . Verder : ûbhërîth `ôlâm (en een eeuwig verbond) . Tenakh (1) Js 61,8 . lëbërîth `ôlâm (tot een eeuwig verbond) . Tenakh (3) : (1) Gn 17,7 . (2) Gn 17,13 . (3) Gn 17,19 .

Gn 17,14 - Gn 17,14 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai aperitmètos arsèn os ou peritmèthèsetai tèn sarka tès akrobustias autou tè èmera tè ogdoè exolethreuthèsetai è psucè ekeinè ek tou genous autès oti tèn diathèkèn mou dieskedasen  14 masculus cuius praeputii caro circumcisa non fuerit delebitur anima illa de populo suo quia pactum meum irritum fecit     14 En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken.   [14] Iedere onbesnedene, ieder mannelijk persoon die zijn voorhuid niet heeft laten besnijden, moet uit zijn stam verwijderd worden; hij heeft mijn verbond gebroken.’  [14] Een onbesnedene, een mannelijk persoon van wie de voorhuid niet verwijderd is, moet uit de gemeenschap gestoten worden, omdat hij het verbond verbroken heeft.’  14 een mannetje een voorhuiddrager bij wie het vlees van zijn voorhuid niet besneden wordt, afgesneden zij die ziel van haar medemensen: het verbond met mij heeft hij verbroken! ••  14. L'incirconcis, le mâle dont on n'aura pas coupé la chair du prépuce, cette vie-là sera retranchée de sa parenté : il a violé mon alliance.  

King James Bible . [14] And the uncircumcised man child whose flesh of his foreskin is not circumcised, that soul shall be cut off from his people; he hath broken my covenant.
Luther-Bibel . 14 Wenn aber ein Männlicher nicht beschnitten wird an seiner Vorhaut, wird er ausgerottet werden aus seinem Volk, weil er meinen Bund gebrochen hat.

Tekstuitleg van Gn 17,14 .

Gn 17,15 - Gn 17,15 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15eipen de o theos tô abraam sara è gunè sou ou klèthèsetai to onoma autès sara alla sarra estai to onoma autès 15 dixit quoque Deus ad Abraham Sarai uxorem tuam non vocabis Sarai sed Sarram    15 Nog zeide God tot Abraham: Gij zult den naam van uw huisvrouw Sarai, niet Sarai noemen; maar haar naam zal zijn Sara. [15] Nu zei God tegen Abraham: ‘Sarai, uw vrouw, moet u niet meer Sarai noemen; haar* naam zal Sara zijn.   [15] Verder zei God tegen Abraham: ‘Wat je vrouw Sarai betreft, voortaan moet je haar niet Sarai noemen maar Sara.*  15 ¶ Dan zegt God tot Abraham: Sarai, je vrouw,– roep als haar naam niet meer ‘Sarai’, – vorstin voor mij, nee, ‘Sarah’, –vorstin! is haar naam;  15. Dieu dit à Abraham : Ta femme Saraï, tu ne l'appelleras plus Saraï, mais son nom est Sara. 

King James Bible . [15] And God said unto Abraham, As for Sarai thy wife, thou shalt not call her name Sarai, but Sarah shall her name be.
Luther-Bibel . 15 Und Gott sprach abermals zu Abraham: Du sollst Sarai, deine Frau, nicht mehr Sarai nennen, sondern Sara soll ihr Name sein.

Tekstuitleg van Gn 17,15 .

1.

1. 2. wajj´omèr ´èlohîm (en God zei) . In zevenentwintig verzen in de bijbel . In eenentwintig verzen in Gn .

3. - 4. ´èl ´abhërâhâm (tot Abraham) . Tenakh (12) : (1) Gn 17,9 . (2) Gn 17,15 . (3) Gn 18,13 . (4) Gn 18,33 . (5) Gn 20,10 . (6) Gn 21,12 . (7) Gn 21,22 . (8) Gn 21,29 . (9) Gn 22,7 . (10) Gn 22,15 . (11) Ex 6,3 . (12) Js 51,2 .

5. שָׂרַי = Shâraj (Sarai) . Zie : שָׂרָה = shârâh (Sara) . Taalgebruik in Tenakh : shârâh (Sara) . Getalswaarde : shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 51 (3 X 17) of 510 (2 X 3 X 5 X 17) . Structuur : 3 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (12) : (1) Gn 11,29 . (2) Gn 11,30 . (3) Gn 11,31 . (4) Gn 12,5 . (5) Gn 12,11 . (6) Gn 12,17 . (7) Gn 16,2 . (8) Gn 16,3 . (9) Gn 16,5 . (10) Gn 16,6 . (11) Gn 16,8 . (12) Gn 17,15 (in dit vers heeft de naamsverandering van Sarai naar Sarah plaats) . Theoretisch gezien zou Sarai in 7 hoofdstukken van Gn kunnen voorkomen , in feite zijn het er slechts 4 . In totaal komt Sarai 12X voor . De getalswaarde is 51 of 510 ; 51 = 3 X 17 . De getalswaarde van JHWH met jod als 1 is 17.
- Zie ook : שָׂרַי = shâraj (mijn vorsten) < stat. construct. mann. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 1ste pers. enk. van het zelfst. naamw. שַׂר = shar (vorst, prins) . Taalgebruik in Tenakh : shar (vorst) . sh-r-j : Tenakh (134) . Pentateuch (29) . Eerdere Profeten (35) . Latere Profeten (23) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (46) . Tenakh o.a. Js 10,8 .
- וְשָׂרַי = wëshâraj (en Sarai) : Gn 16,1 .
- LXX . σαρα = Sara . Bijbel (12) : (1) Gn 11,29 . (2) Gn 11,30 . (3) Gn 12,11 . (4) Gn 16,1 . (5) Gn 16,2 . (6) Gn 16,3 . (7) Gn 16,5 . (8) Gn 16,6 . (9) Gn 17,15 . (10) Gn 47,17 . (11) Nu 26,30 . (12) Joz 18,22 .
-- gen. vr. enk. σαρας = Saras (van Sara) . Dezelfde lezing van rechts naar links of van links naar rechts . Bijbel : (1) Gn 12,17 . (2) Gn 16,2 . (3) Gn 16,8 .
-- acc. vr. enk. σαραν = Saran (Sara) . Bijbel (3) : (1) Gn 11,31 . (2) Gn 12,5 . (3) Gn 16,6 .
- Arabisch : سارة = sârah (Sara) . Taalgebruik in de Qoran : sârah (Sara) .

13. shârâh (Sara) . Taalgebruik in Tenakh : shârâh (Sara) . De getalwaarde is : shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) of 505 (5 X 101) . Structuur : 3 - 2 - 5 . Tenakh (28) . Pentateuch (26) . Gn (26) . Gn 17 (4) : (1) Gn 17,15 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 17,19 . (4) Gn 17,21 . Gn 18 (5) : (1) Gn 18,6 . (2) Gn 18,9 . (3) Gn 18,12 . (4) Gn 18,13 . (5) Gn 18,15 . Gn 20 (3) : (1) Gn 20,2 . (2) Gn 20,14 . (3) Gn 20,18 . Gn 21 (7) : (1) Gn 21,1. (2) Gn 21,2 . (3) Gn 21,3 . (4) Gn 21,6 . (5) Gn 21,7 . (6) Gn 21,9 . (7) Gn 21,12 . Gn 23 (3) : (1) Gn 23,1 . (2) Gn 23,2 . (3) Gn 23,19 . Gn 24 () : (1) Gn 24,36 . (2) Gn 24,67 . Gn 25 (1) : Gn 25,12 . Gn 49 (1) : Gn 49,31 . Verder : (1) Js 51,2 . (2) Hos 12,4 . wëshârâh (en Sara) . Tenakh (3) : (1) Gn 18,10 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 25,10 . lëshârâh (voor Sara) . Tenakh (4) : (1) Gn 18,10 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 21,1 . (4) Gn 23,2 .

Gn 17,16 - Gn 17,16 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16eulogèsô de autèn kai dôsô soi ex autès teknon kai eulogèsô auton kai estai eis ethnè kai basileis ethnôn ex autou esontai  16 et benedicam ei et ex illa dabo tibi filium cui benedicturus sum eritque in nationes et reges populorum orientur ex eo    16 Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden! [16] Ik zal haar zegenen, en ook uit haar zal Ik u een zoon schenken. Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken zal uitgroeien; koningen van volken zullen uit haar voortkomen.’   [16] Ik zal haar zegenen en jou bij haar een zoon geven. Ik zal haar zo rijk zegenen dat er volken uit haar zullen voortkomen en er koningen van haar zullen afstammen.’   16 zegenen zal ik haar en ook zal ik je uit haar geven: een zoon; zegenen zal ik haar en tot volkeren zal zij worden: koningen van gemeenschappen zullen er uit haar zijn!  16. Je la bénirai et même je te donnerai d'elle un fils; je la bénirai, elle deviendra des nations, et des rois de peuples viendront d'elle. 

King James Bible . [16] And I will bless her, and give thee a son also of her: yea, I will bless her, and she shall be a mother of nations; kings of people shall be of her.
Luther-Bibel . 16 Denn ich will sie segnen, und auch von ihr will ich dir einen Sohn geben; ich will sie segnen, und Völker sollen aus ihr werden und Könige über viele Völker.

Tekstuitleg van Gn 17,16 .

Gn 17,17 - Gn 17,17 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai epesen abraam epi prosôpon kai egelasen kai eipen en tè dianoia autou legôn ei tô ekatonta etei genèsetai kai ei sarra enenèkonta etôn ousa texetai1  17 cecidit Abraham in faciem et risit dicens in corde suo putasne centenario nascetur filius et Sarra nonagenaria pariet    17 Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn hart: Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?  [17] Toen wierp Abraham zich ter aarde en lachte*, want hij zei bij zichzelf: ‘Zou een man van honderd jaar nog een zoon krijgen, en zou Sara die negentig is nog een kind op de wereld brengen?’   [17] Abraham boog zich diep neer, maar lachte en dacht: Hoe zou iemand van honderd nog een kind kunnen krijgen? En Sara, zou zij op haar negentigste nog een kind ter wereld kunnen brengen?  17 Abraham valt op zijn aanschijn neer en lacht; hij zegt in zijn hart: aan een man van honderd jaar zal nog worden gebaard?– en kan Sara ooit… zal een dochter van negentig jaar baren?  17. Abraham tomba la face contre terre, et il se mit à rire car il se disait en lui-même : Un fils naîtra-t-il à un homme de cent ans, et Sara qui a quatre-vingt-dix ans va-t-elle enfanter ?  

King James Bible . [17] Then Abraham fell upon his face, and laughed, and said in his heart, Shall a child be born unto him that is an hundred years old? and shall Sarah, that is ninety years old, bear?
Luther-Bibel . 17 Da fiel Abraham auf sein Angesicht und lachte und sprach in seinem Herzen: Soll mir mit hundert Jahren ein Kind geboren werden, und soll Sara, neunzig Jahre alt, gebären?

Tekstuitleg van Gn 17,17 . Het vers Gn 17,17 telt 17 woorden en 63 (7 X 9) letters . De getalswaarde van Gn 17,17 is 4237 (19 X 223) .
- Gn 17,17 telt 17 woorden ; 17 is de som van de factoren van het product 175 : 5 + 5 + 7 = 17 . Dit is de getalswaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .

Bij de aartsvaders אַבְרָהָם = Abraham , יִצְחָק = Isaak , יַעֳקֹב = Jakob en יוֹסֵף = Jozef hebben de getallen van hun leeftijden een symbolische betekenis .
1. Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 OF (10 X 17 = 170) + 5 . (Gn 25,7) . 5 is de getalswaarde van de letter he . Abram en Saraj ontvangen de letter he in hun naam en zij worden vruchtbaar (Gn 17,5 en Gn 17,15) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers . Som van de factoten : 5 + 5 + 7 = 17 . Dit is de getalswaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
2. Isaak werd 180 jaar oud . 180 = 6² X 5 OF (10 X 17 = 170) + 10 . (Gn 35,28) . 6 is de getalswaarde van de letter waw . In Gn 25,19 staat de waw bij het begin van het woord (thôlëdoth) . Getalswaarde : thaw = 22 of 400 ; lamed = 12 of 30 , daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 66 (2 X 3 X 11) OF 840 (2³ X 3 X 5 X 7) . thôlëdoth komt in 7 verzen in Tenakh voor . Op de 6de plaats betreft het Isaak . Som van de factoren : 6 + 6 + 5 = 17 . Dit is de getalswaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
3. Jakob werd 147 jaar oud . 147 = 7² X 3 OF (8 X 17 = 136) + 11 . (Gn 49,33) . Som van de factoren : 7 + 7 + 3 = 17 . 17 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) . Ook hier is de plaats van dit vers in de bijbel merkwaardig : het 49ste hoofdstuk en het 33ste vers . Jakob diende 7 jaar voor Lea en Rachel (Gn 29,20 en Gn 29,30) . Jakob verbleef 130 (5 X 26) jaar in Kanaän en 17 jaar in Egypte (Gn 47,28) . Merkwaardig is de plaats in de bijbel (Gn 47,28) . De buitenste getallen van 147 is 17 . Het tweede en derde getal van 147 is 47 . 28 = 4 X 7 (hierin schuilt 47) .
1. - 3. Het product van drie opeenvolgende getallen ( 5 - 6 - 7) in het kwadraat , opklimmend , met drie opeenvolgende onpare getallen afdalend (7 - 5 - 3) .
- De plechtige zegen in Nu 6,24 - Nu 6,25 - Nu 6,26 telt 3 - 5 - 7 woorden .
4. Jozef leefde 110 jaar . 110 = 5² ( = 25) + 6² ( = 36) + 7² ( = 49) OF (6 X 17) + 8 . De som van drie opeenvolgende getallen in het kwadraat . (Gn 50,22) OF de som van de kwadraten van de aartsvaders . Deze plaats in de bijbel is wellicht ook merkwaardig . (50ste hoofdstuk) X 22 (22ste vers) (5 X 22) = 110 .
1. - 4. De vier leeftijden samen geeft de som van 612 (2² X 3² X 17) OF : (10 + 10 + 8 + 6 = 34) X 17 PLUS (5 + 10 + 11 + 8 = .34 = 2 X 17) OF 36 X 17 . Het gemiddelde van de leeftijden van de aartsvaders is 9 X 17 OF 153 . Het getal 153 is een driehoeksgetal . Het getal 153 is de som van alle getallen van 1 tot en met 17 . 612 is een vierkant (4 X 153) . Daarmee is het probleem opgelost waarom de som van de factoren bij Jozef geen 17 is . 17 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
Ook de getalswaarde van de namen van Isaak , Jakob en Jozef heeft een symbolische waarde .
2. Isaak (Gn 21,3) . יִצְחָק = jitsëchâq (Isaak) . Getalswaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) .
3. Jakob (Gn 25,26) . יַעֳקֹב = ja`äqobh (Jakob) . Getalswaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 OF 182 (7 X 26) .
4. Jozef (Gn 30,24) . יוֹסֵף = Jôseph (Jozef) . Getalswaarde : jod = 10 , waw = 6 , samek = 15 of 60 , qoph = 17 of 80 ; totaal : 48 (2² X 2² X 3) OF 156 (6 X 26) .
De getalswaarde van de namen Isaak , Jakob en Jozef volgens de tweede telling wordt gevormd door het product van drie opeenvolgende getallen (8 - 7 - 6) , afdalend , met de getalswaarde van de godsnaam JHWH volgens de gewone telling (26) : 8 X 26 EN 7 X 26 EN 6 X 26 . In totaal geven de twee tellingen 49 + 47 + 48 = 144 (12 X 12) OF 208 + 182 + 156 = 546 (21 X 26) . Het gemiddelde is 48 (4 X 12) OF 182 (7 X 26) .
- Bij de leeftijden en de naamgeving spelen de 2 getalswaarden van de Godsnaam JHWH een beslissende rol . Het getal 17 bij de leeftijden , het getal 26 bij de naamgeving . De leeftijd van Jakob is 147 , de getalswaarde van de naam van Jakob is 47 of 182 (7 X 26) . Bij Jakob overheerst het getal 7 , zowel bij zijn leeftijd als bij de getalswaarde van zijn naam .

    leeftijd   getalswaarde naamgeving
  Abraham 5 X 5 X 7 (5 + 5 + 7 = 17) 175 (10 X 17) + 5  
  Isaak 6 X 6 X 5 (6 + 6 + 5 = 17) 180 (10 X 17) + 10 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26)
  Jakob 7 X 7 X 3 (7 + 7 + 3 = 17) 147 (8 X 17) + 11 47 OF 182 (7 X 26)
  Jozef (5 X 5) + (6 X 6) + (7 X 7) (5 + 5 + 6 + 6 + 7 + 7 = 36) 110 (6 X 17) + 8 48 (2² X 2² X 3) OF 156 (6 X 26)
totaal     612 (34 X 17) + 34 OF 36 X 17 144 (12 X 12) OF 546 (21 X 26)
gemiddeld     153 (9 X 17) 48 (4 X 12) OF 182 (7 X 26) .

Gn 17,17.1. prefix waw consecutivum wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיִּפֹל = wajjippol (en hij viel) van het werkw. נָפַל = nâphal (vallen) . Taalgebruik in Tenakh : nâphal (vallen) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , pe = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 43 of 160 . Structuur : 50 - 80 - 30 (5 - 8 - 3) . De som van de elementen is telkens 7 . wjjpl : Tenakh (50) . Pentateuch (12) . Eerdere Profeten (25) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (11) . Gn (8) : (1) Gn 2,21 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 17,17 . (4) Gn 33,4 . (5) Gn 45,14 . (6) Gn 46,29 . (7) Gn 49,17 . (8) Gn 50,1 .
- een woord met dezelfde structuur is nâchâsj (slang) . Taalgebruik in Tenakh : nâchâsj (slang) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 ; chet = 8 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 43 (16 + 23) of 358 (2 X 179) . Structuur : 50 - 8 - 300 (5 - 8 - 3) . De som van de elementen is telkens 7 . Evenzo nèphèsj (geest) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 10 X 43) . Structuur : 50 - 80 - 300 (5 - 8 - 3) .
- Ned. : vallen . D. : fallen . E. : to fall . Fr. : tomber . Grieks : πιπτω = piptô (vallen) . Taalgebruik in het NT : piptô (vallen) . Hebreeuws : נָפַל = nâphal (vallen) . Taalgebruik in Tenakh : nâphal (vallen) . Latijn : cadere .

Gn 17,17.4. פָּנָיו = pänä(j)w (zijn aangezicht) < mann. mv. stat. construct. + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. פָּנִים= panîm (gezicht, aangezicht) . Taalgebruik in Tenakh : panîm (gezicht, aangezicht) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , nun = 14 of 50 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 54 ( 2 X 3³) OF 180 (2² X 3² X 5) . Structuur : 8 - 5 - 1 - 4 . De som van de elementen is 8 . Tenakh (91) . Pentateuch (25) .

Gn 17,17.3. - 4. עַל פָּנָיו = `al pänä(j)w (op zijn aangezicht) . LXX (14) . Pentateuch (4) : (1) Gn 17,3 . (2) Gn 17,17 . (3) Ex 34,6 . (4) Nu 16,4 .
- Grieks : επι προσωπον = epi prosôpon (op het aangezicht) . LXX (107) . NT (9) : Mt (2) . Lc (3) . P. (2) . Apk (2) . In Mt (2) : (1) Mt 17,6 . (2) Mt 26,39 . In Lc (3) : (1) Lc 5,12 . (2) Lc 17,16 . (3) Lc 21,35 .

Gn 17,17.1. - 4. επεσεν επι προσωπον = epesen epi prosôpon (hij viel op het aangezicht) . LXX (12) . NT (2) : (1) Mt 26,39 . (2) Lc 17,16 .

Gn 17,17.5. וַיִּצְחָק = wajjitsëchâq (en hij lachte) van het werkw. צָחַק = tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenakh : tsâchaq (lachen) . Getalswaarde : tsade = 19 of 100 , chet = 8 , qoph =18 of 90 ; totaal : 45 (3² X 5) OF 198 (2 X 3² X 11) . Structuur : 1 - 8 - 9 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (1) : Gn 17,17 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. εγελασεν = egelasen (hij / zij lachte) van het werkw. γελαω = gelaô (lachen) . Bijbel (3) : (1) Gn 17,17 . (2) Gn 18,12 . (3) Gn 18,13 .
- In Gn 17,17 lachte Abram na het horen van de aankondiging van een zoon . Dat lachen zou als een teken van ongeloof kunnen geïnterpreteerd worden . Op basis van Gn 15,6 wordt Abraham als toonbeeld van geloof gesteld . Targum Onqelos interpreteert met 'zich verheugen' . Ook Philo van Alexandrië heeft deze interpretatie . En zo komt ook deze interpretatie voor in Joh 8,56 .
- Aramees : וַחדִי = wachdî (en hij verheugde zich) > prefix waw + act. qal perf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. van het werkw. חֲדָא = chädâ´ (zich verheugen) . Taalgebruik : chädâ´ (zich verheugen) .

Gn 17,17.6. וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordsvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. `-m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) .Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Gn 1-11 (49) . Gn 12 (4) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 12,7 . (3) Gn 12,11 . (4) Gn 12,18 . In Gn 12,1 is het de 50ste keer . De stam `-m-r in Tenakh (5422) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Gn 12  
  1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 4  

- Lettinga 12, 2012, 53c2 : Het werkw. begint met een aleph . Het is een gutturaal , maar de zwakste van de gutturalen . Omwille van die zwakke gutturaal krijgen een aantal werkw. een bijzondere behandeling voor de qal imperf. . Dit is het geval voor ons werkw. . In het imperf. gaat een medeklinker vooraf aan de aleph . De aleph quiesceert : ja´mur -> jamur (Lettinga 12, 2012, 12b) . In de eerste lettergreep gaat de lange a in een beklemtoonde lettergreep over in een lange o : jâmur -> jômur (Lettinga 12, 2012, 14c) . De voorlaatste lettergreep heeft hier de klemtoon (Lettinga 12, 2012, 10b) . In de tweede lettergreep ontstaat door klankdissimilatie een a : jomur -> jomar (i.p.v. het verwachte jômor) (Lettinga 12, 2012 , 15g) . In de qal imperf. consecut. is er een zeer zwakke klinker van de tweede lettergreep en werd het een è , vandaar wajjo´mèr . (Zie ook Jouön , 73) .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . λεγω = legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . IEen vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .

    bijbel OT LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Gn 12 Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  act. ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  2275 + 151 684 985 234 63 309 378 4 149 15 98 44 598  118  56  223  114  75  397  511 

- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא = qërâ´ (roepen) . D. : sagen (zeggen) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere . l (قَالَ = qâla) en r (קְרָא = qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) . Lat. : dicere . Fr. : dire . Italiaans : dire . Spaans : decir .
- In het werkw. אָמַר = ´âmar (zeggen) zit het woord אְמ = ´em (moeder) ; om erop te wijzen dat een taal allereerst een moedertaal is ? Beide woorden beginnen met aleph , de eerste letter van het alfabet en duiden een begin aan .

Gn 17,17.9. מֵאָה = me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 19 , zie 19 , of 46 (2 X 23) , zie 46 . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (98) . Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) . Gn (6) : (1) Gn 6,3 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 23,1 . (4) Gn 26,12 . (5) Gn 50,22 . (6) Gn 50,26 .
- Grieks : ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Bijbel (211) . OT (194) . NT (17) . Gn (29) .
- Ned. : honderd . Aramees : מְאָה = mëâh (honderd, 100) . Arabisch : مِئَة OF مِائَة = mija of miaja (honderd, 100) . D. : hundert . E. : hundred . Fr. : cent . Grieks : ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Hebreeuws : מֵאָה = me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Latijn : centum (honderd, 100) . Bijbel (193) . OT (177) , NT (16) . Gn (20) .

Gn 17,17.10. שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . Getalwaarde) : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 40 of 355 (5 X 71) . Structuur : 3 - 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (270) . Pentateuch (114) . Eerdere Profeten (86) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (51) . Gn (75) . Gn 5 (29) : (1) Gn 5,3 . (2) Gn 5,4 . (3) Gn 5,5 . (4) Gn 5,6 . (5) Gn 5,7 . (6) Gn 5,8 . (7) Gn 5,9 . (8) Gn 5,10 . (9) Gn 5,11 . (10) Gn 5,12 . (11) Gn 5,13 . (12) Gn 5,14 . (13) Gn 5,15 . (14) Gn 5,16 . (15) Gn 5,17 . (16) Gn 5,18 . (17) Gn 5,19 . (18) Gn 5,20 . (19) Gn 5,21 . (20) Gn 5,22 . (21) Gn 5,23 . (22) Gn 5,24 . (23) Gn 5,25 . (24) Gn 5,26 . (25) Gn 5,27 . (26) Gn 5,28 . (27) Gn 5,30 . (28) Gn 5,31 . (29) Gn 5,32 . Gn 25 (4) : (1) Gn 25,7 . (2) Gn 25,17 . (3) Gn 25,20 . (4) Gn 25,26 . Js (9) : (1) Js 7,8 . (2) Js 21,16 . (3) Js 23,15 . (4) Js 23,17 . (5) Js 29,1 . (6) Js 32,10 . (7) Js 36,1 . (8) Js 38,5 . (9) Js 39,3 .
- שָׁנָה = sjânâh < sjanat : een qal vorm vr. : een naamwoord met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijke korte klinker (Lettinga 24c1) . In open lettergreep onmiddellijk vóór de hoofdklemtoon is de korte a verlengd tot â (Lettinga 13i) . De ה = h is de aanwijzing van de lange eindklinker (Lettinga 3d) .
- Grieks : ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Taalgebruik in de LXX : etos (jaar) . Een vorm van ετος = etos (jaar) in de LXX (718) , in het NT (49) .
- Ned. : jaar . Arabisch : سَنَة = sanah (jaar) . Taalgebruik in de Qoran : sanah (jaar) . Aramees : שְׁנָה = sjënâh (jaar) . D. : Jahr . E. : year . Fr. : an of année . Grieks : ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Hebreeuws : שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . Latijn : annus (jaar) .

Gn 17,17.9. - 10. מֵאָה שָׁנָה = me´âh sjânâh (honderd jaar) . Tenakh (3) : (1) Gn 17,17 . (2) Gn 23,1 . (3) Js 65,20 (2X) . In Gn 17,17 lacht Abraham om de aankondiging van zoon Isaak , in Gn 23,1 weent Abraham om de dood van zijn vrouw Sara . Er is dus een link tussen het lachen en het wenen van Abraham .

Gn 17,18 - Gn 17,18 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8eipen de abraam pros ton theon ismaèl outos zètô enantion sou  18 dixitque ad Deum utinam Ismahel vivat coram te     18 En Abraham zeide tot God: Och, dat Ismaël mocht leven voor Uw aangezicht!   [18] Daarom zei hij tegen God: ‘Laat Ismaël liever uw gunst genieten.’   [18] En hij antwoordde God: ‘Ik zou al gelukkig zijn als Ismaël onder uw bescherming mocht staan.’   18 Dan zegt Abraham tot God: ach, moge Ismaël leven hebben voor uw aanschijn!   18. Abraham dit à Dieu : Oh ! qu'Ismaèl vive devant ta face !  

King James Bible . [18] And Abraham said unto God, O that Ishmael might live before thee!
Luther-Bibel . 18 Und Abraham sprach zu Gott: Ach dass Ismael möchte leben bleiben vor dir!

Tekstuitleg van Gn 17,18 .

1. וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordsvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. `-m-r . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt) . (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg) .Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Gn 1-11 (49) . Gn 12 (4) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 12,7 . (3) Gn 12,11 . (4) Gn 12,18 . In Gn 12,1 is het de 50ste keer . De stam `-m-r in Tenakh (5422) .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Gn 12  
  1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 4  

- Lettinga 12, 2012, 53c2 : Het werkw. begint met een aleph . Het is een gutturaal , maar de zwakste van de gutturalen . Omwille van die zwakke gutturaal krijgen een aantal werkw. een bijzondere behandeling voor de qal imperf. . Dit is het geval voor ons werkw. . In het imperf. gaat een medeklinker vooraf aan de aleph . De aleph quiesceert : ja´mur -> jamur (Lettinga 12, 2012, 12b) . In de eerste lettergreep gaat de lange a in een beklemtoonde lettergreep over in een lange o : jâmur -> jômur (Lettinga 12, 2012, 14c) . De voorlaatste lettergreep heeft hier de klemtoon (Lettinga 12, 2012, 10b) . In de tweede lettergreep ontstaat door klankdissimilatie een a : jomur -> jomar (i.p.v. het verwachte jômor) (Lettinga 12, 2012 , 15g) . In de qal imperf. consecut. is er een zeer zwakke klinker van de tweede lettergreep en werd het een è , vandaar wajjo´mèr . (Zie ook Jouön , 73) .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . λεγω = legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . IEen vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) .

    bijbel OT LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Gn 12 Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  act. ind. aor. 3de p. enk. eipen  3024  2426  2275 + 151 684 985 234 63 309 378 4 149 15 98 44 598  118  56  223  114  75  397  511 

- Ned. : zeggen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא = qërâ´ (roepen) . D. : sagen (zeggen) . E. : to say . Fr. : dire . Grieks : λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . Hebreeuws : אָמַר = ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Lat. : legere . l (قَالَ = qâla) en r (קְרָא = qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) . Lat. : dicere . Fr. : dire . Italiaans : dire . Spaans : decir .
- In het werkw. אָמַר = ´âmar (zeggen) zit het woord אְמ = ´em (moeder) ; om erop te wijzen dat een taal allereerst een moedertaal is ? Beide woorden beginnen met aleph , de eerste letter van het alfabet en duiden een begin aan .

Gn 17,18.2. אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) . Zie אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalswaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 , zie 41 of ´èlohîm (God) , OF 248 , zie 248 (8 X 31) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 5 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Het merkwaardige aan het getal 248 is de link met de algemene godsnaam El (getalwaarde 31) . De namen van de patriarchen Isaak (208 = 8 X 26) , Jakob (182 = 7 X 26) en Jozef (156 = 6 X 26) zijn gelinkt aan de specifieke godsnaam JHWH . Ook merkwaardig is de opeenvolging van de namen Abraham (8 X 31) en de naam Isaak (8 X 26) . Abraham (41 of 248) + Sarah (46 of 505) = 87 (3 X 29) OF 753 . De som van de elementen is 6 . Merkwaardig is dat de som : Abram (36 of 243) + Saraj (51 of 510) = 87 (3 X 29) OF 753 (3 X 251) dezelfde is als de som van Abraham + Sarah . Tenakh (128) . Pentateuch (105) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (13) . Gn (98) .
- Ned. : Abraham . Grieks : αβρααμ = abraam (Abraham) . Taalgebruik in het NT : abraam (Abraham) . Arabisch : ´ibrahim (Ibrahim) . Taalgebruik in de Qoran : ibrahim (Ibrahim) .

Gn 17,18.1. - 2. וַיּאֹמֶר אַבְרָם = wajjo´mèr ´abhërâm (en Abram zei) . Tenakh (5) : (1) Gn 13,8 . (2) Gn 14,22 . (3) Gn 15,2 . (4) Gn 15,3 . (6) Gn 16,6 .
- וַיּאֹמֶר אַבְרָהָם = wajjo'mèr ´abhërâhâm (en Abraham zei) . Tenakh (8) : (1) Gn 17,18 . (2) Gn 20,2 . (3) Gn 20,11 . (4) Gn 21,24 . (5) Gn 22,5 . (6) Gn 22,8 . (7) Gn 22,11 . (8) Gn 24,2 . Abram / Abraham is wel meer aan het woord , maar is de naam van Abram / Abraham niet uitdrukkelijk vermeld . Abram spreekt hier tot JHWH als antwoord op het woord van JHWH dat hij (Abram) het materieel goed heeft .

Gn 17,18.1. - 3. וַיּאֹמֶר אַבְרָהָם אֶל = wajjo'mèr ´abhërâhâm ´èl (en Abraham zei tot) . Tenakh (8) : (1) Gn 17,18 . (2) Gn 20,2 . (3) Gn 22,5 . (4) Gn 24,2 .

Gn 17,18.4. הָאֱלֹהִים = hâ´èlohîm (God) < bepaald lidwoord + godsaanduidng ´èlohîm (God) . Tenakh (336) . Pentateuch (54) . Gn (21) .

Gn 17,18.2. - 3. אַבְרָהָם אֶל הָאֱלֹהִים = ´abhërâhâm ´èl hâ´èlohîm (en Abraham tot God) . Tenakh (2) : (1) Gn 17,18 . (2) Gn 20,17 .
- LXX : αβρααμ προς τον θεον = abraam pros ton theon (Abraham tot God) . Bijbel (2) : (1) Gn 17,18 . (2) Gn 20,17 .

Gn 17,18.6. יִשְׁמָעֵאל = jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Taalgebruik in Tenakh : jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Getalswaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 73 ( 73 als ster) OF 451 (11 X 41) . Structuur : 1 - 3 - 4 - 7 - 1 - 3 . Som der elementen is telkens 10 -> 1 . Abram (36 of 243) + Hagar (28 of 208) = 64 (2³ X 2³) OF 451 (11 X 41) . De getalswaarde van jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) is 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Tenakh (33) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (4) . Gn (11) : (1) Gn 16,11 . (2) Gn 16,15 . (3) Gn 16,16 . (4) Gn 17,18 . (5) Gn 17,23 . (6) Gn 25,12 . (7) Gn 25,13 . (8) Gn 25,16 . (9) Gn 25,17 . (10) Gn 28,9 . (11) Gn 36,3 .
- Arabisch : إسماعيل = ismâ`el (Ismaël) . Taalgebruik in de Qoran : ismâ`ël (Ismaël) .
- Naar de naamgeving wordt er een verband gelegd tussen de zoon en de moeder . Naar de getalswaarde van de letters wordt een verband gelegd met beide ouders , nl. met Abram en Hagar . Vanuit de getalswaarde wordt ook een verband gelegd met de naam Israël , de kleinzoon van Abraham (via Sara) .

Gn 17,19 - Gn 17,19 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19eipen de o theos tô abraam nai idou sarra è gunè sou texetai soi uion kai kaleseis to onoma autou isaak kai stèsô tèn diathèkèn mou pros auton eis diathèkèn aiônion kai tô spermati autou met' auton  19 et ait Deus ad Abraham Sarra uxor tua pariet tibi filium vocabisque nomen eius Isaac et constituam pactum meum illi in foedus sempiternum et semini eius post eum    19 En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.   [19] God antwoordde: ‘Nee, uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en u zult hem Isaak noemen. Met hem en met zijn nakomelingen zal Ik mijn verbond sluiten, een altijddurend verbond.   [19] Maar God zei: ‘Nee, je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak* moet noemen, en met hem zal ik mijn verbond voortzetten. Het zal een eeuwigdurend verbond zijn, dat ook voor zijn nakomelingen zal gelden.  19 Maar God zegt: tóch is het Sara, je eigen vrouw, die je een zoon gaat baren, en uitroepen mag je als naam voor hem ‘Isaak’, – men lacht!; met hém zal ik mijn verbond gestand doen tot een verbond voor eeuwig, voor zijn zaad na hem;  19. Mais Dieu reprit : Non, mais ta femme Sara te donnera un fils, tu l'appelleras Isaac, j'établirai mon alliance avec lui, comme une alliance perpétuelle, pour être son Dieu et celui de sa race après lui. 

King James Bible . [19] And God said, Sarah thy wife shall bear thee a son indeed; and thou shalt call his name Isaac: and I will establish my covenant with him for an everlasting covenant, and with his seed after him.
Luther-Bibel . 19 Da sprach Gott: Nein, Sara, deine Frau, wird dir einen Sohn gebären, den sollst du Isaak nennen, und mit ihm will ich meinen ewigen Bund aufrichten und mit seinem Geschlecht nach ihm.

Tekstuitleg van Gn 17,19 .

17. lëbërîth (tot verbond) > lë + bërîth (verbond) . bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenakh : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Genesis : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jesaja : bërîth (verbond) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 300 , jod = 10 , taw = 22 of 500 ; totaal : 54 of 812 . Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Lat. foedus (zie b.v. federaal) , testamentum . E. testament . Fr. alliance . E. covenant . Ned. testamment , verbond , overeenkomst . D. Bund . Tenakh (6) : (1) Gn 17,7 . (2) Gn 17,13 . (3) Gn 17,19 . (4) Js 42,6 . (5) Js 49,8 . (6) Ps 74,20 .

17. - 18. bërîth (verbond) `ôlâm (eeuwig) . Tenakh (11) : (1) Gn 9,16 . (2) Ex 31,16 . (3) Lv 24,8 . (4) 1 Kr 16,17 . (5) Ps 105,10 . (6) Js 24,5 . (7) Js 55,3 . (8) Jr 32,40 . (9) Jr 50,5 . (10) Ez 16,60 . (11) Ez 37,26 . Verder : ûbhërîth `ôlâm (en een eeuwig verbond) . Tenakh (1) Js 61,8 . lëbërîth `ôlâm (tot een eeuwig verbond) . Tenakh (3) : (1) Gn 17,7 . (2) Gn 17,13 . (3) Gn 17,19 .

Gn 17,20 - Gn 17,20 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20peri de ismaèl idou epèkousa sou idou eulogèsa auton kai auxanô auton kai plèthunô auton sfodra dôdeka ethnè gennèsei kai dôsô auton eis ethnos mega  20 super Ismahel quoque exaudivi te ecce benedicam ei et augebo et multiplicabo eum valde duodecim duces generabit et faciam illum in gentem magnam    20 En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen;  [20] Maar ook uw verzoek betreffende Ismaël verhoor Ik. Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaarheid geven en hem zeer talrijk maken. Twaalf vorsten zal hij verwekken en een groot volk zal Ik van hem maken. [20] En wat Ismaël betreft, ik verhoor je: ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en hem veel, heel veel nakomelingen geven. Twaalf stamvorsten zal hij verwekken en er zal een groot volk uit hem voortkomen.   20 ook voor Ismaël,– God hoort! zal ik je verhoren: ziehier, zegenen zal ik hem, hem vrucht doen dragen en hem zeer, zéér overvloedig maken; twaalf verhevenen zal hij doen baren; geven zal ik het hem om een groot volk te worden;  20. En faveur d'Ismaèl aussi, je t'ai entendu : je le bénis, je le rendrai fécond, je le ferai croître extrêmement, il engendrera douze princes et je ferai de lui une grande nation. 

King James Bible . And as for Ishmael, I have heard thee: Behold, I have blessed him, and will make him fruitful, and will multiply him exceedingly twelve princes shall he beget, and I will make him a great nation.
Luther-Bibel . 20 Und für Ismael habe ich dich auch erhört. Siehe, ich habe ihn gesegnet und will ihn fruchtbar machen und über alle Maßen mehren. Zwölf Fürsten wird er zeugen und ich will ihn zum großen Volk machen.

Tekstuitleg van Gn 17,20 . Dit vers Gn 17,20 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 83 letters . De getalwaarde van Gn 17,20 is 7071 (3 X 2357) .

17. lëgôj (tot volk) . Voorzetsel lë + zelfstandig naamwoord gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het NT : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (15) : (1) Gn 12,2 . (2) Gn 17,20 . (3) Gn 18,18 . (4) Gn 21,13 . (5) Gn 21,18 . (6) Gn 46,3 . (7) Ex 9,24 . (8) Ex 32,10 . (9) Nu 14,12 . (10) Dt 9,14 . (11) Dt 26,5 . (12) Js 26,15 . (13) Js 60,22 . (14) Ez 37,22 . (15) Mi 4,7 .

17. - 18. lëgôj gädôl (tot een groot volk) . In acht verzen in de bijbel : (1) Gn 12,2 . (2) Gn 17,20 . (3) Gn 18,18 . (4) Gn 21,18 . (5) Gn 46,3 . (6) Ex 32,10 . (7) Nu 14,12 . (8) Dt 26,5 .

Gn 17,21 - Gn 17,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21tèn de diathèkèn mou stèsô pros isaak on texetai soi sarra eis ton kairon touton en tô eniautô tô eterô  21 pactum vero meum statuam ad Isaac quem pariet tibi Sarra tempore isto in anno altero     21 Maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten, die u Sara op dezen gezetten tijd in het andere jaar baren zal.  [21] Maar mijn verbond zal Ik sluiten met Isaak, die Sara het volgend jaar op deze tijd zal baren.’   [21] Maar mijn verbond zal ik voortzetten met Isaak, de zoon die Sara je volgend jaar omstreeks deze tijd zal baren.’ 21 en mijn verbond zal ik gestand doen met Isaak,– welke Sara je zal baren tegen deze samenkomsttijd in het andere jaar!   21. Mais mon alliance, je l'établirai avec Isaac, que va t'enfanter Sara, l'an prochain à cette saison. 

King James Bible . [21] But my covenant will I establish with Isaac, which Sarah shall bear unto thee at this set time in the next year.
Luther-Bibel . 21 Aber meinen Bund will ich aufrichten mit Isaak, den dir Sara gebären soll um diese Zeit im nächsten Jahr.

Tekstuitleg van Gn 17,21 .

Gn 17,22 - Gn 17,22 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22sunetelesen de lalôn pros auton kai anebè o theos apo abraam 22 cumque finitus esset sermo loquentis cum eo ascendit Deus ab Abraham    22 En Hij eindigde met hem te spreken, en God voer op van Abraham.  [22] Toen God dit alles gezegd had, ging Hij weg van Abraham.  [22] Nadat God zo met hem gesproken had, ging hij bij Abraham vandaan.  22 Hij houdt op te spreken met hem; God stijgt op van boven Abraham.  22. Lorsqu'il eut fini de lui parler, Dieu remonta d'auprès d'Abraham.  

King James Bible . [22] And he left off talking with him, and God went up from Abraham.
Luther-Bibel . 22 Und er hörte auf, mit ihm zu reden. Und Gott fuhr auf von Abraham.

Tekstuitleg van Gn 17,22 .

Gn 17,22.1. וַיְכַל = wajëkhal (en hij eindigde, voltooide) < prefix voegwoord wë + piel imperfect. 3de pers. mann. enk. . Zie het werkw. כָּלָה = kâlâh (voltooien, eindigen) . Taalgebruik in Tenakh : kâlâh (voltooien, eindigen) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 28 OF 55 . Structuur : 2 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Bijbel (14) . Pentateuch (6) : (1) Gn 2,2 . (2) Gn 17,22 . (3) Gn 49,33 . (4) Ex 34,33 . (5) Ex 40,33 . (6) Dt 31,1 .
- act. ind. aor. 3de pers. enk. συνετελεσεν = sunetelesen (hij beëindigde / voltooide) van het werkw. συντελεω = sunteleô (voltooien) . Taalgebruik in het NT : sunteleô (voltooien) . Taalgebruik in de LXX : sunteleô (voltooien) . Bijbel (42) . LXX (42) , NT (0) . Pentateuch (7) : (1) Gn 2,2 . (2) Gn 17,22 . (3) Ex 40,33 . (4) Nu 7,1 . (5) Dt 31,1 . (6) Dt 31,24 . (7) Dt 32,45 .
- act. ind. aor. 3de pers. enk. ετελεσεν = etelesen van het werkw. τελεω = teleô (1. voleindigen, voltooien, vervullen. 3. betalen) . Taalgebruik in het NT : teleô (voleindigen, voltooien, vervullen) . Taalgebruik in de LXX : teleô (voleindigen, voltooien, vervullen) . Bijbel = NT (5) : (1) Mt 7,28 . (2) Mt 11,1 . (3) Mt 13,53 . (4) Mt 19,1 . (5) Mt 26,1 .

Gn 17,22.3. accusatief + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. אֹתוֹ = ´othô (hem) . Zie אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (533) . Pentateuch (270) . Eerdere Profeten (163) . Latere Profeten (61) . 12 Kleine Profeten (8) . Geschriften (31) . Gn (86) . Gn 17 (6) : (1) Gn 17,3 . (2) Gn 17,19 . (3) Gn 17,20 . (4) Gn 17,22 . (5) Gn 17,23 . (6) Gn 17,27 .

Gn 17,22.4. act. ind. aor. 3de pers. enk. ανεβη = anebè (hij klom naar boven) van het werkw. αναβαινω = anabainô (beklimmen, naar boven klimmen, naar boven banen) . Taalgebruik in het NT : anabainô (beklimmen) . Taalgebruik in de LXX : anabainô (beklimmen) . Gn (10) : (1) Gn 13,1 . (2) Gn 17,22 . (3) Gn 19,30 . (4) Gn 24,16 . (5) Gn 26,23 . (6) Gn 32,27 . (7) Gn 35,13 . (8) Gn 38,12 . (9) Gn 46,29 . (10) Gn 50,7 . Ex (10) : (1) Ex 2,23 . (2) Ex 16,13 . (3) Ex 19,3 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,15 . (7) Ex 24,18 . (8) Ex 34,4 . (9) Ex 40,36 . (10) Ex 40,37 . Nu (3) : (1) Nu 9,17 . (2) Nu 10,11 . (3) Nu 33,38 . Dt (1) Dt 34,1 . NT (22) . Syn. (7) . Mt (3) : (Mt 3,16) . (2) (Mt 5,1) . (3) (Mt 14,23) . Mc (1) : Mc 6,51 . Lc (3) : (1) Lc 2,4 . (2) Lc 9,28 . (3) Lc 19,4 . Een vorm van αναβαινω = anabainô (beklimmen, klimmen op) in de LXX (685) , in het NT (81) . In de LXX kan een vorm van het Griekse werkwoord αναβαινω = anabainô (beklimmen, naar boven klimmen, naar boven banen) de vertaling van 21 verschillende Hebreeuwse werkwoorden zijn .

  anabainô (beklimmen)   bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Profeten Geschriften Dt-can. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. anebè   187  152 24 77 19 4 100 28 13 22  12     

- Hebreeuws : ויעל = wj`l : (1) verbindingsletter wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיַּעַל / וַיָּעַל = wajja`al / wajjâ`al (en hij klom op) . (2) verbindingsletter wë + act. qal jussief 3de pers. mann. enk. וְיַּעַל = wëja`al (en ga op) van het werkw. עָלָה = `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenakh (115) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (18) . Gn (10) : (1) Gn 8,20 . (2) Gn 13,1 . (3) Gn 17,22 . (4) Gn 19,30 . (5) Gn 26,23 . (6) Gn 35,13 . (7) Gn 38,12 . (8) Gn 46,29 . (9) Gn 50,7 . (10) Gn 50,9 . Ex (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 . Nu (4) : (1) Nu 23,2 . (2) Nu 23,14 . (3) Nu 23,30 . (4) Nu 33,38 . Dt (1) Dt 34,1 . In de LXX is de vertaling van het Hebreeuwse עָלָה = `âlâh (opgaan, opklimmen) naar verschillende Griekse (werk)woorden zeer veelvuldig .


Gn 17,23 - Gn 17,23 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23kai elaben abraam ismaèl ton uion autou kai pantas tous oikogeneis autou kai pantas tous argurônètous kai pan arsen tôn andrôn tôn en tô oikô abraam kai perietemen tas akrobustias autôn en tô kairô tès èmeras ekeinès katha elalèsen autô o theos  23 tulit autem Abraham Ismahelem filium suum et omnes vernaculos domus suae universosque quos emerat cunctos mares ex omnibus viris domus suae et circumcidit carnem praeputii eorum statim in ipsa die sicut praeceperat ei Deus   23 Toen nam Abraham zijn zoon Ismaël, en al de ingeborenen van zijn huis, en alle gekochten met zijn geld, al wat mannelijk was onder de lieden van het huis van Abraham, en hij besneed het vlees hunner voorhuid, even ten zelfden dage, gelijk als God met hem gesproken had. 
[23] Toen besneed Abraham zijn zoon Ismaël en allen die bij hem in huis geboren waren of die hij gekocht had, alle mannelijke personen in zijn huis; nog diezelfde dag besneed hij hun voorhuid, zoals God hem bevolen had. 
[23] Nog diezelfde dag besneed Abraham zijn zoon Ismaël, allen die in zijn huis geboren waren en allen die hij gekocht had, kortom al zijn mannelijke huisgenoten, zoals God hem had opgedragen.   23 ¶ Dan neemt Abraham zijn zoon Ismaël, en allen die in zijn huishouding geboren zijn en alles wat hij voor zilver gekocht heeft, al wat mannelijk is onder de mensen van Abrahams huis,– en besnijdt het vlees van hun voorhuid, op deze huidige dag, zoals God met hem heeft afgesproken.   23. Alors Abraham prit son fils Ismaèl, tous ceux qui étaient nés dans sa maison, tous ceux qu'il avait acquis de son argent, bref tous les mâles parmi les gens de la maison d'Abraham, et il circoncit la chair de leur prépuce, ce jour même, comme Dieu le lui 

King James Bible . [23] And Abraham took Ishmael his son, and all that were born in his house, and all that were bought with his money, every male among the men of Abraham's house; and circumcised the flesh of their foreskin in the selfsame day, as God had said unto him.
Luther-Bibel . 23 Da nahm Abraham seinen Sohn Ismael und alle Knechte, die im Hause geboren, und alle, die gekauft waren, und alles, was männlich war in seinem Hause, und beschnitt ihre Vorhaut an eben diesem Tage, wie ihm Gott gesagt hatte.

Tekstuitleg van Gn 17,23 .

Gn 17,24 - Gn 17,24 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24abraam de èn enenèkonta ennea etôn ènika perietemen tèn sarka tès akrobustias autou  24 nonaginta novem erat annorum quando circumcidit carnem praeputii sui     24 En Abraham was oud negen en negentig jaren, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.   [24] Abraham was negenennegentig jaar, toen zijn voorhuid besneden werd;  [24] Abraham was negenennegentig jaar toen hij besneden werd,  24 Abraham zelf is een man van negenennegentig jaar,– als hij zich laat besnijden aan het vlees van zijn voorhuid.   24. Abraham était âgé de quatre-vingt-dix-neuf ans lorsqu'on circoncit la chair de son prépuce 

King James Bible . [24] And Abraham was ninety years old and nine, when he was circumcised in the flesh of his foreskin.
Luther-Bibel . 24 Und Abraham war neunundneunzig Jahre alt, als er seine Vorhaut beschnitt.

Tekstuitleg van Gn 17,24 .

1. wë´abhërâhâm (en Abraham) < verbindingswoord wë + ´abhërâhâm (Abraham) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (2³ X 31) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 5 - 4 . Zie : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Tenakh (8) : (1) Gn 17,24 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 18,16 . (4) Gn 18,18 . (5) Gn 18,22 . (6) Gn 18,33. (7) Gn 21,5 . (8) Gn 24,1 .

Gn 17,25 - Gn 17,25 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25ismaèl de o uios autou etôn deka triôn èn ènika perietmèthè tèn sarka tès akrobustias autou 25 et Ismahel filius eius tredecim annos impleverat tempore circumcisionis suae    25 En Ismaël, zijn zoon, was dertien jaren oud, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.  [25] zijn zoon Ismaël was dertien jaar, toen zijn voorhuid besneden werd.   [25] en zijn zoon Ismaël was dertien.  25 Zijn zoon Ismaël is een zoon van dertien jaar, als hij wordt besneden aan het vlees van zijn voorhuid.  25. et Ismaèl, son fils, était âgé de treize ans lorsqu'on circoncit la chair de son prépuce. 

King James Bible . [25] And Ishmael his son was thirteen years old, when he was circumcised in the flesh of his foreskin.
Luther-Bibel . 25 Ismael aber, sein Sohn, war dreizehn Jahre alt, als seine Vorhaut beschnitten wurde.

Tekstuitleg van Gn 17,25 .

Gn 17,26 - Gn 17,26 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26en tô kairô tès èmeras ekeinès perietmèthè abraam kai ismaèl o uios autou  26 eadem die circumcisus est Abraham et Ismahel filius eius    26 Even op dezen zelfden dag werd Abraham besneden, en Ismaël, zijn zoon.   [26] Op dezelfde dag werden Abraham en zijn zoon Ismaël besneden.  [26] Zo werden op een en dezelfde dag Abraham en zijn zoon Ismaël besneden   26 Op deze huidige dag wordt hij besneden, Abraham,– met Ismaël, zijn zoon.  26. Ce jour même furent circoncis Abraham et son fils Ismaèl,  

King James Bible . [26] In the selfsame day was Abraham circumcised, and Ishmael his son.
Luther-Bibel . 26 Eben auf diesen Tag wurden sie alle beschnitten, Abraham, sein Sohn Ismael

Tekstuitleg van Gn 17,26 .

Gn 17,27 - Gn 17,27 : De besnijdenis -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 17 -- bijbelverwijzingen -- Gn 17,1-27 -- Gn 17,1 - Gn 17,2 - Gn 17,3 - Gn 17,4 - Gn 17,5 - Gn 17,6 - Gn 17,7 - Gn 17,8 - Gn 17,9 - Gn 17,10 - Gn 17,11 - Gn 17,12 - Gn 17,13 - Gn 17,14 - Gn 17,15 - Gn 17,16 - Gn 17,17 - Gn 17,18 - Gn 17,19 - Gn 17,20 - Gn 17,21 - Gn 17,22 - Gn 17,23 - Gn 17,24 - Gn 17,25 - Gn 17,26 - Gn 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27kai pantes oi andres tou oikou autou kai oi oikogeneis kai oi argurônètoi ex allogenôn ethnôn perietemen autous   27 et omnes viri domus illius tam vernaculi quam empticii et alienigenae pariter circumcisi sunt     27 En alle mannen van zijn huis, de ingeborenen des huizes, en de gekochten met geld, van den vreemde af, werden met hem besneden.  [27] Met hem werden ook al zijn huisgenoten besneden, degenen die in zijn huis geboren waren of die hij van vreemden had gekocht.  [27] en ook al Abrahams huisgenoten, zowel zij die in zijn huis geboren waren als zij die van vreemdelingen waren gekocht.  27 (17:26) En alle mannen van zijn huis, geboren in het huishouden of voor geld gekocht van de zoon van een vreemdeling, werden met hem besneden.   27. et tous les hommes de sa maison, enfants de la maison ou acquis d'un étranger à prix d'argent, furent circoncis avec lui.  

King James Bible .[27] And all the men of his house, born in the house, and bought with money of the stranger, were circumcised with him.
Luther-Bibel . 27 und was männlich in seinem Hause war, im Hause geboren und gekauft von Fremden; es wurde alles mit ihm beschnitten.

Tekstuitleg van Gn 17,27 .


LXX

1egeneto de abram etôn enenèkonta ennea kai ôfthè kurios tô abram kai eipen autô egô eimi o theos sou euarestei enantion emou kai ginou amemptos2kai thèsomai tèn diathèkèn mou ana meson emou kai ana meson sou kai plèthunô se sfodra3kai epesen abram epi prosôpon autou kai elalèsen autô o theos legôn4kai egô idou è diathèkè mou meta sou kai esè patèr plèthous ethnôn5kai ou klèthèsetai eti to onoma sou abram all' estai to onoma sou abraam oti patera pollôn ethnôn tetheika se6kai auxanô se sfodra sfodra kai thèsô se eis ethnè kai basileis ek sou exeleusontai7kai stèsô tèn diathèkèn mou ana meson emou kai ana meson sou kai ana meson tou spermatos sou meta se eis geneas autôn eis diathèkèn aiônion einai sou theos kai tou spermatos sou meta se8kai dôsô soi kai tô spermati sou meta se tèn gèn èn paroikeis pasan tèn gèn canaan eis katascesin aiônion kai esomai autois theos9kai eipen o theos pros abraam su de tèn diathèkèn mou diatèrèseis su kai to sperma sou meta se eis tas geneas autôn10kai autè è diathèkè èn diatèrèseis ana meson emou kai umôn kai ana meson tou spermatos sou meta se eis tas geneas autôn peritmèthèsetai umôn pan arsenikon11kai peritmèthèsesthe tèn sarka tès akrobustias umôn kai estai en sèmeiô diathèkès ana meson emou kai umôn12kai paidion oktô èmerôn peritmèthèsetai umin pan arsenikon eis tas geneas umôn o oikogenès tès oikias sou kai o argurônètos apo pantos uiou allotriou os ouk estin ek tou spermatos sou13peritomè peritmèthèsetai o oikogenès tès oikias sou kai o argurônètos kai estai è diathèkè mou epi tès sarkos umôn eis diathèkèn aiônion14kai aperitmètos arsèn os ou peritmèthèsetai tèn sarka tès akrobustias autou tè èmera tè ogdoè exolethreuthèsetai è psucè ekeinè ek tou genous autès oti tèn diathèkèn mou dieskedasen15eipen de o theos tô abraam sara è gunè sou ou klèthèsetai to onoma autès sara alla sarra estai to onoma autès16eulogèsô de autèn kai dôsô soi ex autès teknon kai eulogèsô auton kai estai eis ethnè kai basileis ethnôn ex autou esontai17kai epesen abraam epi prosôpon kai egelasen kai eipen en tè dianoia autou legôn ei tô ekatonta etei genèsetai kai ei sarra enenèkonta etôn ousa texetai18eipen de abraam pros ton theon ismaèl outos zètô enantion sou19eipen de o theos tô abraam nai idou sarra è gunè sou texetai soi uion kai kaleseis to onoma autou isaak kai stèsô tèn diathèkèn mou pros auton eis diathèkèn aiônion kai tô spermati autou met' auton20peri de ismaèl idou epèkousa sou idou eulogèsa auton kai auxanô auton kai plèthunô auton sfodra dôdeka ethnè gennèsei kai dôsô auton eis ethnos mega21tèn de diathèkèn mou stèsô pros isaak on texetai soi sarra eis ton kairon touton en tô eniautô tô eterô22sunetelesen de lalôn pros auton kai anebè o theos apo abraam23kai elaben abraam ismaèl ton uion autou kai pantas tous oikogeneis autou kai pantas tous argurônètous kai pan arsen tôn andrôn tôn en tô oikô abraam kai perietemen tas akrobustias autôn en tô kairô tès èmeras ekeinès katha elalèsen autô o theos24abraam de èn enenèkonta ennea etôn ènika perietemen tèn sarka tès akrobustias autou25ismaèl de o uios autou etôn deka triôn èn ènika perietmèthè tèn sarka tès akrobustias autou26en tô kairô tès èmeras ekeinès perietmèthè abraam kai ismaèl o uios autou27kai pantes oi andres tou oikou autou kai oi oikogeneis kai oi argurônètoi ex allogenôn ethnôn perietemen autous


VULGAAT

1 postquam vero nonaginta et novem annorum esse coeperat apparuit ei Dominus dixitque ad eum ego Deus omnipotens ambula coram me et esto perfectus 2 ponamque foedus meum inter me et te et multiplicabo te vehementer nimis 3 cecidit Abram pronus in faciem 4 dixitque ei Deus ego sum et pactum meum tecum erisque pater multarum gentium 5 nec ultra vocabitur nomen tuum Abram sed appellaberis Abraham quia patrem multarum gentium constitui te 6 faciamque te crescere vehementissime et ponam in gentibus regesque ex te egredientur 7 et statuam pactum meum inter me et te et inter semen tuum post te in generationibus suis foedere sempiterno ut sim Deus tuus et seminis tui post te 8 daboque tibi et semini tuo terram peregrinationis tuae omnem terram Chanaan in possessionem aeternam eroque Deus eorum 9 dixit iterum Deus ad Abraham et tu ergo custodies pactum meum et semen tuum post te in generationibus suis 10 hoc est pactum quod observabitis inter me et vos et semen tuum post te circumcidetur ex vobis omne masculinum 11 et circumcidetis carnem praeputii vestri ut sit in signum foederis inter me et vos 12 infans octo dierum circumcidetur in vobis omne masculinum in generationibus vestris tam vernaculus quam empticius circumcidetur et quicumque non fuerit de stirpe vestra 13 eritque pactum meum in carne vestra in foedus aeternum 14 masculus cuius praeputii caro circumcisa non fuerit delebitur anima illa de populo suo quia pactum meum irritum fecit 15 dixit quoque Deus ad Abraham Sarai uxorem tuam non vocabis Sarai sed Sarram 16 et benedicam ei et ex illa dabo tibi filium cui benedicturus sum eritque in nationes et reges populorum orientur ex eo 17 cecidit Abraham in faciem et risit dicens in corde suo putasne centenario nascetur filius et Sarra nonagenaria pariet 18 dixitque ad Deum utinam Ismahel vivat coram te 19 et ait Deus ad Abraham Sarra uxor tua pariet tibi filium vocabisque nomen eius Isaac et constituam pactum meum illi in foedus sempiternum et semini eius post eum 20 super Ismahel quoque exaudivi te ecce benedicam ei et augebo et multiplicabo eum valde duodecim duces generabit et faciam illum in gentem magnam 21 pactum vero meum statuam ad Isaac quem pariet tibi Sarra tempore isto in anno altero 22 cumque finitus esset sermo loquentis cum eo ascendit Deus ab Abraham 23 tulit autem Abraham Ismahelem filium suum et omnes vernaculos domus suae universosque quos emerat cunctos mares ex omnibus viris domus suae et circumcidit carnem praeputii eorum statim in ipsa die sicut praeceperat ei Deus 24 nonaginta novem erat annorum quando circumcidit carnem praeputii sui 25 et Ismahel filius eius tredecim annos impleverat tempore circumcisionis suae 26 eadem die circumcisus est Abraham et Ismahel filius eius 27 et omnes viri domus illius tam vernaculi quam empticii et alienigenae pariter circumcisi sunt


TAALGEBRUIK


COMMENTAAR