Genesis 20 - Gn 20

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website - ZOEKEN -

Overzicht van Genesis : - Gn 1 - Gn 2 - Gn 3 - Gn 4 - Gn 5 - Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 - Gn 9 - Gn 10 - Gn 11 - Gn 12 - Gn 13 - Gn 14 - Gn 15 - Gn 16 - Gn 17 - Gn 18 - Gn 19 - Gn 20 - Gn 21 - Gn 22 - Gn 23 - Gn 24 - Gn 25 - Gn 26 - Gn 27 - Gn 28 - Gn 29 - Gn 30 - Gn 31 - Gn 32 - Gn 33 - Gn 34 - Gn 35 - Gn 36 - Gn 37 - Gn 38 - Gn 39 - Gn 40 - Gn 41 - Gn 42 - Gn 43 - Gn 44 - Gn 45 - Gn 46 - Gn 47 - Gn 48 - Gn 49 - Gn 50 -
Uitleg vers per vers : - Gn 20,1 - Gn 20,2 - Gn 20,3 - Gn 20,4 - Gn 20,5 - Gn 20,6 - Gn 20,7 - Gn 20,8 - Gn 20,9 - Gn 20,10 - Gn 20,11 - Gn 20,12 - Gn 20,13 - Gn 20,14 - Gn 20,15 - Gn 20,16 - Gn 20,17 - Gn 20,18 -
WEBSITEWEGWIJZER WEDERKERIGHEID - INTERLEVENSBESCHOUWELIJK


WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@telenet.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm .
- STARTPAGINA -- BIJ DE HAND -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
OF (met aanvullingen) : - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : - Arabisch , allochtonen , Aramees , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering , Grieks , Hebreeuws , Hebreeuwse lessen ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , Latijn , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen .

- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken- bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht van het NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
- Lc 1 , Lc 2 , Lc 3 , Lc 4 , Lc 5 , Lc 6 , Lc 7 , Lc 8 , Lc 9 , Lc 10 , Lc 11 , Lc 12 , Lc 13 , Lc 14 , Lc 15 , Lc 16 , Lc 17 , Lc 18 , Lc 19 , Lc 20 , Lc 21 , Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 , bibliografie Lucasevangelie .

1. Hebreeuwse bijbel   2. Targumim 3. LXX (1) , LXX (2) , Griekse tekst N.T.   4. Vulgata   
5. Statenvertaling   6. Willibrordvertaling   7. Nieuwe Vertaling   8. http://naardensebijbel.nl/zoek.php .
9. Bible de Jérusalem 10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   12. liturgische lezing   13. Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm  

- Arabisch - bijbel en koran -- koran taalgebruik A -- koran taalgebruik B -- koran taalgebruik C -- koran taalgebruik D -- koran taalgebruik E -- koran taalgebruik F -- koran taalgebruik G -- koran taalgebruik H -- koran taalgebruik I -- koran taalgebruik J -- koran taalgebruik K -- koran taalgebruik L -- koran taalgebruik M -- koran taalgebruik N -- koran taalgebruik O -- koran taalgebruik P -- koran taalgebruik Q -- koran taalgebruik R -- koran taalgebruik S -- koran taalgebruik T -- koran taalgebruik U -- koran taalgebruik V -- koran taalgebruik Z -

- de koran in het Nederlands : 1 , koran transcriptie , koran en getallen .



Gn 20,1 - Gn 20,1 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. וַיִּסַּע = wajjishshâ` (en hij brak op) < prefix verbindingspartikel waw (en) en qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud van het werkw. נָסָע = nâsâ` (opbreken, reizen) . Taalgebruik in Tenakh : nâsâ` (opbreken, reizen) . Tenakh (13) . Gn (5) : (1) Gn 12,9 . (2) Gn 13,11 . (3) Gn 20,1 . (4) Gn 35,21 . (5) Gn 46,1 .
- Lettinga 12, 2012, 52) . Werkw. met een gutturaal als 3de stamvocaal . In de qal imperf. is onder invloed van de gutturaal de voorafgaande korte vocaal vrijwel altijd een korte a . Paradigma 5 .

4. אַרְצָה = ´arëtsâh (naar het land) . Tenakh (94) . Gn (22) : (1) Gn 11,31 . (2) Gn 12,5 . (3) Gn 18,2 . (4) Gn 19,1 . (5) Gn 20,1 . (6) Gn 24,53 .

7. בֵּין = be(j)n (tussen) . Taalgebruik in Tenakh : be(j)n (tussen) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 26 OF 62 (2 X 31) . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (165) . Pentateuch (61) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (24) . 12 Kleine Profeten (13) . Geschriften (25) . Gn (15) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,6 . (3) Gn 1,7 . (4) Gn 1,14 . (5) Gn 1,18 . (6) Gn 9,16 . (7) Gn 10,12 . (8) Gn 13,3 . (9) Gn 13,7 . (10) Gn 15,17 . (11) Gn 16,14 . (12) Gn 20,1 . (13) Gn 31,37 . (14) Gn 32,17 . (15) Gn 49,14 .
-- וּבֵּין = ûbhe(j)n (en tussen) < waw + Tenakh (108) . Pentateuch (46) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (12) . Gn (20) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,7 . (3) Gn 1,14 . (4) Gn 1,18 . (5) Gn 3,15 . (6) Gn 9,12 . (7) Gn 9,13 . (8) Gn 9,15 . (9) Gn 9,16 . (10) Gn 9,17 . (11) Gn 10,12 . (12) Gn 13,3. (13) Gn 13,7 . (14) Gn 13,8 . (15) Gn 16,14 . (16) Gn 17,7 . (17) Gn 17,10 . (18) Gn 20,1 . (19) Gn 30,36 . (20) Gn 32,17 .
- ανα μεσον = ana meson (in het midden van? tussen) . LXX (680) . NT (3) .

9. בֵּין = be(j)n (tussen) . Taalgebruik in Tenakh : be(j)n (tussen) . Getalswaarde : beth = 2 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 26 OF 62 (2 X 31) . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (165) . Pentateuch (61) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (24) . 12 Kleine Profeten (13) . Geschriften (25) . Gn (15) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,6 . (3) Gn 1,7 . (4) Gn 1,14 . (5) Gn 1,18 . (6) Gn 9,16 . (7) Gn 10,12 . (8) Gn 13,3 . (9) Gn 13,7 . (10) Gn 15,17 . (11) Gn 16,14 . (12) Gn 20,1 . (13) Gn 31,37 . (14) Gn 32,17 . (15) Gn 49,14 .
-- וּבֵּין = ûbhe(j)n (en tussen) < waw + Tenakh (108) . Pentateuch (46) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (13) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (12) . Gn (20) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,7 . (3) Gn 1,14 . (4) Gn 1,18 . (5) Gn 3,15 . (6) Gn 9,12 . (7) Gn 9,13 . (8) Gn 9,15 . (9) Gn 9,16 . (10) Gn 9,17 . (11) Gn 10,12 . (12) Gn 13,3. (13) Gn 13,7 . (14) Gn 13,8 . (15) Gn 16,14 . (16) Gn 17,7 . (17) Gn 17,10 . (18) Gn 20,1 . (19) Gn 30,36 . (20) Gn 32,17 .
- ανα μεσον = ana meson (in het midden van? tussen) . LXX (680) . NT (3) .

11. לָגוּר = lâgûr (om vreemdeling te zijn) < prefix lë + act. qal inf. constr. van het werkw. גר = gwr (als vreemdeling verblijven) . Taalgebruik in Tenakh : gwr (zich als vreemdeling ophouden) . getalswaarde : gimel = 3 , resj = 20 of 200 ; totaal : 23 OF 203 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (18) : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 19,9 . (3) Gn 47,4 . (4) Re 17,8 . (5) Re 17,9 . (6) Js 23,7 . (7) Js 52,4 . (8) Jr 42,15 . (9) Jr 42,17 . (10) Jr 42,22 . (11) Jr 43,2 . (12) Jr 43,5 . (13) Jr 44,8 . (14) Jr 44,12 . (15) Jr 44,14 . (16) Jr 44,28 . (17) Rt 1,1 . (18) Kl 4,15 .
- וַיָּגָר = wajjâgâr (hij verbleef als vreemdeling) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. . Zie : גר = gwr (als vreemdeling verblijven) . Taalgebruik in Tenakh : gwr (zich als vreemdeling ophouden) . getalswaarde : gimel = 3 , resj = 20 of 200 ; totaal : 23 OF 203 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (6) : (1) Gn 20,1 . (2) Gn 21,34 . (3) Nu 22,3 . (4) Dt 26,5 . (5) 1 S 18,15 . (6) Ps 75,9 .


Gn 20,2 - Gn 20,2 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) . Zie : אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (2³ X 31) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 5 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (128) . Pentateuch (105) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (13) . Gn (98) . Gn 18 (7) : (1) Gn 18,6 . (2) Gn 18,7 . (3) Gn 18,13 . (4) Gn 18,19 . (5) Gn 18,23 . (6) Gn 18,27 . (7) Gn 18,33 . In vijftien verzen in Gn 22 .

- וְאַבְרָהָם = wë´abhërâhâm (en Abraham) < prefix wë + persoonsnaam אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) . Zie : אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (2³ X 31) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 5 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenach (8) : (1) Gn 17,24 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 18,16 . (4) Gn 18,18 . (5) Gn 18,22 . (6) Gn 18,33. (7) Gn 21,5 . (8) Gn 24,1 .

1. - 2. אַבְרָם וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr ´abhërâm (en Abram zei) . Tenakh (5) : (1) Gn 13,8 . (2) Gn 14,22 . (3) Gn 15,2 . (4) Gn 15,3 . (6) Gn 16,6 .
- אַבְרָהָם וַיּאֹמֶר = wajjo'mèr ´abhërâhâm (en Abraham zei) . Tenakh (8) : (1) Gn 17,18 . (2) Gn 20,2 . (3) Gn 20,11 . (4) Gn 21,24 . (5) Gn 22,5 . (6) Gn 22,8 . (7) Gn 22,11 . (8) Gn 24,2

4. שָׂרָה = shârâh (Sara) . Taalgebruik in Tenakh : shârâh (Sara) . De getalwaarde is : shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) , zie : 46 : lemniscaat , OF 505 (5 X 101) . Structuur : 3 - 2 - 5 . Som van de elementen : 10 -> 1 . Tenakh (28) . Pentateuch (26) . Gn (26) . Gn 17 (4) : (1) Gn 17,15 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 17,19 . (4) Gn 17,21 . Gn 18 (5) : (1) Gn 18,6 . (2) Gn 18,9 . (3) Gn 18,12 . (4) Gn 18,13 . (5) Gn 18,15 . Gn 20 (3) : (1) Gn 20,2 . (2) Gn 20,14 . (3) Gn 20,18 . Gn 21 (7) : (1) Gn 21,1. (2) Gn 21,2 . (3) Gn 21,3 . (4) Gn 21,6 . (5) Gn 21,7 . (6) Gn 21,9 . (7) Gn 21,12 . Gn 23 (3) : (1) Gn 23,1 . (2) Gn 23,2 . (3) Gn 23,19 . Gn 24 (2) : (1) Gn 24,36 . (2) Gn 24,67 . Gn 25 (1) : Gn 25,12 . Gn 49 (1) : Gn 49,31 .
- וְשָׂרָה = wëshârâh (en Sara) . Tenakh (3) : (1) Gn 18,10 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 25,10 .
- לְשָׂרָה = lëshârâh (voor Sara) . Tenakh (4) : (1) Gn 18,10 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 21,1 . (4) Gn 23,2 .
- Arabisch : sârah (Sara) . Taalgebruik in de Koran : sârah (Sara) .


Gn 20,3 - Gn 20,3 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

5. bachälôm (in een droom) < vz b (in) + zn chälôm (droom). Het komt 6X voor in de MT. Gr.: = haliskô: vluchten naar. Lat.: (h)allucinere: dwalen in geest. In dit verhaal wordt de naam God gebruikt. In dit verhaal gaat het over twee verschillende stammen. Hun gemeenschappelijke godheid is God.

16. bëùlat (gehuwd wordende); wkw qal pass vr enk van het wkw bä`al. De medekl b`lth komen 9X in MT voor.

Gn 20,4 - Gn 20,4 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 20,5 - Gn 20,5 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 20,6 - Gn 20,6 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 20,7 - Gn 20,7 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 20,8 - Gn 20,8 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 20,8 .

Gn 20,8.7. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. דִּבֶּר = dibbèr (hij sprak) . Zie het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . getalswaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Tenakh (196) . Gn (13) : (1) Gn 12,4 . (2) Gn 17,23 . (3) Gn 18,19 . (4) Gn 21,2 . (5) Gn 23,16 . (6) Gn 24,7 . (7) Gn 24,53 . (8) Gn 35,13 . (9) Gn 35,14 . (10) Gn 35,15 . (11) Gn 42,30 . (12) Gn 45,27 . (13) Gn 49,28 .

dâbhar (spreken)  Tenakh Gn   Ex   Lv   Nu   Dt   Joz   Re   Rt  1 S  2 S  1 K  2 K  1 Kr  2 Kr  Ezr  Neh  Est  Job  Ps  Spr  Pr  Js  Jr  Ez  Da  Hos  Jl  Am  Ob  Jon  Mi  Hab  Sef  Hag  Zach  Mal   
dbr 756  29 37  26  39  52  26  10  29  31  63  35  12  27  13  10  23 39  97  79  14   

- Lettinga 12 , 2012 , 47a) : de piël perf. qattal is naar analogie van het imperf. geworden tot qattil ; ook de eerste a werd i ; allereerst verzwakte de korte a in een gesloten onbeklemtoonde lettergreep tot è ; vervolgens werd die verder nog tot i ('wet van de verdunning') . Drie werkw. hebben de 2de klinker è .
- prefix verbindingswoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) .. Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = (2 X 103) . In 192 (26 X 7) verzen in Tenakh . In 140 (20 X 7) verzen in de Pentateuch . Gn (16) : (1) Gn 8,15 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 19,14 . (4) Gn 20,8 . (5) Gn 23,3 . (6) Gn 23,8 . (7) Gn 23,13 . (8) Gn 34,3 . (9) Gn 34,8 . (10) Gn 41,9 . (11) Gn 41,17 . (12) Gn 42,7 . (13) Gn 42,24 . (14) Gn 44,6 . (15) Gn 50,4 . (16) Gn 50,21 . Ex 20 (1) : Ex 20,1 . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Dt (7) . In Ex 20,1 is het vervoegd werkw. vergezeld van het lijdend voorwerp met dezelfde stam als het werkw. . Bovendien is in Ex 20,1 nog een werkw. van 'zeggen' toegevoegd .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Samen : 40 + 2 = 42 (6 X 7) . Ex (150) . Ex 20 (2) : (1) Ex 20,20 . (2) Ex 20,22 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . (1) Gn 12,4 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 17,23 . (4) Gn 18,19 . (5) Gn 19,14 . (6) Gn 20,8 . (7) Gn 21,1 . (8) Gn 21,2 . (9) Gn 23,8 . (10) Gn 23,16 . (11) Gn 24,7 . (12) Gn 24,51 . (13) Gn 34,3 . (14) Gn 34,8 . (15) Gn 35,13 . (16) Gn 35,14 . (17) Gn 35,15 . (18) Gn 39,17 . (19) Gn 39,19 . (20) Gn 41,9 . (21) Gn 41,17 . (22) Gn 42,7 . (23) Gn 42,28 . (24) Gn 50,4 . (25) Gn 50,21 . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 .

  laleô  bijbel OT Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  189 106 39 11 38 31  13  19   

- Ned. : spreken . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) . D. : sprechen . E. : to speek . Fr. : parler . Grieks : λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Lat. : loqui .

Gn 20,8.8. אֵת / אֶת = ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . Eerdere Profeten (1661) . Latere Profeten (860) . 12 Kleine Profeten (207) . Geschriften (967) . Joz (231) . Gn (525) .

Gn 20,8.9. כל = kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) .

Gn 20,8.10. הַדְּבָרִים = haddëbhârîm (de woorden) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. דָבָר = dâbhâr (woord, daad) . Zie het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (132) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (34) . Latere Profeten (35) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (15) . Gn (11) : (1) Gn 15,1 . (2) Gn 20,8 . (3) Gn 22,1 . (4) Gn 22,20 . (5) Gn 24,66 . (6) Gn 29,13 . (7) Gn 39,7 . (8) Gn 40,1 . (9) Gn 43,7 . (10) Gn 44,6 . (11) Gn 48,1 . Ex (12) : (1) Ex 4,15 . (2) Ex 4,30 . (3) Ex 18,19 . (4) Ex 19,6 . (5) Ex 19,7 . (6) Ex 20,1 . (7) Ex 24,3 . (8) Ex 24,8 . (9) Ex 34,1 . (10) Ex 34,27 . (11) Ex 34,28 . (12) Ex 35,1 . Lv (1) : Lv 8,36 . Nu (2) : (1) Nu 14,39 . (2) Nu 16,31 . Dt (18) : (1) Dt 1,1 . (2) Dt 1,18 . (3) Dt 1,44 . (4) Dt 4,9 . (5) Dt 4,13 . (6) Dt 4,30 . (7) Dt 5,22 . (8) Dt 6,6 . (9) Dt 9,10 . (10) Dt 10,2 . (11) Dt 10,4 . (12) Dt 12,28 . (13) Dt 28,14 . (14) Dt 30,1 . (15) Dt 31,1 . (16) Dt 31,28 . (17) Dt 32,45 . (18) Dt 32,46 .

Gn 20,8.9. - 10. כל הַדְּבָרִים = kâl haddëbharîm (alle woorden / gebeurtenissen) . Tenakh (43) . Pentateuch (14) . Gn (3) : (1) Gn 20,8 . (2) Gn 24,66 . (3) Gn 29,13 . Ex (4) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 19,7 . (3) Ex 20,1 . (4) Ex 24,3 . (5) Ex 24,8 . Lv (1) Lv 8,36 . Nu (1) : Nu 16,31 . Dt (5) : (1) Dt 1,18 . (2) Dt 4,30 . (3) Dt 12,28 . (4) Dt 30,1 . (5) Dt 32,45 .

Gn 20,8.11. הָאֵלֶּה = hâ´ellèh (deze) < bepaald lidw. ha + aanwijz. voornaamw. אֵלֶּה = ´ellèh (deze /dit) . Taalgebruik in Tenakh : ´lh . Getalwaarde : aleph = 1 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 36 (2² X 3²) . Structuur : 1 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 .Tenakh (282) . Pentateuch (84) . Eerdere Profeten (91) . Latere Profeten (65) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (35) . Gn (20) : (1) Gn 15,1 . (2) Gn 15,17 . (3) Gn 20,8 . (4) Gn 21,29 . (5) Gn 22,1 . (6) Gn 22,20 . (7) Gn 24,28 . (8) Gn 29,13 . (9) Gn 34,21 . (10) Gn 35,4 . (11) Gn 38,25 . (12) Gn 39,7 . (13) Gn 39,17 . (14) Gn 39,19 . (15) Gn 40,1 . (16) Gn 41,35 . (17) Gn 43,7 . (18) Gn 44,6 . (19) Gn 44,7 . (20) Gn 48,1 .

Gn 20,8.10. - 11. הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = haddëbharîm hâ´ellèh (deze woorden/gebeurtenissen) . Tenakh (81) . Pentateuch (24) . Gn (10) . Ex (4) . Nu (2) . Dt (8) . Gn (10) : (1) Gn 15,1 . (2) Gn 20,8 . (3) Gn 22,1 . (4) Gn 22,20 . (5) Gn 29,13 . (6) Gn 39,7 . (7) Gn 40,1 . (8) Gn 43,7 . (9) Gn 44,6 . (10) Gn 48,1 . Ex (4) : (1) Ex 19,7 . (2) Ex 20,1 . (3) Ex 24,8 . (4) Ex 34,27 . Lv (0) . Nu (2) : (1) Nu 14,39 . (2) Nu 16,31 . Dt (8) : (1) Dt 4,30 . (2) Dt 5,22 . (3) Dt 6,6 . (4) Dt 12,28 . (5) Dt 30,1 . (6) Dt 31,1 . (7) Dt 31,28 . (8) Dt 32,45 .

Gn 20,8.9. - 11. כל הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = kâl haddëbharîm hâ´ellèh (al deze woorden / gebeurtenissen) . Tenakh (28) . Pentateuch (12) . Gn (3) : (1) Gn 20,8 . (2) Gn 29,13 . Ex (4) : (1) Ex 20,1 . (2) Ex 24,8 . Lv (0) . Nu (1) : Nu 16,31 . Dt (4) : (1) Dt 4,30 . (2) Dt 12,28 . (3) Dt 30,1 . (4) Dt 32,45 . Jr (11) .
- παντας τους λογους τουτους = pantas tous logous toutous (al deze woorden) . LXX (25) . Pentateuch (7) : Gn (1) : Gn 29,13 . Ex (2) : (1) Ex 19,7 . (2) Ex 20,1 . Lv (0) . Nu (1) : Nu 16,31 . Dt (3) : (1) Dt 31,1 . (2) Dt 31,28 . (3) Dt 32,46 . Jr (11) . NT (1) : Mt 26,1 .

Gn 20,8.7. - 11. וַיְדַבֵּר אֵת כל הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = wajëdabbèr `eth kâl haddëbharîm hâ ellèh (en hij sprak al deze woorden / gebeurtenissen) . Tenakh (1) : Gn 20,8 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֵת כל הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = wajëdabbèr ´èlohîm `eth kâl haddëbharîm hâ ellèh (al deze woorden / gebeurtenissen) . Tenakh (1) : Ex 20,1 .
- וַיְדַבֵּר אֵת הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = wajëdabbèr `eth haddëbharîm hâ ellèh (en hij sprak deze woorden / gebeurtenissen) . Tenakh () .
- וַיְדַבֵּר אֲלֵיהֶם אֵת הַדְּבָרִים הָאה = wajêdabbèr ´ale(j)hèm `eth haddëbharîm hâ ellèh (en hij sprak tot hen deze woorden) . Tenakh (1) : Gn 44,6 . (2) Ex 1,8 . (3) 2 K 1,7 .

Gn 20,8.13. וַיִּירְאוּ = wajjîr´û (en zij vreesden) < prefix verbindingswoord wa + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. יָרָא = jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Taalgebruik in Tenakh : jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 31 OF 211 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (14) : (1) Gn 20,8 . (2) Gn 43,18 . (3) Ex 14,10 . (4) Ex 14,31 . (5) Ex 34,30 . (6) Joz 10,2 . (7) 1 S 17,24 . (8) 2 K 17,7 . (9) Jon 1,5 . (10) Jon 1,10 . (11) Jon 1,16 . (12) Hag 1,12 . (13) Ps 64,10 . (14) Ps 65,9 .

Gn 20,9 - Gn 20,9 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. τῳ ... αβρααμ = tô(i) (...) abraam (aan Abraham) . NT (10) : (1) Mt 3,9 . (2) Lc 1,55 . (3) Lc 3,8 . (4) Hnd 7,17 . (5) Rom 4,9 . (6) Rom 4,13 . (7) Gal 3,8 . (8) Gal 3,16 . (9) Gal 3,18 . (10) Heb 6,13 . (11) 1 Pe 3,6 . pros abraam (tot Abraham) . NT (2) : (1) Lc 1,73 . (2) Hnd 3,25 .
- Hebreeuws . לְאַבְרָהָם = lë´abhërâhâm (aan Abraham) < voorzetsel lë + אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) . אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (2³ X 31) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 5 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (27) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (0) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (0) . Gn (15) : (1) Gn 20,9 . (2) Gn 20,14 . (3) Gn 21,2 . (4) Gn 21,7 . (5) Gn 21,9 . (6) Gn 21,10 . (7) Gn 22,20 . (8) Gn 23,18 . (9) Gn 23,20 . (10) Gn 25,6 . (11) Gn 25,12 . (12) Gn 26,3 . (13) Gn 28,4 . (14) Gn 35,12 . (15) Gn 50,24 . (16) Ex 6,8 . (17) Ex 32,13 . (18) Ex 33,1 . (19) Nu 32,11 . (20) Dt 1,8 . (21) Dt 6,10 . (22) Dt 9,5 . (23) Dt 9,27 . (24) Dt 29,12 . (25) Dt 30,20 . (26) Dt 34,4 . (27) Mi 7,20 .
- אַבְרָהָם אֶל = ´èl ´abhërâhâm (tot Abraham) . Tenakh (12) : (1) Gn 17,9 . (2) Gn 17,15 . (3) Gn 18,13 . (4) Gn 18,33 . (5) Gn 20,10 . (6) Gn 21,12 . (7) Gn 21,22 . (8) Gn 21,29 . (9) Gn 22,7 . (10) Gn 22,15 . (11) Ex 6,3 . (12) Js 51,2 .

Gn 20,10 - Gn 20,10 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. - 4. אֶל אַבְרָם = ´èl ´abhërâm (tot Abram) . Bijbel / Gn (8) : (1) Gn 12,1 . (2) Gn 12,7 . (3) Gn 13,14 . (4) Gn 14,21 . (5) Gn 15,1 . (6) Gn 16,2 . (7) Gn 16,5 . (8) Gn 17,1 .
Met contekst :
(1) Gn 12,1 : וַיּאֹמֶר יהוה אֶל אַבְרָם = wajj´omèr JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH zei tot Abram) .
(2) Gn 12,7 : ןַיֵּרָא יהוה אֶל אַבְרָם = wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH verscheen aan Abram) .
(3) Gn 13,14 : וִיהוָה אָמַר אֶל אַבְרָם = waJHWH ´âmar ´èl ´abhërâm (en JHWH zei tot Abram) .
(4) Gn 14,21 : וַיּאֹמֶר מֶלֶך סְדֹם אֶל אַבְרָם = wajj´omèr mèlèkh Sëdom ´èl ´abhërâm (en de koning van Sodom zei tot Abram) .
(5) Gn 15,1 : הָיָה דְבַר יהוה אֶל אַבְרָם = hâjâh dëbhar IHWH ´èl ´abhërâm (het woord van JHWH kwam tot Abram) .
(6) Gn 16,2 : וַתֹאמַר שָׂרַי אֶל אַבְרָם = waththo´mèr shâraj ´èl ´abhërâm (en Sarai zei tot Abram) .
(7) Gn 16,5 : וַתֹאמַר שָׂרַי אֶל אַבְרָם = waththo´mèr shâraj ´èl ´abhërâm (en Sarai zei tot Abram) .
(8) Gn 17,1 : ןַיֵּרָא יהוה אֶל אַבְרָם = wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH verscheen aan Abram) .
In vier verzen is JHWH onderwerp . In zes verzen gaat het om een spreken ; in twee verzen om een verschijnen van JHWH : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 17,1 ; ןַיֵּרָא יהוה אֶל אַבְרָם = wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH verscheen aan Abram) . wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm (en JHWH verscheen aan Abram) .
- Lettinga 12, 2012 , 6 : Een horizontale streep bovenaan tussen twee woorden , wordt maqqef genoemd . Ze verbindt de twee woorden tot een klemtooneenheid . Dit teken staat in het bijzonder na éénlettergrepige partikels zoals ´èl (tot, naar) .

- אֶל אַבְרָהָם = ´èl ´abhërâhâm (tot Abraham) . Tenakh (12) : (1) Gn 17,9 . (2) Gn 17,15 . (3) Gn 18,13 . (4) Gn 18,33 . (5) Gn 20,10 . (6) Gn 21,12 . (7) Gn 21,22 . (8) Gn 21,29 . (9) Gn 22,7 . (10) Gn 22,15 . (11) Ex 6,3 . (12) Js 51,2 .

Gn 20,11 - Gn 20,11 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) . Zie : אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (2³ X 31) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 5 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (128) . Pentateuch (105) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (13) . Gn (98) . Gn 18 (7) : (1) Gn 18,6 . (2) Gn 18,7 . (3) Gn 18,13 . (4) Gn 18,19 . (5) Gn 18,23 . (6) Gn 18,27 . (7) Gn 18,33 . In vijftien verzen in Gn 22 .

- וְאַבְרָהָם = wë´abhërâhâm (en Abraham) < prefix wë + persoonsnaam אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) . Zie : אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (2³ X 31) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 5 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenach (8) : (1) Gn 17,24 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 18,16 . (4) Gn 18,18 . (5) Gn 18,22 . (6) Gn 18,33. (7) Gn 21,5 . (8) Gn 24,1 .

1. - 2. אַבְרָם וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr ´abhërâm (en Abram zei) . Tenakh (5) : (1) Gn 13,8 . (2) Gn 14,22 . (3) Gn 15,2 . (4) Gn 15,3 . (6) Gn 16,6 .
- אַבְרָהָם וַיּאֹמֶר = wajjo'mèr ´abhërâhâm (en Abraham zei) . Tenakh (8) : (1) Gn 17,18 . (2) Gn 20,2 . (3) Gn 20,11 . (4) Gn 21,24 . (5) Gn 22,5 . (6) Gn 22,8 . (7) Gn 22,11 . (8) Gn 24,2

6. עַיִן = ´ajin (er is niet) . Stat. constr. עיֵן = ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 7 . De getalwaarde van de letter ajin is 16 of 70 . Tenakh (338) . Gn () . (1) Gn 11,30 . (2) Gn 19,31 . (3) Gn 20,11 . (4) Gn 28,17 . (5) Gn 31,50 . (6) Gn 37,24 . (7) Gn 37,29 . (8) Gn 39,23 . (9) Gn 40,8 . (10) Gn 41,15 . (11) Gn 41,39 . (12) Gn 41,49 . (13) Gn 44,31 . (14) Gn 45,6 . (15) Gn 47,4 . (16) Gn 47,13 .


Gn 20,12 - Gn 20,12 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 20,12. Gn 20 telt 18 verzen; 20 is de letter resj, 12 is de letter lamed, 18 is de letter tsade. Het is het 508ste (2² X 127) vers van de Bijbel. Het vers Gn 20,12 telt 13 woorden en 38 (2 X 19) letters. De getalswaarde van Gn 20,12 is 2293 (priemgetal).
- Gn 11,32 en Gn 20,12 tellen elk 38 (2 X 19) letters.

11. וַתְּהִי = waththëhî (en zij was) < waw consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. vr. enk. van het werkw. הָיָה = hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Genesis : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (99) . Pentateuch (18) . Eerdere Profeten (43) . Latere Profeten (19) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (19) . Gn (8) : (1) Gn 10,10 . (2) Gn 11,3 . (3) Gn 11,30 . (4) Gn 19,26 . (5) Gn 20,12 . (6) Gn 24,51 . (7) Gn 24,67 . (8) Gn 47,20 .
- LXX . act. ind. imperf. 3de pers. enk. ην = èn (hij / zij was) van het werkw. ειμι = eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de LXX : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Taalgebruik in Hnd : eimi (zijn) . Lc (79) . Lc 1 (6) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,10 . (3) Lc 1,21 . (4) Lc 1,22 . (5) Lc 1,66 . (6) Lc 1,80 . Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn   1506  1120  386  24  38  79  92  63  71  19  141  233     

- Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . D. sein .


Gn 20,13 - Gn 20,13 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. וַיֵּצְאוּ = wajjetsë´û (en zij gingen uit) : waw consecutivum en qal actief imperfectum derde persoon mannelijk meervoud van het werkw. יָצָא = jâtsa´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken . Getalswaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 29 (priemgetal) OF 101 priemgetal . Structuur : 1 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . j-ts-´ : Tenakh (141) . Pentateuch (42) . Gn (3) : (1) Gn 11,31 . (2) Gn 12,5 . (3) Gn 34,26 . äsjèr hôts´ethîkhâ (die deed uitgaan) van Gn 15,7 verwijst naar Gn 11,31 en Gn 12,5 . Het wegtrekken van Terach uit Ur van de Chaldeeën (Gn 11,31) en van Abram uit Haran (Gn 12,5) ligt in het verlengde van het verspreiding van de verschillende volkeren over de aarde naar het verhaal van Gn 11,8 .
- act. ind. aor. 3de pers. enk. εξηγαγεν = exègagen (hij leidde uit) van het werkw. εξαγω = exagô (uitleiden, naar buiten leiden) < ex (uit) + agô (leiden, voeren) . Taalgebruik in het NT : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in Lc : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in Hnd : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in de LXX : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Bijbel (67) . OT (62) . Pentateuch (30) . Gn (6) : (1) Gn 1,21 . (2) Gn 11,31 . (3) Gn 15,5 . (4) Gn 20,13 . (5) Gn 43,23 . (6) Gn 49,12 . Ex (12) : (1) Ex 12,51 . (2) Ex 13,3 . (3) Ex 13,9 . (4) Ex 13,14 . (5) Ex 13,16 . (6) Ex 16,6 . (7) Ex 16,32 . (8) Ex 18,1 . (9) Ex 19,17 . (10) Ex 32,1 . (11) Ex 32,12 . (12) Ex 32,23 . Nu (1) : Nu 20,16 . Dt (11) : (1) Dt 1,27 . (2) Dt 4,20 . (3) Dt 4,37 . (4) Dt 5,15 . (5) Dt 6,21 . (6) Dt 6,23 . (7) Dt 7,8 . (8) Dt 7,19 . (9) Dt 9,28 . (10) Dt 26,8 . (11) Dt 29,24 . NT (5) : (1) Lc 24,50 . (2) Hnd 7,36 . (3) Hnd 7,40 . (4) Hnd 12,17 . (5) Hnd 13,17 . Een vorm van exagô (uitleiden, naar buiten leiden) in de LXX (221) , in het NT (12) . Syn. (2) . Ev. (3) . Lc (1) Lc 24,50 . Dit is de enigste vorm in Lc .
- Latijn . eduxitque < werkwoordvorm act. ind. perf. 3de pers. enk. eduxit (hij leidde uit) + suffix -que (en hij leidde uit) van educere (uitleiden) . Bijbel (4) : (1) Gn 15,5 . (2) Gn 43,23 . (3) Dt 4,37 . (4) Dt 7,8 . eduxit (hij leidde uit) . Bijbel (81) . OT (73) . Pentateuch (26) . Gn (2) : (1) Gn 11,31 . (2) Gn 20,13 . Ex (8) : (1) Ex 12,42 . (2) Ex 12,51 . (3) Ex 13,3 . (4) Ex 13,9 . (5) Ex 13,14 . (6) Ex 32,1 . (7) Ex 32,12 . (8) Ex 32,23 . Nu (2) : (1) Nu 23,22 . (2) Nu 24,8 . Dt (14) : (1) Dt 1,27 . (2) Dt 4,20 . (3) Dt 6,13 . (4) Dt 6,21 . (5) Dt 6,23 . (6) Dt 8,14 . (7) Dt 8,15 . (8) Dt 9,28 . (9) Dt 13,6 . (10) Dt 13,11 . (11) Dt 16,1 . (12) Dt 20,1 . (13) Dt 26,8 . (14) Dt 29,24 . NT (8) : (1) Mc 8,23 . (2) Lc 24,50 . (3) Joh 18,10 . (4) Hnd 7,36 . (5) Hnd 7,40 . (6) Hnd 13,17 . (7) Hnd 13,23 . (8) Heb 13,20 . act. part. aor. nom. mann. enk. egressus (uitgeschreden) van het werkw. egredi (uitschrijden) . Bijbel (181) . Mc (6) .

Gn 20,14 - Gn 20,14 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. τῳ ... αβρααμ = tô(i) (...) abraam (aan Abraham) . NT (10) : (1) Mt 3,9 . (2) Lc 1,55 . (3) Lc 3,8 . (4) Hnd 7,17 . (5) Rom 4,9 . (6) Rom 4,13 . (7) Gal 3,8 . (8) Gal 3,16 . (9) Gal 3,18 . (10) Heb 6,13 . (11) 1 Pe 3,6 . pros abraam (tot Abraham) . NT (2) : (1) Lc 1,73 . (2) Hnd 3,25 .
- Hebreeuws . לְאַבְרָהָם = lë´abhërâhâm (aan Abraham) < voorzetsel lë + אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) . אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (2³ X 31) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 5 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (27) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (0) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (0) . Gn (15) : (1) Gn 20,9 . (2) Gn 20,14 . (3) Gn 21,2 . (4) Gn 21,7 . (5) Gn 21,9 . (6) Gn 21,10 . (7) Gn 22,20 . (8) Gn 23,18 . (9) Gn 23,20 . (10) Gn 25,6 . (11) Gn 25,12 . (12) Gn 26,3 . (13) Gn 28,4 . (14) Gn 35,12 . (15) Gn 50,24 . (16) Ex 6,8 . (17) Ex 32,13 . (18) Ex 33,1 . (19) Nu 32,11 . (20) Dt 1,8 . (21) Dt 6,10 . (22) Dt 9,5 . (23) Dt 9,27 . (24) Dt 29,12 . (25) Dt 30,20 . (26) Dt 34,4 . (27) Mi 7,20 .
- אַבְרָהָם אֶל = ´èl ´abhërâhâm (tot Abraham) . Tenakh (12) : (1) Gn 17,9 . (2) Gn 17,15 . (3) Gn 18,13 . (4) Gn 18,33 . (5) Gn 20,10 . (6) Gn 21,12 . (7) Gn 21,22 . (8) Gn 21,29 . (9) Gn 22,7 . (10) Gn 22,15 . (11) Ex 6,3 . (12) Js 51,2 .

12. שָׂרָה = shârâh (Sara) . Taalgebruik in Tenakh : shârâh (Sara) . De getalwaarde is : shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) , zie : 46 : lemniscaat , OF 505 (5 X 101) . Structuur : 3 - 2 - 5 . Som van de elementen : 10 -> 1 . Tenakh (28) . Pentateuch (26) . Gn (26) . Gn 17 (4) : (1) Gn 17,15 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 17,19 . (4) Gn 17,21 . Gn 18 (5) : (1) Gn 18,6 . (2) Gn 18,9 . (3) Gn 18,12 . (4) Gn 18,13 . (5) Gn 18,15 . Gn 20 (3) : (1) Gn 20,2 . (2) Gn 20,14 . (3) Gn 20,18 . Gn 21 (7) : (1) Gn 21,1. (2) Gn 21,2 . (3) Gn 21,3 . (4) Gn 21,6 . (5) Gn 21,7 . (6) Gn 21,9 . (7) Gn 21,12 . Gn 23 (3) : (1) Gn 23,1 . (2) Gn 23,2 . (3) Gn 23,19 . Gn 24 (2) : (1) Gn 24,36 . (2) Gn 24,67 . Gn 25 (1) : Gn 25,12 . Gn 49 (1) : Gn 49,31 .
- וְשָׂרָה = wëshârâh (en Sara) . Tenakh (3) : (1) Gn 18,10 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 25,10 .
- לְשָׂרָה = lëshârâh (voor Sara) . Tenakh (4) : (1) Gn 18,10 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 21,1 . (4) Gn 23,2 .
- Arabisch : sârah (Sara) . Taalgebruik in de Koran : sârah (Sara) .

Gn 20,15 - Gn 20,15 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 20,16 - Gn 20,16 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. act. qal perf. 1ste pers.enkelv. נָתַתִּי = nâthaththî (ik zal geven) van het werkw. נָתַן = nâthan (geven) . Taalgebruik in Tenakh : nâthan (geven) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 50 of 500 . Structuur : 5 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (114) . Pentateuch (43) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (44) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (12) . Gn (14) : (1) Gn 1,29 . (2) Gn 9,3 . (3) Gn 9,13 . (4) Gn 15,18 . (5) Gn 16,5 . (6) Gn 17,16 . (7) Gn 20,16 . (8) Gn 23,11 . (9) Gn 23,13 . (10) Gn 27,37 . (11) Gn 30,18 . (12) Gn 35,12 . (13) Gn 41,41 . (14) Gn 48,22 . Ex (1) : Ex 31,6 . Lv (1) : Lv 6,10 . Nu (10) : (1) Nu 18,8 . (2) Nu 18,19 . (3) Nu 18,21 . (4) Nu 18,24 . (5) Nu 18,26 . (6) Nu 20,12 . (7) Nu 20,24 . (8) Nu 21,34 . (9) Nu 27,12 . (10) Nu 33,53 . Eerdere Profeten (10) : (1) Joz 6,2 . (2) Joz 8,1 . (3) Re 1,2 . (4) 1 S 9,23 . (5) 2 S 9,9 . (6) 1 K 3,12 . (7) 1 K 3,13 . (8) 1 K 9,6 . (9) 1 K 9,7 . (10) 2 K 21,8 .
- Grieks . act. ind. fut. 1ste pers. enk. δωσω = dôsô ( ik zal geven) van het werkw. διδωμι = didômi (geven) . Taalgebruik in de Septuaginta : didômi (geven) . Taalgebruik in het NT : didômi (geven) . Bijbel (209) . OT (188) . NT (21) . Gn (20) : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 13,15 . (3) Gn 13,17 . (4) Gn 15,18 . (5) Gn 17,8 . (6) Gn 17,16 . (7) Gn 17,20 . (8) Gn 24,7 . (9) Gn 26,3 . (10) Gn 26,4 . (11) Gn 28,13 . (12) Gn 29,27 . (13) Gn 30,28 . (14) Gn 30,31 . (15) Gn 34,12 . (16) Gn 35,12 . (17) Gn 38,18 . (18) Gn 45,18 . (19) Gn 47,16 . (20) Gn 48,4 . Een vorm van διδωμι = didômi (geven) in de LXX (2131) , in het NT (416) .

  didômi (geven)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. fut. 1ste pers. enk. dôsô   209 188 21 3 2 2 3 2 0 9 7 10 0 0

- Latijn . act. ind. fut. 1ste pers. enk. dabo (ik zal geven) van het werkw. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . D. geben . E. to give .
- Aramees : act. peal perf. 1ste pers. enk. יְהַבִית = jëhabîth (ik zal geven) van het werkw. יְהַב = jëhabh (geven) . Pentateuch (28) .

Gn 20,17 - Gn 20,17 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 20,18 - Gn 20,18 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

12. שָׂרָה = shârâh (Sara) . Taalgebruik in Tenakh : shârâh (Sara) . De getalwaarde is : shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) , zie : 46 : lemniscaat , OF 505 (5 X 101) . Structuur : 3 - 2 - 5 . Som van de elementen : 10 -> 1 . Tenakh (28) . Pentateuch (26) . Gn (26) . Gn 17 (4) : (1) Gn 17,15 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 17,19 . (4) Gn 17,21 . Gn 18 (5) : (1) Gn 18,6 . (2) Gn 18,9 . (3) Gn 18,12 . (4) Gn 18,13 . (5) Gn 18,15 . Gn 20 (3) : (1) Gn 20,2 . (2) Gn 20,14 . (3) Gn 20,18 . Gn 21 (7) : (1) Gn 21,1. (2) Gn 21,2 . (3) Gn 21,3 . (4) Gn 21,6 . (5) Gn 21,7 . (6) Gn 21,9 . (7) Gn 21,12 . Gn 23 (3) : (1) Gn 23,1 . (2) Gn 23,2 . (3) Gn 23,19 . Gn 24 (2) : (1) Gn 24,36 . (2) Gn 24,67 . Gn 25 (1) : Gn 25,12 . Gn 49 (1) : Gn 49,31 .
- וְשָׂרָה = wëshârâh (en Sara) . Tenakh (3) : (1) Gn 18,10 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 25,10 .
- לְשָׂרָה = lëshârâh (voor Sara) . Tenakh (4) : (1) Gn 18,10 . (2) Gn 18,11 . (3) Gn 21,1 . (4) Gn 23,2 .
- Arabisch : sârah (Sara) . Taalgebruik in de Koran : sârah (Sara) .

Gn 20,19 - Gn 20,19 -
Griekse tekst Vulg.     Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe Vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
                 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


JIDDISCH

כ 1 און אבֿרהם האָט אַװעקגעצױגן פֿון דאָרטן צום לאַנד פֿון דרום, און ער האָט זיך באַזעצט צװישן קָדֵש און צװישן שור, און האָט געװױנט אין גרָר. 2 און אבֿרהם האָט געזאָגט אױף זײַן װײַב שׂרהן: זי איז מײַנע אַ שװעסטער. האָט געשיקט אבֿימֶלֶך דער מלך פֿון גרָר, און האָט צוגענומען שׂרהן. 3 איז גאָט געקומען צו אבֿימֶלֶכן אין אַ חלום פֿון דער נאַכט, און האָט צו אים געזאָגט: זע, װעסט שטאַרבן פֿון װעגן דער פֿרױ װאָס דו האָסט גענומען, װאָרום זי איז די װײַב פֿון אַ מאַן. 4 און אבֿימֶלֶך האָט צו איר ניט גענענט און ער האָט געזאָגט: גאָט, װילסטו אױך אומשולדיק פֿאָלק הרגען? 5 האָט ער מיר ניט אַלײן געזאָגט: זי איז מײַנע אַ שװעסטער? און זי, אױך זי האָט געזאָגט: ער איז מײַנער אַ ברודער. אין דער ערלעכקײט פֿון מײַן האַרצן און אין דער רײנקײט פֿון מײַנע הענט האָב איך דאָס געטאָן. 6 האָט גאָט צו אים געזאָגט אין חלום: יאָ, איך װײס אַז אין דער ערלעכקײט פֿון דײַן האַרצן האָסטו דאָס געטאָן, און איך האָב דיך אױך געװאָלט פֿאַרמײַדן פֿון זינדיקן צו מיר, דרום האָב איך דיך ניט געלאָזט זיך צורירן צו איר. 7 און אַצונד, קער אום די װײַב פֿון דעם מאַן, װאָרום ער איז אַ נביא, און ער װעט מתפּלל זײַן פֿאַר דיר, און װעסט בלײַבן לעבן; אױב אָבער דו קערסט זי ניט אום, זײַ װיסן אַז שטאַרבן װעסטו שטאַרבן, דו און אַלע װאָס געהערן צו דיר. 8 האָט אבֿימֶלֶך זיך געפֿעדערט אין דער פֿרי, און האָט צונױפֿגערופֿן אַלע זײַנע קנעכט, און האָט גערעדט אַלע די דאָזיקע װערטער אין זײערע אױערן, און די מענטשן האָבן זײער מורא געהאַט. 9 און אבֿימֶלֶך האָט גערופֿן אבֿרהמען, און האָט צו אים געזאָגט: װאָס האָסטו אונדז געטאָן? און װאָס האָב איך געזינדיקט אַקעגן דיר, װאָס דו האָסט געבראַכט אױף מיר און אױף מײַן קיניגרײַך אַזאַ גרױסע זינד? מעשׂים װאָס װערן ניט געטאָן, האָסטו געטאָן צו מיר. 10 און אבֿימֶלֶך האָט געזאָגט צו אבֿרהמען: װאָס האָסטו אײַנגעזען, אַז דו האָסט געטאָן די דאָזיקע זאַך? 11 האָט אבֿרהם געזאָגט: װײַל איך האָב געקלערט: פֿאַר װאָר, קײן מורא פֿאַר גאָט איז ניטאָ אין דעם דאָזיקן אָרט, און זײ װעלן מיך הרגען פֿון װעגן מײַן װײַב. 12 און זי איז אױך אין דער אמתן מײַנע אַ שװעסטער, די טאָכטער פֿון מײַן פֿאָטער, נאָר ניט די טאָכטער פֿון מײַן מוטער; דרום איז זי מיר געװאָרן פֿאַר אַ װײַב. 13 און עס איז געװען, אַז גאָט האָט מיך פֿאַרװאָגלט פֿון מײַן פאָטערס הױז, האָב איך צו איר געזאָגט: דאָס זאָל זײַן דײַן חסד װאָס דו זאָלסט טאָן מיט מיר: אין איטלעכן אָרט, װאָס מיר װעלן אַהין קומען, זאָג אױף מיר: ער איז מײַנער אַ ברודער. 14 האָט אבֿימֶלֶך גענומען שאָף און רינדער, און קנעכט און דינסטן, און האָט געגעבן אבֿרהמען, און ער האָט אים אומגעקערט זײַן װײַב שׂרהן. 15 און אבֿימֶלֶך האָט געזאָגט: אָט איז מײַן לאַנד פֿאַר דיר; װוּ עס איז גוט אין דײַנע אױגן, באַזעץ זיך. 16 און צו שׂרהן האָט ער געזאָגט: אָט האָב איך געגעבן דײַן ברודער טױזנט זילבערשטיק; זע, דאָס איז דיר אַ צודעק פֿאַר די אױגן אַקעגן אַלע װאָס מיט דיר; און פֿאַר אַלעמען ביסטו גערעכטפֿאַרטיקט. 17 און אבֿרהם האָט מתפּלל געװען צו גאָט, און גאָט האָט געהײלט אבֿימֶלֶכן, און זײַן װײַב, און זײַנע דינסטן, און זײ האָבן געבאָרן. 18 װאָרום פֿאַרשלאָסן האָט גאָט געהאַט פֿאַרשלאָסן