Genesis 23 - Gn 23 -- Structuur -- Taalgebruik --- Commentaar -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -
- De begrafenis van Sara (Gn 23,1-20)

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- Hebreeuwse tekst : http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt0123.htm .
- Griekse tekst - Septuaginta : http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=1&page=23 . Griekse tekst - Septuaginta .
- Vulgata : http://www.intratext.com/IXT/LAT0001/_PN.HTM . Vulgata .
- Statenvertaling : http://www.statenvertaling.net/bijbel/gene/23.html . Statenvertaling .
- Willibrordvertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=576,595 . Willibrordvertaling .
- De Nieuwe Vertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=576,595 . De Nieuwe Vertaling .
- De Naardense bijbel : http://naardensebijbel.nl/zoek.php . De Naardense bijbel .
- Bible de Jérusalem : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Bible de Jérusalem .
- King James Bible : http://quod.lib.umich.edu/cgi/k/kjv/kjv-idx?type=DIV1&byte=1477 . King James Bible .
- Luther Bibel : http://www.die-bibel.de/online-bibeln/luther-bibel-1984/bibeltext/bibelstelle/1%20Mose%2023/bibel/text/lesen/ch/5a03720c77d31b7e87fcc5c7b69fa0b4/ . Luther Bibel .

Overzicht van Genesis : - Gn 1 - Gn 2 - Gn 3 - Gn 4 - Gn 5 - Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 - Gn 9 - Gn 10 - Gn 11 - Gn 12 - Gn 13 - Gn 14 - Gn 15 - Gn 16 - Gn 17 - Gn 18 - Gn 19 - Gn 20 - Gn 21 - Gn 22 - Gn 23 - Gn 24 - Gn 25 - Gn 26 - Gn 27 - Gn 28 - Gn 29 - Gn 30 - Gn 31 - Gn 32 - Gn 33 - Gn 34 - Gn 35 - Gn 36 - Gn 37 - Gn 38 - Gn 39 - Gn 40 - Gn 41 - Gn 42 - Gn 43 - Gn 44 - Gn 45 - Gn 46 - Gn 47 - Gn 48 - Gn 49 - Gn 50 -
Uitleg vers per vers : - Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
http://www.bible-history.com/isbe/            
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm    4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. http://naardensebijbel.nl/zoek.php .
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing  

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

ALGEMEEN OVERZICHT

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


- Gn 23,1-20 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -

Gn 23,1 - Gn 23,1 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
ΕΓΕΝΕΤΟ δὲ ἡ ζωὴ Σάρρας ἔτη ἑκατὸν εἰκοσιεπτά. 23. 1 vixit autem Sarra centum viginti septem annis   1 En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaren; dit waren de jaren des levens van Sara. [1] Sara* bereikte de leeftijd van honderdzevenentwintig jaar.   [1] Sara leefde honderdzevenentwintig jaar.   23:1 De levensdagen van Sara worden honderd jaar en twintig jaar en zeven jaren: dat zijn de jaren van het leven van Sara. 1. La dur�e de la vie de Sara fut de cent vingt-sept ans,  

King James Bible . [1] And Sarah was an hundred and seven and twenty years old: these were the years of the life of Sarah.
Luther-Bibel . 23 1 Sara wurde hundertsiebenundzwanzig Jahre alt

Tekstuitleg van Gn 23,1 . Sara is de enigste vrouw van wie de leeftijd bij het sterven wordt gegeven. Samen met Esther zijn zij de enige vrouwens wier naam werd veranderd. Sara werd 127 jaar oud. Waarom 127? Een poging: 1. 127=37+73 (de getalswaarden voor wijsheid) + 17 (getalswaarde voor JHWH). 2. Abraham is 10 jaar ouder dan Sara en was dan 137 jaar. Isaak was toen 37 jaar. Abraham werd 175 jaar en overleefde Sara nog 38 jaar. Het zijn getallen (127 en 137) waarbij de buitenste getallen het getal 17 is. 3. Abram was 86 jaar toen Ismaël geboren werd; Sara was dus 76 jaar. Na 51 jaar stierf Sara; 51= 3 X 17).

 

Gn 23,1.4. מֵאָה = me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 19 , zie 19 , of 46 (2 X 23) , zie 46 . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (98) . Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) . Gn (6) : (1) Gn 6,3 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 23,1 . (4) Gn 26,12 . (5) Gn 50,22 . (6) Gn 50,26 .
- Grieks . ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Bijbel (211) . OT (194) . NT (17) . Gn (29) .
- Ned. : honderd . Arabisch : مِئَة OF مِائَة = mija of miaja (honderd, 100) . Aramees : מְאָה = mëâh (honderd, 100) . D. : hundert . E. : hundred . Fr. : cent . Grieks : ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Hebreeuws : מֵאָה = me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Latijn : centum (honderd, 100) . Bijbel (193) . OT (177) , NT (16) . Gn (20) .

Gn 23,1.5. שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . Getalwaarde) : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 40 of 355 (5 X 71) . Structuur : 3 - 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (270) . Pentateuch (114) . Eerdere Profeten (86) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (51) . Gn (75) . Gn 5 (29) : (1) Gn 5,3 . (2) Gn 5,4 . (3) Gn 5,5 . (4) Gn 5,6 . (5) Gn 5,7 . (6) Gn 5,8 . (7) Gn 5,9 . (8) Gn 5,10 . (9) Gn 5,11 . (10) Gn 5,12 . (11) Gn 5,13 . (12) Gn 5,14 . (13) Gn 5,15 . (14) Gn 5,16 . (15) Gn 5,17 . (16) Gn 5,18 . (17) Gn 5,19 . (18) Gn 5,20 . (19) Gn 5,21 . (20) Gn 5,22 . (21) Gn 5,23 . (22) Gn 5,24 . (23) Gn 5,25 . (24) Gn 5,26 . (25) Gn 5,27 . (26) Gn 5,28 . (27) Gn 5,30 . (28) Gn 5,31 . (29) Gn 5,32 . Gn 25 (4) : (1) Gn 25,7 . (2) Gn 25,17 . (3) Gn 25,20 . (4) Gn 25,26 . Js (9) : (1) Js 7,8 . (2) Js 21,16 . (3) Js 23,15 . (4) Js 23,17 . (5) Js 29,1 . (6) Js 32,10 . (7) Js 36,1 . (8) Js 38,5 . (9) Js 39,3 .
- שָׁנָה = sjânâh < sjanat : een qal vorm vr. : een naamwoord met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijke korte klinker (Lettinga 24c1) . In open lettergreep onmiddellijk vóór de hoofdklemtoon is de korte a verlengd tot â (Lettinga 13i) . De ה = h is de aanwijzing van de lange eindklinker (Lettinga 3d) .
- Grieks : ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Taalgebruik in de LXX : etos (jaar) . Een vorm van ετος = etos (jaar) in de LXX (718) , in het NT (49) .
- Ned. : jaar . Arabisch : سَنَة = sanah (jaar) . Taalgebruik in de Qoran : sanah (jaar) . Aramees : שְׁנָה = sjënâh (jaar) . D. : Jahr . E. : year . Fr. : an of année . Grieks : ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Hebreeuws : שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . Latijn : annus (jaar) .

Gn 23,1.4. - 5. מֵאָה שָׁנָה = me´âh sjânâh (honderd jaar) . Tenakh (3) : (1) Gn 17,17 . (2) Gn 23,1 . (3) Js 65,20 (2X) . In Gn 17,17 lacht Abraham om de aankondiging van zoon Isaak , in Gn 23,1 weent Abraham om de dood van zijn vrouw Sara .

- 127: 2² +

Gn 23,2 - Gn 23,2 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
2 καὶ ἀπέθανε Σάρρα ἐν πόλει ᾿Αρβόκ, ἥ ἐστιν ἐν τῷ κοιλώματι (αὕτη ἐστὶ Χεβρών) ἐν τῇ γῇ Χαναάν. ἦλθε δὲ ῾Αβραὰμ κόψασθαι Σάρραν καὶ πενθῆσαι. 2 et mortua est in civitate Arbee quae est Hebron in terra Chanaan venitque Abraham ut plangeret et fleret eam   2 En Sara stierf te Kiriath-arba, dat is Hebron, in het land Kanaän; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen. [2] Toen stierf zij in Kirjat-Arba, ook Hebron geheten, in Kana�n. Abraham hield eerst de rouwklacht over Sara en beweende haar.   [2] Ze stierf in Kirjat-Arba, het huidige Hebron, in Kana�n. Nadat Abraham bij haar gerouwd had en haar had beweend,   Genesis 23:2 Dan sterft Sara, in Kirjat Arba, dat is Hebron, in het land van Kanaän; Abraham komt binnen om Sara te beklagen en haar te bewenen. 2. et elle mourut � Qiryat-Arba - c'est H�bron - au pays de Canaan. Abraham entra faire le deuil de Sara et la pleurer.  

King James Bible . [2] And Sarah died in Kirjath-arba; the same is Hebron in the land of Canaan: and Abraham came to mourn for Sarah, and to weep for her.
Luther-Bibel . 2 und starb in Kirjat-Arba � das ist Hebron � im Lande Kanaan. Da kam Abraham, dass er sie beklagte und beweinte.

Tekstuitleg van Gn 23,2 .

6. chèbhërôn (Hebron) . Taalgebruik in Tenakh : chèbhërôn (Hebron) . Getalwaarde : chet = 8 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 50 OF 266 (2 X 7 X 19) . Structuur : 8 - 2 - 2 - 6 - 5 . Tenakh (33) . Pentateuch (5) . Eerdere Profeten (20) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (8) . Gn (3) : (1) Gn 23,2 . (2) Gn 23,19 . (3) Gn 37,14 .

13. וְלִבְכֹּתָהּ = wëlibhëkothâh < prefix voegwoord wë + prefix voorzetsel lë + qal inf. stat. construct. + persoonl. voornaamw. vr. enk. (en om haar te bewenen) van het werkw. בָכָה = bâkhâh (weeklagen, wenen) . Taalgebruik in Tenakh : bâkhâh (weeklagen, wenen) . Getalwaarde : beth = 2 , kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 27 (3³) . Structuur : 2 - 2 - 5 . De som van de elementen is 9 . Tenakh (1) : Gn 23,2 . In sommige tekstuitgaven zou de kaph in een kleine letter zijn geschreven ; dat is niet het geval bij Kittel .

Gn 23,3 - Gn 23,3 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
3 καὶ ἀνέστη ῾Αβραὰμ ἀπὸ τοῦ νεκροῦ αὐτοῦ καὶ εἶπεν ῾Αβραὰμ τοῖς υἱοῖς τοῦ Χὲτ λέγων· 3 cumque surrexisset ab officio funeris locutus est ad filios Heth dicens   3 Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende: [3] Daarna liet hij zijn overleden vrouw alleen en richtte het woord tot de Hethieten*.   [3] stond hij op, verliet de tent waarin zijn overleden vrouw lag en wendde zich tot de Hethieten. Hij zei:   23:3 Dan staat Abraham op van boven het aanschijn van zijn dode,- en spreekt de zonen van Cheet aan om te zeggen: 3. Puis Abraham se leva de devant son mort et parla ainsi aux fils de H�t :  

King James Bible . [3] And Abraham stood up from before his dead, and spake unto the sons of Heth, saying,
Luther-Bibel . 3 Danach stand er auf von seiner Toten und redete mit den Hetitern und sprach:

Tekstuitleg van Gn 23,3 .

Gn 23,4 - Gn 23,4 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
4 πάροικος καὶ παρεπίδημος ἐγώ εἰμι μεθ᾿ ὑμῶν· δότε μοι οὖν κτῆσιν τάφου μεθ᾿ ὑμῶν, καὶ θάψω τὸν νεκρόν μου ἀπ᾿ ἐμοῦ. 4 advena sum et peregrinus apud vos date mihi ius sepulchri vobiscum ut sepeliam mortuum meum   4 Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave. [4] Hij zei: �Ik ben bij u maar een vreemdeling; daarom vraag ik: geef mij een eigen begraafplaats, waar ik mijn overleden vrouw kan begraven.�   [4] �Ik woon maar als vreemdeling bij u. Geeft u mij hier een eigen graf, dan kan ik mijn overleden vrouw uitdragen en begraven.�   23:4 gast en bijwoner ben ik bij u; geeft u mij een eigen graf bij u, dan kan ik mijn dode begraven van voor mijn aanschijn. 4. Je suis chez vous un �tranger et un r�sident. Accordez-moi chez vous une possession fun�raire pour que j'enl�ve mon mort et l'enterre.  

King James Bible . [4] I am a stranger and a sojourner with you: give me a possession of a buryingplace with you, that I may bury my dead out of my sight.
Luther-Bibel . 4 Ich bin ein Fremdling und Beisasse bei euch; gebt mir ein Erbbegr�bnis bei euch, dass ich meine Tote hinaustrage und begrabe.

Tekstuitleg van Gn 23,4 .

Gn 23,5 - Gn 23,5 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
5 ἀπεκρίθησαν δὲ οἱ υἱοὶ Χὲτ πρὸς ῾Αβραὰμ λέγοντες· μὴ κύριε· 5 responderuntque filii Heth   5 En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem: [5] De Hethieten antwoordden Abraham:   [5] De Hethieten antwoordden hem:   23:5 Dan antwoorden de zonen van Cheet Abraham en zeggen tot hem: 5. Les fils de H�t firent cette r�ponse � Abraham :  

King James Bible . [5] And the children of Heth answered Abraham, saying unto him,
Luther-Bibel . 5 Da antworteten die Hetiter Abraham und sprachen zu ihm:

Tekstuitleg van Gn 23,5 .

Gn 23,6 - Gn 23,6 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
6 ἄκουσον δὲ ἡμῶν. βασιλεὺς παρὰ Θεοῦ σὺ εἶ ἐν ἡμῖν· ἐν τοῖς ἐκλεκτοῖς μνημείοις ἡμῶν θάψον τὸν νεκρόν σου· οὐδεὶς γὰρ ἡμῶν οὐ μὴ κωλύσει τὸ μνημεῖον αὐτοῦ ἀπὸ σοῦ τοῦ θάψαι τὸν νεκρόν σου ἐκεῖ. 6 audi nos domine princeps Dei es apud nos in electis sepulchris nostris sepeli mortuum tuum nullusque prohibere te poterit quin in monumento eius sepelias mortuum tuum   6 Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven. [6] �Heer, luister naar ons: u bent voor ons een vorst van God; begraaf uw overledene in het mooiste graf dat wij hebben; niemand van ons zal u zijn graf weigeren, of beletten dat u daarin uw overleden vrouw begraaft.�   [6] �Maar luister, heer, wij beschouwen u als een vorst die door God zelf begunstigd wordt! Begraaf uw vrouw in het beste graf dat we hebben. Niemand van ons zal u zijn graf weigeren en u beletten haar daarin te begraven.�   23:6 hoor naar ons, heer: een verhevene van God bent u onder ons; in de keur van onze graven,- begraaf dáár uw dode; niemand van ons zal zijn graf aan u weigeren om uw dode te begraven! 6. Monseigneur, �coute-nous plut�t ! Tu es un prince de Dieu parmi nous : enterre ton mort dans la meilleure de nos tombes; personne ne te refusera sa tombe pour que tu puisses enterrer ton mort. 

King James Bible . [6] Hear us, my lord: thou art a mighty prince among us: in the choice of our sepulchres bury thy dead; none of us shall withhold from thee his sepulchre, but that thou mayest bury thy dead.
Luther-Bibel . 6 H�re uns, lieber Herr! Du bist ein F�rst Gottes unter uns. Begrabe deine Tote in einem unserer vornehmsten Gr�ber; kein Mensch unter uns wird dir wehren, dass du in seinem Grabe deine Tote begr�bst.

Tekstuitleg van Gn 23,6 . Het vers Gn 23,6 telt 20 (2² X 5) woorden en 75 (3 X 5²) letters . De getalwaarde van Gn 23,6 is 5805 (3³ X 5 X 43) . In dit vers komt 4X een vorm van q-b-r (begraven) voor .

Gn 23,6.15. q-b-r-w : Tenakh (11) : (1) Gn 23,6 . (2) Gn 49,29 . (3) Gn 49,31 . (4) Gn 50,14 . (5) Nu 11,34 . (6) . Joz 24,32 . (7) 2 S 2,4 . (8) 1 K 13,31 . (9) Js 22,16 . (10) Js 53,9 . (11) Ez 39,15 . Zie het werkw. קָבַר = qâbhar (begraven) . Taalgebruik in Tenakh : qâbhar (begraven) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 41 OF 302 (2 X 151) . Structuur : 1 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 .
-- (1) act. ind. perf. 3de pers. mv. קָבְרוּ = qâbhërû (zij begroeven) : Tenakh (5) : (1) Gn 49,31 (2X) . (2) Nu 11,34 . (3) . Joz 24,32 . (4) 2 S 2,4 . (5) Ez 39,15 .
-- (2) act. imperat. perf. 2de pers. mv. קִבְרוּ = qibhërû (begraaft) . Tenakh (1) : Gn 49,29 .
-- (3) zelfst. naamw. קֻבֻר = qèbhèr + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. קִבְרוֹ = qibhërô (zijn graf) . Tenakh (3) : (1) Gn 23,6 . (2) Js 22,16 . (3) Js 53,9 .
-- (4) act. inf. constructus + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. קָבְרוֹ = qâbhërô (zijn begraven) . Tenakh (1) Gn 50,14 . (2) 1 K 13,31 .
- Het Ned. graf en het D. Grab lijken verwantschap te vertonen met het Hebreeuwse qèbhèr , het Arameese qèbhèr / qibërâ´ en het Arabische qabr ; evenwel met omkering van de letters b en r .
- Grieks . nom. of acc. onz. enk. μνημειον = mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) . Taalgebruik in het NT : mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) . Taalgebruik in Lc : mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) . Bijbel (21) : (1) Gn 23,6 . (2) Js 22,16 . (3) Ez 39,11 . (4) W 10,7 . (5) Mc 16,2 . (6) Mc 16,5 . (7) Lc 23,55 . (8) Lc 24,12 . (9) Lc 24,22 . (10) Lc 24,24 . (11) Joh 11,31 . (12) Joh 11,38 . (13) Joh 19,41 . (14) Joh 19,42 . (15) Joh 20,1 . (16) Joh 20,3 . (17) Joh 20,4 . (18) Joh 20,6 . (19) Joh 20,8 . (20) Joh 20,11 . (21) Hnd 13,29 . Een vorm van μνημειον = mnèmeion (monument, gedenkteken, graf) in de LXX (16) , in het NT (37) . Een laatste rustplaats kan op verschillende wijzen worden gemaakt , die als een zichtbaar teken aan de overledene doet denken . Een graf is de rustplaats van de overledene , het 'grafmonument' een gedenkteken voor de overlevenden . In het Grieks : ταφος = tafos (graf) van het werkw. θαπτω = thaptô (begraven) . Taalgebruik in het NT : thaptô (begraven) . Taalgebruik in de LXX : thaptô (begraven) . Een vorm van tafos (graf) in de LXX (64) , in het NT (7) .
- Latijn . dat. onz. enk. monumento ('in zijn' gedenkteken) van het zelfst. naamw. monumentum (moment, gedenkteken) . Bijbel (16) : (1) Gn 23,6 . (2) Nu 17,3 . (3) Mt 27,60 . (4) Mt 28,8 . (5) Mc 6,29 . (6) Mc 15,46 . (7) Mc 16,5 . (8) Mc 16,8 . (9) Lc 23,53 . (10) Lc 24,2 . (11) Lc 24,9 . (12) Joh 11,17 . (13) Joh 12,17 . (14) Joh 20,1 . (15) Joh 20,2 . (16) Hnd 13,29 .
- Het Latijnse monumentum is soms de vertaling van het Hebreeuwse זִכָּרוֹן = zikkârôn (gedachtenis, gedenkteen) , stat. constructus זִכְרוֹן = zikhërôn . Zie het werkw. זָכַר = zâkhar (gedenken, zich herinneren) . Taalgebruik in Tenakh : zâkhar (gedenken) . Tenakh (9) : (1) Ex 17,14 . (2) Ex 39,7 . (3) Lv 23,24 . (4) Nu 5,15 . (5) Nu 17,5 . (6) Nu 31,54 . (7) Mal 3,16 . (8) Pr 1,11 . (9) Pr 2,16 .
- Het Latijnse monumentum lijkt verwantschap te hebben met het Griekse μνημειον = mnèmeion : m-n-m-n . In geval van een 'graf' spreken we van een grafmomunemt .
- Ned. graf (< graven) . D. Grab . Fr. tombe / tombeau (< Lat. tumba < tumulus : heuvel ; Gr. τυμβοσ = tumbos) . E. sepulchre (< Lat. sepulchrum < sepelire , sepultum , ensevelir = in een lijkwade wikkelen, bedelven, begraven) . Aramees : קֻבֻר / קִבְרָא = qèbhèr / qibërâ´ . Arabisch : قَبْر = qabr (graf) . Taalgebruik in de Qoran : qabr (graf) .

Gn 23,7 - Gn 23,7 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
7 ἀναστὰς δὲ ῾Αβραὰμ προσεκύνησε τῷ λαῷ τῆς γῆς, τοῖς υἱοῖς τοῦ Χέτ, 7 surrexit Abraham et adoravit populum terrae filios videlicet Heth   7 Toen stond Abraham op, en boog zich neder voor het volk des lands, voor de zonen Heths; [7] Toen stond Abraham op, boog diep voor de Hethieten, de ingezetenen van het land,   [7] Toen boog Abraham diep voor de Hethitische landeigenaars.   23:7 Abraham staat op en buigt voor de manschap van het land, voor de zonen van Cheet. 7. Abraham se leva et s'inclina devant les gens du pays, les fils de H�t,  

King James Bible . [7] And Abraham stood up, and bowed himself to the people of the land, even to the children of Heth.
Luther-Bibel . 7 Da stand Abraham auf und verneigte sich vor dem Volk des Landes, vor den Hetitern.

Tekstuitleg van Gn 23,7 .

Gn 23,8 - Gn 23,8 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
8 καὶ ἐλάλησε πρὸς αὐτοὺς ῾Αβραὰμ λέγων· εἰ ἔχετε τῇ ψυχῇ ὑμῶν, ὥστε θάψαι τὸν νεκρόν μου ἀπὸ προσώπου μου, ἀκούσατέ μου καὶ λαλήσατε περὶ ἐμοῦ ᾿Εφρὼν τῷ τοῦ Σαάρ, 8 dixitque ad eos si placet animae vestrae ut sepeliam mortuum meum audite me et intercedite apud Ephron filium Soor   8 En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar, [8] en richtte het woord tot hen: �Als u ermee instemt dat ik mijn overleden vrouw begraaf, luister dan naar mij, en gebruik uw invloed bij Efron, de zoon van Sochar,   [8] �Als u er dus mee instemt dat ik mijn vrouw uitdraag en begraaf,� zei hij, �wees dan zo goed er bij Efron, de zoon van Sochar, op aan te dringen   23:8 Hij opent het gesprek met hen en zegt: als het uw hartewens is dat ik mijn dode begraaf van voor mijn aanschijn, hoort dan mij aan en bepleit voor mij bij Efron, zoon van Tsochar, 8. et il leur parla ainsi : Si vous consentez que j'enl�ve mon mort et que je l'enterre, �coutez-moi et interc�dez pour moi aupr�s d'�phr�n, fils de �ohar, 

King James Bible . [8] And he communed with them, saying, If it be your mind that I should bury my dead out of my sight; hear me, and intreat for me to Ephron the son of Zohar,
Luther-Bibel . 8 Und er redete mit ihnen und sprach: Gef�llt es euch, dass ich meine Tote hinaustrage und begrabe, so h�ret mich und bittet f�r mich Efron, den Sohn Zohars,

Tekstuitleg van Gn 23,8 .

Gn 23,9 - Gn 23,9 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
9 καὶ δότω μοι τὸ σπήλαιον τὸ διπλοῦν, ὅ ἐστιν αὐτῷ, τὸ ὂν ἐν μέρει τοῦ ἀγροῦ αὐτοῦ· ἀργυρίου τοῦ ἀξίου δότω μοι αὐτὸ ἐν ὑμῖν εἰς κτῆσιν μνημείου. 9 ut det mihi speluncam duplicem quam habet in extrema parte agri sui pecunia digna tradat mihi eam coram vobis in possessionem sepulchri   9 Dat hij mij geve de spelonk van Machpela, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij dezelve mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u. [9] zodat hij de grot van Makpela, die zijn eigendom is en die aan de rand van zijn akker ligt, aan mij verkoopt; laat hij die in uw aanwezigheid voor de volle prijs aan mij verkopen, zodat ik een eigen begraafplaats heb.�   [9] dat hij mij de grot van Machpela afstaat, die zijn eigendom is en aan de rand van zijn akker ligt. Laat hij mij die geven voor de volle prijs, zodat ik bij u een eigen graf heb.�   23:9 dat hij mij geeft de spelonk van de Machpela die van hem is,- aan de rand van zijn veld; voor de volle zilverwaarde kan hij mij die geven, als een eigen graf bij u. 9. pour qu'il me c�de la grotte de Makp�la, qui lui appartient et qui est � l'extr�mit� de son champ. Qu'il me la c�de pour sa pleine valeur, en votre pr�sence, comme possession fun�raire.  

King James Bible . [9] That he may give me the cave of Machpelah, which he hath, which is in the end of his field; for as much money as it is worth he shall give it me for a possession of a buryingplace amongst you.
Luther-Bibel . 9 dass er mir gebe seine H�hle in Machpela, die am Ende seines Ackers liegt; er gebe sie mir um Geld, soviel sie wert ist, zum Erbbegr�bnis unter euch.

Tekstuitleg van Gn 23,9 .

Gn 23,10 - Gn 23,10 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
10 ᾿Εφρὼν δὲ ἐκάθητο ἐν μέσῳ τῶν υἱῶν Χέτ· ἀποκριθεὶς δὲ ᾿Εφρὼν ὁ Χετταῖος πρὸς ῾Αβραὰμ εἶπεν, ἀκουόντων τῶν υἱῶν Χὲτ καὶ τῶν εἰσπορευομένων εἰς τὴν πόλιν πάντων, λέγων· 10 habitabat autem Ephron in medio filiorum Heth responditque ad Abraham cunctis audientibus qui ingrediebantur portam civitatis illius dicens   10 Efron nu zat in het midden van de zonen Heths; en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen Heths, van al degenen, die ter poorte zijner stad ingingen, zeggende: [10] Onder de aanwezige Hethieten bevond zich ook Efron zelf. En Efron de Hethiet antwoordde Abraham, terwijl alle Hethieten die zitting hielden bij de stadspoort toehoorden:   [10] Onder de Hethieten die daar zaten, bevond zich ook Efron zelf. Zo luid dat allen die in de stadspoort bijeen waren gekomen het konden horen, zei hij tegen Abraham:   23:10 Efron is gezeten onder de zonen van Cheet; Efron de Chitiet antwoordt Abraham voor de oren van de zonen van Cheet, voor allen die gekomen zijn in de poort van zijn stad en zegt: 10. Or �phr�n �tait assis parmi les fils de H�t, et �phr�n le Hittite r�pondit � Abraham au su des fils de H�t, de tous ceux qui franchissaient la porte de sa ville :  

King James Bible . [10] And Ephron dwelt among the children of Heth: and Ephron the Hittite answered Abraham in the audience of the children of Heth, even of all that went in at the gate of his city, saying,
Luther-Bibel . 10 Efron aber sa� unter den Hetitern. Da antwortete Efron, der Hetiter, dem Abraham vor den Ohren der Hetiter, vor allen, die beim Tor seiner Stadt versammelt waren, und sprach:

Tekstuitleg van Gn 23,10 .

Gn 23,11 - Gn 23,11 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
11 παρ᾿ ἐμοὶ γενοῦ, κύριε, καὶ ἄκουσόν μου· τὸν ἀγρὸν καὶ τὸ σπήλαιον τὸ ἐν αὐτῷ σοὶ δίδωμι· ἐναντίον πάντων τῶν πολιτῶν μου δέδωκά σοι· θάψον τὸν νεκρόν σου· 11 nequaquam ita fiat domine mi sed magis ausculta quod loquor agrum trado tibi et speluncam quae in eo est praesentibus filiis populi mei sepeli mortuum tuum   11 Neen, mijn heer! hoor mij; den akker geef ik u; ook de spelonk, die daarin is, die geef ik u; voor de ogen van de zonen mijns volks geef ik u die; begraaf uw dode. [11] �Geen sprake van, heer. Luister naar mij: het stuk land schenk* ik u, en de grot die erop ligt geef ik u ook; ten overstaan van mijn volksgenoten geef ik ze u: begraaf uw dode.�   [11] �Geen sprake van, heer! Luister: die akker schenk ik u, en ook de grot die erop ligt. Ten overstaan van mijn volksgenoten geef ik u die; u kunt uw vrouw daarin begraven.�   23:11 nee, mijn heer, hoor naar mij: het veld heb ik u hierbij gegéven, en de spelonk daarin heb ik u gegeven; voor de ogen van de zonen van mijn manschap heb ik het u gegeven: begrááf uw dode! 11. Non, Monseigneur, �coute-moi ! Je te donne le champ et je te donne aussi la grotte qui y est, je te fais ce don au vu des fils de mon peuple. Enterre ton mort.  

King James Bible . [11] Nay, my lord, hear me: the field give I thee, and the cave that is therein, I give it thee; in the presence of the sons of my people give I it thee: bury thy dead.
Luther-Bibel . 11 Nein, mein Herr, sondern h�re mir zu! Ich schenke dir den Acker und die H�hle darin und �bergebe dir's vor den Augen der S�hne meines Volks, um deine Tote dort zu begraben.

Tekstuitleg van Gn 23,11 .

Gn 23,12 - Gn 23,12 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
12 καὶ προσεκύνησεν ῾Αβραὰμ ἐναντίον τοῦ λαοῦ τῆς γῆς 12 adoravit Abraham coram populo terrae   12 Toen boog zich Abraham neder voor het aangezicht van het volk des lands; [12] Opnieuw boog Abraham diep voor de ingezetenen van het land;   [12] Abraham boog diep voor de landeigenaars, 23:12 Abraham buigt voor het aanschijn van de manschap van het land 12. Abraham s'inclina devant les gens du pays  

King James Bible . [12] And Abraham bowed down himself before the people of the land.
Luther-Bibel . 12 Da verneigte sich Abraham vor dem Volk des Landes

Tekstuitleg van Gn 23,12 .

Gn 23,13 - Gn 23,13 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
13 καὶ εἶπε τῷ ᾿Εφρὼν εἰς τὰ ὦτα ἐναντίον τοῦ λαοῦ τῆς γῆς· ἐπειδὴ πρὸς ἐμοῦ εἶ, ἄκουσόν μου· τὸ ἀργύριον τοῦ ἀγροῦ λάβε παρ᾿ ἐμοῦ, καὶ θάψω τὸν νεκρόν μου ἐκεῖ. 13 et locutus est ad Ephron circumstante plebe quaeso ut audias me dabo pecuniam pro agro suscipe eam et sic sepeliam mortuum meum in eo   13 En hij sprak tot Efron, voor de oren van het volk des lands, zeggende: Trouwens, zijt gij het? lieve, hoor mij; ik zal het geld des akkers geven; neem het van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven. [13] Abraham richtte het woord tot Efron terwijl iedereen toehoorde: �Wees zo goed naar mij te luisteren. Ik wil voor de grond de volle prijs betalen. Neem die van mij aan; dan kan ik mijn dode begraven.�   [13] en terwijl iedereen toehoorde antwoordde hij Efron: �Als u werkelijk ... Maar luistert u toch naar wat ik voorstel! Ik wil de prijs betalen die de akker waard is. Neemt u dat geld toch van mij aan en laat mij er mijn vrouw begraven.�   23:13 en spreekt tot Efron voor de oren van de manschap van het land door te zeggen: echt, als u nu eens hoorde naar míj!- ik wil het zilvergeld voor het veld geven, neem het van mij aan, dan kan ik mijn dode daar begraven! 13. et il parla ainsi � �phr�n, au su des gens du pays : Si seulement tu voulais m'�couter ! Je donne le prix du champ, accepte-le de moi, et j'enterrerai l� mon mort.

King James Bible . [13] And he spake unto Ephron in the audience of the people of the land, saying, But if thou wilt give it, I pray thee, hear me: I will give thee money for the field; take it of me, and I will bury my dead there.
Luther-Bibel . 13 und redete mit Efron, sodass das Volk des Landes es h�rte, und sprach: Willst du ihn mir lassen, so bitte ich, nimm von mir das Geld f�r den Acker, das ich dir gebe, so will ich meine Tote dort begraben.

Tekstuitleg van Gn 23,13 .

Gn 23,14 - Gn 23,14 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
14 ἀπεκρίθη δὲ ᾿Εφρὼν τῷ ᾿Αβραὰμ λέγων· 14 respondit Ephron   14 En Efron antwoordde Abraham, zeggende tot hem: [14] Maar Efron antwoordde Abraham:  [14] Toen zei Efron tegen Abraham:   23:14 Dan antwoordt Efron Abraham en zegt tot hem: 14. �phr�n r�pondit � Abraham :

King James Bible . [14] And Ephron answered Abraham, saying unto him,
Luther-Bibel . 14 Efron antwortete Abraham und sprach zu ihm:

Tekstuitleg van Gn 23,14 .

Gn 23,15 - Gn 23,15 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
15 οὐχὶ κύριε, ἀκήκοα γάρ, γῆ τετρακοσίων διδράχμων ἀργυρίου, ἀλλὰ τί ἂν εἴη τοῦτο ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ σοῦ; σὺ δὲ τὸν νεκρόν σου θάψον. 15 domine mi audi terram quam postulas quadringentis argenti siclis valet istud est pretium inter me et te sed quantum est hoc sepeli mortuum tuum   15 Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode. [15] �Och heer, luister naar mij: een stuk grond van vierhonderd sikkel zilver, wat maakt dat nu uit voor mij of voor u? Begraaf dus uw dode.�   [15] �Och luister, heer, een stuk grond van vierhonderd sjekel zilver, wat betekent dat nu voor mij of voor u? U kunt er gerust uw vrouw begraven.�   23:15 mijn heer, hoor naar míj, land voor vierhonderd sikkel zilver, wat zal dat tussen u en mij?- uw dode, begraaf die! 15. Monseigneur, �coute-moi plut�t : une terre de quatre cents sicles d'argent, entre moi et toi, qu'est-ce que cela ? Enterre ton mort.  

King James Bible . [15] My lord, hearken unto me: the land is worth four hundred shekels of silver; what is that betwixt me and thee? bury therefore thy dead.
Luther-Bibel . 15 Mein Herr, h�re mich doch! Das Feld ist vierhundert Lot Silber wert; was ist das aber zwischen mir und dir? Begrabe nur deine Tote!

Tekstuitleg van Gn 23,15 .

Gn 23,16 - Gn 23,16 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
16 καὶ ἤκουσεν ῾Αβραὰμ τοῦ ᾿Εφρών, καὶ ἀποκατέστησεν ῾Αβραὰμ τῷ ᾿Εφρὼν τὸ ἀργύριον, ὃ ἐλάλησεν εἰς τὰ ὦτα τῶν υἱῶν Χέτ, τετρακόσια δίδραχμα ἀργυρίου δοκίμου ἐμπόροις. 16 quod cum audisset Abraham adpendit pecuniam quam Ephron postulaverat audientibus filiis Heth quadringentos siclos argenti et probati monetae publicae   16 En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar. [16] Abraham ging op Efrons aanbod in en woog het zilver af dat Efron ten overstaan van de Hethieten had genoemd: vierhonderd sikkels, zoals in de handel gangbaar was.   [16] Abraham ging hierop in en woog de hoeveelheid zilver af die Efron in het bijzijn van de andere Hethieten had genoemd: vierhonderd sjekel zilver naar de gangbare handelswaarde.   23:16 Abraham hoort naar Efron en Abraham weegt voor Efron het zilver af waarvan hij heeft gesproken voor de oren van de zonen van Cheet: vierhonderd sikkel zilver, gangbaar bij de handelaar. 16. Abraham donna son consentement � �phr�n et Abraham pesa � �phr�n l'argent dont il avait parl� au su des fils de H�t, soit quatre cents sicles d'argent ayant cours chez le marchand.  

King James Bible . [16] And Abraham hearkened unto Ephron; and Abraham weighed to Ephron the silver, which he had named in the audience of the sons of Heth, four hundred shekels of silver, current money with the merchant.
Luther-Bibel . 16 Abraham gehorchte Efron und wog ihm die Summe dar, die er genannt hatte vor den Ohren der Hetiter, vierhundert Lot Silber nach dem Gewicht, das im Kauf gang und g�be war.

Tekstuitleg van Gn 23,16 .

Gn 23,17 - Gn 23,17 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
17 καὶ ἔστη ὁ ἀγρὸς ᾿Εφρών, ὃς ἦν ἐν τῷ διπλῷ σπηλαίῳ, ὅς ἐστι κατὰ πρόσωπον Μαμβρῆ, ὁ ἀγρὸς καὶ τὸ σπήλαιον, ὃ ἦν ἐν αὐτῷ, καὶ πᾶν δένδρον, ὃ ἦν ἐν τῷ ἀγρῷ, καὶ πᾶν ὅ ἐστιν ἐν τοῖς ὁρίοις αὐτοῦ κύκλῳ, 17 confirmatusque est ager quondam Ephronis in quo erat spelunca duplex respiciens Mambre tam ipse quam spelunca et omnes arbores eius in cunctis terminis per circuitum   17 Alzo werd de akker van Efron, die in Machpela was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk, die daarin was, en al het geboomte, dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was gevestigd, [17] Zo werd, in aanwezigheid van alle Hethieten die zitting hielden bij de stadspoort, het stuk grond van Efron in Makpela in het oosten van Mamre, de grond met de grot en alle bomen op het terrein,   [17] Zo ging de akker van Efron in Machpela, in de buurt van Mamre, met de grot en met alle bomen op dat stuk land,   23:17 Zo komt het veld van Efron bij de Machpela in het zicht van Mamree,- het veld en de spelonk die erin is en al het geboomte op het veld in heel zijn gebied rondom, te boek te staan 17. Ainsi le champ d'�phr�n, qui est � Makp�la, vis-�-vis de Mambr�, le champ et la grotte qui y est sise, et tous les arbres qui sont dans le champ, dans sa limite,  

King James Bible . [17] And the field of Ephron, which was in Machpelah, which was before Mamre, the field, and the cave which was therein, and all the trees that were in the field, that were in all the borders round about, were made sure
Luther-Bibel . 17 So wurde Efrons Acker in Machpela �stlich von Mamre Abraham zum Eigentum best�tigt, mit der H�hle darin und mit allen B�umen auf dem Acker umher,

Tekstuitleg van Gn 23,17 .

Gn 23,18 - Gn 23,18 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
18 τῷ ῾Αβραάμ, εἰς κτῆσιν ἐναντίον τῶν υἱῶν Χὲτ καὶ πάντων τῶν εἰσπορευομένων εἰς τὴν πόλιν. 18 Abrahae in possessionem videntibus filiis Heth et cunctis qui intrabant portam civitatis illius   18 Aan Abraham tot een bezitting, voor de ogen van de zonen Heths, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen. [18] eigendom van Abraham.   [18] als rechtmatig eigendom over op Abraham, ten overstaan van alle Hethieten die in de stadspoort aanwezig waren.   23:18 als van Abraham, als aankoop, voor de ogen van de zonen van Cheet,- voor allen die gekomen zijn in de poort van zijn stad. 18. pass�rent en propri�t� � Abraham au vu des fils de H�t, de tous ceux qui franchissaient la porte de sa ville. 

King James Bible . [18] Unto Abraham for a possession in the presence of the children of Heth, before all that went in at the gate of his city.
Luther-Bibel . 18 vor den Augen der Hetiter und aller, die beim Tor seiner Stadt versammelt waren.

Tekstuitleg van Gn 23,18 .

Gn 23,19 - Gn 23,19 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
19 μετὰ ταῦτα ἔθαψεν ῾Αβραὰμ Σάρραν τὴν γυναῖκα αὐτοῦ ἐν τῷ σπηλαίῳ τοῦ ἀγροῦ τῷ διπλῷ, ὅ ἐστιν ἀπέναντι Μαμβρῆ (αὕτη ἐστὶ Χεβρών) ἐν τῇ γῇ Χαναάν. 19 atque ita sepelivit Abraham Sarram uxorem suam in spelunca agri duplici qui respiciebat Mambre haec est Hebron in terra Chanaan   19 En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpela, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaän. [19] Daarna begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre of Hebron, in Kana�n.   [19] Daarna begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker in Machpela, dicht bij Mamre, het huidige Hebron, in Kana�n.   23:19 Na dat alles heeft Abraham Sara, zijn vrouw, begraven in de spelonk in het veld van de Machpela, in het zicht van Mamree, dat is Hebron; in het land van Kanaän. 19. Puis Abraham enterra Sara, sa femme, dans la grotte du champ de Makp�la, vis-�-vis de Mambr� c'est H�bron, au pays de Canaan.  

King James Bible . [19] And after this, Abraham buried Sarah his wife in the cave of the field of Machpelah before Mamre: the same is Hebron in the land of Canaan.
Luther-Bibel . 19 Danach begrub Abraham Sara, seine Frau, in der H�hle des Ackers in Machpela �stlich von Mamre, das ist Hebron, im Lande Kanaan.

Tekstuitleg van Gn 23,19 .

1. וְאַחֲרֵי = wë´achäre(j) (en achter, en na) <. prefix voegwoord wë + voorzetsel (de vorm van een stat. constr. mann. mv.) . Zie : אַחֲרֵי = ´achäre(j) (achter, na) . Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j) (achter) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 219 (3 X 73) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (45) . Pentateuch (17) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (8) . Gn (5) : (1) Gn 15,14 . (2) Gn 23,19 . (3) Gn 25,26 . (4) Gn 32,21 . (5) Gn 45,15 .
- אַחֲרֵי = ´achäre(j) (achter, na) . Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j) (achter) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 219 (3 X 73) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (294) . Pentateuch (80) . Eerdere Profeten (134) . Latere Profeten (37) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (38) . Gn (39) . Gn 25 (1) : Gn 25,26 .
- In dit woord vinden we de letters אח = ach terug , die staan voor אָח = ´âch (broer) .

16. chèbhërôn (Hebron) . Taalgebruik in Tenakh : chèbhërôn (Hebron) . Getalwaarde : chet = 8 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 50 OF 266 (2 X 7 X 19) . Structuur : 8 - 2 - 2 - 6 - 5 . Tenakh (33) . Pentateuch (5) . Eerdere Profeten (20) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (8) . Gn (3) : (1) Gn 23,2 . (2) Gn 23,19 . (3) Gn 37,14 .

Gn 23,20 - Gn 23,20 : De begrafenis van Sara - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 23 -- Gn 23,1-20 -- Gn 23,1 - Gn 23,2 - Gn 23,3 - Gn 23,4 - Gn 23,5 - Gn 23,6 - Gn 23,7 - Gn 23,8 - Gn 23,9 - Gn 23,10 - Gn 23,11 - Gn 23,12 - Gn 23,13 - Gn 23,14 - Gn 23,15 - Gn 23,16 - Gn 23,17 - Gn 23,18 - Gn 23,19 - Gn 23,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de J�rusalem
20 καὶ ἐκυρώθη ὁ ἀγρὸς καὶ τὸ σπήλαιον, ὃ ἦν ἐν αὐτῷ, τῷ ῾Αβραὰμ εἰς κτῆσιν τάφου παρὰ τῶν υἱῶν Χέτ. 20 et confirmatus est ager et antrum quod erat in eo Abrahae in possessionem monumenti a filiis Heth   20 Alzo werd die akker, en de spelonk die daarin was, aan Abraham gevestigd tot een erfbegrafenis van de zonen Heths. [20] Zo werd het stuk grond met de grot door de Hethieten aan Abraham overgedragen en kreeg hij een eigen begraafplaats.  [20] Zo gingen het stuk grond en de daarop gelegen grot van de Hethieten over op Abraham en kwam hij in het bezit van een eigen graf.  23:20 Zo komt het veld met de spelonk daarin te boek te staan als van Abraham als een eigen graf,- gekocht van de zonen van Cheet. 20. C'est ainsi que le champ et la grotte qui y est sise furent acquis � Abraham des fils de H�t comme possession fun�raire. 

King James Bible . [20] And the field, and the cave that is therein, were made sure unto Abraham for a possession of a buryingplace by the sons of Heth.
Luther-Bibel . 20 So wurden Abraham der Acker und die H�hle darin zum Erbbegr�bnis best�tigt von den Hetitern.

Tekstuitleg van Gn 23,20 .


- Griekse tekst - Septuaginta

ΕΓΕΝΕΤΟ δὲ ἡ ζωὴ Σάρρας ἔτη ἑκατὸν εἰκοσιεπτά. 2 καὶ ἀπέθανε Σάρρα ἐν πόλει ᾿Αρβόκ, ἥ ἐστιν ἐν τῷ κοιλώματι (αὕτη ἐστὶ Χεβρών) ἐν τῇ γῇ Χαναάν. ἦλθε δὲ ῾Αβραὰμ κόψασθαι Σάρραν καὶ πενθῆσαι. 3 καὶ ἀνέστη ῾Αβραὰμ ἀπὸ τοῦ νεκροῦ αὐτοῦ καὶ εἶπεν ῾Αβραὰμ τοῖς υἱοῖς τοῦ Χὲτ λέγων· 4 πάροικος καὶ παρεπίδημος ἐγώ εἰμι μεθ᾿ ὑμῶν· δότε μοι οὖν κτῆσιν τάφου μεθ᾿ ὑμῶν, καὶ θάψω τὸν νεκρόν μου ἀπ᾿ ἐμοῦ. 5 ἀπεκρίθησαν δὲ οἱ υἱοὶ Χὲτ πρὸς ῾Αβραὰμ λέγοντες· μὴ κύριε· 6 ἄκουσον δὲ ἡμῶν. βασιλεὺς παρὰ Θεοῦ σὺ εἶ ἐν ἡμῖν· ἐν τοῖς ἐκλεκτοῖς μνημείοις ἡμῶν θάψον τὸν νεκρόν σου· οὐδεὶς γὰρ ἡμῶν οὐ μὴ κωλύσει τὸ μνημεῖον αὐτοῦ ἀπὸ σοῦ τοῦ θάψαι τὸν νεκρόν σου ἐκεῖ. 7 ἀναστὰς δὲ ῾Αβραὰμ προσεκύνησε τῷ λαῷ τῆς γῆς, τοῖς υἱοῖς τοῦ Χέτ, 8 καὶ ἐλάλησε πρὸς αὐτοὺς ῾Αβραὰμ λέγων· εἰ ἔχετε τῇ ψυχῇ ὑμῶν, ὥστε θάψαι τὸν νεκρόν μου ἀπὸ προσώπου μου, ἀκούσατέ μου καὶ λαλήσατε περὶ ἐμοῦ ᾿Εφρὼν τῷ τοῦ Σαάρ, 9 καὶ δότω μοι τὸ σπήλαιον τὸ διπλοῦν, ὅ ἐστιν αὐτῷ, τὸ ὂν ἐν μέρει τοῦ ἀγροῦ αὐτοῦ· ἀργυρίου τοῦ ἀξίου δότω μοι αὐτὸ ἐν ὑμῖν εἰς κτῆσιν μνημείου. 10 ᾿Εφρὼν δὲ ἐκάθητο ἐν μέσῳ τῶν υἱῶν Χέτ· ἀποκριθεὶς δὲ ᾿Εφρὼν ὁ Χετταῖος πρὸς ῾Αβραὰμ εἶπεν, ἀκουόντων τῶν υἱῶν Χὲτ καὶ τῶν εἰσπορευομένων εἰς τὴν πόλιν πάντων, λέγων· 11 παρ᾿ ἐμοὶ γενοῦ, κύριε, καὶ ἄκουσόν μου· τὸν ἀγρὸν καὶ τὸ σπήλαιον τὸ ἐν αὐτῷ σοὶ δίδωμι· ἐναντίον πάντων τῶν πολιτῶν μου δέδωκά σοι· θάψον τὸν νεκρόν σου· 12 καὶ προσεκύνησεν ῾Αβραὰμ ἐναντίον τοῦ λαοῦ τῆς γῆς 13 καὶ εἶπε τῷ ᾿Εφρὼν εἰς τὰ ὦτα ἐναντίον τοῦ λαοῦ τῆς γῆς· ἐπειδὴ πρὸς ἐμοῦ εἶ, ἄκουσόν μου· τὸ ἀργύριον τοῦ ἀγροῦ λάβε παρ᾿ ἐμοῦ, καὶ θάψω τὸν νεκρόν μου ἐκεῖ. 14 ἀπεκρίθη δὲ ᾿Εφρὼν τῷ ᾿Αβραὰμ λέγων· 15 οὐχὶ κύριε, ἀκήκοα γάρ, γῆ τετρακοσίων διδράχμων ἀργυρίου, ἀλλὰ τί ἂν εἴη τοῦτο ἀνὰ μέσον ἐμοῦ καὶ σοῦ; σὺ δὲ τὸν νεκρόν σου θάψον. 16 καὶ ἤκουσεν ῾Αβραὰμ τοῦ ᾿Εφρών, καὶ ἀποκατέστησεν ῾Αβραὰμ τῷ ᾿Εφρὼν τὸ ἀργύριον, ὃ ἐλάλησεν εἰς τὰ ὦτα τῶν υἱῶν Χέτ, τετρακόσια δίδραχμα ἀργυρίου δοκίμου ἐμπόροις. 17 καὶ ἔστη ὁ ἀγρὸς ᾿Εφρών, ὃς ἦν ἐν τῷ διπλῷ σπηλαίῳ, ὅς ἐστι κατὰ πρόσωπον Μαμβρῆ, ὁ ἀγρὸς καὶ τὸ σπήλαιον, ὃ ἦν ἐν αὐτῷ, καὶ πᾶν δένδρον, ὃ ἦν ἐν τῷ ἀγρῷ, καὶ πᾶν ὅ ἐστιν ἐν τοῖς ὁρίοις αὐτοῦ κύκλῳ, 18 τῷ ῾Αβραάμ, εἰς κτῆσιν ἐναντίον τῶν υἱῶν Χὲτ καὶ πάντων τῶν εἰσπορευομένων εἰς τὴν πόλιν. 19 μετὰ ταῦτα ἔθαψεν ῾Αβραὰμ Σάρραν τὴν γυναῖκα αὐτοῦ ἐν τῷ σπηλαίῳ τοῦ ἀγροῦ τῷ διπλῷ, ὅ ἐστιν ἀπέναντι Μαμβρῆ (αὕτη ἐστὶ Χεβρών) ἐν τῇ γῇ Χαναάν. 20 καὶ ἐκυρώθη ὁ ἀγρὸς καὶ τὸ σπήλαιον, ὃ ἦν ἐν αὐτῷ, τῷ ῾Αβραὰμ εἰς κτῆσιν τάφου παρὰ τῶν υἱῶν Χέτ.


- Vulgata

23. 1 vixit autem Sarra centum viginti septem annis 2 et mortua est in civitate Arbee quae est Hebron in terra Chanaan venitque Abraham ut plangeret et fleret eam 3 cumque surrexisset ab officio funeris locutus est ad filios Heth dicens 4 advena sum et peregrinus apud vos date mihi ius sepulchri vobiscum ut sepeliam mortuum meum 5 responderuntque filii Heth 6 audi nos domine princeps Dei es apud nos in electis sepulchris nostris sepeli mortuum tuum nullusque prohibere te poterit quin in monumento eius sepelias mortuum tuum 7 surrexit Abraham et adoravit populum terrae filios videlicet Heth 8 dixitque ad eos si placet animae vestrae ut sepeliam mortuum meum audite me et intercedite apud Ephron filium Soor 9 ut det mihi speluncam duplicem quam habet in extrema parte agri sui pecunia digna tradat mihi eam coram vobis in possessionem sepulchri 10 habitabat autem Ephron in medio filiorum Heth responditque ad Abraham cunctis audientibus qui ingrediebantur portam civitatis illius dicens 11 nequaquam ita fiat domine mi sed magis ausculta quod loquor agrum trado tibi et speluncam quae in eo est praesentibus filiis populi mei sepeli mortuum tuum 12 adoravit Abraham coram populo terrae 13 et locutus est ad Ephron circumstante plebe quaeso ut audias me dabo pecuniam pro agro suscipe eam et sic sepeliam mortuum meum in eo 14 respondit Ephron 15 domine mi audi terram quam postulas quadringentis argenti siclis valet istud est pretium inter me et te sed quantum est hoc sepeli mortuum tuum 16 quod cum audisset Abraham adpendit pecuniam quam Ephron postulaverat audientibus filiis Heth quadringentos siclos argenti et probati monetae publicae 17 confirmatusque est ager quondam Ephronis in quo erat spelunca duplex respiciens Mambre tam ipse quam spelunca et omnes arbores eius in cunctis terminis per circuitum 18 Abrahae in possessionem videntibus filiis Heth et cunctis qui intrabant portam civitatis illius 19 atque ita sepelivit Abraham Sarram uxorem suam in spelunca agri duplici qui respiciebat Mambre haec est Hebron in terra Chanaan 20 et confirmatus est ager et antrum quod erat in eo Abrahae in possessionem monumenti a filiis Heth


- Statenvertaling

1 En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaren; dit waren de jaren des levens van Sara. 2 En Sara stierf te Kiriath-arba, dat is Hebron, in het land Kanaän; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen. 3 Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende: 4 Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave. 5 En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem: 6 Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven. 7 Toen stond Abraham op, en boog zich neder voor het volk des lands, voor de zonen Heths; 8 En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar, 9 Dat hij mij geve de spelonk van Machpela, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij dezelve mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u. 10 Efron nu zat in het midden van de zonen Heths; en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen Heths, van al degenen, die ter poorte zijner stad ingingen, zeggende: 11 Neen, mijn heer! hoor mij; den akker geef ik u; ook de spelonk, die daarin is, die geef ik u; voor de ogen van de zonen mijns volks geef ik u die; begraaf uw dode. 12 Toen boog zich Abraham neder voor het aangezicht van het volk des lands; 13 En hij sprak tot Efron, voor de oren van het volk des lands, zeggende: Trouwens, zijt gij het? lieve, hoor mij; ik zal het geld des akkers geven; neem het van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven. 14 En Efron antwoordde Abraham, zeggende tot hem: 15 Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode. 16 En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar. 17 Alzo werd de akker van Efron, die in Machpela was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk, die daarin was, en al het geboomte, dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was gevestigd, 18 Aan Abraham tot een bezitting, voor de ogen van de zonen Heths, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen. 19 En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpela, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaän. 20 Alzo werd die akker, en de spelonk die daarin was, aan Abraham gevestigd tot een erfbegrafenis van de zonen Heths.


- Willibrordvertaling

Hoofdstuk 23 De begrafenis van Sara [1] Sara* bereikte de leeftijd van honderdzevenentwintig jaar. [2] Toen stierf zij in Kirjat-Arba, ook Hebron geheten, in Kanaän. Abraham hield eerst de rouwklacht over Sara en beweende haar. [3] Daarna liet hij zijn overleden vrouw alleen en richtte het woord tot de Hethieten*. [4] Hij zei: 'Ik ben bij u maar een vreemdeling; daarom vraag ik: geef mij een eigen begraafplaats, waar ik mijn overleden vrouw kan begraven.' [5] De Hethieten antwoordden Abraham: [6] 'Heer, luister naar ons: u bent voor ons een vorst van God; begraaf uw overledene in het mooiste graf dat wij hebben; niemand van ons zal u zijn graf weigeren, of beletten dat u daarin uw overleden vrouw begraaft.' [7] Toen stond Abraham op, boog diep voor de Hethieten, de ingezetenen van het land, [8] en richtte het woord tot hen: 'Als u ermee instemt dat ik mijn overleden vrouw begraaf, luister dan naar mij, en gebruik uw invloed bij Efron, de zoon van Sochar, [9] zodat hij de grot van Makpela, die zijn eigendom is en die aan de rand van zijn akker ligt, aan mij verkoopt; laat hij die in uw aanwezigheid voor de volle prijs aan mij verkopen, zodat ik een eigen begraafplaats heb.' [10] Onder de aanwezige Hethieten bevond zich ook Efron zelf. En Efron de Hethiet antwoordde Abraham, terwijl alle Hethieten die zitting hielden bij de stadspoort toehoorden: [11] 'Geen sprake van, heer. Luister naar mij: het stuk land schenk* ik u, en de grot die erop ligt geef ik u ook; ten overstaan van mijn volksgenoten geef ik ze u: begraaf uw dode.' [12] Opnieuw boog Abraham diep voor de ingezetenen van het land; [13] Abraham richtte het woord tot Efron terwijl iedereen toehoorde: 'Wees zo goed naar mij te luisteren. Ik wil voor de grond de volle prijs betalen. Neem die van mij aan; dan kan ik mijn dode begraven.' [14] Maar Efron antwoordde Abraham: [15] 'Och heer, luister naar mij: een stuk grond van vierhonderd sikkel zilver, wat maakt dat nu uit voor mij of voor u? Begraaf dus uw dode.' [16] Abraham ging op Efrons aanbod in en woog het zilver af dat Efron ten overstaan van de Hethieten had genoemd: vierhonderd sikkels, zoals in de handel gangbaar was. [17] Zo werd, in aanwezigheid van alle Hethieten die zitting hielden bij de stadspoort, het stuk grond van Efron in Makpela in het oosten van Mamre, de grond met de grot en alle bomen op het terrein, [18] eigendom van Abraham. [19] Daarna begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre of Hebron, in Kanaän. [20] Zo werd het stuk grond met de grot door de Hethieten aan Abraham overgedragen en kreeg hij een eigen begraafplaats.


- De Nieuwe Bijbelvertaling

Hoofdstuk 23 Koop van een familiegraf [1] Sara leefde honderdzevenentwintig jaar. [2] Ze stierf in Kirjat-Arba, het huidige Hebron, in Kanaän. Nadat Abraham bij haar gerouwd had en haar had beweend, [3] stond hij op, verliet de tent waarin zijn overleden vrouw lag en wendde zich tot de Hethieten. Hij zei: [4] 'Ik woon maar als vreemdeling bij u. Geeft u mij hier een eigen graf, dan kan ik mijn overleden vrouw uitdragen en begraven.' [5] De Hethieten antwoordden hem: [6] 'Maar luister, heer, wij beschouwen u als een vorst die door God zelf begunstigd wordt! Begraaf uw vrouw in het beste graf dat we hebben. Niemand van ons zal u zijn graf weigeren en u beletten haar daarin te begraven.' [7] Toen boog Abraham diep voor de Hethitische landeigenaars. [8] 'Als u er dus mee instemt dat ik mijn vrouw uitdraag en begraaf,' zei hij, 'wees dan zo goed er bij Efron, de zoon van Sochar, op aan te dringen [9] dat hij mij de grot van Machpela afstaat, die zijn eigendom is en aan de rand van zijn akker ligt. Laat hij mij die geven voor de volle prijs, zodat ik bij u een eigen graf heb.' [10] Onder de Hethieten die daar zaten, bevond zich ook Efron zelf. Zo luid dat allen die in de stadspoort bijeen waren gekomen het konden horen, zei hij tegen Abraham: [11] 'Geen sprake van, heer! Luister: die akker schenk ik u, en ook de grot die erop ligt. Ten overstaan van mijn volksgenoten geef ik u die; u kunt uw vrouw daarin begraven.' [12] Abraham boog diep voor de landeigenaars, [13] en terwijl iedereen toehoorde antwoordde hij Efron: 'Als u werkelijk ... Maar luistert u toch naar wat ik voorstel! Ik wil de prijs betalen die de akker waard is. Neemt u dat geld toch van mij aan en laat mij er mijn vrouw begraven.' [14] Toen zei Efron tegen Abraham: [15] 'Och luister, heer, een stuk grond van vierhonderd sjekel zilver, wat betekent dat nu voor mij of voor u? U kunt er gerust uw vrouw begraven.' [16] Abraham ging hierop in en woog de hoeveelheid zilver af die Efron in het bijzijn van de andere Hethieten had genoemd: vierhonderd sjekel zilver naar de gangbare handelswaarde. [17] Zo ging de akker van Efron in Machpela, in de buurt van Mamre, met de grot en met alle bomen op dat stuk land, [18] als rechtmatig eigendom over op Abraham, ten overstaan van alle Hethieten die in de stadspoort aanwezig waren. [19] Daarna begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker in Machpela, dicht bij Mamre, het huidige Hebron, in Kanaän. [20] Zo gingen het stuk grond en de daarop gelegen grot van de Hethieten over op Abraham en kwam hij in het bezit van een eigen graf.


- De Naardense bijbel

23:1 De levensdagen van Sara worden honderd jaar en twintig jaar en zeven jaren: dat zijn de jaren van het leven van Sara. Genesis 23:2 Dan sterft Sara, in Kirjat Arba, dat is Hebron, in het land van Kanaän; Abraham komt binnen om Sara te beklagen en haar te bewenen. 23:3 Dan staat Abraham op van boven het aanschijn van zijn dode,- en spreekt de zonen van Cheet aan om te zeggen: 23:4 gast en bijwoner ben ik bij u; geeft u mij een eigen graf bij u, dan kan ik mijn dode begraven van voor mijn aanschijn. 23:5 Dan antwoorden de zonen van Cheet Abraham en zeggen tot hem: 23:6 hoor naar ons, heer: een verhevene van God bent u onder ons; in de keur van onze graven,- begraaf dáár uw dode; niemand van ons zal zijn graf aan u weigeren om uw dode te begraven! 23:7 Abraham staat op en buigt voor de manschap van het land, voor de zonen van Cheet. 23:8 Hij opent het gesprek met hen en zegt: als het uw hartewens is dat ik mijn dode begraaf van voor mijn aanschijn, hoort dan mij aan en bepleit voor mij bij Efron, zoon van Tsochar, 23:9 dat hij mij geeft de spelonk van de Machpela die van hem is,- aan de rand van zijn veld; voor de volle zilverwaarde kan hij mij die geven, als een eigen graf bij u. 23:10 Efron is gezeten onder de zonen van Cheet; Efron de Chitiet antwoordt Abraham voor de oren van de zonen van Cheet, voor allen die gekomen zijn in de poort van zijn stad en zegt: 23:11 nee, mijn heer, hoor naar mij: het veld heb ik u hierbij gegéven, en de spelonk daarin heb ik u gegeven; voor de ogen van de zonen van mijn manschap heb ik het u gegeven: begrááf uw dode! 23:12 Abraham buigt voor het aanschijn van de manschap van het land 23:13 en spreekt tot Efron voor de oren van de manschap van het land door te zeggen: echt, als u nu eens hoorde naar míj!- ik wil het zilvergeld voor het veld geven, neem het van mij aan, dan kan ik mijn dode daar begraven! 23:14 Dan antwoordt Efron Abraham en zegt tot hem: 23:15 mijn heer, hoor naar míj, land voor vierhonderd sikkel zilver, wat zal dat tussen u en mij?- uw dode, begraaf die! 23:16 Abraham hoort naar Efron en Abraham weegt voor Efron het zilver af waarvan hij heeft gesproken voor de oren van de zonen van Cheet: vierhonderd sikkel zilver, gangbaar bij de handelaar. 23:17 Zo komt het veld van Efron bij de Machpela in het zicht van Mamree,- het veld en de spelonk die erin is en al het geboomte op het veld in heel zijn gebied rondom, te boek te staan 23:18 als van Abraham, als aankoop, voor de ogen van de zonen van Cheet,- voor allen die gekomen zijn in de poort van zijn stad. 23:19 Na dat alles heeft Abraham Sara, zijn vrouw, begraven in de spelonk in het veld van de Machpela, in het zicht van Mamree, dat is Hebron; in het land van Kanaän. 23:20 Zo komt het veld met de spelonk daarin te boek te staan als van Abraham als een eigen graf,- gekocht van de zonen van Cheet.


- Bible de Jérusalem

1. La durée de la vie de Sara fut de cent vingt-sept ans, 2. et elle mourut à Qiryat-Arba - c'est Hébron - au pays de Canaan. Abraham entra faire le deuil de Sara et la pleurer. 3. Puis Abraham se leva de devant son mort et parla ainsi aux fils de Hèt : 4. Je suis chez vous un étranger et un résident. Accordez-moi chez vous une possession funéraire pour que j'enlève mon mort et l'enterre. 5. Les fils de Hèt firent cette réponse à Abraham : 6. Monseigneur, écoute-nous plutôt ! Tu es un prince de Dieu parmi nous : enterre ton mort dans la meilleure de nos tombes; personne ne te refusera sa tombe pour que tu puisses enterrer ton mort. 7. Abraham se leva et s'inclina devant les gens du pays, les fils de Hèt, 8. et il leur parla ainsi : Si vous consentez que j'enlève mon mort et que je l'enterre, écoutez-moi et intercédez pour moi auprès d'Éphrôn, fils de Çohar, 9. pour qu'il me cède la grotte de Makpéla, qui lui appartient et qui est à l'extrémité de son champ. Qu'il me la cède pour sa pleine valeur, en votre présence, comme possession funéraire. 10. Or Éphrôn était assis parmi les fils de Hèt, et Éphrôn le Hittite répondit à Abraham au su des fils de Hèt, de tous ceux qui franchissaient la porte de sa ville : 11. Non, Monseigneur, écoute-moi ! Je te donne le champ et je te donne aussi la grotte qui y est, je te fais ce don au vu des fils de mon peuple. Enterre ton mort. 12. Abraham s'inclina devant les gens du pays 13. et il parla ainsi à Éphrôn, au su des gens du pays : Si seulement tu voulais m'écouter ! Je donne le prix du champ, accepte-le de moi, et j'enterrerai là mon mort. 14. Éphrôn répondit à Abraham : 15. Monseigneur, écoute-moi plutôt : une terre de quatre cents sicles d'argent, entre moi et toi, qu'est-ce que cela ? Enterre ton mort. 16. Abraham donna son consentement à Éphrôn et Abraham pesa à Éphrôn l'argent dont il avait parlé au su des fils de Hèt, soit quatre cents sicles d'argent ayant cours chez le marchand. 17. Ainsi le champ d'Éphrôn, qui est à Makpéla, vis-à-vis de Mambré, le champ et la grotte qui y est sise, et tous les arbres qui sont dans le champ, dans sa limite, 18. passèrent en propriété à Abraham au vu des fils de Hèt, de tous ceux qui franchissaient la porte de sa ville. 19. Puis Abraham enterra Sara, sa femme, dans la grotte du champ de Makpéla, vis-à-vis de Mambré c'est Hébron, au pays de Canaan. 20. C'est ainsi que le champ et la grotte qui y est sise furent acquis à Abraham des fils de Hèt comme possession funéraire.


- King James Bible

Gen.23 [1] And Sarah was an hundred and seven and twenty years old: these were the years of the life of Sarah. [2] And Sarah died in Kirjath-arba; the same is Hebron in the land of Canaan: and Abraham came to mourn for Sarah, and to weep for her. [3] And Abraham stood up from before his dead, and spake unto the sons of Heth, saying, [4] I am a stranger and a sojourner with you: give me a possession of a buryingplace with you, that I may bury my dead out of my sight. [5] And the children of Heth answered Abraham, saying unto him, [6] Hear us, my lord: thou art a mighty prince among us: in the choice of our sepulchres bury thy dead; none of us shall withhold from thee his sepulchre, but that thou mayest bury thy dead. [7] And Abraham stood up, and bowed himself to the people of the land, even to the children of Heth. [8] And he communed with them, saying, If it be your mind that I should bury my dead out of my sight; hear me, and intreat for me to Ephron the son of Zohar, [9] That he may give me the cave of Machpelah, which he hath, which is in the end of his field; for as much money as it is worth he shall give it me for a possession of a buryingplace amongst you. [10] And Ephron dwelt among the children of Heth: and Ephron the Hittite answered Abraham in the audience of the children of Heth, even of all that went in at the gate of his city, saying, [11] Nay, my lord, hear me: the field give I thee, and the cave that is therein, I give it thee; in the presence of the sons of my people give I it thee: bury thy dead. [12] And Abraham bowed down himself before the people of the land. [13] And he spake unto Ephron in the audience of the people of the land, saying, But if thou wilt give it, I pray thee, hear me: I will give thee money for the field; take it of me, and I will bury my dead there. [14] And Ephron answered Abraham, saying unto him, [15] My lord, hearken unto me: the land is worth four hundred shekels of silver; what is that betwixt me and thee? bury therefore thy dead. [16] And Abraham hearkened unto Ephron; and Abraham weighed to Ephron the silver, which he had named in the audience of the sons of Heth, four hundred shekels of silver, current money with the merchant. [17] And the field of Ephron, which was in Machpelah, which was before Mamre, the field, and the cave which was therein, and all the trees that were in the field, that were in all the borders round about, were made sure [18] Unto Abraham for a possession in the presence of the children of Heth, before all that went in at the gate of his city. [19] And after this, Abraham buried Sarah his wife in the cave of the field of Machpelah before Mamre: the same is Hebron in the land of Canaan. [20] And the field, and the cave that is therein, were made sure unto Abraham for a possession of a buryingplace by the sons of Heth.


- Luther Bibel

Sara stirbt. Abraham erwirbt ein Erbbegräbnis 231Sara wurde hundertsiebenundzwanzig Jahre alt 2und starb in Kirjat-Arba – das ist Hebron – im Lande Kanaan. Da kam Abraham, dass er sie beklagte und beweinte. 3Danach stand er auf von seiner Toten und redete mit den Hetitern und sprach: 4Ich bin ein Fremdling und Beisasse bei euch; gebt mir ein Erbbegräbnis bei euch, dass ich meine Tote hinaustrage und begrabe. 5Da antworteten die Hetiter Abraham und sprachen zu ihm: 6Höre uns, lieber Herr! Du bist ein Fürst Gottes unter uns. Begrabe deine Tote in einem unserer vornehmsten Gräber; kein Mensch unter uns wird dir wehren, dass du in seinem Grabe deine Tote begräbst. 7Da stand Abraham auf und verneigte sich vor dem Volk des Landes, vor den Hetitern. 8Und er redete mit ihnen und sprach: Gefällt es euch, dass ich meine Tote hinaustrage und begrabe, so höret mich und bittet für mich Efron, den Sohn Zohars, 9dass er mir gebe seine Höhle in Machpela, die am Ende seines Ackers liegt; er gebe sie mir um Geld, soviel sie wert ist, zum Erbbegräbnis unter euch. 10Efron aber saß unter den Hetitern. Da antwortete Efron, der Hetiter, dem Abraham vor den Ohren der Hetiter, vor allen, die beim Tor seiner Stadt versammelt waren, und sprach: 11Nein, mein Herr, sondern höre mir zu! Ich schenke dir den Acker und die Höhle darin und übergebe dir's vor den Augen der Söhne meines Volks, um deine Tote dort zu begraben. 12Da verneigte sich Abraham vor dem Volk des Landes 13und redete mit Efron, sodass das Volk des Landes es hörte, und sprach: Willst du ihn mir lassen, so bitte ich, nimm von mir das Geld für den Acker, das ich dir gebe, so will ich meine Tote dort begraben. 14Efron antwortete Abraham und sprach zu ihm: 15Mein Herr, höre mich doch! Das Feld ist vierhundert Lot Silber wert; was ist das aber zwischen mir und dir? Begrabe nur deine Tote! 16Abraham gehorchte Efron und wog ihm die Summe dar, die er genannt hatte vor den Ohren der Hetiter, vierhundert Lot Silber nach dem Gewicht, das im Kauf gang und gäbe war. 17So wurde Efrons Acker in Machpela östlich von Mamre Abraham zum Eigentum bestätigt, mit der Höhle darin und mit allen Bäumen auf dem Acker umher, 18vor den Augen der Hetiter und aller, die beim Tor seiner Stadt versammelt waren. 19Danach begrub Abraham Sara, seine Frau, in der Höhle des Ackers in Machpela östlich von Mamre, das ist Hebron, im Lande Kanaan. 20So wurden Abraham der Acker und die Höhle darin zum Erbbegräbnis bestätigt von den Hetitern.


- Structuur


- Taalgebruik

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar