Genesis 25 - Gn 25 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -
- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -
Esau en Jakob (Gn 25,19-34) .

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T.
: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

- Genesis taalgebruik - Genesis taalgebruik A - Genesis taalgebruik B - Genesis taalgebruik C - Genesis taalgebruik D - Genesis taalgebruik E - Genesis taalgebruik F - Genesis taalgebruik G - Genesis taalgebruik H - Genesis taalgebruik I - Genesis taalgebruik J - Genesis taalgebruik K - Genesis taalgebruik L - Genesis taalgebruik M - Genesis taalgebruik N - Genesis taalgebruik O - Genesis taalgebruik P - Genesis taalgebruik Q - Genesis taalgebruik R - Genesis taalgebruik S - Genesis taalgebruik T - Genesis taalgebruik U - Genesis taalgebruik Z -

Overzicht van Genesis : - Gn 1 - Gn 2 - Gn 3 - Gn 4 - Gn 5 - Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 - Gn 9 - Gn 10 - Gn 11 - Gn 12 - Gn 13 - Gn 14 - Gn 15 - Gn 16 - Gn 17 - Gn 18 - Gn 19 - Gn 20 - Gn 21 - Gn 22 - Gn 23 - Gn 24 - Gn 25 - Gn 26 - Gn 27 - Gn 28 - Gn 29 - Gn 30 - Gn 31 - Gn 32 - Gn 33 - Gn 34 - Gn 35 - Gn 36 - Gn 37 - Gn 38 - Gn 39 - Gn 40 - Gn 41 - Gn 42 - Gn 43 - Gn 44 - Gn 45 - Gn 46 - Gn 47 - Gn 48 - Gn 49 - Gn 50 -
Uitleg vers per vers : - Gn 25,1 - Gn 25,2 - Gn 25,3 - Gn 25,4 - Gn 25,5 - Gn 25,6 - Gn 25,7 - Gn 25,8 - Gn 25,9 - Gn 25,10 - Gn 25,11 - Gn 25,12 - Gn 25,13 - Gn 25,14 - Gn 25,15 - Gn 25,16 - Gn 25,17 - Gn 25,18 - Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
. Gn 25,1 . Gn 25,2 . Gn 25,3 . Gn 25,4 . Gn 25,5 . Gn 25,6 . Gn 25,7 . Gn 25,8 . Gn 25,9 . Gn 25,10 . Gn 25,11 . Gn 25,12 . Gn 25,13 . Gn 25,14 . Gn 25,15 . Gn 25,16 . Gn 25,17 . Gn 25,18 . Gn 25,19 . Gn 25,20 . Gn 25,21 . Gn 25,22 . Gn 25,23 . Gn 25,24 . Gn 25,25 . Gn 25,26 . Gn 25,27 . Gn 25,28 . Gn 25,29 . Gn 25,30 . Gn 25,31 . Gn 25,32 . Gn 25,33 . Gn 25,34 .

Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
ark-boeken http://www.postorderboekhandel.nl/ http://www.bijbel10daagse.nl/ http://www.olivetree.nl/ bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- `âthar (bidden) , zie Gn 25,21 .
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
-
OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Gn 25,1-6 : Nakomelingen van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -
- Gn 25,1-6 -- Gn 25,1 - Gn 25,2 - Gn 25,3 - Gn 25,4 - Gn 25,5 - Gn 25,6 -

Gn 25,1 - Gn 25,1 . Nakomelingen van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,1 - Gn 25,2 - Gn 25,3 - Gn 25,4 - Gn 25,5 - Gn 25,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
       
[1] Abraham huwde nog een andere vrouw, Ketura genaamd.  
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,1 . Het vers Gn 25,1 telt 6 (2 X 3) woorden en 25 (²) letters . De getalwaarde van Gn 25,1 is 1505 (5 X 7 X 43) .

2. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . Zie verder Gn 25,7 .

Gn 25,2 - Gn 25,2 . Nakomelingen van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,1 - Gn 25,2 - Gn 25,3 - Gn 25,4 - Gn 25,5 - Gn 25,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [2] Zij schonk hem Zimran, Joksan, Medan, Midjan, Jisbak en Suach.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,2 . De som van de getalswaarde van de 7 namen is 1681 (41²) .

Gn 25,3 - Gn 25,3 . Nakomelingen van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,1 - Gn 25,2 - Gn 25,3 - Gn 25,4 - Gn 25,5 - Gn 25,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [3] Joksan was de vader van Seba en Dedan. De zonen van Dedan zijn de Assurieten, de Letusieten en de Leümieten.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,3 .

Gn 25,4 - Gn 25,4 . Nakomelingen van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,1 - Gn 25,2 - Gn 25,3 - Gn 25,4 - Gn 25,5 - Gn 25,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [4] De zonen van Midjan zijn Efa, Efer, Chanok, Abida en Eldaä. Dat zijn allemaal nakomelingen van Ketura.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,4 .

Gn 25,5 - Gn 25,5 . Nakomelingen van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,1 - Gn 25,2 - Gn 25,3 - Gn 25,4 - Gn 25,5 - Gn 25,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [5] Abraham liet alles wat hij bezat aan Isaak na.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,5 .

2. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . Zie verder Gn 25,7 .

Gn 25,6 - Gn 25,6 . Nakomelingen van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,1 - Gn 25,2 - Gn 25,3 - Gn 25,4 - Gn 25,5 - Gn 25,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [6] Aan de zonen van zijn bijvrouwen gaf Abraham wel geschenken, maar hij stuurde ze nog tijdens zijn leven naar het oosten, weg uit de omgeving van zijn zoon Isaak.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,6 .

6. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . Zie verder Gn 25,7 .

10. jitsëchâq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenach : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenach : tsâchaq (lachen) .Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) . Tenach (77) . Pentateuch (70) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (4) . Gn (63) . Gn 25 (7) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,9 . (3) Gn 25,11 . (4) Gn 25,19 . (5) Gn 25,20 . (6) Gn 25,21 . (7) Gn 25,28 . Zie verder Gn 21,3 .


Gn 25,7-11 : Dood van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,7 - Gn 25,8 - Gn 25,9 - Gn 25,10 - Gn 25,11 -

Gn 25,7 - Gn 25,7 . Dood van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,7 - Gn 25,8 - Gn 25,9 - Gn 25,10 - Gn 25,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [7] Abraham bereikte de leeftijd van honderdvijfenzeventig jaar.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,7 . Het vers Gn 25,7 telt 13 woorden en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Gn 25,7 is 3590 (2 X 5 X 359) . Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 . (Gn 25,7) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers .

Bij de aartsvaders Abraham , Isaak , Jakob en Jozef hebben de getallen van hun leeftijden een symbolische betekenis .
1. Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 OF (10 X 17) + 5 . (Gn 25,7) . 5 is de getalwaarde van de letter he . Abram en Saraj ontvangen de letter he in hun naam en zij worden vruchtbaar (Gn 17,5 en Gn 17,15) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers . Som van de factoten : 5 + 5 + 7 = 17 . Dit is de getalwaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
2. Isaak werd 180 jaar oud . 180 = 6² X 5 OF (10 X 17) + 10 . (Gn 35,28) . 6 is de getalwaarde van de letter waw . In Gn 25,19 staat de waw bij het begin van het woord (thôlëdoth) . Getalwaarde : thaw = 22 of 400 ; lamed = 12 of 30 , daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 66 (2 X 3 X 11) OF 840 (2³ X 3 X 5 X 7) . thôlëdoth komt in 7 verzen in Tenakh voor . Op de 6de plaats betreft het Isaak . Som van de factoren : 6 + 6 + 5 = 17 . Dit is de getalwaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
3. Jakob werd 147 jaar oud . 147 = 7² X 3 OF (8 X 17) + 11 . (Gn 49,33) . Som van de factoren : 7 + 7 + 3 = 17 . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) . Ook hier is de plaats van dit vers in de bijbel merkwaardig : het 49ste hoofdstuk en het 33ste vers . Jakob diende 7 jaar voor Lea en Rachel (Gn 29,20 en Gn 29,30) . Jakob verbleef 130 (5 X 26) jaar in Kanaän en 17 jaar in Egypte (Gn 47,28) . Merkwaardig is de plaats in de bijbel (Gn 47,28) . De buitenste getallen van 147 is 17 . Het tweede en derde getal van 147 is 47 . 28 = 4 X 7 (hierin schuilt 47) .
1. - 3. Het product van drie opeenvolgende getallen ( 5 - 6 - 7) in het kwadraat , opklimmend , met drie opeenvolgende onpare getallen afdalend .
- De plechtige zegen in Nu 6,24 - Nu 6,25 - Nu 6,26 telt 3 - 5 - 7 woorden .
4. Jozef leefde 110 jaar . 110 = 5² + 6² + 7² OF (6 X 17) + 8 . De som van drie opeenvolgende getallen in het kwadraat . (Gn 50,22) . of de som van de kwadraten van de aartsvaders . Deze plaats in de bijbel is wellicht ook merkwaardig . (50ste hoofdstuk) X 22 (22ste vers) = 110 .
1. - 4. De vier leeftijden samen geeft de som van 612 (2² X 3² X 17) OF (34 X 17) + 34 . Het is een gemiddelde van 9 X 17 OF 153 . Het getal 153 is een driehoeksgetal . Het getal 153 is de som van alle getallen van 1 tot en met 17 . 612 is een vierkant (4 X 153) . Daarmee is het probleem opgelost waarom de som van de factoren bij Jozef geen 17 is . 17 is de getalwaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
Ook de getalwaarde van de namen van Isaak , Jakob en Jozef heeft een symbolische waarde .
2. Isaak (Gn 21,3) . jitsëchâq (Isaak) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) .
3. Jakob (Gn 25,26) . ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 OF 182 (7 X 26) .
4. Jozef (Gn 30,24) . Jôseph (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samek = 15 of 60 , qoph = 17 of 80 ; totaal : 48 (2² X 2² X 3) OF 156 (6 X 26) .
De getalwaarde van de namen Isaak , Jakob en Jozef volgens de tweede telling wordt gevormd door het product van drie opeenvolgende getallen (8 - 7 - 6) , afdalend , met de getalwaarde van de godsnaam JHWH volgens de gewone telling (26) : 8 X 26 EN 7 X 26 EN 6 X 26 . In totaal geven de twee tellingen 49 + 47 + 48 = 144 (12 X 12) OF 208 + 182 + 156 = 546 (21 X 26) . Het gemiddelde is 48 (4 X 12) OF 182 (7 X 26) .
- Bij de leeftijden en de naamgeving spelen de 2 getalwaarden van de Godsnaam JHWH een beslissende rol . Het getal 17 bij de leeftijden , het getal 26 bij de naamgeving . De leeftijd van Jakob is 147 , de getalwaarde van de naam van Jakob is 47 of 182 (7 X 26) . Bij Jakob overheerst het getal 7 , zowel bij zijn leeftijd als bij de getalwaarde van zijn naam .

    leeftijd   getalwaarde naamgeving
  Abraham 5 X 5 X 7 (17) 175 (10 X 17) + 5  
  Isaak 6 X 6 X 5 (17) 180 (10 X 17) + 10 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26)
  Jakob 7 X 7 X 3 (17) 147 (8 X 17) + 11 47 OF 182 (7 X 26)
  Jozef 5 X 5 X 6 X 6 X 7 X 7 (36) 110 (6 X 17) + 8 48 (2² X 2² X 3) OF 156 (6 X 26)
totaal     612 (34 X 17) + 34 OF 36 X 17 144 (12 X 12) OF 546 (21 X 26)
gemiddeld     153 (9 X 17) 48 (4 X 12) OF 182 (7 X 26) .

5. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenakh : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde van ´abhërâhâm (Abraham) : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Getalwaarde van ´abhërâm (Abram) : 36 (2² X 3²) OF 243 (3² X 3³) . Tenakh (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . lë´abhërâhâm (aan Abraham) . Tenakh (27) . Genesis (15) . Gn 25 (2) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,12 .

Gn 25,7.8. מֵאָה = me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 19 , zie 19 , of 46 (2 X 23) , zie 46 . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (98) . Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) . Gn (6) : (1) Gn 6,3 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 23,1 . (4) Gn 26,12 . (5) Gn 50,22 . (6) Gn 50,26 .
- Grieks . ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Bijbel (211) . OT (194) . NT (17) . Gn (29) .
- Ned. : honderd . Arabisch : مِئَة OF مِائَة = mija of miaja (honderd, 100) . Aramees : מְאָה = mëâh (honderd, 100) . D. : hundert . E. : hundred . Fr. : cent . Grieks : ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Hebreeuws : מֵאָה = me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Latijn : centum (honderd, 100) . Bijbel (193) . OT (177) , NT (16) . Gn (20) .

מֵאָה = me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 19 , zie 19 , of 46 (2 X 23) , zie 46 . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (98) . Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) . Gn (6) : (1) Gn 6,3 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 23,1 . (4) Gn 26,12 . (5) Gn 50,22 . (6) Gn 50,26 . Re (2) : (1) Re 2,8 . (2) Re 8,10 .
- Grieks . ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Bijbel (211) . OT (194) . NT (17) . Gn (29) .
- Latijn : centum (honderd, 100) . Bijbel (193) . OT (177) , NT (16) . Gn (20) . Fr. cent . E. hundred . D. hundert . Aramees : מְאָה = mëâh (honderd, 100) . Arabisch : مِئَة OF مِائَة = mija of miaja (honderd, 100) .

Gn 25,7.9. 15. שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . Getalwaarde) : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 40 of 355 (5 X 71) . Structuur : 3 - 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (270) . Pentateuch (114) . Eerdere Profeten (86) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (51) . Gn (75) . Gn 5 (29) : (1) Gn 5,3 . (2) Gn 5,4 . (3) Gn 5,5 . (4) Gn 5,6 . (5) Gn 5,7 . (6) Gn 5,8 . (7) Gn 5,9 . (8) Gn 5,10 . (9) Gn 5,11 . (10) Gn 5,12 . (11) Gn 5,13 . (12) Gn 5,14 . (13) Gn 5,15 . (14) Gn 5,16 . (15) Gn 5,17 . (16) Gn 5,18 . (17) Gn 5,19 . (18) Gn 5,20 . (19) Gn 5,21 . (20) Gn 5,22 . (21) Gn 5,23 . (22) Gn 5,24 . (23) Gn 5,25 . (24) Gn 5,26 . (25) Gn 5,27 . (26) Gn 5,28 . (27) Gn 5,30 . (28) Gn 5,31 . (29) Gn 5,32 . Gn 25 (4) : (1) Gn 25,7 . (2) Gn 25,17 . (3) Gn 25,20 . (4) Gn 25,26 . Js (9) : (1) Js 7,8 . (2) Js 21,16 . (3) Js 23,15 . (4) Js 23,17 . (5) Js 29,1 . (6) Js 32,10 . (7) Js 36,1 . (8) Js 38,5 . (9) Js 39,3 .
- שָׁנָה = sjânâh < sjanat : een qal vorm vr. : een naamwoord met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijke korte klinker (Lettinga 24c1) . In open lettergreep onmiddellijk vóór de hoofdklemtoon is de korte a verlengd tot â (Lettinga 13i) . De ה = h is de aanwijzing van de lange eindklinker (Lettinga 3d) .
- Grieks : ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Taalgebruik in de LXX : etos (jaar) . Een vorm van ετος = etos (jaar) in de LXX (718) , in het NT (49) .
- Ned. : jaar . Arabisch : سَنَة = sanah (jaar) . Taalgebruik in de Qoran : sanah (jaar) . Aramees : שְׁנָה = sjënâh (jaar) . D. : Jahr . E. : year . Fr. : an of année . Grieks : ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Hebreeuws : שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . Latijn : annus (jaar) .

Gn 25,7.8. - 9. מְאַת שָׁנָה = mëath sjânâh (100 jaar) . Tenakh (5) : (1) Gn 11,10 . (2) Gn 21,5 . (3) Gn 25,7 . (4) Gn 25,17 . (5) Gn 35,28 .

Gn 25,8 - Gn 25,8 . Dood van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,7 - Gn 25,8 - Gn 25,9 - Gn 25,10 - Gn 25,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [8] Toen gaf Abraham de geest en stierf in gezegende ouderdom, oud en verzadigd van jaren, en hij werd met zijn voorvaderen verenigd.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,8 .

3. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . Zie verder Gn 25,7 .

Gn 25,9 - Gn 25,9 . Dood van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,7 - Gn 25,8 - Gn 25,9 - Gn 25,10 - Gn 25,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [9] Zijn zonen Isaak en Ismaël begroeven hem in de grot van Makpela, op de akker van Efron, de zoon van de Hethiet Sochar, ten oosten van Mamre.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,9 . Het vers Gn 25,9 telt 18 (2 X 3²) woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters . De getalwaarde van Gn 25,9 is 4920 (2³ X 3 X 5 X 41) . De begrafenis van Abraham wordt reeds aangekondigd in Gn 15,15 .

Gn 25,9.1. וַיִּקְבְּרוּ = wajjiqëbërû (en zij begroeven) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. קָבַר = qâbhar (begraven) . Taalgebruik in Tenakh : qâbhar (begraven) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 41 OF 302 (2 X 151) . Structuur : 1 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (23) : (1) Gn 25,9 . (2) Gn 35,29 . (3) Gn 50,13 . (4) Joz 24,30 . (5) Joz 24,33 . (6) Re 2,9 . (7) Re 16,31 . (8) 1 S 31,13 . (9) 2 S 3,32 . (10) 2 S 4,12 . (11) 2 S 21,14 . (12) 1 K 14,18 . (13) 1 K 15,8 . (14) 1 K 22,37 . (15) 2 K 9,28 . (16) 2 K 10,35 . (17) 2 K 12,22 . (18) 2 K 15,7 . (19) 1 Kr 10,12 . (20) 2 Kr 13,23 . (21) 2 Kr 25,28 . (22) 2 Kr 26,23 . (23) 2 Kr 27,9 .
- act. ind. aor. 3de pers. mv. εθαψαν = ethapsan (zij begroeven) van het werkw. θαπτω = thaptô (begraven) . Taalgebruik in Tenakh : thaptô (begraven) . Bijbel (43) . OT (40) . NT (3) : (1) Mt 14,12 . (2) Hnd 5,6 . (3) Hnd 5,10 . Gn (7) : (1) Gn 25,9 . (2) Gn 25,10 . (3) Gn 35,29 . (4) Gn 49,31 . (5) Gn 50,12 . (6) Gn 50,13 . (7) Gn 50,26 . Een vorm van θαπτω = thaptô (begraven) in de LXX (177) , in het NT (11) : (1) Mt 8,21 . (2) Mt 8,22 . (3) Mt 14,12 . (4) Lc 9,59 . (5) Lc 9,60 . (6) Lc 16,22 . (7) Hnd 2,29 . (8) Hnd 5,6 . (9) Hnd 5,9 . (10) Hnd 5,10 . (11) 1 Kor 15,4 .

Gn 25,9.1. - 2. וַיִּקְבְּרוּ אֹתוֹ = wajjiqëbërû ´othô (en zij begroeven hem) . Tenakh (15) : (1) Gn 25,9 . (2) Gn 35,29 . (3) Gn 50,13 . (4) Joz 24,30 . (5) Joz 24,33 . (6) 1 K 14,18 . (7) 1 K 15,8 . (8) 2 K 9,28 . (9) 2 K 10,35 . (10) 2 K 12,22 . (11) 2 K 15,7 . (12) 2 Kr 13,23 . (13) 2 Kr 25,28 . (14) 2 Kr 26,23 . (15) 2 Kr 27,9 .
- וַיִּקְבְּרוּ אוֹתוֹ = wajjiqëbërû ´ôthô (en zij begroeven hem. Tenakh (2) : (1) Re 2,9 . (2) Re 16,31 .
- Hebreeuws NBG Hnd 5,10 . וַיִּקְבְּרֻהָ = wajjiqëbëruhâ (en zij begroeven haar) < prefix verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. vr. enk. van het werkw. קָבַר = qâbhar (begraven) . Taalgebruik in Tenakh : qâbhar (begraven) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 41 OF 302 (2 X 151) . Structuur : 1 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 . Niet in Tenakh . Hebreeuws NBG Hnd 5,10 .

Gn 25,9.3. jitsëchâq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenach : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenach : tsâchaq (lachen) .Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) . Tenach (77) . Pentateuch (70) . Gn (63) . Gn 25 (7) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,9 . (3) Gn 25,11 . (4) Gn 25,19 . (5) Gn 25,20 . (6) Gn 25,21 . (7) Gn 25,28 . Zie verder Gn 21,3 .

Gn 25,10 - Gn 25,10 . Dood van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,7 - Gn 25,8 - Gn 25,9 - Gn 25,10 - Gn 25,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [10] Het was de akker die Abraham van de Hethieten gekocht had; daar zijn Abraham en zijn vrouw Sara begraven.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,10 .

4. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . Zie verder Gn 25,7 .

Gn 25,11 - Gn 25,11 . Dood van Abraham - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,7 - Gn 25,8 - Gn 25,9 - Gn 25,10 - Gn 25,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [11] Na Abrahams dood zegende God zijn zoon Isaak. Isaak had zich bij de put van Lachai-Roï gevestigd.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,11 .

1. - 2. אַחַרֵי וַיְהי = wajëhî ´achäre(j) (en het zal zijn na...) . Tenakh (24) : (1) Gn 22,20 . (2) Gn 25,11 . (3) Gn 48,1 . (4) Nu 25,19 . (5) Joz 1,1 . (6) Joz 24,29 . (7) Re 1,1 . (8) Re 16,4 . (9) 1 S 5,9 . (10) 1 S 24,6 . (11) 2 S 1,1 . (12) 2 S 2,1 . (13) 2 S 8,1 . (14) 2 S 10,1 . (15) 2 S 13,1 . (16) 2 S 17,21 . (17) 2 S 21,18 . (18) 1 K 13,23 . (19) 1 K 13,31 . (20) 2 K 6,24 . (21) 1 Kr 18,1 . (22) 1 Kr 19,1 . (23) 1 Kr 20,4 . (24) 2 Kr 25,14 . (25) Ez 17,23 .

2. - 3. ´achäre(j) môth (na de dood van) . Tenakh (11) : (1) Gn 25,11 (Abraham) . (2) Gn 26,18 (verwijzing naar de dood van Abraham) . (3) Lv 16,1 (na de dood van de twee zonen van Aäron) . (4) Joz 1,1 (Mozes) . (5) Re 1,1 (Jozua) . (6) Rt 2,11 (na de dood van je man. Dit is : de dood van Kiljon , de man van de Moabitische Ruth) . (7) 2 S 1,1 (Saul) . (8) 2 K 1,1 (Achab) . (9) 2 K 14,17 (Joas) . (10) 2 Kr 22,4 (na de dood van zijn vader; d.i. Achab) . (11) 2 Kr 25,25 (Joas) .

1. - 3. wajëhî ´achäre(j) môth (na de dood van) . Tenakh (4) : (1) Gn 25,11 (Abraham) . (2) Joz 1,1 (Mozes) . (3) Re 1,1 (Jozua) . (4) 2 S 1,1 (Saul) . Abraham was de eerste Patriarch . Mozes was de wetgever van het volk . Jozua leidde het volk binnen in het land . Saul was de eerste koning .

4. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . Zie verder Gn 25,7 .

8. jitsëchâq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenach : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenach : tsâchaq (lachen) .Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) . Tenach (77) . Pentateuch (70) . Gn (63) . Gn 25 (7) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,9 . (3) Gn 25,11 . (4) Gn 25,19 . (5) Gn 25,20 . (6) Gn 25,21 . (7) Gn 25,28 . Zie verder Gn 21,3 .

11. jitsëchâq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenach : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenach : tsâchaq (lachen) .Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) . Tenach (77) . Pentateuch (70) . Gn (63) . Gn 25 (7) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,9 . (3) Gn 25,11 . (4) Gn 25,19 . (5) Gn 25,20 . (6) Gn 25,21 . (7) Gn 25,28 . Zie verder Gn 21,3 .



Gn 25,12-18 : Nakomelingen van Ismaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,12 - Gn 25,13 - Gn 25,14 - Gn 25,15 - Gn 25,16 - Gn 25,17 - Gn 25,18

Gn 25,12 - Gn 25,12 . Nakomelingen van Ismaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,12 - Gn 25,13 - Gn 25,14 - Gn 25,15 - Gn 25,16 - Gn 25,17 - Gn 25,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [12] Dit zijn de nakomelingen van Ismaël, Abrahams zoon, die Hagar, Sara’s Egyptische slavin, aan Abraham geschonken had.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,12 .

5. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . Zie verder Gn 25,7 .

Gn 25,13 - Gn 25,13 . Nakomelingen van Ismaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,12 - Gn 25,13 - Gn 25,14 - Gn 25,15 - Gn 25,16 - Gn 25,17 - Gn 25,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [13] Dit zijn de namen van Ismaëls zonen, opgenoemd volgens hun geboorte: De eerstgeborene van Ismaël is Nebajot; dan volgen Kedar, Adbeël, Mibsam,        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,13 .

Gn 25,13.4. יִשְׁמָעֵאל = jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Taalgebruik in Tenakh : jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 73 ( 73 als ster) OF 451 (11 X 41) . Structuur : 1 - 3 - 4 - 7 - 1 - 3 . Som der elementen is telkens 10 -> 1 . Abram (36 of 243) + Hagar (28 of 208) = 64 (2³ X 2³) OF 451 (11 X 41) . De getalwaarde van jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) is 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Tenakh (33) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (4) . Gn (11) : (1) Gn 16,11 . (2) Gn 16,15 . (3) Gn 16,16 . (4) Gn 17,18 . (5) Gn 17,23 . (6) Gn 25,12 . (7) Gn 25,13 . (8) Gn 25,16 . (9) Gn 25,17 . (10) Gn 28,9 . (11) Gn 36,3 .
- Arabisch : إسماعيل = ismâ`el (Ismaël) . Taalgebruik in de Qoran : ismâ`ël (Ismaël) .
- Naar de naamgeving wordt er een verband gelegd tussen de zoon en de moeder . Naar de getalwaarde van de letters wordt een verband gelegd met beide ouders , nl. met Abram en Hagar . Vanuit de getalwaarde wordt ook een verband gelegd met de naam Israël , de kleinzoon van Abraham (via Sara) .

Gn 25,13.8. יִשְׁמָעֵאל = jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Taalgebruik in Tenakh : jisjëmâ`e´l (Ismaël) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 73 ( 73 als ster) OF 451 (11 X 41) . Structuur : 1 - 3 - 4 - 7 - 1 - 3 . Som der elementen is telkens 10 -> 1 . Abram (36 of 243) + Hagar (28 of 208) = 64 (2³ X 2³) OF 451 (11 X 41) . De getalwaarde van jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) is 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Tenakh (33) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (4) . Gn (11) : (1) Gn 16,11 . (2) Gn 16,15 . (3) Gn 16,16 . (4) Gn 17,18 . (5) Gn 17,23 . (6) Gn 25,12 . (7) Gn 25,13 . (8) Gn 25,16 . (9) Gn 25,17 . (10) Gn 28,9 . (11) Gn 36,3 .
- Arabisch : إسماعيل = ismâ`el (Ismaël) . Taalgebruik in de Qoran : ismâ`ël (Ismaël) .
- Naar de naamgeving wordt er een verband gelegd tussen de zoon en de moeder . Naar de getalwaarde van de letters wordt een verband gelegd met beide ouders , nl. met Abram en Hagar . Vanuit de getalwaarde wordt ook een verband gelegd met de naam Israël , de kleinzoon van Abraham (via Sara) .

Gn 25,13.9. נְבָיֹת = nëbhâjoth (Nebajot) . Taalgebruik in Tenakh : nëbhâjoth (Nebajot) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , beth = 2 , jod = 10 , taw = 22 of 400 ; totaal : 48 (2² X 2² X 3) OF 462 (2 X 3 X 7 X 11) . Structuur : 5 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (1) : Gn 25,13 . La racine sémitique nbt (surgir, apparaître) pourrait avoir donné le mot nbtw, nabatéen (http://www.cliolamuse.com/spip.php?rubrique36) . Nebajot is de oudste van de twaalf zonen van Ismaël .
- = nëbhâjôth (Nebajoth) . Tenakh (4) : (1) Gn 28,9 . (2) Gn 36,3 . (3) Js 60,7 . (4) 1 Kr 1,29 .
- Grieks . Ναβαιωθ = nabaiôth (Nebajot) . Bijbel (5) , zie hierboven .
- Les Nabatéens forment une tribu arabe dont l’origine géographique est imprécise. Leur nom est à rapprocher de l’hébreu « nabata » qui désigne d’abord les Araméens au temps de Teglat-Phalasar III, puis les tribus arabes nomades qui paient tribut à Assurbanipal. La racine sémitique nbt (surgir, apparaître) pourrait avoir donné le mot nbtw, nabatéen ((http://www.cliolamuse.com/spip.php?rubrique36) .
- Jerobeam wordt getypeerd als de zoon van Nabat . נְבָט = Tenakh (24) . 1K (8) . 2 K (12) . Samen (20) . 1 K (8) : (1) 1 K 12,2 . (2) 1 K 12,15 . (3) 1 K 15,1 . (4) 1 K 16,3 . (5) 1 K 16,26 . (6) 1 K 16,31 . (7) 1 K 21,22 . (8) 1 K 22,53 . 2 K (12) : (1) 2 K 3,3 . (2) 2 K 9,9 . (3) 2 K 10,29 . (4) 2 K 13,2 . (5) 2 K 13,11 . (6) 2 K 14,24 . (7) 2 K 15,9 . (8) 2 K 15,18 . (9) 2 K 15,24 . (10) 2 K 15,28 . (11) 2 K 17,21 . (12) 2 K 23,15 . + Tenakh (1) : 1 K 11,26 . Grieks : ναβατ = Nabat (Nabat) .
- Hebreeuws : נָבַט = nâbhat (openspringen, schijnen; hifil : verlichten) . Aramees: נְבַט = nëbhat . 1. zie Hebreeuws . 2. ontspruiten , groeien . Arabisch : نَبَتَ = nabata (kiemen, ontspruiten, groeien) .

Gn 25,14 - Gn 25,14 . Nakomelingen van Ismaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,12 - Gn 25,13 - Gn 25,14 - Gn 25,15 - Gn 25,16 - Gn 25,17 - Gn 25,18 -
Griekse tekst Vulgaat Masoretische tekst Targum Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
       

[14] Misma, Duma, Massa,

     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,14 .

Gn 25,15 - Gn 25,15 . Nakomelingen van Ismaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,12 - Gn 25,13 - Gn 25,14 - Gn 25,15 - Gn 25,16 - Gn 25,17 - Gn 25,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
       

[15] Chadad, Tema, Jetur, Nafis en Kedema.

     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,15 .

Gn 25,16 - Gn 25,16 . Nakomelingen van Ismaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,12 - Gn 25,13 - Gn 25,14 - Gn 25,15 - Gn 25,16 - Gn 25,17 - Gn 25,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [16] Zo heten de zonen van Ismaël, volgens hun nederzettingen en kampementen: twaalf vorsten van twaalf stammen.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,16 .

Gn 25,17 - Gn 25,17 . Nakomelingen van Ismaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,12 - Gn 25,13 - Gn 25,14 - Gn 25,15 - Gn 25,16 - Gn 25,17 - Gn 25,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
       

[17] Ismaël bereikte de leeftijd van honderdzevenendertig jaar. Toen gaf hij de geest en stierf, en werd hij met zijn voorvaderen verenigd.

     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,17 .

5. - 6. מְאַת שָׁנָה = mëath sjânâh (100 jaar) . Tenakh (5) : (1) Gn 11,10 . (2) Gn 21,5 . (3) Gn 25,7 . (4) Gn 25,17 . (5) Gn 35,28

Gn 25,18 - Gn 25,18 . Nakomelingen van Ismaël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,12 - Gn 25,13 - Gn 25,14 - Gn 25,15 - Gn 25,16 - Gn 25,17 - Gn 25,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [18] De Ismaëlieten woonden tussen Chawila en Sur, vlakbij Egypte tot aan Assur toe. Al zijn broers trotserend had Ismaël daar vaste voet gekregen.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,18 .

Gn 25,19-34 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -

Gn 25,19 - Gn 25,19 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [19] Dit zijn de nakomelingen van Isaak, de zoon van Abraham. Abraham verwekte Isaak.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,19 .

1. 2. wë´ellèh (en deze) .

2. Ontstaansgeschiedenissen wordt op verschillende manieren weergegeven : thôlëdoth , thôlëdôth , tholëdoth en tholëdôth . Viermaal wordt het voorafgegaan door ´ellèh (deze) en zesmaal door wë´ellèh (en deze) . In Gn 5,1 wordt het voorafgegaan door zèh sephèr (dit boek van...) . Overzicht (7 + 2 + 3 + 1 = 13 ; elfmaal in Gn , éénmaal in Nu : Nu 3,1 , éénmaal in Rt : Rt 4,18) : (1) ´ellèh thôlëdôth : Gn 2,4 (hemel en aarde) . (2) zèh sephèr thôlëdoth (dit is het boek van ontstaansgeschiedenissen ; hierop volgt de genealogie van Adam) : Gn 5,1 . (3) ´ellèh thôlëdoth : Gn 6,9 (hierop volgt de geschiedenis van Noach) . (4) wë´ellèh thôlëdoth : Gn 10,1 (hierop volgt de geslachtslijst van Noach) . (5) ´ellèh thôlëdoth : Gn 11,10 (hierop volgt de genealogie van Sjem) . (6) wë´ellèh thôlëdoth : Gn 11,27 (hierop volgt de geschiedenis van Terach , vooral van Abraham) . (7) wë´ellèh tholëdoth : Gn 25,12 (hierop volgt de genealogie van Ismaël) . (8) wë´ellèh thôlëdoth : Gn 25,19 (hierop begint de geschiedenis van Esau en Jakob) . (9) wë´ellèh tholëdôth : Gn 36,1 (hierop volgt de genealogie van Esau) . (10) wë´ellèh tholëdôth : Gn 36,9 (hierop volgt de genealogie van Esau) . (11) ´ellèh tholëdôth : Gn 37,2 (hierop begint de geschiedenis van Jozef en zijn broers) .

3. jitsëchâq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenach : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenach : tsâchaq (lachen) .Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) . Tenach (77) . Pentateuch (70) . Gn (63) . Gn 25 (7) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,9 . (3) Gn 25,11 . (4) Gn 25,19 . (5) Gn 25,20 . (6) Gn 25,21 . (7) Gn 25,28 . Zie verder Gn 21,3 .

5. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . Zie verder Gn 25,7 .

6. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Genesis : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (8 X 31) . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Gn (98) . Gn 25 (9) : (1) Gn 25,1 . (2) Gn 25,5 . (3) Gn 25,6 . (4) Gn 25,7 . (5) Gn 25,8 . (6) Gn 25,10 . (7) Gn 25,11 . (8) Gn 25,12 . (9) Gn 25,19 . Zie verder Gn 25,7 .

9. jitsëchâq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenach : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenach : tsâchaq (lachen) .Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) . Tenach (77) . Pentateuch (70) . Gn (63) . Gn 25 (7) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,9 . (3) Gn 25,11 . (4) Gn 25,19 . (5) Gn 25,20 . (6) Gn 25,21 . (7) Gn 25,28 . Zie verder Gn 21,3 .

Gn 25,20 - Gn 25,20 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [20] Isaak was veertig jaar toen hij Rebekka, de dochter van Betuël, de Arameeër uit Paddan-Aram, de zuster van de Arameeër Laban, tot vrouw nam.      

King James Bible . And Isaac was forty years old when he took Rebekah to wife, the daughter of Bethuel the Syrian of Padanaram, the sister to Laban the Syrian.

Tekstuitleg van Gn 25,20 . Het vers Gn 25,20 telt 17 woorden en 67 letters . De getalwaarde van Gn 25,20 is 4830 (2 X 3 X 5 X 7 X 23) .

Bij de aartsvaders אַבְרָהָם = Abraham , יִצְחָק = Isaak , יַעֳקֹב = Jakob en יוֹסֵף = Jozef hebben de getallen van hun leeftijden een symbolische betekenis .
1. Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 OF (10 X 17 = 170) + 5 . (Gn 25,7) . 5 is de getalswaarde van de letter he . Abram en Saraj ontvangen de letter he in hun naam en zij worden vruchtbaar (Gn 17,5 en Gn 17,15) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers . Som van de factoten : 5 + 5 + 7 = 17 . Dit is de getalswaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
2. Isaak werd 180 jaar oud . 180 = 6² X 5 OF (10 X 17 = 170) + 10 . (Gn 35,28) . 6 is de getalswaarde van de letter waw . In Gn 25,19 staat de waw bij het begin van het woord (thôlëdoth) . Getalswaarde : thaw = 22 of 400 ; lamed = 12 of 30 , daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 66 (2 X 3 X 11) OF 840 (2³ X 3 X 5 X 7) . thôlëdoth komt in 7 verzen in Tenakh voor . Op de 6de plaats betreft het Isaak . Som van de factoren : 6 + 6 + 5 = 17 . Dit is de getalswaarde van de letter pe (mond) . 17 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
3. Jakob werd 147 jaar oud . 147 = 7² X 3 OF (8 X 17 = 136) + 11 . (Gn 49,33) . Som van de factoren : 7 + 7 + 3 = 17 . 17 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) . Ook hier is de plaats van dit vers in de bijbel merkwaardig : het 49ste hoofdstuk en het 33ste vers . Jakob diende 7 jaar voor Lea en Rachel (Gn 29,20 en Gn 29,30) . Jakob verbleef 130 (5 X 26) jaar in Kanaän en 17 jaar in Egypte (Gn 47,28) . Merkwaardig is de plaats in de bijbel (Gn 47,28) . De buitenste getallen van 147 is 17 . Het tweede en derde getal van 147 is 47 . 28 = 4 X 7 (hierin schuilt 47) .
1. - 3. Het product van drie opeenvolgende getallen ( 5 - 6 - 7) in het kwadraat , opklimmend , met drie opeenvolgende onpare getallen afdalend (7 - 5 - 3) .
- De plechtige zegen in Nu 6,24 - Nu 6,25 - Nu 6,26 telt 3 - 5 - 7 woorden .
4. Jozef leefde 110 jaar . 110 = 5² ( = 25) + 6² ( = 36) + 7² ( = 49) OF (6 X 17) + 8 . De som van drie opeenvolgende getallen in het kwadraat . (Gn 50,22) OF de som van de kwadraten van de aartsvaders . Deze plaats in de bijbel is wellicht ook merkwaardig . (50ste hoofdstuk) X 22 (22ste vers) (5 X 22) = 110 .
1. - 4. De vier leeftijden samen geeft de som van 612 (2² X 3² X 17) OF : (10 + 10 + 8 + 6 = 34) X 17 PLUS (5 + 10 + 11 + 8 = .34 = 2 X 17) OF 36 X 17 . Het gemiddelde van de leeftijden van de aartsvaders is 9 X 17 OF 153 . Het getal 153 is een driehoeksgetal . Het getal 153 is de som van alle getallen van 1 tot en met 17 . 612 is een vierkant (4 X 153) . Daarmee is het probleem opgelost waarom de som van de factoren bij Jozef geen 17 is . 17 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH volgens de kleine telling (1 + 5 + 6 + 5 = 17) .
Ook de getalswaarde van de namen van Isaak , Jakob en Jozef heeft een symbolische waarde .
2. Isaak (Gn 21,3) . יִצְחָק = jitsëchâq (Isaak) . Getalswaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) .
3. Jakob (Gn 25,26) . יַעֳקֹב = ja`äqobh (Jakob) . Getalswaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 OF 182 (7 X 26) .
4. Jozef (Gn 30,24) . יוֹסֵף = Jôseph (Jozef) . Getalswaarde : jod = 10 , waw = 6 , samek = 15 of 60 , qoph = 17 of 80 ; totaal : 48 (2² X 2² X 3) OF 156 (6 X 26) .
De getalswaarde van de namen Isaak , Jakob en Jozef volgens de tweede telling wordt gevormd door het product van drie opeenvolgende getallen (8 - 7 - 6) , afdalend , met de getalswaarde van de godsnaam JHWH volgens de gewone telling (26) : 8 X 26 EN 7 X 26 EN 6 X 26 . In totaal geven de twee tellingen 49 + 47 + 48 = 144 (12 X 12) OF 208 + 182 + 156 = 546 (21 X 26) . Het gemiddelde is 48 (4 X 12) OF 182 (7 X 26) .
- Bij de leeftijden en de naamgeving spelen de 2 getalswaarden van de Godsnaam JHWH een beslissende rol . Het getal 17 bij de leeftijden , het getal 26 bij de naamgeving . De leeftijd van Jakob is 147 , de getalswaarde van de naam van Jakob is 47 of 182 (7 X 26) . Bij Jakob overheerst het getal 7 , zowel bij zijn leeftijd als bij de getalswaarde van zijn naam .

    leeftijd   getalswaarde naamgeving
  Abraham 5 X 5 X 7 (5 + 5 + 7 = 17) 175 (10 X 17) + 5  
  Isaak 6 X 6 X 5 (6 + 6 + 5 = 17) 180 (10 X 17) + 10 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26)
  Jakob 7 X 7 X 3 (7 + 7 + 3 = 17) 147 (8 X 17) + 11 47 OF 182 (7 X 26)
  Jozef (5 X 5) + (6 X 6) + (7 X 7) (5 + 5 + 6 + 6 + 7 + 7 = 36) 110 (6 X 17) + 8 48 (2² X 2² X 3) OF 156 (6 X 26)
totaal     612 (34 X 17) + 34 OF 36 X 17 144 (12 X 12) OF 546 (21 X 26)
gemiddeld     153 (9 X 17) 48 (4 X 12) OF 182 (7 X 26) .

2. jitsëchâq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenach : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenach : tsâchaq (lachen) .Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) . Tenach (77) . Pentateuch (70) . Gn (63) . Gn 25 (7) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,9 . (3) Gn 25,11 . (4) Gn 25,19 . (5) Gn 25,20 . (6) Gn 25,21 . (7) Gn 25,28 . Zie verder Gn 21,3 .

4. אַרְבָּעִימ = ´arëbâ`îm (veertig , 40) . Taalgebruik in Tenakh : ´arëbâ`îm (veertig . 40) . Getalwaarde : aleph = 1 ; resj = 20 of 200 ; beth = 2 ; ajin = 16 of 70 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 62 of 323 (323) . Tenakh (91) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (22) . Gn (11) : (1) Gn 5,13 (veertig in combinatie met 840) . (2) Gn 7,4 (veertig dagen en veertig nachten) . (3) Gn 7,12 (watervloed) . (4) Gn 7,17 (watervloed) . (5) Gn 8,6 (watervloed) . (6) Gn 18,28 (45 rechtvaardigen) . (7) Gn 18,29 (tweemaal : 40 rechtvaardigen) . (8) Gn 25,20 (Isaak = 40 jaar , neemt Rebecca tot vrouw) . (9) Gn 26,34 (Esau nam twee vrouwen, toen hij veertig jaar was) . (10) Gn 32,16 (40 koeien) . (11) Gn 50,3 (balseming van Jakob) .
- וְאַרְבָּעִימ = wë´arëbâ`îm (en veertig , 40) . Tenakh (8) : (1) Job 42,16 . (2) Ezr 2,8 . (3) Ezr 2,25 . (4) Neh 7,62 . (5) Neh 7,67 . (6) Neh 9,21 . (7) 1 Kr 19,18 . (8) 2 Kr 24,1 .
- Grieks . τεσσαρακοντα = tessarakonta (40) . Zie : telwoorden . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Tenakh (115) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (29) . Gn (12) : + Gn 47,28 .
- Latijn . quadraginta . Bijbel (146) . OT (124) . NT (22) . Gn (11) . Fr. quarante . N. veertig . E. forty . D. vierzig . Aramees : אַרְבָּעִין = ´arëbâ`îm (veertig) . Arabisch : اَرْبَعُونَ = ´arba`ûna (veertig) .

3. - 5. bèn ´arëbâ`îm sjânâh (40 jaar oud) . De getalwaarde van ben (zoon, oud) : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 of 52 . De getalwaarde van ´arëbâ`îm (veertig) : aleph = 1 ; resj = 20 of 200 ; beth = 2 ; ajin = 16 of 70 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 62 of 323 (323) . De getalwaarde van sjânâh (jaar) is : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 40 of 355 (5 X 71) . Totale getalwaarde : 16 + 62 + 40 of 52 + 323 + 355 = 118 of 730 . In vier verzen in de bijbel . Isaak neemt Rebecca tot vrouw (Gn 25,20) . Esau nam twee vrouwen, toen hij veertig jaar was (Gn 26,34) . (3) Joz 14,7 (Jozua) . (4) 2 S 2,10 (Isboset , de zoon van Saul) .

4. - 5. ´arëbâ`îm sjânâh (40 jaar) . De getalwaarde van ´arëbâ`îm (veertig) : aleph = 1 ; resj = 20 of 200 ; beth = 2 ; ajin = 16 of 70 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 62 of 323 (323) . De getalwaarde van sjânâh (jaar) is : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 40 of 355 (5 X 71) . Totale getalwaarde : 62 + 40 of 323 + 355 = 102 of 678 . In éénendertig verzen in de bijbel . In elf verzen in de Pentateuch : (1) Gn 5,13 (veertig in combinatie met 840) . (2) Gn 25,20 (Isaak neemt Rebecca tot vrouw) . (3) Gn 26,34 (Esau nam twee vrouwen, toen hij veertig jaar was) . (4) Ex 16,35 (Eten van het manna in de woestijn) . In vijf verzen voor wat het verblijf van veertig jaren in de woestijn betreft . (5) Nu 14,33 . (6) zie verder Nu 14,34 (Eén dag voor één jaar) . (7) Nu 32,13 . (8) Dt 2,7 . (9) Dt 8,2 . (10) Dt 8,4 . (11) Dt 29,4 .

11. אֲרַמִּי = ´ärammî (Arameeër) . Taalgebruik in Tenakh : ´ärammî (Arameeër) . Hapax in de bijbel : Dt 26,5 .
- הָאֲרַמִּי = hâ´ärammî (de Arameeër) . Tenakh (5) : (1) Gn 25,20 . (2) Gn 28,5 . (3) Gn 31,20 . (4) Gn 31,24 . (5) 2 K 5,20 .

16. אֲרַמִּי = ´ärammî (Arameeër) . Taalgebruik in Tenakh : ´ärammî (Arameeër) . Hapax in de bijbel : Dt 26,5 .
- הָאֲרַמִּי = hâ´ärammî (de Arameeër) . Tenakh (5) : (1) Gn 25,20 . (2) Gn 28,5 . (3) Gn 31,20 . (4) Gn 31,24 . (5) 2 K 5,20 .

Gn 25,21 - Gn 25,21 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
    wajjè`ëthar Jitsëchâq laJHWH wajje`âthèr lô JHWH     [21] Isaak bad vurig tot de heer omdat zijn vrouw onvruchtbaar bleef. De heer verhoorde zijn gebed en zijn vrouw Rebekka werd zwanger.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,21 .

In Gn 25,21 is er sprake over het gebed van Isaak , over de onvruchtbaarheid van Rebekka , over de verhoring van het gebed van Isaak door JHWH en over de zwangerschap van Rebecca . Verhaalkundig gezien heeft de onvruchtbaarheid van Rebecca niet lang geduurd . Het is dankzij het gebed van Isaak dat de onvruchtbaarheid van Rebecca werd opgeheven .

1. wajjè`ëthar (en hij bad) . Verbindingswoord waw + werkwoordvorm qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In vier verzen in de bijbel : (1) Gn 25,21 (wajjè`ëthar ... laJHWH = en hij bad tot JHWH) . (2) Ex 8,26 (wajjè`ëthar ... ´èl JHWH = en hij bad tot JHWH) . (3) Ex 10,18 (wajjè`ëthar ... ´èl JHWH = en hij bad tot JHWH) . (4) Re 13,8 (wajjè`ëthar ... ´èl JHWH = en hij bad tot JHWH) .
- `âthar (bidden) . Verwijzing : `âthar (bidden) , zie Gn 25,21 . . `âthar (bidden) .
- wajje`âthèr (hij liet zich verbidden , hij verhoorde) . In vier verzen in de bijbel : (1) Gn 25,21 . (2) 2 S 21,14 . (3) 2 S 24,25 . (4) Ezr 8,13 . (5) 2 Kr 33,13 . In Gn 25,21 : wajjè`ëthar Jitsëchâq laJHWH = en hij bad tot JHWH ... wajje`âthèr lô JHWH = en JHWH verhoorde hem .
- edeito (hij verzocht) . deomai ; nodig hebben , behoeven , verlangen , verzoeken . In drie verzen in de bijbel : (1) 25,21 . (2) Da 6,11 . (3) Lc 8,38 .
- deèsis (vraag, verzoek, behoefte) . In tien verzen in de bijbel . In drie verzen in het N.T. : (1) Lc 1,13 .

2. jitsëchâq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenach : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenach : tsâchaq (lachen) .Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) . Tenach (77) . Pentateuch (70) . Gn (63) . Gn 25 (7) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,9 . (3) Gn 25,11 . (4) Gn 25,19 . (5) Gn 25,20 . (6) Gn 25,21 . (7) Gn 25,28 . Zie verder Gn 21,3 .

7. `äqârâh (onvruchtbaar) . Taalgebruik in Tenach : `äqârâh (onvruchtbaar) . Gr. steiros . Lat. sterilis . Fr. stérile . Ned. onvruchtbaar . D. unfruchtbar . E. barren . Tenach (8) : (1) Gn 11,30 (Sara) . (2) Gn 25,21 (Rebekka) . (3) Gn 29,31 (Rachel) . (4) Re 13,2 (de moeder van Simson) . (5) Re 13,3 . (6) 1 S 2,5 (Hanna , de moeder van Samuël) . (7) Js 54,1 . (8) Job 24,21 . wë`äqârâh (en onvruchtbaar) . Tenach (2) : (1) Ex 23,26 . (2) Dt 7,14 . In deze 10 verzen heeft de LXX steira als vertaling . Gr. nom. vr. enk. steira van het bijvoegl. naamw. steiros (onvruchtbaar) . Taalgebruik in het N.T. : steiros (onvruchtbaar) . Lc (2) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 1,36 . Een vorm van steiros in de LXX (17) , in het N.T. (4) . soera 3,40 .

Gn 25,22 - Gn 25,22 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
skirmôn de ta paidia en autèi   wajjithërotsätsû     [22] Maar toen de kinderen in haar schoot tegen elkaar stootten, dacht ze: ‘Als het zo gaat, wat staat mij dan te wachten?’ Daarom ging zij de heer* raadplegen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,22 .

1. וַיִּתְרֹצֲצוּ = wajjithërotsätsû (en zij bewogen zich heftig, zij botsten tegen elkaar) < prefix voegwoord wë + werkw. vorm hithpoël imperfectum derde persoon mannelijk meervoud van het werkw. רָצַץ = râtsats (knakken, verbreken, verdrukken) . Taalgebruik in Tenakh : râtsats (knakken, verbreken, verdrukken) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 56 (2³ X 7) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 2 - 9 - 9 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenach (1) Gn 25,22 . Een vorm van רָצַץ = râtsats (knakken, verbreken, verdrukken) in Tenakh (19) .
- LXX : act. ind. imperf. 3de pers. mv. = eskirtôn van het werkw. σκιρταω = skirtaô (huppelen, springen, dansen) . Taalgebruik in de LXX : skirtaô (huppelen, springen, dansen) . Taalgebruik in het N.T. : skirtaô (huppelen, springen, dansen) . Een vorm van skirtaô (huppelen, springen, dansen) , in de LXX (7) , in Lc (NT) in 3 verzen : (1) Lc 1,41 . (2) Lc 1,44 . (3) Lc 6,23 .
Er is een sterke literaire overeenkomst tussen Gn 25,22 en Lc 1,41 .
- Gn 25,22 : skirmôn de ta paidia en autèi (sprongen de kinderen op in haar)
- Lc 1,41 : eskirtèsen to brefos en tèi koiliai autès (sprong het kind op in haar schoot) .

6. כֵן = khen (zo) . Taalgebruik in Tenakh : khen (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 70 (2 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 7. Tenakh (514) . Pentateuch (156) . Eerdere Profeten (109) . Latere Profeten (109) . 12 Kleine Profeten (25) . Geschriften (115) . Gn (48) . Gn 25 (3) : (1) Gn 25,22 . (2) Gn 25,26 . (3) Gn 25,30 .

11. - 13. lidrosj ´èth JHWH (om JHWH te raadplegen) . Tenach (4) : (1) Gn 25,22 . (2) 1 K 22,8 . (3) 2 K 20,1 . (4) Ez 20,1 .

Gn 25,23 - Gn 25,23 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23 kai eipen kurios autè duo ethnè en tè gastri sou eisin kai duo laoi ek tès koilias sou diastalèsontai kai laos laou uperexei kai o meizôn douleusei tô elassoni   23 qui respondens ait duae gentes in utero tuo sunt et duo populi ex ventre tuo dividentur populusque populum superabit et maior minori serviet    23 En de HEERE zeide tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natiën zullen zich uit uw ingewand van een scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen.  [23] En de heer sprak tot haar: ‘Twee* volken zijn het, die u draagt; twee volksstammen die al in uw schoot uiteengaan.< Een van de twee zal machtiger zijn: de oudste zal dienstbaar zijn aan de jongste.’   [23] De HEER zei tegen haar: ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen.’  23 Dan zegt de ENE tot haar: twee volkeren in je schoot, twee stammen zullen vanuit jouw ingewand scheiden; de ene stam zal sterker zijn dan de andere stam, de overvloedige zal dienstbaar zijn aan de geringere!  23. et Yahvé lui dit »Il y a deux nations en ton sein, deux peuples, issus de toi, se sépareront, un peuple dominera un peuple, l'aîné servira le cadet.» 

King James Bible . And the LORD said unto her, Two nations are in thy womb, and two manner of people shall be separated from thy bowels; and the one people shall be stronger than the other people; and the elder shall serve the younger.
Luther-Bibel . 23 Und der HERR sprach zu ihr: Zwei Völker sind in deinem Leibe, und zweierlei Volk wird sich scheiden aus deinem Leibe; und ein Volk wird dem andern überlegen sein, und der Ältere wird dem Jüngeren dienen.

Tekstuitleg van Gn 25,23 . Dit vers Gn 25,23 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 65 (5 X 13) letters . De getalwaarde van Gn 25,23 is 2784 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 29) .

1. wajj´omèr (en hij zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . Qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In 1879 verzen in de bijbel . In 594 verzen in de Pentateuch .In 315 verzen in het boek Gn (Genesis) , zie Gn 12,1 . In vijf verzen in Gn 25 : (1) Gn 25,23 . (2) Gn 25,30 . (3) Gn 25,31 . (4) Gn 25,32 . (5) Gn 25,33 .

2. JHWH . Verwijzing : JHWH , zie Ps 1,2 . In 5193 verzen in de bijbel . In 128 verzen in Gn (Genesis) , zie Gn 12,1 . In drie verzen in Gn 25 : (1) Gn 25,21 . (2) Gn 25,22 . (3) Gn 25,23 .

1. - 2. wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . ´âmar (zeggen) . In 204 verzen in de bijbel . In achttien verzen in Gn (zie Gn 12,1) : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 3,13 . (3) Gn 3,14 . (4) Gn 3,22 . (5) Gn 4,6 . (6) Gn 4,9 . (7) Gn 4,15 . (8) Gn 6,3 . (9) Gn 6,7 . (10) Gn 7,1 . (11) Gn 8,21 . (12) Gn 11,6 . (13) Gn 12,1 . (14) Gn 18,13 . (15) Gn 18,20 . (16) Gn 18,26 . (17) Gn 25,23 . (18) Gn 31,3 .

Gn 25,24 - Gn 25,24 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [24] Toen de tijd van de bevalling was gekomen, was er inderdaad een tweeling in haar schoot.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,24 .

1. - 3. de tijd om te bevallen (Rebekka - Elisabeth - Maria) .
- Gn 25,24 : kai eplèrôthèsan hai hèmerai tou tekein autèn (en de dagen werden vol dat zij zou bevallen) .
- Lc 1,57 : eplèsthè ho chronos tou tekein autèn (de tijd werd vervuld dat zij zou bevallen) .
- Lc 2,6 : eplèsthèsan hai hèmerai tou tekein autèn (de dagen werden vervuld dat zij zou bevallen) .

Gn 25,25 - Gn 25,25 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
       

[25] De eerste die tevoorschijn kwam was rossig* en van top tot teen zo behaard als een mantel; hij kreeg de naam Esau.

     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,25 .

Gn 25,26 - Gn 25,26 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [26] Na hem kwam zijn broer tevoorschijn. Hij hield met zijn hand de hiel van Esau vast; om die reden kreeg hij de naam Jakob*. Isaak was zestig jaar, toen zij geboren werden.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,26 . Het vers Gn 25,26 bestaat uit 17 woorden en 62 (2 X 31) letters . De getalwaarde van Gn 25,26 is 4406 (2 X 2203) . In de eerste 6 woorden vinden we 3X de letters אח = ach terug , die staan voor אָח = ´âch (broer) . Al van in de moederschoot gaat het om broederschap .

Gn 25,26.1. וְאַחֲרֵי = wë´achäre(j) (en achter, en na) <. prefix voegwoord wë + voorzetsel (de vorm van een stat. constr. mann. mv.) . Zie : אַחֲרֵי = ´achäre(j) (achter, na) . Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j) (achter) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 219 (3 X 73) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (45) . Pentateuch (17) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (8) . Gn (5) : (1) Gn 15,14 . (2) Gn 23,19 . (3) Gn 25,26 . (4) Gn 32,21 . (5) Gn 45,15 .
- אַחֲרֵי = ´achäre(j) (achter, na) . Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j) (achter) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 219 (3 X 73) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (294) . Pentateuch (80) . Eerdere Profeten (134) . Latere Profeten (37) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (38) . Gn (39) . Gn 25 (1) : Gn 25,26 .
- In dit woord vinden we de letters אח = ach terug , die staan voor אָח = ´âch (broer) .

Gn 25,26.2. כֵן = khen (zo) . Taalgebruik in Tenakh : khen (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 70 (2 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 7. Tenakh (514) . Pentateuch (156) . Eerdere Profeten (109) . Latere Profeten (109) . 12 Kleine Profeten (25) . Geschriften (115) . Gn (48) . Gn 25 (3) : (1) Gn 25,22 . (2) Gn 25,26 . (3) Gn 25,30 .

Gn 25,26.1. - 2. אַחַרֵי כֵן = ´achäre(j) khen (achter zo, zo dan) . Tenakh (23) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (13) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (1) : Jl 3,1 . Geschriften (4) . Tenakh (23) : (1) Gn 6,4 . (2) Gn 41,31 . (3) Ex 11,1 . (4) Joz 10,26 . (5) Re 16,4 . (6) 1 S 9,13 . (7) 1 S 24,6 . (8) 1 S 24,9 . (9) 2 S 2,1 . (10) 2 S 8,1 . (11) 2 S 10,1 . (12) 2 S 13,1 . (13) 2 S 21,14 . (14) 2 S 21,18 . (15) 2 S 24,10 . (16) 2 K 6,24 . (17) 1 Kr 18,1 . (18) 1 Kr 19,1 . (19) 1 Kr 20,4 . (20) Job 3,1 . (21) Js 1,26 . (22) Jr 34,11 . (23) Jl 3,1 .
- וְאַחֲרֵי כֵן = wë´achäre(j) khen (en achter zo, en zo dan, en daarna) . Tenakh (20) . (1) Gn 15,14 . (2) Gn 23,19 . (3) Gn 25,26 . (4) Gn 32,21 . (5) Gn 45,15 . (6) Ex 3,20 . (7) Ex 11,8 . (8) Ex 34,32 . (9) Lv 16,26 . (10) Lv 16,28 . (11) Nu 4,15 . (12) Nu 8,15 . (13) Nu 8,22 . (14) Nu 9,17 . (15) Joz 8,34 . (16) 2 Kr 33,14 . (17) Jr 16,16 . (18) Jr 21,7 . (19) Jr 46,26 . (20) Jr 49,6 .

Gn 25,26.3. act. qal qatal (perf.) 3de pers. mann. enk. יָצָא = jâtsa´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekkenn) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 29 (priemgetal) OF 101 priemgetal . Structuur : 1 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . j-ts-´ : Tenakh (141) . Pentateuch (42) .

Gn 25,26.4. (1) אָחִיו = ´achîw (zijn broer) < mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . (2) אֶחָיו = ´èchâ(j)w (zijn broers) < mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. אָח = ´âch (broer) . Taalgebruik in Tenakh : ´ach (broer) . Getalwaarde = aleph = 1 , chet = 8 ; totaal : 9 (3²) . Structuur : 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (153) . Pentateuch (88) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (23) . Gn (64) . Gn 25 (2) : (1) Gn 25,18 . (2) Gn 25,26 .
- אָח = ´âch (broer) < naamwoord met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker (qal-vorm) (Lettinga 24c1) . De korte klinker onderging een verandering van kwantiteit (korte a werd lange a) onder invloed van de pausa-vorm (Lettings 13h) . Stat. construct. אֲחִי = ächî (Lettinga 37b) ; de uitgang zou een oude genit.-uitgang zijn (Lettinga 23f) . Het suffix van het bezittelijk voornaamwoord 3de pers. mann. enk. is normalerwijze hu ; in sommige gevallen valt de h weg (Lettinga 11f1) . Met suffix אָחִיו = ´achîw (zijn broer) .
- Grieks : ὁ αδελφος αυτου = ho adelfos autou (zijn broer) . LXX (20) . NT (4) .
- Ned. : broer . Arabisch : أخ = ´ach (broer) . Taalgebruik in de Qoran : ´ach (broer) . D. : Bruder . E. : brother . Fr. : frère . Grieks : αδελφος = adelfos (broer) . Taalgebruik in het NT : adelfos (broer) . Hebreeuws : אָח = ´âch (broer) . Taalgebruik in Tenakh : ´ach (broer) . Lat.: frater (fra-ter , pa-ter , ma-ter ; broe-der , va-der, moe-der) .

Gn 25,26.5. וְיָדוֹ = wëjâdô (en zijn hand) < prefix voegwoord wë + zelfst. naamw. vr. enk. jâd + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. יָד = jâd (hand) . Taalgebruik in Tenakh : jâd (hand) . Getalwaarde : jod = 10 . daleth = 4 . Totaal 14 (2 X 7) . Structuur : 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (5) .
- יָד = jâd (hand) < zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en oorspronkelijk 1 korte klinker (qal-vorm) (Lettinga 24c1) . De korte klinker onderging een verandering van kwantiteit (korte a werd lange a) onder invloed van de pausa-vorm (Lettings 13h) .
- Grieks : χειρ = cheir (hand) . Taalgebruik in het NT : cheir (hand) . Taalgebruik in de Septuaginta : cheir (hand) .
- Ned. : hand . Arabisch : يد = jad (hand) . Taalgebruik in de Qoran : jad (hand) . D. : Hand . E. : hand . Fr. : main . Grieks : χειρ = cheir (hand) . Taalgebruik in het NT : cheir (hand) ; cfr chirurgie, chiropraxie . Hebreeuws : יָד = jâd (hand) . Taalgebruik in Tenakh : jâd (hand) . Lat. :manus (cfr manufacture, manuel = handleiding, manipuler) .

Gn 25,26.6. act. part. vr. enk. אֹחֶזֶת = ´ochèzèth (vastgrijpende) van het werkw. אָחַז = ´âchaz (grijpen, vatten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âchaz (grijpen, vatten) . Tenakh (1) .
- act. part. mann. enk. was oorspronkelijk qâtil (lange a en korte i) . Hetj heeft zich ontwikkeld tot qôtel .
- act. part. vr. enk. was oorspronkelijk qâtilat of qâtilth . Hij heeft zich ontwikkeld tot qôtèlèth (Lettinga 43v) . Tussen de l en de th is een hulpklinker , meestal è , ingevoegd .
- In dit woord vinden we de letters אח = ach terug , die staan voor אָח = ´âch (broer) .

Gn 25,26.7. בַּעֲקֵב = ba`äqebh (in / aan / met de hiel) < prefix voorzetsel bë + zelfst. naamw. עָקֵב = `âqebh (hiel, hoef, achterhoede) . Taalgebruik in Tenakh : `âqebh (hiel, hoef, achterhoede) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 37 OF 172 (2² X 43) . Structuur : 7 - 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (20) . In het woord עָקֵב = `âqebh (hiel, hoef, achterhoede) vinden we dezelfde medeklinkers van de eigennaam יַעֳקֹב = ja`äqobh (Jakob) .
- עָקֵב = `âqebh (hiel, hoef, achterhoede) < een zelfst. naamw. met 3 medeklinkers en 2 oorspronkelijke korte klinkers (qatil-vorm) (Lettinga 24e2) . In open lettergrepen onmiddellijk vóór de hoofdklemtoon is de a verlengd tot â (Lettinga 13i) . De i in lettergrepen met klemtoon is e geworden (Lettinga 13m) .
- De korte a is vervluchtigd tot sëwa , in ons geval tot hatef patach (Lettinga 13i) . Vóór laryngalen met hatef overeenkomstige volle klinker (Lettinga 61) . Dit gebeurde door assimilatie (Lettinga 14d3) .

Gn 25,26.8. עֵשָׂו = `eshâw (Esau) . `-sh-w : (1) `âshû = zij maakten / deden) OF (2) `äshû (doet) OF (3) `eshâw (Esau) . Taalgebruik in Tenakh : `eshâw (Esau) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , waw = 6 ; totaal : 43 of 376 (2³ X 47) . Structuur : 7 - 3 - 6 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (234) . Pentateuch (105) . Eerdere Profeten (40) . Latere Profeten (51) . 12 Kleine Profeten (12) . Geschriften (26) . Genesis (64) . Gn 32 (8) . In Gn 25,25 komt de naam עֵשָׂו = `eshâw (Esau) voor het eerst voor .

Gn 25,26.7. - 8. בַּעֲקֵב עֵשָׂו = ba`äqebh `eshâw (in / aan / met de hiel van Esau) . De auteur laat als het ware de twee namen (Jakob - Esau) tegen elkaar botsen . Jakob houdt vast en laat niet af . Dat zien we ook in het verhaal aan de Jabbok (Gn 32,23-33) . Jakob wil de eerste , overwinnaar zijn . Hij wil over zijn broer heersen . Doordat hij als 2de geboren wordt , is hij normalerwijze aan zijn oudste broer onderworpen en komt de zegen van de eerstgeborene aan Esau toe .

Gn 25,26.9. וַיִּקְרָא = wajjiqërâ´ (en hij riep, hij heet, hij noemde) < prefix waw consecutivum + werkwoordvorm act. qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud van het werkwoord קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (209) . Pentateuch (90) . Eerdere Profeten (81) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (25) . Gn (55) .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. εκαλεσεν = ekalesen (hij riep) van het werkw. καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . Een vorm van καλεω = kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het NT (148) .

kaleô (roepen) actief bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev. P. A. b.
act. ind. aor. 3de pers. enk. ekalesen 204 195 9 3 1 1     4   5  

- Ned. : roepen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא =qërâ´ (roepen) . D. : rufen . E. : to call . Fr. : appeler (Lat. . appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Grieks : καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Hebreeuws : קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Lat. : vocare (vox = stem) . l (qâla) en r (qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) .

Gn 25,26.10. שֵׁמוֹ = sjëmô (zijn naam) < zelfst. naamw. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. שֵׁם = sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . . Tenakh (163) . Pentateuch (60) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (27) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (44) .
- שֵׁם = sjem (naam) < zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 korte klinker (qil-vorm) . i is in gesloten lettergrepen met klemtoon e geworden (Lettinga 13m) .
- שֵׁמוֹ = sjëmô (zijn naam) < onmiddellijk voor de hoogfdklemtoon is de i of de daaruit ontstane e in open lettergrepen deels vervluchtigd tot sëwa (Lettinga 13o) .
- וּשְׁמוֹ = ûsjëmô (en zijn naam) < prefix voegwoord wë + zelfst. naamw. sjem + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. sj-m . שָׁם = sjâm (daar) OF שֵׁם = sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) . Structuur : 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (33) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (15) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (3) .

Gn 25,26.11. יַעֳקֹב = ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenakh : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Genesis : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Taalgebruik in de LXX : iakôb (Jakob) . Taalgebruik in het NT : iakôb (Jakob) . Tenakh (252) . Pentateuch (146) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (48) . 12 Kleine Profeten (24) . Geschriften (28) . Gn (132) . Gn 32 (14) : (1) Gn 32,3 . (2) Gn 32,4 . (3) Gn 32,5 . (4) Gn 32,7 . (5) Gn 32,8 . (6) Gn 32,10 . (7) Gn 32,21 . (8) Gn 32,25 . (9) Gn 32,26 . (10) Gn 32,28 . (11) Gn 32,29 . (12) Gn 32,30 . (13) Gn 32,31 . (14) Gn 32,33 . In 14 (2 X 7) verzen in Gn 32 ; in 7 verzen in Gn 32,2-22 en in 7 verzen in Gn 32,23-33 .
- Bij het werkwoord van de qatalvorm hoort een imperfectum van het type jaqtul (Lettinga 43g) . a is in gesloten lettergrepen zonder klemtoon dikwijls i geworden ; uit jaqtul ontstaat יִקְטֹל = jiqtol (hij zal doden) (Lettinga 13g) . u is in lettergrepen met klemtoon o geworden ; uit jaqtul ontstond יִקְטֹל = jiqtol (hij zal doden) (Lettinga 13p) . Bij het imperf. qal is de klinker van het preformatief door de nabijheid van de laryngalis a (Lettinga 48c) . De sëwa quiescens is dikwijls vervangen door hatef , die de klank van de voorafgaande klinker heeft aangenomen (Lettinga 48,e) .

Bij de aartsvaders Abraham , Isaak en Jakob spelen de getallen van hun leeftijden een symbolische betekenis .
- Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 . (Gn 25,7) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers . Som van de factoren : 5 + 5 + 7 = 17 .
- Isaak werd 180 jaar oud . 180 = 6² X 5 . (Gn 35,28) . Som van de factoren : 6 + 6 + 5 = 17 .
- Jakob werd 147 jaar oud . 147 = 7² X 3 . (Gn 49,33) . Som van de factoren : 7 + 7 + 3 = 17 . Ook hier is de plaats van dit vers in de bijbel merkwaardig : het 49ste hoofdstuk en het 33ste vers .
Het product van drie opeenvolgende getallen ( 5 - 6 - 7) in het kwadraat , opklimmend , met drie opeenvolgende onpare getallen afdalend .
- Jozef leefde 110 jaar . 110 = 5² + 6² + 7² . De som van drie opeenvolgende getallen in het kwadraat . (Gn 50,22) . Deze plaats in de bijbel is wellicht ook merkwaardig . 5 (50ste hoofdstuk) X 22 (22ste vers) = 110 .
Ook de getalwaarde van de namen kan een symbolische waarde hebben .
- Isaak (Gn 21,3) . jitsëchâq (Isaak) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) .
- Jakob (Gn 25,26) . ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 OF 182 (7 X 26) .
- Jozef (Gn 30,24) . Jôseph (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samek = 15 of 60 , qoph = 17 of 80 ; totaal : 48 (2³ X 2² X 3) OF 156 (6 X 26) .
Het product van drie opeenvolgende getallen (8 - 7 - 6) , afdalend , met de getalwaarde van de godsnaam JHWH = 26 .
Het is opvallend dat bij Jakob het getal 7 overwegend is . De leeftijd van Jakob is 147 (14 = 2 X 7 ; 7) OF 7² X 3 . Som van de factoren is 17 (7 + 7 + 3) . De getalwaarde van de naam Jakob is 182 (7 X 26) .

Gn 25,26.12. וְיִצְחָק < prefix voegwoord wë + eigennaam יִצְחָק = jitsëchaq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenakh : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. יִצְחָק = jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. צָחַק = tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenakh : tsâchaq (lachen) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 55 (5 X 11) OF 208 (8 X 26) . Structuur : 1 - 9 - 8 - 1 . De som van de elementen is telkens 1 .

Bij de aartsvaders Abraham , Isaak en Jakob spelen de getallen van hun leeftijden een symbolische betekenis .
- Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 . (Gn 25,7) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers . Som van de factoren : 5 + 5 + 7 = 17 .
- Isaak werd 180 jaar oud . 180 = 6² X 5 . (Gn 35,28) . Som van de factoren : 6 + 6 + 5 = 17 .
- Jakob werd 147 jaar oud . 147 = 7² X 3 . (Gn 49,33) . Som van de factoren : 7 + 7 + 3 = 17 . Ook hier is de plaats van dit vers in de bijbel merkwaardig : het 49ste hoofdstuk en het 33ste vers .
Het product van drie opeenvolgende getallen ( 5 - 6 - 7) in het kwadraat , opklimmend , met drie opeenvolgende onpare getallen afdalend .
- Jozef leefde 110 jaar . 110 = 5² + 6² + 7² . De som van drie opeenvolgende getallen in het kwadraat . (Gn 50,22) . Deze plaats in de bijbel is wellicht ook merkwaardig . 5 (50ste hoofdstuk) X 22 (22ste vers) = 110 .
Ook de getalwaarde van de namen kan een symbolische waarde hebben .
- Isaak (Gn 21,3) . jitsëchâq (Isaak) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) .
- Jakob (Gn 25,26) . ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 OF 182 (7 X 26) .
- Jozef (Gn 30,24) . Jôseph (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samek = 15 of 60 , qoph = 17 of 80 ; totaal : 48 (2³ X 2² X 3) OF 156 (6 X 26) .
Het product van drie opeenvolgende getallen (8 - 7 - 6) , afdalend , met de getalwaarde van de godsnaam JHWH = 26 .
Het is opvallend dat bij Jakob het getal 7 overwegend is . De leeftijd van Jakob is 147 (14 = 2 X 7 ; 7) OF 7² X 3 . Som van de factoren is 17 (7 + 7 + 3) . De getalwaarde van de naam Jakob is 182 (7 X 26) .

13. בֵּן = bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalwaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . De som van de elementen is 7 . Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga 13m) , bin werd ben . In gesloten lettergrepen zonder klemtoon is de uit de i ontstane e è geworden (Lettinga 13n) , vandaar bèn .

14.

Gn 25,26.15. שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . Getalwaarde) : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 40 of 355 (5 X 71) . Structuur : 3 - 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (270) . Pentateuch (114) . Eerdere Profeten (86) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (51) . Gn (75) . Gn 5 (29) : (1) Gn 5,3 . (2) Gn 5,4 . (3) Gn 5,5 . (4) Gn 5,6 . (5) Gn 5,7 . (6) Gn 5,8 . (7) Gn 5,9 . (8) Gn 5,10 . (9) Gn 5,11 . (10) Gn 5,12 . (11) Gn 5,13 . (12) Gn 5,14 . (13) Gn 5,15 . (14) Gn 5,16 . (15) Gn 5,17 . (16) Gn 5,18 . (17) Gn 5,19 . (18) Gn 5,20 . (19) Gn 5,21 . (20) Gn 5,22 . (21) Gn 5,23 . (22) Gn 5,24 . (23) Gn 5,25 . (24) Gn 5,26 . (25) Gn 5,27 . (26) Gn 5,28 . (27) Gn 5,30 . (28) Gn 5,31 . (29) Gn 5,32 . Gn 25 (4) : (1) Gn 25,7 . (2) Gn 25,17 . (3) Gn 25,20 . (4) Gn 25,26 . Js (9) : (1) Js 7,8 . (2) Js 21,16 . (3) Js 23,15 . (4) Js 23,17 . (5) Js 29,1 . (6) Js 32,10 . (7) Js 36,1 . (8) Js 38,5 . (9) Js 39,3 .
- שָׁנָה = sjânâh < sjanat : een qal vorm vr. : een naamwoord met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijke korte klinker (Lettinga 24c1) . In open lettergreep onmiddellijk vóór de hoofdklemtoon is de korte a verlengd tot â (Lettinga 13i) . De ה = h is de aanwijzing van de lange eindklinker (Lettinga 3d) .
- Grieks : ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Taalgebruik in de LXX : etos (jaar) . Een vorm van ετος = etos (jaar) in de LXX (718) , in het NT (49) .
- Ned. : jaar . Arabisch : سَنَة = sanah (jaar) . Taalgebruik in de Qoran : sanah (jaar) . Aramees : שְׁנָה = sjënâh (jaar) . D. : Jahr . E. : year . Fr. : an of année . Grieks : ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Hebreeuws : שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . Latijn : annus (jaar) .

Gn 25,27 - Gn 25,27 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [27] Toen de jongens groot geworden waren, werd Esau een kundig jager, een man die altijd in het veld was. Jakob daarentegen was een rustig man, die bij zijn tenten bleef.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,27 .

Gn 25,28 - Gn 25,28 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [28] Isaak had een voorkeur voor Esau, want hij at graag wildbraad; maar Rebekka hield meer van Jakob.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,28 .

2. jitsëchâq (Isaak) . Eigennaam . Taalgebruik in Tenach : jitsëchâq (Isaak) . Taalgebruik in Genesis : jitsëchâq (Isaak) . De naam is een werkwoordvorm : act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jitsëchâq (hij lachte) van het werkw. tsâchaq (lachen) . Taalgebruik in Tenach : tsâchaq (lachen) .Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) . Tenach (77) . Pentateuch (70) . Gn (63) . Gn 25 (7) : (1) Gn 25,6 . (2) Gn 25,9 . (3) Gn 25,11 . (4) Gn 25,19 . (5) Gn 25,20 . (6) Gn 25,21 . (7) Gn 25,28 . Zie verder Gn 21,3 .

Gn 25,29 - Gn 25,29 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [29] Toen Jakob eens aan het koken was, kwam Esau uitgeput van een van zijn tochten terug.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,29 .

Gn 25,30 - Gn 25,30 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [30] Hij zei tegen Jakob: ‘Geef mij eens gauw wat van* die rode brij, want ik ben doodop.’ Zo kreeg hij de naam Edom.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,30 . Het vers Gn 25,30 telt 18 (2 X 3²) woorden en 59 letters . De getalwaarde van Gn 25,30 is 2427 (3 X 809) .

15. כֵן = khen (zo) . Taalgebruik in Tenakh : khen (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 70 (2 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 7. Tenakh (514) . Pentateuch (156) . Eerdere Profeten (109) . Latere Profeten (109) . 12 Kleine Profeten (25) . Geschriften (115) . Gn (48) . Gn 25 (3) : (1) Gn 25,22 . (2) Gn 25,26 . (3) Gn 25,30 .

18. ´ëdôm (Edom, rood) . Taalgebruik in Tenach : ´ëdôm (Edom) . Getalwaarde : aleph = 1 , daleth = 4 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 24 (2³ X 3) OF 51 . Tenach (80) . Gn (11) : (1) Gn 25,30 . (2) Gn 32,4 . (3) Gn 36,1 . (4) Gn 36,8 . (5) Gn 36,9 . (6) Gn 36,16 . (7) Gn 36,17 . (8) Gn 36,19 . (9) Gn 36,21 . (10) Gn 36,31 . (11) Gn 36,43 . De kleinzoon is Amalek . `ämâleq (Amalek) . Taalgebruik in Tenach : `ämâleq (Amalek) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , lameth = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 240 (2² X 2² X3 X 5) ; verhouding : 1 op 4 .

Gn 25,31 - Gn 25,31 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [31] Jakob antwoordde: ‘Dan moet je mij je eerstgeboorterecht verkopen.’        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,31 .

Gn 25,32 - Gn 25,32 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [32] Daarop zei Esau: ‘Man, ik ga dood, wat kan mij mijn eerstgeboorterecht schelen?’        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,32 .

b
Gn 25,33 - Gn 25,33 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [33] Jakob drong aan: ‘Zweer* daar dan eerst een eed op.’ En Esau legde de eed af en verkocht zo zijn eerstgeboorterecht aan Jakob.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,33 .

8. wajjimëkor (en hij verkocht) < verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. mâkhar (verkopen) . Taalgebruik in Tenakh : mâkhar (verkopen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 260 (2² X 5 X 13) . Structuur : 4 - 2 - 2 . Tenakh (2) : (1) Gn 25,33 . (2) 1 S 12,9 . In deze 2 teksten geeft de LXX de werkwoordvorm aor. 3de pers. enk. apedoto (hij gaf weg, hij verkocht) van het werkw. apodidômi (weg-gegeven, verkopen) . Zie ook Mt 13,44 .
- Grieks . med. ind. aor. 3de pers. enk. apedoto (hij gaf weg) . Bijbel (10) : (1) Gn 25,33 . (2) Lv 25,27 . (3) Lv 25,50 . (4) Dt 32,30 . (5) Re 2,14 . (6) Re 3,8 . (7) Re 4,2 . (8) Re 10,7 . (9) 1 S 12,9 . (10) Spr 31,24 .
- D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre .

b
Gn 25,34 - Gn 25,34 : Esau en Jakob - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- Gn 25 -- bijbelverwijzingen -- Gn 25,1-6 -- Gn 25,7-11 -- Gn 25,12-18 -- Gn 25,19-34 -- Gn 25,19 - Gn 25,20 - Gn 25,21 - Gn 25,22 - Gn 25,23 - Gn 25,24 - Gn 25,25 - Gn 25,26 - Gn 25,27 - Gn 25,28 - Gn 25,29 - Gn 25,30 - Gn 25,31 - Gn 25,32 - Gn 25,33 - Gn 25,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [34] Toen gaf Jakob hem brood en linzenbrij. Hij at en dronk en ging weer weg. Zo weinig gaf Esau om zijn eerstgeboorterecht.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 25,34 .


1prosthemenos de abraam elaben gunaika è onoma chettoura2eteken de autô ton zemran kai ton iexan kai ton madan kai ton madiam kai ton iesbok kai ton sôue3iexan de egennèsen ton saba kai ton thaiman kai ton daidan uioi de daidan egenonto ragouèl kai nabdeèl kai assouriim kai latousiim kai loômim4uioi de madiam gaifa kai afer kai enôch kai abira kai elraga pantes outoi èsan uioi chettouras5edôken de abraam panta ta uparchonta autou isaak tô uiô autou6kai tois uiois tôn pallakôn autou edôken abraam domata kai exapesteilen autous apo isaak tou uiou autou eti zôntos autou pros anatolas eis gèn anatolôn7tauta de ta etè èmerôn zôès abraam osa ezèsen ekaton ebdomèkonta pente etè8kai eklipôn apethanen abraam en gèrei kalô presbutès kai plèrès èmerôn kai prosetethè pros ton laon autou9kai ethapsan auton isaak kai ismaèl oi uioi autou eis to spèlaion to diploun eis ton agron efrôn tou saar tou chettaiou o estin apenanti mambrè10ton agron kai to spèlaion o ektèsato abraam para tôn uiôn chet ekei ethapsan abraam kai sarran tèn gunaika autou11egeneto de meta to apothanein abraam eulogèsen o theos isaak ton uion autou kai katôkèsen isaak para to frear tès oraseôs12autai de ai geneseis ismaèl tou uiou abraam on eteken agar è paidiskè sarras tô abraam13kai tauta ta onomata tôn uiôn ismaèl kat' onoma tôn geneôn autou prôtotokos ismaèl nabaiôth kai kèdar kai nabdeèl kai massam14kai masma kai idouma kai massè15kai choddad kai thaiman kai ietour kai nafes kai kedma16outoi eisin oi uioi ismaèl kai tauta ta onomata autôn en tais skènais autôn kai en tais epaulesin autôn dôdeka archontes kata ethnè autôn17kai tauta ta etè tès zôès ismaèl ekaton triakonta epta etè kai eklipôn apethanen kai prosetethè pros to genos autou18katôkèsen de apo euilat eôs sour è estin kata prosôpon aiguptou eôs elthein pros assurious kata prosôpon pantôn tôn adelfôn autou katôkèsen19kai autai ai geneseis isaak tou uiou abraam abraam egennèsen ton isaak20èn de isaak etôn tessarakonta ote elaben tèn rebekkan thugatera bathouèl tou surou ek tès mesopotamias adelfèn laban tou surou eautô gunaika21edeito de isaak kuriou peri rebekkas tès gunaikos autou oti steira èn epèkousen de autou o theos kai elaben en gastri rebekka è gunè autou22eskirtôn de ta paidia en autè eipen de ei outôs moi mellei ginesthai ina ti moi touto eporeuthè de puthesthai para kuriou 23 kai eipen kurios autè duo ethnè en tè gastri sou eisin kai duo laoi ek tès koilias sou diastalèsontai kai laos laou uperexei kai o meizôn douleusei tô elassoni 24kai eplèrôthèsan ai èmerai tou tekein autèn kai tède èn diduma en tè koilia autès25exèlthen de o uios o prôtotokos purrakès olos ôsei dora dasus epônomasen de to onoma autou èsau26kai meta touto exèlthen o adelfos autou kai è cheir autou epeilèmmenè tès pternès èsau kai ekalesen to onoma autou iakôb isaak de èn etôn exèkonta ote eteken autous rebekka27èuxèthèsan de oi neaniskoi kai èn èsau anthrôpos eidôs kunègein agroikos iakôb de èn anthrôpos aplastos oikôn oikian28ègapèsen de isaak ton èsau oti è thèra autou brôsis autô rebekka de ègapa ton iakôb29èpsèsen de iakôb epsema èlthen de èsau ek tou pediou ekleipôn30kai eipen èsau tô iakôb geuson me apo tou epsematos tou purrou toutou oti ekleipô dia touto eklèthè to onoma autou edôm31eipen de iakôb tô èsau apodou moi sèmeron ta prôtotokia sou emoi32eipen de èsau idou egô poreuomai teleutan kai ina ti moi tauta ta prôtotokia33kai eipen autô iakôb omoson moi sèmeron kai ômosen autô apedoto de èsau ta prôtotokia tô iakôb34iakôb de edôken tô èsau arton kai epsema fakou kai efagen kai epien kai anastas ôcheto kai efaulisen èsau ta prôtotokia


1 Abraham vero aliam duxit uxorem nomine Cetthuram 2 quae peperit ei Zamram et Iexan et Madan et Madian et Iesboch et Sue 3 Iexan quoque genuit Saba et Dadan filii Dadan fuerunt Assurim et Lathusim et Loommim 4 at vero ex Madian ortus est Epha et Opher et Enoch et Abida et Eldaa omnes hii filii Cetthurae 5 deditque Abraham cuncta quae possederat Isaac 6 filiis autem concubinarum largitus est munera et separavit eos ab Isaac filio suo dum adhuc ipse viveret ad plagam orientalem 7 fuerunt autem dies vitae eius centum septuaginta quinque anni 8 et deficiens mortuus est in senectute bona provectaeque aetatis et plenus dierum congregatusque est ad populum suum 9 et sepelierunt eum Isaac et Ismahel filii sui in spelunca duplici quae sita est in agro Ephron filii Soor Hetthei e regione Mambre 10 quem emerat a filiis Heth ibi sepultus est ipse et Sarra uxor eius 11 et post obitum illius benedixit Deus Isaac filio eius qui habitabat iuxta puteum nomine Viventis et videntis 12 hae sunt generationes Ismahel filii Abraham quem peperit ei Agar Aegyptia famula Sarrae 13 et haec nomina filiorum eius in vocabulis et generationibus suis primogenitus Ismahelis Nabaioth dein Cedar et Abdeel et Mabsam 14 Masma quoque et Duma et Massa 15 Adad et Thema Itur et Naphis et Cedma 16 isti sunt filii Ismahel et haec nomina per castella et oppida eorum duodecim principes tribuum suarum 17 anni vitae Ismahel centum triginta septem deficiens mortuus est et adpositus ad populum suum 18 habitavit autem ab Evila usque Sur quae respicit Aegyptum introeuntibus Assyrios coram cunctis fratribus suis obiit 19 hae quoque sunt generationes Isaac filii Abraham Abraham genuit Isaac 20 qui cum quadraginta esset annorum duxit uxorem Rebeccam filiam Bathuel Syri de Mesopotamiam sororem Laban 21 deprecatusque est Dominum pro uxore sua eo quod esset sterilis qui exaudivit eum et dedit conceptum Rebeccae 22 sed conlidebantur in utero eius parvuli quae ait si sic mihi futurum erat quid necesse fuit concipere perrexitque ut consuleret Dominum 23 qui respondens ait duae gentes in utero tuo sunt et duo populi ex ventre tuo dividentur populusque populum superabit et maior minori serviet 24 iam tempus pariendi venerat et ecce gemini in utero repperti sunt 25 qui primus egressus est rufus erat et totus in morem pellis hispidus vocatumque est nomen eius Esau protinus alter egrediens plantam fratris tenebat manu et idcirco appellavit eum Iacob 26 sexagenarius erat Isaac quando nati sunt parvuli 27 quibus adultis factus est Esau vir gnarus venandi et homo agricola Iacob autem vir simplex habitabat in tabernaculis 28 Isaac amabat Esau eo quod de venationibus illius vesceretur et Rebecca diligebat Iacob 29 coxit autem Iacob pulmentum ad quem cum venisset Esau de agro lassus 30 ait da mihi de coctione hac rufa quia oppido lassus sum quam ob causam vocatum est nomen eius Edom 31 cui dixit Iacob vende mihi primogenita tua 32 ille respondit en morior quid mihi proderunt primogenita 33 ait Iacob iura ergo mihi iuravit Esau et vendidit primogenita 34 et sic accepto pane et lentis edulio comedit et bibit et abiit parvipendens quod primogenita