Genesis 31 - Gn 31 -- bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 31 -
- Gn 31,1-21 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van Genesis : - Gn 1 - Gn 2 - Gn 3 - Gn 4 - Gn 5 - Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 - Gn 9 - Gn 10 - Gn 11 - Gn 12 - Gn 13 - Gn 14 - Gn 15 - Gn 16 - Gn 17 - Gn 18 - Gn 19 - Gn 20 - Gn 21 - Gn 22 - Gn 23 - Gn 24 - Gn 25 - Gn 26 - Gn 27 - Gn 28 - Gn 29 - Gn 30 - Gn 31 - Gn 32 - Gn 33 - Gn 34 - Gn 35 - Gn 36 - Gn 37 - Gn 38 - Gn 39 - Gn 40 - Gn 41 - Gn 42 - Gn 43 - Gn 44 - Gn 45 - Gn 46 - Gn 47 - Gn 48 - Gn 49 - Gn 50 -
Uitleg vers per vers : - Gn 31,1 - Gn 31,2 - Gn 31,3 - Gn 31,4 - Gn 31,5 - Gn 31,6 - Gn 31,7 - Gn 31,8 - Gn 31,9 - Gn 31,10 - Gn 31,11 - Gn 31,12 - Gn 31,13 - Gn 31,14 - Gn 31,15 - Gn 31,16 - Gn 31,17 - Gn 31,18 - Gn 31,19 - Gn 31,20 - Gn 31,21 - Gn 31,22 - Gn 31,23 - Gn 31,24 - Gn 31,25 - Gn 31,26 - Gn 31,27 - Gn 31,28 - Gn 31,29 - Gn 31,30 - Gn 31,31 - Gn 31,32 - Gn 31,33 - Gn 31,34 - Gn 31,35 - Gn 31,36 - Gn 31,37 - Gn 31,38 - Gn 31,39 - Gn 31,40 - Gn 31,41 - Gn 31,42 - Gn 31,430 - Gn 31,44 - Gn 31,45 - Gn 31,46 - Gn 31,47 - Gn 31,48 - Gn 31,49 - Gn 31,50 - Gn 31,51 - Gn 31,52 - Gn 31,53 - Gn 31,54 -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

- Genesis taalgebruik - Genesis taalgebruik A - Genesis taalgebruik B - Genesis taalgebruik C - Genesis taalgebruik D - Genesis taalgebruik E - Genesis taalgebruik F - Genesis taalgebruik G - Genesis taalgebruik H - Genesis taalgebruik I - Genesis taalgebruik J - Genesis taalgebruik K - Genesis taalgebruik L - Genesis taalgebruik M - Genesis taalgebruik N - Genesis taalgebruik O - Genesis taalgebruik P - Genesis taalgebruik Q - Genesis taalgebruik R - Genesis taalgebruik S - Genesis taalgebruik T - Genesis taalgebruik U - Genesis taalgebruik Z -


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
             

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
-
OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Jakob verlaat Laban . Gn 31,1-21 - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 31 -- Gn 31,1-21 -- Gn 31,1 - Gn 31,2 - Gn 31,3 - Gn 31,4 - Gn 31,5 - Gn 31,6 - Gn 31,7 - Gn 31,8 - Gn 31,9 - Gn 31,10 - Gn 31,11 - Gn 31,12 - Gn 31,13 - Gn 31,14 - Gn 31,15 - Gn 31,16 - Gn 31,17 - Gn 31,18 - Gn 31,19 - Gn 31,20 - Gn 31,21 -

Gn 31,1 - Gn 31,1 : Jakob verlaat Laban - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 31 -- Gn 31,1-21 -- Gn 31,1 - Gn 31,2 - Gn 31,3 - Gn 31,4 - Gn 31,5 - Gn 31,6 - Gn 31,7 - Gn 31,8 - Gn 31,9 - Gn 31,10 - Gn 31,11 - Gn 31,12 - Gn 31,13 - Gn 31,14 - Gn 31,15 - Gn 31,16 - Gn 31,17 - Gn 31,18 - Gn 31,19 - Gn 31,20 - Gn 31,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,2 - Gn 31,2 : Jakob verlaat Laban - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 31 -- Gn 31,1-21 -- Gn 31,1 - Gn 31,2 - Gn 31,3 - Gn 31,4 - Gn 31,5 - Gn 31,6 - Gn 31,7 - Gn 31,8 - Gn 31,9 - Gn 31,10 - Gn 31,11 - Gn 31,12 - Gn 31,13 - Gn 31,14 - Gn 31,15 - Gn 31,16 - Gn 31,17 - Gn 31,18 - Gn 31,19 - Gn 31,20 - Gn 31,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

 


Gn 31,3 - Gn 31,3 : Jakob verlaat Laban - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 31 -- Gn 31,1-21 -- Gn 31,1 - Gn 31,2 - Gn 31,3 - Gn 31,4 - Gn 31,5 - Gn 31,6 - Gn 31,7 - Gn 31,8 - Gn 31,9 - Gn 31,10 - Gn 31,11 - Gn 31,12 - Gn 31,13 - Gn 31,14 - Gn 31,15 - Gn 31,16 - Gn 31,17 - Gn 31,18 - Gn 31,19 - Gn 31,20 - Gn 31,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3 eipen de kurios pros iakôb apostrefou eis tèn gèn tou patros sou kai eis tèn genean sou kai esomai meta sou   3 maxime dicente sibi Domino revertere in terram patrum tuorum et ad generationem tuam eroque tecum     3 En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.  [3] Toen sprak de heer tot Jakob: ‘Keer terug naar het land van uw vaderen en naar uw bloedverwanten; Ik zal met u zijn.’   [3] Toen zei de HEER tegen Jakob: ‘Ga terug naar het land van je voorouders, naar je familie. Ik zal je ter zijde staan.’  3 Dan zegt de ENE tot Jakob: keer terug naar het land van je vaderen, naar je geboortegrond: ik zal met je wezen!  3. Yahvé dit à Jacob : Retourne au pays de tes pères, dans ta patrie, et je serai avec toi. 

King James Bible . And the LORD said unto Jacob, Return unto the land of thy fathers, and to thy kindred; and I will be with thee.
Luther-Bibel . 3 Und der HERR sprach zu Jakob: Zieh wieder in deiner Väter Land und zu deiner Verwandtschaft; ich will mit dir sein.

Tekstuitleg van Gn 31,3 . Dit vers Gn 31,3 telt 11 woorden en 45 (3 X 3 X 5) letters . De getalwaarde van Gn 31,3 is 2258 (2 X 1129) .

1. 1. wajj´omèr (en hij zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . Qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . In 1879 verzen in de bijbel . In 594 verzen in de Pentateuch .In 315 verzen in het boek Gn (Genesis) , zie Gn 12,1 . In twaalf verzen in Gn 31 :

2. JHWH . Verwijzing : JHWH , zie Ps 1,2 . In 5193 verzen in de bijbel . In 128 verzen in Gn (Genesis) , zie Gn 12,1 . In twee verzen in Gn 31 : (1) Gn 31,3 . (2) Gn 31,49 .

1. - 2. wajj´omèr JHWH (en JHWH zei) . Verwijzing : ´âmar (zeggen) , zie Jr 1,4 . ´âmar (zeggen) . In 204 verzen in de bijbel . In achttien verzen in Gn (zie Gn 12,1) : (1) Gn 2,18 . (2) Gn 3,13 . (3) Gn 3,14 . (4) Gn 3,22 . (5) Gn 4,6 . (6) Gn 4,9 . (7) Gn 4,15 . (8) Gn 6,3 . (9) Gn 6,7 . (10) Gn 7,1 . (11) Gn 8,21 . (12) Gn 11,6 . (13) Gn 12,1 . (14) Gn 18,13 . (15) Gn 18,20 . (16) Gn 18,26 . (17) Gn 25,23 . (18) Gn 31,3 .

Gn 31,4 - Gn 31,4 : Jakob verlaat Laban - bijbeloverzicht -- Gn (Genesis) -- bijbelverwijzingen -- Gn 31 -- Gn 31,1-21 -- Gn 31,1 - Gn 31,2 - Gn 31,3 - Gn 31,4 - Gn 31,5 - Gn 31,6 - Gn 31,7 - Gn 31,8 - Gn 31,9 - Gn 31,10 - Gn 31,11 - Gn 31,12 - Gn 31,13 - Gn 31,14 - Gn 31,15 - Gn 31,16 - Gn 31,17 - Gn 31,18 - Gn 31,19 - Gn 31,20 - Gn 31,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 31,4 .

Gn 31,4.1. act. part. aor. nom. mann. enk. αποστειλας = aposteilas (hebbende weggezonden) van het werkw. αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in het NT : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in de LXX : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in Mc : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Bijbel (20) . LXX (13) . NT (7) . Een vorm van αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) in de LXX (691) (Lust J. ... Greek-English Lexicon of the Septuagint , Stuttgart , 2003) , in het NT (131) (Morgenthaler Robert , Statistik...) . Volgens diezelfde auteurs komt een vorm van αποστολος = apostolos in de Septuaginta niet voor , in het NT (79) . In de evangelies komt αποστολος = apostolos (apostel) slechts 9X voor , 1X in Mt , Mc , Joh en 6X in Lc .
Volgens Muraoka T. , A Greek - Hebrew / Aramaic two-way Index to the Septuagint (Leuven , Peeters , 2010 , blz. 16) is een vorm van het werkw. αποστελλω = apostellô in de LXX een vertaling van een 15-tal Hebreeuwse werkw. werkw. . Hierbij zijn de Aramese werkw. nëchat , sjëlach , tûb en tërad .
- שָׁלַח = sjâlach (zenden) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlach (zenden) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 338 (2 X 13²) . Structuur : 3 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. sjâlach (hij zond) . (2) act. piël imperat. 2de pers. mann. enk. sallach (zend) . (3) act. qal part. mann. enk. שֹׁלֵחַ = sjoleach (zendende) : Ex 23,20 .
- וַיִּשְׁלַח = wajjisjëlach < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. . (2) wajësjallach (en hij zond) < wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. שָׁלַח = sjâlach (zenden) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlach (zenden) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 338 (2 X 13²) . Structuur : 3 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (212) . Pentateuch (32) . Eerdere Profeten (128) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (35) . In het Grieks vertaald met αποστειλας = aposteilas (hebbende weggezonden) , o.a. in Pentateuch (4) : (1) Gn 31,4 . (2) Gn 41,8 . (3) Gn 41,14 . (4) Ex 9,27 .

Gn 31,4.2. יַעֳקֹב = ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenakh : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Genesis : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Taalgebruik in de LXX : iakôb (Jakob) . Taalgebruik in het NT : iakôb (Jakob) . Tenakh (252) . Pentateuch (146) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (48) . 12 Kleine Profeten (24) . Geschriften (28) . Gn (132) . Gn 32 (14) : (1) Gn 32,3 . (2) Gn 32,4 . (3) Gn 32,5 . (4) Gn 32,7 . (5) Gn 32,8 . (6) Gn 32,10 . (7) Gn 32,21 . (8) Gn 32,25 . (9) Gn 32,26 . (10) Gn 32,28 . (11) Gn 32,29 . (12) Gn 32,30 . (13) Gn 32,31 . (14) Gn 32,33 . In 14 (2 X 7) verzen in Gn 32 ; in 7 verzen in Gn 32,2-22 en in 7 verzen in Gn 32,23-33 .
- Bij het werkwoord van de qatalvorm hoort een imperfectum van het type jaqtul (Lettinga 43g) . a is in gesloten lettergrepen zonder klemtoon dikwijls i geworden ; uit jaqtul ontstaat יִקְטֹל = jiqtol (hij zal doden) (Lettinga 13g) . u is in lettergrepen met klemtoon o geworden ; uit jaqtul ontstond יִקְטֹל = jiqtol (hij zal doden) (Lettinga 13p) . Bij het imperf. qal is de klinker van het preformatief door de nabijheid van de laryngalis a (Lettinga 48c) . De sëwa quiescens is dikwijls vervangen door hatef , die de klank van de voorafgaande klinker heeft aangenomen (Lettinga 48,e) .

Bij de aartsvaders Abraham , Isaak en Jakob spelen de getallen van hun leeftijden een symbolische betekenis .
- Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 . (Gn 25,7) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers . Som van de factoren : 5 + 5 + 7 = 17 .
- Isaak werd 180 jaar oud . 180 = 6² X 5 . (Gn 35,28) . Som van de factoren : 6 + 6 + 5 = 17 .
- Jakob werd 147 jaar oud . 147 = 7² X 3 . (Gn 49,33) . Som van de factoren : 7 + 7 + 3 = 17 . Ook hier is de plaats van dit vers in de bijbel merkwaardig : het 49ste hoofdstuk en het 33ste vers .
Het product van drie opeenvolgende getallen ( 5 - 6 - 7) in het kwadraat , opklimmend , met drie opeenvolgende onpare getallen afdalend .
- Jozef leefde 110 jaar . 110 = 5² + 6² + 7² . De som van drie opeenvolgende getallen in het kwadraat . (Gn 50,22) . Deze plaats in de bijbel is wellicht ook merkwaardig . 5 (50ste hoofdstuk) X 22 (22ste vers) = 110 .
Ook de getalwaarde van de namen kan een symbolische waarde hebben .
- Isaak (Gn 21,3) . jitsëchâq (Isaak) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) .
- Jakob (Gn 25,26) . ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 OF 182 (7 X 26) .
- Jozef (Gn 30,24) . Jôseph (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samek = 15 of 60 , qoph = 17 of 80 ; totaal : 48 (2³ X 2² X 3) OF 156 (6 X 26) .
Het product van drie opeenvolgende getallen (8 - 7 - 6) , afdalend , met de getalwaarde van de godsnaam JHWH = 26 .
Het is opvallend dat bij Jakob het getal 7 overwegend is . De leeftijd van Jakob is 147 (14 = 2 X 7 ; 7) OF 7² X 3 . Som van de factoren is 17 (7 + 7 + 3) . De getalwaarde van de naam Jakob is 182 (7 X 26) .

Gn 31,4.1. - 2. וַיִּשְׁלַח יַעֳקֹב = wajjisjëlach ja`äqobh (en Jakob zond) . Tenakh (2) : (1) Gn 31,4 . (2) Gn 32,4 .

Gn 31,4.3. וַיִּקְרָא = wajjiqërâ´ (en hij riep, hij heet, hij noemde) < prefix waw consecutivum + werkwoordvorm act. qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud van het werkwoord קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalswaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (209) . Pentateuch (90) . Eerdere Profeten (81) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (25) . Gn (55) . Gn 32 (2) : (1) Gn 32,3 . (2) Gn 32,31 . Gn (55) . Gn 35 (4) : (1) Gn 35,7 . (2) Gn 35,8 . (3) Gn 35,10 . (4) Gn 35,15 . Gn 41 (4) : (1) Gn 41,8 . (2) Gn 41,14 . (3) Gn 41,45 . (4) Gn 41,51 . Gn 49 (1) : Gn 49,1 .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. εκαλεσεν = ekalesen (hij riep) van het werkw. καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . Een vorm van καλεω = kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het NT (148) .

kaleô (roepen) actief bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev. P. A. b.
act. ind. aor. 3de pers. enk. ekalesen 204 195 9 3 1 1     4   5  

- Ned. : roepen . Arabisch : قَالَ = qâla (zeggen) . Taalgebruik in de Qoran : qâla (zeggen) . Aramees : קְרָא =qërâ´ (roepen) . D. : rufen . E. : to call . Fr. : appeler (Lat. . appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Grieks : καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Hebreeuws : קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Lat. : vocare (vox = stem) . l (qâla) en r (qâra) liggen dicht bij elkaar . Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws :קוֹל = qôl (stem, roep) . Taalgebruik in Tenakh : qôl (stem) .

Gn 31,4.4. רָחֵל = râchel (Rachel) . Taalgebruik in Tenakh : râchel (Rachel) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , chet = 8 , lamed = 12 of 20 ; totaal : 40 of 228 (2 X 2 X 3 X 19) . Structuur : 2 - 8 - 2 . In verschillende vormen . In Tenakh : 42 X (41 verzen) . In LXX + NT : 48 (45 X , 44 verzen) + 1 = 49 . râchel (Rachel) . Tenakh (30) . Pentateuch (28) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (0) . Gn (30) . In zes verzen in Gn 29 : (1) Gn 29,6 . (2) Gn 29,10 . (3) Gn 29,16 . (4) Gn 29,18 . (5) Gn 29,28 . (6) Gn 29,30 . Gn 30 (8) : (1) Ex 30,1. (2) Ex 30,6 . (3) Ex 30,7 . (4) Ex 30,8 . (5) Ex 30,14 . (6) Ex 30,15 . (7) Ex 30,22 . (8) Ex 30,25 . Rachel is de tweede en jongste dochter van Laban , de broer van Rebekka . Jakob is de zoon van Rebekka en Isaak . Rachel is de tweede vrouw van Jakob . Samen krijgen zij 2 kinderen : Jozef en Benjamin .
- וְרָחֵל = wërächel (en Rachel) . In vijf verzen in de bijbel : (1) Gn 29,9 . (2) Gn 29,17 . (3) Gn 29,31 . (4) Gn 31,34 . (5) Gn 33,7 . De tegenstelling tussen Lea en Rachel in (2) Gn 29,17 . (3) Gn 29,31 is frappant : Lea is flets maar vruchtbaar , Rachel is mooi maar onvruchtbaar .

  Gn 29 Gn 30 Gn 31 Gn 33 Gn 35 Gn 46 Gn 48
râchel (Rachel) Hebr. (28) (6) : (1) Gn 29,6 . (2) Gn 29,10 . (3) Gn 29,16 . (4) Gn 29,18 . (5) Gn 29,28 . (6) Gn 29,30 . (8) : (1) Gn 30,1 . (2) Gn 30,6 . (3) Gn 30,7 . (4) Gn 30,8 . (5) Gn 30,14 . (6) Gn 30,15 . (7) Gn 30,22 . (8) Gn 30,25 . (4) : (1) Gn 31,14 . (2) Gn 31,19 . (3) Gn 31,32 . (4) Gn 31,33 . (2) : (1) Gn 33,1 . (2) Gn 33,2 . (5) : (1) Gn 35,16 . (2) Gn 35,19 . (3) Gn 35,20 . (4) Gn 35,24 . (5) Gn 35,25 .   (2)  : (1) Gn 46,19 . (2) Gn 46,22 . 1 :  Gn 48,7 .
wërâchel (en...) (5) 3 : (1) Gn 29,9 . (2) Gn 29,17 . (3) Gn 29,31 .     1 : Gn 31,34 1 : Gn 33,7      
bërâchel (over...) (4)   3 : (1) Gn 29,18 . (2) Gn 29,20 . (3) Gn 29,25 . (1) Gn 30,2 .            
lërâchel (tot...) (5) 3 : (1) Gn 29,11 . (2) Gn 29,12 . (3) Gn 29,29 .     1 : Gn 31,4 .       1 : Gn 46,25  
42 X (41 verzen)  15 X (14 verzen)
rachèl (Rachel) Gr.  (45 X , 44 verzen) 15 X (14 verzen) 9 + 3 = 12 : + (1) Gn 30,3 .  (2) Gn 30,5 . (3) Gn 30,23 .

Gn 31,5 - Gn 31,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,6 - Gn 31,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,7 - Gn 31,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,8 - Gn 31,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,9 - Gn 31,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,10 - Gn 31,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 31,11 - Gn 31,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,12 - Gn 31,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,13 - Gn 31,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Gn 31,13 . 31 en 13 is een spiegelbeeld . Het vers Gn 31,13 telt 23 woorden en 72 (2³ X 3²) letters . De getalwaarde van Gn 31,13 is 6722 (2 X 3361) .Dit vers vormt een keerpunt . In een droom roept een engel van de Heer Jakob op om terug te gaan naar zijn geboorteland . Het land waarin Jakob verblijft , is Paddam-Aram , de geboorteplaats van Rebekka , zijn moeder .

17. - 18. min hâ´ârèts (uit het land) . Tenakh (35) . Pentateuch (11) . Gn (5) . Ex (4) . Lv (1) . Nu (1) . Dt (0) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (6) . Gn (5) : (1) Gn 2,6 . (2) Gn 7,23 . (3) Gn 10,11 . (4) Gn 31,13 . (5) Gn 50,24 . (6) Ex 1,10 . (7) Ex 3,8 . (8) Ex 9,15 . (9) Ex 12,33 . (10) Lv 26,6 . (11) Nu 21,6 . (12) Joz 7,9 . (13) 1 S 28,9 . (14) 1 S 28,13 . (15) 2 S 12,17 . (16) 2 S 19,10 . (17) 1 K 15,12 . (18) 1 K 22,47 .

17. - 19. min hâ´ârèts hazzo´th (uit dit land) . Tenakh (2) : (1) Gn 31,13 . (2) Gn 50,24 .

Gn 31,14 - Gn 31,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,15 - Gn 31,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,16 - Gn 31,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,17 - Gn 31,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. verbindingsprefix waw (en) en qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud wajjishshâ´ (en hij verhief) van het werkw. nâshâ´(dragen, opnemen, verheffen) . Getallenwaarde : nun = 14 of 50 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 351 (3³ X 13) . Structuur : 5 - 3 - 1 . Taalgebruik in Tenakh : nâshâ´ (dragen, opnemen, verheffen) . nâsh´â wordt gebruikt in uitdrukkingen als de tenten opbreken , een rijdier bestijgen , de ogen opslaan , zijn stem verheffen , zijn voeten opheffen (= voortgaan) . Tenakh (42) . Pentateuch (25) . Eerdere Profeten (11) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (5) .Gn (14) : . (1) Gn 13,10 . (2) Gn 18,2 . (3) Gn 22,4 . (4) Gn 22,13 . (5) Gn 24,63 . (6) Gn 27,38 . (7) Gn 29,1 . (8) Gn 29,11 . (9) Gn 31,17 . (10) Gn 33,1 . (11) Gn 33,5 . (12) Gn 40,20 . (13) Gn 43,29 . (14) Gn 43,34 .
De Griekse vorm act. part. aor. nom. mann. enk.exaras (uitgeheven, uitgestrekt) komt slechts in het OT (4) voor : (1) Gn 29,1 . (2) Gn 49,33 . (3) Lv 9,22 . (4) Nu 24,2 . Een vorm van het werkw. exairô in de LXX (236) , in het NT (1) . Zie het werkw. epairô (opheffen, verheffen) . Taalgebruik in het NT : epairô (opheffen, verheffen) .
- Lat. levare (elevare) . Fr. lever . E. to lift up . D. aufheben . Ned. verheffen .


Gn 31,18 - Gn 31,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,19 - Gn 31,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,20 - Gn 31,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

6. אֲרַמִּי = ´ärammî (Arameeër) . Taalgebruik in Tenakh : ´ärammî (Arameeër) . Hapax in de bijbel : Dt 26,5 .
- הָאֲרַמִּי = hâ´ärammî (de Arameeër) . Tenakh (5) : (1) Gn 25,20 . (2) Gn 28,5 . (3) Gn 31,20 . (4) Gn 31,24 . (5) 2 K 5,20 .

Gn 31,21 - Gn 31,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,22 - Gn 31,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 31,23 - Gn 31,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

12. bëhar (op een berg) OF bâhâr (op de berg) < voorzetsel / voorvoegsel b + har (berg) . Taalgebruik in Tenach : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 of 305 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Tenach (109) . Gn (7) : (1) Gn 19,30 . (2) Gn 22,14 . (3) Gn 31,23 . (4) Gn 31,25 . (5) Gn 31,54 . (6) Gn 36,8 . (7) Gn 36,9 .

12. - 13. bëhar haggilë`âd (Gileadgebergte) . Tenach : (1) Gn 31,23 . (2) Gn 31,25 .

Gn 31,24 - Gn 31,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

5. אֲרַמִּי = ´ärammî (Arameeër) . Taalgebruik in Tenakh : ´ärammî (Arameeër) . Hapax in de bijbel : Dt 26,5 .
- הָאֲרַמִּי = hâ´ärammî (de Arameeër) . Tenakh (5) : (1) Gn 25,20 . (2) Gn 28,5 . (3) Gn 31,20 . (4) Gn 31,24 . (5) 2 K 5,20 .

Gn 31,25 - Gn 31,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

9. bëhar (op een berg) OF bâhâr (op de berg) < voorzetsel / voorvoegsel b + har (berg) . Taalgebruik in Tenach : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 of 305 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Tenach (109) . Gn (7) : (1) Gn 19,30 . (2) Gn 22,14 . (3) Gn 31,23 . (4) Gn 31,25 . (5) Gn 31,54 . (6) Gn 36,8 . (7) Gn 36,9 .

15. bëhar (op een berg) OF bâhâr (op de berg) < voorzetsel / voorvoegsel b + har (berg) . Taalgebruik in Tenach : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 of 305 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Tenach (109) . Gn (7) : (1) Gn 19,30 . (2) Gn 22,14 . (3) Gn 31,23 . (4) Gn 31,25 . (5) Gn 31,54 . (6) Gn 36,8 . (7) Gn 36,9 .

15. - 16. bëhar haggilë`âd (Gileadgebergte) . Tenach : (1) Gn 31,23 . (2) Gn 31,25 .

Gn 31,26 - Gn 31,26 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,27 - Gn 31,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,28 - Gn 31,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,29 - Gn 31,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,30 - Gn 31,30 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,31 - Gn 31,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,32 - Gn 31,32 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,33 - Gn 31,33 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 31,34 - Gn 31,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,35 - Gn 31,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,36 - Gn 31,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,37 - Gn 31,37 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,38 - Gn 31,38 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,39 - Gn 31,39 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,40 - Gn 31,40 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,41 - Gn 31,41 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,42 - Gn 31,42 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,43 - Gn 31,43 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 31,44 - Gn 31,44 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenach : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Genesis : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jesaja : bërîth (verbond) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 300 , jod = 10 , taw = 22 of 500 ; totaal : 54 of 812 . Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het N.T. : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Lat. foedus (zie b.v. federaal) , testamentum . E. testament . Fr. alliance . E. covenant . Ned. testamment , verbond , overeenkomst . D. Bund . Tenach (132) . Pentateuch (32) . In negen verzen in Gn . (1) Gn 9,13 (boog : teken van het verbond) . (2) Gn 9,16 (verbond tussen God en de mensen) . (3) Gn 14,13 (bondgenoten van Abram) . (4) Gn 15,18 (JHWH sloot een verbond met Abram) . (5) Gn 17,11 (verbond van God met Abraham en zijn nageslacht) . (6) Gn 21,27 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (7) Gn 21,32 (verbond tussen Abraham en Abimelech) . (8) Gn 26,28 (verbond tussen Isaak en Abimelech) . (9) Gn 31,44 (verbond tussen Laban en Jakob) . Een vorm van diathèkè (verbond) in het N.T. (33) . Syn. en ev. (4) . In de LXX (358) .

Gn 31,45 - Gn 31,45 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,46 - Gn 31,46 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,47 - Gn 31,47 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,48 - Gn 31,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,49 - Gn 31,49 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,50 - Gn 31,50 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,51 - Gn 31,51 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,52 - Gn 31,52 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Gn 31,53 - Gn 31,53 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Gn 31,54 - Gn 31,54 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. bëhar (op een berg) OF bâhâr (op de berg) < voorzetsel / voorvoegsel b + har (berg) . Taalgebruik in Tenach : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 of 305 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Tenach (109) . Gn (7) : (1) Gn 19,30 . (2) Gn 22,14 . (3) Gn 31,23 . (4) Gn 31,25 . (5) Gn 31,54 . (6) Gn 36,8 . (7) Gn 36,9 .


1èkousen de iakôb ta rèmata tôn uiôn laban legontôn eilèfen iakôb panta ta tou patros èmôn kai ek tôn tou patros èmôn pepoièken pasan tèn doxan tautèn2kai eiden iakôb to prosôpon tou laban kai idou ouk èn pros auton ôs echthes kai tritèn èmeran 3 eipen de kurios pros iakôb apostrefou eis tèn gèn tou patros sou kai eis tèn genean sou kai esomai meta sou 4aposteilas de iakôb ekalesen rachèl kai leian eis to pedion ou ta poimnia5kai eipen autais orô egô to prosôpon tou patros umôn oti ouk estin pros emou ôs echthes kai tritèn èmeran o de theos tou patros mou èn met' emou6kai autai de oidate oti en pasè tè ischui mou dedouleuka tô patri umôn7o de patèr umôn parekrousato me kai èllaxen ton misthon mou tôn deka amnôn kai ouk edôken autô o theos kakopoièsai me8ean outôs eipè ta poikila estai sou misthos kai texetai panta ta probata poikila ean de eipè ta leuka estai sou misthos kai texetai panta ta probata leuka9kai afeilato o theos panta ta ktènè tou patros umôn kai edôken moi auta10kai egeneto ènika enekissôn ta probata kai eidon tois ofthalmois auta en tô upnô kai idou oi tragoi kai oi krioi anabainontes èsan epi ta probata kai tas aigas dialeukoi kai poikiloi kai spodoeideis rantoi11kai eipen moi o aggelos tou theou kath' upnon iakôb egô de eipa ti estin12kai eipen anablepson tois ofthalmois sou kai ide tous tragous kai tous krious anabainontas epi ta probata kai tas aigas dialeukous kai poikilous kai spodoeideis rantous eôraka gar osa soi laban poiei13egô eimi o theos o oftheis soi en topô theou ou èleipsas moi ekei stèlèn kai èuxô moi ekei euchèn nun oun anastèthi kai exelthe ek tès gès tautès kai apelthe eis tèn gèn tès geneseôs sou kai esomai meta sou14kai apokritheisa rachèl kai leia eipan autô mè estin èmin eti meris è klèronomia en tô oikô tou patros èmôn15ouch ôs ai allotriai lelogismetha autô pepraken gar èmas kai katefagen katabrôsei to argurion èmôn16panta ton plouton kai tèn doxan èn afeilato o theos tou patros èmôn èmin estai kai tois teknois èmôn nun oun osa eirèken soi o theos poiei17anastas de iakôb elaben tas gunaikas autou kai ta paidia autou epi tas kamèlous18kai apègagen panta ta uparchonta autou kai pasan tèn aposkeuèn autou èn periepoièsato en tè mesopotamia kai panta ta autou apelthein pros isaak ton patera autou eis gèn chanaan19laban de ôcheto keirai ta probata autou eklepsen de rachèl ta eidôla tou patros autès20ekrupsen de iakôb laban ton suron tou mè anaggeilai autô oti apodidraskei21kai apedra autos kai panta ta autou kai diebè ton potamon kai ôrmèsen eis to oros galaad22anèggelè de laban tô surô tè tritè èmera oti apedra iakôb23kai paralabôn pantas tous adelfous autou meth' eautou ediôxen opisô autou odon èmerôn epta kai katelaben auton en tô orei tô galaad24èlthen de o theos pros laban ton suron kath' upnon tèn nukta kai eipen autô fulaxai seauton mèpote lalèsès meta iakôb ponèra25kai katelaben laban ton iakôb iakôb de epèxen tèn skènèn autou en tô orei laban de estèsen tous adelfous autou en tô orei galaad26eipen de laban tô iakôb ti epoièsas ina ti krufè apedras kai eklopoforèsas me kai apègages tas thugateras mou ôs aichmalôtidas machaira27kai ei anèggeilas moi exapesteila an se met' eufrosunès kai meta mousikôn tumpanôn kai kitharas28ouk èxiôthèn katafilèsai ta paidia mou kai tas thugateras mou nun de afronôs epraxas29kai nun ischuei è cheir mou kakopoièsai se o de theos tou patros sou echthes eipen pros me legôn fulaxai seauton mèpote lalèsès meta iakôb ponèra30nun oun peporeusai epithumia gar epethumèsas apelthein eis ton oikon tou patros sou ina ti eklepsas tous theous mou31apokritheis de iakôb eipen tô laban eipa gar mèpote afelès tas thugateras sou ap' emou kai panta ta ema32epignôthi ti estin tôn sôn par' emoi kai labe kai ouk epegnô par' autô outhen kai eipen autô iakôb par' ô ean eurès tous theous sou ou zèsetai enantion tôn adelfôn èmôn ouk èdei de iakôb oti rachèl è gunè autou eklepsen autous33eiselthôn de laban èreunèsen eis ton oikon leias kai ouch euren kai exelthôn ek tou oikou leias èreunèsen ton oikon iakôb kai en tô oikô tôn duo paidiskôn kai ouch euren eisèlthen de kai eis ton oikon rachèl34rachèl de elaben ta eidôla kai enebalen auta eis ta sagmata tès kamèlou kai epekathisen autois35kai eipen tô patri autès mè bareôs fere kurie ou dunamai anastènai enôpion sou oti to kat' ethismon tôn gunaikôn moi estin èreunèsen de laban en olô tô oikô kai ouch euren ta eidôla36ôrgisthè de iakôb kai emachesato tô laban apokritheis de iakôb eipen tô laban ti to adikèma mou kai ti to amartèma mou oti katediôxas opisô mou37kai oti èreunèsas panta ta skeuè mou ti eures apo pantôn tôn skeuôn tou oikou sou thes ôde enantion tôn adelfôn mou kai tôn adelfôn sou kai elegxatôsan ana meson tôn duo èmôn38tauta moi eikosi etè egô eimi meta sou ta probata sou kai ai aiges sou ouk èteknôthèsan krious tôn probatôn sou ou katefagon39thèrialôton ouk anenènocha soi egô apetinnuon par' emautou klemmata èmeras kai klemmata nuktos40eginomèn tès èmeras sugkaiomenos tô kaumati kai pagetô tès nuktos kai afistato o upnos apo tôn ofthalmôn mou41tauta moi eikosi etè egô eimi en tè oikia sou edouleusa soi deka tessara etè anti tôn duo thugaterôn sou kai ex etè en tois probatois sou kai parelogisô ton misthon mou deka amnasin42ei mè o theos tou patros mou abraam kai o fobos isaak èn moi nun an kenon me exapesteilas tèn tapeinôsin mou kai ton kopon tôn cheirôn mou eiden o theos kai èlegxen se echthes43apokritheis de laban eipen tô iakôb ai thugateres thugateres mou kai oi uioi uioi mou kai ta ktènè ktènè mou kai panta osa su oras ema estin kai tôn thugaterôn mou ti poièsô tautais sèmeron è tois teknois autôn ois etekon44nun oun deuro diathômetha diathèkèn egô kai su kai estai eis marturion ana meson emou kai sou eipen de autô idou outheis meth' èmôn estin ide o theos martus ana meson emou kai sou45labôn de iakôb lithon estèsen auton stèlèn46eipen de iakôb tois adelfois autou sullegete lithous kai sunelexan lithous kai epoièsan bounon kai efagon kai epion ekei epi tou bounou kai eipen autô laban o bounos outos marturei ana meson emou kai sou sèmeron47kai ekalesen auton laban bounos tès marturias iakôb de ekalesen auton bounos martus48eipen de laban tô iakôb idou o bounos outos kai è stèlè autè èn estèsa ana meson emou kai sou marturei o bounos outos kai marturei è stèlè autè dia touto eklèthè to onoma autou bounos marturei49kai è orasis èn eipen epidoi o theos ana meson emou kai sou oti apostèsometha eteros apo tou eterou50ei tapeinôseis tas thugateras mou ei lèmpsè gunaikas epi tais thugatrasin mou ora outheis meth' èmôn estin52ean te gar egô mè diabô pros se mède su diabès pros me ton bounon touton kai tèn stèlèn tautèn epi kakia53o theos abraam kai o theos nachôr krinei ana meson èmôn kai ômosen iakôb kata tou fobou tou patros autou isaak54kai ethusen iakôb thusian en tô orei kai ekalesen tous adelfous autou kai efagon kai epion kai ekoimèthèsan en tô orei


1 postquam autem audivit verba filiorum Laban dicentium tulit Iacob omnia quae fuerunt patris nostri et de illius facultate ditatus factus est inclitus 2 animadvertit quoque faciem Laban quod non esset erga se sicut heri et nudius tertius 3 maxime dicente sibi Domino revertere in terram patrum tuorum et ad generationem tuam eroque tecum 4 misit et vocavit Rahel et Liam in agrum ubi pascebat greges 5 dixitque eis video faciem patris vestri quod non sit erga me sicut heri et nudius tertius Deus autem patris mei fuit mecum 6 et ipsae nostis quod totis viribus meis servierim patri vestro 7 sed pater vester circumvenit me et mutavit mercedem meam decem vicibus et tamen non dimisit eum Deus ut noceret mihi 8 si quando dixit variae erunt mercedes tuae pariebant omnes oves varios fetus quando vero e contrario ait alba quaeque accipies pro mercede omnes greges alba pepererunt 9 tulitque Deus substantiam patris vestri et dedit mihi 10 postquam enim conceptus ovium tempus advenerat levavi oculos meos et vidi in somnis ascendentes mares super feminas varios et maculosos et diversorum colorum 11 dixitque angelus Dei ad me in somnis Iacob et ego respondi adsum 12 qui ait leva oculos tuos et vide universos masculos ascendentes super feminas varios respersos atque maculosos vidi enim omnia quae fecit tibi Laban 13 ego sum Deus Bethel ubi unxisti lapidem et votum vovisti mihi nunc ergo surge et egredere de terra hac revertens in terram nativitatis tuae 14 responderunt Rahel et Lia numquid habemus residui quicquam in facultatibus et hereditate domus patris nostri 15 nonne quasi alienas reputavit nos et vendidit comeditque pretium nostrum 16 sed Deus tulit opes patris nostri et nobis eas tradidit ac filiis nostris unde omnia quae praecepit fac 17 surrexit itaque Iacob et inpositis liberis et coniugibus suis super camelos abiit 18 tulitque omnem substantiam et greges et quicquid in Mesopotamiam quaesierat pergens ad Isaac patrem suum in terram Chanaan 19 eo tempore Laban ierat ad tondendas oves et Rahel furata est idola patris sui 20 noluitque Iacob confiteri socero quod fugeret 21 cumque abisset tam ipse quam omnia quae iuris eius erant et amne transmisso pergeret contra montem Galaad 22 nuntiatum est Laban die tertio quod fugeret Iacob 23 qui adsumptis fratribus suis persecutus est eum diebus septem et conprehendit in monte Galaad 24 viditque in somnis dicentem sibi Dominum cave ne quicquam aspere loquaris contra Iacob 25 iamque Iacob extenderat in monte tabernaculum cum ille consecutus eum cum fratribus suis in eodem monte Galaad fixit tentorium 26 et dixit ad Iacob quare ita egisti ut clam me abigeres filias meas quasi captivas gladio 27 cur ignorante me fugere voluisti nec indicare mihi ut prosequerer te cum gaudio et canticis et tympanis et cithara 28 non es passus ut oscularer filios meos ac filias stulte operatus es et nunc 29 valet quidem manus mea reddere tibi malum sed Deus patris vestri heri dixit mihi cave ne loquaris cum Iacob quicquam durius 30 esto ad tuos ire cupiebas et desiderio tibi erat domus patris tui cur furatus es deos meos 31 respondit Iacob quod inscio te profectus sum timui ne violenter auferres filias tuas 32 quod autem furti arguis apud quemcumque inveneris deos tuos necetur coram fratribus nostris scrutare quicquid tuorum apud me inveneris et aufer haec dicens ignorabat quod Rahel furata esset idola 33 ingressus itaque Laban tabernaculum Iacob et Liae et utriusque famulae non invenit cumque intrasset tentorium Rahelis 34 illa festinans abscondit idola subter stramen cameli et sedit desuper scrutantique omne tentorium et nihil invenienti 35 ait ne irascatur dominus meus quod coram te adsurgere nequeo quia iuxta consuetudinem feminarum nunc accidit mihi sic delusa sollicitudo quaerentis est 36 tumensque Iacob cum iurgio ait quam ob culpam meam et ob quod peccatum sic exarsisti post me 37 et scrutatus es omnem supellectilem meam quid invenisti de cuncta substantia domus tuae pone hic coram fratribus meis et fratribus tuis et iudicent inter me et te 38 idcirco viginti annis fui tecum oves tuae et caprae steriles non fuerunt arietes gregis tui non comedi 39 nec captum a bestia ostendi tibi ego damnum omne reddebam quicquid furto perierat a me exigebas 40 die noctuque aestu urebar et gelu fugiebat somnus ab oculis meis 41 sic per viginti annos in domo tua servivi tibi quattuordecim pro filiabus et sex pro gregibus tuis inmutasti quoque mercedem meam decem vicibus 42 nisi Deus patris mei Abraham et Timor Isaac adfuisset mihi forsitan modo nudum me dimisisses adflictionem meam et laborem manuum mearum respexit Deus et arguit te heri 43 respondit ei Laban filiae et filii et greges tui et omnia quae cernis mea sunt quid possum facere filiis et nepotibus meis 44 veni ergo et ineamus foedus ut sit testimonium inter me et te 45 tulit itaque Iacob lapidem et erexit illum in titulum 46 dixitque fratribus suis adferte lapides qui congregantes fecerunt tumulum comederuntque super eum 47 quem vocavit Laban tumulus Testis et Iacob acervum Testimonii uterque iuxta proprietatem linguae suae 48 dixitque Laban tumulus iste testis erit inter me et te hodie et idcirco appellatum est nomen eius Galaad id est tumulus Testis 49 intueatur Dominus et iudicet inter nos quando recesserimus a nobis 50 si adflixeris filias meas et si introduxeris uxores alias super eas nullus sermonis nostri testis est absque Deo qui praesens respicit 51 dixitque rursus ad Iacob en tumulus hic et lapis quem erexi inter me et te 52 testis erit tumulus inquam iste et lapis sint in testimonio si aut ego transiero illum pergens ad te aut tu praeterieris malum mihi cogitans 53 Deus Abraham et Deus Nahor iudicet inter nos Deus patris eorum iuravit Iacob per Timorem patris sui Isaac 54 immolatisque victimis in monte vocavit fratres suos ut ederent panem qui cum comedissent manserunt ibi 55 Laban vero de nocte consurgens osculatus est filios et filias suas et benedixit illis reversus in locum suum