Genesis 40 - Gn 40 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -
- Gn 40,1-23 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Gn (Genesis) : overzicht , Gn : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Gn : commentaar ,

Overzicht van Genesis : - Gn 1 - Gn 2 - Gn 3 - Gn 4 - Gn 5 - Gn 6 - Gn 7 - Gn 8 - Gn 9 - Gn 10 - Gn 11 - Gn 12 - Gn 13 - Gn 14 - Gn 15 - Gn 16 - Gn 17 - Gn 18 - Gn 19 - Gn 20 - Gn 21 - Gn 22 - Gn 23 - Gn 24 - Gn 25 - Gn 26 - Gn 27 - Gn 28 - Gn 29 - Gn 30 - Gn 31 - Gn 32 - Gn 33 - Gn 34 - Gn 35 - Gn 36 - Gn 37 - Gn 38 - Gn 39 - Gn 40 - Gn 41 - Gn 42 - Gn 43 - Gn 44 - Gn 45 - Gn 46 - Gn 47 - Gn 48 - Gn 49 - Gn 50 -
Uitleg vers per vers : - Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
bijbelvertalingen Lexilogos De Griekse bijbel bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Gn 40,1-23 . Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -

Gn 40,1 - Gn 40,1 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1egeneto de meta ta rèmata tauta èmarten o archioinochoos tou basileôs aiguptou kai o archisitopoios tô kuriô autôn basilei aiguptou  1 his ita gestis accidit ut peccarent duo eunuchi pincerna regis Aegypti et pistor domino suo     1 En het geschiedde na deze dingen, dat de schenker des konings van Egypte, en de bakker, zondigden tegen hun heer, tegen den koning van Egypte.  [1] Enige tijd daarna begingen zowel de schenker van de koning van Egypte als de bakker een misstap tegen hun heer, de koning van Egypte.   [1] Enige tijd later maakten de opperschenker en de opperbakker van de koning van Egypte zich schuldig aan een vergrijp tegenover hun heer.   1 ¶ Het geschiedt na al wat hier verwoord is: gezondigd hebben de schenker van Egyptes koning en de bakker, tegen hun heer, tegen de koning van Egypte.   1. Il arriva, après ces événements, que l'échanson du roi d'Égypte et son panetier se rendirent coupables envers leur maître, le roi d'Égypte.  

King James Bible . [1] And it came to pass after these things, that the butler of the king of Egypt and his baker had offended their lord the king of Egypt.
Luther-Bibel . Und es begab sich danach, dass sich der Mundschenk des Königs von Ägypten und der Bäcker versündigten an ihrem Herrn, dem König von Ägypten.

Tekstuitleg van Gn 40,1 .

1. - 4. wajëhî ´achäre(j) haddëbharîm hâ´ellèh (na deze woorden/gebeurtenissen) . Tenakh (3) : (1) Gn 22,20 . (2) Gn 48,1 . (3) Joz 24,29 .
- wajëhî ´achar haddëbharîm hâ´ellèh (na deze woorden/gebeurtenissen) . Tenakh (5) : (1) Gn 22,1 . (2) Gn 39,7 . (3) Gn 40,1 . (4) 1 K 17,17 . (5) 1 K 21,1 .

Gn 40,2 - Gn 40,2 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai ôrgisthè faraô epi tois dusin eunouchois autou epi tô archioinochoô kai epi tô archisitopoiô  2 iratusque Pharao contra eos nam alter pincernis praeerat alter pistoribus    2 Zodat Farao zeer toornig werd op zijn twee hovelingen, op den overste der schenkers, en op den overste der bakkers.   [2] De farao werd zo kwaad op zijn beide hovelingen, de opperschenker en de eerste van de bakkers,  De farao was woedend op deze twee hovelingen,   2 Woedend is Farao op die twee hovelingen van hem; op de vorst van de schenkers en op de vorst van de bakkers.   2. Pharaon s'irrita contre ses deux eunuques, le grand échanson et le grand panetier,  

King James Bible . [2] And Pharaoh was wroth against two of his officers, against the chief of the butlers, and against the chief of the bakers.
Luther-Bibel . 2 Und der Pharao wurde zornig über seine beiden Kämmerer, gegen den Obersten über die Schenken und gegen den Obersten über die Bäcker,

Tekstuitleg van Gn 40,2 .

Gn 40,3 - Gn 40,3 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai etheto autous en fulakè para tô desmofulaki eis to desmôtèrion eis ton topon ou iôsèf apèkto ekei  3 misit eos in carcerem principis militum in quo erat vinctus et Ioseph    3 En hij leverde hen in bewaring, ten huize van den overste der trawanten, in het gevangenhuis, ter plaatse, waar Jozef gevangen was.   [3] dat hij ze gevangen zette in het huis van de overste van de lijfwacht, in de gevangenis waar Jozef opgesloten zat.   [3] en liet hen in bewaring stellen in de gevangenis van de commandant van de lijfwacht, de gevangenis waarin ook Jozef zat.   3 Hij geeft ze in bewaring, in het huis van de vorst van de zwaarddragers, in het huis–met–de–kooi; het oord waar Jozef gevangen zit.   3. et il les mit aux arrêts chez le commandant des gardes, dans la geôle où Joseph était détenu.  

King James Bible . [3] And he put them in ward in the house of the captain of the guard, into the prison, the place where Joseph was bound.
Luther-Bibel . 3 und ließ sie setzen in des Amtmanns Haus ins Gefängnis, wo Josef gefangen lag.

Tekstuitleg van Gn 40,3 .

Gn 40,4 - Gn 40,4 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai sunestèsen o archidesmôtès tô iôsèf autous kai parestè autois èsan de èmeras en tè fulakè  4 at custos carceris tradidit eos Ioseph qui et ministrabat eis aliquantum temporis fluxerat et illi in custodia tenebantur    4 En de overste der trawanten bestelde Jozef bij hen, dat hij hen diende; en zij waren sommige dagen in bewaring.   [4] De overste van de lijfwacht wees Jozef aan om voor hen te zorgen. Ze bleven lange tijd in hechtenis.   [4] De commandant droeg Jozef op hen te bedienen.   4 Dan stelt de vorst van de zwaarddragers Jozef over hen aan en die mag hen bedienen; zij blijven dágen in bewaring.  4. Le commandant des gardes leur adjoignit Joseph pour qu'il les servît et ils restèrent un certain temps aux arrêts. 

King James Bible . [4] And the captain of the guard charged Joseph with them, and he served them: and they continued a season in ward.
Luther-Bibel . 4 Und der Amtmann gab ihnen Josef bei, dass er ihnen diente. Und sie saßen etliche Zeit im Gefängnis.

Tekstuitleg van Gn 40,4 .

Gn 40,5 - Gn 40,5 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai eidon amfoteroi enupnion ekateros enupnion en mia nukti orasis tou enupniou autou o archioinochoos kai o archisitopoios oi èsan tô basilei aiguptou oi ontes en tô desmôtèriô 5 videruntque ambo somnium nocte una iuxta interpretationem congruam sibi     5 Zij droomden nu beiden een droom, elk zijn droom, in een nacht, elk naar de uitlegging zijns drooms, de schenker en de bakker, die des konings van Egypte waren, die gevangen waren in het gevangenhuis.   [5] De schenker zowel als de bakker van de koning van Egypte, die in de gevangenis zaten opgesloten, hadden beiden in dezelfde nacht een droom, ieder zijn eigen droom met een eigen betekenis.   De schenker en de bakker van de koning hadden al geruime tijd in hechtenis gezeten toen ze allebei in dezelfde nacht een droom kregen, ieder een droom met een eigen betekenis.   5 ¶ Ze dromen een droom, alle twee, elk zijn droom in één nacht, elk volgens de duiding van zijn droom: de schenker en de bakker die aan Egyptes koning toebehoren, die gevangen zitten in het huis–met–de–kooi.   5. Or, une même nuit, tous deux eurent un songe ayant pour chacun sa signification, l'échanson et le panetier du roi d'Égypte, qui étaient détenus dans la geôle.  

King James Bible . [5] And they dreamed a dream both of them, each man his dream in one night, each man according to the interpretation of his dream, the butler and the baker of the king of Egypt, which were bound in the prison.
Luther-Bibel . 5 Und es träumte ihnen beiden, dem Schenken und dem Bäcker des Königs von Ägypten, in "einer" Nacht einem jeden ein eigener Traum, und eines jeden Traum hatte seine Bedeutung.

Tekstuitleg van Gn 40,5 .

Gn 40,6 - Gn 40,6 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6eisèlthen de pros autous iôsèf to prôi kai eiden autous kai èsan tetaragmenoi  6 ad quos cum introisset Ioseph mane et vidisset eos tristes    6 En Jozef kwam des morgens tot hen, en hij zag hen aan, en ziet, zij waren ontsteld.  [6] Toen Jozef in de ochtend bij hen kwam, zag hij dat ze somber gestemd waren.  [6] Toen Jozef de volgende morgen bij hen kwam, viel het hem op dat ze er slecht uitzagen.  6 Dan komt Jozef bij hen in de morgen; en ziet ze aan: zij zijn overstuur!  6. Venant les trouver le matin, Joseph s'aperçut qu'ils étaient maussades 

King James Bible . [6] And Joseph came in unto them in the morning, and looked upon them, and, behold, they were sad.
Luther-Bibel . 6 Als nun am Morgen Josef zu ihnen hineinkam und sah, dass sie traurig waren,

Tekstuitleg van Gn 40,6 .

8. Grieks . pass. parf. part. nom. mann. mv. τεταραγμενοι = tetaragmenoi (in verwarring gebracht) van het werkw. ταρασσω = tarassô (in verwarring brengen, verwarren) . Taalgebruik in het NT : tarassô (in verwarring brengen, verwarren) . Taalgebruik in de LXX : tarassô (in verwarring brengen, verwarren) . Taalgebruik in Lc : tarassô (in verwarring brengen, verwarren) . Slechts in Gn 40,6 en Lc 24,38 . Een vorm van ταρασσω = tarassô in de LXX (121) , in het NT (17) : (1) Mt 2,3 . (2) Mt 14,26 . (3) Lc 1,12 . (4) Lc 24,38 . (5) Joh 5,4 . (6) Joh 5,7 . (7) Joh 11,33 . (8) Joh 12,27 . (9) Joh 13,21 . (10) Joh 14,1 . (11) Joh 14,27 . (12) Hnd 15,24 . (13) Hnd 17,8 . (14) Hnd 17,13 . (15) Gal 1,7 . (16) Gal 5,10 . (17) 1 Pe 3,14 .

Gn 40,7 - Gn 40,7 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7kai èrôta tous eunouchous faraô oi èsan met' autou en tè fulakè para tô kuriô autou legôn ti oti ta prosôpa umôn skuthrôpa sèmeron  7 sciscitatus est dicens cur tristior est hodie solito facies vestra    7 Toen vraagde hij de hovelingen van Farao, die bij hem waren in hechtenis van het huis zijns heren, zeggende: Waarom zijn uw aangezichten heden kwalijk gesteld?  [7] Hij vroeg de hovelingen van de farao, die met hem in het huis van zijn meester in hechtenis zaten: ‘Waarom kijkt u zo somber vandaag?’   [7] ‘Waarom kijkt u vandaag zo somber?’ vroeg hij deze hovelingen van de farao, die samen met hem in de gevangenis van zijn meester zaten.   7 Hij vraagt het de hovelingen van Farao, bij hem in bewaring in het huis van zijn heer, en zegt: waarom staan jullie gezichten zo slecht vandaag?  7. et il demanda aux eunuques de Pharaon qui étaient avec lui aux arrêts chez son maître : Pourquoi faites-vous mauvais visage aujourd'hui ? 

King James Bible . [7] And he asked Pharaoh's officers that were with him in the ward of his lord's house, saying, Wherefore look ye so sadly to day?
Luther-Bibel . 7 fragte er sie und sprach: Warum seid ihr heute so traurig?

Tekstuitleg van Gn 40,7 .

Gn 40,8 - Gn 40,8 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8oi de eipan autô enupnion eidomen kai o sugkrinôn ouk estin auto eipen de autois iôsèf ouchi dia tou theou è diasafèsis autôn estin diègèsasthe oun moi  8 qui responderunt somnium vidimus et non est qui interpretetur nobis dixitque ad eos Ioseph numquid non Dei est interpretatio referte mihi quid videritis    8 En zij zeiden tot hem: Wij hebben een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge. En Jozef zeide tot hen: Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch.  [8] Zij antwoordden hem: ‘Wij hebben een droom gehad, en er is niemand die hem kan uitleggen.’ Toen zei Jozef tegen hen: ‘Alleen God kan uitleg geven. Laat mij de dromen eens horen.’   [8] ‘We hebben een droom gehad,’ antwoordden ze, ‘maar er is hier niemand die hem kan uitleggen.’ Jozef zei: ‘De uitleg van dromen is toch een zaak van God? Vertelt u mij die dromen eens.’   8 Ze zeggen tot hem: een droom hebben we gedroomd en iemand die hem kan duiden is er niet! Dan zegt Jozef tot hen: horen de duidingen niet aan God toe?– vertelt u hem toch aan mij!  8. Ils lui répondirent : Nous avons eu un songe et il n'y a personne pour l'interpréter; Joseph leur dit : C'est Dieu qui donne l'interprétation; mais racontez-moi donc !  

King James Bible . [8] And they said unto him, We have dreamed a dream, and there is no interpreter of it. And Joseph said unto them, Do not interpretations belong to God? tell me them, I pray you.
Luther-Bibel . 8 Sie antworteten: Es hat uns geträumt und wir haben niemand, der es uns auslege. Josef sprach: Auslegen gehört Gott zu; doch erzählt mir's.

Tekstuitleg van Gn 40,8 .

Gn 40,9 - Gn 40,9 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai diègèsato o archioinochoos to enupnion autou tô iôsèf kai eipen en tô upnô mou èn ampelos enantion mou 9 narravit prior praepositus pincernarum somnium videbam coram me vitem     9 Toen vertelde de overste der schenkers Jozef zijn droom, en zeide tot hem: In mijn droom, zie, zo was een wijnstok voor mijn aangezicht;   [9] De opperschenker vertelde toen zijn droom aan Jozef en zei: ‘Ik zag in mijn droom een wijnstok,   [9] Hierop vertelde de schenker zijn droom aan Jozef: ‘In mijn droom stond er een wijnstok voor me.   9 Dan vertelt de vorst van de schenkers zijn droom aan Jozef; hij zegt hem: in mijn droom ziedaar, een wijnstok voor mijn aanschijn;   9. Le grand échanson raconta à Joseph le songe qu'il avait eu : J'ai rêvé, dit-il, qu'il y avait devant moi un cep de vigne,  

King James Bible . [9] And the chief butler told his dream to Joseph, and said to him, In my dream, behold, a vine was before me;
Luther-Bibel . 9 Da erzählte der oberste Schenk seinen Traum und sprach zu Josef: Mir hat geträumt, dass ein Weinstock vor mir wäre,

Tekstuitleg van Gn 40,9 .

Gn 40,10 - Gn 40,10 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10en de tè ampelô treis puthmenes kai autè thallousa anenènochuia blastous pepeiroi oi botrues stafulès  10 in qua erant tres propagines crescere paulatim gemmas et post flores uvas maturescere     10 En aan den wijnstok waren drie ranken; en hij was als bottende, zijn bloeisel ging op, zijn trossen brachten rijpe druiven voort.   [10] en aan die wijnstok zaten drie ranken. Zodra hij begon uit te lopen, kreeg hij bloesem en droegen zijn trossen rijpe druiven.   [10] Aan die wijnstok zaten drie ranken. En die wijnstok was nog niet uitgelopen of hij stond al in bloei en in een oogwenk hingen er trossen rijpe druiven aan.   10 aan de wijnstok drie ranken; met dat zij bloeit klimt haar knop al op en rijpen haar trossen de druiven;   10. et sur le cep trois sarments : dès qu'il bourgeonna, il monta en fleur, ses grappes firent mûrir les raisins.  

King James Bible . [10] And in the vine were three branches: and it was as though it budded, and her blossoms shot forth; and the clusters thereof brought forth ripe grapes:
Luther-Bibel . 10 der hatte drei Reben und er grünte, wuchs und blühte und seine Trauben wurden reif.

Tekstuitleg van Gn 40,10 .

Gn 40,11 - Gn 40,11 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai to potèrion faraô en tè cheiri mou kai elabon tèn stafulèn kai exethlipsa autèn eis to potèrion kai edôka to potèrion eis tas cheiras faraô  11 calicemque Pharaonis in manu mea tuli ergo uvas et expressi in calicem quem tenebam et tradidi poculum Pharaoni     11 En Farao's beker was in mijn hand; en ik nam die druiven, en drukte ze uit in Farao's beker, en ik gaf den beker op Farao's hand.   [11] Ik had de beker van de farao in mijn hand, plukte de druiven, perste ze uit in de beker en reikte hem die aan.’   [11] Ik had de beker van de farao in mijn hand. Ik plukte de druiven, perste ze in de beker uit en overhandigde die aan de farao.’   11 en: de beker van Farao in mijn hand; ik neem de druiven en pers ze uit in de beker van Farao, ik geef de beker áán op de handpalm van Farao.   11. J'avais en main la coupe de Pharaon, je pris les raisins, je les pressai sur la coupe de Pharaon et je mis la coupe dans la main de Pharaon.  

King James Bible . [11] And Pharaoh's cup was in my hand: and I took the grapes, and pressed them into Pharaoh's cup, and I gave the cup into Pharaoh's hand.
Luther-Bibel . 11 Und ich hatte den Becher des Pharao in meiner Hand und nahm die Beeren und zerdrückte sie in den Becher und gab den Becher dem Pharao in die Hand.

Tekstuitleg van Gn 40,11 .

Gn 40,12 - Gn 40,12 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai eipen autô iôsèf touto è sugkrisis autou oi treis puthmenes treis èmerai eisin  12 respondit Ioseph haec est interpretatio somnii tres propagines tres adhuc dies sunt     12 Toen zeide Jozef tot hem: Dit is zijn uitlegging: de drie ranken zijn drie dagen.   [12] Toen zei Jozef: ‘Dit is de verklaring: De drie ranken zijn drie dagen.   [12] Jozef zei tegen hem: ‘Dat moet zo worden uitgelegd: Die drie ranken zijn drie dagen.   12 Dan zegt Jozef tot hem: dit is zijn duiding; de drie ranken,– drie dágen zijn dat.   12. Joseph lui dit : Voici ce que cela signifie : les trois sarments représentent trois jours.  

King James Bible . [12] And Joseph said unto him, This is the interpretation of it: The three branches are three days:
Luther-Bibel . 12 Josef sprach zu ihm: Das ist seine Deutung: Drei Reben sind drei Tage.

Tekstuitleg van Gn 40,12 .

Gn 40,13 - Gn 40,13 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13eti treis èmerai kai mnèsthèsetai faraô tès archès sou kai apokatastèsei se epi tèn archioinochoi+an sou kai dôseis to potèrion faraô eis tèn cheira autou kata tèn archèn sou tèn proteran ôs èstha oinochoôn  13 post quos recordabitur Pharao magisterii tui et restituet te in gradum pristinum dabisque ei calicem iuxta officium tuum sicut facere ante consueveras    13 Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen, en zal u in uw staat herstellen; en gij zult Farao's beker in zijn hand geven, naar de vorige wijze, toen gij zijn schenker waart.   [13] Over drie dagen zal de farao uw* hoofd opheffen en u in uw ambt herstellen; dan zult u de farao opnieuw de beker reiken, zoals u deed toen u zijn schenker was.   [13] Over drie dagen zal de farao u een hoge plaats geven en u in uw ambt herstellen, en dan zult u de farao zijn beker weer aanreiken, zoals voorheen, toen u zijn schenker was.  13 Drie dagen nog, dan heft Farao uw hoofd op en zal hij u doen terugkeren op uw post; en u zult de beker van Farao aangeven in zijn hand, naar het recht van weleer toen u zijn schenker werd;   13. Encore trois jours et Pharaon t'élèvera la tête, et il te rendra ton emploi : tu mettras la coupe de Pharaon en sa main, comme tu avais coutume de faire autrefois où tu étais son échanson.  

King James Bible . [13] Yet within three days shall Pharaoh lift up thine head, and restore thee unto thy place: and thou shalt deliver Pharaoh's cup into his hand, after the former manner when thou wast his butler.
Luther-Bibel . 13 Nach drei Tagen wird der Pharao dein Haupt erheben und dich wieder in dein Amt setzen, dass du ihm den Becher in die Hand gibst wie vormals, als du sein Schenk warst.

Tekstuitleg van Gn 40,13 .

Gn 40,14 - Gn 40,14 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14alla mnèsthèti mou dia seautou otan eu soi genètai kai poièseis en emoi eleos kai mnèsthèsè peri emou faraô kai exaxeis me ek tou ochurômatos toutou  14 tantum memento mei cum tibi bene fuerit et facies mecum misericordiam ut suggeras Pharaoni et educat me de isto carcere    14 Doch gedenk mijner bij uzelven, wanneer het u wel gaan zal, en doe toch weldadigheid aan mij, en doe van mij melding bij Farao, en maak, dat ik uit dit huis kome.   [14] Maar als het weer goed gaat met u, denk dan ook eens aan mij en bewijs ook mij een dienst; doe bij de farao een goed woord voor mij en zorg dat ik uit dit huis vandaan kom.   [14] Ik hoop dat u aan mij zult denken als het u straks goed gaat, en dat u mij dan een dienst wilt bewijzen door de aandacht van de farao op mij te vestigen, zodat ik vrijkom.   14 als u dan mij bij uzelf zult gedenken wanneer het u goedgaat!– o, bewijs mij toch vriendschap!; houd mij in gedachtenis bij Farao en leid mij uit, uit dit huis!–   14. Souviens-toi de moi, lorsqu'il te sera arrivé du bien, et sois assez bon pour parler de moi à Pharaon, qu'il me fasse sortir de cette maison.  

King James Bible . [14] But think on me when it shall be well with thee, and shew kindness, I pray thee, unto me, and make mention of me unto Pharaoh, and bring me out of this house:
Luther-Bibel . 14 Aber gedenke meiner, wenn dir's wohlgeht, und tu Barmherzigkeit an mir, dass du dem Pharao von mir sagst und mich so aus diesem Hause bringst.

Tekstuitleg van Gn 40,14 .

Gn 40,15 - Gn 40,15 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15oti klopè eklapèn ek gès ebraiôn kai ôde ouk epoièsa ouden all' enebalon me eis ton lakkon touton 15 quia furto sublatus sum de terra Hebraeorum et hic innocens in lacum missus sum    15 Want ik ben diefelijk ontstolen uit het land der Hebreën; en ook heb ik hier niets gedaan, dat zij mij in dezen kuil gezet hebben.   [15] Want ik ben met geweld weggesleept uit het land van de Hebreeën, en ik heb ook hier geen misdaad gepleegd, waarvoor men mij in deze kerker moest opsluiten.’   [15] Want eerst ben ik ontvoerd uit het land van de Hebreeën en daarna hebben ze me hier in de kerker geworpen, zonder dat ik ook maar iets heb misdaan.’   15 want gestolen ben ik, gestolen!, uit het land van de Hebreeërs,– overstekers; en ook hier heb ik niet wat–dan–ook gedaan toen ze me in de put hebben gezet.   15. En effet, j'ai été enlevé du pays des Hébreux et ici même je n'ai rien fait pour qu'on me mette en prison.  

King James Bible . [15] For indeed I was stolen away out of the land of the Hebrews: and here also have I done nothing that they should put me into the dungeon.
Luther-Bibel . 15 Denn ich bin aus dem Lande der Hebräer heimlich gestohlen worden; und auch hier hab ich nichts getan, weswegen sie mich hätten ins Gefängnis setzen dürfen.

Tekstuitleg van Gn 40,15 .

Gn 40,16 - Gn 40,16 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16kai eiden o archisitopoios oti orthôs sunekrinen kai eipen tô iôsèf kagô eidon enupnion kai ômèn tria kana chondritôn airein epi tès kefalès mou  16 videns pistorum magister quod prudenter somnium dissolvisset ait et ego vidi somnium quod haberem tria canistra farinae super caput meum    16 Toen de overste der bakkers zag, dat hij een goede uitlegging gedaan had, zo zeide hij tot Jozef: Ik was ook in mijn droom, en zie, drie getraliede korven waren op mijn hoofd.   [16] Toen de eerste van de bakkers zag hoe gunstig de uitleg was, zei hij: ‘Ik heb ook een droom gehad. In die droom zag ik drie broodkorven op mijn hoofd.   [16] Toen de bakker Jozef zo’n gunstige uitleg hoorde geven, zei hij tegen hem: ‘Ik droomde net zoiets. Ik had drie manden met wit brood op mijn hoofd.  16 De vorst van de bakkers ziet dat hij ten goede heeft geduid; en hij zegt tot Jozef: ook ik,– in míjn droom ziedaar, drie korven witbrood op mijn hoofd;  16. Le grand panetier vit que c'était une interprétation favorable et il dit à Joseph : Moi aussi, j'ai rêvé : il y avait trois corbeilles de gâteaux sur ma tête.  

King James Bible . [16] When the chief baker saw that the interpretation was good, he said unto Joseph, I also was in my dream, and, behold, I had three white baskets on my head:
Luther-Bibel . 16 Als der oberste Bäcker sah, dass die Deutung gut war, sprach er zu Josef: Mir hat auch geträumt, ich trüge drei Körbe mit feinem Backwerk auf meinem Haupt

Tekstuitleg van Gn 40,16 .

Gn 40,17 - Gn 40,17 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17en de tô kanô tô epanô apo pantôn tôn genôn ôn o basileus faraô esthiei ergon sitopoiou kai ta peteina tou ouranou katèsthien auta apo tou kanou tou epanô tès kefalès mou  17 et in uno canistro quod erat excelsius portare me omnes cibos qui fiunt arte pistoria avesque comedere ex eo     17 En in den oppersten korf was van alle spijze van Farao, die bakkerswerk is; en het gevogelte at dezelve uit den korf, van boven mijn hoofd.   [17] In de bovenste korf lagen spijzen voor de farao, allerlei soorten gebak; maar de vogels pikten ervan uit de korf die ik op mijn hoofd droeg.’  [17] In de bovenste mand zat allerlei brood van de fijnste kwaliteit dat bestemd was voor de farao, maar er pikten voortdurend vogels aan het lekkers in die mand op mijn hoofd.’   17 en in de allerhoogste korf allerlei eetwaar voor Farao, gemaakt door een bakker, en het gevogelte is bezig ze op te eten uit de korf bovenop mijn hoofd!   17. Dans la corbeille du dessus, il y avait toutes sortes de pâtisseries que mange Pharaon, mais les oiseaux les mangeaient dans la corbeille, sur ma tête.  

King James Bible . [17] And in the uppermost basket there was of all manner of bakemeats for Pharaoh; and the birds did eat them out of the basket upon my head.
Luther-Bibel . 17 und im obersten Korbe allerlei Gebackenes für den Pharao, und die Vögel fraßen aus dem Korbe auf meinem Haupt.

Tekstuitleg van Gn 40,17 .

Gn 40,18 - Gn 40,18 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18apokritheis de iôsèf eipen autô autè è sugkrisis autou ta tria kana treis èmerai eisin  18 respondit Ioseph haec est interpretatio somnii tria canistra tres adhuc dies sunt     18 Toen antwoordde Jozef, en zeide: Dit is zijn uitlegging: de drie korven zijn drie dagen.   [18] Jozef antwoordde: ‘Dit is de verklaring: De drie korven zijn drie dagen.   [18] Jozef zei: ‘Dat moet zo worden uitgelegd: Die drie manden zijn drie dagen.   18 Jozef antwoordt en zegt: dit is zijn duiding; de drie korven,– drie dágen zijn dat;   18. Joseph lui répondit ainsi : Voici ce que cela signifie : les trois corbeilles représentent trois jours.  

King James Bible . [18] And Joseph answered and said, This is the interpretation thereof: The three baskets are three days:
Luther-Bibel . 18 Josef antwortete und sprach: Das ist seine Deutung: Drei Körbe sind drei Tage.

Tekstuitleg van Gn 40,18 .

Gn 40,19 - Gn 40,19 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19eti triôn èmerôn afelei faraô tèn kefalèn sou apo sou kai kremasei se epi xulou kai fagetai ta ornea tou ouranou tas sarkas sou apo sou  19 post quos auferet Pharao caput tuum ac suspendet te in cruce et lacerabunt volucres carnes tuas    19 Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen van boven u, en hij zal u aan een hout hangen, en het gevogelte zal uw vlees van boven u eten.   [19] Over drie dagen zal de farao uw hoofd opheffen en u aan een paal hangen, en de vogels zullen uw vlees verslinden.’   [19] Over drie dagen zal de farao u een hoge plaats geven – hij zal u laten onthoofden en u aan een paal laten hangen, en dan zullen de vogels het vlees van uw botten pikken.’  19 drie dagen nog, dan heft Farao uw hoofd óp boven u uit en zal hij u hangen aan een boom; het gevogelte eet uw vlees van u af!   19. Encore trois jours et Pharaon t'élèvera la tête, il te pendra au gibet et les oiseaux mangeront la chair de dessus toi.  

King James Bible . [19] Yet within three days shall Pharaoh lift up thy head from off thee, and shall hang thee on a tree; and the birds shall eat thy flesh from off thee.
Luther-Bibel . 19 Und nach drei Tagen wird der Pharao dein Haupt erheben und dich an den Galgen hängen, und die Vögel werden dein Fleisch von dir fressen.

Tekstuitleg van Gn 40,19 .

Gn 40,20 - Gn 40,20 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20egeneto de en tè èmera tè tritè èmera geneseôs èn faraô kai epoiei poton pasi tois paisin autou kai emnèsthè tès archès tou archioinochoou kai tès archès tou archisitopoiou en mesô tôn paidôn autou  20 exin dies tertius natalicius Pharaonis erat qui faciens grande convivium pueris suis recordatus est inter epulas magistri pincernarum et pistorum principis    20 En het geschiedde op den derden dag, den dag van Farao's geboorte, dat hij voor al zijn knechten een maaltijd maakte; en hij verhief het hoofd van den overste der schenkers, en het hoofd van den overste der bakkers, in het midden zijner knechten.  [20] Drie dagen later, op de verjaardag van de farao, richtte deze een feestmaal aan voor zijn hovelingen. Zowel van de opperschenker als van de eerste van de bakkers hief hij het hoofd op.   [20] Drie dagen daarna gaf de farao een groot feest voor al zijn dienaren, ter gelegenheid van zijn verjaardag. Zowel de schenker als de bakker gaf hij in het bijzijn van zijn dienaren een hoge plaats:   20 ¶ En het geschiedt ten derde dage, de dag van Farao’s geboorte, dat hij een feestdronk klaarmaakt voor al zijn dienaars; hij heft óp het hoofd van de vorst van de schenkers én het hoofd van de vorst van de bakkers, te midden van al zijn dienaren:   20. Effectivement, le troisième jour, qui était l'anniversaire de Pharaon, celui-ci donna un banquet à tous ses officiers et il relâcha le grand échanson et le grand panetier au milieu de ses officiers.  

King James Bible . [20] And it came to pass the third day, which was Pharaoh's birthday, that he made a feast unto all his servants: and he lifted up the head of the chief butler and of the chief baker among his servants.
Luther-Bibel . 20 Und es geschah am dritten Tage, da beging der Pharao seinen Geburtstag. Und er machte ein Festmahl für alle seine Großen und erhob das Haupt des obersten Schenken und das Haupt des obersten Bäckers unter seinen Großen

Tekstuitleg van Gn 40,20 . Het vers Gn 40,20 telt 22 (2 X 11) woorden en 82 (2 X 41) letters . De getalwaarde van Gn 40,20 is 7576 (2³ X 947) .

2. בְּיוֹם / בָּיּוֹם = bëjôm / bajjôm = op een (de) dag < voorzetsel bë + (bepaald lidw. ha) + יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (491) . Pentateuch (130) . Eerdere Profeten (102) . Latere Profeten (116) . 12 Kleine Profeten (62) . Geschriften (81) . 12 kl. Prof. (62) . Gn (22) : (1) Gn 1,18 . (2) Gn 2,2 . (3) Gn 2,4 . (4) Gn 2,17 . (5) Gn 3,5 . (6) Gn 5,1 . (7) Gn 5,2 . (8) Gn 7,11 . (9) Gn 15,18 . (10) Gn 21,8 . (11) Gn 22,4 . (12) Gn 26,32 . (13) Gn 30,33 . (14) Gn 30,35 . (15) Gn 31,22 . (16) Gn 31,40 . (17) Gn 33,16 . (18) Gn 34,25 . (19) Gn 35,3 . (20) Gn 40,20 . (21) Gn 42,18 . (22) Gn 48,20 .

2. - 3. בַּיּוֹם הַשְּׁלִישִׁי = bajjôm hasjsjëlîsjî (op de derde dag) . Tenakh (22; 24X) . Gn (3) : (1) Gn 22,4 . (2) Gn 40,20 . (3) Gn 42,18 . (4) Ex 19,11 . (5) Lv 7,17 . (6) Lv 7,18 . (7) Lv 19,7 . (8) Nu 7,24 . (9) Nu 19,12 (2x) . (11) Nu 19,19 . (12) Nu 31,19 . (13) Joz 9,17 . (14) Re 20,30 . (15) 1 S 30,1 . (16) 2 S 1,2 . (17) 1 K 3,18 . (18) 1 K 12,12 . (19) 2 K 20,5 (2X) . (20) 2 K 20,8 . (21) Est 5,1 . (22) Hos 6,2 .
- Grieks . tῃ tritῃ ἡμερᾳ = tè(i) tritè(i) hèmera(i) (op de derde dag) . NT (10) . Mt (3) : (1) Mt 16,21 . (2) Mt 17,23 . (3) Mt 20,19 . Mc (2) : (1) Mc 9,31 . (2) Mc 10,34 . Lc (3) : (1) Lc 9,22 . (2) Lc 24,7 . (3) Lc 24,46 . Hnd (1) Hnd 10,40 . Verder : 1 Kor 15,4 .
- tῃ ἡμερᾳ tῃ tritῃ = tè(i) hèmera(i) tè(i) tritè(i) (op de dag , de derde) . NT (2) : (1) Lc 18,32 . (2) Joh 2,1 .

12. verbindingsprefix waw (en) en qal actief imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud wajjishshâ´ (en hij verhief) van het werkw. nâshâ´(dragen, opnemen, verheffen) . Getallenwaarde : nun = 14 of 50 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 351 (3³ X 13) . Structuur : 5 - 3 - 1 . Taalgebruik in Tenakh : nâshâ´ (dragen, opnemen, verheffen) . nâsh´â wordt gebruikt in uitdrukkingen als de tenten opbreken , een rijdier bestijgen , de ogen opslaan , zijn stem verheffen , zijn voeten opheffen (= voortgaan) . Tenakh (42) . Pentateuch (25) . Eerdere Profeten (11) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (5) .Gn (14) : . (1) Gn 13,10 . (2) Gn 18,2 . (3) Gn 22,4 . (4) Gn 22,13 . (5) Gn 24,63 . (6) Gn 27,38 . (7) Gn 29,1 . (8) Gn 29,11 . (9) Gn 31,17 . (10) Gn 33,1 . (11) Gn 33,5 . (12) Gn 40,20 . (13) Gn 43,29 . (14) Gn 43,34 .
De Griekse vorm act. part. aor. nom. mann. enk.exaras (uitgeheven, uitgestrekt) komt slechts in het OT (4) voor : (1) Gn 29,1 . (2) Gn 49,33 . (3) Lv 9,22 . (4) Nu 24,2 . Een vorm van het werkw. exairô in de LXX (236) , in het NT (1) . Zie het werkw. epairô (opheffen, verheffen) . Taalgebruik in het NT : epairô (opheffen, verheffen) .
- Lat. levare (elevare) . Fr. lever . E. to lift up . D. aufheben . Ned. verheffen .

Gn 40,21 - Gn 40,21 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai apekatestèsen ton archioinochoon epi tèn archèn autou kai edôken to potèrion eis tèn cheira faraô  21 restituitque alterum in locum suum ut porrigeret regi poculum    21 En hij deed den overste der schenkers wederkeren tot zijn schenkambt, zodat hij den beker op Farao's hand gaf.   [21] De opperschenker herstelde hij in zijn ambt, om hem opnieuw de beker te reiken,   [21] de schenker herstelde hij in zijn ambt, zodat deze hem de beker weer mocht aanreiken,   21 terugkeren doet hij de vorst van de schenkers op zijn schenkpost,– die geeft de beker áán op Farao’s handpalm.   21. Il rétablit le grand échanson dans son échansonnerie et celui-ci mit la coupe dans la main de Pharaon;  

King James Bible . [21] And he restored the chief butler unto his butlership again; and he gave the cup into Pharaoh's hand:
Luther-Bibel . 21 und setzte den obersten Schenken wieder in sein Amt, dass er den Becher reiche in des Pharao Hand,

Tekstuitleg van Gn 40,21 .

Gn 40,22 - Gn 40,22 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22ton de archisitopoion ekremasen katha sunekrinen autois iôsèf 22 alterum suspendit in patibulo ut coniectoris veritas probaretur    22 Maar den overste der bakkers hing hij op; gelijk Jozef hun uitgelegd had.   [22] maar de eerste van de bakkers hing hij op, volgens de uitleg die Jozef hun had gegeven.   [22] maar de bakker liet hij ophangen, precies zoals Jozef had uitgelegd.   22 De vorst van de bakkers heeft hij gehangen, zoals Jozef hun had geduid.   22. quant au grand panetier, il le pendit, comme Joseph lui avait expliqué. 

King James Bible . [22] But he hanged the chief baker: as Joseph had interpreted to them.
Luther-Bibel . 22 aber den obersten Bäcker ließ er aufhängen, wie ihnen Josef gedeutet hatte.

Tekstuitleg van Gn 40,22 .

Gn 40,23 - Gn 40,23 : Jozef legt dromen uit . Gn 40,1-23 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Gn (Genesis) -- Gn 40 -- Gn 40,1 - Gn 40,2 - Gn 40,3 - Gn 40,4 - Gn 40,5 - Gn 40,6 - Gn 40,7 - Gn 40,8 - Gn 40,9 - Gn 40,10 - Gn 40,11 - Gn 40,12 - Gn 40,13 - Gn 40,14 - Gn 40,15 - Gn 40,16 - Gn 40,17 - Gn 40,18 - Gn 40,19 - Gn 40,20 - Gn 40,21 - Gn 40,22 - Gn 40,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23ouk emnèsthè de o archioinochoos tou iôsèf alla epelatheto autou   23 et tamen succedentibus prosperis praepositus pincernarum oblitus est interpretis sui     23 Doch de overste der schenkers gedacht aan Jozef niet, maar vergat hem.   [23] De opperschenker dacht echter niet meer aan Jozef; hij vergat hem gewoon.  [23] De schenker dacht echter niet meer aan Jozef, hij vergat hem.  23 Maar nooit meer heeft de vorst van de schenkers gedacht aan Jozef,– hij vergeet hem.   23. Mais le grand échanson ne se souvint pas de Joseph, il l'oublia.. 

King James Bible . [23] Yet did not the chief butler remember Joseph, but forgat him.
Luther-Bibel . 23 Aber der oberste Schenk dachte nicht an Josef, sondern vergaß ihn.

Tekstuitleg van Gn 40,23 .


LXX

1egeneto de meta ta rèmata tauta èmarten o archioinochoos tou basileôs aiguptou kai o archisitopoios tô kuriô autôn basilei aiguptou2kai ôrgisthè faraô epi tois dusin eunouchois autou epi tô archioinochoô kai epi tô archisitopoiô3kai etheto autous en fulakè para tô desmofulaki eis to desmôtèrion eis ton topon ou iôsèf apèkto ekei4kai sunestèsen o archidesmôtès tô iôsèf autous kai parestè autois èsan de èmeras en tè fulakè5kai eidon amfoteroi enupnion ekateros enupnion en mia nukti orasis tou enupniou autou o archioinochoos kai o archisitopoios oi èsan tô basilei aiguptou oi ontes en tô desmôtèriô6eisèlthen de pros autous iôsèf to prôi kai eiden autous kai èsan tetaragmenoi7kai èrôta tous eunouchous faraô oi èsan met' autou en tè fulakè para tô kuriô autou legôn ti oti ta prosôpa umôn skuthrôpa sèmeron8oi de eipan autô enupnion eidomen kai o sugkrinôn ouk estin auto eipen de autois iôsèf ouchi dia tou theou è diasafèsis autôn estin diègèsasthe oun moi9kai diègèsato o archioinochoos to enupnion autou tô iôsèf kai eipen en tô upnô mou èn ampelos enantion mou10en de tè ampelô treis puthmenes kai autè thallousa anenènochuia blastous pepeiroi oi botrues stafulès11kai to potèrion faraô en tè cheiri mou kai elabon tèn stafulèn kai exethlipsa autèn eis to potèrion kai edôka to potèrion eis tas cheiras faraô12kai eipen autô iôsèf touto è sugkrisis autou oi treis puthmenes treis èmerai eisin13eti treis èmerai kai mnèsthèsetai faraô tès archès sou kai apokatastèsei se epi tèn archioinochoi+an sou kai dôseis to potèrion faraô eis tèn cheira autou kata tèn archèn sou tèn proteran ôs èstha oinochoôn14alla mnèsthèti mou dia seautou otan eu soi genètai kai poièseis en emoi eleos kai mnèsthèsè peri emou faraô kai exaxeis me ek tou ochurômatos toutou15oti klopè eklapèn ek gès ebraiôn kai ôde ouk epoièsa ouden all' enebalon me eis ton lakkon touton16kai eiden o archisitopoios oti orthôs sunekrinen kai eipen tô iôsèf kagô eidon enupnion kai ômèn tria kana chondritôn airein epi tès kefalès mou17en de tô kanô tô epanô apo pantôn tôn genôn ôn o basileus faraô esthiei ergon sitopoiou kai ta peteina tou ouranou katèsthien auta apo tou kanou tou epanô tès kefalès mou18apokritheis de iôsèf eipen autô autè è sugkrisis autou ta tria kana treis èmerai eisin19eti triôn èmerôn afelei faraô tèn kefalèn sou apo sou kai kremasei se epi xulou kai fagetai ta ornea tou ouranou tas sarkas sou apo sou20egeneto de en tè èmera tè tritè èmera geneseôs èn faraô kai epoiei poton pasi tois paisin autou kai emnèsthè tès archès tou archioinochoou kai tès archès tou archisitopoiou en mesô tôn paidôn autou21kai apekatestèsen ton archioinochoon epi tèn archèn autou kai edôken to potèrion eis tèn cheira faraô22ton de archisitopoion ekremasen katha sunekrinen autois iôsèf23ouk emnèsthè de o archioinochoos tou iôsèf alla epelatheto autou


TAALGEBRUIK


COMMENTAAR