Genesis 45 - Gn 45 -- Gn 45 -
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.
Zie ook naar - bijbeloverzicht -- overzicht van Genesis: - Gn - bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bibliografie van het Oude Testament -
Uitleg vers per vers : Gn
45,1 - Gn
45,2 - Gn
45,3 - Gn
45,4 - Gn
45,5 - Gn
45,6 - Gn
45,7 - Gn
45,8 - Gn
45,9 - Gn
45,10 - Gn
45,11 - Gn
45,12 - Gn
45,13 - Gn
45,14 - Gn
45,15 - Gn
45,16 - Gn
45,17 - Gn
45,18 - Gn
45,19 - Gn
45,20 - Gn
45,21 - Gn
45,22 - Gn
45,23 - Gn
45,24 - Gn
45,25 - Gn
45,26 - Gn
45,27 - Gn
45,28
| Gn 45,1 - Gn 45,1 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[1] Nu kon Jozef zich voor alle omstanders niet
langer beheersen en hij riep uit: ‘Stuur iedereen weg.’
Zo was er niemand meer bij, toen Jozef zich aan zijn broers bekendmaakte. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,2 - Gn 45,2 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[2] Hij weende zo luid, dat de Egyptenaren het
hoorden; ook in het huis van de farao werd het bekend. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,3 - Gn 45,3 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[3] Jozef zei tegen zijn broers: ‘Ik ben Jozef.
Maakt vader het nog goed?’ Maar zijn broers konden geen woord
uitbrengen, zo verschrikt waren zij. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,4 - Gn 45,4 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[4] Jozef echter zei tegen zijn broers: ‘Kom
toch dichterbij.’ Toen ze dichterbij gekomen waren, zei hij:
‘Ik ben Jozef, de broer die jullie aan Egypte verkocht hebben.
|
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,5 - Gn 45,5 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[5] Je hoeft niet zo terneergeslagen te zijn en
jezelf niet meer te verwijten dat jullie mij hiernaartoe verkocht
hebben, want God heeft mij voor jullie uit gezonden om jullie in leven
te houden. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,6 - Gn 45,6 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[6] Er heerst nu al twee jaar hongersnood in het
land en er volgen nog vijf jaren dat het ploegen geen oogst oplevert. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
4. zelfst. naamw. mann. enk. רָעָב = râ`âbh (honger, hongersnood) . Taalgebruik in Tenakh : râ`âbh (honger, hongersnood) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 , beth = 2 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 . Structuur : 2 - 7 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . r-`-b : Tenakh (33) . Gn (6) : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 26,1 . (3) Gn 41,27 . (4) Gn 41,30 . (5) Gn 41,54 . (6) Gn 45,11 . Dt (1) : Dt 32,24 .
- הָרָעָב = harâ`âbh (de honger, de hongersnood) < bepaald lidw. + zelfst. naamw. mann. enk. רָעָב = râ`âbh (honger, hongersnood) . Taalgebruik in Tenakh : râ`âbh (honger, hongersnood) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 , beth = 2 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 . Structuur : 2 - 7 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (24) . Pentateuch (14) : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 26,1 . (3) Gn 41,30 . (4) Gn 41,31 . (5) Gn 41,36 . (6) Gn 41,50 . (7) Gn 41,54 . (8) Gn 41,56 . (9) Gn 41,57 . (10) Gn 42,5 . (11) Gn 45,6 . (12) Gn 47,4 . (13) Gn 47,13 . (14) Gn 47,20 .
| Gn 45,7 - Gn 45,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[7] God* heeft mij vooruit gezonden, om jullie
voortbestaan op aarde te verzekeren en om velen het leven te redden.
|
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,8 - Gn 45,8 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[8] Niet jullie hebben mij hier gebracht, maar God
zelf. Hij heeft mij tot een vader* voor de farao gemaakt, tot heer
over heel zijn huis en tot heerser over heel Egypte. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,9 - Gn 45,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[9] Ga snel naar mijn vader en zeg hem: “Zo
spreekt uw zoon Jozef: God heeft mij aangesteld tot heer over heel
Egypte; kom zonder uitstel naar mij toe. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,10 - Gn 45,10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[10] U kunt zich in Gosen* vestigen; dan zult u
dicht bij mij wonen, samen met uw kinderen en kleinkinderen, uw schapen
en runderen en uw hele bezit. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,11 - Gn 45,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[11] Ik zal zorgen dat u daar niets tekort komt,
want er komen nog vijf jaren van hongersnood; dan zult u niet tot
armoede vervallen, noch uw familie of iemand van de uwen.” |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
8. zelfst. naamw. mann. enk. רָעָב = râ`âbh (honger, hongersnood) . Taalgebruik in Tenakh : râ`âbh (honger, hongersnood) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 , beth = 2 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 . Structuur : 2 - 7 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . r-`-b : Tenakh (33) . Gn (6) : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 26,1 . (3) Gn 41,27 . (4) Gn 41,30 . (5) Gn 41,54 . (6) Gn 45,11 . Dt (1) : Dt 32,24 .
- הָרָעָב = harâ`âbh (de honger, de hongersnood) < bepaald lidw. + zelfst. naamw. mann. enk. רָעָב = râ`âbh (honger, hongersnood) . Taalgebruik in Tenakh : râ`âbh (honger, hongersnood) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 , beth = 2 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 . Structuur : 2 - 7 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (24) . Pentateuch (14) : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 26,1 . (3) Gn 41,30 . (4) Gn 41,31 . (5) Gn 41,36 . (6) Gn 41,50 . (7) Gn 41,54 . (8) Gn 41,56 . (9) Gn 41,57 . (10) Gn 42,5 . (11) Gn 45,6 . (12) Gn 47,4 . (13) Gn 47,13 . (14) Gn 47,20 .
| Gn 45,12 - Gn 45,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[12] Jullie hier en mijn broer Benjamin zien zelf
dat ik in eigen persoon tot jullie spreek. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,13 - Gn 45,13 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[13] Ga dus mijn vader vertellen hoe groot het aanzien
is dat ik in Egypte geniet, en wat jullie allemaal is overkomen. Breng
hem dan zo snel mogelijk hier.’ |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,14 - Gn 45,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[14] Hij viel zijn broer Benjamin wenend om de hals,
en ook zijn broer Benjamin weende terwijl hij hem omhelsde. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,15 - Gn 45,15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[15] Hij kuste zijn andere broers en weende toen
hij ze omhelsde. Toen pas durfden zijn broers met hem te spreken. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
- bâkhâh (wenen, weeklagen)
. Verwijzing : - bâkhâh
(wenen, weeklagen) , zie Gn 45,15 . bâkhâh (wenen, weeklagen) . In tien verzen
in de bijbel : (1) Gn 45,15 (Benjamin) . (2) Ex
2,6 (bokhèh : wenende ; participium praesens) (Mozes in het mandje)
. (3) Nu
11, 10 (bokhèh : wenende ; participium praesens) (het jammerende
volk) . (4) 2 S 19,2 (bokhèh : wenende ; participium praesens) (David over Absalom)
. (5) 2 S 22,30 (bëkhâh : op u ; voorvoegsel bë en persoonlijk
voornaamwoord tweede persoon enkelvoud) . (6) 1 K 22,20 (voorvoegsel bë en khoh : zo) . (7)
6. וְאַחֲרֵי = wë´achäre(j) (en achter, en na) <. prefix voegwoord wë + voorzetsel (de vorm van een stat. constr. mann. mv.) . Zie : אַחֲרֵי = ´achäre(j)
(achter, na) . Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j)
(achter) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 , jod =
10 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 219 (3 X 73) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (45) . Pentateuch
(17) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (0)
. Geschriften (8) . Gn (5) : (1) Gn
15,14 . (2) Gn
23,19 . (3) Gn
25,26 . (4) Gn
32,21 . (5) Gn
45,15 .
- אַחֲרֵי = ´achäre(j)
(achter, na) . Taalgebruik in Tenakh : ´achäre(j)
(achter) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , resj = 20 of 200 , jod =
10 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 219 (3 X 73) . Structuur : 1 - 8 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh
(294) . Pentateuch (80) . Eerdere Profeten (134) . Latere Profeten (37) . 12
Kleine Profeten (5) . Geschriften (38) . Gn (39)
. Gn 25 (1) : Gn
25,26 .
- In dit woord vinden we de letters אח = ach terug , die staan voor אָח = ´âch (broer) .
| Gn 45,16 - Gn 45,16 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[16] Toen het nieuws van de komst van Jozefs broers in het paleis
van de farao was doorgedrongen, was er grote blijdschap bij hem en
bij zijn dienst. |
|
|
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van
| Gn 45,17 - Gn 45,17 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[17] En de farao zei tegen Jozef: ‘Geef uw
broers de volgende opdracht: Zadel de dieren, ga naar Kanaän
|
|
|
|
|
| Gn 45,18 - Gn 45,18 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[18] om uw vader en uw families te halen,
en kom dan naar mij toe. Ik zal u het beste van Egypte schenken, en
u zult eten van beste van het land. |
|
|
|
|
| Gn 45,19 - Gn 45,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[19] Dring bij hen ook op het volgende aan: Neem
uit Egypte wagens mee voor uw kleine kinderen en voor uw vrouwen;
u moet er ook uw vader mee vervoeren en hierheen komen. |
|
|
|
|
| Gn 45,20 - Gn 45,20 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[20] Maak u geen zorgen om uw huisraad, want het
beste van heel Egypte staat tot uw beschikking.’ |
|
|
|
|
| Gn 45,21 - Gn 45,21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[21] Zo deden de zonen van Israël. Jozef gaf
hun op bevel van de farao wagens en proviand voor de reis. |
|
|
|
|
| Gn 45,22 - Gn 45,22 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[22] Aan ieder van hen gaf hij een stel nieuwe
kleren; maar aan Benjamin schonk hij driehonderd zilverstukken en
vijf stel nieuwe kleren. |
|
|
|
|
| Gn 45,23 - Gn 45,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[23] Aan zijn vader stuurde hij eveneens geschenken:
tien ezels, beladen met de beste gaven van Egypte, en tien ezelinnen,
beladen met graan, brood en spijzen, als proviand voor zijn vader.
|
|
|
|
|
| Gn 45,24 - Gn 45,24 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[24] Zo liet hij dan zijn broers vertrekken en bij
het afscheid zei hij tegen hen: ‘Maak je onderweg geen zorgen.’ |
|
|
|
|
| Gn 45,25 - Gn 45,25 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[25] Zij vertrokken uit Egypte en kwamen in Kanaän bij hun vader
Jakob. |
|
|
|
|
| Gn 45,26 - Gn 45,26 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[26] Toen zij hem vertelden: ‘Jozef leeft
nog, en hij is heerser over heel Egypte’, bleef hij bij dat
nieuws onbewogen; hij kon het niet geloven. |
|
|
|
|
| Gn 45,27 - Gn 45,27 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[27] Toen zij hem echter meedeelden wat Jozef hun
gezegd had, en toen hij de wagens zag die Jozef gestuurd had om hem
naar Egypte te brengen, leefde de geest van hun vader Jakob weer op.
|
|
|
|
|
19. w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach
= en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw.
wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach
(geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal :
34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . LXX : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta
: pneuma
(geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma
(geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist
. wërûach (en geest) in Tenach (39) . Pentateuch (4) : Gn (2) : (1)
Gn 1,2
. (2) Gn
32,17 (wërèwach : en ruimte) . (3) Ex
10,13 . (4) Nu
11,31 . rûach (geest) in Tenach (204) . Pentateuch (19) . Gn (7) :
(1) Gn 6,17
. (2) Gn
7,15 . (3) Gn
7,22 . (4) Gn
8,1 . (5) Gn
26,35. (6) Gn
41,38 . (7) Gn 45,27 . rûchî (mijn geest) . Tenach (31) . Pentateuch
(1) Gn 6,3
. Een vorm van pneuma (geest) in het N.T. (379) , in de LXX (382) , in de Pentateuch
(26) , Gn (7) : (1) Gn
1,2 . (2) Gn
6,3 . (3) Gn
6,17 . (4) Gn
7,15 . (5) Gn
8,1 . (6) Gn
41,38 . (7) Gn 45,27 .
| Gn 45,28 - Gn 45,28 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
|
[28] En Israël sprak: ‘Genoeg! Mijn
zoon Jozef leeft nog: ik wil naar hem toe en hem zien, voor ik doodga!’ |
|
|
|
|