- Bibliografie
- Literatuur
- Liturgisch
gebruik - Overzicht
bijbelboeken - Overzicht
van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht
van deze website
Overzicht van Micha : -
Hab
1 -
Hab 2
-
Hab 3
-
Bijbeluitleg per pericope
Uitleg vers per vers : -
Hab
2,1 -
Hab
2,2 -
Hab
2,3 -
Hab
2,4 -
Hab
2,5 -
Hab
2,6 -
Hab
2,7 -
Hab
2,8 -
Hab
2,9 -
Hab
2,10 -
Hab
2,11 -
Hab
2,12 -
Hab
2,13 -
Hab
2,14 -
Hab
2,15 -
Hab
2,16 -
Hab
2,17 -
Hab
2,18 -
Hab
2,19 -
Hab
2,20
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT
- VICE VERSA) . Meer info : Arseen De
Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be
.
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B
- C
- D
- E
- F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y -
Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bezinningsteksten
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams
Blok ) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, koran
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , racisme , samenleving ,
sikhisme , spiritualiteit
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige
beschouwingen , Het
kleine of grote ongenoegen
|
Woordenschat
Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik
Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht
--
bijbelverwijzingen
-
- OT :
Gn (Genesis)
,
Ex (Exodus)
,
Lv (Leviticus)
,
Nu (Numeri)
,
Dt (Deuteronomium)
,
Joz (Jozua)
,
Re (Rechters)
,
Rt (Ruth)
,
1 S (1 Samuël)
,
2 S (2 Samuël)
,
1 K (1 Koningen)
,
2 K (2 Koningen)
,
1 Kr ( 1
Kronieken) ,
2
Kr (2 Kronieken) ,
Ezr
(Ezra) ,
Neh
(Nehemia) ,
Tob
(Tobia) ,
Jdt
(Judith) ,
Est
(Esther) ,
1 Mak
(1 Makkabeeën) ,
2
Mak (2 Makkabeeën) ,
Job
,
Ps (Psalmen
) ,
Spr (Spreuken)
,
Pr (Prediker)
,
Hl (Hooglied)
,
W (Wijsheid)
,
Sir (Sirach)
,
Js (Jesaja)
,
Jr (Jeremia)
,
Kl (Klaagliederen)
,
Bar (Baruch)
,
Ez (Ezechiël)
,
Da (Daniël)
,
Hos (Hosea)
,
Jl (Joël)
,
Am (Amos)
,
Ob (Obadja)
,
Jon (Jona)
,
Mi (Micha)
,
Nah (Nahum)
,
Hab (Habakuk)
,
Sef (Sefanja)
,
Hag (Haggai)
,
Zach (Zacharia)
,
Mal (Maleachi)
.
- NT :
Mt
(Matteüs) -
Mc
(Marcus) -
Lc
(Lucas) -
Joh
(Johannes) -
Hnd
(Handelingen) ,
Rom
(Rome) ,
1 Kor
(Korinte) ,
2
Kor (Korinte) ,
Gal
(Galatië) ,
Ef
(Efese) ,
Fil
(Filippi) ,
Kol
(Kolosse) ,
1
Tes (Tessalonika) ,
2
Tes (Tessalonika) ,
1
Tim (Timoteüs) ,
2
Tim (Timoteüs) ,
Tit
(Titus) ,
Film
(Filemon) ,
Heb
(Hebreeën) ,
Jak
(Jakobus) ,
1 Pe
(Petrus) ,
2 Pe
(Petrus) ,
1 Joh
(Johannes) ,
2
Joh (Johannes) ,
2
Joh (Johannes) ,
Jud
(Judas) ,
Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : -
bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament -
bibliografie
Matteüsevangelie -
bibliografie
Marcusevangelie -
bibliografie
Lucasevangelie -
bibliografie
van het Johannesevangelie -
bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
Bijbellicht op Habakuk door Raymond Hausoul
Datum: 8. november 2002
Deze publicaties zijn verre van compleet, het is een steeds groeiende
bibliotheek. Daardoor kan het voorkomen dat bepaalde bijbelgedeeltes
helemaal nog niet voorzien zijn van aantekeningen.
Afkortingen van de bijbelvertalingen
AV
Authorised Version - 1769 - Cambridge University Press
ELB
Unrevidierte Elberfelder - 1905 – Brockhaus Verlag
BBE
Bible in Basic English – 1964 – Cambridge Press
DBY
The Darby Bible - 1890/1884 – Bible Truth Publishers
NBG
NBG Vertaling – 1951 - N.B.G. Haarlem.
LUT
Martin Luther - 1912 – Brunnen Verlag
BHS
Biblia Hebraica Stuttgartensia – 1967/77 – Deutsche Bibelgesellschaft,
Stuttgart
SSV
Statenvertaling – 1997 - Stg. Publishare
JPS
The Holy Scriptures, by the Jewish Publication Society
LEI
Leidse Vertaling - 1912 - Stg. Publishare
SCHLACH
Schlachter Bibel – 1951 - Genfer Bibelgeschellschaft
TR
Stephens Textus Receptus – 1550
WH
Westcott-Hort Greek Text with variant readings from the UBS 3-4/Nestle 26-27
editions– 1881
Pagina 2
Versie: 8. november 2002
Page 3
Raymond Hausoul
Bijbellicht op Habakuk
Feedback: tychicus@hetnet.nl
Habakuk
Algemene aspecten over Habakuk
De profeet Habakuk
Habakuk wiens naam 'omarmen' betekent, hoort tesammen met Zacharja en Haggai
tot de mensen die
zichzelf profeet noemen. Wegen de Psalm in Habakuk 3 houden veel geleerden Habakuk
voor een
Leviet, maar ook psalmist David was geen Leviet. Misschien was Habakuk ook een
muzikant (Hk3:19),
het boek heeft namelijk ook een muzikalisch poetische stijl.
Volgens de overlevering leefde Habakuk nog tijdens de Babylonische gevangenschap
ten tijde van
Daniel
1
. Een andere overlevering die door Epiphanius bewaard werd, zegt, dat Habakuk
nog leefde toen
Nebukadnezar Jeruzalem verwoestte. Habakuk zou naar Ostrakine op de grens van
Egypte verhuisd
zijn, en later weer naar zijn vaderland teruggegaan zijn. Daar werd hij dan
ook begraven. In de eerste
eeuwen n.Chr. Werd het graf van de profeet nog aangewezen in Kegila te Juda.
Datering van het boek Habakuk
Het boek heeft geen datum, maar veel verwijzingen:
Het boek lijkt kort voor de Babylonische inval in 606 v.Chr. Te zijn geschreven
(Hk1:5-6).
Ninive of Assyrien worden niet in het boek genoemd, waarschijnlijk waren beide
als gevallen
(626v.Chr. viel Assyrien en 612 v.Chr. viel Ninive).
De bezorgdheid van de profeer over de gewelddadigheid in Juda verwijst ons naar
een tijd na de
dood van Josia (609).
Veel uitleggers dateren Habakuk dan ook tussen 609-606 v.Chr. Tijdens de regering
van koning
Jojachin. Dit was de tijd kort voor de Babylonische inval in Israel. De andere
tien stammen waren al door
de Assyriers in gevangenschap weggevoert. Ook de stijl van het boek zelf past
beter voor de tijd van de
Babylonische gevangenschap.
Habakuk in het Nieuwe Testament
Het schijnt dat de apostel Paulus een bijzondere relatie met de profeet Habakuk
had. In Handelingen
13:41 laat ons Lukas weten, dat Paulus aan het einde van zijn preek in de synagoge
te Antiochie de
eerste vermaning uit Habakuk 1:5 citeerd. Tevens is het ook merkenswaardig dat
de apostel die door de
Heilige Geest geinspireerd werd, in de brief aan de Romeinen, de heerlijke waarheid
van de
rechtvaardiging van geloof betoont door Habakuk 2:4, drie keer
2
in zijn brieven doet hij dit (Rm1:17;
Gl3:11; Hb10:38).
Indelingen van het boek Habakuk
Hk1:1-11
Eerste gesprek: God en de zonde van het volk
Hk1:12-2:20
Tweede gesprek: God en de zonde van de vijanden
Hk3:1-15
Gods oordeel en redding
Hk3:16-19
Habakuks geloof
Habakuk hoofdstuk 1
1 De last, welken Habakuk, de profeet, gezien heeft.
De last,
De Statenvertaling vertaald op deze plaats het woord met 'last'
3
, terwijl andere vertaling zoals de NBG
het met 'godspraak'
4
. De vertaling met 'last' is een betere vertaling van het Hebreeuwse woord “Massa”
5
.
De profeet heft hiermee dan ook zijn woord aan. Habakuk begint zijn profetie
met een klaaglied, maar hij
eindigde met een triomfkreet van geloof.
2 HEERE! hoe lang schreeuw ik, en Gij hoort niet, hoe lang roep ik geweld, tot
U, en Gij verlost
niet!
hoe lang schreeuw ik,
Habakuks boek begint met een vraag aan God en eindigt met een belijdenis. Terwijl
God vroeger tot de
profeten sprak, spreekt nu de profeet tot God met de vraag: “God bent
u er nog, let u nog op?”. Angst
wordt tot aanbidding, vreze tot vertrouwen. Ontmoediging veranderd zich in verwachting,
volhouding tot
hoop. Lijdenschap veranderd zich in liefde. Dat wat met een vraagteken begint
eindigt met een
1
Zie het apocrieve boek Bel en de Draak 1:33.
2
Als we ervan uitgaan dat Paulus ook de brief aan de Hebreeen schreef, wat zeer
waarschijnlijk is.
3
Zie ook AV, DBY, JSP, LU, SCHLACH.
4
Zie ook ELB en LEI.
5
Hebr. asm - “massa” (=een last).
Habakuk hoofdstuk 1
Pagina 3
Versie: 8. november 2002
Page 4
Raymond Hausoul
Bijbellicht op Habakuk
uitroepteken. Het gelovig overblijfsel uit de twee stammen zal in de eindtijd
ook telkens tot deze uitroep
komen.
hoe lang roep ik geweld,
Ziet, ik roep, geweld! doch word niet verhoord; ik schreeuw, doch er is geen
recht (Jb19:7).
en Gij verlost niet!
Merkwaardig is hoe de profeet Nahum over dit probleem spreekt. Eerst stelt hij
vast, dat God naijverig is
en een wreker vol van grimmigheid en toorn (Na1:2). Maar direct daarna laat
hij volgen, dat de Here
lankmoedig is, doch groot van kracht, die het kwade geenszins ongestraft laat
gaan (Na1:3), om dan in
Nahum 1:7 te zeggen, dat de Here goed is, een sterkte ten dage van benauwdheid,
en dat Hij hen kent,
die bij Hem schuilen. De profeet Habakuk had bij de profeet Nahum in de leer
kunnen gaan.
3 Waarom laat Gij mij ongerechtigheid zien, en aanschouwt de kwelling? Want
verwoesting en
geweld is tegen mij over, en er is twist, en men neemt gekijf op.
Waarom laat Gij mij ongerechtigheid zien,
Habakuk vraagt: “Hoezo laat God de ongerechtigheid toe in zijn volk?”.
Salomo klaagt menigmaal
hierover in zijn boek Prediker, en Jeremia wilde het liefst naar een herberg
in de woestijn vluchten
(Jr9:2). Hoeveel voorbeelden hiervan kunnen we tegenwoordig ook niet in het
christendom vinden.
verwoesting en geweld is tegen mij over,
De verwoesting herinnert ons aan de verdrukking en gewelddadigheid die in Israel
vaak gepaard ging
met mishandeling, om anderen te beroven van zijn goederen. Het geweld wijst
meer op de strijd in het
gericht, waarbij in het bijzonder de weduwe vaak uitgebuit werden.
4 Daarom wordt de wet onderlaten, en het recht komt nimmermeer voort; want de
goddeloze
omringt den rechtvaardige; daarom komt het recht verdraaid voor.
5 Ziet onder de heidenen, en aanschouwt, en verwondert u, verwondert u, want
Ik werk een werk
in ulieder dagen, hetwelk gij niet geloven zult, als het verteld zal worden.
Ziet onder de heidenen,
Hiermee wordt niet alleen de profeet aangesproken, maar ook het volk Gods.
want Ik werk een werk in ulieder dagen,
In Handelingen 13:41 als Paulus met Barnabas in Antiochie te Pisidie is gekomen,
wordt dit vers in de
synagoge toegepast op het verlossingswerk van Christus, beide waren de Joden
een dwaasheid. God
gebruikt de Babyloniers? Dat geloof je toch zelf niet, wij zijn toch veel beter.
God stuurt Christus, nee...
kom nou, wij zijn toch veel beter, God wil toch niet ons Israelieten veroordelen,
wij die de wet van Mozes
hebben.
hetwelk gij niet geloven zult,
In de dagen van Habakuk geloofde het volk niet aan de verwekking van de Chaldeeën,
als een middel
tot hun oordeel; in de dagen van de Heer Jezus geloofde het volk niet, dat Hij
als een van God
gezonden Heiland was gekomen, en veroordeelde Hem.
6 Want ziet, Ik verwek de Chaldeen, een bitter en snel volk, trekkende door
de breedten der
aarde, om erfelijk te bezitten woningen, die de zijne niet zijn.
Ik verwek de Chaldeen,
God zegt zodoende: “Ik zal de Babyloniers op hun afsturen”.
een bitter en snel volk,
Deze uitspraak herinnert ons aan Deuteronomium 28:46 waar dit oordeel al
aangekondigd werd, als het volk God niet gehoorzaam zou zijn. “De HEERE
zal tegen
u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, gelijk als een arend
vliegt; een
volk, welks spraak gij niet zult verstaan;” (Dt28:46).
7 Schrikkelijk en vreselijk is hetzelve; zijn recht en zijn hoogheid gaat van
hemzelven uit.
8 Want zijn paarden zijn lichter dan de luipaarden, en zij zijn scherper dan
de avondwolven, en
zijn ruiters verspreiden zich; ja, zijn ruiters zullen van verre komen, zij
zullen vliegen als een
arend, zich spoedende om te eten.
9 Het zal geheellijk tot geweld komen, wat zij inslorpen zullen met hun aangezichten,
zullen zij
brengen naar het oosten; en het zal de gevangenen verzamelen als zand.
wat zij inslorpen zullen met hun aangezichten,
En het zal uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochteren zouden
eten;
het zal uw schapen en uw runderen opeten; het zal uw wijnstok en uw vijgeboom
Habakuk hoofdstuk 1
Pagina 4
Versie: 8. november 2002
Page 5
Raymond Hausoul
Bijbellicht op Habakuk
Feedback: tychicus@hetnet.nl
opeten; uw vaste steden, op dewelke gij vertrouwt, zal het arm maken, door het
zwaard
(Jr5:17).
10 En hij zal de koningen beschimpen, en de prinsen zullen hem een belaching
zijn; hij zal alle
vesting belachen; want hij zal stof vergaderen, en hij zal ze innemen.
11 Dan zal hij den geest veranderen, en hij zal doortrekken, en zich schuldig
maken, houdende
deze zijn kracht voor zijn God.
Dan zal hij den geest veranderen,
Het woord voor 'geest' kunnen we hier beter vertalen met 'wind', zoals de NBG
en ELB
dit doen “Dan snelt het voort als de wind en trekt verder; zo maakt hij
zich schuldig,
wiens kracht zijn god is.” De hoofdzaak is uit al deze vertalingen echter
wel duidelijk.
De Chaldeen zullen weer net zo snel verdwijnen als ze gekomen zijn.
12 Zijt Gij niet van ouds af de HEERE, mijn God, mijn Heilige? Wij zullen niet
sterven; o HEERE!
tot een oordeel hebt Gij hem gesteld, en o Rots! om te straffen, hebt Gij hem
gegrondvest.
Zijt Gij niet van ouds af de HEERE,
De profeet spreekt God nu aan met de naam Jahweh, waarmee God zich aan Mozes
geopenbaard had
als de trouwe onveranderlijke God (Ex3:14).
13
Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling
kunt Gij niet
aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen? Waarom
zoudt Gij
zwijgen, als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?
waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen?
ELB en LUT vertalen hier trouwelozen met 'rovers'.
Het Hebreeuwse “bagad” betekent echter
eerder trouwelozen.
die rechtvaardiger is dan hij?
De Assyrieers zijn namelijk niet zo slecht als de Babyloniers.
14 En waarom zoudt Gij de mensen maken, als de vissen der zee, als het kruipend
gedierte, dat
geen heerser heeft?
dat geen heerser heeft?
De profeet weer dat zonder God niets kan gebeuren.
15 Hij trekt ze allen met den angel op, hij vergadert ze in zijn garen, en hij
verzamelt ze in zijn
net; daarom verblijdt en verheugt hij zich.
16 Daarom offert hij aan zijn garen, en rookt aan zijn net; want door dezelve
is zijn deel vet
geworden, en zijn spijze smoutig.
17 Zal hij dan daarom altoos zijn garen ledig maken, en zal hij niet verschonen,
met altoos de
volken te doden?
Zal hij dan daarom altoos zijn garen ledig maken,
Dit vers is in de SSV en NBG in vragende vorm gesteld. Alsof de profeet vraagt
of het altijd zal kunnen
doorgaan met de veroveringen en het uitroeien van volkeren zonder enig medelijden.
Luther vertaalde
dit vers echter als een constatering, omdat de wereldmacht in handen van de
Chaldeeër was gegeven,
zou hij steeds "Zijn net uitwerpen" en niet ophouden met mensen te
doden. Beide kan waar zijn. Het
antwoord op de vraag en de toevoeging op de constatering is volgens de Schrift:
totdat ook dit
instrument door God terzijde wordt geworpen.
Habakuk hoofdstuk 2
1 Ik stond op mijn wacht, en ik stelde mij op de sterkte, en ik hield wacht
om te zien, wat Hij in
mij spreken zou, en wat ik antwoorden zou op mijn bestraffing.
Ik stond op mijn wacht,
Het Hebreeuwse woord voor 'wacht' duidt op een wachtplaats die zich meestal
op een toren bevondt
(2Sm18:24-28; 2Kn9:17; 11:5; Js21:8). Wachters op de torens van een versterkte
stad hadden tot taak
bijtijds de nadering van de vijand aan te kondigen en de strijders verder van
de bewegingen van de
vijand op de hoogte te houden. Habakuk wil zulk een wachter zijn, ten dienste
van Juda. We mogen net
als Habakuk op de wachttoren staan en boven de dingen uitzien.
2 Toen antwoordde mij de HEERE, en zeide: Schrijf het gezicht, en stel het duidelijk
op tafelen,
opdat daarin leze die voorbijloopt.
Habakuk hoofdstuk 2
Pagina 5
Versie: 8. november 2002
Page 6
Raymond Hausoul
Bijbellicht op Habakuk
3 Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het
einde voortbrengen,
en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen,
Hij zal niet
achterblijven.
Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn,
Ook deze profetie reikte, zoals zoveel andere, veel verder dan het historische
feit. In de Statenvertaling
van dit vers is de Here Zelf het voorwerp van verwachting. Maar Luther in zijn
vertaling liet deze
verwachting reeds slaan op de vervulling van de profetie. En zo ook alle nieuwere
overzettingen. Het
oordeel over de Chaldeeuwse wereldmacht zou gewis komen, uitblijven zou het
niet. En dezelfde
vastheid is er ten aanzien van het oordeel over de wereldmacht, die er in de
eindtijd zal zijn.
zo Hij vertoeft,
Habakuk 2:3 wordt in Hebreeen 10:37 toegepast op de verschijning van Christus
in de eindtijd, door te
schrijven: "Want nog een zeer weinig tijd en Hij, die komt, zal komen en
niet vertoeven". Habakuk
doelde op een gebeurtenis maar Hebreeen 10:37 doelt op een Persoon, op Hem,
die komen zal, niet zal
vertoeven en niet zal uitblijven.
4 Ziet, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem; maar de rechtvaardige
zal door zijn geloof
leven.
maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.
Het gaat Habakuk dus niet alleen om het geloofsvertrouwen van de rechtvaardige,
maar
ook om de vraag wat de rechtvaardige anders maakt dan de goddeloze, ja, wat
hem
überhaupt een rechtvaardige doet zijn, zodat hij niet met de goddelozen
onder het
oordeel komt.
Het zou tevens moeilijk zijn een zinnetje te bedenken, zo kort en eenvoudig
als dit, dat
zo'n grote invloed heeft uitgeoefend op de geschiedenis van het menselijk geslacht.
Het is een kort zin, maar toch gaf deze zin de basis, het schriftuurlijk gezag
aan in het
evangelie boodschap zoals die gepredikt. Het werd zelfs het basisvers voor de
reformatie ten tijde van Luther. Het lijdt geen twijfel dat vandaag nog, ditzelfde
korte,
eenvoudige zinnetje, wanneer het eenmaal in geloof gegrepen en toegepast wordt,
de
kracht bevat om in de levens van individuen of in de geschiedenis van volken
en
wereldrijken een ommekeer teweeg te brengen.
5 En ook dewijl hij trouwelooslijk handelt bij den wijn, een trots man is, en
in zijn woning niet
blijft; die zijn ziel wijd opendoet als het graf, en gelijk de dood is, die
niet zat wordt, en tot zich
verzamelt al de heidenen, en vergadert tot zich alle volken.
En ook dewijl hij trouwelooslijk handelt bij den wijn,
Wat het eerste deel van dit vers betreft, wijkt de vertaling van het NBG sterk
af van andere
overzettingen.
6
Zouden dan niet al dezelve van hem een spreekwoord opnemen, en een uitlegging
der
raadselen van hem? En men zal zeggen: Wee dien, die vermeerdert hetgeen het
zijne niet is (hoe
lange!), en dien, die op zich laadt dik slijk.
Wee dien,
Dit lied kan worden verdeeld in vijf gedeelten, die alle vijf met een "wee
hem" beginnen
(Hk2:6,9,12,15,19). Iets dergelijks vinden wij ook in Jesaja 5:8-24 en Micha
2:1-2. Maar daar werden de
weeën uitgesproken over Juda, terwijl ze hier betrekking hebben op de volken.
Dit lied over de
ondergang van de Chaldeeër is dan ook het antwoord van de Here op het tweede
"waarom" van de
profeet Habakuk "waarom aanschouwt Gij de trouwelozen, en zwijgt Gij, als
de goddeloze verslindt hem,
die rechtvaardiger is dan hij?" (Hk1:13). Het is opvallend dat in dit lied
het gebruik van een naam van
een koning wordt vermeden.
Waarschijnlijk gebeurd dit omdat de vijf weeën eveneens betrekking
hebben op alle wereldmachthebbers, tot in de eindtijd toe.
die vermeerdert hetgeen het zijne niet is (hoe lange!),
Dit werd uitgesproken over hem, die de bezittingen van anderen had genomen en
daarmede winst
maakte. Dezelfde zonde werd in Israël en Juda gevonden (Am2:6-8). Hij,
die dat doet, kan slechts
oordeel verwachten, want dit is in de ogen van God iets afschuwelijks.
7 Zullen niet onvoorziens opstaan, die u bijten zullen, en ontwaken, die u zullen
bewegen, en
zult gij hun niet tot plundering worden?
en zult gij hun niet tot plundering worden?
Sommige zien hierin een verwijzing naar Farao Necho die in 609v.Chr. Van Juda
een geldboete
vorderde (2Kn23:33) .
Habakuk hoofdstuk 2
Pagina 6
Versie: 8. november 2002
Page 7
Raymond Hausoul
Bijbellicht op Habakuk
Feedback: tychicus@hetnet.nl
8 Omdat gij vele heidenen beroofd hebt, zo zullen alle overgeblevene volken
u beroven; om het
bloed der mensen, en het geweld aan het land, de stad, en alle inwoners derzelve.
en het geweld aan het land, de stad,
Het geweld, "het land, de stad en al haar inwoners" aangedaan, doelt
ongetwijfeld op het land Israel,
terwijl de stad verwijst naar Jeruzalem.
9 Wee dien, die met kwade gierigheid giert voor zijn huis, opdat hij in de hoogte
zijn nest stelle,
om bevrijd te zijn uit de hand des kwaads.
opdat hij in de hoogte zijn nest stelle,
Van de onrechtvaardig verkregen bezittingen hadden de Chaldeeën een veilig
huis gemaakt, een
ontoegankelijke vesting, teneinde zich veilig te stellen voor de wraak van de
verdrukten. Maar dit zou
tevergeefs zijn. Dezelfde hoogmoed en vrees, dreef ook Edom er toe "zijn
nest tussen de sterren te
bouwen" (Ob1:4).
10 Gij hebt schaamte beraadslaagd voor uw huis; uitroeiende vele volken, zo
hebt gij gezondigd
tegen uw ziel.
11 Want de steen uit den muur roept, en de balk uit het hout antwoordt dien.
Want de steen uit den muur roept,
Met de steen wordt indirekt ook op de nieuwe bouwstijl van de Babyloniers gewezen
die veel meer
gehouwen stenen gebruikten, als gebakken stenen. Dit vers wil ons duidelijk
maken dat in het huis waar
de ongerechtigheden plaatsvinden, zelfs de materialen van dat huis naar wraak
beginnen te roepen.
12 Wee dien, die de stad met bloed bouwt, en die de stad met onrecht bevestigt!
die de stad met bloed bouwt,
Het eerste wee betrof de natie van de onderdrukker, het tweede zijn huis, en
het derde zijn stad namelijk
Babel, dat zijn stad bouwde op zoveel vergoten bloed en gepleegd onrecht. Zo
was het trouwens ook bij
Nineve geweest (Na3:1). Het woeden van de Assyriër en de Chaldeeër
en alle volgende machthebbers
zou een einde vinden in het vuur van het oordeel. Vergeefs zouden zij zich inspannen
hun rijken te
behouden.
13 Ziet, is het niet van den HEERE der heirscharen, dat de volken arbeiden ten
vure, en de lieden
zich vermoeien tevergeefs?
en de lieden zich vermoeien tevergeefs?
Ze hebben veel stress en spanningen voor niets. Hoe zinloos is toch alle werk
dat niet in God geworteld
is (Ps90:7-10,13; Jr51:58).
14 Want de aarde zal vervuld worden, dat zij de heerlijkheid des HEEREN bekennen,
gelijk de
wateren den bodem der zee bedekken.
dat zij de heerlijkheid des HEEREN bekennen,
Niet alleen zal er dan een kennis van de heerlijkheid van de Heer zijn, maar
ook een kennis van God en
zijn Koning Jezus Christus. Hakakuk 3:7 vermeldt, dat de overblijfsels uit de
volken zullen zeggen, dat
de Here in zijn heilige tempel is, en de ganse aarde voor Hem heeft te zwijgen.
En... ook Habakuk
zweeg! Er wordt niet gezegd, dat de Here in de hemel is, maar in Zijn heilige
tempel. Het is duidelijk,
dat hiermee de heilige tempel op aarde wordt bedoeld, die te Jeruzalem in het
duizendjarig vrederijk zal
worden gebouwd. De heerlijkheid van de
Here die in de vroegere dagen de tempel had verlaten
(Ez11:23), keert dan daarin weer terug (Ez43:4-5).
Welk een geruststelling zal dit toekomst visioen voor Habakuk zijn geweest.
Hij zag de uitkomst de
vervulling van het geloof, dat geduldig heeft gewacht op het einde van de wegen
des Heren. Hij zag de
hoogmoed van de heersers geoordeeld.
Hij aanschouwde
overblijfsels uit de volken. die de Here
onderdanig waren, hij zag het oude volk Israël hersteld in glorie en macht.
De profeet had dan ook op dit
zo afdoende antwoord op zijn vragen niets meer te zeggen, hoewel hij daartoe
wel het voornemen had
gehad (Hk2:1) . De Here had voor zijn ogen voorbij laten gaan:
¡
zijn gerechtigheid in het oordeel over het kwaad,
¡
zijn genade jegens Israël en volken,
¡
zijn heerlijkheid die de ganse aarde bedekte,
¡
zijn regeringvan gerechtigheid en vrede,
15 Wee dien, die zijn naaste te drinken geeft, gij, die uw wijnfles daarbij
voegt, en ook dronken
maakt, opdat gij hun naaktheden aanschouwt.
Wee dien,
Dit vierde wee heeft betrekking op de lage en schandelijke losbandigheid, waardoor
de Chaldeeër
werden gekenmerkt. Hij heeft zich verzadigd met schande. Het oordeel van de
Here zal grote schande
brengen over hem en zijn heerlijkheid.
Habakuk hoofdstuk 2
Pagina 7
Versie: 8. november 2002
Page 8
Raymond Hausoul
Bijbellicht op Habakuk
die uw wijnfles daarbij voegt,
De NBG vertaald hier 'gif' in plaats van 'wijnfles', de ELB gebruikt het woord
'toorn'. Dit is een betere
vertaling die ook beter in de kontext past. God toont hiermee duidelijk dat
achter deze handeling pure
haat schuil gaat.
16 Gij zult ook verzadigd worden met schande, voor eer; drinkt gij ook, en ontbloot
de voorhuid;
de beker der rechterhand des HEEREN zal zich tot u wenden, en er zal een schandelijk
uitbraaksel over uw heerlijkheid zijn.
en ontbloot de voorhuid;
Het oordeel zal namelijk ook over hun komen. Ze worden hier indirekt heidenen
genoemd, doordat
verwezen wordt op hun voorhuid.
17
Want het geweld, dat tegen Libanon begaan is, zal u bedekken, en de verwoesting
der
beesten zal ze verschrikken, om des bloeds wil der mensen, en des gewelds in
het land, de stad
en aan alle inwoners derzelve.
dat tegen Libanon begaan is,
Ze hadden namelijk met de bomen die op de Libanon groeiden hun paleizen en huizen
gebouwd.
18 Wat zal het gesneden beeld baten, dat zijn formeerder het gesneden heeft?
of het gegoten
beeld, hetwelk een leugenleraar is, dat de formeerder op zijn formeersel vertrouwt,
als hij
stomme afgoden gemaakt heeft?
19 Wee dien, die tot het hout zegt: Word wakker! en: Ontwaak! tot den zwijgenden
steen. Zou
het leren? Ziet, het is met goud en zilver overtrokken, en er is gans geen geest
in het midden van
hetzelve.
Wee dien,
Dit vijfde wee heeft spreekt over de schrikkelijke afgoderij, die eveneens met
geweld gepaard ging.
Tegenover de éne en ware God had ze hun eigengemaakte beelden van hout,
ijzer, zilver en goud
gesteld.
Word wakker!
Waarschijnlijk wordt hiermee een spreuk bedoeld die door de afgodendienaars
gebruikt werd om hun
afgoden tot leven te brengen.
20 Maar de HEERE is in Zijn heiligen tempel. Zwijg voor Zijn aangezicht, gij
ganse aarde!
Maar de HEERE is in Zijn heiligen tempel.
Deze tempel is niet alleen het huis dat door Salomo gebouwd werd, maar ook de
plaats waar de
heerlijkheid van God in woont.
Hiermee wordt ieder geklaag onderdrukt (Js7:4; 30:15), want God geeft zich alleen
in de stilte te kennen
en niet door bezweringsspreuken (Ps46:11).
Habakuk hoofdstuk 3
1 Een gebed van Habakuk, den profeet, op Sjigjonoth.
Een gebed van Habakuk,
Na alles wat de profeet in Habakuk 2 over de toekomst van de Here had vernomen
was de reactie van
de profeet: smeking, dankzegging, lofprijzing. Toch was er niets in de omstandigheden
veranderd, maar
wel was de profeet er anders tegenover komen te staan.
Het zal in de eindtijd blijken, dat God dit profetisch gebed van Habakuk heeft
verhoord. Dan zal worden
gezien. dat het gelovig overblijfsel uit Juda, temidden van al de toorn en oordeel,
zowel over het
afgevallen Israël als over volken, waardoor dit overblijfsel moet heengaan.
God toch in genade aan hen
gedenkt en zich over hen ontfermt. Om het na het oordeel in te voeren in de
zegening van Christus'
koninkrijk.
2 HEERE! als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd; Uw werk, o HEERE! behoud
dat in het
leven in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in den
toorn gedenk des
ontfermens.
heb ik gevreesd;
Want als God zo precies is zal Hij ook met Zijn volk Israel in het oordeel gaan.
maak het bekend in het midden der jaren;
Waarschijnlijk dacht de profeet hierbij aan twee generaties.
3 God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran. Sela. Zijn heerlijkheid
bedekte de
hemelen, en het aardrijk was vol van Zijn lof.
Habakuk hoofdstuk 3
Pagina 8
Versie: 8. november 2002
Page 9
Raymond Hausoul
Bijbellicht op Habakuk
Feedback: tychicus@hetnet.nl
God kwam van Theman,
Deze verzen spreken van de verlossing van Israël in het verleden. God kwam
uit het oosten, uit Teman
en het gebergte Paran, kortom uit het gebied van Edom om Zijn volk uit de slavernij
van Egypte te
bevrijden door de oordelen over de volken, die Israël verdrukten (Dt33:2;
Ri5:4). Daarbij spreekt het vers
ook van Gods komst in de toekomst (Dt33:2).
en de Heilige van den berg Paran.
De berg Paran legt net als Theman ook in Edom, en grenst aan de berg Sinai.
Sela.
De betekenis van het woord 'sela' is onduidelijk. In 39 Psalmen vinden we het
71 keer. Aquila en
Hieronymus vertalen het met 'steeds', zodoende zou de zin steeds herhaald worden
tot in alle
eeuwigheid. De Septuaginta vertaald het echter met 'tussenlied', waarbij meer
aan een instrumentale
solo gedacht wordt. Het Hebreeuwse woord komt zelf van het werkwoord 'opheffen'
af. Zodoende denken
anderen weer aan het 'opheffen' van hun hart bij dit woord. Het is echter opvallend
dat het woord Sela
meestal in Psalmen te vinden is die een bijzondere waarde hebben en voor fouten
waarschuwen (Ps3:5;
7:5; 32:5,7).
Zijn heerlijkheid bedekte de hemelen,
Zodat God daarin omsloten is en voor menselijke ogen onzichtbaar is (Dt33:2;
Ps18:13; 50:2; 80:2;
94:1).
4 En er was een glans als des lichts, Hij had hoornen aan Zijn hand, en aldaar
was Zijn sterkte
verborgen.
En er was een glans als des lichts,
God woont in een licht (1Tm6:16; 2Ko4:6), Hij is het Licht van de wereld (Jh8:12).
Hij had hoornen aan Zijn hand,
Oftewel stralen, het woord voor hoornen wordt in het Hebreeuws meestal met hoornen
vertaald en niet
met stralen, waarschijnlijk kunnen we hierbij het beste denken aan de zonnestralen
(Jb12:16; 26:2). We
hoeven hierbij echter niet aan een bliksem te denken.
5 Voor Zijn aangezicht ging de pestilentie, en de vurige kool ging voor Zijn
voeten henen.
6 Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de
gedurige bergen zijn
verstrooid geworden; de heuvelen der eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen
der eeuw
zijn Zijne.
Hij stond,
De passage Hk3:6-15 is één van de moeilijkst te vertalen teksten
in het Oude Testament.
en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden;
In deze bergen hebben de mensen sinds oertijden gewoond.
de heuvelen der eeuwigheid hebben zich gebogen;
God wil geen hoogtes hebben waar andere afgoden de eer ontvangen (Ex20:1).
7 Ik zag de tenten van Kusan onder de ijdelheid; de gordijnen des lands van
Midian schudden.
Ik zag de tenten van Kusan onder de ijdelheid;
In Habakuk 3:7-15 wordt in verheven beeldspraak de toekomstige verlossing vergeleken
met die uit
Egypte die daarvan maar een zwak beeld was. De landstreken van Kusch (Ethiopië)
en Arabië die beide
in tenten woonden zouden namelijk voor de Here beven. In het verleden was dit
nooit in die mate het
geval geweest.
8
Was de HEERE ontstoken tegen de rivieren? Was Uw toorn tegen de rivieren, was
Uw
verbolgenheid tegen de zee, toen Gij op Uw paarden reedt? Uw wagens waren heil.
9 De naakte grond werd ontbloot door Uw boog, om de eden, aan de stammen gedaan
door het
woord. Sela. Gij hebt de rivieren der aarde gekloofd.
10 De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf
zijn stem, hij
hief zijn zijden op in de hoogte.
en leden smart;
Net toonde God ons de uiterlijkheden van de natuur, nu wordt het innerlijke
ervan geopenbaard.
11 De zon en de maan stonden stil in haar woning; met het licht gingen Uw pijlen
daarhenen,
met glans Uw bliksemende spies.
De zon en de maan stonden stil in haar woning;
De zon en maan zullen door de revolutie terzijde worden gesteld. Ze zullen niet
zoals bij Jozua stil staan
aan de hemel, maar ze zullen helemaal niet naar buiten komen, en in hun woning
blijven.
Habakuk hoofdstuk 3
Pagina 9
Versie: 8. november 2002
Page 10
Raymond Hausoul
Bijbellicht op Habakuk
12 Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorstet Gij de heidenen.
13 Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij
doorwonddet het
hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende den grond tot den hals toe. Sela.
tot verlossing met Uw Gezalfde;
Deze gezalfde wijst meestal naar de Messias, alleen in Jesaja 45:1 wordt dit
woord voor iemand anders,
namelijk koning Kores gebruikt.
14 Gij doorboordet met zijn staven het hoofd zijner dorplieden; zij hebben gestormd,
om mij te
verstrooien; die zich verheugden, alsof zij de ellendigen in het verborgen zouden
opeten.
15 Gij betradt met Uw paarden de zee; de geweldige wateren werden een hoop.
de geweldige wateren werden een hoop.
Hierbij kunnen we ook denken aan het volkerenmeer.
16 Als ik het hoorde, zo werd mijn buik beroerd; voor de stem hebben mijn lippen
gebeefd;
verrotting kwam in mijn gebeente, en ik werd beroerd in mijn plaats. Zekerlijk,
ik zal rusten ten
dage der benauwdheid, als hij optrekken zal tegen het volk, dat hij het met
benden aanvalle.
zo werd mijn buik beroerd;
Indien iemand een openbaring van God krijgt, is het niet steeds gemakkelijk
om deze te dragen. De
profeten hebben daarbij vaak angst (Dn10:8; Ez3:15).
17 Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn
zal, dat het
werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men
de kudde uit de
kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal;
18 Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen
in den God
mijns heils.
Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen,
Zo kan ook de gemeente in het Nieuwe Testament zich met Christus verheugen in
tijden van nood en
leed. Terwijl ze vertrouwd op Gods belofte (Fp4:4).
19 De Heere HEERE is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden,
en Hij zal mij
doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth.
en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten.
De hoogtes zijn meestal de hoogtes waarop de afgoden gedient werden (Js26:18;
Ez36:2; Mc3:12). Maar
hier worden de goede hoogtes bedoeld waar de Here 'mijn hoogten' tegen kan zeggen.
Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth.
Zodoende zal dit lied dienen voor de aanbidding van de Here God.
Habakuk bibliografie
¢
R. Vellekoop - Zicht op 12 zonen, koningen en kleine profeten – 1995 –
Den Haag: Initiaal.
¢
Medema, Henk P. - Leven door Geloof – 1988 – Vaassen:Uitgeverij
Medema
¢
Holland, Martin – Die Propheten Nahum, Habakuk und Zefanja – 1986
– Wuppertal:Brockhaus-Verlag
Habakuk bibliografie
Pagina 10
Versie: 8. november 2002