HABAKUK 1 , Hab 1 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab (Habakuk) -- Hab 1 -
- Hab 1,2-4 -- Hab 1,5-11 -- Hab 1,12-17 -- Hab 1,2-3 ; 2,2-4 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Micha : - Hab 1 - Hab 2 - Hab 3 -
Bijbeluitleg per pericope
Uitleg vers per vers : - Hab 1,1 - Hab 1,2 - Hab 1,3 - Hab 1,4 - Hab 1,5 - Hab 1,6 - Hab 1,7 - Hab 1,8 - Hab 1,9 - Hab 1,10 - Hab 1,11 - Hab 1,12 - Hab 1,13 - Hab 1,14 - Hab 1,15 - Hab 1,16 - Hab 1,17 -
Hab 1,1 . Hab 1,2 . Hab 1,3 . Hab 1,4 . Hab 1,5 . Hab 1,6 . Hab 1,7 . Hab 1,8 . Hab 1,9 . Hab 1,10 . Hab 1,11 . Hab 1,12 . Hab 1,13 . Hab 1,14 . Hab 1,15 . Hab 1,16 . Hab 1,17 .

Habakuk - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T.
: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
         
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

- Hab 1,2-3 ; 2,2-4 / Hab 2 : 27ste (zevenentwintigste) zondag door het c-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
Hab 1,1 - Hab 1,1 .
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1to lèmma o eiden ambakoum o profètès  1 onus quod vidit Abacuc propheta     1 De last, welken Habakuk, de profeet, gezien heeft.   [1] Dit is de boodschap waarmee de profeet Habakuk in een visioen werd belast.  [1] Profetie; visioen van de profeet Habakuk.   1 ¶ De draaglast die is aanschouwd door de profeet Habakuk.   1. L'oracle que reçut en vision Habaquq le prophète.  

King James Bible . [1] The burden which Habakkuk the prophet did see.
Luther-Bibel . 1 1 Dies ist die Last, die der Prophet Habakuk geschaut hat.

Tekstuitleg van Hab 1,1 .

- Hab 1,2-4 . Eerste klacht . - Hab 1,2-4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,2 - Hab 1,3 - Hab 1,4 -

Eerste lezing op de 27ste (zevenentwintigste) zondag door het c-jaar : Habakuk 1,2-3 ; 2,2-4 . Hab 1,2-3 ; 2,2-4
Hoe lang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert? Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt? Waarom laat Gij mij onrecht lijden en ziet Gij die ellende maar aan? Waarom moet ik leven temidden van geweld en verdrukking en waarom rijst er twist en moet men lijden onder tweedracht? De Heer gaf mij antwoord: Schrijf het visioen op, zet het duidelijk op schrift, zodat men het vlot kan lezen. Want dit visioen, – al wacht het de vastgestelde tijd nog af, – hunkert niettemin naar zijn vervulling: het vertelt geen leugen. Al blijft het ook uit, geef het wachten niet op, want komen doet het beslist en het komt niet te laat. Bezwijken zal hij die in zijn hart niet deugt; de rechtvaardige echter blijft leven door zijn trouw.

Hab 1,2 - Hab 1,2 . Eerste klacht . - Hab 1,2-4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,2 - Hab 1,3 - Hab 1,4 -
Griekse tekst Vulgaat   27ste (zevenentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2eôs tinos kurie kekraxomai kai ou mè eisakousès boèsomai pros se adikoumenos kai ou sôseis  2 usquequo Domine clamabo et non exaudies vociferabor ad te vim patiens et non salvabis     Hoe lang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert? Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt?   2 HEERE! hoe lang schreeuw ik, en Gij hoort niet, hoe lang roep ik geweld, tot U, en Gij verlost niet!   [2] Hoelang moet ik nog roepen, heer, terwijl U maar niet luistert? Hoelang moet ik nog ‘Geweld!’ tegen U schreeuwen, terwijl U maar geen uitkomst brengt?   [2] Hoe lang nog, HEER, moet ik om hulp roepen en luistert u niet, moet ik ‘Geweld!’ schreeuwen en brengt u geen redding?   2 Tot hoelang, ENE, moet ik roepen om hulp en hoort gij niet?– ik schreeuw tot u ‘geweld’ en gij komt niet bevrijden!   2. Jusques à quand, Yahvé, appellerai-je au secours sans que tu écoutes, crierai-je vers toi : « A la violence! » sans que tu sauves ? 

King James Bible . [2] O LORD, how long shall I cry, and thou wilt not hear! even cry out unto thee of violence, and thou wilt not save!
Luther-Bibel . 2 HERR, wie lange soll ich schreien und du willst nicht hören? Wie lange soll ich zu dir rufen: »Frevel!«, und du willst nicht helfen?

Tekstuitleg van Hab 1,2 .

Hab 1,3 - Hab 1,3 . Eerste klacht . - Hab 1,2-4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,2 - Hab 1,3 - Hab 1,4 -
Griekse tekst Vulgaat   27ste (zevenentwintigste) zondag door het c-jaar Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3ina ti moi edeixas kopous kai ponous epiblepein talaipôrian kai asebeian ex enantias mou gegonen krisis kai o kritès lambanei  3 quare ostendisti mihi iniquitatem et laborem videre praeda et iniustitia contra me et factum est iudicium et contradictio potentior     Waarom laat Gij mij onrecht lijden en ziet Gij die ellende maar aan? Waarom moet ik leven temidden van geweld en verdrukking en waarom rijst er twist en moet men lijden onder tweedracht?  3 Waarom laat Gij mij ongerechtigheid zien, en aanschouwt de kwelling? Want verwoesting en geweld is tegen mij over, en er is twist, en men neemt gekijf op.   [3] Waarom laat U mij onrecht zien en ziet U die ellende maar aan? Waarom sta ik tegenover geweld en onderdrukking, waarom is er ruzie en moet men lijden onder conflicten?   [3] Waarom toont u mij dit onheil en ziet u zelf de ellende aan? Ik zie slechts verwoesting en geweld, opkomende twist en groeiende tweedracht.   3 Waarom laat ge mij onheil zien en ellende aankijken?– verwoesting en geweld staan tegenover mij; er breekt twist uit en tweedracht verheft zich.   3. Pourquoi me fais-tu voir l'iniquité et regardes-tu l'oppression ? Je ne vois que rapine et violence, c'est la dispute, et la discorde sévit!  

King James Bible . [3] Why dost thou shew me iniquity, and cause me to behold grievance? for spoiling and violence are before me: and there are that raise up strife and contention.
Luther-Bibel . 3 Warum lässt du mich Bosheit sehen und siehst dem Jammer zu? Raub und Frevel sind vor mir; es geht Gewalt vor Recht.

Tekstuitleg van Hab 1,3 .

Hab 1,4 - Hab 1,4 . Eerste klacht . - Hab 1,2-4 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,2 - Hab 1,3 - Hab 1,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4dia touto dieskedastai nomos kai ou diexagetai eis telos krima oti o asebès katadunasteuei ton dikaion eneken toutou exeleusetai to krima diestrammenon  4 propter hoc lacerata est lex et non pervenit usque ad finem iudicium quia impius praevalet adversus iustum propterea egreditur iudicium perversum     4 Daarom wordt de wet onderlaten, en het recht komt nimmermeer voort; want de goddeloze omringt den rechtvaardige; daarom komt het recht verdraaid voor.   [4] De Wet wordt erdoor ontzenuwd en de rechtspraak komt niet meer aan bod, want de schurken brengen de rechtvaardigen in het nauw, omdat er alleen maar vervalste rechtspraak aan bod komt.   [4] De wet wordt ondermijnd, het recht krijgt niet langer zijn loop, de wettelozen verdringen de rechtvaardigen, het recht wordt verdraaid.   4 Daardoor wordt wetgeving ontkracht en komt voor immer geen recht te voorschijn; want de boze omringt de rechtvaardige, en daardoor komt recht verdraaid te voorschijn!   4. Aussi la loi se meurt, plus jamais le droit ne paraît! Oui, l'impie traque le juste, aussi ne paraît plus qu'un droit fléchi! 

King James Bible . [4] Therefore the law is slacked, and judgment doth never go forth: for the wicked doth compass about the righteous; therefore wrong judgment proceedeth.
Luther-Bibel . 4 Darum ist das Gesetz ohnmächtig, und die rechte Sache kann nie gewinnen; denn der Gottlose übervorteilt den Gerechten; darum ergehen verkehrte Urteile.

Tekstuitleg van Hab 1,4 .

9. misjephât (recht) . Tenach (132) . 12 kl. Prof. (10) : (1) Hos 5,11 . (2) Hos 10,4 . (3) Am 5,7 . (4) Am 5,15 . (5) Am 5,24 . (6) Am 6,12 . (7) Mi 3,9 . (8) Mi 6,8 . (9) Hab 1,4 . (10) Zach 7,9 . ûmisjephât (en recht) . Tenach (29) . 12 kl. Prof. (3) : (1) Hos 12,7 . (2) Mi 3,8 . (3) Zach 8,16 .

17. misjephât (recht) . Tenach (132) . 12 kl. Prof. (10) : (1) Hos 5,11 . (2) Hos 10,4 . (3) Am 5,7 . (4) Am 5,15 . (5) Am 5,24 . (6) Am 6,12 . (7) Mi 3,9 . (8) Mi 6,8 . (9) Hab 1,4 . (10) Zach 7,9 . ûmisjephât (en recht) . Tenach (29) . 12 kl. Prof. (3) : (1) Hos 12,7 . (2) Mi 3,8 . (3) Zach 8,16 .

- Hab 1,5-11 . Eerste antwoord - Hab 1,5-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,5 - Hab 1,6 - Hab 1,7 - Hab 1,8 - Hab 1,9 - Hab 1,10 - Hab 1,11 -

Hab 1,5 - Hab 1,5 . Eerste antwoord - Hab 1,5-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,5 - Hab 1,6 - Hab 1,7 - Hab 1,8 - Hab 1,9 - Hab 1,10 - Hab 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5idete oi katafronètai kai epiblepsate kai thaumasate thaumasia kai afanisthète dioti ergon egô ergazomai en tais èmerais umôn o ou mè pisteusète ean tis ekdiègètai 5 aspicite in gentibus et videte et admiramini et obstupescite quia opus factum est in diebus vestris quod nemo credet cum narrabitur    5 Ziet onder de heidenen, en aanschouwt, en verwondert u, verwondert u, want Ik werk een werk in ulieder dagen, hetwelk gij niet geloven zult, als het verteld zal worden.   [5] Kijk naar de volken, kijk rond en wees met verbazing geslagen: want in uw dagen zal iemand iets verrichten dat u niet zou geloven als het u werd verteld.   [5] Kijk naar de volken, let goed op, jullie zullen verbaasd zijn en verbijsterd! Er gebeurt iets, nog tijdens jullie leven, iets zo uitzonderlijks dat je het niet zult geloven als het je wordt verteld.   5 ¶ ‘Ziet om bij de volkeren en kijkt, en verbaast u vol verbazing,– want ik bewerk in uw dagen een werk dat ge niet zoudt geloven wanneer het werd verteld.   5. Regardez parmi les peuples, voyez, soyez stupides et stupéfaits! Car j'accomplis de vos jours une œuvre que vous ne croiriez pas si on la racontait. 

King James Bible . [5] Behold ye among the heathen, and regard, and wonder marvellously: for I will work a work in your days, which ye will not believe, though it be told you.
Luther-Bibel . 5 Schaut hin unter die Heiden, seht und verwundert euch! Denn ich will etwas tun zu euren Zeiten, was ihr nicht glauben werdet, wenn man davon sagen wird.

Tekstuitleg van Hab 1,5 .

9. bîme(j) (in de dagen van) . Voorzetsel b en stat. constr. mv. îme(j) van het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenach (55) . 12 kl. prof. (6) : (1) Hos 1,1 . (2) Jl 1,2 . (3) Am 1,1 . (4) Mi 1,1 . (5) Sef 1,1 . (6) Zach 14,5 . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) . dat. vr. mv. hèmerais . Bijbel (228) . O.T. (228) . N.T. (48) . Pent. (11) . 12 kl. Prof . (16) : (1) Hos 1,1 . (2) Hos 5,9 . (3) Hos 10,14 . (4) Jl 1,2 . (5) Jl 3,2 . (6) Jl 4,1 . (7) Am 1,1 . (8) Mi 1,1 . (9) Nah 3,17 . (10) Hab 1,5 . (11) Sef 1,1 . (12) Zach 8,6 . (13) Zach 8,9 . (14) Zach 8,15 . (15) Zach 8,23 . (16) Zach 14,5 .

Hab 1,6 - Hab 1,6 . Eerste antwoord - Hab 1,5-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,5 - Hab 1,6 - Hab 1,7 - Hab 1,8 - Hab 1,9 - Hab 1,10 - Hab 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6dioti idou egô exegeirô ef¢ umas tous chaldaious tous machètas to ethnos to pikron kai to tachinon to poreuomenon epi ta platè tès gès tou kataklèronomèsai skènômata ouk autou  6 quia ecce ego suscitabo Chaldeos gentem amaram et velocem ambulantem super latitudinem terrae ut possideat tabernacula non sua     6 Want ziet, Ik verwek de Chaldeeën, een bitter en snel volk, trekkende door de breedten der aarde, om erfelijk te bezitten woningen, die de zijne niet zijn.   [6] Voorwaar, Ik ga de Chaldeeën* in beweging brengen, dat onverbiddelijk, onstuimig volk, dat de wijde wereld doorkruist om andermans woonsteden te veroveren.   [6] Ik laat de Chaldeeën komen, dat grimmige, onstuimige volk, dat de hele aarde doorkruist om andermans woonplaatsen te bezetten.   6 Want zie, ik doe de Kasdiem opstaan, dat bittere en gehaaste volk,– dat door de ruimten der aarde gaat om woonsteden te beërven die het eerder niet had.  6. Oui! voici que je suscite les Chaldéens, ce peuple farouche et fougueux, celui qui parcourt de vastes étendues de pays pour s'emparer des demeures d'autrui.  

King James Bible . [6] For, lo, I raise up the Chaldeans, that bitter and hasty nation, which shall march through the breadth of the land, to possess the dwellingplaces that are not theirs.
Luther-Bibel . 6 Denn siehe, ich will die Chaldäer erwecken, ein grimmiges und schnelles Volk, das hinziehen wird, so weit die Erde ist, um Wohnstätten einzunehmen, die ihm nicht gehören.

Tekstuitleg van Hab 1,6 .

1. - 2. kî hinënî (want zie ik) . Tenach (13) . 12 kl. Prof. (5) : (1) Am 6,14 . (2) Hab 1,6 . (3) Zach 2,13 . (4) Zach 2,14 . (5) Zach 3,8 .

3. act. hifil part. nom. mann. enk. meqîm (die doet opstaan) . van het werkw. qûm (opstaan) . Taalgebruik in Tenach : qûm (opstaan) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 146 (2 X 73) . Structuur : 100 - 6 - 40 OF 1 - 6 - 4 . Tenach (8) : (1) Gn 9,9 . (2) 1 S 2,8 . (3) 2 S 12,11 . (4) Js 44,26 . (5) Jr 50,32 . (6) Am 6,14 . (7) Hab 1,6 . (8) Zach 11,16 . meqîmî (die doet opstaan) . Tenach (1) Ps 113,7 . Volgens Jouön heeft de eind jod slechts een ritmische waarde .

2. - 3. hinënî meqîm (zie ik die doet opstaan) . Tenach (4) : (1) Gn 9,9 . (2) 2 S 12,11 . (3) Am 6,14 . (4) Hab 1,6 . hinneh ´ânokhî meqîm (zie ik die doet opstaan) . Tenach (1) Zach 11,16 . wa´änî hinënî meqîm (en ik zie ik die doet opstaan) . Tenach (1) Gn 9,9 .

1. - 3. kî hinënî meqîm (want zie ik die doet opstaan) . Tenach (2) (1) Am 6,14 . (2) Hab 1,6 . kî hinneh ´ânokhî meqîm (want zie ik die doet opstaan) . Tenach (1) Zach 11,16 .

Hab 1,7 - Hab 1,7 . Eerste antwoord - Hab 1,5-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,5 - Hab 1,6 - Hab 1,7 - Hab 1,8 - Hab 1,9 - Hab 1,10 - Hab 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7foberos kai epifanès estin ex autou to krima autou estai kai to lèmma autou ex autou exeleusetai  7 horribilis et terribilis est ex semet ipsa iudicium et onus eius egredietur     7 Schrikkelijk en vreselijk is hetzelve; zijn recht en zijn hoogheid gaat van hemzelven uit.   [7] Het is schrikwekkend, angstaanjagend; eigenmachtig bepaalt het zijn recht en zijn roem.   [7] Geducht en gevreesd is het, het stelt zijn eigen wet, vertrouwt op eigen macht.  7 Angstaanjagend en vreeswekkend is het,– daaruit komt zijn recht en verheffing te voorschijn.   7. Il est terrible et redoutable, sa force fait son droit, sa grandeur!  

King James Bible . [7] They are terrible and dreadful: their judgment and their dignity shall proceed of themselves.
Luther-Bibel . 7 Grausam und schrecklich ist es; es gebietet und zwingt, wie es will.

Tekstuitleg van Hab 1,7 .

Hab 1,8 - Hab 1,8 . Eerste antwoord - Hab 1,5-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,5 - Hab 1,6 - Hab 1,7 - Hab 1,8 - Hab 1,9 - Hab 1,10 - Hab 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai exalountai uper pardaleis oi ippoi autou kai oxuteroi uper tous lukous tès arabias kai exippasontai oi ippeis autou kai ormèsousin makrothen kai petasthèsontai ôs aetos prothumos eis to fagein  8 leviores pardis equi eius et velociores lupis vespertinis et diffundentur equites eius equites namque eius de longe venient volabunt quasi aquila festinans ad comedendum     8 Want zijn paarden zijn lichter dan de luipaarden, en zij zijn scherper dan de avondwolven, en zijn ruiters verspreiden zich; ja, zijn ruiters zullen van verre komen, zij zullen vliegen als een arend, zich spoedende om te eten.   [8] Zijn paarden zijn vlugger dan panters en driester dan wolven bij avond; zijn ruiters komen aangestormd, zijn ruiters komen van verre; zij komen aanvliegen als de gier die naar zijn buit duikt.   [8] Sneller dan panters zijn hun paarden, feller dan wolven in de avond. Hun ruiters komen aangestormd, van verre vliegen ze aan, als arenden duiken ze op hun prooi.   8 Lichtvoetiger dan panters zijn zijn paarden, en feller dan wolven bij avond stormen zijn ruiters aan; zijn ruiters komen van verre, aangevlogen zoals een adelaar zich haast om te eten.  8. Ses chevaux sont plus rapides que panthères, plus mordants que loups du soir; ses cavaliers bondissent, ses cavaliers arrivent de loin, ils volent comme l'aigle qui fond pour dévorer.  

King James Bible . [8] Their horses also are swifter than the leopards, and are more fierce than the evening wolves: and their horsemen shall spread themselves, and their horsemen shall come from far; they shall fly as the eagle that hasteth to eat.
Luther-Bibel . 8 Ihre Rosse sind schneller als die Panther und bissiger als die Wölfe am Abend. Ihre Reiter fliegen in großen Scharen von ferne daher, wie die Adler eilen zum Fraß.

Tekstuitleg van Hab 1,8 .

Hab 1,9 - Hab 1,9 . Eerste antwoord - Hab 1,5-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,5 - Hab 1,6 - Hab 1,7 - Hab 1,8 - Hab 1,9 - Hab 1,10 - Hab 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9sunteleia eis asebeis èxei anthestèkotas prosôpois autôn ex enantias kai sunaxei ôs ammon aichmalôsian  9 omnes ad praedam venient facies eorum ventus urens et congregabit quasi harenam captivitatem     9 Het zal geheellijk tot geweld komen, wat zij inslorpen zullen met hun aangezichten, zullen zij brengen naar het oosten; en het zal de gevangenen verzamelen als zand.   [9] Het zal komen, dat volk, met een en al geweld; zijn aanval schroeit als de oostenwind*, het neemt gevangenen als zand.   [9] Dat hele volk komt aangestormd, met geweld rukt het op; onstuitbaar als de oostenwind maakt het gevangenen, als zandkorrels zo veel.   9 In z’n geheel zal het komen, met geweld, en de koers van hun aanschijn is naar het oosten,– gevangenen verzamelt het als zand.   9. Tous arrivent pour le pillage, la face ardente comme un vent d'est; ils ramassent les captifs comme du sable!  

King James Bible . [9] They shall come all for violence: their faces shall sup up as the east wind, and they shall gather the captivity as the sand.
Luther-Bibel . 9 Sie kommen allesamt, um Schaden zu tun; wo sie hinwollen, stürmen sie vorwärts und raffen Gefangene zusammen wie Sand.

Tekstuitleg van Hab 1,9 .

Hab 1,10 - Hab 1,10 . Eerste antwoord - Hab 1,5-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,5 - Hab 1,6 - Hab 1,7 - Hab 1,8 - Hab 1,9 - Hab 1,10 - Hab 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai autos en basileusin entrufèsei kai turannoi paignia autou kai autos eis pan ochurôma empaixetai kai balei chôma kai kratèsei autou  10 et ipse de regibus triumphabit et tyranni ridiculi eius erunt ipse super omnem munitionem ridebit et conportabit aggerem et capiet eam     10 En hij zal de koningen beschimpen, en de prinsen zullen hem een belaching zijn; hij zal alle vesting belachen; want hij zal stof vergaderen, en hij zal ze innemen.   [10] Met koningen steekt het de draak, met vorsten drijft het de spot; het lacht om iedere vesting: het werpt wat zand* op een hoop en de stad wordt veroverd.   [10] Met koningen drijft het de spot, met aanvoerders speelt het een spel, om vestingen lacht het: het werpt wat aarde op en neemt ze in.   10 Dát, het steekt met koningen de gek en machthebbers maakt het belachelijk; dát, over elk bolwerk lacht het, het hoeft maar stof op te hopen en het neemt een stad in.   10. Ce peuple se moque des rois, il tourne les princes en dérision. Il se rit de toutes forteresses : il entasse de la terre et les prend!  

King James Bible . [10] And they shall scoff at the kings, and the princes shall be a scorn unto them: they shall deride every strong hold; for they shall heap dust, and take it.
Luther-Bibel . 10 Sie spotten der Könige, und der Fürsten lachen sie. Alle Festungen werden ihnen ein Scherz sein; denn sie schütten Erde auf und erobern sie.

Tekstuitleg van Hab 1,10 .

12. `äphar (stof) stat. constr. van `âfâr . Tenach (46) . 12 kl. Prof. (4) : (1) Am 2,7 . (2) Mi 1,10 . (3) Mi 7,17 . (4) Hab 1,10 .

Hab 1,11 - Hab 1,11 . Eerste antwoord - Hab 1,5-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,5 - Hab 1,6 - Hab 1,7 - Hab 1,8 - Hab 1,9 - Hab 1,10 - Hab 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11tote metabalei to pneuma kai dieleusetai kai exilasetai autè è ischus tô theô mou  11 tunc mutabitur spiritus et pertransibit et corruet haec est fortitudo eius dei sui    11 Dan zal hij den geest veranderen, en hij zal doortrekken, en zich schuldig maken, houdende deze zijn kracht voor zijn God.   [11] Dan* trekt de wind verder en gaat weer voorbij. Maar schuldig is hij, die van deze kracht een god heeft gemaakt.  [11] Dan trekt de wind verder en waait voorbij. Boeten zal hij die van zijn kracht zijn god maakt.   11 Dan komt het als een windvlaag aangegledenen trekt voorbij, en maakt zich schuldig: zijn kracht wordt tot zijn god!’   11. Puis le vent a tourné et s'en est allé... Criminel qui fait de sa force son Dieu! les exactions de l'oppresseur.  

King James Bible . [11] Then shall his mind change, and he shall pass over, and offend, imputing this his power unto his god.
Luther-Bibel . 11 Alsdann brausen sie dahin wie ein Sturm und jagen weiter; mit alledem machen sie ihre Kraft zu ihrem Gott.

Tekstuitleg van Hab 1,11 .

- Hab 1,12-17 . Tweede klacht - Hab 1,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,12 - Hab 1,13 - Hab 1,14 - Hab 1,15 - Hab 1,16 - Hab 1,17 -

Hab 1,12 - Hab 1,12 . Tweede klacht - Hab 1,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,12 - Hab 1,13 - Hab 1,14 - Hab 1,15 - Hab 1,16 - Hab 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12ouchi su ap¢ archès kurie o theos o agios mou kai ou mè apothanômen kurie eis krima tetachas auton kai eplasen me tou elegchein paideian autou  12 numquid non tu a principio Domine Deus meus Sancte meus et non moriemur Domine in iudicium posuisti eum et fortem ut corriperes fundasti eum     12 Zijt Gij niet van ouds af de HEERE, mijn God, mijn Heilige? Wij zullen niet sterven; o HEERE! tot een oordeel hebt Gij hem gesteld, en o Rots! om te straffen, hebt Gij hem gegrondvest.   [12] Bent U niet vanouds de heer, bent U niet mijn God, mijn Heilige, de overwinnaar van de dood? Om het oordeel te voltrekken, heer, hebt U dit volk aangewezen. Om het te kastijden, rots*, hebt U het aangesteld.   [12] Bent u, HEER, niet altijd mijn God, mijn Heilige geweest? Wij zullen toch niet sterven? Om het vonnis te voltrekken, HEER, hebt u de Chaldeeër opgeroepen, u hebt hem ertoe bestemd, o Rots, om ons te straffen.   12 ¶ Maar zijt niet gíj vanouds, ENE, mijn God, mijn Heilige, die niet sterft?– ENE, om te berechten hebt gij hem aangesteld, o Rots, om te straffen, hebt gij hem gegrondvest!   12. Dès les temps lointains n'es-tu pas Yahvé, mon Dieu, mon Saint, qui ne meurs pas ? Tu l'avais établi, Yahvé, pour exercer le droit, tel un rocher, pour châtier, tu l'avais affermi! 

King James Bible . [12] Art thou not from everlasting, O LORD my God, mine Holy One? we shall not die. O LORD, thou hast ordained them for judgment; and, O mighty God, thou hast established them for correction.
Luther-Bibel . 12 Aber du, HERR, mein Gott, mein Heiliger, der du von Ewigkeit her bist, lass uns nicht sterben; sondern lass sie uns, o HERR, nur eine Strafe sein, und lass sie, o unser Fels, uns nur züchtigen.

Tekstuitleg van Hab 1,12 .

Hab 1,13 - Hab 1,13 . Tweede klacht - Hab 1,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,12 - Hab 1,13 - Hab 1,14 - Hab 1,15 - Hab 1,16 - Hab 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13katharos ofthalmos tou mè oran ponèra kai epiblepein epi ponous ou dunèsè ina ti epiblepeis epi katafronountas parasiôpèsè en tô katapinein asebè ton dikaion  13 mundi sunt oculi tui ne videas malum et respicere ad iniquitatem non poteris quare non respicis super inique agentes et taces devorante impio iustiorem se     13 Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen? Waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?   [13] Uw* ogen zijn te zuiver om het kwaad aan te zien, U kunt het onrecht niet onbewogen gadeslaan. Hoe kunt U de verraders aanzien en zwijgen, als de schurk een man verslindt, rechtvaardiger dan hijzelf?   [13] Uw ogen zijn te zuiver om het kwaad te kunnen aanzien, de ellende te kunnen verdragen. Waarom dan verdraagt u deze trouwelozen, zwijgt u, nu de wetteloze verslindt wie rechtvaardiger is dan hij?  13 Gij die te rein zijt van ogen om kwaad aan te zien en naar onheil niet kunt kijken,– waarom kijkt ge verraders aan en zwijgt ge als een boosdoener iemand verslindt die rechtvaardig is, anders dan hijzelf?  13. Tes yeux sont trop purs pour voir le mal, tu ne peux regarder l'oppression. Pourquoi regardes-tu les gens perfides, gardes-tu le silence quand l'impie engloutit un plus juste que lui ?  

King James Bible . [13] Thou art of purer eyes than to behold evil, and canst not look on iniquity: wherefore lookest thou upon them that deal treacherously, and holdest thy tongue when the wicked devoureth the man that is more righteous than he?
Luther-Bibel . 13 Deine Augen sind zu rein, als dass du Böses ansehen könntest, und dem Jammer kannst du nicht zusehen! Warum siehst du dann aber den Räubern zu und schweigst, wenn der Gottlose den verschlingt, der gerechter ist als er?

Tekstuitleg van Hab 1,13 .

16. tsaddîq (rechtvaardige) . Zie : tsèdèq (rechtvaardig) . Taalgebruik : tsèdèq (rechtvaardig) . Gr. dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het N.T. : dikaios (rechtvaardig) . ts-d-q . Tenach (108) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Am 2,6 . (2) Am 5,12 . (3) Hab 1,13 . (4) Sef 3,5 . (5) Zach 9,9 . (6) Mal 3,18 . wëtsaddîq (en een rechtvaardige) . w-ts-d-q . Tenach (10) . 12 kl. Prof. (1) Hab 2,4 . tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . ts-d-q-h . Tenach (32) . 12 kl. Prof. (2) : (1) Am 6,12 . (2) Mal 3,20 . ûtsëdâqâh (en rechtvaardigheid) . u-ts-d-q-h . Tenach (31) . 12 kl. Prof. (2) : (1) Am 5,7 . (2) Am 5,24 .

Hab 1,14 - Hab 1,14 . Tweede klacht - Hab 1,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,12 - Hab 1,13 - Hab 1,14 - Hab 1,15 - Hab 1,16 - Hab 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai poièseis tous anthrôpous ôs tous ichthuas tès thalassès kai ôs ta erpeta ta ouk echonta ègoumenon  14 et facies homines quasi pisces maris et quasi reptile non habens principem     14 En waarom zoudt Gij de mensen maken, als de vissen der zee, als het kruipend gedierte, dat geen heerser heeft?   [14] U behandelt de mensen als de vissen in de zee, als het wemelend gedierte dat geen meester heeft.  [14] Als vissen in de zee maakt u de mensen, als kruipende dieren zonder leider.   14 Hij doet met een mens als met de vissen in de zee,– als met het kruipend gedierte dat geen heerser heeft;   14. Tu traites les humains comme les poissons de la mer, comme la gent qui frétille, sans maître!  

King James Bible . [14] And makest men as the fishes of the sea, as the creeping things, that have no ruler over them?
Luther-Bibel . 14 Du lässt es den Menschen gehen wie den Fischen im Meer, wie dem Gewürm, das keinen Herrn hat.

Tekstuitleg van Hab 1,14 .

Hab 1,15 - Hab 1,15 . Tweede klacht - Hab 1,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,12 - Hab 1,13 - Hab 1,14 - Hab 1,15 - Hab 1,16 - Hab 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15sunteleian en agkistrô anespasen kai eilkusen auton en amfiblèstrô kai sunègagen auton en tais sagènais autou eneken toutou eufranthèsetai kai charèsetai è kardia autou 15 totum in hamo sublevavit traxit illud in sagena sua et congregavit in rete suo super hoc laetabitur et exultabit     15 Hij trekt ze allen met den angel op, hij vergadert ze in zijn garen, en hij verzamelt ze in zijn net; daarom verblijdt en verheugt hij zich.   [15] De Chaldeeër slaat ze allen aan de haak, hij sleept ze mee in zijn net, hij brengt ze bijeen in zijn fuik. Daarom verheugt hij zich en is hij dol van vreugde.   [15] De Chaldeeër slaat ze allemaal aan de haak, sleept ze mee in zijn net, verzamelt ze in zijn fuik. Daarom is hij blij en vrolijk,  15 Alles zal hij ophalen met een haak, vangen in zijn fuik en verzamelen in zijn werpnet; daarom is hij verheugd en jubelt hij.   15. Il les prend tous à l'hameçon, les tire avec son filet, il les ramasse avec son épervier, et le voilà dans la joie, dans l'allégresse!  

King James Bible . [15] They take up all of them with the angle, they catch them in their net, and gather them in their drag: therefore they rejoice and are glad.
Luther-Bibel . 15 Sie ziehen's alles mit der Angel heraus und fangen's mit ihrem Netze und sammeln's mit ihrem Garn. Darüber freuen sie sich und sind fröhlich.

Tekstuitleg van Hab 1,15 .

Hab 1,16 - Hab 1,16 . Tweede klacht - Hab 1,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,12 - Hab 1,13 - Hab 1,14 - Hab 1,15 - Hab 1,16 - Hab 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16eneken toutou thusei tè sagènè autou kai thumiasei tô amfiblèstrô autou oti en autois elipanen merida autou kai ta brômata autou eklekta  16 propterea immolabit sagenae suae et sacrificabit reti suo quia in ipsis incrassata est pars eius et cibus eius electus     16 Daarom offert hij aan zijn garen, en rookt aan zijn net; want door dezelve is zijn deel vet geworden, en zijn spijze smoutig.   [16] Daarom brengt hij offers* aan zijn net en brandt hij wierook voor zijn fuik: daaraan dankt hij zijn vette buit, zijn overvloedig maal.   [16] brengt hij offers aan zijn net, brandt hij wierook voor zijn fuik, alles voor een vette buit, een overvloedig maal.  16 Daarom offert hij aan zijn fuik en bewierookt hij zijn werpnet; want door hen is zijn aandeel vet geworden en is zijn eetwaar welgeschapen.   16. Aussi sacrifie-t-il à son filet, fait-il fumer des offrandes devant son épervier, car ils lui procurent de grasses portions et des mets plantureux.  

King James Bible . [16] Therefore they sacrifice unto their net, and burn incense unto their drag; because by them their portion is fat, and their meat plenteous.
Luther-Bibel . 16 Darum opfern sie ihrem Netze und räuchern ihrem Garn, weil durch diese ihr Anteil so fett und ihre Speise so üppig geworden ist.

Tekstuitleg van Hab 1,16 .

Hab 1,17 - Hab 1,17 . Tweede klacht - Hab 1,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hab 1,12 - Hab 1,13 - Hab 1,14 - Hab 1,15 - Hab 1,16 - Hab 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17dia touto amfibalei to amfiblèstron autou kai dia pantos apoktennein ethnè ou feisetai   17 propter hoc ergo expandit sagenam suam et semper interficere gentes non parcet     17 Zal hij dan daarom altoos zijn garen ledig maken, en zal hij niet verschonen, met altoos de volken te doden?   [17] Mag hij zijn net maar blijven legen? Mag hij de volken meedogenloos uit blijven moorden?   [17] Mag hij maar doorgaan zijn netten te legen, meedogenloos volken blijven vermoorden?  17 Mag hij daarom zijn fuik blijven legen,– volkeren vermoorden en niemand sparen?   17. Videra-t-il donc sans trêve son filet massacrant les peuples sans pitié ? Le juste vivra par sa fidélité. 

King James Bible . [17] Shall they therefore empty their net, and not spare continually to slay the nations?
Luther-Bibel . 17 Sollen sie darum ihr Netz immerdar ausleeren und Völker umbringen ohne Erbarmen?

Tekstuitleg van Hab 1,17 .


SEPTUAGINTA

1to lèmma o eiden ambakoum o profètès2eôs tinos kurie kekraxomai kai ou mè eisakousès boèsomai pros se adikoumenos kai ou sôseis3ina ti moi edeixas kopous kai ponous epiblepein talaipôrian kai asebeian ex enantias mou gegonen krisis kai o kritès lambanei4dia touto dieskedastai nomos kai ou diexagetai eis telos krima oti o asebès katadunasteuei ton dikaion eneken toutou exeleusetai to krima diestrammenon5idete oi katafronètai kai epiblepsate kai thaumasate thaumasia kai afanisthète dioti ergon egô ergazomai en tais èmerais umôn o ou mè pisteusète ean tis ekdiègètai6dioti idou egô exegeirô ef¢ umas tous chaldaious tous machètas to ethnos to pikron kai to tachinon to poreuomenon epi ta platè tès gès tou kataklèronomèsai skènômata ouk autou7foberos kai epifanès estin ex autou to krima autou estai kai to lèmma autou ex autou exeleusetai8kai exalountai uper pardaleis oi ippoi autou kai oxuteroi uper tous lukous tès arabias kai exippasontai oi ippeis autou kai ormèsousin makrothen kai petasthèsontai ôs aetos prothumos eis to fagein9sunteleia eis asebeis èxei anthestèkotas prosôpois autôn ex enantias kai sunaxei ôs ammon aichmalôsian10kai autos en basileusin entrufèsei kai turannoi paignia autou kai autos eis pan ochurôma empaixetai kai balei chôma kai kratèsei autou11tote metabalei to pneuma kai dieleusetai kai exilasetai autè è ischus tô theô mou12ouchi su ap¢ archès kurie o theos o agios mou kai ou mè apothanômen kurie eis krima tetachas auton kai eplasen me tou elegchein paideian autou13katharos ofthalmos tou mè oran ponèra kai epiblepein epi ponous ou dunèsè ina ti epiblepeis epi katafronountas parasiôpèsè en tô katapinein asebè ton dikaion14kai poièseis tous anthrôpous ôs tous ichthuas tès thalassès kai ôs ta erpeta ta ouk echonta ègoumenon15sunteleian en agkistrô anespasen kai eilkusen auton en amfiblèstrô kai sunègagen auton en tais sagènais autou eneken toutou eufranthèsetai kai charèsetai è kardia autou16eneken toutou thusei tè sagènè autou kai thumiasei tô amfiblèstrô autou oti en autois elipanen merida autou kai ta brômata autou eklekta17dia touto amfibalei to amfiblèstron autou kai dia pantos apoktennein ethnè ou feisetai


VULGAAT

1 onus quod vidit Abacuc propheta 2 usquequo Domine clamabo et non exaudies vociferabor ad te vim patiens et non salvabis 3 quare ostendisti mihi iniquitatem et laborem videre praeda et iniustitia contra me et factum est iudicium et contradictio potentior 4 propter hoc lacerata est lex et non pervenit usque ad finem iudicium quia impius praevalet adversus iustum propterea egreditur iudicium perversum 5 aspicite in gentibus et videte et admiramini et obstupescite quia opus factum est in diebus vestris quod nemo credet cum narrabitur 6 quia ecce ego suscitabo Chaldeos gentem amaram et velocem ambulantem super latitudinem terrae ut possideat tabernacula non sua 7 horribilis et terribilis est ex semet ipsa iudicium et onus eius egredietur 8 leviores pardis equi eius et velociores lupis vespertinis et diffundentur equites eius equites namque eius de longe venient volabunt quasi aquila festinans ad comedendum 9 omnes ad praedam venient facies eorum ventus urens et congregabit quasi harenam captivitatem 10 et ipse de regibus triumphabit et tyranni ridiculi eius erunt ipse super omnem munitionem ridebit et conportabit aggerem et capiet eam 11 tunc mutabitur spiritus et pertransibit et corruet haec est fortitudo eius dei sui 12 numquid non tu a principio Domine Deus meus Sancte meus et non moriemur Domine in iudicium posuisti eum et fortem ut corriperes fundasti eum 13 mundi sunt oculi tui ne videas malum et respicere ad iniquitatem non poteris quare non respicis super inique agentes et taces devorante impio iustiorem se 14 et facies homines quasi pisces maris et quasi reptile non habens principem 15 totum in hamo sublevavit traxit illud in sagena sua et congregavit in rete suo super hoc laetabitur et exultabit 16 propterea immolabit sagenae suae et sacrificabit reti suo quia in ipsis incrassata est pars eius et cibus eius electus 17 propter hoc ergo expandit sagenam suam et semper interficere gentes non parcet