BIJBELBOEK HOOGLIED 1 , Hl 1 -- Structuur -- Taalgebruik -- Commentaar -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Hl (Hooglied) -- Hl 1 --

- Hebreeuwse tekst : http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt3001.htm.
- Griekse tekst - Septuaginta : http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=28&page=1. Griekse tekst - Septuaginta.
- Vulgata : http://www.intratext.com/IXT/LAT0001/_PJD.HTM. Vulgata .
- Statenvertaling : http://www.statenvertaling.net/bijbel/hoog/1.html. Statenvertaling.
- Willibrordvertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=31519,31535. Willibrordvertaling.
- De Nieuwe Vertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=31519,31535. De Nieuwe Vertaling.
- De Naardense bijbel : http://naardensebijbel.nl/zoek.php. De Naardense bijbel.
- Bible de Jérusalem : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm. Bible de Jérusalem.
- King James Bible : http://quod.lib.umich.edu/cgi/k/kjv/kjv-idx?type=DIV1&byte=2578814. King James Bible.
- Luther Bibel : http://www.die-bibel.de/online-bibeln/luther-bibel-1984/bibeltext/bibelstelle/hOOGLIEd/bibel/text/lesen/ch/6780ad61ce1af04d1170c7f8b3aa3769/ Luther Bibel.

Uitleg hoofdstuk per hoofdstuk : - Hl 1 - Hl 2 - Hl 3 - Hl 4 - Hl 5 - Hl 6 - Hl 7 - Hl 8 -
Uitleg vers per vers : - Hl 1,1 - Hl 1,2 - Hl 1,3 - Hl 1,4 - Hl 1,5 - Hl 1,6 - Hl 1,7 - Hl 1,8 - Hl 1,9 - Hl 1,10 - Hl 1,11 - Hl 1,12 - Hl 1,13 - Hl 1,14 - Hl 1,15 - Hl 1,16 - Hl 1,17 -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,


http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3 Luther-Bibel 1984 Cahier biblique King James Bible : (1) -  
bijbelvertalingen Lexilogos De Griekse bijbel bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm    4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. http://naardensebijbel.nl/zoek.php.
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing  

Bibliografie
-- http://www.modia.org/tora/nakh/chirachirim.html.

Frontpagina van de brochure citaat van vers 6:2 en 6:3  in kalligrafisch Hebreeuws.

Hl 1,1 - Hl 1,1 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
ΑΣΜΑ ἆσμάτων, ὅ ἐστι τῷ Σαλωμών. -   1 Het Hooglied, hetwelk van Salomo is.  [1] Het Hooglied* van Salomo.  Hoofdstuk 1 [1] Hooglied, van Salomo.  1 Het Hooglied, hetwelk van Salomo is. Le plus beau chant de Salomon. 

King James Bible. Cant.1 [1] The song of songs, which is Solomon's.
Luther-Bibel. 11Das Hohelied Salomos.

MT: א  שִׁיר הַשִּׁירִים, אֲשֶׁר לִשְׁלֹמֹה.

Rasji: אחת דיבר אלהים, שתים זו שמעתי (תהלים סב יב). מקרא אחד יוצא לכמה טעמים, וסוף דבר אין לך מקרא יוצא מידי פשוטו ומשמעו. ואף על פי שדיברו הנביאים דבריהם בדוגמא, צריך ליישב הדוגמא על אופניה ועל סדרה. אחת דיבר אלהים, שתים זו שמעתי (תהלים סב יב). מקרא אחד יוצא לכמה טעמים, וסוף דבר אין לך מקרא יוצא מידי פשוטו ומשמעו. ואף על פי שדיברו הנביאים דבריהם בדוגמא, צריך ליישב הדוגמא על אופניה ועל סדרה, כמו שהמקראות סדורים זה אחר זה.. וראיתי לספר הזה כמה מדרשי אגדה: יש סודרים כל הספר הזה במדרש אחד; ויש מפוזרים בכמה מדרשי אגדה מקראות לבדם, ואינם מתיישבים על לשון המקרא וסדר המקראות. ואמרתי בלבי לתפוש משמעות המקרא ליישב ביאורם על סדרם, והמדרשות מרבותינו אקבעם מדרש ומדרש, איש איש במקומו.

Ik zeg dat koning Shlomo profetisch zag dat Israël in de toekomst ballingschap na ballingschap, vernietiging na vernietiging zal ondergaan, en zij zullen in ballingschap rouwen om hun oorspronkelijke glorie, herinnerend aan de oorspronkelijke liefde waardoor zij van alle andere volken werden gescheiden, en zij zullen zeggen: 'Ik zal gaan en terugkeren naar mijn eerste man, want toen verging het mij beter dan nu', en zij zullen zich Zijn goedertierenheden en hun eigen waarde herinneren, en de goede dingen die hun in het eschaton beloofd zijn. En Shlomo schreef deze sefer profetisch, in de taal van een weduwe vrouw die verlangt naar haar man, 'die zich vastklampt aan haar geliefde', zich herinnerend hoe ze van hem hield in haar jeugd, en [zij] haar tekortkomingen toegeeft. En zelfs haar Geliefde is gepijnigd door haar pijn, en herinnert zich de goedheid van haar jeugd, de koddigheid van haar schoonheid en de kwaliteit van haar daden, waarin Hij in intense liefde met haar verbonden was, en Hij vertelt haar dat Hij haar verdriet niet moedwillig brengt, en dat ze ook niet permanent is weggestuurd, want zij is nog steeds Zijn vrouw, en Hij haar man, en Hij zal in de toekomst tot haar terugkeren." Het lied der liederen dat van Shlomo is. Onze rabbijnen leerden: 'Elke Shlomo (omdat ze niet konden uitleggen waarom [de Schrift] zijn vader niet zoals het deed in Mishlei en Koheles) genoemd in Shir Hashirim is heilig [=verwijst naar God], de Koning aan Wie vrede שָׁלוֹם toebehoort. Het is een lied dat boven alle andere liederen die werd gereciteerd aan de Heilige, Gezegend Is Hij, door Zijn vergadering en Zijn volk, de gemeente van Yisroel. Rabbi Akiva zei: "De wereld was nooit zo waardig als op de dag dat Shir Hashirim aan Yisroel werd gegeven, want alle Geschriften zijn heilig, maar Shir Hashirim is de heiligste van de heiligen." Rabbi Elazar zoon Azaryah zei: "Waarmee kan dit vergeleken worden? Aan een koning die een se'ah van tarwe nam en aan een bakker gaf. Hij zei tegen hem: 'Haal voor mij zoveel fijn meel, zoveel zemelen, zoveel grove zemelen, en produceer er genoeg fijn meel uit voor één brood, gezeefd en superieur.' Evenzo zijn alle Geschriften heilig, maar Shir Hashirim is de heiligste der want het bestaat allemaal uit angst voor de Hemel en de aanvaarding van het juk van Zijn koninkrijk."

Tekstuitleg van Hl 1,1. Dit vers telt 4 (2 + 2 OF 2 X 2) woorden en 17 (9 + 8) letters. 17 is de getalswaarde van JHWH, waarbij de letter jod niet als 10 maar als 1 wordt opgevat. Elk woord van dit eerste vers bevat een sjin, de 21ste letter van het alfabet, met 21 of 300 als getalswaarde; in totaal: 4 X 21= 84 = 12 X 7 OF 4 X 300 = 1200 = 12 X 100. Toevallig vind ik in de masterthesis van FriedabVerdonk: שִׁיר הַשִּׁירִים, een gekstanalyse. Muziekals inzicht tot tekst - tekst,als inzicht tot muziek (Leuven, Lemmensinstituut; 2017, p. 2) een betekenis van de sjin. Het gaat om het interpreteren van een tekst zonder de ontstaanssgeschedenis te kennen. DE auteur schrijft dan: "wacht hij niet beter geduldig af, zoals Rabbi Levi Yitschaq? Die verklaart immersbbhet tefelin (nota 16) -symbool van de vierarmige letter  שִׁ, sheva (nota 17) als volgt: Quand le messie viendra, nous ne lirons les mots qui sont écrits, mais le blanc entre les lettres et lesmots" (nota 18). Nota 17: "de letter שׁ heeft 3 armen. De vierarmige toont in witte tussenruimte de echte שׁ. Dit symbool dragen biddende joden op hoofd en arm.

De constructie van de zin in 9 en 8 letters is misschien niet toevallig. Het Hooglied bevat 117 (13 X 9) verzen, 1251 (139 X 9) woorden en 5148 (572 X 9) letters. Het getal 9 is het hoogste getal van de reeks 1-9. En wat de 8 betreft het Hooglied bevat 8 hoofdstukken.
- Er valt nog meer te vertellen. Hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 omvatten elk 17 verzen. Dit geeft aanleiding om het aantal verzen per hoofdstuk nader te bekijken.
- (H1): 17. (H2): 17. (H3): 11. (H4): 16. (H 5): 16. (H 6): 12. (H7): 14. (H8): 14. Er zit een bepaalde ordening in het aantal verzen per hoofdstuk. H1 + H2: 17 + 17. H4 + H5: 16 + 16. H7 + H8: 14 + 14. Tenslotte H3 + H6: 11 + 12. Waarom deze indeling van het aantal verzen, zal later moeten blijken.

Hl 1,1.1. שִׁ֥יר (= sjîr: zang, gezang, lied; zn mann enk). De getalswaarde van sjîr is (21 + 10 + 20 = 51 of (3 X 17). Daar is die 17 weer. Ofschoon de naam JHWH niet in het Hooglied voorkomt, duikt het getal 17 vanaf het begin op: het aantal letters van het eerste vers; een veelvoud van het getal 17 in de getalswaarde van het eerste woord van het eerste vers (51 of 3 X 17) en het aantal verzen van het eerste hoofdstuk.
Het Hebreeuwse sjîr en het Nederlandse zang beginnen elk met een s-klank. Daarom mijn voorkeur om zang (E: song) te gebruiken, ofschoon gezang beter Nederlands zal zijn. Een synoniem is lied. De omgekeerde volgorde van de letters geeft ריש (= resj: hoofd), de twintigste letter van het alfabet. Heeft de dichter met opzet ervoor gezorgd dat elk woord van het vers een sjin heeft. Om het zingen of de zang (beginnend met z) te beklemtonen? Is het daarom dat de naam Salomo (beginnend met sjîn) hier opduik tetwijl het misschien ook David had kunnen zijn?
De r van sjir en de ng van zang op het einde van het woord blijven wat natrillen.
Het woord sjîr
roept bij me het werkwoord tsielpen van de mussen op; de r en de l zijn twee lingualen; de klank ligt dicht bij elkaar. Als het Hooglied een zang bij uitstek zou zijn, dan zouden we eerder de voorkeur geven aan de zang van een nachtegaal dan aan het getsielp van mussen.

Hl 1,1.2. הַשִּׁירִ֖ים (= hasjîrîm: zangen, liederen, gezangen; prefix bep lidw wa + zn nw mann mv stat absol van het zn שִׁ֥יר = sjîr: zang, gezang, lied; zn mann enk). Vaak wordt in verschillende talen het meervoud van naamwoorden gevormd door een -m (occusief labiaal) of n (occulief dentaal). Door het sluiten met m of n is hoorbaar dat het naamwoord meervoud gesloten wordt (absolute vorm).

Hl 1,1.1.-2. שִׁ֥יר הַשִּׁירִ֖ים (= sjîr hasjîrim: het lied van de liederen / de zang van de gezangen). LXX: Ἆισμα ᾀσμάτων (= aisma asmatôn). Vulg: canticum canticorum. De genitief zou de superlatief kunnen weergeven: het beste lied, het lied bij uitmuntendheid. Het lied dat met kop en schouders uitsteekt boven de andere liederen. Bij het woord sjîr staat geen bepaald lidwoord. Zouden we ook kunnen lezen: een zang van de gezangen. Psalmen zijn b.v. ook zangen, gezangen, liederen. Wanneer werd deze titel aan het boek gegeven? Enige voorzichtigheid moet wel gehanteerd worden. Hedentendage gebeurt het wel eens dat men zegt: dit is het beste lied van de eeuw, terwijl de eeuw nog maar voor een kwart voorbij is en er nog driekwart in het verschiet ligt. Toen het Hooglied verscheen waren nog niet alle boeken van Tenach verschenen, en de canon van Tenach werd door de Rabbi's pas in de eerste eeuw na Chr. vastgelegd. En had de autoriteit Rabbi Aqiba geen forse taal gebruikt om het Hooglied in de joodse canon op te nemen, dan stond Hooglied er niet in. Of moeten we denken dat vers 1 een titelvers is, dat later werd toegevoegd?

Hl 1,1.3. אֲשֶׁר (= ´äsjèr: die, dat; betrekk vnw). Dit betrekkelijk voornaamwoord komt maar 1X voor in Hooglied. Zijn verkorte vorm is de שִ (= sjin), de middelste letter van het betrekkelijk voornaamwoord. Het wordt als prefix aan het volgende woord gehecht. In het vervolg van het Hooglied wordt niet 'asjèr, maar de verkorte vorm sjin gebruikt. In dit vers heeft sjîr en 'asjer de letters sjin en resj gemeenschappelijk, en wel in het eerste en derde woord van het vers, telkens bij het begin van het eerste en het tweede deel van het vers.

Hl 1,1.4. לִשְׁלֹמֹֽה (= lisjlomoh: van / voor Salomo; prefix voorzetsel le + zn mann enk eigennaam שְׁלֹמֹה = sjelomoh: Salomo). Tenach (2): (1) Hl 1,1. (2) De לִ (= l / lamed) is een prefix. Het heeft veelvuldige betekenissen; o.a. van, voor. Salomo verwijst naar de wijze koning, de zoon van David. In het woord Salomo zitten de medeklinkers S-l-m, een woord dat vrede betekent. De woorden hasjîrîm en lisjlomoh hebben de letters sjin en mem gemeenschappelijk, en wel in het tweede en vierde woord van het vers, telkens bij het einde van het eerste en het tweede deel van het vers. sjîn = 21, mem = 13; totaal: 34 (2 X 17).

Toch nog enkele bemerkingen. De indeling van de bijbel in verzen gebeurde pas in de Late Middeleeuwen. De versindeler moet een goede kennis van de tekst hebben gehad. Het blijft toch nog altijd een interpretatie, die ook onze interpretatie sterk beinvloedt. We zouden de tekst moeten kunnen lezen zonder klinkers en leestekens, zonder indeling van verzen. De tekst laat dan meerdere inteerpretaties toe terwijl de Masoretische tekst en de versindeling ons in een bepaalde interpretaatierichting duwt.


Hl 1,2 - Hl 1,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2 Φιλησάτω με ἀπὸ φιλημάτων στόματος αὐτοῦ, ὅτι ἀγαθοὶ μαστοί σου ὑπὲρ οἶνον, 1 osculetur me osculo oris sui quia meliora sunt ubera tua vino    2 Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.   [1] Het Hooglied* van Salomo. [2] Overstelp mij met de kussen van je mond, want je liefkozingen zijn zoeter dan wijn.   Zij [2] Laat hij mij kussen, laat zijn mond mij kussen! Jouw liefde is zoeter dan wijn,  1:2 Hij kusse mij met de kussen van zijn mond,- want jouw liefkozingen zijn zoeter dan wijn;   Qu'il me baise des baisers de sa bouche. Tes amours sont plus délicieuses que le vin;

King James Bible. [2] Let him kiss me with the kisses of his mouth: for thy love is better than wine.
Luther-Bibel. 2 Er küsse mich mit dem Kusse seines Mundes; denn deine Liebe ist lieblicher als Wein.

ב  יִשָּׁקֵנִי מִנְּשִׁיקוֹת פִּיהוּ, כִּי-טוֹבִים דֹּדֶיךָ מִיָּיִן

Tekstuitleg van Hl 1,2.

1. יִשָּׁקֵ֙נִי֙ (= jisjsjoqenî: laat hij mij kussen; act ind imperf / jiqtol 3de pers mann enk jussief van het wkw נשׁק = nâsjaq: kussen + suffix pers vnw 1ste pers mann enk nî). Jon (2): (1) Hl 1,2. (2)

Hl 1,3 - Hl 1,3 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3 καὶ ὀσμὴ μύρων σου ὑπὲρ πάντα τὰ ἀρώματα· μῦρον ἐκκενωθὲν ὄνομά σου. διὰ τοῦτο νεάνιδες ἠγάπησάν σε, 2 fraglantia unguentis optimis oleum effusum nomen tuum ideo adulescentulae dilexerunt te   3 Uw oliën zijn goed tot reuk, Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief.  [3] Je zalven zijn heerlijk om te ruiken en de klank van je naam is als een rijk parfum; daarom hebben de meisjes je lief.   [3] zoet is de geur van je huid, je naam is een kostbaar parfum. Daarom houden de meisjes van jou. 1:3 de geur van je oliën is zachter dan alle balsems, uitgegoten olie is je naam; daarom hebben de meisjes je lief!-   l'arôme de tes parfums est exquis; Ton nom est une huile qui s'épanche, c'est pourquoi les jeunes filles t'aiment.

King James Bible. [3] Because of the savour of thy good ointments thy name is as ointment poured forth, therefore do the virgins love thee.
Luther-Bibel. 3 Es riechen deine Salben köstlich; dein Name ist eine ausgeschüttete Salbe, darum lieben dich die Mädchen.

Tekstuitleg van Hl 1,3.

Hl 1,4 - Hl 1,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4 εἵλκυσάν σε, ὀπίσω σου εἰς ὀσμὴν μύρων σου δραμοῦμεν. εἰσήνεγκέ με ὁ βασιλεὺς εἰς τὸ ταμιεῖον αὐτοῦ. ἀγαλλιασώμεθα καὶ εὐφρανθῶμεν ἐν σοί· ἀγαπήσομεν μαστούς σου ὑπὲρ οἶνον· εὐθύτης ἠγάπησέ σε. 3 trahe me post te curremus introduxit me rex in cellaria sua exultabimus et laetabimur in te memores uberum tuorum super vinum recti diligunt te   4 Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.  [4] Trek mij mee, laten we vluchten, neem mij mee, koning*, in je vertrekken! Zij [4] Wij willen juichen, ons over jullie verblijden, wij willen zingen over jullie liefde, zoeter dan wijn: iedereen moet wel van jullie houden!  [4] Neem mij met je mee. Laten we rennen! Mijn koning brengt mij in zijn kamers. Laten we juichen en zingen om jou! Laten we jouw liefde prijzen, meer nog dan wijn. Natuurlijk houden de meisjes van jou! 1:4 trek mij mee, jou achterna, laten we rennen,- laat mij komen, o koning, in je kamer: we zullen juichen en ons verheugen in jou, dronken van je liefkozingen, erger dan van wijn; terecht hebben ze je lief!- ••  Entraîne-moi sur tes pas, courons! Le roi m'a introduite en ses appartements; tu seras notre joie et notre allégresse. Nous célébrerons tes amours plus que le vin; Comme on a raison de t'aimer!

King James Bible. [4] Draw me, we will run after thee: the king hath brought me into his chambers: we will be glad and rejoice in thee, we will remember thy love more than wine: the upright love thee.
Luther-Bibel. 4 Zieh mich dir nach, so wollen wir laufen. Der König führte mich in seine Kammern. Wir wollen uns freuen und fröhlich sein über dich; wir preisen deine Liebe mehr als den Wein. Herzlich lieben sie dich.

 מָשְׁכֵנִי, אַחֲרֶיךָ נָּרוּצָה; הֱבִיאַנִי הַמֶּלֶךְ חֲדָרָיו, נָגִילָה וְנִשְׂמְחָה בָּךְ--נַזְכִּירָה דֹדֶיךָ מִיַּיִן, מֵישָׁרִים אֲהֵבוּךָ. 

Tekstuitleg van Hl 1,4. Het eerste versdeel bestaat uit 3 woorden van elk 5 letters.

1. מָשְׁכֵ֖נִי (= masjkhenî: trek mij; wkw act imperat 2de pers mann enk van het wkw משׁך = mâsjakh: gaan, trekken + pers 1ste pers enk). Tenach (5). (1) Lv 15,31 (mijn woning / tabernakel; zn misjëkân: woning van het wkw שָׁכַן = sjâkhan: wonen + pers vnw 1ste pers enk). (2) Lv 26,11; idem als 1. (3) Ez 37,27. idem als 1. (4) Ps 46,5. idem als 1. (5) Hl 1,4.
- אֶמְשְׁכֵם֙ (= 'èmsjâkhem: ik zal hen meetrekken; wkw act ind imperf (jiqtol) 1ste pers enk van het wkw משׁך = mâsjakh: gaan, trekken+ suffix pers vnw 3de pers mann mv). "Aan koorden van liefde trok ik hen mee".
- מְשַׁכְתִּ֥יךְ (mësjakhthèkhâ: ik trek je mee; wkw act ind imperf / jiqtol 3de pers enk van het wkw משׁך = mâsjakh: gaan, trekken + suffix 2de pers mann enk). Jr 31,3. "Ik heb je lief daarom trek mijn liefde / barmhartigheid je mee".

2. אַחֲרֶיך (= 'achärèkhâh: achter jou; voorzetsel stat constr van het voorzetsel אַחַ֫ר = 'achar: achter + pers vnw 2de pers mann enk). Tenach (1): Hl 1,4.

3. נָּרוּצָה (= narûtsâh: laten wij rennen; wkw act 1ste pers mv cohort van het wkw רוץ = rûts: snel gaan, lopen, rennen). Tenach (1): Hl 1,4.

4. הֱבִיאַ֨נִי (= hèbhîja' nî: hij brengt mij; wkw act hifil perf 3de pers mann enk van het wkw בָּא = bâ´: gaan, komen + pers vnw 1ste pers enk). Tenach (4). (1) Hl 1,4. (2) Hl 2,4.

7. נָגִ֤ילָה (= nâgîlâh: laten wij ons verheugen; wkw act imperf / jiqtol 1ste pers mv cohortatief van het wkw גיל / גול = gîl / gûl: zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen, galmen, weergalmen, klinken, weerklinken). Taalgebruik in Tenakh: gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen). Getalswaarde: gimel = 3, lamad = 12 of 30 , jod = 10 , waw = 6 ; totaal : 25 (5²) / 21 (3 X 7) OF 43 / 39 (3 X 13). Structuur : 3 - 1 - 3 / 3 - 6 - 3. De som van de elementen is telkens 7 / 3. De verschillende werkwoorden kunnen verwantschap hebben: g-l (Hebr: גיל / גול = gîl / gûl), in g-l (Gr: αγαλλιαω = agalliaô), g-l en k-l (Ned: en, galmen en klinken). Tenach (3). (1) Js 25,9 . (2) Ps 118,24. (3) Hl 1,4.

8. וְנִשְׂמְחָה֙ (= wënishmëchâh : en laten wij ons verheugen; < prefix waw consecutivum + wkw act qal juqtol / imperfectum 1ste pers mv cohortatief van het wkw שְמָח = shamach: zich verheugen, opgewekt, vrolijk zijn). Taalgebruik in Tenach: shâmach (zich verheugen). Getalswaarde: shin = 21 of 300, mem = 13 of 40, chet = 8; totaal: 42 (2 X 3 X 7) OF 348 (2² X 3 X 29). Structuur: 3 - 4 - 8. De som van de elementen is telkens 6. Tenach (4). (1) Js 25,9 . (2) Ps 90,14. (3) Ps 118,24. (4) Hl 1,4.

7.-8. נָגִ֤ילָה וְנִשְׂמְחָה֙ (= nâgîlâh wënishmëchâh: laten wij ons verheugen en vrolijk zijn). Tenach (3). (1) Js 25,9 . (2) Ps 118,24. (3) Hl 1,4.

Hl 1,5 - Hl 1,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5 μέλαινά εἰμι ἐγὼ καὶ καλή, θυγατέρες ῾Ιερουσαλήμ, ὡς σκηνώματα Κηδάρ, ὡς δέρρεις Σαλωμών. 4 nigra sum sed formonsa filiae Hierusalem sicut tabernacula Cedar sicut pelles Salomonis   5 Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.  Koor [5] Ik ben donker, maar bekoorlijk, dochters van Jeruzalem, als tenten van Kedar*, als paviljoens van Salma. [5] Meisjes van Jeruzalem, donker ben ik, en mooi, als de tenten van Kedar, als het doek van Salomo's tenten. 1:5 zwart ben ik, maar prachtig, dochters van Jeruzalem!- als de tenten uit Kedar, als Salomo's tapijten;  Je suis noire et pourtant belle, filles de Jérusalem, comme les tentes de Qédar, comme les pavillons de Salma. 

King James Bible. [5] I am black, but comely, O ye daughters of Jerusalem, as the tents of Kedar, as the curtains of Solomon.
Luther-Bibel. 5 Ich bin braun, aber gar lieblich, ihr Töchter Jerusalems, wie die Zelte Kedars, wie die Teppiche Salomos.

 שְׁחוֹרָה אֲנִי וְנָאוָה, בְּנוֹת יְרוּשָׁלִָם; כְּאָהֳלֵי קֵדָר, כִּירִיעוֹת שְׁלֹמֹה

Tekstuitleg van Hl 1,5. Het vers Hl 1,5.bevat 9 woorden en 42 (2³ X 7) letters.

1. שְׁחוֹרָ֤ה (= sjâchôrâh: zwart; bv nw vr enk). Te ach = Hl (1) : Hl 1,5.

2. אֲנִי (= ´änî: ik; pers vnw 1ste pers enk) Taalgebruik in Tenakh: ´änî (ik).

3. וְֽנָאוָ֔ה (=wënâwâh: en mooi; we verbindingswoord + bv nw vr enk van het bv nw נָאוָ֔ה = nâ'wèh: mooi). Tenach = Hl (1) : Hl 1,5.
- נָאוָ֔ה = nâ'wèh: mooi; bv nw vr enk). Tenach (9). Hl (3): (1) Hl 2,14. (2) Hl 4,3. (3) Hl 6,4.

4. בְּנ֖וֹת (= bënôth: dochter; zn vr mv stat construct van het zn בַת = bath: dochter). Taalgebruik in Tenakh: bath (dochter). Getalswaarde: beth = 2, thaw = 22 of 400 ; totaal: 24 (2³ X 3) OF 402 (2 X 3 X 67). Structuur: 2 - 4. De som van de elementen is telkens 6. Tenach (73). Hl (8). (1) Hl 1,5. (2) Hl 2,7. (3) Hl 3,5. (4) Hl 3,11. (5) Hl 5,8. (6) Hl 5,16. (7) Hl 6,9. (8) Hl 8,4.
- De letter aleph duidt het begin, initiatief, het scheppen aan. Aleph = 1 en duidt éénheid aan. De beth duidt de schepping aan. In het woord 'abh is schepper en schepping verenigd.´abh (vader) duidt tweeheid (vader - zoon/dochter) aan: de verwekker en de verwekte. De Hebreeuwse naam voor dochter is בַת = bath. Het woord begint met een beth, symbool voor tweede, het geschapene, het verwekte. De tweede letter is een thaw. Het is de laatste letter van het alfabet en heeft als getalswaarde 22 of 400. Het vaderschap zal zich voortzetten in alle volgende geslachten. Zo krijgt een vader een kleindochter, achterkleindochter enz... In het Arabisch wordt het verband tussen vader en zoon/dochter nog sterker gelegd dan in het Hebreeuws. De medeklinkers voor vader ('b) blijven behouden, gevolgd door een nun voor de zoon ('bn) en de vrouwelijke vorm van 'ibn nl. 'bnh (dochter) voor de dochter. In het Hebreeuws is bth wellicht ontstaan uit bnth. In het Latijn en het Frans wordt de verwantschap tussen zoon en dochter eveneens behouden: Latijn: filius (zoon), filia (dochter) ; Frans: fils (zoon), fille (dochter).

5. יְרוּשָׁלִָם (= jërûsjâlaim: Jeruzalem). Taalgebruik in Tenach: jërûsjâlaim (Jeruzalem). Getalswaarde: jod = 10, resj = 20 of 200, waw = 6, sjin = 21 of 300, lamed = 12 of 30, mem = 13 of 40; totaal: 82 (2 X 41) OF 586 (2 X 293). Structuur: 1 - 2 - 6 -3 - 3 - 4. Tenach (336). Hl (7). (1) Hl 1,5. (2) Hl 2,7. (3) Hl 3,5. (4) Hl 3,10. (5) Hl 5,8. (6) Hl 5,16. (7) Hl 8,4.

4..-5. "בְּנ֖וֹת יְרוּשָׁלִָ֑ם" (= bënôth jerûsâlâim: dochters van Jeruzalem). Tenach = Hl (6). (1) Hl 1,5. (2) Hl 2,7. (3) Hl 3,5. (4) Hl 5,8. (5) Hl 5,16. (6) Hl 8,4. Het is opmerkelijk dat dit alleen in Hooglied voorkomt.

6. כְּאָהֳלֵ֣י (= kâ'hole: als de tenten; partikel vn vergelijking ke + zn mann mv stat construct van het zn אֹ֫הֶל = 'ohèl: tent). Tenach = Hl (1) : Hl 1,5.

Hl 1,6 - Hl 1,6 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6 μὴ βλέψητέ με ὅτι ἐγώ εἰμι μεμελανωμένη, ὅτι παρέβλεψέ με ὁ ἥλιος· υἱοὶ μητρός μου ἐμαχέσαντο ἐν ἐμοί, ἔθεντό με φυλάκισσαν ἐν ἀμπελῶσιν· ἀμπελῶνα ἐμὸν οὐκ ἐφύλαξα. 5 nolite me considerare quod fusca sim quia decoloravit me sol filii matris meae pugnaverunt contra me posuerunt me custodem in vineis vineam meam non custodivi   6 Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden. Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed.  [6] Minacht mij niet omdat ik donker ben: de zon heeft mij gebruind. De zonen van mijn moeder waren hard tegen mij; zij lieten mij hun wijngaarden bewaken, zo heb ik niet* voor mijn eigen wijngaard kunnen zorgen.   [6] Kijk niet op mij neer omdat ik donker ben, omdat de zon mij heeft gebrand. Mijn moeders zonen waren hard voor mij: ik moest hun wijngaarden bewaken. Mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt. 1:6 ziet mij er niet op aan dat ik zo zwart ben, dat de zon mij heeft beschenen: de zonen van mijn moeder zijn laaiend tegen mij geweest, hebben mij bewaakster van de wijngaarden gemaakt, dus kon ik mijn eigen wijngaard niet bewaken;  Ne prenez pas garde à mon teint basané : c'est le soleil qui m'a brûlée. Les fils de ma mère se sont emportés contre moi, ils m'ont mise à garder les vignes. Ma vigne à moi, je ne l'avais pas gardée! 

King James Bible. [6] Look not upon me, because I am black, because the sun hath looked upon me: my mother's children were angry with me; they made me the keeper of the vineyards; but mine own vineyard have I not kept.
Luther-Bibel.6 Seht mich nicht an, dass ich so braun bin; denn die Sonne hat mich so verbrannt. Meiner Mutter Söhne zürnten mit mir. Sie haben mich zur Hüterin der Weinberge gesetzt; aber meinen eigenen Weinberg habe ich nicht behütet.

ו  אַל-תִּרְאוּנִי שֶׁאֲנִי שְׁחַרְחֹרֶת, שֶׁשְּׁזָפַתְנִי הַשָּׁמֶשׁ; בְּנֵי אִמִּי נִחֲרוּ-בִי, שָׂמֻנִי נֹטֵרָה אֶת-הַכְּרָמִים--כַּרְמִי שֶׁלִּי, לֹא נָטָרְתִּי.

Tekstuitleg van Hl 1,6.

Hl 1,7 - Hl 1,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7 ἀπάγγειλόν μοι ὃν ἠγάπησεν ἡ ψυχή μου, ποῦ ποιμαίνεις, ποῦ κοιτάζεις ἐν μεσημβρίᾳ, μήποτε γένωμαι ὡς περιβαλλομένη ἐπ᾿ ἀγέλαις ἑταίρων σου. 6 indica mihi quem diligit anima mea ubi pascas ubi cubes in meridie ne vagari incipiam per greges sodalium tuorum    7 Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen? [7] Zeg mij, mijn zielsbeminde, waar laat je je kudde grazen, waar rusten je schapen in de middag? Moet ik als een gesluierde* de kudden van je vrienden afgaan?  [7] Zeg mij toch, mijn allerliefste, waar laat jij je kudde weiden, waar laat jij die 's middags rusten? Laat me toch niet dwalend* langs de kudden van je vrienden gaan. 1:7 mijn ziel heeft je zo lief, meld mij dan waar jij de schaapjes weidt, waar je ze in de middaghitte neervlijt!- want waarom zou ik gesluierd ronddolen bij de kudden van je makkers?  
Dis-moi donc, toi que mon cœur aime : Où mèneras-tu paître le troupeau, où le mettras-tu au repos, à l'heure de midi ? Pour que je n'erre plus en vagabonde, près des troupeaux de tes compagnons. .

King James Bible. [7] Tell me, O thou whom my soul loveth, where thou feedest, where thou makest thy flock to rest at noon: for why should I be as one that turneth aside by the flocks of thy companions?
Luther-Bibel.7 Sage mir an, du, den meine Seele liebt, wo du weidest, wo du ruhst am Mittag, damit ich nicht herumlaufen muss bei den Herden deiner Gesellen.

ז  הַגִּידָה לִּי, שֶׁאָהֲבָה נַפְשִׁי, אֵיכָה תִרְעֶה, אֵיכָה תַּרְבִּיץ בַּצָּהֳרָיִם; שַׁלָּמָה אֶהְיֶה כְּעֹטְיָה, עַל עֶדְרֵי חֲבֵרֶיךָ.

Tekstuitleg van Hl 1,7.

5. ´e(j)khâh (hoe). Taalgebruik in Tenakh : ´e(j)khâh (hoe). ajkh Tenakh (18). ´e(j)khâh (hoe). Tenakh (16) : (1) Dt 1,12. (2) Dt 7,17. (3) Dt 12,30. (4) Dt 18,21. (5) Dt 32,30. (6) Re 20,3. (7) 2 K 6,15. (8) Js 1,21. (9) Jr 8,8. (10) Jr 48,17. (11) Ps 73,11. (12) Hl 1,7. (13) Kl 1,1. (14) Kl 2,1. (15) Kl 4,1. (16) Kl 4,2.

7. ´e(j)khâh (hoe). Taalgebruik in Tenakh : ´e(j)khâh (hoe). ajkh Tenakh (18). ´e(j)khâh (hoe). Tenakh (16) : (1) Dt 1,12. (2) Dt 7,17. (3) Dt 12,30. (4) Dt 18,21. (5) Dt 32,30. (6) Re 20,3. (7) 2 K 6,15. (8) Js 1,21. (9) Jr 8,8. (10) Jr 48,17. (11) Ps 73,11. (12) Hl 1,7. (13) Kl 1,1. (14) Kl 2,1. (15) Kl 4,1. (16) Kl 4,2.

Hl 1,8 - Hl 1,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8 ἐὰν μὴ γνῷς σεαυτήν, ἡ καλὴ ἐν γυναιξίν, ἔξελθε σὺ ἐν πτέρναις τῶν ποιμνίων καὶ ποίμαινε τὰς ἐρίφους σου ἐπὶ σκηνώμασι τῶν ποιμένων. 7 si ignoras te o pulchra inter mulieres egredere et abi post vestigia gregum et pasce hedos tuos iuxta tabernacula pastorum   8 Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen. Zij [8] Als je niet weet waar hij hoedt, mooiste van alle vrouwen, volg dan het spoor van de kudde en ga je geiten hoeden bij de tenten van de herders. Koor Hij [8] Als je mij niet vinden kunt, mooiste van alle vrouwen, volg dan het spoor van de kudde, weid je geiten waar de herders schuilen. 1:8 'Als je het niet weet, o schoonste onder de vrouwen,- trek dan uit, volg de sporen van het wolvee en weid je geitjes bij de hutten van de herders!' •• Si tu l'ignores, ô la plus belle des femmes, suis les traces du troupeau, et mène paître tes chevreaux près de la demeure des bergers. 

King James Bible. 8Weißt du es nicht, du Schönste unter den Frauen, so geh hinaus auf die Spuren der Schafe und weide deine Zicklein bei den Zelten der Hirten.
Luther-Bibel. [8] If thou know not, O thou fairest among women, go thy way forth by the footsteps of the flock, and feed thy kids beside the shepherds' tents.

ח  אִם-לֹא תֵדְעִי לָךְ, הַיָּפָה בַּנָּשִׁים; צְאִי-לָךְ בְּעִקְבֵי הַצֹּאן, וּרְעִי אֶת-גְּדִיֹּתַיִךְ, עַל, מִשְׁכְּנוֹת הָרֹעִים

Tekstuitleg van Hl 1,8.

Hl 1,9 - Hl 1,9 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9 τῇ ἵππῳ μου ἐν ἅρμασι Φαραὼ ὡμοίωσά σε, ἡ πλησίον μου. 8 equitatui meo in curribus Pharaonis adsimilavi te amica mea   9 Mijn vriendin! Ik vergelijk u bij de paarden aan de wagens van Farao.  Koor [9] Mijn vriendin, je bent als de merrie voor de wagen van de farao!   [9] Vriendin van mij, met een merrie voor farao's wagen vergelijk ik jou! 1:9 'Met de merries voor Farao's wagens vergelijk ik jou, mijn vriendin; A ma cavale, attelée au char de Pharaon, je te compare, ma bien-aimée. 

King James Bible. [9] I have compared thee, O my love, to a company of horses in Pharaoh's chariots.
Luther-Bibel. 9 Ich vergleiche dich, meine Freundin, einer Stute an den Wagen des Pharao.

לְסֻסָתִי בְּרִכְבֵי פַרְעֹה, דִּמִּיתִיךְ רַעְיָתִי.

Tekstuitleg van Hl 1,9.

Hl 1,10 - Hl 1,10 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10 τί ὡραιώθησαν σιαγόνες σου ὡς τρυγόνος, τράχηλός σου ὡς ὁρμίσκοι; 9 pulchrae sunt genae tuae sicut turturis collum tuum sicut monilia   10 Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren.  10 Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren.  [10] Hoe lieflijk zijn je wangen en je ringen, hoe sierlijk zijn je hals en je ketting. 1:10 prachtig staan je kaken tussen de kettingen, rijst je hals op uit de parelsnoeren; Tes joues restent belles, entre les pendeloques, et ton cou dans les colliers.

King James Bible. [10] Thy cheeks are comely with rows of jewels, thy neck with chains of gold.
Luther-Bibel. 10 Deine Wangen sind lieblich mit den Kettchen und dein Hals mit den Perlenschnüren. .

י  נָאווּ לְחָיַיִךְ בַּתֹּרִים, צַוָּארֵךְ בַּחֲרוּזִים

Tekstuitleg van Hl 1,10.

Hl 1,11 - Hl 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11 ὁμοιώματα χρυσίου ποιήσομέν σοι μετὰ στιγμάτων τοῦ ἀργυρίου. 10 murenulas aureas faciemus tibi vermiculatas argento   11 Wij zullen u gouden spangen maken, met zilveren stipjes. 11 Wij zullen u gouden spangen maken, met zilveren stipjes.  [11] Laten we een gouden sieraad voor je maken, bezaaid met zilveren stipjes. 1:11 laten we kettinkjes van goud voor je maken met stipjes zilver erin!'  Nous te ferons des pendants d'or et des globules d'argent. 

King James Bible. [11] We will make thee borders of gold with studs of silver.
Luther-Bibel. 11 Wir wollen dir goldene Kettchen machen mit kleinen silbernen Kugeln.

יא  תּוֹרֵי זָהָב נַעֲשֶׂה-לָּךְ, עִם נְקֻדּוֹת הַכָּסֶף.

Tekstuitleg van Hl 1,11.

Hl 1,12 - Hl 1,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12 ἕως οὗ ὁ βασιλεὺς ἐν ἀνακλίσει αὐτοῦ, νάρδος μου ἔδωκεν ὀσμὴν αὐτοῦ. 11 dum esset rex in accubitu suo nardus mea dedit odorem suum   12 Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk.  12 Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk.  Zij [12] Nu mijn koning op zijn rustbed ligt, geurt mijn nardus zoet. 1 :12 Zolang de koning aan zijn ronde tafel zat gaf mijn nardus zijn geur; Tandis que le roi est en son enclos, mon nard donne son parfum. 

King James Bible. [12] While the king sitteth at his table, my spikenard sendeth forth the smell thereof.
Luther-Bibel.12 Als der König sich herwandte, gab meine Narde ihren Duft.

יב  עַד-שֶׁהַמֶּלֶךְ, בִּמְסִבּוֹ, נִרְדִּי, נָתַן רֵיחוֹ.

Tekstuitleg van Hl 1,12.

Hl 1,13 - Hl 1,13 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13 ἀπόδεσμος τῆς στακτῆς ἀδελφιδός μου ἐμοί, ἀνὰ μέσον τῶν μαστῶν μου αὐλισθήσεται. 12 fasciculus murrae dilectus meus mihi inter ubera mea commorabitur   13 Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten vernacht.  13 Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten vernacht.  [13] Mijn lief is mij een bundel mirre, hij slaapt tussen mijn borsten. (13] Mijn lief is mij een bundel mirre, hij slaapt tussen mijn borsten. Mon bien-aimé est un sachet de myrrhe, qui repose entre mes seins. 

King James Bible. [13] A bundle of myrrh is my wellbeloved unto me; he shall lie all night betwixt my breasts.
Luther-Bibel. 13 Mein Freund ist mir ein Büschel Myrrhen, das zwischen meinen Brüsten hängt.

יג  צְרוֹר הַמֹּר דּוֹדִי לִי, בֵּין שָׁדַי יָלִין.

Tekstuitleg van Hl 1,13.

Hl 1,14 - Hl 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14 βότρυς τῆς κύπρου ἀδελφιδός μου ἐμοί, ἐν ἀμπελῶσιν ᾿Εγγαδδί. 13 botrus cypri dilectus meus mihi in vineis Engaddi   14 Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi.  14 Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi.  [14] Mijn lief is mij een hennatros in de wijngaarden van Engedi. Hij [14] Mijn lief is mij een hennatros in de wijngaarden van Engedi.  on bien-aimé est une grappe de cypre, dans les vignes d'En-Gaddi. 

King James Bible. [14] My beloved is unto me as a cluster of camphire in the vineyards of En-gedi.
Luther-Bibel.14 Mein Freund ist mir eine Traube von Zyperblumen in den Weingärten von En-Gedi.

יד  אֶשְׁכֹּל הַכֹּפֶר דּוֹדִי לִי, בְּכַרְמֵי עֵין גֶּדִי. 

Tekstuitleg van Hl 1,14.

Hl 1,15 - Hl 1,15 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15 ἰδοὺ εἶ καλή, ἡ πλησίον μου, ἰδοὺ εἶ καλή, ὀφθαλμοί σου περιστεραί. 14 ecce tu pulchra es amica mea ecce tu pulchra oculi tui columbarum   15 Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! Zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen. 15 Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! Zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen.  [15] Je bent zo mooi, vriendin van mij, je bent zo mooi! Je ogen zijn duiven. Zij Hij [15] Je bent zo mooi, vriendin van mij, je bent zo mooi! Je ogen zijn duiven.  Que tu es belle, ma bien-aimée, que tu es belle! Tes yeux sont des colombes. 

King James Bible. [15] Behold, thou art fair, my love; behold, thou art fair; thou hast doves' eyes.
Luther-Bibel. 15 Siehe, meine Freundin, du bist schön; schön bist du, deine Augen sind wie Taubenaugen.

הִנָּךְ יָפָה רַעְיָתִי, הִנָּךְ יָפָה עֵינַיִךְ יוֹנִים.

Tekstuitleg van Hl 1,15.

Hl 1,16 - Hl 1,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16 ἰδοὺ εἶ καλός, ὁ ἀδελφιδός μου, καί γε ὡραῖος· πρὸς κλίνῃ ἡμῶν σύσκιος, 15 ecce tu pulcher es dilecte mi et decorus lectulus noster floridus   16 Zie, gij zijt schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede.  16 Zie, gij zijt schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede.  [16] Wat ben je mooi, mijn lief, wat ben je bekoorlijk. Het groen is ons bed, Zij [16] Wat ben je mooi, mijn lief, wat ben je bekoorlijk. Het groen is ons bed, Que tu es beau, mon bien-aimé, combien délicieux! Notre lit n'est que verdure. 

King James Bible. [16] Behold, thou art fair, my beloved, yea, pleasant: also our bed is green.
Luther-Bibel. 16 Siehe, mein Freund, du bist schön und lieblich. Unser Lager ist grün.

הִנְּךָ יָפֶה דוֹדִי אַף נָעִים, אַף-עַרְשֵׂנוּ רַעֲנָנָה.

Tekstuitleg van Hl 1,16.

Hl 1,17 - Hl 1,17 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17 δοκοὶ οἴκων ἡμῶν κέδροι, φατνώματα ἡμῶν κυπάρισσοι. 16 tigna domorum nostrarum cedrina laquearia nostra cypressina   17 De balken onzer huizen zijn cederen, onze galerijen zijn cipressen.   17 De balken onzer huizen zijn cederen, onze galerijen zijn cipressen.   [17] de balken van ons huis zijn ceders, de binten zijn cipressen. [17] de balken van ons huis zijn ceders, de binten zijn cipressen. Les poutres de notre maison sont de cèdre, nos lambris de cyprès. 

King James Bible. 17] The beams of our house are cedar, and our rafters of fir.
Luther-Bibel. 17 Die Balken unserer Häuser sind Zedern, unsere Täfelung Zypressen.

קֹרוֹת בָּתֵּינוּ אֲרָזִים, רחיטנו (רַהִיטֵנוּ) בְּרוֹתִים.

Tekstuitleg van Hl 1,17.


MT

Song of Songs Chapter 1 שִׁיר הַשִּׁירִים

א  שִׁיר הַשִּׁירִים, אֲשֶׁר לִשְׁלֹמֹה. 1 The song of songs, which is Solomon's.
ב  יִשָּׁקֵנִי מִנְּשִׁיקוֹת פִּיהוּ, כִּי-טוֹבִים דֹּדֶיךָ מִיָּיִן. 2 Let him kiss me with the kisses of his mouth--for thy love is better than wine.
ג  לְרֵיחַ שְׁמָנֶיךָ טוֹבִים, שֶׁמֶן תּוּרַק שְׁמֶךָ; עַל-כֵּן, עֲלָמוֹת אֲהֵבוּךָ. 3 Thine ointments have a goodly fragrance; thy name is as ointment poured forth; therefore do the maidens love thee.
ד  מָשְׁכֵנִי, אַחֲרֶיךָ נָּרוּצָה; הֱבִיאַנִי הַמֶּלֶךְ חֲדָרָיו, נָגִילָה וְנִשְׂמְחָה בָּךְ--נַזְכִּירָה דֹדֶיךָ מִיַּיִן, מֵישָׁרִים אֲהֵבוּךָ.  {פ} 4 Draw me, we will run after thee; the king hath brought me into his chambers; we will be glad and rejoice in thee, we will find thy love more fragrant than wine! sincerely do they love thee. {P}
ה  שְׁחוֹרָה אֲנִי וְנָאוָה, בְּנוֹת יְרוּשָׁלִָם; כְּאָהֳלֵי קֵדָר, כִּירִיעוֹת שְׁלֹמֹה. 5 'I am black, but comely, O ye daughters of Jerusalem, as the tents of Kedar, as the curtains of Solomon.
ו  אַל-תִּרְאוּנִי שֶׁאֲנִי שְׁחַרְחֹרֶת, שֶׁשְּׁזָפַתְנִי הַשָּׁמֶשׁ; בְּנֵי אִמִּי נִחֲרוּ-בִי, שָׂמֻנִי נֹטֵרָה אֶת-הַכְּרָמִים--כַּרְמִי שֶׁלִּי, לֹא נָטָרְתִּי. 6 Look not upon me, that I am swarthy, that the sun hath tanned me; my mother's sons were incensed against me, they made me keeper of the vineyards; but mine own vineyard have I not kept.'
ז  הַגִּידָה לִּי, שֶׁאָהֲבָה נַפְשִׁי, אֵיכָה תִרְעֶה, אֵיכָה תַּרְבִּיץ בַּצָּהֳרָיִם; שַׁלָּמָה אֶהְיֶה כְּעֹטְיָה, עַל עֶדְרֵי חֲבֵרֶיךָ. 7 Tell me, O thou whom my soul loveth, where thou feedest, where thou makest thy flock to rest at noon; for why should I be as one that veileth herself beside the flocks of thy companions?
ח  אִם-לֹא תֵדְעִי לָךְ, הַיָּפָה בַּנָּשִׁים; צְאִי-לָךְ בְּעִקְבֵי הַצֹּאן, וּרְעִי אֶת-גְּדִיֹּתַיִךְ, עַל, מִשְׁכְּנוֹת הָרֹעִים.  {פ} 8 If thou know not, O thou fairest among women, go thy way forth by the footsteps of the flock and feed thy kids, beside the shepherds' tents. {P}
ט  לְסֻסָתִי בְּרִכְבֵי פַרְעֹה, דִּמִּיתִיךְ רַעְיָתִי. 9 I have compared thee, O my love, to a steed in Pharaoh's chariots.
י  נָאווּ לְחָיַיִךְ בַּתֹּרִים, צַוָּארֵךְ בַּחֲרוּזִים. 10 Thy cheeks are comely with circlets, thy neck with beads.
יא  תּוֹרֵי זָהָב נַעֲשֶׂה-לָּךְ, עִם נְקֻדּוֹת הַכָּסֶף. 11 We will make thee circlets of gold with studs of silver.
יב  עַד-שֶׁהַמֶּלֶךְ, בִּמְסִבּוֹ, נִרְדִּי, נָתַן רֵיחוֹ. 12 While the king sat at his table, my spikenard sent forth its fragrance.
יג  צְרוֹר הַמֹּר דּוֹדִי לִי, בֵּין שָׁדַי יָלִין. 13 My beloved is unto me as a bag of myrrh, that lieth betwixt my breasts.
יד  אֶשְׁכֹּל הַכֹּפֶר דּוֹדִי לִי, בְּכַרְמֵי עֵין גֶּדִי.  {ס} 14 My beloved is unto me as a cluster of henna in the vineyards of En-gedi. {S}
טו  הִנָּךְ יָפָה רַעְיָתִי, הִנָּךְ יָפָה עֵינַיִךְ יוֹנִים. 15 Behold, thou art fair, my love; behold, thou art fair; thine eyes are as doves.
טז  הִנְּךָ יָפֶה דוֹדִי אַף נָעִים, אַף-עַרְשֵׂנוּ רַעֲנָנָה. 16 Behold, thou art fair, my beloved, yea, pleasant; also our couch is leafy.
יז  קֹרוֹת בָּתֵּינוּ אֲרָזִים, רחיטנו (רַהִיטֵנוּ) בְּרוֹתִים. 17 The beams of our houses are cedars, and our panels are cypresses.

 

- Griekse tekst - Septuaginta

ΑΣΜΑ ἆσμάτων, ὅ ἐστι τῷ Σαλωμών. 2 Φιλησάτω με ἀπὸ φιλημάτων στόματος αὐτοῦ, ὅτι ἀγαθοὶ μαστοί σου ὑπὲρ οἶνον, 3 καὶ ὀσμὴ μύρων σου ὑπὲρ πάντα τὰ ἀρώματα· μῦρον ἐκκενωθὲν ὄνομά σου. διὰ τοῦτο νεάνιδες ἠγάπησάν σε, 4 εἵλκυσάν σε, ὀπίσω σου εἰς ὀσμὴν μύρων σου δραμοῦμεν. εἰσήνεγκέ με ὁ βασιλεὺς εἰς τὸ ταμιεῖον αὐτοῦ. ἀγαλλιασώμεθα καὶ εὐφρανθῶμεν ἐν σοί· ἀγαπήσομεν μαστούς σου ὑπὲρ οἶνον· εὐθύτης ἠγάπησέ σε. 5 μέλαινά εἰμι ἐγὼ καὶ καλή, θυγατέρες ῾Ιερουσαλήμ, ὡς σκηνώματα Κηδάρ, ὡς δέρρεις Σαλωμών. 6 μὴ βλέψητέ με ὅτι ἐγώ εἰμι μεμελανωμένη, ὅτι παρέβλεψέ με ὁ ἥλιος· υἱοὶ μητρός μου ἐμαχέσαντο ἐν ἐμοί, ἔθεντό με φυλάκισσαν ἐν ἀμπελῶσιν· ἀμπελῶνα ἐμὸν οὐκ ἐφύλαξα. 7 ἀπάγγειλόν μοι ὃν ἠγάπησεν ἡ ψυχή μου, ποῦ ποιμαίνεις, ποῦ κοιτάζεις ἐν μεσημβρίᾳ, μήποτε γένωμαι ὡς περιβαλλομένη ἐπ᾿ ἀγέλαις ἑταίρων σου. 8 ἐὰν μὴ γνῷς σεαυτήν, ἡ καλὴ ἐν γυναιξίν, ἔξελθε σὺ ἐν πτέρναις τῶν ποιμνίων καὶ ποίμαινε τὰς ἐρίφους σου ἐπὶ σκηνώμασι τῶν ποιμένων. 9 τῇ ἵππῳ μου ἐν ἅρμασι Φαραὼ ὡμοίωσά σε, ἡ πλησίον μου. 10 τί ὡραιώθησαν σιαγόνες σου ὡς τρυγόνος, τράχηλός σου ὡς ὁρμίσκοι; 11 ὁμοιώματα χρυσίου ποιήσομέν σοι μετὰ στιγμάτων τοῦ ἀργυρίου. 12 ἕως οὗ ὁ βασιλεὺς ἐν ἀνακλίσει αὐτοῦ, νάρδος μου ἔδωκεν ὀσμὴν αὐτοῦ. 13 ἀπόδεσμος τῆς στακτῆς ἀδελφιδός μου ἐμοί, ἀνὰ μέσον τῶν μαστῶν μου αὐλισθήσεται. 14 βότρυς τῆς κύπρου ἀδελφιδός μου ἐμοί, ἐν ἀμπελῶσιν ᾿Εγγαδδί. 15 ἰδοὺ εἶ καλή, ἡ πλησίον μου, ἰδοὺ εἶ καλή, ὀφθαλμοί σου περιστεραί. 16 ἰδοὺ εἶ καλός, ὁ ἀδελφιδός μου, καί γε ὡραῖος· πρὸς κλίνῃ ἡμῶν σύσκιος, 17 δοκοὶ οἴκων ἡμῶν κέδροι, φατνώματα ἡμῶν κυπάρισσοι.


- Vulgata

1. 1 osculetur me osculo oris sui quia meliora sunt ubera tua vino 2 fraglantia unguentis optimis oleum effusum nomen tuum ideo adulescentulae dilexerunt te 3 trahe me post te curremus introduxit me rex in cellaria sua exultabimus et laetabimur in te memores uberum tuorum super vinum recti diligunt te 4 nigra sum sed formonsa filiae Hierusalem sicut tabernacula Cedar sicut pelles Salomonis 5 nolite me considerare quod fusca sim quia decoloravit me sol filii matris meae pugnaverunt contra me posuerunt me custodem in vineis vineam meam non custodivi 6 indica mihi quem diligit anima mea ubi pascas ubi cubes in meridie ne vagari incipiam per greges sodalium tuorum 7 si ignoras te o pulchra inter mulieres egredere et abi post vestigia gregum et pasce hedos tuos iuxta tabernacula pastorum 8 equitatui meo in curribus Pharaonis adsimilavi te amica mea 9 pulchrae sunt genae tuae sicut turturis collum tuum sicut monilia 10 murenulas aureas faciemus tibi vermiculatas argento 11 dum esset rex in accubitu suo nardus mea dedit odorem suum 12 fasciculus murrae dilectus meus mihi inter ubera mea commorabitur 13 botrus cypri dilectus meus mihi in vineis Engaddi 14 ecce tu pulchra es amica mea ecce tu pulchra oculi tui columbarum 15 ecce tu pulcher es dilecte mi et decorus lectulus noster floridus 16 tigna domorum nostrarum cedrina laquearia nostra cypressina


- Statenvertaling

1 Het Hooglied, hetwelk van Salomo is. 2 Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn. 3 Uw oliën zijn goed tot reuk, Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief. 4 Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief. 5 Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo. 6 Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden. Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed. 7 Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen? 8 Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen. 9 Mijn vriendin! Ik vergelijk u bij de paarden aan de wagens van Farao. 10 Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren. 11 Wij zullen u gouden spangen maken, met zilveren stipjes. 12 Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk. 13 Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten vernacht. 14 Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi. 15 Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! Zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen. 16 Zie, gij zijt schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede. 17 De balken onzer huizen zijn cederen, onze galerijen zijn cipressen.


- Willibrordvertaling

[1] Het Hooglied* van Salomo. [2] Overstelp mij met de kussen van je mond, want je liefkozingen zijn zoeter dan wijn. [3] Je zalven zijn heerlijk om te ruiken en de klank van je naam is als een rijk parfum; daarom hebben de meisjes je lief. [4] Trek mij mee, laten we vluchten, neem mij mee, koning*, in je vertrekken! Zij [4] Wij willen juichen, ons over jullie verblijden, wij willen zingen over jullie liefde, zoeter dan wijn: iedereen moet wel van jullie houden! Koor [5] Ik ben donker, maar bekoorlijk, dochters van Jeruzalem, als tenten van Kedar*, als paviljoens van Salma. [6] Minacht mij niet omdat ik donker ben: de zon heeft mij gebruind. De zonen van mijn moeder waren hard tegen mij; zij lieten mij hun wijngaarden bewaken, zo heb ik niet* voor mijn eigen wijngaard kunnen zorgen. [7] Zeg mij, mijn zielsbeminde, waar laat je je kudde grazen, waar rusten je schapen in de middag? Moet ik als een gesluierde* de kudden van je vrienden afgaan? Zij [8] Als je niet weet waar hij hoedt, mooiste van alle vrouwen, volg dan het spoor van de kudde en ga je geiten hoeden bij de tenten van de herders. Koor [9] Mijn vriendin, je bent als de merrie voor de wagen van de farao! [10] Hoe bekoorlijk zijn je wangen tussen de oorhangers, hoe bekoorlijk je hals met de snoeren! [11] Ik zal gouden hangers voor je laten maken met zilveren balletjes. Hij [12] Terwijl mijn koning aan tafel zit, verspreidt mijn nardus zijn geur. [13] Mijn lief is als een zakje mirre dat tussen mijn borsten rust. [14] Een tros hennabloemen uit de tuinen van Engedi is mijn lief voor mij. Zij [15] Wat ben je mooi, mijn vriendin, wat ben je mooi; je ogen zijn duiven! Hij [16] Je bent mooi, mijn lief, en zo zoet! Ons rustbed is het frisse groen, [17] en de gebinten van ons huis zijn van cederhout, de wanden van cypressen.


- De Nieuwe Bijbelvertaling

Hoofdstuk 1 [1] Hooglied, van Salomo. Zij [2] Laat hij mij kussen, laat zijn mond mij kussen! Jouw liefde is zoeter dan wijn, [3] zoet is de geur van je huid, je naam is een kostbaar parfum. Daarom houden de meisjes van jou. [4] Neem mij met je mee. Laten we rennen! Mijn koning brengt mij in zijn kamers. Laten we juichen en zingen om jou! Laten we jouw liefde prijzen, meer nog dan wijn. Natuurlijk houden de meisjes van jou! [5] Meisjes van Jeruzalem, donker ben ik, en mooi, als de tenten van Kedar, als het doek van Salomo's tenten. [6] Kijk niet op mij neer omdat ik donker ben, omdat de zon mij heeft gebrand. Mijn moeders zonen waren hard voor mij: ik moest hun wijngaarden bewaken. Mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt. [7] Zeg mij toch, mijn allerliefste, waar laat jij je kudde weiden, waar laat jij die 's middags rusten? Laat me toch niet dwalend* langs de kudden van je vrienden gaan. Hij [8] Als je mij niet vinden kunt, mooiste van alle vrouwen, volg dan het spoor van de kudde, weid je geiten waar de herders schuilen. [9] Vriendin van mij, met een merrie voor farao's wagen vergelijk ik jou! [10] Hoe lieflijk zijn je wangen en je ringen, hoe sierlijk zijn je hals en je ketting. [11] Laten we een gouden sieraad voor je maken, bezaaid met zilveren stipjes. Zij [12] Nu mijn koning op zijn rustbed ligt, geurt mijn nardus zoet. [13] Mijn lief is mij een bundel mirre, hij slaapt tussen mijn borsten. [14] Mijn lief is mij een hennatros in de wijngaarden van Engedi. Hij [15] Je bent zo mooi, vriendin van mij, je bent zo mooi! Je ogen zijn duiven. Zij [16] Wat ben je mooi, mijn lief, wat ben je bekoorlijk. Het groen is ons bed, [17] de balken van ons huis zijn ceders, de binten zijn cipressen.


- De Naardense bijbel

Lied der liederen, voor Salomo. Hooglied 1:2 Hij kusse mij met de kussen van zijn mond,- want jouw liefkozingen zijn zoeter dan wijn; 1:3 de geur van je oliën is zachter dan alle balsems, uitgegoten olie is je naam; daarom hebben de meisjes je lief!- 1:4 trek mij mee, jou achterna, laten we rennen,- laat mij komen, o koning, in je kamer: we zullen juichen en ons verheugen in jou, dronken van je liefkozingen, erger dan van wijn; terecht hebben ze je lief!- •• 1:5 zwart ben ik, maar prachtig, dochters van Jeruzalem!- als de tenten uit Kedar, als Salomo's tapijten; 1:6 ziet mij er niet op aan dat ik zo zwart ben, dat de zon mij heeft beschenen: de zonen van mijn moeder zijn laaiend tegen mij geweest, hebben mij bewaakster van de wijngaarden gemaakt, dus kon ik mijn eigen wijngaard niet bewaken; 1:7 mijn ziel heeft je zo lief, meld mij dan waar jij de schaapjes weidt, waar je ze in de middaghitte neervlijt!- want waarom zou ik gesluierd ronddolen bij de kudden van je makkers? 1:8 'Als je het niet weet, o schoonste onder de vrouwen,- trek dan uit, volg de sporen van het wolvee en weid je geitjes bij de hutten van de herders!' •• 1:9 'Met de merries voor Farao's wagens vergelijk ik jou, mijn vriendin; 1:10 prachtig staan je kaken tussen de kettingen, rijst je hals op uit de parelsnoeren; 1:11 laten we kettinkjes van goud voor je maken met stipjes zilver erin!' 1:12 Zolang de koning aan zijn ronde tafel zat gaf mijn nardus zijn geur; 1:13 een bundeltje mirre is mijn liefste mij, tussen mijn borsten zal hij overnachten... 1:14 een tros hennabloemen is mij mijn liefste, in de wijngaarden van Een Gedi! •• 1:15 'Zie, je bent mooi, mijn vriendin, zie, je bent mooi, je ogen zijn als duiven!' 1:16 Zie, je bent mooi, mijn liefste, ja prachtig, ja ons rustbed is het frisse groen: ceders zijn de balken van ons huis, cipressen onze daksparren!- 1:17


- Bible de Jérusalem


- King James Bible

Cant.1 [1] The song of songs, which is Solomon's. [2] Let him kiss me with the kisses of his mouth: for thy love is better than wine. [3] Because of the savour of thy good ointments thy name is as ointment poured forth, therefore do the virgins love thee. [4] Draw me, we will run after thee: the king hath brought me into his chambers: we will be glad and rejoice in thee, we will remember thy love more than wine: the upright love thee. [5] I am black, but comely, O ye daughters of Jerusalem, as the tents of Kedar, as the curtains of Solomon. [6] Look not upon me, because I am black, because the sun hath looked upon me: my mother's children were angry with me; they made me the keeper of the vineyards; but mine own vineyard have I not kept. [7] Tell me, O thou whom my soul loveth, where thou feedest, where thou makest thy flock to rest at noon: for why should I be as one that turneth aside by the flocks of thy companions? [8] If thou know not, O thou fairest among women, go thy way forth by the footsteps of the flock, and feed thy kids beside the shepherds' tents. [9] I have compared thee, O my love, to a company of horses in Pharaoh's chariots. [10] Thy cheeks are comely with rows of jewels, thy neck with chains of gold. [11] We will make thee borders of gold with studs of silver. [12] While the king sitteth at his table, my spikenard sendeth forth the smell thereof. [13] A bundle of myrrh is my wellbeloved unto me; he shall lie all night betwixt my breasts. [14] My beloved is unto me as a cluster of camphire in the vineyards of En-gedi. [15] Behold, thou art fair, my love; behold, thou art fair; thou hast doves' eyes. [16] Behold, thou art fair, my beloved, yea, pleasant: also our bed is green. [17] The beams of our house are cedar, and our rafters of fir.


- Luther Bibel

11Das Hohelied Salomos. 2Er küsse mich mit dem Kusse seines Mundes; denn deine Liebe ist lieblicher als Wein. 3Es riechen deine Salben köstlich; dein Name ist eine ausgeschüttete Salbe, darum lieben dich die Mädchen. 4Zieh mich dir nach, so wollen wir laufen. Der König führte mich in seine Kammern. Wir wollen uns freuen und fröhlich sein über dich; wir preisen deine Liebe mehr als den Wein. Herzlich lieben sie dich. 5Ich bin braun, aber gar lieblich, ihr Töchter Jerusalems, wie die Zelte Kedars, wie die Teppiche Salomos. 6Seht mich nicht an, dass ich so braun bin; denn die Sonne hat mich so verbrannt. Meiner Mutter Söhne zürnten mit mir. Sie haben mich zur Hüterin der Weinberge gesetzt; aber meinen eigenen Weinberg habe ich nicht behütet. 7Sage mir an, du, den meine Seele liebt, wo du weidest, wo du ruhst am Mittag, damit ich nicht herumlaufen muss bei den Herden deiner Gesellen. 8Weißt du es nicht, du Schönste unter den Frauen, so geh hinaus auf die Spuren der Schafe und weide deine Zicklein bei den Zelten der Hirten. 9Ich vergleiche dich, meine Freundin, einer Stute an den Wagen des Pharao. 10Deine Wangen sind lieblich mit den Kettchen und dein Hals mit den Perlenschnüren. 11Wir wollen dir goldene Kettchen machen mit kleinen silbernen Kugeln. 12Als der König sich herwandte, gab meine Narde ihren Duft. 13Mein Freund ist mir ein Büschel Myrrhen, das zwischen meinen Brüsten hängt. 14Mein Freund ist mir eine Traube von Zyperblumen in den Weingärten von En-Gedi. 15Siehe, meine Freundin, du bist schön; schön bist du, deine Augen sind wie Taubenaugen. 16Siehe, mein Freund, du bist schön und lieblich. Unser Lager ist grün. 17Die Balken unserer Häuser sind Zedern, unsere Täfelung Zypressen.


Rasji

"Ik zeg dat koning Shlomo profetisch zag dat Israël in de toekomst ballingschap na ballingschap, vernietiging na vernietiging zal ondergaan, en zij zullen in ballingschap rouwen om hun oorspronkelijke glorie, herinnerend aan de oorspronkelijke liefde waardoor zij van alle andere volken werden gescheiden, en zij zullen zeggen: 'Ik zal gaan en terugkeren naar mijn eerste man, want toen verging het mij beter dan nu', en zij zullen zich Zijn goedertierenheden en hun eigen waarde herinneren, en de goede dingen die hun in het eschaton beloofd zijn. En Shlomo schreef deze sefer profetisch, in de taal van een weduwe vrouw die verlangt naar haar man, 'die zich vastklampt aan haar geliefde', zich herinnerend hoe ze van hem hield in haar jeugd, en [zij] haar tekortkomingen toegeeft. En zelfs haar Geliefde is gepijnigd door haar pijn, en herinnert zich de goedheid van haar jeugd, de koddigheid van haar schoonheid en de kwaliteit van haar daden, waarin Hij in intense liefde met haar verbonden was, en Hij vertelt haar dat Hij haar verdriet niet moedwillig brengt, en dat ze ook niet permanent is weggestuurd, want zij is nog steeds Zijn vrouw, en Hij haar man, en Hij zal in de toekomst tot haar terugkeren."

Het lied der liederen dat van Shlomo is. Onze rabbijnen leerden: 'Elke Shlomo (omdat ze niet konden uitleggen waarom [de Schrift] zijn vader niet zoals het deed in Mishlei en Koheles) genoemd in Shir Hashirim is heilig [=verwijst naar God], de Koning aan Wie vrede שָׁלוֹם toebehoort. Het is een lied dat boven alle andere liederen die werd gereciteerd aan de Heilige, Gezegend Is Hij, door Zijn vergadering en Zijn volk, de gemeente van Yisroel. Rabbi Akiva zei: "De wereld was nooit zo waardig als op de dag dat Shir Hashirim aan Yisroel werd gegeven, want alle Geschriften zijn heilig, maar Shir Hashirim is de heiligste van de heiligen." Rabbi Elazar zoon Azaryah zei: "Waarmee kan dit vergeleken worden? Aan een koning die een se'ah van tarwe nam en aan een bakker gaf. Hij zei tegen hem: 'Haal voor mij zoveel fijn meel, zoveel zemelen, zoveel grove zemelen, en produceer er genoeg fijn meel uit voor één brood, gezeefd en superieur.' Evenzo zijn alle Geschriften heilig, maar Shir Hashirim is de heiligste der want het bestaat allemaal uit angst voor de Hemel en de aanvaarding van het juk van Zijn koninkrijk."

1:2

Laat hem me kussen met de kussen van zijn mond. Ze reciteert dit lied met haar mond in haar ballingschap en in haar weduwschap: 'Als koning Shlomo me maar van oudsher met de kussen van zijn mond zou kussen,' omdat ze op sommige plaatsen op de rug van de hand of op de schouder kussen, "maar ik verlang en wens dat hij zich met mij gedraagt als zijn oorspronkelijke gedrag, als een bruidegom met een bruid, van mond tot mond."

Voor... is duurder. Uw liefde [is mij dierbaarder] dan welk banket van wijn dan ook of dan enig plezier en vreugde. In de Hebreeuwse taal wordt elk feest van plezier en vreugde naar de wijn genoemd, zoals de zaak wordt gezegd, "naar het huis van het wijnfeest"9 [en als in,] "Zij zullen geen wijn met zang drinken," [en als in,] "En er waren harp en luit, tamboerijn en fluit, en wijn op hun drinkfeesten." Dit is de verklaring van de schijnbare betekenis ervan. En volgens de allegorische betekenis ervan: Het werd gezegd met betrekking tot wanneer Hij hen Zijn Tora gaf en tot hen sprak van aangezicht tot aangezicht. En die liefde is nog steeds aangenamer voor hen dan enig genoegen, en zij zijn door Hem verzekerd dat Hij opnieuw aan hen zal verschijnen om hen het geheim van haar redenen en haar verborgen mysteries uit te leggen, en zij smeken Hem om Zijn woord te vervullen. Dit is [de betekenis van]: "Laat Hem mij kussen met de kussen van Zijn mond."

1:3

Zoals de geur van goede oliën. Een goede naam wordt 'goede olie' genoemd.

Zoals de geur van goede oliën. Dat degenen die aan de uiteinden van de aarde woonden rookten, [d.w.z.] degenen die van Uw goede reputatie hoorden toen U ontzagwekkende daden verrichtte in Egypte.

[Je naam] is als stromende olie. Je naam wordt dus genoemd. Er wordt over je gezegd dat "je [als] olie bent die voortdurend wordt uitgestort, zodat je geur naar een afstand gaat." Want dat is de aard van geurige olie, zolang het in een afgesloten fles zit, verspreidt de geur zich niet. Als men het opent en zijn olie in een ander vat giet, verspreidt de geur zich.

Daarom houden jonge meisjes van je. Yisro kwam toen hij het nieuws hoorde en bekeerde zich; ook Rachav Hazonah zei: "Want wij hebben gehoord hoe Adonoy opdroogde, enz." En daarom [verkondigde zij]: "Voor Adonoy, uw God, is Hij God in de hemel, enz."

Jonge meisjes. Maagden, omdat de tekst Hem vergelijkt met een jongeman wiens geliefde hem dierbaar is. En volgens de allegorie: De "jonge maagden" zijn de andere volken.

1:4

Teken me, we zullen achter je aan rennen. Ik hoorde van jullie boodschappers een hint dat jullie zeiden om mij te tekenen, en ik zei: "We zullen achter jullie aan rennen", om als een vrouw voor jullie te zijn.

De koning heeft mij in zijn kamers gebracht. En zelfs vandaag de dag heb ik nog steeds vreugde en geluk dat ik aan u heb vastgeklampt.

We herinneren ons uw liefde. Zelfs vandaag, in het levende weduwschap, herinner ik me altijd je eerste liefde [voor mij] meer dan welk banket van plezier en vreugde dan ook.

Ze hielden oprecht van je. Een sterke liefde, een rechtlijnige liefde, zonder bedrog of intrige, (in overeenstemming met de uitdrukking van het vers: "en de krommen zullen recht worden en hoogten zullen een dal worden") dat mijn voorouders en ik in die dagen van je hielden. Dit is de eenvoudige betekenis ervan volgens de context. Naar de allegorische betekenis ervan: Zij noemen voor Hem de goedertierenheid van [hun] jeugd, de liefde van [hun] huwelijken, hun navolging van Hem in de woestijn, een land van droogte en duisternis, en zij bereidden niet eens voorzieningen voor zichzelf voor, maar zij geloofden in Hem en in Zijn boodschapper. En ze zeiden niet: "Hoe kunnen we de woestijn ingaan, die noch een land van zaad noch voedsel is?" Maar zij volgden Hem en Hij bracht hen in het midden van de kamers van de omhulling van Zijn wolken. Hiermee zijn ze vandaag nog steeds blij en blij met Hem, ondanks hun ellende en benauwdheid; en zij verheugen zich in de Thora, en daar herinneren zij zich Zijn liefde meer dan wijn, en de oprechtheid van hun liefde voor Hem.

1:5

Ik ben zwart maar komisch, etc. Jullie, mijn vrienden, laat me niet licht in jullie ogen zijn. Zelfs als mijn man me heeft verlaten vanwege mijn zwartheid, want ik ben zwart vanwege het bruinen van de zon, maar ik ben komisch met de vorm van mooie ledematen. Hoewel ik zwart ben als de tenten van Keidar, die zwart zijn geworden vanwege de regen, want ze zijn altijd verspreid in de woestijn, ben ik gemakkelijk gereinigd om te worden als de gordijnen van Shlomo. De allegorie is: De gemeente van Yisroel zegt tegen de volken: "Ik ben zwart in mijn daden [d.w.z. zonden], maar ik ben komisch op grond van de daden van mijn voorouders, en zelfs sommige van mijn daden zijn komisch. Als ik de ongerechtigheid van het [gouden] kalf Ik kan het compenseren met de verdienste van de aanvaarding van de Thora." [De Schrift] noemt de volken "de dochters בְּנוֹת van Yerusholayim" omdat het voorbestemd is om de metropool voor hen allen te worden, zoals Yechezkeil profeteerde: "Ik zal ze aan u geven als omliggende dorpen לְבָנוֹת," en op dezelfde manier: "Ekron, en zijn buitenwijken וּבְנֹתֶיהָ."

1:6

Kijk niet naar mij. Kijk mij niet oneerbiedig aan, zoals in, "want zij hadden [oneerbiedig] naar de Ark van Adonoy gekeken."

Dat ik zo zwart ben. Voor mijn zwartheid En mijn lelijkheid komt niet uit de baarmoeder van mijn moeder, maar uit het bruinen van de zon, want die zwartheid kan gemakkelijk wit worden gemaakt door in de schaduw te blijven.

De zonen van mijn moeder waren woedend op mij. Dit zijn de Egyptenaren onder wie ik ben opgegroeid, en zij gingen met mij op in de gemengde menigte. Ze waren woedend tegen mij met hun verleiding en hun overredingskracht totdat ze mij maakten.

hoeder van de wijngaarden. En daar bruinde de zon me en werd ik zwart; d.w.z. ze maakten me een aanbidder van andere goden, maar mijn eigen wijngaard [d.w.z. mijn God], die van mij was van mijn voorvaderen, hield ik niet. We vinden in de Schrift dat leiders worden geroepen met de uitdrukking 'wijngaarden', zoals er staat: 'En ik zal haar haar wijngaarden כְּרָמֶיהָ van daaruit geven," die de Targum weergeeft als: "En Ik zal voor haar haar leiders aanstellen." En evenzo, "hij draait niet langs de weg van de wijngaarden."

1:7

Zeg mij, gij die mijn ziel liefheeft. De Heilige Geest vergelijkt haar nu herhaaldelijk met schapen die geliefd zijn bij de herder. De gemeente van Yisroel zegt tegen Hem, als een vrouw tegen haar man: "Zeg mij, Gij Die mijn ziel liefheeft, waar weidt U Uw kudde [d.w.z. Bnei Yisroel] onder deze wolven In wiens midden zijn ze? En waar zult U hen laten rusten 's middags, in deze ballingschap, die voor hen een bedroefde tijd is, zoals de middag, die een droevige tijd is voor de kudde?"

 

ant waarom zou ik fladderen. En als je vraagt: "Wat gaat het U aan?" Het is niet gratis voor U dat ik moet zijn als een rouwende, die zich over de lip sluiert, huilend om mijn schapen.

Rond de kuddes van je metgezellen. Bij de kudden van de andere herders, die kudden weiden zoals U; d.w.z. onder de kudden van de volken, die afhankelijk zijn van andere goden, en die koningen en prinsen hebben die hen leiden.

1:8

Als je het niet weet. Dit is het antwoord van de herder: "Als u niet weet waar u heen moet gaan om uw schapen te weiden, dan bent u, o eerlijkste vrouw, want de herder heeft opgehouden hen te leiden—

Ga verder in de voetsporen van de schapen. Kijk naar de voetstappen, de weg die de schapen gingen, en de voetstappen zijn waarneembaar;" sporen in O.F. Er zijn veel soortgelijke voorbeelden [van עקב in de Schrift, "en uw voetstappen וְעִקְּבוֹתֶיךָ waren niet bekend," [en] "Uw stappen עֲקֵבָיִךְ werden afgesneden," [en] "En het zal terugkeren op zijn hiel עָקֵב," [wat betekent] dat ze in hun spoor zullen terugkeren. Je gaat die weg op. En je kinderen weiden

in de buurt van de woningen van de herders. Tussen de woningen van de andere herders bij wie je in de buurt bent. Dit is de allegorie: Als jullie niet weten, Mijn vergadering en Mijn gemeente, o eerlijkste van de vrouwen, onder andere naties, waar jullie moeten weiden en gered worden uit de hand van degenen die jullie onderdrukken, om onder hen te zijn, en jullie kinderen niet te laten omkomen, denk dan na over de wegen van jullie vroege voorouders, die Mijn Thora aanvaardden en Mijn verordening en Mijn geboden hielden, en gaan in hun wegen. Als beloning hiervoor zul je je kinderen in de buurt van de prinsen van de naties weiden. En op dezelfde manier zei Yirmiyahu: "Stel markeringen voor jezelf in ... zet je hart op het pad, etc."

1:9

Met de strijdwagens van Farao heb ik jullie, mijn geliefden, vergeleken. Deze lam is als de lamed van: "Bij het geluid לְקוֹל van Hem dat een overvloed aan water geeft," en als in, "zoals de geur לְרֵיחַ van je goede oliën." לְסֻסָתִי=] op de bijeenkomst van velen, want Ik verzamelde Mijn kampen om naar u uit te gaan tegen de strijdwagens van Farao om u te redden, zoals er staat: "Gij hebt [hen] in de zee vertrapt met uw gewicht," d.w.z. veel. Daar heb Ik jullie het zwijgen opgelegd [=דִּמִּיתִיךְ, Mijn geliefden; Ik heb u het zwijgen opgelegd van uw kreet, zoals er staat: "en u zult zwijgen." Ik zag dit in Aggadic-werken. Een andere verklaring – ik heb je vergeleken, mijn geliefden. Daar demonstreerde Ik [=דִּמִּיתִיךְ aan allen dat jullie Mijn geliefde zijn.

Naar steeds. Een bijeenkomst van paarden, chevalchie in O.F.

Ik heb je vergeleken. Adesmei in O.F., zoals in, "ze hadden de bedoeling דִּמּוּ om mij te doden," voor er Ik heb je versierd met prachtige ornamenten.

1:10

Je wangen zijn komisch met rijen edelstenen. Rijen oorbellen en een gouden voorhoofdsplaat.

Je hals met [parel] kettingen. Gouden kettingen en parels geregen aan gouden draden van de overvloed van de [Riet] Zee.

1:11

Cirkels van goud maken wij voor u. Ik en Mijn tribunaal besloten voor farao's komst dat Ik hem moest verleiden en zijn hart moest verharden om jullie te achtervolgen met al het beste van zijn verborgen schatten; zodat we cirkels van gouden ornamenten voor u moeten maken.

Met paaltjes van zilver. Die al in uw bezit waren, die u uit Egypte meenam; voor de plundering aan zee was groter dan de plundering in Egypte.

Spangles. Zilveren voorwerpen bezaaid en versierd met strepen en tinten.

1:12

Terwijl de koning aan zijn tafel zat. De gemeente van Yisroel antwoordt en zegt: "Dit is allemaal waar. U hebt mij het goede geschonken, maar ik heb U met kwaad vergeld, want toen de Koning nog aan de tafel van Zijn bruiloftsbanket zat...'

Mijn nardus gaf zijn geur af. Deze uitdrukking is in plaats van [te zeggen], "gaf zijn stank voort." Toen de Goddelijke Aanwezigheid nog op de Sinaï was, zondigde ik met het [gouden] kalf; De Schrift beschrijft het met een uitdrukking van liefde, "gaf zijn geur uit", en het schreef niet, "stonk" of "werd bedorven", omdat de Schrift eufemistisch spreekt. (Zie Rashi in Maseches Shabbos, hoofdstuk "Rabbi Akiva" Wie zegt dat de reden voor het niet schrijven van "stonk" of "bedorven werd" is vanwege de liefde. Maar volgens de Tosafisten uitleg daar, is de reden dat "uitgedeeld" wordt geschreven in plaats van "de geur verlaten", vanwege liefde. Er staat echter niet geschreven: "stonk" of "werd bedorven", zelfs niet zonder die reden, maar vanwege eufemisme.)

1:13

Een bundel mirre is mijn geliefde voor mij. Mijn geliefde is voor mij geworden als iemand die een bundel mirre in zijn boezem heeft, en hij zei tegen hem: "Hier, [neem] deze bundel, die een geuriger aroma zal geven dan de eerste die je verloren hebt." Zo werd de Heilige, gezegend is Hij, door Yisroel gesust voor het voorval van het [gouden] kalf en vond hen een verzoening voor hun ongerechtigheid en zei: "Schenk aan de Tabernakel en laat het goud van de Tabernakel verzoenen voor het goud van het kalf."

Tussen mijn borsten zal hij liggen. Ook al heb ik Hem verraden, Hij zei dat Hij daar zou wonen.

Tussen mijn borsten. Tussen de twee notenbalken van de

1:14

Een cluster van henna. Er is een specerij genaamd כֹּפֶר als in: "Henna כְּפָרִים met nardus," En het heeft een beetje de vorm van clusters.

In de wijngaarden van Ein-Gedi. [Ein-Gedi is] de naam van een plaats, en daar is het gebruikelijk. Ik zag in Aggadah dat die wijngaarden vier of vijf keer per jaar vruchten produceren. En dit is een allegorie van de vele verzoeningen en vergeving die de Heilige, Gezegend Is Hij, hen vergaf voor de talrijke beproevingen waarmee zij Hem in de woestijn beproefden.

1:15

Zie, gij zijt kóm, mijn geliefden. I schaamde zich ervoor dat ik afdwaalde, maar Hij moedigde me aan met sussende woorden en zei: "Ik heb vergeven vanwege uw woorden." En gij zijt de eerlijkheid, want uw ogen zijn als duiven; d.w.z. een bruid wiens ogen lelijk zijn, haar hele lichaam vereist onderzoek, maar zij wiens ogen mooi zijn, haar lichaam vereist geen onderzoek. De allegorische betekenis is: Ik vergeef u voor uw ongerechtigheid, en zie, u bent eerlijk met "Laat ons doen" en je bent eerlijk met "Laat ons horen;" eerlijk met de daden van uw voorvaderen en eerlijk met uw eigen daden, omdat —

Je ogen zijn als duiven. Er zijn rechtvaardigen onder jullie die zich aan Mij vastklampten als een duif, die, zodra hij zijn partner herkent, hem niet toestaat om met een ander te paren. Op dezelfde manier 'en alle zonen van Leivi verzamelden zich om hem en zij vergisten zich niet met het [gouden] kalf. Een andere uitleg [van הִנָּךְ יָפָה, zie, je bent mooi door de bouw van de Tabernakel, zoals er staat: "en zie, ze hadden het gedaan, enz. En Mosjé zegende hen;" Daar prees hij hen voor.

1:16

Je bent knap, mijn geliefden, heel knap. De schoonheid is niet van mij, maar van U; Jij bent de knappe.

Meest knap. Want U zag mijn overtredingen over het hoofd en deed Uw Shechinah in ons midden rusten. Dit is de lof van de neerdaling van het vuur, "en alle mensen zagen en schreeuwden van vreugde."

Inderdaad, ons bed is fris. Door uw wellustigheid, zie onze bank fris met onze zonen en dochters, die allen hier tot U vergaderen, zoals er gezegd staat: "en de vergadering werd vergaderd, enz." De Tabernakel wordt een bed genoemd, zoals er staat: 'Zie het bed van en op dezelfde manier wordt de [Beis] Hamikdosh een bed genoemd, zoals er wordt gezegd over Yo'ash, "in de slaapkamer" die in het "Huis van God" omdat zij de bron zijn van Yisroels vruchtbaarheid en voortplanting.

1:17

De balken van onze huizen zijn ceders. Dit is ter ere van de Tabernakel.

Onze panelen. Ik weet niet of deze רָהִיטֵנוּ een term is die verwijst naar borden of een term die verwijst naar staven, maar ik weet wel dat we ook in de taal van de Misjna hebben geleerd: "de רָהִיטֵי [panelen] van iemands huis getuigen tegen hem."

 

- Structuur


- Taalgebruik

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar