BIJBELBOEK JOËL 2 -- Jl 2 -- http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt1402.htm -- http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=34&page=2 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1-11 -- Jl 2,12-17 -- Jl 2,18-3,5 --

- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik

- bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

Overzicht van het boek Joël : - Jl 1 - Jl 2 - Jl 3 - Jl 4 -
Tekstuitleg per pericope :
Overzicht vers per vers : - Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 - Jl 2,12 - Jl 2,13 - Jl 2,14 - Jl 2,15 - Jl 2,16 - Jl 2,17 - Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 

 

1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm    4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. http://naardensebijbel.nl/zoek.php .
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing  
The book of Jasher (1) (2) (3) (4) (5) (6) Commentaar : (11) (12) http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3 bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
http://scripturetext.com/exodus/1-1.htm Exodus bibliografie (1        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


- Jl 2,1-11 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -

Jl 2,1 - Jl 2,1 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1salpisate salpiggi en siôn kèruxate en orei agiô mou kai sugchuthètôsan pantes oi katoikountes tèn gèn dioti parestin èmera kuriou oti eggus  1 canite tuba in Sion ululate in monte sancto meo conturbentur omnes habitatores terrae quia venit dies Domini quia prope est    1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij.   [1] Blaas* de bazuin op de Sion, sla alarm op mijn heilige berg: laat al de bewoners van het land beven. Want de dag van de heer is gekomen; ja, hij is nabij,   [1] Blaas de ramshoorn op de Sion, blaas alarm op mijn heilige berg; laat alle inwoners van het land beven van ontzetting: de dag van de HEER komt! Hij is nabij!   1 ¶ Stoot in Sion op een ramshoorn, laat het schallen op de berg van mijn heiligdom,– dat sidderen alle ingezetenen van het land,– want gekomen is de dag van de ENE, ja, genaderd is hij,  1. Sonnez du cor à Sion, donnez l'alarme sur ma montagne sainte! Que tous les habitants du pays tremblent, car il vient, le jour de Yahvé, car il est proche!  

King James Bible . [1] Blow ye the trumpet in Zion, and sound an alarm in my holy mountain: let all the inhabitants of the land tremble: for the day of the LORD cometh, for it is nigh at hand;
Luther-Bibel . 2 1 Blast die Posaune zu Zion, ruft laut auf meinem heiligen Berge! Erzittert, alle Bewohner des Landes! Denn der Tag des HERRN kommt und ist nahe,

Tekstuitleg van Jl 2,1 . Het vers Jl 2,1 telt 13 woorden en 58 (2 X 29) letters . De getalwaarde van Jl 2,1Jl 2,1is 3332 (2² X 7² X 17) .

Jl 2,1.3. bëtsijjôn (in Sion) < bë + tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenakh : tsijjôn (Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Structuur : 9 - 1 - 6 - 5 . Tenakh (28) . Js (8) . Jl (4) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,15 . (3) Jl 4,17 . (4) Jl 4,21 .

Jl 2,1.11. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,1.13. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Taalgebruik in Mi : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenach (209) . Pentateuch (76) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (24) . Geschriften (53) . Pentateuch (76) . Gn (23) . Ex (14) . Lv (11) . Nu (17) . Dt (11) . Jl (6) : (1) Jl 1,15 . (2) Jl 2,1 . (3) Jl 2,2 . (4) Jl 2,11 . (5) Jl 3,4 . (6) Jl 4,14 . bëjôm / bajjôm (op een / de dag) . Jl (1) : Jl 4,18 . lajjôm (tot de dag) . Jl (1) Jl 1,15 . Een vorm van jôm (dag) in Jl (10) : (1) Jl 1,2 . (2) Jl 1,15 . (3) Jl 2,1 . (4) Jl 2,2 . (5) Jl 2,11 . (6) Jl 3,2 . (7) Jl 3,4 . (8) Jl 4,1 . (9) Jl 4,14 . (10) Jl 4,18 .

Jl 2,1.14. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (111) . Jl (22) . Jl 1 (5) . Jl 2 (10) . Jl 3 (2) . Jl 4 (5) . Jl 1 (5) : (1) Jl 1,1 . (2) Jl 1,9 . (3) Jl 1,14 . (4) Jl 1,15 . (5) Jl 1,19 . Jl 2 (10) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,12 . (4) Jl 2,13 . (5) Jl 2,17 . (6) Jl 2,18 . (7) Jl 2,19 . (8) Jl 2,21 . (9) Jl 2,26 . (10) Jl 2,27 . Jl 3 (2) : (1) Jl 3,4 . (2) Jl 3,5 . Jl 4 (5) : (1) Jl 4,8 . (2) Jl 4,11 . (3) Jl 4,14 . (4) Jl 4,17 . (5) Jl 4,18 . bëJHWH (op JHWH) . Jl (1) : Jl 2,23 . laJHWH . Jl (1) : Jl 2,14 . wëJHWH (en JHWH) . Jl (3) : (1) Jl 2,11 . (2) Jl 4,16 . (3) Jl 4,21 .

Jl 2,1.13. - 14. jôm JHWH (dag van de Heer) . Tenakh (14/209) : (1) Js 13,6 . (2) Js 13,9 . (3) Jl 1,15 . (4) Jl 2,1 . (5) Jl 2,11 . (6) Jl 3,4 . (7) Jl 4,14 . (8) Am 5,18 . (9) Am 5,20 . (10) Ob 15 . (11) Sef 1,7 . (12) Sef 1,14 . (13) Sef 2,2 . (14) Mal 3,23 .

Jl 2,1.11. - 14. kî bâ´ jôm JHWH (want een dag van de Heer komt) . Tenakh (1) : Jl 2,11 .

Jl 2,1.15. kî (want, omdat) . kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,1.16. qârôbh (nabij, dichtbij) . Bijvoegl. naamw. . Zie het werkw. qârabh (naderen, nabij zijn) . Taalgebruik in Tenakh : qârabh (naderen, nabij zijn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 41 OF 302 (2 X 151) . Structuur : 1 - 2 - 2 . Tenakh (31) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Prof. (6) . Geschriften (9) . 12 Kleine Prof. (6) : (1) Jl 1,15 . (2) Jl 2,1 . (3) Jl 4,14 . (4) Ob 15 . (5) Sef 1,7 . (6) Sef 1,14 .

Jl 2,1.15. - 16. kî qärobh (want nabij) . Tenakh (11) : (1) Ex 13,17 . (2) Dt 30,14 . (3) Dt 32,35 . (4) 2 S 19,43 . (5) Js 13,6 . (6) Ez 30,3 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 2,1 . (9) Jl 4,14 . (10) Ob 15 . (11) Sef 1,7 .

Jl 2,2 - Jl 2,2 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2èmera skotous kai gnofou èmera nefelès kai omichlès ôs orthros chuthèsetai epi ta orè laos polus kai ischuros omoios autô ou gegonen apo tou aiônos kai met¢ auton ou prostethèsetai eôs etôn eis geneas geneôn  2 dies tenebrarum et caliginis dies nubis et turbinis quasi mane expansum super montes populus multus et fortis similis ei non fuit a principio et post eum non erit usque in annos generationis et generationis    2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten.   [2] een dag van donker en van duisternis*; een dag van wolken en verduistering breekt al aan: de dageraad strekt zich uit over de bergen. Een talrijk, machtig volk, een volk zoals er nooit een geweest is en er later nooit meer een zal zijn, tot in de verste generaties;   [2] Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van dreigende, donkere wolken. Als het morgenlicht over de bergen, zo nadert een groot en machtig volk, zoals er nooit tevoren is geweest of ooit nog zal zijn tot in het verste nageslacht.   2 een dag van duisternis en lichteloosheid een dag van wolkendek en donkerte; als morgenrood is uitgespreid over de bergen: een manschap talrijk en kernachtig; zoals hij is er sinds de eeuwigheid niet geweest, en zal er na hem niet aan worden toegevoegd, tot in de jaren van generatie na generatie.   2. Jour d'obscurité et de sombres nuages, jour de nuées et de ténèbres! Comme l'aurore, se déploie sur les montagnes un peuple nombreux et fort, tel que jamais il n'y en eut, tel qu'il n'en sera plus après lui, de génération en génération.  

King James Bible . [2] A day of darkness and of gloominess, a day of clouds and of thick darkness, as the morning spread upon the mountains: a great people and a strong; there hath not been ever the like, neither shall be any more after it, even to the years of many generations.
Luther-Bibel . 2 ein finsterer Tag, ein dunkler Tag, ein wolkiger Tag, ein nebliger Tag! Gleichwie die Morgenröte sich ausbreitet über die Berge, so kommt ein großes und mächtiges Volk, desgleichen vormals nicht gewesen ist und hinfort nicht sein wird auf ewige Zeiten für und für.

Tekstuitleg van Jl 2,2 .

1. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenach (209) . Pentateuch (76) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (24) . Geschriften (53) . Jl (6) : (1) Jl 1,15 . (2) Jl 2,1 . (3) Jl 2,2 . (4) Jl 2,11 . (5) Jl 3,4 . (6) Jl 4,14 .

4. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenach (209) . Pentateuch (76) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (24) . Geschriften (53) . Jl (6) : (1) Jl 1,15 . (2) Jl 2,1 . (3) Jl 2,2 . (4) Jl 2,11 . (5) Jl 3,4 . (6) Jl 4,14 .

12. rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenakh : rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Jesaja : rab (veel, talrijk, groot) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 22 (2X 11) OF 202 (2 X 101) ; structuur : 2 - 2 . Gr. polus (veel) . Taalgebruik in de Septuaginta : polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Een vorm van polus (veel) in de Septuaginta (822) , in het N.T. (353) . Tenach (180) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Hos 9,7 . (2) Jl 2,2 . (3) Jl 2,11 . (4) Am 6,2 . (5) Am 8,3 . (6) Jon 1,6 .

Jl 2,3 - Jl 2,3 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3ta emprosthen autou pur analiskon kai ta opisô autou anaptomenè flox ôs paradeisos trufès è gè pro prosôpou autou kai ta opisthen autou pedion afanismou kai anasôzomenos ouk estai autô  3 ante faciem eius ignis vorans et post eum exurens flamma quasi hortus voluptatis terra coram eo et post eum solitudo deserti neque est qui effugiat eum     3 Voor hetzelve verteert een vuur, en achter hetzelve brandt een vlam; het land is voor hetzelve als een lusthof, maar achter hetzelve een woeste wildernis, en ook is er geen ontkomen van hetzelve.   [3] een verterend vuur* gaat voor hen uit, een verschroeiende gloed komt achter hen aan. Vóór hen ligt het land, als de tuin van Eden, achter hen ligt een woeste wildernis: er is geen ontkomen aan. [3] Hun voorhoede is een verterend vuur, hun achterhoede een verzengende vlam; als de tuin van Eden ligt het land voor hen, achter hen blijft een kale woestijn. Niets en niemand kan ontkomen.   3 Vóór zijn aanschijn uit gaat een verterend vuur, achter hem aan een verzengende vlam; als de hof van Eden is het land vóór zijn verschijning, achter hem wordt het een verwoeste woestijn, en ook zal er geen ontsnappen voor hem mogelijk zijn.  3. Devant lui, le feu dévore, derrière lui, la flamme consume. Le pays est comme un jardin d'Éden devant lui, derrière lui, c'est une lande désolée! Aussi rien ne lui échappe.  

King James Bible . [3] A fire devoureth before them; and behind them a flame burneth: the land is as the garden of Eden before them, and behind them a desolate wilderness; yea, and nothing shall escape them.
Luther-Bibel . 3 Vor ihm her geht ein verzehrendes Feuer und hinter ihm eine brennende Flamme. Das Land ist vor ihm wie der Garten Eden, aber nach ihm wie eine wüste Einöde, und niemand wird ihm entgehen.

Tekstuitleg van Jl 2,3 .

Jl 2,4 - Jl 2,4 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4ôs orasis ippôn è opsis autôn kai ôs ippeis outôs katadiôxontai  4 quasi aspectus equorum aspectus eorum et quasi equites sic current     4 De gedaante deszelven is als de gedaante van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen.   [4] Zij* zien eruit als paarden, als paarden rennen zij voort.   [4] Het is alsof het paarden zijn, als strijdrossen draven ze voort;  4 Zoals paarden eruitzien, ziet hij eruit; als rossen, zo rennen zij voort;   4. Son aspect est celui des chevaux; comme des coursiers, tels ils s'élancent.  

King James Bible . [4] The appearance of them is as the appearance of horses; and as horsemen, so shall they run.
Luther-Bibel . 4 Sie sind gestaltet wie Pferde und rennen wie die Rosse.

Tekstuitleg van Jl 2,4 .

5. ken (zo) . Taalgebruik in Tenakh : khen (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 70 (2 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 5 . Tenakh (514) . Pentateuch (156) . Eerdere Profeten (109) . Latere Profeten (109) . 12 Kleine Profeten (25) . Geschriften (115) . Jl (2) : (1) Jl 2,4 . (2) Jl 3,1 .

Jl 2,5 - Jl 2,5 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5ôs fônè armatôn epi tas korufas tôn oreôn exalountai kai ôs fônè flogos puros katesthiousès kalamèn kai ôs laos polus kai ischuros paratassomenos eis polemon 5 sicut sonitus quadrigarum super capita montium exilient sicut sonitus flammae ignis devorantis stipulam velut populus fortis praeparatus ad proelium    5 Zij zullen daarhenen springen als een gedruis van wagenen, op de hoogten der bergen; als het gedruis ener vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, dat in slagorde gesteld is.   [5] Zij maken lawaai als strijdwagens die over de toppen van de bergen razen; ze gieren als een laaiend vuur, dat de stoppels verteert; zij zijn als een machtig volk, dat voor de strijd is aangetreden.  [5] als het ratelen van strijdwagens klinkt hun opmars over de bergtoppen, als het knetteren van stro dat in het vuur verteert, als een machtig volk dat zich opmaakt voor de strijd.  5 als het geluid van strijdwagens die over de toppen van de bergen hotsen, als het geluid van een laaiend vuur dat stoppels verteert; als een kernachtige manschap in slagorde opgesteld ten strijde.  5. On dirait un fracas de chars bondissant sur les sommets des monts, le crépitement de la flamme ardente qui dévore le chaume, un peuple fort rangé en bataille.  

King James Bible . [5] Like the noise of chariots on the tops of mountains shall they leap, like the noise of a flame of fire that devoureth the stubble, as a strong people set in battle array.
Luther-Bibel . 5 Sie sprengen daher über die Höhen der Berge, wie die Wagen rasseln und wie eine Flamme prasselt im Stroh, wie ein mächtiges Volk, das zum Kampf gerüstet ist.

Tekstuitleg van Jl 2,5 .

Jl 2,6 - Jl 2,6 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6apo prosôpou autou suntribèsontai laoi pan prosôpon ôs proskauma chutras  6 a facie eius cruciabuntur populi omnes vultus redigentur in ollam     6 Van deszelfs aangezicht zullen de volken in pijn zijn; alle aangezichten zullen betrekken als een pot.   [6] De volken zien het en sidderen, alle gezichten lopen rood aan.  [6] Bij die aanblik krimpen allen ineen, alle gezichten verbleken.   6 Voor zijn verschijning zullen gemeenschappen beven,– alle gezichten lopen dan rood aan.  6. A sa vue, les peuples sont dans les transes, tous les visages perdent leur couleur.  

King James Bible . [6] Before their face the people shall be much pained: all faces shall gather blackness.
Luther-Bibel . 6 Völker werden sich vor ihm entsetzen, und jedes Angesicht erbleicht.

Tekstuitleg van Jl 2,6 .

Jl 2,7 - Jl 2,7 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7ôs machètai dramountai kai ôs andres polemistai anabèsontai epi ta teichè kai ekastos en tè odô autou poreusetai kai ou mè ekklinôsin tas tribous autôn  7 sicut fortes current quasi viri bellatores ascendent murum vir in viis suis gradietur et non declinabunt a semitis suis    7 Als helden zullen zij lopen, als krijgslieden zullen zij de muren beklimmen; en zij zullen daarhenen trekken, een iegelijk in zijn wegen, en zullen hun paden niet verdraaien.  [7] Als krijgers komen ze aanstormen, als soldaten beklimmen ze de muren; ieder gaat de weg die hem is opgedragen, niemand wijkt af van zijn koers. [7] Onverschrokken komen zij aanstormen, als strijders beklimmen zij de muren. Ieder houdt vast aan zijn eigen weg, niet één wijkt ervan af; [8] niemand van hen duwt een ander opzij, iedereen houdt zij 7 Als helden zullen zij rennen, als krijgslieden beklimmen zij een muur; ieder gaan ze over hun eigen wegen, hun paden kennen geen omweg;  7. Ils s'élancent comme des braves, tels des guerriers, ils escaladent les murailles. Chacun va droit sa route, sans s'écarter de sa voie. 

King James Bible . [7] They shall run like mighty men; they shall climb the wall like men of war; and they shall march every one on his ways, and they shall not break their ranks:
Luther-Bibel . 7 Sie werden laufen wie Helden und die Mauern ersteigen wie Krieger; ein jeder zieht unentwegt voran und weicht von seiner Richtung nicht.

Tekstuitleg van Jl 2,7 .

Jl 2,8 - Jl 2,8 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai ekastos apo tou adelfou autou ouk afexetai katabarunomenoi en tois oplois autôn poreusontai kai en tois belesin autôn pesountai kai ou mè suntelesthôsin  8 unusquisque fratrem suum non coartabit singuli in calle suo ambulabunt sed et per fenestras cadent et non demolientur    8 Ook zullen zij de een den ander niet dringen; zij zullen daarhenen trekken elk in zijn baan; en al vielen zij op een geweer, zij zouden niet verwond worden.   [8] De een verdringt de ander niet, ieder volgt zijn eigen weg. Dwars door de pijlen heen vallen zij aan, zonder hun gelederen te verbreken.  n eigen plaats. Ook als er sneuvelen door tegenstand, verbreken zij hun gelederen niet.   8 man en broeder verdringen elkaar niet, per kerel gaan ze hun eigen baan; al vallen er door de werpspeer, zij laten hun gelid niet breken.  8. Nul ne bouscule son voisin, chacun va son chemin; à travers les traits ils foncent sans rompre leurs rangs.  

King James Bible . [8] Neither shall one thrust another; they shall walk every one in his path: and when they fall upon the sword, they shall not be wounded.
Luther-Bibel . 8 Keiner wird den andern drängen, sondern ein jeder zieht auf seinem Weg daher; sie durchbrechen die feindlichen Waffen und dabei reißt ihr Zug nicht ab.

Tekstuitleg van Jl 2,8 .

Jl 2,9 - Jl 2,9 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9tès poleôs epilèmpsontai kai epi tôn teicheôn dramountai kai epi tas oikias anabèsontai kai dia thuridôn eiseleusontai ôs kleptai  9 urbem ingredientur in muro current domos conscendent per fenestras intrabunt quasi fur    9 Zij zullen in de stad omlopen, zij zullen lopen op de muren, zij zullen klimmen in de huizen; zij zullen door de vensteren inkomen als een dief.   [9] Zij bestormen de stad, zij rennen over de muur heen, zij klauteren tegen de huizen, zij komen door de vensters binnen als dieven. [9] Ze bestormen de stad, ze klimmen over de muren heen, ze dringen de huizen binnen, ze komen als dieven door de vensters.   9 Op de stad storten zij zich, over de muur rennen zij, de huizen klimmen zij in; door de vensters komen zij binnen als een dief.   9. Ils se ruent sur la ville, s'élancent sur les murailles, escaladent les maisons, pénètrent par les fenêtres comme des voleurs.  

King James Bible . [9] They shall run to and fro in the city; they shall run upon the wall, they shall climb up upon the houses; they shall enter in at the windows like a thief.
Luther-Bibel . 9 Sie werden sich stürzen auf die Stadt und die Mauern erstürmen, in die Häuser steigen sie ein, wie ein Dieb kommen sie durch die Fenster.

Tekstuitleg van Jl 2,9 .

Jl 2,10 - Jl 2,10 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10pro prosôpou autôn sugchuthèsetai è gè kai seisthèsetai o ouranos o èlios kai è selènè suskotasousin kai ta astra dusousin to feggos autôn  10 a facie eius contremuit terra moti sunt caeli sol et luna obtenebrati sunt et stellae retraxerunt splendorem suum     10 De aarde is beroerd voor deszelfs aangezicht, de hemel beeft; de zon en maan worden zwart, en de sterren trekken haar glans in.   [10] De aarde* beeft voor hen, de hemel siddert. De zon en de maan verduisteren, de sterren verliezen hun licht.  [10] Bij die aanblik beeft de aarde, siddert de hemel; zon en maan worden verduisterd, sterren doven hun glans.   10 Voor zijn aanschijn zal de aarde sidderen, zullen de hemelen wankelen; zon en maan zullen zwart worden, de sterren halen dan hun schijnsel binnen.   10. Devant lui la terre frémit, les cieux tremblent! Le soleil et la lune s'assombrissent, les étoiles perdent leur éclat! 

King James Bible . [10] The earth shall quake before them; the heavens shall tremble: the sun and the moon shall be dark, and the stars shall withdraw their shining:
Luther-Bibel . 10 Vor ihm erzittert das Land und bebt der Himmel, Sonne und Mond werden finster, und die Sterne halten ihren Schein zurück.

Tekstuitleg van Jl 2,10 .

Jl 2,11 - Jl 2,11 . De dag van de HEER : Jl 2,1-11 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 2,1 - Jl 2,2 - Jl 2,3 - Jl 2,4 - Jl 2,5 - Jl 2,6 - Jl 2,7 - Jl 2,8 - Jl 2,9 - Jl 2,10 - Jl 2,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai kurios dôsei fônèn autou pro prosôpou dunameôs autou oti pollè estin sfodra è parembolè autou oti ischura erga logôn autou dioti megalè è èmera tou kuriou megalè kai epifanès sfodra kai tis estai ikanos autè  11 et Dominus dedit vocem suam ante faciem exercitus sui quia multa sunt nimis castra eius quia fortia et facientia verbum eius magnus enim dies Domini et terribilis valde et quis sustinebit eum     11 En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen?   [11] De heer, aan de spits van zijn leger, verheft zijn stem; ja, zijn leger is zeer talrijk, en Hij die zijn woord nakomt is machtig. De dag van de heer is groot en zeer te duchten: wie zal hem doorstaan?   [11] Want het is de HEER - zijn stem schalt voor zijn leger uit, zijn strijdkrachten zijn geweldig, zijn bevel wordt met groot vertoon volbracht. Ja, groot en ontzagwekkend is de dag van de HEER, wie kan die dag doorstaan?   11 De ENE zal voor de verschijning van zijn krijgsmacht uit zijn stem te horen geven, want zeer talrijk is zijn leger, zo kernachtig is wie zijn woord dóet; want groot is de dag van de ENE en zeer te vrezen, wie zal hem aankunnen?  11. Yahvé fait entendre sa voix à la tête de ses troupes! Car ses bataillons sont sans nombre, car il est puissant, l'exécuteur de ses ordres, car il est grand, le jour de Yahvé, très redoutable - et qui peut l'affronter ? 

King James Bible . [11] And the LORD shall utter his voice before his army: for his camp is very great: for he is strong that executeth his word: for the day of the LORD is great and very terrible; and who can abide it?
Luther-Bibel . 11 Denn der HERR wird seinen Donner vor seinem Heer erschallen lassen; denn sein Heer ist sehr groß und mächtig und wird seinen Befehl ausrichten. Ja, der Tag des HERRN ist groß und voller Schrecken, wer kann ihn ertragen?

Tekstuitleg van Jl 2,11 . Het vers Jl 2,11 telt 21 (3 X 7) woorden en 75 (3 X 5²) letters . De getalwaarde van Jl 2,11 is 2752 (2³ X 2³ X 43) .

Jl 2,11.1. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (111) . Jl (22) . Jl 1 (5) . Jl 2 (10) . Jl 3 (2) . Jl 4 (5) . Jl 1 (5) : (1) Jl 1,1 . (2) Jl 1,9 . (3) Jl 1,14 . (4) Jl 1,15 . (5) Jl 1,19 . Jl 2 (10) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,12 . (4) Jl 2,13 . (5) Jl 2,17 . (6) Jl 2,18 . (7) Jl 2,19 . (8) Jl 2,21 . (9) Jl 2,26 . (10) Jl 2,27 . Jl 3 (2) : (1) Jl 3,4 . (2) Jl 3,5 . Jl 4 (5) : (1) Jl 4,8 . (2) Jl 4,11 . (3) Jl 4,14 . (4) Jl 4,17 . (5) Jl 4,18 . bëJHWH (op JHWH) . Jl (1) : Jl 2,23 . laJHWH . Jl (1) : Jl 2,14 . wëJHWH (en JHWH) . Jl (3) : (1) Jl 2,11 . (2) Jl 4,16 . (3) Jl 4,21 .

Jl 2,11.6. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,11.7. rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenakh : rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Jesaja : rab (veel, talrijk, groot) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 22 (2X 11) OF 202 (2 X 101) ; structuur : 2 - 2 . Gr. polus (veel) . Taalgebruik in de Septuaginta : polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Een vorm van polus (veel) in de Septuaginta (822) , in het N.T. (353) . Tenach (180) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Hos 9,7 . (2) Jl 2,2 . (3) Jl 2,11 . (4) Am 6,2 . (5) Am 8,3 . (6) Jon 1,6 .

Jl 2,11.10. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,11.14. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,11.16. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Taalgebruik in Mi : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenach (209) . Pentateuch (76) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (24) . Geschriften (53) . Pentateuch (76) . Gn (23) . Ex (14) . Lv (11) . Nu (17) . Dt (11) . Jl (6) : (1) Jl 1,15 . (2) Jl 2,1 . (3) Jl 2,2 . (4) Jl 2,11 . (5) Jl 3,4 . (6) Jl 4,14 . bëjôm / bajjôm (op een / de dag) . Jl (1) : Jl 4,18 . lajjôm (tot de dag) . Jl (1) Jl 1,15 . Een vorm van jôm (dag) in Jl (10) : (1) Jl 1,2 . (2) Jl 1,15 . (3) Jl 2,1 . (4) Jl 2,2 . (5) Jl 2,11 . (6) Jl 3,2 . (7) Jl 3,4 . (8) Jl 4,1 . (9) Jl 4,14 . (10) Jl 4,18 .

Jl 2,11.17. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (111) . Jl (22) . Jl 1 (5) . Jl 2 (10) . Jl 3 (2) . Jl 4 (5) . Jl 1 (5) : (1) Jl 1,1 . (2) Jl 1,9 . (3) Jl 1,14 . (4) Jl 1,15 . (5) Jl 1,19 . Jl 2 (10) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,12 . (4) Jl 2,13 . (5) Jl 2,17 . (6) Jl 2,18 . (7) Jl 2,19 . (8) Jl 2,21 . (9) Jl 2,26 . (10) Jl 2,27 . Jl 3 (2) : (1) Jl 3,4 . (2) Jl 3,5 . Jl 4 (5) : (1) Jl 4,8 . (2) Jl 4,11 . (3) Jl 4,14 . (4) Jl 4,17 . (5) Jl 4,18 . bëJHWH (op JHWH) . Jl (1) : Jl 2,23 . laJHWH . Jl (1) : Jl 2,14 . wëJHWH (en JHWH) . Jl (3) : (1) Jl 2,11 . (2) Jl 4,16 . (3) Jl 4,21 .

Jl 2,11.16. - 17. jôm JHWH (dag van de Heer) . Tenach (14) : (1) Js 13,6 . (2) Js 13,9 . (3) Jl 1,15 . (4) Jl 2,1 . (5) Jl 2,11 . (6) Jl 3,4 . (7) Jl 4,14 . (8) Am 5,18 . (9) Am 5,20 . (10) Ob 15 . (11) Sef 1,7 . (12) Sef 1,14 . (13) Sef 2,2 . (14) Mal 3,23 .

- Jl 2,12-17 . Oproep tot bekering : Jl 2,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,12 - Jl 2,13 - Jl 2,14 - Jl 2,15 - Jl 2,16 - Jl 2,17 -

Jl 2,12 - Jl 2,12 . Oproep tot bekering : Jl 2,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,12 - Jl 2,13 - Jl 2,14 - Jl 2,15 - Jl 2,16 - Jl 2,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
">12kai nun legei kurios o theos umôn epistrafète pros me ex olès tès kardias umôn kai en nèsteia kai en klauthmô kai en kopetô  12 nunc ergo dicit Dominus convertimini ad me in toto corde vestro in ieiunio et in fletu et in planctu    12 Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.  [12] Maar* ook nu nog – godsspraak van de heer: ‘Keer u om naar Mij met heel uw hart, vastend, wenend en rouwend.’  [12] Daarom - spreekt de HEER -, keer nu terug tot mij met heel je hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen.   12 ¶ Maar ook nu geldt, is de tijding van de ENE: bekeert u tot mij, met heel uw hart,– in vasten, geween en weeklacht!–  12. « Mais encore à présent - oracle de Yahvé - revenez à moi de tout votre cœur, dans le jeûne, les pleurs et les cris de deuil. »  

King James Bible . [12] Therefore also now, saith the LORD, turn ye even to me with all your heart, and with fasting, and with weeping, and with mourning:
Luther-Bibel . 12 Doch auch jetzt noch, spricht der HERR, bekehrt euch zu mir von ganzem Herzen mit Fasten, mit Weinen, mit Klagen!

Tekstuitleg van Jl 2,12 .

Jl 2,13 - Jl 2,13 . Oproep tot bekering : Jl 2,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,12 - Jl 2,13 - Jl 2,14 - Jl 2,15 - Jl 2,16 - Jl 2,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13kai diarrèxate tas kardias umôn kai mè ta imatia umôn kai epistrafète pros kurion ton theon umôn oti eleèmôn kai oiktirmôn estin makrothumos kai polueleos kai metanoôn epi tais kakiais  13 et scindite corda vestra et non vestimenta vestra et convertimini ad Dominum Deum vestrum quia benignus et misericors est patiens et multae misericordiae et praestabilis super malitia     13 En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade.   [13] Scheur* uw hart en niet uw kleren, keer u om tot de heer uw God, want* Hij is genadig en barmhartig, toegevend en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. [13] Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de HEER, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.   13 scheurt uw hart in en niet uw gewaden, keert terug naar de ENE, uw God; want genadig en barmhartig is hij, lankmoedig, en rijk aan goedertierenheid, hij kan spijt krijgen over het kwaad.  13. Déchirez votre cœur, et non vos vêtements, revenez à Yahvé, votre Dieu, car il est tendresse et pitié, lent à la colère, riche en grâce, et il a regret du mal.  

King James Bible . [13] And rend your heart, and not your garments, and turn unto the LORD your God: for he is gracious and merciful, slow to anger, and of great kindness, and repenteth him of the evil.
Luther-Bibel . 13 Zerreißt eure Herzen und nicht eure Kleider und bekehrt euch zu dem HERRN, eurem Gott! Denn er ist gnädig, barmherzig, geduldig und von großer Güte, und es gereut ihn bald die Strafe.

Tekstuitleg van Jl 2,13 .

6. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) OF godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Taalgebruik in Tenach : ´èl . Tenach (3626) . Pentateuch (1096) . Eerdere Profeten (1070) . Latere Profeten (655) . 12 Kleine Profeten (142) . Geschriften (662) . Jl (9) : (1) Jl 1,1 . (2) Jl 1,14 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 4,2 . (8) Jl 4,8 . (9) Jl 4,12 .

7. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (111) . Jl (22) . Jl 1 (5) . Jl 2 (10) . Jl 3 (2) . Jl 4 (5) . Jl 1 (5) : (1) Jl 1,1 . (2) Jl 1,9 . (3) Jl 1,14 . (4) Jl 1,15 . (5) Jl 1,19 . Jl 2 (10) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,12 . (4) Jl 2,13 . (5) Jl 2,17 . (6) Jl 2,18 . (7) Jl 2,19 . (8) Jl 2,21 . (9) Jl 2,26 . (10) Jl 2,27 . Jl 3 (2) : (1) Jl 3,4 . (2) Jl 3,5 . Jl 4 (5) : (1) Jl 4,8 . (2) Jl 4,11 . (3) Jl 4,14 . (4) Jl 4,17 . (5) Jl 4,18 . bëJHWH (op JHWH) . Jl (1) : Jl 2,23 . laJHWH . Jl (1) : Jl 2,14 . wëJHWH (en JHWH) . Jl (3) : (1) Jl 2,11 . (2) Jl 4,16 . (3) Jl 4,21 .

6. - 7. ´èl JHWH (naar JHWH, tot JHWH) .Tenakh (160) Jl (2) : (1) Jl 1,14 . (2) Jl 2,13 .

9. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,14 - Jl 2,14 . Oproep tot bekering : Jl 2,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,12 - Jl 2,13 - Jl 2,14 - Jl 2,15 - Jl 2,16 - Jl 2,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14tis oiden ei epistrepsei kai metanoèsei kai upoleipsetai opisô autou eulogian thusian kai spondèn kuriô tô theô èmôn  14 quis scit si convertatur et ignoscat et relinquat post se benedictionem sacrificium et libamen Domino Deo nostro     14 Wie weet, Hij mocht Zich wenden en berouw hebben; en Hij mocht een zegen achter Zich overlaten tot spijsoffer en drankoffer voor den HEERE, uw God.  [14] Wie weet, zal Hij omkeren en krijgt Hij spijt, en laat dan zegen achter zich, een huldigingsoffer en een plengoffer voor de heer uw God!  [14] Misschien herroept hij zijn vonnis, komt hij erop terug en laat hij toch iets van zijn zegen over, zodat jullie weer graan en wijn kunnen offeren aan de HEER, jullie God.  14 Wie weet zal hij zich bekeren en spijt krijgen,– en een zegen achter zich overlaten als broodgift en plengoffer voor de ENE, uw God. •  14. Qui sait ? S'il revenait ? S'il regrettait ? S'il laissait après lui une bénédiction, oblation et libation pour Yahvé, votre Dieu ?  

King James Bible . [14] Who knoweth if he will return and repent, and leave a blessing behind him; even a meat offering and a drink offering unto the LORD your God?
Luther-Bibel . 14 Wer weiß, ob es ihn nicht wieder gereut und er einen Segen zurücklässt, sodass ihr opfern könnt Speisopfer und Trankopfer dem HERRN, eurem Gott.

Tekstuitleg van Jl 2,14 .

Jl 2,15 - Jl 2,15 . Oproep tot bekering : Jl 2,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,12 - Jl 2,13 - Jl 2,14 - Jl 2,15 - Jl 2,16 - Jl 2,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15salpisate salpiggi en siôn agiasate nèsteian kèruxate therapeian 15 canite tuba in Sion sanctificate ieiunium vocate coetum     15 Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit.   [15] Blaas de bazuin op de Sion, kondig een heilige vastentijd af, roep een plechtige samenkomst bijeen.   [15] Blaas de ramshoorn op de Sion, kondig een vastentijd af en roep op tot een plechtige samenkomst. 15 Stoot in Sion op een ramshoorn,– heiligt een vasten, roept een hoogtij uit!   15. Sonnez du cor à Sion! Prescrivez un jeûne, publiez une solennité,  

King James Bible . [15] Blow the trumpet in Zion, sanctify a fast, call a solemn assembly:
Luther-Bibel . 15 Blast die Posaune zu Zion, sagt ein heiliges Fasten an, ruft die Gemeinde zusammen!

Tekstuitleg van Jl 2,15 .

3. bëtsijjôn (in Sion) < bë + tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenakh : tsijjôn (Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Structuur : 9 - 1 - 6 - 5 . Tenakh (28) . Js (8) . Jl (4) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,15 . (3) Jl 4,17 . (4) Jl 4,21 .

4. qâdasj (heiligen) . Taalgebruik in Tenakh : qâdasj (heiligen) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , daleth = 4 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 404 (2² X 101) . Structuur : 1 - 4 - 3 . Een vorm van qâdasj (heiligen) in Jl (4) : (1) Jl 1,14 . (2) Jl 2,15 . (3) Jl 2,16 . (4) Jl 4,9 .
- act. piel imperat. 2de pers. mann. mv. qaddîsjû (heiligt) . q-d-sj-w . Tenakh (40) . Pentateuch (1) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (21) . Jl (4) : (1) Jl 1,14 . (2) Jl 2,15 . (3) Jl 2,16 . (4) Jl 4,9 .

4. - 5. qaddîsjû tsôm (heiligt een vasten) . Tenakh (2) : (1) Jl 1,14 . (2) Jl 2,15 .

6. qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenach : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . Gr. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het N.T. : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . E. to call . Lat. vocare (vox = stem) . Fr. appeler (Lat. appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Ned. roepen . D. rufen . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het N.T. (148) .
- act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. qirë´û (roept) . q-r-´-w . Tenakh (36) . Jl (3) : (1) Jl 1,14 . (2) Jl 2,15 . (3) Jl 4,9 . Een vorm van qârâ´ (roepen, heten) in Jl (5) : (1) Jl 1,14 . (2) Jl 1,19 . (3) Jl 2,15 . (4) Jl 3,5 . (5) Jl 4,9 .

Jl 2,16 - Jl 2,16 . Oproep tot bekering : Jl 2,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,12 - Jl 2,13 - Jl 2,14 - Jl 2,15 - Jl 2,16 - Jl 2,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16sunagagete laon agiasate ekklèsian eklexasthe presbuterous sunagagete nèpia thèlazonta mastous exelthatô numfios ek tou koitônos autou kai numfè ek tou pastou autès  16 congregate populum sanctificate ecclesiam coadunate senes congregate parvulos et sugentes ubera egrediatur sponsus de cubili suo et sponsa de thalamo suo     16 Verzamelt het volk, heiligt de gemeente, vergadert de oudsten, verzamelt de kinderkens, en die de borsten zuigen; de bruidegom ga uit zijn binnenkamer, en de bruid uit haar slaapkamer.   [16] Verzamel het volk, beleg een heilige bijeenkomst, breng de oudsten samen en verzamel ook de kinderen en zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek.   [16] Breng het volk bijeen, laat heel Israël zich reinigen. Breng de oude mensen tezamen, verzamel de kinderen, ook de kleintjes aan de borst. Laat de bruidegom opstaan van het bruidsbed, laat zijn bruid het slaapvertrek verlaten.   16 Verzamelt de manschap, heiligt de vergadering, vergadert de oudsten, verzamelt de kindertjes en wie nog aan borsten zuigen, laat een bruidegom weggaan uit zijn binnenkamer en een bruid van onder haar trouwhemel!   16. réunissez le peuple, convoquez la communauté, rassemblez les vieillards, réunissez les petits enfants, ceux qu'on allaite au sein! Que le jeune époux quitte sa chambre et l'épousée son alcôve! 

King James Bible . [16] Gather the people, sanctify the congregation, assemble the elders, gather the children, and those that suck the breasts: let the bridegroom go forth of his chamber, and the bride out of her closet.
Luther-Bibel . 16 Versammelt das Volk, heiligt die Gemeinde, sammelt die Ältesten, bringt zusammen die Kinder und die Säuglinge! Der Bräutigam gehe aus seiner Kammer und die Braut aus ihrem Gemach!

Tekstuitleg van Jl 2,16 .

3. qâdasj (heiligen) . Taalgebruik in Tenakh : qâdasj (heiligen) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , daleth = 4 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 404 (2² X 101) . Structuur : 1 - 4 - 3 . Een vorm van qâdasj (heiligen) in Jl (4) : (1) Jl 1,14 . (2) Jl 2,15 . (3) Jl 2,16 . (4) Jl 4,9 .
- act. piel imperat. 2de pers. mann. mv. qaddîsjû (heiligt) . q-d-sj-w . Tenakh (40) . Pentateuch (1) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (21) . Jl (4) : (1) Jl 1,14 . (2) Jl 2,15 . (3) Jl 2,16 . (4) Jl 4,9 .

 

Jl 2,17 - Jl 2,17 . Oproep tot bekering : Jl 2,12-17 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,12 - Jl 2,13 - Jl 2,14 - Jl 2,15 - Jl 2,16 - Jl 2,17 -

Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17ana meson tès krèpidos tou thusiastèriou klausontai oi iereis oi leitourgountes kuriô kai erousin feisai kurie tou laou sou kai mè dôs tèn klèronomian sou eis oneidos tou katarxai autôn ethnè opôs mè eipôsin en tois ethnesin pou estin o theos autôn  17 inter vestibulum et altare plorabunt sacerdotes ministri Domini et dicent parce Domine populo tuo et ne des hereditatem tuam in obprobrium ut dominentur eis nationes quare dicunt in populis ubi est Deus eorum     17 Laat de priesters, des HEEREN dienaars, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o HEERE! en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid, dat de heidenen over hen zouden heersen; waarom zouden zij onder de volken zeggen: Waar is hunlieder God?  [17] Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de heer verrichten, wenen en zeggen: ‘Spaar uw volk, heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat de heidenen het niet overheersen. Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God?’  [17] Priesters, dienaren van de HEER, hef een smeekbede aan in de tempel, tussen altaar en voorhal: 'Ach HEER, spaar uw volk, uw eigendom, geef het niet prijs aan spot en hoon van andere volken. Waarom zouden zij mogen schimpen: "En waar is nu hun God?"' Belofte van herstel en zegen   17 Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters wenen die de ENE ten dienste staan,– laat ze zeggen: spaar, ENE, uw gemeente, en geef uw erfdeel niet prijs aan de hoon dat de volkeren over hen heersen; waarom zouden ze bij de manschappen zeggen: waar is hun God?!   17. Qu'entre l'autel et le portique pleurent les prêtres, serviteurs de Yahvé! Qu'ils disent : « Pitié, Yahvé, pour ton peuple! Ne livre pas ton héritage à l'opprobre, au persiflage des nations! Pourquoi dirait-on parmi les peuples : Où est leur Dieu ? »  

King James Bible . [17] Let the priests, the ministers of the LORD, weep between the porch and the altar, and let them say, Spare thy people, O LORD, and give not thine heritage to reproach, that the heathen should rule over them: wherefore should they say among the people, Where is their God?
Luther-Bibel . 17 Lasst die Priester, des HERRN Diener, weinen zwischen Vorhalle und Altar und sagen: HERR, schone dein Volk und lass dein Erbteil nicht zuschanden werden, dass Heiden über sie spotten! Warum willst du unter den Völkern sagen lassen: Wo ist nun ihr Gott? Gottes Gnadenzusage

Tekstuitleg van Jl 2,17 .

- Jl 2,18-3,5 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -

Jl 2,18 - Jl 2,18 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai ezèlôsen kurios tèn gèn autou kai efeisato tou laou autou  18 zelatus est Dominus terram suam et pepercit populo suo     18 Zo zal de HEERE ijveren over Zijn land, en Hij zal Zijn volk verschonen.   De HEER belooft redding voor zijn volk [18] Toen* is de heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.   [18] Dan zal de HEER het opnemen voor zijn land en zich ontfermen over zijn volk.  18 ¶ Dan zal de ENE ijveren voor zijn land,– en medelijden hebben met zijn gemeente.  18. Or Yahvé s'émut de jalousie pour son pays, il épargna son peuple.  

King James Bible . [18] Then will the LORD be jealous for his land, and pity his people.
Luther-Bibel . 18 Dann wird der HERR um sein Land eifern und sein Volk verschonen.

Tekstuitleg van Jl 2,18 .

Jl 2,19 - Jl 2,19 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai apekrithè kurios kai eipen tô laô autou idou egô exapostellô umin ton siton kai ton oinon kai to elaion kai emplèsthèsesthe autôn kai ou dôsô umas ouketi eis oneidismon en tois ethnesi  19 et respondit Dominus et dixit populo suo ecce ego mittam vobis frumentum et vinum et oleum et replebimini eo et non dabo vos ultra obprobrium in gentibus    19 En de HEERE zal antwoorden en tot Zijn volk zeggen: Ziet, Ik zend ulieden het koren, en den most, en de olie, dat gij daarvan verzadigd zult worden; en Ik zal u niet meer overgeven tot een smaadheid onder de heidenen.   [19] En* de heer gaf zijn volk ten antwoord: ‘Welnu, Ik zal u koren, most en olie zenden, tot u er genoeg van hebt. En Ik laat de heidenen niet langer met u spotten.  [19] De HEER geeft zijn volk dit antwoord: Ik zal jullie weer overvloedig voorzien van koren, wijn en olie. Ik zal jullie niet meer prijsgeven aan de spot van andere volken.  19 De ENE zal antwoorden en tot zijn gemeente zeggen: ziehier, ik zend tot u het koren, de most en de boomolie en ge zult u daaraan verzadigen; ik zal u niet nogmaals prijsgeven aan hoon onder de volkeren;  19. Yahvé répondit et dit à son peuple : « Voici que je vous envoie le blé, le vin, l'huile fraîche. Vous en aurez à satiété. Et jamais plus je ne ferai de vous l'opprobre des nations. 

King James Bible . [19] Yea, the LORD will answer and say unto his people, Behold, I will send you corn, and wine, and oil, and ye shall be satisfied therewith: and I will no more make you a reproach among the heathen:
Luther-Bibel . 19 Und der HERR wird antworten und zu seinem Volk sagen: Siehe, ich will euch Getreide, Wein und Öl die Fülle schicken, dass ihr genug daran haben sollt, und will euch nicht mehr unter den Heiden zuschanden werden lassen.

Tekstuitleg van Jl 2,19 .

8. ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . 12 Kleine Profeten (207) . Jl (12) : (1) Jl 2,19 . (2) Jl 2,20 . (3) Jl 2,23 . (4) Jl 2,25 . (5) Jl 2,26 . (6) Jl 3,1 . (7) Jl 3,2 . (8) Jl 4,1 . (9) Jl 4,2 . (10) Jl 4,8 . (11) Jl 4,12 . (12) Jl 4,18 .

Jl 2,20 - Jl 2,20 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20kai ton apo borra ekdiôxô af¢ umôn kai exôsô auton eis gèn anudron kai afaniô to prosôpon autou eis tèn thalassan tèn prôtèn kai ta opisô autou eis tèn thalassan tèn eschatèn kai anabèsetai è sapria autou kai anabèsetai o bromos autou oti emegalunen ta erga autou  20 et eum qui ab aquilone est procul faciam a vobis et expellam eum in terram inviam et desertam faciem eius contra mare orientale et extremum eius ad mare novissimum et ascendet fetor eius et ascendet putredo eius quia superbe egit    20 En Ik zal dien van het noorden verre van ulieden doen vertrekken, en hem wegdrijven in een dor en woest land, zijn aangezicht naar de Oostzee, en zijn einde naar de achterste zee; en zijn stank zal opgaan, en zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft grote dingen gedaan.   [20] Ik jaag het leger* uit het noorden ver van u weg, Ik drijf het naar een dor en onherbergzaam land; zijn voorhoede naar de zee in het oosten, zijn achterhoede naar de zee in het westen. Zijn stank stijgt op, een walm van verrotting, want Hij heeft grote daden verricht.’   [20] Ik zal jullie bevrijden van de vijand uit het noorden, ik zal hem verdrijven naar een dor en woest land. Ik zal hem uiteenslaan naar het oosten en naar het westen, en hem de zee in drijven. Dan zal een stank opstijgen, de geur van bederf stijgt op van hem die zulke grote daden deed.   20 de noorderling zal ik ver weg van u drijven, wegstoten zal ik hem naar een dor en woest land; zijn aanschijn naar de oostelijke zee en zijn achtereind naar de achterzee; opstijgen zal zijn stank en opstijgen zal zijn walm, om zijn grootdoenerij.   20. Celui qui vient du Nord, je l'éloignerai de chez vous, je le repousserai vers une terre aride et désolée, son avant-garde vers la mer orientale, son arrière-garde vers la mer occidentale. Il en montera une puanteur, il en montera une infection! » Car il a fait grand!  

King James Bible . [20] But I will remove far off from you the northern army, and will drive him into a land barren and desolate, with his face toward the east sea, and his hinder part toward the utmost sea, and his stink shall come up, and his ill savour shall come up, because he hath done great things.
Luther-Bibel . 20 Und ich will den Feind aus Norden von euch wegtreiben und ihn in ein dürres und wüstes Land verstoßen, seine Spitze in das östliche Meer und sein Ende in das westliche Meer; er soll verfaulen und stinken, denn er hat Gewaltiges getan.

Tekstuitleg van Jl 2,20 .

6. - 7. ´èl ´èrèts (naar het land) . Tenakh (68) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Hos 11,5 . (2) Jl 2,20 . (3) Am 7,12 . (4) Zach 2,4 . (5) Zach 6,6 (2X) . (6) Zach 6,8 .

9. ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . 12 Kleine Profeten (207) . Jl (12) : (1) Jl 2,19 . (2) Jl 2,20 . (3) Jl 2,23 . (4) Jl 2,25 . (5) Jl 2,26 . (6) Jl 3,1 . (7) Jl 3,2 . (8) Jl 4,1 . (9) Jl 4,2 . (10) Jl 4,8 . (11) Jl 4,12 . (12) Jl 4,18 .

23. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,21 - Jl 2,21 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21tharsei gè chaire kai eufrainou oti emegalunen kurios tou poièsai  21 noli timere terra exulta et laetare quoniam magnificavit Dominus ut faceret    21 Vrees niet, o land! verheug u, en wees blijde; want de HEERE heeft grote dingen gedaan.   [21] Vrees niet, akkerland, wees blij en verheug u, want de heer heeft grote daden verricht.  [21] Wees niet bang meer, akkers, barst uit in gejubel, want de HEER doet grote daden!  21 Vrees niet, rode grond; juich en verheug je, want de ENE zal grote dingen doen!   21. Terre, ne crains plus, jubile et sois dans l'allégresse, car Yahvé a fait grand! 

King James Bible . [21] Fear not, O land; be glad and rejoice: for the LORD will do great things.
Luther-Bibel . 21 Fürchte dich nicht, liebes Land, sondern sei fröhlich und getrost; denn der HERR kann auch Gewaltiges tun.

Tekstuitleg van Jl 2,21 . Het vers Jl 2,21 telt 9 (3²) woorden en 36 (2² X 3²) ltters . De getalwaarde van Jl 2,21 is 2033 (19 X 107) .

4. gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) . Taalgebruik in Tenakh : gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) .
- act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. gîlî (verheug je) . Tenakh (3) : (1) Jl 2,21 . (2) Zach 9,9 . (3) Ps 43,4 .
- act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. gîlû (verheugen jullie) . Tenakh (1) : Jl 2,23 .

5. shâmach (zich verheugen) . Taalgebruik in Tenakh : shâmach (zich verheugen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , chet = 8 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 348 (é² X 3 X 29) . Structuur : 3 - 4 - 8 .
- act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. shimëchî (verheug je) . Tenakh (1) : Sef 3,14 . ûshëmâchî / wëshimëchî (en verheug je) . Tenakh (3) : (1) Jl 2,21 . (2) Zach 2,14 . (3) Kl 4,21 .
- act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. shimëchû (verheugt jullie) . Tenakh (4) : (1) Re 9,19 . (2) Js 66,10 . (3) Ps 32,11 . (4) Ps 97,12 . wëshimëchû (en verheugt jullie) . Tenakh (1) : Jl 2,23 .

6. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,22 - Jl 2,22 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22tharseite ktènè tou pediou oti beblastèken pedia tès erèmou oti xulon ènegken ton karpon autou ampelos kai sukè edôkan tèn ischun autôn 22 nolite timere animalia regionis quia germinaverunt speciosa deserti quia lignum adtulit fructum suum ficus et vinea dederunt virtutem suam    22 Vreest niet, gij beesten des velds! want de weiden der woestijn zullen weder jong gras voortbrengen; want het geboomte zal zijn vrucht dragen, de wijnstok en vijgeboom zullen hun vermogen geven.   [22] Vrees niet, wilde dieren, want het groen in de steppe komt weer tevoorschijn, de boom draagt weer vruchten, de vijg en de wijnstok geven weer kracht. [22] Wees niet bang meer, dieren van het veld, want een kleed van groen bedekt de woestijn, de bomen dragen volop vrucht, vijgenboom en wijnstok geven hun rijkdom.   22 Vreest niet, dieren op het veld, want de oases in de woestijn zullen weer groen worden,– ja het geboomte zal zijn vrucht dragen, vijgenboom en wijnstok zullen hun vermogen geven!   22. Ne craignez plus, bêtes des champs! les pacages des landes ont reverdi, les arbres portent leurs fruits, la vigne et le figuier donnent leurs richesses.  

King James Bible . [22] Be not afraid, ye beasts of the field: for the pastures of the wilderness do spring, for the tree beareth her fruit, the fig tree and the vine do yield their strength.
Luther-Bibel . 22 Fürchtet euch nicht, ihr Tiere auf dem Felde; denn die Auen in der Steppe sollen grünen und die Bäume ihre Früchte bringen, und die Feigenbäume und Weinstöcke sollen reichlich tragen.

Tekstuitleg van Jl 2,22 .

5. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

9. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,23 - Jl 2,23 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23kai ta tekna siôn chairete kai eufrainesthe epi tô kuriô theô umôn dioti edôken umin ta brômata eis dikaiosunèn kai brexei umin ueton proimon kai opsimon kathôs emprosthen  23 et filii Sion exultate et laetamini in Domino Deo vestro quia dedit vobis doctorem iustitiae et descendere faciet ad vos imbrem matutinum et serotinum in principio     23 En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in den HEERE, uw God; want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen en den spaden regen in de eerste maand.   [23] En u, kinderen van Sion, jubel en verheug u om de heer uw God, want Hij geeft u de leraar der gerechtigheid en laat de regen voor u neerkomen; herfstregen en voorjaarsregen, zoals voorheen.   [23] En jullie, kinderen van Sion, wees blij en barst uit in gejubel om de HEER, jullie God, want hij geeft regen om je te verkwikken,* hij laat de regen overvloedig op je neerdalen, vroege regen en late regen, elk op de juiste tijd.  23 Kinderen van Sion, juicht, en verheugt u in de ENE, uw God want geven zal hij u een leraar ter gerechtigheid,– en doen neerdalen zal hij voor u een stortbui van herfstregen en lenteregen, als in het eerst.  23. Fils de Sion, jubilez, réjouissez-vous en Yahvé votre Dieu! Car il vous a donné la pluie d'automne selon la justice, il a fait tomber pour vous l'ondée, celle d'automne et celle de printemps, comme jadis. 

King James Bible . [23] Be glad then, ye children of Zion, and rejoice in the LORD your God: for he hath given you the former rain moderately, and he will cause to come down for you the rain, the former rain, and the latter rain in the first month.
Luther-Bibel . 23 Und ihr, Kinder Zions, freut euch und seid fröhlich im HERRN, eurem Gott, der euch gnädigen Regen gibt und euch herabsendet Frühregen und Spätregen wie zuvor,

Tekstuitleg van Jl 2,23 . Het vers Jl 2,23 telt 18 (2 X 3²) woorden en 75 (5³) letters . De getalwaarde van Jl 2,23 is 4224 (2² X 2² X 2³ X 3 X 11) .

Jl 2,23.1. ben (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalwaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Tenach (1225) . Pentateuch (284) . Eerdere Profeten (392) . Latere Profeten (231) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (292) . Jl (1) : Jl 1,1 .
- stat. constructus mann. mv. bëne(j) = (zonen van) van het zelfst. naamw. . Tenakh (1481) . Pentateuch (582) . Eerdere Profeten (355) . Latere Profeten (83) . 12 Kleine Profeten (25) . Geschriften (436) . Jl (3) : (1) Jl 1,12 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,19 .
- bëne(j)khèm (jullie zonen) < stat. constructus mann. mv. bëne(j) = (zonen van) + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. mv. -khèm . Tenakh (24) . Pentateuch (9) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (2) . Jl (2) : (1) Jl 3,1 . (2) Jl 4,8 .
- libhëne(j) (aan de zonen van) < prefix voorzetsel lë + stat. constructus mann. mv. bëne(j) = (zonen van) . Tenakh (200) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (35) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften () . Jl (2) : (1) Jl 4,6 . (2) Jl 4,16 .
- libhëne(j)hèm (aan hun zonen) < prefix voorzetsel lë + stat. constructus mann. mv. bëne(j) = (zonen van) + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. - hèm . Tenakh (6) . Jl (1) Jl 1,3 .
- libhëne(j)khèm (aan jullie zonen) < prefix voorzetsel lë + stat. constructus mann. mv. bëne(j) = (zonen van) + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. mv. -khèm . Tenakh (6) . Jl (1) Jl 1,3 .
- ûbhëne(j) (en de zonen van) < verbindingswoord wë + stat. constructus mann. mv. van het zelfst. naamw. . Tenakh (202) . Pentateuch (55) . Eerdere Profeten (39) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (93) . Jl (2) : (1) Jl 2,23 . (2) Jl 4,6 .
- ûbhëne(j)hèm (en hun zonen) < verbindingswoord wë + stat. constructus mann. mv. bëne(j) = (zonen van) + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. -hèm . Tenakh (16) . Jl (1) Jl 1,3 .
- ûbhëne(j)khèm (en jullie zonen) < verbindingswoord wë + stat. constructus mann. mv. bëne(j) + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. mv. -khèm . Tenakh (9) . Jl (1) : Jl (1) Jl 1,3 .

Jl 2,23.2. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenakh : tsijjôn (Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Structuur : 9 - 1 - 6 - 5 . Tenakh (108) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (47) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (38) . Jl (2) : (1) Jl 2,23 . (2) Jl 3,5 .

Jl 2,23.1. - 2. ûbhëne(j) tsijjôn (Sion) . Tenakh (1) : Jl 2,23 .

Jl 2,23.3. gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) . Taalgebruik in Tenakh : gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) .
- act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. gîlî (verheug je) . Tenakh (3) : (1) Jl 2,21 . (2) Zach 9,9 . (3) Ps 43,4 .
- act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. gîlû (verheugen jullie) . Tenakh (1) : Jl 2,23 .

Jl 2,23.4. shâmach (zich verheugen) . Taalgebruik in Tenakh : shâmach (zich verheugen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , chet = 8 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 348 (é² X 3 X 29) . Structuur : 3 - 4 - 8 .
- act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. shimëchî (verheug je) . Tenakh (1) : Sef 3,14 . ûshëmâchî / wëshimëchî (en verheug je) . Tenakh (3) : (1) Jl 2,21 . (2) Zach 2,14 . (3) Kl 4,21 .
- act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. shimëchû (verheugen jullie) . Tenakh (4) : (1) Re 9,19 . (2) Js 66,10 . (3) Ps 32,11 . (4) Ps 97,12 . wëshimëchû (en verheugen jullie) . Tenakh (1) : Jl 2,23 .

Jl 2,23.3. - 4. gîlû (verheugen jullie) wëshimëchû (en verheugen jullie) . Tenakh (1) : Jl 2,23 . shimëchû (verheugen jullie) (...) wëshimëchû (verheugen jullie) . Tenakh (2) : (1) Js 66,10 . (2) Ps 32,11 .

Jl 2,23.5. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (111) . Jl (22) . Jl 1 (5) . Jl 2 (10) . Jl 3 (2) . Jl 4 (5) . Jl 1 (5) : (1) Jl 1,1 . (2) Jl 1,9 . (3) Jl 1,14 . (4) Jl 1,15 . (5) Jl 1,19 . Jl 2 (10) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,12 . (4) Jl 2,13 . (5) Jl 2,17 . (6) Jl 2,18 . (7) Jl 2,19 . (8) Jl 2,21 . (9) Jl 2,26 . (10) Jl 2,27 . Jl 3 (2) : (1) Jl 3,4 . (2) Jl 3,5 . Jl 4 (5) : (1) Jl 4,8 . (2) Jl 4,11 . (3) Jl 4,14 . (4) Jl 4,17 . (5) Jl 4,18 . bëJHWH (op JHWH) . Jl (1) : Jl 2,23 . laJHWH . Jl (1) : Jl 2,14 . wëJHWH (en JHWH) . Jl (3) : (1) Jl 2,11 . (2) Jl 4,16 . (3) Jl 4,21 .

Jl 2,23.4. - 5. shimëchû (...) bëJHWH (verheugt jullie in JHWH) . Tenakh (2) : (1) Ps 32,11 . (2) Ps 97,12 . wëshimëchû bëJHWH (en verheugt jullie in JHWH) . Tenakh (1) : Jl 2,23 .

Jl 2,23.7. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .

Jl 2,23.10. ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . 12 Kleine Profeten (207) . Jl (12) : (1) Jl 2,19 . (2) Jl 2,20 . (3) Jl 2,23 . (4) Jl 2,25 . (5) Jl 2,26 . (6) Jl 3,1 . (7) Jl 3,2 . (8) Jl 4,1 . (9) Jl 4,2 . (10) Jl 4,8 . (11) Jl 4,12 . (12) Jl 4,18 .

Jl 2,23.17. malëqôsj (late regen) . Taalgebruik in Tenach : malëqôsj (late regen) . In Palestina in de maanden maart en april . Tenach (2) : (1) Zach 10,1 . (2) Spr 16,15 . ûmalëqôsj (en late regen) . Tenach : (1) Dt 11,14 . (2) Jr 3,3 . (3) Jr 5,24 . (4) Jl 2,23 . Zie lâqasj (piël : napluk houden) . Taalgebruik in Tenach : lqsj (piel : napluk houden) .

Website : http://bijbelstudie.110mb.com/Publicaties/2009/2009.06%20-%20KRUISBANIER%20-%20De%20Messias%20-%20Onze%20Leraar.pdf . De Leraar van de Gerechtigheid We zullen nader stilstaan bij een profetie over de Messias uit het Bijbelboek Joël. U weet wel die kleine profeet die een grote reus in het koninkrijk van God was. Midden in het boek dat zijn naam draagt wordt er gesproken over de Leraar van de gerechtigheid: ‘En jullie, kinderen van Sion, jubel en verheug jullie om Jahweh jullie God, want Hij geeft jullie de Leraar van de gerechtigheid en laat de regen voor jullie neerkomen; herfstregen en voorjaarsregen, zoals voorheen’ (Jl2:32). De uitdrukking ‘Leraar van de gerechtigheid’ of ‘Leraar tot gerechtigheid’ valt in dit vers op. Ondanks dat we ons in dit artikel niet teveel met technische snufjes willen bezighouden, moet ik toch kort vermelden dat de uitdrukking ‘Leraar van de gerechtigheid’ een vertaling is van het Hebreeuwse hammoreh litsdáqáh dat we ook kunnen vertalen met ‘regen om je te verkwikken’ (NBV). Het Hebreeuwse moreh kan zowel ‘leraar(s)’ [enkelvoud en meervoud!] of ‘regen’ (vgl. Js55:10) betekenen. Dat maakt het natuurlijk voor de vertaler ontzettend moeilijk want hij moet bijna noodgedwongen een keuze maken en steeds lijkt er iets verloren te gaan. Een dubbelzinnige woordkeus Wie het vers nog eens goed onder de loep neemt merkt al snel dat de regen een grote rol erin speelt, het Hebreeuwse moreh wordt er zelfs twee keer in gebruikt: ‘Hij geeft jullie de leraar [moreh] van de gerechtigheid en laat de regen [gesjem] voor jullie neerkomen, herfstregen [moreh] en voorjaarsregen [malqôm], zoals voorheen.’ Een keuze tussen ‘Leraar(s)’ en ‘regen’ blijft zodoende gewoon moeilijk bij dit vers. Nu hebben de rabbijnen binnen het jodendom doorgaans gepleit voor de vertaling ‘Leraar’ en bij die Leraar graag gedacht aan de Messias. Zo was voor de joodse geleerde Abraham ben Meir ibn Esra (bijn. Ibn Ezra, 1092-1167) vanzelfsprekend dat de Messias de Leraar was die de weg van de rechtvaardigheid aan het volk zou onderwijzen. Ook rabbi David Kimchi (bijn. Radak, 1160-1235) dacht daaraan bij deze tekst uit Joël. Hij zag zelfs in de volgende verzen een vooruitwijzing naar de dagen van de Messias (Jl2:24vv.); de tijd die wij doorgaans aanduiden met de term ‘vrederijk’. Ten slotte noem ik nog rabbi Salomo ben Izaak (bijn. Rashi, 1040-1105) die aan het begin van zijn commentaar op de profeet Zacharia schreef: ‘De profetieën van Zacharia zijn ondoorgrondelijk […] we zullen de waarheden van deze woorden pas begrijpen als de Leraar van de gerechtigheid komt’, waarmee hij eveneens aan de Messias dacht. Voor de joden was het duidelijk: in de toekomst zou de Messias het land vruchtbaar maken en zijn volk daardoor zegenen. Christenen vonden de rabbijnse gedachte om moreh met ‘Leraar’ te vertalen en aan de Messias te denken uiteraard aantrekkelijk. Het paste precies bij het beeld dat ze van de Messias hadden. Enkel Hij zou de gerechtigheid kunnen brengen. Enkel Hij was de Leraar met een hoofdletter, zoals de Bijbelgeleerde Nicodemus al terecht in de donkere nacht van het leven had erkend (Jh3:2). Vandaar was de vertaling van moreh met Leraar voor de handliggend en volgde pakweg alle Nederlandse vertalingen die gedachte. De gouden tussenweg Maar – mag ik de irritante vraag even stellen? –, moeten we persé een keuze maken tussen ‘Leraar’ en ‘regen’? Was het niet ook voor de Hebreeuws sprekende Joël overduidelijk dat een woord als moreh dubbelzinnig was? Of om het nog concreter te stellen: Wilde broeder Joël niet zelf dat de lezer met moreh twee kanten op kon, doordat hijzelf twee kanten in gedachte kreeg bij dat ene woord? Juist deze vragen geven met persoonlijk de overtuiging dat we niet hoeven te kiezen tussen beide opties. Het is niet of ‘Leraar(s)’ of ‘regen’, het is ‘Leraar(s)’ en ‘regen’. Laat me dat even verduidelijken. Is het niet juist binnen de oudtestamentische belofte opvallend dat de zegen van het land dikwijls automatisch verbonden wordt met de zegen die de Messias brengt. Bestaat er een toekomstige zegen voor volk en land zonder de Messias? Horen de landbelofte en de zegen van dat land niet bij de belofte dat een Spruit uit het huis van David over de aarde zal regeren? Juist in het Bijbelboek Joël is het typerend dat de zegen van het land samen met de zegen van Jahweh centraal staat. Zo wordt de groei en bloei van de aarde door de regen van boven (Jl2:18-27) verbonden met de uitstorting van de heilige Geest van boven (Jl3:1-5).

Jl 2,24 - Jl 2,24 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24kai plèsthèsontai ai alônes sitou kai uperekchuthèsontai ai lènoi oinou kai elaiou  24 et implebuntur areae frumento et redundabunt torcularia vino et oleo     24 En de dorsvloeren zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen.   [24] De dorsvloeren zullen vol koren liggen de perskuipen lopen over van most en olie.   [24] De dorsvloeren liggen weer vol met graan, de perskuipen lopen over van wijn en olie. 24 Vullen zullen zich de dorsvloeren met koren,– overlopen zullen de perskuipen van most en olie.   24. Les aires se rempliront de froment, les cuves regorgeront de vin et d'huile fraîche.  

King James Bible . [24] And the floors shall be full of wheat, and the fats shall overflow with wine and oil.
Luther-Bibel . 24 dass die Tennen voll Korn werden und die Keltern Überfluss an Wein und Öl haben sollen.

Tekstuitleg van Jl 2,24 .

3. bar (koren) . Tenach (19) . 12 kl. Prof. (4) : (1) Jl 2,24 . (2) Am 5,11 . (3) Am 8,5 . (4) Am 8,6 . Parallel : sjèbhèr (koren, graan) . Tenach (38) . 12 kl. Prof. (2) : (1) Am 6,6 (sjebhèr = ondergang, vernietiging) . (2) Am 8,5 .

Jl 2,25 - Jl 2,25 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25kai antapodôsô umin anti tôn etôn ôn katefagen è akris kai o brouchos kai è erusibè kai è kampè è dunamis mou è megalè èn exapesteila eis umas 25 et reddam vobis annos quos comedit lucusta bruchus et rubigo et eruca fortitudo mea magna quam misi in vos     25 Alzo zal Ik ulieden de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten; Mijn groot heir, dat Ik onder u gezonden heb.   [25] ‘Dan vergoed Ik u de jaren, die opgevreten zijn door de sprinkhaan* en de verslinder, door de kaalvreter en de knager, door de grote legermacht die Ik op u heb losgelaten.  [25] Ik zal jullie schadeloosstellen voor de oogst van jaren die door al die zwermen sprinkhanen is opgevreten, door mijn grote leger, dat ik op jullie had afgestuurd.   25 Vergoeden zal ik u de jaren die de sprinkhaan opat, de langpoot, de kaalvreter en de knaagbek,– mijn grote krijgsmacht die ik bij u uitzond.   25. « Je vous revaudrai les années qu'ont dévorées la sauterelle et le yeleq, le hasîl et le gazam, ma grande armée que j'avais envoyée contre vous. » 

King James Bible . [25] And I will restore to you the years that the locust hath eaten, the cankerworm, and the caterpiller, and the palmerworm, my great army which I sent among you.
Luther-Bibel . 25 Und ich will euch die Jahre erstatten, deren Ertrag die Heuschrecken, Käfer, Geschmeiß und Raupen gefressen haben, mein großes Heer, das ich unter euch schickte.

Tekstuitleg van Jl 2,25 .

3. ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . 12 Kleine Profeten (207) . Jl (12) : (1) Jl 2,19 . (2) Jl 2,20 . (3) Jl 2,23 . (4) Jl 2,25 . (5) Jl 2,26 . (6) Jl 3,1 . (7) Jl 3,2 . (8) Jl 4,1 . (9) Jl 4,2 . (10) Jl 4,8 . (11) Jl 4,12 . (12) Jl 4,18 .

5. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Jl (9) : (1) Jl 1,1 . (2) Jl 2,25 . (3) Jl 2,26 . (4) Jl 3,5 . (5) Jl 4,1 . (6) Jl 4,2 . (7) Jl 4,5 . (8) Jl 4,7 . (9) Jl 4,19 .

13. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Amos : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Pentateuch (1378) . Eerdere Profeten (1114) . Latere Profeten (717) . 12 Kleine Profeten (106) . Geschriften (697) . Jl (9) : (1) Jl 1,1 . (2) Jl 2,25 . (3) Jl 2,26 . (4) Jl 3,5 . (5) Jl 4,1 . (6) Jl 4,2 . (7) Jl 4,5 . (8) Jl 4,7 . (9) Jl 4,19 .

Jl 2,26 - Jl 2,26 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26kai fagesthe esthiontes kai emplèsthèsesthe kai ainesete to onoma kuriou tou theou umôn a epoièsen meth¢ umôn eis thaumasia kai ou mè kataischunthè o laos mou eis ton aiôna  26 et comedetis vescentes et saturabimini et laudabitis nomen Domini Dei vestri qui fecit vobiscum mirabilia et non confundetur populus meus in sempiternum     26 En gij zult overvloediglijk en tot verzadiging eten, en prijzen den Naam des HEEREN, uw Gods, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid.   [26] Dan eet u weer volop, tot u er genoeg van hebt en de naam prijst van de heer uw God, die wonderen voor u verricht heeft. Nooit zal mijn volk meer beschaamd worden.   [26] Je zult weer volop te eten hebben, meer dan genoeg, en je zult de naam van de HEER, je God, prijzen, want ik heb wonderbaarlijk met jullie gehandeld; nooit zal mijn volk weer te schande gemaakt worden.  26 Eten en eten zult ge en verzadigd worden, en loven zult ge de naam van de ENE, uw God, die wonderbaar met u gedaan heeft; mijn gemeente, ze zullen voor eeuwig niet meer beschaamd worden.   26. Vous mangerez tout votre soûl, à satiété, et vous louerez le nom de Yahvé votre Dieu, qui aura accompli pour vous des merveilles. Mon peuple ne connaîtra plus la honte, jamais! 

King James Bible . [26] And ye shall eat in plenty, and be satisfied, and praise the name of the LORD your God, that hath dealt wondrously with you: and my people shall never be ashamed.
Luther-Bibel . 26 Ihr sollt genug zu essen haben und den Namen des HERRN, eures Gottes, preisen, der Wunder unter euch getan hat, und mein Volk soll nicht mehr zuschanden werden.

Tekstuitleg van Jl 2,26 .

5. ´eth / ´èth (accusatief) . Taalgebruik in Tenakh : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 . Eerste en laatste letter van het Hebreeuwse alfabet . Tenakh (5699) . Pentateuch (2002) . 12 Kleine Profeten (207) . Jl (12) : (1) Jl 2,19 . (2) Jl 2,20 . (3) Jl 2,23 . (4) Jl 2,25 . (5) Jl 2,26 . (6) Jl 3,1 . (7) Jl 3,2 . (8) Jl 4,1 . (9) Jl 4,2 . (10) Jl 4,8 . (11) Jl 4,12 . (12) Jl 4,18 .

Jl 2,27 - Jl 2,27 . De HEER belooft redding voor zijn volk : Jl 2,18-3,5 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jl (Joël) -- Jl 2 -- Jl 3 -- Jl 2,18 - Jl 2,19 - Jl 2,20 - Jl 2,21 - Jl 2,22 - Jl 2,23 - Jl 2,24 - Jl 2,25 - Jl 2,26 - Jl 2,27 -- Jl 3,1 - Jl 3,2 - Jl 3,3 - Jl 3,4 - Jl 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27kai epignôsesthe oti en mesô tou israèl egô eimi kai egô kurios o theos umôn kai ouk estin eti plèn emou kai ou mè kataischunthôsin ouketi pas o laos mou eis ton aiôna   27 et scietis quia in medio Israhel ego sum et ego Dominus Deus vester et non est amplius et non confundetur populus meus in aeternum     27 En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEERE, uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid.   [27] Dan zult u erkennen* dat Ik te midden van Israël ben, dat Ik, de heer uw God ben, en niemand anders. Nooit zal mijn volk meer beschaamd worden.   [27] Dan zullen jullie inzien dat ik in Israëls midden ben, dat alleen ik, de HEER, jullie God ben; nooit zal mijn volk weer te schande gemaakt worden.   27 Weten zult ge dat ik in Israëls midden ben, en dat ik, de ENE, uw God ben en niemand meer; mijn gemeente, ze zullen voor eeuwig niet meer beschaamd worden! ••  27. « Et vous saurez que je suis au milieu d'Israël, moi, que je suis Yahvé, votre Dieu, et sans égal! Mon peuple ne connaîtra plus la honte, jamais! »  

King James Bible . [27] And ye shall know that I am in the midst of Israel, and that I am the LORD your God, and none else: and my people shall never be ashamed.
Luther-Bibel . 27 Und ihr sollt's erfahren, dass ich mitten unter Israel bin und dass ich, der HERR, euer Gott bin, und sonst keiner mehr, und mein Volk soll nicht mehr zuschanden werden.

Tekstuitleg van Jl 2,27 .

2. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . 12 Kleine Profeten (241) . Jl (26) . Jl 1 (11) . Jl 2 (8) . Jl 3 (1) . Jl 4 (6) . Jl 1 (11) : (1) Jl 1,5 . (2) Jl 1,6 . (3) Jl 1,10 . (4) Jl 1,11 . (5) Jl 1,12 . (6) Jl 1,13 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 1,17 . (9) Jl 1,18 . (10) Jl 1,19 . (11) Jl 1,20 . Jl 2 (8) : (1) Jl 2,1 . (2) Jl 2,11 . (3) Jl 2,13 . (4) Jl 2,20 . (5) Jl 2,21 . (6) Jl 2,22 . (7) Jl 2,23 . (8) Jl 2,27 . Jl 3 (1) : Jl 3,5 . Jl 4 (6) : (1) Jl 4,1 . (2) Jl 4,8 . (3) Jl 4,12 . (4) Jl 4,13 . (5) Jl 4,14 . (6) Jl 4,17 .


LXX

1salpisate salpiggi en siôn kèruxate en orei agiô mou kai sugchuthètôsan pantes oi katoikountes tèn gèn dioti parestin èmera kuriou oti eggus2èmera skotous kai gnofou èmera nefelès kai omichlès ôs orthros chuthèsetai epi ta orè laos polus kai ischuros omoios autô ou gegonen apo tou aiônos kai met¢ auton ou prostethèsetai eôs etôn eis geneas geneôn3ta emprosthen autou pur analiskon kai ta opisô autou anaptomenè flox ôs paradeisos trufès è gè pro prosôpou autou kai ta opisthen autou pedion afanismou kai anasôzomenos ouk estai autô4ôs orasis ippôn è opsis autôn kai ôs ippeis outôs katadiôxontai5ôs fônè armatôn epi tas korufas tôn oreôn exalountai kai ôs fônè flogos puros katesthiousès kalamèn kai ôs laos polus kai ischuros paratassomenos eis polemon6apo prosôpou autou suntribèsontai laoi pan prosôpon ôs proskauma chutras7ôs machètai dramountai kai ôs andres polemistai anabèsontai epi ta teichè kai ekastos en tè odô autou poreusetai kai ou mè ekklinôsin tas tribous autôn8kai ekastos apo tou adelfou autou ouk afexetai katabarunomenoi en tois oplois autôn poreusontai kai en tois belesin autôn pesountai kai ou mè suntelesthôsin9tès poleôs epilèmpsontai kai epi tôn teicheôn dramountai kai epi tas oikias anabèsontai kai dia thuridôn eiseleusontai ôs kleptai10pro prosôpou autôn sugchuthèsetai è gè kai seisthèsetai o ouranos o èlios kai è selènè suskotasousin kai ta astra dusousin to feggos autôn11kai kurios dôsei fônèn autou pro prosôpou dunameôs autou oti pollè estin sfodra è parembolè autou oti ischura erga logôn autou dioti megalè è èmera tou kuriou megalè kai epifanès sfodra kai tis estai ikanos autè12kai nun legei kurios o theos umôn epistrafète pros me ex olès tès kardias umôn kai en nèsteia kai en klauthmô kai en kopetô13kai diarrèxate tas kardias umôn kai mè ta imatia umôn kai epistrafète pros kurion ton theon umôn oti eleèmôn kai oiktirmôn estin makrothumos kai polueleos kai metanoôn epi tais kakiais14tis oiden ei epistrepsei kai metanoèsei kai upoleipsetai opisô autou eulogian thusian kai spondèn kuriô tô theô èmôn15salpisate salpiggi en siôn agiasate nèsteian kèruxate therapeian16sunagagete laon agiasate ekklèsian eklexasthe presbuterous sunagagete nèpia thèlazonta mastous exelthatô numfios ek tou koitônos autou kai numfè ek tou pastou autès17ana meson tès krèpidos tou thusiastèriou klausontai oi iereis oi leitourgountes kuriô kai erousin feisai kurie tou laou sou kai mè dôs tèn klèronomian sou eis oneidos tou katarxai autôn ethnè opôs mè eipôsin en tois ethnesin pou estin o theos autôn18kai ezèlôsen kurios tèn gèn autou kai efeisato tou laou autou19kai apekrithè kurios kai eipen tô laô autou idou egô exapostellô umin ton siton kai ton oinon kai to elaion kai emplèsthèsesthe autôn kai ou dôsô umas ouketi eis oneidismon en tois ethnesi20kai ton apo borra ekdiôxô af¢ umôn kai exôsô auton eis gèn anudron kai afaniô to prosôpon autou eis tèn thalassan tèn prôtèn kai ta opisô autou eis tèn thalassan tèn eschatèn kai anabèsetai è sapria autou kai anabèsetai o bromos autou oti emegalunen ta erga autou21tharsei gè chaire kai eufrainou oti emegalunen kurios tou poièsai22tharseite ktènè tou pediou oti beblastèken pedia tès erèmou oti xulon ènegken ton karpon autou ampelos kai sukè edôkan tèn ischun autôn23kai ta tekna siôn chairete kai eufrainesthe epi tô kuriô theô umôn dioti edôken umin ta brômata eis dikaiosunèn kai brexei umin ueton proimon kai opsimon kathôs emprosthen24kai plèsthèsontai ai alônes sitou kai uperekchuthèsontai ai lènoi oinou kai elaiou25kai antapodôsô umin anti tôn etôn ôn katefagen è akris kai o brouchos kai è erusibè kai è kampè è dunamis mou è megalè èn exapesteila eis umas26kai fagesthe esthiontes kai emplèsthèsesthe kai ainesete to onoma kuriou tou theou umôn a epoièsen meth¢ umôn eis thaumasia kai ou mè kataischunthè o laos mou eis ton aiôna27kai epignôsesthe oti en mesô tou israèl egô eimi kai egô kurios o theos umôn kai ouk estin eti plèn emou kai ou mè kataischunthôsin ouketi pas o laos mou eis ton aiôna .

ΣΑΛΠΙΣΑΤΕ σάλπιγγι ἐν Σιών, κηρύξατε ἐν ὄρει ἁγίῳ μου, καὶ συγχυθήτωσαν πάντες οἱ κατοικοῦντες τὴν γῆν, διότι πάρεστιν ἡμέρα Κυρίου, ὅτι ἐγγύς, 2 ἡμέρα σκότους καὶ γνόφου, ἡμέρα νεφέλης καὶ ὁμίχλης. ὡς ὄρθρος χυθήσεται ἐπὶ τὰ ὄρη λαὸς πολὺς καὶ ἰσχυρός· ὅμοιος αὐτῷ οὐ γέγονεν ἀπὸ τοῦ αἰῶνος καὶ μετ᾿ αὐτὸν οὐ προστεθήσεται ἕως ἐτῶν εἰς γενεὰς γενεῶν. 3 τὰ ἔμπροσθεν αὐτοῦ πῦρ ἀναλίσκον, καὶ τὰ ὀπίσω αὐτοῦ ἀναπτομένη φλόξ· ὡς παράδεισος τρυφῆς ἡ γῆ πρὸ προσώπου αὐτοῦ, καὶ τὰ ὄπισθεν αὐτοῦ πεδίον ἀφανισμοῦ, καὶ ἀνασῳζόμενος οὐκ ἔσται αὐτῷ. 4 ὡς ὅρασις ἵππων ἡ ὄψις αὐτῶν, καὶ ὡς ἱππεῖς οὕτως καταδιώξονται· 5 ὡς φωνὴ ἁρμάτων ἐπὶ τὰς κορυφὰς τῶν ὀρέων ἐξαλοῦνται καὶ ὡς φωνὴ φλογὸς πυρὸς κατεσθιούσης καλάμην καὶ ὡς λαὸς πολὺς καὶ ἰσχυρὸς παρατασσόμενος εἰς πόλεμον. 6 ἀπὸ προσώπου αὐτοῦ συντριβήσονται λαοί, πᾶν πρόσωπον ὡς πρόσκαυμα χύτρας. 7 ὡς μαχηταὶ δραμοῦνται καὶ ὡς ἄνδρες πολεμισταί ἀναβήσονται ἐπὶ τὰ τείχη, καὶ ἕκαστος ἐν τῇ ὁδῷ αὐτοῦ πορεύσεται, καὶ οὐ μὴ ἐκκλίνουσι τὰς τρίβους αὐτῶν, 8 καὶ ἕκαστος ἀπὸ τοῦ ἀδελφοῦ αὐτοῦ οὐκ ἀφέξεται, καταβαρυνόμενοι ἐν τοῖς ὅπλοις αὐτῶν πορεύσονται καὶ ἐν τοῖς βέλεσιν αὐτῶν πεσοῦνται καὶ οὐ μὴ συντελεσθῶσι. 9 τῆς πόλεως ἐπιλήψονται καὶ ἐπὶ τῶν τειχέων δραμοῦνται καὶ ἐπὶ τὰς οἰκίας ἀναβήσονται καὶ διὰ θυρίδων εἰσελεύσονται ὡς κλέπται. 10 πρὸ προσώπου αὐτῶν συγχυθήσεται ἡ γῆ καὶ σεισθήσεται ὁ οὐρανός, ὁ ἥλιος καὶ ἡ σελήνη συσκοτάσουσι, καὶ τὰ ἄστρα δύσουσι τὸ φέγγος αὐτῶν. 11 καὶ Κύριος δώσει φωνὴν αὐτοῦ πρὸ προσώπου δυνάμεως αὐτοῦ, ὅτι πολλή ἐστι σφόδρα ἡ παρεμβολὴ αὐτοῦ, ὅτι ἰσχυρὰ ἔργα λόγων αὐτοῦ· διότι μεγάλη ἡ ἡμέρα Κυρίου, ἐπιφανὴς σφόδρα, καὶ τίς ἔσται ἱκανὸς αὐτῇ; 12 καὶ νῦν λέγει Κύριος ὁ Θεὸς ὑμῶν· ἐπιστράφητε πρός με ἐξ ὅλης τῆς καρδίας ὑμῶν καὶ ἐν νηστείᾳ καὶ ἐν κλαυθμῷ καὶ ἐν κοπετῷ· 13 καὶ διαρρήξατε τὰς καρδίας ὑμῶν καὶ μὴ τὰ ἱμάτια ὑμῶν καὶ ἐπιστράφητε πρὸς Κύριον τὸν Θεὸν ὑμῶν, ὅτι ἐλεήμων καὶ οἰκτίρμων ἐστί, μακρόθυμος καὶ πολυέλεος καὶ μετανοῶν ἐπὶ ταῖς κακίαις. 14 τίς οἶδεν εἰ ἐπιστρέψει καὶ μετανοήσει καὶ ὑπολείψεται ὀπίσω αὐτοῦ εὐλογίαν καὶ θυσίαν καὶ σπονδὴν Κυρίῳ τῷ Θεῷ ὑμῶν; 15 σαλπίσατε σάλπιγγι ἐν Σιών, ἁγιάσατε νηστείαν, κηρύξατε θεραπείαν, 16 συναγάγετε λαόν, ἁγιάσατε ἐκκλησίαν, ἐκλέξασθε πρεσβυτέρους, συναγάγετε νήπια θηλάζοντα μαστούς, ἐξελθέτω νυμφίος ἐκ τοῦ κοιτῶνος αὐτοῦ καὶ νύμφη ἐκ τοῦ παστοῦ αὐτῆς. 17 ἀνὰ μέσον τῆς κρηπῖδος τοῦ θυσιαστηρίου κλαύσονται οἱ ἱερεῖς οἱ λειτουργοῦντες τῷ Κυρίῳ καὶ ἐροῦσι· φεῖσαι, Κύριε, τοῦ λαοῦ σου καὶ μὴ δῷς τὴν κληρονομίαν σου εἰς ὄνειδος τοῦ κατάρξαι αὐτῶν ἔθνη, ὅπως μὴ εἴπωσιν ἐν τοῖ ἔθνεσι· ποῦ ἐστιν ὁ Θεὸς αὐτῶν; - 18 Καὶ ἐζήλωσε Κύριος τὴν γῆν αὐτοῦ καὶ ἐφείσατο τοῦ λαοῦ αὐτοῦ. 19 καὶ ἀπεκρίθη Κύριος καὶ εἶπε τῷ λαῷ αὐτοῦ· ἰδοὺ ἐγὼ ἐξαποστέλλω ὑμῖν τὸν σῖτον καὶ τὸν οἶνον καὶ τὸ ἔλαιον, καὶ ἐμπλησθήσεσθε αὐτῶν, καὶ οὐ δώσω ὑμᾶς οὐκέτι εἰς ὀνειδισμὸν ἐν τοῖς ἔθνεσι· 20 καὶ τὸν ἀπὸ Βορρᾶ ἐκδιώξω ἀφ᾿ ὑμῶν καὶ ἐξώσω αὐτὸν εἰς γῆν ἄνυδρον καὶ ἀφανιῶ τὸ πρόσωπον αὐτοῦ εἰς τὴν θάλασσαν τὴν πρώτην καὶ τὰ ὀπίσω αὐτοῦ εἰς τὴν θάλασσαν τὴν ἐσχάτην, καὶ ἀναβήσεται ἡ σαπρία αὐτοῦ, καὶ ἀναβήσεται ὁ βρόμος αὐτοῦ, ὅτι ἐμεγάλυνε τὰ ἔργα αὐτοῦ. 21 θάρσει, γῆ, χαῖρε καὶ εὐφραίνου, ὅτι ἐμεγάλυνε Κύριος τοῦ ποιῆσαι. 22 θαρσεῖτε, κτήνη τοῦ πεδίου, ὅτι βεβλάστηκε τὰ πεδία τῆς ἐρήμου, ὅτι ξύλον ἤνεγκε τὸν καρπὸν αὐτοῦ, συκῆ καὶ ἄμπελος ἔδωκαν τὴν ἰσχὺν αὐτῶν. 23 καὶ τὰ τέκνα Σιών, χαίρετε καὶ εὐφραίνεσθε ἐπὶ τῷ Κυρίῳ Θεῷ ὑμῶν, διότι ἔδωκεν ὑμῖν τὰ βρώματα εἰς δικαιοσύνην καὶ βρέξει ὑμῖν ὑετὸν πρώϊμον καὶ ὄψιμον καθὼς ἔμπροσθεν. 24 καὶ πλησθήσονται αἱ ἅλωνες σίτου, καὶ ὑπερεκχυθήσονται αἱ ληνοὶ οἴνου καὶ ἐλαίου. 25 καὶ ἀνταποδώσω ὑμῖν ἀντὶ τῶν ἐτῶν ὧν κατέφαγεν ἡ ἀκρὶς καὶ ὁ βροῦχος καὶ ἡ ἐρυσίβη καὶ ἡ κάμπη, ἡ δύναμίς μου ἡ μεγάλη, ἣν ἐξαπέστειλα εἰς ὑμᾶς. 26 καὶ φάγεσθε ἐσθίοντες καὶ ἐμπλησθήσεσθε καὶ αἰνέσετε τὸ ὄνομα Κυρίου τοῦ Θεοῦ ὑμῶν, ἃ ἐποίησε μεθ᾿ ὑμῶν εἰς θαυμάσια, καὶ οὐ μὴ καταισχυνθῇ ὁ λαός μου εἰς τὸν αἰῶνα· 27 καὶ ἐπιγνώσεσθε ὅτι ἐν μέσῳ τοῦ ᾿Ισραὴλ ἐγώ εἰμι, καὶ ἐγὼ Κύριος ὁ Θεὸς ὑμῶν, καὶ οὐκ ἔστιν ἔτι πλὴν ἐμοῦ, καὶ οὐ μὴ καταισχυνθῶσιν ἔτι ὁ λαός μου εἰς τὸν αἰῶνα.


VULGAAT

1 canite tuba in Sion ululate in monte sancto meo conturbentur omnes habitatores terrae quia venit dies Domini quia prope est 2 dies tenebrarum et caliginis dies nubis et turbinis quasi mane expansum super montes populus multus et fortis similis ei non fuit a principio et post eum non erit usque in annos generationis et generationis 3 ante faciem eius ignis vorans et post eum exurens flamma quasi hortus voluptatis terra coram eo et post eum solitudo deserti neque est qui effugiat eum 4 quasi aspectus equorum aspectus eorum et quasi equites sic current 5 sicut sonitus quadrigarum super capita montium exilient sicut sonitus flammae ignis devorantis stipulam velut populus fortis praeparatus ad proelium 6 a facie eius cruciabuntur populi omnes vultus redigentur in ollam 7 sicut fortes current quasi viri bellatores ascendent murum vir in viis suis gradietur et non declinabunt a semitis suis 8 unusquisque fratrem suum non coartabit singuli in calle suo ambulabunt sed et per fenestras cadent et non demolientur 9 urbem ingredientur in muro current domos conscendent per fenestras intrabunt quasi fur 10 a facie eius contremuit terra moti sunt caeli sol et luna obtenebrati sunt et stellae retraxerunt splendorem suum 11 et Dominus dedit vocem suam ante faciem exercitus sui quia multa sunt nimis castra eius quia fortia et facientia verbum eius magnus enim dies Domini et terribilis valde et quis sustinebit eum 12 nunc ergo dicit Dominus convertimini ad me in toto corde vestro in ieiunio et in fletu et in planctu 13 et scindite corda vestra et non vestimenta vestra et convertimini ad Dominum Deum vestrum quia benignus et misericors est patiens et multae misericordiae et praestabilis super malitia 14 quis scit si convertatur et ignoscat et relinquat post se benedictionem sacrificium et libamen Domino Deo nostro 15 canite tuba in Sion sanctificate ieiunium vocate coetum 16 congregate populum sanctificate ecclesiam coadunate senes congregate parvulos et sugentes ubera egrediatur sponsus de cubili suo et sponsa de thalamo suo 17 inter vestibulum et altare plorabunt sacerdotes ministri Domini et dicent parce Domine populo tuo et ne des hereditatem tuam in obprobrium ut dominentur eis nationes quare dicunt in populis ubi est Deus eorum 18 zelatus est Dominus terram suam et pepercit populo suo 19 et respondit Dominus et dixit populo suo ecce ego mittam vobis frumentum et vinum et oleum et replebimini eo et non dabo vos ultra obprobrium in gentibus 20 et eum qui ab aquilone est procul faciam a vobis et expellam eum in terram inviam et desertam faciem eius contra mare orientale et extremum eius ad mare novissimum et ascendet fetor eius et ascendet putredo eius quia superbe egit 21 noli timere terra exulta et laetare quoniam magnificavit Dominus ut faceret 22 nolite timere animalia regionis quia germinaverunt speciosa deserti quia lignum adtulit fructum suum ficus et vinea dederunt virtutem suam 23 et filii Sion exultate et laetamini in Domino Deo vestro quia dedit vobis doctorem iustitiae et descendere faciet ad vos imbrem matutinum et serotinum in principio 24 et implebuntur areae frumento et redundabunt torcularia vino et oleo 25 et reddam vobis annos quos comedit lucusta bruchus et rubigo et eruca fortitudo mea magna quam misi in vos 26 et comedetis vescentes et saturabimini et laudabitis nomen Domini Dei vestri qui fecit vobiscum mirabilia et non confundetur populus meus in sempiternum 27 et scietis quia in medio Israhel ego sum et ego Dominus Deus vester et non est amplius et non confundetur populus meus in aeternum