JONA 4 -- Jon 4 -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -
- Jon 4,1-11 -

- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Overzicht : Jon (Jona) : overzicht , Jon : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jon : commentaar ,

- Overzicht van Jona : - Jon 1 - Jon 2 - Jon 3 - Jon 4 -
Uitleg vers per vers : - Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch embainô
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen
Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik


Overzicht van de bijbelboeken
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Jon 4,1-11 . Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -

Jon 4,1 - Jon 4,1 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1kai elupèthè iônas lupèn megalèn kai sunechuthè  1 et adflictus est Iona adflictione magna et iratus est     1 Dit verdroot Jona met groot verdriet, en zijn toorn ontstak.  [1] Jona vond dit echter een heilloos besluit en hij werd nijdig.   [1] Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad.   1 ¶ Maar dat is kwalijk voor Jona, een groot kwaad,– en het ontbrandt bij hem.   1. Jonas en eut un grand dépit, et il se fâcha.  

King James Bible . [1] But it displeased Jonah exceedingly, and he was very angry.
Luther-Bibel . 1 Das aber verdross Jona sehr und er ward zornig

Tekstuitleg van Jon 4,1 .

3. jônâh (Jona OF duif) . Taalgebruik in Tenach : jônâh (Jona) . Taalgebruik in Jona : jônâh (Jona) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 71 . Gr. iôna (Jona) . Taalgebruik in de Septuaginta : iôna (Jona) . Tenach (26) . Jon (15) : (1) Jon 1,1 . (2) Jon 1,3 . (3) Jon 1,7 . (4) Jon 1,15 . (5) Jon 2,1 . (6) Jon 2,2 . (7) Jon 2,11 . (8) Jon 3,1 . (9) Jon 3,3 . (10) Jon 3,4 . (11) Jon 4,1 . (12) Jon 4,5 . (13) Jon 4,6 . (14) Jon 4,8 . (15) Jon 4,9 .

2. - 3. אֶל־יוֹנָ֥ה (= ´èl jônâh: tot Jona). Tenach (4): (1) Jon 1,1 (2) Jon 3,1 (3) Jon 4,1 (4) Jon 4,9.

6. wajjichar ( het ontbrandde ) . Verwijzing : chârâh ( branden, ontbranden ) . Qal imperfectum 3de pers. enk. van het werkwoord chârah ( branden, ontbranden ) . Bijbel (50) . Jon (1) : Jon 4,1 . In
- Gr. sunechuthè ( hij ontbrandde in toorn ) . Passief aorist 3de pers. enk. van het werkwoord sugcheô .

Jon 4,2 - Jon 4,2 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai proseuxato pros kurion kai eipen ô kurie ouch outoi oi logoi mou eti ontos mou en tè gè mou dia touto proefthasa tou fugein eis tharsis dioti egnôn oti su eleèmôn kai oiktirmôn makrothumos kai polueleos kai metanoôn epi tais kakiais  2 et oravit ad Dominum et dixit obsecro Domine numquid non hoc est verbum meum cum adhuc essem in terra mea propter hoc praeoccupavi ut fugerem in Tharsis scio enim quia tu Deus clemens et misericors es patiens et multae miserationis et ignoscens super malitia    2 En hij bad tot den HEERE, en zeide: Och HEERE! was dit mijn woord niet, als ik nog in mijn land was? Daarom kwam ik het voor, vluchtende naar Tarsis; want ik wist, dat Gij een genadig en barmhartig God zijt, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwaad.  [2] Hij bad tot de heer: ‘Ach heer, heb ik het niet gezegd, toen ik nog in mijn land was! Daarom heb ik het willen voorkomen door naar Tarsis te vluchten! Ik wist immers, dat U een genadige en barmhartige God bent, toegevend en rijk aan liefde, U hebt altijd berouw over onheil.   [2] Hij bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.   2 Hij bidt tot de ENE en zegt: ach ENE, was dit niet mijn woord toen ik nog op mijn rode grond was?– daarom wilde ik het vóór zijn door naar Tarsjiesj te vluchten; want ik wist al dat gij een genadig en ontfermend God zijt, lankmoedig en groot van goedertierenheid, die berouw krijgt over zijn kwaad!–  2. Il fit une prière à Yahvé : « Ah! Yahvé, dit-il, n'est-ce point là ce que je disais lorsque j'étais encore dans mon pays ? C'est pourquoi je m'étais d'abord enfui à Tarsis; je savais en effet que tu es un Dieu de pitié et de tendresse, lent à la colère, riche en grâce et te repentant du mal.  

King James Bible . [2] And he prayed unto the LORD, and said, I pray thee, O LORD, was not this my saying, when I was yet in my country? Therefore I fled before unto Tarshish: for I knew that thou art a gracious God, and merciful, slow to anger, and of great kindness, and repentest thee of the evil.
Luther-Bibel . 2 und betete zum HERRN und sprach: Ach, HERR, das ist's ja, was ich dachte, als ich noch in meinem Lande war, weshalb ich auch eilends nach Tarsis fliehen wollte; denn ich wusste, dass du gnädig, barmherzig, langmütig und von großer Güte bist und lässt dich des Übels gereuen.

Tekstuitleg van Jon 4,2 .

9. d-b-r-j . Zie dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 3 . Gr. logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het N.T. (331) . Tenach (259) . Pentateuch (43) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Am 1,1 . (2) Am 8,11 . (3) Jon 4,2 . (4) Mi 2,7 . (5) Hag 1,12 . (6) Zach 1,6 .
Stat. constr. mann. mv. dibhëre(j) (woorden van) . 12 kl. Prof. (3 / 6) : (1) Am 1,1 . (2) Am 8,11 . (3) Hag 1,12 .

Jon 4,3 - Jon 4,3 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai nun despota kurie labe tèn psuchèn mou ap? emou oti kalon to apothanein me è zèn me  3 et nunc Domine tolle quaeso animam meam a me quia melior est mihi mors quam vita     3 Nu dan, HEERE! neem toch mijn ziel van mij; want het is mij beter te sterven dan te leven.  [3] U kunt mijn levensadem van mij wegnemen, heer: de dood is mij liever dan het leven.’   [3] Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’   3 neem nu toch, ENE, mijn ziel uit mij weg,– want het is voor mij beter dat ik sterf dan dat ik leef! ••  3. Maintenant, Yahvé, prends donc ma vie, car mieux vaut pour moi mourir que vivre. »  

King James Bible . [3] Therefore now, O LORD, take, I beseech thee, my life from me; for it is better for me to die than to live.
Luther-Bibel . 3 So nimm nun, HERR, meine Seele von mir; denn ich möchte lieber tot sein als leben.

Tekstuitleg van Jon 4,3 .

Jon 4,4 - Jon 4,4 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai eipen kurios pros iônan ei sfodra lelupèsai su  4 et dixit Dominus putasne bene irasceris tu     4 En de HEERE zeide: Is uw toorn billijk ontstoken?   [4] Maar de heer vroeg: ‘Is er wel een reden om nijdig te zijn?’   [4] Maar de HEER zei: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’   4 Dan zegt de ENE: is het goed dat jij zo losbrandt?  4. Yahvé répondit : « As-tu raison de te fâcher ? »  

King James Bible . [4] Then said the LORD, Doest thou well to be angry?
Luther-Bibel . 4 Aber der HERR sprach: Meinst du, dass du mit Recht zürnst?

Tekstuitleg van Jon 4,4 .

Jon 4,5 - Jon 4,5 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai exèlthen iônas ek tès poleôs kai ekathisen apenanti tès poleôs kai epoièsen eautô ekei skènèn kai ekathèto upokatô autès en skia eôs ou apidè ti estai tè polei 5 et egressus est Iona de civitate et sedit contra orientem civitatis et fecit sibimet ibi umbraculum et sedebat subter eum in umbra donec videret quid accideret civitati    5 Jona nu ging ter stad uit, en zette zich tegen het oosten der stad; en hij maakte zich aldaar een verdek, en zat daaronder in de schaduw, totdat hij zag, wat van de stad zou worden.  [5] Jona ging de stad uit en aan de oostkant van de stad gekomen, ging hij zitten. Hij maakte een loofdak en ging daaronder in de schaduw zitten kijken, wat er met de stad zou gebeuren.   [5] Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren.   5 ¶ Jona trekt de stad uit en zet zich neer ten oosten van de stad, hij maakt zich daar een loofdak en gaat daaronder in de schaduw zitten, zodat hij kan zien wat er met de stad geschiedt.  5. Jonas sortit de la ville et s'assit à l'orient de la ville; il se fit là une hutte et s'assit dessous, à l'ombre, pour voir ce qui arriverait dans la ville.  

King James Bible . [5] So Jonah went out of the city, and sat on the east side of the city, and there made him a booth, and sat under it in the shadow, till he might see what would become of the city.
Luther-Bibel . 5 Und Jona ging zur Stadt hinaus und ließ sich östlich der Stadt nieder und machte sich dort eine Hütte; darunter setzte er sich in den Schatten, bis er sähe, was der Stadt widerfahren würde.

Tekstuitleg van Jon 4,5 .

2. jônâh (Jona OF duif) . Taalgebruik in Tenach : jônâh (Jona) . Taalgebruik in Jona : jônâh (Jona) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 71 . Gr. iôna (Jona) . Taalgebruik in de Septuaginta : iôna (Jona) . Tenach (26) . Jon (15) : (1) Jon 1,1 . (2) Jon 1,3 . (3) Jon 1,7 . (4) Jon 1,15 . (5) Jon 2,1 . (6) Jon 2,2 . (7) Jon 2,11 . (8) Jon 3,1 . (9) Jon 3,3 . (10) Jon 3,4 . (11) Jon 4,1 . (12) Jon 4,5 . (13) Jon 4,6 . (14) Jon 4,8 . (15) Jon 4,9 .

Jon 4,6 - Jon 4,6 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6kai prosetaxen kurios o theos kolokunthè kai anebè uper kefalès tou iôna tou einai skian uperanô tès kefalès autou tou skiazein autô apo tôn kakôn autou kai echarè iônas epi tè kolokunthè charan megalèn  6 et praeparavit Dominus Deus hederam et ascendit super caput Ionae ut esset umbra super caput eius et protegeret eum laboraverat enim et laetatus est Iona super hedera laetitia magna    6 En God, de HEERE, beschikte een wonderboom, en deed hem opschieten boven Jona, opdat er schaduw mocht zijn over zijn hoofd, om hem te redden van zijn verdriet. En Jona verblijdde zich over den wonderboom met grote blijdschap.   [6] Nu liet de heer God een ricinusboom* opschieten, boven Jona uit, om zijn hoofd schaduw te geven en hem zo van zijn wreveligheid te genezen. Jona was opgetogen over de ricinusboom.   [6] Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant.   6 En de ENE, God, beschikt een wonderboom, die tot boven Jona opschiet om voor hem een schaduw te worden boven zijn hoofd,– en hem te redden uit zijn kwade zin; en Jona verheugt zich over de wonderboom met grote vreugde.  6. Alors Yahvé Dieu fit qu'il y eut un ricin qui grandit au-dessus de Jonas, afin de donner de l'ombre à sa tête et de le délivrer ainsi de son mal. Jonas éprouva une grande joie à cause du ricin. 

King James Bible . [6] And the LORD God prepared a gourd, and made it to come up over Jonah, that it might be a shadow over his head, to deliver him from his grief. So Jonah was exceeding glad of the gourd.
Luther-Bibel . 6 Gott der HERR aber ließ eine Staude wachsen; die wuchs über Jona, dass sie Schatten gäbe seinem Haupt und ihm hülfe von seinem Unmut. Und Jona freute sich sehr über die Staude.

Tekstuitleg van Jon 4,6 .

2. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jona : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Tenach (5193) . Jon (19) : (1) Jon 1,1 . (2) Jon 1,3 (2X) . (3) Jon 1,9 . (4) Jon 1,10 . (5) Jon 1,14 (3X) . (6) Jon 1,16 . (7) Jon 2,1 . (8) Jon 2,2 . (9) Jon 2,3 . (10) Jon 2,7 . (11) Jon 2,8 . (12) Jon 2,11 . (13) Jon 3,1 . (14) Jon 3,3 . (15) Jon 4,2 . (16) Jon 4,3 . (17) Jon 4,4 . (18) Jon 4,6 . (19) Jon 4,10 .
- waJHWH (en JHWH) . Tenach (99) . Jon (1) : Jon 1,4 .
- laJHWH (tot JHWH) . Tenach (538) . Jon (2) : (1) Jon 1,16 . (2) Jon 2,10 .

1. - 2. wajëman JHWH (en JHWH voorzag) . Tenach (2) : (1) Jon 2,1 . (2) Jon 4,6 .

7. jônâh (Jona OF duif) . Taalgebruik in Tenach : jônâh (Jona) . Taalgebruik in Jona : jônâh (Jona) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 71 . Gr. iôna (Jona) . Taalgebruik in de Septuaginta : iôna (Jona) . Tenach (26) . Jon (15) : (1) Jon 1,1 . (2) Jon 1,3 . (3) Jon 1,7 . (4) Jon 1,15 . (5) Jon 2,1 . (6) Jon 2,2 . (7) Jon 2,11 . (8) Jon 3,1 . (9) Jon 3,3 . (10) Jon 3,4 . (11) Jon 4,1 . (12) Jon 4,5 . (13) Jon 4,6 . (14) Jon 4,8 . (15) Jon 4,9 . lëjônâh . Tenach (1) Jon 4,6 .

16. jônâh (Jona OF duif) . Taalgebruik in Tenach : jônâh (Jona) . Taalgebruik in Jona : jônâh (Jona) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 71 . Gr. iôna (Jona) . Taalgebruik in de Septuaginta : iôna (Jona) . Tenach (26) . Jon (15) : (1) Jon 1,1 . (2) Jon 1,3 . (3) Jon 1,7 . (4) Jon 1,15 . (5) Jon 2,1 . (6) Jon 2,2 . (7) Jon 2,11 . (8) Jon 3,1 . (9) Jon 3,3 . (10) Jon 3,4 . (11) Jon 4,1 . (12) Jon 4,5 . (13) Jon 4,6 . (14) Jon 4,8 . (15) Jon 4,9 .

Jon 4,7 - Jon 4,7 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7kai prosetaxen o theos skôlèki eôthinè tè epaurion kai epataxen tèn kolokunthan kai apexèranthè  7 et paravit Deus vermem ascensu diluculo in crastinum et percussit hederam et exaruit     7 Maar God beschikte een worm des anderen daags in het opgaan van den dageraad; die stak den wonderboom, dat hij verdorde.   [7] Maar toen beschikte God het zo, dat er de volgende dag in alle vroegte een worm kwam die de boom aanvrat waardoor hij verdorde.   [7] Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde.   7 Maar bij het opgaan van de dageraad de volgende morgen beschikt God een worm,– die de wonderboom zo aantast dat hij verdort.  7. Mais, à la pointe de l'aube, le lendemain, Dieu fit qu'il y eut un ver qui piqua le ricin; celui-ci sécha. 

King James Bible . [7] But God prepared a worm when the morning rose the next day, and it smote the gourd that it withered.
Luther-Bibel . 7 Aber am Morgen, als die Morgenröte anbrach, ließ Gott einen Wurm kommen; der stach die Staude, dass sie verdorrte.

Tekstuitleg van Jon 4,7 .

Jon 4,8 - Jon 4,8 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai egeneto ama tô anateilai ton èlion kai prosetaxen o theos pneumati kausônos sugkaionti kai epataxen o èlios epi tèn kefalèn iôna kai ôligopsuchèsen kai apelegeto tèn psuchèn autou kai eipen kalon moi apothanein me è zèn  8 et cum ortus fuisset sol praecepit Dominus vento calido et urenti et percussit sol super caput Ionae et aestuabat et petivit animae suae ut moreretur et dixit melius est mihi mori quam vivere    8 En het geschiedde, als de zon oprees, dat God een stillen oostenwind beschikte; en de zon stak op het hoofd van Jona, dat hij amechtig werd; en hij wenste zijner ziel te mogen sterven, en zeide: Het is mij beter te sterven dan te leven.  [8] Bovendien beschikte God dat, zodra de zon was opgekomen, een verzengende oostenwind opstak; en de zon stak zo hevig op Jona’s hoofd, dat hij uitgeput neerzonk. Hij verlangde te sterven en zei: ‘De dood is mij liever dan het leven.’  [8] En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’  8 En het geschiedt zodra de zon gloort dat God een gloeiende oostenwind beschikt en de zon het hoofd van Jona zó aantast dat hij bezwijmt; hij wenst dat zijn ziel mag sterven en zegt: het is beter dat ik sterf dan dat ik leef!  8. Puis, quand le soleil se leva, Dieu fit qu'il y eut un vent d'est brûlant; le soleil darda ses rayons sur la tête de Jonas qui fut accablé. Il demanda la mort et dit : « Mieux vaut pour moi mourir que vivre. » 

King James Bible . [8] And it came to pass, when the sun did arise, that God prepared a vehement east wind; and the sun beat upon the head of Jonah, that he fainted, and wished in himself to die, and said, It is better for me to die than to live.
Luther-Bibel . 8 Als aber die Sonne aufgegangen war, ließ Gott einen heißen Ostwind kommen, und die Sonne stach Jona auf den Kopf, dass er matt wurde. Da wünschte er sich den Tod und sprach: Ich möchte lieber tot sein als leben.

Tekstuitleg van Jon 4,8 .

1. וַיְהִי (= wajëhî: en het was; prefix verbindingswoord wa consecutivum + wkw act qal imperf 3de pers mann enk van het wkw הָיָה = hâjâh: zijn). Taalgebruik in Tenach: hâjâh (zijn). Taalgebruik in Jona: hâjâh (zijn). Tenach (784). Jona (5) : (1) Jon 1,1 (2) Jon 1,4 (3) Jon 2,1 (4) Jon 3,1 (5) Jon 4,8.

13. jônâh (Jona OF duif) . Taalgebruik in Tenach : jônâh (Jona) . Taalgebruik in Jona : jônâh (Jona) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 71 . Gr. iôna (Jona) . Taalgebruik in de Septuaginta : iôna (Jona) . Tenach (26) . Jon (15) : (1) Jon 1,1 . (2) Jon 1,3 . (3) Jon 1,7 . (4) Jon 1,15 . (5) Jon 2,1 . (6) Jon 2,2 . (7) Jon 2,11 . (8) Jon 3,1 . (9) Jon 3,3 . (10) Jon 3,4 . (11) Jon 4,1 . (12) Jon 4,5 . (13) Jon 4,6 . (14) Jon 4,8 . (15) Jon 4,9 .

Jon 4,9 - Jon 4,9 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai eipen o theos pros iônan ei sfodra lelupèsai su epi tè kolokunthè kai eipen sfodra lelupèmai egô eôs thanatou  9 et dixit Dominus ad Ionam putasne bene irasceris tu super hederam et dixit bene irascor ego usque ad mortem     9 Toen zeide God tot Jona: Is uw toorn billijk ontstoken over den wonderboom? En hij zeide: Billijk is mijn toorn ontstoken ter dood toe.  [9] Maar God vroeg aan Jona: ‘Is er wel reden om zo nijdig te zijn over de ricinusboom?’ Hij antwoordde: ‘Ja, ik heb reden om door en door nijdig te zijn!’   [9] Maar God zei tegen Jona: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent over die plant?’ Jona antwoordde: ‘Ik ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!’   9 Maar dan zegt God tot Jona: is het goed dat jij zo losbrandt over die wonderboom?, en hij zegt: het is goed dat ik ten dode toe ontbrand ben!   9. Dieu dit à Jonas : « As-tu raison de te fâcher pour ce ricin ? » Il répondit : « Oui, j'ai bien raison d'être fâché à mort. »  

King James Bible . [9] And God said to Jonah, Doest thou well to be angry for the gourd? And he said, I do well to be angry, even unto death.
Luther-Bibel . 9 Da sprach Gott zu Jona: Meinst du, dass du mit Recht zürnst um der Staude willen? Und er sprach: Mit Recht zürne ich bis an den Tod.

Tekstuitleg van Jon 4,9 .

1.-2. וַיֹּ֤אמֶר אֱלֹהִים֙ (= wajj´omèr ´èlohîm: en God zei). Tenakh (27).

4. jônâh (Jona OF duif) . Taalgebruik in Tenach : jônâh (Jona) . Taalgebruik in Jona : jônâh (Jona) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 71 . Gr. iôna (Jona) . Taalgebruik in de Septuaginta : iôna (Jona) . Tenach (26) . Jon (15) : (1) Jon 1,1 . (2) Jon 1,3 . (3) Jon 1,7 . (4) Jon 1,15 . (5) Jon 2,1 . (6) Jon 2,2 . (7) Jon 2,11 . (8) Jon 3,1 . (9) Jon 3,3 . (10) Jon 3,4 . (11) Jon 4,1 . (12) Jon 4,5 . (13) Jon 4,6 . (14) Jon 4,8 . (15) Jon 4,9 .

3. - 4. אֶל־יוֹנָ֥ה (= ´èl jônâh: tot Jona). Tenach (4): (1) Jon 1,1 (2) Jon 3,1 (3) Jon 4,1 (4) Jon 4,9.

1.-4. וַיֹּ֤אמֶר אֱלֹהִים֙ אֶל־יוֹנָ֔ה (= wajj´omèr ´èlohîm ´èl jônâh: en God zei tot Jonah). Jon 4,9. Het komt niet veel voor dat Elohim tot iemand spreekt.

Jon 4,10 - Jon 4,10 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai eipen kurios su efeisô uper tès kolokunthès uper ès ouk ekakopathèsas ep? autèn kai ouk exethrepsas autèn è egenèthè upo nukta kai upo nukta apôleto  10 et dixit Dominus tu doles super hederam in qua non laborasti neque fecisti ut cresceret quae sub una nocte nata est et una nocte periit     10 En de HEERE zeide: Gij verschoont den wonderboom, aan welken gij niet hebt gearbeid, noch dien groot gemaakt; die in een nacht werd, en in een nacht verging;   [10] Daarop sprak de heer: ‘U bent begaan met de ricinusboom, waarvoor u niets hebt gedaan en die u niet hebt opgekweekt, die boom die tussen de ene nacht en de andere is opgeschoten en vergaan.   [10] Toen zei de HEER: ‘Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging,   10 Dan zegt de ENE: jij hebt de wonderboom willen sparen waarvoor je niet gezwoegd hebt en die je niet hebt grootgebracht,– die binnen een nacht is ontstaan en binnen een nacht is vergaan;   10. Yahvé repartit : « Toi, tu as de la peine pour ce ricin, qui ne t'a coûté aucun travail et que tu n'as pas fait grandir, qui a poussé en une nuit et en une nuit a péri.  

King James Bible . [10] Then said the LORD, Thou hast had pity on the gourd, for the which thou hast not laboured, neither madest it grow; which came up in a night, and perished in a night:
Luther-Bibel . 10 Und der HERR sprach: Dich jammert die Staude, um die du dich nicht gemüht hast, hast sie auch nicht aufgezogen, die in einer Nacht ward und in einer Nacht verdarb,

Tekstuitleg van Jon 4,10 .

18. ´âbhad (verdwijnen, verloren gaan) . Taalgebruik in Tenach : ´âbhad (verdwijnen, verloren gaan) . Getalwaarde van ´âbhad (verdwijnen, verloren gaan) is : aleph = 1 , beth = 2 , daleth = 4 ; totaal : 7 . Tenach (30) . 12 kl. Prof (4) : (1) Jl 1,11 . (2) Jon 4,10 . (3) Mi 4,9 . (4) Mi 7,2 . Gr. apollumi (verderven, verdoemen) . Taalgebruik in het N.T. : apollumi ( ten gronde richten , doden , verliezen ) . Taalgebruik in de Septuaginta : apollumi ( ten gronde richten , doden , verliezen ) . < ap- + ollumi < ol-numi . Hebr. ´âbhad . Lat. perdere . Fr. perdre . Lat. perditio . Fr. perdition . Ned. verderf (v / p - r - d) , verdoemenis . Een vorm van apollumi (verderven, verdoemen) in de LXX (378) , in het N.T. (90) .

Jon 4,11 - Jon 4,11 : Twistgesprek tussen Jona en God - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Jon (Jona) -- Jon 4,1-11 -- Jon 4,1 - Jon 4,2 - Jon 4,3 - Jon 4,4 - Jon 4,5 - Jon 4,6 - Jon 4,7 - Jon 4,8 - Jon 4,9 - Jon 4,10 - Jon 4,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11egô de ou feisomai uper nineuè tès poleôs tès megalès en è katoikousin pleious è dôdeka muriades anthrôpôn oitines ouk egnôsan dexian autôn è aristeran autôn kai ktènè polla .   11 et ego non parcam Nineve civitati magnae in qua sunt plus quam centum viginti milia hominum qui nesciunt quid sit inter dexteram et sinistram suam et iumenta multa     11 En Ik zou die grote stad Nineve niet verschonen? waarin veel meer dan honderd en twintig duizend mensen zijn, die geen onderscheid weten tussen hun rechterhand, en hun linkerhand; daartoe veel vee?   [11] En zou Ik dan niet begaan zijn met Nineve, de grote stad, waar zoveel mensen wonen, meer dan twaalf tienduizendtallen mensen, die het verschil tussen hun rechterhand en hun linkerhand niet weten, en ook nog zoveel dieren*?’  [11] zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’  11 zal ik dan Ninevee, die grote stad, niet sparen?– waarin een veelheid is van twaalf maal tienduizend mensen die geen verschil kennen tussen hun rechterkant en hun linkerkant,– en ook veel vee!   11. Et moi, je ne serais pas en peine pour Ninive, la grande ville, où il y a plus de cent vingt mille êtres humains qui ne distinguent pas leur droite de leur gauche, ainsi qu'une foule d'animaux! » 

King James Bible . [11] And should not I spare Nineveh, that great city, wherein are more than sixscore thousand persons that cannot discern between their right hand and their left hand; and also much cattle?
Luther-Bibel . 11 und mich sollte nicht jammern Ninive, eine so große Stadt, in der mehr als hundertundzwanzigtausend Menschen sind, die nicht wissen, was rechts oder links ist, dazu auch viele Tiere?

יא  וַאֲנִי לֹא אָחוּס, עַל-נִינְוֵה הָעִיר הַגְּדוֹלָה--אֲשֶׁר יֶשׁ-בָּהּ הַרְבֵּה מִשְׁתֵּים-עֶשְׂרֵה רִבּוֹ אָדָם, אֲשֶׁר לֹא-יָדַע בֵּין-יְמִינוֹ לִשְׂמֹאלוֹ, וּבְהֵמָה, רַבָּה.  {ש}

5. אֶל (= ´èl: tot, naar; vz). Jon (24) Jon
- עַל (= àl: tegen). Jon (1): Jon 4,11.

6. ־נִֽינְוֵ֛ה (= nînëveh: Ninive; zn, eigennaam van een stad). Tenach (11) :(1) Gn 10,11 (2) Gn 10,12 (3) Jon 1,2 (4) Jon 3,2 (5) Jon 3,3 (6) Jon 3,5 (7) Jon 3,6 (8) Jon 4,11 (9) Nah 1,1 (10) Nah 3,7 (11) Sef 2,13.

5.-6. אֶל־נִֽינְוֵ֛ה (=´èl nînëveh: naar Ninive). Tenach (3):(1) Jon 1,2 (2) Jon 3,2 (3) Jon 3,3.
- עַל־נִֽינְוֵ֛ה (= àl nînëveh: tegen Ninive). Tenach (1): Jon 4,11.

7. .הָעִיר (= hâ`îr: de stad; < bep lidw ha + zn vr enk). Tenakh (283). Pentateuch (34). Eerdere Profeten (138). Latere Profeten (73). 12 Kleine Profeten (9). Alle Profet. boeken (220). Geschriften (29). Jon (3): (1) Jon 1,2. (2) Jon 3,2. (3) Jon 4,11.
- עִיר (= `ir: stad; zn vr enk). Jon (1): Jon 3,3.

8. . גָּד֖וֹל (gëdôl: groot; bv nw stat constr mann enk van het bv nw גָדוֹל = gâdôl: groot).
- הַגְּדוֹלָה (= haggëdôlâh: de grote; < ha: bep lidw + bv nw vr enk van het bv nw גָדוֹל = gâdôl: groot). Tenach (31). Jon (3): (1) Jon 1,2. (2) Jon 3,2. (3) Jon 4,11.
- גְּדוֹלָה (= gëdôlâh: grote; < bv nw vr enk van het bv nw גָדוֹל = gâdôl: groot).

7.-8. הָעִ֥יר הַגְּדוֹלָ֖ה (= hâ`îr haggëdôlâh: de grote stad). Tenach (3): (1) Jon 1,2. (2) Jon 3,2. (3) Jon 4,11.


MT

Jonah Chapter 4 יוֹנָה

א  וַיֵּרַע אֶל-יוֹנָה, רָעָה גְדוֹלָה; וַיִּחַר, לוֹ. 1 But it displeased Jonah exceedingly, and he was angry.
ב  וַיִּתְפַּלֵּל אֶל-יְהוָה וַיֹּאמַר, אָנָּה יְהוָה הֲלוֹא-זֶה דְבָרִי עַד-הֱיוֹתִי עַל-אַדְמָתִי--עַל-כֵּן קִדַּמְתִּי, לִבְרֹחַ תַּרְשִׁישָׁה:  כִּי יָדַעְתִּי, כִּי אַתָּה אֵל-חַנּוּן וְרַחוּם, אֶרֶךְ אַפַּיִם וְרַב-חֶסֶד, וְנִחָם עַל-הָרָעָה. 2 And he prayed unto the LORD, and said: 'I pray Thee, O LORD, was not this my saying, when I was yet in mine own country? Therefore I fled beforehand unto Tarshish; for I knew that Thou art a gracious God, and compassionate, long-suffering, and abundant in mercy, and repentest Thee of the evil.
ג  וְעַתָּה יְהוָה, קַח-נָא אֶת-נַפְשִׁי מִמֶּנִּי:  כִּי טוֹב מוֹתִי, מֵחַיָּי.  {ס} 3 Therefore now, O LORD, take, I beseech Thee, my life from me; for it is better for me to die than to live.' {S}
ד  וַיֹּאמֶר יְהוָה, הַהֵיטֵב חָרָה לָךְ. 4 And the LORD said: 'Art thou greatly angry?'
ה  וַיֵּצֵא יוֹנָה מִן-הָעִיר, וַיֵּשֶׁב מִקֶּדֶם לָעִיר; וַיַּעַשׂ לוֹ שָׁם סֻכָּה, וַיֵּשֶׁב תַּחְתֶּיהָ בַּצֵּל, עַד אֲשֶׁר יִרְאֶה, מַה-יִּהְיֶה בָּעִיר. 5 Then Jonah went out of the city, and sat on the east side of the city, and there made him a booth, and sat under it in the shadow, till he might see what would become of the city.
ו  וַיְמַן יְהוָה-אֱלֹהִים קִיקָיוֹן וַיַּעַל מֵעַל לְיוֹנָה, לִהְיוֹת צֵל עַל-רֹאשׁוֹ, לְהַצִּיל לוֹ, מֵרָעָתוֹ; וַיִּשְׂמַח יוֹנָה עַל-הַקִּיקָיוֹן, שִׂמְחָה גְדוֹלָה. 6 And the LORD God prepared a gourd, and made it to come up over Jonah, that it might be a shadow over his head, to deliver him from his evil. So Jonah was exceeding glad because of the gourd.
ז  וַיְמַן הָאֱלֹהִים תּוֹלַעַת, בַּעֲלוֹת הַשַּׁחַר לַמָּחֳרָת; וַתַּךְ אֶת-הַקִּיקָיוֹן, וַיִּיבָשׁ. 7 But God prepared a worm when the morning rose the next day, and it smote the gourd, that it withered.
ח  וַיְהִי כִּזְרֹחַ הַשֶּׁמֶשׁ, וַיְמַן אֱלֹהִים רוּחַ קָדִים חֲרִישִׁית, וַתַּךְ הַשֶּׁמֶשׁ עַל-רֹאשׁ יוֹנָה, וַיִּתְעַלָּף; וַיִּשְׁאַל אֶת-נַפְשׁוֹ, לָמוּת, וַיֹּאמֶר, טוֹב מוֹתִי מֵחַיָּי. 8 And it came to pass, when the sun arose, that God prepared a vehement east wind; and the sun beat upon the head of Jonah, that he fainted, and requested for himself that he might die, and said: 'It is better for me to die than to live.'
ט  וַיֹּאמֶר אֱלֹהִים אֶל-יוֹנָה, הַהֵיטֵב חָרָה-לְךָ עַל-הַקִּיקָיוֹן; וַיֹּאמֶר, הֵיטֵב חָרָה-לִי עַד-מָוֶת. 9 And God said to Jonah: 'Art thou greatly angry for the gourd?' And he said: 'I am greatly angry, even unto death.'
י  וַיֹּאמֶר יְהוָה--אַתָּה חַסְתָּ עַל-הַקִּיקָיוֹן, אֲשֶׁר לֹא-עָמַלְתָּ בּוֹ וְלֹא גִדַּלְתּוֹ:  שֶׁבִּן-לַיְלָה הָיָה, וּבִן-לַיְלָה אָבָד. 10 And the LORD said: 'Thou hast had pity on the gourd, for which thou hast not laboured, neither madest it grow, which came up in a night, and perished in a night;
יא  וַאֲנִי לֹא אָחוּס, עַל-נִינְוֵה הָעִיר הַגְּדוֹלָה--אֲשֶׁר יֶשׁ-בָּהּ הַרְבֵּה מִשְׁתֵּים-עֶשְׂרֵה רִבּוֹ אָדָם, אֲשֶׁר לֹא-יָדַע בֵּין-יְמִינוֹ לִשְׂמֹאלוֹ, וּבְהֵמָה, רַבָּה.  {ש} 11 and should not I have pity on Nineveh, that great city, wherein are more than sixscore thousand persons that cannot discern between their right hand and their left hand, and also much cattle?' {P}

 

LXX

1kai elupèthè iônas lupèn megalèn kai sunechuthè2kai proseuxato pros kurion kai eipen ô kurie ouch outoi oi logoi mou eti ontos mou en tè gè mou dia touto proefthasa tou fugein eis tharsis dioti egnôn oti su eleèmôn kai oiktirmôn makrothumos kai polueleos kai metanoôn epi tais kakiais3kai nun despota kurie labe tèn psuchèn mou ap? emou oti kalon to apothanein me è zèn me4kai eipen kurios pros iônan ei sfodra lelupèsai su5kai exèlthen iônas ek tès poleôs kai ekathisen apenanti tès poleôs kai epoièsen eautô ekei skènèn kai ekathèto upokatô autès en skia eôs ou apidè ti estai tè polei6kai prosetaxen kurios o theos kolokunthè kai anebè uper kefalès tou iôna tou einai skian uperanô tès kefalès autou tou skiazein autô apo tôn kakôn autou kai echarè iônas epi tè kolokunthè charan megalèn7kai prosetaxen o theos skôlèki eôthinè tè epaurion kai epataxen tèn kolokunthan kai apexèranthè8kai egeneto ama tô anateilai ton èlion kai prosetaxen o theos pneumati kausônos sugkaionti kai epataxen o èlios epi tèn kefalèn iôna kai ôligopsuchèsen kai apelegeto tèn psuchèn autou kai eipen kalon moi apothanein me è zèn9kai eipen o theos pros iônan ei sfodra lelupèsai su epi tè kolokunthè kai eipen sfodra lelupèmai egô eôs thanatou10kai eipen kurios su efeisô uper tès kolokunthès uper ès ouk ekakopathèsas ep? autèn kai ouk exethrepsas autèn è egenèthè upo nukta kai upo nukta apôleto11egô de ou feisomai uper nineuè tès poleôs tès megalès en è katoikousin pleious è dôdeka muriades anthrôpôn oitines ouk egnôsan dexian autôn è aristeran autôn kai ktènè polla .


VULGAAT

1 et adflictus est Iona adflictione magna et iratus est 2 et oravit ad Dominum et dixit obsecro Domine numquid non hoc est verbum meum cum adhuc essem in terra mea propter hoc praeoccupavi ut fugerem in Tharsis scio enim quia tu Deus clemens et misericors es patiens et multae miserationis et ignoscens super malitia 3 et nunc Domine tolle quaeso animam meam a me quia melior est mihi mors quam vita 4 et dixit Dominus putasne bene irasceris tu 5 et egressus est Iona de civitate et sedit contra orientem civitatis et fecit sibimet ibi umbraculum et sedebat subter eum in umbra donec videret quid accideret civitati 6 et praeparavit Dominus Deus hederam et ascendit super caput Ionae ut esset umbra super caput eius et protegeret eum laboraverat enim et laetatus est Iona super hedera laetitia magna 7 et paravit Deus vermem ascensu diluculo in crastinum et percussit hederam et exaruit 8 et cum ortus fuisset sol praecepit Dominus vento calido et urenti et percussit sol super caput Ionae et aestuabat et petivit animae suae ut moreretur et dixit melius est mihi mori quam vivere 9 et dixit Dominus ad Ionam putasne bene irasceris tu super hederam et dixit bene irascor ego usque ad mortem 10 et dixit Dominus tu doles super hederam in qua non laborasti neque fecisti ut cresceret quae sub una nocte nata est et una nocte periit 11 et ego non parcam Nineve civitati magnae in qua sunt plus quam centum viginti milia hominum qui nesciunt quid sit inter dexteram et sinistram suam et iumenta multa