JESAJA 1 , Js 1 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 1 -
- Js 1,29-31 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 1,1 - Js 1,2 - Js 1,3 - Js 1,4 - Js 1,5 - Js 1,6 - Js 1,7 - Js 1,8 - Js 1,9 - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 - Js 1,29 - Js 1,30 - Js 1,31 -
Js 1,1 . Js 1,2 . Js 1,3 . Js 1,4 . Js 1,5 . Js 1,6 . Js 1,7 . Js 1,8 . Js 1,9 . Js 1,10 . Js 1,11 . Js 1,12 . Js 1,13 . Js 1,14 . Js 1,15 . Js 1,16 . Js 1,17 . Js 1,18 . Js 1,19 . Js 1,20 . Js 1,21 . Js 1,22 . Js 1,23 . Js 1,24 . Js 1,25 . Js 1,26 . Js 1,27 . Js 1,28 . Js 1,29 . Js 1,30 . Js 1,31 .

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T.
: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Js 1,1 - Js 1,1 -- bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1 1orasis èn eiden èsaias uios amôs èn eiden kata tès ioudaias kai kata ierousalèm en basileia oziou kai iôatham kai achaz kai ezekiou oi ebasileusan tès ioudaias  1 visio Isaiae filii Amos quam vidit super Iudam et Hierusalem in diebus Oziae Ioatham Ahaz Ezechiae regum Iuda    1 Het gezicht van Jesaja, den zoon van Amoz, hetwelk hij zag over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, de koningen van Juda.   [1] Visioen * van Jesaja, de zoon van Amos, over Juda en Jeruzalem, in de tijd van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia, koningen van Juda.   [1] Dit zijn de visioenen die Jesaja, de zoon van Amos, over Juda en Jeruzalem gezien heeft, toen Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia in Juda regeerden. Aanklacht tegen Israël en Jeruzalem   1 ¶ Het visioen van Jesaja, de zoon van Amots, dat hij aanschouwd heeft over Juda en Jeruzalem,– in de dagen van Oeziahoe, Jotam, Achaz, Jechizkiahoe, koningen van Juda.  1. Vision d'Isaïe, fils d'Amoç, qu'il reçut au sujet de Juda et de Jérusalem, au temps d'Ozias, de Yotam, d'Achaz et d'Ézéchias, rois de Juda.  

King James Bible . [1] The vision of Isaiah the son of Amoz, which he saw concerning Judah and Jerusalem in the days of Uzziah, Jotham, Ahaz, and Hezekiah, kings of Judah.
Luther-Bibel . 1 1 Dies ist die Offenbarung, die Jesaja, der Sohn des Amoz, geschaut hat über Juda und Jerusalem zur Zeit des Usija, Jotam, Ahas und Hiskia, der Könige von Juda. Gottes Anklage gegen das abtrünnige Volk

- chäzôn jësja`ëjâhû bèn âmôts ´äsjèr châzâh

FERRY Joëlle , Isaïe : Comme les mots d'un livre scellé (Is 29,11), Paris, Éditions du Cerf, "Lectio divina, 221", 2008, 282 p. . Zie p.40-43 .

Tekstuitleg van Js 1,1 . Het vers Js 1,1 telt 16 (2² X 2²) woorden , 42 (2 X 3 X 7) lettergrepen en 68 (2² X 17) letters . De getalwaarde 16 komt overeen met de letter ajin (oog, bron) ; 42 = (16 X 3) + 4 ; 68 = (16 X 4) + 4 ; 68 en 42 verschillen 16 van elkaar . De getalwaarde van Js 1,1 is 2812 (2² X 19 X 37) .
Js 1,1 is een opschrift . Dit opschrift geeft antwoorden op de vragen wie (het onderwerp) , wat (het voorwerp) , waar (de plaatsaanduidingen) , wanneer (de tijdsaanduidingen) , verschillende elementen van het verhaal van het boek Jesaja . Jesaja zou de auteur van het boek kunnen zijn . Maar dat is niet zeker omdat de voorstelling van Jesaja in de 3de persoon gebeurt . Wellicht is het iemand anders dan Jesaja , maar hij laat Jesaja wel als hoofdpersonage optreden (althans tot Js 40) .
De roeping van Jesaja wordt pas in Js 6 verteld bij de dood van Uzzia (rond 740) . Jesaja zal een gedeelte van de regeerperiode van Uzzia wel meegemaakt hebben , maar wellicht zonder dat hij als profeet optrad . Js 1-5 zou van een auteur kunnen zijn die Js 1-5 in de mond van Jesaja legde .
Openbaringen van een profeet worden onder visioenen (ge-zicht-en) of profetieën / orakels (pro-fèmi = 'uit'spreken , orakel < os, oris = mond) weergegeven . Het gaat om zien en horen . Zo is het ook in het boek Jesaja . In het eerste opschrift in Js 1,1 gaat het om het zien , in het tweede opschrift in Js 2,1 om het horen (van het woord) . De naam Jesaja wordt in Js 1-39 16X aangehaald . Vanaf Js 40 komt de naam niet meer voor .
8 van de 9 woorden van Js 2,1 komen voor in Js 1,1 . Het beginwoord van Js 1,1 is chäzôn (visioen, gezicht) , dat van Js 2,1 is haddâbhâr (het woord) . Bijgevolg is het vervoegd werkwoord van de betrekkelijke zin in Js 1,1 châzâh (dat hij zag) , in Js 2,1 echter evenzo .
Wat Jesaja zag , speelde zich volgens Js 1,1 af tijdens de regeerperiode van vier koningen (tussen 783 / 767 - 742 / 40 EN 716 / 715 - 687) . We zullen verder zien dat de roeping van Jesaja plaatsvond bij de dood van Uzzia (742 of 740) en zijn profetenperiode eindigde rond 701 . Dat is ongeveer 40 jaar .

Js 1,1.1. châzôn / chäzôn (visioen, gezicht) . Taalgebruik in Tenach : chäzôn (visioen, gezicht) . Tenach (23) . Getalwaarde : chet = 8 , zain = 7 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 71 . Structuur : 8 - 7 - 6 - 5 . Niet in de Pentateuch . Slechts 1X in de Vroege Prof. : 1 S 3,1 . Js (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 29,7 . 12 kl. Prof. (2) : (1) Ob 1 . (2) Nah 1,1 . Zie ook 2 Kr 32,32 .
- machäzeh (visioen, gezicht) < prefix m + stam ch-z-h . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , chet = 8 , zain = 7 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 4 - 8 - 7 - 5 . m-ch-z-h . Tenach (5) . machäzeh . Tenach (3) : (1) Nu 24,4 . (2) Nu 24,16 . (3) Ez 13,7 .
châzôn / chäzôn (visioen, gezicht) is afgeleid van het werkw. ch-z-h , dat een Aramees leenwoord is . In relatie tot een profeet verwijst het naar een 'visioen' , 'openbaring' . chäzôn kan dus zowel naar 'visioenen' , woord of orakels verwijzen .
Een opschrift kan de auteur , de tijd , de plaats , het type tekst of de bestemmelingen aanduiden .
Er zijn 13 opschriften die 4 types tekst weergeven : (1) chäzôn (visioen, gezicht) . (2) haddâbhâr (het woord) . (3) mashshâ´ (profetie, godsspraak) . (4) mikhëthabh (geschrift) .
Het eerste woord van het opschrift in Js 1,1 duidt het type tekst aan : chäzôn (visioen, gezicht) . In het tweede opschrift in Js 2,1 is het type tekst haddâbhâr (het woord) . In tien andere opschriften : (1) Js 13,1 . (2) Js 14,28 . (3) Js 15,1 . (4) Js 17,1 . (5) Js 19,1 . (6) Js 21,1 . (7) Js 21,11 . (8) Js 21,13 . (9) Js 22,1 . (10) Js 23,1 . (11) Js 30,6 is het type tekst mashshâ´ (profetie, godsspraak) . In het opschrift van Js 38,9 is het type tekst mikhëthabh (geschrift) .
De verzen Js 2,1a en Js 13,1b : ´äsjèr châzâh jësja`ëjâhû bèn âmôts (dat Jesaja zoon van Amots zag) gelijken zeer sterk op Js 1,1a : chäzôn jësja`ëjâhû bèn âmôts ´äsjèr châzâh (visioen van Jesaja zoon van Amots dat hij zag) . Op basis van deze 3 uitgebreide opschriften zouden we Js 1-39 kunnen indelen in : 1. Js 1 . 2. Js 2-12 . 3. Js 13-39 .
Er komen in het boek Jesaja nog meer 'visioen'elementen voor .

Js 1,1.2. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740-701) . Taalgebruik in Tenach : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17 OF het aantal letters van Js 1,1) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
- wîsja`ëjâhû (en Jesaja) . Tenach (3) : (1) 1 Kr 25,3 . (2) 1 Kr 26,25 . (3) 2 Kr 32,20 .
De naam Jesaja komt vanaf Js 40 niet meer voor .
- ´èl jësja`ëjâhû (tot Jesaja) . Tenach (8) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,8 . (3) 2 K 20,19 . (4) Js 7,3 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,5 . (7) Js 38,4 . (8) Js 39,8 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .
Jesaja is een personage in het boek Jesaja . Dat personage spreekt zelf of in naam van God / JHWH of als spreekbuis van God / JHWH . Hierbij kan de auteur(s) van het boek Jesaja een juiste weergave van de historische Jesaja geven . Maar hij kan ook woorden in de mond van het personage Jesaja of in de mond van God / JHWH leggen . De auteur kan in zijn boek allerlei personages scheppen die min of meer of niet aan een historische realiteit beantwoorden . Ook verschillende auteurs kunnen hun stempel gedrukt hebben op het vorm geven van de verschillende personages en hun 'verhalen' .

Js 1,1.3. ben (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenach : ben (zoon, kind) . Getalwaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Js (24) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (1) . Js 56-66 (2) . Js 1 (1) : Js 1,1 .

Js 1,1.4. ´âmôts (Amos) . Taalgebruik in Tenach : âmôts (Amos) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 137 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 6 - 9 . Tenach (13) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,20 . (3) 2 K 20,1 . (4) Js 1,1 . (5) Js 2,1 . (6) Js 13,1 . (7) Js 20,2 . (8) Js 37,2 . (9) Js 37,21 . (10) Js 38,1 . (11) 2 Kr 26,22 . (12) 2 Kr 32,20 . (13) 2 Kr 32,32 . In Js in 7 verzen . De zoon van Amots is de profeet Jesaja (rond 740) .
Zie werkw. ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 32 (2² X 2³ ; een veelvoud van 16) OF 131 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 9 . Een vorm van ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) in Js (3) : (1) Js 35,3 . (2) Js 41,10 . (3) Js 44,14 .
- bijvoegl. naamw. ´âmots (sterk) . Tenach (1) : Zach 6,3 .
Niet verwarren met `âmôs (Amos) . Taalgebruik in Tenach : `âmôs (Amos) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , samech = 15 of 60 ; totaal : 50 (2 X 5²) OF 176 (2² X 2² X 11) . Structuur : 7 - 4 - 6 - 6 .

Js 1,1.2. - 4. jësja`ëjâhû hannâbhî´ (Jesaja, de profeet) . Tenach (4) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,11 . (3) 2 K 20,14 . (4) Js 39,3 .
- jësja`ëjâhû bèn âmôts (Jesaja , zoon van Amos) . Tenach (9) : (1) 2 K 19,20 . (2) 2 K 20,1 . (3) Js 1,1 . (4) Js 20,2 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,21 . (7) Js 38,1 . (8) 2 Kr 26,22 . (9) 2 Kr 32,32 .
- hannâbhî´ bèn âmôts (de profeet, zoon van Amos) . Tenach (1) : 2 K 19,2 .
- bèn âmôts (zoon van Amos) . Tenach (10) : (1) 2 K 19,20 . (2) 2 K 20,1 . (3) 2 Kr 26,22 . (4) 2 Kr 32,20 . (5) 2 Kr 32,32 . (6) Js 1,1 . (7) Js 20,2 . (8) Js 37,2 . (9) Js 37,21 . (10) Js 38,1 .
- bèn âmôts hannâbhî´ (zoon van Amos, de profeet) . Tenach : (1) 2 K 20,1 . (2) 2 Kr 26,22 . (3) 2 Kr 32,20 . (4) 2 Kr 32,32 . (5) Js 37,2 . (6) Js 38,1 .

Js 1,1.5. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 1-39 (82) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (19) . Js 1 (3) : (1) Js 1,1 . (2) Js 1,29 . (3) Js 1,30 .

Js 1,1.6. châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) . Taalgebruik in Tenach : châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) . Getalwaarde : chet = 8 , zain = 7 , he = 5 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 8 - 7 - 5 . ch-z-h . Tenach (41) . Js (6) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 . (4) Js 28,15 (chozèh) . (5) Js 33,20 . (6) Js 48,6 . act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. châzâh (hij ziet) . Js (3) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 .
- act. ind. perf. 3de pers. enk. eiden (hij zag) . Aoristvorm van horaô (zien) . Taalgebruik in de LXX : eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . N. zien . D. sehen , schauen . E. to see . Bijbel (262) . Pentateuch (64) . Js (5) : (1) Js 1,1 . (2) Js 13,1 . (3) Js 30,19 . (4) Js 59,15 . (5) Js 59,16 . Een vorm van eidon / eiden in het NT (336) . 2 / 3 wordt châzâh door eiden vertaald .
- act. ind. perf. 3de pers. enk. vidit van het werkw. videre (zien) . Bijbel (201) . Pentateuch (32) . Js (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 9,1 . (4) Js 13,1 . (5) Js 30,19 . (6) Js 59,15 . (7) Js 59,16 . (8) Js 64,3 . (9) Js 66,8 . 3 / 3 wordt châzâh door vidit vertaald ; 5 / 5 wordt eiden door vidit vertaald .
Hebr. châzâh . Gr. eiden . Lat. vidit (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 13,1 .
Een vorm van châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) in Js (12) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 . (4) Js 26,11 . (5) Js 30,10 . (6) Js 33,17 . (7) Js 33,20 . (8) Js 47,13 . (9) Js 48,6 . (10) Js 57,8 .
Hebr. châzâh . Gr. eiden . Lat. vidit (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 13,1 .

Js 1,1.5. - 6. ´äsjèr châzâh (dat hij zag) . (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 . (4) Am 1,1 . (5) Mi 1,1 . (6) Hab 1,1 .

Js 1,1.7. `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenach : `al (op, overeenkomstig) . Taalgebruik in Jesaja : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 - 3 . Tenach (3075) . Js (170) . Js 1 (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 1,5 .

Js 1,1.8. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenach : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Structuur : 1 - 5 - 4 - 5 . Tenach (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 . De streek (Juda) is genoemd naar de bewoners van de streek , de afstammelingen van Juda , de zoon van Jakob . Vanaf 933 tot 722 zijn er 2 koninkrijken : het Noordrijk Israël met de hoofdstad Samaria en het Zuidrijk Juda met de hoofdstad Jeruzalem . Tijdens Jesaja (rond 742 / 740) tot 701 werd het Noordrijk met zijn hoofdstad Samaria (722/721) verwoest en werden zijn inwoners weggevoerd . Bovendien werd rond 701 Juda ingenomen en werd Jeruzalem belegerd .
De auteur plaatste Jesaja in Juda en Jeruzalem .

Js 1,1.9. jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Taalgebruik in Tenach : jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 ; totaal : 82 (2 X 41) OF 586 (2 X 293) . Structuur : 1 - 2 - 6 -3 - 3 - 4 . Tenach (336) . Js (26) . Js 1-39 (13) : (1) Js 3,8 . (2) Js 4,4 . (3) Js 5,3 . (4) Js 7,1 . (5) Js 8,14 . (6) Js 10,32 . (7) Js 22,10 . (8) Js 22,21 . (9) Js 31,5 . (10) Js 33,20 . (11) Js 36,20 . (12) Js 37,10 . (13) Js 37,22 . Js 40-66 (13) : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,9 . (3) Js 51,17 . (4) Js 52,1 . (5) Js 52,2 . (6) Js 52,9 . (7) Js 62,1 . (8) Js 62,6 . (9) Js 62,7 . (10) Js 64,9 . (11) Js 65,18 . (12) Js 66,10 . (13) Js 66,20 . Gr. hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in de Septuaginta : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in Jesaja : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : hierousalèm (Jeruzalem) . Bijbel (767) . Js (47) . Gr. hierosoluma (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : Hierosoluma (Jeruzalem)  .
- bïrûsjâlaim (in Jeruzalem) . Tenach (178) . Js (6) : (1) Js 4,3 . (2) Js 27,13 . (3) Js 28,14 . (4) Js 30,19 . (5) Js 31,9 . (6) Js 65,19 .
-- ûbïrûsjâlaim (in Jeruzalem) . Tenach (22) . Js (3) : (1) Js 10,12 . (2) Js 24,23 . (3) Js 66,13 .
- lïrûsjâlaim (tot Jeruzalem) . Tenach (29) . Js (3) : (1) Js 10,11 . (2) Js 44,26 . (3) Js 44,28 .
-- ûlïrûsjâlaim (en tot Jeruzalem) . Tenach (9) . Js (2) : (1) Js 36,7 . (2) Js 41,27 .
- mîrûsjâlaim (uit Jeruzalem) < min (uit) + jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Tenach (27) . Js (4) : (1) Js 2,3 . (2) Js 3,1 . (3) Js 10,10 . (4) Js 37,32 .
- wîrûsjâlaim (en Jeruzalem) . Tenach (33) . Js (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 .

Js 1,1.7. - 9. `al jëhûdâh wîrûsjâlâim (over Juda en Jeruzalem) . Tenach (4) : (1) 2 Kr 29,8 . (2) 2 Kr 36,10 . (3) Js 1,1 . (4) Js 2,1 . In de twee verzen in Js wordt Juda en Jeruzalem naast elkaar gesteld . Jeruzalem maakt deel uit van Juda ; hij is er de hoofdstad van .

Js 1,1.10. bîme(j) (in de dagen van) < bë + stat. constr. mann. mv. . jôm (dag) OF bëjâmâj (in mijn dagen) < bë + stat. constr. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het NT (388) . Tenach (55) . Js (3) : (1) Js 1,1 . (2) Js 7,1 . (3) Js 39,8 : bëjâmâj (in mijn dagen) .

Js 1,1.11. `uzzijjâhû (Uzzia) < `uzî (mijn kracht) = jâhû (JHWH) is JHWH . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâhû (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 98 ( 2 X 7²) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr. . Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 .
- Zie ook `uzzijjâh (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâh (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 92 (4 X 23) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 . Tenach (6) : (1) 2 K 15,30 . (2) Hos 1,1 . (3) Am 1,1 . (4) Zach 14,5 . (5) Neh 11,4 . (6) 1 Kr 6,9 .
- `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
- `uzzijjâh ´âbh(j)w (Uzzia, zijn vader) . Tenach (2) : (1) 2 K 15,34 . (2) 2 Kr 27,2 .
- bèn `uzzijjâh (zoon van Uzzia) . Tenach (2) : (1) Neh 11,4 . (2) 1 Kr 6,9 .
- bèn `uzzijjâhû (zoon van Uzzia) . Tenach (3) : (1) 2 K 15,32 . (2) 1 Kr 27, 25 . (3) Js 7,1 .
- bîme(j) `uzzijjâh (in de dagen van Uzzia) . Tenach (3) : (1) Hos 1,1 . (2) Am 1,1 . (3) Zach 14,5 .
- bîme(j) `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (in de dagen van Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .

Js 1,1.12. jôthâm (Jotam) . Taalgebruik in Tenach : jôthâm (Jotam) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 , mem = 13 of 40 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 456 (2³ X 3 X 19) . Structuur : 1 - 6 - 4 - 4 . Tenach (19) : (1) Re 9,5 . (2) Re 9,21 . (3) Re 9,56 . (4) 2 K 15,7 . (5) 2 K 15,32 . (6) 2 K 15,36 . (7) 2 K 15,38 . (8) 2 K 16,1 . (9) Js 1,1 . (10) Js 7,1 . (11) Hos 1,1 . (12) Mi 1,1 . (13) 1 Kr 3,12 . (14) 1 Kr 5,17 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,1 . (17) 2 Kr 27,6 . (18) 2 Kr 27,7 . (19) 2 Kr 27,9 . http://nl.wikipedia.org/wiki/Jotam_(zoon_van_Gideon) . Jotam ("De Heer is volmaakt") was de zoon van Gideon , die bekend is van de Fabel van Jotam . Jotam wordt genoemd in Richteren 9 in de Hebreeuwse Bijbel . Hier staat vermeld dat toen zijn broer Abimelech na de dood van Gideon al zijn broers (op Jotam na) liet vermoorden en zichzelf liet uitroepen tot koning van Sichem , Jotam vanaf een bergtop de inwoners van Sichem toesprak met de naar hem genoemde fabel . http://nl.wikipedia.org/wiki/Jotam_van_Juda . Jotam was de koning van Juda . Hij volgde zijn vader Uzzia op . Zijn koningschap wordt tegenwoordig gedateerd van 742 v.Chr. tot 735 v.Chr. of van 740 v.Chr. tot 732 v.Chr. . Onduidelijk is wanneer Jotam precies koning werd . Wegens huidvraat moest zijn vader Uzzia de laatste jaren van zijn regeerperiode in afzondering leven . Jotam was in deze periode regent . Zowel in 2 Kronieken als in 2 Koningen wordt verteld dat Jotam op vijfentwintigjarige leeftijd de troon besteeg , maar de meeste onderzoekers denken dat dit de leeftijd was waarop Jotam regent werd . De zestien jaar die Jotam koning was volgens beide Bijbelboeken is zeer waarschijnlijk inclusief de tijd als waarnemer voor zijn vader . Tijdens de regeerperiode van Jotam werd de Bovenpoort van de tempel van Jeruzalem afgebouwd . Ook verrichtte Jotam werkzaamheden bij de stadsmuur van Ofel . Jotam voerde verschillende oorlogen tijdens zijn bewind . In het Bijbelboek Kronieken wordt melding gemaakt van een overwinning van Jotam op de Ammonieten en in het Bijbelboek Koningen wordt een oorlog genoemd tegen een bondgenootschap van koning Resin van Aram en koning Pekach van Israël . Jotam stierf op (vermoedelijk) 41-jarige leeftijd . Hij werd begraven in Jeruzalem . Zijn opvolger was zijn zoon Achaz .
- bèn jôthâm (zoon van Jotam) . Tenach (2) : (1) 2 K 16,1 . (2) Js 7,1 .

Js 1,1.13. ´âchâz (Achaz) . Taalgebruik in Tenach : ´âchâz (Achaz) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , zajin = 7 ; totaal : 16 (2² X 2²) . Structuur : 1 - 8 - 7 . ´-ch-z . Tenach (42) . Profeten (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 7,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 7,10 . (5) Js 7,12 . (6) Js 14,28 . (7) Js 38,8 . (8) Hos 1,1 . (9) Mi 1,1 . http://nl.wikipedia.org/wiki/Achaz . Achaz (Hebreeuws voor Jahweh grijpt vast, houdt) was koning van Juda . Zie het werkw. ´âchaz (grijpen, vatten) . Taalgebruik in Tenach : ´âchaz (grijpen, vatten) . Hij was de opvolger van zijn vader Jotam. Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd op 735 v.Chr. tot 715 v.Chr. of van 732 v.Chr. tot 716 v.Chr. . Buiten de Bijbel is niet veel bekend over het leven van Achaz . In de Bijbel is over zijn leven te lezen in onder meer 2 Koningen 16, Jesaja 7-9 en 2 Kronieken 28 . Achaz wordt in de Bijbel beschreven als een slechte en zwakke koning . Hij kwam op twintigjarige leeftijd op de troon . Hij stapte over naar de godsdienst van omliggende volken en liet in het hele land offerplaatsen voor hun goden oprichten . Hij offerde zelfs één of meerdere van zijn eigen zonen . Op politiek gebied kwam Achaz snel in de problemen toen koning Resin van Aram (met als hoofdstad Damascus) en koning Pekach van Israël een coalitie sloten en gezamenlijk tegen Juda ten strijde trokken . Achaz zag zich gedwongen hulp in te roepen van koning Tiglat-Pileser van Assyrië . Achaz betaalde grote sommen goud en zilver voor deze hulp en Juda werd feitelijk een vazalstaat van Assyrië . Tiglat-Pileser veroverde hierop Damascus en liet koning Resin ter dood brengen . In 722 v.Chr. veroverden de Assyriërs ook het koninkrijk Israël en werden de inwoners verbannen . Tijdens de regeerperiode van Achaz voerden de profeten Jesaja, Hosea en Micha oppositie tegen zijn beleid op religieus gebied . Volgens de bijbel stierf Achaz op 35-jarige leeftijd . Hij werd begraven in Jeruzalem . Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hizkia .
- hammèlèkh ´âchâz (koning Achaz) . Tenach (11) : (1) 2 K 16,10 . (2) 2 K 16,11 . (3) 2 K 16,15 . (4) 2 K 16,16 . (5) 2 K 16,17 . (6) 2 Kr 28,16 . (7) 2 Kr 28,22 . (8) 2 Kr 29,19 . (9) Js 14,28 .

Js 1,1.14. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .
- ´èl chizëqijjâhû (tot Hizkia) . Tenach (20) : (1) 2 K 18,19 . (2) 2 K 18,31 . (3) 2 K 18,32 . (4) 2 K 18,37 . (5) 2 K 19,9 . (6) 2 K 19,10 . (7) 2 K 19,20 . (8) 2 K 20,5 . (9) 2 K 20,12 . (10) 2 K 20,16 . (11) 2 Kr 29,18 . (12) Js 36,4 . (13) Js 36,16 . (14) Js 36,22 . (15) Js 37,9 . (16) Js 37,10 . (17) Js 37,21 . (18) Js 38,5 . (19) Js 39,1 . (20) Js 39,5 .
- hammèlèkh chizëqijjâhû (koning Hizkia) . Tenach (8) : (1) 2 K 18,17 . (2) 2 K 19,1 . (3) 2 K 19,5 . (4) 2 K 20,14 . (5) Js 36,2 . (6) Js 37,1 . (7) Js 37,5 . (8) Js 39,3 .
- lëchizëqijjâhû (aan Hizkia) . Tenach (1) : Js 38,9 .
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hizkia . Hizkia (ook wel Jechizkia, overleden in 687 v.Chr.) was een bijbels-historisch figuur . Hizkia was van (vermoedelijk) 715 v.Chr. tot zijn dood koning van Juda . Hij was de opvolger van zijn vader Achaz . Ten tijde van Hizkia's leven was Israël opgedeeld in een Noordrijk (onder de naam Israël) en een Zuidrijk (Juda) . In 722 v.Chr. veroverden de Assyriërs het Noordrijk . Zijn vader was toen koning van het zuidelijke Juda , dat een vazalstaat van de Assyriërs was . Desondanks liep ook Juda het gevaar veroverd te worden . Hizkia toonde zich naar buiten toe loyaal ten opzichte van de Assyriërs , maar bereidde tegelijkertijd de hoofdstad van Juda Jeruzalem voor op een beleg . Hij versterkte de stadsmuren en liet een 533 meter lang ondergronds kanaal (de Hizkia-tunnel) aanleggen van de bij de stad gelegen Gihonbron naar binnen de stad . De bouw van dit kanaal was voor die tijd een technisch meesterwerk . Toen in 704 v.Chr. de Babyloniërs tegen de Assyriërs ten strijde trokken , steunde Hizkia de opstand tegen de Assyriërs , tesamen met andere Syrische vorsten en in de hoop op steun van Egypte . De Assyrische koning Sanherib ondernam hierop een veldtocht tegen de Syriërs en veroverde het zuiden van Palestina (701 v.Chr.) voordat Egyptische hulp kon arriveren . Ondanks het gegeven dat Hizkia 30 talenten goud en 300 talenten zilver betaalde aan Sanherib , begon Sanherib een belegering van Jeruzalem . Deze belegering werd echter afgebroken . In de bijbel wordt gesproken van de totale vernietiging van het leger van Sanherib door een engel van God waardoor Sanherib zich genoodzaakt zag huiswaarts te keren . Volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotus werd het leger van de Assyriërs getroffen door een muizenplaag en een andere theorie is dat Sanherib het beleg staakte nadat Hizkia hem goud en zilver had betaald . Tijdens zijn bewind stelde Hizkia religieuze veranderingen in . Hij speelde onderdanigheid aan de Assyrische grootvorst en bracht tegelijk religieuze hervorming in gang om insluipend heidendom uit te roeien . Hij schafte de verering van de Assyrische goden af en concentreerde zich op de verering van JHWH . Hij had alle plaatselijke heiligdommen verboden om de eredienst in Jeruzalem te centraliseren . Volgens de bijbel was Hizkia hier zeer voortvarend in en wordt hij daarom als een van de - weinige - Godvrezende koningen van Juda aangemerkt . Wel kreeg hij een smetje op zijn voorbeeldige godsdienstige blazoen toen hij aan het eind van zijn leven enige tijd hoogmoedig gedrag aan de dag legde .In 701 v.Chr. verwoestte Sanherib 'de Verschrikkelijke' de stad Berseba door brandstichting en viel Juda definitief binnen : "Wat Hizkia de Jood aangaat, hij onderwierp zich niet aan mij , ik belegerde 46 van zijn versterkte steden, ommuurde vestingen en talloze dorpen en overmeesterde ze door aangestampte taluds en stormrammen, voetvolkaanvallen, mijnen, stootblokken, alsook sappeurswerk... Hemzelf maakte ik tot gevangene in Jeruzalem, in zijn koninklijke residentie, als een vogel in een kooi" (vertaling van het prisma van Sanherib naar Ancient Near Eastern Texts). De beslissende slag had plaats in Lachisj . Muurreliëfs in het paleis van Ninive tonen Sanherib terwijl hij toeziet vanop zijn ivoren troon op 300 m afstand (een goed boogschot verwijderd) . Hizkia overleed uiteindelijk in 687 v.Chr. . Zijn opvolger was zijn twaalfjarige zoon Manasse .
- jëchizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : jëchizëqijjâhû (Hizkia) . Tenach (36) . Profeten (2) . (1) Js 1,1 . (2) Jr 15,4 .

Js 1,1.15. malëkhe(j) (koningen van) . Stat. constr. mann. mv. . mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenach : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , kaph = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenach (113) . Js (7) : (1) Js 1,1 . (2) Js 14,9 . (3) Js 14,18 . (4) Js 19,11 . (5) Js 24,21 . (6) Js 37,11 . (7) Js 37,18 .
- mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenach : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenach (816) . Pentateuch (58) . Js (37) . Js 1-39 (34) . Js 40-55 (3) .
- hammèlèkh (de koning) . Tenach (819) . Js (13) : (1) Js 6,1 . (2) Js 6,5 . (3) Js 14,28 . (4) Js 36,2 . (5) Js 36,4 . (6) Js 36,8 . (7) Js 36,13 . (8) Js 36,14 . (9) Js 36,16 . (10) Js 36,21 . (11) Js 37,1 . (12) Js 37,5 . (13) Js 39,3 .

Js 1,1.16. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenach : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , daleth = 4 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 1 - 5 - 6 - 4 . Tenach (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .

Js 1,1.15. - 16. malëkhe(j) jëhûdâh (koningen van Juda) . Tenach (20) . Js (1) : Js 1,1 .
- mèlèkh jëhûdâh (koning van Juda) . Tenach (149) . Js (3) : (1) Js 7,1 . (2) Js 37,10 . (3) Js 38,9 .
In Js 1,1 worden 4 koningen vermeld : Uzzia , Jotham , Achaz en Hizkia . De 1ste koning is Uzzia . In Js 6,1 wordt over zijn dood gesproken . Bijgevolg zou Js 1-5 zich afspelen in de de tijd van koning Uzzia . Dan komt de regeerperiode van Jotham . In Js 7,1 wordt melding gemaakt van koning Achaz , zoon van Jotham , zoon van Uzzia . Js 6 zou zich dus afspelen tijdens de regeerperiode van koning Jotham . In tegenstelling tot Uzzia en Jotham zal Achaz wel als personage functioneren in het boek Jesaja . In Js 14,28 wordt over de dood van koning Achaz gesproken . Dit zou inhouden dat Js 7,1-Js 14,27 zich afspeelt tijdens de regeerperiode van koning Achaz . Js 14,28-Js 39,8 zou zich afspelen tijdens de regeerperiode van koning Hizkia . Na Js 1,1 wordt Hizkia pas genoemd in Js 36,1 , maar dan zijn we reeds in het 14de jaar van koning Hizkia . Dat stemt overeen met Js 14,28 , wanneer de regeerperiode van koning Hizkia begint .
Naar de regeerperiodes van de koningen zou Jesaja 1-39 als volgt kunnen worden ingedeeld :
- Js 1-5 : Uzzia .
- Js 6 : Jotham .
- Js 7-14,27 : Achaz .
- Js 14,28-39,8 : Hizkia .
In Js 1,1 is de tijdsaanduiding ondergeschikt aan het opschrift . In Js 6,1 , Js 7,1 en Js 14,28 staat de tijdsaanduiding voorop .
In Js 1,1 worden de 4 koningen vermeld . Js 6,1 en Js 14,28 begint met : in het sterfjaar van koning enerzijds Uzzia , anderzijds Achaz . In de uitvoerige inleiding van Js 7,1 worden 3 koningen genoemd . Hiermee en tevens door de uitdrukking bîme(j) (in de dagen van) gelijkt de tijdsaanduiding in Js 7,1 sterk op die van Js 1,1 . Zo zijn deze tijdsaanduidingen binair opgebouwd : A - B - A' - B' .

- Js 1,2-3 . De domme kinderen van de HEER - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen -- Js 1,2 - Js 1,3 -

Js 1,2 - Js 1,2 . De domme kinderen van de HEER - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen -- Js 1,2 - Js 1,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2akoue ourane kai enôtizou gè oti kurios elalèsen uious egennèsa kai upsôsa autoi de me èthetèsan  2 audite caeli et auribus percipe terra quoniam Dominus locutus est filios enutrivi et exaltavi ipsi autem spreverunt me     2 Hoort, gij hemelen! en neem ter ore, gij aarde! want de HEERE spreekt: Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd; maar zij hebben tegen Mij overtreden.   [2] Hoor, hemelen! Luister, aarde, want de heer neemt het woord. ‘Ik heb zonen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn tegen Mij in opstand gekomen.   [2] Hoor toe, hemel, geef gehoor, aarde, de HEER heeft gesproken: Ik heb mijn kinderen opgevoed en grootgebracht, maar ze zijn tegen mij in opstand gekomen.   2 ¶ Hoort, hemelen, en neem ter ore, aarde, want de ENE heeft gesproken! ‘Zonen heb ik grootgebracht en verheven, en nu misdragen zij zich tegen mij;  2. Cieux écoutez, terre prête l'oreille, car Yahvé parle. J'ai élevé des enfants, je les ai fait grandir, mais ils se sont révoltés contre moi.  

King James Bible . [2] Hear, O heavens, and give ear, O earth: for the LORD hath spoken, I have nourished and brought up children, and they have rebelled against me.
Luther-Bibel . 2 Höret, ihr Himmel, und Erde, nimm zu Ohren, denn der HERR redet! Ich habe Kinder großgezogen und hochgebracht, und sie sind von mir abgefallen!

a. sjimë`û sjâmajim (luistert hemelen)
b. wëha´äzînî ´èrèts (hoort naar mij , aarde)
c. kî JHWH dibber (want JHWH spreekt)
d. bânîm giddalëthî (zonen doe ik opgroeien)
e. wërômamëthî (en voed ik op)
f. wëhem pâsj`û bî (en zij misdragen zich tegenover mij) .

Tekstuitleg van Js 1,2 . Het vers Js 1,2 telt 13 woorden en 52 (4 X 13 of 2 X 26) letters . Verhouding : 1 op 4 . De getalwaarde van Js 1,2 is 3218 (2 X 1609) . Na de 'titel' met gegevens over het wat , waar , wanneer, wie in Js 1,1 volgt een korte oproep in Js 1,2a . Het deelvers is parallel opgebouwd ; eerst het vervoegd werkwoord en dan de toegesprokenen . Twee tegenstellingen worden vaak gebruikt om een totaliteit uit te drukken ; zo is dat het geval in hemel en aarde , van hoog tot laag , van kop tot teen , dag en nacht enz. . Er is nog meer . sjâmajim (hemelen) is mannelijk , ´èrèts (aarde) is vrouwelijk . Mannelijk en vrouwelijk vormen de totaliteit . In Js 1,4 komen vooral mannelijke zelfst. naamw. voor , in Js 1,7 vooral vrouwelijke . Hier in Js 1,2 wordt iedereen (van hemel- tot aardebewoner) opgeroepen om getuige te zijn . De twee woorden van het eerste deeltje van het deelvers beginnen met de letters sj-m (sjem = naam ; getalwaarde 34 (2 X 17) .
- sjâmajim wë´èrèts (hemel en aarde) . Tenach (11) : (1) Gn 14,19 . (2) Gn 14,22 . (3) Ps 69,35 . (4) Ps 115,15 . (5) Ps 121,2 . (6) Ps 124,8 . (7) Ps 134,3 . (8) Ps 146,6 . (9) Jr 33,25 . (10) Jr 51,48 . (11) Jl 4,16 .

Js 1,2.1. Een vorm van sjâmâ` (horen, luisteren) in Jesaja in 69 verzen , in Js 1 in 4 verzen : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,19 .
- (1) sjimë`û (hoort, luistert) : act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. OF (2) sjâmë`û (zij horen) : act. qal perf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Jesaja : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (163) . Pentateuch (17) . Eerdere Profeten (24) . Latere Profeten (76) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (28) . Js (23) . Js 1-39 (7) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 6,9 . (4) Js 7,13 . (5) Js 28,14 . (6) Js 33,13 . (7) Js 36,13 . Js 40-66 (16) : (8) Js 42,18 . (9) Js 42,24 . (10) Js 46,3 . (11) Js 46,12 . (12) Js 48,1 . (13) Js 48,16 . (14) Js 49,1 . (15) Js 51,1 . (16) Js 51,7 . (17) Js 52,15 . (18) Js 55,2 . (19) Js 55,3 . (20) Js 64,3 . (21) Js 66,4 . (22) Js 66,5 . (23) Js 66,19 .

Js 1,2.2. sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenach : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : ouranos (hemel) . Taalgebruik in het N.T. : ouranos (hemel) . Lat. coelum . Fr. ciel . Ned. hemel . D. Himmel . E. heaven . Een vorm van ouranos (hemel) in de LXX (682) , in het N.T. (272) . Tenach (92) . Js (18) : (1) Js 1,2 . (2) Js 5,20 . (3) Js 13,13 . (4) Js 40,22 . (5) Js 44,23 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,8 . (8) Js 45,12 . (9) Js 47,13 . (10) Js 48,13 . (11) Js 49,13 . (12) Js 50,3 . (13) Js 51,6 . (14) Js 51,13 . (15) Js 51,16 . (16) Js 55,9 . (17) Js 63,19 . (18) Js 65,17 . Twee tegenstellingen worden vaak gebruikt om een totaliteit uit te drukken ; zo is dat het geval in hemel en aarde , van hoog tot laag , van kop tot teen , dag en nacht enz. . Hier wordt iedereen (van hemel- tot aardebewoner) opgeroepen om getuige te zijn .

Js 1,2.1. - 2. Vaak komt een imperat. mv. met sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) :
- Js 1,2 : sjimë`û sjâmajim (luistert , hemelen) .
- Js 44,23 : rânnû sjâmajim (juicht , hemelen) .
- Js 45,8 : harë`îphû sjâmajim (dauwt , hemelen) .
- Js 49,13 : rânnû sjâmajim (juicht , hemelen) .

Js 1,2.3. Een vorm van ´âzan (luisteren, het oor lenen) in Jesaja in 8 verzen : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 8,9 . (4) Js 28,23 . (5) Js 32,9 . (6) Js 42,23 . (7) Js 51,4 . (8) Js 64,3 .
- wëha´äzînî (en luister) < verbindingswoord wë + act. hifil imperat. 2de pers. vrouw. enk. (en luister, en leen je oor) van het werkw. ´âzan (luisteren, het oor lenen) . Taalgebruik in Tenach : ´âzan (luisteren, het oor lenen) . Getalwaarde : aleph = 1 , zain = 7 , nun = 14 of 50 ; totaal : 22 (2 X 11) OF 68 (2² X 17) . Structuur : 1 - 7 - 5 . Gr. enôtizomai , zie sjâm`â (horen, luisteren) . Een vorm van enôtizomai in de LXX (36) , in het N.T. (1) . Tenach (1) Js 1,2 . De azan (ook weergegeven als azaan, adzan, athan, athaan of adhan) is de oproep tot het gebed door de muezzin . Vijf keer per dag worden moslims opgeroepen tot het gebed door middel van de azan . Muezzin is Turks ; het is afkomstig uit het arabisch muaddin (degene die oproept) .
Is de profeet aan het woord ? Roept hij op tot luisteren , want degene die aan het woord komt , is JHWH . Is JHWH pas in Js 1,2d aa n het woord ?

Het Sjema is het meest centrale gebed in het ochtend- en avondgebed van het jodendom. De tekst is afkomstig uit de Thora. Het complete Sjema-gebed bestaat uit drie onderdelen: Deut. 6:4-9, 11:13-21, en Num. 15:37-41. De kernzin van het Sjema in het Hebreeuws is Sjema Israel, Ado-nai Elo-hénoe, Ado-nai echád (luister Israël , JHWH is onze God , JHWH is één) . De chazan is de voorzanger en voorganger tijdens de synagogedienst. Hij reciteert de psalmen, spreekt afwisselend alleen of samen met de andere aanwezigen de gebeden uit en zingt de traditionele melodieën.

Js 1,2.4. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . Tenach (453) . Js (45) . Js 1-39 (27) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (5) . Js 1 (1) Js 1,2 .

Js 1,2.5. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 1 (6) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,12 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,20 . (5) Js 1,29 . (6) Js 1,30 .

Js 1,2.6. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenach (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Js 1 (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,9 . (4) Js 1,10 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 1,20 . (8) Js 1,24 . (9) Js 1,28 .

Js 1,2.5. - 6. kî JHWH (want JHWH) . Js (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 14,32 . (3) Js 21,17 . (4) Js 22,25 . (5) Js 24,3 . (6) Js 25,8 . (7) Js 33,22 . (8) Js 41,20 . (9) Js 60,20 .

Js 1,2.7. d-bh-r . (1) dâbhar (spreken) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. dâbhar (spreken) . (2) dibbèr (hij sprak) : piel perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (3) dâbhâr (woord, daad) . Zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) of 206 (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het N.T. (331) . Tenach (756) . Js (39) . Js 1-39 (29) . Js 40-55 (6) . Js 56-66 (4) . Js 1 (3) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 1,20 .

Js 1,2.5. - 7. kî (+ pî) JHWH dibber = want (de mond van) JHWH spreekt . Tenach (10) : (1) 1 K 14,11 . (2) Js 1,2 . (3) Js 1,20 (+) . (4) Js 22,25 . (5) Js 25,8 . (6) Js 40,5 (+) . (7) Js 58,14 (+) . (8) Jr 13,15 . (9) Jl 4,8 . (10) Ob 18 .

Js 1,2.8. ben (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenach : ben (zoon, kind) . Getalwaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . - mann. mv. bânîm (zonen) . (Tenach 135) . Pentateuch (41) . Js (8) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 13,18 . (4) Js 30,1 . (5) Js 30,9 . (6) Js 37,3 . (7) Js 51,18 . (8) Js 63,8 .

Js 1,2.9. gâdal (groot worden, opgroeien) . Taalgebruik in Tenach : gâdal (groot worden, opgroeien) . De getalwaarde van gdl is : gimmel = 3 , daleth = 4 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde : 19 of 37 . 37 is de ster met zeshoek 19 . De verhouding 3 - 4 - 3 vinden we in de derde letter , de gimmel : gimmel = 3 , mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde : 28 (2² X 7) of 73 . Wellicht is het van hieruit begrijpelijk dat in alfabetische Psalmen bij de derde letter gimmel het woord gdl wordt gebruikt . De getalwaarde van beide woorden is elkaars omgekeerde : 37 (gdl) - 73 (gml) . 73 is de ster met 37 als zeshoek .
- act. piël , 1ste pers. enk. giddalëthî (ik breng groot) . g-d-l-th-j . Tenach (4) : (1) Js 1,2 . (2) Js 23,4 . (3) Ps 71,21 . (4) 1 Kr 25,4 .

Js 1,2.10. rûm (zich verheffen, opstaan) . Taalgebruik in Tenach : rûm (zich verheffen, opstaan) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 246 (2 X 3 X 41) . Structuur : 2 - 6 - 4 .
- wërômamëthî (ik doe opstaan , ik voed op) < wë + act. piël 1ste pers. enk. . Tenach (1) : Js 1,2 .

Js 1,2.11. wëhem (en zij) < wë + persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Tenach (43) . Js (2) : (1) Js 1,2 . (2) Js 66,5 .

Js 1,2.12. pâsja` (een misdrijf plegen, zondigen) . Taalgebruik in Tenach : pâsja` (een misdrijf plegen, zondigen) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 44 (4 X 11) OF 450 (2 X 3² X 5²) . Structuur : 8 - 3 - 7 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. mv. pâsj`û (zij misdragen zich) . Tenach (10) : (1) 1 K 8,50 . (2) Js 1,2 . (3) Js 43,27 . (4) Jr 2,8 . (5) Jr 33,8 . (6) Ez 2,3 . (7) Ez 33,12 . (8) Hos 7,13 . (9) Hos 8,1 . (10) Mi 3,8 .
Een vorm van het werkw. pâsja` (een misdrijf plegen, zondigen) in Js (8) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,28 . (3) Js 43,27 . (4) Js 46,8 . (5) Js 48,8 . (6) Js 53,12 . (7) Js 59,13 . (8) Js 66,24 .

Js 1,2.13. bë (in, met) . Taalgebruik in Tenach : bë (in, met) .
- bî (in / tegen mij) < bë + persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . Tenach (10) : (1) Js 1,2 . (2) Js 12,1 . (3) Js 36,5 . (4) Js 43,22 . (5) Js 43,27 . (6) Js 45,23 . (7) Js 50,2 . (8) Js 57,13 . (9) Js 65,5 . (10) Js 66,24 .

Js 1,3 - Js 1,3 . De domme kinderen van de HEER - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen -- Js 1,2 - Js 1,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3egnô bous ton ktèsamenon kai onos tèn fatnèn tou kuriou autou israèl de me ouk egnô kai o laos me ou sunèken  3 cognovit bos possessorem suum et asinus praesepe domini sui Israhel non cognovit populus meus non intellexit     3 Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet.   [3] Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester; maar Israël weet van niets; mijn volk heeft geen begrip.’ [3] Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid.   3 een os kent zijn eigenaar, een ezel de kribbe van zijn meester,– maar Israël kent niemand, mijn gemeente begrijpt mij niet!’  3. Le bœuf connaît son possesseur, et l'âne la crèche de son maître, Israël ne connaît pas, mon peuple ne comprend pas.  

King James Bible . [3] The ox knoweth his owner, and the ass his master's crib: but Israel doth not know, my people doth not consider.
Luther-Bibel . 3 Ein Ochse kennt seinen Herrn und ein Esel die Krippe seines Herrn; aber Israel kennt's nicht, und mein Volk versteht's nicht.

a. jâda` sjôr qonehû (een rund kent zijn eigenaar)
b. wëchämôr ´ebhûs bë`âlâ(j)w (de ezel een kribbe van zijn meesters)
c jishërâ´el lo´ jâda` (Israël kent niet) .
d. `ammî lo´ hithëbônân (mijn volk begrijpt niet) .

Tekstuitleg van Js 1,3 . Het vers Js 1,3 telt 12 (2² X 3) woorden en 45 (3² X 5) letters . De getalwaarde van Js 1,3 is 2518 (2 X 1259) . Het vers Js 1,3 bestaat uit 4 deelverzen . De eerste twee deelverzen zijn genomen uit de huiselijke sfeer ; ze vertellen hoe lastdieren hun heer kennen . Het werkwoord jâda`(kennen, weten) staat vooraan de zin . De volgende twee versdelen vertellen over de verhouding tussen het volk Israël en JHWH . In tegenstelling tot de lastdieren kent en begrijpt het volk Israël JHWH niet . In de twee deelverzen staat het werkwoord achteraan ; het wordt telkens voorafgegaan door de ontkenning lo´(niet) . Israël en mijn volk zijn parallellen .

Js 1,3.1. jâda` / jâdâ` (kennen, weten) . Taalgebruik in Tenach : jâda` (kennen, weten) . Getalwaarde : jod = 10 , daleth = 4 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 84 (2² X 3 X 7) . Structuur : 1 - 4 - 7 . j-d-` . Tenach (108) . Pentateuch (21) . Js (7) : (1) Js 1,3 . (2) Js 7,16 . (3) Js 8,4 . (4) Js 29,12 . (5) Js 42,25 . (6) Js 52,6 . (7) Js 59,8 . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. jâda` / jâdâ` (hij kent) . (2) act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jeda` (hij zal kennen) .
- act. qal imperf. (jussief) 2de pers. mann. mv. thedâ`û (jullie weten) . Tenach (12) . Js (3) : (1) Js 6,9 . (2) Js 40,21 . (3) Js 43,10 .

Js 1,3.2. sjôr (rund, os) . Taalgebruik in Tenach : sjôr (rund, os) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 47 of 506 . Structuur : 3 - 6 - 2 . Tenach (43) . Pentateuch (27) . Js (2) : (1) Js 1,3 . (2) Js 7,25 .
- hasjsjôr (het rund, de os) . Tenach (12) . Pentateuch (9) . Js (2) : (1) Js 32,20 . (2) Js 66,3 .
- pârâh (koe) . par (stier) .
- sjôr wëchämôr (rund en ezel) . Tenach (1) : Gn 32,6 . sjôr ... wachämôr (rund en de ezel) . Tenach (2) : 1 S 12,3 . (2) Js 1,3 .
- sjôr wâshèh wachämôr (het rund en het kleinvee en de ezel) . Tenach (1) : Joz 6,21 . wëshèh wâsjôr wachämôr (en kleinvee en het rund en de ezel) . Tenach (1) Re 6,4 . wësjôr wachämôr wâshèh (en rund en de ezel en het kleinvee) . Tenach (1) : 1 S 22,19 .

Js 1,3.3. qonehû (verwervende hem) < act. qal part. nom. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. van het werkw. qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . Taalgebruik in Tenach : qânâh (verwerven, bezitten, kopen) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 155 (5 X 31) . Structuur : 1 - 5 - 5 . Tenach (2) : (1) Lv 25,50 . (2) Js 1,3 . qonehû (verwervende hem) is lijdend voorwerp bij het hoofdwerkw. jâda`(weten, kennen) ; het suffix bij dit deelwoord is lijdend voorwerp en verwijst naar het onderwerp van de hoofdzin . Iemand had een rund verworven . Hij is eigenaar geworden . Het rund is eigen aan zijn eigen-aar . Hij kent zijn eigen-aar . Het rund weet bij wie het hoort en niet hoort . Het kent zijn plaats .

Js 1,3.4. chämôr (ezel, ezelin) . Taalgebruik in Tenach : chämôr (ezel, ezelin) . Getalwaarde : chet = 8 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 47 OF 254 (2 X 127) . Structuur : 8 - 4 - 6 - 2 . Tenach (29) . Pentateuch (18) . Js (1) : Js 21,7 .
- hachämôr (de ezel, de ezelin) . Tenach (15) .
- wëchämôr / wachämôr = en (de) ezel) . Tenach (7) : (1) Gn 32,6 . (2) Joz 6,21 . (3) Re 6,4 . (4) 1 S 12,3 . (5) 1 S 22,19 . (6) 1 K 13,28 . (7) Js 1,3 .
- sjôr wëchämôr (rund en ezel) . Tenach (1) : Gn 32,6 . sjôr ... wachämôr (rund en de ezel) . Tenach (2) : 1 S 12,3 . (2) Js 1,3 .
- sjôr wâshèh wachämôr (het rund en het kleinvee en de ezel) . Tenach (1) : Joz 6,21 . wëshèh wâsjôr wachämôr (en kleinvee en het rund en de ezel) . Tenach (1) Re 6,4 . wësjôr wachämôr wâshèh (en rund en de ezel en het kleinvee) . Tenach (1) : 1 S 22,19 .

Js 1,3.5. - אֵבוּס = ´ebhûs (kribbe) . Taalgebruik in Tenakh : ´ebhûs (kribbe) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , samech = 15 of 60 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 63 (3² X 7) . Structuur : 1 - 2 - 6 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (2) : (1) Js 1,3 . (2) Spr 14,4 . Zie het werkw. אָבַס = ´âbas (voederen, vetten) . Modern Hebreeuws : אֵיבוּס = ´e(j)bhûs (kribbe) .
- LXX . acc. vr. enk. φατνην = fatnèn van het zelfst. naamw. φατνη = fatnè (krib, ruif) . Taalgebruik in het NT : fatnè (krib, ruif) . Taalgebruik in Lc : fatnè (krib, ruif) . Bijbel (1) : Js 1,3 . Een vorm van φατνη = fatnè (krib, ruif) in de LXX (8) , in het NT (4) , in Lc (4) : (1) Lc 2,7 . (2) Lc 2,12 . (3) Lc 2,16 . (4) Lc 13,15 .
- Lat. praesepium . Fr. crèche . E. a manger . D. Krippe . Arabisch : مَعْلَف = ma`laf (kribbe) . Taalgebruik in de Qoran : ma`laf (kribbe) . Zie het werkw. عَلَفَ = `alafa (voederen, als voer geven) .

Js 1,3.6. ba`al / bâ`al (Baäl, meester) . Taalgebruik in Tenach : ba`al / bâ`al (Baäl, meester) . Getalwaarde : beth = 2 , ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 102 (2 X 3 X 17) . Structuur : 2 - 7 - 3 . Tenach (58) . Pentateuch (19) . Js (2) : (1) Js 41,15 . (2) Js 50,8 .
- mann. mv. stat. construct. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bë`âlâ(j)w (zijn meesters) . Tenach (10) : (1) Ex 21,29 . (2) Ex 21,36 . (3) Ex 22,10 . (4) Ex 22,13 . (5) Ex 22,14 . (6) Js 1,3 . (7) Spr 1,19 . (8) Spr 16,22 . (9) Spr 17,8 . (10) Pr 8,8 .

Js 1,3.7. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Tenach (2044) . Js (73) . Js 1-39 (39) . Js 40-55 (29) . Js 56-66 (5) . Js 1 (3) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,24 .

Js 1,3.8. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

Js 1,3.9. jâda` / jâdâ` (kennen, weten) . Taalgebruik in Tenach : jâda` (kennen, weten) . Getalwaarde : jod = 10 , daleth = 4 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 84 (2² X 3 X 7) . Structuur : 1 - 4 - 7 . j-d-` . Tenach (108) . Pentateuch (21) . Js (7) : (1) Js 1,3 . (2) Js 7,16 . (3) Js 8,4 . (4) Js 29,12 . (5) Js 42,25 . (6) Js 52,6 . (7) Js 59,8 . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. jâda` / jâdâ` (hij kent) . (2) act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jeda` (hij zal kennen) .
- act. qal imperf. (jussief) 2de pers. mann. mv. thedâ`û (jullie weten) . Tenach (12) . Js (3) : (1) Js 6,9 . (2) Js 40,21 . (3) Js 43,10 .

Js 1,3.10. `ammî (mijn volk) < `am + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. `am (volk) OF `im (met) . Taalgebruik in Tenach : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Taalgebruik in Amos : `am (volk) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 of 110 (2 X 5 X 11) . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : laos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . Tenach (612) . Een vorm van laos (volk) in de LXX (2064) , in het N.T. (141) . Tenach (228) . Pentateuch (31) . Js (23) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (9) . Js 56 - 66 (3) . Js 1-39 (11) : (1) Js 1,3 . (2) Js 3,12 . (3) Js 3,15 . (4) Js 5,13 . (5) Js 10,2 . (6) Js 10,24 . (7) Js 19,25 . (8) Js 22,4 . (9) Js 26,20 . (10) Js 32,13 . (11) Js 32,18 . Js 40-55 (9) : (1) Js 40,1 . (2) Js 43,20 . (3) Js 47,6 . (4) Js 51,4 . (5) Js 51,16 . (6) Js 52,4 . (7) Js 52,5 . (8) Js 52,6 . (9) Js 53,8 . Js 56 - 66 (3) : (1) Js 57,14 . (2) Js 63,8 . (3) Js 66,22 .

Js 1,3.11. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

Js 1,3.12. bîn (begrijpen, bemerken) . Taalgebruik in Tenach : bîn (begrijpen, bemerken) . Getalwaarde : beth = 2 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 26 OF 62 (2 X 31) . Structuur : 2 - 1 - 5 . Gr. sunièmi (samenvatten, begrijpen, verstaan) . Taalgebruik in de LXX : sunièmi (samenvatten, begrijpen, verstaan) . Taalgebruik in het N.T. : sunièmi (samenvatten, begrijpen, verstaan) . Hebr. bîn (begrijpen, bemerken) . Taalgebruik in Tenach : bîn (begrijpen, bemerken) . Lat. intelligere . Fr. intelligence . Ned. begrip , verstand (verstaan) . D. Verständnis . E. understanding (understand) .
- hitpaël 3de pers. mann. enk. hithëbônân (hij begrijpt) . Tenach (1) : Js 1,3 .
- act. qal imperf. (jussief) 2de pers. mann. mv. thâbhînû (je begrijpt) . Tenach (2) : (1) Js 6,9 . (2) Job 10,2 .

- Js 1,4-9 . De straf van Juda  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,4 - Js 1,5 - Js 1,6 - Js 1,7 - Js 1,8 - Js 1,9 -

Js 1,4 - Js 1,4 . De straf van Juda  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,4 - Js 1,5 - Js 1,6 - Js 1,7 - Js 1,8 - Js 1,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4ouai ethnos amartôlon laos plèrès amartiôn sperma ponèron uioi anomoi egkatelipate ton kurion kai parôrgisate ton agion tou israèl  4 vae genti peccatrici populo gravi iniquitate semini nequam filiis sceleratis dereliquerunt Dominum blasphemaverunt Sanctum Israhel abalienati sunt retrorsum     4 Wee het zondige volk, het volk van zware ongerechtigheid, het zaad der boosdoeners, de verdervende kinderen! Zij hebben den HEERE verlaten, zij hebben den Heilige Israëls gelasterd, zij hebben zich vervreemd, wijkende achterwaarts.  [4] Wee* die zondige natie, dat volk, beladen met schuld, dat geslacht van boosdoeners, die verdorven zonen! Zij hebben de heer verlaten, de Heilige van Israël* veracht, zij hebben Hem de rug toegekeerd.   [4] Wee dit ontrouwe volk, vol ongerechtigheid, volk van zondaars, verdorven geslacht. Zij hebben de HEER verlaten, de Heilige van Israël versmaad, hem de rug toegekeerd.   4 Wee!, zondig volk, gemeenschap zwaar van onheil, zaad van kwaadstichters, verderfbrengende zonen!– verlaten hebben ze de ENE, veracht de Heilige van Israël, zich achterwaarts afgewend!  4. Malheur! nation pécheresse! peuple coupable! race de malfaiteurs, fils pervertis! Ils ont abandonné Yahvé, ils ont méprisé le Saint d'Israël, ils se sont détournés de lui.  

King James Bible . [4] Ah sinful nation, a people laden with iniquity, a seed of evildoers, children that are corrupters: they have forsaken the LORD, they have provoked the Holy One of Israel unto anger, they are gone away backward.
Luther-Bibel . 4 Wehe dem sündigen Volk, dem Volk mit Schuld beladen, dem boshaften Geschlecht, den verderbten Kindern, die den HERRN verlassen, den Heiligen Israels lästern, die abgefallen sind!

a. hôj gôj chote´ (wee een zondigend volk)
b. `am kèbhèd `âwôn (een volk zwaar van misdaad)
c. zèra` mëre`îm (een geslacht / generatie boosdoeners)
d. bânîm masjëchîthîm (zonen van moordenaars)
e. `âzëbhû (zij verlaten)
f. ni´ätsû (zij versmaden)
g. nâzërû (zij wenden zich af)

Tekstuitleg van Js 1,4 . Het vers Js 1,4 telt 19 woorden en 69 (3 X 23) letters . De getalwaarde van Js 1,4 is 4356 (2² X 3² X 11) . We kunnen dit vers in 7 onderdelen verdelen , met een opdeling in 4 en 3 . In dit vers zijn er wat letter- en woordspelingen ; h - g - ch ; hôj (wee) en gôj (volk) ; beginletter ajin bij `am (volk) en `âwôn (zonde) ; r` in zèra (nageslacht) en mëre`îm (boosdoeners) ; de letters zajin en ajin in zèra` (nageslacht) en `âzëbhû (verlaten) ; nun bij het begin van het woord en û op het einde ervan in ni´ätsû (zij versmaden) en nâzërû (zij wenden zich af) . Dit vers Js 1,4 wordt gekenmerkt doo mannelijke woorden en mannelijke uitgansvormen .

Js 1,4.1. hôj (wee) . Taalgebruik in Tenach : hoj (wee) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Gr. ouai . Lat. vae . Fr. malheur . E. woe . D. weh . Js (22) : (1) Js 1,4 . (2) Js 1,24 . (3) Js 5,8 . (4) Js 5,11 . (5) Js 5,18 . (6) Js 5,20 . (7) Js 5,21 . (8) Js 5,22 . (9) Js 10,1 . (10) Js 10,5 . (11) Js 16,4 . (12) Js 17,12 . (13) Js 18,1 . (14) Js 28,1 . (15) Js 29,1 . (16) Js 29,15 . (17) Js 30,1 . (18) Js 31,1 . (19) Js 33,1 . (20) Js 45,9 . (21) Js 45,10 . (22) Js 55,1 . De eerste drie woorden beginnen met een uitblazing : hoj , goj , cho . Het klinkt als het Nederlandse hoo van verschrikking .

Js 1,4.2. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenach (53) . Pentateuch (8) . Js (11) : (1) Js 1,4 . (2) Js 2,4 . (3) Js 14,32 . (4) Js 18,2 . (5) Js 18,7 . (6) Js 26,2 . (7) Js 49,7 . (8) Js 50,6 . (9) Js 55,5 . (10) Js 65,1 . (11) Js 66,8 .

Js 1,4.3. chote´ (zondigend) act. qal part. nom. mann. enk. van het werkw. châtâ´ (zondigen, missen) . Taalgebruik in Tenach : châtâ´ (zondigen, missen) . Getalwaarde : chet = 8 , tet = 9 , aleph = 1 ; totaal : 18 (2 X 3²) . Structuur : 8 - 9 - 1 . ch-t-´ . o.a. Js 1,4 . Een vorm van châtâ´(zondigen) in Js (4) : (1) Js 1,4 . (2) Js 42,24 . (3) Js 43,27 . (4) Js 64,4 .

Js 1,4.4. `am (volk) OF `im (met) . Taalgebruik in Tenach : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Taalgebruik in Amos : `am (volk) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 of 110 (2 X 5 X 11) . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : laos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . Tenach (612) . Een vorm van laos (volk) in de LXX (2064) , in het N.T. (141) . `- m . Tenach (612) . Pentateuch (100) . Js (34) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (7) . Js 56-66 (3) . Js 1 (2) : (1) Js 1,4 . (2) Js 1,10 .

Js 1,4.5. kabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Tenach : kabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Jesaja : kabhôd (heerlijkheid) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , waw = 6 , daleth = 4 . Totaal : 23 of 32 (2² X 2³) . kabhod = 17 . Structuur : 2 - 2 - 6 - 4 . In het Hebreeuws betekent het zwaarte (b.v. van zijn mantel) . In het Grieks getransponeerd naar iets lichts , heerlijks : doxa . Lat. gloria . Fr. gloire . E. glory . Ned. heerlijkheid . D. Herrlichkeit . Tenach (82) . Pentateuch (10) . Js (14) : (1) Js 4,5 . (2) Js 11,10 . (3) Js 16,14 . (4) Js 17,4 . (5) Js 21,16 . (6) Js 22,23 . (7) Js 22,24 . (8) Js 24,23 . (9) Js 35,2 . (10) Js 40,5 . (11) Js 42,12 . (12) Js 58,8 . (13) Js 60,13 . (14) Js 66,12 . In zeven verzen (Tenach) in combinatie met JHWH . In twee verzen in Js : (1) Js 40,5 . (2) Js 58,8 .
- k-bh-d . Tenach (40) . Js (4) : (1) Js 1,4 . (2) Js 21,15 . (3) Js 32,2 . (4) Js 36,2 .
-- k-bh-d-w . Tenach (6) . Js (2) : (1) Js 10,16 . (2) Js 24,15 .
-- w-k-bh-d . Tenach (2) : (1) Js 24,20 . (2) Js 30,27 .
- khebhôdô (zijn heerlijkheid)  . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , waw = 6 , daleth = 4 , waw = 6 . Totaal : 29 of 38 . Tenach (13) . Js (4) : (1) Js 3,8 . (2) Js 6,3 . (3) Js 8,7 . (4) Js 59,19 .
- ûkhëbhôd (en de heerlijkheid) < verbindingswoord waw en het zelfstandig naamwoord khabhôd (heerlijkheid) . Tenach (26) . Js (2) : (1) Js 10,18 . (2) Js 60,1 . Getalwaarde ûkhëbhôdô (en zijn heerlijkheid) : + tweemaal waw = 2 X 6 . Totaal : 35 of 44 . Tenach (2) : (1) Js 5,13 . (2) Js 60,2 .

Js 1,4.6. `âwôn (verkeerdheid, zonde, misdaad, onrecht) . Taalgebruik in Tenach : `âwon (verkeerdheid, zonde, misdaad, onrecht) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 126 (2 X 3² X 7) . Tenach (65) . Pentateuch (14) . Js (6) : (1) Js 1,4 . (2) Js 26,21 . (3) Js 27,9 . (4) Js 33,24 . (5) Js 53,6 . (6) Js 64,8 .

Js 1,4.7. zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) . Taalgebruik in Tenach : zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) . Getalwaarde : zajin = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 43 OF 277 (priemgetal) . Structuur : 7 - 2 - 7 . Tenach (70) . Pentateuch (28) . Jesaja (14) : (1) Js 1,4 . (2) Js 6,13 . (3) Js 14,20 . (4) Js 23,3 . (5) Js 41,8 . (6) Js 45,25 . (7) Js 53,10 . (8) Js 55,10 . (9) Js 57,3 . (10) Js 57,4 . (11) Js 59,21 . (12) Js 61,9 . (13) Js 65,9 . (14) Js 65,23 .
Met dezelfde medeklinkers in een andere volgorde : `âzar (helpen, bijstaan) . Taalgebruik in Tenach : `âzar (helpen, bijstaan) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , resj = 20 of 200 . Totaal : 43 (priemgetal) of 277 (priemgetal) . Structuur : 7 - 7 - 2 .
In zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) zit het woord ra` (slecht, kwaad, boos, misdadig) . Taalgebruik in Tenach : ra` (slecht, kwaad, boos, misdadig) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 270 (2 X 3³ X 5) . Structuur : 2 - 7 . ra` is het tegenoversgestelde van goed . Goed - slecht ; goed - kwaad . Kwaad in de betekenis van boos worden om iets dat gedaan werd . We zouden kunnen spreken van goed-doener en slecht-doener , maar we gebruiken evenwel wel-doener . We spreken niet van slecht-doener of kwaad- doener , maar wel van een mis-dadiger (mis -doen) of een boos-doener . Zie ook : râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Taalgebruik in Tenach : râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 340 (2² X 5 X 17) . Structuur : 2 - 7 - 7 .

Js 1,4.8. râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Taalgebruik in Tenach : râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 340 (2² X 5 X 17) . Structuur : 2 - 7 - 7 .
- act. hifil part. mann. mv. mëre`îm (boosdoeners) . Tenach (15) . Js (3) : (1) Js 1,4 . (2) Js 14,20 . (3) Js 31,2 .

Js 1,4.7. - 8. zèra` mëre`îm = geslacht van misdadigers . Tenach (2) : (1) Js 1,4 . (2) Js 14,20 . woordspeling in : r` in zèra (nageslacht) en mëre`îm (boosdoeners) .
Zie Js 1,11 : mann. mv. mërî´îm (gemest vee) van het zelfst. naamw. mërî´ (gemest vee) . Taalgebruik in Tenach : mërî´ (gemest vee) . Getalwaarde : mem = 14 of 50 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , aleph = 1 ; totaal : 45 (3² X 5) OF 261 . Structuur : 5 - 2 - 1 - 1 . Tenach (1) : Js 1,11 .
- mëre`îm (boosdoeners) van Js 1,4 en mërî´îm (gemest vee) Js 1,11 lijken sterk op elkaar . Leg je een link van Js 1,4 met Js 1,11 , dan zijn boosdoeners geweldenaars , slachters , offeraars , ontnemers van leven en toekomst .

Js 1,4.9. ben (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenach : ben (zoon, kind) . Getalwaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . - mann. mv. bânîm (zonen) . (Tenach 135) . Pentateuch (41) . Js (8) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 13,18 . (4) Js 30,1 . (5) Js 30,9 . (6) Js 37,3 . (7) Js 51,18 . (8) Js 63,8 .

Js 1,4.10. sjâchat (slachten, offeren, vermoorden) . Taalgebruik in Tenach : sjâchat (slachten, offeren,vermoorden) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , chet = 8 , tet = 9 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 317 . Structuur : 3 - 8 - 9 .
- act. hifil part. mann. mv. masjëchîthîm (moordenaars) . Tenach (4) : (1) Re 20,42 . (2) Js 1,4 . (3) Jr 6,28 . (4) 2 Kr 27,2 .

Js 1,4.11. `âzabh (verlaten, achterlaten) . Taalgebruik in Tenach : `âzabh (verlaten, achterlaten) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , beth = 2 ; totaal : 25 (5²) of 79 . Structuur : 7 - 7 - 2 . Gr. leipô . kataleipô . egkataleipô (in iets achterlaten) . Lat. linquere , lictum (l-a-t-en, achterlaten) . relinquere , derelinquere . Eng. forsake . Ned. verzaken (v-r-z-k) , verlaten , in de steek laten . Fr. laisser (Lat. laxare) . délaisser . abandonner (a - ban-donner : geen toestemming geven) . - act. qal perf. 3de pers. mann. mv. `âzëbhû (zij verlaten) . Tenach (21) . Pentateuch (2) . Js (2) : (1) Js 1,4 . (2) Js 17,9 .

Js 1,4.12. ´eth (accusatief) . Taalgebruik in Tenach : ´eth (accusatief) . Taalgebruik in Jesaja : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 ; thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 . Structuur : 1 - 4 . Pentateuch (5699) . Js (136) . Js 1-39 (90) . Js 40-55 (26) . Js 56-66 (20) . Js 1 (1) : Js 1,4 .

Js 1,4.13. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenach (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Js 1 (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,9 . (4) Js 1,10 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 1,20 . (8) Js 1,24 . (9) Js 1,28 .

Js 1,4.12. - 13. - ´èth JHWH . Tenach (216) . Js (7) : (1) Js 1,4 . (2) Js 7,12 . (3) Js 8,13 . (4) Js 11,9 . (5) Js 19,21 . (6) Js 62,6 . (7) Js 62,9 .

Js 1,4.11. - 13. `âzëbhû ´èth JHWH (zij verlaten JHWH) . Tenach (4) : (1) 1 K 9,9 . (2) 2 Kr 7,22 . (3) 2 Kr 24,24 . (4) Js 1,4 .

Js 1,4.14. nâ´ats (honen, verwerpen, versmaden) . Taalgebruik in Tenach : nâ´ats (honen, verwerpen, versmaden) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , aleph = 1 ; tsade = 18 of 90 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 141 (3 X 47) . Structuur : 5 - 1 - 9 .
- n-´- ts-u . Tenach (7) . act. piël 3de pers. mann. mv. ni´ätsû (zij versmaden) . Tenach (4) : (1) Nu 16,30 . (2) 1 S 2,17 . (3) Js 1,4 . (4) Ps 74,18 .

Js 1,4.15. ´eth (accusatief) . Taalgebruik in Tenach : ´eth (accusatief) . Taalgebruik in Jesaja : ´eth (accusatief) . Getalwaarde : aleph = 1 ; thaw = 22 of 400 ; totaal : 23 OF 401 . Structuur : 1 - 4 . Pentateuch (5699) . Js (136) . Js 1-39 (90) . Js 40-55 (26) . Js 56-66 (20) . Js 1 (1) : Js 1,4 .

Js 1,4.16. qâdôsj (heilig) . Taalgebruik in Tenach : qâdôsj (heilig) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , daleth = 4 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 50 OF 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 1 - 4 - 6 - 3 . Tenach (53) . Pentateuch (13) . Js (23) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (8) . Js 56-66 (1) . Js 1-39 (14) : (1) Js 1,4 . (2) Js 4,3 . (3) Js 5,19 . (4) Js 5,24 . (5) Js 6,3 . (6) Js 10,20 . (7) Js 12,6 . (8) Js 17,7 . (9) Js 29,23 . (10) Js 30,11 . (11) Js 30,12 . (12) Js 30,15 . (13) Js 31,1 . (14) Js 37,23 .

Js 1,4.17. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Tenach (2044) . Js (73) . Js 1 (3) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,24 .
-- ´èth qëdôsj jishërâ´el (de Heilige van Israël) . Tenach (2) : (1) Js 1,4 . (2) Js 30,11 .

Js 1,4.15. - 17. ´èth qëdôsj jishërâ´el (de Heilige van Israël) . Tenach (2) : (1) Js 1,4 . (2) Js 30,11 .

Js 1,4.18. zôr (verwijderen, zich vervreemden van, afvallig worden) . Taalgebruik in Tenach : zôr (verwijderen, zich vervreemden van, afvallig worden) . Getalwaarde : zajin = 7 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 213 (3 X 71) .
- n-z-r-w . Tenach (13) . pass. nifal 3de pers. mann. mv. nâzorû (zij wenden zich af) . Tenach (2) : (1) Js 1,4 . (2) Ez 14,5 .

Js 1,5 - Js 1,5 . De straf van Juda  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,4 - Js 1,5 - Js 1,6 - Js 1,7 - Js 1,8 - Js 1,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5ti eti plègète prostithentes anomian pasa kefalè eis ponon kai pasa kardia eis lupèn 5 super quo percutiam vos ultra addentes praevaricationem omne caput languidum et omne cor maerens     5 Waartoe zoudt gij meer geslagen worden? Gij zoudt des afvals des te meer maken; het ganse hoofd is krank, en het ganse hart is mat.  [5] Waarom wilt u nog meer worden geslagen, en gaat u door met uw verzet? Uw hoofd is helemaal ziek, uw hart helemaal uitgeput.   [5] Ben je niet genoeg geslagen, verzet je je nog altijd? Heel je hoofd doet pijn, heel je hart is ziek.   5 Waartoe wilt ge nog meer geslagen worden, nog meer rebelleren?– heel het hoofd is ziek, heel het hart verbloedt. 5. Où frapper encore, si vous persévérez dans la trahison ? Toute la tête est mal-en-point, tout le cœur est malade, 

King James Bible . [5] Why should ye be stricken any more? ye will revolt more and more: the whole head is sick, and the whole heart faint.
Luther-Bibel . 5 Wohin soll man euch noch schlagen, die ihr doch weiter im Abfall verharrt? Das ganze Haupt ist krank, das ganze Herz ist matt.

Tekstuitleg van Js 1,5 .

Js 1,6 - Js 1,6 . De straf van Juda  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,4 - Js 1,5 - Js 1,6 - Js 1,7 - Js 1,8 - Js 1,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6apo podôn eôs kefalès oute trauma oute môlôps oute plègè flegmainousa ouk estin malagma epitheinai oute elaion oute katadesmous  6 a planta pedis usque ad verticem non est in eo sanitas vulnus et livor et plaga tumens non est circumligata nec curata medicamine neque fota oleo     6 Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden, en striemen, en etterbuilen, die niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht.  [6] Van uw voetzool tot de schedel is er geen plek meer gaaf; het is niets dan builen, striemen en open wonden, die niet gedicht en niet verbonden zijn, noch met olie verzacht.   [6] Van voetzool tot kruin, niets is ongeschonden: een en al wonden en builen en striemen, niet verbonden, niet verzorgd, niet met olie verzacht.   6 Van voetzool tot hoofd is niets gaaf, een en al wond, striem en verse kwetsuur; niet uitgedrukt en niet verbonden zijn ze, niet met olie verzacht.  6. de la plante des pieds à la tête, il ne reste rien de sain. Ce n'est que blessures, contusions, plaies ouvertes, qui ne sont pas pansées ni bandées, ni soignées avec de l'huile. 

King James Bible . [6] From the sole of the foot even unto the head there is no soundness in it; but wounds, and bruises, and putrifying sores: they have not been closed, neither bound up, neither mollified with ointment.
Luther-Bibel . 6 Von der Fußsohle bis zum Haupt ist nichts Gesundes an euch, sondern Beulen und Striemen und frische Wunden, die nicht gereinigt noch verbunden noch mit Öl gelindert sind.

Tekstuitleg van Js 1,6 .

Js 1,6.5. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenach : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Tenach (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 1 (2) : (1) Js 1,6 . (2) Js 1,30 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenach (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 1 (1) : Js 1,31 .

Js 1,6.12. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

Js 1,6.14. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

Js 1,6.16. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

Js 1,7 - Js 1,7 . De straf van Juda  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,4 - Js 1,5 - Js 1,6 - Js 1,7 - Js 1,8 - Js 1,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7è gè umôn erèmos ai poleis umôn purikaustoi tèn chôran umôn enôpion umôn allotrioi katesthiousin autèn kai èrèmôtai katestrammenè upo laôn allotriôn  7 terra vestra deserta civitates vestrae succensae igni regionem vestram coram vobis alieni devorant et desolabitur sicut in vastitate hostili     7 Uw aardrijk is een verwoesting, uw steden zijn met het vuur verbrand; uw land verteren de vreemden in uw tegenwoordigheid, en een verwoesting is er, als een omkering door de vreemden.  [7] Uw land is een woestenij, uw steden zijn platgebrand, uw akkers worden voor uw ogen door vreemden verslonden. Het is één woestenij, net als bij de vernietiging van Sodom.   [7] Je land is verwoest, je steden zijn verbrand. Vreemden stropen onder je ogen de akkers af, vreemdelingen maken alles tot een woestenij.   7 Uw land is een woestenij, uw steden zijn verbrand in vuur,– uw bloedrode grond: in uw tegenwoordigheid eten vreemden haar kaal, een woestenij, als omgekeerd door vreemden.  7. Votre pays est une désolation, vos villes sont la proie du feu, votre sol, sous vos yeux des étrangers le ravagent, c'est la désolation comme une dévastation d'étrangers. 

King James Bible . [7] Your country is desolate, your cities are burned with fire: your land, strangers devour it in your presence, and it is desolate, as overthrown by strangers.
Luther-Bibel . 7 Euer Land ist verwüstet, eure Städte sind mit Feuer verbrannt; Fremde verzehren eure Äcker vor euren Augen; alles ist verwüstet wie beim Untergang Sodoms.

Tekstuitleg van Js 1,7 .

1. ´arëtsëkhèm (jullie land) : a-r-ts + pers. voornaamw. 2de pers. mv. , van het zelfst. naamw. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . Tenach (11) : (1) Lv 19,9 . (2) Lv 23,22 . (3) Lv 25,9 . (4) Lv 26,19 . (5) Lv 26,20 . (6) Lv 26,33 . (7) Nu 22,13 . (8) Dt 11,14 . (9) 1 S 6,5 . (10) Js 1,7 . (11) Jr 44,22 .

2. sjëmâmâh (ontzetting , verwoesting, woestenij) . Taalgebruik in Tenach : sjëmâmâh (ontzetting , verwoesting, woestenij) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 385 (5 X 7 X 11) . Structuur : 3 - 4 - 4 - 5 . Tenach (41) . Pentateuch (2) . Js (5) : (1) Js 1,7 . (2) Js 6,11 . (3) Js 17,9 . (4) Js 62,4 . (5) Js 64,9 .

Js 1,8 - Js 1,8 . De straf van Juda  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,4 - Js 1,5 - Js 1,6 - Js 1,7 - Js 1,8 - Js 1,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8egkataleifthèsetai è thugatèr siôn ôs skènè en ampelôni kai ôs opôrofulakion en sikuèratô ôs polis poliorkoumenè  8 et derelinquetur filia Sion ut umbraculum in vinea et sicut tugurium in cucumerario sicut civitas quae vastatur     8 En de dochter van Sion is overgebleven als een hutje in den wijngaard, als een nachthutje in den komkommerhof, als een belegerde stad.   [8] Sion bleef alleen over, als een hut* in een wijngaard, als een slaaphok op een komkommerveld, als een belegerde stad.   [8] Wat rest er nog van Sion? Het is als een hut in een wijngaard, een schuilkeet in een komkommerveld, een stad in het nauw.   8 Overgebleven is de dochter van Sion als een loofhut in een wijngaard,– als een nachthok op een komkommerveld, als een belegerde stad.  8. Elle est restée, la fille de Sion, comme une hutte dans une vigne, comme un abri dans un champ de concombres, comme une ville assiégée. 

King James Bible . [8] And the daughter of Zion is left as a cottage in a vineyard, as a lodge in a garden of cucumbers, as a besieged city.
Luther-Bibel . 8 Übrig geblieben ist allein die Tochter Zion wie ein Häuslein im Weinberg, wie eine Nachthütte im Gurkenfeld, wie eine belagerte Stadt.

Tekstuitleg van Js 1,8 .

3. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenach : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Structuur : 9 - 1 - 6 - 5 . Gr. siôn (Sion) . Bijbel (187) . Js (53) . Tenach (108) . Js (36) . Js 1-39 (23) : (1) Js 1,8 . (2) Js 1,27 . (3) Js 3,16 . (4) Js 3,17 . (5) Js 4,4 . (6) Js 4,5 . (7) Js 8,18 . (8) Js 10,12 . (9) Js 10,24 . (10) Js 10,32 . (11) Js 12,6 . (12) Js 14,32 . (13) Js 16,1 . (14) Js 18,7 . (15) Js 24,23 . (16) Js 29,8 . (17) Js 31,4 . (18) Js 33,5 . (19) Js 33,20 . (20) Js 34,8 . (21) Js 35,10 . (22) Js 37,22 . (23) Js 37,32 . Js 40-55 (7) : (1) Js 40,9 . (2) Js 49,14 . (3) Js 51,3 . (4) Js 51,11 . (5) Js 52,1 . (6) Js 52,2 . (7) Js 52,8 . Js 55-66 (5) : (1) Js 60,14 . (2) Js 61,3 . (3) Js 62,1 . (4) Js 62,11 . (5) Js 64,9 . (6) Js 66,8 .
- bath tsijjôn (dochter Sion) . Tenach (19 + 4 = 23X) . Js (4) : (1) Js 1,8 . (2) Js 37,22 . (3) Js 52,2 . (4) Js 62,11 . Zie ook be(j)th tsijjôn (huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .
-- ´èl har bath tsijjôn (naar de berg van de dochter van Sion) . Tenach (1) Js 16,1 .
-- har be(j)th tsijjôn (de berg van het huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .
- bëtsijjôn (in Sion) < bë + + tsijjôn (Sion) . Tenach (28) . Js (8) : (1) Js 4,3 . (2) Js 25,5 . (3) Js 28,16 . (4) Js 30,19 . (5) Js 31,9 . (6) Js 32,2 (bëtsèjôn) . (7) Js 33,14 . (8) Js 46,13 .
- lëtsijjôn (naar Sion) < lë + + tsijjôn (Sion) . Tenach (5) : (1) Js 41,27 . (2) Js 51,16 . (3) Js 52,7 . (4) Js 59,20 . (5) Zach 8,2 .
- mitstsijjôn (uit Sion) < min (uit) + tsijjôn (Sion) . Tenach (12) : (1) Js 2,3 . (2) Jr 9,18 . (3) Jl 4,16 . (4) Am 1,2 . (5) Mi 4,2 . (6) Ps 14,7 . (7) Ps 50,2 . (8) Ps 53,7 . (9) Ps 110,2 . (10) Ps 128,5 . (11) Ps 134,3 . (12) Ps 135,21 .

2. - 3. bath tsijjôn (dochter van Sion) . Tenach (19 + 4 = 23X) . Js (4) : (1) Js 1,8 . (2) Js 37,22 . (3) Js 52,2 . (4) Js 62,11 . Zie ook be(j)th tsijjôn (huis van Sion) , slechts in Js 10,32 . ´èl har bath tsijjôn (naar de berg van de dochter van Sion) . Tenach (1) Js 16,1 . har be(j)th tsijjôn (de berg van het huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .

Js 1,9 - Js 1,9 . De straf van Juda  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,4 - Js 1,5 - Js 1,6 - Js 1,7 - Js 1,8 - Js 1,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai ei mè kurios sabaôth egkatelipen èmin sperma ôs sodoma an egenèthèmen kai ôs gomorra an ômoiôthèmen  9 nisi Dominus exercituum reliquisset nobis semen quasi Sodoma fuissemus et quasi Gomorra similes essemus     9 Zo niet de HEERE der heirscharen ons nog een weinig overblijfsel had gelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk zijn geworden.   [9] Als de heer van de machten geen rest* voor ons had overgelaten, dan waren wij als Sodom geworden, aan Gomorra gelijk.   [9] Had de HEER van de hemelse machten ons niet een laatste rest gelaten, het zou ons zijn vergaan als Sodom en Gomorra.   9 Had niet de ENE, de Omschaarde, aan ons enkele ontkomenen overgelaten,– als Sodom waren we geworden, op Gomorra hadden we geleken! ••   9. Si Yahvé Sabaot ne nous avait laissé quelques rares survivants, nous serions comme Sodome, nous ressemblerions à Gomorrhe.  

King James Bible . [9] Except the LORD of hosts had left unto us a very small remnant, we should have been as Sodom, and we should have been like unto Gomorrah.
Luther-Bibel . 9 Hätte uns der HERR Zebaoth nicht einen geringen Rest übrig gelassen, so wären wir wie Sodom und gleich wie Gomorra.

Tekstuitleg van Js 1,9 . Het vers Js 1,9 telt 11 woorden en 48 (2² X 2² X 3) . De getalwaarde van Js 1,9 is 2621 (priemgetal) .

2. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenach (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Js 1 (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,9 . (4) Js 1,10 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 1,20 . (8) Js 1,24 . (9) Js 1,28 .

2. - 3. JHWH tsëbhâ´ôth (JHWH Sabaoth = Heer van de heerscharen) . Tenach (245) . Js 1 (2) : (1) Js 1,9 . (2) Js 1,24 .

- Js 1,10-20 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -

Js 1,10 - Js 1,10 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10akousate logon kuriou archontes sodomôn prosechete nomon theou laos gomorras  10 audite verbum Domini principes Sodomorum percipite auribus legem Dei nostri populus Gomorrae     10 Hoort des HEEREN woord, gij oversten van Sodom! neemt ter ore de wet onzes Gods, gij volk van Gomorra!   [10] Hoor* het woord van de heer, leiders van Sodom. Luister naar het onderricht van onze God, volk van Gomorra.   [10] Hoor de woorden van de HEER, leiders van Sodom, geef gehoor aan het onderricht van onze God, volk van Gomorra.   10 ¶ Hoort het woord van de ENE, bestuurders van Sodom,– neemt ter ore de Wet van onze God, gemeenschap van Gomorra!   10. Écoutez la parole de Yahvé, chefs de Sodome, prêtez l'oreille à l'enseignement de notre Dieu, peuple de Gomorrhe! 

King James Bible . [10] Hear the word of the LORD, ye rulers of Sodom; give ear unto the law of our God, ye people of Gomorrah.
Luther-Bibel . 10 Höret des HERRN Wort, ihr Herren von Sodom! Nimm zu Ohren die Weisung unsres Gottes, du Volk von Gomorra!

Tekstuitleg van Js 1,10 . Het vers Js 1,10 telt 10 (2 X 5) woorden en 41 letters . Getalwaarde van Js 1,10 is 2624 (2³ X 2³ X 41) . Een nieuwe oproep .

1. Een vorm van sjâmâ` (horen, luisteren) in Jesaja in 69 verzen , in Js 1 in 4 verzen : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,19 .
- sjimë`û (hoort, luistert) : act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. OF sjâmë`û : act. qal perf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Jesaja : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (163) . Js (23) . Js 1-39 (7) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 6,9 . (4) Js 7,13 . (5) Js 28,14 . (6) Js 33,13 . (7) Js 36,13 . Js 40-66 (16) : (8) Js 42,18 . (9) Js 42,24 . (10) Js 46,3 . (11) Js 46,12 . (12) Js 48,1 . (13) Js 48,16 . (14) Js 49,1 . (15) Js 51,1 . (16) Js 51,7 . (17) Js 52,15 . (18) Js 55,2 . (19) Js 55,3 . (20) Js 64,3 . (21) Js 66,4 . (22) Js 66,5 . (23) Js 66,19 .

2. d-bh-r . (1) dâbhar (spreken) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. dâbhar (spreken) . (2) dibbèr (hij sprak) : piel perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (3) dâbhâr (woord, daad) . Zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) of 206 (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het N.T. (331) . Tenach (756) . Js (39) . Js 1-39 (29) . Js 40-55 (6) . Js 56-66 (4) . Js 1 (3) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 1,20 .

3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenach (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Js 1 (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,9 . (4) Js 1,10 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 1,20 . (8) Js 1,24 . (9) Js 1,28 .

1. - 3. sjimë`û debhar JHWH (hoort het woord van JHWH) . Tenach (12) : (1) 2 Kr 18,18 . (2) Js 1,10 . (3) Js 28,14 . (4) Jr 2,4 . (5) Jr 7,2 . (6) Jr 17,20 . (7) Jr 19,3 . (8) Jr 29,20 . (9) Jr 31,10 . (10) Jr 42,15 . (11) Jr 44,26 . (12) Hos 4,1 . Verder Tenach (9) : (1) 2 K 7,1 . (2) Js 66,5 . (3) Jr 21,11 . (4) Jr 44,24 . (5) Ez 13,2 . (6) Ez 34,7 . (7) Ez 34,9 . (8) Ez 36,1 . (9) Ez 37,4 .
- sjëma` debhar JHWH (hoor het woord van JHWH) . Tenach (7) : (1) 1 K 22,19 . (2) 2 K 20,16 . (3) Js 39,5 . (4) Jr 22,2 . (5) Jr 34,4 . (6) Ez 21,3 . (7) Am 7,16 .

6. Een vorm van ´âzan (luisteren, het oor lenen) in Jesaja in 8 verzen : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 8,9 . (4) Js 28,23 . (5) Js 32,9 . (6) Js 42,23 . (7) Js 51,4 . (8) Js 64,3 .
- actief hifil imperatief 2de pers. mv. ha´äzînû (luistert, leent jullie oren) OF actief hifil perf. 3de pers. mv. hè´èzînû (jullie luisteren, jullie lenen jullie oren) van het werkw. ´âzan (luisteren, het oor lenen) . Taalgebruik in Tenach : ´âzan (luisteren, het oor lenen) . Getalwaarde : ajin = 1 , zain = 7 , nun = 14 of 50 ; totaal : 22 (2 X 11) OF 68 (2² X 17) . Tenach (11) : (1) Dt 32,1 . (2) Re 5,3 . (3) Js 1,10 . (4) Js 28,23 . (5) Js 51,4 . (6) Js 64,3 . (7) Hos 5,1 . (8) Ps 49,2 . (9) Job 34,2 . (10) Neh 9,30 . (11) 2 Kr 24,19 .

Js 1,11 - Js 1,11 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11ti moi plèthos tôn thusiôn umôn legei kurios plèrès eimi olokautômatôn kriôn kai stear arnôn kai aima taurôn kai tragôn ou boulomai  11 quo mihi multitudinem victimarum vestrarum dicit Dominus plenus sum holocausta arietum et adipem pinguium et sanguinem vitulorum et agnorum et hircorum nolui     11 Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken.   [11] ‘Wat heb Ik aan al uw offers?’ zegt de heer. ‘Ik ben verzadigd van de brandoffers van uw rammen en van het vet van uw mestkalveren. Ik schep geen behagen in het bloed van stieren, lammeren en bokken.   [11] Wat moet ik met al jullie offers? zegt de HEER. Ik heb genoeg van die schapen, die vetgemeste kalveren; het bloed van stieren, rammen en bokken wil ik niet meer.   11 Wat baat mij de overvloed van uw offers?, zegt de ENE, verzadigd ben ik van opgangsgaven van rammen en vet van mestvee,– aan het bloed van varren, lammeren en bokken heb ik geen welgevallen!   11. Que m'importent vos innombrables sacrifices, dit Yahvé. Je suis rassasié des holocaustes de béliers et de la graisse des veaux; au sang des taureaux, des agneaux et des boucs, je ne prends pas plaisir.  

King James Bible . [11] To what purpose is the multitude of your sacrifices unto me? saith the LORD: I am full of the burnt offerings of rams, and the fat of fed beasts; and I delight not in the blood of bullocks, or of lambs, or of he goats.
Luther-Bibel . 11 Was soll mir die Menge eurer Opfer?, spricht der HERR. Ich bin satt der Brandopfer von Widdern und des Fettes von Mastkälbern und habe kein Gefallen am Blut der Stiere, der Lämmer und Böcke.

Tekstuitleg van Js 1,11 . Het vers Js 1,11 telt 29 woorden en 113 letters . De getalwaarde van Js 1,11 is 9914 (2 X 4957) .

Js 1,11.1. lâmmâh (waarom) . Taalgebruik in Tenach : lâmmâh (waarom) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) . Structuur : 3 - 4 - 5 . Gr. ti , zie voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord tis . Lat. quare . Fr. pourquoi . D. warum . E. wherefore . Tenach (140) . Pentateuch (33) . Js (4) : (1) Js 1,11 . (2) Js 40,27 . (3) Js 55,2 . (4) Js 58,3 . (5) Js 63,17 .

Js 1,11.2. lî (voor mij) , prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. enk. . Taalgebruik in Tenach : lî (voor mij) . Taalgebruik in Jesaja : lî (voor mij) . Tenach (681) . Pentateuch (157) . Js (37) . Js 1-39 (15) . Js 40-55 (19) . Js 56-66 (3) . Js 1 (2) : (1) Js 1,11 . (2) Js 1,13 .

Js 1,11.1. - 2. lâmmâh lî (waarom voor mij) . Tenach (3) : (1) Gn 27,46 . (2) Job 30,2 . (3) Js 1,11 .

Js 1,11.3. bijvoegl. naamw. mann. enk. rab / rob (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenach : rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Jesaja : rab (veel, talrijk, groot) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 22 (2X 11) OF 202 (2 X 101) ; structuur : 2 - 2 . Gr. polus (veel) . Taalgebruik in de Septuaginta : polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Een vorm van polus (veel) in de Septuaginta (822) , in het N.T. (353) . Js (15) : (1) Js 1,11 . (2) Js 13,4 . (3) Js 21,7 . (4) Js 30,25 . (5) Js 31,1 . (6) Js 36,2 . (7) Js 36,4 . (8) Js 36,11 . (9) Js 36,12 . (10) Js 36,13 . (11) Js 36,22 . (12) Js 37,4 . (13) Js 37,8 . (14) Js 45,9 . (15) Js 63,1 .

Js 1,11.4. zibhëche(j) khèm (jullie slachtoffers) < stat. constr. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. mv. , van het zelfst. naamw. zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Taalgebruik in Tenach : zèbhach (offer, slachtoffer, offermaaltijd) . Getalwaarde : zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 17 . Structuur : 7 - 2 - 8 . Tenach (3) : (1) Js 1,11 . (2) Jr 7,21 . (3) Am 4,4 .

Js 1,11.5. act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. jo´mar (hij zegt) van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . . Tenach (75) . Js (20) . Js 1-39 (10) . Js 40-55 (6) . Js 56-66 (4) . Js 1-39 (10) : (1) Js 1,11 . (2) Js 1,18 . (3) Js 4,3 . (4) Js 8,12 . (5) Js 10,8 . (6) Js 19,18 . (7) Js 29,16 . (8) Js 32,5 . (9) Js 33,10 . (10) Js 33,24 . Js 40-55 (6) : (1) Js 40,1 . (2) Js 40,25 . (3) Js 41,6 . (4) Js 41,21 . (5) Js 44,5 . (6) Js 44,20 . Js 56-66 (4) : (1) Js 56,3 . (2) Js 61,6 . (3) Js 62,4 . (4) Js 66,9 .

Js 1,11.6. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenach (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Js 1 (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,9 . (4) Js 1,10 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 1,20 . (8) Js 1,24 . (9) Js 1,28 .

Js 1,11.5. - 6. jo´mar JHWH (zegt JHWH) . Tenach (11) : (1) Dt 5,27 . (2) 1 K 1,36 . (3) 1 K 22,14 . (4) Ps 12,6 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 33,10 . (8) Js 41,21 . (9) Js 66,9 . (10) Jr 42,20 . (11) Zach 13,9 .

Js 1,11.7. act. qal perf. 1ste pers. enk. shâbha`thî (ik heb genoeg van) van het werkw. shâbha` (verzadigd worden, genoeg hebben van) . Taalgebruik in Tenach : shâbha` (verzadigd worden, genoeg hebben van) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) . Structuur : 3 - 2 - 7 . Tenach (1) : Js 1,11 .

Js 1,11.8. vr. mv. `olôth stat. construct. (brandoffers) van het zelfst. naamw. `olâh (brandoffer, opgang) . Taalgebruik in Tenach : `olâh (brandoffer, opgang) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . Tenach (46) . Pentateuch (6) . Js (2) : (1) Js 1,11 . (2) Js 40,11 .

Js 1,11.9. mann. mv. ´e(j)lîm (rammen) van het zelfst. naamw. ´ajil (ram, post, boog, zuil , vlakte) . Taalgebruik in Tenach : ´ajil (ram, post, boog, zuil , vlakte) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 24 (2³ X 3) OF 51 . Structuur : 1 - 1 - 4 . Tenach (18) . Js (3) : (1) Js 1,11 . (2) Js 15,8 . (3) Js 34,6 .

Js 1,11.10. chelèbh (vet, het beste) . Taalgebruik in Tenach : chelèbh (vet, het beste) . Getalwaarde : chet = 8 , lamed = 13 of 40 , beth = 2 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 8 - 4 - 2 . Tenach (47) . Pentateuch (28) . Js (2) : (1) Js 7,22 . (2) Js 60,16 . wëhelèbh (en vet) . Js (3) : (1) Js 1,11 . (2) Js 43,24 . (3) Js 55,1

Js 1,11.11. mann. mv. mërî´îm (gemest vee) van het zelfst. naamw. mërî´ (gemest vee) . Taalgebruik in Tenach : mërî´ (gemest vee) . Getalwaarde : mem = 14 of 50 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , aleph = 1 ; totaal : 45 (3² X 5) OF 261 . Structuur : 5 - 2 - 1 - 1 . Tenach (1) : Js 1,11 .
- mëre`îm (boosdoeners) van Js 1,4 en mërî´îm (gemest vee) Js 1,11 lijken sterk op elkaar . Leg je een link van Js 1,4 met Js 1,11 , dan zijn boosdoeners geweldenaars , slachters , offeraars , ontnemers van leven en toekomst .

Js 1,11.12. dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenach : dâm (bloed, bloedschuld) . Getalwaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . Bloed wordt gezien als zetel van het leven .
- nom. mann. enk. dam (bloed) . Tenach (4) : (1) Js 15,9 . (2) Js 34,6 . (3) Js 59,7 . (4) Js 66,3 .
- wëdam (en bloed) < prefix verbindingswoord wë + nom. mann. enk. dam (bloed) . Tenach (1) : Js 1,11 .
- mann. mv. dâmîm . Tenach (22) . Pentateuch (6) . Js (2) . (1) Js 1,15 . (2) Js 33,15 .

Js 1,11.13. par (stier) . par (stier) . Taalgebruik in Tenach : par (stier) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 ; totaal : 37 of 280 (2³ X 5 X 7) . Structuur : 8 - 2 . përî (vrucht) . Taalgebruik in Tenach : përî (vrucht) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 47 OF 290 (2 X 5 X 29) . Structuur : 8 - 2 - 1 . p-r-i-m . Tenach (33) . Js (3) : (1) Js 1,11 . (2) Js 37,30 . (3) Js 65,21 . (1) mann. mv. pârîm (stieren) van het zelfst. naamw. . Js (1) : Js 1,11 . (2) nom. mann. mv. stat. construct. van het zelfst.naamw. përî (vrucht) + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. pirejâm (hun vruchten) . Js (2) : (1) Js 37,30 . (2) Js 65,21 .
In par (stier) zit het woord pârâh (1. vruchtbaar zijn, voortbrengen. 2. bloeien, opschieten) . Taalgebruik in Tenach : pârâh (1. vruchtbaar zijn, voortbrengen. 2. bloeien, opschieten) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 42 (2² X 13) OF 285 (3 X 5 X 19) . Structuur : 8 - 2 - 5 . EN het woord përî (vrucht) . përî (vrucht) . Taalgebruik in Tenach : përî (vrucht) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 47 OF 290 (2 X 5 X 29) . Structuur : 8 - 2 - 1 .
De stier kan gezien worden als het symbool van vruchtbaarheid .

Js 1,11.12. - 13. wëdam pârîm (en bloed van stieren) . Tenach (1) : Js 1,11 . Het slachten en het bloed van stieren wijst op geweld , het leven ontnemen van dieren . Het is ook het ontnemen van de vruchtbaarheid en de toekomst . Waarom gebeurt dan zo'n ritueel aan JHWH ?

Js 1,11.14. ûkhëbhâshîm (en jonge schapen) < verbindingswoord wë + mann. mv. , van het zelfst. naamw. kèbhèsh (jong schaap) . Taalgebruik in Tenach : kèbhèsh (jong schaap) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , shin = 21 of 300 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 322 . Structuur : 2 - 2 - 3 . Tenach (2) : (1) Js 1,11 . (2) 2 Kr 29,21 .

Js 1,11.16. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

Js 1,11.17. act. qal perf. 1ste pers. enk. châphatsëthî / châphâtsëthî (ik schep behagen in) van het werkw. châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Taalgebruik in Tenach : châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Getalwaarde : chet = 8 , pe = 17 of 80 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 43 OF 178 (2 X 89) . Structuur : 8 - 8 - 9 . Tenach (13) : (1) Dt 25,8 . (2) 2 S 15,26 . (3) Js 1,11 . (4) Js 55,11 . (5) Js 56,4 . (6) Js 65,12 . (7) Js 66,4 . (8) Jr 9,23 . (9) Hos 6,6 . (10) Ps 40,9 . (11) Ps 73,25 . (12) Ps 119,35 . (13) Job 33,32 .

Js 1,12 - Js 1,12 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12oud' ean erchèsthe ofthènai moi tis gar exezètèsen tauta ek tôn cheirôn umôn patein tèn aulèn mou  12 cum veneritis ante conspectum meum quis quaesivit haec de manibus vestris ut ambularetis in atriis meis     12 Wanneer gijlieden voor Mijn aangezicht komt te verschijnen, wie heeft zulks van uw hand geëist, dat gij Mijn voorhoven betreden zoudt?  [12] Wie heeft u gevraagd mijn voorhoven plat te lopen als u komt om voor Mij te verschijnen?   [12] En wanneer jullie voor mij verschijnen – wie heeft je gevraagd mijn voorhoven plat te lopen?   12 Wel komt ge mijn aanschijn zien,– maar wie heeft dat uit uw hand geëist, mijn voorhoven platlopen?   12. Quand vous venez vous présenter devant moi, qui vous a demandé de fouler mes parvis ?  

King James Bible . [12] When ye come to appear before me, who hath required this at your hand, to tread my courts?
Luther-Bibel . 12 Wenn ihr kommt, zu erscheinen vor mir – wer fordert denn von euch, dass ihr meinen Vorhof zertretet?

Tekstuitleg van Js 1,12 .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 1 (6) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,12 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,20 . (5) Js 1,29 . (6) Js 1,30 .

Js 1,13 - Js 1,13 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13ou prosthèsesthe ean ferète semidalin mataion thumiama bdelugma moi estin tas noumènias umôn kai ta sabbata kai èmeran megalèn ouk anechomai nèsteian kai argian  13 ne adferatis ultra sacrificium frustra incensum abominatio est mihi neomeniam et sabbatum et festivitates alias non feram iniqui sunt coetus vestri     13 Brengt niet meer vergeefs offer, het reukwerk is Mij een gruwel; de nieuwe maanden, en sabbatten, en het bijeenroepen der vergaderingen vermag Ik niet, het is ongerechtigheid, zelfs de verbodsdagen.   [13] Breng Mij toch niet langer nutteloze meeloffers. Uw wierook is een gruwel voor Mij. Nieuwe maan, sabbat en feestbijeenkomst: feest vieren samen met onrecht kan Ik niet uitstaan.  [13] Houd op met die zinloze offergaven. Ik heb een afschuw van jullie wierook; jullie feesten, nieuwemaan en sabbat, ik duld ze niet naast al dat wangedrag.   13 Ge moet niet doorgaan te komen met een loze broodgift; reukwerk?– een gruwel is mij dat; nieuwemaan, sabbat, het roepen van een samenroeping: ik kan er niet tegen, ellende en hoogtij tegelijk.   13. N'apportez plus d'oblation vaine : c'est pour moi une fumée insupportable! Néoménie, sabbat, assemblée, je ne supporte pas fausseté et solennité.  

King James Bible . [13] Bring no more vain oblations; incense is an abomination unto me; the new moons and sabbaths, the calling of assemblies, I cannot away with; it is iniquity, even the solemn meeting.
Luther-Bibel . 13 Bringt nicht mehr dar so vergebliche Speisopfer! Das Räucherwerk ist mir ein Gräuel! Neumonde und Sabbate, wenn ihr zusammenkommt, Frevel und Festversammlung mag ich nicht!

Tekstuitleg van Js 1,13 .

1. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

14. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

Js 1,14 - Js 1,14 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai tas noumènias umôn kai tas eortas umôn misei è psuchè mou egenèthète moi eis plèsmonèn ouketi anèsô tas amartias umôn  14 kalendas vestras et sollemnitates vestras odivit anima mea facta sunt mihi molesta laboravi sustinens     14 Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moede geworden, die te dragen.   [14] Uw nieuwe maan, uw feesten, Ik haat ze hartgrondig, zij zijn een last die Ik niet langer dragen kan.   [14] Van jullie nieuwemaan, van ál jullie feesten heb ik een afkeer, ze hinderen mij, ik kan ze niet langer verdragen.   14 Uw nieuwemanen en uw samenkomstdagen haat mijn ziel, zijn mij tot een last geworden; ik ben het moe geworden die te dragen.   14. Vos néoménies, vos réunions, mon âme les hait; elles me sont un fardeau que je suis las de porter.  

King James Bible . [14] Your new moons and your appointed feasts my soul hateth: they are a trouble unto me; I am weary to bear them.
Luther-Bibel . 14 Meine Seele ist Feind euren Neumonden und Jahresfesten; sie sind mir eine Last, ich bin's müde, sie zu tragen.

Tekstuitleg van Js 1,14 . Het vers Js 1,14 telt 9 (3²) woorden en 41 letters . De getalwaarde van Js 1,14 is 2604 (2² X 3 X 7 X 31) .

Js 1,14.3. act. ind. perf. 3de pers. vr. enk. שָׂנְאָה = shânë´âh (zij haat) van het werkw. שָׂנָא = shânâ´ (haten, met tegenzin hebben, niet beminnen) . Taalgebruik : shânâ´(haten, met tegenzin hebben, niet beminnen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , aleph = 1 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 351 (3³ X 13) . Structuur : 3 - 5 - 1 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (2) : (1) Js 1,14 . (2) Ps 11,5 . Een vorm van μισεω = miseô in de LXX (182) , in het NT (39) , in Lc (7) : (1) Lc 1,71 . (2) Lc 6,22 . (3) Lc 6,27 . (4) Lc 14,26 . (5) Lc 16,13 . (6) Lc 19,14 . (7) Lc 21,17 . In de LXX is μισεω = miseô (haten) de vertaling van 8 verschillende Hebreeuwse woorden .
- act. ind. praes. 3de pers. enk. μισει = misei (hij haat) van het werkw. μισεω = miseô (haten) . Taalgebruik in het NT : miseô (haten) . Taalgebruik in de LXX : miseô (haten) . Bijbel (20) : (1) Js 1,14 . (2) Ez 23,29 . (3) Ps 11,5 . (4) Spr 6,16 . (5) Spr 8,13 . (6) Spr 11,15 . (7) Spr 13,5 . (8) Spr 13,24 . (9) Spr 15,32 . (10) Spr 17,9 . (11) Spr 19,7 . (12) Spr 26,28 . (13) Spr 29,24 . (14) Lc 14,26 . (15) Joh 3,20 . (16) Joh 7,7 . (17) Joh 15,18 . (18) Joh 15,19 . (19) Joh 15,23 . (20) 1 Joh 3,13 .

Js 1,14.4. נַפְשִׁי = naphësjî (mijn geest) < zelfst. naamw. + suffix bezitt. voornaamw. 1ste pers. enk . van het zelfst. naamw. נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) . Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) . 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 . 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) . Structuur : 5 - 8 - 3 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (170) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (20) . Latere Profeten (18) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (116) . Js (6) : (1) Js 1,14 . (2) Js 26,9 . (3) Js 38,15 . (4) Js 38,17 . (5) Js 42,1 . (6) Js 61,10 . Ps (89) .

Js 1,14.6. - עָלַי = `âlaj (over mij) < `al + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. OF : ... Tenakh (225) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (21) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (129) . `lj : Js (5) : (1) Js 1,14 . (2) Js 18,4 . (3) Js 21,2 . (4) Js 40,9 . (5) Js 61,1 ( עָלָי = `âlaj) .
- επ' εμε = ep' eme (over mij) .

Js 1,15 - Js 1,15 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15otan tas cheiras ekteinète pros me apostrepsô tous ofthalmous mou af' umôn kai ean plèthunète tèn deèsin ouk eisakousomai umôn ai gar cheires umôn aimatos plèreis 15 et cum extenderitis manus vestras avertam oculos meos a vobis et cum multiplicaveritis orationem non audiam manus vestrae sanguine plenae sunt     15 En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed.   [15] Wanneer u uw handen uitstrekt, sluit Ik mijn ogen voor u, zelfs als u uw gebeden vermenigvuldigt, luister Ik niet naar u: uw handen zitten vol* bloed.   [15] Wanneer jullie je handen opheffen, wend ik mijn ogen af, ook als je aanhoudend bidt, luister ik niet. Aan jullie handen kleeft bloed!   15 Bij het uitspreiden van uw handpalmen verberg ik mijn ogen voor u; zelfs wanneer ge het gebed vermenigvuldigt zal ik niet horen,– uw handen zijn vol van bloed.   15. Quand vous étendez les mains, je détourne les yeux; vous avez beau multiplier les prières, moi je n'écoute pas. Vos mains sont pleines de sang :  

King James Bible . [15] And when ye spread forth your hands, I will hide mine eyes from you: yea, when ye make many prayers, I will not hear: your hands are full of blood.
Luther-Bibel . 15 Und wenn ihr auch eure Hände ausbreitet, verberge ich doch meine Augen vor euch; und wenn ihr auch viel betet, höre ich euch doch nicht; denn eure Hände sind voll Blut.

Tekstuitleg van Js 1,15 .

4. `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Tenach : `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Jesaja : `ajin (oog, bron) . De getalwaarde van ajin is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2 X 2 X 2 X 5) of 130 (2 X 5 X 13) . Structuur : 7 - 1 - 5 . Gr. ofthalmos (oog) . Taalgebruik in het N.T. : ofthalmos (oog) . Taalgebruik in de LXX : ofthalmos (oog) . Lat. oculus . Fr. oeil (yeux) . E. eye . Ned. oog . D. Aug . Een vorm van ofthalmos (oog) in de LXX (678) , in het N.T. (100) .
- `e(j)nâjim (ogen) . Dualisvorm . Zintuig . Tenach (28) . Js (3) : (1) Js 3,16 . (2) Js 42,7 . (3) Js 59,10 .
- `jnj . (1) stat. constr. mann. mv. `e(j)ne(j) (ogen van) . (2) ... + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. `e(j)naj of `e(j)nâj (mijn ogen) . Tenach (102) . Pentateuch (7) . Js (8) : (1) Js 1,15 . (2) Js 1,16 . (3) Js 2,11 . (4) Js 6,5 . (5) Js 29,18 . (6) Js 32,3 . (7) Js 35,5 . (8) Js 38,14 .

Js 1,15.7. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 1 (6) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,12 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,20 . (5) Js 1,29 . (6) Js 1,30 .

Js 1,15.11. Een vorm van sjâmâ` (horen, luisteren) in Jesaja in 69 verzen , in Js 1 in 4 verzen : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,19 .
- sj-m-` van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Dt : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Amos : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Micha : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (169) . Js (10) : (1) Js 1,15 . (2) Js 23,5 . (3) Js 37,4 . (4) Js 37,8 . (5) Js 39,5 . (6) Js 41,26 . (7) Js 44,1 . (8) Js 48,12 . (9) Js 50,10 . (10) Js 66,8 .

Js 1,15.10. - 11. ´e(j)nènnî sjome`a (ik ben niet luisterende = ik luister niet) . Tenach (4) : (1) Js 1,15 . (2) Jr 7,16 . (3) Jr 11,14 . (4) Jr 14,12 .

Js 1,15.13. mann. mv. dâmîm van het zelfst. naamw. dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenach : dâm (bloed, bloedschuld) . Getalwaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 4 - 4 . Tenach (22) . Pentateuch (6) . Js (2) . (1) Js 1,15 . (2) Js 33,15 .

Js 1,15.14. act. qal perf. 3de pers. mann. mv. mâle´û / mâlë´û (zij zijn vol van) van het werkw. mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenach : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 26 OF 71 . Structuur : 4 - 3 - 1 . Gr. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in de Septuaginta : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het N.T. : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Lat. replere . Fr. remplir . Ned. vervullen . D. erfüllen . E. to fill . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in de LXX (116) . Tenach (28) . Js (7) : (1) Js 1,15 . (2) Js 2,6 . (3) Js 15,9 . (4) Js 21,3 . (5) Js 22,7 . (6) Js 28,8 . (7) Js 30,27 .

Js 1,16 - Js 1,16 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16lousasthe katharoi genesthe afelete tas ponèrias apo tôn psuchôn umôn apenanti tôn ofthalmôn mou pausasthe apo tôn ponèriôn umôn  16 lavamini mundi estote auferte malum cogitationum vestrarum ab oculis meis quiescite agere perverse     16 Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen.   [16] Was u, reinig u! Uit mijn ogen met uw misdaden! Houd op met kwaad doen.   [16] Was je, reinig je, maak een eind aan je misdaden, ik kan ze niet meer zien. Vermijd alle kwaad   16 ¶ Wast u, zuivert u, doet het kwaad van uw handelingen weg van tegenover mijn ogen; houdt op met kwaad doen.   16. lavez-vous, purifiez-vous! Otez de ma vue vos actions perverses! Cessez de faire le mal,  

King James Bible . [16] Wash you, make you clean; put away the evil of your doings from before mine eyes; cease to do evil;
Luther-Bibel . 16 Wascht euch, reinigt euch, tut eure bösen Taten aus meinen Augen, lasst ab vom Bösen!

a. rachätsû
b. hizzakû
c. hâsîrû
d. chidëlû

Tekstuitleg van Js 1,16 .

Bibliografie
- Fokkelman Jan P. , Dichtkunst in de Bijbel : een handleiding bij literair lezen , Zoetermeer 2000 . Js 1,16-17 , zie 15-18 .

7. `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Tenach : `ajin (oog, bron) . Taalgebruik in Jesaja : `ajin (oog, bron) . De getalwaarde van ajin is : ajin = 16 of 70 , jod = 10 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 (2 X 2 X 2 X 5) of 130 (2 X 5 X 13) . Structuur : 7 - 1 - 5 . Gr. ofthalmos (oog) . Taalgebruik in het N.T. : ofthalmos (oog) . Taalgebruik in de LXX : ofthalmos (oog) . Lat. oculus . Fr. oeil (yeux) . E. eye . Ned. oog . D. Aug . Een vorm van ofthalmos (oog) in de LXX (678) , in het N.T. (100) .
- `e(j)nâjim (ogen) . Dualisvorm . Zintuig . Tenach (28) . Js (3) : (1) Js 3,16 . (2) Js 42,7 . (3) Js 59,10 .
- `jnj . (1) stat. constr. mann. mv. `e(j)ne(j) (ogen van) . (2) ... + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. `e(j)naj of `e(j)nâj (mijn ogen) . Tenach (102) . Pentateuch (7) . Js (8) : (1) Js 1,15 . (2) Js 1,16 . (3) Js 2,11 . (4) Js 6,5 . (5) Js 29,18 . (6) Js 32,3 . (7) Js 35,5 . (8) Js 38,14 .

Js 1,17 - Js 1,17 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17mathete kalon poiein ekzètèsate krisin rusasthe adikoumenon krinate orfanô kai dikaiôsate chèran  17 discite benefacere quaerite iudicium subvenite oppresso iudicate pupillo defendite viduam     17 Leert goed te doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe.   [17] Leer liever het goede te doen, betracht rechtvaardigheid, help de verdrukten, verschaf recht aan de wezen, verdedig de weduwen.   [17] en leer goed te doen. Zoek het recht, houd tirannen in toom, bied wezen bescherming, sta weduwen bij.   17 Leert goed te doen, zoekt het recht, weerstaat een verdrukker; doet recht aan de wees, verdedigt de weduwe! ••   17. apprenez à faire le bien! Recherchez le droit, redressez le violent! Faites droit à l'orphelin, plaidez pour la veuve!  

King James Bible . [17] Learn to do well; seek judgment, relieve the oppressed, judge the fatherless, plead for the widow.
Luther-Bibel . 17 Lernt Gutes tun, trachtet nach Recht, helft den Unterdrückten, schafft den Waisen Recht, führt der Witwen Sache!

a. limëdû
b. dirësjû
c. ´asjssjërû
d. sjiphëtû
e. rîbhû

Tekstuitleg van Js 1,17 .

3.

4. misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Tenach : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Jesaja : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 , tet = 9 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 429 (3 X 11 X 13) . Structuur : 4 - 3 - 8 - 9 . Tenach (132) . Pentateuch (18) . 12 kl. Prof (10) . Js (21) : (1) Js 1,17 . (2) Js 1,21 . (3) Js 4,4 . (4) Js 10,2 . (5) Js 16,5 . (6) Js 28,6 . (7) Js 28,17 . (8) Js 30,18 . (9) Js 32,7 . (10) Js 32,16 . (11) Js 33,5 . (12) Js 40,14 . (13) Js 42,1 . (14) Js 42,3 . (15) Js 42,4 . (16) Js 56,1 . (17) Js 59,8 . (18) Js 59,9 . (19) Js 59,14 . (20) Js 59,15 . (21) Js 61,8 . Een vorm van misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) in Jesaja in 40 (42X) verzen. Js 1-39 (21) . Js 40-55 (11) . Js 56-66 (8) . Js 1-39 (21) : (1) Js 1,17 . (2) Js 1,21 . (3) Js 1,27 . (42) Js 3,14 . (5) Js 4,4 . (6) Js 5,7 . (7) Js 5,16 . (8) Js 9,6 .(9) Js 10,2 . (10) Js 16,5 . (11) Js 26,8 . (12) Js 26,9 . (13) Js 28,6 . (14) Js 28,17 . (15) Js 28,26 . (16) Js 30,18 . (17) Js 32,1 . (18) Js 32,7 . (19) Js 32,16 . (20) Js 33,5 . (21) Js 34,5 . Js 40-55 (11) : (1) Js 40,14 . (2) Js 40,27 . (3) Js 41,1 . (4) Js 42,1 . (5) Js 42,3 . (6) Js 42,4 . (7) Js 49,4 . (8) Js 50,8 . (9) Js 51,4 . (10) Js 53,8 . (11) Js 54,17 . Js 56-66 (8) : (1) Js 56,1 . (2) Js 58,2 . (3) Js 59,8 . (4) Js 59,9 . (5) Js 59,11 . (6) Js 59,14 . (7) Js 59,15 . (8) Js 61,8 .
- zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. misjëpâtî (mijn recht) OF stat. constr. mann. mv. misjëpëthe(j) van het zelfst. naamw. Tenach (42) . Js (4) : (1) Js 40,27 . (2) Js 49,4 . (3) Js 50,8 . (4) Js 58,2 . ûmisjëpâtî (en mijn recht) , verbindingswoord + ... . Tenach (10) . Js (1) : Js 51,4 .
- bëmisjëpât / bammisjëpât (in / door een / het oordeel) < voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenach (28) . Js (4) : (1) Js 1,27 . (2) Js 3,14 . (3) Js 5,16 . (4) Js 9,6 .
- lëmisjëpât / lammisjëpât (tot een / het oordeel) < voorzetsel lë + zelfst. naamw. . Tenach (23) . Js (7) : (1) Js 5,7 . (2) Js 28,26 . (3) Js 32,1 . (4) Js 34,5 . (5) Js 41,1 . (6) Js 54,17 . (7) Js 59,11 .
- ûmisjëpât (en een oordeel) . Tenach (29) . Pentateuch (3) . 12 kl. Prof. (3) . Js (1) Js 58,2 .

3. - 4. dirësjû

Js 1,18 - Js 1,18 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai deute kai dielegchthômen legei kurios kai ean ôsin ai amartiai umôn ôs foinikoun ôs chiona leukanô ean de ôsin ôs kokkinon ôs erion leukanô  18 et venite et arguite me dicit Dominus si fuerint peccata vestra ut coccinum quasi nix dealbabuntur et si fuerint rubra quasi vermiculus velut lana erunt     18 Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.   [18] Kom, laten we de zaak afhandelen’, zegt de heer. ‘Zouden uw zonden, die als scharlaken zijn, wit kunnen worden als sneeuw? Zouden zij, rood als purper, als wol kunnen worden?   [18] De HEER zegt: Laten we zien wie er in zijn recht staat. Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol.   18 Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de ENE; al zijn uw zonden als scharlaken, als sneeuw zo wit worden ze; al zijn ze zo rood als karmozijn, als wol zullen ze worden.   18. Allons! Discutons! dit Yahvé. Quand vos péchés seraient comme l'écarlate, comme neige ils blanchiront; quand ils seraient rouges comme la pourpre, comme laine ils deviendront.  

King James Bible . [18] Come now, and let us reason together, saith the LORD: though your sins be as scarlet, they shall be as white as snow; though they be red like crimson, they shall be as wool.
Luther-Bibel . 18 So kommt denn und lasst uns miteinander rechten, spricht der HERR. Wenn eure Sünde auch blutrot ist, soll sie doch schneeweiß werden, und wenn sie rot ist wie Scharlach, soll sie doch wie Wolle werden.

Tekstuitleg van Js 1,18 .

Js 1,18.1. lekhû (ga) : qal imperatief tweede persoon mannelijk meervoud van het werkw. hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Tenach (65) . Js (7) : (1) Js 1,18 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 18,2 . (5) Js 30,21 . (6) Js 50,11 . (7) Js 55,1 .

Js 1,18.4. act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. jo´mar (hij zegt) van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . . Tenach (75) . Js (20) . Js 1-39 (10) . Js 40-55 (6) . Js 56-66 (4) . Js 1-39 (10) : (1) Js 1,11 . (2) Js 1,18 . (3) Js 4,3 . (4) Js 8,12 . (5) Js 10,8 . (6) Js 19,18 . (7) Js 29,16 . (8) Js 32,5 . (9) Js 33,10 . (10) Js 33,24 . Js 40-55 (6) : (1) Js 40,1 . (2) Js 40,25 . (3) Js 41,6 . (4) Js 41,21 . (5) Js 44,5 . (6) Js 44,20 . Js 56-66 (4) : (1) Js 56,3 . (2) Js 61,6 . (3) Js 62,4 . (4) Js 66,9 .

Js 1,18.5. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenach (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Js 1 (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,9 . (4) Js 1,10 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 1,20 . (8) Js 1,24 . (9) Js 1,28 .

Js 1,18.4. - 5. jo´mar JHWH (zegt JHWH) . Tenach (11) : (1) Dt 5,27 . (2) 1 K 1,36 . (3) 1 K 22,14 . (4) Ps 12,6 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 33,10 . (8) Js 41,21 . (9) Js 66,9 . (10) Jr 42,20 . (11) Zach 13,9 .

Js 1,19 - Js 1,19 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai ean thelète kai eisakousète mou ta agatha tès gès fagesthe  19 si volueritis et audieritis bona terrae comedetis     19 Indien gijlieden willig zijt en hoort, zo zult gij het goede dezes lands eten;   [19] Als u gewillig bent en luistert, zult u het beste van uw land verteren. [19] Als je weer naar mij wilt luisteren, zal het beste van het land je ten deel vallen.   19 Als ge gewillig zijt en horen wilt,– het goede der aarde zult ge eten.  19. Si vous voulez bien obéir, vous mangerez les produits du terroir.  

King James Bible . [19] If ye be willing and obedient, ye shall eat the good of the land:
Luther-Bibel . 19 Wollt ihr mir gehorchen, so sollt ihr des Landes Gut genießen.

Tekstuitleg van Js 1,19 .

3. Een vorm van sjâmâ` (horen, luisteren) in Jesaja in 69 verzen , in Js 1 in 4 verzen : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,19 .
- ûsjëma`ëthèm (en jullie luisteren) < wë + act. qal perf. 2de pers. mann. mv. van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Jesaja : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (2) : (1) 1 S 12,14 . (2) Js 1,19 .

4. hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . Tenach (851) . Js (58) . Js 1 (1) Js 1,19 .

Js 1,20 - Js 1,20 . Beter gerechtigheid dan offers - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,10 - Js 1,11 - Js 1,12 - Js 1,13 - Js 1,14 - Js 1,15 - Js 1,16 - Js 1,17 - Js 1,18 - Js 1,19 - Js 1,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20ean de mè thelète mède eisakousète mou machaira umas katedetai to gar stoma kuriou elalèsen tauta  20 quod si nolueritis et me provocaveritis ad iracundiam gladius devorabit vos quia os Domini locutum est     20 Maar indien gij weigert, en wederspannig zijt, zo zult gij van het zwaard gegeten worden; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.   [20] Maar als u weigert en u blijft verzetten, zal het zwaard u verteren.’ De mond van de heer heeft het gezegd.    [20] Als je koppig bent en niet wilt luisteren, zul je vallen door het zwaard. De HEER heeft gesproken.   20 Maar als ge weigert en weerspannig zijt,– door een zwaard wordt ge opgevreten; ja, de mond van de ENE heeft dit gesproken. ••   20. Mais si vous refusez et vous rebellez, c'est l'épée qui vous mangera! Car la bouche de Yahvé a parlé.  

King James Bible . [20] But if ye refuse and rebel, ye shall be devoured with the sword: for the mouth of the LORD hath spoken it.
Luther-Bibel . 20 Weigert ihr euch aber und seid ungehorsam, so sollt ihr vom Schwert gefressen werden; denn der Mund des HERRN sagt es. Gottes Gericht zur Läuterung Jerusalems

Tekstuitleg van Js 1,20 . Het vers Js 1,20 telt 9 (3²) woorden en 33 (3 X 11) letters . De getalwaarde van Js 1,20 is 2259 (3² X 251) .

6. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 1 (6) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,12 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,20 . (5) Js 1,29 . (6) Js 1,30 .

7.

8. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenach (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Js 1 (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,9 . (4) Js 1,10 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 1,20 . (8) Js 1,24 . (9) Js 1,28 .

9. d-bh-r . (1) dâbhar (spreken) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. dâbhar (spreken) . (2) dibbèr (hij sprak) : piel perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (3) dâbhâr (woord, daad) . Zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) of 206 (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het N.T. (331) . Tenach (756) . Js (39) . Js 1-39 (29) . Js 40-55 (6) . Js 56-66 (4) . Js 1 (3) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 1,20 .

6. - 9. kî (+ pî) JHWH dibber = want (de mond van) JHWH spreekt . Tenach (10) : (1) 1 K 14,11 . (2) Js 1,2 . (3) Js 1,20 (+) . (4) Js 22,25 . (5) Js 25,8 . (6) Js 40,5 (+) . (7) Js 58,14 (+) . (8) Jr 13,15 . (9) Jl 4,8 . (10) Ob 18 .

- Js 1,21-28 . Klaaglied over Jeruzalem  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 -

Js 1,21 - Js 1,21 . Klaaglied over Jeruzalem  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21pôs egeneto pornè polis pistè siôn plèrès kriseôs en è dikaiosunè ekoimèthè en autè nun de foneutai  21 quomodo facta est meretrix civitas fidelis plena iudicii iustitia habitavit in ea nunc autem homicidae    21 Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden! Zij was vol recht, gerechtigheid herbergde daarin, maar nu doodslagers.   [21] Hoe is de getrouwe veste toch een hoer* geworden? Zij was vol van recht, en gerechtigheid woonde in haar; nu vindt men er niets dan moordenaars. [21] Ach, de trouwe stad is een hoer geworden. Waar eens recht heerste en gerechtigheid woonde, daar huizen nu moordenaars.   21 ¶ Hoe is zij tot een hoer geworden, de vesting eens zo betrouwbaar!– vol was zij van recht, gerechtigheid bracht bij haar de nacht door, en nu: moordenaars!  21. Comment est-elle devenue une prostituée, la cité fidèle ? Sion, pleine de droiture, où la justice habitait, et maintenant des assassins!  

King James Bible . [21] How is the faithful city become an harlot! it was full of judgment; righteousness lodged in it; but now murderers.
Luther-Bibel . 21 Wie geht das zu, dass die treue Stadt zur Hure geworden ist? Sie war voll Recht, Gerechtigkeit wohnte darin; nun aber – Mörder.

Tekstuitleg van Js 1,21 .

 

Js 1,22 - Js 1,22 . Klaaglied over Jeruzalem  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22to argurion umôn adokimon oi kapèloi sou misgousi ton oinon udati 22 argentum tuum versum est in scoriam vinum tuum mixtum est aqua    22 Uw zilver is geworden tot schuim; uw wijn is vermengd met water.   [22] Uw zilver is metaalschuim geworden, uw wijn is met water vermengd.   [22] Je zilver is zwart en dof geworden, je wijn versneden met water.   22 Je zilver is geworden tot schuim,– je bier is versneden met water.   22. Ton argent est changé en scories, ta boisson est coupée d'eau.  

King James Bible . [22] Thy silver is become dross, thy wine mixed with water:
Luther-Bibel . 22 Dein Silber ist Schlacke geworden und dein Wein mit Wasser verfälscht.

Tekstuitleg van Js 1,22 .

Js 1,23 - Js 1,23 . Klaaglied over Jeruzalem  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23oi archontes sou apeithousin koinônoi kleptôn agapôntes dôra diôkontes antapodoma orfanois ou krinontes kai krisin chèrôn ou prosechontes  23 principes tui infideles socii furum omnes diligunt munera sequuntur retributiones pupillo non iudicant et causa viduae non ingreditur ad eos     23 Uw vorsten zijn afvalligen, en metgezellen der dieven, een ieder van hen heeft geschenken lief, en zij jagen de vergeldingen na; den wezen doen zij geen recht, en de twistzaak der weduwen komt voor hen niet.  [23] Uw leiders zijn rebellen, handlangers van dieven. Iedereen is op steekpenningen uit en aast op geschenken. Wezen verschaffen zij geen recht en de zaak van de weduwen krijgt bij hen geen gehoor.   [23] Je vorsten zijn schurken, ze houden het met dieven, ze denken alleen aan geschenken en steekpenningen. Wezen bieden ze geen bescherming, het lot van weduwen laat hen koud.   23 Je vorsten zijn rebellen, vriendjes met dieven; zij allen zijn liefhebber van het geschenk, azen op fooien; een wees doen ze geen recht, het geding van een weduwe komt niet bij hen aan. •   23. Tes princes sont des rebelles, complices de brigands, tous avides de présents, courant après les pots-de-vin. Ils ne font pas droit à l'orphelin, la cause de la veuve ne leur parvient pas.  

King James Bible . [23] Thy princes are rebellious, and companions of thieves: every one loveth gifts, and followeth after rewards: they judge not the fatherless, neither doth the cause of the widow come unto them.
Luther-Bibel . 23 Deine Fürsten sind Abtrünnige und Diebsgesellen, sie nehmen alle gern Geschenke an und trachten nach Gaben. Den Waisen schaffen sie nicht Recht, und der Witwen Sache kommt nicht vor sie.

Tekstuitleg van Js 1,23 .

11. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

15. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Structuur : 3 - 1 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 1 (5) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,6 . (3) Js 1,11 . (4) Js 1,13 . (5) Js 1,23 .
- wëlo´(en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 1 (1) Js 1,6 .

Js 1,24 - Js 1,24 . Klaaglied over Jeruzalem  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24dia touto tade legei o despotès kurios sabaôth ouai oi ischuontes israèl ou pausetai gar mou o thumos en tois upenantiois kai krisin ek tôn echthrôn mou poièsô  24 propter hoc ait Dominus exercituum Fortis Israhel heu consolabor super hostibus meis et vindicabor de inimicis meis     24 Daarom spreekt de Heere, HEERE der heirscharen, de Machtige Israëls: O wee! Ik zal Mij troosten van Mijn wederpartijders. Ik zal Mij wreken van Mijn vijanden.   [24] Daarom luidt de godsspraak van de Heer, de heer van de machten, de Sterke van Israël: ‘Wee, Ik ga mij wreken op mijn tegenstanders, mijn woede koelen op mijn vijanden.   [24] Daarom – zo spreekt de HEER van de hemelse machten, de sterke God van Israël: Wee hun, ik zal me wreken op mijn tegenstanders, mijn woede koelen op mijn vijanden.   24 Daarom is de tijding van de Heer, de ENE, de Omschaarde, Israëls Sterke,– wee!, ik haal mijn troost weg bij mijn benauwers, ik zal mij wreken op mijn vijanden!   24. C'est pourquoi, oracle du Seigneur Yahvé Sabaot, le Puissant d'Israël : Malheur! j'aurai raison de mes adversaires, je me vengerai de mes ennemis.  

King James Bible . [24] Therefore saith the Lord, the LORD of hosts, the mighty One of Israel, Ah, I will ease me of mine adversaries, and avenge me of mine enemies:
Luther-Bibel . 24 Darum spricht der Herr, der HERR Zebaoth, der Mächtige Israels: Wehe! Ich werde mir Trost schaffen an meinen Feinden und mich rächen an meinen Widersachern

Tekstuitleg van Js 1,24 . Het vers Js 1,24 telt 12 (3 X 4) woorden en 52 (4 X 13) letters . De getalwaarde van Js 1,24 is 2267 (priemgetal) .

Js 1,24.4. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenach (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Js 1 (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,9 . (4) Js 1,10 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 1,20 . (8) Js 1,24 . (9) Js 1,28 .

Js 1,24.3. - 4. në´um JHWH (godsspraak van JHWH) . Tenach (267) . Js (19) : (1) Js 14,22 . (2) Js 14,23 . (3) Js 17,3 . (4) Js 17,6 . (5) Js 22,25 . (6) Js 30,1 . (7) Js 31,9 . (8) Js 37,34 . (9) Js 41,14 . (10) Js 43,10 . (11) Js 43,12 . (12) Js 49,18 . (13) Js 52,5 (2X) . (14) Js 54,17 . (15) Js 55,8 . (16) Js 59,20 . (17) Js 66,2 . (18) Js 66,17 . (19) Js 66,22 . në´um ´ädonâj JHWH (godsspraak van mijn Heer JHWH) . Tenach (92) . Js (2) : (1) Js 3,15 . (2) Js 56,8 . në´um hâ´âdôn JHWH (godsspraak van de Heer JHWH) . Tenach (2) : (1) Js 1,24 . (2) Js 19,4 . Totaal (23) .

Js 1,24.4. - 5. JHWH tsëbhâ´ôth (JHWH Sabaoth = Heer van de heerscharen) . Tenach (245) . Js 1 (2) : (1) Js 1,9 . (2) Js 1,24 .

Js 1,24.7. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Tenach (2044) . Js (73) . Js 1 (3) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,24 .
-- ´èth qëdôsj jishërâ´el (de Heilige van Israël) . Tenach (2) : (1) Js 1,4 . (2) Js 30,11 .

Js 1,24.8. hôj (wee) . Taalgebruik in Tenach : hoj (wee) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Gr. ouai . Lat. vae . Fr. malheur . E. woe . D. weh . Js (22) : (1) Js 1,4 . (2) Js 1,24 . (3) Js 5,8 . (4) Js 5,11 . (5) Js 5,18 . (6) Js 5,20 . (7) Js 5,21 . (8) Js 5,22 . (9) Js 10,1 . (10) Js 10,5 . (11) Js 16,4 . (12) Js 17,12 . (13) Js 18,1 . (14) Js 28,1 . (15) Js 29,1 . (16) Js 29,15 . (17) Js 30,1 . (18) Js 31,1 . (19) Js 33,1 . (20) Js 45,9 . (21) Js 45,10 . (22) Js 55,1 .

Js 1,25 - Js 1,25 . Klaaglied over Jeruzalem  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25kai epaxô tèn cheira mou epi se kai purôsô se eis katharon tous de apeithountas apolesô kai afelô pantas anomous apo sou kai pantas uperèfanous tapeinôsô 25 et convertam manum meam ad te et excoquam ad purum scoriam tuam et auferam omne stagnum tuum     25 En Ik zal Mijn hand tegen u keren, en Ik zal uw schuim op het allerreinste afzuiveren, en Ik zal al uw tin wegnemen.   [25] Ik keer mijn hand tegen u: zoals met loog ga Ik uw schuim zuiveren en al uw afval verwijderen.   [25] Ik zal mij tegen je keren, je zilver zuiver ik met loog, al je vuil verwijder ik.   25 Ik doe mijn hand op jou terugkeren, louteren zal ik als met loog je schuimslakken; ik verwijder al je loodvuil.   25. Je tournerai la main contre toi, j'épurerai comme à la potasse tes scories, j'ôterai tous tes déchets.  

King James Bible . [25] And I will turn my hand upon thee, and purely purge away thy dross, and take away all thy tin:
Luther-Bibel . 25 und will meine Hand wider dich kehren und wie mit Lauge ausschmelzen, was Schlacke ist, und all dein Zinn ausscheiden.

Tekstuitleg van Js 1,25 .

Js 1,26 - Js 1,26 . Klaaglied over Jeruzalem  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26kai epistèsô tous kritas sou ôs to proteron kai tous sumboulous sou ôs to ap' archès kai meta tauta klèthèsè polis dikaiosunès mètropolis pistè siôn  26 et restituam iudices tuos ut fuerunt prius et consiliarios tuos sicut antiquitus post haec vocaberis civitas iusti urbs fidelis    26 En Ik zal u uw rechters wedergeven, als in het eerste, en uw raadslieden als in den beginne; daarna zult gij een stad der gerechtigheid, een getrouwe stad, genoemd worden.   [26] Uw rechters maak Ik als vroeger, uw raadsheren weer als voorheen. Dan zal men u de stad van gerechtigheid noemen, de getrouwe veste.   [26] Ik breng je rechters en raadgevers tot inkeer, het zal weer worden als voorheen. Dan zul je deze naam dragen: ‘Stad van gerechtigheid’, ‘Stad van trouw’.   26 Ik doe je rechters terugkeren zoals eerst, je raadsheren als in de aanvang; daarna wordt tot jou geroepen ‘stad van gerechtigheid’, ‘vesting betrouwbaar’!   26. Je rendrai tes juges tels que jadis, tes conseillers tels qu'autrefois. Après quoi on t'appellera Ville-de-Justice, Cité fidèle.  

King James Bible . [26] And I will restore thy judges as at the first, and thy counsellers as at the beginning: afterward thou shalt be called, The city of righteousness, the faithful city.
Luther-Bibel . 26 Und ich will dir wieder Richter geben, wie sie vormals waren, und Ratsherren wie im Anfang. Alsdann wirst du eine Stadt der Gerechtigkeit und eine treue Stadt heißen.

Tekstuitleg van Js 1,26 .

Js 1,27 - Js 1,27 . Klaaglied over Jeruzalem  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27meta gar krimatos sôthèsetai è aichmalôsia autès kai meta eleèmosunès  27 Sion in iudicio redimetur et reducent eam in iustitia     27 Sion zal door recht verlost worden, en haar wederkerenden door gerechtigheid.   [27] Sion zal door recht verlost worden en haar inwoners, die zich bekeren, door gerechtigheid.   [27] Sion zal verlost worden door recht en wie zich bekeert door gerechtigheid.   27 Sion zal door recht worden verlost,– die in haar terugkeren door gerechtigheid.   27. Sion sera rachetée par la droiture, et ceux qui reviendront, par la justice.  

King James Bible . [27] Zion shall be redeemed with judgment, and her converts with righteousness.
Luther-Bibel . 27 Zion muss durch Gericht erlöst werden und, die zu ihr zurückkehren, durch Gerechtigkeit.

a. tsijjôn bëmisjëpât thippâdèh = Sion wordt door recht vrijgekocht
b. wësjâbhè(j)hâ bitsëdâqâh = de terugkerenden naar haar door rechtvaardigheid

Tekstuitleg van Js 1,27 . Het vers Js 1,27 telt 5 woorden en 23 letters . De getalwaarde van Js 1,27 is 1600 (2³ X 2³ X 5²) . De structuur van het vers is : abca'b' . In Js 1,27 zijn tsijjôn (Sion) en wësjâbhè(j)hâ (en naar haar terugkerenden) nevengeschikt . Zo is ook lëtsijjôn (naar Sion) en ûlësâbhe(j) (en tot de terukerenden) nevengeschikt . In beide zinnen vinden we een vorm van tsijjôn (Sion) en van het werkw. sjûbh (terugkeren) . In Js 1,27 wordt Sion vrijgekocht , in Js 59,20 komt een verlosser naar Sion .

Js 1,27.1. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenach : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Structuur : 9 - 1 - 6 - 5 . Gr. siôn (Sion) . Bijbel (187) . Js (53) . Tenach (108) . Js (36) . Js 1-39 (23) : (1) Js 1,8 . (2) Js 1,27 . (3) Js 3,16 . (4) Js 3,17 . (5) Js 4,4 . (6) Js 4,5 . (7) Js 8,18 . (8) Js 10,12 . (9) Js 10,24 . (10) Js 10,32 . (11) Js 12,6 . (12) Js 14,32 . (13) Js 16,1 . (14) Js 18,7 . (15) Js 24,23 . (16) Js 29,8 . (17) Js 31,4 . (18) Js 33,5 . (19) Js 33,20 . (20) Js 34,8 . (21) Js 35,10 . (22) Js 37,22 . (23) Js 37,32 . Js 40-55 (7) : (1) Js 40,9 . (2) Js 49,14 . (3) Js 51,3 . (4) Js 51,11 . (5) Js 52,1 . (6) Js 52,2 . (7) Js 52,8 . Js 55-66 (5) : (1) Js 60,14 . (2) Js 61,3 . (3) Js 62,1 . (4) Js 62,11 . (5) Js 64,9 . (6) Js 66,8 .
- bath tsijjôn (dochter Sion) . Tenach (19 + 4 = 23X) . Js (4) : (1) Js 1,8 . (2) Js 37,22 . (3) Js 52,2 . (4) Js 62,11 . Zie ook be(j)th tsijjôn (huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .
-- ´èl har bath tsijjôn (naar de berg van de dochter van Sion) . Tenach (1) Js 16,1 .
-- har be(j)th tsijjôn (de berg van het huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .
- bëtsijjôn (in Sion) < bë + + tsijjôn (Sion) . Tenach (28) . Js (8) : (1) Js 4,3 . (2) Js 25,5 . (3) Js 28,16 . (4) Js 30,19 . (5) Js 31,9 . (6) Js 32,2 (bëtsèjôn) . (7) Js 33,14 . (8) Js 46,13 .
- lëtsijjôn (naar Sion) < lë + + tsijjôn (Sion) . Tenach (5) : (1) Js 41,27 . (2) Js 51,16 . (3) Js 52,7 . (4) Js 59,20 . (5) Zach 8,2 .
- mitstsijjôn (uit Sion) < min (uit) + tsijjôn (Sion) . Tenach (12) : (1) Js 2,3 . (2) Jr 9,18 . (3) Jl 4,16 . (4) Am 1,2 . (5) Mi 4,2 . (6) Ps 14,7 . (7) Ps 50,2 . (8) Ps 53,7 . (9) Ps 110,2 . (10) Ps 128,5 . (11) Ps 134,3 . (12) Ps 135,21 .

Js 1,27.2. misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Tenach : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Jesaja : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 , tet = 9 ; totaal : 60 (2² X 3 X 5) OF 429 (3 X 11 X 13) . Structuur : 4 - 3 - 8 - 9 . Tenach (132) . Pentateuch (18) . 12 kl. Prof (10) . Js (21) : (1) Js 1,17 . (2) Js 1,21 . (3) Js 4,4 . (4) Js 10,2 . (5) Js 16,5 . (6) Js 28,6 . (7) Js 28,17 . (8) Js 30,18 . (9) Js 32,7 . (10) Js 32,16 . (11) Js 33,5 . (12) Js 40,14 . (13) Js 42,1 . (14) Js 42,3 . (15) Js 42,4 . (16) Js 56,1 . (17) Js 59,8 . (18) Js 59,9 . (19) Js 59,14 . (20) Js 59,15 . (21) Js 61,8 . Een vorm van misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) in Jesaja in 40 (42X) verzen. Js 1-39 (21) . Js 40-55 (11) . Js 56-66 (8) . Js 1-39 (21) : (1) Js 1,17 . (2) Js 1,21 . (3) Js 1,27 . (42) Js 3,14 . (5) Js 4,4 . (6) Js 5,7 . (7) Js 5,16 . (8) Js 9,6 .(9) Js 10,2 . (10) Js 16,5 . (11) Js 26,8 . (12) Js 26,9 . (13) Js 28,6 . (14) Js 28,17 . (15) Js 28,26 . (16) Js 30,18 . (17) Js 32,1 . (18) Js 32,7 . (19) Js 32,16 . (20) Js 33,5 . (21) Js 34,5 . Js 40-55 (11) : (1) Js 40,14 . (2) Js 40,27 . (3) Js 41,1 . (4) Js 42,1 . (5) Js 42,3 . (6) Js 42,4 . (7) Js 49,4 . (8) Js 50,8 . (9) Js 51,4 . (10) Js 53,8 . (11) Js 54,17 . Js 56-66 (8) : (1) Js 56,1 . (2) Js 58,2 . (3) Js 59,8 . (4) Js 59,9 . (5) Js 59,11 . (6) Js 59,14 . (7) Js 59,15 . (8) Js 61,8 .
- zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. misjëpâtî (mijn recht) OF stat. constr. mann. mv. misjëpëthe(j) van het zelfst. naamw. Tenach (42) . Js (4) : (1) Js 40,27 . (2) Js 49,4 . (3) Js 50,8 . (4) Js 58,2 . ûmisjëpâtî (en mijn recht) , verbindingswoord + ... . Tenach (10) . Js (1) : Js 51,4 .
- bëmisjëpât / bammisjëpât (in / door een / het oordeel) < voorzetsel bë + zelfst. naamw. . Tenach (28) . Js (4) : (1) Js 1,27 . (2) Js 3,14 . (3) Js 5,16 . (4) Js 9,6 .
- lëmisjëpât / lammisjëpât (tot een / het oordeel) < voorzetsel lë + zelfst. naamw. . Tenach (23) . Js (7) : (1) Js 5,7 . (2) Js 28,26 . (3) Js 32,1 . (4) Js 34,5 . (5) Js 41,1 . (6) Js 54,17 . (7) Js 59,11 .
- ûmisjëpât (en een oordeel) . Tenach (29) . Pentateuch (3) . 12 kl. Prof. (3) . Js (1) Js 58,2 .

Js 1,27.3. passief nifal 3de pers. vr. enk. thippâdèh (zij wordt vrijgekocht) van het werkw. pâdâh (verlossen, redden, vrijkopen) . Taalgebruik in Tenach : pâdâh (verlossen, redden, vrijkopen) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , daleth = 4 , he = 5 ; totaal : 26 OF 89 . Structuur : 8 - 4 - 5 . Gr. lutroô (vrijkopen, verlossen) . Zie het zelfst. naamw. lutrôsis (loskopen, verlossing) . Taalgebruik in de LXX : lutrôsis (loskopen, verlossing) . Lat. redimere . E. to buy (off) , to redeem . . D. loskaufen , auslösen . Een vorm van lutroô (vrijkopen, verlossen) in de LXX (108) , in het N.T. (3) . Tenach (6) : (1) Ex 13,13 . (2) Ex 34,20 . (3) Nu 18,15 . (4) Nu 18,16 . (5) Nu 18,17 . (6) Js 1,27 . Een vorm van pâdâh (verlossen, redden, vrijkopen) in Js (4) : (1) Js 1,27 . (2) Js 29,22 . (3) Js 35,10 . (4) Js 51,11

Js 1,27.4. wësjâbhè(j)hâ < prefiw verbindingswoord wë + werkwoordvorm actief qal part. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. vr. 3de pers. vr. enk. (en de terugkerenden naar haar) van het werkw. sjûbh (terugkeren) . Taalgebruik in Tenach : sjûbh (terugkeren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , waw = 6 , beth = 2 ; totaal : 29 of 308 . Structuur : 3 - 6 - 2 . Tenach (2) : (1) Dt 32,42 . (2) Js 1,27 . Het persoonl. voornaamw. verwijst naar Sion , het eerste woord in het vers .

Js 1,27.5. bitsëdâqâh (door rechtvaardigheid) < voorzetsel bë + tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Tenach : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Jesaja : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) OF 199 . Structuur : 9 - 4 - 1 - 5 . Gr. dikaiosunè (rechtvaardigheid) . Zie : Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het N.T. : dikaios (rechtvaardig) . Lat. justitia . Fr. la justice . E. righteousness . D. Gerechtigkeit . Een vorm van dikaiosunè (rechtvaardigheid) in de LXX (351) , in het N.T. (91) . Tenach (10) : (1) Js 1,27 . (2) Js 5,16 . (3) Js 48,1 . (4) Js 54,14 . (5) Js 63,1 . (6) Mal 3,3 . (7) Ps 72,3 . (8) Spr 16,8 . (9) Spr 16,12 . (10) Da 4,24 (bëtsidëqâh) .

Js 1,28 - Js 1,28 . Klaaglied over Jeruzalem  - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,21 - Js 1,22 - Js 1,23 - Js 1,24 - Js 1,25 - Js 1,26 - Js 1,27 - Js 1,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28kai suntribèsontai oi anomoi kai oi amartôloi ama kai oi egkataleipontes ton kurion suntelesthèsontai  28 et conteret scelestos et peccatores simul et qui dereliquerunt Dominum consumentur   wësjèbhèr posjë`îm wëchattâ´îm jachëdâw  wë`ozëbhe(j) JHWH jâkhëlû 28 Maar er zal verbreking zijn der overtreders, en der zondaars te zamen; en die den HEERE verlaten, zullen omkomen.   [28] Maar afvalligen en zondaars gaan samen ten onder: zij die de heer verlaten, worden vernietigd.   [28] Maar opstandige zondaars worden gebroken, wie de HEER verlaat, gaat ten onder.   28 Het wordt een verbrijzeling van misdadigers en zondaars tezamen,– wie de ENE verlieten vinden hun einde.   28. C'est la destruction des criminels et des pécheurs, tous ensemble! Ceux qui abandonnent Yahvé périront.  

King James Bible . [28] And the destruction of the transgressors and of the sinners shall be together, and they that forsake the LORD shall be consumed.
Luther-Bibel . 28 Die Übertreter aber und Sünder werden allesamt vernichtet werden, und die den HERRN verlassen, werden umkommen.

a. wësjèbhèr posjë`îm wëchattâ´îm jachëdâw = en vernietiging van misdadigers en zondaars
b. wë`ozëbhe(j) JHWH jâkhëlû = en de verlaters van JHWH vergaan .

Tekstuitleg van Js 1,28 . Het vers Js 1,28 telt 7 woorden en 32 (2² X 2³) letters . De getalwaarde van Js 1,28 is 1297 (priemgetal) .

Js 1,28.1. wësjèbhèr / wâsjèbhèr (en verplettering , vernietiging) . Zie het werkw. sjâbhar (breken, verpletteren) Taalgebruik in Tenach : sjâbhar (breken, verpletteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 43 OF 502 (2 X 251) . Structuur : 3 - 2 - 2 . Tenach (9) : (1) Js 1,28 . (2) Js 59,7 . (3) Js 60,18 . (4) Jr 4,6 . (5) Jr 6,1 . (6) Jr 48,3 . (7) Jr 50,22 . (8) Jr 51,54 . (9) Sef 1,10 .

Js 1,28.2. act. qal part. mann. mv. posjë`îm (misdadigers, zondaars) van het werkw. pâsja` (een misdrijf plegen, zondigen) . Taalgebruik in Tenach : pâsja` (een misdrijf plegen, zondigen) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 44 (4 X 11) OF 450 (2 X 3² X 5²) . Structuur : 8 - 3 - 7 . Tenach (4) : (1) Js 1,28 . (2) Js 53,12 . (3) Ps 51,15 . (4) Spr 10,12 .

Js 1,28.3. wëchattâ´îm (en zondaars) < wë = mann. mv. van het zelfst. naamw. chattâ´ (zondaar, misdadiger) . Zie werkw. châtâ´ (zondigen, missen) . Taalgebruik in Tenach : châtâ´ (zondigen, missen) . Getalwaarde : chet = 8 , tet = 9 , aleph = 1 ; totaal : 18 (2 X 3²) . Structuur : 8 - 9 - 1 . Tenach (4) : (1) Gn 13,13 . (2) Js 1,28 . (3) Ps 1,5 . (4) Ps 51,5 .

Js 1,28.4. jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) . Taalgebruik in Tenach : jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) . Getalwaarde : jod = 10 , chet = 8 , daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 28 . Het is een volmaakt getal . Het is de som van zeven elkaar opvolgende getallen : 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7 . Het heeft een menora-structuur met 4 in het midden . Structuur : 1 - 8 - 4 - 6 . Tenach (89) . Js (26) . Js 1-39 (9) . Js 40-55 (14) . Js 56-66 (3) . Js 1-39 (9) : (1) Js 1,28 . (2) Js 1,31 . (3) Js 9,20 . (4) Js 10,8 . (5) Js 11,6 . (6) Js 11,7 . (7) Js 11,14 . (8) Js 18,6 . (9) Js 22,3 .

Js 1,28.5. wë`ozëbhe(j) (en de verlatenden / verlaters) < wë + act. qal part. mann. mv. stat. constr. van het werkw. `âzabh (verlaten, achterlaten) . Taalgebruik in Tenach : `âzabh (verlaten, achterlaten) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , beth = 2 ; totaal : 25 (5²) of 79 . Structuur : 7 - 7 - 2 . Gr. leipô . kataleipô . egkataleipô (in iets achterlaten) . Lat. linquere , lictum (l-a-t-en, achterlaten) . relinquere , derelinquere . Eng. forsake . Ned. verzaken (v-r-z-k) , verlaten , in de steek laten . Fr. laisser (Lat. laxare) . délaisser . abandonner (a - ban-donner : geen toestemming geven) . Tenach (1) : Js 1,28 .

Js 1,28.6. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenach (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 1 (9) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,9 . (4) Js 1,10 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 1,20 . (8) Js 1,24 . (9) Js 1,28 .

Js 1,28.7. act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. jâkhëlû (eindigen, vergaan) van het werkw. kâlâh (voltooien, eindigen) . Taalgebruik in Tenach : kâlâh (voltooien, eindigen) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 28 OF 55 . Structuur : 2 - 3 - 5 . Tenach (41) . Js (2) : (1) Js 1,28 . (2) Js 46,2 .

- Js 1,29-31 . De cultus onder de heilige eiken -- Js 1,29-31 - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,29 - Js 1,30 - Js 1,31 -

Js 1,29 - Js 1,29 . De cultus onder de heilige eiken -- Js 1,29-31 - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,29 - Js 1,30 - Js 1,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29dioti aischunthèsontai epi tois eidôlois autôn a autoi èboulonto kai epèschunthèsan epi tois kèpois autôn a epethumèsan  29 confundentur enim ab idolis quibus sacrificaverunt et erubescetis super hortis quos elegeratis     29 Want zij zullen beschaamd worden om der eiken wil, die gijlieden begeerd hebt, en gij zult schaamrood worden, om der hoven wil, die gij verkoren hebt.   [29] Ja, u zult zich schamen over de heilige eiken waar u zo van houdt, en blozen over de tuinen die u zo op prijs stelt:   [29] Dan zal men schande spreken van de terebinten die jullie zo vurig vereerden, men zal zich schamen voor de tuinen waar jullie hart naar uitging.   29 Ja, ge zult schande dragen voor de godseiken die ge hebt begeerd,– en u schamen voor de tuinen die uw voorkeur hadden.   29. Oui, on aura honte des térébinthes qui font vos délices, vous rougirez des jardins que vous avez choisis.  

King James Bible . [29] For they shall be ashamed of the oaks which ye have desired, and ye shall be confounded for the gardens that ye have chosen.
Luther-Bibel . 29 Denn ihr sollt zuschanden werden wegen der Eichen, an denen ihr eure Lust habt, und ihr sollt schamrot werden wegen der Gärten, die ihr erwählt habt.

Tekstuitleg van Js 1,29 .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 1 (6) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,12 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,20 . (5) Js 1,29 . (6) Js 1,30 .

Js 1,30 - Js 1,30 . De cultus onder de heilige eiken -- Js 1,29-31 - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,29 - Js 1,30 - Js 1,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
30esontai gar ôs terebinthos apobeblèkuia ta fulla kai ôs paradeisos udôr mè echôn  30 cum fueritis velut quercus defluentibus foliis et velut hortus absque aqua     30 Want gij zult zijn als een eik, welks bladeren afvallen, en als een hof, die geen water heeft.   [30] want* u zult zelf als een eik zonder bladeren zijn, als een tuin zonder water.   [30] Jullie worden als een terebint waarvan het blad verwelkt, als een tuin zonder water.   30 Ja, ge zult zelf worden als een eikenboom welks loof verwelkt,– als een tuin die geen water meer heeft.   30. Car vous serez comme un térébinthe au feuillage flétri, et comme un jardin qui n'a plus d'eau.  

King James Bible . [30] For ye shall be as an oak whose leaf fadeth, and as a garden that hath no water.
Luther-Bibel . 30 Denn ihr werdet sein wie eine Eiche mit dürren Blättern und wie ein Garten ohne Wasser;

Tekstuitleg van Js 1,30 .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 1 (6) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,12 . (3) Js 1,15 . (4) Js 1,20 . (5) Js 1,29 . (6) Js 1,30 .

9. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenach : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Tenach (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 1 (2) : (1) Js 1,6 . (2) Js 1,30 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenach (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 1 (1) : Js 1,31 .

Js 1,31 - Js 1,31 . De cultus onder de heilige eiken -- Js 1,29-31 - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- Js 1 -- bijbelverwijzingen - Js 1,29 - Js 1,30 - Js 1,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
31kai estai è ischus autôn ôs kalamè stippuou kai ai ergasiai autôn ôs spinthères puros kai katakauthèsontai oi anomoi kai oi amartôloi ama kai ouk estai o sbesôn   31 et erit fortitudo vestra ut favilla stuppae et opus vestrum quasi scintilla et succendetur utrumque simul et non erit qui extinguat     31 En de sterke zal wezen tot grof vlas, en zijn werkmeester tot een vonk, en zij zullen beiden te zamen branden, en er zal geen uitblusser wezen.  [31] Het vlas wordt afval en bewerkt* door een vonk: zo ontstaat een vuur dat niemand blust.’   [31] Verworven schatten* worden tot kaf en wie ze vergaarde tot een vonk; samen zullen ze branden en niemand dooft het vuur.  31 Worden zal de machthebber tot een vlasdraad, zijn werk tot een vonkje: die twee zullen samen branden en niemand die blust! ••   31. Le colosse deviendra comme de l'étoupe, et son œuvre sera l'étincelle : ils flamberont tous deux ensemble, et personne pour éteindre. 

King James Bible . [31] And the strong shall be as tow, and the maker of it as a spark, and they shall both burn together, and none shall quench them.
Luther-Bibel . 31 und der Starke wird sein wie Werg und sein Tun wie ein Funke, und beides wird miteinander brennen und niemand löscht.

a. wëhâjâh
b. lënîtsôts
c. wë´e(j)n mëkhabbèh (en er is geen blusser)

Tekstuitleg van Js 1,31 . Het vers Js 1,31 telt 10 (2 X 5) woorden en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Js 1,31 is 2218 (2 X 1109) .

Js 1,31.1. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) .
- wëhâjâh (en het zal zijn) < verbindingswoord wë + . Dezelfde getalwaarde als JHWH . Tenach (388) . Pentateuch (149) . Js (66) . Js 1-39 (58) . (1) Js 1,31 . Js 40-55 (3) . Js 55-66 (5) .

Js 1,31.5. nîtsôts (vonk) . Taalgebruik in Tenach : nîtsôts (vonk) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , jod = 10 , tsade = 18 of 90 , waw = 6 ; totaal : 66 (2 X 3 X 11) OF 246 (2 X 3 X 41) . Structuur : 5 - 1 - 9 - 6 - 9 .
- lënîtsôts (tot een vonk) < lë + . Tenach (1) : Js 1,31 .

Js 1,31.6. bâ`ar (branden, verbranden, verteren, ontsteken) . Taalgebruik in Tenach : bâ`ar (branden, verbranden, verteren, ontsteken) . Getalwaarde : beth = 2 , ajin = 16 of 70 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 (2³ X 2² X 17) . Structuur : 2 - 7 - 2 .
- ûbhâ`ärû (en zij branden) < wë + act. qal perf. 3de pers. mann. mv. . Tenach (2) : (1) Js 1,31 . (2) Ez 39,9 .

Js 1,31.9. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenach : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Tenach (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 1 (2) : (1) Js 1,6 . (2) Js 1,30 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenach (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 1 (1) : Js 1,31 .

Js 1,31.10. kâbhâh (geblust worden, uitgaan) . Taalgebruik in Tenach : kâbhâh (geblust worden, uitgaan) . Getalwaarde : kaph = 12 of 30 , beth = 2 , he = 5 ; totaal : 19 OF 37 . Structuur : 3 - 2 - 5 .
- act. piël part. mann. enk. mëkhabbèh (dovende , dover, blusser) . Tenach (4) : (1) Js 1,31 . (2) Jr 4,4 . (3) Jr 21,12 . (4) Am 5,6 .

Js 1,31.9. - 10. wë´e(j)n mëkhabbèh (en er is geen blusser) . Tenach (4 / 4) : (1) Js 1,31 . (2) Jr 4,4 . (3) Jr 21,12 . (4) Am 5,6 .


SEPTUAGINTA

1 1orasis èn eiden èsaias uios amôs èn eiden kata tès ioudaias kai kata ierousalèm en basileia oziou kai iôatham kai achaz kai ezekiou oi ebasileusan tès ioudaias2akoue ourane kai enôtizou gè oti kurios elalèsen uious egennèsa kai upsôsa autoi de me èthetèsan3egnô bous ton ktèsamenon kai onos tèn fatnèn tou kuriou autou israèl de me ouk egnô kai o laos me ou sunèken4ouai ethnos amartôlon laos plèrès amartiôn sperma ponèron uioi anomoi egkatelipate ton kurion kai parôrgisate ton agion tou israèl5ti eti plègète prostithentes anomian pasa kefalè eis ponon kai pasa kardia eis lupèn6apo podôn eôs kefalès oute trauma oute môlôps oute plègè flegmainousa ouk estin malagma epitheinai oute elaion oute katadesmous7è gè umôn erèmos ai poleis umôn purikaustoi tèn chôran umôn enôpion umôn allotrioi katesthiousin autèn kai èrèmôtai katestrammenè upo laôn allotriôn8egkataleifthèsetai è thugatèr siôn ôs skènè en ampelôni kai ôs opôrofulakion en sikuèratô ôs polis poliorkoumenè9kai ei mè kurios sabaôth egkatelipen èmin sperma ôs sodoma an egenèthèmen kai ôs gomorra an ômoiôthèmen10akousate logon kuriou archontes sodomôn prosechete nomon theou laos gomorras11ti moi plèthos tôn thusiôn umôn legei kurios plèrès eimi olokautômatôn kriôn kai stear arnôn kai aima taurôn kai tragôn ou boulomai12oud' ean erchèsthe ofthènai moi tis gar exezètèsen tauta ek tôn cheirôn umôn patein tèn aulèn mou13ou prosthèsesthe ean ferète semidalin mataion thumiama bdelugma moi estin tas noumènias umôn kai ta sabbata kai èmeran megalèn ouk anechomai nèsteian kai argian14kai tas noumènias umôn kai tas eortas umôn misei è psuchè mou egenèthète moi eis plèsmonèn ouketi anèsô tas amartias umôn15otan tas cheiras ekteinète pros me apostrepsô tous ofthalmous mou af' umôn kai ean plèthunète tèn deèsin ouk eisakousomai umôn ai gar cheires umôn aimatos plèreis16lousasthe katharoi genesthe afelete tas ponèrias apo tôn psuchôn umôn apenanti tôn ofthalmôn mou pausasthe apo tôn ponèriôn umôn17mathete kalon poiein ekzètèsate krisin rusasthe adikoumenon krinate orfanô kai dikaiôsate chèran18kai deute kai dielegchthômen legei kurios kai ean ôsin ai amartiai umôn ôs foinikoun ôs chiona leukanô ean de ôsin ôs kokkinon ôs erion leukanô19kai ean thelète kai eisakousète mou ta agatha tès gès fagesthe20ean de mè thelète mède eisakousète mou machaira umas katedetai to gar stoma kuriou elalèsen tauta21pôs egeneto pornè polis pistè siôn plèrès kriseôs en è dikaiosunè ekoimèthè en autè nun de foneutai22to argurion umôn adokimon oi kapèloi sou misgousi ton oinon udati23oi archontes sou apeithousin koinônoi kleptôn agapôntes dôra diôkontes antapodoma orfanois ou krinontes kai krisin chèrôn ou prosechontes24dia touto tade legei o despotès kurios sabaôth ouai oi ischuontes israèl ou pausetai gar mou o thumos en tois upenantiois kai krisin ek tôn echthrôn mou poièsô25kai epaxô tèn cheira mou epi se kai purôsô se eis katharon tous de apeithountas apolesô kai afelô pantas anomous apo sou kai pantas uperèfanous tapeinôsô26kai epistèsô tous kritas sou ôs to proteron kai tous sumboulous sou ôs to ap' archès kai meta tauta klèthèsè polis dikaiosunès mètropolis pistè siôn27meta gar krimatos sôthèsetai è aichmalôsia autès kai meta eleèmosunès28kai suntribèsontai oi anomoi kai oi amartôloi ama kai oi egkataleipontes ton kurion suntelesthèsontai29dioti aischunthèsontai epi tois eidôlois autôn a autoi èboulonto kai epèschunthèsan epi tois kèpois autôn a epethumèsan30esontai gar ôs terebinthos apobeblèkuia ta fulla kai ôs paradeisos udôr mè echôn31kai estai è ischus autôn ôs kalamè stippuou kai ai ergasiai autôn ôs spinthères puros kai katakauthèsontai oi anomoi kai oi amartôloi ama kai ouk estai o sbesôn


VULGAAT

1 visio Isaiae filii Amos quam vidit super Iudam et Hierusalem in diebus Oziae Ioatham Ahaz Ezechiae regum Iuda 2 audite caeli et auribus percipe terra quoniam Dominus locutus est filios enutrivi et exaltavi ipsi autem spreverunt me 3 cognovit bos possessorem suum et asinus praesepe domini sui Israhel non cognovit populus meus non intellexit 4 vae genti peccatrici populo gravi iniquitate semini nequam filiis sceleratis dereliquerunt Dominum blasphemaverunt Sanctum Israhel abalienati sunt retrorsum 5 super quo percutiam vos ultra addentes praevaricationem omne caput languidum et omne cor maerens 6 a planta pedis usque ad verticem non est in eo sanitas vulnus et livor et plaga tumens non est circumligata nec curata medicamine neque fota oleo 7 terra vestra deserta civitates vestrae succensae igni regionem vestram coram vobis alieni devorant et desolabitur sicut in vastitate hostili 8 et derelinquetur filia Sion ut umbraculum in vinea et sicut tugurium in cucumerario sicut civitas quae vastatur 9 nisi Dominus exercituum reliquisset nobis semen quasi Sodoma fuissemus et quasi Gomorra similes essemus 10 audite verbum Domini principes Sodomorum percipite auribus legem Dei nostri populus Gomorrae 11 quo mihi multitudinem victimarum vestrarum dicit Dominus plenus sum holocausta arietum et adipem pinguium et sanguinem vitulorum et agnorum et hircorum nolui 12 cum veneritis ante conspectum meum quis quaesivit haec de manibus vestris ut ambularetis in atriis meis 13 ne adferatis ultra sacrificium frustra incensum abominatio est mihi neomeniam et sabbatum et festivitates alias non feram iniqui sunt coetus vestri 14 kalendas vestras et sollemnitates vestras odivit anima mea facta sunt mihi molesta laboravi sustinens 15 et cum extenderitis manus vestras avertam oculos meos a vobis et cum multiplicaveritis orationem non audiam manus vestrae sanguine plenae sunt 16 lavamini mundi estote auferte malum cogitationum vestrarum ab oculis meis quiescite agere perverse 17 discite benefacere quaerite iudicium subvenite oppresso iudicate pupillo defendite viduam 18 et venite et arguite me dicit Dominus si fuerint peccata vestra ut coccinum quasi nix dealbabuntur et si fuerint rubra quasi vermiculus velut lana erunt 19 si volueritis et audieritis bona terrae comedetis 20 quod si nolueritis et me provocaveritis ad iracundiam gladius devorabit vos quia os Domini locutum est 21 quomodo facta est meretrix civitas fidelis plena iudicii iustitia habitavit in ea nunc autem homicidae 22 argentum tuum versum est in scoriam vinum tuum mixtum est aqua 23 principes tui infideles socii furum omnes diligunt munera sequuntur retributiones pupillo non iudicant et causa viduae non ingreditur ad eos 24 propter hoc ait Dominus exercituum Fortis Israhel heu consolabor super hostibus meis et vindicabor de inimicis meis 25 et convertam manum meam ad te et excoquam ad purum scoriam tuam et auferam omne stagnum tuum 26 et restituam iudices tuos ut fuerunt prius et consiliarios tuos sicut antiquitus post haec vocaberis civitas iusti urbs fidelis 27 Sion in iudicio redimetur et reducent eam in iustitia 28 et conteret scelestos et peccatores simul et qui dereliquerunt Dominum consumentur 29 confundentur enim ab idolis quibus sacrificaverunt et erubescetis super hortis quos elegeratis 30 cum fueritis velut quercus defluentibus foliis et velut hortus absque aqua 31 et erit fortitudo vestra ut favilla stuppae et opus vestrum quasi scintilla et succendetur utrumque simul et non erit qui extinguat


Js 1,2-3 heeft met de woorden sjâmâ` (horen, luisteren) , bîn (begrijpen, bemerken) , jâda` / jâdâ` (kennen, weten) gemeen met Js 6,9 .