JESAJA 2 , Js 2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -
- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg per pericope : - Js 2,1-5 -
Uitleg vers per vers : - Js 2,1 - Js 2,2 - Js 2,3 - Js 2,4 - Js 2,5 - Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T. : N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3 Luther-Bibel 1984      
bijbelvertalingen Lexilogos De Griekse bijbel bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. SynoJsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen - Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- be(j)th (huis) , zie Js 2,2 .
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Js 2,1-5 : 1ste (eerste) zondag van de advent A .
Bezinningstekst
: licht (Jesaja 2,1-5)
Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Js 2,1-5 . Verwijzing : Js 2,1-5 : bedevaart naar Jeruzalem -- taalgebruik -- Js 2,1 - Js 2,2 - Js 2,3 - Js 2,4 - Js 2,5 -- Js 2 -- Js 2,6-22 -

Eerste lezing van de 1ste (eerste) zondag van de advent A : Js 2,1-5 .
Visioen van Jesaja, de zoon van Amos, over Juda en Jeruzalem. Op het einde der dagen zal de berg waarop de tempel van de Heer staat, oprijzen boven alle bergen en uitsteken boven alle heuvels. Alle volkeren zullen erheen stromen en talloze naties erheen trekken. Zij zullen zeggen: "Kom, laat ons optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons zijn wegen wijzen en wij zullen zijn paden bewandelen. Want uit Sion komt de Wet, het Woord van de Heer uit Jeruzalem. Oordelen zal Hij de volkeren, rechtspreken over de talloze naties. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander, en niemand zal nog leren oorlog voeren. Huis van Jakob, kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer."

Js 2,1 - Js 2,1 -- Js 2,1-5 : bedevaart naar Jeruzalem -- taalgebruik -- Js 2,1 - Js 2,2 - Js 2,3 - Js 2,4 - Js 2,5 -- Js 2 -- Js 2,6-22 -
Griekse tekst Vulgaat MT 1ste (eerste) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1o logos o genomenos para kuriou pros èsaian uion amôs peri tès ioudaias kai peri ierousalèm  1 verbum quod vidit Isaias filius Amos super Iudam et Hierusalem    Visioen van Jesaja, de zoon van Amos, over Juda en Jeruzalem.  1 Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem. [1] De* openbaring over Juda en Jeruzalem, die Jesaja, de zoon van Amos, in een visioen ontving.  [1] Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos; het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem.  1 ¶ Het woord dat aanschouwd heeft: Jesaja, zoon van Amots,– over Juda en Jeruzalem.  1. Vision d'Isaïe, fils d'Amoç, au sujet de Juda et de Jérusalem.  

King James Bible . The word that Isaiah the son of Amoz saw concerning Judah and Jerusalem.
Luther-Bibel (1984) . 1Dies ist's, was Jesaja, der Sohn des Amoz, geschaut hat über Juda und Jerusalem:

Tekstuitleg van Js 2,1 . Dit vers Js 2,1 telt 9 (3 X 3) woorden , 23 lettergrepen en 36 (2² X 3²) letters ; verhouding : 1 : 4 . De getalwaarde van Js 2,1 is 2044 (2² X 7 X 73) . 8 van de 9 woorden van Js 2,1 komen voor in Js 1,1 . Het beginwoord van Js 1,1 is chäzôn (visioen, gezicht) , dat van Js 2,1 is haddâbhâr (het woord) . Bijgevolg is het vervoegd werkwoord van de betrekkelijke zin in Js 1,1 châzâh (dat hij zag) , in Js 2,1 echter evenzo . de he (h) staat voor de scheppende geest . Zo is de Hebreeuwse hifil een werkwoordvorm die de scheppende activiteit aanduidt . Als eerste letter van deze pericope mogen we een 'schepping' verwachten .
De verzen Js 2,1a en Js 13,1b : ´äsjèr châzâh jësja`ëjâhû bèn âmôts (dat Jesaja zoon van Amots zag) gelijkt zeer sterk op Js 1,1a : chäzôn jësja`ëjâhû bèn âmôts ´äsjèr châzâh (visioen van Jesaja zoon van Amots dat hij zag) .

Js 2,1.1. haddâbhâr (het woord) < lidw. h + dâbhâr . Zie (1) dâbhar (spreken) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. dâbhar (spreken) . (2) dibbèr (hij sprak) : piel perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (3) dâbhâr (woord, daad) . Zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) of 206 (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het NT (331) .h-d-b-r . Tenakh (228) . Js (5) : (1) Js 2,1 . (2) Js 16,13 . (3) Js 24,3 . (4) Js 37,22 . (5) Js 38,7 .
- haddâbhâr ´äsjèr (het woord dat) . Tenakh (74) . Js (3) : (1) Js 2,1 . (2) Js 16,13 . (3) Js 37,22 .
- zèh haddâbhâr ´äsjèr (dit woord dat) . Tenakh (16) . Js (2) : (1) Js 16,13 . (2) Js 37,22 .
- ´èth haddâbhâr hazzèh (dit woord) . Tenakh (46) . Pentateuch (12) Js (2 / 5) : (1) Js 24,3 . (2) Js 38,7 .
- type tekst : woord . dibhëre(j) `âmôs (woorden van Amos) . Slechts in Am 1,1 . dibhëre(j) jirëmëjâhû . Tenakh (4) : (1) Jr 1,1 . (2) Jr 26,20 . (3) Jr 36,10. (4) Jr 51,64 . dëbhar JHWH (woord van JHWH) . Tenakh (77) . 12 kl. Prof. (15) : (1) Hos 1,1 . (2) Jl 1,1 . (3) Am 8,12 . (4) Jon 1,1 . (5) Mi 1,1 . (6) Sef 1,1 . (7) Sef 2,5 . (8) Hag 1,3 . (9) Hag 2,1 . (10) Hag 2,10 . (11) Zach 4,6 . (12) Zach 7,4 . (13) Zach 7,8 . (14) Zach 8,1 . (15) Zach 8,18 .
Een grote overeenkomst van Js 2,1 met Jr 38,21 : zèh haddâbhâr ´äsjèr hirë´anî JHWH (dit is het woord dat JHWH liet zien) .

Js 2,1.2. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Tenakh (4012) . Js (119) . Js 2 (3) : (1) Js 2,1 . (2) Js 2,20 . (3) Js 2,22 .

Js 2,1.1. - 2. haddâbhâr ´äsjèr (het woord dat) . Tenakh (74) . Js (3 / 5) : (1) Js 2,1 . (2) Js 16,13 . (3) Js 37,22 .

Js 2,1.3. châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) . Taalgebruik in Tenakh : châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) . Getalwaarde : chet = 8 , zain = 7 , he = 5 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 8 - 7 - 5 . ch-z-h . Tenakh (41) . Js (6) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 . (4) Js 28,15 (chozèh) . (5) Js 33,20 . (6) Js 48,6 . act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. châzâh (hij ziet) . Js (3) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 .
- act. ind. perf. 3de pers. enk. eiden (hij zag) . Aoristvorm van horaô (zien) . Taalgebruik in de LXX : eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . N. zien . D. sehen , schauen . E. to see . Bijbel (262) . Pentateuch (64) . Js (5) : (1) Js 1,1 . (2) Js 13,1 . (3) Js 30,19 . (4) Js 59,15 . (5) Js 59,16 . Een vorm van eidon / eiden in het NT (336) . 2 / 3 wordt châzâh door eiden vertaald .
- act. ind. perf. 3de pers. enk. vidit van het werkw. videre (zien) . Bijbel (201) . Pentateuch (32) . Js (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 9,1 . (4) Js 13,1 . (5) Js 30,19 . (6) Js 59,15 . (7) Js 59,16 . (8) Js 64,3 . (9) Js 66,8 . 3 / 3 wordt châzâh door vidit vertaald ; 5 / 5 wordt eiden door vidit vertaald .
Hebr. châzâh . Gr. eiden . Lat. vidit (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 13,1 .
Een vorm van châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) in Js (12) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 . (4) Js 26,11 . (5) Js 30,10 . (6) Js 33,17 . (7) Js 33,20 . (8) Js 47,13 . (9) Js 48,6 . (10) Js 57,8 .
Hebr. châzâh . Gr. eiden . Lat. vidit (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 13,1 .
In Js 2,1 wordt châzâh door part. aor. nom. mann. enk. genomenos (gebeurd) van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in de LXX : ginomai (worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Bijbel (201) . Pentateuch (32) . Js (1) Js 2,1 . Dit is wellicht gebeurd onder invloed van haddâbâr (het woord) , Gr. ho logos . Een woord gebeurt . Een woord is akoustisch , een visioen visueel .

Js 2,1.2. - 3. ´äsjèr châzâh (dat hij zag) . (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 . (4) Am 1,1 . (5) Mi 1,1 . (6) Hab 1,1 .

Js 2,1.1. - 3. haddâbhâr ´äsjèr châzâh (het woord dat hij zag) . Slechts in Js 2,1 .

4. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740-701) . Taalgebruik in Tenakh : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17 OF het aantal letters van Js 1,1) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenakh (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
- wîsja`ëjâhû (en Jesaja) . Tenakh (3) : (1) 1 Kr 25,3 . (2) 1 Kr 26,25 . (3) 2 Kr 32,20 .
- ´èl jësja`ëjâhû (tot Jesaja) . Tenakh (8) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,8 . (3) 2 K 20,19 . (4) Js 7,3 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,5 . (7) Js 38,4 . (8) Js 39,8 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .

Js 2,1.6. âmôts (Amos) . Taalgebruik in Tenakh : âmôts (Amos) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 137 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 6 - 9 . Tenakh (13) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,20 . (3) 2 K 20,1 . (4) Js 1,1 . (5) Js 2,1 . (6) Js 13,1 . (7) Js 20,2 . (8) Js 37,2 . (9) Js 37,21 . (10) Js 38,1 . (11) 2 Kr 26,22 . (12) 2 Kr 32,20 . (13) 2 Kr 32,32 . In Js in 7 verzen . De zoon van Amots is de profeet Jesaja (rond 740) .
Zie werkw. ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 32 (2² X 2³) OF 131 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 9 . Een vorm van ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) in Js (3) : (1) Js 35,3 . (2) Js 41,10 . (3) Js 44,14 .
- bijvoegl. naamw. ´âmots (sterk) . Tenakh (1) : Zach 6,3 .
Niet verwarren met `âmôs (Amos) . Taalgebruik in Tenakh : `âmôs (Amos) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , samech = 15 of 60 ; totaal : 50 (2 X 5²) OF 176 (2² X 2² X 11) . Structuur : 7 - 4 - 6 - 6 .

Js 2,1.8. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenakh : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Tenakh (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .

9. jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Taalgebruik in Tenakh : jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 ; totaal : 82 (2 X 41) OF 586 (2 X 293) . Structuur : 1 - 2 - 6 -3 - 3 - 4 . Tenakh (336) . Js (26) . Js 1-39 (13) : (1) Js 3,8 . (2) Js 4,4 . (3) Js 5,3 . (4) Js 7,1 . (5) Js 8,14 . (6) Js 10,32 . (7) Js 22,10 . (8) Js 22,21 . (9) Js 31,5 . (10) Js 33,20 . (11) Js 36,20 . (12) Js 37,10 . (13) Js 37,22 . Js 40-66 (13) : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,9 . (3) Js 51,17 . (4) Js 52,1 . (5) Js 52,2 . (6) Js 52,9 . (7) Js 62,1 . (8) Js 62,6 . (9) Js 62,7 . (10) Js 64,9 . (11) Js 65,18 . (12) Js 66,10 . (13) Js 66,20 . Gr. hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in de Septuaginta : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in Jesaja : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : hierousalèm (Jeruzalem) . Bijbel (767) . Js (47) . Gr. hierosoluma (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : Hierosoluma (Jeruzalem)  .
- bïrûsjâlaim (in Jeruzalem) . Tenakh (178) . Js (6) : (1) Js 4,3 . (2) Js 27,13 . (3) Js 28,14 . (4) Js 30,19 . (5) Js 31,9 . (6) Js 65,19 .
-- ûbïrûsjâlaim (in Jeruzalem) . Tenakh (22) . Js (3) : (1) Js 10,12 . (2) Js 24,23 . (3) Js 66,13 .
- lïrûsjâlaim (tot Jeruzalem) . Tenakh (29) . Js (3) : (1) Js 10,11 . (2) Js 44,26 . (3) Js 44,28 .
-- ûlïrûsjâlaim (en tot Jeruzalem) . Tenakh (9) . Js (2) : (1) Js 36,7 . (2) Js 41,27 .
- mîrûsjâlaim (uit Jeruzalem) < min (uit) + jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Tenakh (27) . Js (4) : (1) Js 2,3 . (2) Js 3,1 . (3) Js 10,10 . (4) Js 37,32 .
- wîrûsjâlaim (en Jeruzalem) . Tenakh (33) . Js (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 .

7. - 9. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenakh : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Tenakh (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .

Js 2,2 - Js 2,2 -- Js 2,1-5 : bedevaart naar Jeruzalem -- taalgebruik -- Js 2,1 - Js 2,2 - Js 2,3 - Js 2,4 - Js 2,5 -- Js 2 -- Js 2,6-22 -
Griekse tekst Vulgaat MT 1ste (eerste) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2oti estai en tais eschatais hèmerais emfanes to oros kuriou kai o oikos tou theou ep' akrôn tôn oreôn kai upsôthèsetai uperanô tôn bounôn kai èxousin ep' auto panta ta ethnè  2 et erit in novissimis diebus praeparatus mons domus Domini in vertice montium et elevabitur super colles et fluent ad eum omnes gentes  wëhâjâh bë´achärîth hajjâmîm   Op het einde der dagen zal de berg waarop de tempel van de Heer staat, oprijzen boven alle bergen en uitsteken boven alle heuvels.   2 En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien.   [2] Op* het einde der dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van de heer gevestigd zal zijn als de hoogste der bergen, verheven boven de heuvels, en alle volken stromen naar hem toe;  [2] Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen,  2 Geschieden zal het later in de dagen: wélgegrond zal wezen de berg met het huis van de ENE als het hoofd van de bergen; verheffen zal hij zich boven de heuvels, en toestromen zullen tot hem alle volkeren;  2. Il arrivera dans la suite des temps que la montagne de la maison de Yahvé sera établie en tête des montagnes et s'élèvera au-dessus des collines. Alors toutes les nations afflueront vers elle, 

King James Bible . And it shall come to pass in the last days, that the mountain of the LORD'S house shall be established in the top of the mountains, and shall be exalted above the hills; and all nations shall flow unto it.
Luther-Bibel (1984) . 2 Es wird zur letzten Zeit der Berg, da des HERRN Haus ist, fest stehen, höher als alle Berge und über alle Hügel erhaben, und alle Heiden werden herzulaufen .

Tekstuitleg van Js 2,2 . Dit vers Js 2,2 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 67 letters . De getalwaarde van Js 2,2 is 3620 (2 X 2 X 5 X 181) .

1. wëhâjâh bë´achärîth hajjâmîm  (en het zal zijn op het einde van de dagen) : 3 + 4 + 3 = 10 lettergrepen .
2. nâkhôn jihëjèh har be(j)th JHWH (rechtopstaande zal zijn de berg van het huis van JHWH) : 2 + 2 + 1 + 1 + 3 = 9 lettergrepen .
3. bëro´sj hèharîm wënishshâ´ miggëbhâ`ôth (aan het hoofd van de bergen en verheven boven de heuvels) : 2 + 3 + 3 + 4 = 12 lettergrepen .
4. wënâhärû ´elâjw kâl haggôjim (en alle volken stromen naar hem) . 4 + 2 + 1 + 3 = 10 lettergrepen .
Totaal : 10 + 9 + 12 + 10 = 41 lettergrepen in vier versdelen met een gemiddelde van 10 lettergrepen .

Js 2,2.1. wëhâjâh (en het zal zijn) < wë + häjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) . Tenakh (388) . Jesaja (66) . Js 1-39 (58) . Js 40-66 (8) . Js 2 (1) Js 2,2 .

Js 2,2.2. bë´achärîth (op het einde) < bë + ´achärîth (einde, uitgang, achterste) . Taalgebruik in Tenakh : ´achärîth (einde, uitgang, achterste) . Tenakh (17) : (1) Gn 49,1 . (2) Nu 24,14 . (3) Dt 4,30 . (4) Dt 31,29 . (5) Js 2,2 . (6) Jr 23,20 . (7) Jr 30,24 . (8) Jr 48,47 . (9) Jr 49,39 . (10) Ez 38,8 . (11) Ez 38,16 . (12) Ps 139,9 . (13) Da 2,28 . (14) Da 8,19 . (15) Da 10,14 . (16) Hos 3,5 . (17) Mi 4,1 .

Js 2,2.3. hajjâmîm (de dagen) < lidw. ha + mann. mv. jâmîm van het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Gr. hèmera (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenakh (135) . Js (2) : (1) Js 2,2 . (2) Js 30,26 .

Js 2,2.2. - 3. bë´achärîth hajjâmîm (op het einde van de dagen = in de laatste dagen) . In dertien verzen in de bijbel : (1) Gn 49,1 . (2) Nu 24,14 . (3) Dt 4,30 . (4) Dt 31,29 . (5) Js 2,2 . (6) Jr 23,20 . (7) Jr 30,24 . (8) Jr 48,47 . (9) Jr 49,39 . (10) Ez 38,16 . (11) Da 10,14 . (12) Hos 3,5 . (13) Mi 4,1 . jâmîm bâ´îm (de komende dagen) . Tenakh (20) . Eveneens Tenakh (20) hinneh jâmîm bâ´îm (zie komende dagen) . Vrijer vertaald : eens zal de dag komen . Zie Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Tegenover het positief toekomstbeeld in Js 2,1-5 staat de ellendige situatie in de dagen van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia, koningen van Juda (tussen 783 / 767 - 742 / 40 EN 716 / 715 - 687) . 

Js 2,2.1. - 2. bë´achärîth hajjâmîm (op het einde van de dagen = in de laatste dagen) evenals 1. - 3. wëhâjâh bë´achärîth hajjâmîm (en het zal zijn op het einde van de dagen / in de laatste dagen) . In drie verzen in de bijbel : (1) Js 2,2 . (2) Jr 49,39 . (3) Mi 4,1 .

Js 2,2.4. nâkhôn (gestand, gegrond) . Passief nifal deelwoord mannelijk enkelvoud van het werkw. kôn (rechtop staan, vaststaan) . Taalgebruik in Tenakh : kôn (rechtop staan, vaststaan) .. Tenakh (31) . Js (1) Js 2,2 . Waarom nâkhôn niet vertalen in 'rechtop' , want de berg steekt boven de andere bergen uit . Over het koningshuis en de koningstroon , zie 2 S 7,16 en 2 S 7,26 .

Js 2,2.5. qal imperfect. 3de pers. enk. jihëjèh (en hij zal zijn) van het werkw. häjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Genesis : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Dt : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Micha : hâjâh (zijn) . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Tenakh (399) . Js (28) . Js 1-39 (21) . Js 40-66 (7) . Js 2 (1) Js 2,2 .

Js 2,2.6. har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het N.T. (62) . Tenakh (114) . Js (19) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 4,5 . (4) Js 10,32 . (5) Js 11,9 . (6) Js 13,2 . (7) Js 16,1 . (8) Js 18,7 . (9) Js 29,8 . (10) Js 30,25 . (11) Js 31,4 . (12) Js 40,4 . (13) Js 40,9 . (14) Js 56,7 . (15) Js 57,7 . (16) Js 57,13 . (17) Js 65,11 . (18) Js 65,25 . (19) Js 66,20 .

Js 2,2.7. stat. constr. be(j)th van het zelfst. naamw. bajith (huis) . Taalgebruik in Tenakh : bajith (huis) . Taalgebruik in Jesaja : bajith (huis) . Tenakh (911) . Js (35) . Js 2 (4) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 2,6 .

Js 2,2.8. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenakh (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Js 2 (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 2,10 . (5) Js 2,11 . (6) Js 2,17 . (7) Js 2,19 . (8) Js 2,21 .

Js 2,2.7. - 8. be(j)th JHWH . Tenakh (172) . Js (6) : (1) Js 2,2 . (2) Js 37,1 . (3) Js 37,14 . (4) Js 38,20 . (5) Js 38,22 . (6) Js 66,20 .

Js 2,2.6. - 8. har be(j)th JHWH (de berg van het huis van JHWH . In twee verzen in de bijbel - twee verzen die bijna identiek zijn - : (1) Js 2,2 . (2) Mi 4,1 .

Js 2,2.9. bëro´sj (aan het hoofd van) < bë + ro´sj (hoofd, top, begin) . Taalgebruik in Tenakh : ro´sj (hoofd, top, begin) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 501 . Tenakh (37) . Js (3) : (1) Js 2,2 . (2) Js 17,6 . (3) Js 51,20 .

10. hèhârîm (de bergen) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Tenakh (52) . Js (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,14 . (3) Js 5,25 . (4) Js 7,25 . (5) Js 52,7 . (6) Js 54,10 . (7) Js 55,12 . (8) Js 65,7 .

Js 2,2.11. w-n-sh-´ . (1) wënâshâ´ (en hij droeg) < wë + act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. . (1) wënishshâ´ (en het wordt gedragen) < wë + pass. nifal perf. 3de pers. mann. enk. . (2) wënishshâ´ (en verheven) < wë + pass. nifal part. mann. enk. van het werkw. nâshâ´(dragen, opnemen, verheffen) . Taalgebruik in Tenakh : nâshâ´ (dragen, opnemen, verheffen) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 351 (3³ X 13) . nâshâ´ wordt gebruikt in uitdrukkingen als de ogen opslaan , zijn stem verheffen , zijn voeten opheffen (= voortgaan) , zijn handen omhoogheffen . w-n-sh-´ . Tenakh (39) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (3) . Js (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 5,26 . (3) Js 6,1 . (4) Js 11,12 . (5) Js 39,6 . (6) Js 52,13 . (7) Js 57,7 . (8) Js 57,15 .

Js 2,2.12. miggëbhâ`ôth (boven de heuvels) < min + zelfst. naamw. vrouw. mv. van het zelfst. naamw. gibhë`âh (heuvel) . Taalgebruik in Tenakh : gibhë`âh (heuvel) . Tenakh (4) : (1) Lv 8,14 . (2) Js 2,2 . (3) Jr 3,23 . (4) Mi 4,1 .

Js 2,2.13. wënâhärû (en zij zullen stromen) < wë + act. qal perf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. nâhâr (stromen) . Taalgebruik in Tenakh : nâhâr (stromen) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , he = 5 , resj = 20 of 200 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 255 (5 X 51) . Tenakh (4) : (1) Js 2,2 . (2) Jr 31,12 . (3) Mi 4,1 . (4) Ps 34,6 .

Js 2,2.14. ´elâjw (tot hem) . Voorvoegsel ´el + suffix derde persoon mannelijk enkelvoud . ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) of godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeldgetallen) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Tenakh (407) . Js (11) : (1) Js 2,2 . (2) Js 7,4 . (3) Js 11,10 . (4) Js 19,17 . (5) Js 36,3 . (6) Js 37,3 . (7) Js 38,1 . (8) Js 39,3 . (9) Js 44,17 . (10) Js 46,7 . (11) Js 49,5 .

Js 2,2.15. kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Tenakh (2709) . Js (120) . Js 2 (6) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,12 . (3) Js 2,13 . (4) Js 2,14 . (5) Js 2,15 . (6) Js 2,16 .

Js 2,2.16. haggojim (de volken) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (174) . Js (18) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,4 . (3) Js 8,23 . (4) Js 14,26 . (5) Js 25,7 . (6) Js 29,7 . (7) Js 29,8 . (8) Js 34,2 . (9) Js 36,18 . (10) Js 37,12 . (11) Js 40,17 . (12) Js 43,9 . (13) Js 45,20 . (14) Js 52,10 . (15) Js 61,11 . (16) Js 66,18 . (17) Js 66,19 . (18) Js 66,20 .

Js 2,2.15. - 16. kâl haggôjim (alle volkeren) . Tenakh (37) . Js (11) : (1) Js 2,2 . (2) Js 14,26 . (3) Js 25,7 . (4) Js 29,7 . (5) Js 29,8 . (6) Js 34,2 . (7) Js 40,17 . (8) Js 43,9 . (9) Js 52,10 . (10) Js 61,11 . (11) Js 66,18 .

Js 2,3 - Js 2,3 -- Js 2,1-5 : bedevaart naar Jeruzalem -- taalgebruik -- Js 2,1 - Js 2,2 - Js 2,3 - Js 2,4 - Js 2,5 -- Js 2 -- Js 2,6-22 -
Griekse tekst Vulgaat MT 1ste (eerste) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai poreusontai ethnè polla kai erousin deute kai anabômen eis to oros kuriou kai eis ton oikon tou theou iakôb kai anaggelei èmin tèn odon autou kai poreusometha en autè ek gar siôn exeleusetai nomos kai logos kuriou ex ierousalèm  3 et ibunt populi multi et dicent venite et ascendamus ad montem Domini et ad domum Dei Iacob et docebit nos vias suas et ambulabimus in semitis eius quia de Sion exibit lex et verbum Domini de Hierusalem  wëhâlëkhû `ammîm rabbîm   Alle volkeren zullen erheen stromen en talloze naties erheen trekken. Zij zullen zeggen: "Kom, laat ons optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons zijn wegen wijzen en wij zullen zijn paden bewandelen. Want uit Sion komt de Wet, het Woord van de Heer uit Jeruzalem.   3 En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.  [3] en zij zeggen: ‘Kom, laat ons optrekken naar de berg van de heer, naar het huis van Jakobs God: dan zal Hij ons zijn wegen wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. Want uit Sion komt de Wet, uit Jeruzalem het woord van de heer.’  [3] machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER.   3 gaan zullen gemeenschappen vele en zeggen zullen ze: gaat mee, klimmen wij op naar de berg van de ENE, naar het huis van de God van Jakob; dat hij ons zal onderrichten aangaande zijn wegen en wij zullen gaan over zijn paden!– want van Sion zal het onderricht uitgaan, het woord van de ENE uit Jeruzalem.  3. alors viendront des peuples nombreux qui diront : « Venez, montons à la montagne de Yahvé, à la maison du Dieu de Jacob, qu'il nous enseigne ses voies et que nous suivions ses sentiers. » Car de Sion vient la Loi et de Jérusalem la parole de Yahvé.

King James Bible . And many people shall go and say, Come ye, and let us go up to the mountain of the LORD, to the house of the God of Jacob; and he will teach us of his ways, and we will walk in his paths: for out of Zion shall go forth the law, and the word of the LORD from Jerusalem.
Luther-Bibel (1984) . 3 und viele Völker werden hingehen und sagen: Kommt, laßt uns auf den Berg des HERRN gehen, zum Hause des Gottes Jakobs, daß er uns lehre seine Wege und wir wandeln auf seinen Steigen! Denn bvon Zion wird Weisung ausgehen und des HERRN Wort von Jerusalem.

a. wëhâlëkhû `ammîm rabbîm (en vele volkeren zullen komen)
b.

Tekstuitleg van Js 2,3 . Dit vers Js 2,3 telt 24 (2³ X 3) woorden en 99 (3² X 11) letters . De getalwaarde van Js 2,3 is 5364 (2² X 3² X 149) . Js 2,3 = Mi 4,2 behalve : het woord `ammîm (volkeren) in Js 2,3 , gôjim (volkeren) in Mi 4,2 . 64 lettergrepen , verdeeld over 8 versdelen , met een gemiddelde van 8 lettergrepen (8 - 6 - 9 - 8 - 6 - 8 - 8 - 11) .

Js 2,3.1. wëhâlëkhû (en zij gaan / en zij komen) . wë + werkwoordvorm qal perfectum derde persoon meervoud van het werkw. hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . In tien verzen in de bijbel : (1) 1 S 2,20 . (2) Js 2,3 . (3) Js 35,9 . (4) Js 60,3 . (5) Js 60,14 . (6) Jr 11,12 . (7) Mi 4,2 . (8) Sef 1,17 . (9) Zach 8,21 . (10) Job 1,4 .

Js 2,3.2. mann. mv. `ammîm (volkeren) van het zelfst. naamw. `am (volk) OF `im (met) . Taalgebruik in Tenakh : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : laos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . Een vorm van laos (volk) in de LXX (2064) , in het N.T. (141) . Tenakh (78) . Js (15) : (1) Js 2,3 . (2) Js 3,13 . (3) Js 8,9 . (4) Js 10,13 . (5) Js 11,10 . (6) Js 14,2 . (7) Js 14,6 . (8) Js 17,12 . (9) Js 30,28 . (10) Js 33,3 . (11) Js 33,12 . (12) Js 49,22 . (13) Js 51,4 . (14) Js 51,5 . (15) Js 63,6 .

Js 2,3.3. bijvoegl. naamw. mann. mv. rabbîm (vele) van het bijvoegl. naamw. rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenakh : rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Jesaja : rab (veel, talrijk, groot) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 22 (2X 11) OF 202 (2 X 101) ; structuur : 2 - 2 . Gr. polus (veel) . Taalgebruik in de Septuaginta : polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Een vorm van polus (veel) in de Septuaginta (822) , in het N.T. (353) . Tenakh (170) . Js (11) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,4 . (3) Js 5,9 . (4) Js 8,15 . (5) Js 17,12 . (6) Js 17,13 . (7) Js 23,3 . (8) Js 52,14 . (9) Js 52,15 . (10) Js 53,12 . (11) Js 54,1 .

Js 2,3.2. - 3. `ammîm rabbîm (vele volkeren) . Tenakh (15) : (1) Js 2,3 . (2) Js 17,12 . (3) Ez 3,6 . (4) Ez 27,33 . (5) Ez 32,3 . (6) Ez 32,9 . (7) Ez 32,10 . (8) Ez 38,6 . (9) Ez 38,22 . (10) Mi 4,3 . (11) Mi 4,13 . (12) Mi 5,6 . (13) Mi 5,7 . (14) Hab 2,10 . (15) Zach 8,22 .

Js 2,3.4. act. qal perf. 3de pers. mv. wë´âmërû (en zij zeggen) van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Amos : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jona : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Tenakh (790) . Tenakh (40) . Js (1) Js 2,3 .

Js 2,3.5. lekhû (ga) : qal imperatief tweede persoon mannelijk meervoud van het werkw. hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Jesaja : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Tenakh (65) . Js (7) : (1) Js 1,18 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 18,2 . (5) Js 30,21 . (6) Js 50,11 . (7) Js 55,1 .

Js 2,3.6. wëna`älèh (en laten we opgaan) : wë + werkwoordvorm qal cohortativus 1ste pers. mv. van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenakh : (1) Gn 35,3 . (2) Nu 9,21 . (3) Re 18,9 . (4) Js 2,3 . (5) Jr 6,4 . (6) Jr 6,5 . (7) Jr 31,6 . (8) Mi 4,2 .

Js 2,3.7. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) of godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (elkaars omgekeerde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Js (127) . Js 1-39 (80) . Js 40-55 (32) . Js 56-66 (15) . Js 2 (2) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,4 .

Js 2,3.8. har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het N.T. (62) . Tenakh (114) . Js (19) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 4,5 . (4) Js 10,32 . (5) Js 11,9 . (6) Js 13,2 . (7) Js 16,1 . (8) Js 18,7 . (9) Js 29,8 . (10) Js 30,25 . (11) Js 31,4 . (12) Js 40,4 . (13) Js 40,9 . (14) Js 56,7 . (15) Js 57,7 . (16) Js 57,13 . (17) Js 65,11 . (18) Js 65,25 . (19) Js 66,20 .

Js 2,3.7. - 8. ´èl har (naar de berg van) . Tenakh (20) : (1) Ex 3,1 . (2) Ex 19,23 . (3) Ex 24,13 . (4) Ex 34,2 . (5) Ex 34,4 . (6) Nu 27,12 . (7) Dt 32,49 . (8) Dt 34,1 . (9) Joz 15,10 . (10) 1 K 18,19 . (11) 1 K 18,20 . (12) 2 K 2,25 . (13) 2 K 4,25 . (14) Ps 43,3 . (15) Hl 4,6 . (16) Js 2,3 . (17) Js 16,1 . (18) Js 56,7 . (19) Ez 40,2 . (20) Mi 4,2 .
- `al har (op een berg / op de berg van) . Tenakh (18) . Js (4) : (1) Js 13,2 . (2) Js 28,8 . (3) Js 31,4 . (4) Js 66,20 .

Js 2,3.7. - 9. ´èl har JHWH komt slechts tweemaal in de bijbel voor : (1) Js 2,3 . (2) Mi 4,2 .
- bëhar JHWH (op de berg van JHWH) . Tenakh (2) : (1) Ps 24,3 . (2) Js 30,29 . Zie ook Gn 22,14 (op een berg zal JHWH voorzien) .
- har tsijjôn (Sionsberg) . Tenakh (9) : (1) Ps 48,3 . (2) Ps 48,12 . (3) Ps 74,2 . (4) Ps 78,68 . (5) Js 4,5 . (6) Js 18,7 . (7) Js 29,8 . (8) Js 31,4 . (9) Kl 5,18 .
- bëhar tsijjôn (op de Sionsberg) . Tenakh (6) : (1) Js 8,18 . (2) Js 10,12 . (3) Js 24,23 . (4) Jl 3,5 . (5) Ob 21 . (6) Mi 4,7 .
- ´èl har qâdësjî (naar de berg van mijn heiligheid , naar mijn heilige berg) . Tenakh (1) : Js 56,7 .
- ´èl har bath tsijjôn (naar de berg van de dochter van Sion) . Tenakh (1) Js 16,1 .
- har be(j)th tsijjôn (de berg van het huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .

Zie ook : `al har qâdësjî (op de berg van mijn heiligheid / op mijn heilige berg) . Tenakh (2) : (1) Js 66,20 . (2) Ob 16 .

Js 2,3.10. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) of godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (elkaars omgekeerde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenakh (3626) . Pentateuch (1096) . Js (127) . Js 1-39 (80) . Js 40-55 (32) . Js 56-66 (15) . Js 2 (2) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,4 .

Js 2,3.11. stat. constr. be(j)th van het zelfst. naamw. bajith (huis) . Taalgebruik in Tenakh : bajith (huis) . Taalgebruik in Jesaja : bajith (huis) . Tenakh (911) . Js (35) . Js 2 (4) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 2,6 .

Js 2,3.12. stat. constr. mann. mv. ´èlohe(j) van het zelfst. naamw. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (elkaars omgekeerde) .

Js 2,3.13. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenakh : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Tenakh (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 .
Bij de aartsvaders Abraham , Isaak en Jakob spelen de getallen van hun leeftijden een symbolische betekenis .
- Abraham werd 175 jaar oud . 175 = 5² X 7 . (Gn 25,7) . Merkwaardig is de plaats van dit vers in de bijbel : het 25ste hoofdstuk en het 7de vers . Som van de factoren : 5 + 5 + 7 = 17 .
- Isaak werd 180 jaar oud . 180 = 6² X 5 . (Gn 35,28) . Som van de factoren : 6 + 6 + 5 = 17 .
- Jakob werd 147 jaar oud . 147 = 7² X 3 . (Gn 49,33) . Som van de factoren : 7 + 7 + 3 = 17 . Ook hier is de plaats van dit vers in de bijbel merkwaardig : het 49ste hoofdstuk en het 33ste vers .
Het product van drie opeenvolgende getallen ( 5 - 6 - 7) in het kwadraat , opklimmend , met drie opeenvolgende onpare getallen afdalend .
- Jozef leefde 110 jaar . 110 = 5² + 6² + 7² . De som van drie opeenvolgende getallen in het kwadraat . (Gn 50,22) . Deze plaats in de bijbel is wellicht ook merkwaardig . 5 (50ste hoofdstuk) X 22 (22ste vers) = 110 .
Ook de getalwaarde van de namen kan een symbolische waarde hebben .
- Isaak (Gn 21,3) . jitsëchâq (Isaak) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 49 (7 X 7) OF 208 (8 X 26) .
- Jakob (Gn 25,26) . ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 OF 182 (7 X 26) .
- Jozef (Gn 30,24) . Jôseph (Jozef) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , samek = 15 of 60 , qoph = 17 of 80 ; totaal : 48 (2³ X 2² X 3) OF 156 (6 X 26) .
Het product van drie opeenvolgende getallen (8 - 7 - 6) in het kwadraat , afdalend , met de getalwaarde van de godsnaam JHWH = 26 .

12. - 13. ´èlohe(j) ja`äqobh (de God van Jakob) . Tenakh (9) : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) .

14 wë + act. hifil jussief 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. mv. wëjorenû (en dat hij ons lere) van het werkw.

Js 2,3.16. wënelëkhâh / wënelekhâh (en laten we gaan) : wë + werkwoordvorm qal actief cohortativus eerste persoon meervoud van het werkw. hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Tenakh (9) : (1) Gn 33,12 . (2) Gn 43,8 . (3) Re 19,28 . (4) lekhû (ga) + . 1 S 9,9 . (5) lekhû (ga) + . 1 S 11,14 . (6) 1 S 26,11 . (7) Js 2,3 . (8) lekhû (ga) + . Js 2,5 . (9) Mi 4,2 .

19. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenakh : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Structuur : 9 - 1 - 6 - 5 . Gr. siôn (Sion) . Bijbel (187) . Js (53) . Tenakh (108) . Js (36) . Js 1-39 (23) : (1) Js 1,8 . (2) Js 1,27 . (3) Js 3,16 . (4) Js 3,17 . (5) Js 4,4 . (6) Js 4,5 . (7) Js 8,18 . (8) Js 10,12 . (9) Js 10,24 . (10) Js 10,32 . (11) Js 12,6 . (12) Js 14,32 . (13) Js 16,1 . (14) Js 18,7 . (15) Js 24,23 . (16) Js 29,8 . (17) Js 31,4 . (18) Js 33,5 . (19) Js 33,20 . (20) Js 34,8 . (21) Js 35,10 . (22) Js 37,22 . (23) Js 37,32 . Js 40-55 (7) : (1) Js 40,9 . (2) Js 49,14 . (3) Js 51,3 . (4) Js 51,11 . (5) Js 52,1 . (6) Js 52,2 . (7) Js 52,8 . Js 55-66 (5) : (1) Js 60,14 . (2) Js 61,3 . (3) Js 62,1 . (4) Js 62,11 . (5) Js 64,9 . (6) Js 66,8 .
- bath tsijjôn (dochter Sion) . Tenakh (19 + 4 = 23X) . Js (4) : (1) Js 1,8 . (2) Js 37,22 . (3) Js 52,2 . (4) Js 62,11 . Zie ook be(j)th tsijjôn (huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .
-- ´èl har bath tsijjôn (naar de berg van de dochter van Sion) . Tenakh (1) Js 16,1 .
-- har be(j)th tsijjôn (de berg van het huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .
- bëtsijjôn (in Sion) < bë + + tsijjôn (Sion) . Tenakh (28) . Js (8) : (1) Js 4,3 . (2) Js 25,5 . (3) Js 28,16 . (4) Js 30,19 . (5) Js 31,9 . (6) Js 32,2 (bëtsèjôn) . (7) Js 33,14 . (8) Js 46,13 .
- lëtsijjôn (naar Sion) < lë + + tsijjôn (Sion) . Tenakh (5) : (1) Js 41,27 . (2) Js 51,16 . (3) Js 52,7 . (4) Js 59,20 . (5) Zach 8,2 .
- mitstsijjôn (uit Sion) < min (uit) + tsijjôn (Sion) . Tenakh (12) : (1) Js 2,3 . (2) Jr 9,18 . (3) Jl 4,16 . (4) Am 1,2 . (5) Mi 4,2 . (6) Ps 14,7 . (7) Ps 50,2 . (8) Ps 53,7 . (9) Ps 110,2 . (10) Ps 128,5 . (11) Ps 134,3 . (12) Ps 135,21 .

24. jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Taalgebruik in Tenakh : jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 ; totaal : 82 (2 X 41) OF 586 (2 X 293) . Structuur : 1 - 2 - 6 -3 - 3 - 4 . Tenakh (336) . Js (26) . Js 1-39 (13) : (1) Js 3,8 . (2) Js 4,4 . (3) Js 5,3 . (4) Js 7,1 . (5) Js 8,14 . (6) Js 10,32 . (7) Js 22,10 . (8) Js 22,21 . (9) Js 31,5 . (10) Js 33,20 . (11) Js 36,20 . (12) Js 37,10 . (13) Js 37,22 . Js 40-66 (13) : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,9 . (3) Js 51,17 . (4) Js 52,1 . (5) Js 52,2 . (6) Js 52,9 . (7) Js 62,1 . (8) Js 62,6 . (9) Js 62,7 . (10) Js 64,9 . (11) Js 65,18 . (12) Js 66,10 . (13) Js 66,20 . Gr. hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in de Septuaginta : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in Jesaja : hierousalèm (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : hierousalèm (Jeruzalem) . Bijbel (767) . Js (47) . Gr. hierosoluma (Jeruzalem) . Taalgebruik in het N.T. : Hierosoluma (Jeruzalem)  .
- bïrûsjâlaim (in Jeruzalem) . Tenakh (178) . Js (6) : (1) Js 4,3 . (2) Js 27,13 . (3) Js 28,14 . (4) Js 30,19 . (5) Js 31,9 . (6) Js 65,19 .
-- ûbïrûsjâlaim (in Jeruzalem) . Tenakh (22) . Js (3) : (1) Js 10,12 . (2) Js 24,23 . (3) Js 66,13 .
- lïrûsjâlaim (tot Jeruzalem) . Tenakh (29) . Js (3) : (1) Js 10,11 . (2) Js 44,26 . (3) Js 44,28 .
-- ûlïrûsjâlaim (en tot Jeruzalem) . Tenakh (9) . Js (2) : (1) Js 36,7 . (2) Js 41,27 .
- mîrûsjâlaim (uit Jeruzalem) < min (uit) + jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Tenakh (27) . Js (4) : (1) Js 2,3 . (2) Js 3,1 . (3) Js 10,10 . (4) Js 37,32 .
- wîrûsjâlaim (en Jeruzalem) . Tenakh (33) . Js (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 .

Js 2,4 - Js 2,4 -- Js 2,1-5 : bedevaart naar Jeruzalem -- taalgebruik -- Js 2,1 - Js 2,2 - Js 2,3 - Js 2,4 - Js 2,5 -- Js 2 -- Js 2,6-22 -
Griekse tekst Vulgaat MT 1ste (eerste) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai krinei ana meson tôn ethnôn kai elegxei laon polun kai sugkopsousin tas machairas autôn eis arotra kai tas zibunas autôn eis drepana kai ou lèmpsetai eti ethnos ep' ethnos machairan kai ou mè mathôsin eti polemein  4 et iudicabit gentes et arguet populos multos et conflabunt gladios suos in vomeres et lanceas suas in falces non levabit gens contra gentem gladium nec exercebuntur ultra ad proelium    Oordelen zal Hij de volkeren, rechtspreken over de talloze naties. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander, en niemand zal nog leren oorlog voeren. 4 En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.   [4] Hij zal recht doen onder de volken, en machtige naties straffen. Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen en hun speerpunten tot sikkels. Geen volk heft het zwaard meer tegen een ander en oorlog leren ze niet meer.  [4] Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.   4 Rechtspreken zal hij tussen de volkeren, vonnis vellen voor gemeenschappen vele; smeden zullen ze hun zwaarden tot ploegscharen, hun speren tot snoeimessen; niet meer opheffen zal volk tegen volk een zwaard, ze zullen de oorlog niet langer leren. •  4. Il jugera entre les nations, il sera l'arbitre de peuples nombreux. Ils briseront leurs épées pour en faire des socs et leurs lances pour en faire des serpes. On ne lèvera plus l'épée nation contre nation, on n'apprendra plus à faire la guerre.  

King James Bible . And he shall judge among the nations, and shall rebuke many people: and they shall beat their swords into plowshares, and their spears into pruninghooks: nation shall not lift up sword against nation, neither shall they learn war any more.
Luther-Bibel (1984) . 4 Und cer wird richten unter den Heiden und zurechtweisen viele Völker. Da werden sie ihre Schwerter zu Pflugscharen und ihre Spieße zu Sicheln machen. Denn es wird kein Volk wider das andere das Schwert erheben, und sie werden hinfort nicht mehr lernen, Krieg zu führen.

Tekstuitleg van Js 2,4 . Dit vers Js 2,4 telt 21 (3 X 7) woorden en 92 (2 X 2 X 23) letters . De getalwaarde van Js 2,4 is 5596 (2 X 2 X 1399) . "Zij zullen hun zwaarden omsmeden... " siert het gebouw van de VN in New York .

1. wesjâphat (en hij zal oordelen) . Prefix waw (koppelteken) + qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud .

6. bijvoegl. naamw. mann. mv. rabbîm (vele) van het bijvoegl. naamw. rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Tenakh : rab (veel, talrijk, groot) . Taalgebruik in Jesaja : rab (veel, talrijk, groot) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 22 (2X 11) OF 202 (2 X 101) ; structuur : 2 - 2 . Gr. polus (veel) . Taalgebruik in de Septuaginta : polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Een vorm van polus (veel) in de Septuaginta (822) , in het N.T. (353) . Tenakh (170) . Js (11) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,4 . (3) Js 5,9 . (4) Js 8,15 . (5) Js 17,12 . (6) Js 17,13 . (7) Js 23,3 . (8) Js 52,14 . (9) Js 52,15 . (10) Js 53,12 . (11) Js 54,1 .

7. wëkhiththëthû < wë + act. piel perf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. kâthath (smeden, slaan, stukslaan) . Taalgebruik in Tenakh : kâthath (smeden, slaan, stukslaan) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 55 (5 X 11) OF 820 (2² X 5 X 41) . Structuur : 2 - 4 - 4 . Tenakh (4) : (1) Js 2,4 . (2) Mi 4,3 . (3) Zach 11,6 . (4) 2 Kr 15,6 .

8. charëbhôthâm < stat. constr. mv. charëbhôth + suff. pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. (hun zwaarden) . chèrèbh (mes, zwaard) . Taalgebruik in Tenakh : chèrèbh (mes, zwaard) . Getalwaarde : chet = 8 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 8 - 2 - 2 . Tenakh (4) : (1) Js 2,4 . (2) Ez 28,7 . (3) Ez 30,11 . (4) Ez 32,27 .

10. chänîthôthehèm (hun speren) < stat. constr. mv. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . chänîth (speer) . Taalgebruik in Tenakh : chänîth (speer) . Getalwaarde : chet = 8 , nun = 14 of 50 , taw = 22 of 400 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 458 (2 X 229) . Structuur : 8 - 5 - 4 . Tenakh (1) Js 2,4 .

16. chèrèbh (mes, zwaard) . Taalgebruik in Tenakh : chèrèbh (mes, zwaard) . Getalwaarde : chet = 8 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 8 - 2 - 2 . Tenakh (168) . Js (10) : (1) Js 1,20 . (2) Js 2,4 . (3) Js 14,19 . (4) Js 21,15 . (5) Js 22,2 . (6) Js 25,5 . (7) Js 31,8 . (8) Js 34,6 . (9) Js 60,12 . (10) Js 61,4 .

Js 2,5 - Js 2,5 -- Js 2,1-5 : bedevaart naar Jeruzalem -- taalgebruik -- Js 2,1 - Js 2,2 - Js 2,3 - Js 2,4 - Js 2,5 -- Js 2 -- Js 2,6-22 -
Griekse tekst Vulgaat MT 1ste (eerste) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai nun o oikos tou iakôb deute poreuthômen tô fôti kuriou 5 domus Iacob venite et ambulemus in lumine Domini     Huis van Jakob, kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer."   5 Komt, gij huis van Jakob, en laat ons wandelen in het licht des HEEREN.  [5] Huis* van Jakob, kom, laat ons wandelen in het licht van de heer.   [5] Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de HEER.  5 Huis van Jakob,– gaat mee, laten we voortgaan in het licht van de ENE !  5. Maison de Jacob, allons, marchons à la lumière de Yahvé. L'éclat de la majesté de Yahvé.

King James Bible . O house of Jacob, come ye, and let us walk in the light of the LORD.
Luther-Bibel (1984) . 5 Kommt nun, ihr vom Hause Jakob, laßt uns wandeln im Licht des HERRN!

Tekstuitleg van Js 2,5 . Dit vers Js 2,5 telt 6 (2 X 3) woorden en 23 letters . De getalwaarde van Js 2,5 is 996 (2 X 2 X 3 X 83) .

2. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenakh : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Tenakh (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 .

1. - 2. be(j)th Ja`äqobh (huis van Jakob) . In veertien verzen in de bijbel : (1) Ps 114,1 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 10,20 . (5) Js 14,1 . (6) Js 29,22 . (7) Js 46,3 . (8) Js 48,1 . (9) Jr 2,4 . (10) Ez 20,5 . (11) Am 9,8 . (12) Ob 17 . (13) Mi 2,7 . (14) Mi 3,9 .

3. lekhû (ga) : qal imperatief tweede persoon mannelijk meervoud van het werkw. hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Tenakh (65) . Js (7) : (1) Js 1,18 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 18,2 . (5) Js 30,21 . (6) Js 50,11 . (7) Js 55,1 .

4. wënelëkhâh / wënelekhâh (en laten we gaan) : wë + werkwoordvorm qal actief cohortativus eerste persoon meervoud van het werkw. hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Tenakh (9) : (1) Gn 33,12 . (2) Gn 43,8 . (3) Re 19,28 . (4) lekhû (ga) + . 1 S 9,9 . (5) lekhû (ga) + . 1 S 11,14 . (6) 1 S 26,11 . (7) Js 2,3 . (8) lekhû (ga) + . Js 2,5 . (9) Mi 4,2 .

5. ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) . Taalgebruik in Jesaja : ´ôr (licht) . Getalwaarde : aleph = 1 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 207 (3³ X 23 ; 23 = aleph (1) + taw (22) . Structuur : 1 - 6 - 2 . Gr. fôs (licht) . Taalgebruik in de LXX : fôs (licht) . Taalgebruik in het N.T. : fôs (licht) . Tenakh (55) . Pentateuch (3) . Een vorm van fôs (licht) in de bijbel (209) , het O.T. (146) , het N.T. (63) . Lat. lux / lumen . Fr. lumière . E. light . D. Licht . Js (8) : (1) Js 9,1 . (2) Js 10,17 . (3) Js 18,4 . (4) Js 30,26 . (5) Js 31,9 . (6) Js 44,16 . (7) Js 45,7 . (8) Js 47,14 .
- ´ôr-kh = ´ôrèkhâ OF ´ôrëkhâ OF ´ôrekh OF (1) Js 58,8 : ´ôrèkhâ (je licht) . (2) Js 58,10 : ´ôrèkhâ (je licht) . (3) Js 60,1 : ´ôrekh (je licht) . (4) Ps 43,3 : ´ôrëkhâ (je licht) .
- bë´ôr (in licht) OF bë´ûr (in Ur) . Tenakh (11) . Js (2) : (1) Js 2,5 . (2) Js 50,11 .
- kë´ôr (als een licht) . Tenakh (4) : (1) Js 30,26 . (2) Hab 3,4 . (3) Ps 37,6 . (4) Spr 4,18 .
- lë´ôr / lâ´ôr (tot licht / tot het licht) . Tenakh (19) . Js (8) : (1) Js 5,20 . (2) Js 42,6 . (3) Js 42,16 . (4) Js 49,6 . (5) Js 51,4 . (6) Js 59,9 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 .
- wë´ôr (en licht) . Tenakh (10) . Js (3) : (1) Js 5,20 . (2) Js 5,30 . (3) Js 30,26 .
- Nog in Js 13,10 .
Volgens Gn 1,3 werd het licht op de eerste dag geschapen . ´ôr (licht) begint met de letter aleph (1) .
Volgens Gn 1,4 maakte God een scheiding tussen het licht en de duisternis . Licht en duisternis vormen een dualiteit , elkaars tegenpool .
- chosjèkh (duisternis) . Taalgebruik in Tenakh : chosjèkh (duisternis) . Getalwaarde : chet = 8 , sjin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 40 (2³ X 5) OF 328 (2³ X 41) . Structuur : 8 - 3 - 2 . Tenakh (57) . Gr. skotos (duisternis) . Taalgebruik in het N.T. : skotos (duisternis) . Taalgebruik in de Septuaginta : skotos (duisternis) . Een vorm van skotos (duisternis) in de Septuaginta (120) , in het N.T. (30) . Lat. tenebrae . Fr. ténèbres . E. darkness . D. Finsternis . Een vorm van chosjèkh (duisternis) in Js (13) (1) Js 5,20 . (2) Js 5,30 . (3) Js 9,1 . (4) Js 29,18 . (5) Js 42,7 . (6) Js 45,3 . (7) Js 45,7 . (8) Js 45,19 . (9) Js 47,5 . (10) Js 49,9 . (11) Js 58,10 . (12) Js 59,9 . (13) Js 60,2 . Na 7 dagen begint de 8ste dag (chet van chosjèkh = 8) of de 1ste dag van de scheppingsweek . Zoals elke dag begint de dag na de sabbat met het invallen van de duisternis .

 

Js 2,6-22 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -

- Js 2,6-8 : door afgodendienst wordt JHWH omlaag gehaald

Js 2,6 - Js 2,6 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6anèken gar ton laon autou ton oikon tou israèl oti eneplèsthè ôs to ap' archès è chôra autôn klèdonismôn ôs è tôn allofulôn kai tekna polla allofula egenèthè autois  6 proiecisti enim populum tuum domum Iacob quia repleti sunt ut olim et augures habuerunt ut Philisthim et pueris alienis adheserunt    6 Maar Gij hebt Uw volk, het huis van Jakob, verlaten, want zij zijn vervuld met goddeloosheid, meer dan het oosten, en zij zijn guichelaars gelijk de Filistijnen, en aan de kinderen der vreemden tonen zij hun behagen.  [6] U* hebt uw volk verstoten, Jakobs huis. Het wemelt er van waarzeggers* en wichelaars, net als bij de Filistijnen; het krioelt er van vreemd gespuis.   [6] U hebt uw volk, Jakobs nakomelingen, verstoten. Zij waren ontvankelijk voor invloeden uit het Oosten, net als de Filistijnen lieten zij zich in met waarzeggerij, ze zijn met vreemde gebruiken vertrouwd geraakt.   6 ¶ Want gij hebt verworpen uw gemeente, het huis van Jakob, want zij hebben zich volgeladen vanuit het oosten met zoveel wolkenwichelaars als de Filistijnen; met de kinderen van vreemdelingen doen zij handslag.   6. Oui, tu as rejeté ton peuple, la maison de Jacob, car il regorge depuis longtemps de magiciens, comme les Philistins, il surabonde d'enfants d'étrangers. 

King James Bible . [6] Therefore thou hast forsaken thy people the house of Jacob, because they be replenished from the east, and are soothsayers like the Philistines, and they please themselves in the children of strangers.
Luther-Bibel (1984) . 6 Aber du hast dein Volk, das Haus Jakob, verstoßen; denn sie treiben Wahrsagerei wie die im Osten und sind Zeichendeuter wie die Philister und hängen sich an die Kinder der Fremden.

Tekstuitleg van Js 2,6 . Het vers Js 2,6 telt 7 woorden en 28 (2² X 7) letters ; verhouding : 1 op 4 . De getalwaarde van Js 2,6 is 2701 (37 X 73) .

5. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenakh : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Tenakh (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 .

4. - 5. be(j)th Ja`äqobh (huis van Jakob) . In veertien verzen in de bijbel : (1) Ps 114,1 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 10,20 . (5) Js 14,1 . (6) Js 29,22 . (7) Js 46,3 . (8) Js 48,1 . (9) Jr 2,4 . (10) Ez 20,5 . (11) Am 9,8 . (12) Ob 17 . (13) Mi 2,7 . (14) Mi 3,9 . Js 2,5 en Js 2,6 laten een omkering zien (van positief naar negatief) .

Js 2,7 - Js 2,7 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7eneplèsthè gar è chôra autôn arguriou kai chrusiou kai ouk èn arithmos tôn thèsaurôn autôn kai eneplèsthè è gè ippôn kai ouk èn arithmos tôn armatôn autôn  7 repleta est terra argento et auro et non est finis thesaurorum eius     7 En hun land is vervuld met zilver en goud, en hunner schatten is geen einde; hun land is ook vervuld met paarden, en hunner wagenen is geen einde.   [7] Het* land is vol goud en zilver en er komt geen eind aan de rijkdom. Het land is vol paarden en er komt geen eind aan hun wagens.   [7] Ze vulden hun land met zilver en goud, hoe meer schatten, hoe beter. Ze vulden hun stallen met paarden, hoe meer wagens, hoe beter.   7 Vol is zijn land van zilver en goud, er is geen grens aan zijn schatten; vol is zijn land van paarden en er is geen grens aan zijn wagens.   7. Le pays s'est rempli d'argent et d'or, ses trésors sont sans limites; le pays s'est rempli de chevaux, ses chars sont sans nombre; 

King James Bible . [7] Their land also is full of silver and gold, neither is there any end of their treasures; their land is also full of horses, neither is there any end of their chariots:
Luther-Bibel (1984) . 7 Ihr Land ist voll Silber und Gold, und ihrer Schätze ist kein Ende; ihr Land ist voll Rosse, und ihrer Wagen ist kein Ende.

Tekstuitleg van Js 2,7 . Het vers Js 2,7 telt 13 woorden en 59 letters . De getalwaarde van Js 2,7 is 3873 (3 X 1291) .

Js 2,7.1. mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenakh : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 26 OF 71 . Structuur : 4 - 3 - 1 . Gr. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in de Septuaginta : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het N.T. : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Lat. replere . Fr. remplir . Ned. vervullen . D. erfüllen . E. to fill . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in de LXX (116) . - w-th-m-l-´ . Tenakh (9) . wë + pass. nifal imperf. 3de pers. vr. enk. waththimmâle´ (en zij werd vervuld) . Tenakh (6) : (1) Gn 6,11 . (2) Ex 1,7 . (3) 2 K 3,20 . (4) Js 2,7 . (5) Js 2,8 . (6) Ez 9,9 . In deze 6 verzen is een vorm van ´èrèts (land, aarde) onderwerp . wë + act. piël imperf. 3de pers. vr. enk. wathëmalle´ (en hij vulde) . Tenakh (3) : (1) Gn 21,19 . (2) Gn 24,16 . (3) Ps 80,10 .

Js 2,7.2. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Ex : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . ´arëtsô (zijn land) < zelfst. naamw. = suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Tenakh (30) . Js (7) : (1) Js 2,7 . (2) Js 2,8 . (3) Js 13,14 . (4) Js 18,2 . (5) Js 18,7 . (6) Js 36,18 . (7) Js 37,7 .

Js 2,7.3. kèsèph (zilver, geld) . Taalgebruik in Tenakh : kèsèph (zilver, geld) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , samech = 15 of 60 , pe = 17 of 80 ; totaal : 43 OF 160 (2² X 2³ X 5) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Tenakh (181) . Js (7) : (1) Js 2,7 . (2) Js 7,23 . (3) Js 13,17 . (4) Js 40,19 . (5) Js 55,1 . (6) Js 55,2 . (7) Js 60,17 .

Js 2,7.4. zâhâbh (goud) . Taalgebruik in Tenakh : zâhâbh (goud) . Getalwaarde : zajin = 7 , he = 5 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) . Structuur : 7 - 5 - 2 . wëzâhâbh (en goud) < wë + . Tenakh (31) . Js (2) : (1) Js 2,7 . (2) Js 13,17 .

Js 2,7.8. mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenakh : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 26 OF 71 . Structuur : 4 - 3 - 1 . Gr. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in de Septuaginta : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het N.T. : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Lat. replere . Fr. remplir . Ned. vervullen . D. erfüllen . E. to fill . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in de LXX (116) . - w-th-m-l-´ . Tenakh (9) . wë + pass. nifal imperf. 3de pers. vr. enk. waththimmâle´ (en zij werd vervuld) . Tenakh (6) : (1) Gn 6,11 . (2) Ex 1,7 . (3) 2 K 3,20 . (4) Js 2,7 . (5) Js 2,8 . (6) Ez 9,9 . In deze 6 verzen is een vorm van ´èrèts (land, aarde) onderwerp . wë + act. piël imperf. 3de pers. vr. enk. wathëmalle´ (en hij vulde) . Tenakh (3) : (1) Gn 21,19 . (2) Gn 24,16 . (3) Ps 80,10 .

Js 2,7.9. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Ex : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . ´arëtsô (zijn land) < zelfst. naamw. = suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Tenakh (30) . Js (7) : (1) Js 2,7 . (2) Js 2,8 . (3) Js 13,14 . (4) Js 18,2 . (5) Js 18,7 . (6) Js 36,18 . (7) Js 37,7 .

Js 2,8 - Js 2,8 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai eneplèsthè è gè bdelugmatôn tôn ergôn tôn cheirôn autôn kai prosekunèsan ois epoièsan oi daktuloi autôn  8 et repleta est terra eius equis et innumerabiles quadrigae eius et repleta est terra eius idolis opus manuum suarum adoraverunt quod fecerunt digiti eorum    8 Ook is hun land vervuld met afgoden; voor het werk hunner handen buigen zij zich neder, voor hetgeen hun vingeren gemaakt hebben.   [8] Het land is vol afgoden en zij aanbidden het werk van hun eigen handen, wat hun eigen vingers hebben gemaakt.   [8] Ze vulden hun huizen met afgoden, vereerden wat zij zelf hadden gemaakt, goden die ze vormden met hun eigen handen.   8 Vol is zijn land van godenbeelden,– voor het maaksel van zijn handen werpen zij zich neer, voor wat zijn vingers hebben gemaakt.  8. le pays s'est rempli de faux dieux, eux se prosternent devant l'œuvre de leurs mains, devant ce qu'ont fabriqué leurs doigts.  

King James Bible . [8] Their land also is full of idols; they worship the work of their own hands, that which their own fingers have made:
Luther-Bibel (1984) . 8 Auch ist ihr Land voll Götzen; sie beten an ihrer Hände Werk, das ihre Finger gemacht haben

Tekstuitleg van Js 2,8 .

1. mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenakh : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 26 OF 71 . Structuur : 4 - 3 - 1 . Gr. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in de Septuaginta : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het N.T. : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Lat. replere . Fr. remplir . Ned. vervullen . D. erfüllen . E. to fill . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in de LXX (116) .
- w-th-m-l-´ . Tenakh (9) . wë + pass. nifal imperf. 3de pers. vr. enk. waththimmâle´ (en zij werd vervuld) . Tenakh (6) : (1) Gn 6,11 . (2) Ex 1,7 . (3) 2 K 3,20 . (4) Js 2,7 . (5) Js 2,8 . (6) Ez 9,9 . In deze 6 verzen is een vorm van ´èrèts (land, aarde) onderwerp . wë + act. piël imperf. 3de pers. vr. enk. wathëmalle´ (en hij vulde) . Tenakh (3) : (1) Gn 21,19 . (2) Gn 24,16 . (3) Ps 80,10 .

2. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Ex : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . ´arëtsô (zijn land) < zelfst. naamw. = suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Tenakh (30) . Js (7) : (1) Js 2,7 . (2) Js 2,8 . (3) Js 13,14 . (4) Js 18,2 . (5) Js 18,7 . (6) Js 36,18 . (7) Js 37,7 .

Js 2,9 - Js 2,9 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai ekupsen anthrôpos kai etapeinôthè anèr kai ou mè anèsô autous  9 et incurvavit se homo et humiliatus est vir ne ergo dimittas eis     9 Daar bukt zich de gemene man, en de aanzienlijke man vernedert zich; daarom zult Gij het hun niet vergeven.   [9] Maar de mens zal worden vernederd en worden neergeslagen, zonder genade.   [9] Ze zullen vernederd worden, buigen zullen ze. Nee, vergeef het hun niet!   9 Daar bukt zich de mens, vernedert zich de man; nooit zult gij dat voor hen dragen!   9. Le mortel s'est humilié, l'homme s'est abaissé : ne les relève pas!  

King James Bible . [9] And the mean man boweth down, and the great man humbleth himself: therefore forgive them not.
Luther-Bibel (1984) . 9 Aber gebeugt wird der Mensch, gedemütigt der Mann, und du wirst ihnen nicht vergeben.

Tekstuitleg van Js 2,9 .

Js 2,10 - Js 2,10 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai nun eiselthete eis tas petras kai kruptesthe eis tèn gèn apo prosôpou tou fobou kuriou kai apo tès doxès tès ischuos autou otan anastè thrausai tèn gèn  10 ingredere in petram abscondere fossa humo a facie timoris Domini et a gloria maiestatis eius     10 Ga in den rotssteen, en verberg u in het stof, vanwege den schrik des HEEREN, en om de heerlijkheid Zijner majesteit.   [10] Kruip weg in de rotsen, verberg u in de grond, uit angst voor de heer, voor de luister van zijn grootsheid.   [10] Verschuil je tussen de rotsen, verberg je onder de grond, vlucht voor de vreselijke macht van de HEER, voor zijn geduchte majesteit.   10 ¶ Kom binnen in de rots verberg je in het stof,– gezien de verschrikking van de ENE en de luister van zijn hoogheid.   10. Va dans le rocher, terre-toi dans la poussière devant la Terreur de Yahvé, devant l'éclat de sa majesté, quand il se lèvera pour faire trembler la terre. 

King James Bible . [10] Enter into the rock, and hide thee in the dust, for fear of the LORD, and for the glory of his majesty.
Luther-Bibel (1984) . 10 Geh in die Felsen und verbirg dich in der Erde vor dem Schrecken des HERRN und vor seiner herrlichen Majestät!

Tekstuitleg van Js 2,10 .

7. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenakh (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Js 2 (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 2,10 . (5) Js 2,11 . (6) Js 2,17 . (7) Js 2,19 . (8) Js 2,21 .

Js 2,11 - Js 2,11 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11oi gar ofthalmoi kuriou upsèloi o de anthrôpos tapeinos kai tapeinôthèsetai to upsos tôn anthrôpôn kai upsôthèsetai kurios monos en tè èmera ekeinè  11 oculi sublimis hominis humiliati sunt et incurvabitur altitudo virorum exaltabitur autem Dominus solus in die illa     11 De hoge ogen de mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn.  [11] De hooghartige ogen van de mensen worden neergeslagen, de hoogmoedigen worden vernederd. De heer alleen blijft hoog verheven op die dag!   [11] Wie hoogmoedig was, slaat de ogen neer, wie trots was, buigt het hoofd. Want de dag komt dat alleen de HEER hoog verheven is.   11 De hoge ogen der mensheid zijn neergeslagen, ingezakt is de verwatenheid van mannen,– boven alles uit steekt de ENE, hij alleen, te dien dage. ••  11. L'orgueil humain baissera les yeux, l'arrogance des hommes sera humiliée, Yahvé sera exalté, lui seul, en ce jour-là.  

King James Bible . [11] The lofty looks of man shall be humbled, and the haughtiness of men shall be bowed down, and the LORD alone shall be exalted in that day.
Luther-Bibel (1984) . 11 Denn alle hoffärtigen Augen werden erniedrigt werden, und, die stolze Männer sind, werden sich beugen müssen; der HERR aber wird allein hoch sein an jenem Tage.

a. sjâphel
b. wësjach
c. wënishëgab

Tekstuitleg van Js 2,11 . Het vers Js 2,11 telt 12 (2² X 3) woorden en 47 letters . De getalwaarde van Js 2,11 is 2476 (2² X 619) .

Js 2,11.2. gabhëhûth (hoogmoed, trots) . Taalgebruik in Tenakh : gabhëhûth (hoogmoed, trots) . Getalwaarde : gimel = 3 , beth = 2 , he = 5 , waw = 6 , taw = 22 of 400 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 416 (2² X 2³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 5 - 6 - 4 .
- nom. vr. enk. stat. constr. gabhëhûth (hoogmoed, trots) . Tenakh (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Da 8,11 .

Js 2,11.4. sjâphal (nederig, laag zijn, zich vernederen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâphal (nederig, laag zijn, zich vernederen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 50 (2 X 5²) OF 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 8 - 3 . Cfr. Sjephela (laagte) .
- sj-ph-l . Tenakh (6) . act. qal 3de pers. mann. enk. sjâphel (hij vernedert) . Tenakh (1) : Js 2,11 .

Js 2,11.5. sjächach (neerzinken, vernederd worden, zich neerbuigen) . Taalgebruik in Tenakh : sjächach (neerzinken, vernederd worden, zich neerbuigen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , chet = 8 ; totaal : 37 OF 316 (2² X 79) . Structuur : 3 - 8 - 8 .
- wësjach (en hij vernedert) < wë + act. qal 3de pers. mann. enk. . Tenakh (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Job 22,29 .

Js 2,11.6. rûm / rum (hoogte, hoogmoed, trots) . Taalgebruik in Tenakh : rûm / rum (hoogte, hoogmoed, trots) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 246 (2 X 3 X 41) . Structuur : 2 - 6 - 4 .
- r-w-m . Tenakh (6) . Js (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Js 10,12 .

Js 2,11.8. shâgab (zich verheffen, machtig zijn) . Taalgebruik in Tenakh : shâgab (zich verheffen, machtig zijn) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , gimel = 3 , beth = 2 ; totaal : 26 OF 305 (5 X 61) . Structuur : 3 - 3 - 2 .
- wënishëgab / wënishëgâb (en hij wordt verheven) < wë + pass. nifal 3de pers. mann. enk. . Tenakh (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Spr 18,10 .

9. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenakh (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Js 2 (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 2,10 . (5) Js 2,11 . (6) Js 2,17 . (7) Js 2,19 . (8) Js 2,21 .

Js 2,11.11. bëjôm (op een dag) / bajjôm (op de dag) . Voorzetsel bë (op) en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Gr. hèmera (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenakh (491) . Jesaja (57) . Js 2 (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Js 2,20 .

Js 2,11.12. bajjôm hahû´ (op die dag) , 'op den dag , den diene' . Js (43 / 57) . Js 1-39 (42) . Js 40-55 (1) . Js 2 (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Js 2,20 . In Js 2,11 en Js 2,17 wijst bajjôm hahû´ (op die dag) op een omkering : 5 van de 12 woorden drukken dat uit : gabhëhûth (hoogmoed, trots) , rûm / rum (hoogte, hoogmoed, trots) , shâgab (zich verheffen, machtig zijn) , sjâphal (nederig, laag zijn, zich vernederen) , sjächach (neerzinken, vernederd worden, zich neerbuigen) .

Js 2,12 - Js 2,12 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12èmera gar kuriou sabaôth epi panta ubristèn kai uperèfanon kai epi panta upsèlon kai meteôron kai tapeinôthèsontai  12 quia dies Domini exercituum super omnem superbum et excelsum et super omnem arrogantem et humiliabitur     12 Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde;    [12] Want het wordt een dag* van de heer van de machten, tegen al wat verwaand is en trots, tegen al wat zich hoogmoedig verheft: [12] Op die dag zal de HEER van de hemelse machten zich keren tegen ieder die hoogmoedig is en trots, tegen ieder die zich verheven acht – ze worden vernederd! –,  12 Want er komt een dag voor de ENE, de Omschaarde, over al wat hoog is en verwaten,– en over al wat zich verheft: dat wordt vernederd.   12. Oui, ce sera un jour de Yahvé Sabaot sur tout ce qui est orgueilleux et hautain, sur tout ce qui est élevé, pour qu'il soit abaissé;  

King James Bible . [12] For the day of the LORD of hosts shall be upon every one that is proud and lofty, and upon every one that is lifted up; and he shall be brought low:
Luther-Bibel (1984) . 12 Denn der Tag des HERRN Zebaoth wird kommen über alles Hoffärtige und Hohe und über alles Erhabene, dass es erniedrigt werde:

Tekstuitleg van Js 2,12 .

Js 2,13 - Js 2,13 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13kai epi pasan kedron tou libanou tôn upsèlôn kai meteôrôn kai epi pan dendron balanou basan  13 et super omnes cedros Libani sublimes et erectas et super omnes quercus Basan     13 En tegen alle hoge en verhevene cederen van Libanon, en tegen alle eiken van Basan;  [13] tegen al die ceders van de Libanon, statig en hoog, tegen al die eiken van Basan,   [13] tegen alle ceders van de Libanon die zich zo trots verheffen, tegen de eiken van Basan,   13 Over alle ceders van de Libanon, zo verwaten zich verheffend; over alle eiken van de Basan.   13. sur tous les cèdres du Liban, hautains et élevés, et sur tous les chênes de Basân;  

King James Bible . [13] And upon all the cedars of Lebanon, that are high and lifted up, and upon all the oaks of Bashan,
Luther-Bibel (1984) . 13 über alle hohen und erhabenen Zedern auf dem Libanon und über alle Eichen in Baschan,

Tekstuitleg van Js 2,13 .

Js 2,14 - Js 2,14 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai epi pan oros kai epi panta bounon upsèlon  14 et super omnes montes excelsos et super omnes colles elevatos     14 En tegen alle hoge bergen, en tegen alle verhevene heuvelen;   [14] tegen al die verheven bergen, tegen al die trotse heuvels,   [14] tegen de bergen met hun trotse hoogte en de heuvels die zich hoog verheffen,   14 Over alle bergen verwaten,– over alle heuvels die zich heffen. 14. sur toutes les montagnes hautaines et sur toutes les collines élevées; 

King James Bible . [14] And upon all the high mountains, and upon all the hills that are lifted up,
Luther-Bibel (1984) . 14 über alle hohen Berge und über alle erhabenen Hügel,

Tekstuitleg van Js 2,14 .

Js 2,15 - Js 2,15 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15kai epi panta purgon upsèlon kai epi pan teichos upsèlon 15 et super omnem turrem excelsam et super omnem murum munitum     15 En tegen allen hogen toren, en tegen allen vasten muur;  [15] tegen elke machtige toren, tegen elke onneembare vesting,   [15] tegen iedere hoge toren, tegen elke machtige muur,   15 Over elke hoge toren,– over elke muur onneembaar.   15. sur toute tour altière et sur tout rempart escarpé;  

King James Bible . [15] And upon every high tower, and upon every fenced wall,
Luther-Bibel (1984) . 15 über alle hohen Türme und über alle festen Mauern,

Tekstuitleg van Js 2,15 .

Js 2,16 - Js 2,16 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16kai epi pan ploion thalassès kai epi pasan thean ploiôn kallous  16 et super omnes naves Tharsis et super omne quod visu pulchrum est     16 En tegen alle schepen van Tarsis, en tegen alle gewenste schilderijen.   [16] tegen alle Tarsis-boten* en alle rijk beladen schepen.   [16] tegen alle trotse handelsschepen, schepen met kostbare lading.   16 Over alle schepen van Tarsjiesj,– over alle kostbare stevens.  16. sur tous les vaisseaux de Tarsis et sur tout ce qui paraît précieux.  

King James Bible . [16] And upon all the ships of Tarshish, and upon all pleasant pictures.
Luther-Bibel (1984) . 16 über alle Schiffe im Meer und über alle kostbaren Boote,

Tekstuitleg van Js 2,16 .

Js 2,17 - Js 2,17 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai tapeinôthèsetai pas anthrôpos kai peseitai upsos anthrôpôn kai upsôthèsetai kurios monos en tè èmera ekeinè  17 et incurvabitur sublimitas hominum et humiliabitur altitudo virorum et elevabitur Dominus solus in die illa     17 En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn.   [17] De menselijke trots wordt neergeslagen, de hoogmoedigen worden vernederd. De heer alleen blijft hoog verheven op die dag!   [17] Wie hoogmoedig was, buigt het hoofd, wie trots was, bijt in het stof. Want de dag komt dat alleen de HEER hoog verheven is.   17 Inzakken zal de hoogheid van de mens, vernederd worden de verwatenheid van mannen; boven alles uit steekt de ENE, hij alleen, te dien dage.   17. L'orgueil humain sera humilié, l'arrogance de l'homme sera abaissée, et Yahvé sera exalté, lui seul, en ce jour-là.  

King James Bible . [17] And the loftiness of man shall be bowed down, and the haughtiness of men shall be made low: and the LORD alone shall be exalted in that day.
Luther-Bibel (1984) . 17 dass sich beugen muss alle Hoffart der Menschen und sich demütigen müssen, die stolze Männer sind, und der HERR allein hoch sei an jenem Tage.

Tekstuitleg van Js 2,17 . Het vers Js 2,17 telt 11 woorden en 45 (3² X 5) letters . De getalwaarde van Js 2,17 is 2347 (priemgetal) .

Js 2,17.1. sjächach (neerzinken, vernederd worden, zich neerbuigen) . Taalgebruik in Tenakh : sjächach (neerzinken, vernederd worden, zich neerbuigen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , chet = 8 ; totaal : 37 OF 316 (2² X 79) . Structuur : 3 - 8 - 8 .
- wësjach (en hij vernedert) < wë + act. qal 3de pers. mann. enk. . Tenakh (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Job 22,29 .

Js 2,17.2. gabhëhûth (hoogmoed, trots) . Taalgebruik in Tenakh : gabhëhûth (hoogmoed, trots) . Getalwaarde : gimel = 3 , beth = 2 , he = 5 , waw = 6 , taw = 22 of 400 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 416 (2² X 2³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 5 - 6 - 4 .
- nom. vr. enk. stat. constr. gabhëhûth (hoogmoed, trots) . Tenakh (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Da 8,11 .

Js 2,17.5. rûm / rum (hoogte, hoogmoed, trots) . Taalgebruik in Tenakh : rûm / rum (hoogte, hoogmoed, trots) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 246 (2 X 3 X 41) . Structuur : 2 - 6 - 4 .
- r-w-m . Tenakh (6) . Js (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Js 10,12 .

Js 2,17.7. shâgab (zich verheffen, machtig zijn) . Taalgebruik in Tenakh : shâgab (zich verheffen, machtig zijn) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , gimel = 3 , beth = 2 ; totaal : 26 OF 305 (5 X 61) . Structuur : 3 - 3 - 2 .
- wënishëgab / wënishëgâb (en hij wordt verheven) < wë + pass. nifal 3de pers. mann. enk. . Tenakh (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Spr 18,10 .

Js 2,17.8. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenakh (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Js 2 (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 2,10 . (5) Js 2,11 . (6) Js 2,17 . (7) Js 2,19 . (8) Js 2,21 .

Js 2,17.10. bëjôm (op een dag) . Voorzetsel bë (op) en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Gr. hèmera (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenakh (491) . Jesaja (57) . Js 2 (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Js 2,20 .

Js 2,17.10. - 11. bajjôm hahû´ (op die dag) , 'op den dag , den diene' . Js (43 / 57) . Js 1-39 (42) . Js 40-55 (1) . Js 2 (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Js 2,20 . In Js 2,11 en Js 2,17 wijst bajjôm hahû´ (op die dag) op een omkering : 5 van de 12 woorden drukken dat uit : gabhëhûth (hoogmoed, trots) , rûm / rum (hoogte, hoogmoed, trots) , shâgab (zich verheffen, machtig zijn) , sjâphal (nederig, laag zijn, zich vernederen) , sjächach (neerzinken, vernederd worden, zich neerbuigen) .

Js 2,18 - Js 2,18 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai ta cheiropoièta panta katakrupsousin  18 et idola penitus conterentur     18 En elkeen der afgoden zal ganselijk vergaan.   [18] Alle afgoden verdwijnen.   [18] Dan zullen de afgoden in het niets verdwijnen.   18 De afgodsbeelden, geheel en al vergaat dat.   18. Les faux dieux, en masse, disparaîtront.  

King James Bible . [18] And the idols he shall utterly abolish.
Luther-Bibel (1984) . 18 Und mit den Götzen wird's ganz aus sein.

Tekstuitleg van Js 2,18 .

Js 2,19 - Js 2,19 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19eisenegkantes eis ta spèlaia kai eis tas schismas tôn petrôn kai eis tas trôglas tès gès apo prosôpou tou fobou kuriou kai apo tès doxès tès ischuos autou otan anastè thrausai tèn gèn  19 et introibunt in speluncas petrarum et in voragines terrae a facie formidinis Domini et a gloria maiestatis eius cum surrexerit percutere terram     19 Dan zullen zij in de spelonken der rotsstenen gaan, en in de holen der aarde, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde te verschrikken.   [19] Men zal wegkruipen in spelonken en in de rotsen en holen in de grond uit angst voor de heer, voor de luister van zijn grootsheid, als Hij opstaat om de aarde van ontzetting te laten beven.   [19] Men schuilt weg in rotsspelonken, in holen in de grond, op de vlucht voor de vreselijke macht van de HEER, voor zijn geduchte majesteit, wanneer zijn komst de aarde schokt.   19 Komen zullen ze in de spelonken van de rotsen, en in holen in het stof; gezien de verschrikking van de ENE en de luister van zijn hoogheid als hij opstaat om de aarde te doen beven.  19. Pour eux, ils iront dans les cavernes des rochers et dans les fissures du sol, devant la Terreur de Yahvé, devant l'éclat de sa majesté, quand il se lèvera pour faire trembler la terre.  

King James Bible . [19] And they shall go into the holes of the rocks, and into the caves of the earth, for fear of the LORD, and for the glory of his majesty, when he ariseth to shake terribly the earth.
Luther-Bibel (1984) . 19 Da wird man in die Höhlen der Felsen gehen und in die Klüfte der Erde vor dem Schrecken des HERRN und vor seiner herrlichen Majestät, wenn er sich aufmachen wird, zu schrecken die Erde.

Tekstuitleg van Js 2,19 .

8. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenakh (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Js 2 (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 2,10 . (5) Js 2,11 . (6) Js 2,17 . (7) Js 2,19 . (8) Js 2,21 .

Js 2,20 - Js 2,20 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 20tè gar èmera ekeinè ekbalei anthrôpos ta bdelugmata autou ta argura kai ta chrusa a epoièsan proskunein tois mataiois kai tais nukterisin 20 in die illa proiciet homo idola argenti sui et simulacra auri sui quae fecerat sibi ut adoraret talpas et vespertiliones    20 In dien dag zal de mens zijn zilveren afgoden, en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden, om zich daarvoor neder te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen;   [20] Op die dag zal de mens zijn afgodsbeelden van zilver en goud, die hij maakte om te aanbidden, voor de ratten* en de vleermuizen werpen.   [20] Op die dag zullen de mensen de afgoden, gesmeed van hun zilver en goud, gemaakt om te vereren, prijsgeven aan ratten en vleermuizen.   20 Te dien dage werpt de mens weg zijn afgoden van zilver en zijn afgoden van goud,– die ze zich hebben gemaakt om zich voor neer te werpen, voor mollen en muizen,   20. En ce jour-là, l'homme jettera aux taupes et aux chauves-souris ses faux dieux d'argent et ses faux dieux d'or, ceux qu'on lui a fabriqués pour qu'il les adore, 

King James Bible . [20] In that day a man shall cast his idols of silver, and his idols of gold, which they made each one for himself to worship, to the moles and to the bats;
Luther-Bibel (1984) . 20 An jenem Tage wird jedermann wegwerfen seine silbernen und goldenen Götzen, die er sich hatte machen lassen, um sie anzubeten, zu den Maulwürfen und Fledermäusen,

Tekstuitleg van Js 2,20 .

1. bëjôm (op een dag) . Voorzetsel bë (op) en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Gr. hèmera (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenakh (491) . Jesaja (57) . Js 2 (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Js 2,20 .

11. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Tenakh (4012) . Js (119) . Js 2 (3) : (1) Js 2,1 . (2) Js 2,20 . (3) Js 2,22 .

Js 2,21 - Js 2,21 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 21tou eiselthein eis tas trôglas tès stereas petras kai eis tas schismas tôn petrôn apo prosôpou tou fobou kuriou kai apo tès doxès tès ischuos autou otan anastè thrausai tèn gèn 21 et ingredietur fissuras petrarum et cavernas saxorum a facie formidinis Domini et a gloria maiestatis eius cum surrexerit percutere terram     21 Gaande in de reten der rotsen, en in de kloven der steenrotsen, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde geweldiglijk te verschrikken.   [21] Hij zal wegkruipen in rotsholten en bergspleten uit angst voor de heer, voor de luister van zijn grootsheid, als Hij opstaat om de aarde van ontzetting te laten beven.   [21] Ze zullen wegschuilen in rotsholen, in kloven en bergspleten, op de vlucht voor de vreselijke macht van de HEER, voor zijn geduchte majesteit, wanneer zijn komst de aarde schokt.   21 om binnen te komen in de reten van de rotsen en in de kloven van de klippen,– vanwege de verschrikking van de ENE en de luister van zijn hoogheid, als hij opstaat om de aarde te doen beven.  21. il s'en ira dans les crevasses des rochers et dans les fentes des falaises, devant la Terreur de Yahvé, devant l'éclat de sa majesté, quand il se lèvera pour faire trembler la terre.  

King James Bible . [21] To go into the clefts of the rocks, and into the tops of the ragged rocks, for fear of the LORD, and for the glory of his majesty, when he ariseth to shake terribly the earth.
Luther-Bibel (1984) . 21 damit er sich verkriechen kann in die Felsspalten und Steinklüfte vor dem Schrecken des HERRN und vor seiner herrlichen Majestät, wenn er sich aufmachen wird, zu schrecken die Erde.

Tekstuitleg van Js 2,21 .

8. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Tenakh (5193) . Js (366) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Js 2 (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 2,5 . (4) Js 2,10 . (5) Js 2,11 . (6) Js 2,17 . (7) Js 2,19 . (8) Js 2,21 .

Js 2,22 - Js 2,22 : Een dag van de Heer - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 2 -- Js 2,1-5 -- Js 2,6-22 -- Js 2,6 - Js 2,7 - Js 2,8 - Js 2,9 - Js 2,10 - Js 2,11 - Js 2,12 - Js 2,13 - Js 2,14 - Js 2,15 - Js 2,16 - Js 2,17 - Js 2,18 - Js 2,19 - Js 2,20 - Js 2,21 - Js 2,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21tou eiselthein eis tas trôglas tès stereas petras kai eis tas schismas tôn petrôn apo prosôpou tou fobou kuriou kai apo tès doxès tès ischuos autou otan anastè thrausai tèn gèn 22 quiescite ergo ab homine cuius spiritus in naribus eius quia excelsus reputatus est ipse     22 Laat gijlieden dan af van den mens, wiens adem in zijn neus is, want waarin is hij te achten?   [22] Stel geen vertrouwen in de mens, die slechts wat adem in zijn neus heeft: wat is hij eigenlijk waard?   [22] Schenk de mens niet langer aandacht. Wat is hij zonder adem in zijn neus? Wat heeft hij te betekenen?  22 U allen, trekt u terug van de mens, in wiens neus slechts een ademtocht is,– want als wat is hij te beschouwen?   22. Tenez-vous à l'écart de l'homme, qui n'a qu'un souffle dans les narines! A combien l'estimer ?  

King James Bible . [22] Cease ye from man, whose breath is in his nostrils: for wherein is he to be accounted of?
Luther-Bibel (1984) . 22 So lasst nun ab von dem Menschen, der nur ein Hauch ist; denn für was ist er zu achten?

Tekstuitleg van Js 2,22 .


SEPTUAGINTA

2 1o logos o genomenos para kuriou pros èsaian uion amôs peri tès ioudaias kai peri ierousalèm2oti estai en tais eschatais èmerais emfanes to oros kuriou kai o oikos tou theou ep' akrôn tôn oreôn kai upsôthèsetai uperanô tôn bounôn kai èxousin ep' auto panta ta ethnè3kai poreusontai ethnè polla kai erousin deute kai anabômen eis to oros kuriou kai eis ton oikon tou theou iakôb kai anaggelei èmin tèn odon autou kai poreusometha en autè ek gar siôn exeleusetai nomos kai logos kuriou ex ierousalèm4kai krinei ana meson tôn ethnôn kai elegxei laon polun kai sugkopsousin tas machairas autôn eis arotra kai tas zibunas autôn eis drepana kai ou lèmpsetai eti ethnos ep' ethnos machairan kai ou mè mathôsin eti polemein5kai nun o oikos tou iakôb deute poreuthômen tô fôti kuriou6anèken gar ton laon autou ton oikon tou israèl oti eneplèsthè ôs to ap' archès è chôra autôn klèdonismôn ôs è tôn allofulôn kai tekna polla allofula egenèthè autois7eneplèsthè gar è chôra autôn arguriou kai chrusiou kai ouk èn arithmos tôn thèsaurôn autôn kai eneplèsthè è gè ippôn kai ouk èn arithmos tôn armatôn autôn8kai eneplèsthè è gè bdelugmatôn tôn ergôn tôn cheirôn autôn kai prosekunèsan ois epoièsan oi daktuloi autôn9kai ekupsen anthrôpos kai etapeinôthè anèr kai ou mè anèsô autous10kai nun eiselthete eis tas petras kai kruptesthe eis tèn gèn apo prosôpou tou fobou kuriou kai apo tès doxès tès ischuos autou otan anastè thrausai tèn gèn11oi gar ofthalmoi kuriou upsèloi o de anthrôpos tapeinos kai tapeinôthèsetai to upsos tôn anthrôpôn kai upsôthèsetai kurios monos en tè èmera ekeinè12èmera gar kuriou sabaôth epi panta ubristèn kai uperèfanon kai epi panta upsèlon kai meteôron kai tapeinôthèsontai13kai epi pasan kedron tou libanou tôn upsèlôn kai meteôrôn kai epi pan dendron balanou basan14kai epi pan oros kai epi panta bounon upsèlon15kai epi panta purgon upsèlon kai epi pan teichos upsèlon16kai epi pan ploion thalassès kai epi pasan thean ploiôn kallous17kai tapeinôthèsetai pas anthrôpos kai peseitai upsos anthrôpôn kai upsôthèsetai kurios monos en tè èmera ekeinè18kai ta cheiropoièta panta katakrupsousin19eisenegkantes eis ta spèlaia kai eis tas schismas tôn petrôn kai eis tas trôglas tès gès apo prosôpou tou fobou kuriou kai apo tès doxès tès ischuos autou otan anastè thrausai tèn gèn20tè gar èmera ekeinè ekbalei anthrôpos ta bdelugmata autou ta argura kai ta chrusa a epoièsan proskunein tois mataiois kai tais nukterisin21tou eiselthein eis tas trôglas tès stereas petras kai eis tas schismas tôn petrôn apo prosôpou tou fobou kuriou kai apo tès doxès tès ischuos autou otan anastè thrausai tèn gèn


VULGAAT

1 verbum quod vidit Isaias filius Amos super Iudam et Hierusalem 2 et erit in novissimis diebus praeparatus mons domus Domini in vertice montium et elevabitur super colles et fluent ad eum omnes gentes 3 et ibunt populi multi et dicent venite et ascendamus ad montem Domini et ad domum Dei Iacob et docebit nos vias suas et ambulabimus in semitis eius quia de Sion exibit lex et verbum Domini de Hierusalem 4 et iudicabit gentes et arguet populos multos et conflabunt gladios suos in vomeres et lanceas suas in falces non levabit gens contra gentem gladium nec exercebuntur ultra ad proelium 5 domus Iacob venite et ambulemus in lumine Domini 6 proiecisti enim populum tuum domum Iacob quia repleti sunt ut olim et augures habuerunt ut Philisthim et pueris alienis adheserunt 7 repleta est terra argento et auro et non est finis thesaurorum eius 8 et repleta est terra eius equis et innumerabiles quadrigae eius et repleta est terra eius idolis opus manuum suarum adoraverunt quod fecerunt digiti eorum 9 et incurvavit se homo et humiliatus est vir ne ergo dimittas eis 10 ingredere in petram abscondere fossa humo a facie timoris Domini et a gloria maiestatis eius 11 oculi sublimis hominis humiliati sunt et incurvabitur altitudo virorum exaltabitur autem Dominus solus in die illa 12 quia dies Domini exercituum super omnem superbum et excelsum et super omnem arrogantem et humiliabitur 13 et super omnes cedros Libani sublimes et erectas et super omnes quercus Basan 14 et super omnes montes excelsos et super omnes colles elevatos 15 et super omnem turrem excelsam et super omnem murum munitum 16 et super omnes naves Tharsis et super omne quod visu pulchrum est 17 et incurvabitur sublimitas hominum et humiliabitur altitudo virorum et elevabitur Dominus solus in die illa 18 et idola penitus conterentur 19 et introibunt in speluncas petrarum et in voragines terrae a facie formidinis Domini et a gloria maiestatis eius cum surrexerit percutere terram 20 in die illa proiciet homo idola argenti sui et simulacra auri sui quae fecerat sibi ut adoraret talpas et vespertiliones 21 et ingredietur fissuras petrarum et cavernas saxorum a facie formidinis Domini et a gloria maiestatis eius cum surrexerit percutere terram 22 quiescite ergo ab homine cuius spiritus in naribus eius quia excelsus reputatus est ipse


- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

 

Waarom toch die klemtoon op de bedevaart naar de Sionsberg in Jeruzalem ?

Die bedevaart roept de uittocht uit Egypte op om JHWH te vereren op de berg in de woestijn . Het volk van Israël gelooft in de ene God . Hij is dus een God die alle volkeren overstijgt . Dit geloof doorbreekt de gehechtheid van een groep of volk aan één bepaalde God , gebonden aan een plaats of gebied . De ene God overstijgt alle plaatsen omdat Hij de God van allen is . Hij woont op de berg , symbool van het overstijgende karakter van alle plaatsen . Hierdoor komt de mensheid in zijn geheel in beeld . We spreken van het 'univers-eel' karakter van de godsdienst van het volk van Israël . Juist in die universaliteit ligt de boodschap en de opgave van het geloof van Israël .
Op welke wijze krijg je universaliteit in deze tijd . Wellicht door wereldorganisaties , mensenrechten, kinderrechten enz. Het universele komt niet zozeer tot uiting in het patriarchale beeld van God , maar in het democratische karakter waarin stap voor stap het universele ontdekt wordt .
De bedevaart naar Sion in zijn letterlijkheid bewaren is een bijbeltekst betonneren . De Sionsberg in Jeruzalem op zich is niets bijzonders . De symboliek telt . Het universele van de mensheid telt en de wijze waarop volkeren en personen met elkaar omgaan . Daarin komt het diepere van de wereld tot uiting .