JESAJA 7 , Js 7 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -
- Js 7,1-25 -- Js 7,10-14 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T.
: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
http://www.bible-history.com/isbe/            
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie :
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Js 7,1-25 . Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -


Js 7,1 - Js 7,1 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1kai egeneto en tais èmerais achaz tou iôatham tou uiou oziou basileôs iouda anebè raassôn basileus aram kai fakee uios romeliou basileus israèl epi ierousalèm polemèsai autèn kai ouk èdunèthèsan poliorkèsai autèn  1 et factum est in diebus Ahaz filii Ioatham filii Oziae regis Iuda ascendit Rasin rex Syriae et Phacee filius Romeliae rex Israhel in Hierusalem ad proeliandum contra eam et non potuerunt debellare eam     1 Het geschiedde nu in de dagen van Achaz, den zoon van Jotham, den zoon van Uzzia, den koning van Juda, dat Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de zoon van Remalia, de koning van Israël, optoog naar Jeruzalem, ten oorlog tegen haar; maar hij vermocht met strijden niet tegen haar.   [1] In de tijd dat Achaz, de zoon van Jotam, de zoon van Uzzia, koning van Juda was, trokken Resin, de koning van Aram, en Pekach, de zoon van Remaljahu en koning van Israël, tegen Jeruzalem ten strijde. Zij konden het echter niet innemen.  [1] In de tijd dat Achaz, de zoon van Jotam, de zoon van Uzzia, regeerde over Juda, trok koning Resin van Aram samen met koning Pekach van Israël, de zoon van Remaljahu, op naar Jeruzalem. Hij belegerde de stad, maar slaagde er niet in haar in te nemen.  1 ¶ En het geschiedt in de dagen van Achaz, zoon van Jotam zoon van Oezia, koning van Juda: opgeklommen is Retsien, koning van Aram, met Pekach, zoon van Remaljahoe, koning van Israël, naar Jeruzalem, ten oorlog tegen haar; maar hij kan het niet aan om tegen haar oorlog te voeren.   1. Au temps d'Achaz, fils de Yotam, fils d'Ozias, roi de Juda, Raçôn, roi d'Aram, monta avec Péqah, fils de Remalyahu, roi d'Israël, vers Jérusalem pour porter l'attaque contre elle, mais il ne put l'attaquer.  

King James Bible . [1] And it came to pass in the days of Ahaz the son of Jotham, the son of Uzziah, king of Judah, that Rezin the king of Syria, and Pekah the son of Remaliah, king of Israel, went up toward Jerusalem to war against it, but could not prevail against it.
Luther-Bibel . 1 Es begab sich zur Zeit des Ahas, des Sohnes Jotams, des Sohnes Usijas, des Königs von Juda, da zogen Rezin, der König von Aram, und Pekach, der Sohn Remaljas, der König von Israel, herauf nach Jerusalem, um es zu bekämpfen; sie konnten es aber nicht erobern.

Tekstuitleg van Js 7,1 . Het vers Js 7,1 telt 25 (5²) woorden en 96 (2² X 2³ X 3) letters . De getalwaarde van Js 7,1 is 4020 (2² X 3 X 5 X 67) .
In Js 1,1 worden 4 koningen vermeld : Uzzia , Jotham , Achaz en Hizkia . De 1ste koning is Uzzia . In Js 6,1 wordt over zijn dood gesproken . Bijgevolg zou Js 1-5 zich afspelen in de de tijd van koning Uzzia . Dan komt de regeerperiode van Jotham . In Js 7,1 wordt melding gemaakt van koning Achaz , zoon van Jotham , zoon van Uzzia . Js 6 zou zich dus afspelen tijdens de regeerperiode van koning Jotham . In tegenstelling tot Uzzia en Jotham zal Achaz wel als personage functioneren in het boek Jesaja . In Js 14,28 wordt over de dood van koning Achaz gesproken . Dit zou inhouden dat Js 7,1-Js 14,27 zich afspeelt tijdens de regeerperiode van koning Achaz . Js 14,28-Js 39,8 zou zich afspelen tijdens de regeerperiode van koning Hizkia . Na Js 1,1 wordt Hizkia pas genoemd in Js 36,1 , maar dan zijn we reeds in het 14de jaar van koning Hizkia . Dat stemt overeen met Js 14,28 , wanneer de regeerperiode van koning Hizkia begint .
Naar de regeerperiodes van de koningen zou Jesaja 1-39 als volgt kunnen worden ingedeeld :
- Js 1-5 : Uzzia .
- Js 6 : Jotham .
- Js 7-14,27 : Achaz .
- Js 14,28-39,8 : Hizkia .
In Js 1,1 is de tijdsaanduiding ondergeschikt aan het opschrift . In Js 6,1 , Js 7,1 en Js 14,28 staat de tijdsaanduiding voorop .
In Js 1,1 worden de 4 koningen vermeld . Js 6,1 en Js 14,28 begint met : in het sterfjaar van koning enerzijds Uzzia , anderzijds Achaz . In de uitvoerige inleiding van Js 7,1 worden 3 koningen genoemd . Hiermee en tevens door de uitdrukking bîme(j) (in de dagen van) gelijkt de tijdsaanduiding in Js 7,1 sterk op die van Js 1,1 . Zo zijn deze tijdsaanduidingen binair opgebouwd : A - B - A' - B' .
In Js 7,1-17 staat de narratieve tekst in de hij-vorm .

Js 7,1.1. wajëhî (en hij was) < wë + qal imperf. 3de pers. enk. van het werkw. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) . Tenach (784) . Pentateuch (181) . Js (11) : (1) Js 7,1 . (2) Js 9,18 . (3) Js 12,2 . (4) Js 22,7 . (5) Js 36,1 . (6) Js 37,1 . (7) Js 37,38 . (8) Js 38,4 . (9) Js 48,18 . (10) Js 48,19 . (11) Js 63,8

Js 7,1.2. bîme(j) (in de dagen van) < bë + stat. constr. mann. mv. . jôm (dag) OF bëjâmâj (in mijn dagen) < bë + stat. constr. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het N.T. (388) . Tenach (55) . Js (3) : (1) Js 1,1 . (2) Js 7,1 . (3) Js 39,8 .

Js 7,1.1. - 2. wajëhî bîme(j) (en het was in de dagen van) . Tenach (5) : (1) Gn 14,1 . (2) Rt 1,1 . (3) Est 1,1 . (4) Js 7,1 . (5) Jr 1,3 .
1. - 2. 8. - 9. wajëhî bîme(j) ... mèlèkh jëhûdâh (en het was in de dagen van ... koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Js 7,1 . (2) Jr 1,3 .

Js 7,1.3. ´âchâz (Achaz) . Taalgebruik in Tenach : ´âchâz (Achaz) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , zajin = 7 ; totaal : 16 (2² X 2²) . Structuur : 1 - 8 - 7 . ´-ch-z . Tenach (42) . Profeten (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 7,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 7,10 . (5) Js 7,12 . (6) Js 14,28 . (7) Js 38,8 . (8) Hos 1,1 . (9) Mi 1,1 . Achaz (Hebreeuws voor Jahweh grijpt vast, houdt) was koning van Juda . Zie het werkw. ´âchaz (grijpen, vatten) . Taalgebruik in Tenach : ´âchaz (grijpen, vatten) .
- hammèlèkh ´âchâz (koning Achaz) . Tenach (11) : (1) 2 K 16,10 . (2) 2 K 16,11 . (3) 2 K 16,15 . (4) 2 K 16,16 . (5) 2 K 16,17 . (6) 2 Kr 28,16 . (7) 2 Kr 28,22 . (8) 2 Kr 29,19 . (9) Js 14,28 .

Js 7,1.4. ben (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenach : ben (zoon, kind) . Getalwaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Tenach 1225) . Pentateuch (284) . Js (24) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (1) . Js 56-66 (2) . Js 7 (4) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,6 . (3) Js 7,9 . (4) Js 7,14 .

Js 7,1.5. jôthâm (Jotam) . Taalgebruik in Tenach : jôthâm (Jotam) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 , mem = 13 of 40 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 456 (2³ X 3 X 19) . Structuur : 1 - 6 - 4 - 4 . Tenach (19) : (1) Re 9,5 . (2) Re 9,21 . (3) Re 9,56 . (4) 2 K 15,7 . (5) 2 K 15,32 . (6) 2 K 15,36 . (7) 2 K 15,38 . (8) 2 K 16,1 . (9) Js 1,1 . (10) Js 7,1 . (11) Hos 1,1 . (12) Mi 1,1 . (13) 1 Kr 3,12 . (14) 1 Kr 5,17 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,1 . (17) 2 Kr 27,6 . (18) 2 Kr 27,7 . (19) 2 Kr 27,9 .

Js 7,1.4. - 5. bèn jôthâm (zoon van Jotam) . Tenach (2) : (1) 2 K 16,1 . (2) Js 7,1 .

Js 7,1.6. ben (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenach : ben (zoon, kind) . Getalwaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Tenach 1225) . Pentateuch (284) . Js (24) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (1) . Js 56-66 (2) . Js 7 (4) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,6 . (3) Js 7,9 . (4) Js 7,14 .

Js 7,1.7. `uzzijjâhû (Uzzia) < `uzî (mijn kracht) = jâhû (JHWH) is JHWH . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâhû (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 98 ( 2 X 7²) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 . Persoonsnaam . Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van het koninkrijk Juda . Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja (796-782) benoemd . Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v.Chr. tot 742 v.Chr. of van 767 v.Chr. tot 740 v.Chr. . Tijdgenoot is Jerobeam II (787-747) , koning van Israël . Tenach (16) : (1) 2 K 15,32 . (2) 2 K 15,34 . (3) Js 1,1 . (4) Js 6,1 . (5) Js 7,1 . (6) 1 Kr 27, 25 . (7) 2 Kr 26,1 . (8) 2 Kr 26,3 . (9) 2 Kr 26,9 . (10) 2 Kr 26,14 . (11) 2 Kr 26,18 . (12) 2 Kr 26,19 . (13) 2 Kr 26,21 . (14) 2 Kr 26,22 . (15) 2 Kr 26,23 . (16) 2 Kr 27,2 .
- Zie ook `uzzijjâh (Uzzia) . Taalgebruik in Tenach : `uzzijjâh (Uzzia) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , jod = 10 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 92 (4 X 23) . Structuur : 7 - 7 - 1 - 5 . Tenach (6) : (1) 2 K 15,30 . (2) Hos 1,1 . (3) Am 1,1 . (4) Zach 14,5 . (5) Neh 11,4 . (6) 1 Kr 6,9 .
- `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .
- `uzzijjâh ´âbh(j)w (Uzzia, zijn vader) . Tenach (2) : (1) 2 K 15,34 . (2) 2 Kr 27,2 .
- bèn `uzzijjâh (zoon van Uzzia) . Tenach (2) : (1) Neh 11,4 . (2) 1 Kr 6,9 .
- bèn `uzzijjâhû (zoon van Uzzia) . Tenach (3) : (1) 2 K 15,32 . (2) 1 Kr 27, 25 . (3) Js 7,1 .
- bîme(j) `uzzijjâh (in de dagen van Uzzia) . Tenach (3) : (1) Hos 1,1 . (2) Am 1,1 . (3) Zach 14,5 .
- bîme(j) `uzzijjâh mèlèkh jëhûdâh (in de dagen van Uzzia , koning van Juda) . Tenach (2) : (1) Am 1,1 . (2) Zach 14,5 .

Js 7,1.6. - 7. bèn `uzzijjâh (zoon van Uzzia) . Tenach (2) : (1) Neh 11,4 . (2) 1 Kr 6,9 .
- bèn `uzzijjâhû (zoon van Uzzia) . Tenach (3) : (1) 2 K 15,32 . (2) 1 Kr 27, 25 . (3) Js 7,1 .

Js 7,1.8. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenach : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenach (816) . Pentateuch (58) . Js (37) . Js 1-39 (34) . Js 40-55 (3) . Vanaf Js 7,1 . Js 7 (3) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,6 . (3) Js 7,17 .
- hammèlèkh (de koning) . Tenach (819) . Js (13) : (1) Js 6,1 . (2) Js 6,5 . (3) Js 14,28 . (4) Js 36,2 . (5) Js 36,4 . (6) Js 36,8 . (7) Js 36,13 . (8) Js 36,14 . (9) Js 36,16 . (10) Js 36,21 . (11) Js 37,1 . (12) Js 37,5 . (13) Js 39,3 .

Js 7,1.9. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenach : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , daleth = 4 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 1 - 5 - 6 - 4 . Tenach (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .

Js 7,1.8. - 9. mèlèkh jëhûdâh (koning van Juda) . Tenach (149) . Js (3) : (1) Js 7,1 . (2) Js 37,10 . (3) Js 38,9 .

Js 7,1.13. ´ärâm (Aram) . Taalgebruik in Tenach : ´ärâm (Aram) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 4 . Tenach (118) . Js (6) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,2 . (3) Js 7,5 . (4) Js 7,8 . (5) Js 9,11 . (6) Js 17,3 . Hij is de vijfde zoon van Sem .

Js 7,1.12. - 13. mèlèkh ´ärâm (koning van Aram) . Tenach (36) . Js (1) Js 7,1 .

Js 7,1.11. - 13. rëtsîn mèlèkh ´ärâm (Retsin, koning van Aram) . Tenach (4) : (1) 2 K 15,37 . (2) 2 K 16,5 . (3) 2 K 16,6 . (4) Js 7,1 .

Js 7,2 - Js 7,2 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai anèggelè eis ton oikon dauid legontes sunefônèsen aram pros ton efraim kai exestè è psuchè autou kai è psuchè tou laou autou on tropon otan en drumô xulon upo pneumatos saleuthè  2 et nuntiaverunt domui David dicentes requievit Syria super Ephraim et commotum est cor eius et cor populi eius sicut moventur ligna silvarum a facie venti     2 Als men den huize Davids boodschapte, zeggende: De Syriërs rusten op Efraïm, zo bewoog zich zijn hart en het hart zijns volks, gelijk de bomen des wouds bewogen worden van den wind.   [2] Er werd gemeld aan het huis van David: ‘De Arameeërs hebben zich in Efraïm gelegerd.’ Toen beefden het hart van de koning en het hart van het volk, zoals de bomen in het woud beven door de wind. [2] Toen het koningshuis van David het bericht kreeg dat Aram en Efraïm de krachten gebundeld hadden, sloeg de koning en zijn volk de schrik om het hart, en zij beefden als bomen in de storm.   2 Als gemeld wordt aan het huis van David en wordt gezegd: Aram is neergestreken op Efraïm!, wankelt zijn hart en het hart van zijn gemeente, zoals bomen in een woud wankelen voor de verschijning van een stormwind.   2. On annonça à la maison de David : « Aram a fait halte sur le territoire d'Éphraïm. » Alors son cœur et le cœur de son peuple se mirent à chanceler comme chancellent les arbres de la forêt sous le vent.  

King James Bible . [2] And it was told the house of David, saying, Syria is confederate with Ephraim. And his heart was moved, and the heart of his people, as the trees of the wood are moved with the wind.
Luther-Bibel . 2 Da wurde dem Hause David angesagt: Die Aramäer haben sich gelagert in Ephraim. Da bebte ihm das Herz und das Herz seines Volks, wie die Bäume im Walde beben vom Winde.

Tekstuitleg van Js 7,2 .

Js 7,2.2. lëbe(j)th (tot het huis van) < lë + be(j)th (huis) . Taalgebruik in Tenach : be(j)th (huis) . Getalwaarde van be(j)th ; beth = 2 , jod = 10 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 412 (2² X 103) . Tenach (911) . Gr. oikos (huis) . Taalgebruik in de Septuaginta : oikos (huis) . Taalgebruik in het N.T. : oikos (huis) . Een vorm van oikos in de LXX (2062) , in het N.T. (112) . Lat. domus . Fr. maison . Ned. huis . E. house . D. Hause . I . Tenach (172) . Pentateuch (39) . Js (3) : (1) Js 7,2 . (2) Js 22,23 . (3) Js 63,7 .

Js 7,2.3. dâwid (David) . Taalgebruik in Tenach : dâwid (David) . Getalwaarde : daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 14 (2 X 7) . Structuur : 4 - 6 - 4 . Tenach (509) . Js (10) : (1) Js 7,2 . (2) Js 7,13 . (3) Js 9,6 . (4) Js 16,5 . (5) Js 22,9 . (6) Js 22,22 . (7) Js 29,1 . (8) Js 37,35 . (9) Js 38,5 . (10) Js 55,3 .

Js 7,2.2. - 3. lëbe(j)th dâwid (tot het huis van David) . Tenach (3) : (1) 1 K 12,26 . (2) 1 K 13,2 . (3) Js 7,2 .

Js 7,2.6. ´ärâm (Aram) . Taalgebruik in Tenach : ´ärâm (Aram) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 4 . Tenach (118) . Js (6) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,2 . (3) Js 7,5 . (4) Js 7,8 . (5) Js 9,11 . (6) Js 17,3 . Hij is de vijfde zoon van Sem .

Js 7,2.8. ´èphëraîm (Efraïm) . Taalgebruik in Tenach : ´èphëraîm (Efraïm) . Getalwaarde : aleph = 1 , pe = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 62 (2 X 31) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 1 - 9 - 2 - 1 - 4 . Tenach (138) . Gn (8) : (1) Gn 41,52 . (2) Gn 46,20 . (3) Gn 48,1 . (4) Gn 48,5 . (5) Gn 48,13 . (6) Gn 48,14 . (7) Gn 48,17 . (8) Gn 48,20 . 1 S 1 (3) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 9,4 . (3) 1 S 14,22 . In Gn 41,52 krijgt Jozef twee zonen : Manasse en Efraïm . De stam van Jozef wordt in twee gesplitst zodat er 13 stammen zijn . Zo wordt Efraïm de stamvader van de 13de stam . De getalwaarde 13 is ´èchad (één) . Jozef was de oudste zoon van Rachel . Jozef werd onderkoning in Egypte .

Js 7,2.17. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het N.T. (379) . Tenach (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 .
- w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach (en een geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Tenach (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .
- ûlërûach (en tot een geest) . Tenach (2) : (1) Js 28,6 . (2) Job 6,26 .

Js 7,3 - Js 7,3 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai eipen kurios pros èsaian exelthe eis sunantèsin achaz su kai o kataleiftheis iasoub o uios sou pros tèn kolumbèthran tès anô odou tou agrou tou gnafeôs  3 et dixit Dominus ad Isaiam egredere in occursum Ahaz tu et qui derelictus est Iasub filius tuus ad extremum aquaeductus piscinae superioris in via agri Fullonis     3 En de HEERE zeide tot Jesaja: Ga nu uit, Achaz tegemoet, gij en uw zoon, Schear-jaschub, aan het einde van den watergang des oppersten vijvers, aan den hogen weg van het veld des vollers;   [3] Maar de heer zei tegen Jesaja: ‘Ga Achaz tegemoet, u en uw zoon Rest*-Terug, op de weg naar het Vollersveld, naar het einde van de waterleiding* van de bovenste vijver.  [3] Toen zei de HEER tegen Jesaja: ‘Ga samen met je zoon Sear-Jasub* op weg om Achaz te ontmoeten, op de straat van het bleekveld, waar de watertoevoer in het bovenste waterbekken uitkomt.  3 Dan zegt de ENE tot mij, Jesaja: trek toch uit, Achaz tegemoet, jijzelf en je zoon Sjear Jasjoev,– wat–overblijft–keert–om!– naar het uiteind van het kanaal van de Bovenvijver naar de steenweg van het Vollersveld;   3. Et Yahvé dit à Isaïe : Sors au-devant d'Achaz, toi et Shéar-Yashub ton fils, vers l'extrémité du canal de la piscine supérieure, vers le chemin du champ du Foulon.  

King James Bible . [3] Then said the LORD unto Isaiah, Go forth now to meet Ahaz, thou, and Shear-jashub thy son, at the end of the conduit of the upper pool in the highway of the fuller's field;
Luther-Bibel . 3 Aber der HERR sprach zu Jesaja: Geh hinaus, Ahas entgegen, du und dein Sohn Schear-Jaschub , an das Ende der Wasserleitung des oberen Teiches, an der Straße beim Acker des Walkers,

Tekstuitleg van Js 7,3 . Het vers Js 7,3 telt 20 (2² X 5) woorden en 77 (7 X 11) letters . De getalwaarde van Js 7,3 is 5399 (priemgetal) .

1. wajjo´mèr (en hij zei) : prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Amos : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jona : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Tenach (1879) . Pentateuch (594) . Js (33) . Js 1-39 (27) . Js 40-55 (4) . Js 56-66 (2) . Js 7 (3) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,12 . (3) Js 7,13 . Js 49 (2) : (1) Js 49,3 . (2) Js 49,6 . Een vorm van ´âmar (zeggen) in Js 7 (8) : (1) Js 7,2 . (2) Js 7,3 . (3) Js 7,4 . (4) Js 7,5 . (5) Js 7,7 . (6) Js 7,10 . (7) Js 7,12 . (8) Js 7,13 .

2. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 7 (7) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,7 . (3) Js 7,10 . (4) Js 7,11 . (5) Js 7,12 . (6) Js 7,17 . (7) Js 7,18 .

1. - 2. wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenach (204) . Js (5) : (1) Js 3,16 . (2) Js 7,3 . (3) Js 8,1 . (4) Js 8,3 . (5) Js 20,3 . Drie teksten zijn tot Jesaja gericht : (1) Js 7,3 . (2) Js 8,1 . (3) Js 8,3 . In twee teksten wordt niet uitgedrukt tot wie ze gericht zijn : (1) Js 3,16 . (2) Js 20,3 .
- ´âmar ´ädonâj (mijn heer zegt) . Tenach (140) . Js (9) : (1) Js 10,24 . (2) Js 21,16 . (3) Js 22,14 . (4) . Js 22,15 . (5) Js 28,16 . (6) Js 30,15 . (7) Js 49,22 . (8) Js 52,4 . (9) Js 65,13 . + JHWH . Tenach (137 / 140) . Js (9 / 9) .
-- ´âmar ´ädonâj ´elâj (mijn heer zegt) . Tenach (1) . Slechts in Js 21,16 .
-- ´âmar JHWH (JHWH zegt / zei) . Tenach (376) . Js (39) . Js 1-39 (10) . Js 40-55 (17) . Js 56-66 (12) . Js 1-39 (10) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 29,22 . (4) Js 31,4 . (5) Js 37,6 . (6) Js 37,21 . (7) Js 37,33 . (8) Js 38,1 . (9) Js 38,5 . (10) Js 38,6 .

4. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740-701) . Taalgebruik in Tenach : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17 OF het aantal letters van Js 1,1) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
- wîsja`ëjâhû (en Jesaja) . Tenach (3) : (1) 1 Kr 25,3 . (2) 1 Kr 26,25 . (3) 2 Kr 32,20 .
- ´èl jësja`ëjâhû (tot Jesaja) . Tenach (8) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,8 . (3) 2 K 20,19 . (4) Js 7,3 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,5 . (7) Js 38,4 . (8) Js 39,8 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .

1. - 4. wajjo´mèr JHWH ´èl jësja`ëjâhû (en JHWH zei tot Jesaja) . In Js 6 werd Jesaja geroepen . In Js 7,3 krijgt Jesaja een eerste zendingsopdracht . In Jesaja vinden we deze uitdrukking slechts in Js 7,3 . In Js 8,1 krijgt hij een tweede zendingsopdracht , ingeleid door : wajjo´mèr JHWH ´elaj (en JHWH zei tot mij) . Tenach (27) . Dt (10) . Js (2) : (1) Js 8,1 . (2) Js 8,3 . Jr (10) . Andere boeken (5) .

8. ´âchâz (Achaz) . Taalgebruik in Tenach : ´âchâz (Achaz) . Profeten (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 7,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 7,10 . (5) Js 7,12 . (6) Js 14,28 . (7) Jr 22,15 . (8) Hos 1,1 . (9) Mi 1,1 .

Js 7,4 - Js 7,4 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai ereis autô fulaxai tou èsuchasai kai mè fobou mède è psuchè sou astheneitô apo tôn duo xulôn tôn dalôn tôn kapnizomenôn toutôn otan gar orgè tou thumou mou genètai palin iasomai 4 et dices ad eum vide ut sileas noli timere et cor tuum ne formidet a duobus caudis titionum fumigantium istorum in ira furoris Rasin et Syriae et filii Romeliae     4 En zeg tot hem: Wacht u, en zijt gerust, vrees niet, en uw hart worde niet week, vanwege die twee staarten dezer rokende vuurbranden; vanwege de ontsteking des toorns van Rezin en der Syriërs, en van den zoon van Remalia;   [4] Zeg hem: “Beheers u! Blijf rustig, vrees niet, laat u niet van streek brengen door die twee rokende houtstompen, door de vlammende woede van Resin van Aram, en van de zoon van Remaljahu. [4] Zeg tegen hem: “Houd het hoofd koel, laat u geen schrik aanjagen door die twee smeulende stukken hout, Resin van Aram en de zoon van Remaljahu, hoe hoog hun woede ook oplaait.  4 zeggen zul je tot hem: wees waakzaam en kalm, vrees niet, laat je hart niet week worden voor die twee rokende stompen brandhout,– nu de toorn is ontstoken van Retsien van Aram en de zoon van Remaljahoe!–   4. Tu lui diras : Prends garde et calme-toi. Ne crains pas et que ton cœur ne défaille pas devant ces deux bouts de tisons fumants à cause de l'ardente colère de Raçôn, d'Aram et du fils de Remalyahu,  

King James Bible . [4] And say unto him, Take heed, and be quiet; fear not, neither be fainthearted for the two tails of these smoking firebrands, for the fierce anger of Rezin with Syria, and of the son of Remaliah.
Luther-Bibel . 4 und sprich zu ihm: Hüte dich und bleibe still; fürchte dich nicht, und dein Herz sei unverzagt vor diesen beiden Brandscheiten, die nur noch rauchen, vor dem Zorn Rezins und der Aramäer und des Sohnes Remaljas.

Tekstuitleg van Js 7,4 .

3. pass. nifal imperat. 2de pers. mann. enk. hisjsjâmer (wees behouden) van het werkw. sjâmar (behouden, bewaren) . Taalgebruik in Tenach : sjâmar (behouden, bewaren) . Getalwaarde van sjâmar (behouden, bewaren) : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 54 of 540 . Structuur : 3 - 4 - 2 . Tenach (1) Js 7,4 . Een vorm van het werkw. sjâmar (behouden, bewaren) in Js in 9 verzen : (1) Js 7,4 . (2) Js 21,11 . (3) Js 21,12 . (4) Js 26,2 . (5) Js 42,20 . (6) Js 56,1 . (7) Js 56,2 . (8) Js 56,4 . (9) Js 56,6 .

6. act. qal jussief tweede persoon mannelijk enkelvoud thîrâ´ (vrees) van het werkw. jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Taalgebruik in Tenach : jâr´â (vrezen, eerbied hebben) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 31 OF 211 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 1 . Tenach (40) . Js (8) : (1) Js 7,4 . (2) Js 10,24 . (3) Js 37,6 . (4) Js 41,10 . (5) Js 41,13 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,5 . (8) Js 44,2 .

18. wa´ärâm (en Aram) > verbindingsletter w + ´ärâm (Aram) . Taalgebruik in Tenach : ´ärâm (Aram) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 241 . Tenach (9) : (1) Gn 10,22 . (2) 2 S 10,8 . (3) 1 K 20,27 . (4) 2 K 5,2 . (5) Js 7,4 . (6) Am 9,7 . (7) 1 Kr 1,17 . (8) 1 Kr 2,23 . (9) 1 Kr 7,34 . Hij is de vijfde zoon van Sem .

Js 7,5 - Js 7,5 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai o uios tou aram kai o uios tou romeliou oti ebouleusanto boulèn ponèran peri sou legontes 5 eo quod consilium inierit contra te Syria malum Ephraim et filius Romeliae dicentes     5 Omdat de Syriër kwaad tegen u beraadslaagd heeft, met Efraïm en den zoon van Remalia, zeggende:   [5] Laat Aram, Efraïm en de zoon van Remaljahu maar plannen smeden en zeggen:  [5] Aram mag dan kwaad tegen u in de zin hebben, net als Efraïm met die zoon van Remaljahu, en zeggen:   5 vanwege dat Aram kwaad tegen jou beraadslaagd heeft,– met Efraïm en de zoon van Remaljahoe, zeggend:   5. parce qu'Aram, Éphraïm et le fils de Remalyahu ont tramé contre toi un mauvais coup en disant :  

King James Bible . [5] Because Syria, Ephraim, and the son of Remaliah, have taken evil counsel against thee, saying,
Luther-Bibel . 5 Weil die Aramäer gegen dich Böses ersonnen haben samt Ephraim und dem Sohn Remaljas und sagen:

Tekstuitleg van Js 7,5 .

5. ´ärâm (Aram) . Taalgebruik in Tenach : ´ärâm (Aram) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 4 . Tenach (118) . Js (6) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,2 . (3) Js 7,5 . (4) Js 7,8 . (5) Js 9,11 . (6) Js 17,3 . Hij is de vijfde zoon van Sem .

7. ´èphëraîm (Efraïm) . Taalgebruik in Tenach : ´èphëraîm (Efraïm) . Getalwaarde : aleph = 1 , pe = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 62 (2 X 31) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 1 - 9 - 2 - 1 - 4 . Tenach (138) . Gn (8) : (1) Gn 41,52 . (2) Gn 46,20 . (3) Gn 48,1 . (4) Gn 48,5 . (5) Gn 48,13 . (6) Gn 48,14 . (7) Gn 48,17 . (8) Gn 48,20 . 1 S 1 (3) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 9,4 . (3) 1 S 14,22 . In Gn 41,52 krijgt Jozef twee zonen : Manasse en Efraïm . De stam van Jozef wordt in twee gesplitst zodat er 13 stammen zijn . Zo wordt Efraïm de stamvader van de 13de stam . De getalwaarde 13 is ´èchad (één) . Jozef was de oudste zoon van Rachel . Jozef werd onderkoning in Egypte .

Js 7,6 - Js 7,6 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6anabèsometha eis tèn ioudaian kai sullalèsantes autois apostrepsomen autous pros èmas kai basileusomen autès ton uion tabeèl  6 ascendamus ad Iudam et suscitemus eum et avellamus eum ad nos et ponamus regem in medio eius filium Tabeel     6 Laat ons optrekken tegen Juda, en het verdriet aandoen, en het onder ons delen, en den zoon van Tabeal koning maken in het midden van hen.   [6] ‘Wij trekken op tegen Juda, om het uit elkaar te scheuren en te overmeesteren en wij stellen er de zoon van Tabeël* als koning aan.’ ” [6] ‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’  6 ‘laten we opklimmen tegen Juda het schrik aanjagen en het voor ons in tweeën klieven; en laten we over haar tot koning kronen de zoon van Taveal!’– ••  6. « Montons contre Juda, détruisons-le, brisons-le pour le ramener vers nous, et nous y établirons comme roi le fils de Tabeel. » 

King James Bible . [6] Let us go up against Judah, and vex it, and let us make a breach therein for us, and set a king in the midst of it, even the son of Tabeal:
Luther-Bibel . 6 »Wir wollen hinaufziehen nach Juda und es erschrecken und für uns erobern und zum König darin machen den Sohn Tabeals«, -

Tekstuitleg van Js 7,6 .

7. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenach : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenach (816) . Pentateuch (58) . Js (37) . Js 1-39 (34) . Js 40-55 (3) . Vanaf Js 7,1 . Js 7 (3) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,6 . (3) Js 7,17 .

Js 7,7 - Js 7,7 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7tade legei kurios sabaôth ou mè emmeinè è boulè autè oude estai  7 haec dicit Dominus Deus non stabit et non erit istud    7 Alzo zegt de Heere HEERE: Het zal niet bestaan, en het zal niet geschieden.   [7] Zo spreekt de Heer god: Dat bestaat niet, dat gebeurt niet!  – [7] maar dit zegt God, de HEER: Het zal niet gebeuren, het zal niet zo gaan.   7 zó heeft gezegd mijn Heer, de ENE: het zal niet bestaan en niet geschieden!   7. Ainsi parle le Seigneur Yahvé : Cela ne tiendra pas, cela ne sera pas;  

King James Bible .[7] Thus saith the Lord GOD, It shall not stand, neither shall it come to pass.
Luther-Bibel . 7 so spricht Gott der HERR: Es soll nicht geschehen und nicht so gehen,

Tekstuitleg van Js 7,7 .

1. koh (zo) . Taalgebruik in Tenach : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het N.T. (208) . Pentateuch (34) . Tenach (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) .
- Js 1-39 (24) : (1) Js 7,7 . (2) Js 8,11 . (3) Js 10,24 . (4) Js 18,4 . (5) Js 20,6 . (6) Js 21,6 . (7) Js 21,16 . (8) Js 22,15 . (9) Js 24,13 . (10) Js 28,16 . (11) Js 29,22 . (12) Js 30,12 . (13) Js 30,15 . (14) Js 31,4 . (15) Js 36,4 . (16) Js 36,14 . (17) Js 36,16 . (18) Js 37,3 . (19) Js 37,6 . (20) Js 37,10 . (21) Js 37,21 . (22) Js 37,33 . (23) Js 38,1 . (24) Js 38,5 .
- Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .
- Js 56-66 (7) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,4 . (3) : Js 57,15 . (4) Js 65,8 . (5) Js 65,13 . (6) Js 66,1 . (7) Js 66,12 .

2. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 7 (1) Js 7,7 . Een vorm van ´âmar (zeggen) in Js 7 (8) : (1) Js 7,2 . (2) Js 7,3 . (3) Js 7,4 . (4) Js 7,5 . (5) Js 7,7 . (6) Js 7,10 . (7) Js 7,12 . (8) Js 7,13 .

1. - 2. koh ´âmar (zo zegt hij) . Tenach (401) . Js (44) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (16) . Js 56-66 (4) .
- Js 1-39 (14 / 24 en 14 / 30) : (1) Js 7,7 . (2) Js 10,24 . (3) Js 22,15 . (4) Js 28,16 . (5) Js 29,22 . (6) Js 30,12 . (7) Js 36,4 . (8) Js 36,14 . (9) Js 37,3 . (10) Js 37,6 . (11) Js 37,21 . (12) Js 37,33 . (13) Js 38,1 . (14) Js 38,5 .

4. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 7 (7) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,7 . (3) Js 7,10 . (4) Js 7,11 . (5) Js 7,12 . (6) Js 7,17 . (7) Js 7,18 .

Js 7,8 - Js 7,8 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8all? è kefalè aram damaskos all? eti exèkonta kai pente etôn ekleipsei è basileia efraim apo laou  8 sed caput Syriae Damascus et caput Damasci Rasin et adhuc sexaginta et quinque anni et desinet Ephraim esse populus    8 Maar Damaskus zal het hoofd van Syrië zijn, en Rezin het hoofd van Damaskus; en in nog vijf en zestig jaren zal Efraïm verbroken worden, dat het geen volk zij.   [8] Zowaar als de hoofdstad van Aram Damascus is, en het hoofd van Damascus Resin,  [8] Immers, het hoofd van Aram is Damascus, en het hoofd van Damascus is die Resin. – Nog vijfenzestig jaar en het volk van Efraïm bestaat niet meer. –  8 Zowaar de hoofdstad van Aram Damascus is en het hoofd van Damascus Retsien,– in nog maar vijfenzestig jaar is Efraïm gebroken en geen gemeenschap meer;  8. car la tête d'Aram c'est Damas, et la tête de Damas c'est Raçôn; encore soixante-cinq ans, et Éphraïm cessera d'être un peuple.  

King James Bible . [8] For the head of Syria is Damascus, and the head of Damascus is Rezin; and within threescore and five years shall Ephraim be broken, that it be not a people.
Luther-Bibel . 8 sondern wie Damaskus das Haupt ist von Aram, so soll Rezin nur das Haupt von Damaskus sein - und in fünfundsechzig Jahren soll es mit Ephraim aus sein, dass sie nicht mehr ein Volk seien -;

Tekstuitleg van Js 7,8 .

3. ´ärâm (Aram) . Taalgebruik in Tenach : ´ärâm (Aram) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 4 . Tenach (118) . Js (6) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,2 . (3) Js 7,5 . (4) Js 7,8 . (5) Js 9,11 . (6) Js 17,3 . Hij is de vijfde zoon van Sem .

4. damèshèq (Damascus) . Taalgebruik in Tenach : damèshèq (Damascus) . Getalwaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 , shin = 21 of 300 , qof = 19 of 100 ; totaal 57 (3 X 19) of 444 (2² X 3 X 37) . Structuur : 4 - 4 - 3 - 1 . Taalgebruik in de LXX : Damaskos (Damascus) . Taalgebruik in het N.T. : Damaskos (Damascus) . Tenach (23) : (1) Gn 15,2 . (2) 2 S 8,5 . (3) 2 S 8,6 . (4) 1 K 11,24 . (5) 1 K 19,15 . (6) 2 K 5,12 . (7) 2 K 8,7 . (8) 2 K 8,9 . (9) 2 K 14,28 . (10) 2 K 16,9 . (11) Js 7,8 . (12) Js 8,4 . (13) Js 17,1 . (14) Jr 49,24 . (15) Jr 49,27 . (16) Ez 27,18 . (17) Ez 47,16 . (18) Ez 47,17 . (19) Ez 47,18 . (20) Ez 48,1 . (21) Am 1,3 . (22) Am 1,5 . (23) Hl 7,5 .

6. damèshèq (Damascus) . Taalgebruik in Tenach : damèshèq (Damascus) . Getalwaarde : daleth = 4 , mem = 13 of 40 , shin = 21 of 300 , qof = 19 of 100 ; totaal 57 (3 X 19) of 444 (2² X 3 X 37) . Structuur : 4 - 4 - 3 - 1 . Taalgebruik in de LXX : Damaskos (Damascus) . Taalgebruik in het N.T. : Damaskos (Damascus) . Tenach (23) : (1) Gn 15,2 . (2) 2 S 8,5 . (3) 2 S 8,6 . (4) 1 K 11,24 . (5) 1 K 19,15 . (6) 2 K 5,12 . (7) 2 K 8,7 . (8) 2 K 8,9 . (9) 2 K 14,28 . (10) 2 K 16,9 . (11) Js 7,8 . (12) Js 8,4 . (13) Js 17,1 . (14) Jr 49,24 . (15) Jr 49,27 . (16) Ez 27,18 . (17) Ez 47,16 . (18) Ez 47,17 . (19) Ez 47,18 . (20) Ez 48,1 . (21) Am 1,3 . (22) Am 1,5 . (23) Hl 7,5 .

13. ´èphëraîm (Efraïm) . Taalgebruik in Tenach : ´èphëraîm (Efraïm) . Getalwaarde : aleph = 1 , pe = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 62 (2 X 31) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 1 - 9 - 2 - 1 - 4 . Tenach (138) . Gn (8) : (1) Gn 41,52 . (2) Gn 46,20 . (3) Gn 48,1 . (4) Gn 48,5 . (5) Gn 48,13 . (6) Gn 48,14 . (7) Gn 48,17 . (8) Gn 48,20 . 1 S 1 (3) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 9,4 . (3) 1 S 14,22 . In Gn 41,52 krijgt Jozef twee zonen : Manasse en Efraïm . De stam van Jozef wordt in twee gesplitst zodat er 13 stammen zijn . Zo wordt Efraïm de stamvader van de 13de stam . De getalwaarde 13 is ´èchad (één) . Jozef was de oudste zoon van Rachel . Jozef werd onderkoning in Egypte .

Js 7,9 - Js 7,9 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai è kefalè efraim somorôn kai è kefalè somorôn uios tou romeliou kai ean mè pisteusète oude mè sunète  9 et caput Ephraim Samaria et caput Samariae filius Romeliae si non credideritis non permanebitis     9 Ondertussen zal Samaria Efraïms hoofd zijn, en de zoon van Remalia het hoofd van Samaria. Indien gijlieden niet gelooft, zekerlijk, gij zult niet bevestigd worden.   [9] zowaar als de hoofdstad van Efraïm Samaria is, en het hoofd van Samaria de zoon van Remaljahu: over vijfenzestig jaar is Efraïm als volk verdelgd. Als u niet standvastig gelooft, dan houdt u geen stand!’   [9] Het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is die zoon van Remaljahu. Alleen als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.”’   9 de hoofdstad van Efraïm is Samaria en het hoofd van Samaria is de zoon van Remaljahoe,– als ge niet vertrouwt wordt ge niet gebouwd! ••   9. La tête d'Éphraïm c'est Samarie, et la tête de Samarie c'est le fils de Remalyahu. Si vous ne croyez pas, vous ne vous maintiendrez pas.  

King James Bible . [9] And the head of Ephraim is Samaria, and the head of Samaria is Remaliah's son. If ye will not believe, surely ye shall not be established.
Luther-Bibel . 9 und wie Samaria das Haupt ist von Ephraim, so soll der Sohn Remaljas nur das Haupt von Samaria sein. Glaubt ihr nicht, so bleibt ihr nicht.

Tekstuitleg van Js 7,9 .

2. ´èphëraîm (Efraïm) . Taalgebruik in Tenach : ´èphëraîm (Efraïm) . Getalwaarde : aleph = 1 , pe = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 62 (2 X 31) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 1 - 9 - 2 - 1 - 4 . Tenach (138) . Gn (8) : (1) Gn 41,52 . (2) Gn 46,20 . (3) Gn 48,1 . (4) Gn 48,5 . (5) Gn 48,13 . (6) Gn 48,14 . (7) Gn 48,17 . (8) Gn 48,20 . 1 S 1 (3) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 9,4 . (3) 1 S 14,22 . In Gn 41,52 krijgt Jozef twee zonen : Manasse en Efraïm . De stam van Jozef wordt in twee gesplitst zodat er 13 stammen zijn . Zo wordt Efraïm de stamvader van de 13de stam . De getalwaarde 13 is ´èchad (één) . Jozef was de oudste zoon van Rachel . Jozef werd onderkoning in Egypte .

 

Lezing op de 4de (vierde) zondag van de advent A : Js 7,10-14 . Js 7,10-14 .
In die dagen sprak Jesaja tot Achaz: "Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel." Maar Achaz antwoordde: "Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen." En Jesaja sprak: "Luister dan, Huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn? Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken: Zie, de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen 'Immanuël', 'God-met-ons'.

Js 7,10 - Js 7,10 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT 4de (vierde) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai prosetheto kurios lalèsai tô achaz legôn  10 et adiecit Dominus loqui ad Ahaz dicens     In die dagen sprak Jesaja tot Achaz: 10 En de HEERE voer voort te spreken tot Achaz, zeggende:   [10] Ook dit liet de heer tegen Achaz zeggen: [10] De HEER liet verder tegen Achaz zeggen:   10 ¶ De ENE gaat dóór met spreken tot Achaz en zegt:   10. Yahvé parla encore à Achaz en disant :  

King James Bible . [10] Moreover the LORD spake again unto Ahaz, saying,
Luther-Bibel . 10 Und der HERR redete abermals zu Ahas und sprach:

Tekstuitleg van Js 7,10 .

2. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 7 (7) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,7 . (3) Js 7,10 . (4) Js 7,11 . (5) Js 7,12 . (6) Js 7,17 . (7) Js 7,18 .

5. ´âchâz (Achaz) . Taalgebruik in Tenach : ´âchâz (Achaz) . Profeten (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 7,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 7,10 . (5) Js 7,12 . (6) Js 14,28 . (7) Jr 22,15 . (8) Hos 1,1 . (9) Mi 1,1 .

Js 7,11 - Js 7,11 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT 4de (vierde) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11aitèsai seautô sèmeion para kuriou theou sou eis bathos è eis upsos  11 pete tibi signum a Domino Deo tuo in profundum inferni sive in excelsum supra     "Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel."   11 Eis u een teken van den HEERE, uw God; eis beneden in de diepte, of eis boven uit de hoogte.   [11] ‘Vraag de heer uw God om een teken, uit de diepte van de onderwereld of uit de hoogte daarboven.’ [11] ‘Vraag om een teken van de HEER, uw God, hetzij uit de diepte van het dodenrijk* hetzij uit de hoge hemel.’  11 vraag voor jou een teken van bij de ENE, je God,– al is het diep in het dodenrijk of hoog hierboven!   11. Demande un signe à Yahvé ton Dieu, au fond, dans le shéol, ou vers les hauteurs, au-dessus.  

King James Bible . [11] Ask thee a sign of the LORD thy God; ask it either in the depth, or in the height above.
Luther-Bibel . 11 Fordere dir ein Zeichen vom HERRN, deinem Gott, es sei drunten in der Tiefe oder droben in der Höhe!

Tekstuitleg van Js 7,11 .

5. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 7 (7) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,7 . (3) Js 7,10 . (4) Js 7,11 . (5) Js 7,12 . (6) Js 7,17 . (7) Js 7,18 .

Js 7,12 - Js 7,12 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT 4de (vierde) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai eipen achaz ou mè aitèsô oud? ou mè peirasô kurion  12 et dixit Ahaz non petam et non temptabo Dominum     Maar Achaz antwoordde: "Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen."   12 Doch Achaz zeide: Ik zal het niet eisen, en ik zal den HEERE niet verzoeken.   [12] Maar Achaz antwoordde: ‘Dat doe ik niet, ik stel de heer niet op de proef.’  [12] Maar Achaz antwoordde: ‘Nee, ik zal geen teken vragen, ik zal de HEER niet op de proef stellen.’   12 Maar Achaz zegt: ik vraag niets en zal de ENE niet beproeven!   12. Et Achaz dit : Je ne demanderai rien, je ne tenterai pas Yahvé.  

King James Bible . [12] But Ahaz said, I will not ask, neither will I tempt the LORD.
Luther-Bibel . 12 Aber Ahas sprach: Ich will's nicht fordern, damit ich den HERRN nicht versuche.

Tekstuitleg van Js 7,12 .

1. wajj´omèr (en hij zei) : prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Amos : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jona : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Tenach (1879) . Pentateuch (594) . Js (33) . Js 1-39 (27) . Js 40-55 (4) . Js 56-66 (2) . Js 7 (3) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,12 . (3) Js 7,13 . Js 49 (2) : (1) Js 49,3 . (2) Js 49,6 . Een vorm van ´âmar (zeggen) in Js 7 (8) : (1) Js 7,2 . (2) Js 7,3 . (3) Js 7,4 . (4) Js 7,5 . (5) Js 7,7 . (6) Js 7,10 . (7) Js 7,12 . (8) Js 7,13 .

2. ´âchâz (Achaz) . Taalgebruik in Tenach : ´âchâz (Achaz) . Profeten (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 7,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 7,10 . (5) Js 7,12 . (6) Js 14,28 . (7) Jr 22,15 . (8) Hos 1,1 . (9) Mi 1,1 .

8. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 7 (7) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,7 . (3) Js 7,10 . (4) Js 7,11 . (5) Js 7,12 . (6) Js 7,17 . (7) Js 7,18 .

Js 7,13 - Js 7,13 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT 4de (vierde) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13kai eipen akousate dè oikos dauid mè mikron umin agôna parechein anthrôpois kai pôs kuriô parechete agôna  13 et dixit audite ergo domus David numquid parum vobis est molestos esse hominibus quia molesti estis et Deo meo    En Jesaja sprak: "Luister dan, Huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn?   13 Toen zeide hij: Hoort gijlieden nu, gij, huis van David! is het ulieden te weinig, dat gij de mensen moede maakt, dat gij ook mijn God moede maakt?   [13] Daarop zei de profeet: ‘Luister, huis van David! Is het niet genoeg om mensen te tergen, dat u ook nog mijn God moet tergen?   [13] Toen antwoordde Jesaja: ‘Luister, huis van David. Is het niet genoeg de mensen te tergen? Moet u nu ook mijn God tergen?   13 Dan zegt hij: hoort toch, huis van David, is het u te weinig om mannen te vermoeien dat ge zelfs mijn God vermoeit?–   13. Il dit alors : Écoutez donc, maison de David! est-ce trop peu pour vous de lasser les hommes, que vous lassiez aussi mon Dieu ?  

King James Bible . [13] And he said, Hear ye now, O house of David; Is it a small thing for you to weary men, but will ye weary my God also?
Luther-Bibel . 13 Da sprach Jesaja: Wohlan, so hört, ihr vom Hause David: Ist's euch zu wenig, dass ihr Menschen müde macht? Müsst ihr auch meinen Gott müde machen?

Tekstuitleg van Js 7,13 .

1. wajj´omèr (en hij zei) : prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Amos : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jona : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Tenach (1879) . Pentateuch (594) . Js (33) . Js 1-39 (27) . Js 40-55 (4) . Js 56-66 (2) . Js 7 (3) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,12 . (3) Js 7,13 . Js 49 (2) : (1) Js 49,3 . (2) Js 49,6 . Een vorm van ´âmar (zeggen) in Js 7 (8) : (1) Js 7,2 . (2) Js 7,3 . (3) Js 7,4 . (4) Js 7,5 . (5) Js 7,7 . (6) Js 7,10 . (7) Js 7,12 . (8) Js 7,13 .

2. sjimë`û (hoort, luistert) : act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Dt : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Amos : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Micha : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (163) . Js (23) . Js 1-39 (7) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 6,9 . (4) Js 7,13 . (5) Js 28,14 . (6) Js 33,13 . (7) Js 36,13 .

5. dâwid (David) . Taalgebruik in Tenach : dâwid (David) . Getalwaarde : daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 14 (2 X 7) . Structuur : 4 - 6 - 4 . Tenach (509) . Js (10) : (1) Js 7,2 . (2) Js 7,13 . (3) Js 9,6 . (4) Js 16,5 . (5) Js 22,9 . (6) Js 22,22 . (7) Js 29,1 . (8) Js 37,35 . (9) Js 38,5 . (10) Js 55,3 .

4. - 5. be(j)th dâwid (huis van david) . Tenach (8) : (1) 1 S 19,11 . (2) 1 S 20,16 . (3) 2 S 3,1 . (4) 2 S 3,6 . (5) 2 K 17,21 . (6) Js 7,13 . (7) Js 22,22 . (8) Jr 21,12 .

Js 7,14 - Js 7,14 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT 4de (vierde) zondag van de advent A Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14dia touto dôsei kurios autos umin sèmeion idou è parthenos en gastri exei kai texetai uion kai kaleseis to onoma autou emmanouèl  14 propter hoc dabit Dominus ipse vobis signum ecce virgo concipiet et pariet filium et vocabitis nomen eius Emmanuhel     Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken: Zie, de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen 'Immanuël', 'God-met-ons'.  14 Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUËL heten.   [14] Daarom geeft de Heer zelf een teken aan u: Zie, de jonge vrouw is zwanger, en zal een zoon ter wereld brengen, en u zult hem de naam Immanuël* geven. [14] Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël* noemen.  14 daarom geeft mijn Heer, hijzelf, aan u een teken: zie, de jonge vrouw zal zwanger worden en een zoon baren, en roepen zal zij als zijn naam: Imanoe El,– met–ons–is–God!   14. C'est pourquoi le Seigneur lui-même vous donnera un signe : Voici, la jeune femme est enceinte, elle va enfanter un fils et elle lui donnera le nom d'Emmanuel.  

King James Bible . [14] Therefore the Lord himself shall give you a sign; Behold, a virgin shall conceive, and bear a son, and shall call his name Immanuel.
Luther-Bibel . 14 Darum wird euch der HERR selbst ein Zeichen geben: Siehe, eine Jungfrau ist schwanger und wird einen Sohn gebären, den wird sie nennen Immanuel .

Tekstuitleg van Js 7,14 .

Js 7,14.7. ιδου = idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) .

idou (zie)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
  1229  1037  192  59  55 23  19  25  121  125 

- הֵן / הֶנֵּה = hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (495) . Pentateuch (96) . Eerdere Profeten (153) . Latere Profeten (140) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (77) .
- Ned. : zie . D. : Siehe . E. : behold. Fr. : voici < vois ici . Grieks : ιδου = idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Hebreeuws : הֵן / הֶנֵּה = hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Lat. : ecce

Js 7,14.8. הַעַלְמָה = hâ`almâh (de jonge vrouw) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. vr. enk. עַלְמָה = `almâh (meisje, jonge vrouw) . Taalgebruik in Tenakh : `almâh (meisje, jonge vrouw) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) OF 145 . Structuur : 7 - 3 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (3) : (1) Gn 24,43 . (2) Ex 2,8 . (3) Js 7,14 .
- Grieks : παρθενος = parthenos (maagd) . Taalgebruik in het NT : parthenos (maagd) . Taalgebruik in de LXX : parthenos (maagd) . Bijbel (20) : (1) Gn 24,14 . (2) Gn 24,16 . (3) Gn 24,43 . (4) Gn 24,56 . (5) Dt 22,23 . (6) Re 19,24 . (7) 2 S 13,2 . (8) 2 K 19,21 . (9) Js 7,14 . (10) Js 37,22 . (11) Js 47,1 . (12) Jr 2,32 . (13) Jr 18,13 . (14) Jr 31,4 . (15) Jr 31,21 . (16) Am 5,2 . (17) Kl 2,13 . (18) Mt 1,23 . (19) 1 Kor 7,28 . (20) 1 Kor 7,34 . Een vorm van παρθενος = parthenos in de LXX (67) , in het NT (15) .
-

Js 7,14.9. הָרָה = hârâh (zwanger worden - zijn) . Taalgebruik in Tenakh : härâh (zwanger worden, - zijn) . Getalswaarde : he = 5 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 5 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . h-r-h : Tenakh (14) .
(1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk.+ act. qal part. vr. enk. = hârâh (zij werd zwanger + zwanger zijnde) . Tenakh (11) : (1) Gn 16,11 . (2) Gn 38,24 . (3) Gn 38,25 . (4) Ex 21,22 . (5) Re 13,5 . (6) Re 13,7 . (7) 1 S 4,19 . (8) 2 S 11,5 . (9) Js 7,14 . (10) Js 26,17 . (11) Jr 31,8 .
(2) pual perf. 3de pers. vr. enk. = horâh (zij werd zwanger) : (1) Job 3,3 .
(3) act. qal inf. absol. = hâroh (zwanger te zijn) : Job 15,35 .
(4) act. qal part. vr. enk. (zwanger zijnde) .
(5) = hèrâh (naar het gebergte) : (1) Gn 14,10 .
- Het Hebreeuwse werkw. הָרָה = hârâh (zwanger worden - zijn) wordt in het Grieks vertaald door λαμβανω εν γαστρι = lambanô en gastri (in de buik nemen) OF εχω εν γαστρι = echô en gastri (in de buik hebben) . Mogen we dan vertalen : zwanger worden en zwanger zijn . Uitzonderlijk wordt συλλαμβανω εν γαστρι = sullambanô en gastri (Lc 1,31) gebruikt .

Js 7,14.10. וְיֹּלַדְתְּ / וְיֹלֶדֶת = wëjoladëth / wëjolèdèth (en barende) < prefix verbindingswoord wë + act. qal part. vr. enk. van het werkw. יָלַד = jâlad (voortbrengen) .

Zie het zelfst. naamw. יֶלֶד =

jèlèd (het voortgebrachte , kind) . Taalgebruik in Tenakh : jèlèd = het voortgebrachte , kind . Getalswaarde : jod = 10 , lamed = 12 of 30 , daleth = 4 ; totaal : 26 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 1 - 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (3) : (1) Gn 16,11 . (2) Re 13,5 . (3) Re 13,7 . w-j-l-d-th . Tenakh (6) : (1) Gn 16,11 . (2) Re 13,3 . (3) Re 13,5 . (4) Re 13,7 . (5) Js 7,14 . (6) Jr 31,8 .
- Grieks : act. ind. fut. 2de pers. enk. τεξῃ = texè(i) (jij zult baren) van het werkw. τικτω = tiktô (baren, bevallen) . Taalgebruik in het NT : tiktô (baren) . Taalgebruik in de LXX : tiktô (baren) . Taalgebruik in Lc : tiktô (baren) . Bijbel (6) : (1) Gn 3,16 . (2) Gn 16,11 . (3) Re 13,3 . (4) Re 13,5 . (5) Re 13,7 . (6) Lc 1,31 . Een vorm van τικτω = tiktô (baren) , in de LXX (244) , in het NT (18) , in Lc (5) : (1) Lc 1,31 . (2) Lc 1,57 . (3) Lc 2,6 . (4) Lc 2,7 . (5) Lc 2,11 .
- act. ind. fut. 3de pers. enk. τεξεται = texetai (zij zal baren) van het werkw. τικτω = tiktô (baren, bevallen) . Taalgebruik in het NT : tiktô (baren) . Taalgebruik in de LXX : tiktô (baren) . Taalgebruik in Lc : tiktô (baren) . Bijbel (12) : (1) Gn 17,17 . (2) Gn 17,19 . (3) Gn 17,21 . (4) Gn 30,3 . (5) Gn 31,8 . (6) Js 7,14 . (7) Mi 5,2 . (8) Spr 3,28 . (9) Spr 27,1 . (10) Sir 8,18 . (11) Mt 1,21 . (12) Mt 1,23 .

Js 7,14.9. - 10. הָרָה וְיֹּלַדְתְּ / וְיֹלֶדֶת = hârâh wëjoladëth (zwanger zijnde en barende) . Tenakh (5) : (1) Gn 16,11 . (2) Re 13,5 . (3) Re 13,7 . (4) Js 7,14 . (5) Jr 31,8 .

Js 7,14.11. בֵּן / בִּן / בֶּן = ben / bin / bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalswaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . De som van de elementen is 7 . Tenakh (1225) . Pentateuch (284) . Eerdere Profeten (392) . Latere Profeten (231) . 12 Kleine Profeten (26) . Geschriften (292) . Gn (85) . Js (24) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (1) . Js 56-66 (2) . Js 1 (1) : Js 1,1 . Js 7 (4) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,6 . (3) Js 7,9 . (4) Js 7,14 . Js 13 (1) : Js 13,1 .
- Zelfst. naamw. met 2 medeklinkers en 1 oorspronkelijk korte klinker : qil-vorm . De stamklinker i met klemtoon is e geworden (Lettinga( 6) 13m) , bin werd ben . In gesloten lettergrepen zonder klemtoon is de uit de i ontstane e è geworden (Lettinga(6) 13n) , vandaar bèn . Volgens Joüon is het onregelmatige mv. moeilijk verklaarbaar ((Joüon 98 c) . mann. mv. בָּנִים = bânîm (zonen) . mann. mv stat construct. בְּנֵי = bëne(j) (zonen van) . Onmiddellijk vóór de hoofdklemtoon is de i of de daaruit ontstane e in open lettergreep deels vervluchtigd tot een sewa (Lettinga 13 o) .
- acc. mann. enk. υἰον = huion van het zelfst. naamw. υἰος = huios (zoon) . Taalgebruik in het NT : huios (zoon) . Taalgebruik in de LXX : huios (zoon) . Taalgebruik in Lc : huios (zoon) . Lc (15) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,31 . (3) Lc 1,36 . (4) Lc 1,57 . (5) Lc 2,7 . (6) Lc 3,2 . (7) Lc 9,22 . (8) Lc 9,38 . (9) Lc 9,41 . (10) Lc 12,10 . (11) Lc 20,13 . (12) Lc 20,41 . (13) Lc 21,27 . (14) Lc 22,48 . (15) Lc 24,7 . Een vorm van υἰος = huios (zoon) in Lc 1 (7) : (1) Lc 1,13 . (2) Lc 1,16 . (3) Lc 1,31 . (4) Lc 1,32 . (5) Lc 1,35 . (6) Lc 1,36 . (7) Lc 1,57 .

huios (zoon)  enk. bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
acc. enk. huion 365 285 80 15 6 15 17 3 21 3 36 53
totaal 1851 1560 291 69 29 62 51 10 65 5 160 211

- Ned. : zoon . Arabisch : اِبن = ´ibn (zoon) . Taalgebruik in de Qoran : ´ibn (zoon) . D. : Sohn . E. : son . Fr. : fils . Gr. : υἰος = huios (zoon) . Taalgebruik in het NT : huios (zoon) . Hebreeuws : בֵּן/ בִּן / בֶּן= ben / bin / bèn (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Lat. : filius .

Js 7,14.10. - 11. וְיֹלֶדֶת בֵּן = wëjolèdèth ben (en barende een zoon) . Tenakh (5) : (1) Gn 16,11 . (2) Re 13,3 . (3) Re 13,5 . (4) Re 13,7 . (5) Js 7,14 .

Js 7,14.9. - 11. הָרָה וְיֹּלַדְתְּ / וְיֹלֶדֶת בֵּן = hârâh wëjoladëth ben (zwanger zijnde en barende een zoon) . Tenakh (4) : (1) Gn 16,11 . (2) Re 13,5 . (3) Re 13,7 . (4) Js 7,14 .

Js 7,14.12. וְקָרָאת = wëqârâ´th (en zij noemde) < prefix voegwoord wë + act. ind. perf. 3de pers. vr. enk. van het werkwoord קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh () : (1) Gn 16,11 . (2) Dt 31,29 . (3) Js 7,14 . (4) Js 60,18 .

Js 7,15 - Js 7,15 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15bouturon kai meli fagetai prin è gnônai auton è proelesthai ponèra eklexetai to agathon 15 butyrum et mel comedet ut sciat reprobare malum et eligere bonum     15 Boter en honig zal Hij eten, totdat Hij wete te verwerpen het kwade, en te verkiezen het goede.   [15] Boter* en honing zal hij eten, totdat hij het kwade weet te verwerpen en het goede weet te kiezen.  [15] Boter en honing zal hij eten, totdat hij in staat is om het kwade te verwerpen en het goede te kiezen.   15 Boter en honing zal hij eten voordat hij weet het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen;   15. Il mangera du lait caillé et du miel jusqu'à ce qu'il sache rejeter le mal et choisir le bien.  

King James Bible . [15] Butter and honey shall he eat, that he may know to refuse the evil, and choose the good.
Luther-Bibel . 15 Butter und Honig wird er essen, bis er weiß, Böses zu verwerfen und Gutes zu erwählen.

Tekstuitleg van Js 7,15 .

Js 7,16 - Js 7,16 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16dioti prin è gnônai to paidion agathon è kakon apeithei ponèria tou eklexasthai to agathon kai kataleifthèsetai è gè èn su fobè apo prosôpou tôn duo basileôn  16 quia antequam sciat puer reprobare malum et eligere bonum derelinquetur terra quam tu detestaris a facie duum regum suorum     16 Zekerlijk, eer dit Knechtje weet te verwerpen het kwade, en te verkiezen het goede, zal dat land, waarover gij verdrietig zijt, verlaten zijn van zijn twee koningen.   [16] Want voordat de knaap het kwade weet te verwerpen en het goede weet te kiezen, is het land van de beide koningen, dat u angst aanjaagt, ontvolkt.  [16] Want voordat de jongen in staat is om het kwade te verwerpen en het goede te kiezen, zal het land van de beide koningen die u zoveel angst inboezemen, ontvolkt zijn.   16 want eer dat de jongen zal weten het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen,– zal de rode grond verlaten zijn voor het aanschijn van welks twee koningen jij nu beducht bent!–  16. Car avant que l'enfant sache rejeter le mal et choisir le bien, elle sera abandonnée, la terre dont les deux rois te jettent dans l'épouvante.  

King James Bible . [16] For before the child shall know to refuse the evil, and choose the good, the land that thou abhorrest shall be forsaken of both her kings.
Luther-Bibel . 16 Denn ehe der Knabe lernt Böses verwerfen und Gutes erwählen, wird das Land verödet sein, vor dessen zwei Königen dir graut.

Tekstuitleg van Js 7,16 .

3. jâda` / jâdâ` (kennen, weten) . Taalgebruik in Tenach : jâda` (kennen, weten) . Getalwaarde : jod = 10 , daleth = 4 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 84 (2² X 3 X 7) . Structuur : 1 - 4 - 7 . j-d-` . Tenach (108) . Pentateuch (21) . Js (7) : (1) Js 1,3 . (2) Js 7,16 . (3) Js 8,4 . (4) Js 29,12 . (5) Js 42,25 . (6) Js 52,6 . (7) Js 59,8 . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. jâda` / jâdâ` (hij kent) . (2) act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jeda` (hij zal kennen) .

Js 7,17 - Js 7,17 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17alla epaxei o theos epi se kai epi ton laon sou kai epi ton oikon tou patros sou èmeras ai oupô èkasin af? ès èmeras afeilen efraim apo iouda ton basilea tôn assuriôn  17 adducet Dominus super te et super populum tuum et super domum patris tui dies qui non venerunt a diebus separationis Ephraim a Iuda cum rege Assyriorum     17 Doch de HEERE zal over u, en over uw volk, en over uws vaders huis, dagen doen komen, hoedanige niet gekomen zijn van dien dag af, dat Efraïm van Juda is afgeweken, door den koning van Assyrië.   [17] De* heer zal voor u en uw volk, en voor het huis van uw vader een tijd laten aanbreken zoals er nooit een geweest is sinds de dag dat Efraïm zich van Juda heeft afgewend: de koning van Assur.’  [17] En voor u, uw volk en uw koningshuis zal de HEER een tijd laten aanbreken zoals men niet meer heeft meegemaakt sinds Efraïm zich van Juda afscheidde: de heerschappij van Assyrië.’   17 ¶ doen komen zal de ENE over jou, over je gemeente en over het huis van je vader dagen zoals er niet gekomen zijn sinds de dagen dat Efraïm afweek van Juda, met de koning van Asjoer;   17. Yahvé fera venir sur toi, sur ton peuple et sur la maison de ton père des jours tels qu'il n'en est pas venu depuis la séparation d'Éphraïm et de Juda le roi d'Assur .  

King James Bible . [17] The LORD shall bring upon thee, and upon thy people, and upon thy father's house, days that have not come, from the day that Ephraim departed from Judah; even the king of Assyria.
Luther-Bibel . 17 Der HERR wird über dich, über dein Volk und über deines Vaters Haus Tage kommen lassen, wie sie nicht gekommen sind seit der Zeit, da Ephraim sich von Juda schied, nämlich durch den König von Assyrien.

Tekstuitleg van Js 7,17 .

2. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 7 (7) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,7 . (3) Js 7,10 . (4) Js 7,11 . (5) Js 7,12 . (6) Js 7,17 . (7) Js 7,18 .

15. ´èphëraîm (Efraïm) . Taalgebruik in Tenach : ´èphëraîm (Efraïm) . Getalwaarde : aleph = 1 , pe = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 62 (2 X 31) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 1 - 9 - 2 - 1 - 4 . Tenach (138) . Gn (8) : (1) Gn 41,52 . (2) Gn 46,20 . (3) Gn 48,1 . (4) Gn 48,5 . (5) Gn 48,13 . (6) Gn 48,14 . (7) Gn 48,17 . (8) Gn 48,20 . 1 S 1 (3) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 9,4 . (3) 1 S 14,22 . In Gn 41,52 krijgt Jozef twee zonen : Manasse en Efraïm . De stam van Jozef wordt in twee gesplitst zodat er 13 stammen zijn . Zo wordt Efraïm de stamvader van de 13de stam . De getalwaarde 13 is ´èchad (één) . Jozef was de oudste zoon van Rachel . Jozef werd onderkoning in Egypte .

17. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenach : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Structuur : 1 - 5 - 4 - 5 . Tenach (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .

19. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenach : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenach (816) . Pentateuch (58) . Js (37) . Js 1-39 (34) . Js 40-55 (3) . Vanaf Js 7,1 . Js 7 (3) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,6 . (3) Js 7,17 .

20. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 7,18 - Js 7,18 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai estai en tè èmera ekeinè suriei kurios muiais o kurieuei merous potamou aiguptou kai tè melissè è estin en chôra assuriôn 18 et erit in die illa sibilabit Dominus muscae quae est in extremo fluminum Aegypti et api quae est in terra Assur     18 Want het zal te dien dage geschieden, dat de HEERE zal toesissen de vliegen, die aan het einde der rivieren van Egypte zijn, en de bijen die in het land van Assur zijn.   [18] Op die dag geeft de heer een fluitsignaal voor de vliegen die bij de verste kanalen van Egypte zijn en voor de bijen in Assur. [18] Op die dag zal de HEER de vliegen van de verste waterstromen van Egypte bijeenfluiten, en uit Assyrië een zwerm bijen.   18 geschieden zal het te dien dage: de ENE zal fluiten naar de vliegen aan het verste eind van de stromen van Egypte,– en naar de bijen in het land van Asjoer.   18. Il arrivera, en ce jour-là, que Yahvé sifflera les mouches qui sont à l'extrémité des fleuves d'Égypte et les abeilles qui sont au pays d'Assur.  

King James Bible . [18] And it shall come to pass in that day, that the LORD shall hiss for the fly that is in the uttermost part of the rivers of Egypt, and for the bee that is in the land of Assyria.
Luther-Bibel . 18 Zu der Zeit wird der HERR herbeipfeifen die Fliege am Ende der Ströme Ägyptens und die Biene im Lande Assur,

Tekstuitleg van Js 7,18 . In Js 7,18 begint een discursie (een uiteenzettende tekst) nl. Js 7,18-25 . Hij wordt ingeleid door de formule wëhâjâh bajjôm hahû´ (en het is / was op die dag) . In Js 6 wordt de regeerperiode van Jotham verondersteld . In Js 7 begint blijkbaar de regeerperiode van Achaz . Js 6,1-7,17 is een narratieve tekst .

2. bëjôm / bajjôm (op een dag) . Voorzetsel bë (op) (+ bepaald lidw. ha) en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het N.T. (388) . Tenach (491) . Jesaja (57) . Js 7 (4) : (1) Js 7,18 . (2) Js 7,20 . (3) Js 7,21 . (4) Js 7,23 .

1. - 3. wëhâjâh bajjôm hahû´ (en het was op die dag) . Tenach (23) . Js (13) : (1) Js 7,18 . (2) Js 7,21 . (3) Js 7,23 . (4) Js 10,20 . (5) Js 10,27 . (6) Js 11,10 . (7) Js 11,11 . (8) Js 17,4 . (9) Js 22,20 . (10) Js 23,15 . (11) Js 24,21 . (12) Js 27,12 . (13) Js 27,13 .

5. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 7 (7) : (1) Js 7,3 . (2) Js 7,7 . (3) Js 7,10 . (4) Js 7,11 . (5) Js 7,12 . (6) Js 7,17 . (7) Js 7,18 .

14. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 7,19 - Js 7,19 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai eleusontai pantes kai anapausontai en tais faragxi tès chôras kai en tais trôglais tôn petrôn kai eis ta spèlaia kai eis pasan ragada kai en panti xulô  19 et venient et requiescent omnes in torrentibus vallium et cavernis petrarum et in omnibus frutectis et in universis foraminibus     19 En zij zullen komen, en zij allen zullen rusten in de woeste dalen, en in de kloven der steenrotsen, en in al de doornhagen, en in alle geprezene plaatsen.   [19] Ze komen alle tezamen en strijken neer in de kloven van de dalen en de spleten van de rotsen, op alle doornstruiken en bij alle drinkplaatsen.  [19] Ze zullen allemaal komen en neerstrijken in steile rivierdalen en in rotsspleten, bij iedere drinkplaats en op elke doornstruik.   19 Komen zullen ze en neerstrijken, zij allen, in de dalen van de ravijnen en in de spleten van de rotsen,– in alle doornhagen en op alle drinkplaatsen.   19. Elles viendront et se poseront toutes dans les torrents des ravins et dans les fentes des rochers, sur tous les buissons et à tous les points d'eau.  

King James Bible . [19] And they shall come, and shall rest all of them in the desolate valleys, and in the holes of the rocks, and upon all thorns, and upon all bushes.
Luther-Bibel . 19 dass sie kommen und sich alle niederlassen in den tiefen Tälern und in den Steinklüften und in allen Hecken und an jeder Tränke.

Tekstuitleg van Js 7,19 .

Js 7,20 - Js 7,20 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20en tè èmera ekeinè xurèsei kurios tô xurô tô megalô kai memethusmenô o estin peran tou potamou basileôs assuriôn tèn kefalèn kai tas trichas tôn podôn kai ton pôgôna afelei  20 in die illa radet Dominus in novacula conducta in his qui trans Flumen sunt in rege Assyriorum caput et pilos pedum et barbam universam     20 Te dien dage zal de Heere door een gehuurd scheermes, hetwelk aan gene zijde der rivier is, door den koning van Assyrië, afscheren het hoofd, en het haar der voeten; ja, het zal ook den baard gans wegnemen.   [20] Op die dag huurt de Heer een scheermes* aan de overkant van de Eufraat, – bij de koning van Assur, en scheert het haar af, van kop tot teen, ook de baard neemt Hij weg.   [20] Op die dag zal de Heer met een aan de overkant van de Eufraat gehuurd scheermes – de koning van Assyrië – alle haren van hoofd en baard en zelfs het schaamhaar afscheren.  20 Te dien dage zal mijn Heer met een mes dat gehuurd is aan de overzijden van de Rivier, namelijk de koning van Asjoer, afscheren het hoofdhaar en het haar van de benen,– en ook de baard zal het wegnemen; ••   20. En ce jour-là, le Seigneur rasera avec un rasoir loué au-delà du fleuve avec le roi d'Assur la tête et le poil des jambes, et même la barbe, il l'enlèvera. 

King James Bible . [20] In the same day shall the Lord shave with a rasor that is hired, namely, by them beyond the river, by the king of Assyria, the head, and the hair of the feet: and it shall also consume the beard.
Luther-Bibel . 20 Zu der Zeit wird der Herr das Haupt und die Haare am Leib scheren und den Bart abnehmen durch das Schermesser, das gedungen ist jenseits des Stroms, durch den König von Assyrien.

Tekstuitleg van Js 7,20 .

1. bëjôm / bajjôm (op een dag) . Voorzetsel bë (op) (+ bepaald lidw. ha) en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het N.T. (388) . Tenach (491) . Jesaja (57) . Js 7 (4) : (1) Js 7,18 . (2) Js 7,20 . (3) Js 7,21 . (4) Js 7,23 .

10. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 7,21 - Js 7,21 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai estai en tè èmera ekeinè threpsei anthrôpos damalin boôn kai duo probata  21 et erit in die illa nutriet homo vaccam boum et duas oves     21 En het zal geschieden te dien dage, dat iemand een koetje in het leven zal behouden hebben, en twee schapen;   [21] Op* die dag houdt ieder een vaars en een paar geiten   [21] Op die dag zal men een jonge koe houden, een geit en een schaap.  21 zijn zal het te dien dage: iemand laat het kalf van een rund of twee stuks wolvee leven;   21. Il arrivera, en ce jour-là, que chacun élèvera une génisse et deux têtes de petit bétail.  

King James Bible . [21] And it shall come to pass in that day, that a man shall nourish a young cow, and two sheep;
Luther-Bibel . 21 Zu der Zeit wird ein Mann eine junge Kuh und zwei Schafe aufziehen

Tekstuitleg van Js 7,21 .

2. bëjôm / bajjôm (op een dag) . Voorzetsel bë (op) (+ bepaald lidw. ha) en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het N.T. (388) . Tenach (491) . Jesaja (57) . Js 7 (4) : (1) Js 7,18 . (2) Js 7,20 . (3) Js 7,21 . (4) Js 7,23 .

1. - 3. wëhâjâh bajjôm hahû´ (en het was op die dag) . Tenach (23) . Js (13) : (1) Js 7,18 . (2) Js 7,21 . (3) Js 7,23 . (4) Js 10,20 . (5) Js 10,27 . (6) Js 11,10 . (7) Js 11,11 . (8) Js 17,4 . (9) Js 22,20 . (10) Js 23,15 . (11) Js 24,21 . (12) Js 27,12 . (13) Js 27,13 .

Js 7,22 - Js 7,22 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22kai estai apo tou pleiston poiein gala bouturon kai meli fagetai pas o kataleiftheis epi tès gès 22 et prae ubertate lactis comedet butyrum butyrum enim et mel manducabit omnis qui relictus fuerit in medio terrae     22 En het zal geschieden, dat hij vanwege de veelheid der melk, die zij geven zullen, boter zal eten; ja, een ieder, die overgebleven zal zijn in het midden des lands, die zal boter en honig eten.   [22] en dankzij de overvloed aan melk die ze geven zal hij boter eten, want boter en honing zal iedereen eten die in het land is overgebleven.   [22] Door de overvloed aan melk die ze geven, heeft iedereen ruimschoots boter te eten. Boter en honing is er voor wie in het land zijn achtergebleven.   22 zijn zal het: omdat ze véél melk geven zal hij boter eten,– want boter en honing zal eten al wie zal resten in de ruimte van het land;   22. Et il arrivera qu'en raison de l'abondante production du lait, il mangera du lait caillé tout survivant au milieu du pays mangera du lait caillé et du miel.  

King James Bible . [22] And it shall come to pass, for the abundance of milk that they shall give he shall eat butter: for butter and honey shall every one eat that is left in the land.
Luther-Bibel . 22 und wird so viel zu melken haben, dass er Butter essen wird; denn Butter und Honig wird essen, wer übrig bleiben wird im Lande.

Tekstuitleg van Js 7,22 .

Js 7,23 - Js 7,23 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23kai estai en tè èmera ekeinè pas topos ou ean ôsin chiliai ampeloi chiliôn siklôn eis cherson esontai kai eis akanthan  23 et erit in die illa omnis locus ubi fuerint mille vites mille argenteis et in spinas et in vepres erunt     23 Ook zal het te dienzelfden dage geschieden, dat iedere plaats, alwaar duizend wijnstokken geweest zijn, van duizend zilverlingen, tot doornen en distelen zal zijn;   [23] Op die dag zal ieder stuk grond, beplant met duizend wijnstokken, ter waarde van duizend zilverstukken, ten prooi vallen aan de distels en de doorns.  [23] Op die dag zal elk stuk grond waar duizend wijnstokken staan ter waarde van duizend zilverstukken, door dorens en distels overwoekerd worden.   23 zijn zal het te dien dage: zijn zal elke plaats daar waar zijn duizend wijnstokken van duizend stuks zilver,– voor doorn en distel zal die zijn.   23. Il arrivera, en ce jour-là, que tout lieu où il y a mille pieds de vigne valant mille pièces d'argent deviendra ronces et épines.  

King James Bible . [23] And it shall come to pass in that day, that every place shall be, where there were a thousand vines at a thousand silverlings, it shall even be for briers and thorns.
Luther-Bibel . 23 Und es wird zu der Zeit geschehen: Wo jetzt tausend Weinstöcke stehen, tausend Silberstücke wert, da werden Dornen und Disteln sein,

Tekstuitleg van Js 7,23 .

2. bëjôm / bajjôm (op een dag) . Voorzetsel bë (op) (+ bepaald lidw. ha) en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het N.T. (388) . Tenach (491) . Jesaja (57) . Js 7 (4) : (1) Js 7,18 . (2) Js 7,20 . (3) Js 7,21 . (4) Js 7,23 .

1. - 3. wëhâjâh bajjôm hahû´ (en het was op die dag) . Tenach (23) . Js (13) : (1) Js 7,18 . (2) Js 7,21 . (3) Js 7,23 . (4) Js 10,20 . (5) Js 10,27 . (6) Js 11,10 . (7) Js 11,11 . (8) Js 17,4 . (9) Js 22,20 . (10) Js 23,15 . (11) Js 24,21 . (12) Js 27,12 . (13) Js 27,13 .

Js 7,24 - Js 7,24 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24meta belous kai toxeumatos eiseleusontai ekei oti chersos kai akantha estai pasa è gè  24 cum sagittis et arcu ingredientur illuc vepres enim et spinae erunt in universa terra     24 Dat men met pijlen en met den boog aldaar zal moeten gaan; want het ganse land zal doornen en distelen zijn.   [24] Slechts met pijl en boog dringt men er binnen, want het land zal een en al distels en doorns zijn.  [24] Alleen met pijl en boog dringt men er door; dorens en distels versperren de weg.  24 Alleen met pijl en boog zal men daar komen,– want een–en–al doorn en distel zal heel het land zijn.   24. Avec flèches et arc on y pénétrera, car tout le pays sera ronces et épines.  

King James Bible . [24] With arrows and with bows shall men come thither; because all the land shall become briers and thorns.
Luther-Bibel . 24 dass man mit Pfeil und Bogen dahin gehen muss. Denn im ganzen Lande werden Dornen und Disteln sein,

Tekstuitleg van Js 7,24 .

Js 7,25 - Js 7,25 : Immanuël - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 7 -- Js 7,1-25 -- Js 7,1 - Js 7,2 - Js 7,3 - Js 7,4 - Js 7,5 - Js 7,6 - Js 7,7 - Js 7,8 - Js 7,9 - Js 7,10 - Js 7,11 - Js 7,12 - Js 7,13 - Js 7,14 - Js 7,15 - Js 7,16 - Js 7,17 - Js 7,18 - Js 7,19 - Js 7,20 - Js 7,21 - Js 7,22 - Js 7,23 - Js 7,24 - Js 7,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25kai pan oros arotriômenon arotriathèsetai kai ou mè epelthè ekei fobos estai gar apo tès chersou kai akanthès eis boskèma probatou kai eis katapatèma boos   25 et omnes montes qui in sarculo sarientur non veniet illuc terror spinarum et veprium et erit in pascua bovis et in conculcationem pecoris     25 Ook al de bergen, die men met houwelen pleegt om te hakken, daar zal men niet komen uit vrees der doornen en der distelen; maar die zullen wezen tot inzending van den os, en tot vertreding van het kleinvee.   [25] En op al het bergland dat vroeger met de schoffel werd bewerkt, komt men niet meer, uit vrees voor de distels en de doorns; men drijft er het rundvee in en de schapen lopen het plat.   [25] Hellingen die met de hak zijn bewerkt, zullen onbereikbaar worden door vervaarlijke dorens en distels. Men kan er slechts de runderen heen drijven, het door de schapen laten vertrappen.  25 En alle berghellingen die met de hak worden behakt, daar kom je niet meer uit ontzag voor doorn en distel; zijn zal het om een os erheen te zenden en om het te laten vertrappen door een lam!   25. Sur toutes les montagnes qui sont cultivées à la houe, tu n'iras plus par crainte des ronces et des épines, et ce sera pacage de bœufs et terre piétinée par les moutons. 

King James Bible . [25] And on all hills that shall be digged with the mattock, there shall not come thither the fear of briers and thorns: but it shall be for the sending forth of oxen, and for the treading of lesser cattle.
Luther-Bibel . 25 dass man auch zu all den Bergen, die man jetzt mit der Hacke zu behacken pflegt, nicht kommen kann aus Scheu vor Dornen und Disteln, sondern man wird Rinder darüber treiben und Schafe es zertreten lassen.

Tekstuitleg van Js 7,25 .

14. sjôr (rund, os) . Taalgebruik in Tenach : sjôr (rund, os) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 47 of 506 . Structuur : 3 - 6 - 2 . Tenach (43) . Pentateuch (27) . Js (2) : (1) Js 1,3 . (2) Js 7,25 .
- hasjsjôr (het rund, de os) . Tenach (12) . Pentateuch (9) . Js (2) : (1) Js 32,20 . (2) Js 66,3 .
- pârâh (koe) . par (stier) .
- sjôr wëchämôr (rund en ezel) . Tenach (1) : Gn 32,6 . sjôr ... wachämôr (rund en de ezel) . Tenach (2) : 1 S 12,3 . (2) Js 1,3 .
- sjôr wâshèh wachämôr (het rund en het kleinvee en de ezel) . Tenach (1) : Joz 6,21 . wëshèh wâsjôr wachämôr (en kleinvee en het rund en de ezel) . Tenach (1) Re 6,4 . wësjôr wachämôr wâshèh (en rund en de ezel en het kleinvee) . Tenach (1) : 1 S 22,19 .


SEPTUAGINTA

7 1kai egeneto en tais èmerais achaz tou iôatham tou uiou oziou basileôs iouda anebè raassôn basileus aram kai fakee uios romeliou basileus israèl epi ierousalèm polemèsai autèn kai ouk èdunèthèsan poliorkèsai autèn2kai anèggelè eis ton oikon dauid legontes sunefônèsen aram pros ton efraim kai exestè è psuchè autou kai è psuchè tou laou autou on tropon otan en drumô xulon upo pneumatos saleuthè3kai eipen kurios pros èsaian exelthe eis sunantèsin achaz su kai o kataleiftheis iasoub o uios sou pros tèn kolumbèthran tès anô odou tou agrou tou gnafeôs4kai ereis autô fulaxai tou èsuchasai kai mè fobou mède è psuchè sou astheneitô apo tôn duo xulôn tôn dalôn tôn kapnizomenôn toutôn otan gar orgè tou thumou mou genètai palin iasomai5kai o uios tou aram kai o uios tou romeliou oti ebouleusanto boulèn ponèran peri sou legontes6anabèsometha eis tèn ioudaian kai sullalèsantes autois apostrepsomen autous pros èmas kai basileusomen autès ton uion tabeèl7tade legei kurios sabaôth ou mè emmeinè è boulè autè oude estai8all' è kefalè aram damaskos all' eti exèkonta kai pente etôn ekleipsei è basileia efraim apo laou9kai è kefalè efraim somorôn kai è kefalè somorôn uios tou romeliou kai ean mè pisteusète oude mè sunète10kai prosetheto kurios lalèsai tô achaz legôn11aitèsai seautô sèmeion para kuriou theou sou eis bathos è eis upsos12kai eipen achaz ou mè aitèsô oud' ou mè peirasô kurion13kai eipen akousate dè oikos dauid mè mikron umin agôna parechein anthrôpois kai pôs kuriô parechete agôna14dia touto dôsei kurios autos umin sèmeion idou è parthenos en gastri exei kai texetai uion kai kaleseis to onoma autou emmanouèl15bouturon kai meli fagetai prin è gnônai auton è proelesthai ponèra eklexetai to agathon16dioti prin è gnônai to paidion agathon è kakon apeithei ponèria tou eklexasthai to agathon kai kataleifthèsetai è gè èn su fobè apo prosôpou tôn duo basileôn17alla epaxei o theos epi se kai epi ton laon sou kai epi ton oikon tou patros sou èmeras ai oupô èkasin af' ès èmeras afeilen efraim apo iouda ton basilea tôn assuriôn18kai estai en tè èmera ekeinè suriei kurios muiais o kurieuei merous potamou aiguptou kai tè melissè è estin en chôra assuriôn19kai eleusontai pantes kai anapausontai en tais faragxi tès chôras kai en tais trôglais tôn petrôn kai eis ta spèlaia kai eis pasan ragada kai en panti xulô20en tè èmera ekeinè xurèsei kurios tô xurô tô megalô kai memethusmenô o estin peran tou potamou basileôs assuriôn tèn kefalèn kai tas trichas tôn podôn kai ton pôgôna afelei21kai estai en tè èmera ekeinè threpsei anthrôpos damalin boôn kai duo probata22kai estai apo tou pleiston poiein gala bouturon kai meli fagetai pas o kataleiftheis epi tès gès23kai estai en tè èmera ekeinè pas topos ou ean ôsin chiliai ampeloi chiliôn siklôn eis cherson esontai kai eis akanthan24meta belous kai toxeumatos eiseleusontai ekei oti chersos kai akantha estai pasa è gè25kai pan oros arotriômenon arotriathèsetai kai ou mè epelthè ekei fobos estai gar apo tès chersou kai akanthès eis boskèma probatou kai eis katapatèma boos


VULGAAT

1 et factum est in diebus Ahaz filii Ioatham filii Oziae regis Iuda ascendit Rasin rex Syriae et Phacee filius Romeliae rex Israhel in Hierusalem ad proeliandum contra eam et non potuerunt debellare eam 2 et nuntiaverunt domui David dicentes requievit Syria super Ephraim et commotum est cor eius et cor populi eius sicut moventur ligna silvarum a facie venti 3 et dixit Dominus ad Isaiam egredere in occursum Ahaz tu et qui derelictus est Iasub filius tuus ad extremum aquaeductus piscinae superioris in via agri Fullonis 4 et dices ad eum vide ut sileas noli timere et cor tuum ne formidet a duobus caudis titionum fumigantium istorum in ira furoris Rasin et Syriae et filii Romeliae 5 eo quod consilium inierit contra te Syria malum Ephraim et filius Romeliae dicentes 6 ascendamus ad Iudam et suscitemus eum et avellamus eum ad nos et ponamus regem in medio eius filium Tabeel 7 haec dicit Dominus Deus non stabit et non erit istud 8 sed caput Syriae Damascus et caput Damasci Rasin et adhuc sexaginta et quinque anni et desinet Ephraim esse populus 9 et caput Ephraim Samaria et caput Samariae filius Romeliae si non credideritis non permanebitis 10 et adiecit Dominus loqui ad Ahaz dicens 11 pete tibi signum a Domino Deo tuo in profundum inferni sive in excelsum supra 12 et dixit Ahaz non petam et non temptabo Dominum 13 et dixit audite ergo domus David numquid parum vobis est molestos esse hominibus quia molesti estis et Deo meo 14 propter hoc dabit Dominus ipse vobis signum ecce virgo concipiet et pariet filium et vocabitis nomen eius Emmanuhel 15 butyrum et mel comedet ut sciat reprobare malum et eligere bonum 16 quia antequam sciat puer reprobare malum et eligere bonum derelinquetur terra quam tu detestaris a facie duum regum suorum 17 adducet Dominus super te et super populum tuum et super domum patris tui dies qui non venerunt a diebus separationis Ephraim a Iuda cum rege Assyriorum 18 et erit in die illa sibilabit Dominus muscae quae est in extremo fluminum Aegypti et api quae est in terra Assur 19 et venient et requiescent omnes in torrentibus vallium et cavernis petrarum et in omnibus frutectis et in universis foraminibus 20 in die illa radet Dominus in novacula conducta in his qui trans Flumen sunt in rege Assyriorum caput et pilos pedum et barbam universam 21 et erit in die illa nutriet homo vaccam boum et duas oves 22 et prae ubertate lactis comedet butyrum butyrum enim et mel manducabit omnis qui relictus fuerit in medio terrae 23 et erit in die illa omnis locus ubi fuerint mille vites mille argenteis et in spinas et in vepres erunt 24 cum sagittis et arcu ingredientur illuc vepres enim et spinae erunt in universa terra 25 et omnes montes qui in sarculo sarientur non veniet illuc terror spinarum et veprium et erit in pascua bovis et in conculcationem pecoris