JESAJA 9, Js 9 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR - - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 9 -
- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 -- Js 9,1-3.5-6 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T.
: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 9,1 - Js 9,2 - Js 9,3 - Js 9,4 - Js 9,5 - Js 9,6 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3   Cahier biblique    
    bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- `am (volk) , zie Js 9,1 .
- chshkh (duisternis) , zie Js 9,1 .
- hâlakh (gaan) , zie Js 9,1 .
Bibliografie : Jesaja .
Literatuur .
Liturgisch gebruik
- Js 9,1-3.5-6 :
ALGEMEEN OVERZICHT

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


Js 8,23b-9,6 : het helder licht - Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,1 - Js 9,2 - Js 9,3 - Js 9,4 - Js 9,5 - Js 9,6 -

Eerste lezing van Kerstmis nachtmis A - B - C : Js 9,1-3.5-6 . Js 9,1-3.5-6 :
Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot. Voor uw aanschijn zijn zij vol vreugde, een vreugde als die om de oogst, als die van mensen, die jubelen bij het verdelen van de buit. Want het juk dat zwaar op het volk drukte, de stang op hun schouders en de stok van hundrijver: Gij hebt ze stukgebroken als op de dagen van Midjan. Want een Kind is ons geboren, een Zoon werd ons geschonken; Hem wordt de macht op de schouders gelegd en men noemt Hem: Wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, eeuwige Vader, Vredevorst. Een grote macht en een onbeperkte welvaart zullen toevallen aan Davids troon en aan zijn koninkrijk, zodat het gegrondvest zal zijn en stevig gebouwd op recht en gerechtigheid van nu af tot in eeuwigheid. De ijver van de Heer der Hemelse Machten brengt het tot stand.

Js 9,1 - Js 9,1 : Het helder licht - Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,1 - Js 9,2 - Js 9,3 - Js 9,4 - Js 9,5 - Js 9,6 -- Js (Jesaja) -
Griekse tekst Vulgaat MT Kerstmis nachtmis A - B - C Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1o laos o poreuomenos en skotei idete fôs mega oi katoikountes en chôra kai skia thanatou fôs lampsei ef' umas  2 populus qui ambulabat in tenebris vidit lucem magnam habitantibus in regione umbrae mortis lux orta est eis  hâ`âm haholëkhim bachosjekh râ´û ´ôr gadôl josjëbhe  bë´èrètz tzalëmâwèth ´ôr nâgah  `älêhèm Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis.   1 Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.   [1] Het* volk dat ronddwaalt in het donker, ziet een helder licht. Over hen die wonen in een land vol duisternis gaat een stralend licht op.   [1] Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen.  2 (9:1) De gemeenschap van wie voortgaan in het duister, zien zullen zij een groot licht; wie zijn gezeten in het land van de schaduw des doods, licht zal over hen stralen.  2. 9:1 Le peuple qui marchait dans les ténèbres a vu une grande lumière, sur les habitants du sombre pays, une lumière a resplendi. 

King James Bible . [1] Nevertheless the dimness shall not be such as was in her vexation, when at the first he lightly afflicted the land of Zebulun and the land of Naphtali, and afterward did more grievously afflict her by the way of the sea, beyond Jordan, in Galilee of the nations. [2] The people that walked in darkness have seen a great light: they that dwell in the land of the shadow of death, upon them hath the light shined.
Luther-Bibel . 1 Das Volk, das im Finstern wandelt, sieht ein großes Licht, und über denen, die da wohnen im finstern Lande, scheint es hell.

Tekstanalyse van Js 9,1 .

Js 9,1 bestaat uit twee zinnen, uit 4 X 3 woorden . Eerste zin, eerste deel : onderwerp + participiumzin ; tweede deel : hoofdwerkwoord + lijdend voorwerp . Tweede zin , tweede gedeelte : onderwerp + werkwoord + bepaling .

Js 9,1.1. הָעָם = hâ`âm (het volk) < prefix bepaald lidwoord + zelfstandig naamwoord enkelvoud . Tenakh (659) . Pentateuch (197) . Eerdere Profeten (259) . Latere Profeten (97) . 12 Kleine Profeten (11) . Geschriften (95) .
- עָם / עַם = `am (volk) OF עִם = `im (met) . Taalgebruik in Tenakh : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 of 110 (2 X 5 X Structuur : 7 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . 11) . `- m . Tenakh (612) . Pentateuch (100) .
- Grieks : λαος = laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . Taalgebruik in de LXX : laos (volk) . Taalgebruik in Lc : laos (volk) . Een vorm van λαος = laos (volk) in de LXX (2064) , in het NT (141) .
- Ned. : volk . D. : Volk . E. : people . Fr. : peuple . Grieks : λαος = laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . Hebreeuws : עָם / עַם = `am (volk) OF עִם = `im (met) . Taalgebruik in Tenakh : `am (volk) . Lat. : populus .

Js 9,1.2. הַהֹלְכִים = haholëkhim (zij die gaan) < bepaald lidwoord + act. qal participium praesens mannelijk meervoud van het werkw. הָלַך = hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenakh : hâlakh (gaan) . Getalswaarde : he = 5 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 -2 . De som van de elementen is telkens 1 . Het onderwerp wordt als een meervoud beschouwd . Tenakh (17) .
- LXX vertaalt met een participium enkelvoud (haholekh) bij ho laos (het volk) : ho poreuomenos (de zich op weg begevende) . Mt 4,16 vertaalt door ho kathèmenos (dat zit - eerder van het werkwoord jâsjab : wonen, vestigen) . kathèmenos komt in de bijbel in achtendertig verzen voor . De Vulgaat vertaalt met een betrekkelijke zin in de verleden tijd : qui ambulabat (dat wandelde) .

Js 9,1.3. בַּחֹשֶׁך = bachosèkh (in - de - duisternis) < voorzetsel be + lidwoord ha -> trekt samen tot ba + zelfstandig naamwoord חֹשֶׁך = chosjèkh (duisternis) . Taalgebruik in Tenakh : chosjèkh (duisternis) . Getalswaarde : chet = 8 , sjin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 40 (2³ X 5) OF 328 (2³ X 41) . Structuur : 8 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (14) : (1) Joz 2,5 . (2) 1 S 2,9 . (3) Js 9,1 . (4) Js 47,5 . (5) Js 49,9 . (6) Js 58,10 . (7) Ez 8,12 . (8) Mi 7,8 . (9) Ps 88,13 . (10) Ps 112,4 . (11) Job 17,13 . (12) Job 24,16 . (13) Pr 2,14 . (14) Pr 5,16 .
- Grieks : εν σκοτει = en skotei (in duisternis) . LXX (18) . NT (4) : (1) Mt 4,16 . (2) Lc 1,79 . (3) Rom 2,19 . (4) 1 Tes 5,4 . In Js vinden we 7X σκοτει = skotei ; 4X εν σκοτει = en skotei : (1) Js 9,1 . (2) Js 29,15 . (3) Js 42,7 . (4) Js 50,10 .
- εν τῳ σκοτει = en tô(i) skotei (in de duisternis) . NT (1) : 1 Joh 1,6 . In Js vinden we 7X σκοτει = skotei ; 3X εν τῳ σκοτει = en tô(i) skotei : (1) Js 29,18 . (2) Js 49,9 . (3) Js 58,10 .

- dat. onz. enk. σκοτει = skotei van het zelfst. naamw. σκοτος = skotos (duisternis) . Taalgebruik in het NT : skotos (duisternis) . Taalgebruik in de Septuaginta : skotos (duisternis) . Bijbel (33) . OT (29) . Js (7) . NT (5) : (1) Mt 4,16 . (2) Lc 1,79 . (3) Rom 2,19 . (4) 1 Tes 5,4 . (5) 1 Joh 1,6 . Een vorm van σκοτος = skotos (duisternis) in de Septuaginta (120) , in het NT (30) , in Lc (4) : (1) Lc 1,79 . (2) Lc 11,35 . (3) Lc 22,53 . (4) Lc 23,44 , in 1 Tes (2) : (1) 1 Tes 5,4 . (2) 1 Tes 5,5 .
- Hebreeuws . חֹשֶׁך = chosjèkh (duisternis) . Taalgebruik in Tenakh : chosjèkh (duisternis) . Getalswaarde : chet = 8 , sjin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 40 (2³ X 5) OF 328 (2³ X 41) . Structuur : 8 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (57) . Pentateuch (4) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (33) .
- Ned. : duisternis . Arabisch : ظلام = DHalâm (duisternis) . Taalgebruik in de Qoran : DHalâm (duisternis) . D. : Finsternis . E. : darkness . Fr. : ténèbres . Grieks : σκοτος = skotos (duisternis) . Taalgebruik in het NT : skotos (duisternis) . Hebreeuws : חֹשֶׁך = chosjèkh (duisternis) . Taalgebruik in Tenakh : chosjèkh (duisternis) . Lat. : tenebrae .

Js 9,1.4. act. ind. perf. 3de pers. mann. mv. רָאוּ = râ´û (zij zien) van het werkw. רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Getalswaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 26 of 206 . Structuur : 2 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (69) . Js (8) : (1) Js 5,12 . (2) Js 6,5 . (3) Js 6,9 . (4) Js 9,1 . (5) Js 39,4 . (6) Js 41,5 . (7) Js 52,15 . (8) Js 66,19 .
- Latijn : act. ind. perf. 3de pers. enk. vidit van het werkw. videre (zien) . Bijbel (201) . Pentateuch (32) . Js (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 9,1 . (4) Js 13,1 . (5) Js 30,19 . (6) Js 59,15 . (7) Js 59,16 . (8) Js 64,3 . (9) Js 66,8 .
- Ned. : zien . Arabisch : رَاهَ = ra´â (zien) . Taalgebruik in de Qoran : ra´â (zien) . D. : sehen , schauen . E. : to see . Fr. : voir . Gr. : ειδεν = eiden (hij zag) . Taalgebruik in het NT : eiden (hij zag) . Aoristvorm van ὁραω = horaô (zien) . Hebreeuws : רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenakh : râ´âh (zien) . Lat. : videre .

dzel : schaduw môth : de dood. dzal mâwèth wordt meestal vertaald door de schaduw van de dood. josjbe (die gezeten zijn) hoi katoikountes . LXX kai en (en in) terwijl het als genitief bij het voorgaande kan staan. Mt 4,16 vertaalt kai tois kathèmenois (en aan wie zit) . kai (en) staat er niet. De datief omwille van het volgende `älehèm (over hen).

Js 9,1.5. אוֹר = ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) . Getalwaarde : aleph = 1 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 207 (3³ X 23) . Structuur : 1 - 6 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (55) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (30) . Gn (2) : (1) Gn 1,3 . (2) Gn 1,4 .
- הָאוֹר = hâ´ôr (het licht) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. אוֹר = ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) . Getalwaarde : aleph = 1 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 207 (3³ X 23) . Structuur : 1 - 6 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (6) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,18 . (3) Re 19,26 . (4) Pr 2,13 . (5) Pr 11,7 . (6) Neh 8,3 .
- φως = fôs (licht) .Taalgebruik in het NT : fôs (licht) . Taalgebruik in de LXX : fôs (licht) . Een vorm van φως = fôs (licht) in de bijbel (209) , het OT (176) , het NT (73) , in Mt (6) : (1) Mt 4,16 . (2) Mt 5,14 . (3) Mt 5,16 . (4) Mt 6,23 . (5) Mt 10,27 . (6) Mt 17,2 . Lc (5) : (1) Lc 2,32 . (2) Lc 8,16 . (3) Lc 11,33 . (4) Lc 11,35 . (5) Lc 22,56 .

fôs (licht)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P..  A. b.
nom. enk.  fôs 143  102  41  14  10  24 
totaal 209  146  63  18  10  19  13  31  13 

- Ned. : licht . Arabisch : نور = nûr (licht) . Taalgebruik in de Qoran : nûr (licht) . Aramees : נוּר = nûr (licht) . D. : Licht . E. : light . Fr. : lumière . Grieks : φως = fôs (licht) .Taalgebruik in het NT : fôs (licht) . Hebreeuws : אוֹר = ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) . Zie ook : נִר = ner (licht, lamp) . Taalgebruik in Tenakh : ner (licht, lamp) . Zie ook : werkw. אוֹר = ´ôr (doorboren, doorbreken van licht , schijnen) . Zie het zelfst. naamw. אוֹר = ´ôr (licht) . Lat. : lux / lumen .

Js 9,1.4. - 5. רָאוּ אוֹר = râ´û ´ôr (zij zien licht) . (1) Job 3,16 . (2) Job 37,12 . (3) Js 9,1 .

Tweede gedeelte van de tweede zin : ´ôr nagäh àlehèm - fôs lampsei ef'humas - licht zal schijnen over hen - 2 Cor 4,6 : fôs lampsei : licht zal schijnen. Mt 4,16 heeft aneteilen (ging op)., hiervan afgeleid is het woord anatolè : het oosten (het opkomen - van de zon -) In deze vorm komt het in de bijbel 14X voor. anatellô is vertaling van dzâmah. Over het algemeen wordt dat gezegd van de zon, maar het wordt ook overdrachtelijk gebruikt. Ps 85,12 : waarheid stijgt op uit de aarde.

Js 9,1  Js 50,  Mt 4,16  Js 60,1  Ps 112,4        
hâ`âm - ho laos (het volk)   ho laos (het volk)             
haholëkhim - ho poreuomenos (wandelende) ´äsjèr hâlak - hoi poreuomenoi (die wandelt) ho kathèmenos (dat zit)            
bachosjekh - en skotei (in de duisternis)  chasjekim (duisternissen) en skotiai (in duisternis)            
râ´û - idete (zij zullen zien)   fôs eiden mega (zag een groot licht)   bâ (is gekomen) - èkei          
´ôr gadôl  - fôs mega (een groot licht)      ´ôrekh - (jouw licht) sou to fôs          
josjëbhe - hoi katoikountes (wie zit)   kai tois kathèmenois (en over wie zit)            
 bë´èrètz - en chôrai - (in het land)   en chôrai (in het land)             
tzalëmâwèth - kai skiai thanatou (en de schaduw van de dood)   kai skiai thanatou (en in de schaduw van de dood)            
´ôr - fôs (licht)  wë´e(j)n - ouk estin (er is niet) fôs (licht)  ûkhebhôd jhwh (en de heerlijkheid van jhwh) hè doksa kuriou          
nâgah - lampsei (scheen)   nogah (licht)  aneteilen (ging op) autois (over hen)  `ôlaîkh zârâch (over jou is opgegaan) - epi se anatetalken  zârah bahosèk ´ôr (licht is opgegaan in de duisternis) - exaneteilen en skotei fôs        
`älêhèm - ef'humas (over hen)  lô - autois (voor hem)              
                 
                 
                 

Js 9,1.8.
- LXX . nom. vr. enk. χωρα = chôra of dat. vr. enk. χωρᾳ = chôra(i) (streek, land) van het zelfst. naamw. χωρα = chôra (streek, land) . Taalgebruik in het NT : chôra (streek, land) . Bijbel (45) . OT (40) . NT (5) : (1) Mt 4,16 . (2) Mc 1,5 . (3) Lc 2,8 . (4) Lc 12,16 . (5) Hnd 10,39 .

Js 9,1.9. nom. vr. enk. σκια = skia + dat. vr. enk. skiᾳ = skia(i) . Zelfst. naamw. σκια = skia (schaduw) . Taalgebruik in het NT : skia (schaduw) . Taalgebruik in de LXX : skia (schaduw) . Bijbel (34) . Js (2) : (1) Js 9,1 . (2) Js 38,8 . Nt () : (1) Mt 4,16 . (2) Lc 1,79 . (3) Hnd 5,15 . (4) Kol 2,17 . (5) Heb 8,5 . σκια = skia (schaduw) . Taalgebruik in het NT : skia (schaduw) . Taalgebruik in de LXX : skia (schaduw) . Bijbel (34) . Js (2) : (1) Js 9,1 . (2) Js 38,8 . Nt (5) : (1) Mt 4,16 . (2) Lc 1,79 . (3) Hnd 5,15 . (4) Kol 2,17 . (5) Heb 8,5 . Een vorm van σκια = skia in de LXX (54) , in het NT (7) .

Js 9,1.10. אוֹר = ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) . Getalwaarde : aleph = 1 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 207 (3³ X 23) . Structuur : 1 - 6 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (55) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (30) . Gn (2) : (1) Gn 1,3 . (2) Gn 1,4 .
- הָאוֹר = hâ´ôr (het licht) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. אוֹר = ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) . Getalwaarde : aleph = 1 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 207 (3³ X 23) . Structuur : 1 - 6 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (6) : (1) Gn 1,4 . (2) Gn 1,18 . (3) Re 19,26 . (4) Pr 2,13 . (5) Pr 11,7 . (6) Neh 8,3 .
- φως = fôs (licht) .Taalgebruik in het NT : fôs (licht) . Taalgebruik in de LXX : fôs (licht) . Een vorm van φως = fôs (licht) in de bijbel (209) , het OT (176) , het NT (73) , in Mt (6) : (1) Mt 4,16 . (2) Mt 5,14 . (3) Mt 5,16 . (4) Mt 6,23 . (5) Mt 10,27 . (6) Mt 17,2 . Lc (5) : (1) Lc 2,32 . (2) Lc 8,16 . (3) Lc 11,33 . (4) Lc 11,35 . (5) Lc 22,56 .

fôs (licht)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P..  A. b.
nom. enk.  fôs 143  102  41  14  10  24 
totaal 209  146  63  18  10  19  13  31  13 

- Ned. : licht . Arabisch : نور = nûr (licht) . Taalgebruik in de Qoran : nûr (licht) . Aramees : נוּר = nûr (licht) . D. : Licht . E. : light . Fr. : lumière . Grieks : φως = fôs (licht) .Taalgebruik in het NT : fôs (licht) . Hebreeuws : אוֹר = ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) . Zie ook : נִר = ner (licht, lamp) . Taalgebruik in Tenakh : ner (licht, lamp) . Zie ook : werkw. אוֹר = ´ôr (doorboren, doorbreken van licht , schijnen) . Zie het zelfst. naamw. אוֹר = ´ôr (licht) . Lat. : lux / lumen .

Js 9,1.11. נָגַהּ = nâgah (stralen, verlichten) . Taalgebruik in Tenakh : nâgah (stralen, verlichten) . Getalswaarde : nun = 14 of 50 , ghimel = 3 , he = 5 ; totaal : 22 of 58 (2 X 29) . Structuur : 5 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . n-g-h . Tenakh (6) : (1) Js 9,1 . (2) Js 50,10 . (3) Ez 10,7 . (4) Am 5,20 . (5) Spr 4,18 . (6) Job 22,28 .
- Grieks : act. ind. fut. 3de pers. enk. λαμψει = elampsen (hij straalde) van het werkw. λαμπω = lampô (stralen, schijnen) . Taalgebruik in de Bijbel : lampô (stralen, schijnen) . Taalgebruik in Lc : lampô (stralen, schijnen) . Taalgebruik in Hnd : lampô (stralen, schijnen) . Bijbel = NT (3) : (1) Mt 17,2 . (2) Hnd 12,7 . (3) 2 Kor 4,6 . Een vorm van λαμπω = lampô in de LXX (7) , in het NT (7) : (1) Mt 5,15 . (2) Mt 5,16 . (3) Mt 17,2 . (4) Lc 17,24 . (5) Hnd 12,7 . (6) 2 Kor 4,6 (2 vormen) .


Js 9,2 - Js 9,2 : Het helder licht - Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,1 - Js 9,2 - Js 9,3 - Js 9,4 - Js 9,5 - Js 9,6 -- Js (Jesaja) -
Griekse tekst Vulgaat MT Kerstmis nachtmis A - B - C Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2to pleiston tou laou o katègages en eufrosunè sou kai eufranthèsontai enôpion sou ôs oi eufrainomenoi en amètô kai on tropon oi diairoumenoi skula  3 multiplicasti gentem non magnificasti laetitiam laetabuntur coram te sicut laetantur in messe sicut exultant quando dividunt spolia    Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot. Voor uw aanschijn zijn zij vol vreugde, een vreugde als die om de oogst, als die van mensen, die jubelen bij het verdelen van de buit.   2 Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt.  [2] Uitbundig laat U hen juichen en U overstelpt hen met vreugde; zij verheugen zich voor uw aanschijn zoals er vreugde is bij de oogst en gejuich bij het verdelen van de buit.  [2] U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf u het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit.   3 (9:2) Hebt gij het juichen vermeerderd, de vreugde groot gemaakt,– verheugen zullen zij zich voor uw aanschijn zoals er vreugde is in de oogst, zoals ze juichen wanneer ze het roofgoed verdelen.  3. 9:2 Tu as multiplié la nation, tu as fait croître sa joie; ils se réjouissent devant toi comme on se réjouit à la moisson, comme on exulte au partage du butin. 

King James Bible . [3] Thou hast multiplied the nation, and not increased the joy: they joy before thee according to the joy in harvest, and as men rejoice when they divide the spoil.
Luther-Bibel (1984) . 2 Du weckst lauten Jubel, du machst groß die Freude. Vor dir wird man sich freuen, wie man sich freut in der Ernte, wie man fröhlich ist, wenn man Beute austeilt.

Tekstuitleg van Js 9,2 .

Js 9,3 - Js 9,3 : Het helder licht - Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,1 - Js 9,2 - Js 9,3 - Js 9,4 - Js 9,5 - Js 9,6 -- Js (Jesaja) -
Griekse tekst Vulgaat MT Kerstmis nachtmis A - B - C Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3dioti afèrètai o zugos o ep' autôn keimenos kai è rabdos è epi tou trachèlou autôn tèn gar rabdon tôn apaitountôn dieskedasen kurios ôs tè èmera tè epi madiam  4 iugum enim oneris eius et virgam umeri eius et sceptrum exactoris eius superasti sicut in die Madian     Want het juk dat zwaar op het volk drukte, de stang op hun schouders en de stok van hundrijver: Gij hebt ze stukgebroken als op de dagen van Midjan.   3 Want het juk van hun last, en den stok hunner schouders, en den staf desgenen, die hen dreef, hebt Gij verbroken, gelijk ten dage der Midianieten;  [3] Want het drukkende juk, de stang op hun schouders, de stok van de drijver, U breekt ze stuk als op de dag van Midjan.   [3] Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de zweep van de drijver, u hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds.   4 (9:3) Want het juk dat hem belast, de stang op zijn schouder, de stok van de drijver op hem,– hebt gij gebroken als op de dag van Midjan. 4. 9:3 Car le joug qui pesait sur elle, la barre posée sur ses épaules, le bâton de son oppresseur, tu les as brisés comme au jour de Madiân. 

King James Bible . [4] For thou hast broken the yoke of his burden, and the staff of his shoulder, the rod of his oppressor, as in the day of Midian.
Luther-Bibel (1984) . 3 Denn du hast ihr drückendes Joch, die Jochstange auf ihrer Schulter und den Stecken ihres Treibers zerbrochen wie am Tage Midians.

Tekstuitleg van Js 9,3 .

Js 9,4 - Js 9,4 : Het helder licht - Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,1 - Js 9,2 - Js 9,3 - Js 9,4 - Js 9,5 - Js 9,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4oti pasan stolèn episunègmenèn dolô kai imation meta katallagès apoteisousin kai thelèsousin ei egenèthèsan purikaustoi  5 quia omnis violenta praedatio cum tumultu et vestimentum mixtum sanguine erit in conbustionem et cibus ignis    4 Toen de ganse strijd dergenen, die streden, met gedruis geschiedde, en de klederen in het bloed gewenteld en verbrand werden, tot een voedsel des vuurs.   [4] Want alle dreunend stampende laarzen en met bloed doordrenkte mantels worden verbrand, en verteerd door het vuur.  [4] Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel waar bloed aan kleeft, ze worden verbrand, een prooi van het vuur.    5 (9:4) Want elke marsschoen die dreunend marcheert en elke mantel gewenteld in stromen bloed,– zal worden tot brandstof, vreetwaar voor vuur. 5. 9:4 Car toute chaussure qui résonne sur le sol, tout manteau roulé dans le sang, seront mis à brûler, dévorés par le feu. 

King James Bible . [5] For every battle of the warrior is with confused noise, and garments rolled in blood; but this shall be with burning and fuel of fire.
Luther-Bibel (1984) . 4 Denn jeder Stiefel, der mit Gedröhn dahergeht, und jeder Mantel, durch Blut geschleift, wird verbrannt und vom Feuer verzehrt.

Tekstuitleg van Js 9,4 .

Js 9,5 - Js 9,5 : Het helder licht - Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,1 - Js 9,2 - Js 9,3 - Js 9,4 - Js 9,5 - Js 9,6 -- Js (Jesaja) -
Griekse tekst Vulgaat MT Kerstmis nachtmis A - B - C Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5oti paidion egennèthè èmin uios kai edothè èmin ou è archè egenèthè epi tou ômou autou kai kaleitai to onoma autou megalès boulès aggelos egô gar axô eirènèn epi tous archontas eirènèn kai ugieian autô 6 parvulus enim natus est nobis filius datus est nobis et factus est principatus super umerum eius et vocabitur nomen eius Admirabilis consiliarius Deus fortis Pater futuri saeculi Princeps pacis    Want een Kind is ons geboren, een Zoon werd ons geschonken; Hem wordt de macht op de schouders gelegd en men noemt Hem: Wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, eeuwige Vader, Vredevorst.   5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;  [5] Want een kind wordt geboren, een zoon wordt ons gegeven. De heerschappij rust op zijn schouders; men noemt hem wonder* van beleid, goddelijke held, vader voor eeuwig, vredevorst.   [5] Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.    6 (9:5) Want een kind is ons geboren, een zoon aan ons gegeven, nu komt de heerschappij op zijn schouder; men zal als naam voor hem roepen: wonderbare raadsman, heldhaftige God, vader voor immer, vredevorst!, 6. 9:5 Car un enfant nous est né, un fils nous a été donné, il a reçu le pouvoir sur ses épaules et on lui a donné ce nom : Conseiller-merveilleux, Dieu-fort, Père-éternel, Prince-de-paix,  

King James Bible . [6] For unto us a child is born, unto us a son is given: and the government shall be upon his shoulder: and his name shall be called Wonderful, Counseller, The mighty God, The everlasting Father, The Prince of Peace.
Luther-Bibel (1984) . 5 Denn uns ist ein Kind geboren, ein Sohn ist uns gegeben, und die Herrschaft ruht auf seiner Schulter; und er heißt Wunder-Rat, Gott-Held, Ewig-Vater, Friede-Fürst;

Tekstuitleg van Js 9,5 .

Js 9,6 - Js 9,6 : Het helder licht - Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,1 - Js 9,2 - Js 9,3 - Js 9,4 - Js 9,5 - Js 9,6 -- Js (Jesaja) -
Griekse tekst Vulgaat MT Kerstmis nachtmis A - B - C Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6megalè è archè autou kai tès eirènès autou ouk estin orion epi ton thronon dauid kai tèn basileian autou katorthôsai autèn kai antilabesthai autès en dikaiosunè kai en krimati apo tou nun kai eis ton aiôna chronon o zèlos kuriou sabaôth poièsei tauta  7 multiplicabitur eius imperium et pacis non erit finis super solium David et super regnum eius ut confirmet illud et corroboret in iudicio et iustitia amodo et usque in sempiternum zelus Domini exercituum faciet hoc    Een grote macht en een onbeperkte welvaart zullen toevallen aan Davids troon en aan zijn koninkrijk, zodat het gegrondvest zal zijn en stevig gebouwd op recht en gerechtigheid van nu af tot in eeuwigheid. De ijver van de Heer der Hemelse Machten brengt het tot stand.   6 Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.  [6] Groot is de macht en eindeloos de vrede voor de troon van David, voor zijn koninkrijk; hij zal het stichten en onderhouden door recht* en gerechtigheid vanaf nu en voor altijd. De geestdriftige liefde van de heer van de machten zal dit teweegbrengen.   [6] Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten.    7 (9:6) voor heerschappij over velen en vrede zonder einde op de troon van David en over diens koninkrijk, om dat te bevestigen en te schragen met recht en gerechtigheid,– van nu af en tot in eeuwigheid; de naijver van de ENE, de Omschaarde, zal dit doen! • 7. 9:6 pour que s'étende le pouvoir dans une paix sans fin sur le trône de David et sur son royaume, pour l'établir et pour l'affermir dans le droit et la justice. Dès maintenant et à jamais, l'amour jaloux de Yahvé Sabaot fera cela. 

King James Bible . [7] Of the increase of his government and peace there shall be no end, upon the throne of David, and upon his kingdom, to order it, and to establish it with judgment and with justice from henceforth even for ever. The zeal of the LORD of hosts will perform this.
Luther-Bibel (1984) . 6 auf dass seine Herrschaft groß werde und des Friedens kein Ende auf dem Thron Davids und in seinem Königreich, dass er's stärke und stütze durch Recht und Gerechtigkeit von nun an bis in Ewigkeit. Solches wird tun der Eifer des HERRN Zebaoth. Gottes Gericht über das unbußfertige Nordreich

Tekstuitleg van Js 9,6 .

1. = lëmarbèh (aan de doen toenemende / groeiende) < prefix voorzetsel lë + werkwoordvorm act. hifil part. mann. enk. De 2de letter is als een eind-mem geschreven . Getalswaarde : lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 (eind-mem = 24 of 600) , resj = 20 of 200 , beth = 2 , he = 5 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 277 (priemgetal) . Structuur : 3 - 4 - 2 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 7 . Als eind-mem gerekend : 63 (3² X 7) OF 837 (3³ X 31) . Structuur : 3 - 6 - 2 - 2- 5 . De som van de elementen is telkens 9 .

7. kisse´ (troon, zetel) . Taalgebruik in Tenach : kisse´ (troon, zetel) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , samekh = 15 of 60 , aleph = 1 ; totaal : 27 (3³) OF 81 (3² X 3²) . Tenach (51) . Js (4) : (1) Js 6,1 . (2) Js 9,6 . (3) Js 16,5 . (4) Js 47,1 . kiss´î (mijn troon, mijn zetel) . Tenach (10) : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) Js 14,13 . (8) Js 66,1 . (9) . (10) .http://www.dbnl.org/tekst/pric005vier01_01/pric005vier01_01_0043.php . kit . Dit laatste vindt men in Dozy's Oosterlingen afgeleid van het Joodse woord kissé , dat in het Oude Testament de deftige betekenissen heeft van : zetel , troon , zelfs troon Gods . Bij de Rabbijnen is echter bait ha-kissé (= huis van den zetel) reeds: heimelijk gemak en sedert is de betekenis al meer en meer verlopen . In zijn Das deutsche Gaunerthum geeft Avé-Lallemant voor kitt o.a. op : Haus , Krughaus , Herberge , Bordell . In de laatste betekenis komt het in Holland voor . http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0003.php . Kis (Nhebr.) Hebr. kissee : zetel , troon ; later heette het privaat : bet ha-kissee (het huis van den zetel) ; vgl. Ned. stoelgang .

8. dâwid (David) . Taalgebruik in Tenach : dâwid (David) . Getalwaarde : daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 14 (2 X 7) . Structuur : 4 - 6 - 4 . Tenach (509) . Js (10) : (1) Js 7,2 . (2) Js 7,13 . (3) Js 9,6 . (4) Js 16,5 . (5) Js 22,9 . (6) Js 22,22 . (7) Js 29,1 . (8) Js 37,35 . (9) Js 38,5 . (10) Js 55,3 .

Js 9,7-10,4 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -

Js 9,7 - Js 9,7 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7thanaton apesteilen kurios epi iakôb kai èlthen epi israèl  8 verbum misit Dominus in Iacob et cecidit in Israhel    7 De Heere heeft een woord gezonden in Jakob, en het is gevallen in Israël.  [7] De* Heer richt zich tot Jakob, zijn woord komt op Israël neer.   [7] De Heer heeft zijn woord op Israël afgestuurd, het heeft Jakobs volk getroffen. •8 ¶ (9:7) Mijn Heer heeft een woord gezonden in Jakob,– het is gevallen in Israël; 8. 9:7 Le Seigneur a jeté une parole en Jacob, elle est tombée en Israël. 

King James Bible . [8] The Lord sent a word into Jacob, and it hath lighted upon Israel.
Luther-Bibel (1984) . 7 Der Herr hat ein Wort gesandt wider Jakob, und es ist in Israel niedergefallen,

Tekstuitleg van Js 9,7 .

Js 9,8 - Js 9,8 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai gnôsontai pas o laos tou efraim kai oi egkathèmenoi en samareia ef' ubrei kai upsèlè kardia legontes  9 et sciet populus omnis Ephraim et habitantes Samariam in superbia et magnitudine cordis dicentes    8 En al dit volk zal het gewaar worden, Efraïm en de inwoner van Samaria; in hoogmoed en grootsheid des harten, zeggende:  [8] Het gehele volk van Efraïm en de bewoners van Samaria zullen het ondervinden, zij die in hun hoogmoed en de trots van hun hart beweerden:  [8] Het volk van Efraïm, de inwoners van Samaria, zij hebben het ondervonden. Hoogmoedig en verwaten zeiden ze:  8 ¶ (9:7) Mijn Heer heeft een woord gezonden in Jakob,– het is gevallen in Israël; 9 (9:8) weten zullen ze het, de gemeente in zijn geheel, Efraïm en wie zetelt in Samaria, die zeggen in hoogmoed en grootheid van hart:  9. 9:8 Tout le peuple l'a su, Éphraïm et l'habitant de Samarie qui disent dans l'orgueil de leur cœur altier :  

King James Bible . [9] And all the people shall know, even Ephraim and the inhabitant of Samaria, that say in the pride and stoutness of heart,
Luther-Bibel (1984) . 8 dass alles Volk es innewerde, Ephraim und die Bürger Samarias, die da sagen in Hochmut und stolzem Sinn:

Tekstuitleg van Js 9,8 .

Js 9,9 - Js 9,9 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -

Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9plinthoi peptôkasin alla deute laxeusômen lithous kai ekkopsômen sukaminous kai kedrous kai oikodomèsômen eautois purgon  10 lateres ceciderunt sed quadris lapidibus aedificabimus sycomoros succiderunt sed cedros inmutabimus    9 De tichelstenen zijn gevallen, maar met uitgehouwen stenen zullen wij wederom bouwen; de wilde vijgebomen zijn afgehouwen, maar wij zullen ze in cederen veranderen;   [9] ‘De bakstenen muren zijn ingestort, wij herbouwen ze met hardsteen; de vijgenbomen zijn geveld, we zetten er ceders voor in de plaats.’   [9] ‘De gemetselde muren zijn ingestort, maar wij herbouwen met gehouwen steen; de vijgenbomen zijn geveld, maar wij planten ceders in hun plaats.’  10 (9:9) bakstenen zijn gevallen, met hardsteen bouwen we op,– moerbeibomen omgehakt, ceders zetten we ervoor terug!   10. 9:9 « Les briques sont tombées, nous construirons en pierre de taille, les sycomores ont été abattus, nous les remplacerons par des cèdres. » 

King James Bible . [10] The bricks are fallen down, but we will build with hewn stones: the sycomores are cut down, but we will change them into cedars.
Luther-Bibel (1984) . 9 Ziegelsteine sind gefallen, aber wir wollen's mit Quadern wieder bauen. Man hat Maulbeerbäume abgehauen, aber wir wollen Zedern an ihre Stelle setzen.

Tekstuitleg van Js 9,9 .

Js 9,10 - Js 9,10 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai raxei o theos tous epanistanomenous ep' oros siôn ep' autous kai tous echthrous autôn diaskedasei  11 et elevabit Dominus hostes Rasin super eum et inimicos eius in tumultum vertet     10 Want de HEERE zal Rezins tegenpartijders tegen hem verheffen, en Hij zal zijn vijanden samen vermengen:  [10] Maar de heer geeft hun tegenstanders macht, Hij brengt hun vijanden tegen hen in het veld:   [10] De HEER heeft Resins vijanden tegen hen opgezet, hij heeft hun tegenstanders opgehitst:  11 (9:10) Opzetten zal de ENE Retsiens benauwers tegen hemzelf,– zijn vijanden ophitsen:   11. 9:10 Mais Yahvé a soutenu contre ce peuple son adversaire Raçôn, il a excité ses ennemis,  

King James Bible . [11] Therefore the LORD shall set up the adversaries of Rezin against him, and join his enemies together;
Luther-Bibel (1984) . 10 Doch der HERR macht stark gegen sie ihre Bedränger, nämlich Rezin, und ihre Feinde stachelt er auf,

Tekstuitleg van Js 9,10 .

Js 9,11 - Js 9,11 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11surian af' èliou anatolôn kai tous ellènas af' èliou dusmôn tous katesthiontas ton israèl olô tô stomati epi toutois pasin ouk apestrafè o thumos all' eti è cheir upsèlè  12 Syriam ab oriente et Philisthim ab occidente et devorabunt Israhel toto ore in omnibus his non est aversus furor eius sed adhuc manus eius extenta    11 De Syriërs van voren, en de Filistijnen van achteren, dat zij Israël opeten met vollen mond. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.  [11] de Arameeërs in het oosten en de Filistijnen in het westen, zij verslinden Israël met heel hun mond. En nog bedaart zijn toorn niet, zijn hand blijft opgeheven.  [11] vanuit het oosten viel Aram aan, vanuit het westen de Filistijnen, en zij verslonden Israël met huid en haar. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.   12 (9:11) Aram vanuit het oosten en van achteren de Filistijnen, en zij zullen Israël opvreten met elke mond; in dit alles heeft zijn toorn zich niet afgekeerd, nóg blijft zijn hand uitgestrekt!   12. 9:11 Aram à l'orient, les Philistins à l'occident : ils ont dévoré Israël à belles dents. Avec tout cela sa colère ne s'est pas détournée, sa main reste levée.  

King James Bible . [12] The Syrians before, and the Philistines behind; and they shall devour Israel with open mouth. For all this his anger is not turned away, but his hand is stretched out still.
Luther-Bibel (1984) . 11 die Aramäer von vorn und die Philister von hinten, dass sie Israel fressen mit vollem Maul. "Bei all dem lässt sein Zorn noch nicht ab, seine Hand ist noch ausgereckt."

Tekstuitleg van Js 9,11 .

1. ´ärâm (Aram) . Taalgebruik in Tenach : ´ärâm (Aram) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 4 . Tenach (118) . Js (6) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,2 . (3) Js 7,5 . (4) Js 7,8 . (5) Js 9,11 . (6) Js 17,3 . Hij is de vijfde zoon van Sem .

Js 9,12 - Js 9,12 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai o laos ouk apestrafè eôs eplègè kai ton kurion ouk exezètèsan  13 et populus non est reversus ad percutientem se et Dominum exercituum non inquisierunt    12 Want dit volk keert zich niet tot Dien, Die het slaat, en den HEERE der heirscharen zoeken zij niet.   [12] Maar het volk bekeert zich niet tot Hem die het slaat, de heer van de machten zoeken zij niet.   [12] Het volk keert niet terug naar wie hen sloeg, de HEER van de hemelse machten zoeken zij niet.  13 (9:12) En de gemeente heeft zich niet bekeerd tot wie hem sloeg,– de ENE, de Omschaarde, zijn zij niet gaan zoeken.  13. 9:12 Mais le peuple n'est pas revenu à celui qui le frappait, il n'a pas cherché Yahvé Sabaot. 

King James Bible . [13] For the people turneth not unto him that smiteth them, neither do they seek the LORD of hosts.
Luther-Bibel (1984) . 12 Aber das Volk kehrt nicht um zu dem, der es schlägt, und fragt nicht nach dem HERRN Zebaoth.

Tekstuitleg van Js 9,12 .

Js 9,13 - Js 9,13 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13kai afeilen kurios apo israèl kefalèn kai ouran megan kai mikron en mia èmera  14 et disperdet Dominus ab Israhel caput et caudam incurvantem et refrenantem die una    13 Daarom zal de HEERE afhouwen uit Israël den kop en den staart, den tak en de bieze, op een dag.   [13] Daarom snijdt de heer in Israël kop* en staart af, palm* en riet, op één enkele dag.   [13] Daarom zal de HEER bij Israël in één haal kop en staart, palmtak en riet afsnijden;  •• 14 (9:13) Dus snijdt de ENE van Israël af kop en staart, palmtak en bieze, op éénzelfde dag.   14. 9:13 Aussi Yahvé a retranché d'Israël tête et queue, palme et jonc, en un jour.  

King James Bible . [14] Therefore the LORD will cut off from Israel head and tail, branch and rush, in one day.
Luther-Bibel (1984) . 13 Darum haut der HERR von Israel Kopf und Schwanz ab, Ast und Stumpf, auf "einen" Tag.

Tekstuitleg van Js 9,13 .

Js 9,14 - Js 9,14 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14presbutèn kai tous ta prosôpa thaumazontas autè è archè kai profètèn didaskonta anoma outos è oura  15 longevus et honorabilis ipse est caput et propheta docens mendacium ipse cauda est    14 (De oude en aanzienlijke, die is de kop; maar de profeet, die valsheid leert, die is de staart.)  [14] De kop, dat zijn de oudsten en aanzienlijken, de staart, de profeten die leugens verkondigen.  [14] de kop zijn de oudsten en aanzienlijken, en de staart de leugenprofeten.   15 (9:14) Oudste en verhevene van aanschijn, dat is de kop,– een profeet die leugen leert, dat is de staart:  15. 9:14 l'ancien et le dignitaire, c'est la tête, le prophète qui enseigne le mensonge, c'est la queue.  

King James Bible . [15] The ancient and honourable, he is the head; and the prophet that teacheth lies, he is the tail.
Luther-Bibel (1984) . 14 Die Ältesten und die Vornehmen sind der Kopf, die Propheten aber, die falsch lehren, sind der Schwanz.

Tekstuitleg van Js 9,14 .

Js 9,15 - Js 9,15 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15kai esontai oi makarizontes ton laon touton planôntes kai planôsin opôs katapiôsin autous 16 et erunt qui beatificant populum istum seducentes et qui beatificantur praecipitati    15 Want de leiders dezes volks zijn verleiders, en die van hen geleid worden, worden ingeslokt.  [15] De leiders van dit volk laten het verdwalen en die geleid moesten worden, raken in verwarring.   [15] De leiders van het volk misleiden het, het volk dat leiding zoekt, is op een dwaalspoor gebracht.  16 (9:15) de leiders van deze gemeenschap laten hem verdwalen,– en wie zo misleid zijn worden verslonden.  16. 9:15 Les guides de ce peuple l'ont égaré, et ceux qu'ils guident se sont fourvoyés.  

King James Bible . [16] For the leaders of this people cause them to err; and they that are led of them are destroyed.
Luther-Bibel (1984) . 15 Denn die Leiter dieses Volks sind Verführer, und die sich leiten lassen, sind verloren.

Tekstuitleg van Js 9,15 .

Js 9,16 - Js 9,16 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16dia touto epi tous neaniskous autôn ouk eufranthèsetai o theos kai tous orfanous autôn kai tas chèras autôn ouk eleèsei oti pantes anomoi kai ponèroi kai pan stoma lalei adika epi pasin toutois ouk apestrafè o thumos all' eti è cheir upsèlè  17 propter hoc super adulescentulis eius non laetabitur Dominus et pupillorum eius et viduarum non miserebitur quia omnis hypocrita est et nequam et universum os locutum est stultitiam in omnibus his non est aversus furor eius sed adhuc manus eius extenta     16 Daarom zal zich de Heere niet verblijden over hun jongelingen, en hunner wezen en hunner weduwen zal Hij zich niet ontfermen, want zij zijn allen te zamen huichelaars en boosdoeners, en alle mond spreekt dwaasheid. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.  [16] Daarom spaart de Heer de jonge mannen niet en ontfermt Hij zich niet over weduwen en wezen, want allen zijn goddeloos en doen kwaad, iedere mond kraamt goddeloze taal uit. En nog bedaart zijn toorn niet, zijn hand blijft opgeheven.  [16] Daarom wil de Heer hun jongeren niet sparen,* zich over hun wezen en weduwen niet ontfermen. Heel het volk is goddeloos en zondig, iedereen verkondigt dwaasheid. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.  17 (9:16) Daarom zal over zijn jongemannen mijn Heer zich niet verheugen, over zijn wezen en weduwen zich niet ontfermen, want elk daarin is losbol en kwaadstichter, en elks mond spreekt dwaasheid!– in dit alles zal zijn toorn niet zijn afgekeerd, nóg blijft zijn hand uitgestrekt!   17. 9:16 C'est pourquoi en ses jeunes gens le Seigneur ne trouvera plus sa joie, de ses orphelins et de ses veuves il n'aura plus pitié, car tous sont impies et malfaisants, toute bouche profère l'insanité. Avec tout cela sa colère ne s'est pas détournée, sa main reste levée.  

King James Bible . [17] Therefore the Lord shall have no joy in their young men, neither shall have mercy on their fatherless and widows: for every one is an hypocrite and an evildoer, and every mouth speaketh folly. For all this his anger is not turned away, but his hand is stretched out still.
Luther-Bibel (1984) . 16 Darum kann der Herr ihre junge Mannschaft nicht verschonen noch ihrer Waisen und Witwen sich erbarmen; denn sie sind allzumal gottlos und böse, und aller Mund redet Torheit. "Bei all dem lässt sein Zorn noch nicht ab, seine Hand ist noch ausgereckt."

Tekstuitleg van Js 9,16 .

Js 9,17 - Js 9,17 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai kauthèsetai ôs pur è anomia kai ôs agrôstis xèra brôthèsetai upo puros kai kauthèsetai en tois dasesi tou drumou kai sugkatafagetai ta kuklô tôn bounôn panta  18 succensa est enim quasi ignis impietas veprem et spinam vorabit et succendetur in densitate saltus et convolvetur superbia fumi    17 Want de goddeloosheid brandt als vuur, doornen en distelen zal zij verteren, en zal aansteken de verwarde struiken des wouds, die zich verheven hebben als de verheffing des rooks. [17] Want de slechtheid brandt als een vuur dat distels en doorns verteert, dat het struikgewas van het woud aansteekt en in rookwolken doet opgaan.   [17] Hun goddeloosheid is als een verterend vuur: dorens en distels verbranden, het bos vat vlam, en alles verdwijnt in dikke rook.  18 (9:17) Want boosaardigheid is gaan branden als het vuur dat doorn en distel opvreet,– de struiken in het woud aansteekt zodat opwolken zuilen van rook.  18. 9:17 Oui, la méchanceté a brûlé comme le feu, elle dévore ronces et épines, elle a incendié les halliers de la forêt, ils se sont élevés en tourbillons de fumée. 

King James Bible . [18] For wickedness burneth as the fire: it shall devour the briers and thorns, and shall kindle in the thickets of the forest, and they shall mount up like the lifting up of smoke.
Luther-Bibel (1984) . 17 Denn die Bosheit lodert wie Feuer; das verzehrt Dornen und Disteln und zündet den dichten Wald an und gibt hohen Rauch.

Tekstuitleg van Js 9,17 .

Js 9,18 - Js 9,18 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18dia thumon orgès kuriou sugkekautai è gè olè kai estai o laos ôs upo puros katakekaumenos anthrôpos ton adelfon autou ouk eleèsei  19 in ira Domini exercituum conturbata est terra et erit populus quasi esca ignis vir fratri suo non parcet    18 Vanwege de verbolgenheid des HEEREN der heirscharen, zal het land verduisterd worden; en het volk zal zijn als een voedsel des vuurs: de een zal den ander niet verschonen.   [18] De toorn van de heer van de machten verschroeit het land, het volk wordt brandstof voor de vlammen. Niemand spaart zijn medemens:   [18] De toorn van de HEER van de hemelse machten zal het land in duisternis hullen, het volk valt ten prooi aan het vuur. De mensen zullen elkaar niet ontzien:   19 (9:18) Door de verbolgenheid van de ENE, de Omschaarde, is het land verschroeid,– en wordt de gemeente als eetwaar voor vuur, ieder tegen zijn broeder, ze sparen elkaar niet.   19. 9:18 Par l'emportement de Yahvé Sabaot la terre a été brûlée et le peuple est comme la proie du feu. Nul n'a pitié de son frère,

King James Bible . [19] Through the wrath of the LORD of hosts is the land darkened, and the people shall be as the fuel of the fire: no man shall spare his brother.
Luther-Bibel (1984) . 18 Vom Zorn des HERRN Zebaoth brennt das Land, dass das Volk wird wie ein Fraß des Feuers; keiner schont den andern.

Tekstuitleg van Js 9,18 .

6. wajëhî (en hij was) < wë + qal imperf. 3de pers. enk. van het werkw. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) . Tenach (784) . Pentateuch (181) . Js (11) : (1) Js 7,1 . (2) Js 9,18 . (3) Js 12,2 . (4) Js 22,7 . (5) Js 36,1 . (6) Js 37,1 . (7) Js 37,38 . (8) Js 38,4 . (9) Js 48,18 . (10) Js 48,19 . (11) Js 63,8 .

Js 9,19 - Js 9,19 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19alla ekklinei eis ta dexia oti peinasei kai fagetai ek tôn aristerôn kai ou mè emplèsthè anthrôpos esthôn tas sarkas tou brachionos autou  20 et declinabit ad dexteram et esuriet et comedet ad sinistram et non saturabitur unusquisque carnem brachii sui vorabit Manasses Ephraim et Ephraim Manassen simul ipsi contra Iudam    19 Zo hij ter rechterhand snijdt, zal hij toch hongeren, en zo hij ter linkerhand eet, zal hij toch niet verzadigd worden; een iegelijk zal het vlees zijns arms eten;   [19] men bijt naar rechts en blijft toch hongerig; men hapt naar links en wordt niet verzadigd. Ieder verslindt het vlees van zijn eigen verwanten.   [19] men bijt naar rechts, maar de honger blijft, men hapt naar links, maar raakt niet verzadigd, zelfs het vlees van hun verwanten eten zij.*  20 (9:19) Men hapt naar rechts en houdt honger, men vreet naar links, maar nooit zijn zij verzadigd, ieder eten ze het vlees van zijn eigen arm:  20. 9:19 on a coupé à droite et on a eu faim, on a mangé à gauche et on n'a pas été rassasié. Chacun dévore la chair de son bras, 

King James Bible . [20] And he shall snatch on the right hand, and be hungry; and he shall eat on the left hand, and they shall not be satisfied: they shall eat every man the flesh of his own arm:
Luther-Bibel (1984) . 19 Sie verschlingen zur Rechten und leiden Hunger; sie fressen zur Linken und werden doch nicht satt. Ein jeder frisst das Fleisch seines Nächsten:

Tekstuitleg van Js 9,19 .

Js 9,20 - Js 9,20 : Gods opgeheven hand -- Js 9 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 8,23b-9,6 -- Js 9,7-10,4 - Js 9,7 - Js 9,8 - Js 9,9 - Js 9,10 - Js 9,11 - Js 9,12 - Js 9,13 - Js 9,14 - Js 9,15 - Js 9,16 - Js 9,17 - Js 9,18 - Js 9,19 - Js 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20fagetai gar manassè tou efraim kai efraim tou manassè oti ama poliorkèsousin ton ioudan epi toutois pasin ouk apestrafè o thumos all' eti è cheir upsèlè  21 in omnibus his non est aversus furor eius sed adhuc manus eius extenta     20 Manasse Efraïm, en Efraïm Manasse, en zij zullen te zamen tegen Juda zijn. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.   [20] Manasse verslindt Efraïm en Efraïm Manasse, en samen keren zij zich tegen Juda. En nog bedaart zijn toorn niet, zijn hand blijft opgeheven.   [20] Manasse eet Efraïm, Efraïm Manasse, en samen storten zij zich op Juda. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.  21 (9:20) Manasse Efraïm en Efraïm Manasse, en zij samen tegen Juda; in dit alles zal zijn toorn niet zijn afgekeerd, nóg blijft zijn hand uitgestrekt! ••   21. 9:20 Manassé dévore Éphraïm, et Éphraïm Manassé, ensemble ils s'attaquent à Juda. Avec tout cela sa colère ne s'est pas détournée, sa main reste levée.  

King James Bible . [21] Manasseh, Ephraim; and Ephraim, Manasseh: and they together shall be against Judah. For all this his anger is not turned away, but his hand is stretched out still.
Luther-Bibel . 20 Manasse den Ephraim, Ephraim den Manasse und sie beide miteinander sind gegen Juda. "Bei all dem lässt sein Zorn nicht ab, seine Hand ist noch ausgereckt."

Tekstuitleg van Js 9,20 .

Js 9,20.1. mënasjsjèh . Taalgebruik in Tenakh : mënasjsjèh (Manasse) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , nun = 14 of 50 , sjin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 53 (priemgetal) OF 395 (5 X 79) . Structuur : 4 - 5 - 3 - 5 . Manasse is de oudste zoon van Jozef , de zoon van Jakob . Tenakh (103) . Pentateuch (28) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (29) . Gn (8) : (1) Gn 41,51 . (2) Gn 46,20 . (3) Gn 48,1 . (4) Gn 48,13 . (5) Gn 48,14 . (6) Gn 48,17 . (7) Gn 48,20 . (8) Gn 50,23 . Nu (18) : (1) Nu 1,34 . (2) Nu 1,35 . (3) Nu 2,20 . (4) Nu 7,54 . (5) Nu 10,23 . (6) Nu 13,11 . (7) Nu 26,28 . (8) Nu 26,29 . (9) Nu 26,34 . (10) Nu 27,1 . (11) Nu 32,33 . (12) Nu 32,39 . (13) Nu 32,40 . (14) Nu 32,41 . (15) Nu 34,14 . (16) Nu 34,23 . (17) Nu 36,1 . (18) Nu 36,12 . Js (1) : Js 9,20 . Het is het enigste vers in Js waarin Manasse wordt vermeld .

Js 9,20.6. mënasjsjèh . Taalgebruik in Tenakh : mënasjsjèh (Manasse) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , nun = 14 of 50 , sjin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 53 (priemgetal) OF 395 (5 X 79) . Structuur : 4 - 5 - 3 - 5 . Manasse is de oudste zoon van Jozef , de zoon van Jakob . Tenakh (103) . Pentateuch (28) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (29) . Gn (8) : (1) Gn 41,51 . (2) Gn 46,20 . (3) Gn 48,1 . (4) Gn 48,13 . (5) Gn 48,14 . (6) Gn 48,17 . (7) Gn 48,20 . (8) Gn 50,23 . Nu (18) : (1) Nu 1,34 . (2) Nu 1,35 . (3) Nu 2,20 . (4) Nu 7,54 . (5) Nu 10,23 . (6) Nu 13,11 . (7) Nu 26,28 . (8) Nu 26,29 . (9) Nu 26,34 . (10) Nu 27,1 . (11) Nu 32,33 . (12) Nu 32,39 . (13) Nu 32,40 . (14) Nu 32,41 . (15) Nu 34,14 . (16) Nu 34,23 . (17) Nu 36,1 . (18) Nu 36,12 . Js (1) : Js 9,20 . Het is het enigste vers in Js waarin Manasse wordt vermeld .

Js 9,20.5. - 6. ´èth mënasjsjèh (Manasse) . Tenakh (4) : (1) Gn 46,20 . (2) Gn 48,1 . (3) 2 Kr 33,11 . (4) Js 9,20 .

10. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenach : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Tenach (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .


SEPTUAGINTA

9 1o laos o poreuomenos en skotei idete fôs mega oi katoikountes en chôra kai skia thanatou fôs lampsei ef' umas2to pleiston tou laou o katègages en eufrosunè sou kai eufranthèsontai enôpion sou ôs oi eufrainomenoi en amètô kai on tropon oi diairoumenoi skula3dioti afèrètai o zugos o ep' autôn keimenos kai è rabdos è epi tou trachèlou autôn tèn gar rabdon tôn apaitountôn dieskedasen kurios ôs tè èmera tè epi madiam4oti pasan stolèn episunègmenèn dolô kai imation meta katallagès apoteisousin kai thelèsousin ei egenèthèsan purikaustoi5oti paidion egennèthè èmin uios kai edothè èmin ou è archè egenèthè epi tou ômou autou kai kaleitai to onoma autou megalès boulès aggelos egô gar axô eirènèn epi tous archontas eirènèn kai ugieian autô6megalè è archè autou kai tès eirènès autou ouk estin orion epi ton thronon dauid kai tèn basileian autou katorthôsai autèn kai antilabesthai autès en dikaiosunè kai en krimati apo tou nun kai eis ton aiôna chronon o zèlos kuriou sabaôth poièsei tauta7thanaton apesteilen kurios epi iakôb kai èlthen epi israèl8kai gnôsontai pas o laos tou efraim kai oi egkathèmenoi en samareia ef' ubrei kai upsèlè kardia legontes9plinthoi peptôkasin alla deute laxeusômen lithous kai ekkopsômen sukaminous kai kedrous kai oikodomèsômen eautois purgon10kai raxei o theos tous epanistanomenous ep' oros siôn ep' autous kai tous echthrous autôn diaskedasei11surian af' èliou anatolôn kai tous ellènas af' èliou dusmôn tous katesthiontas ton israèl olô tô stomati epi toutois pasin ouk apestrafè o thumos all' eti è cheir upsèlè12kai o laos ouk apestrafè eôs eplègè kai ton kurion ouk exezètèsan13kai afeilen kurios apo israèl kefalèn kai ouran megan kai mikron en mia èmera14presbutèn kai tous ta prosôpa thaumazontas autè è archè kai profètèn didaskonta anoma outos è oura15kai esontai oi makarizontes ton laon touton planôntes kai planôsin opôs katapiôsin autous16dia touto epi tous neaniskous autôn ouk eufranthèsetai o theos kai tous orfanous autôn kai tas chèras autôn ouk eleèsei oti pantes anomoi kai ponèroi kai pan stoma lalei adika epi pasin toutois ouk apestrafè o thumos all' eti è cheir upsèlè17kai kauthèsetai ôs pur è anomia kai ôs agrôstis xèra brôthèsetai upo puros kai kauthèsetai en tois dasesi tou drumou kai sugkatafagetai ta kuklô tôn bounôn panta18dia thumon orgès kuriou sugkekautai è gè olè kai estai o laos ôs upo puros katakekaumenos anthrôpos ton adelfon autou ouk eleèsei19alla ekklinei eis ta dexia oti peinasei kai fagetai ek tôn aristerôn kai ou mè emplèsthè anthrôpos esthôn tas sarkas tou brachionos autou20fagetai gar manassè tou efraim kai efraim tou manassè oti ama poliorkèsousin ton ioudan epi toutois pasin ouk apestrafè o thumos all' eti è cheir upsèlè


VULGAAT

1 primo tempore adleviata est terra Zabulon et terra Nepthalim et novissimo adgravata est via maris trans Iordanem Galileae gentium 2 populus qui ambulabat in tenebris vidit lucem magnam habitantibus in regione umbrae mortis lux orta est eis 3 multiplicasti gentem non magnificasti laetitiam laetabuntur coram te sicut laetantur in messe sicut exultant quando dividunt spolia 4 iugum enim oneris eius et virgam umeri eius et sceptrum exactoris eius superasti sicut in die Madian 5 quia omnis violenta praedatio cum tumultu et vestimentum mixtum sanguine erit in conbustionem et cibus ignis 6 parvulus enim natus est nobis filius datus est nobis et factus est principatus super umerum eius et vocabitur nomen eius Admirabilis consiliarius Deus fortis Pater futuri saeculi Princeps pacis 7 multiplicabitur eius imperium et pacis non erit finis super solium David et super regnum eius ut confirmet illud et corroboret in iudicio et iustitia amodo et usque in sempiternum zelus Domini exercituum faciet hoc 8 verbum misit Dominus in Iacob et cecidit in Israhel 9 et sciet populus omnis Ephraim et habitantes Samariam in superbia et magnitudine cordis dicentes 10 lateres ceciderunt sed quadris lapidibus aedificabimus sycomoros succiderunt sed cedros inmutabimus 11 et elevabit Dominus hostes Rasin super eum et inimicos eius in tumultum vertet 12 Syriam ab oriente et Philisthim ab occidente et devorabunt Israhel toto ore in omnibus his non est aversus furor eius sed adhuc manus eius extenta 13 et populus non est reversus ad percutientem se et Dominum exercituum non inquisierunt 14 et disperdet Dominus ab Israhel caput et caudam incurvantem et refrenantem die una 15 longevus et honorabilis ipse est caput et propheta docens mendacium ipse cauda est 16 et erunt qui beatificant populum istum seducentes et qui beatificantur praecipitati 17 propter hoc super adulescentulis eius non laetabitur Dominus et pupillorum eius et viduarum non miserebitur quia omnis hypocrita est et nequam et universum os locutum est stultitiam in omnibus his non est aversus furor eius sed adhuc manus eius extenta 18 succensa est enim quasi ignis impietas veprem et spinam vorabit et succendetur in densitate saltus et convolvetur superbia fumi 19 in ira Domini exercituum conturbata est terra et erit populus quasi esca ignis vir fratri suo non parcet 20 et declinabit ad dexteram et esuriet et comedet ad sinistram et non saturabitur unusquisque carnem brachii sui vorabit Manasses Ephraim et Ephraim Manassen simul ipsi contra Iudam 21 in omnibus his non est aversus furor eius sed adhuc manus eius extenta


 

Js 9,6 : 'ël gibbo(w)r : sterke God. Js 10,21. "El" kan "God" betekenen, maar het kan ook "rechter", "leider", of "machtige man" betekenen. In Exodus 4:16 zegt God tegen Mozes dat hij zal zijn voor een Elohiem voor zijn broer Aharon. (Elohiem is de langere vorm van "El") Dit betekent niet dat Mozes voor een God zou zijn voor Aharon, maar het betekent dat Mozes zijn leider zou zijn. In Exodus 21:1-6 wordt gesproken over een slaaf die nadat de normale periode van slavernij afgelopen is niet weg wil bij zijn meester. De eigenaar moet hem dan naar de rechtbank brengen waar de slaaf een verklaring aflegt dat hij niet weg wil bij zijn meester en hij zijn meester blijft dienen tot aan zijn dood. De Nederlandse vertalingen zeggen vrijwel allemaal dat de meester hem dan naar "God" moet brengen, omdat er "elohiem" staat in de grondtekst. Alleen de Lutherse vertaling zegt: "zo brenge hem zijn heer voor de goden [rechters], en stelle hem aan de deur" En de King James Vertaling zegt daar gewoon "rechters". Dus ook in Jesaja 9 hoeft het woord "El" niet noodzakelijkerwijs "God" te betekenen."Zijn naam werd genoemd...." De Hebreeuwse uitdrukking is "wajjiqra". Dat is het eerste woord van het boek Leviticus. En alle vertalingen zeggen daar: "En de Heer riep Mozes," verleden tijd. Precies hetzelfde woord. Is dat nu niet eigenaardig? Exact dezelfde uitdrukking is gebruikt in Genesis 1:5; "En God noemde het licht dag, " Noemde. Verleden tijd. De staten vertaling, de NBG vertaling, de Leidse en de Lutherse vertaling zijn het er allemaal over eens dat het VERLEDEN tijd is. Jesaja sprak over een koning die in zijn tijd leefde. De koning waar Jesaja over spreekt is Hezekia (716-687), de zoon van koning Achaz (735-716) die van Jesaja het teken kreeg van de jonge vrouw (nee, niet de maagd) die zwanger was en het leven schonk aan een zoon. De talmoed legt uit dat onder de heerschappij van de godvrezende koning Hezekia het joodse koninkrijk tot grote hoogte steeg, en daarom was hij al deze imponerende titels waardig. Vele malen in de bijbel hebben mensen in hun naam het woord God, of de naam van God, maar dat betekent dan niet dat die mensen God zijn. Bijboorbeeld, in Exodus 6:23 wordt gesproken over een man genaamd "Elazar". Dat betekent "God si een helper", of "Helpende God". Maar dat betekent dus niet dat die man ook God was. Exodus 6:24, "Elkanah", dat betekent "God verworf", of "Verwervende God". II Samuel 22:19; Elchanan, "God is genadig", of "Genadige God".