JESAJA 10 , Js 10 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -
- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,27b-34 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 10,1 - Js 10,2 - Js 10,3 - Js 10,4 - Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 - Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 - Js 10,28 - Js 10,29 - Js 10,30 - Js 10,31 - Js 10,32 - Js 10,33 - Js 10,34 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T. : N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
- Website : http://www.bsw.org/project/biblica/bibl79/Comm01n.htm .
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 10,1-4 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,1 - Js 10,2 - Js 10,3 - Js 10,4 -

Js 10,1 - Js 10,1 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,1 - Js 10,2 - Js 10,3 - Js 10,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1ouai tois grafousin ponèrian grafontes gar ponèrian grafousin  1 vae qui condunt leges iniquas et scribentes iniustitiam scripserunt     1 Wee dengenen, die ongerechte inzettingen inzetten, en den schrijvers, die moeite voorschrijven;   [1] Wee* hun die onrechtvaardige wetten uitvaardigen, die de verdrukking wettelijk bekrachtigen,   [1] Wee degenen die onrechtvaardige wetten uitvaardigen, die de onderdrukking wettelijk bekrachtigen.   1 ¶ Wee, de wetgevers van wetten vol onheil,– en schrijvers die verdrukking hebben voorgeschreven,  1. Malheur à ceux qui décrètent des décrets d'iniquité, qui écrivent des rescrits d'oppression  

King James Bible . [1] Woe unto them that decree unrighteous decrees, and that write grievousness which they have prescribed;
Luther-Bibel . 10 1 Weh denen, die unrechte Gesetze machen, und den Schreibern, die unrechtes Urteil schreiben,

Tekstuitleg van Js 10,1 .

1. hôj (wee) . Taalgebruik in Tenach : hoj (wee) . Getalswaarde : he = 5 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Gr. ouai . Lat. vae . Fr. malheur . E. woe . D. weh . Js (22) : (1) Js 1,4 . (2) Js 1,24 . (3) Js 5,8 . (4) Js 5,11 . (5) Js 5,18 . (6) Js 5,20 . (7) Js 5,21 . (8) Js 5,22 . (9) Js 10,1 . (10) Js 10,5 . (11) Js 16,4 . (12) Js 17,12 . (13) Js 18,1 . (14) Js 28,1 . (15) Js 29,1 . (16) Js 29,15 . (17) Js 30,1 . (18) Js 31,1 . (19) Js 33,1 . (20) Js 45,9 . (21) Js 45,10 . (22) Js 55,1 .

Js 10,2 - Js 10,2 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,1 - Js 10,2 - Js 10,3 - Js 10,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2ekklinontes krisin ptôchôn arpazontes krima penètôn tou laou mou ôste einai autois chèran eis arpagèn kai orfanon eis pronomèn  2 ut opprimerent in iudicio pauperes et vim facerent causae humilium populi mei ut essent viduae praeda eorum et pupillos diriperent     2 Om de armen van het recht af te wenden, en om het recht der ellendigen Mijns volks te roven, opdat de weduwen hun buit worden, en opdat zij de wezen mogen plunderen!  [2] en zo de armen uit hun rechten ontzetten, de geringen van mijn volk onthouden wat hun toekomt, de weduwen plunderen en de wezen uitbuiten.   [2] Zij verdraaien het recht van de zwakken en ontnemen de armen van mijn volk hun deel. Weduwen vallen hun ten prooi, wezen worden door hen beroofd.   2 om geringen weg te dringen van het gericht en weg te roven het recht van de gebogenen van mijn gemeente!– zodat weduwen hun roofgoed worden en zij wezen tot buit maken!   2. pour priver les faibles de justice et frustrer de leur droit les humbles de mon peuple, pour faire des veuves leur butin et dépouiller les orphelins.  

King James Bible . [2] To turn aside the needy from judgment, and to take away the right from the poor of my people, that widows may be their prey, and that they may rob the fatherless!
Luther-Bibel . 2 um die Sache der Armen zu beugen und Gewalt zu üben am Recht der Elenden in meinem Volk, dass die Witwen ihr Raub und die Waisen ihre Beute werden!

Tekstuitleg van Js 10,2 .

6. `ânëjî (mijn armoede) < ´ânî + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. OF stat. constr. nom. mann. mv. ´änijje(j) van het bijvoegl. naamw. ´ânî ((arm, ellendig, deemoedig) . Taalgebruik in Tenach : `ânî (arm, ellendig, deemoedig) . Getalswaarde : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 40 (2³ X 5) of 130 (2 X 5 X 13) . Structuur : 7 - 5 - 1 . Gr. ptôchos (arme) . Taalgebruik in de Septuaginta : ptôchos (arme) . Taalgebruik in het N.T. : ptôchos (arme) . Lat. pauper . Fr. pauvre . E. poor . Ned. arm . D. arm . Een vorm van ptôchos (arme) in de LXX (124) , in het N.T. (34) . Tenach (15) : (1) Gn 31,42 . (2) Gn 41,52 . (3) Js 10,2 . (4) Js 14,32 . (5) Zach 11,7 . (6) Zach 11,11 . (7) Ps 9,14 . (8) Ps 25,18 . (9) Ps 31,8 . (10) Ps 72,4 . (11) Ps 119,153 . (12) Job 10,15 . (13) Job 24,4 . (14) Kl 1,9 . (15) Kl 3,19 .

Js 10,3 - Js 10,3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,1 - Js 10,2 - Js 10,3 - Js 10,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai ti poièsousin en tè èmera tès episkopès è gar thlipsis umin porrôthen èxei kai pros tina katafeuxesthe tou boèthèthènai kai pou kataleipsete tèn doxan umôn  3 quid facietis in die visitationis et calamitatis de longe venientis ad cuius fugietis auxilium et ubi derelinquetis gloriam vestram    3 Maar wat zult gijlieden doen ten dage der bezoeking, en der verwoesting, die van verre komen zal? Tot wien zult gij vlieden om hulp, en waar zult gij uw heerlijkheid laten?   [3] Wat doet u op de dag van de afrekening, als de storm uit de verte komt opzetten? Naar wie vlucht u dan voor hulp, waar laat u uw schatten dan?   [3] Maar wat doen jullie op de dag van de vergelding, wanneer ver weg de storm opsteekt? Bij wie zoeken jullie dan je toevlucht, waar laten jullie je rijke buit?   3 Wat dacht ge te doen op de dag der bezoeking, bij de rampspoed die van verre aankomt?– tot wie wilt ge vluchten om hulp en waar wilt ge uw eer achterlaten,  3. Que ferez-vous au jour du châtiment, quand le malheur viendra de loin ? Vers qui fuirez-vous pour demander secours et où laisserez-vous vos richesses,  

King James Bible . [3] And what will ye do in the day of visitation, and in the desolation which shall come from far? to whom will ye flee for help? and where will ye leave your glory?
Luther-Bibel . 3 Was wollt ihr tun am Tage der Heimsuchung und des Unheils, das von ferne kommt? Zu wem wollt ihr fliehen um Hilfe? Und wo wollt ihr eure Herrlichkeit lassen?

Tekstuitleg van Js 10,3 .

Js 10,4 - Js 10,4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,1 - Js 10,2 - Js 10,3 - Js 10,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4tou mè empesein eis epagôgèn epi pasi toutois ouk apestrafè o thumos all' eti è cheir upsèlè  4 ne incurvemini sub vinculo et cum interfectis cadatis super omnibus his non est aversus furor eius sed adhuc manus eius extenta     4 Dat elkeen zich niet zou buigen onder de gevangenen, en vallen onder de gedoden? Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.   [4] Als gevangene zult u uw rug buigen of als slachtoffer vallen in de strijd. En nog bedaart zijn toorn niet, zijn hand blijft opgeheven.   [4] In gevangenschap zullen zij zuchten, sneuvelen in de strijd. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven. Oordeel over Assyrië, de stok in Gods hand   4 zonder te knielen onder gevangenen?– onder vermoorden zullen ze neervallen; in dit alles zal zijn toorn niet zijn gekeerd, nóg blijft zijn hand uitgestrekt! ••   4. pour ne pas ramper parmi les prisonniers, tomber parmi les tués ? Avec tout cela sa colère ne s'est pas détournée, sa main reste levée. 

King James Bible . [4] Without me they shall bow down under the prisoners, and they shall fall under the slain. For all this his anger is not turned away, but his hand is stretched out still.
Luther-Bibel . 4 Wer sich nicht unter die Gefangenen bückt, wird unter den Erschlagenen fallen. Bei all dem lässt sein Zorn nicht ab, seine Hand ist noch ausgereckt. Gegen den Hochmut des Königs von Assyrien

Tekstuitleg van Js 10,4 .

- Js 10,5-19 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -

Js 10,5 - Js 10,5 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5ouai assuriois è rabdos tou thumou mou kai orgès estin en tais chersin autôn 5 vae Assur virga furoris mei et baculus ipse in manu eorum indignatio mea    5 Wee den Assyriër, die de roede Mijns toorns is, en Mijn grimmigheid is een stok in hun hand!  [5] Wee* Assur, de roede van mijn toorn, de stok die Ik in mijn woede hanteer.   [5] Wee Assyrië, gesel van mijn toorn, stok waarmee ik in mijn woede sla.   5 ¶ Wee Asjoer, de stok van mijn toorn,– dat is, bij hen in handen, de staf van mijn woede!   5. Malheur à Assur, férule de ma colère; c'est un bâton dans leurs mains que ma fureur.  

King James Bible . [5] O Assyrian, the rod of mine anger, and the staff in their hand is mine indignation.
Luther-Bibel . 5 Wehe Assur, der meines Zornes Rute und meines Grimmes Stecken ist!

Tekstuitleg van Js 10,5 .

1. hôj (wee) . Taalgebruik in Tenach : hoj (wee) . Getalswaarde : he = 5 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Gr. ouai . Lat. vae . Fr. malheur . E. woe . D. weh . Js (22) : (1) Js 1,4 . (2) Js 1,24 . (3) Js 5,8 . (4) Js 5,11 . (5) Js 5,18 . (6) Js 5,20 . (7) Js 5,21 . (8) Js 5,22 . (9) Js 10,1 . (10) Js 10,5 . (11) Js 16,4 . (12) Js 17,12 . (13) Js 18,1 . (14) Js 28,1 . (15) Js 29,1 . (16) Js 29,15 . (17) Js 30,1 . (18) Js 31,1 . (19) Js 33,1 . (20) Js 45,9 . (21) Js 45,10 . (22) Js 55,1 .

2. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalswaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 10,6 - Js 10,6 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6tèn orgèn mou eis ethnos anomon apostelô kai tô emô laô suntaxô poièsai skula kai pronomèn kai katapatein tas poleis kai theinai autas eis koniorton  6 ad gentem fallacem mittam eum et contra populum furoris mei mandabo illi ut auferat spolia et diripiat praedam et ponat illum in conculcationem quasi lutum platearum     6 Ik zal hem zenden tegen een huichelachtig volk, en Ik zal hem bevel geven tegen het volk Mijner verbolgenheid; opdat hij den roof rove, en plundere de plundering, en stelle het ter vertreding, gelijk het slijk der straten.  [6] Ik zend hem naar een goddeloos land, naar een volk dat mijn toorn opwekte, om er te plunderen en te roven, om het als straatvuil te vertrappen.   [6] Je koning zend ik naar een goddeloos volk, ik stuur hem af op het volk dat mij tergde, om te plunderen en te roven en buit te behalen, en hen te vertrappen als vuil op straat.   6 Naar een roekeloos volk zend ik hem uit, tegen de gemeenschap die mij verbolgen maakt gebied ik hem,– om roofgoed te roven en buit buit te maken, om hem vertrapt te laten worden als het leem van de straten.   6. Contre une nation impie je l'envoyais, contre le peuple objet de mon emportement je le mandais, pour se livrer au pillage et rafler le butin, pour les piétiner comme la boue des rues.  

King James Bible . [6] I will send him against an hypocritical nation, and against the people of my wrath will I give him a charge, to take the spoil, and to take the prey, and to tread them down like the mire of the streets.
Luther-Bibel . 6 Ich sende ihn wider ein gottloses Volk und gebe ihm Befehl wider das Volk, dem ich zürne, dass er's beraube und ausplündere und es zertrete wie Dreck auf der Gasse.

Tekstuitleg van Js 10,6 .

Js 10,7 - Js 10,7 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7autos de ouch outôs enethumèthè kai tè psuchè ouch outôs lelogistai alla apallaxei o nous autou kai tou ethnè exolethreusai ouk oliga  7 ipse autem non sic arbitrabitur et cor eius non ita aestimabit sed ad conterendum erit cor eius et ad internicionem gentium non paucarum    7 Hoewel hij het zo niet meent, en zijn hart alzo niet denkt, maar hij zal in zijn hart hebben te verdelgen, en uit te roeien niet weinige volken. [7] Hij had echter een ander doel, en andere plannen in zijn hart: zijn hart was eropuit te verdelgen en talloze volken uit te roeien.   [7] Maar zo heeft hij dat niet bedoeld, hij heeft iets anders in de zin, hij streeft naar de ondergang van talloze volken.   7 Zelf bedoelt hij het niet zó, zijn hart denkt zo niet,– want ‘verdelgen’ is in zijn hart en ‘wereldvolken wegmaaien’, niet weinig.   7. Mais lui ne jugeait pas ainsi, et son cœur n'avait pas cette pensée, car il rêvait d'exterminer, d'extirper des nations sans nombre. 

King James Bible . [7] Howbeit he meaneth not so, neither doth his heart think so; but it is in his heart to destroy and cut off nations not a few.
Luther-Bibel . 7 Aber er meint's nicht so, und sein Herz denkt nicht so, sondern sein Sinn steht danach, zu vertilgen und auszurotten nicht wenige Völker.

Tekstuitleg van Js 10,7 .

Js 10,8 - Js 10,8 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai ean eipôsin autô su monos ei archôn  8 dicet enim       [8] Hij zei: ‘Zijn mijn bevelhebbers niet aan koningen gelijk? [8] Hij zegt: ‘Zijn mijn aanvoerders niet machtig als koningen?   8 Want, zegt hij,– zijn mijn vorsten tezamen geen koningen?  8. Car il disait : « N'est-ce pas que tous mes chefs sont des rois ? 

King James Bible . [8] For he saith, Are not my princes altogether kings?
Luther-Bibel . 8 Denn er spricht: »Sind meine Fürsten nicht allesamt Könige?

Tekstuitleg van Js 10,8 .

Js 10,8.1. כִּי = kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Getalswaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) .
- כִּי = kî (want, omdat) < een woord met 1 medeklinker . De lange î is î gebleven omdat het een proclitisch woord is . Proclitisch wil zeggen dat een eenlettergrepig onbeklemtoond woord wordt gehecht aan het volgende (Lettinga(6) 13d) .

Js 10,8.2. act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. יאֹמַר = jo´mar (hij zegt) van het werkw. אמר = ´-m-r . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalswaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (75) . Js (20) . Js 1-39 (10) . Js 40-55 (6) . Js 56-66 (4) . Js 1-39 (10) : (1) Js 1,11 . (2) Js 1,18 . (3) Js 4,3 . (4) Js 8,12 . (5) Js 10,8 . (6) Js 19,18 . (7) Js 29,16 . (8) Js 32,5 . (9) Js 33,10 . (10) Js 33,24 . Js 40-55 (6) : (1) Js 40,1 . (2) Js 40,25 . (3) Js 41,6 . (4) Js 41,21 . (5) Js 44,5 . (6) Js 44,20 . Js 56-66 (4) : (1) Js 56,3 . (2) Js 61,6 . (3) Js 62,4 . (4) Js 66,9 .

Js 10,8.3. הֲלֹא = hälo´ (niet?) . Taalgebruik in Tenakh : hälo´ (niet?) . Tenakh (125) . Pentateuch (17) . Eerdere Profeten (38) . Latere Profeten (15) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) .

Js 10,8.4. שָׂרַי = shâraj (mijn vorsten) < stat. construct. mann. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 1ste pers. enk. van het zelfst. naamw. שַׂר = shar (vorst, prins) . Taalgebruik in Tenakh : shar (vorst) . sh-r-j : Tenakh (134) . Pentateuch (29) . Eerdere Profeten (35) . Latere Profeten (23) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (46) . Tenakh o.a. Js 10,8 .

Js 10,8.5. יַחְדָּו = jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) . Taalgebruik in Tenakh : jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) . Getalswaarde : jod = 10 , chet = 8 , daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 28 (2² X 7) , zie 28 . Het is een volmaakt getal . Het is de som van zeven elkaar opeenvolgende getallen : 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7 . Het heeft een menora-structuur met 4 in het midden . Structuur : 1 - 8 - 4 - 6 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (89) . Js 1-39 (9) . Js 40-55 (14) . Js 56-66 (3) . Js 1-39 (9) : (1) Js 1,28 . (2) Js 1,31 . (3) Js 9,20 . (4) Js 10,8 . (5) Js 11,6 . (6) Js 11,7 . (7) Js 11,14 . (8) Js 18,6 . (9) Js 22,3 .


Js 10,9 - Js 10,9 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai erei ouk elabon tèn chôran tèn epanô babulônos kai chalannè ou o purgos ôkodomèthè kai elabon arabian kai damaskon kai samareian  9 numquid non principes mei simul reges sunt numquid non ut Charchamis sic Chalanno et ut Arfad sic Emath numquid non ut Damascus sic Samaria     9 Is niet Kalno gelijk Karchemis? Is Hamath niet gelijk Arfad? Is niet Samaria gelijk Damaskus?   [9] Is Kalno* niet net als Karkemis*, en Hamat* als Arpad*, en Samaria* als Damascus*?   [9] Is het Kalno niet vergaan als Karkemis? En Hamat als Arpad? Samaria als Damascus?   9 Is niet Kalno als Karkemiesj,– of niet Chamat als Arpad, of niet Samaria als Damascus?   9. N'est-ce pas que Kalno vaut bien Karkémish, que Hamat vaut bien Arpad, et Samarie Damas ?  

King James Bible . [9] Is not Calno as Carchemish? is not Hamath as Arpad? is not Samaria as Damascus?
Luther-Bibel . 9 Ist Kalne nicht wie Karkemisch? Ist Hamat nicht wie Arpad? Ist nicht Samaria wie Damaskus?

Tekstuitleg van Js 10,9 .

Js 10,10 - Js 10,10 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10on tropon tautas elabon en tè cheiri mou kai pasas tas archas lèmpsomai ololuxate ta glupta en ierousalèm kai en samareia  10 quomodo invenit manus mea regna idoli sic et simulacra eorum de Hierusalem et de Samaria     10 Gelijk als mijn hand gevonden heeft de koninkrijken der afgoden, ofschoon hun gesneden beelden beter zijn, dan die van Jeruzalem, en dan die van Samaria;   [10] Ik heb de hand gelegd op koninkrijken met afgodsbeelden, groter in aantal dan die van Jeruzalem of Samaria,   [10] Ik heb de hand gelegd op koninkrijken vol afgoden, rijker aan beelden dan Jeruzalem en Samaria.   10 Zoals mijn hand wist te vinden de koninkrijken van de afgod,– al waren hun gesneden beelden machtiger dan die van Jeruzalem en Samaria,   10. Comme ma main a atteint les royaumes des faux dieux, où il y a plus d'idoles qu'à Jérusalem et à Samarie,  

King James Bible . [10] As my hand hath found the kingdoms of the idols, and whose graven images did excel them of Jerusalem and of Samaria;
Luther-Bibel . 10 Wie meine Hand gefunden hat die Königreiche der Götzen, obwohl ihre Götzen mehr waren, als die zu Jerusalem und Samaria sind:

Tekstuitleg van Js 10,10 .

Js 10,11 - Js 10,11 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11on tropon gar epoièsa samareia kai tois cheiropoiètois autès outôs poièsô kai ierousalèm kai tois eidôlois autès  11 numquid non sicut feci Samariae et idolis eius sic faciam Hierusalem et simulacris eius     11 Gelijk als ik gedaan heb aan Samaria en aan haar afgoden, zou ik alzo niet kunnen doen aan Jeruzalem en aan haar afgoden?   [11] Ik heb ook afgerekend met Samaria en zijn afgoden, zou ik dat ook niet kunnen doen met Jeruzalem en al zijn beelden?’   [11] Samaria met zijn afgoden heb ik vernietigd, zou ik niet hetzelfde kunnen doen met Jeruzalem en zijn gruwelijke beelden?’   11 zal ik niet zoals ik heb gedaan aan Samaria en haar afgoden,– zó doen aan Jeruzalem en haar beeldjes?   11. comme j'ai agi envers Samarie et ses faux dieux, ne puis-je pas agir aussi envers Jérusalem et ses statues ? »  

King James Bible . [11] Shall I not, as I have done unto Samaria and her idols, so do to Jerusalem and her idols?
Luther-Bibel . 11 sollte ich nicht Jerusalem tun und seinen Götzen, wie ich Samaria und seinen Götzen getan habe?«

Tekstuitleg van Js 10,11 .

Js 10,12 - Js 10,12 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai estai otan suntelesè kurios panta poiôn en tô orei siôn kai en ierousalèm epaxei epi ton noun ton megan ton archonta tôn assuriôn kai epi to upsos tès doxès tôn ofthalmôn autou  12 et erit cum impleverit Dominus cuncta opera sua in monte Sion et in Hierusalem visitabo super fructum magnifici cordis regis Assur et super gloriam altitudinis oculorum eius     12 Want het zal geschieden, als de HEERE een einde zal gemaakt hebben van al Zijn werk op den berg Sion en te Jeruzalem, dan zal Ik te huis zoeken de vrucht van de grootsheid des harten van den koning van Assyrië, en de pracht van de hoogheid zijner ogen.  [12] Zodra de Heer zijn werk op de Sion en in Jeruzalem heeft voltooid, rekent Hij af met de vrucht van het trotse hart van Assurs koning, met de laatste vrucht van zijn hooghartige ogen!   [12] Maar zodra de Heer heeft afgerekend met de Sion en zich op Jeruzalem gewroken heeft, zal hij de koning van Assyrië straffen om zijn hoogmoedige houding en trotse blik.   12 Maar geschieden zal het, wanneer mijn Heer heel zijn doen heeft beëindigd op de berg Sion en in Jeruzalem,– zal ik bezoeking doen aan de vrucht van de grootsheid van hart van Asjoers koning en aan de pracht van zijn verhevenheid van ogen,   12. Mais lorsque le Seigneur achèvera toute son œuvre sur la montagne de Sion et à Jérusalem, il châtiera le fruit du cœur orgueilleux du roi d'Assur et la morgue de ses regards arrogants.  

King James Bible . [12] Wherefore it shall come to pass, that when the Lord hath performed his whole work upon mount Zion and on Jerusalem, I will punish the fruit of the stout heart of the king of Assyria, and the glory of his high looks.
Luther-Bibel . 12 Wenn aber der Herr all sein Werk ausgerichtet hat auf dem Berge Zion und zu Jerusalem, wird er sprechen: Ich will heimsuchen die Frucht des Hochmuts des Königs von Assyrien und den Stolz seiner hoffärtigen Augen,

Tekstuitleg van Js 10,12 .

9. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenach : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Getalswaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Tenach (108) . Js (36) . Js 1-39 (23) : (1) Js 1,8 . (2) Js 1,27 . (3) Js 3,16 . (4) Js 3,17 . (5) Js 4,4 . (6) Js 4,5 . (7) Js 8,18 . (8) Js 10,12 . (9) Js 10,24 . (10) Js 10,32 . (11) Js 12,6 . (12) Js 14,32 . (13) Js 16,1 . (14) Js 18,7 . (15) Js 24,23 . (16) Js 29,8 . (17) Js 31,4 . (18) Js 33,5 . (19) Js 33,20 . (20) Js 34,8 . (21) Js 35,10 . (22) Js 37,22 . (23) Js 37,32 . bëtsijjôn (in Sion) < bë + + tsijjôn (Sion) . Tenach (28) . Js (7) : (1) Js 4,3 . (2) Js 28,16. (3) Js 30,19 . (4) Js 31,9 . (5) Js 32,2 (bëtsèjôn) . (6) Js 33,14 . (7) Js 46,13 . mitstsijjôn (uit Sion) < min (uit) + tsijjôn (Sion) . Tenach (12) : (1) Js 2,3 . (2) Jr 9,18 . (3) Jl 4,16 . (4) Am 1,2 . (5) Mi 4,2 . (6) Ps 14,7 . (7) Ps 50,2 . (8) Ps 53,7 . (9) Ps 110,2 . (10) Ps 128,5 . (11) Ps 134,3 . (12) Ps 135,21 . Totaal Js 1 - 39 (29) . Totaal in Jesaja (29 + 18 = 47) .

8. - 9. ´èl har JHWH komt slechts tweemaal in de bijbel voor : (1) Js 2,3 . (2) Mi 4,2 . bëhar JHWH (op de berg van JHWH) . Tenach (2) : (1) Ps 24,3 . (2) Js 30,29 . Zie ook Gn 22,14 (op een berg zal JHWH voorzien) . har tsijjôn (Sionsberg) . Tenach (9) : (1) Ps 48,3 . (2) Ps 48,12 . (3) Ps 74,2 . (4) Ps 78,68 . (5) Js 4,5 . (6) Js 18,7 . (7) Js 29,8 . (8) Js 31,4 . (9) Kl 5,18 . bëhar tsijjôn (op de Sionsberg) . Tenach (6) : (1) Js 8,18 . (2) Js 10,12 . (3) Js 24,23 . (4) Jl 3,5 . (5) Ob 21 . (6) Mi 4,7 . ´èl har bath tsijjôn (naar de berg van de dochter van Sion) . Tenach (1) Js 16,1 . har be(j)th tsijjôn (de berg van het huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .

17. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalswaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 10,13 - Js 10,13 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13eipen gar tè ischui poièsô kai tè sofia tès suneseôs afelô oria ethnôn kai tèn ischun autôn pronomeusô kai seisô poleis katoikoumenas  13 dixit enim in fortitudine manus meae feci et in sapientia mea intellexi et abstuli terminos populorum et principes eorum depraedatus sum et detraxi quasi potens in sublime residentes     13 Omdat hij gezegd heeft: Door de kracht mijner hand heb ik het gedaan, en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig; en ik heb de landpalen der volken weggenomen, en heb hun voorraad geroofd, en heb als een geweldige de inwoners doen nederdalen;   [13] Assur zei: ‘Door eigen kracht heb ik dat alles bewerkt, door eigen wijsheid, want verstandig ben ik. Grenzen van volken heb ik verlegd, rijkdommen weggesleept, en vorsten met geweld van hun troon gestoten.   [13] Want deze beweerde: ‘Op eigen kracht heb ik dit gedaan, in mijn grote wijsheid – want ik ben wijs! Ik heb grenzen verlegd en volken geplunderd, door mijn macht heb ik hen in het stof doen bijten.   13 omdat hij heeft gezegd: door de kracht van mijn hand kon ik het doen en door mijn wijsheid, want ik was verstandig,– ik zette grenzen van gemeenschappen opzij, graaide hun voorraden weg, liet als een geweldenaar gezetenen neerdalen in het stof;  13. Car il a dit : « C'est par ma main puissante que j'ai fait cela, par ma sagesse, car j'ai agi avec intelligence. Je supprimais les frontières des peuples; j'ai saccagé leurs trésors; comme un puissant je soumettais les habitants.  

King James Bible . [13] For he saith, By the strength of my hand I have done it, and by my wisdom; for I am prudent: and I have removed the bounds of the people, and have robbed their treasures, and I have put down the inhabitants like a valiant man:
Luther-Bibel . 13 weil er spricht: »Ich hab's durch meiner Hände Kraft ausgerichtet und durch meine Weisheit, denn ich bin klug. Ich habe die Grenzen der Länder anders gesetzt und ihre Schätze geraubt und wie ein Stier die Bewohner zu Boden gestoßen.

Tekstuitleg van Js 10,13 .

11. mann. mv. `ammîm (volkeren) van het zelfst. naamw. `am (volk) OF `im (met) . Taalgebruik in Tenach : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : laos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . Een vorm van laos (volk) in de LXX (2064) , in het N.T. (141) . Tenach (78) . Js (15) : (1) Js 2,3 . (2) Js 3,13 . (3) Js 8,9 . (4) Js 10,13 . (5) Js 11,10 . (6) Js 14,2 . (7) Js 14,6 . (8) Js 17,12 . (9) Js 30,28 . (10) Js 33,3 . (11) Js 33,12 . (12) Js 49,22 . (13) Js 51,4 . (14) Js 51,5 . (15) Js 63,6 .

Js 10,14 - Js 10,14 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai tèn oikoumenèn olèn katalèmpsomai tè cheiri ôs nossian kai ôs kataleleimmena ôa arô kai ouk estin os diafeuxetai me è anteipè moi  14 et invenit quasi nidum manus mea fortitudinem populorum et sicut colliguntur ova quae derelicta sunt sic universam terram ego congregavi et non fuit qui moveret pinnam et aperiret os et ganniret    14 En mijn hand heeft gevonden het vermogen der volken, als een nest, en ik heb het ganse aardrijk samengeraapt, gelijk men de eieren die verlaten zijn, samenraapt; en er is niemand geweest, die een vleugel verroerde, of den bek opendeed, of piepte.   [14] Mijn hand nam de rijkdom van de volken in beslag alsof het een vogelnestje was, en zoals men verlaten eieren verzamelt, zo raapte ik heel de aarde bijeen. Niet één verroerde een vleugel of opende zijn snavel om te piepen.’   [14] Zoals iemand een vogelnest vindt, zo vond ik de rijkdom van die volken, en zoals iemand verlaten eieren verzamelt, zo nam ik heel de aarde in mijn handen. Er was niemand meer die zijn vleugels bewoog of die zijn snavel opende om te tjilpen.’   14 mijn hand vond als was het een vogelnest het vermogen van de gemeenschappen, en zoals men achtergelaten eieren verzamelt heb ik heel de aarde verzameld: er is niemand geweest die een vleugel verroerde of een snavel opensperde en piepte!   14. Ma main a cueilli, comme au nid, les richesses des peuples, et comme on ramasse des œufs abandonnés, j'ai ramassé toute la terre; pas un n'a battu des ailes, ni ouvert le bec pour pépier. »  

King James Bible . [14] And my hand hath found as a nest the riches of the people: and as one gathereth eggs that are left, have I gathered all the earth; and there was none that moved the wing, or opened the mouth, or peeped.
Luther-Bibel . 14 Meine Hand hat gefunden den Reichtum der Völker wie ein Vogelnest, und ich habe alle Länder zusammengerafft, wie man Eier sammelt, die verlassen sind; kein Flügel regte sich, und kein Schnabel sperrte sich auf und zirpte.«

Tekstuitleg van Js 10,14 .

Js 10,15 - Js 10,15 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15mè doxasthèsetai axinè aneu tou koptontos en autè è upsôthèsetai priôn aneu tou elkontos auton ôsautôs ean tis arè rabdon è xulon 15 numquid gloriabitur securis contra eum qui secat in ea aut exaltabitur serra contra eum a quo trahitur quomodo si elevetur virga contra levantem se et exaltetur baculus qui utique lignum est     15 Zal een bijl zich beroemen tegen dien, die daarmede houwt? Zal een zaag pochen tegen dien, die ze trekt? Alsof een staf bewoog degenen, die hem opheffen? Als men een stok opheft, is het geen hout?   [15] Pocht een bijl soms tegen hem die ermee hakt, of verheft een zaag zich tegen hem die haar hanteert? Alsof een scepter diegene regeert die hem voert, of een stok diegene die niet van hout is, omhoog heft!   [15] Schept een bijl op tegen wie ermee hakt? Verheft een zaag zich boven wie hem hanteert? Alsof de scepter heerst over wie hem vastheeft, alsof de stok optilt wie hem omhooghoudt!   15 Beroemt de bijl zich tegen wie met hem hakt,– of maakt de zaag zich groot tegen wie hem hanteert?– alsof een stok hanteert wie hem opheft, alsof een staf opheft wie niet van hout is!  15. Fanfaronne-t-elle, la hache, contre celui qui la brandit ? Se glorifie-t-elle, la scie, aux dépens de celui qui la manie ? Comme si le bâton faisait mouvoir ceux qui le lèvent, comme si le gourdin levait ce qui n'est pas de bois!  

King James Bible . [15] Shall the axe boast itself against him that heweth therewith? or shall the saw magnify itself against him that shaketh it? as if the rod should shake itself against them that lift it up, or as if the staff should lift up itself, as if it were no wood.
Luther-Bibel . 15 Vermag sich auch eine Axt zu rühmen wider den, der damit haut, oder eine Säge großzutun wider den, der sie zieht? Als ob die Rute den schwänge, der sie hebt; als ob der Stock den höbe, der kein Holz ist!

Tekstuitleg van Js 10,15 .

Js 10,16 - Js 10,16 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16kai ouch outôs alla apostelei kurios sabaôth eis tèn sèn timèn atimian kai eis tèn sèn doxan pur kaiomenon kauthèsetai  16 propter hoc mittet Dominator Deus exercituum in pinguibus eius tenuitatem et subtus gloriam eius succensa ardebit quasi conbustio ignis     16 Daarom zal de Heere HEERE der heirscharen onder zijn vetten een magerheid zenden; en onder zijn heerlijkheid zal Hij een brand doen branden, als den brand des vuurs.   [16] Daarom* laat de Heer, de heer van de machten, zijn vet wegteren en de koorts in zijn ingewanden branden, als een gloeiend vuur.   [16] Daarom laat God, de HEER van de hemelse machten, zijn weldoorvoede volk vermageren, hij verteert hun welvaart als door een groot vuur.   16 Daarom zendt mijn Heer, de ENE, de Omschaarde, in zijn vetlagen tering,– en onder zijn lever gloeit een gloed als een gloed van vuur.   16. C'est pourquoi le Seigneur Yahvé Sabaot enverra contre ses hommes gras la maigreur, et sous sa gloire un brasier s'embrasera, comme s'embrase le feu.  

King James Bible . [16] Therefore shall the Lord, the Lord of hosts, send among his fat ones leanness; and under his glory he shall kindle a burning like the burning of a fire.
Luther-Bibel . 16 Darum wird der Herr, der HERR Zebaoth, unter die Fetten in Assur die Auszehrung senden, und seine Herrlichkeit wird er anzünden, dass sie brennen wird wie ein Feuer.

Tekstuitleg van Js 10,16 .

Js 10,17 - Js 10,17 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai estai to fôs tou israèl eis pur kai agiasei auton en puri kaiomenô kai fagetai ôsei chorton tèn ulèn tè èmera ekeinè  17 et erit lumen Israhel in igne et Sanctus eius in flamma et succendetur et devorabitur spina eius et vepres in die una     17 Want het Licht van Israël zal tot een vuur zijn, en zijn Heilige tot een vlam, welke in brand steken en verteren zal zijn doornen en zijn distelen, op een dag.   [17] Het licht van Israël wordt een vlam, de Heilige van Israël een vuur, dat in één dag zijn distels en doorns verbrandt en verteert,   [17] Het licht van Israël zal een vlam worden, de Heilige van Israël een vuur; op één dag verbrandt en verteert het de dorens en distels van zijn volk.   17 Worden zal Israëls licht tot een vuur, zijn Heilige tot een vlam,– die branden zal en verteren: zijn distels en zijn dorens in één dag tijd.   17. La lumière d'Israël deviendra un feu et son Saint une flamme, elle brûlera et consumera ses épines et ses ronces en un jour.  

King James Bible . [17] And the light of Israel shall be for a fire, and his Holy One for a flame: and it shall burn and devour his thorns and his briers in one day;
Luther-Bibel . 17 Und das Licht Israels wird ein Feuer sein, und sein Heiliger wird eine Flamme sein, und sie wird seine Dornen und Disteln anzünden und verzehren auf einen Tag.

Tekstuitleg van Js 10,17 .

Js 10,18 - Js 10,18 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18aposbesthèsetai ta orè kai oi bounoi kai oi drumoi kai katafagetai apo psuchès eôs sarkôn kai estai o feugôn ôs o feugôn apo flogos kaiomenès  18 et gloria saltus eius et Carmeli eius ab anima usque ad carnem consumetur et erit terrore profugus     18 Ook zal Hij verteren de heerlijkheid zijns wouds en zijns vruchtbaren velds; van de ziel af, tot het vlees toe; en hij zal zijn, gelijk als wanneer een vaandrager versmelt.   [18] en de pracht van zijn wouden en wijngaarden vernietigt met al wat er leeft. Hij zal zijn als een zieke die wegteert.   [18] De weelde van hun wouden en wijngaarden vernietigt hij, met alles wat daar leeft; het volk zal zijn als een zieke die wegkwijnt.   18 De glorie van zijn wouden en zijn wijngaarden zal hij met ziel en lichaam beëindigen; wezen zal het zoals een kwijnende wegkwijnt.   18. La luxuriance de sa forêt et de son verger, il l'anéantira corps et âme, et ce sera comme un malade qui s'éteint. 

King James Bible . [18] And shall consume the glory of his forest, and of his fruitful field, both soul and body: and they shall be as when a standardbearer fainteth.
Luther-Bibel . 18 Und die Herrlichkeit seiner Wälder und Gärten soll zunichte werden mit Stumpf und Stiel und wird vergehen und dahinschwinden,

Tekstuitleg van Js 10,18 .

Js 10,19 - Js 10,19 . Assurs aanmatiging - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,5 - Js 10,6 - Js 10,7 - Js 10,8 - Js 10,9 - Js 10,10 - Js 10,11 - Js 10,12 - Js 10,13 - Js 10,14 - Js 10,15 - Js 10,16 - Js 10,17 - Js 10,18 - Js 10,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai oi kataleifthentes ap' autôn esontai arithmos kai paidion grapsei autous  19 et reliquiae ligni saltus eius pro paucitate numerabuntur et puer scribet eos     19 En de overgebleven bomen zijns wouds zullen weinig in getal zijn, ja, een jongen zou ze opschrijven.   [19] Zelfs een kind zal het getal kunnen opschrijven van wat er in zijn woud nog aan bomen rest.   [19] Wat blijft over van zijn bossen? Enkele bomen, een kind kan ze tellen.   19 Wat er rest aan bomen in het bos, ze zullen te tellen wezen,– een jongen schrijft ze op. •   19. Le reste des arbres de sa forêt sera un petit nombre, un enfant l'écrirait. 

King James Bible . [19] And the rest of the trees of his forest shall be few, that a child may write them.
Luther-Bibel . 19 dass die Bäume seiner Wälder, die übrig bleiben, gezählt werden können, und ein Knabe kann sie aufschreiben. Errettung eines Restes von Israel. Zions Errettung vor dem Ansturm der Assyrer

Tekstuitleg van Js 10,19 .

- Js 10,20-27a . Een rest keert terug - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 -

Js 10,20 - Js 10,20 . Een rest keert terug - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20kai estai en tè èmera ekeinè ouketi prostethèsetai to kataleifthen israèl kai oi sôthentes tou iakôb ouketi mè pepoithotes ôsin epi tous adikèsantas autous alla esontai pepoithotes epi ton theon ton agion tou israèl tè alètheia  20 et erit in die illa non adiciet residuum Israhel et hii qui fugerint de domo Iacob inniti super eo qui percutit eos sed innitetur super Dominum Sanctum Israhel in veritate    20 En het zal geschieden te dien dage, dat het overblijfsel van Israël, en de ontkomenen van het huis Jakobs niet meer steunen zullen op dien, die ze geslagen heeft; maar zij zullen steunen op den HEERE, den Heilige Israëls, oprechtelijk.   Een rest keert terug [20] Op* die dag zal de rest van Israël, wat er van Jakobs huis ontkomen is, niet langer steunen op degene door wie het werd geslagen, maar in oprechtheid steunen op de heer, de Heilige van Israël.  [20] Op die dag zullen de overlevenden van Israël niet langer vertrouwen stellen in hem door wie ze werden geslagen. Het deel van Jakobs volk dat ontkomen is, zal weer oprecht vertrouwen op de HEER, de Heilige van Israël.  20 ¶ Geschieden zal het te dien dage: niet meer doorgaan zal wat van Israël overblijft en wat van het huis van Jakob is ontkomen te steunen op wie het sloeg; steunen zal het op de ENE, Israëls Heilige, in vertrouwen.   20. Ce jour-là, le reste d'Israël et les survivants de la maison de Jacob cesseront de s'appuyer sur qui les frappe; ils s'appuieront en vérité sur Yahvé, le Saint d'Israël.  

King James Bible . [20] And it shall come to pass in that day, that the remnant of Israel, and such as are escaped of the house of Jacob, shall no more again stay upon him that smote them; but shall stay upon the LORD, the Holy One of Israel, in truth.
Luther-Bibel . 20 Zu der Zeit werden die Übriggebliebenen von Israel und was entkommen ist vom Hause Jakob sich nicht mehr verlassen auf den, der sie schlägt, sondern sie werden sich verlassen auf den HERRN, den Heiligen Israels, in Treue.

Tekstuitleg van Js 10,20 .

11. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalswaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 () : (7) Js 46,3 . (8) Js 48,1 .

10. - 11. be(j)th Ja`äqobh (huis van Jakob) . In veertien verzen in de bijbel : (1) Ps 114,1 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 10,20 . (5) Js 14,1 . (6) Js 29,22 . (7) Js 46,3 . (8) Js 48,1 . (9) Jr 2,4 . (10) Ez 20,5 . (11) Am 9,8 . (12) Ob 17 . (13) Mi 2,7 . (14) Mi 3,9 .

Js 10,21 - Js 10,21 . Een rest keert terug - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai estai to kataleifthen tou iakôb epi theon ischuonta  21 reliquiae convertentur reliquiae inquam Iacob ad Deum fortem    21 Het overblijfsel zal wederkeren, het overblijfsel van Jakob, tot den sterken God!   [21] Een rest zal terugkeren, de rest van Jakob, naar de sterke God.   [21] Een rest zal terugkeren naar de sterke God, de rest die van Jakob is overgebleven.   21 Wat overblijft keert terug, wat van Jakob overblijft,– tot de sterke God.   21. Un reste reviendra, le reste de Jacob, vers le Dieu fort.  

King James Bible . [21] The remnant shall return, even the remnant of Jacob, unto the mighty God.
Luther-Bibel . 21 Ein Rest wird sich bekehren, ja, der Rest Jakobs, zu Gott, dem Starken.

Tekstuitleg van Js 10,21 .

4. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalswaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 () : (7) Js 46,3 . (8) Js 48,1 .

Js 10,22 - Js 10,22 . Een rest keert terug - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22kai ean genètai o laos israèl ôs è ammos tès thalassès to kataleimma autôn sôthèsetai logon gar suntelôn kai suntemnôn en dikaiosunè 22 si enim fuerit populus tuus Israhel quasi harena maris reliquiae convertentur ex eo consummatio adbreviata inundabit iustitiam    22 Want ofschoon uw volk, o Israël! is gelijk het zand der zee, zo zal toch maar het overblijfsel daarvan wederkeren; de verdelging is vastelijk besloten, overvloeiende met gerechtigheid.  [22] Al is uw volk als het zand aan de zee, Israël, alleen een rest zal terugkeren. De verdelging staat vast: een onweerstaanbare doorbraak van gerechtigheid.   [22] Want, Israël, al was je volk zo talrijk als zandkorrels aan de zee, slechts een rest zal terugkeren. Je vernietiging staat vast en de gerechtigheid zal overvloedig zijn.   22 Want al zal je gemeenschap, Israël, wezen als het zand der zee, slechts wat daarvan overblijft keert terug,– het einde staat vastbesloten,– overvloeiend van gerechtigheid.  22. Mais ton peuple serait-il comme le sable de la mer, ô Israël, ce n'est qu'un reste qui en reviendra : destruction décidée, débordement de justice! 

King James Bible . [22] For though thy people Israel be as the sand of the sea, yet a remnant of them shall return: the consumption decreed shall overflow with righteousness.
Luther-Bibel . 22 Denn wäre auch dein Volk, o Israel, wie Sand am Meer, so soll doch nur ein Rest in ihm bekehrt werden. Verderben ist beschlossen und bringt Fluten von Gerechtigkeit.

Tekstuitleg van Js 10,22 .

14. tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Tenach : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Jesaja : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Getalswaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) OF 199 . Structuur : 9 - 4 - 1 - 5 . Gr. dikaiosunè (rechtvaardigheid) . Zie : Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het N.T. : dikaios (rechtvaardig) . Lat. justitia . Fr. la justice . E. righteousness . D. Gerechtigkeit . Een vorm van dikaiosunè (rechtvaardigheid) in de LXX (351) , in het N.T. (91) . Tenach (32) . Js (10) : (1) Js 10,22 . (2) Js 45,23 . (3) Js 56,1 . (4) Js 58,2 . (5) Js 59,9 . (6) Js 59,17 . (7) Js 60,17 . (8) Js 61,10 . (9) Js 61,11 . (10) Js 62,1 .

Js 10,23 - Js 10,23 . Een rest keert terug - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23oti logon suntetmèmenon poièsei o theos en tè oikoumenè olè  23 consummationem enim et adbreviationem Dominus Deus exercituum faciet in medio omnis terrae     23 Want een verdelging, die vastelijk besloten is, zal de Heere HEERE der heirscharen doen in het midden dezes gansen lands.  [23] Want, een onherroepelijke vernietiging wordt door de Heer, de god van de machten, voltrokken in het hele land.   [23] Want God, de HEER van de hemelse machten, heeft tot vernietiging van het hele land besloten.   23 Ja, met een einde vastbesloten is mijn Heer, de ENE, de Omschaarde, doende in heel de ruimte van het land. ••   23. Car c'est une destruction bien décidée que le Seigneur Yahvé Sabaot exécute au milieu de tout le pays.  

King James Bible . [23] For the Lord GOD of hosts shall make a consumption, even determined, in the midst of all the land.
Luther-Bibel . 23 Denn Gott der HERR Zebaoth wird Verderben ergehen lassen, wie beschlossen ist, im ganzen Lande.

Tekstuitleg van Js 10,23 .

Js 10,24 - Js 10,24 . Een rest keert terug - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24dia touto tade legei kurios sabaôth mè fobou o laos mou oi katoikountes en siôn apo assuriôn oti en rabdô pataxei se plègèn gar egô epagô epi se tou idein odon aiguptou  24 propter hoc haec dicit Dominus Deus exercituum noli timere populus meus habitator Sion ab Assur in virga percutiet te et baculum suum levabit super te in via Aegypti    24 Daarom zegt de Heere HEERE der heirscharen alzo: Vreest niet, gij Mijn volk, dat te Sion woont! voor Assur, als hij u met de roede zal slaan, en hij zijn staf tegen u zal opheffen, naar de wijze der Egyptenaren;   [24] Daarom* zo spreekt de Heer, de god van de machten: ‘Mijn volk, dat op de Sion woont, wees niet bang voor Assur, als hij u met de stok slaat, als hij zijn staf tegen u opheft zoals Egypte eens deed.   [24] Daarom – dit zegt God, de HEER van de hemelse machten: Wees niet bang, mijn volk, dat op de Sion woont, wees niet bang voor Assyrië, dat zijn stok heeft opgenomen om jullie te slaan, zoals eerder Egypte deed.   24 ¶ Daarom, zo heeft gezegd mijn Heer, de ENE, de Omschaarde: vrees niet, mijn gemeente die zetelt in Sion, voor Asjoer,– als hij slaat met de stok en zijn staf tegen je opheft op de wijze van Egypte,   24. C'est pourquoi, ainsi parle le Seigneur Yahvé Sabaot : O mon peuple qui habites en Sion, n'aie pas peur d'Assur! Il te frappe du bâton, il lève le gourdin contre toi sur le chemin d'Égypte ;  

King James Bible . [24] Therefore thus saith the Lord GOD of hosts, O my people that dwellest in Zion, be not afraid of the Assyrian: he shall smite thee with a rod, and shall lift up his staff against thee, after the manner of Egypt.
Luther-Bibel . 24 Darum spricht Gott der HERR Zebaoth: Fürchte dich nicht, mein Volk, das in Zion wohnt, vor Assur, der dich mit dem Stecken schlägt und seinen Stab gegen dich aufhebt, wie es in Ägypten geschah.

Tekstuitleg van Js 10,24 .

2. koh (zo) . Taalgebruik in Tenach : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Tenach (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) : (1) Js 7,7 . (2) Js 8,11 . (3) Js 10,24 . (4) Js 18,4 . (5) Js 20,6 . (6) Js 21,6 . (7) Js 21,16 . (8) Js 22,15 . (9) Js 24,13 . (10) Js 28,16 . (11) Js 29,22 . (12) Js 30,12 . (13) Js 30,15 . (14) Js 31,4 . (15) Js 36,4 . (16) Js 36,14 . (17) Js 36,16 . (18) Js 37,3 . (19) Js 37,6 . (20) Js 37,10 . (21) Js 37,21 . (22) Js 37,33 . (23) Js 38,1 . (24) Js 38,5 .

8. act. qal jussief tweede persoon mannelijk enkelvoud thîrâ´ (vrees) van het werkw. jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Taalgebruik in Tenach : jâr´â (vrezen, eerbied hebben) . Getalswaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 31 OF 211 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 1 . Tenach (40) . Js (8) : (1) Js 7,4 . (2) Js 10,24 . (3) Js 37,6 . (4) Js 41,10 . (5) Js 41,13 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,5 . (8) Js 44,2 .

11. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenach : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Getalswaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Tenach (108) . Js (36) . Js 1-39 (23) : (1) Js 1,8 . (2) Js 1,27 . (3) Js 3,16 . (4) Js 3,17 . (5) Js 4,4 . (6) Js 4,5 . (7) Js 8,18 . (8) Js 10,12 . (9) Js 10,24 . (10) Js 10,32 . (11) Js 12,6 . (12) Js 14,32 . (13) Js 16,1 . (14) Js 18,7 . (15) Js 24,23 . (16) Js 29,8 . (17) Js 31,4 . (18) Js 33,5 . (19) Js 33,20 . (20) Js 34,8 . (21) Js 35,10 . (22) Js 37,22 . (23) Js 37,32 . bëtsijjôn (in Sion) < bë + + tsijjôn (Sion) . Tenach (28) . Js (7) : (1) Js 4,3 . (2) Js 28,16. (3) Js 30,19 . (4) Js 31,9 . (5) Js 32,2 (bëtsèjôn) . (6) Js 33,14 . (7) Js 46,13 . mitstsijjôn (uit Sion) < min (uit) + tsijjôn (Sion) . Tenach (12) : (1) Js 2,3 . (2) Jr 9,18 . (3) Jl 4,16 . (4) Am 1,2 . (5) Mi 4,2 . (6) Ps 14,7 . (7) Ps 50,2 . (8) Ps 53,7 . (9) Ps 110,2 . (10) Ps 128,5 . (11) Ps 134,3 . (12) Ps 135,21 . Totaal Js 1 - 39 (29) . Totaal in Jesaja (29 + 18 = 47) .

Js 10,25 - Js 10,25 . Een rest keert terug - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25eti gar mikron kai pausetai è orgè o de thumos mou epi tèn boulèn autôn 25 adhuc enim paululum modicumque et consummabitur indignatio et furor meus super scelus eorum     25 Want nog een klein weinig, zo zal volbracht worden de gramschap, en Mijn toorn tot hun vernieling.   [25] Want nog een korte, zeer korte tijd, dan is mijn toorn voorbij; dan zal mijn woede hen wegvagen.   [25] Want nog een korte tijd, dan is de maat van mijn toorn vol en richt mijn woede zich op zijn ondergang.   25 want nog maar ‘een klein weinig’, – dan is mijn woede ten einde en leeft mijn toorn zich uit op hun verval.   25. mais encore quelques instants et la fureur prendra fin, et ma colère causera leur perte.  

King James Bible . [25] For yet a very little while, and the indignation shall cease, and mine anger in their destruction.
Luther-Bibel . 25 Denn es ist nur noch eine kleine Weile, so wird meine Ungnade ein Ende haben, und mein Zorn wird sich richten auf sein Verderben.

Tekstuitleg van Js 10,25 .

Js 10,26 - Js 10,26 . Een rest keert terug - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26kai epegerei o theos ep' autous kata tèn plègèn tèn madiam en topô thlipseôs kai o thumos autou tè odô tè kata thalassan eis tèn odon tèn kat' aigupton  26 et suscitabit super eum Dominus exercituum flagellum iuxta plagam Madian in petra Oreb et virgam suam super mare et levabit eam in via Aegypti    26 Want de HEERE der heirscharen zal tegen hem een gesel verwekken, gelijk de slachting van Midian was aan de rots van Oreb; en gelijk Zijn staf over de zee was, denwelken Hij verheffen zal, naar de wijze der Egyptenaren.   [26] Dan striemt de heer van de machten hem met de gesel; zoals Hij eens Midjan heeft geslagen bij de rots van Oreb, zwaait Hij zijn staf hoog tegen de zee, zoals eens in Egypte.   [26] Dan zal de HEER van de hemelse machten hem met een gesel slaan, zoals Midjan bij de Rots van Oreb is geslagen; hij zal zijn stok opnemen tegen de zee, zoals hij eerder bij Egypte deed.   26 Opzwepen zal over hem de ENE, de Omschaarde, een gesel,– zoals hij eens Midjan heeft geslagen bij de Ravenrots; en zijn staf over de zee, opheffen zal hij die op de wijze van eens in Egypte.   26. Yahvé Sabaot va brandir contre lui un fouet, comme il frappa Madiân au rocher d'Oreb; il va brandir son bâton contre la mer, comme il l'a levé sur le chemin d'Égypte.  

King James Bible . [26] And the LORD of hosts shall stir up a scourge for him according to the slaughter of Midian at the rock of Oreb: and as his rod was upon the sea, so shall he lift it up after the manner of Egypt.
Luther-Bibel . 26 Alsdann wird der HERR Zebaoth eine Geißel über ihn schwingen wie in der Schlacht Midians am Rabenfelsen und wird seinen Stab, den er am Meer brauchte, aufheben wie in Ägypten.

Tekstuitleg van Js 10,26 .

Js 10,27 - Js 10,27 . Een rest keert terug - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,20 - Js 10,21 - Js 10,22 - Js 10,23 - Js 10,24 - Js 10,25 - Js 10,26 - Js 10,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27kai estai en tè èmera ekeinè afairethèsetai o fobos autou apo sou kai o zugos autou apo tou ômou sou kai kataftharèsetai o zugos apo tôn ômôn umôn  27 et erit in die illa auferetur onus eius de umero tuo et iugum eius de collo tuo et conputrescet iugum a facie olei     27 En het zal geschieden ten zelfden dage, dat zijn last zal afwijken van uw schouder, en zijn juk van uw hals; en het juk zal verdorven worden, om des Gezalfden wil.   [27] Zij* komen uit de richting van Rimmon,  [27] Op die dag glijdt de last van Assur van uw schouders en wordt uw nek van dat juk bevrijd.’ [27] Op die dag wordt de Assyrische last van je schouders genomen, je nek wordt van zijn juk bevrijd; het sterke juk zal verbrijzeld worden.   27 Geschieden zal het te dien dage: wijken zal zijn last van je schouder, zijn juk van je hals; weggerot is een juk dan al van vuil en vet!  27. Ce jour-là, son fardeau glissera de ton épaule et son joug de ta nuque, et le joug sera détruit ... 

King James Bible . [27] And it shall come to pass in that day, that his burden shall be taken away from off thy shoulder, and his yoke from off thy neck, and the yoke shall be destroyed because of the anointing.
Luther-Bibel . 27 Zu der Zeit wird seine Last von deiner Schulter weichen müssen und sein Joch von deinem Halse. Er zieht herauf von Rimmon,

Tekstuitleg van Js 10,27 .

- Js 10,27b-34 . De vijand voor de poort - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,27b-34 -- Js 10,28 - Js 10,29 - Js 10,30 - Js 10,31 - Js 10,32 - Js 10,33 - Js 10,34 -

Js 10,28 - Js 10,28 . De vijand voor de poort - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,27b-34 -- Js 10,28 - Js 10,29 - Js 10,30 - Js 10,31 - Js 10,32 - Js 10,33 - Js 10,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28èxei gar eis tèn polin aggai kai pareleusetai eis magedô kai en machmas thèsei ta skeuè autou  28 veniet in Aiath transibit in Magron apud Machmas commendabit vasa sua     28 Hij komt te Ajath, hij trekt door Migron; te Michmas legt hij zijn gereedschap af.   [28] overvallen Ajjat, trekken door Migron, in Mikmas legeren zij de manschappen met bagage.   [28] Ze rukken op naar Ajjat, ze trekken door Migron; ze laten de legertros bij Michmas achter, met de hele uitrusting.   28 Neerkomen zal hij op Ajat, oversteken door Migron,– aan Michmas zijn spullen toevertrouwen.   28. Il est arrivé sur Ayyat, il a passé à Migrôn, à Mikmas il a laissé ses bagages. 

King James Bible . [28] He is come to Aiath, he is passed to Migron; at Michmash he hath laid up his carriages:
Luther-Bibel . 28 er kommt nach Aja. Er zieht durch Migron, er lässt seinen Tross zu Michmas.

Tekstuitleg van Js 10,28 .

Js 10,29 - Js 10,29 . De vijand voor de poort - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,27b-34 -- Js 10,28 - Js 10,29 - Js 10,30 - Js 10,31 - Js 10,32 - Js 10,33 - Js 10,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29kai pareleusetai faragga kai èxei eis aggai fobos lèmpsetai rama polin saoul feuxetai  29 transierunt cursim Gabee sedes nostra obstipuit Rama Gabaath Saulis fugit     29 Zij trekken door den doorgang, te Geba houden zij hun vernachting; Rama beeft, Gibea Sauls vlucht.  [29] Zij trekken de bergpas over, overnachten in Geba. Rama beeft, Gibea van Saul slaat op de vlucht.   [29] Ze steken het ravijn over. ‘In Geba zullen we overnachten!’ Rama siddert, Gibea van Saul vlucht weg.   29 Oversteken zullen ze de pas: ‘Geva is ons het nachtkwartier!’– huiveren zal Rama, Gibea–van–Saul op de vlucht slaan.   29. Ils ont passé par le défilé, Géba est pour nous une étape, Rama a frémi, Gibéa de Saül a fui.  

King James Bible . [29] They are gone over the passage: they have taken up their lodging at Geba; Ramah is afraid; Gibeah of Saul is fled.
Luther-Bibel . 29 Sie ziehen durch den engen Weg, bleiben in Geba über Nacht. Rama erschrickt, das Gibea Sauls flieht.

Tekstuitleg van Js 10,29 .

Js 10,30 - Js 10,30 . De vijand voor de poort - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,27b-34 -- Js 10,28 - Js 10,29 - Js 10,30 - Js 10,31 - Js 10,32 - Js 10,33 - Js 10,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
30è thugatèr gallim epakousetai laisa epakousetai anathôth  30 hinni voce tua filia Gallim adtende Laisa paupercula Anathoth     30 Roep luide met uw stem, gij dochter van Gallim! laat ze horen tot Lais toe, o ellendige Anathoth!   [30] Gil het uit, Bat-Gallim, luister, Laïs, geef antwoord, Anatot!   [30] Gil het uit, Bat-Gallim! Laïs, geef gehoor! Neem die kreten over,* Anatot!   30 Laat gillen je stem, dochter van Galiem,– merk op, Laisja, antwoord haar, Anatot!   30. Fais retentir ta voix, Bat-Gallim, sois attentive, Laïsha! Réponds-lui, Anatot!  

King James Bible . [30] Lift up thy voice, O daughter of Gallim: cause it to be heard unto Laish, O poor Anathoth.
Luther-Bibel . 30 Du Tochter Gallim, schreie laut! Merke auf, Lajescha; gib ihm Antwort, Anatot!

Tekstuitleg van Js 10,30 .

Js 10,31 - Js 10,31 . De vijand voor de poort - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,27b-34 -- Js 10,28 - Js 10,29 - Js 10,30 - Js 10,31 - Js 10,32 - Js 10,33 - Js 10,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
31exestè madebèna kai oi katoikountes gibbir parakaleite  31 migravit Medemena habitatores Gebim confortamini     31 Madmena vliedt weg, de inwoners van Gebim vluchten met hopen.   [31] Madmena neemt de vlucht, de inwoners van Gebim stuiven weg.   [31] Madmena slaat op de vlucht, de inwoners van Gebim houden zich schuil.   31 Madmena heeft de wijk genomen,– gezetenen van de Geviem brengen zich in veiligheid.  31. Madména s'est enfuie; les habitants de Gébîm se sont mis à l'abri.  

King James Bible . [31] Madmenah is removed; the inhabitants of Gebim gather themselves to flee.
Luther-Bibel . 31 Madmena weicht, die Bürger von Gebim laufen davon.

Tekstuitleg van Js 10,31 .

Js 10,32 - Js 10,32 . De vijand voor de poort - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,27b-34 -- Js 10,28 - Js 10,29 - Js 10,30 - Js 10,31 - Js 10,32 - Js 10,33 - Js 10,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
32sèmeron en odô tou meinai tè cheiri parakaleite to oros tèn thugatera siôn kai oi bounoi oi en ierousalèm 32 adhuc dies est ut in Nob stetur agitabit manum suam super montem filiae Sion collem Hierusalem     32 Nog een dag blijft hij te Nob; hij zal er zijn hand bewegen tegen den berg der dochter van Sion, den heuvel van Jeruzalem.   [32] Vandaag nog staat de vijand in Nob, hij balt zijn vuist al tegen de berg Sion, tegen de heuvel van Jeruzalem.   [32] Vandaag nog houden ze halt bij Nob, ze ballen de vuist tegen de Sion, tegen de heuvel van Jeruzalem.   32 Vandaag nog zal hij in Nov staan,– met zijn hand zwaaien naar de berg van de dochter Sions, de heuvel van Jeruzalem. ••   32. Aujourd'hui même, à Nob, lors d'une halte, il agitera la main vers la montagne de la fille de Sion, la colline de Jérusalem.  

King James Bible . [32] As yet shall he remain at Nob that day: he shall shake his hand against the mount of the daughter of Zion, the hill of Jerusalem.
Luther-Bibel . 32 Noch heute wird er Halt machen in Nob; er wird seine Hand ausstrecken gegen den Berg der Tochter Zion, gegen den Hügel Jerusalems.

Tekstuitleg van Js 10,32 .

9. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenach : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Getalswaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Tenach (108) . Js (36) . Js 1-39 (23) : (1) Js 1,8 . (2) Js 1,27 . (3) Js 3,16 . (4) Js 3,17 . (5) Js 4,4 . (6) Js 4,5 . (7) Js 8,18 . (8) Js 10,12 . (9) Js 10,24 . (10) Js 10,32 . (11) Js 12,6 . (12) Js 14,32 . (13) Js 16,1 . (14) Js 18,7 . (15) Js 24,23 . (16) Js 29,8 . (17) Js 31,4 . (18) Js 33,5 . (19) Js 33,20 . (20) Js 34,8 . (21) Js 35,10 . (22) Js 37,22 . (23) Js 37,32 . bëtsijjôn (in Sion) < bë + + tsijjôn (Sion) . Tenach (28) . Js (7) : (1) Js 4,3 . (2) Js 28,16. (3) Js 30,19 . (4) Js 31,9 . (5) Js 32,2 (bëtsèjôn) . (6) Js 33,14 . (7) Js 46,13 . mitstsijjôn (uit Sion) < min (uit) + tsijjôn (Sion) . Tenach (12) : (1) Js 2,3 . (2) Jr 9,18 . (3) Jl 4,16 . (4) Am 1,2 . (5) Mi 4,2 . (6) Ps 14,7 . (7) Ps 50,2 . (8) Ps 53,7 . (9) Ps 110,2 . (10) Ps 128,5 . (11) Ps 134,3 . (12) Ps 135,21 . Totaal Js 1 - 39 (29) . Totaal in Jesaja (29 + 18 = 47) .

7. - 9. bath tsijjôn (dochter van Sion) . Tenach (19 + 4 = 23X) . Js (4) : (1) Js 1,8 . (2) Js 37,22 . (3) Js 52,2 . (4) Js 62,11 . Zie ook be(j)th tsijjôn (huis van Sion) , slechts in Js 10,32 . ´èl har bath tsijjôn (naar de berg van de dochter van Sion) . Tenach (1) Js 16,1 . har be(j)th tsijjôn (de berg van het huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .

b
Js 10,33 - Js 10,33 . De vijand voor de poort - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,27b-34 -- Js 10,28 - Js 10,29 - Js 10,30 - Js 10,31 - Js 10,32 - Js 10,33 - Js 10,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
33idou gar o despotès kurios sabaôth suntarassei tous endoxous meta ischuos kai oi upsèloi tè ubrei suntribèsontai kai oi upsèloi tapeinôthèsontai 33 ecce Dominator Dominus exercituum confringet lagunculam in terrore et excelsi statura succidentur et sublimes humiliabuntur     33 Doch ziet, de Heere HEERE der heirscharen zal met geweld de takken afkappen, en die hoog van gestalte zijn, zullen nedergehouwen worden; en de verhevenen zullen vernederd worden.   [33] Met vreselijk geweld hakt de Heer, de heer van de machten, de takken door. De trotse reuzen worden kleingemaakt, en de hooghartigste worden vernederd.   [33] God, de HEER van de hemelse machten, houwt met geweld hun takken af; de hoogste bomen worden omgehakt, de statigste stammen komen ten val.   33 Zie, de Heer, de ENE, de Omschaarde, kapt een loverkroon met geweld,– de rijzigen van stam worden omgehakt, die hoog stonden vernederd.   33. Voici que le Seigneur Yahvé Sabaot émonde la frondaison avec violence, les plus hautes cimes sont coupées, les plus fières sont abaissées.  

King James Bible . [33] Behold, the Lord, the LORD of hosts, shall lop the bough with terror: and the high ones of stature shall be hewn down, and the haughty shall be humbled.
Luther-Bibel . 33 Aber siehe, der Herr, der HERR Zebaoth, wird die Äste mit Macht abhauen und was hoch aufgerichtet steht niederschlagen, dass die Hohen erniedrigt werden.

Tekstuitleg van Js 10,33 .

b
Js 10,34 - Js 10,34 . De vijand voor de poort - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 10 -- Js 10,1-4 -- Js 10,5-19 -- Js 10,20-27a -- Js 10,27b-34 -- Js 10,28 - Js 10,29 - Js 10,30 - Js 10,31 - Js 10,32 - Js 10,33 - Js 10,34 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
34kai pesountai oi upsèloi machaira o de libanos sun tois upsèlois peseitai 34 et subvertentur condensa saltus ferro et Libanus cum excelsis cadet     34 En Hij zal met ijzer de verwarde struiken des wouds omhouwen; en de Libanon zal vallen door den Heerlijke.   [34] Het struikgewas in het bos wordt met de bijl neergeslagen; de Libanon wordt door een machtige kleingemaakt.   [34] Met een bijl kapt hij de struiken weg. Heel de Libanon wordt door de Machtige geveld.  34 Hij velt het dichte gewas van het woud met het ijzer,– de Libanon zal door een geweldige vallen.   34. Ils seront coupés par le fer, les halliers de la forêt, et sous les coups d'un Puissant, le Liban tombera.  

King James Bible . [34] And he shall cut down the thickets of the forest with iron, and Lebanon shall fall by a mighty one.
Luther-Bibel . 34 Und der dichte Wald wird mit dem Eisen umgehauen werden, und der Libanon wird fallen durch einen Mächtigen.

Tekstuitleg van Js 10,34 .


SEPTUAGINTA

10 1ouai tois grafousin ponèrian grafontes gar ponèrian grafousin2ekklinontes krisin ptôchôn arpazontes krima penètôn tou laou mou ôste einai autois chèran eis arpagèn kai orfanon eis pronomèn3kai ti poièsousin en tè èmera tès episkopès è gar thlipsis umin porrôthen èxei kai pros tina katafeuxesthe tou boèthèthènai kai pou kataleipsete tèn doxan umôn4tou mè empesein eis epagôgèn epi pasi toutois ouk apestrafè o thumos all' eti è cheir upsèlè5ouai assuriois è rabdos tou thumou mou kai orgès estin en tais chersin autôn6tèn orgèn mou eis ethnos anomon apostelô kai tô emô laô suntaxô poièsai skula kai pronomèn kai katapatein tas poleis kai theinai autas eis koniorton7autos de ouch outôs enethumèthè kai tè psuchè ouch outôs lelogistai alla apallaxei o nous autou kai tou ethnè exolethreusai ouk oliga8kai ean eipôsin autô su monos ei archôn9kai erei ouk elabon tèn chôran tèn epanô babulônos kai chalannè ou o purgos ôkodomèthè kai elabon arabian kai damaskon kai samareian10on tropon tautas elabon en tè cheiri mou kai pasas tas archas lèmpsomai ololuxate ta glupta en ierousalèm kai en samareia11on tropon gar epoièsa samareia kai tois cheiropoiètois autès outôs poièsô kai ierousalèm kai tois eidôlois autès12kai estai otan suntelesè kurios panta poiôn en tô orei siôn kai en ierousalèm epaxei epi ton noun ton megan ton archonta tôn assuriôn kai epi to upsos tès doxès tôn ofthalmôn autou13eipen gar tè ischui poièsô kai tè sofia tès suneseôs afelô oria ethnôn kai tèn ischun autôn pronomeusô kai seisô poleis katoikoumenas14kai tèn oikoumenèn olèn katalèmpsomai tè cheiri ôs nossian kai ôs kataleleimmena ôa arô kai ouk estin os diafeuxetai me è anteipè moi15mè doxasthèsetai axinè aneu tou koptontos en autè è upsôthèsetai priôn aneu tou elkontos auton ôsautôs ean tis arè rabdon è xulon16kai ouch outôs alla apostelei kurios sabaôth eis tèn sèn timèn atimian kai eis tèn sèn doxan pur kaiomenon kauthèsetai17kai estai to fôs tou israèl eis pur kai agiasei auton en puri kaiomenô kai fagetai ôsei chorton tèn ulèn tè èmera ekeinè18aposbesthèsetai ta orè kai oi bounoi kai oi drumoi kai katafagetai apo psuchès eôs sarkôn kai estai o feugôn ôs o feugôn apo flogos kaiomenès19kai oi kataleifthentes ap' autôn esontai arithmos kai paidion grapsei autous20kai estai en tè èmera ekeinè ouketi prostethèsetai to kataleifthen israèl kai oi sôthentes tou iakôb ouketi mè pepoithotes ôsin epi tous adikèsantas autous alla esontai pepoithotes epi ton theon ton agion tou israèl tè alètheia21kai estai to kataleifthen tou iakôb epi theon ischuonta22kai ean genètai o laos israèl ôs è ammos tès thalassès to kataleimma autôn sôthèsetai logon gar suntelôn kai suntemnôn en dikaiosunè23oti logon suntetmèmenon poièsei o theos en tè oikoumenè olè24dia touto tade legei kurios sabaôth mè fobou o laos mou oi katoikountes en siôn apo assuriôn oti en rabdô pataxei se plègèn gar egô epagô epi se tou idein odon aiguptou25eti gar mikron kai pausetai è orgè o de thumos mou epi tèn boulèn autôn26kai epegerei o theos ep' autous kata tèn plègèn tèn madiam en topô thlipseôs kai o thumos autou tè odô tè kata thalassan eis tèn odon tèn kat' aigupton27kai estai en tè èmera ekeinè afairethèsetai o fobos autou apo sou kai o zugos autou apo tou ômou sou kai kataftharèsetai o zugos apo tôn ômôn umôn28èxei gar eis tèn polin aggai kai pareleusetai eis magedô kai en machmas thèsei ta skeuè autou29kai pareleusetai faragga kai èxei eis aggai fobos lèmpsetai rama polin saoul feuxetai30è thugatèr gallim epakousetai laisa epakousetai anathôth31exestè madebèna kai oi katoikountes gibbir parakaleite32sèmeron en odô tou meinai tè cheiri parakaleite to oros tèn thugatera siôn kai oi bounoi oi en ierousalèm33idou gar o despotès kurios sabaôth suntarassei tous endoxous meta ischuos kai oi upsèloi tè ubrei suntribèsontai kai oi upsèloi tapeinôthèsontai34kai pesountai oi upsèloi machaira o de libanos sun tois upsèlois peseitai


VULGAAT

1 vae qui condunt leges iniquas et scribentes iniustitiam scripserunt 2 ut opprimerent in iudicio pauperes et vim facerent causae humilium populi mei ut essent viduae praeda eorum et pupillos diriperent 3 quid facietis in die visitationis et calamitatis de longe venientis ad cuius fugietis auxilium et ubi derelinquetis gloriam vestram 4 ne incurvemini sub vinculo et cum interfectis cadatis super omnibus his non est aversus furor eius sed adhuc manus eius extenta 5 vae Assur virga furoris mei et baculus ipse in manu eorum indignatio mea 6 ad gentem fallacem mittam eum et contra populum furoris mei mandabo illi ut auferat spolia et diripiat praedam et ponat illum in conculcationem quasi lutum platearum 7 ipse autem non sic arbitrabitur et cor eius non ita aestimabit sed ad conterendum erit cor eius et ad internicionem gentium non paucarum 8 dicet enim 9 numquid non principes mei simul reges sunt numquid non ut Charchamis sic Chalanno et ut Arfad sic Emath numquid non ut Damascus sic Samaria 10 quomodo invenit manus mea regna idoli sic et simulacra eorum de Hierusalem et de Samaria 11 numquid non sicut feci Samariae et idolis eius sic faciam Hierusalem et simulacris eius 12 et erit cum impleverit Dominus cuncta opera sua in monte Sion et in Hierusalem visitabo super fructum magnifici cordis regis Assur et super gloriam altitudinis oculorum eius 13 dixit enim in fortitudine manus meae feci et in sapientia mea intellexi et abstuli terminos populorum et principes eorum depraedatus sum et detraxi quasi potens in sublime residentes 14 et invenit quasi nidum manus mea fortitudinem populorum et sicut colliguntur ova quae derelicta sunt sic universam terram ego congregavi et non fuit qui moveret pinnam et aperiret os et ganniret 15 numquid gloriabitur securis contra eum qui secat in ea aut exaltabitur serra contra eum a quo trahitur quomodo si elevetur virga contra levantem se et exaltetur baculus qui utique lignum est 16 propter hoc mittet Dominator Deus exercituum in pinguibus eius tenuitatem et subtus gloriam eius succensa ardebit quasi conbustio ignis 17 et erit lumen Israhel in igne et Sanctus eius in flamma et succendetur et devorabitur spina eius et vepres in die una 18 et gloria saltus eius et Carmeli eius ab anima usque ad carnem consumetur et erit terrore profugus 19 et reliquiae ligni saltus eius pro paucitate numerabuntur et puer scribet eos 20 et erit in die illa non adiciet residuum Israhel et hii qui fugerint de domo Iacob inniti super eo qui percutit eos sed innitetur super Dominum Sanctum Israhel in veritate 21 reliquiae convertentur reliquiae inquam Iacob ad Deum fortem 22 si enim fuerit populus tuus Israhel quasi harena maris reliquiae convertentur ex eo consummatio adbreviata inundabit iustitiam 23 consummationem enim et adbreviationem Dominus Deus exercituum faciet in medio omnis terrae 24 propter hoc haec dicit Dominus Deus exercituum noli timere populus meus habitator Sion ab Assur in virga percutiet te et baculum suum levabit super te in via Aegypti 25 adhuc enim paululum modicumque et consummabitur indignatio et furor meus super scelus eorum 26 et suscitabit super eum Dominus exercituum flagellum iuxta plagam Madian in petra Oreb et virgam suam super mare et levabit eam in via Aegypti 27 et erit in die illa auferetur onus eius de umero tuo et iugum eius de collo tuo et conputrescet iugum a facie olei 28 veniet in Aiath transibit in Magron apud Machmas commendabit vasa sua 29 transierunt cursim Gabee sedes nostra obstipuit Rama Gabaath Saulis fugit 30 hinni voce tua filia Gallim adtende Laisa paupercula Anathoth 31 migravit Medemena habitatores Gebim confortamini 32 adhuc dies est ut in Nob stetur agitabit manum suam super montem filiae Sion collem Hierusalem 33 ecce Dominator Dominus exercituum confringet lagunculam in terrore et excelsi statura succidentur et sublimes humiliabuntur 34 et subvertentur condensa saltus ferro et Libanus cum excelsis cadet