BIJBELBOEK Jesaja - Js -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR - - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 12 -- Js 12,1-6 -
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.


- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach :Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - Z -

Overzicht : Js (Jesaja) : overzicht , Js : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Js : commentaar ,

verzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Jesaja vers per vers - Js 12,1 - Js 12,2 - Js 12,3 - Js 12,4 - Js 12,5 - Js 12,6 -



- Js 12,1-6. Loflied van de geredden - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 12 -- Js 12,1-6 -- Js 12,1 - Js 12,2 - Js 12,3 - Js 12,4 - Js 12,5 - Js 12,6 -

Js 12,1 - Js 12,1. Loflied van de geredden - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 12 -- Js 12,1-6 -- Js 12,1 - Js 12,2 - Js 12,3 - Js 12,4 - Js 12,5 - Js 12,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12 1kai ereis en tè èmera ekeinè eulogèsô se kurie dioti ôrgisthès moi kai apestrepsas ton thumon sou kai èleèsas me  1 et dices in illa die confitebor tibi Domine quoniam iratus es mihi conversus est furor tuus et consolatus es me    1 En te dienzelfden dage zult gij zeggen: Ik dank U, HEERE! dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd, en Gij troost mij.   Loflied van de geredden [1] Op* die dag zult u zeggen: [1] ‘Ik loof U, heer; U was woedend op mij, maar uw woede is bedaard en U hebt mij getroost.   [1] Op die dag zul je zeggen: ‘Ik zal u loven, HEER. U bent woedend op mij geweest, maar uw toorn is geweken, u troost mij.   1 ¶ Zeggen zul je te dien dage: ik dank u, ENE, dat ge toornig op mij zijt geweest,– uw toorn is gekeerd en ge troost mij.   1. Et tu diras, en ce jour-lŕ : Je te loue, Yahvé, car tu as été en colčre contre moi. Puisse ta colčre se détourner, puisses-tu me consoler.  

King James Bible. [1] And in that day thou shalt say, O LORD, I will praise thee: though thou wast angry with me, thine anger is turned away, and thou comfortedst me.
Luther-Bibel. 12 1 Zu der Zeit wirst du sagen: Ich danke dir, HERR, dass du bist zornig gewesen über mich und dein Zorn sich gewendet hat und du mich tröstest.

Tekstuitleg van Js 12,1.

Js 12,2 - Js 12,2. Loflied van de geredden - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 12 -- Js 12,1-6 -- Js 12,1 - Js 12,2 - Js 12,3 - Js 12,4 - Js 12,5 - Js 12,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 2 ἰδοὺ ὁ Θεός μου σωτήρ μου Κύριος, πεποιθὼς ἔσομαι ἐπ᾿ αὐτῷ καὶ σωθήσομαι ἐν αὐτῷ καὶ οὐ φοβηθήσομαι, διότι ἡ δόξα μου καὶ ἡ αἴνεσίς μου Κύριος καὶ ἐγένετό μοι εἰς σωτηρίαν. 2 ecce Deus salvator meus fiducialiter agam et non timebo quia fortitudo mea et laus mea Dominus Deus et factus est mihi in salutem    2 Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden.   [2] God is mijn redding! Ik vrees niet, ik ben vol vertrouwen: de heer is mijn sterkte en kracht, Hij is mijn redding geworden.’   [2] God, hij is mijn redder. Ik heb een vast vertrouwen, ik wankel niet, want de HEER is mijn sterkte, hij is mijn beschermer, hij heeft mij redding gebracht.’   2 Zie, God is mijn heil, ik weet mij veilig en word niet verschrikt; want mijn sterkte en mijn muziek is hij, de ENE, en hij is mij tot heil.  2. Voici le Dieu de mon salut : j'aurai confiance et je ne tremblerai plus, car ma force et mon chant c'est Yahvé, il a été mon salut.  

King James Bible. [2] Behold, God is my salvation; I will trust, and not be afraid: for the LORD JEHOVAH is my strength and my song; he also is become my salvation.
Luther-Bibel. 2 Siehe, Gott ist mein Heil, ich bin sicher und fürchte mich nicht; denn Gott der HERR ist meine Stärke und mein Psalm und ist mein Heil.

הִנֵּה אֵל יְשׁוּעָתִי אֶבְטַח, וְלֹא אֶפְחָד:  כִּי-עָזִּי וְזִמְרָת יָהּ יְהוָה, וַיְהִי-לִי לִישׁוּעָה.

Tekstuitleg van Js 12,2.

Ex 15,2. עָזִּי וְזִמְרָת יָהּ וַיְהִי־לִי לִישׁוּעָה (= `ozî wëzimrâth jâh wajehî lî lîsjô`âh: mijn sterkte en kracht is JH; hij werd mij tot redding). Tenakh (3): (1) Ex 15,2. (2) Js 12,1 (Lied van de gereddenen). (3) Ps 118,14.
- Ps 118,14: כִּי-עָזִּי וְזִמְרָת יָהּ יְהוָה, וַיְהִי-לִי לִישׁוּעָה ( (= kî `ozî wëzimrâth jâh: JHWH wajehî lî lîsjô`âh: mijn sterkte en kracht is JH; JHWH werd mij tot redding).
- Js 12,1: כִּי-עָזִּי וְזִמְרָת יָהּ יְהוָה, וַיְהִי-לִי לִישׁוּעָה (= kî `ozî wëzimrâth jâh: JHWH wajehî lî lîsjô`âh: mijn sterkte en kracht is JH; JHWH werd mij tot redding).
- Ex 15,2: βοηθὸς καὶ σκεπαστὴς ἐγένετό μοι εἰς σωτηρίαν (= boèthos kai skepastès egeneto moi eis sôtèrion: helper en beschermer werd voor mij tot redding.)
- Js 12,1: 2 διότι ἡ δόξα μου καὶ ἡ αἴνεσίς μου Κύριος καὶ ἐγένετό μοι εἰς σωτηρίαν. (dioti hè doksa mou kai hè ainesis mou Kurios kai egeneto moi eis sôtèrion: daarom is de Heer mijn heerlijkheid en mijn lofzang en Hij werd mij tot redding).
- Ps 118,14: ἰσχύς μου καὶ ὕμνησίς μου ὁ Κύριος καὶ ἐγένετό μοι εἰς σωτηρίαν (= ischus mou kai humnèsis mou ho Kurios kai egeneto moi eis sôtèrian: mijn sterkte en mijn lofgezang is de Heer en de Heer werd mij tot redding).

12. wajëhî (en hij was) < wë + qal imperf. 3de pers. enk. van het werkw. hâjâh (zijn). Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn). Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn). Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5). Structuur : 5 - 1 - 5. Gr. eimi (zijn). Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn). Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn). Lat. esse. D. sein. Fr. être. Ned. zijn. E. to be. Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450). Tenach (784). Pentateuch (181). Js (11) : (1) Js 7,1. (2) Js 9,18. (3) Js 12,2. (4) Js 22,7. (5) Js 36,1. (6) Js 37,1. (7) Js 37,38. (8) Js 38,4. (9) Js 48,18. (10) Js 48,19. (11) Js 63,8.


Js 12,3 - Js 12,3. Loflied van de geredden - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 12 -- Js 12,1-6 -- Js 12,1 - Js 12,2 - Js 12,3 - Js 12,4 - Js 12,5 - Js 12,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai antlèsete udôr met´ eufrosunès ek tôn pègôn tou sôtèriou  3 haurietis aquas in gaudio de fontibus salvatoris     3 En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils;   [3] En u zult vol vreugde water putten uit de bronnen van de redding.   [3] Vol vreugde zullen jullie water putten uit de bron van de redding.   3 Met vreugde zult ge water scheppen,– uit de bronnen van het heil.  3. Dans l'allégresse vous puiserez de l'eau aux sources du salut.  

King James Bible. [3] Therefore with joy shall ye draw water out of the wells of salvation.
Luther-Bibel. 3 Ihr werdet mit Freuden Wasser schöpfen aus den Heilsbrunnen.

Tekstuitleg van Js 12,3.

Js 12,4 - Js 12,4. Loflied van de geredden - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 12 -- Js 12,1-6 -- Js 12,1 - Js 12,2 - Js 12,3 - Js 12,4 - Js 12,5 - Js 12,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai ereis en tè èmera ekeinè umneite kurion boate to onoma autou anaggeilate en tois ethnesin ta endoxa autou mimnèskesthe oti upsôthè to onoma autou  4 et dicetis in illa die confitemini Domino et invocate nomen eius notas facite in populis adinventiones eius mementote quoniam excelsum est nomen eius     4 En zult te dienzelfden dage zeggen: Dankt den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is.   [4] Op die dag zult u zeggen: ‘Loof de heer, roep zijn naam, maak onder de volken zijn daden bekend, verkondig zijn hoogverheven naam.   [4] Op die dag zullen jullie zeggen: ‘Loof de HEER, roep zijn naam uit. Maak alle volken zijn daden bekend, verkondig zijn verheven naam.  4 ¶ Zeggen zult ge te dien dage: brengt dank aan de ENE, roept zijn naam aan, doet in de gemeenschappen zijn werken weten; maakt indachtig dat zijn naam hoogverheven is.  4. Et vous direz, en ce jour-lŕ : Louez Yahvé, invoquez son nom, annoncez aux peuples ses hauts faits, rappelez que son nom est sublime.  

King James Bible. [4] And in that day shall ye say, Praise the LORD, call upon his name, declare his doings among the people, make mention that his name is exalted.
Luther-Bibel. 4 Und ihr werdet sagen zu der Zeit: Danket dem HERRN, rufet an seinen Namen! Machet kund unter den Völkern sein Tun, verkündiget, wie sein Name so hoch ist!

Tekstuitleg van Js 12,4.

4. act. hifil imperatief 2de pers. mann. mv. hôdû (looft, prijst) van het werkw. jâdah (loven, prijzen). Taalgebruik in Tenakh : jâdah (loven, prijzen). Getalwaarde : jod = 10 , daleth = 4 , he = 5 ; totaal 19. Tenakh (19). Latere Profeten (2). 12 Kleine Profeten (3). Geschriften (3). Js (1) : Js 12,4.

4. - 5. hôdû laJHWH (looft, prijst voor JHWH). Tenakh (10) : (1) 1 Kr 16,8. (2) 1 Kr 16,34. (3) 1 Kr 16,34. (4) Ps 33,2. (5) Ps 105,1. (6) Ps 106,1. (7) Ps 118,1. (8) Ps 118,29. (9) Ps 136,1. (10) Js 12,4.

Js 12,5 - Js 12,5. Loflied van de geredden - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 12 -- Js 12,1-6 -- Js 12,1 - Js 12,2 - Js 12,3 - Js 12,4 - Js 12,5 - Js 12,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5umnèsate to onoma kuriou oti upsèla epoièsen anaggeilate tauta en pasè tè gè 5 cantate Domino quoniam magnifice fecit adnuntiate hoc in universa terra     5 Psalmzingt den HEERE, want Hij heeft heerlijke dingen gedaan; zulks zij bekend op den gansen aardbodem.   [5] Zing voor de heer, want Hij deed grootse dingen, laat het bekend zijn over heel de aarde!   [5] Zing een lied voor de HEER: wonderbaarlijk zijn zijn daden. Laat heel de aarde dit weten.   5 Maakt muziek voor de ENE want grote dingen heeft hij gedaan; geweten zij dit op heel de aarde.  5. Chantez Yahvé, car il a fait de grandes choses, qu'on le proclame sur toute la terre.  

King James Bible. [5] Sing unto the LORD; for he hath done excellent things: this is known in all the earth.
Luther-Bibel. 5 Lobsinget dem HERRN, denn er hat sich herrlich bewiesen. Solches sei kund in allen Landen!

Tekstuitleg van Js 12,5.

Js 12,6 - Js 12,6. Loflied van de geredden - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 12 -- Js 12,1-6 -- Js 12,1 - Js 12,2 - Js 12,3 - Js 12,4 - Js 12,5 - Js 12,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 6 ἀγαλλιᾶσθε καὶ εὐφραίνεσθε, οἱ κατοικοῦντες Σιών, ὅτι ὑψώθη ὁ ἅγιος τοῦ ᾿Ισραὴλ ἐν μέσῳ αὐτῆς. 6 exulta et lauda habitatio Sion quia magnus in medio tui Sanctus Israhel     6 Juich en zing vrolijk, gij inwoners van Sion! want de Heilige Israëls is groot in het midden van u.   [6] Juich en jubel, bewoners van Sion: de Heilige van Israël is groot in uw midden!’   [6] Jubel en juich, inwoners van Sion, want groot is de Heilige van Israël, die in jullie midden woont.’  6 Juich en jubel, al wat zetelt op Sion; want groot is in jouw midden de Heilige van Israël!   6. Pousse des cris de joie, des clameurs, habitante de Sion, car il est grand, au milieu de toi, le Saint d'Israël. Contre Babylone. 

King James Bible. [6] Cry out and shout, thou inhabitant of Zion: for great is the Holy One of Israel in the midst of thee.
Luther-Bibel. 6 Jauchze und rühme, du Tochter Zion; denn der Heilige Israels ist groß bei dir!

צַהֲלִי וָרֹנִּי, יוֹשֶׁבֶת צִיּוֹן:  כִּי-גָדוֹל בְּקִרְבֵּךְ, קְדוֹשׁ יִשְׂרָאֵל.  {ס}

Tekstuitleg van Js 12,6.

1. LXX: ἀγαλλιᾶσθε (agalliasthe: jubelt; wkw med of pass imperat 2de pers mv van het wkw αγαλλιαω = agalliaô: jubelen). LXX (7). NT (3).
- Vulg: exsulta (= spring op, verheug je; wkw act imperat 2de pers enk van het wkw ex-sultare: telkens opspringen, uitgelaten zijn, zich verheugen, blij zijn). Vulg (6): (1) Js 12,6.  (2) Js 49,13. (3) Jl 2,21. (4) Sef 3,14. (5) Zach 9,9. (6)  Apk 18,20.  

2. act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. rânnû van het werkw. rânan (roepen, jubelen, jammeren). Taalgebruik in Tenach : rânan (roepen, jubelen, jammeren). Getalwaarde : resj = 20 of 200 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 OF 300. Structuur : 2 - 5 - 5. Tenach (3) : (1) Js 44,23. (2) Js 49,13. (3) Jr 31,7. Zie ook : act. qal imperatief 2de pers. vr. enk. rânnî van het werkw. Tenach (5) : (1) Js 54,1. (2) Sef 3,14. (3) Zach 2,14. (4) Ps 32,7. (5) Kl 2,19. wâronnî (en roept). Tenach (1) : Js 12,6.

4. tsijjôn (Sion). Taalgebruik in Tenach : tsijjôn (Sion). Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion). Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion). Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26). Tenach (108). Js (36). Js 1-39 (23) : (1) Js 1,8. (2) Js 1,27. (3) Js 3,16. (4) Js 3,17. (5) Js 4,4. (6) Js 4,5. (7) Js 8,18. (8) Js 10,12. (9) Js 10,24. (10) Js 10,32. (11) Js 12,6. (12) Js 14,32. (13) Js 16,1. (14) Js 18,7. (15) Js 24,23. (16) Js 29,8. (17) Js 31,4. (18) Js 33,5. (19) Js 33,20. (20) Js 34,8. (21) Js 35,10. (22) Js 37,22. (23) Js 37,32. bëtsijjôn (in Sion) < bë + + tsijjôn (Sion). Tenach (28). Js (7) : (1) Js 4,3. (2) Js 28,16. (3) Js 30,19. (4) Js 31,9. (5) Js 32,2 (bëtsèjôn). (6) Js 33,14. (7) Js 46,13. mitstsijjôn (uit Sion) < min (uit) + tsijjôn (Sion). Tenach (12) : (1) Js 2,3. (2) Jr 9,18. (3) Jl 4,16. (4) Am 1,2. (5) Mi 4,2. (6) Ps 14,7. (7) Ps 50,2. (8) Ps 53,7. (9) Ps 110,2. (10) Ps 128,5. (11) Ps 134,3. (12) Ps 135,21. Totaal Js 1 - 39 (29). Totaal in Jesaja (29 + 18 = 47).

7. בְּקִרְבֵּךְ (= bqrbk bëqirëbekh: in jouw midden; prefix voorzetsel ב = bë: in + zn קרב = qèrèbh: midden + suffix pers vnw 2de pers vr enk). Zie קרב ִ= qârabh: naderen, nabij zijn. Taalgebruik in Tenach: qârabh (naderen, nabij zijn). Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 41 OF 302. Structuur : 1 - 2 - 2. Tenach (8) : (1) Js 12,6. (2) Jr 4,14. (3) Nah 3,13. (4) Sef 3,12. (5) Sef 3,15. (6) Sef 3,17. (7) Zach 14,1. (8) Ps 147,13.


Isaiah Chapter 12 יְשַׁעְיָהוּ

א  וְאָמַרְתָּ, בַּיּוֹם הַהוּא, אוֹדְךָ יְהוָה, כִּי אָנַפְתָּ בִּי; יָשֹׁב אַפְּךָ, וּתְנַחֲמֵנִי. 1 And in that day thou shalt say: 'I will give thanks unto Thee, O LORD; for though Thou was angry with me, Thine anger is turned away, and Thou comfortest me.
ב  הִנֵּה אֵל יְשׁוּעָתִי אֶבְטַח, וְלֹא אֶפְחָד:  כִּי-עָזִּי וְזִמְרָת יָהּ יְהוָה, וַיְהִי-לִי לִישׁוּעָה. 2 Behold, God is my salvation; I will trust, and will not be afraid; for GOD the LORD is my strength and song; and He is become my salvation.'
ג  וּשְׁאַבְתֶּם-מַיִם, בְּשָׂשׂוֹן, מִמַּעַיְנֵי, הַיְשׁוּעָה. 3 Therefore with joy shall ye draw water out of the wells of salvation.
ד  וַאֲמַרְתֶּם בַּיּוֹם הַהוּא, הוֹדוּ לַיהוָה קִרְאוּ בִשְׁמוֹ, הוֹדִיעוּ בָעַמִּים, עֲלִילֹתָיו; הַזְכִּירוּ, כִּי נִשְׂגָּב שְׁמוֹ. 4 And in that day shall ye say: 'Give thanks unto the LORD, proclaim His name, declare His doings among the peoples, make mention that His name is exalted.
ה  זַמְּרוּ יְהוָה, כִּי גֵאוּת עָשָׂה; מידעת (מוּדַעַת) זֹאת, בְּכָל-הָאָרֶץ. 5 Sing unto the LORD; for He hath done gloriously; this is made known in all the earth.
ו  צַהֲלִי וָרֹנִּי, יוֹשֶׁבֶת צִיּוֹן:  כִּי-גָדוֹל בְּקִרְבֵּךְ, קְדוֹשׁ יִשְׂרָאֵל.  {ס} 6 Cry aloud and shout, thou inhabitant of Zion, for great is the Holy One of Israel in the midst of thee.' {S}

SEPTUAGINTA

ΚΑΙ ἐρεῖς ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ· εὐλογήσω σε, Κύριε, διότι ὠργίσθης μοι καὶ ἀπέστρεψας τὸν θυμόν σου καὶ ἠλέησάς με. 2 ἰδοὺ ὁ Θεός μου σωτήρ μου Κύριος, πεποιθὼς ἔσομαι ἐπ᾿ αὐτῷ καὶ σωθήσομαι ἐν αὐτῷ καὶ οὐ φοβηθήσομαι, διότι ἡ δόξα μου καὶ ἡ αἴνεσίς μου Κύριος καὶ ἐγένετό μοι εἰς σωτηρίαν. 3 καὶ ἀντλήσατε ὕδωρ μετ᾿ εὐφροσύνης ἐκ τῶν πηγῶν τοῦ σωτηρίου. 4 καὶ ἐρεῖς ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ· ὑμνεῖτε Κύριον, βοᾶτε τὸ ὄνομα αὐτοῦ, ἀναγγείλατε ἐν τοῖς ἔθνεσι τὰ ἔνδοξα αὐτοῦ, μιμνήσκεσθε, ὅτι ὑψώθη τὸ ὄνομα αὐτοῦ. 5 ὑμνήσατε τὸ ὄνομα Κυρίου, ὅτι ὑψηλὰ ἐποίησεν· ἀναγγείλατε ταῦτα ἐν πάση τῇ γῇ. 6 ἀγαλλιᾶσθε καὶ εὐφραίνεσθε, οἱ κατοικοῦντες Σιών, ὅτι ὑψώθη ὁ ἅγιος τοῦ ᾿Ισραὴλ ἐν μέσῳ αὐτῆς.

12 1kai ereis en tè èmera ekeinè eulogèsô se kurie dioti ôrgisthès moi kai apestrepsas ton thumon sou kai èleèsas me2idou o theos mou sôtèr mou kurios pepoithôs esomai ep´ autô kai sôthèsomai en autô kai ou fobèthèsomai dioti è doxa mou kai è ainesis mou kurios kai egeneto moi eis sôtèrian3kai antlèsete udôr met´ eufrosunès ek tôn pègôn tou sôtèriou4kai ereis en tè èmera ekeinè umneite kurion boate to onoma autou anaggeilate en tois ethnesin ta endoxa autou mimnèskesthe oti upsôthè to onoma autou5umnèsate to onoma kuriou oti upsèla epoièsen anaggeilate tauta en pasè tè gè6agalliasthe kai eufrainesthe oi katoikountes siôn oti upsôthè o agios tou israèl en mesô autès


VULGAAT

1 et dices in illa die confitebor tibi Domine quoniam iratus es mihi conversus est furor tuus et consolatus es me 2 ecce Deus salvator meus fiducialiter agam et non timebo quia fortitudo mea et laus mea Dominus Deus et factus est mihi in salutem 3 haurietis aquas in gaudio de fontibus salvatoris 4 et dicetis in illa die confitemini Domino et invocate nomen eius notas facite in populis adinventiones eius mementote quoniam excelsum est nomen eius 5 cantate Domino quoniam magnifice fecit adnuntiate hoc in universa terra 6 exulta et lauda habitatio Sion quia magnus in medio tui Sanctus Israhel


TAALGEBRUIK


COMMENTAAR