BIJBELBOEK Jesaja 13 - Js 13 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T. : N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht : Js (Jesaja) : overzicht , Js : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Js : commentaar ,

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Jesaja vers per vers - Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Bibliografie : http://www.soniclight.com/constable/notes/pdf/isaiah.pdf .
Literatuur
Liturgisch gebruik

ALGEMEEN OVERZICHT

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 13,1-22 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -

Js 13,1 - Js 13,1 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13 1orasis èn eiden èsaias uios amôs kata babulônos  1 onus Babylonis quod vidit Isaias filius Amos  mashshâ´ bâbhèl ´äsjèr châzâh jësja`ëjâhû bèn âmôts  1 De last van Babel, dien Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft.  [1] Uitspraak* tegen Babel, die Jesaja, de zoon van Amos, in een visioen heeft gezien:   [1] Profetie over Babylonië; het visioen van Jesaja, de zoon van Amos.   1 ¶ De draaglast van Babel,– zoals aanschouwd heeft Jesaja de zoon van Amots.   1. Oracle sur Babylone, vu par Isaïe, fils d'Amoç. 

King James Bible . 13 [1] The burden of Babylon, which Isaiah the son of Amoz did see.
Luther-Bibel . 13 1 Dies ist die Last für Babel, die Jesaja, der Sohn des Amoz, geschaut hat:

- mashshâ´ bâbhèl ´äsjèr châzâh jësja`ëjâhû bèn âmôts

Tekstuitleg van Js 13,1 . Het vers Js 13,1 telt 7 woorden en 24 (2³ X 3) letters . De getalwaarde van Js 13,1 is 1486 (2 X 743) . In Js 13,1 is de 2de letters van het 1ste , 3de en 5de woord een shin of sjin : mashshâ´ (profetie, godsspraak) , ´äsjèr (die) en jësja`ëjâhû (Jesaja) . Daarenboven een aleph in mashshâ´ (profetie, godsspraak) , ´äsjèr (die) . Het 1ste en het laatste woord hebben twee letters gemeenschappelijk : mem (13 of 40) en aleph (1) .

Een opschrift kan de auteur , de tijd , de plaats , het type tekst of de bestemmelingen aanduiden .
Er zijn 13 opschriften die 4 types tekst weergeven : (1) chäzôn (visioen, gezicht) . (2) haddâbhâr (het woord) . (3) mashshâ´ (profetie, godsspraak) . (4) mikhëthabh (geschrift) .
Het eerste woord van het opschrift in Js 1,1 duidt het type tekst aan : chäzôn (visioen, gezicht) . In het tweede opschrift in Js 2,1 is het type tekst haddâbhâr (het woord) . In tien andere opschriften : (1) Js 13,1 . (2) Js 14,28 . (3) Js 15,1 . (4) Js 17,1 . (5) Js 19,1 . (6) Js 21,1 . (7) Js 21,11 . (8) Js 21,13 . (9) Js 22,1 . (10) Js 23,1 . (11) Js 30,6 is het type tekst mashshâ´ (profetie, godsspraak) . In het opschrift van Js 38,9 is het type tekst mikhëthabh (geschrift) .
De verzen Js 2,1a en Js 13,1b : ´äsjèr châzâh jësja`ëjâhû bèn âmôts (dat Jesaja zoon van Amots zag) gelijken zeer sterk op Js 1,1a : chäzôn jësja`ëjâhû bèn âmôts ´äsjèr châzâh (visioen van Jesaja zoon van Amots dat hij zag) . Deze uitgebreide opschriften geven de hoofdindeling aan .
In Js 13,1 begint enerzijds een eerste uitspraaktekst die Js 13,1-14,32 omvat , maar opent anderzijds een reeks van 9 uitspraakteksten die Js 13,1-23,18 omvat . Daarenboven opent het het tekstgeheel van Js 13,1-35,10 . Immers , na de 9 uitspraakteksten (Js 13,1-23,18) volgen 2 'staartteksten' (Js 24,1-27,13 en Js 28,1-35,10) .

Js 13,1.1. mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Taalgebruik in Tenakh : mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 4 - 3 - 1 . Tenakh (37) . 12 kl. Prof. (4) : (1) Nah 1,1 . (2) Zach 9,1 . (3) Zach 12,1 . (4) Mal 1,1 . Js (12) : (1) Js 13,1 . (2) Js 15,1 . (3) Js 17,1 . (4) Js 19,1 . (5) Js 21,1 . (6) Js 21,11 . (7) Js 21,13 . (8) Js 22,1 . (9) Js 23,1 . (10) Js 30,6 . (11) Js 46,1 . (12) Js 46,2 . Zie ook Spr 30,1 . Spr 31,1 . hammashshâ´ (profetie, godsspraak) . Tenakh (10) . Js (2) : (1) Js 14,28 . (2) Js 22,25 . In Js komt mashshâ´ (profetie, godsspraak) 12X voor . In Js 1-39 : 10X , in Js 40-55 : 2X .

Js 13,1.2. bâbhèl (Babel) . Taalgebruik in Tenakh : bâbhèl (Babel) . Getalwaarde : beth = 2 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 2 - 2 - 4 . Tenakh (208) . Pentateuch (2) . Js (8) : (1) Js 13,1 . (2) Js 13,19 . (3) Js 14,4 . (4) Js 21,9 . (5) Js 39,1 . (6) Js 39,6 . (7) Js 39,7 . (8) Js 47,1 .
- bâbhâlâh (naar Babel) . Tenakh (27) . Js (1) : Js 43,14 .
- bëbâbhèl (in Babel) . Tenakh (8) . Js (1) : Js 48,14 .
- lëbâbhèl (naar Babel) . Tenakh (10) . Js (1) : Js 14,22 .
- mëbâbhèl (uit Babel) . Tenakh (12) . Js (2) : (1) Js 39,3 . (2) Js 48,20 .

Js 13,1.3. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (4012) . Js (119) . Js 1-39 (82) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (19) . Js 13 (2) : (1) Js 13,1 . (2) Js 13,17 .

Js 13,1.4. châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) . Taalgebruik in Tenakh : châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) . Getalwaarde : chet = 8 , zain = 7 , he = 5 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 8 - 7 - 5 . ch-z-h . Tenakh (41) . Js (6) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 . (4) Js 28,15 (chozèh) . (5) Js 33,20 . (6) Js 48,6 . act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. châzâh (hij ziet) . Js (3) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 .
- act. ind. perf. 3de pers. enk. eiden (hij zag) . Aoristvorm van horaô (zien) . Taalgebruik in de LXX : eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . N. zien . D. sehen , schauen . E. to see . Bijbel (262) . Pentateuch (64) . Js (5) : (1) Js 1,1 . (2) Js 13,1 . (3) Js 30,19 . (4) Js 59,15 . (5) Js 59,16 . Een vorm van eidon / eiden in het NT (336) . 2 / 3 wordt châzâh door eiden vertaald .
- act. ind. perf. 3de pers. enk. vidit van het werkw. videre (zien) . Bijbel (201) . Pentateuch (32) . Js (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 9,1 . (4) Js 13,1 . (5) Js 30,19 . (6) Js 59,15 . (7) Js 59,16 . (8) Js 64,3 . (9) Js 66,8 . 3 / 3 wordt châzâh door vidit vertaald ; 5 / 5 wordt eiden door vidit vertaald .
Hebr. châzâh . Gr. eiden . Lat. vidit (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 13,1 .
Een vorm van châzâh (zien, aanzien, uitkiezen) in Js (12) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 . (4) Js 26,11 . (5) Js 30,10 . (6) Js 33,17 . (7) Js 33,20 . (8) Js 47,13 . (9) Js 48,6 . (10) Js 57,8 .
Hebr. châzâh . Gr. eiden . Lat. vidit (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 13,1 .

Js 13,1.3. - 4. ´äsjèr châzâh (dat hij zag) . (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 13,1 . (4) Am 1,1 . (5) Mi 1,1 . (6) Hab 1,1 .

Js 13,1.5. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740-701) . Taalgebruik in Tenakh : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17 OF het aantal letters van Js 1,1) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenakh (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
- wîsja`ëjâhû (en Jesaja) . Tenakh (3) : (1) 1 Kr 25,3 . (2) 1 Kr 26,25 . (3) 2 Kr 32,20 .
- ´èl jësja`ëjâhû (tot Jesaja) . Tenakh (8) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,8 . (3) 2 K 20,19 . (4) Js 7,3 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,5 . (7) Js 38,4 . (8) Js 39,8 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .

Js 13,1.6. ben (zoon, kind) . Taalgebruik in Tenakh : ben (zoon, kind) . Getalwaarde : beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal : 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) . Structuur : 2 - 5 . Js (24) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (1) . Js 56-66 (2) . Js 13 (1) : Js 13,1 .

Js 13,1.7. âmôts (Amos) . Taalgebruik in Tenakh : âmôts (Amos) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 137 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 6 - 9 . Tenakh (13) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,20 . (3) 2 K 20,1 . (4) Js 1,1 . (5) Js 2,1 . (6) Js 13,1 . (7) Js 20,2 . (8) Js 37,2 . (9) Js 37,21 . (10) Js 38,1 . (11) 2 Kr 26,22 . (12) 2 Kr 32,20 . (13) 2 Kr 32,32 . In Js in 7 verzen . De zoon van Amots is de profeet Jesaja (rond 740) .
Zie werkw. ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 32 (2² X 2³) OF 131 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 9 . Een vorm van ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) in Js (3) : (1) Js 35,3 . (2) Js 41,10 . (3) Js 44,14 .
- bijvoegl. naamw. ´âmots (sterk) . Tenakh (1) : Zach 6,3 .
Niet verwarren met `âmôs (Amos) . Taalgebruik in Tenakh : `âmôs (Amos) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , samech = 15 of 60 ; totaal : 50 (2 X 5²) OF 176 (2² X 2² X 11) . Structuur : 7 - 4 - 6 - 6 .

Js 13,1.5. - 7. jësja`ëjâhû bèn âmôts (Jesaja , zoon van Amos) . Tenakh (9) : (1) 2 K 19,20 . (2) 2 K 20,1 . (3) Js 1,1 . (4) Js 20,2 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,21 . (7) Js 38,1 . (8) 2 Kr 26,22 . (9) 2 Kr 32,32 .

Js 13,2 - Js 13,2 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2ep´ orous pedinou arate sèmeion upsôsate tèn fônèn autois mè fobeisthe parakaleite tè cheiri anoixate oi archontes  2 super montem caligosum levate signum exaltate vocem levate manum et ingrediantur portas duces    2 Heft op een banier, op een hogen berg; verheft een stem tot hen; beweegt de hand omhoog, dat zij intrekken door de deuren der prinsen.   [2] ‘Hijs het vaandel op een kale bergtop, roep op tot de strijd; wenk met de hand dat ze* optrekken naar de poorten van de edelen.   [2] Steek op een kale berg de strijdvaan op, roep op tot de strijd en geef het teken dat zij optrekken naar de poorten van de edelen.   2 Draagt een vaandel naar een kale berg, verheft tot hen de stem; wenkt met de hand dat ze binnenkomen door de poorten der prinsen.  2. Sur un mont chauve, levez un signal, forcez la voix pour eux, agitez la main pour qu'ils viennent aux portes des Nobles.  

King James Bible . [2] Lift ye up a banner upon the high mountain, exalt the voice unto them, shake the hand, that they may go into the gates of the nobles.
Luther-Bibel . 2 Auf hohem Berge erhebt das Banner, ruft laut ihnen zu, winkt mit der Hand, dass sie einziehen durch die Tore der Fürsten.

Tekstuitleg van Js 13,2 .

Js 13,3 - Js 13,3 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3egô suntassô kai egô agô autous ègiasmenoi eisin kai egô agô autous gigantes erchontai plèrôsai ton thumon mou chairontes ama kai ubrizontes  3 ego mandavi sanctificatis meis et vocavi fortes meos in ira mea exultantes in gloria mea     3 Ik heb aan Mijn geheiligden bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijn toorn geroepen Mijn helden, de vrolijken Mijner hoogheid.   [3] Ik heb mijn heilige troepen bevel gegeven, mijn helden, die trots zijn op mijn grootheid, luidkeels opgeroepen om mijn toorn te voltrekken.   [3] Ik heb mijn heilige legers bevel gegeven, mijn krijgshelden opgeroepen mijn wraak te voltrekken, juichend over mijn majesteit.   3 Zelf heb ik ontboden die mij toegeheiligd zijn,– ja, geroepen heb ik mijn helden tot mijn toorngericht, uitgelaten zijn ze, trots ben ik op hen!   3. Moi, j'ai donné des ordres à mes saints guerriers, j'ai même appelé mes héros pour servir ma colère, mes fiers triomphateurs.  

King James Bible . [3] I have commanded my sanctified ones, I have also called my mighty ones for mine anger, even them that rejoice in my highness.
Luther-Bibel . 3 Ich habe meine Geheiligten entboten zu meinem Zorngericht und meine Starken gerufen, die da jauchzen über meine Herrlichkeit.

Tekstuitleg van Js 13,3 .

5. act. qal perf. 1ste pers. enk. qârâ´thî (ik riep) van het werkw. qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 (2³ X 5) of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . Gr. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het N.T. : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . E. to call . Lat. vocare (vox = stem) . Fr. appeler (Lat. appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Ned. roepen . D. rufen . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het N.T. (148) . Tenakh (25) . Js (6) : (1) Js 13,3 . (2) Js 30,7 . (3) Js 43,1 . (4) Js 50,2 . (5) Js 65,12 . (6) Js 66,4 .

Js 13,4 - Js 13,4 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4fônè ethnôn pollôn epi tôn oreôn omoia ethnôn pollôn fônè basileôn kai ethnôn sunègmenôn kurios sabaôth entetaltai ethnei oplomachô  4 vox multitudinis in montibus quasi populorum frequentium vox sonitus regum gentium congregatarum Dominus exercituum praecepit militiae belli     4 Er is een ruisende stem op de bergen, gelijk eens groten volks; een stem van gedruis der koninkrijken, der verzamelde heidenen; de HEERE der heirscharen monstert het krijgsheir.   [4] Hoor het gedreun op de bergen, als van een groot volk, hoor het geraas van de koninkrijken, van de verbonden naties: de heer van de machten monstert zijn legers.   [4] Hoor het rumoer in de bergen, de opmars van een groot leger, hoor het tumult van de koninkrijken, de volken die zich aaneensluiten: de HEER van de hemelse machten monstert zijn troepen.   4 Geluid van een rumoer op de bergen, gelijkend op een gemeenschap van velen!– geluid van gedruis van koninkrijken: volkeren verzamelen zich en de ENE, de Omschaarde, monstert een strijdschaar ten oorlog.   4. Bruit de foule sur les montagnes, comme un peuple immense, bruit d'un vacarme de royaumes, de nations rassemblées : c'est Yahvé Sabaot qui passe en revue l'armée pour le combat.  

King James Bible . [4] The noise of a multitude in the mountains, like as of a great people; a tumultuous noise of the kingdoms of nations gathered together: the LORD of hosts mustereth the host of the battle.
Luther-Bibel . 4 Es ist Geschrei und Lärm auf den Bergen wie von einem großen Volk, Geschrei und Getümmel von den versammelten Königreichen der Völker. Der HERR Zebaoth rüstet ein Heer zum Kampf.

Tekstuitleg van Js 13,4 .

Js 13,5 - Js 13,5 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5erchesthai ek gès porrôthen ap´ akrou themeliou tou ouranou kurios kai oi oplomachoi autou tou kataftheirai tèn oikoumenèn olèn 5 venientibus de terra procul a summitate caeli Dominus et vasa furoris eius ut disperdat omnem terram    5 Zij komen uit verren lande, van het einde des hemels; de HEERE en de instrumenten Zijner gramschap, om dat ganse land te verderven.   [5] Vanuit een ver land, vanuit de verste plaats onder de hemel komen zij aan, de heer en de wapens van zijn toorn: zij komen het hele land verwoesten.   [5] Daar komen ze, uit een ver land, van de verste plaats onder de hemel: de HEER komt heel het land verwoesten met de werktuigen van zijn toorn.   5 Zij komen aan van een land ver weg, van de rand van de hemel: de ENE en de wapens van zijn woede, om heel het land te teisteren.   5. Ils viennent d'un pays lointain, des extrémités du ciel, Yahvé et les instruments de sa colère, pour ravager tout le pays.  

King James Bible . [5] They come from a far country, from the end of heaven, even the LORD, and the weapons of his indignation, to destroy the whole land.
Luther-Bibel . 5 Sie kommen aus fernen Landen, vom Ende des Himmels, ja, der HERR selbst samt den Werkzeugen seines Zorns, um zu verderben die ganze Erde.

Tekstuitleg van Js 13,5 .

Js 13,6 - Js 13,6 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6ololuzete eggus gar è èmera kuriou kai suntribè para tou theou èxei  6 ululate quia prope est dies Domini quasi vastitas a Domino veniet    6 Huilt gijlieden, want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van den Almachtige.   [6] Hef een klaaglied aan, want de dag* van de heer is nabij, hij komt als een verwoesting door de Machtige.   [6] Weeklaag! Want de dag van de HEER is nabij, de dag van ondergang die komt van de Ontzagwekkende!   6 ¶ Huilt het uit, want nabij is de dag van de ENE !– als de overmacht van de Almachtige zal hij komen.  6. Hurlez car il est proche, le jour de Yahvé, il arrive comme une dévastation de Shaddaï.  

King James Bible . [6] Howl ye; for the day of the LORD is at hand; it shall come as a destruction from the Almighty.
Luther-Bibel . 6 Heulet, denn des HERRN Tag ist nahe; er kommt wie eine Verwüstung vom Allmächtigen.

Tekstuitleg van Js 13,6 . Het vers Js 13,6 telt 8 (2³) woorden en 30 (2 XV 3 X 5) letters . De getalwaarde van Js 13,6 is 1208 (2³ X 151) .

2. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Latere Profeten (841) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 13 (2) : (1) Js 13,6 . (2) Js 13,10 .

3. qârôbh (nabij, dichtbij) . Bijvoegl. naamw. . Zie het werkw. qârabh (naderen, nabij zijn) . Taalgebruik in Tenakh : qârabh (naderen, nabij zijn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 41 OF 302 (2 X 151) . Structuur : 1 - 2 - 2 . Tenakh (31) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Prof. (6) . Geschriften (9) . Js (4) : (1) Js 13,6 . (2) Js 50,8 . (3) Js 51,5 . (4) Js 55,6 .

2. - 3. kî qärobh (want nabij) . Tenakh (11) : (1) Ex 13,17 . (2) Dt 30,14 . (3) Dt 32,35 . (4) 2 S 19,43 . (5) Js 13,6 . (6) Ez 30,3 . (7) Jl 1,15 . (8) Jl 2,1 . (9) Jl 4,14 . (10) Ob 15 . (11) Sef 1,7 .

3. - 4. qärobh jôm (nabij een dag) . Tenakh (9) : (1) Dt 32,35 . (2) Js 13,6 . (3) Jl 1,15 . (4) Jl 2,1 . (5) Jl 4,14 . (6) Ob 15 . (7) Sef 1,7 . (8) Sef 1,14 . (9) Ez 30,3 .

4. - 5. jôm JHWH (dag van de Heer) . Tenakh (14) : (1) Js 13,6 . (2) Js 13,9 . (3) Jl 1,15 . (4) Jl 2,1 . (5) Jl 2,11 . (6) Jl 3,4 . (7) Jl 4,14 . (8) Am 5,18 . (9) Am 5,20 . (10) Ob 15 . (11) Sef 1,7 . (12) Sef 1,14 . (13) Sef 2,2 . (14) Mal 3,23 .

3. - 5. qärobh jôm JHWH (nabij een dag van JHWH) . Tenakh (6) : (1) Js 13,6 . (2) Jl 1,15 . (3) Jl 4,14 . (4) Ob 15 . (5) Sef 1,7 . (6) Sef 1,14 .

2. - 5. kî qärobh jôm JHWH (want nabij een dag van JHWH) . Tenakh (6) : (1) Js 13,6 . (2) Jl 1,15 . (3) Jl 2,1 . (4) Jl 4,14 . (5) Ob 15 . (6) Sef 1,7 .

Js 13,7 - Js 13,7 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7dia touto pasa cheir ekluthèsetai kai pasa psuchè anthrôpou deiliasei  7 propter hoc omnes manus dissolventur et omne cor hominis tabescet     7 Daarom zullen alle handen slap worden, en aller mensen hart zal versmelten;   [7] Daarom laat iedereen zijn handen slap hangen en ontzinkt de mensen alle moed.   [7] Daarom trillen alle handen en verweekt ieders hart van angst.   7 Daarom worden alle handen slap,– en elk stervelingenhart smelt.   7. C'est pourquoi toutes les mains sont débiles, tous les hommes perdent cœur;  

King James Bible . [7] Therefore shall all hands be faint, and every man's heart shall melt:
Luther-Bibel . 7 Darum werden alle Hände schlaff, und aller Menschen Herz wird feige sein.

Tekstuitleg van Js 13,7 .

Js 13,8 - Js 13,8 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai tarachthèsontai oi presbeis kai ôdines autous exousin ôs gunaikos tiktousès kai sumforasousin eteros pros ton eteron kai ekstèsontai kai to prosôpon autôn ôs flox metabalousin  8 et conteretur tortiones et dolores tenebunt quasi parturiens dolebunt unusquisque ad proximum suum stupebit facies conbustae vultus eorum    8 En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen bang zijn als een barende vrouw; een iegelijk zal over zijn naaste verbaasd zijn; hun aangezichten zullen vlammende aangezichten zijn.  [8] Zij zijn allemaal van streek, krampen en pijnen grijpen hen aan, zij kronkelen als een vrouw in haar weeën. Verbijsterd staren zij elkaar aan, hun gezichten gloeien als vuur.   [8] De mensen zijn door schrik bevangen. Door kramp en pijn krimpen ze ineen als een vrouw in barensnood. Radeloos staren ze elkaar aan, de vlammen slaan hun uit.  8 Verbijsterd zullen ze zijn, benauwingen en weeën grijpen hen aan, als een die baart, zo beven zij; man en makker staren elkaar aan het aanzien van vlammen heeft hun aanschijn.  8. ils sont bouleversés, pris de convulsions et de douleurs; ils se tordent comme la femme qui accouche, ils se regardent avec stupeur, le visage en feu. 

King James Bible . [8] And they shall be afraid: pangs and sorrows shall take hold of them; they shall be in pain as a woman that travaileth: they shall be amazed one at another; their faces shall be as flames.
Luther-Bibel . 8 Schrecken, Angst und Schmerzen wird sie ankommen, es wird ihnen bange sein wie einer Gebärenden. Einer wird sich vor dem andern entsetzen, feuerrot werden ihre Angesichter sein.

Tekstuitleg van Js 13,8 .

Js 13,9 - Js 13,9 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9idou gar èmera kuriou aniatos erchetai thumou kai orgès theinai tèn oikoumenèn olèn erèmon kai tous amartôlous apolesai ex autès  9 ecce dies Domini venit crudelis et indignationis plenus et irae furorisque ad ponendam terram in solitudine et peccatores eius conterendos de ea     9 Ziet, de dag des HEEREN komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittigen toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en deszelfs zondaars daaruit te verdelgen.   [9] Daar komt de dag van de heer, ongenadig, een en al grimmigheid en hevige toorn, om dit land te veranderen in een woestenij, en Hij zal er de zondaars verdelgen.   [9] De dag van de HEER breekt aan, meedogenloos, grimmig, in brandende toorn. Het land zal in een woestenij veranderen, de zondaars die er wonen verdelgt hij.   9 Zie, de dag van de ENE is komende, ongenadig in verbolgenheid en gloed van toorn,– om het land te maken tot een woestenij en zijn zondaars daaruit te verdelgen.  9. Voici que vient le jour de Yahvé, implacable, l'emportement et l'ardente colère, pour réduire le pays en ruines, et en exterminer les pécheurs.  

King James Bible . [9] Behold, the day of the LORD cometh, cruel both with wrath and fierce anger, to lay the land desolate: and he shall destroy the sinners thereof out of it.
Luther-Bibel . 9 Denn siehe, des HERRN Tag kommt grausam, zornig, grimmig, die Erde zu verwüsten und die Sünder von ihr zu vertilgen.

Tekstuitleg van Js 13,9 .

2. - 3. jôm JHWH (dag van de Heer) . Tenakh (14) : (1) Js 13,6 . (2) Js 13,9 . (3) Jl 1,15 . (4) Jl 2,1 . (5) Jl 2,11 . (6) Jl 3,4 . (7) Jl 4,14 . (8) Am 5,18 . (9) Am 5,20 . (10) Ob 15 . (11) Sef 1,7 . (12) Sef 1,14 . (13) Sef 2,2 . (14) Mal 3,23 .

Js 13,10 - Js 13,10 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10oi gar asteres tou ouranou kai o ôriôn kai pas o kosmos tou ouranou to fôs ou dôsousin kai skotisthèsetai tou èliou anatellontos kai è selènè ou dôsei to fôs autès  10 quoniam stellae caeli et splendor earum non expandent lumen suum obtenebratus est sol in ortu suo et luna non splendebit in lumine suo     10 Want de sterren des hemels en zijn gesternten zullen haar licht niet laten lichten; de zon zal verduisterd worden, wanneer zij zal opgaan, en de maan zal haar licht niet laten schijnen.   [10] De sterren en planeten aan de hemel geven geen licht meer; de zon is al bij haar opgaan verduisterd, de maan laat haar licht niet meer schijnen.  [10] De sterren aan de hemel geven geen licht meer, sterrenbeelden doven uit, de zon is verduisterd als ze opkomt, het licht van de maan is verdwenen.   10 Want de sterren des hemels en hun gesternten zullen hun licht niet laten schijnen,– duister is de zon als hij uittrekt en de maan laat zijn licht niet glanzen.   10. Car au ciel, les étoiles et Orion ne diffuseront plus leur lumière. Le soleil s'est obscurci dès son lever, la lune ne fait plus rayonner sa lumière.  

King James Bible . [10] For the stars of heaven and the constellations thereof shall not give their light: the sun shall be darkened in his going forth, and the moon shall not cause her light to shine.
Luther-Bibel . 10 Denn die Sterne am Himmel und sein Orion scheinen nicht hell, die Sonne geht finster auf, und der Mond gibt keinen Schein.

Tekstuitleg van Js 13,10 .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Latere Profeten (841) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 13 (2) : (1) Js 13,6 . (2) Js 13,10 .

Js 13,11 - Js 13,11 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai enteloumai tè oikoumenè olè kaka kai tois asebesin tas amartias autôn kai apolô ubrin anomôn kai ubrin uperèfanôn tapeinôsô  11 et visitabo super orbis mala et contra impios iniquitatem eorum et quiescere faciam superbiam infidelium et arrogantiam fortium humiliabo     11 Want Ik zal over de wereld de boosheid bezoeken, en over de goddelozen hun ongerechtigheid; en Ik zal den hoogmoed der stouten doen ophouden, en de hovaardij der tirannen zal Ik vernederen.   [11] Ik straf de wereld vanwege haar slechtheid, de zondaars vanwege hun misdaden. Ik maak een eind aan de trots van de hooghartigen en de hoogmoed van de geweldenaars sla Ik neer.   [11] Dan laat ik de wereld boeten voor haar slechtheid, de goddelozen voor hun verdorvenheid. Ik breek de trots van hoogmoedigen, hooghartige tirannen verneder ik.   11 Bezoeken zal ik aan de aardkloot het kwaad, aan boosaardigen hun onrecht; doen ophouden zal ik de trots van onbekookten, de hoogmoed van tirannen vernederen.   11. Je vais châtier l'univers de sa méchanceté et les méchants de leur faute; mettre fin à l'arrogance des superbes, humilier l'orgueil des tyrans.  

King James Bible . [11] And I will punish the world for their evil, and the wicked for their iniquity; and I will cause the arrogancy of the proud to cease, and will lay low the haughtiness of the terrible.
Luther-Bibel . 11 Ich will den Erdkreis heimsuchen um seiner Bosheit willen und die Gottlosen um ihrer Missetat willen und will dem Hochmut der Stolzen ein Ende machen und die Hoffart der Gewaltigen demütigen,

Tekstuitleg van Js 13,11 .

Js 13,12 - Js 13,12 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai esontai oi kataleleimmenoi entimoi mallon è to chrusion to apuron kai o anthrôpos mallon entimos estai è o lithos o ek soufir  12 pretiosior erit vir auro et homo mundo obrizo     12 Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir.   [12] Ik maak mensen schaarser dan goud, zeldzamer dan het zuivere goud uit Ofir.   [12] Ik maak mensen schaarser dan goud, stervelingen zeldzamer dan zuiver goud uit Ofir.  12 Ik zal een sterveling kostbaarder maken dan goudstof,– een mens kostbaarder dan bladgoud uit Ofir.   12. Je rendrai les hommes plus rares que l'or fin, les mortels plus rares que l'or d'Ophir.  

King James Bible . [12] I will make a man more precious than fine gold; even a man than the golden wedge of Ophir.
Luther-Bibel . 12 dass ein Mann kostbarer sein soll als feinstes Gold und ein Mensch wertvoller als Goldstücke aus Ofir.

Tekstuitleg van Js 13,12 .

Js 13,13 - Js 13,13 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13o gar ouranos thumôthèsetai kai è gè seisthèsetai ek tôn themeliôn autès dia thumon orgès kuriou sabaôth tè èmera è an epelthè o thumos autou  13 super hoc caelum turbabo et movebitur terra de loco suo propter indignationem Domini exercituum et propter diem irae furoris eius     13 Daarom zal Ik den hemel beroeren, en de aarde zal bewogen worden van haar plaats, vanwege de verbolgenheid des HEEREN der heirscharen, en vanwege den dag Zijns hittigen toorns.   [13] Daartoe laat Ik de hemel wankelen, de aarde raakt van haar plaats, op de dag dat de heer van de machten zijn razernij loslaat, de dag van zijn hevige toorn.   [13] Ik zal de hemel doen wankelen, de aarde raakt bevend van haar plaats op de dag van de HEER van de hemelse machten, de grimmige dag van zijn brandende toorn.  13 Daarom laat ik de hemelen zo sidderen dat de aarde wegschudt van haar plaats,– door de verbolgenheid van de ENE, de Omschaarde, ten dage van het gloeien van zijn toorn.   13. C'est pourquoi je ferai frémir les cieux, et la terre tremblera sur ses bases, sous l'emportement de Yahvé Sabaot, le jour où s'allumera sa colère.  

King James Bible . [13] Therefore I will shake the heavens, and the earth shall remove out of her place, in the wrath of the LORD of hosts, and in the day of his fierce anger.
Luther-Bibel . 13 Darum will ich den Himmel bewegen, und die Erde soll beben und von ihrer Stätte weichen durch den Grimm des HERRN Zebaoth, am Tage seines Zorns.

Tekstuitleg van Js 13,13 .

Js 13,14 - Js 13,14 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai esontai oi kataleleimmenoi ôs dorkadion feugon kai ôs probaton planômenon kai ouk estai o sunagôn ôste anthrôpon eis ton laon autou apostrafènai kai anthrôpon eis tèn chôran autou diôxai  14 et erit quasi dammula fugiens et quasi ovis et non erit qui congreget unusquisque ad populum suum convertetur et singuli ad terram suam fugient     14 En een iegelijk zal zijn als een verjaagde ree, en als een schaap, dat niemand vergadert; een iegelijk zal naar zijn volk omzien, en een iegelijk zal naar zijn land vluchten.   [14] Opgejaagd als gazellen, als schapen die niemand bijeenhoudt, keert iedereen* terug naar zijn eigen volk en vlucht naar zijn eigen land.   [14] Dan zal iedereen wegvluchten naar zijn land van herkomst, terugkeren naar zijn eigen volk, als opgejaagde gazellen, als schapen die niemand bijeenhoudt.   14 Geschieden zal het: als een opgedreven gazel en als wolvee dat niemand verzamelt,– zullen ze zich wenden, een ieder tot zijn gemeenschap en vluchten, ieder naar zijn land.   14. Alors comme une gazelle pourchassée, comme des moutons que personne ne rassemble, chacun s'en retournera vers son peuple, chacun s'enfuira dans son pays.  

King James Bible . [14] And it shall be as the chased roe, and as a sheep that no man taketh up: they shall every man turn to his own people, and flee every one into his own land.
Luther-Bibel . 14 Und sie sollen sein wie ein verscheuchtes Reh und wie eine Herde ohne Hirten, dass sich ein jeder zu seinem Volk kehren und ein jeder in sein Land fliehen wird.

Tekstuitleg van Js 13,14 .

Js 13,15 - Js 13,15 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15os gar an alô èttèthèsetai kai oitines sunègmenoi eisin machaira pesountai 15 omnis qui inventus fuerit occidetur et omnis qui supervenerit cadet in gladio    15 Al wie gevonden wordt, zal doorstoken worden, en al wie daarbij gevoegd is, zal door het zwaard vallen.   [15] Wie ontdekt wordt, wordt afgemaakt, wie gegrepen wordt, komt om door het zwaard.   [15] Wie gegrepen wordt, zal doorstoken worden, wie weggevoerd wordt, zal omkomen door het zwaard.   15 Al wie wordt gevonden zal worden doorstoken,– al wie wordt gegrepen zal vallen door het zwaard.   15. Tous ceux qu'on trouvera seront transpercés, tous ceux qu'on prendra tomberont par l'épée.  

King James Bible . [15] Every one that is found shall be thrust through; and every one that is joined unto them shall fall by the sword.
Luther-Bibel . 15 Wer da gefunden wird, wird erstochen, und wen man aufgreift, wird durchs Schwert fallen.

Tekstuitleg van Js 13,15 .

Js 13,16 - Js 13,16 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16kai ta tekna autôn enôpion autôn raxousin kai tas oikias autôn pronomeusousin kai tas gunaikas autôn exousin  16 infantes eorum adlident in oculis eorum diripientur domus eorum et uxores eorum violabuntur    16 Ook zullen hun kinderkens voor hun ogen verpletterd worden; hun huizen zullen geplunderd, en hun vrouwen geschonden worden.   [16] Hun kinderen worden voor hun ogen verpletterd, hun huizen geplunderd, hun vrouwen onteerd.   [16] Hun kinderen worden voor hun ogen doodgeslagen, hun huizen geplunderd, hun vrouwen verkracht.   16 Hun kinderen zullen voor hun ogen worden verpletterd,– hun huizen geplunderd en hun vrouwen geschonden.   16. Leurs jeunes enfants seront écrasés sous leurs yeux, leurs maisons saccagées, leurs femmes violées.  

King James Bible . [16] Their children also shall be dashed to pieces before their eyes; their houses shall be spoiled, and their wives ravished.
Luther-Bibel . 16 Es sollen auch ihre Kinder vor ihren Augen zerschmettert, ihre Häuser geplündert und ihre Frauen geschändet werden.

Tekstuitleg van Js 13,16 .

Js 13,17 - Js 13,17 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17idou epegeirô umin tous mèdous oi ou logizontai argurion oude chrusiou chreian echousin  17 ecce ego suscitabo super eos Medos qui argentum non quaerant nec aurum velint     17 Ziet, Ik zal de Meden tegen hen verwekken, die het zilver niet zullen achten, en aan het goud zullen zij geen lust hebben.   [17] De Meden* hits Ik tegen hen op, die hechten geen waarde aan zilver en laten zich niet verleiden door goud.   [17] Ik zet tegen hen de Meden op, die niet om zilver geven, noch zich door goud laten verleiden.   17 Zie, ik ga tegen hen opwekken de Meden,– die op zilver niet rekenen en goud, daarin hebben ze geen behagen,   17. Voici que je suscite contre eux les Mèdes qui ne font point cas de l'argent, et qui n'apprécient pas l'or.  

King James Bible . [17] Behold, I will stir up the Medes against them, which shall not regard silver; and as for gold, they shall not delight in it.
Luther-Bibel . 17 Denn siehe, ich will die Meder gegen sie erwecken, die nicht Silber suchen oder nach Gold fragen,

Tekstuitleg van Js 13,17 .

Js 13,18 - Js 13,18 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18toxeumata neaniskôn suntripsousin kai ta tekna umôn ou mè eleèsôsin oude epi tois teknois ou feisontai oi ofthalmoi autôn  18 sed sagittis parvulos interficiant et lactantibus uteri non misereantur et super filios non parcat oculus eorum     18 Maar hun bogen zullen de jongelingen verpletteren, en zij zullen zich niet ontfermen over de vrucht des buiks; hun oog zal de kinderen niet verschonen.   [18] Met hun boog doden zij knapen, pasgeborenen schenken zij geen erbarmen, zij ontzien geen kinderen.   [18] Hun pijlen treffen jongemannen; met kinderen hebben ze geen medelijden, zelfs zuigelingen ontzien ze niet.   18 maar hun bogen verpletteren jonge jongens,– met de vrucht van een schoot hebben ze geen erbarmen, zonen–en–dochters verschoont hun oog niet.   18. Les arcs anéantiront leurs jeunes gens, on n'aura pas pitié du fruit de leur sein, leur œil sera sans compassion pour les enfants.  

King James Bible . [18] Their bows also shall dash the young men to pieces; and they shall have no pity on the fruit of the womb; their eye shall not spare children.
Luther-Bibel . 18 sondern die Jünglinge mit Bogen erschießen und sich der Frucht des Leibes nicht erbarmen und die Kinder nicht schonen.

Tekstuitleg van Js 13,18 .

Js 13,19 - Js 13,19 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai estai babulôn è kaleitai endoxos upo basileôs chaldaiôn on tropon katestrepsen o theos sodoma kai gomorra  19 et erit Babylon illa gloriosa in regnis inclita in superbia Chaldeorum sicut subvertit Deus Sodomam et Gomorram    19 Alzo zal Babel, het sieraad der koninkrijken, de heerlijkheid, de hovaardigheid der Chaldeeën, zijn gelijk als God Sodom en Gomorra omgekeerd heeft.   [19] Babel, de parel van alle koninkrijken, het sieraad en de trots van de Chaldeeën, ondergaat het lot van Sodom en Gomorra, die door God zijn verwoest.   [19] Babel, de parel onder de koninkrijken, de grote trots van de Chaldeeën, Babel wordt als Sodom en Gomorra, steden door God verwoest.   19 ¶ Worden zal Babel, het sieraad van de koninkrijken, de luister en trots van de Kasdiem,– als Sodom en Gomorra: omgekeerd door God.   19. Et Babylone, la perle des royaumes, le superbe joyau des Chaldéens, sera comme Sodome et Gomorrhe, dévastées par Dieu. 

King James Bible . [19] And Babylon, the glory of kingdoms, the beauty of the Chaldees' excellency, shall be as when God overthrew Sodom and Gomorrah.
Luther-Bibel . 19 So soll Babel, das schönste unter den Königreichen, die herrliche Pracht der Chaldäer, zerstört werden von Gott wie Sodom und Gomorra,

Tekstuitleg van Js 13,19 .

2. bâbhèl (Babel) . Taalgebruik in Tenakh : bâbhèl (Babel) . Getalwaarde : beth = 2 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 2 - 2 - 4 . De som van de verschillende elementen is telkens 8 . Tenakh (208) . Pentateuch (2) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (153) . 12 Kleine Profeten (2) . Profeten in totaal (177) . Geschriften (29) . Js (8) : (1) Js 13,1 . (2) Js 13,19 . (3) Js 14,4 . (4) Js 21,9 . (5) Js 39,1 . (6) Js 39,6 . (7) Js 39,7 . (8) Js 47,1 .
- bâbhâlâh / bâbhèlâh (naar Babel) . Tenakh (27) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (3) . Js (1) : Js 43,14 .
- bëbâbhèl (in Babel) . Tenakh (8) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (3) . Js (1) : Js 48,14 .
- lëbâbhèl (naar Babel) . Tenakh (10) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (0) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (5) . Js (1) : Js 14,22 .
- mëbâbhèl (uit Babel) . Tenakh (12) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (4) . Js (2) : (1) Js 39,3 . (2) Js 48,20 .

Js 13,20 - Js 13,20 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20ou katoikèthèsetai eis ton aiôna chronon oude mè eiselthôsin eis autèn dia pollôn geneôn oude mè dielthôsin autèn arabes oude poimenes ou mè anapausôntai en autè  20 non habitabitur usque in finem et non fundabitur usque ad generationem et generationem nec ponet ibi tentoria Arabs nec pastores requiescent ibi    20 Daar zal geen woonplaats zijn in der eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht; en de Arabier zal daar geen tent spannen, en de herders zullen er niet legeren.   [20] Voor altijd blijft het onbewoond, ontvolkt van generatie op generatie. Geen Arabier slaat er zijn tent op, geen herder laat er zijn kudde rusten.   [20] Nooit meer zullen er mensen wonen, het blijft ontvolkt tot in het verste nageslacht. Geen Arabier zal daar zijn tent opslaan, geen herder laat er zijn kudde rusten.   20 Het zal voor immer niet meer zetelen en er niet wonen, tot geslacht na geslacht; geen steppebewoner zal daar zijn tent opslaan en herders zullen daar niets neervlijen.   20. Elle ne sera plus jamais habitée ni peuplée, de génération en génération. L'Arabe n'y campera plus, et les bergers n'y parqueront plus les troupeaux.  

King James Bible . [20] It shall never be inhabited, neither shall it be dwelt in from generation to generation: neither shall the Arabian pitch tent there; neither shall the shepherds make their fold there.
Luther-Bibel . 20 dass man hinfort nicht mehr da wohne noch jemand da bleibe für und für, dass auch Araber dort keine Zelte aufschlagen noch Hirten ihre Herden lagern lassen,

Tekstuitleg van Js 13,20 .

Js 13,21 - Js 13,21 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai anapausontai ekei thèria kai emplèsthèsontai ai oikiai èchou kai anapausontai ekei seirènes kai daimonia ekei orchèsontai  21 sed requiescent ibi bestiae et replebuntur domus eorum draconibus et habitabunt ibi strutiones et pilosi saltabunt ibi     21 Maar daar zullen nederliggen de wilde dieren der woestijnen, en hun huizen zullen vervuld worden met schrikkelijke gedierten, en daar zullen de jonge struisen wonen, en de duivelen zullen er huppelen.   [21] De dieren van de woestijn hebben er hun rustplaats, de huizen zitten vol uilen, struisvogels wonen er en saters* dansen er in het rond.   [21] Dieren uit de woestijn legeren zich daar, uilen nemen de huizen in bezit, struisvogels gaan er wonen en bokken dansen er rond.   21 Neervlijen zullen zich daar woestijnkatten, hun huizen zullen vol zijn met uilen; wonen zullen daar struisvogeldochters, harige saters zullen daar rondhuppelen.   21. Ce sera le repaire des bêtes du désert, les hiboux empliront leurs maisons, les autruches y habiteront, les boucs y danseront.  

King James Bible . [21] But wild beasts of the desert shall lie there; and their houses shall be full of doleful creatures; and owls shall dwell there, and satyrs shall dance there.
Luther-Bibel . 21 sondern Wüstentiere werden sich da lagern, und ihre Häuser werden voll Eulen sein; Strauße werden da wohnen, und Feldgeister werden da hüpfen,

Tekstuitleg van Js 13,21 .

Js 13,22 - Js 13,22 . Tegen Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 13 -- Js 13,1-22 -- Js 13,1 - Js 13,2 - Js 13,3 - Js 13,4 - Js 13,5 - Js 13,6 - Js 13,7 - Js 13,8 - Js 13,9 - Js 13,10 - Js 13,11 - Js 13,12 - Js 13,13 - Js 13,14 - Js 13,15 - Js 13,16 - Js 13,17 - Js 13,18 - Js 13,19 - Js 13,20 - Js 13,21 - Js 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22kai onokentauroi ekei katoikèsousin kai nossopoièsousin echinoi en tois oikois autôn tachu erchetai kai ou chroniei 22 et respondebunt ibi ululae in aedibus eius et sirenae in delubris voluptatis     22 En wilde dieren der eilanden zullen in zijn verlaten plaatsen elkander toeroepen, mitsgaders de draken in de wellustige paleizen; hun tijd toch is nabij om te komen, en hun dagen zullen niet vertogen worden.   [22] Hyena’s huilen er in de burchten, jakhalzen in de weelderige paleizen. Het uur van Babel heeft geslagen, zijn dagen zijn geteld!   [22] In de lege huizen klinkt het gehuil van hyena’s, jakhalzen janken in de weelderige paleizen van weleer. Voor Babel is de tijd nabij, zijn dagen zijn geteld.  22 Jakhalzen zullen beurtzingen in zijn paleizen en draken in die hallen zo weelderig; genaderd, bijna komend is haar tijd, haar dagen zullen niet worden gerekt.   22. Les hyènes hurleront dans ses tours, les chacals dans ses palais d'agrément, car son temps est proche et ses jours ne tarderont pas. 

King James Bible . [22] And the wild beasts of the islands shall cry in their desolate houses, and dragons in their pleasant palaces: and her time is near to come, and her days shall not be prolonged.
Luther-Bibel . 22 und wilde Hunde werden in ihren Palästen heulen und Schakale in den Schlössern der Lust. Ihre Zeit wird bald kommen, und ihre Tage lassen nicht auf sich warten.

Tekstuitleg van Js 13,22 .


SEPTUAGINTA

13 1orasis èn eiden èsaias uios amôs kata babulônos2ep´ orous pedinou arate sèmeion upsôsate tèn fônèn autois mè fobeisthe parakaleite tè cheiri anoixate oi archontes3egô suntassô kai egô agô autous ègiasmenoi eisin kai egô agô autous gigantes erchontai plèrôsai ton thumon mou chairontes ama kai ubrizontes4fônè ethnôn pollôn epi tôn oreôn omoia ethnôn pollôn fônè basileôn kai ethnôn sunègmenôn kurios sabaôth entetaltai ethnei oplomachô5erchesthai ek gès porrôthen ap´ akrou themeliou tou ouranou kurios kai oi oplomachoi autou tou kataftheirai tèn oikoumenèn olèn6ololuzete eggus gar è èmera kuriou kai suntribè para tou theou èxei7dia touto pasa cheir ekluthèsetai kai pasa psuchè anthrôpou deiliasei8kai tarachthèsontai oi presbeis kai ôdines autous exousin ôs gunaikos tiktousès kai sumforasousin eteros pros ton eteron kai ekstèsontai kai to prosôpon autôn ôs flox metabalousin9idou gar èmera kuriou aniatos erchetai thumou kai orgès theinai tèn oikoumenèn olèn erèmon kai tous amartôlous apolesai ex autès10oi gar asteres tou ouranou kai o ôriôn kai pas o kosmos tou ouranou to fôs ou dôsousin kai skotisthèsetai tou èliou anatellontos kai è selènè ou dôsei to fôs autès11kai enteloumai tè oikoumenè olè kaka kai tois asebesin tas amartias autôn kai apolô ubrin anomôn kai ubrin uperèfanôn tapeinôsô12kai esontai oi kataleleimmenoi entimoi mallon è to chrusion to apuron kai o anthrôpos mallon entimos estai è o lithos o ek soufir13o gar ouranos thumôthèsetai kai è gè seisthèsetai ek tôn themeliôn autès dia thumon orgès kuriou sabaôth tè èmera è an epelthè o thumos autou14kai esontai oi kataleleimmenoi ôs dorkadion feugon kai ôs probaton planômenon kai ouk estai o sunagôn ôste anthrôpon eis ton laon autou apostrafènai kai anthrôpon eis tèn chôran autou diôxai15os gar an alô èttèthèsetai kai oitines sunègmenoi eisin machaira pesountai16kai ta tekna autôn enôpion autôn raxousin kai tas oikias autôn pronomeusousin kai tas gunaikas autôn exousin17idou epegeirô umin tous mèdous oi ou logizontai argurion oude chrusiou chreian echousin18toxeumata neaniskôn suntripsousin kai ta tekna umôn ou mè eleèsôsin oude epi tois teknois ou feisontai oi ofthalmoi autôn19kai estai babulôn è kaleitai endoxos upo basileôs chaldaiôn on tropon katestrepsen o theos sodoma kai gomorra20ou katoikèthèsetai eis ton aiôna chronon oude mè eiselthôsin eis autèn dia pollôn geneôn oude mè dielthôsin autèn arabes oude poimenes ou mè anapausôntai en autè21kai anapausontai ekei thèria kai emplèsthèsontai ai oikiai èchou kai anapausontai ekei seirènes kai daimonia ekei orchèsontai22kai onokentauroi ekei katoikèsousin kai nossopoièsousin echinoi en tois oikois autôn tachu erchetai kai ou chroniei


VULGAAT

1 onus Babylonis quod vidit Isaias filius Amos 2 super montem caligosum levate signum exaltate vocem levate manum et ingrediantur portas duces 3 ego mandavi sanctificatis meis et vocavi fortes meos in ira mea exultantes in gloria mea 4 vox multitudinis in montibus quasi populorum frequentium vox sonitus regum gentium congregatarum Dominus exercituum praecepit militiae belli 5 venientibus de terra procul a summitate caeli Dominus et vasa furoris eius ut disperdat omnem terram 6 ululate quia prope est dies Domini quasi vastitas a Domino veniet 7 propter hoc omnes manus dissolventur et omne cor hominis tabescet 8 et conteretur tortiones et dolores tenebunt quasi parturiens dolebunt unusquisque ad proximum suum stupebit facies conbustae vultus eorum 9 ecce dies Domini venit crudelis et indignationis plenus et irae furorisque ad ponendam terram in solitudine et peccatores eius conterendos de ea 10 quoniam stellae caeli et splendor earum non expandent lumen suum obtenebratus est sol in ortu suo et luna non splendebit in lumine suo 11 et visitabo super orbis mala et contra impios iniquitatem eorum et quiescere faciam superbiam infidelium et arrogantiam fortium humiliabo 12 pretiosior erit vir auro et homo mundo obrizo 13 super hoc caelum turbabo et movebitur terra de loco suo propter indignationem Domini exercituum et propter diem irae furoris eius 14 et erit quasi dammula fugiens et quasi ovis et non erit qui congreget unusquisque ad populum suum convertetur et singuli ad terram suam fugient 15 omnis qui inventus fuerit occidetur et omnis qui supervenerit cadet in gladio 16 infantes eorum adlident in oculis eorum diripientur domus eorum et uxores eorum violabuntur 17 ecce ego suscitabo super eos Medos qui argentum non quaerant nec aurum velint 18 sed sagittis parvulos interficiant et lactantibus uteri non misereantur et super filios non parcat oculus eorum 19 et erit Babylon illa gloriosa in regnis inclita in superbia Chaldeorum sicut subvertit Deus Sodomam et Gomorram 20 non habitabitur usque in finem et non fundabitur usque ad generationem et generationem nec ponet ibi tentoria Arabs nec pastores requiescent ibi 21 sed requiescent ibi bestiae et replebuntur domus eorum draconibus et habitabunt ibi strutiones et pilosi saltabunt ibi 22 et respondebunt ibi ululae in aedibus eius et sirenae in delubris voluptatis


TAALGEBRUIK


COMMENTAAR