JESAJA 14 , Js 14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -
- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 --
Js 14,28-32 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg per pericope :
Uitleg vers per vers : - Js 14,1 - Js 14,2 - Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 - Js 14,24 - Js 14,25 - Js 14,26 - Js 14,27 - Js 14,28 - Js 14,29 - Js 14,30 - Js 14,31 - Js 14,32 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T. : N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. SynoJsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
- Website : http://www.bsw.org/project/biblica/bibl79/Comm01n.htm .
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 14,1-2 . Terugkeer uit de ballingschap - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,1 - Js 14,2 -

Js 14,1 - Js 14,1 . Terugkeer uit de ballingschap - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,1 - Js 14,2 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14 1kai eleèsei kurios ton iakôb kai eklexetai eti ton israèl kai anapausontai epi tès gès autôn kai o giôras prostethèsetai pros autous kai prostethèsetai pros ton oikon iakôb  1 prope est ut veniat tempus eius et dies eius non elongabuntur miserebitur enim Dominus Iacob et eliget adhuc de Israhel et requiescere eos faciet super humum suam adiungetur advena ad eos et adherebit domui Iacob     1 Want de HEERE zal Zich over Jakob ontfermen, en Hij zal Israël nog verkiezen, en Hij zal hen in hun land zetten; en de vreemdeling zal zich tot hen vervoegen, en zij zullen het huis van Jakob aanhangen.   [1] Want over Jakob zal de heer zich ontfermen, het volk van Israël blijft zijn uitverkorene. Hij brengt hen weer naar hun eigen grond; dan zullen vreemdelingen zich bij hen voegen en zich aansluiten bij het huis van Jakob.    1] Maar over Jakob zal de HEER zich ontfermen, weer wordt Israël uitverkoren. Hij zal hen in vrede laten wonen op hun eigen grond. Vreemdelingen zullen zich bij hen aansluiten en zich voegen bij het volk van Jakob.   1 ¶ Want dan ontfermt zich de ENE over Jakob, nogmaals zal hij Israël verkiezen en hen doen rusten op hun eigen grond; de zwerver–te–gast zal zich bij hen aansluiten, voegen zullen zij zich bij het huis van Jakob.   1. Oui, Yahvé aura pitié de Jacob, il choisira de nouveau Israël. Il les réinstallera sur leur sol. L'étranger se joindra à eux pour s'associer à la maison de Jacob.  

King James Bible . 14 [1] For the LORD will have mercy on Jacob, and will yet choose Israel, and set them in their own land: and the strangers shall be joined with them, and they shall cleave to the house of Jacob.
Luther-Bibel . 14 1 Denn der HERR wird sich über Jakob erbarmen und Israel noch einmal erwählen und sie in ihr Land setzen. Und Fremdlinge werden sich zu ihnen gesellen und dem Hause Jakob anhangen.

Tekstuitleg van Js 14,1 .

17. - 18. be(j)th Ja`äqobh (huis van Jakob) . In veertien verzen in de bijbel : (1) Ps 114,1 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 10,20 . (5) Js 14,1 . (6) Js 29,22 . (7) Js 46,3 . (8) Js 48,1 . (9) Jr 2,4 . (10) Ez 20,5 . (11) Am 9,8 . (12) Ob 17 . (13) Mi 2,7 . (14) Mi 3,9 .

Js 14,2 - Js 14,2 . Terugkeer uit de ballingschap - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,1 - Js 14,2 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai lèmpsontai autous ethnè kai eisaxousin eis ton topon autôn kai kataklèronomèsousin kai plèthunthèsontai epi tès gès tou theou eis doulous kai doulas kai esontai aichmalôtoi oi aichmalôteusantes autous kai kurieuthèsontai oi kurieusantes autôn  2 et tenebunt eos populi et adducent eos in locum suum et possidebit eos domus Israhel super terram Domini in servos et ancillas et erunt capientes eos qui se ceperant et subicient exactores suos     2 En de volken zullen hen aannemen, en in hun plaats brengen; en het huis Israëls zal hen erfelijk bezitten in het land des HEEREN tot knechten en tot maagden; en zij zullen gevangen houden degenen, die hen gevangen hielden, en zij zullen heersen over hun drijvers.   [2] Volken brengen hen terug naar hun woonplaats: op het grondgebied van de heer worden zij het bezit van het huis van Israël, als slaven en slavinnen. De volken die hen gevangen hebben genomen, nemen zij nu gevangen, en zij beheersen hun vroegere verdrukkers. [2] Want de andere volken zullen de Israëlieten halen en hen terugbrengen naar hun eigen land. Daarna zullen de Israëlieten die volken in bezit krijgen, als slaven en slavinnen, op het grondgebied van de HEER. Zij zullen gevangennemen wie hen gevangenhielden, en heersen over wie hen overmeesterd hadden.   2 Namen eens gemeenschappen hen mee en lieten zij hen aankomen in hún plaats, en maakten zij hén, het huis Israël, tot erfdeel op de rode grond van de ENE, als dienaren en slavinnen,– worden zullen zij de kerkeraars van wie hén kerkerden, optreden zullen zij tegen hun drijvers. ••   2. Des peuples les prendront et les ramèneront chez eux. La maison d'Israël les assujettira sur le sol de Yahvé, pour en faire des esclaves et des servantes. Ils asserviront ceux qui les avaient asservis, ils maîtriseront leurs oppresseurs.  

King James Bible . [2] And the people shall take them, and bring them to their place: and the house of Israel shall possess them in the land of the LORD for servants and handmaids: and they shall take them captives, whose captives they were; and they shall rule over their oppressors.
Luther-Bibel . 2 Und die Völker werden Israel nehmen und an seinen Ort bringen, und dann wird das Haus Israel sie als Knechte und Mägde besitzen im Lande des HERRN. Und sie werden gefangen halten die, von denen sie gefangen waren, und werden herrschen über ihre Bedränger.

Tekstuitleg van Js 14,2 .

2. mann. mv. `ammîm (volkeren) van het zelfst. naamw. `am (volk) OF `im (met) . Taalgebruik in Tenach : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : laos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . Een vorm van laos (volk) in de LXX (2064) , in het N.T. (141) . Tenach (78) . Js (15) : (1) Js 2,3 . (2) Js 3,13 . (3) Js 8,9 . (4) Js 10,13 . (5) Js 11,10 . (6) Js 14,2 . (7) Js 14,6 . (8) Js 17,12 . (9) Js 30,28 . (10) Js 33,3 . (11) Js 33,12 . (12) Js 49,22 . (13) Js 51,4 . (14) Js 51,5 . (15) Js 63,6 .

- Js 14,3-23 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -

Js 14,3 - Js 14,3 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai estai en tè èmera ekeinè anapausei se o theos ek tès odunès kai tou thumou sou kai tès douleias sou tès sklèras ès edouleusas autois  3 et erit in die illa cum requiem dederit tibi Deus a labore tuo et a concussione tua et a servitute dura qua ante servisti     3 En het zal geschieden ten dage, wanneer u de HEERE rust geven zal van uw smart, en van uw beroering, en van de harde dienstbaarheid, waarin men u heeft doen dienen;   [3] En wanneer de heer u rust verleent na al uw lijden, uw beproevingen en de harde slavernij die u werd opgelegd, [3] Dan, op die dag, zal de HEER jullie vrede geven en een eind maken aan jullie zwoegen, jullie ellende, jullie slavendienst.   3 Zo zal het worden: ten dage dat de ENE je rust schenkt van je smart en van wat je doet sidderen,– en van het harde dienstwerk waarin door jou is gediend:   3. Et il arrivera qu'au jour où Yahvé te soulagera de ta souffrance, de tes tourments et de la dure servitude à laquelle tu étais asservi,  

King James Bible . [3] And it shall come to pass in the day that the LORD shall give thee rest from thy sorrow, and from thy fear, and from the hard bondage wherein thou wast made to serve,
Luther-Bibel . 3 Und zu der Zeit, wenn dir der HERR Ruhe geben wird von deinem Jammer und Leid und von dem harten Dienst, in dem du gewesen bist,

Tekstuitleg van Js 14,3 .

 

Js 14,4 - Js 14,4 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai lèmpsè ton thrènon touton epi ton basilea babulônos kai ereis en tè èmera ekeinè pôs anapepautai o apaitôn kai anapepautai o epispoudastès  4 sumes parabolam istam contra regem Babylonis et dices quomodo cessavit exactor quievit tributum     4 Dan zult gij deze spreuk opnemen tegen den koning van Babel, en zeggen: Hoe houdt de drijver op? Hoe houdt de goudene op?    [4] zult u dit spotlied* zingen over de koning van Babel: “Gedaan is het nu met de verdrukker, gedaan met zijn dwingelandij!   [4] En jullie zullen het volgende spotlied op de koning van Babylonië aanheffen: ‘Het is gedaan met die slavendrijver, gedaan met zijn dwingelandij.*  4 ¶ aanheffen zul je dit gelijkeniswoord tegen de koning van Babel, en zeggen: hoe is de drijver opgehouden, opgehouden de verdrukking!   4. tu entonneras cette satire sur le roi de Babylone, et tu diras : Comment a fini le tyran, a fini son arrogance ?  

King James Bible . [4] That thou shalt take up this proverb against the king of Babylon, and say, How hath the oppressor ceased! the golden city ceased!
Luther-Bibel . 4 wirst du dies Lied anheben gegen den König von Babel und sagen: Wie ist's mit dem Treiber so gar aus, und das Toben hat ein Ende!

Tekstuitleg van Js 14,4 .

6. bâbhèl (Babel) . bâbhèl (Babel) . Taalgebruik in Tenach : bâbhèl (Babel) . Getalwaarde : beth = 2 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 2 - 2 - 4 . Tenach (208) . Pentateuch (2) . Js (8) : (1) Js 13,1 . (2) Js 13,19 . (3) Js 14,4 . (4) Js 21,9 . (5) Js 39,1 . (6) Js 39,6 . (7) Js 39,7 . (8) Js 47,1 .
- bâbhâlâh (naar Babel) . Tenach (27) . Js (1) : Js 43,14 .
- bëbâbhèl (in Babel) . Tenach (8) . Js (1) : Js 48,14 .
- lëbâbhèl (naar Babel) . Tenach (10) . Js (1) : Js 14,22 .
- mëbâbhèl (uit Babel) . Tenach (12) . Js (2) : (1) Js 39,3 . (2) Js 48,20 .

Js 14,5 - Js 14,5 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5sunetripsen o theos ton zugon tôn amartôlôn ton zugon tôn archontôn 5 contrivit Dominus baculum impiorum virgam dominantium     5 De HEERE heeft den stok der goddelozen gebroken, den scepter der heersers.  [5] De heer heeft de scepter van de slechte mensen gebroken, de staf van de heersers, [5] De HEER heeft de stok van de goddelozen gebroken, de scepter van de heersers,   5 Gebroken heeft de ENE de staf van boosdoeners,– de stok van de heersers!,   5. Yahvé a brisé le bâton des méchants, le sceptre des souverains,  

King James Bible . [5] The LORD hath broken the staff of the wicked, and the sceptre of the rulers.
Luther-Bibel . 5 Der HERR hat den Stock der Gottlosen zerbrochen, die Rute der Herrscher.

Tekstuitleg van Js 14,5 .

Js 14,6 - Js 14,6 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6pataxas ethnos thumô plègè aniatô paiôn ethnos plègèn thumou è ouk efeisato  6 caedentem populos in indignatione plaga insanabili subicientem in furore gentes persequentem crudeliter     6 Die de volken plaagde in verbolgenheid met een plaag zonder ophouden, die in toorn over de heidenen heerste, die wordt vervolgd, zonder dat het iemand afweren kan.   [6] waarmee zij, voortdurend, razend op de volken in sloegen, hen grimmig vertrapten en meedogenloos vervolgden.   [6] die de volken sloeg met woedende slagen, zonder eind, die hen belaagde met zijn toorn, zonder maat.   6 hij die in verbolgenheid gemeenschappen sloeg met een slaan dat van geen wijken wist,– die in toorn tegen volkeren optrad en achtervolgde zonder mededogen.   6. lui qui rouait de coups les peuples, avec emportement et sans relâche, qui maîtrisait avec colère les nations, les pourchassant sans répit.  

King James Bible . [6] He who smote the people in wrath with a continual stroke, he that ruled the nations in anger, is persecuted, and none hindereth.
Luther-Bibel . 6 Der schlug die Völker im Grimm ohne Aufhören und herrschte mit Wüten über die Nationen und verfolgte ohne Erbarmen.

Tekstuitleg van Js 14,6 .

2. mann. mv. `ammîm (volkeren) van het zelfst. naamw. `am (volk) OF `im (met) . Taalgebruik in Tenach : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : laos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . Een vorm van laos (volk) in de LXX (2064) , in het N.T. (141) . Tenach (78) . Js (15) : (1) Js 2,3 . (2) Js 3,13 . (3) Js 8,9 . (4) Js 10,13 . (5) Js 11,10 . (6) Js 14,2 . (7) Js 14,6 . (8) Js 17,12 . (9) Js 30,28 . (10) Js 33,3 . (11) Js 33,12 . (12) Js 49,22 . (13) Js 51,4 . (14) Js 51,5 . (15) Js 63,6 .

Js 14,7 - Js 14,7 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7anepausato pepoithôs pasa è gè boa met´ eufrosunès  7 conquievit et siluit omnis terra gavisa est et exultavit     7 De ganse aarde rust, zij is stil; zij maken groot geschal met gejuich.   [7] De hele aarde is nu rustig en veilig, de mensen juichen van vreugde.   [7] Overal op aarde is rust en vrede, vrolijk gejubel weerklinkt.   7 Tot rust gekomen, stil geworden is alles op aarde,– ze zijn uitgebroken in jubel.  7. Toute la terre repose dans le calme, on pousse des cris de joie.  

King James Bible . [7] The whole earth is at rest, and is quiet: they break forth into singing.
Luther-Bibel . 7 Nun hat Ruhe und Frieden alle Welt und jubelt fröhlich.

Tekstuitleg van Js 14,7 .

Js 14,8 - Js 14,8 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai ta xula tou libanou eufranthèsan epi soi kai è kedros tou libanou af´ ou su kekoimèsai ouk anebè o koptôn èmas  8 abietes quoque laetatae sunt super te et cedri Libani ex quo dormisti non ascendit qui succidat nos     8 Ook verheugen zich de dennen over u, en de cederen van Libanon, zeggende: Sinds dat gij daar nederligt, komt niemand tegen ons op, die ons afhouwe.   [8] Ook de cypressen en de ceders van de Libanon roepen blij uit: ‘Sinds u bent gaan liggen, komt er niemand meer om ons te vellen*.’   [8] Op de Libanon heerst zelfs vreugde onder de ceders en de cipressen: “Nu jij geveld bent, komt niemand ons meer vellen.”   8 Zelfs de cipressen verheugen zich in jou, de ceders van Libanon: ‘sedert jij bent gaan liggen klimt niemand meer op om ons neer te hakken!’  8. Les cyprès même se réjouissent à ton sujet, et les cèdres du Liban : « Depuis que tu t'es couché, on ne monte plus pour nous abattre! » 

King James Bible . [8] Yea, the fir trees rejoice at thee, and the cedars of Lebanon, saying, Since thou art laid down, no feller is come up against us.
Luther-Bibel . 8 Auch freuen sich die Zypressen über dich und die Zedern auf dem Libanon und sagen: »Seit du daliegst, kommt niemand herauf, der uns abhaut.«

Tekstuitleg van Js 14,8 .

Js 14,9 - Js 14,9 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9o adès katôthen epikranthè sunantèsas soi sunègerthèsan soi pantes oi gigantes oi arxantes tès gès oi egeirantes ek tôn thronôn autôn pantas basileis ethnôn  9 infernus subter conturbatus est in occursum adventus tui suscitavit tibi gigantas omnes principes terrae surrexerunt de soliis suis omnes principes nationum     9 De hel van onderen was beroerd om uwentwil, om u tegemoet te gaan, als gij kwaamt; zij wekt om uwentwil de doden op, al de bokken der aarde; zij doet al de koningen der heidenen van hun tronen opstaan.   [9] Het dodenrijk beneden is druk in de weer met u te ontvangen. De schimmen, al de machtigen van de aarde, worden voor u gewekt. De koningen van de volken moeten opstaan van hun troon.   [9] Het dodenrijk beneden is in rep en roer om jou een ontvangst te bereiden: het wekt de schimmen voor je op van alle leiders van de aarde, het laat de vorsten van vreemde volken voor jou opstaan van hun troon.   9 Het dodenrijk beneden heeft al gesidderd voor jou toen het je komst tegemoet zag,– het maakte voor jou de schimmen wakker, alle bokkenpoten op aarde, het heeft van hun tronen doen opstaan alle koningen der volken.   9. En bas, le shéol a tressailli à ton sujet pour venir à ta rencontre, il a réveillé pour toi les ombres, tous les potentats de la terre, il a fait lever de leur trône tous les rois des nations.  

King James Bible . [9] Hell from beneath is moved for thee to meet thee at thy coming: it stirreth up the dead for thee, even all the chief ones of the earth; it hath raised up from their thrones all the kings of the nations.
Luther-Bibel . 9 Das Totenreich drunten erzittert vor dir, wenn du nun kommst. Es schreckt auf vor dir die Toten, alle Gewaltigen der Welt, und lässt alle Könige der Völker von ihren Thronen aufstehen,

Tekstuitleg van Js 14,9 .

Js 14,10 - Js 14,10 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10pantes apokrithèsontai kai erousin soi kai su ealôs ôsper kai èmeis en èmin de katelogisthès  10 universi respondebunt et dicent tibi et tu vulneratus es sicut nos nostri similis effectus es     10 Die altegader zullen antwoorden, en tot u zeggen: Gij zijt ook krank geworden, gelijk wij, gij zijt ons gelijk geworden.   [10] Zij allen verwelkomen u met de woorden: ‘Nu bent u even machteloos als wij en aan ons gelijk.   [10] Hoor hoe zij je onthalen: “Nu ben jij even zwak als wij, je bent echt een van ons.  10 Allen zullen zij antwoorden en tot jou zeggen: ook jij bent zo zwak geworden als wij, op ons ben je gaan lijken;   10. Tous prennent la parole pour te dire : « Toi aussi, tu es déchu comme nous, devenu semblable à nous.  

King James Bible . [10] All they shall speak and say unto thee, Art thou also become weak as we? art thou become like unto us?
Luther-Bibel . 10 dass sie alle anheben und zu dir sagen: »Auch du bist schwach geworden wie wir, und es geht dir wie uns.

Tekstuitleg van Js 14,10 .

Js 14,11 - Js 14,11 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11katebè de eis adou è doxa sou è pollè sou eufrosunè upokatô sou strôsousin sèpsin kai to katakalumma sou skôlèx  11 detracta est ad inferos superbia tua concidit cadaver tuum subter te sternetur tinea et operimentum tuum erunt vermes     11 Uw hovaardij is in de hel nedergestort, met het geklank uwer luiten; de maden zullen onder u gestrooid worden, en de wormen zullen u bedekken. schilderij van Gustave Doré: De gevallen engel   [11] Met al uw praal, uw ruisende citers, hebt u naar het dodenrijk moeten afdalen, wormen zijn onder u gespreid, maden zijn uw dek.  [11] Je pracht en praal, en de klank van je harpen, ze worden dit dodenrijk binnengebracht. Wormen zijn je bed, maden je deken.”   11 nedergedaald ter helle is je trots, het geklank van je harpen; onder jou worden wormen gespreid, karmozijnslakken zijn je dekens!   11. Ton faste a été précipité au shéol, avec la musique de tes cithares. Sous toi s'est formé un matelas de vermine, les larves te recouvrent.  

King James Bible . [11] Thy pomp is brought down to the grave, and the noise of thy viols: the worm is spread under thee, and the worms cover thee.
Luther-Bibel . 11 Deine Pracht ist herunter zu den Toten gefahren samt dem Klang deiner Harfen. Gewürm wird dein Bett sein und Würmer deine Decke.«

Tekstuitleg van Js 14,11 .

Js 14,12 - Js 14,12 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12pôs exepesen ek tou ouranou o eôsforos o prôi anatellôn sunetribè eis tèn gèn o apostellôn pros panta ta ethnè  12 quomodo cecidisti de caelo lucifer qui mane oriebaris corruisti in terram qui vulnerabas gentes     12 Hoe zijt gij uit den hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads! hoe zijt gij ter aarde nedergehouwen, gij, die de heidenen krenktet!   [12] Hoe* bent u uit de hemel neergestort, Morgenster, zoon van de Dageraad! Daar ligt u, neer gesmakt in de onderwereld, overwinnaar van de volken!’   [12] O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld.  12 Hoe ben jij uit de hemel gevallen, Morgenster, zoon van de dageraad; neergehouwen ter aarde ben jij, bedwinger der volken   12. Comment es-tu tombé du ciel, étoile du matin, fils de l'aurore ? As-tu été jeté à terre, vainqueur des nations ? 

King James Bible . [12] How art thou fallen from heaven, O Lucifer, son of the morning! how art thou cut down to the ground, which didst weaken the nations!
Luther-Bibel . 12 Wie bist du vom Himmel gefallen, du schöner Morgenstern! Wie wurdest du zu Boden geschlagen, der du alle Völker niederschlugst!

Tekstuitleg van Js 14,12 .

Js 14,13 - Js 14,13 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13su de eipas en tè dianoia sou eis ton ouranon anabèsomai epanô tôn astrôn tou ouranou thèsô ton thronon mou kathiô en orei upsèlô epi ta orè ta upsèla ta pros borran  13 qui dicebas in corde tuo in caelum conscendam super astra Dei exaltabo solium meum sedebo in monte testamenti in lateribus aquilonis     13 En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijden van het noorden.   [13] U hebt bij uzelf gedacht: ‘Ik klim naar de hemel, hoog boven Gods sterren plaats ik mijn troon; op de berg* waar de goden samenkomen zal ik zetelen, op de hoogste toppen van de Safon.   [13] Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen.   13 jij die, met heel je hart gezegd hebt ‘naar de hemel wil ik opklimmen, nog boven de sterren van God verhef ik mijn troon; zitten wil ik op de berg van samenkomst in de diepste dalen van het noorden;  13. Toi qui avais dit dans ton cœur : «J'escaladerai les cieux, au-dessus des étoiles de Dieu j'élèverai mon trône, je siégerai sur la montagne de l'Assemblée, aux confins du septentrion.  

King James Bible . [13] For thou hast said in thine heart, I will ascend into heaven, I will exalt my throne above the stars of God: I will sit also upon the mount of the congregation, in the sides of the north:
Luther-Bibel . 13 Du aber gedachtest in deinem Herzen: »Ich will in den Himmel steigen und meinen Thron über die Sterne Gottes erhöhen, ich will mich setzen auf den Berg der Versammlung im fernsten Norden.

Tekstuitleg van Js 14,13 .

10. kisse´ (troon, zetel) . Taalgebruik in Tenach : kisse´ (troon, zetel) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , samekh = 15 of 60 , aleph = 1 ; totaal : 27 (3³) OF 81 (3² X 3²) . Tenach (51) . Js (4) : (1) Js 6,1 . (2) Js 9,6 . (3) Js 16,5 . (4) Js 47,1 . kiss´î (mijn troon, mijn zetel) . Tenach (10) : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) Js 14,13 . (8) Js 66,1 . (9) . (10) .http://www.dbnl.org/tekst/pric005vier01_01/pric005vier01_01_0043.php . kit . Dit laatste vindt men in Dozy's Oosterlingen afgeleid van het Joodse woord kissé , dat in het Oude Testament de deftige betekenissen heeft van : zetel , troon , zelfs troon Gods . Bij de Rabbijnen is echter bait ha-kissé (= huis van den zetel) reeds: heimelijk gemak en sedert is de betekenis al meer en meer verlopen . In zijn Das deutsche Gaunerthum geeft Avé-Lallemant voor kitt o.a. op : Haus , Krughaus , Herberge , Bordell . In de laatste betekenis komt het in Holland voor . http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0003.php . Kis (Nhebr.) Hebr. kissee : zetel , troon ; later heette het privaat : bet ha-kissee (het huis van den zetel) ; vgl. Ned. stoelgang .

Js 14,14 - Js 14,14 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14anabèsomai epanô tôn nefelôn esomai omoios tô upsistô  14 ascendam super altitudinem nubium ero similis Altissimo     14 Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen, ik zal den Allerhoogste gelijk worden.   [14] Ik stijg hoog op de wolken, en word aan de Allerhoogste gelijk.’   [14] Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste.   14 ik wil klimmen op de wolkenhoogten,– mij gelijk maken aan de Allerhoogste!’   14. Je monterai au sommet des nuages, je m'égalerai au Très-haut. »  

King James Bible . [14] I will ascend above the heights of the clouds; I will be like the most High.
Luther-Bibel . 14 Ich will auffahren über die hohen Wolken und gleich sein dem Allerhöchsten.«

Tekstuitleg van Js 14,14 .

 

Js 14,15 - Js 14,15 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15nun de eis adou katabèsè kai eis ta themelia tès gès 15 verumtamen ad infernum detraheris in profundum laci     15 Ja, in de hel zult gij nedergestoten worden, aan de zijden van den kuil!   [15] Maar nu bent u in het dodenrijk geworpen, in het diepst van de afgrond.   [15] Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put.   15 Echter, ter helle moest je nederdalen in de diepste dalen van de put.   15. Mais tu as été précipité au shéol, dans les profondeurs de l'abîme. »  

King James Bible . [15] Yet thou shalt be brought down to hell, to the sides of the pit.
Luther-Bibel . 15 Ja, hinunter zu den Toten fuhrst du, zur tiefsten Grube!

Tekstuitleg van Js 14,15 .

Js 14,16 - Js 14,16 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16oi idontes se thaumasousin epi soi kai erousin outos o anthrôpos o paroxunôn tèn gèn seiôn basileis  16 qui te viderint ad te inclinabuntur teque prospicient numquid iste est vir qui conturbavit terram qui concussit regna     16 Die u zien zullen, zullen u aanschouwen, zij zullen op u letten, en zeggen: Is dat die man, die de aarde beroerde, die de koninkrijken deed beven?  [16] Wie u ziet, staart u aan en volgt u met aandacht: ‘Is dat nu de man voor wie de aarde beefde en alle koninkrijken sidderden, [16] Ze zien je, ze kijken naar je en kijken nog eens goed naar je: “Is dit de man die de aarde deed beven en koninkrijken deed sidderen?   16 Die tegen je opzagen kijken nog eens goed, proberen van jou te begrijpen: is dit de man die de aarde liet sidderen, koninkrijken deed wankelen?–   16. Ceux qui t'aperçoivent te considèrent, ils fixent leur regard sur toi. » Est-ce bien l'homme qui faisait trembler la terre, qui ébranlait les royaumes ?  

King James Bible . [16] They that see thee shall narrowly look upon thee, and consider thee, saying, Is this the man that made the earth to tremble, that did shake kingdoms;
Luther-Bibel . 16 Wer dich sieht, wird auf dich schauen, wird dich ansehen und sagen: »Ist das der Mann, der die Welt zittern und die Königreiche beben machte,

Tekstuitleg van Js 14,16 .

Js 14,17 - Js 14,17 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17o theis tèn oikoumenèn olèn erèmon kai tas poleis katheilen tous en epagôgè ouk elusen  17 qui posuit orbem desertum et urbes eius destruxit vinctis eius non aperuit carcerem     17 Die de wereld als een woestijn stelde, en derzelver steden verstoorde, die zijn gevangenen niet liet los gaan naar huis toe?   [17] die de aarde veranderde in een woestijn en alle steden verwoestte, die nooit een gevangene naar huis liet teruggaan?’   [17] Die het land tot verval bracht en steden verwoestte? Die zijn gevangenen nooit liet gaan?”   17 die de wereld tot woestijn maakte en zijn steden afbrak; zijn gevangenen nooit een opening gaf naar huis?   17. Il a réduit le monde en désert, rasé les villes, il ne renvoyait pas chez eux les prisonniers.  

King James Bible . [17] That made the world as a wilderness, and destroyed the cities thereof; that opened not the house of his prisoners?
Luther-Bibel . 17 der den Erdkreis zur Wüste machte und seine Städte zerstörte und seine Gefangenen nicht nach Hause entließ?«

Tekstuitleg van Js 14,17 .

8. pâthach (openen) . Taalgebruik in Tenach : pâthach (openen) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , thaw = 22 of 400 , chet = 8 ; totaal : 47 OF 488 (8 X 61) . Structuur : 8 - 4 - 8 . Gr. anoigô (openen) . Taalgebruik in de LXX : anoigô (openen) . Taalgebruik in het N.T. : anoigô (openen) . Lat. aperire . Fr. ouvrir . D. öffnen . E. to open . Een vorm van anoigô (openen) komt in de LXX (182) , in het N.T. (78) voor . p-th-ch . Tenach (133) . Pentateuch (58) . Js (4) . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. pâthach (hij opende) : (1) Js 14,17 . (2) Js 50,5 . (2) act. qal part. mann. enk. potheach (openende) : Js 22,22 . (3) actief piël inf. stat. constr. paththeach (te openen) : Js 58,6 .

Js 14,18 - Js 14,18 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18pantes oi basileis tôn ethnôn ekoimèthèsan en timè anthrôpos en tô oikô autou  18 omnes reges gentium universi dormierunt in gloria vir in domo sua     18 Al de koningen der heidenen, zij allen liggen neder met eer, een iegelijk in zijn huis;   [18] De koningen van de andere volken rusten vol eer in hun eigen graf.  [18] Andere koningen worden eervol begraven, ieder in een eigen praalgraf.   18 Alle koningen der volkeren, zij allen,– zijn in ere gaan liggen, ieder in zijn eigen behuizing;   18. Tous les rois des nations, tous, reposent avec honneur, chacun chez soi.  

King James Bible . [18] All the kings of the nations, even all of them, lie in glory, every one in his own house.
Luther-Bibel . 18 Alle Könige der Völker ruhen doch in Ehren, ein jeder in seiner Kammer;

Tekstuitleg van Js 14,18 .

Js 14,19 - Js 14,19 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19su de rifèsè en tois oresin ôs nekros ebdelugmenos meta pollôn tethnèkotôn ekkekentèmenôn machairais katabainontôn eis adou on tropon imation en aimati pefurmenon ouk estai katharon  19 tu autem proiectus es de sepulchro tuo quasi stirps inutilis pollutus et obvolutus qui interfecti sunt gladio et descenderunt ad fundamenta laci quasi cadaver putridum    19 Maar gij zijt verworpen van uw graf, als een gruwelijke scheut, als een kleed der gedoden, die met het zwaard doorstoken zijn; als die nederdalen in een steenkuil, als een vertreden dood lichaam.   [19] Maar* u hebben ze weggesmeten, ver weg van uw graf, een waardeloos geachte tak; u hebben ze bedolven onder de lijken van mensen die, gedood met het zwaard, naar de stenen van de kuil zijn neergezonken, als een kadaver in een hoek getrapt.  [19] Maar jij bent, ver van je graf, weggegooid als een afgekeurde twijg; je ligt bedolven onder de lijken van hen die door het zwaard zijn gedood, die afgedaald zijn in de put en door stenen zijn bedekt; je bent verschopt als een kadaver.   19 en jij, jij bent weggeworpen, weg van je graf als een verafschuwde scheut, omgeven door omgebrachte mensen die doorstoken zijn door een zwaard,– die moesten neerdalen naar de stenen van de put als een platgetrapt kadaver.   19. Toi, on t'a jeté hors de ton sépulcre, comme un rameau dégoûtant, au milieu de gens massacrés, transpercés par l'épée, jetés sur les pierres de la fosse, comme une charogne foulée aux pieds.  

King James Bible . [19] But thou art cast out of thy grave like an abominable branch, and as the raiment of those that are slain, thrust through with a sword, that go down to the stones of the pit; as a carcase trodden under feet.
Luther-Bibel . 19 du aber bist hingeworfen ohne Grab wie ein verachteter Zweig, bedeckt von Erschlagenen, die mit dem Schwert erstochen sind, wie eine zertretene Leiche.

Tekstuitleg van Js 14,19 .

Js 14,20 - Js 14,20 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20outôs oude su esè katharos dioti tèn gèn mou apôlesas kai ton laon mou apekteinas ou mè meinès eis ton aiôna chronon sperma ponèron  20 non habebis consortium neque cum eis in sepultura tu enim terram disperdisti tu populum occidisti non vocabitur in aeternum semen pessimorum     20 Gij zult bij dezelve niet gevoegd worden in de begrafenis; want gij hebt uw land verdorven, en uw volk gedood; het zaad der boosdoeners zal in der eeuwigheid niet genoemd worden.   [20] U wordt niet met hen in een graf verenigd, omdat u uw eigen land te gronde hebt gericht en uw eigen volk hebt uitgemoord. En over het nageslacht van zulke schurken zal niemand meer spreken!   [20] Jij wordt niet bij vorsten te ruste gelegd, want jij hebt je land verwoest en je volk vermoord. Het nageslacht van een schurk als jij zal voorgoed getekend zijn.’   20 Jij wordt niet met hen verenigd in een graf, omdat jij je land hebt verdorven, je gemeenschap hebt omgebracht; voor eeuwig worden niet meer genoemd het zaad van zulke kwaadstichters!   20. Tu ne leur seras pas uni dans la tombe, car tu as ruiné ton pays, fait périr ton peuple. Plus jamais on ne prononcera le nom de la race des méchants.  

King James Bible . [20] Thou shalt not be joined with them in burial, because thou hast destroyed thy land, and slain thy people: the seed of evildoers shall never be renowned.
Luther-Bibel . 20 Du wirst nicht wie jene begraben werden, die hinabfahren in eine steinerne Gruft; denn du hast dein Land verderbt und dein Volk erschlagen. Man wird des Geschlechtes der Bösen nicht mehr gedenken.

Tekstuitleg van Js 14,20 . Het vers Js 14,20 telt 14 (2 X 7) woorden en 49 (7²) letters . De getalwaarde van Js 14,20 is 4141 (41 X 101) .

Js 14,20.13. zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) . Taalgebruik in Tenach : zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) . Getalwaarde : zajin = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 43 OF 277 (priemgetal) . Structuur : 7 - 2 - 7 . Tenach (70) . Pentateuch (28) . Jesaja (14) : (1) Js 1,4 . (2) Js 6,13 . (3) Js 14,20 . (4) Js 23,3 . (5) Js 41,8 . (6) Js 45,25 . (7) Js 53,10 . (8) Js 55,10 . (9) Js 57,3 . (10) Js 57,4 . (11) Js 59,21 . (12) Js 61,9 . (13) Js 65,9 . (14) Js 65,23 .
In zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) zit het woord ra` (slecht, kwaad, boos, misdadig) . Taalgebruik in Tenach : ra` (slecht, kwaad, boos, misdadig) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 270 (2 X 3³ X 5) . Structuur : 2 - 7 . ra` is het tegenoversgestelde van goed . Goed - slecht ; goed - kwaad . Kwaad in de betekenis van boos worden om iets dat gedaan werd . We zouden kunnen spreken van goed-doener en slecht-doener , maar we gebruiken evenwel wel-doener . We spreken niet van slecht-doener of kwaad- doener , maar wel van een mis-dadiger (mis -doen) of een boos-doener . Zie ook : râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Taalgebruik in Tenach : râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 340 (2² X 5 X 17) . Structuur : 2 - 7 - 7 .

Js 14,20.14. râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Taalgebruik in Tenach : râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 340 (2² X 5 X 17) . Structuur : 2 - 7 - 7 .
- act. hifil part. mann. mv. mëre`îm (boosdoeners) . Tenach (15) . Js (3) : (1) Js 1,4 . (2) Js 14,20 . (3) Js 31,2 .

Js 14,20.13. - 14. zèra` mëre`îm = geslacht van misdadigers . Tenach (2) : (1) Js 1,4 . (2) Js 14,20 . woordspeling in : r` in zèra (nageslacht) en mëre`îm (boosdoeners) .
Zie Js 1,11 : mann. mv. mërî´îm (gemest vee) van het zelfst. naamw. mërî´ (gemest vee) . Taalgebruik in Tenach : mërî´ (gemest vee) . Getalwaarde : mem = 14 of 50 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , aleph = 1 ; totaal : 45 (3² X 5) OF 261 . Structuur : 5 - 2 - 1 - 1 . Tenach (1) : Js 1,11 .
- mëre`îm (boosdoeners) van Js 1,4 en mërî´îm (gemest vee) Js 1,11 lijken sterk op elkaar . Leg je een link van Js 1,4 met Js 1,11 , dan zijn boosdoeners geweldenaars , slachters , offeraars , ontnemers van leven en toekomst .

Js 14,21 - Js 14,21 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21etoimason ta tekna sou sfagènai tais amartiais tou patros sou ina mè anastôsin kai tèn gèn klèronomèsôsin kai emplèsôsi tèn gèn poleôn  21 praeparate filios eius occisioni in iniquitate patrum eorum non consurgent nec hereditabunt terram neque implebunt faciem orbis civitatum     21 Maakt de slachting voor zijn kinderen gereed, om hunner vaderen ongerechtigheid wil; dat zij niet opstaan, en de aarde erven, en de wereld vervullen met steden;   [21] Maak voor zijn zonen de slachtbank gereed om hen voor de schuld van hun vaderen te straffen; zij zullen niet opstaan om de wereld te veroveren en geen steden meer bouwen over de hele aarde.’ [21] Leid zijn kinderen naar de slachtbank om wat hun ouders hebben misdaan. Nooit meer zullen zij de wereld veroveren, noch de aarde bedekken met hun steden.   21 Maakt voor zijn zonen een slachtbank gereed om de ongerechtigheid van hun vaderen; dat ze niet opstaan en de aarde beërven, het aanschijn van de wereld vullen met steden!   21. Préparez le massacre de ses fils pour la faute de leur père. Qu'ils ne se lèvent plus pour conquérir la terre et couvrir de villes la face du monde. »  

King James Bible . [21] Prepare slaughter for his children for the iniquity of their fathers; that they do not rise, nor possess the land, nor fill the face of the world with cities.
Luther-Bibel . 21 Richtet die Schlachtbank zu für seine Söhne um der Missetat ihres Vaters willen, dass sie nicht wieder hochkommen und die Welt erobern und den Erdkreis voll Trümmer machen.

Tekstuitleg van Js 14,21 .

Js 14,22 - Js 14,22 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22kai epanastèsomai autois legei kurios sabaôth kai apolô autôn onoma kai kataleimma kai sperma tade legei kurios 22 et consurgam super eos dicit Dominus exercituum et perdam Babylonis nomen et reliquias et germen et progeniem ait Dominus     22 Want Ik zal tegen hen opstaan, spreekt de HEERE der heirscharen, en Ik zal van Babel uitroeien den naam en het overblijfsel, en den zoon en den zoonszoon, spreekt de HEERE.  [22] Ik sta tegen hen op – godsspraak van de heer van de machten – naam en rest* van Babel roei Ik uit, met wortel en tak – godsspraak van de heer.   [22] Want ik zal me tegen hen keren – spreekt de HEER van de hemelse machten –, ik zal Babel geheel vernietigen, uitroeien met wortel en tak – zo spreekt de HEER.  22 Ik zal opstaan tegen hen!, tijding van de ENE, de Omschaarde; ik roei van Babel uit: naam en nageslacht, nakroost en neef!, is de tijding van de ENE.  22. Je me lèverai contre eux, oracle de Yahvé Sabaot et je retrancherai de Babylone le nom et le reste, descendance et postérité, oracle de Yahvé.  

King James Bible . [22] For I will rise up against them, saith the LORD of hosts, and cut off from Babylon the name, and remnant, and son, and nephew, saith the LORD.
Luther-Bibel . 22 Und ich will über sie kommen, spricht der HERR Zebaoth, und von Babel ausrotten Name und Rest, Kind und Kindeskind, spricht der HERR.

Tekstuitleg van Js 14,22 .

7. bâbhèl (Babel) . bâbhèl (Babel) . Taalgebruik in Tenach : bâbhèl (Babel) . Getalwaarde : beth = 2 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 2 - 2 - 4 . Tenach (208) . Pentateuch (2) . Js (8) : (1) Js 13,1 . (2) Js 13,19 . (3) Js 14,4 . (4) Js 21,9 . (5) Js 39,1 . (6) Js 39,6 . (7) Js 39,7 . (8) Js 47,1 .
- bâbhâlâh (naar Babel) . Tenach (27) . Js (1) : Js 43,14 .
- bëbâbhèl (in Babel) . Tenach (8) . Js (1) : Js 48,14 .
- lëbâbhèl (naar Babel) . Tenach (10) . Js (1) : Js 14,22 .
- mëbâbhèl (uit Babel) . Tenach (12) . Js (2) : (1) Js 39,3 . (2) Js 48,20 .

Js 14,23 - Js 14,23 . Val van de koning van Babel  - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,3 - Js 14,4 - Js 14,5 - Js 14,6 - Js 14,7 - Js 14,8 - Js 14,9 - Js 14,10 - Js 14,11 - Js 14,12 - Js 14,13 - Js 14,14 - Js 14,15 - Js 14,16 - Js 14,17 - Js 14,18 - Js 14,19 - Js 14,20 - Js 14,21 - Js 14,22 - Js 14,23 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23kai thèsô tèn babulônian erèmon ôste katoikein echinous kai estai eis ouden kai thèsô autèn pèlou barathron eis apôleian  23 et ponam eam in possessionem ericii et in paludes aquarum et scopabo eam in scopa terens dicit Dominus exercituum     23 En Ik zal hen stellen tot een erve der nachtuilen, en tot waterpoelen; en Ik zal hen met een bezem des verderfs uitvagen, spreekt de HEERE der heirscharen.   [23] Babel maak Ik tot een domein voor wilde zwijnen, één grote waterpoel; Ik bezem het weg met de bezem van de vernieling – godsspraak van de heer van de machten.’ [23] Ik maak van Babel een groot moeras, een verblijf van stekelvarkens. Ik veeg het weg met een bezem van vernietiging – spreekt de HEER van de hemelse machten. Profetie over Assyrië en over de Filistijnen   23 Ik zal haar maken tot erfgoed van een roerdomp, poelen vol water; ik zal haar wegbezemen met de bezem der verdelging!– is de tijding van de ENE, de Omschaarde. •   23. J'en ferai un repaire de hérissons, un marécage. Je la balaierai avec le balai de la destruction. Oracle de Yahvé Sabaot. 

King James Bible . [23] I will also make it a possession for the bittern, and pools of water: and I will sweep it with the besom of destruction, saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel . 23 Und ich will Babel machen zum Erbe für die Igel und zu einem Wassersumpf und will es mit dem Besen des Verderbens wegfegen, spricht der HERR Zebaoth. Gegen Assyrien

Tekstuitleg van Js 14,23 .

- Js 14,24-27 . Nederlaag van Assur - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,24 - Js 14,25 - Js 14,26 - Js 14,27 -

Js 14,24 - Js 14,24 . Nederlaag van Assur - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,24 - Js 14,25 - Js 14,26 - Js 14,27 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24tade legei kurios sabaôth on tropon eirèka outôs estai kai on tropon bebouleumai outôs menei  24 iuravit Dominus exercituum dicens si non ut putavi ita erit et quomodo mente tractavi     24 De HEERE der heirscharen heeft gezworen, zeggende: Indien niet, gelijk Ik gedacht heb, het alzo geschiede, en gelijk Ik beraadslaagd heb, het bestaan zal!     [24] De* heer van de machten heeft gezworen: ‘Wat Ik bedacht heb, zal gebeuren, wat Ik besloten heb, wordt uitgevoerd.   [24] De HEER van de hemelse machten heeft gezworen: ‘Voorwaar, het zal gaan zoals ik heb bepaald, het zal gebeuren zoals ik heb besloten.   24 ¶ Gezworen heeft de ENE, de Omschaarde, en gezegd: als het niet!… zoals ik gedacht heb, zó zal geschieden, zoals ik heb beraadslaagd, dát zal tot stand komen:   24. Yahvé Sabaot l'a juré : Oui! Comme j'ai projeté, cela se fera, comme j'ai décidé, cela se réalisera :  

King James Bible . [24] The LORD of hosts hath sworn, saying, Surely as I have thought, so shall it come to pass; and as I have purposed, so shall it stand:
Luther-Bibel . 24 Der HERR Zebaoth hat geschworen: Was gilt's? Es soll gehen, wie ich denke, und soll zustande kommen, wie ich's im Sinn habe,

Tekstuitleg van Js 14,24 .

Js 14,25 - Js 14,25 . Nederlaag van Assur - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,24 - Js 14,25 - Js 14,26 - Js 14,27 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25tou apolesai tous assurious apo tès gès tès emès kai apo tôn oreôn mou kai esontai eis katapatèma kai afairethèsetai ap´ autôn o zugos autôn kai to kudos autôn apo tôn ômôn afairethèsetai 25 sic eveniet ut conteram Assyrium in terra mea et in montibus meis conculcem eum et auferetur ab eis iugum eius et onus illius ab umero eorum tolletur     25 Dat Ik Assur in Mijn land zal verbreken, en hem op Mijn bergen vertreden; opdat zijn juk van hen afwijke, en zijn last van hun schouder wijke.   [25] Assur ga Ik breken in mijn land, Ik verpletter hem op mijn bergen; dan wordt zijn juk van mijn volk weggenomen en glijdt die last van hun schouders.    [25] Ik breek de Assyrische heerschappij over mijn land, ik verbrijzel Assyrië op mijn bergen. Mijn volk wordt van zijn juk bevrijd, zijn last wordt van hun schouders genomen.’   25 Asjoer te breken in mijn land, op mijn bergen zal ik hem vertrappen; wijken zal van hen zijn juk, zijn last zal van hun schouder wijken.   25. Je briserai Assur dans mon pays, je le piétinerai sur mes montagnes. Et son joug glissera de sur eux, son fardeau glissera de son épaule.  

King James Bible . [25] That I will break the Assyrian in my land, and upon my mountains tread him under foot: then shall his yoke depart from off them, and his burden depart from off their shoulders.
Luther-Bibel .25 dass Assur zerschlagen werde in meinem Lande und ich es zertrete auf meinen Bergen, damit sein Joch von ihnen genommen werde und seine Last von ihrem Halse komme.

Tekstuitleg van Js 14,25 .

2. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 14,26 - Js 14,26 . Nederlaag van Assur - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,24 - Js 14,25 - Js 14,26 - Js 14,27 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26autè è boulè èn bebouleutai kurios epi tèn oikoumenèn olèn kai autè è cheir è upsèlè epi panta ta ethnè tès oikoumenès  26 hoc consilium quod cogitavi super omnem terram et haec est manus extenta super universas gentes     26 Dit is de raadslag, die beraadslaagd is over dat ganse land; en dit is de hand, die uitgestrekt is over alle volken.  [26] Dit is het besluit, besloten over heel de aarde, dit is de hand, over alle volken uitgestrekt.   [26] Dit is het besluit dat gevallen is over heel de aarde. Dit is de hand die opgeheven is tegen alle volken.   26 Dit is de raadslag die beraadslaagd is over heel de aarde,– en dit is de hand die is uitgestrekt over alle volken.   26. Telle est la décision prise contre toute la terre, telle est la main étendue sur toutes les nations.  

King James Bible . [26] This is the purpose that is purposed upon the whole earth: and this is the hand that is stretched out upon all the nations.
Luther-Bibel . 26 Das ist der Ratschluss, den er hat über alle Lande, und das ist die Hand, die ausgereckt ist über alle Völker.

Tekstuitleg van Js 14,26 .

11. - 12. kâl haggôjim (alle volkeren) . Tenach (37) . Js (11) : (1) Js 2,2 . (2) Js 14,26 . (3) Js 25,7 . (4) Js 29,7 . (5) Js 29,8 . (6) Js 34,2 . (7) Js 40,17 . (8) Js 43,9 . (9) Js 52,10 . (10) Js 61,11 . (11) Js 66,18 .

Js 14,27 - Js 14,27 . Nederlaag van Assur - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,24 - Js 14,25 - Js 14,26 - Js 14,27 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27a gar o theos o agios bebouleutai tis diaskedasei kai tèn cheira tèn upsèlèn tis apostrepsei  27 Dominus enim exercituum decrevit et quis poterit infirmare et manus eius extenta et quis avertet eam     27 Want de HEERE der heirscharen heeft het in Zijn raad besloten, wie zal het dan verbreken? en Zijn hand is uitgestrekt, wie zal ze dan keren?   [27] Als de heer van de machten een besluit neemt, wie zal het verijdelen? Als Hij zijn hand uitstrekt, wie trekt die dan terug?’   [27] Wanneer hij dit besloten heeft, de HEER van de hemelse machten, wie zal het dan verijdelen? Wanneer hij zijn hand opheft, wie zal hem tegenhouden?   27 Wanneer de ENE, de Omschaarde, heeft beraadslaagd, wie zal het dan beletten,– zijn hand heeft uitgestrekt, wie zal haar keren? •  27. Quand Yahvé Sabaot a décidé, qui l'arrêtera, et sa main levée, qui la fera revenir ?  

King James Bible . [27] For the LORD of hosts hath purposed, and who shall disannul it? and his hand is stretched out, and who shall turn it back?
Luther-Bibel . 27 Denn der HERR Zebaoth hat's beschlossen – wer will's wehren? Und seine Hand ist ausgereckt – wer will sie wenden? Gegen die Philister

Tekstuitleg van Js 14,27 .

- Js 14,28-32 . Tegen de Filistijnen - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,28 - Js 14,29 - Js 14,30 - Js 14,31 - Js 14,32 -

Js 14,28 - Js 14,28 . Tegen de Filistijnen - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,28 - Js 14,29 - Js 14,30 - Js 14,31 - Js 14,32 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28tou etous ou apethanen achaz o basileus egenèthè to rèma touto  28 in anno quo mortuus est rex Ahaz factum est onus istud     28 In het jaar, toen de koning Achaz stierf, geschiedde deze last.   [28] In het sterfjaar* van koning Achaz werd deze uitspraak gehoord:   [28] In het sterfjaar van koning Achaz werd dit aangekondigd:  28 In het sterfjaar van koning Achaz,– is dit de draaglast geweest:   28. L'année de la mort du roi Achaz, cet oracle fut prononcé :  

King James Bible . [28] In the year that king Ahaz died was this burden.
Luther-Bibel . 28 Im Jahr, als König Ahas starb, wurde diese Last angekündigt:

Tekstuitleg van Js 14,28 . Het vers Js 14,28 telt 7 woorden en 24 (2³ X 3) letters . De getalwaarde van Js 14,28 is 1692 (2² X 3 ² X 47) .
In Js 1,1 worden 4 koningen vermeld : Uzzia , Jotham , Achaz en Hizkia . De 1ste koning is Uzzia . In Js 6,1 wordt over zijn dood gesproken . Bijgevolg zou Js 1-5 zich afspelen in de de tijd van koning Uzzia . Dan komt de regeerperiode van Jotham . In Js 7,1 wordt melding gemaakt van koning Achaz , zoon van Jotham , zoon van Uzzia . Js 6 zou zich dus afspelen tijdens de regeerperiode van koning Jotham . In tegenstelling tot Uzzia en Jotham zal Achaz wel als personage functioneren in het boek Jesaja . In Js 14,28 wordt over de dood van koning Achaz gesproken . Dit zou inhouden dat Js 7,1-Js 14,27 zich afspeelt tijdens de regeerperiode van koning Achaz . Js 14,28-Js 39,8 zou zich afspelen tijdens de regeerperiode van koning Hizkia . Na Js 1,1 wordt Hizkia pas genoemd in Js 36,1 , maar dan zijn we reeds in het 14de jaar van koning Hizkia . Dat stemt overeen met Js 14,28 , wanneer de regeerperiode van koning Hizkia begint .
Naar de regeerperiodes van de koningen zou Jesaja 1-39 als volgt kunnen worden ingedeeld :
- Js 1-5 : Uzzia .
- Js 6 : Jotham .
- Js 7-14,27 : Achaz .
- Js 14,28-39,8 : Hizkia .
In Js 1,1 is de tijdsaanduiding ondergeschikt aan het opschrift . In Js 6,1 , Js 7,1 en Js 14,28 staat de tijdsaanduiding voorop .
In Js 1,1 worden de 4 koningen vermeld . Js 6,1 en Js 14,28 begint met : in het sterfjaar van koning enerzijds Uzzia , anderzijds Achaz . In de uitvoerige inleiding van Js 7,1 worden 3 koningen genoemd . Hiermee en tevens door de uitdrukking bîme(j) (in de dagen van) gelijkt de tijdsaanduiding in Js 7,1 sterk op die van Js 1,1 . Zo zijn deze tijdsaanduidingen binair opgebouwd : A - B - A' - B' .

Js 14,28.1. sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenach : sjânâh (jaar) . De getalwaarde van sjânâh (jaar) is : sjin = 21 of 300 , nun = 14 of 50 , he = 5 ; totaal : 40 of 355 (5 X 71) . Structuur : 3 - 5 - 5 . Tenach (270) . Pentateuch (114) . Js (9) : (1) Js 7,8 . (2) Js 21,16 . (3) Js 23,15 . (4) Js 23,17 . (5) Js 29,1 . (6) Js 32,10 . (7) Js 36,1 . (8) Js 38,5 . (9) Js 39,3 .
- bisjënath (in het jaar van) < bë + stat. constr. . Tenach (76) . Pentateuch (5) . Js (3) : (1) Js 6,1 . (2) Js 14,28 . (3) Js 20,1 .

Js 14,28.2. mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenach : mwth (sterven, ondergaan) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 41 OF 446 (2 X 223) . Structuur : 4 - 6 - 4 .
- m-w-th . Tenach (123) . Pentateuch (41) . Jesaja (5) . act. qal inf. construct. môth (dood) . Js (2) : (1) Js 6,1 . (2) Js 14,28 .
- thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in de LXX : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in het N.T. : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Een vorm van thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) in de LXX (161) , in het NT (11) .
- apokteinô (doden) . Taalgebruik in de LXX : apokteinô (doden, vermoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokteinô (doden, vermoorden) . Gr. kteinô (doden, vermoorden) . Lat. occidere < ob-cadere (tegenslaan, doodslaan) . Fr. tuer . Ned. doden . D. : töten . E. to die .
Lat. mori (sterven) ; mors , mortis (de dood) ; mortuus (dode) ; cfr. mortuarium (dodenhuisje) . Fr. le mort (de dode) . mourir (sterven) .

Js 14,28.1. - 2. bisjënath môth (in het jaar van de dood) EN 1. - 3. bisjënath môth hammèlèkh (in het jaar van de dood van de koning) . Tenach (2) : (1) Js 6,1 . (2) Js 14,28 .

Js 14,28.4. ´âchâz (Achaz) . Taalgebruik in Tenach : ´âchâz (Achaz) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , zajin = 7 ; totaal : 16 (2² X 2²) . Structuur : 1 - 8 - 7 . ´-ch-z . Tenach (42) . Profeten (9) : (1) Js 1,1 . (2) Js 7,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 7,10 . (5) Js 7,12 . (6) Js 14,28 . (7) Js 38,8 . (8) Hos 1,1 . (9) Mi 1,1 . http://nl.wikipedia.org/wiki/Achaz . Achaz (Hebreeuws voor Jahweh grijpt vast, houdt) was koning van Juda. Hij was de opvolger van zijn vader Jotam. Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd op 735 v.Chr. tot 715 v.Chr. of van 732 v.Chr. tot 716 v.Chr.. Buiten de Bijbel is niet veel bekend over het leven van Achaz. In de Bijbel is over zijn leven te lezen in onder meer 2 Koningen 16, Jesaja 7-9 en 2 Kronieken 28. Achaz wordt in de Bijbel beschreven als een slechte en zwakke koning. Hij kwam op twintigjarige leeftijd op de troon. Hij stapte over naar de godsdienst van omliggende volken en liet in het hele land offerplaatsen voor hun goden oprichten. Hij offerde zelfs één of meerdere van zijn eigen zonen. Op politiek gebied kwam Achaz snel in de problemen toen koning Resin van Aram (met als hoofdstad Damascus) en koning Pekach van Israël een coalitie sloten en gezamenlijk tegen Juda ten strijde trokken. Achaz zag zich gedwongen hulp in te roepen van koning Tiglat-Pileser van Assyrië. Achaz betaalde grote sommen goud en zilver voor deze hulp en Juda werd feitelijk een vazalstaat van Assyrië. Tiglat-Pileser veroverde hierop Damascus en liet koning Resin ter dood brengen. In 722 v.Chr. veroverden de Assyriërs ook het koninkrijk Israël en werden de inwoners verbannen. Tijdens de regeerperiode van Achaz voerden de profeten Jesaja, Hosea en Micha oppositie tegen zijn beleid op religieus gebied. Volgens de bijbel stierf Achaz op 35-jarige leeftijd. Hij werd begraven in Jeruzalem. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hizkia.

Js 14,28.3. - 4. hammèlèkh ´âchâz (koning Achaz) . Tenach (11) : (1) 2 K 16,10 . (2) 2 K 16,11 . (3) 2 K 16,15 . (4) 2 K 16,16 . (5) 2 K 16,17 . (6) 2 Kr 28,16 . (7) 2 Kr 28,22 . (8) 2 Kr 29,19 . (9) Js 14,28 .

Js 14,28.6. mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Taalgebruik in Tenach : mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 4 - 3 - 1 . Tenach (37) . 12 kl. Prof. (4) : (1) Nah 1,1 . (2) Zach 9,1 . (3) Zach 12,1 . (4) Mal 1,1 . Js (12) : (1) Js 13,1 . (2) Js 15,1 . (3) Js 17,1 . (4) Js 19,1 . (5) Js 21,1 . (6) Js 21,11 . (7) Js 21,13 . (8) Js 22,1 . (9) Js 23,1 . (10) Js 30,6 . (11) Js 46,1 . (12) Js 46,2 . Zie ook Spr 30,1 . Spr 31,1 . hammashshâ´ (profetie, godsspraak) . Tenach (10) . Js (2) : (1) Js 14,28 . (2) Js 22,25 . In Js komt mashshâ´ (profetie, godsspraak) 12X voor . In Js 1-39 : 10X , in Js 40-55 : 2X .

Js 14,29 - Js 14,29 . Tegen de Filistijnen - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,28 - Js 14,29 - Js 14,30 - Js 14,31 - Js 14,32 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29mè eufrantheiète pantes oi allofuloi sunetribè gar o zugos tou paiontos umas ek gar spermatos ofeôn exeleusetai ekgona aspidôn kai ta ekgona autôn exeleusontai ofeis petomenoi  29 ne laeteris Philisthea omnis tu quoniam comminuta est virga percussoris tui de radice enim colubri egredietur regulus et semen eius absorbens volucrem     29 Verheug u niet, gij gans Palestina! dat de roede die u sloeg, gebroken is; want uit de wortel der slang zal een basilisk voortkomen, en haar vrucht zal een vurige vliegende draak zijn.  [29] ‘Verheug u maar niet, Filistea, omdat de stok die u sloeg gebroken is; want de slang wordt een wortel waaruit een adder voortkomt en haar vrucht wordt weer een draak* met vleugels.   [29] ‘Juich niet te vroeg, Filistijnen, nu de stok die jullie sloeg is gebroken. Want de slang baart een adder en die brengt een vliegensvlugge cobra voort.   29 verheug je maar niet, Filistea, jullie allen, dat de stok die je sloeg is gebroken!– want uit de wortel van een slang komt een giftiger beest te voorschijn, en de vrucht daarvan is een vliegende vuurvogel.   29. Ne te réjouis pas, Philistie tout entière, de ce qu'est brisé le bâton qui te frappait. Car de la souche du serpent sortira une vipère, et son fruit sera un dragon volant.  

King James Bible . [29] Rejoice not thou, whole Palestina, because the rod of him that smote thee is broken: for out of the serpent's root shall come forth a cockatrice, and his fruit shall be a fiery flying serpent.
Luther-Bibel . 29 Freue dich nicht, ganz Philisterland, dass der Stock, der dich schlug, zerbrochen ist! Denn aus der Wurzel der Schlange wird eine giftige Natter kommen, und ihre Frucht wird ein feuriger fliegender Drache sein.

Tekstuitleg van Js 14,29 .

Js 14,30 - Js 14,30 . Tegen de Filistijnen - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,28 - Js 14,29 - Js 14,30 - Js 14,31 - Js 14,32 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
30kai boskèthèsontai ptôchoi di´ autou ptôchoi de andres ep´ eirènès anapausontai anelei de limô to sperma sou kai to kataleimma sou anelei  30 et pascentur primogeniti pauperum et pauperes fiducialiter requiescent et interire faciam in fame radicem tuam et reliquias tuas interficiam     30 En de eerstgeborenen der armen zullen weiden, en de nooddruftigen zullen zeker nederliggen; uw wortel daarentegen zal Ik door den honger doden, en uw overblijfsel zal hij ombrengen.   [30] De armen van mijn volk zullen weiden op mijn grasland, de geringen zullen ongestoord gaan liggen, maar uw wortel laat Ik sterven van de honger, en wat er van u rest, dat roei Ik uit!  [30] De kinderen van de armen zullen veilig leven, de zwakken vlijen zich rustig neer, maar jullie nazaten laat ik verhongeren en wie er nog over is, wordt omgebracht.   30 Op mijn grasland zullen de geringsten weiden, armen veilig zich neervlijen; maar laten sterven van honger zal ik jouw wortel, je overblijfsel breng ik om.   30. Car les premiers-nés des pauvres auront leur pâture, et les malheureux reposeront en sécurité, tandis que je ferai mourir de faim ta souche, et que je tuerai ce qui reste de toi.  

King James Bible . [30] And the firstborn of the poor shall feed, and the needy shall lie down in safety: and I will kill thy root with famine, and he shall slay thy remnant.
Luther-Bibel . 30 Die Geringen werden auf meiner Aue weiden und die Armen sicher ruhen; aber deine Wurzel will ich durch Hunger töten, und deine Übriggebliebenen werde ich morden.

Tekstuitleg van Js 14,30 .

Js 14,31 - Js 14,31 . Tegen de Filistijnen - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,28 - Js 14,29 - Js 14,30 - Js 14,31 - Js 14,32 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
31ololuzete pulai poleôn kekragetôsan poleis tetaragmenai oi allofuloi pantes oti kapnos apo borra erchetai kai ouk estin tou einai  31 ulula porta clama civitas prostrata est Philisthea omnis ab aquilone enim fumus venit et non est qui effugiat agmen eius     31 Huil, gij poort, schreeuw, gij stad! gij zijt gesmolten, gij gans Palestina! want van het noorden komt een rook, en er is geen eenzame in zijn samenkomsten.   [31] Weeklagen moet u, poort, jammeren moet u, stad! Sidder, heel Filistea, want uit het noorden* nadert een rokende wolk, en er is niemand die de gelederen verlaat. [31] Weeklaag, poorten, steden, schreeuw het uit, beef van angst, Filistijnen. Want uit het noorden nadert rook, een leger in gesloten gelederen.   31 Huil, o poort, en schreeuw, o stad wankel, Filistea, jullie allen!, want uit het noorden komt een rookwolk aan, en niemand in zijn samenkomsten komt alléén!   31. Hurle, porte! Crie, ville! Chancelle, Philistie tout entière! Car du nord vient une fumée, et personne ne déserte ses bataillons.  

King James Bible . [31] Howl, O gate; cry, O city; thou, whole Palestina, art dissolved: for there shall come from the north a smoke, and none shall be alone in his appointed times.
Luther-Bibel . 31 Heule, Tor! Schreie, Stadt! Erzittere, ganz Philisterland! Denn von Norden kommt Rauch und keiner sondert sich ab von seinen Scharen.

Tekstuitleg van Js 14,31 .

Js 14,32 - Js 14,32 . Tegen de Filistijnen - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 14 -- Js 14,1-2 -- Js 14,3-23 -- Js 14,24-27 -- Js 14,28-32 -- Js 14,28 - Js 14,29 - Js 14,30 - Js 14,31 - Js 14,32 -
Griekse tekst Vulgaat MTStatenvertalingWillibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
32kai ti apokrithèsontai basileis ethnôn oti kurios ethemeliôsen siôn kai di´ autou sôthèsontai oi tapeinoi tou laou   32 et quid respondebitur nuntiis gentis quia Dominus fundavit Sion et in ipsa sperabunt pauperes populi eius     32 Wat zal men dan antwoorden den boden des volks? Dat de HEERE Sion gegrond heeft, opdat de bedrukten Zijns volks een toevlucht daarin hebben zouden.   [32] Wat antwoorden wij de boodschappers van dat volk*? Dat de heer de grondvesten van Sion heeft gelegd, en dat de armen van zijn volk daar geborgen zijn.’   [32] Welk antwoord krijgen de gezanten van dat volk? Dat de HEER Sion heeft gegrondvest als een toevlucht voor de armen van zijn volk.’  32 Wat mag men de boden van een volk antwoorden?– dat de ENE Sion heeft gegrondvest en in haar toevlucht vinden de gebogenen van zijn gemeente! abn  32. Que répondra-t-on aux messagers de cette nation ? Que Yahvé a fondé Sion, et que là se réfugieront les pauvres de son peuple. 

King James Bible . [32] What shall one then answer the messengers of the nation? That the LORD hath founded Zion, and the poor of his people shall trust in it.
Luther-Bibel . 32 Und was wird man den Boten der Heiden sagen? »Der HERR hat Zion gegründet, und hier werden die Elenden seines Volks Zuflucht haben.«

Tekstuitleg van Js 14,32 .

8. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenach : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Tenach (108) . Js (36) . Js 1-39 (23) : (1) Js 1,8 . (2) Js 1,27 . (3) Js 3,16 . (4) Js 3,17 . (5) Js 4,4 . (6) Js 4,5 . (7) Js 8,18 . (8) Js 10,12 . (9) Js 10,24 . (10) Js 10,32 . (11) Js 12,6 . (12) Js 14,32 . (13) Js 16,1 . (14) Js 18,7 . (15) Js 24,23 . (16) Js 29,8 . (17) Js 31,4 . (18) Js 33,5 . (19) Js 33,20 . (20) Js 34,8 . (21) Js 35,10 . (22) Js 37,22 . (23) Js 37,32 . bëtsijjôn (in Sion) < bë + + tsijjôn (Sion) . Tenach (28) . Js (7) : (1) Js 4,3 . (2) Js 28,16. (3) Js 30,19 . (4) Js 31,9 . (5) Js 32,2 (bëtsèjôn) . (6) Js 33,14 . (7) Js 46,13 . mitstsijjôn (uit Sion) < min (uit) + tsijjôn (Sion) . Tenach (12) : (1) Js 2,3 . (2) Jr 9,18 . (3) Jl 4,16 . (4) Am 1,2 . (5) Mi 4,2 . (6) Ps 14,7 . (7) Ps 50,2 . (8) Ps 53,7 . (9) Ps 110,2 . (10) Ps 128,5 . (11) Ps 134,3 . (12) Ps 135,21 . Totaal Js 1 - 39 (29) . Totaal in Jesaja (29 + 18 = 47) .

11. `ânëjî (mijn armoede) < ´ânî + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. OF stat. constr. nom. mann. mv. ´änijje(j) van het bijvoegl. naamw. ´ânî ((arm, ellendig, deemoedig) . Taalgebruik in Tenach : `ânî (arm, ellendig, deemoedig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 40 (2³ X 5) of 130 (2 X 5 X 13) . Structuur : 7 - 5 - 1 . Gr. ptôchos (arme) . Taalgebruik in de Septuaginta : ptôchos (arme) . Taalgebruik in het N.T. : ptôchos (arme) . Lat. pauper . Fr. pauvre . E. poor . Ned. arm . D. arm . Een vorm van ptôchos (arme) in de LXX (124) , in het N.T. (34) . Tenach (15) : (1) Gn 31,42 . (2) Gn 41,52 . (3) Js 10,2 . (4) Js 14,32 . (5) Zach 11,7 . (6) Zach 11,11 . (7) Ps 9,14 . (8) Ps 25,18 . (9) Ps 31,8 . (10) Ps 72,4 . (11) Ps 119,153 . (12) Job 10,15 . (13) Job 24,4 . (14) Kl 1,9 . (15) Kl 3,19 .


SEPTUAGINTA

14 1kai eleèsei kurios ton iakôb kai eklexetai eti ton israèl kai anapausontai epi tès gès autôn kai o giôras prostethèsetai pros autous kai prostethèsetai pros ton oikon iakôb2kai lèmpsontai autous ethnè kai eisaxousin eis ton topon autôn kai kataklèronomèsousin kai plèthunthèsontai epi tès gès tou theou eis doulous kai doulas kai esontai aichmalôtoi oi aichmalôteusantes autous kai kurieuthèsontai oi kurieusantes autôn3kai estai en tè èmera ekeinè anapausei se o theos ek tès odunès kai tou thumou sou kai tès douleias sou tès sklèras ès edouleusas autois4kai lèmpsè ton thrènon touton epi ton basilea babulônos kai ereis en tè èmera ekeinè pôs anapepautai o apaitôn kai anapepautai o epispoudastès5sunetripsen o theos ton zugon tôn amartôlôn ton zugon tôn archontôn6pataxas ethnos thumô plègè aniatô paiôn ethnos plègèn thumou è ouk efeisato7anepausato pepoithôs pasa è gè boa met´ eufrosunès8kai ta xula tou libanou eufranthèsan epi soi kai è kedros tou libanou af´ ou su kekoimèsai ouk anebè o koptôn èmas9o adès katôthen epikranthè sunantèsas soi sunègerthèsan soi pantes oi gigantes oi arxantes tès gès oi egeirantes ek tôn thronôn autôn pantas basileis ethnôn10pantes apokrithèsontai kai erousin soi kai su ealôs ôsper kai èmeis en èmin de katelogisthès11katebè de eis adou è doxa sou è pollè sou eufrosunè upokatô sou strôsousin sèpsin kai to katakalumma sou skôlèx12pôs exepesen ek tou ouranou o eôsforos o prôi anatellôn sunetribè eis tèn gèn o apostellôn pros panta ta ethnè13su de eipas en tè dianoia sou eis ton ouranon anabèsomai epanô tôn astrôn tou ouranou thèsô ton thronon mou kathiô en orei upsèlô epi ta orè ta upsèla ta pros borran14anabèsomai epanô tôn nefelôn esomai omoios tô upsistô15nun de eis adou katabèsè kai eis ta themelia tès gès16oi idontes se thaumasousin epi soi kai erousin outos o anthrôpos o paroxunôn tèn gèn seiôn basileis17o theis tèn oikoumenèn olèn erèmon kai tas poleis katheilen tous en epagôgè ouk elusen18pantes oi basileis tôn ethnôn ekoimèthèsan en timè anthrôpos en tô oikô autou19su de rifèsè en tois oresin ôs nekros ebdelugmenos meta pollôn tethnèkotôn ekkekentèmenôn machairais katabainontôn eis adou on tropon imation en aimati pefurmenon ouk estai katharon20outôs oude su esè katharos dioti tèn gèn mou apôlesas kai ton laon mou apekteinas ou mè meinès eis ton aiôna chronon sperma ponèron21etoimason ta tekna sou sfagènai tais amartiais tou patros sou ina mè anastôsin kai tèn gèn klèronomèsôsin kai emplèsôsi tèn gèn poleôn22kai epanastèsomai autois legei kurios sabaôth kai apolô autôn onoma kai kataleimma kai sperma tade legei kurios23kai thèsô tèn babulônian erèmon ôste katoikein echinous kai estai eis ouden kai thèsô autèn pèlou barathron eis apôleian24tade legei kurios sabaôth on tropon eirèka outôs estai kai on tropon bebouleumai outôs menei25tou apolesai tous assurious apo tès gès tès emès kai apo tôn oreôn mou kai esontai eis katapatèma kai afairethèsetai ap´ autôn o zugos autôn kai to kudos autôn apo tôn ômôn afairethèsetai26autè è boulè èn bebouleutai kurios epi tèn oikoumenèn olèn kai autè è cheir è upsèlè epi panta ta ethnè tès oikoumenès27a gar o theos o agios bebouleutai tis diaskedasei kai tèn cheira tèn upsèlèn tis apostrepsei28tou etous ou apethanen achaz o basileus egenèthè to rèma touto29mè eufrantheiète pantes oi allofuloi sunetribè gar o zugos tou paiontos umas ek gar spermatos ofeôn exeleusetai ekgona aspidôn kai ta ekgona autôn exeleusontai ofeis petomenoi30kai boskèthèsontai ptôchoi di´ autou ptôchoi de andres ep´ eirènès anapausontai anelei de limô to sperma sou kai to kataleimma sou anelei31ololuzete pulai poleôn kekragetôsan poleis tetaragmenai oi allofuloi pantes oti kapnos apo borra erchetai kai ouk estin tou einai32kai ti apokrithèsontai basileis ethnôn oti kurios ethemeliôsen siôn kai di´ autou sôthèsontai oi tapeinoi tou laou


VULGAAT

1 prope est ut veniat tempus eius et dies eius non elongabuntur miserebitur enim Dominus Iacob et eliget adhuc de Israhel et requiescere eos faciet super humum suam adiungetur advena ad eos et adherebit domui Iacob 2 et tenebunt eos populi et adducent eos in locum suum et possidebit eos domus Israhel super terram Domini in servos et ancillas et erunt capientes eos qui se ceperant et subicient exactores suos 3 et erit in die illa cum requiem dederit tibi Deus a labore tuo et a concussione tua et a servitute dura qua ante servisti 4 sumes parabolam istam contra regem Babylonis et dices quomodo cessavit exactor quievit tributum 5 contrivit Dominus baculum impiorum virgam dominantium 6 caedentem populos in indignatione plaga insanabili subicientem in furore gentes persequentem crudeliter 7 conquievit et siluit omnis terra gavisa est et exultavit 8 abietes quoque laetatae sunt super te et cedri Libani ex quo dormisti non ascendit qui succidat nos 9 infernus subter conturbatus est in occursum adventus tui suscitavit tibi gigantas omnes principes terrae surrexerunt de soliis suis omnes principes nationum 10 universi respondebunt et dicent tibi et tu vulneratus es sicut nos nostri similis effectus es 11 detracta est ad inferos superbia tua concidit cadaver tuum subter te sternetur tinea et operimentum tuum erunt vermes 12 quomodo cecidisti de caelo lucifer qui mane oriebaris corruisti in terram qui vulnerabas gentes 13 qui dicebas in corde tuo in caelum conscendam super astra Dei exaltabo solium meum sedebo in monte testamenti in lateribus aquilonis 14 ascendam super altitudinem nubium ero similis Altissimo 15 verumtamen ad infernum detraheris in profundum laci 16 qui te viderint ad te inclinabuntur teque prospicient numquid iste est vir qui conturbavit terram qui concussit regna 17 qui posuit orbem desertum et urbes eius destruxit vinctis eius non aperuit carcerem 18 omnes reges gentium universi dormierunt in gloria vir in domo sua 19 tu autem proiectus es de sepulchro tuo quasi stirps inutilis pollutus et obvolutus qui interfecti sunt gladio et descenderunt ad fundamenta laci quasi cadaver putridum 20 non habebis consortium neque cum eis in sepultura tu enim terram disperdisti tu populum occidisti non vocabitur in aeternum semen pessimorum 21 praeparate filios eius occisioni in iniquitate patrum eorum non consurgent nec hereditabunt terram neque implebunt faciem orbis civitatum 22 et consurgam super eos dicit Dominus exercituum et perdam Babylonis nomen et reliquias et germen et progeniem ait Dominus 23 et ponam eam in possessionem ericii et in paludes aquarum et scopabo eam in scopa terens dicit Dominus exercituum 24 iuravit Dominus exercituum dicens si non ut putavi ita erit et quomodo mente tractavi 25 sic eveniet ut conteram Assyrium in terra mea et in montibus meis conculcem eum et auferetur ab eis iugum eius et onus illius ab umero eorum tolletur 26 hoc consilium quod cogitavi super omnem terram et haec est manus extenta super universas gentes 27 Dominus enim exercituum decrevit et quis poterit infirmare et manus eius extenta et quis avertet eam 28 in anno quo mortuus est rex Ahaz factum est onus istud 29 ne laeteris Philisthea omnis tu quoniam comminuta est virga percussoris tui de radice enim colubri egredietur regulus et semen eius absorbens volucrem 30 et pascentur primogeniti pauperum et pauperes fiducialiter requiescent et interire faciam in fame radicem tuam et reliquias tuas interficiam 31 ulula porta clama civitas prostrata est Philisthea omnis ab aquilone enim fumus venit et non est qui effugiat agmen eius 32 et quid respondebitur nuntiis gentis quia Dominus fundavit Sion et in ipsa sperabunt pauperes populi eius