JESAJA 18 , Js 18 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Js (Jesaja)
-- Js
18 -- Js 18,1-7 -
- Bibliografie
- Literatuur
- Liturgisch
gebruik - Overzicht
bijbelboeken - Overzicht
van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht
van deze website
- bijbelverwijzingen
- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
Overzicht van Tenach : Tenach
: overzicht , Tenach
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Tenach
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Septuaginta
: commentaar ,
Overzicht N.T. : N.T.
: overzicht , N.T.
: taalgebruik - N.T.
A - N.T.
B - N.T.
C - N.T.
D - N.T.
E - N.T.
F - N.T. G
- N.T. H
- N.T. I
- N.T. J
- N.T. K
- N.T. L
- N.T. M
- N.T. N
- N.T. O
- N.T. P
- N.T. Q
- N.T. R
- N.T. S
- N.T. T
- N.T. U
- N.T. V
- N.T. W
- N.T.
X -
N.T. Y - N.T. Z -
N.T. :
commentaar .
Overzicht van Jesaja : Jesaja
: overzicht , Jesaja
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G -
H -
I -
J -
K -
L -
M -
N -
O -
P -
Q -
R -
S -
T -
U -
V -
W -
X
-Y
- Z -
, Jesaja
: commentaar ,
Overzicht van Jesaja : - Js
1 - Js 2
- Js 3 - Js
4 - Js 5
- Js 6 - Js
7 - Js 8
- Js 9 - Js
10 - Js 11
- Js 12 - Js
13 - Js 14
- Js 15 - Js
16 - Js 17
- Js 18 - Js
19 - Js 20
- Js 21 - Js
22 - Js 23
- Js 24 - Js
25 - Js 26
- Js 27 - Js
28 - Js 29
- Js 30 - Js
31 - Js 32
- Js 33 - Js
34 - Js 35
- Js 36 - Js
37 - Js 38
- Js 39 - Js
40 - Js 41
- Js 42 - Js
43 - Js 44
- Js 45 - Js
46 - Js 47
- Js 48 - Js
49 - Js 50
- Js 51 - Js
52 - Js 53
- Js 54 - Js
55 - Js 56
- Js 57 - Js
58 - Js 59
- Js 60 - Js
61 - Js 62
- Js 63 - Js
64 - Js 65
- Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js
18,1 - Js
18,2 - Js
18,3 - Js
18,4 - Js
18,5 - Js
18,6 - Js
18,7 -
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE
VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email:
arseen.de.kesel@pandora.be
.
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bezinningsteksten
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, koran
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , racisme , samenleving ,
sikhisme , spiritualiteit
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige
beschouwingen , Het
kleine of grote ongenoegen
|
Bibliografie : http://www.soniclight.com/constable/notes/pdf/isaiah.pdf
.
Literatuur
Liturgisch gebruik
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus) ,
Lv (Leviticus) ,
Nu (Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) , 1
S (1 Samuël) , 2
S (2 Samuël) , 1
K (1 Koningen) , 2
K (2 Koningen) , 1
Kr ( 1 Kronieken) , 2
Kr (2 Kronieken) , Ezr
(Ezra) , Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia) ,
Jdt (Judith) ,
Est (Esther) ,
1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W (Wijsheid)
, Sir (Sirach)
, Js (Jesaja) ,
Jr (Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez (Ezechiël)
, Da (Daniël)
, Hos (Hosea) ,
Jl (Joël) ,
Am (Amos) , Ob
(Obadja) , Jon
(Jona) , Mi (Micha)
, Nah (Nahum) ,
Hab (Habakuk) ,
Sef (Sefanja) ,
Hag (Haggai) ,
Zach (Zacharia)
, Mal (Maleachi)
.
- NT : Mt (Matteüs)
- Mc (Marcus)
- Lc (Lucas) -
Joh (Johannes)
- Hnd (Handelingen)
, Rom (Rome) ,
1 Kor (Korinte)
, 2 Kor (Korinte)
, Gal (Galatië)
, Ef (Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk (Apokalyps)
.
Overzicht van de
bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
- Js 18,1-7 . Tegen Kus - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Js (Jesaja)
-- Js 18 --
Js 18,1-7
-- Js 18,1
- Js 18,2
- Js 18,3
- Js 18,4
- Js 18,5
- Js 18,6
- Js 18,7
-
| Js 18,1 - Js
18,1 . Tegen Kus - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Js (Jesaja)
-- Js 18
-- Js
18,1-7 -- Js
18,1 - Js
18,2 - Js
18,3 - Js
18,4 - Js
18,5 - Js
18,6 - Js
18,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 18 1ouai gès ploiôn pteruges epekeina
potamôn aithiopias |
1 vae terrae cymbalo alarum quae est trans flumina
Aethiopiae |
|
1 Wee het land, dat schaduwachtig is aan de frontieren,
dat aan de zijde der rivieren van Morenland is; |
[1] Wee het land van de gonzende vleugels*, dat
zich uitstrekt tot over de rivieren van Kus*, |
[1] Wee het land van de sjirpende krekels, voorbij
de rivieren van Nubië, |
1 ¶ Wee het land van klapperende vleugels,– dat
aan de overzij is van de rivieren van Koesj!– |
1. Malheur! pays du grillon ailé, au-delà des fleuves
de Kush, |
|
King James Bible . 18 [1] Woe to the land shadowing with wings, which is beyond
the rivers of Ethiopia:
Luther-Bibel . 18 1 Weh dem Lande voll schwirrender Flügel, jenseits der Ströme
von Kusch,
Tekstuitleg van Js
18,1 .
1. hôj (wee) . Taalgebruik in Tenach : hoj
(wee) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7)
. Structuur : 5 - 6 - 1 . Gr. ouai . Lat. vae . Fr. malheur . E. woe . D. weh
. Js (22) : (1) Js
1,4 . (2) Js
1,24 . (3) Js
5,8 . (4) Js
5,11 . (5) Js
5,18 . (6) Js
5,20 . (7) Js
5,21 . (8) Js
5,22 . (9) Js
10,1 . (10) Js
10,5 . (11) Js
16,4 . (12) Js
17,12 . (13) Js
18,1 . (14) Js
28,1 . (15) Js
29,1 . (16) Js
29,15 . (17) Js
30,1 . (18) Js
31,1 . (19) Js
33,1 . (20) Js
45,9 . (21) Js
45,10 . (22) Js
55,1 .
| Js 18,2 - Js
18,2 . Tegen Kus - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Js (Jesaja)
-- Js 18
-- Js
18,1-7 -- Js
18,1 - Js
18,2 - Js
18,3 - Js
18,4 - Js
18,5 - Js
18,6 - Js
18,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 2o apostellôn en thalassè omèra
kai epistolas bublinas epanô tou udatos poreusontai gar aggeloi
koufoi pros ethnos meteôron kai xenon laon kai chalepon tis
autou epekeina ethnos anelpiston kai katapepatèmenon nun oi
potamoi tès gès |
2 qui mittit in mari legatos et in vasis papyri
super aquas ite angeli veloces ad gentem convulsam et dilaceratam
ad populum terribilem post quem non est alius gentem expectantem expectantem
et conculcatam cuius diripuerunt flumina terram eius |
|
2 Dat gezanten zendt over de zee, en in schepen
van biezen op de wateren! Gaat henen, gij snelle boden! tot een volk,
dat getrokken is en geplukt, tot een volk, dat vreselijk is van dat
het was en voortaan; een volk van regel en regel, en van vertreding,
welks land de rivieren beroven. |
[2] dat boodschappers* zendt over zee, met boten
van papyrus over het water. Ga, gezwinde boden, naar het rijzige volk
met de glanzende huid, de natie die dichtbij en ver weg wordt gevreesd,
naar het sterke, tirannieke volk, in het land dat door rivieren wordt
verdeeld. |
[2] dat boden over de zee zendt, papyrusschepen
over de wateren. Ga, snelle gezanten, naar het rijzige volk met glanzende
huid, naar het alom gevreesde volk, een volk van tirannen en geweldenaars,
in een land van rivieren doorsneden. |
2 dat gezanten uitzendt over de zee, in een biezen
ding over het gelaat van het water; gaat heen, snelle boden, naar
een volk langgerekt en diepglanzend, naar een gemeenschap, gevreesd
vanaf dat hij is en voortaan; een volk vol spierkracht en victorie,
welks land rivieren omspoelen. |
2. toi qui envoies par mer des messagers, dans des
nacelles de jonc, sur les eaux. Allez, messagers rapides, vers une
nation élancée et bronzée, vers un peuple redouté ici comme au loin,
une nation puissante et dominatrice, au pays sillonné de fleuves.
|
|
King James Bible . [2] That sendeth ambassadors by the sea, even in vessels
of bulrushes upon the waters, saying, Go, ye swift messengers, to a nation scattered
and peeled, to a people terrible from their beginning hitherto; a nation meted
out and trodden down, whose land the rivers have spoiled!
Luther-Bibel . 2 das Boten über das Meer sendet und in leichten Schiffen auf
den Wassern fährt! Geht hin, ihr schnellen Boten, zum Volk, das hoch gewachsen
und glatt ist, zum Volk, das schrecklicher ist als sonst irgendeins, zum Volk,
das befiehlt und zertritt, dessen Land Wasserströme durchschneiden.
Tekstuitleg van Js
18,2 .
9. lekhû (ga) : qal imperatief tweede persoon mannelijk meervoud van
het werkw. hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh
(gaan) . Getalwaarde : he = 5 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal
: 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Tenach (65) . Js (7) : (1) Js
1,18 . (2) Js
2,3 . (3) Js
2,5 . (4) Js
18,2 . (5) Js
30,21 . (6) Js
50,11 . (7) Js
55,1 .
| Js 18,3 - Js
18,3 . Tegen Kus - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Js (Jesaja)
-- Js 18
-- Js
18,1-7 -- Js
18,1 - Js
18,2 - Js
18,3 - Js
18,4 - Js
18,5 - Js
18,6 - Js
18,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 3pantes ôs chôra katoikoumenè
katoikèthèsetai è chôra autôn ôsei
sèmeion apo orous arthè ôs salpiggos fônè
akouston estai |
3 omnes habitatores orbis qui moramini in terra
cum elevatum fuerit signum in montibus videbitis et clangorem tubae
audietis |
|
3 Allen gij ingezetenen der wereld, en gij inwoners
der aarde! als men de banier zal oprichten op de bergen, zult gijlieden
het zien, en als de bazuin zal blazen, zult gijlieden het horen. |
[3] U, bewoners van de wereld, die heel de aarde
bevolkt, u zult zien hoe op de bergen het signaal wordt gegeven, u
zult horen hoe de bazuin wordt geblazen. |
[3] Laat alle bewoners van de aarde weten: je zult
op de bergen het opgestoken vaandel zien, het schallen van de ramshoorn
zul je horen. |
3 Alle ingezetenen der wereld en bewoners der aarde,–
alsof men een vaandel opheft in de bergen zult ge het zien, alsof
men een stoot geeft op de ramshoorn zult ge het horen! •• |
3. Vous tous, habitants du monde, vous qui peuplez
la terre, quand on lèvera un signal sur les montagnes, vous verrez,
quand on sonnera du cor, vous entendrez. |
|
King James Bible . [3] All ye inhabitants of the world, and dwellers on the
earth, see ye, when he lifteth up an ensign on the mountains; and when he bloweth
a trumpet, hear ye.
Luther-Bibel . 3 Alle, die ihr auf Erden wohnt und in den Ländern lebt – wenn
man das Banner auf den Bergen aufrichtet, so sehet! Wenn man die Posaune bläst,
so höret!
Tekstuitleg van Js
18,3 .
| Js 18,4 - Js
18,4 . Tegen Kus - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Js (Jesaja)
-- Js 18
-- Js
18,1-7 -- Js
18,1 - Js
18,2 - Js
18,3 - Js
18,4 - Js
18,5 - Js
18,6 - Js
18,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 4oti outôs eipen moi kurios asfaleia estai
en tè emè polei ôs fôs kaumatos mesèmbrias
kai ôs nefelè drosou èmeras amètou estai |
4 quia haec dicit Dominus ad me quiescam et considerabo
in loco meo sicut meridiana lux clara est et sicut nubes roris in
die messis |
|
4 Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ik zal
stil zijn, en zien in Mijn woning, als de glinsterende hitte op den
regen, als een wolk des dauws in de hitte des oogstes; |
[4] Want dit heeft de heer mij gezegd: ‘Vanuit mijn
woonplaats blijf* Ik toekijken, zoals zinderende hitte in het licht,
als nevel in de hitte van de oogsttijd. |
[4] Want dit heeft de HEER mij gezegd: ‘Vanuit mijn
woonplaats kijk ik roerloos toe, als de verzengende hitte op het middaguur
of als nevel in de hitte van de oogsttijd. |
4 Want zó heeft de ENE tot mij gezegd: kalm kijk
ik het in mijn troonhal aan,– als zinderende hitte boven het licht,
als een wolk van dauw in de hitte van de oogst. |
4. Car ainsi m'a parlé Yahvé : Je veux rester ici
impassible et regarder, comme la chaleur brûlante en pleine lumière,
comme un nuage de rosée au plus chaud de la moisson. |
|
King James Bible . [4] For so the LORD said unto me, I will take my rest, and
I will consider in my dwelling place like a clear heat upon herbs, and like
a cloud of dew in the heat of harvest.
Luther-Bibel . 4 Denn so spricht der HERR zu mir: Ich will schauen von meiner
Stätte und will still warten wie drückende Hitze am hohen Mittag und wie Taugewölk
in der Hitze der Ernte.
Tekstuitleg van Js
18,4 .
| Js 18,5 - Js
18,5 . Tegen Kus - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Js (Jesaja)
-- Js 18
-- Js
18,1-7 -- Js
18,1 - Js
18,2 - Js
18,3 - Js
18,4 - Js
18,5 - Js
18,6 - Js
18,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 5pro tou therismou otan suntelesthè anthos
kai omfax anthèsè anthos omfakizousa kai afelei ta botrudia
ta mikra tois drepanois kai tas klèmatidas afelei kai katakopsei |
5 ante messem enim totus effloruit et inmatura perfectio
germinabit et praecidentur ramusculi eius falcibus et quae derelicta
fuerint abscidentur excutientur |
|
5 Want voor den oogst, als de botte volkomen is,
en de onrijpe druif rijp wordt na den bloesem, zo zal Hij de ranken
met snoeimessen afsnijden, en de takken wegdoen en afkappen. |
[5] Vóór de oogst, als de bloeitijd voorbij is en
de bloesem een rijpende druif is geworden, worden de ranken met snoeimessen
afgesneden en de loten verwijderd en weggehakt. |
[5] Na de bloeitijd, maar voor de oogst, wanneer
de bloesem tot rijpende druif wordt, worden de ranken met snoeimessen
afgesneden, worden de loten gekapt en verwijderd. |
5 Want vóór de oogst uit, als de bloeitijd voltooid
is en bloesem een rijpende druif wordt,– zal hij de ranken met snoeimessen
afsnijden en de loten verwijderen, wegkappen. |
5. Car avant la moisson, quand prend fin la floraison,
quand la fleur devient grappe mûrissante, on taille les pampres à
la serpe, on ôte les sarments, on élague. |
|
King James Bible . [5] For afore the harvest, when the bud is perfect, and
the sour grape is ripening in the flower, he shall both cut off the sprigs with
pruning hooks, and take away and cut down the branches.
Luther-Bibel . 5 Denn vor der Ernte, wenn die Blüte vorüber ist und die Traube
noch reift, wird er die Ranken mit Winzermessern abschneiden und die Reben wegnehmen
und abhauen,
Tekstuitleg van Js
18,5 .
| Js 18,6 - Js
18,6 . Tegen Kus - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Js (Jesaja)
-- Js 18
-- Js
18,1-7 -- Js
18,1 - Js
18,2 - Js
18,3 - Js
18,4 - Js
18,5 - Js
18,6 - Js
18,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 6kai kataleipsei ama tois peteinois tou ouranou
kai tois thèriois tès gès kai sunachthèsetai
ep´ autous ta peteina tou ouranou kai panta ta thèria
tès gès ep´ auton èxei |
6 et relinquentur simul avibus montium et bestiis
terrae et aestate perpetua erunt super eum volucres et omnes bestiae
terrae super illum hiemabunt |
|
6 Zij zullen te zamen gelaten worden den roofvogelen
der bergen, en den dieren der aarde; en de roofvogelen zullen op hen
overzomeren, en alle dieren der aarde zullen daarop overwinteren.
|
[6] Alles* valt ten prooi aan de roofvogels uit
de bergen en aan alle dieren in het wild. De roofvogels brengen er
de zomer door, de wilde dieren zijn er in de winter.’ |
[6] Tezamen vallen ze ten prooi aan de gieren in
de bergen en aan de dieren in het wild. ’s Zomers leven de gieren
van hun lijken, in de winter voeden wilde dieren zich ermee.’ |
6 Samen worden ze dan overgelaten aan de gieren
in de bergen en aan het gedierte van het land; de gieren zullen op
hen de zomer doorbrengen, en alle dieren van het land op hen overwinteren.
|
6. Tout est abandonné aux rapaces des montagnes
et aux bêtes du pays; les rapaces s'y vautreront pendant l'été, toutes
les bêtes du pays pendant l'automne. |
|
King James Bible . [6] They shall be left together unto the fowls of the mountains,
and to the beasts of the earth: and the fowls shall summer upon them, and all
the beasts of the earth shall winter upon them.
Luther-Bibel . 6 dass man's miteinander liegen lässt für die Geier auf den Bergen
und die Tiere im Lande, dass im Sommer die Geier darauf sitzen und im Winter
allerlei Tiere im Lande darauf liegen.
Tekstuitleg van Js
18,6 .
| Js 18,7 - Js
18,7 . Tegen Kus - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Js (Jesaja)
-- Js 18
-- Js
18,1-7 -- Js
18,1 - Js
18,2 - Js
18,3 - Js
18,4 - Js
18,5 - Js
18,6 - Js
18,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 7en tô kairô ekeinô anenechthèsetai
dôra kuriô sabaôth ek laou tethlimmenou kai tetilmenou
kai apo laou megalou apo tou nun kai eis ton aiôna chronon ethnos
elpizon kai katapepatèmenon o estin en merei potamou tès
chôras autou eis ton topon ou to onoma kuriou sabaôth
epeklèthè oros siôn |
7 in tempore illo deferetur munus Domino exercituum
a populo divulso et dilacerato a populo terribili post quem non fuit
alius a gente expectante expectante et conculcata cuius diripuerunt
flumina terram eius ad locum nominis Domini exercituum montem Sion
|
|
7 Te dien tijd zal den HEERE der heirscharen een
geschenk gebracht worden van het volk, dat getrokken is en geplukt,
en van het volk, dat vreselijk is van dat het was en voortaan; een
volk van regel en regel, en van vertreding, welks land de rivieren
beroven; tot de plaats van den Naam des HEEREN der heirscharen, tot
den berg Sion. |
[7] In die tijd worden er gaven gebracht aan de
heer van de machten, door het rijzige volk met de glanzende huid,
de natie die dichtbij en ver weg wordt gevreesd; door het sterke,
tirannieke volk in het land dat door rivieren wordt verdeeld. Zij
komen naar de plaats waar men de naam van de heer van de machten aanroept,
de Sionsberg. |
[7] In die tijd worden geschenken gebracht aan
de HEER van de hemelse machten door het rijzige volk met glanzende
huid, door het alom gevreesde volk, een volk van tirannen en geweldenaars,
uit een land van rivieren doorsneden. Zij komen naar de Sion, waar
de naam woont van de HEER van de hemelse machten. |
7 In die tijd zal tribuut worden gebracht aan de
ENE, de Omschaarde, door een gemeenschap langgerekt en diepglanzend,
door een gemeenschap, gevreesd vanaf dat hij is en voortaan; een volk
vol spierkracht en victorie, welks land rivieren omspoelen, naar de
woonplaats van de naam van de ENE, de Omschaarde, de berg Sion. |
7. Alors, on apportera une offrande à Yahvé Sabaot
de la part d'un peuple élancé et bronzé, de la part d'un peuple redouté
ici comme au loin, d'une nation puissante et dominatrice, d'un pays
sillonné de fleuves; on l'apportera au lieu où réside le nom de Yahvé,
au mont Sion. |
|
King James Bible . [7] In that time shall the present be brought unto the LORD
of hosts of a people scattered and peeled, and from a people terrible from their
beginning hitherto; a nation meted out and trodden under foot, whose land the
rivers have spoiled, to the place of the name of the LORD of hosts, the mount
Zion.
Luther-Bibel . 7 Zu der Zeit wird das hoch gewachsene und glatte Volk, das schrecklicher
ist als sonst irgendeins, das befiehlt und zertritt, dessen Land Wasserströme
durchschneiden, Geschenke bringen dem HERRN Zebaoth an den Ort, da der Name
des HERRN Zebaoth wohnt, zum Berge Zion.
Tekstuitleg van Js
18,7 .
1. be`eth / bâ`eth = in (de) tijd van . Voorzetsel bë + (bepaald
lidw. ha-) + zelfstandig naamwoord `eth (tijd) . Taalgebruik in Tenach : `eth
(tijd) .Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 38 OF
470 . Structuur : 7 - 4 . Gr. kairos (gunstig moment) . Taalgebruik in de LXX
: kairos
(gunstig moment) . Taalgebruik in het N.T. : kairos
(gunstig moment) . Lat. tempus , -oris . Fr. le temps . E. time . Ned. tijd
. D. Zeit . Een vorm van kairos (gunstig moment) in de LXX (487) , in het N.T.
(85) . Tenach (89) . Js (5) . (1) Js
18,7 . (2) Js 20,2 . (3) Js
33,2 . (4) Js
39,1 . (5) Js
49,8 . Een vorm van `eth (tijd) in Js (11) .
1. - 2. - bâ`eth hahî´ = in die tijd . Tenach (40) . Js (2)
: (1) Js 18,7
. (2) Js 20,2 . - bâ`eth hahiw´ = in die tijd . Tenach
(19) . Js (1) : Js
39,1 .
29. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenach : tsijjôn
(Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn
(Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14
of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) .
Tenach (108) . Js (36) . Js 1-39 (23) : (1) Js
1,8 . (2) Js
1,27 . (3) Js
3,16 . (4) Js
3,17 . (5) Js
4,4 . (6) Js
4,5 . (7) Js
8,18 . (8) Js
10,12 . (9) Js
10,24 . (10) Js
10,32 . (11) Js
12,6 . (12) Js
14,32 . (13) Js
16,1 . (14) Js
18,7 . (15) Js
24,23 . (16) Js
29,8 . (17) Js
31,4 . (18) Js
33,5 . (19) Js
33,20 . (20)
Js 34,8 . (21) Js
35,10 . (22) Js
37,22 . (23)
Js 37,32 .
28. - 29. ´èl har JHWH komt slechts tweemaal in de bijbel voor
: (1) Js 2,3
. (2) Mi 4,2
. bëhar JHWH (op de berg van JHWH) . Tenach (2) : (1) Ps
24,3 . (2) Js
30,29 . Zie ook Gn
22,14 (op een berg zal JHWH voorzien) . har tsijjôn (Sionsberg) .
Tenach (9) : (1) Ps
48,3 . (2) Ps
48,12 . (3) Ps
74,2 . (4) Ps 78,68
. (5) Js 4,5
. (6) Js 18,7
. (7) Js 29,8
. (8) Js 31,4
. (9) Kl
5,18 . bëhar tsijjôn (op de Sionsberg) . Tenach (6) : (1) Js
8,18 . (2) Js
10,12 . (3) Js
24,23 . (4) Jl
3,5 . (5) Ob
21 . (6) Mi
4,7 . ´èl har bath tsijjôn (naar de berg van de dochter
van Sion) . Tenach (1) Js
16,1 . har be(j)th tsijjôn (de berg van het huis van Sion) , slechts
in Js 10,32
.
SEPTUAGINTA
18 1ouai gès ploiôn pteruges epekeina potamôn aithiopias2o
apostellôn en thalassè omèra kai epistolas bublinas epanô
tou udatos poreusontai gar aggeloi koufoi pros ethnos meteôron kai xenon
laon kai chalepon tis autou epekeina ethnos anelpiston kai katapepatèmenon
nun oi potamoi tès gès3pantes ôs chôra katoikoumenè
katoikèthèsetai è chôra autôn ôsei sèmeion
apo orous arthè ôs salpiggos fônè akouston estai4oti
outôs eipen moi kurios asfaleia estai en tè emè polei ôs
fôs kaumatos mesèmbrias kai ôs nefelè drosou èmeras
amètou estai5pro tou therismou otan suntelesthè anthos kai omfax
anthèsè anthos omfakizousa kai afelei ta botrudia ta mikra tois
drepanois kai tas klèmatidas afelei kai katakopsei6kai kataleipsei ama
tois peteinois tou ouranou kai tois thèriois tès gès kai
sunachthèsetai ep´ autous ta peteina tou ouranou kai panta ta thèria
tès gès ep´ auton èxei7en tô kairô ekeinô
anenechthèsetai dôra kuriô sabaôth ek laou tethlimmenou
kai tetilmenou kai apo laou megalou apo tou nun kai eis ton aiôna chronon
ethnos elpizon kai katapepatèmenon o estin en merei potamou tès
chôras autou eis ton topon ou to onoma kuriou sabaôth epeklèthè
oros siôn
VULGAAT
1 vae terrae cymbalo alarum quae est trans flumina Aethiopiae 2 qui mittit
in mari legatos et in vasis papyri super aquas ite angeli veloces ad gentem
convulsam et dilaceratam ad populum terribilem post quem non est alius gentem
expectantem expectantem et conculcatam cuius diripuerunt flumina terram eius
3 omnes habitatores orbis qui moramini in terra cum elevatum fuerit signum in
montibus videbitis et clangorem tubae audietis 4 quia haec dicit Dominus ad
me quiescam et considerabo in loco meo sicut meridiana lux clara est et sicut
nubes roris in die messis 5 ante messem enim totus effloruit et inmatura perfectio
germinabit et praecidentur ramusculi eius falcibus et quae derelicta fuerint
abscidentur excutientur 6 et relinquentur simul avibus montium et bestiis terrae
et aestate perpetua erunt super eum volucres et omnes bestiae terrae super illum
hiemabunt 7 in tempore illo deferetur munus Domino exercituum a populo divulso
et dilacerato a populo terribili post quem non fuit alius a gente expectante
expectante et conculcata cuius diripuerunt flumina terram eius ad locum nominis
Domini exercituum montem Sion